CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb001401] Bijlage behorende bij 22bb1400 - Rapport Risbo Gescheiden wereldenEen fenomeenonderzoek naar EU-arbeidsuitbuiting, veiligheidsbeleving ensociale cohesie in Carnisse, Oud Charlois en de Tarwewijk

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 23 november 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Voortgang actieprogramma EU-arbeidsmigranten35.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Roemenen zouden vaker op eigen initiatief komen en via formele kanalen zoals uitzendbureaus. Bulgaren maken daarentegen meer gebruik van informele, communale netwerken (Snel et al. 2014). Dit beeld werd bevestigd in eerder onderzoek van Risbo (Seidler et al., 2017). De rol van uitzendbureaus en het feit dat nieuwe migranten gemakkelijk beschikbaar zijn om het werk (tegen laag loon, onder slechte omstandigheden) over te nemen, zien Strockmeijer et al. (2017) als een verklarende factor in de beperkte opwaartse mobiliteit onder Oost-Europese migranten. Wonen Uit onderzoek is bekend dat veel EU-arbeidsmigranten in goedkope particuliere huurwoningen wonen (De Leeuw et al., 2016). Daarnaast kunnen huurwoningen in het lagere segment een oplossing zijn voor huurders met een gering of instabiel inkomen die binnen de reguliere markt niet in aanmerking komen voor een woning. Uit ditzelfde onderzoek blijkt dat van de 19.000 particuliere huurwoningen in het lagere woonsegment in Rotterdam, circa een vijfde bewoond wordt door personen uit EUlanden. De onderzoekers nemen aan dat het voornamelijk Midden- en Oost-Europeanen betreft. Personen uit de Europese Unie zijn sterk oververtegenwoordigd in particuliere huurwoningen in 24

Literatuurverkenning Rotterdam: dertien procent van alle hoofdbewoners uit een EU-land woont in een particuliere huurwoning uit het lagere segment tegenover vier procent gemiddeld in Rotterdam. Daarnaast is bekend dat veel migranten in de omgeving van het Westland huisvesting verkrijgen via de werkgever, waardoor een dubbele afhankelijkheid ontstaat, wat er in combinatie met het grote aanbod potentiële werknemers voor zorgt dat migranten weinig van hun werkgever (en vaak dus huisbaas) durven vragen (Razenberg et al., 2015). Het is bekend dat er in de praktijk vaker problemen voorkomen in de irreguliere woonsector dan binnen de reguliere woningmarkt (Singelenberg, 2005). Het betreft voornamelijk problemen rondom particuliere kamer- en logementenverhuur waarbij niet aan de gemeentelijke eisen wordt voldaan. Dit kan zich uiten in onrechtmatige bewoning, illegale (door)verhuur, onregelmatigheden rond de verhuur van particuliere woningen en onrechtmatig gebruik van woningen voor andere doeleinden dan reguliere huisvesting (Ferwerda et al., 2007). Bovenstaande problemen kunnen leiden tot onwenselijke situaties voor huurders en de omgeving. Huurders lopen het gevaar benadeeld te worden via het betalen van veel te hoge huren die niet in verhouding zijn met de kwaliteit en grootte van de woning en/of het aantal medehuurders.

Dit komt relatief vaak voor onder Midden- en OostEuropeanen (’t Hart, 2015). Huurders komen moeilijk uit deze situatie doordat zij in een afhankelijkheidspositie verkeren en het moeilijk vinden om zelf een geschikte, betaalbare woning te vinden (Razenberg et al., 2015). Vaak moeten ze bij het aangaan van een huurcontract een extra maand huur als borg betalen, wat voor mensen die nog geen werk hebben of op het gebied van arbeid benadeeld worden (denk aan salaris dat niet wordt uitbetaald, te weinig uren werk om rond te komen) niet altijd haalbaar is (Razenberg et al., 2015). Binnen de particuliere woningmarkt is relatief vaak sprake van achterstallig onderhoud, overbewoning en een hoge doorloop (’t Hart, 2015). Dit kan leiden tot onveilige en onhygiënische situaties die ten koste kunnen gaan van de sociale cohesie en het woongenot van buurtbewoners. Het komt voor dat verhuurders EU-migranten niet toestaan zich op het woonadres te registreren, bijvoorbeeld wanneer de woning illegaal wordt verhuurd (Razenberg et al., 2015). Dit belemmert hen vervolgens in de inschrijving, waardoor zij in een extra kwetsbare positie verkeren: ze kunnen dan de (verplichte) zorgverzekering vaak niet aanvragen en kunnen moeilijk bewijzen waar ze recht op hebben wanneer ze werk- en/of dakloos raken.

Eén van de grootste zorgen rondom de woonpositie van EU-arbeidsmigranten in Nederland is het ontstaan van overlast voor de buurt en omgeving, vaak als gevolg van overbewoning en alcoholmisbruik (Vols & Crooy, 2011). In andere onderzoeken wordt daarentegen geconcludeerd dat alcoholmisbruik en overlast, veroorzaakt door EU-arbeidsmigranten, statistisch gezien juist beperkt zijn (Saraber, 2009; Korf, 2009). Daarnaast suggereert onderzoek van Venema et al. (2017) dat in gebieden met hoge concentraties EU-arbeidsmigranten (in dit onderzoek specifiek Polen in de gemeente Westland), zij veelal gesegregeerd leven van andere bewoners. Mogelijk is dit ook in Rotterdamse wijken met hoge populaties EU-arbeidsmigranten het geval. Arbeidsuitbuiting in Rotterdam In de stad Rotterdam, zo wordt geschreven in het Actieprogramma EU-arbeidsmigranten 2021-2025, zijn er nauwelijks aantoonbare signalen van arbeidsuitbuiting, waardoor er geen gefundeerde indicatie is van de omvang van het probleem in de stad. Wel zijn er vermoedens en signalen bekend, zoals slapen op de werkplek, illegale arbeid en overbewoning in combinatie met slechte huisvesting en hoge huren (Inspectie SZW, 2019). Het vermoeden is dat met name EU-arbeidsmigranten het slachtoffer dreigen te worden van arbeidsuitbuiting. Risbo deed in 2017 onderzoek naar de 25

Hoofdstuk 3 schaduweffecten van EU-arbeidsmigratie in Rotterdam . Toen concludeerden wij dat door de toenemende concurrentie op de arbeidsmarkt er vaak sprake was van onzekere omstandigheden voor EU-arbeidsmigranten. Doordat een deel van deze migranten bereid was werk te accepteren onder slechte voorwaarden ontstonden er meer kansen op uitbuiting (Seidler et al 2017: 7). Daarbij werd in het bijzonder aandacht geschonken aan EU-arbeidsmigranten die niet geregistreerd waren in de BRP, en hierdoor buiten beeld van de instanties bleven. Fairwork en Stichting Humanitas (2021) voerden recentelijk een quickscan uit naar arbeidsuitbuiting onder Europese arbeidsmigranten in Carnisse en Oud Charlois. De verkenning geeft een eerste beeld van arbeids- en andere misstanden waar arbeidsmigranten in Rotterdam mee te maken krijgen. Zo blijkt dat veel arbeidsmigranten hun (arbeids)rechten onvoldoende kennen. Er zijn veel organisaties actief in de ondersteuning van deze doelgroep, maar de kennis en vaardigheden om signalen van arbeidsuitbuiting te herkennen en door te zetten naar de juiste instanties ontbreekt bij velen. Het overgrote deel van de Europese arbeidsmigranten is uitzendkracht en hun problemen hebben veelal te maken met de manier waarop de uitzendsector georganiseerd is.

Bovendien heeft de coronapandemie de kwetsbaarheid van werkers en bestaansonzekerheid groter gemaakt en de aanpak van al bestaande knelpunten nog urgenter.

3.4 Conclusie Dit literatuuronderzoek had als doel om een beter begrip te krijgen van de elementen die in dit onderzoek centraal staan, namelijk arbeidsuitbuiting en sociale cohesie. Aanvullend is op basis van bestaande literatuur een eerste schets gegeven van de positie van EU-arbeidsmigranten op het gebied van werken en wonen. Op veel vlakken blijkt de situatie vergelijkbaar met circa vijf jaar geleden toen we de schaduwzijden van EU-arbeidsuitbuiting onderzochten (Seidler et al 2017). Destijds kwam aan het licht dat met name de afhankelijkheidspositie van EU-arbeidsmigranten aan de onderkant van de arbeidsmarkt, die pas kort in Nederland verbleven, zorgwekkend was. Ondanks dat de overheid heeft ingezet op de bestrijding van onwenselijke praktijken (bijvoorbeeld via de WAS), lijkt het beeld van de afhankelijkheidsrelatie van arbeidsmigranten op het gebied van werken en wonen onveranderd.

