21bb9424 Bijlage 1 Wonen en Zorg kwetsbare Rotterdammers
Tekst van het document
de Nico Adriaan Stichting (NAS) terecht. Er was nog één bed over. Toen ik bij de NAS binnenkwam, voelde ik wel verdriet, maar ik dacht: je gaat dit nu echt doen. “In het begin sliep ik slecht, want de een snurkt, de ander praat in zichzelf. En ik moest ook nog elke dag vroeg opstaan voor werk, dus dat was mentaal zwaar. Maar het werk heeft me er wel doorheen gesleept, omdat het me ook afleiding bood. Ik wilde mijn baan niet kwijtraken door de situatie waarin ik nu zat.”
Bewijzen dat je dit kan Bij NAS kreeg hij Kimmy van Schaik als begeleider. Zij hielp hem met onder andere de inschrijving bij de gemeente. Sander: “Ik kende het hele proces niet, maar Kimmy gaf me een goed gevoel. Zij kwam haar beloftes na en ik wist dat ik haar kon vertrouwen en open met haar kon zijn. Ze wist waarover ze het had en dat gaf mij ook rust. Kimmy had gezegd dat het wel even kon duren voordat ik een eigen woonplek zou krijgen. Dus dat had ik ook in mijn hoofd gezet. Je gaat gewoon werken en je ding doen en bewijzen dat je dit kan. Wees gestructureerd en kom je afspraken na en dan zie je wel verder. Gelukkig waren de mensen allemaal heel aardig bij de NAS. Ook de beveiliging at gewoon met ons mee en vroeg hoe het ging. Dat voelde heel goed.”
Focussen op mezelf “Ik vroeg een collega wat ik kon doen aan mijn woonsituatie. Hij zei: je moet naar stichting Ontmoeting gaan, zij kunnen je helpen. Maar ik kende het systeem niet en het bleek dat ik eerst nog langs Centraal Onthaal moest om een pasje te krijgen voor de opvang. Daarna kwam ik bij
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
Rust Uiteindelijk kreeg Sander al na een half jaar een woning (zie kader). Sander heeft nu een paar weken zijn huis en ondanks dat er nog niet veel huisraad in staat, is hij er heel blij mee. “Ik heb hier rust. Het is lekker dat je een
23
interview
eigen plekje hebt, dat je mensen kan ontvangen en jezelf kan zijn. En hier heb ik naartoe gewerkt, dit wil ik niet kwijtraken. Dat is de volgende stap: zorgen dat ik deze woonplek kan houden. Mijn contract bij mijn werkgever loopt af, maar ik heb er alle vertrouwen in dat ik met mijn ervaring en structuur en nu met mijn eigen huis snel een nieuwe baan vind. Ik heb nu ook een veel betere band met mijn kinderen, want die zien ook dat papa werkt. Ik ga echt een nieuwe periode van mijn leven in.”
Snel naar een eigen woonplek Begeleider Kimmy van Schaik van NAS: “Als je bij ons binnenkomt doen we een intake. Bij Sander bleek dat we alles nog moesten regelen, want hij had niet eens een DigiD en was nooit ingeschreven geweest in een gemeente. Maar hij was zó gemotiveerd. Je komt niet vaak iemand tegen met die houding. Dus ik wilde zijn goede gedrag ook belonen, want als je iemand teleurstelt raak je die persoon kwijt.” Hij werd snel aangemeld voor urgentie en budgetbeheer en nadat hij urgentie had gekregen had hij binnen drie maanden een woonplek. “Aan deze woonplek zit een huurzorgcontract vast voor een jaar. Na een jaar evalueren we met de woningcorporatie of hij netjes zijn huur heeft betaald en geen overlast heeft bezorgd. Als dat inderdaad het geval is, mag hij de woonplek huren zonder huurzorgcontract. Mogelijk krijgt Sander dan nog wel ondersteuning. Al denk ik dat hij die in de toekomst niet meer nodig heeft.”