26

4.

Wijkschetsen De drie focuswijken die in dit onderzoek centraal staan, behoren alle drie tot het stadsgebied ‘Charlois’, dat is opgebouwd uit tien wijken. De wijken Oud Charlois, de Tarwewijk en Carnisse liggen in het noordelijk deel van het stadsgebied. Dit hoofdstuk is bedoeld om een beeld te vormen van deze wijken op basis van kwantitatieve data van de gemeente, gesprekken met professionals uit de wijken en wijkbezoeken van de onderzoekers die het veldwerk in de wijk hebben verricht. Eerst wordt ingegaan op de data uit het wijkprofiel, vervolgens wordt per wijk een korte schets gegeven.

4.1 Profiel en wijkkenmerken De gemeente Rotterdam gebruikt sinds 2014 het wijkprofiel om te monitoren hoe wijken en gebieden zich ontwikkelen op sociaal, fysiek en veiligheidsgebied. Het wijkprofiel is opgebouwd uit drie componenten: de fysieke index, veiligheidsindex en sociale index. In het wijkprofiel worden verschillende statistieken gecombineerd met de beleving van bewoners.7 De fysieke index heeft betrekking op de voorzieningen en staat van de wijk. Daarbij is er aandacht voor wonen, openbare ruimte, voorzieningen en milieu. In de sociale index wordt gesproken over zelfredzaamheid, samenredzaamheid, participatie en binding. De veiligheidsindex bestaat uit de aspecten diefstal, geweld, inbraak, vandalisme, overlast en veiligheidsbeleving. Figuur 4.1 geeft een overzicht van de scores op de fysieke, sociale en veiligheidsindex voor de gemeente Rotterdam, stadsgebied Charlois en de drie focuswijken. 120

110 105 100

107

104 97 90

92 87

85

80

95 85

84

89

80 66 60

40

20

0 Fysieke index Rotterdam

Sociale index Charlois

Carnisse

Tarwewijk

Veiligheidsindex Oud-Charlois

Figuur 4.1: scores op de fysieke, sociale en veiligheidsindex naar gebied Bron: Wijkprofiel gemeente Rotterdam 2022

7

Hoewel in Rotterdam ingeschreven EU-arbeidsmigranten ook deel uit maken van de onderzoekspopulatie, is de veronderstelling dat de respons onder deze groep zeer beperkt is, bijvoorbeeld door een taalbarrière.

Hoofdstuk 4 De wijken die in dit onderzoek centraal staan scoren lager dan het Rotterdams gemiddelde op de verschillende dimensies van het wijkprofiel. Vooral wat betreft de sociale index en veiligheidsindex scoren de wijken onder gemiddeld. Wanneer we de scores van de focuswijken vergelijken met het stadsgebied Charlois dan valt op dat de scores voor Oud Charlois hoger liggen dan het gemiddelde in dit gebied. Van de drie focuswijken scoort Carnisse het laagst op alle drie de onderdelen. De scores voor de Tarwewijk liggen tussen die van Carnisse en Oud Charlois in voor wat betreft de sociale en veiligheidsindex. Op de fysieke index scoort deze wijk het laagst van de onderzochte wijken. Een nadere analyse van de onderliggende indicatoren lijkt erop te duiden dat deze lage scores voornamelijk worden veroorzaakt door aspecten die samenhangen met de beleving van bewoners (zie tabel b4.1 in de bijlage. In het bijzonder het oordeel van de kwaliteit van leven en participatie (subjectief) is erg laag. Omdat er inmiddels vijf metingen voor het wijkprofiel zijn uitgevoerd, is het mogelijk een vergelijking in de tijd te maken (zie tabel b4.2 in de bijlage). Uit deze vergelijking komt naar voren dat met name de sociale index is verslechterd sinds de meting in 2018. Dit geldt in het bijzonder voor Carnisse.

Hoewel in het algemeen de score op de veiligheidsindex tussen 2016 en 20202 is verbeterd, blijven de scores in de focuswijken achter bij de rest van Rotterdam. Wijkkenmerken Op basis van het literatuuronderzoek is bekend dat arbeidsmigranten vaak in wijken wonen waar veel woningaanbod is dat past bij hun situatie. Om deze reden is in figuren 4.2 tot en met 4.6 een aantal gegevens afkomstig van onderzoek010 opgenomen met betrekking tot de woningvoorraad, de bevolking en het inkomen van inwoners van Rotterdam, het stadsgebied Charlois en de drie focuswijken. 60 50,8 50 44,1

44,9

43,1

40

37,2 34,3 31,3

30

32,1

30,3

30,1

29,7

25,6 21,3

20,2

18,0

20

10

0 Rotterdam

Charlois

Carnisse Particulier

Corporaties

Tarwewijk

Oud-Charlois

Koop

Figuur 4.2: Woningvoorraad naar type bezit en gebied (01-01-2021) Bron: onderzoek 010

Uit figuur 4.2 valt op te maken dat de woningvoorraad in Carnisse en de Tarwewijk uit relatief veel particuliere huurwoningen bestaat (respectievelijk 50,8% en 44,9%) in vergelijking met het gemiddelde in Charlois (30,1%) en Rotterdam (21,3%). Het aandeel corporatieverhuur en koopwoningen is juist relatief laag. Dit geldt in het bijzonder voor Carnisse waar slechts 18,0 procent 28

Wijkschetsen van de woningvoorraad in het bezit is van een woningcorporatie. De woningvoorraad in Oud Charlois is gelijker verdeeld dan in de andere focuswijken. In vergelijking met het Rotterdamse gemiddelde is de particuliere huursector iets en het aandeel koopwoningen iets kleiner dan gemiddeld. De woningvoorraad in de wijken is relatief oud (zie tabel b4.3 in de bijlage). Het percentage woningen dat na 1959 is gebouwd is in vergelijking met het Rotterdams gemiddelde beperkt. Dit geldt in het bijzonder voor de Tarwewijk en Carnisse. In Oud Charlois is ongeveer een derde van de woningen na 1959 gebouwd. In de Tarwewijk is bijna vier op de vijf woningen (79,8%) voor 1945 gebouwd. Dit aandeel is veel hoger dan gemiddeld in zowel Rotterdam als Charlois. Het aandeel woningen dat na 1959 is gebouwd is daar slechts 12 procent. Samenhangend met het bouwjaar en de relatief kleine oppervlakte van de woningen, zien we dat een groot deel van de woningen in Charlois (68,7 procent) een relatief lage WOZ-waarde heeft (minder dan €175.000,-). In Rotterdam is dit gemiddeld 31,7 procent. In Carnisse en de Tarwewijk zijn deze percentages met respectievelijk 89,7 procent en 81,6 procent fors hoger (zie tabel b4.3 in de bijlage).

Het aandeel woningen met een lage WOZ-waarde in Oud Charlois (60,9 procent) is kleiner dan gemiddeld in Charlois maar nog steeds bijna twee keer zo groot als gemiddeld in Rotterdam. Figuur 4.3 heeft betrekking op de bevolkingssamenstelling in de wijken. 70 60,7 60 50

53,8

49,3

47,1

44,6

40

44,3

36,5 32,1

30

29,4

26,3 20,2

19,1

20

14,2

14,1 8,3

10 0 NL

Ov. Eu Rotterdam

Charlois

Carnisse

Overig Tarwewijk

Oud-Charlois

Figuur 4.3: Bevolking naar migratieachtergrond (01-01-2021) Bron: onderzoek 010

Vanwege de focus van dit onderzoek is onderscheid gemaakt tussen drie categorieën, te weten ‘geen migratieachtergrond’ (oftewel een Nederlandse achtergrond, ‘NL’), ‘afkomstig uit de Europese unie’ (ov. EU) en ‘overig’. Onder de categorie ‘overig’ vallen onder andere inwoners met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond. In de focuswijken van dit onderzoek ligt het aandeel inwoners dat afkomstig is uit de Europese Unie ver boven het Rotterdamse gemiddelde. Gemiddeld is dit aandeel in Rotterdam 8,3 procent. In het gebied Charlois is dat 14,1 procent. Dit is ongeveer gelijk aan het aandeel in de wijk Oud Charlois (14,2 procent). In Carnisse (26,3 procent) en de Tarwewijk (19,1 procent) is het aandeel personen groter en is bijna gelijk aan het aandeel inwoners met een Nederlandse achtergrond. Vervolgens wordt een korte schets per wijk gegeven.

29

Hoofdstuk 4

4.2 Tarwewijk De Tarwewijk is tussen 1900 en 1930 gebouwd en diende in de eerste plaats te voorzien in volkshuisvesting voor havenarbeiders. De wijk dankt haar naam aan de ligging naast de Maashaven, waar vroeger de graanschepen werden verladen. In de Tarwewijk wonen circa 12.500 mensen. Een wijkprofessional omschrijft het als een arbeiderswijk met een hoge doorstroom en een jonge populatie. Vergeleken met de andere stadswijken op Zuid is de bevolking er inderdaad jong: een kwart van de bevolking is jonger dan 25 jaar, 20 procent van de bevolking is zelfs jonger dan 15 jaar. Daarnaast woont in de wijk een relatief hoog aandeel nietwesterse allochtonen en een bovengemiddeld aandeel personen met een EU-achtergrond. Dit laatste geldt voor iets minder dan 20 procent van de inwoners tegenover 8,3 procent in Rotterdam gemiddeld. Een wijkprofessional geeft aan dat in de Tarwewijk vooral een Bulgaarse gemeenschap zichtbaar is en dat dit ook de belangrijkste groep is die nu instroomt. Dit laatste is logisch, vindt de respondent, omdat mensen die dezelfde achtergrond hebben en dezelfde taal spreken elkaar opzoeken. In de Tarwewijk staan ruim 5.800 woningen. Het overgrote deel is gestapelde woningbouw, slechts acht procent bestaat uit eengezinswoningen. Toch is dat niet bepalend voor het beeld van de Tarwewijk.

De gestapelde woningen bevinden zich in de vele randen en in de Mijnkintbuurt. Ruim een derde van de woningvoorraad is eigendom van corporaties. Het aandeel particuliere verhuur is iets kleiner dan een derde. Het aandeel eigenaar-bewoners is 29,7 procent. De wijk heeft de vorm van een driehoek en wordt omsloten door drie grote verkeersaders. Het karakter wordt bepaald door de grote (verkeers)structuren die langs of door de wijk lopen zoals de Pleinweg, Dordtselaan, Brielselaan en de metrolijn. Deze zorgen voor goede verbindingen van de wijk met de binnenstad of de Ruit, maar roepen tegelijkertijd de associatie van verkeersdrukte en overlast op. Rond de Tarwewijk liggen wel herkenningspunten als de Maashaven, met de Maassilo en andere markante havengebouwen, en het Zuidplein en Ahoy, maar deze identiteitsdragers zijn vooral op het schaalniveau van Zuid van betekenis en niet zozeer kenmerkend voor de Tarwewijk. De Tarwewijk wordt gekenmerkt door haar stevige, drukke randen en rustige binnengebieden. Door deze structuur valt de Tarwewijk uiteen in een aantal aparte buurten: de Verschoor-buurt in het westen, afgezoomd door de Pleinweg, Brielselaan en Wolphaertsbocht, de opgeknapte Millinxbuurt in het oosten, omgeven door de Pleinweg, Mijnsheerenlaan en Dordtselaan en tot slot het grotere middengebied tussen Katendrechtse Lagedijk, Brielselaan, Mijnsheerenlaan en Pleinweg.

Dit gebied kent een duidelijk onderscheid tussen het noordelijk deel en het zuidelijk deel. Het noordelijk deel omvat de Tarwebuurt met grondgebonden woningen. De buurt ten oosten van de Hoogvlietstraat is meer gemengd met vooroorlogse bebouwing en individuele panden. Het zuidelijk deel van het gebied met de Mijnkintbuurt is vergelijkbaar met grote delen van Carnisse (m.n. Eilandenbuurt) en bestaat uit gestapelde portiekwoningen. Hoewel er altijd een deel bewoners is dat hun hele leven in de buurt blijft, zien professionals een hoge doorstroom. Dit zou met name gelden voor mensen in de lagere sociale klasse, waaronder veel OostEuropese arbeidsmigranten, die zich opwerken en zich verplaatsen naar betere wijken. Daarnaast is volgens deze respondent de anonimiteit groot, wat “een bepaald soort volk” trekt. Zo zouden mensen die betrokken zijn bij criminaliteit en daarom niet willen opvallen gemakkelijker onder de radar kunnen blijven in zulke wijken. De hoge doorstroom kan sociale binding met de wijk belemmeren en zelfs tot botsingen leiden tussen mensen met een vestigings- en doorgangsmentaliteit (NPRZ, 2013).

4.3 Carnisse Carnisse ontstond door het bouwen van arbeiderswoningen langs de Katendrechtse Lagedijk vanaf 1899, en bleef tussen 1900 en 1950 groeien als gevolg van de behoefte aan huisvesting voor nieuwe (haven)arbeiders. Zij grenst in het westen aan de wijk Oud Charlois, in het noordoosten aan de Tarwewijk en in het oosten aan Zuidplein, met het Zuiderpark in het zuiden als ‘achtertuin’. De wijk telde in 2020 11.775 inwoners. Iets meer dan 30 procent is autochtoon, ongeveer hetzelfde percentage heeft een westerse migratieachtergrond; bijna 40 procent heeft een niet-westerse 30

Wijkschetsen migratieachtergrond. Volwassenen tussen de 18 en 54 jaar zijn goed voor 66 procent van de inwoners, er wonen relatief weinig kinderen en ouderen in de wijk. Een professional die actief is in Carnisse onderscheidt drie groepen bewoners: (1) een hechte groep oude bewoners, onder wie een “dorpsgevoel” heerst, (2) EU-arbeidsmigranten en (3) nieuwkomers die in nieuwbouw (met hogere WOZ-waarde) zijn komen wonen. De verschillende verwachtingen van deze bewoners leidt soms tot spanning, vertelt een professional. Een andere wijkprofessional geeft aan dat de meeste arbeidsmigranten in de wijk van Poolse afkomst zijn, met Bulgaren als tweede grootste groep. Daarnaast wonen er Hongaren, Slovaken en Roemenen, hoewel deze vaak niet terugkomen in de registratiesystemen. Tegenwoordig zijn ook mensen uit de voormalige Sovjet-Unie (bijv. Estland, Letland, Litouwen) meer zichtbaar in de wijk. Deze respondent vermoedt dat een op de vijf migranten niet geregistreerd is. Carnisse heeft in totaal bijna 6.200 woningen, waarvan veel twee- en driekamer portiekwoningen die vooral worden bewoond door een- en tweepersoonshuishoudens. Ruim de helft van de inwoners bewoont een portiekwoning, 27 procent een benedenwoning en elf procent een bovenwoning.

Ook wordt er gebruik gemaakt van het feit dat veel migranten geen parkeervergunning krijgen; particuliere parkeerplekken zijn te huur in tuinen van bewoners. Verder zien geïnterviewden een hoge doorstroom, waardoor de populatie in de wijk steeds veranderlijk is. Uit observaties in de wijk wordt duidelijk dat er grote verschillen bestaan binnen de wijk. Mooie stukken worden afgewisseld met delen die een verloederde indruk maken. Op een klein aantal plekken zijn er groene pleintjes en mooie gesitueerde straten. Zo loopt door de wijk een singel met een ruim opgezette laan. Op de plekken waar wel groen is, vindt volgens een respondent veel overlast plaats. Aan de andere kant is er op veel plekken nieuwbouw. In een ander deel van de wijk is recent gesloopt en is een stuk braakliggend terrein waar de gemeente samen met de bewoners tijdelijke beplanting heeft aangebracht. In de wijk zijn veel winkels en voorzieningen aanwezig. Opvallend is het relatief grote aantal winkels dat gericht is op EU-arbeidsmigranten. Een wijkprofessional dat de gemeente probeert het aanzicht van de wijk te verbeteren, bijvoorbeeld door geveltuintjes te stimuleren. Ook medewerkers van de gemeente zijn actief om samen met bewoners de wijk te verbeteren.