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
*de naam in dit artikel is gefingeerd
24
4 Huidige populatie
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
25
In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van het huidige gebruik van de maatschappelijke opvang, beschermd wonen en zelfstandig wonen met ondersteuning t.b.v. de uitstroom uit MO en BW. De informatie in dit hoofdstuk is tot stand gekomen met behulp van een onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau HHM. De ontwikkeling van de huidige cliëntpopulatie is gebaseerd op verschillende datasets van de gemeente Rotterdam. Aanvullend is een beeld verkregen van de huidige cliëntpopulatie op basis van een uitvraag onder zorgaanbieders van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de gemeente Rotterdam over hun ervaringen rondom instroom en uitstroom van cliënten. 4.1 Aanpak 18 van de 28 zorgaanbieders hebben gereageerd op de uitvraag van onderzoeksbureau HHM. Deze aanbieders vertegenwoordigen ruim 95 procent van alle cliënten. Door hen zijn de vragenlijsten ingevuld voor 1.042 cliënten in de doelgroep MO (cliënten verblijvend in de opvang of een woonzorgvoorziening met een extramuraal arrangement) en 1.060 cliënten in de doelgroep BW. De aanbieders is gevraagd om de vragenlijst in te vullen voor de cliënten die zij in de periode februari/maart 2020 in zorg hadden.
4.2 Opvang en Wmo-ondersteuning Op 1 januari 2020 hebben 13.411 cliënten een Wmo-arrangement voor GGZ-ondersteuning. Daarvan hebben 1.967 cliënten een intramuraal arrangement (met verblijf) en 10.487 cliënten een extramuraal arrangement. Deze laatste groep met een extramuraal arrangement omvat ongeveer 2.400 cliënten die vanuit MO of BW afkomstig zijn en via het stedelijk loket een Wmo-indicatie hebben gekregen. De overige cliënten – ruim 8.000 – wonen al zelfstandig en krijgen ondersteuning thuis.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
Grafiek 1: ontwikkeling van het aantal afgegeven Wmo-arrangementen
14.000 12.000 10 .000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Overige - Volwassenen Overige - Jongvolwassenen Zelfstandig wonen met ambulante begeleiding - Volwassenen Zelfstandig wonen met ambulante begeleiding - Jongvolwassenen Zelfstandig wonen met toezicht en ambulante begeleiding - Volwassenen Zelfstandig wonen met toezicht en ambulante begeleiding - Jongvolwassenen Beschermd wonen intramuraal - Volwassenen Beschermd wonen intramuraal - Jongvolwassenen
Grafiek 1 laat zien dat het zelfstandig wonen met ambulante begeleiding sinds de invoering van de Wmo in 2015 tot 2018 flink is gestegen. Een zeer geringe groep krijgt daarbij nachtelijke ondersteuning (wakende wacht, slaapwacht of ambulante wacht) geïndiceerd. Daarnaast is te zien dat het aantal afgegeven indicaties voor beschermd wonen stabiel is gebleven in de afgelopen jaren.
26
Gebruik van opvang volwassenen (23 jaar en ouder)
Gebruik van crisisopvang jongeren 18 - 23 jaar
Mensen die gebruik willen maken van opvang kunnen zich melden bij het loket van Centraal Onthaal (CO). Tussen 2013 en 2016 lag het aantal slapers stabiel rond de 950. In de jaren daarna zien we een stijging van het aantal slapers: in 2017 een stijging van 11 procent, in 2018 (vrijwel) geen stijging en in 2019 weer een stijging van 5 procent tot een totaal van 1.135 slapers. Zo’n 70 procent van de slapers (740) maakt gebruik van een ondersteuningsarrangement.
De cijfers in tabel 3 laten het aantal unieke jongeren zien die in die periode gebruik hebben gemaakt van de crisisopvang. Bij een goede doorstroom verblijven dakloze jongeren gemiddeld tien weken in de crisisopvang. Daardoor is het mogelijk om met slechts 27 plekken een relatief groot aantal jongeren te bedienen. Gemiddeld is de wachtlijst voor de crisisopvang tussen de nul en tien jongeren en de wachttijd tussen de nul en drie weken. Een deel van de jongeren kan de crisisopvang overslaan. Een aanzienlijk deel van de jongeren stroomt vanuit hun eigen netwerk door naar een (beschermde) woonvoorziening. Alleen jongeren die geen netwerk meer hebben waar ze kunnen verblijven, krijgen een verwijzing naar de crisisopvang.