4.4 Oud Charlois Het vroegere dorp Charlois vormt de historische kern van de wijk Oud Charlois, die wordt begrensd door de Nieuwe Maas (noord), de Dorpsweg (oost), de Kromme Zandweg (zuid) en de Waalhaven (west). 1462 wordt gezien als stichtingsjaar van Charlois, toen leenheer Karel de Stoute bij akte liet vastleggen dat het gebied Charollais zou heten, vernoemd naar het Franse Charolais waarvan hij ook graaf was. Het werd in 1895 door Rotterdam geannexeerd, waarmee Rotterdam haar havenactiviteiten op de zuidoever uitbreidde. Oud Charlois telde in 2020 13.845 inwoners en bestaat vooral uit eenpersoonshuishoudens (47%). 30 procent woont in een portiekwoning, ongeveer een kwart in een benedenwoning en vijftien procent in een bovenwoning. Daarnaast bewoont negen procent een flat. Oud Charlois heeft ongeveer 6.800 woningen waarvan iets minder dan een kwart een portiekwoning zonder lift betreft. Iets meer dan een vijfde van de woningen is een benedenwoning en ongeveer tien procent is een eengezinswoning. Een professional die actief is in de wijken geeft aan dat veel EU-migranten in Oud Charlois via particuliere huur wonen en er relatief weinig verhuur door woningbouwcorporaties plaatsvindt.

Vooral in de Zuidhoek en enkele andere straten (Zegenstraat, Sperwerstraat, Spechtstraat, Portlandstraat, Pendrechtstraat) vindt volgens de respondent veel particuliere verhuur plaats, waaronder aan Polen. Sommige EU-migranten hebben hier bovendien een huis kunnen kopen. De respondent ziet aan op straat geplaatste huisraad dat er veel woningwisselingen zijn, bijvoorbeeld wanneer migranten terugkeren naar het land van herkomst. De wijk telt veel actieve bewonersgroepen die zich inzetten voor hun medebewoners en voor verbeteringen in de wijk. Een wijkprofessional geeft aan dat er af en toe EU-migranten zijn die zelf aan de slag gaan om de wijk op te knappen (er wordt bijvoorbeeld gevraagd naar afvalknijpers), maar dat vrijwel alle initiatieven door niet-EU-migranten zijn. Betrokken, actieve bewoners met een EU31

Hoofdstuk 4 migratieachtergrond zijn vaak Polen die zich inmiddels thuis voelen in Nederland en willen bijdragen. De respondent geeft echter aan dat er een hoog verloop in de wijk is en er daardoor weinig binding is, het aandeel betrokken EU-migranten is dus beperkt. Oud Charlois lijkt enigszins af te wijken van de andere wijken, niet alleen qua scores op de wijkindex en wijkkenmerken maar ook qua sociaal klimaat. Er lijkt meer een “dorpsgevoel” te bestaan in de wijk. Bewoners vertellen goed met elkaar om te gaan en graag in de buurt te wonen. Dit neemt niet weg dat er ook in Oud Charlois kwetsbare delen zijn die een verloederde indruk maken.

4.5 Conclusie Op basis van de data van de gemeente, lijken Oud Charlois en met name Carnisse en de Tarwewijk een aantal overeenkomsten te vertonen. Zo weten we dat deze wijken laag scoren op de wijkindex. Het valt op dat in deze wijken de scores op belevingsindicatoren bijna altijd (veel) negatiever zijn dan de objectieve indicatoren. Met andere woorden lijkt er dus deels sprake van een negatief sentiment. Een andere overeenkomst is de woningvoorraad. In de wijken is sprake van een relatief groot aandeelparticuliere huur, zijn de woningen oud (voor 1945), relatief klein en hebben vaak een lage WOZwaarde. Dit maakt deze wijken aantrekkelijk voor EU-arbeidsmigranten die vaak minder eisen stellen aan hun woningen en niet in aanmerking komen voor sociale huur of koopwoningen. Tegelijkertijd betekent dit dat er naast de EU-arbeidsmigranten veel kwetsbare bewoners in de wijk leven. Tot slot dient opgemerkt te worden dat het profiel van Oud Charlois enigszins afwijkt van de andere focuswijken. Zo scoort de wijk beter op de verschillende indexen van het wijkprofiel en zien we dat er minder particuliere huurwoningen in deze wijk terug te vinden zijn. Uit de gesprekken met wijkprofessionals ontstaat het beeld dat met name in Carnisse het zwaartepunt van de problematiek ligt.

Specifiek voor deze wijk is dat er wordt gesproken over drie groepen: de bewoners die er al decennia wonen, EU-arbeidsmigranten (circa 25% van de bewoners) en nieuwe bewoners die in nieuwbouw (koop)woningen zijn komen wonen. De groepen stellen verschillende eisen aan hun woning en leefomgeving. Deze verschillende opvattingen kunnen leiden tot spanningen in de wijk. Ook zien we dat er in Carnisse (maar bijvoorbeeld ook in de Tarwewijk) relatief veel Poolse en een aantal Bulgaarse winkels zijn en dat in de wijken mooie stukken afgewisseld worden met delen die er rommelig en grauw uitzien.

32

5.

Professionals en bewoners aan het woord In de voorgaande hoofdstukken zijn op basis van literatuur en statistieken de belangrijkste context en kaders in beeld gebracht. In dit hoofdstuk laten we de professionals en bewoners, waaronder EUarbeidsmigranten, aan het woord. Allereerst brengen we in kaart welke groepen EU-migranten in Carnisse, de Tarwewijk en Oud Charlois aanwezig zijn en wat hen kenmerkt. Ten tweede kijken we naar de mate waarin arbeidsuitbuiting voor komt onder deze migranten en in welke verschijningsvormen. Ten derde behandelen we de woonsituatie van de migranten: wat is hun positie op de woningmarkt, wat is het beeld over de ‘doorstroom’ en is er sprake van samenhang tussen hun werk-en woonsituatie? Als laatste gebruiken we de data uit de gesprekken met zowel EUarbeidsmigranten als overige buurtbewoners – waar relevant, aangevuld met uitspraken door experts of wijkprofessionals – om een beeld te krijgen van het sociale leven en de sociale samenhang in de wijken. In een aantal kaders staat de verhalen van EU-arbeidsmigranten uitgelicht. De namen van de mensen die aan het woord komen zijn gefingeerd. Overigens is het van belang dat de lezer zich realiseert dat de bevindingen gebaseerd zijn op ervaringen, signalen, aanwijzingen en interpretaties van de werkelijkheid door de respondenten. Harde beweringen zijn op basis van de gesprekken met de experts niet te doen.

Wie zijn de arbeidsmigranten in de drie wijken? In wat volgt, gaan we na in hoeverre arbeidsuitbuiting voorkomt onder EU-arbeidsmigranten in Carnisse, de Tarwewijk en Oud Charlois en welke arbeidsmigranten er het meest kwetsbaar voor zijn. In de drie wijken zijn arbeidsmigranten aanwezig uit een groot aantal landen, waarbij sommige – met name Polen – meer zichtbaar zijn, omdat in absolute aantallen de groep het grootst is, terwijl andere groepen – zoals Wit-Russen en Oekraïners– veel minder zichtbaar zijn. Meestal spreken professionals over Polen, omdat zij de grootste groep vormen in de wijk,van wie een deel er ook al het langst verblijft. De groep Polen wordt onderscheiden in twee groepen. De ene groep bestaat uit mensen die hier al lang zijn (> 5jaar) en die zich intussen min of meer permanent gevestigd lijken te hebben in de Nederlandse samenleving, hoewel het spreken van de Nederlandse taal een probleem blijft. Ook lijken er steeds meer Poolse gezinnen in de wijken te wonen, wier kinderen hier op school zitten. Op basis van de gesprekken komt naar voren dat er onder EU-arbeidsmigranten weinig opwaartse mobiliteit zichtbaar is. Ze blijven afhankelijk van de arbeidscircuits die hen weinig zekerheid bieden. Wellicht heeft dat te maken met hun opleidings- en taalniveau, maar ook met het netwerk waar ze in verkeren.

Uit de gesprekken met professionals komt een grotendeels eenduidig beeld naar van voren van EUarbeidsmigranten die via uitzendbureaus werkzaam zijn aan de onderkant van de arbeidsmarkt, ook al zijn zij al langere tijd in Nederland gevestigd. “De Polen die ik nog zie zijn zich duurzaam aan het vestigen in Nederland. Dat zijn gezinnen, kinderen gaan naar school. Dat zijn blijvertjes. Die bouwen hun eigen leven op. Ze wonen in hun eigen huis en als ze kinderen hebben dan zijn het sleutelkinderen, en papa en mama zijn tien, twaalf uur per dag weg. Maken nog wel gebruik van het arbeidsnetwerk. Qua werken zitten ze nog steeds in hetzelfde circuit. Je ziet ze nog niet richting reguliere arbeidsmarkt stromen, ik zie ze nog steeds ‘ s morgens in de busjes vertrekken en ’ s middags komen ze met hele grote groepen terug” (#7)

Hoofdstuk 5 Tevens blijkt dat, ook al maken mensen Assen en Fidanka, Bulgarije opwaartse mobiliteit, in die zin dat ze van We ontmoeten een Bulgaars stel tussen de 30 en 40 een tijdelijk naar een vast contract gaan, jaar met twee kinderen. Een van de kinderen is zwaar dat ze toch heel lange dagen blijven maken gehandicapt. Onder andere voor zijn zorg zijn ze naar en dat ze zwaar werk blijven verrichten. Nederland gekomen. Sinds drie jaar wonen ze in een Een tweede groep is die van Poolse appartement waar ze ook geregistreerd zijn, maar nieuwkomers, al lijkt die groep af te het wordt niet duidelijk sinds hoelang ze in Nederland nemen. Hun positie is over het algemeen zijn. Uit het gesprek lijkt door te schemeren dat ze al slechter dan die van de groep Polen die veel langer in Nederland wonen maar ze willen daar hier al langer verblijft, omdat zij over het niet veel over kwijt. algemeen een zwakkere arbeidspositie De familie woont particulier en betaalt ongeveer hebben dan de andere groep, vaak 1100 euro per maand (inclusief). Er is een slaapkamer afhankelijk zijn van een huisvestingscircuit en een woonkamer, het appartement is klein voor de waarin hoge huurprijzen gevraagd worden familie, maar het is redelijk goed onderhouden. en maar weinig steun en hulp weten te Op dit moment zijn allebei de moeder en de vader ontvangen van hun landgenoten die hier al werkloos.

De vader is arbeidsongeschikt – hij deed langer zijn. De vraag is waarom er sprake fysiek werk, maar door gezondheidsproblemen moest is van diversiteit binnen de Poolse groep. hij stoppen met werken. De vrouw zorgt voor de Sommigen lijken het namelijk beter te kinderen. De man is vooral bezig met het regelen van doen dan anderen en dat heeft wellicht verschillende toeslagen. Omdat ze geen Nederlands niet alleen te maken met het aantal jaren spreken, heeft de vader daarbij veel hulp nodig. De dat ze in Nederland verblijven. Misschien geïnterviewde heeft de indruk dat hij gediscrimineerd gaat het om populaties die afkomstig zijn wordt omdat hij ongeletterd is en uit het buitenland uit andere delen van Polen waardoor de komt en daardoor problemen met het regelen van ene groep makkelijker de weg vindt dan de toeslagen ervaart. Toen de man nog werkzaam was, andere. Maar helemaal zeker weten we dit moest hij heel vaak zwartwerken omdat hij geen niet. Daarvoor is verder onderzoek nodig. vaste woonplek had. De familie heeft toen ook veel Behalve Polen, is er ook sprake van schulden opgebouwd. Roemenen en Bulgaren, bestaande uit zowel Bulgaarse staatsburgers, de Turkse minderheid als Roma uit Bulgarije waarvan bekend is dat zij allang tewerk gesteld worden in Nederland.

Door hun achtergronden – Bulgaarse migranten komen meestal uit arme streken – zouden deze migranten instemmen met de meest inferieure werkomstandigheden, daar waar een deel van de Poolse arbeidsmigranten stilaan steeds meer voor hun rechten lijkt op te komen. Meerdere professionals geven tijdens gesprekken aan dat de positie van de groep Poolse arbeidsmigranten de afgelopen jaren versterkt lijkt en andere groepen in de positie verkeren waarin voorheen veel Poolse arbeidsmigranten verkeerden. Een professional vertelt daarover: “Roemenen en Bulgaren werken eigenlijk op dezelfde manier als Polen werkten, ze werken voor uitzendbureaus die ook voor huisvesting zorgen. Soms werken ze voor grote ondernemingen maar vaak weten ze ’s ochtends niet waar ze die dag zullen werken.” (#7). Verder blijken andere groepen arbeidsmigranten de wijken in te stromen op zoek naar werk en huisvesting in Nederland. Andere groepen die genoemd worden zijn Roemen, Bulgaren, Letten en Litouwers. Over hen wordt gezegd dat ze kwetsbaarder zijn dan bijvoorbeeld Poolse migranten en vaker misleid worden door uitzendbureaus die niet altijd het beste met hen voor hebben. Een respondent geeft echter aan dat personen uit deze landen vaker op tijdelijke basis naar Nederland 34

Professionals en bewoners aan het woord komen, bijvoorbeeld voor seizoensgebonden arbeid en lijken zij in de ogen van de respondent eerder terug te keren wanneer zij hun baan verliezen. “En je ziet dat het bij deze groepen wat vaker misgaat dan bij de Polen. De Polen zijn al wat mondiger, accepteren niet meer alles, worden ook veel minder makkelijk misleid. (…) Je hebt er ook bij die nu puur alleen voor de seizoenen komen. En sommigen komen ook al jaren, maar altijd op dezelfde plaats, in dezelfde periode. Dat soort patronen zie je ook, ja en met name de wat nieuwere: Bulgaren, Roemenen, Oekraïners. Die zijn er meestal voor even, als die zonder werk raken, dan weten ze vaak niet waar ze ander werk moeten vinden en dan gaan ze vaak terug” (#13). Dit betekent echter niet dat het nu met alle Polen goed gaat. Zoals hiervoor opgemerkt lijken EUarbeidsmigranten met name kwetsbaar wanneer zij kort gevestigd zijn. Zij lijken dan een sterkere afhankelijkheid van de werkgever te hebben voor wat betreft wonen en werken. Ten slotte wordt er door verschillende professionals melding gemaakt van arbeidsmigranten van buiten de EU die in Nederland komen werken via een detacheringsconstructie elders in de EU. Daarbij wordt specifiek genoemd dat het vaak bedrijven betreft die zogenaamd in Polen gevestigd zijn.

Van veel van deze bedrijven bestaat de indruk dat het postbusbedrijven zijn die enkel bestaan om goedkope arbeid elders in de EU in te kunnen zetten. De arbeiders krijgen een werkvergunning in Polen en worden vervolgens gedetacheerd aan een Nederlands bedrijf. Dit zou met name veel in de transportsector voor komen. Bovendien wordt melding gemaakt van handel in paspoorten om arbeiders die niet uit een EU-land komen toch in Nederland te laten werken. Dat zou met name gelden voor derdelanders (Wit Russen, Oekraïners, etc.). Dergelijke constructies kunnen, vanwege het gebrek aan transparantie eraan bijdragen dat de betreffende werknemers vervolgens in Nederland uitgebuit worden, omdat de bedrijven waar het over gaat zich wellicht makkelijker kunnen onttrekken aan de Nederlandse wetgeving.

5.1 Werken Het soort arbeid dat EU-arbeidsmigranten die in focuswijken woonachtig zijn doen, komt overeen met het bekende beeld. Het grootste deel van de arbeidsmigranten werkt in sectoren als de bouw, distributie, vleesverwerking en de groente – en fruitteelt. De EU-arbeidsmigranten die in Rotterdam wonen werken voor de grote meerderheid buiten de gemeente. Zij zouden met name werken in het Westland en Lansingerland. Om naar het werk te komen, pendelen zij vaak met busjes of samen met een collega die kan beschikken over een auto van het uitzendbureau. Soms verzamelen ze zich in het huis van de werkgever en worden ze vanaf daar in lichtingen naar het werk gebracht. Naast de arbeidsmigranten, die in de gekende sectoren werken, zouden sommigen tewerkgesteld worden in het criminele circuit. Vooral nieuwkomers die hier nog niet zoveel ervaring hebben opgedaan zouden voor dit soort klussen worden geworven. Volgens een professional doet dit probleem zich vooral voor onder Bulgaren, maar het is onduidelijk of het alleen deze groep betreft en welke circuits hier mogelijk achter zitten. “En van Bulgaren zie je dat ze ook wel vaak worden tewerkgesteld in het criminele circuit. Hennep knippen of het rollen van joints, het in zakjes stoppen bijvoorbeeld. Dat is allemaal het voorbereidende werk en daar heb je heel veel handjes voor nodig. En daar worden dit soort mensen voor ingezet.