1200 1010 1000
1075
990 900
945
945
955
1085
1135
965
# unieke cliënten
Bijzonderheden
1e half jaar 2020
104
Extra opvang ivm COVID-19 van maart tot juni: totaal 20 jongeren
2e half jaar 2020
127
390
800 600
Tabel 3: aantal cliënten tussen de 18 en 23 jaar dat gebruik maakt van de crisisopvang
400
4.3 Verdeling van cliënten
200 0 2010 2011 2012
2013 2014
2015
2016
2017
2018 2019
Zorgaanbieders is gevraagd om de cliënten die onder Wmo vallen in te delen in cliënten die in de opvang verblijven, in Beschermd Wonen (BW) dan wel in een woonvoorziening met een extramuraal arrangement (MO). In figuur 4 is te zien dat het merendeel van de cliënten in een BW bij de zorgaanbieders verblijft.
Figuur 2: Aantal unieke slapers per kalenderjaar (met een CO-pas)
In 2020 is per maand gemiddeld 47 procent van de volwassenen een langslaper (langer dan drie maanden verblijf in de opvang). In 2019 was dit gemiddeld 39 procent. Er is met name een toename van het aantal langslapers waarneembaar in de tweede helft van 2020 vanwege de coronacrisis, waarbij de aandacht met name is uitgegaan naar veiligheid op locatie (dus het inregelen van anderhalvemeter afstand, het opstarten van extra locaties en de te nemen hygiënemaatregelen).
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
27
Verdeling clienten
563 20%
Het merendeel – zo’n 40 procent – valt in de groep ‘omgevingsveiligheid, abstinent’. Dit betreft cliënten die mogelijk een risico voor hun omgeving kunnen betekenen (bijv. vanwege de overlast die hiermee gepaard kan gaan). Vaak ligt hier verslavingsgedrag aan ten grondslag. Deze cliënten hebben de verslaving min of meer onder controle; op de locatie zijn ze abstinent.
405 15%
4.4 Leeftijdsverdeling Opvang BW Woonzorgvoorzieningen
1809 65%
MO
BW
19,2 2% 200 20%
Figuur 4: verdeling van clienten over opvang, BW en woonvoorzieningen
Verdeling binnen Beschermd Wonen Zorgaanbieders hebben de cliënten8 die intramuraal bij hen verblijven verder gespecificeerd in de reden waarom zij een beschermde woonomgeving nodig hebben. Dit is in figuur 5 te zien.
199 20%
189 10%
183 10%
314 31%
279 27%
360 20% 745 40%
365 20%
16 t/m 23 jaar 24 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 64 jaar 65 jaar of ouder
Overige bescherming en forensisch Figuur 6: leeftijdsverdeling binnen MO
Individuele veiligheid
Figuur 7: leeftijdsverdeling binnen BW
Prikkelarme omgeving In figuur 6 is de leeftijdsverdeling te zien binnen de opvang en woonvoorzieningen waar cliënten met een extramuraal arrangement verblijven (MO). Waar in BW de doelgroep wat ouder is, is de doelgroep in MO aanzienlijk jonger. Een voorname reden hiervoor is dat jongeren vaker een extramuraal arrangement en daar is het aanbod MO op afgestemd.
Omgevingsveiligheid, abstinent Omgevingsveiligheid, niet-abstinent Verlengde opvoeding 0
100
200
300
400
Figuur 5: reden voor intramuraal verblijf
8
Dit is niet voor de gehele groep van 1.809 cliënten gedaan, maar voor 1.060 cliënten. De cliënten van Pameijer zijn niet nader onderverdeeld
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
28
Leeftijdsverdeling binnen de opvang (23 jaar en ouder) De jongste persoon die in 2019 gebruik maakte van de nachtopvang voor volwassenen was 23 jaar, de oudste 78 jaar. De gemiddelde leeftijd is 42 jaar. Dat is al jaren een stabiel gegeven. Ook als we de verschillende leeftijdsklassen bekijken, is het beeld van de afgelopen jaren heel stabiel. Het aantal 65-plussers is klein, maar is vanaf 2017 wel gestegen. Deze mensen zijn mogelijk extra (medisch) kwetsbaar9.
Leeftijdsverdeling binnen de nachtopvang
Cliënten die instromen via het kader anders komen voornamelijk uit de nachtopvang of een andere BW(GGZ)-locatie. Dit betekent dat op basis van deze uitvraag het aantal cliënten dat vanuit de opvang (met extramuraal arrangement) instroomt in BW beperkt lijkt. Aanbieders geven aan dat de afbouw van klinische GGZ-bedden en verkorte opnames in klinieken voor een hogere instroom zorgen. Ook geven zij aan een toename in de vraag zien, met name door jongeren met een combinatie van LVB en psychiatrische problematiek (autisme).