En die zijn ook bereid om het te doen, die halen hun schouders op.” (#7) 35

Hoofdstuk 5 Een professional die zich bezighoudt met daklozen signaleert daarnaast een klein circuit van Russischsprekende migranten die zwartwerken en door hun abominabele positie vaak op straat terecht komen. Het gaat met name om Litouwers, Letlanders en Oekraïners (een kleine groep van ongeveer twintig mensen op jaarbasis). Hoe het zwarte circuit geregeld wordt en waarom met name Russischsprekende migranten erin terecht komen, blijft vooralsnog een raadsel. Hoe komen zij aan werk? Veruit het grootste gedeelte van de EU-arbeidsmigranten werkt via uitzendbureaus voor werkgevers in Nederland. Daarnaast lijkt met name in de bouwsector een groot aantal EU-arbeidsmigranten als ZZP’er actief. Een aantal professionals geeft aan het vermoeden te hebben dat een deel van deze ZZP’ers in feite schijnzelfstandigen zijn die voor anderen werken. Professionals benoemen een aantal verschillende manieren waarop EU-arbeidsmigranten werk vinden in Nederland. Uit de verhalen van professionals en arbeidsmigranten wordt duidelijk dat veel EU-arbeidsmigranten geworven worden in hun land van herkomst. Daarbij lijkt er een aantal vormen te zijn die onder verschillende herkomstgroepen voor komen. Het zou daarbij vaak gaan om afzonderlijke circuits die zorgen dat migranten naar Nederland kunnen komen om te werken. De werving van EU-arbeidsmigranten geschiedt op verschillende manieren.

Er worden voorbeelden gegeven van mond-tot-mondreclame en advertenties maar ook van arbeidsmigranten die zelf vanwege een uitzichtloze situatie in het land van herkomst een uitzendbureau binnen lopen. “Op de een of andere manier gaat het bij Polen veel via mond tot mond reclame. Want er is heel veel soort van hoop van Nederland is het wel: we moeten daar heen, daar kan je echt goed verdienen en noem maar op. (…) Wat er dan wordt gedaan is vaak, mensen zijn arm, die gaan dan zo’n uitzendbureau binnen lopen, die hebben alle papieren verzameld, ondertekenen een contract dat ze in Nederland fulltime kunnen werken.” (#11). Daarnaast lijken sommige connecties per toeval te ontstaan. Bijvoorbeeld doordat in het verleden een klein groepje mensen uit een bepaald gebied zich in Rotterdam heeft gevestigd. Verschillende respondenten vertellen ons dat er actieve wervingsacties hebben plaatsgevonden in Roemenië en bijvoorbeeld Slowakije – soms via internet – hoewel details hiervan niet bekend zijn. Hoewel mensen op verschillende manieren geworven worden, is de manier waarop men naar Nederland komt vaak hetzelfde. EU-arbeidsmigranten krijgen een all-in pakket aangeboden waarbij zij werk- en woonruimte aangeboden krijgen. Uit de gesprekken met EU-arbeidsmigranten blijkt overigens dat er ook een deel van de arbeidsmigranten is dat nooit woonruimte via een uitzendbureau heeft gehad.

Deze respondenten vertellen dat zij via contacten van al gevestigde vrienden en familie woonruimte in Rotterdam hebben gevonden en alleen voor werk afhankelijk zijn van een uitzendbureau. Informele netwerken lijken dus een belangrijke rol te spelen. Dit geldt eveneens voor wat betreft het vinden van ander werk. Hoewel een groot deel van de professionals aangeeft dat veel arbeidsmigranten vanwege hun afhankelijkheidspositie moeilijk ander werk kunnen aannemen, zijn er ook arbeidsmigranten die vertellen dat zij in Nederland voor verschillende werkgevers/uitzendbureaus gewerkt hebben. Professionals maken daarnaast melding van EU-arbeidsmigranten die in hun land van herkomst met de belofte van werk in het vooruitzicht naar Nederland worden gelokt. De reis van de arbeidsmigranten wordt vaak voor hen tegen betaling geregeld waarna zij in Nederland contact op dienen te nemen met tussenpersonen. Deze werving lijkt eveneens vaak te gaan via informele netwerken. Met name over deze groep arbeidsmigranten bestaan zorgen. Volgens verschillende 36

Professionals en bewoners aan het woord respondenten spelen de wijkwinkels gericht op EU-arbeidsmigranten relatief vaak een rol bij dit soort constructies. Deze winkels zouden meer doen dan alleen maar producten uit het land van herkomst verkopen. Zo kan men er terecht voor werk en huisvesting en hangen er flyers die je de weg wijzen naar boekhouders die je op weg helpen in de bureaucratie van Nederland. “Dus als je met de Flixbus naar Rotterdam komt, je meldt je daar bij zo’n winkeltje, dan heb je overmorgen werk en onderdak. En de eerste paar honderd euro op je salaris wordt dan gewoon ingehouden. Daar betaal je dan je verblijf mee. En die jongens weten precies in welk circuit ze moeten zijn. Ze klampen op straat een andere Bulgaar aan en die wijst ze wel de weg. Ze hebben het logistiek goed voor mekaar. In dat soort wijken is gewoon een complete schaduweconomie gaande waar we geen zicht op hebben.” (#7) Het is niet de eerste keer dat we stuiten op het “hulpverleningscircuit” van reeds gevestigde migranten, die op die manier veel geld verdienen aan de nieuwkomers (Van San & Seidler, 2018). Soortgelijke verhalen hebben we gehoord over Roemeense en Bulgaarse arbeidsmigranten. De verhalen lijken vaak op elkaar. De arbeidsmigranten komen met eigen vervoer of geregeld vervoer naar Rotterdam en dienen zich ergens te melden waarna ze ergens aan het werk worden gezet.

Overigens zijn de informele netwerken ook een belangrijke bron voor informatie voor EUarbeidsmigranten. Uit de gesprekken komt naar voren dat zij onderling en via sociale media informatie uitwisselen over wonen en werken in Rotterdam.

37

Hoofdstuk 5

Mladen, Bulgarije, 30 jaar We ontmoeten Mladen bij het spreekuur. Hij maakt een gestreste en verwarde indruk en ruikt naar alcohol. Snel blijkt dat hij sinds kort dakloos en werkloos is. Zijn verhaal geeft een inkijk in de erbarmelijke omstandigheden waar een deel van de arbeidsmigranten mee te maken krijgt. Daarom is ervoor gekozen dit verhaal uitgebreider uit te lichten. Mladen is ongeveer 8 maanden geleden naar Nederland gekomen. Hij is met de hulp van een uitzendbureau naar Rotterdam gekomen om te werken. Hij spreekt Bulgaars en Engels (basisniveau). Hij is op dit moment werkloos en heeft al een maand geen werk nadat hij, volgens hem, onterecht is ontslagen. Hierdoor bevindt hij zich in een heel lastige situatie, zowel financieel als sociaal. Hij is naarstig op zoek naar een nieuwe baan omdat zijn familie in Bulgarije financieel afhankelijk van hem is. Voor het vinden van werk maakt hij gebruik van uitzendbureaus. Tijdens zijn verblijf in Nederland heeft hij drie verschillende werkplekken gehad. Zijn eerste contract met een uitzendbureau is vroegtijdig beëindigd nadat hij de voorwaarden van de werkovereenkomst wilde bespreken. Mladen was werkzaam bij een fabriek waar hij alleen ‘s nachts werkte. Hij kwam erachter dat hij recht had op extra compensatie (ongeveer 100 euro per week) voor de nachtdiensten en wilde dat met het uitzendbureau bespreken.

Het gesprek liep uit de hand en hij werd ontslagen. Via een ander uitzendbureau vond hij een nieuwe baan, maar na een korte periode van hard werken werd hij weer ontslagen. Mladen vond de werkomstandigheden slecht. Ze kregen weinig pauze en het werk was onveilig. Hij vertelt dat hij tijdens het werk ernstig gewond is geraakt aan zijn arm. Hij ontving geen medische hulp en moest blijven doorwerken. Zijn toestand verslechterde snel en hij kon geen fysiek werk meer uitvoeren waardoor zijn werkovereenkomst beëindigd werd. Zijn laatste werkplek werd ook door een uitzendbureau gevonden. Mladen begon te werken ongeacht het feit dat dat door zijn eerdere ongeluk bijna onmogelijk was. Na twee weken daar gewerkt te hebben verslechterde zijn situatie en hij moest met spoed naar een dokter waar hij antibiotica kreeg omdat zijn arm ontstoken was geraakt. Drie dagen later kreeg hij ruzie met een andere werknemer wat leidde tot zijn ontslag. Na zijn ontslag werd zijn laatste weekloon niet uitbetaald. Behalve slechte werkomstandigheden waren er ook problemen met zijn contract. Belangrijke delen van zijn contract waren in het Pools en werd niet van een Bulgaarse vertaling voorzien. Bovendien waren er veel verschillende (en volgens hem onredelijke) boetes aangegeven, zoals: het vergeten van personeelspasje – 50 euro boete, het vergeten van werklaarzen – 50 euro boete enz.

Mladen is momenteel sinds een week dakloos. Zijn woning werd geregeld door het uitzendbureau en toen hij zijn baan verloor was hij verplicht om de woning onmiddellijk te verlaten. De woning die hij daarvoor had was in een slechte toestand. Het bestond uit een kleine kamer (ongeveer 15m2) met een heel kleine WC die hij met een Poolse arbeidsmigrant moest delen. De huur van de kamer was 400 euro p/m per persoon en werd afgetrokken van het salaris. In de laatste maanden moest de geïnterviewde vaak verhuizen en zijn woningen waren altijd in een slechte toestand – veel te klein, slecht onderhouden, met te veel mensen op elkaar en een onredelijke prijs-kwaliteit verhouding. Mladen heeft geen vrienden of familie in Nederland. De enige mensen met wie hij in Rotterdam contact heeft zijn andere arbeidsmigranten met wie hij werkte en woonde. De sfeer op de werkvloer was onaangenaam en de relaties tussen de werknemers waren niet optimaal. Door de hoge werkdruk was er sprake van veel ruzies, burn-outs en alcohol- en middelenmisbruik. Er is niemand op wie de geïnterviewde kan rekenen of om hulp kan vragen.

38

Professionals en bewoners aan het woord Geen sociale mobiliteit Het blijkt dat arbeidsmigranten die hier al langer zijn (meer dan vijf jaar) er meestal niet in slagen om opwaartse mobiliteit te maken. Sommige Polen hebben het geschopt tot voorman in de bedrijven waar ze werken, maar daar houdt het meestal op. Uit de gesprekken met arbeidsmigranten blijkt dat zij ook nadat zij hier al jaren zijn, nog steeds werken via uitzendbureaus gericht op arbeidsmigranten. Een groot probleem ligt in het niet spreken van de Nederlandse taal. Mede hierdoor weten zij zich niet te onttrekken aan de arbeidscircuits waar ze deel van uitmaken. Bovendien blijken mensen ook geen ondersteuningsnetwerk te hebben waar ze terecht kunnen met problemen, waardoor ze afhankelijk blijven van lieden die niet noodzakelijk het beste met hun voor hebben. Veel contacten van EUarbeidsmigranten beperken zich tot contacten met collega’s en landgenoten die in dezelfde situatie zitten. “Sinds (…) zes jaar geleden is er weinig veranderd. Als ik dezelfde mensen zou uitnodigen dan gok ik eigenlijk op 70 procent die nog steeds geen taal spreken. Die zijn niet vooruitgegaan. Dat is triest. Je hebt besloten om te blijven, je stelt je afhankelijk van Poolse uitzendbureaus.” (#14). De professionals geven aan dat het niet leren van de Nederlandse taal niet alleen de EUarbeidsmigranten verweten kan worden.

Dit heeft ook te maken met hoe de maatschappij is ingericht. De arbeidsmigranten werken vaak samen met landgenoten en komen terecht in een samenleving waarin zij geen Nederlands nodig hebben. Nagenoeg alle essentiële voorzieningen zijn beschikbaar in de eigen taal. Ook voor het vinden van ander werk en woonruimte is het vaak niet nodig om Nederlands te leren. Met andere woorden, er lijkt haast sprake van een gescheiden samenleving waarbinnen EU-arbeidsmigranten op basis van informele netwerken alles kunnen regelen. Veel arbeidsmigranten wisselen bijvoorbeeld informatie uit over werkgevers en beschikbare woonruimte. Er lijken echter ook een hoop personen in deze netwerken actief die eropuit zijn om misbruik te maken van mensen. Uitbuiters hebben er namelijk belang bij om zoveel mogelijk EU-arbeidsmigranten onwetend te houden over de geldende regels en rechten. Het bieden van ‘hulp’ tegen betaling lijkt lucratieve handel volgens verschillende respondenten. Een professional vertelt over een groep Poolse mensen waarvan misbruik werd gemaakt doordat zij de taal niet spraken: “Doordat zij helemaal geen kennis hadden van wat ze moesten doen en waar ze naartoe moesten. Dan gingen ze weer iemand inhuren die dan voor hen ging vertalen, want zelfs brieven van UWV of wat dan ook, ze begrijpen niks.

Dus dat ze dan weer iemand inhuren om dat te vertalen, maar dat kost ook weer geld, of die licht ze ook weer op, of die vertaalt het niet goed. Dus ik bedoel, je kunt hier heel lang zijn maar dan is het wel echt afhankelijk van hoe je je beweegt en of je mensen kent die weten hoe het zit. Want dat zeggen ze ook wel van: mensen zijn niet bereidwillig om te integreren. Dat is het niet. Kijk, als jij tachtig uur werkt, is het ook moeilijk om daar heel veel andere dingen naast te doen” (#17). De machtspositie van de uitzendbureaus Veel arbeidsmigranten zijn voor werk afhankelijk van een uitzendbureau. Dit blijkt sterk uit de gesprekken met EU-arbeidsmigranten. Er zijn bijna geen voorbeelden van personen die in dienst zijn bij het bedrijf waar zij voor werken, nagenoeg alle respondenten werken gedetacheerd via een uitzendbureau. Door dit gegeven vormen de uitzendbureaus een belangrijke spil in de woon-, werk en leefomstandigheden van arbeidsmigranten. Professionals en arbeidsmigranten geven aan dat er goede, betrouwbare uitzendbureaus zijn die hun zaken netjes regelen, maar dat er evengoed malafide uitzendbureaus bestaan die uit zijn op eigen gewin ten koste van arbeidsmigranten. Bij de 39

Hoofdstuk 5 betrouwbare uitzendbureaus worden de afspraken nagekomen en wordt vooraf goed gecommuniceerd. Bij de malafide uitzendbureaus is dat niet het geval. In die context wordt gesproken over de vele uitzendbureautjes die in Rotterdam actief zijn en die via allerlei schimmige constructies hun werknemers benadelen. Het zou ook erg moeilijk zijn om deze problematiek aan te pakken omdat het eenvoudig is om een nieuw uitzendbureau te beginnen. Zowel professionals die landelijk als regionaal actief zijn, benoemen het bestaan van grote aantallen uitzendbureaus als een groot probleem. Er is nagenoeg geen toezicht op de uitzendbureaus en van bestaande keurmerken is het vaak onduidelijk wat de waarde is. Verschillende professionals geven aan dat deze problematiek al zolang speelt dat zij geen hoop hebben dat vanuit de uitzendsector verbetering ontstaat. Zij pleiten er daarom voor dat de werkgevers die de uitzendbureaus inschakelen meer verantwoordelijkheid nemen voor de arbeidsomstandigheden van de personen die bij hen gedetacheerd zijn. Een professional die zich op landelijk niveau bezighoudt met de aanpak van uitzendbureaus vertelt hierover: “En als je uitzendbureau opgerold wordt dan begin je toch weer een nieuw uitzendbureau. Er zijn meer dan 10.000 uitzendbureaus in Nederland waarvan er maar 3.000 zijn aangesloten bij de vakvereniging.

Dus wat doen die anderen? Als je als ondernemer honderd extra handen krijgt voor je productie dan denkt die ondernemer helemaal geweldig dat gaan we doen. En hij betaalt de mensen niet, dat doet het uitzendbureau en die zuigen de mensen leeg” (#15). Een andere professional schat dat er in Rotterdam tussen de 50 en 100 uitzendbureaus met Poolse, Bulgaarse of Roemeense achtergrond actief zijn. De uitzendbureaus hebben een dusdanige machtspositie dat ze onredelijke en vaak onwettige voorwaarden kunnen afdwingen. Arbeidsuitbuiting kent verschillende verschijningsvormen. Er wordt gesproken over vormen van uitbuiting die samenhangen met de woonruimte, uitbetaling, contracten, onterechte inhoudingen en boetes en het creëren van een afhankelijkheidsrelatie. Arbeidsuitbuiting Professionals geven aan dat wanneer er sprake is van arbeidsuitbuiting, in veel gevallen het beeld op papier niet overeenkomt met de werkelijkheid. Dit geldt zowel voor wat er aan controlerende instanties wordt gepresenteerd als aan EU-arbeidsmigranten. Voor controlerende instanties betekent dit dat er moeilijk te handhaven valt, ook omdat de bewijslast voor uitbuiting juridisch gezien hoog ligt.

Bij personen die slachtoffer zijn van arbeidsuitbuiting komt vaak naar voren dat zij onder valse voorwendselen verleid zijn een contract te tekenen waarvan zij de inhoud niet snappen of is er vooraf maar de halve waarheid verteld. Arbeidsmigranten die via een ‘all-in’ constructie naar Nederland komen lijken het grootste risico te lopen slachtoffer te worden van arbeidsuitbuiting. De meeste vormen van arbeidsuitbuiting lijken samen te hangen met de aangewezen woonruimte, hoewel er ook sprake is van misstanden ten aanzien van de uitbetaling en onrechtmatige of onredelijke inhoudingen op het salaris. Zo kan het gebeuren dat de woonruimte minder goed is en/of dat er minder uren gewerkt kunnen worden dan beloofd. Professionals geven voorbeelden van arbeidsmigranten die zelfstandige woonruimte is beloofd maar eenmaal hier blijkt dat er ruimte gedeeld dient te worden. De geleverde kamers zijn dan meestal van mindere kwaliteit dan voorgespiegeld is.

40

Professionals en bewoners aan het woord In andere gevallen wordt werknemers Janina, Polen beloofd dat zij fulltime kunnen werken, maar Janina spraken we direct nadat zij vanaf haar werk blijkt er toch minder werk te zijn. Doordat de bij het spreekuur aankwam, haar handen nog vuil arbeidsmigranten vaak een 0 urencontract van het werk in de kassen. Ze woont en werkt al hebben, kunnen zij daar niks tegen doen. tien jaar in Nederland. Ze woonde eerst in twee Tegelijkertijd hebben deze andere gemeenten om uiteindelijk terecht te arbeidsmigranten een dure woonruimte via komen in Charlois, waar ze een jaar woont. Ze de werkgever. Deze woonruimte dient woont samen met twee mannen waaronder een gewoon betaald te worden. Ook de man uit Roemenië. Zij verhuizen binnenkort en gemaakte reiskosten om naar Nederland te daar is ze erg blij mee, want de mannen zijn volgens komen, worden vaak door het haar niet aardig. Janina is tevreden met het werk uitzendbureau voorgeschoten. De dat ze nu doet en noemt haar Nederlandse baas arbeidsmigrant dient deze kosten later terug haar “beste vriend”. Ze werkt niet langer via een te betalen aan de werkgever. Verschillende uitzendbureau omdat haar baas haar een professionals benoemen dat deze kosten permanent contract heeft gegeven. Ze gaat elke worden gebruikt als pressiemiddel om dag op de fiets naar haar werk.

Het is twintig km en arbeidsmigranten vanaf het begin ze doet er anderhalf uur over om op haar afhankelijk te maken van het uitzendbureau. bestemming te komen. “Ik sta op om 3u in de Doordat een deel van de arbeidsmigranten ochtend, om 4 uur vertrek ik en dan ben ik om 5u30 begint met een schuld bij het uitzendbureau op mijn werk. Ik werk 12, 13 uur en dan ga ik naar kunnen zij niet zomaar naar een andere huis. Om 21u ben ik thuis. Dan zit de dag erop”. Ze werkgever. Daarbij zou er soms voor gezorgd werkt alle dagen behalve op zondag. Janina maakt worden dat werknemers net genoeg uren lange dagen en naar eigen zeggen werkt ze ook krijgen om de woonruimte te kunnen gratis voor haar baas ‘omdat ze hem wil helpen’. betalen, maar niet om hun schuld af te Haar baas helpt haar veel op persoonlijk vlak, maar kunnen lossen. wat dat precies is, laat ze in het midden. Een andere manier waarop misbruik gemaakt wordt door uitzendbureaus is door rechten van onwetende en/of afhankelijke werknemers niet te respecteren. De informanten geven verschillende voorbeelden van de praktijken van de uitzendbureaus die arbeidsmigranten vaak in een penibele situatie brengen. Zo worden er bij conflicten vaak valse redenen gezocht om mensen te ontslaan. Bijvoorbeeld omdat ze zich zogenaamd niet aan bepaalde regels hebben gehouden, waardoor ze van de ene op de andere dag op straat terecht kunnen komen.

“Een voorbeeld, je bent ziek, je meld je ziek en het uitzendbureau zegt: je hebt je niet ziekgemeld, je bent gewoon niet op komen dagen” (#14). Bovendien zouden de bureautjes vaak allerlei constructies bedenken om de arbeiders niet uit te betalen waar ze recht op hebben en in plaats daarvan een deel van het geld naar de rekening van het uitzendbureau sluizen. Er wordt opvallend vaak gesproken over inhoudingen en boetes waar arbeidsmigranten mee te maken krijgen. Inhoudingen op het salaris kunnen bijvoorbeeld bestaan uit transportkosten naar het werk en het verplicht afnemen van werkkleding, soms tegen onredelijke prijzen. EU-arbeidsmigranten die woonruimte via de werkgever betrekken kunnen te maken krijgen met (onredelijk hoge) boetes, bijvoorbeeld voor schade in huis, het kwijtraken van een sleutel of het te hoog zetten van de thermosstaat. Een respondent vertelt over een A4tje aan de muur van een woning waarop in verschillende talen stond wat de verschillende boetes waren bij overtredingen. De werknemers zijn zich meestal van geen kwaad bewust en als ze er al achter komen, durven ze geen actie te ondernemen uit angst om hun baan en huisvesting te verliezen. Door de onwetendheid van 41

Hoofdstuk 5 de arbeidsmigranten en afhankelijkheid van uitzendbureaus voor werk en eventueel woonruimte ontstaan situaties waarbij EU-arbeidsmigranten moeilijk voor zichzelf kunnen opkomen. “Als wij ziek zijn en je kunt niet werken dan is er een sociaal vangnet. Maar dat hebben deze arbeidsmigranten niet altijd als zij slachtoffer zijn van een arbeidsbureau dat niet zuiver op de graad is. Of je krijgt 70 procent van je laatste verdiende loon, nou dan zeggen zij je krijgt 40 procent van je laatst verdiende loon. Die Pool weet niet waar hij recht op heeft. Ze schermen natuurlijk ook die arbeidsmigranten af. En het afschermen van die mensen is ook heel erg belangrijk omdat ze onderling ook niet weten hoe het zit. Als je met z’n allen aan die lopende band staat, die mensen komen in een soort isolement waardoor ze niet in contact komen met anderen” (#15). Eerder bleek al dat sommige groepen die hier al langer gevestigd zijn inmiddels beter op de hoogte zijn van de regels en de rechten die zij hebben. Dit zou met name gelden voor een deel van de Poolse arbeidsmigranten. Verschillende professionals merken op dat Polen zo stilaan hun rechten eisen en dat werkgevers hierop inspelen door minder gewenst werk door andere groepen te laten uitvoeren, zoals Bulgaren, Roemenen en andere kleinere groepen zoals Oekraïners en Wit-Russen.

Bij dit werk zou er vaker sprake zijn van arbeidsuitbuiting vanwege inferieure werkomstandigheden en worden onrechtmatige voorwaarden gesteld. Behalve dat er sprake kan zijn van arbeidsuitbuiting in de vorm van voorwaarden en rechten, zou er ook sprake zijn van zware werkdruk en wordt van arbeidsmigranten verwacht dat zij lange dagen maken. Voor sommige groepen vormt dit echter geen probleem. Zij willen graag zoveel mogelijk werken. Hieronder staan twee voorbeelden gegeven van professionals: “We hebben ook situaties gehad waarbij we bijvoorbeeld Oekraïners hadden die 80 uur per week in de bouw werkten en daar ook sliepen en zich moesten wassen uit die cementmolen, en zo. Dus dat was ook echt heel erg, maar die gingen eigenlijk alleen maar klagen omdat ze niet betaald kregen. Als ze die vierhonderd euro die ze per maand betaald zouden krijgen (…) hadden gekregen, dan hadden ze niet eens geklaagd” (#17) “Het is vaak dat je targets moet halen binnen een bepaald uur, minuut, half uur, om goed werk te leveren en betaald te krijgen. Als dat niet zo is dan staan er wel twintig achter je die dat misschien wel kunnen. Dus de doelgroep is ook niet voor niets tussen de twintig en veertig jaar. Een man van in de zestig of een vijftiger, die zal die targets nooit kunnen halen” (#11). Ook zijn er voorbeelden gegeven van arbeidsmigranten die hier al wat langer zijn en opgeklommen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=16f00be9-d5cd-42b7-a2e7-7b5143d9bd3a