? 3%
Instroom in BW Anders 6%
354 31%
300 26%
Onbekend 13%
454 40%
23 - 34 jaar 35 - 49 jaar 50 - 64 jaar 65 jaar of ouder
Figuur 8: leeftijdsverdeling binnen de opvang 23+
ZVW 21%
Forensisch 7% Extramurale Wmo 11%
WLZ 38%
Jeugdwet 4%
4.5 Instroom
Figuur 9: Instroom in BW
Instroom BW
In totaal stromen jaarlijks ongeveer 500 cliënten in BW in.
In figuur 9 is het financieel kader weergegeven voordat cliënten instromen in BW (Wmo). Daarbij valt op dat het merendeel van de cliënten die instroomt in beschermd wonen, vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet langdurige zorg (Wlz)10 komt.
9
Nachtopvang Rotterdam: kerncijfers 2019, onderzoek door gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI)
10 Het betreft hier de doelgroep die langer dan drie jaar in een instelling is behandeld (op basis van een GGZ-B indicatie gefinancierd vanuit de Wlz).
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
29
Instroom MO
Wachtlijsten Zorgaanbieders hebben voor de doelgroep BW in de uitvraag aangegeven dat bijna alle locaties te maken hebben met een wachtlijst. Voor woonzorgvoorzieningen die volgen op de maatschappelijke opvang heeft ongeveer 65 procent van de locaties te maken met een wachtlijst. Ook de gemeente ziet dat niet iedereen direct geplaatst kan worden in een BW. Om die reden heeft de gemeente een plaatsingscommissie in het leven geroepen. Deze heeft als doel om cliënten die in aanmerking komen voor BW zo snel als nodig en mogelijk in een passende voorziening te plaatsen. De wachtlijst kent passief, actief en urgent wachtenden. Passief wachtend is iemand die momenteel in een kliniek verblijft, nog behandeling krijgt en niet direct geplaatst hoeft te worden. Actief wachtenden zijn de mensen die direct geplaatst kunnen worden. In afwachting van een plaatsing binnen een beschermd wonen voorziening krijgt deze groep wel ondersteuning ter overbrugging tot plaatsing. Binnen de categorie actief wachtend maken we onderscheid tussen mensen die tot zes maanden wachten en langer dan zes maanden. Een deel van de actief wachtenden zijn cliënten die in een zeer onwenselijke situatie verblijven zoals in de opvang of in een marginale situatie en die zo snel mogelijk geplaatst moeten worden. Onderzoek is nodig hoe de groep urgent wachtenden zich ontwikkelt.
Instroom MO Voor MO (opvang of doorstroomplek) geldt dat de meeste cliënten binnenkomen zonder een voorliggende indicatie, zoals te zien is in figuur 10. Cliënten die instromen via het kader ‘anders’ komen voornamelijk uit de nachtopvang. Jaarlijks stromen 1.100 cliënten verder de keten MO in met een extramuraal arrangement.
11
Anders 12% Onbekend 6%
Geen 37%
ZVW 4% WLZ 6% Jeugdwet 11%
Extramurale Wmo 24%
Figuur 10: Instroom MO
4.6 Uitstroomperspectief Aan zorgaanbieders is gevraagd om aan te geven wanneer zij verwachten dat hun huidige cliënten uitstromen. Hierin is te zien dat driekwart van de cliënten in MO (opvang/ doorstroomplek) naar verwachting binnen twee jaar is uitgestroomd. Bij beschermd wonen is de duur langer, naar verwachting stroomt een kwart van de huidige cliënten uit tussen twee en vijf jaar. Ongeveer een vijfde van de cliënten verblijft langer dan vijf jaar en krijgt vermoedelijk toegang tot de Wlz. Indien sprake is van uitstroom hebben zorgaanbieders aangegeven naar welk type woonvorm of woonvoorziening cliënten dan naar verwachting uitromen. De verwachting is dat meer dan de helft van de cliënten uitstroomt naar zelfstandig wonen, daarnaast stroomt ongeveer een vijfde uit naar Wlz-verblijf11. Zorgaanbieders geven aan dat er knelpunten zijn in de doorstroming naar andere voorzieningen, bijvoorbeeld voor cliënten die geen beschermd wonen nodig hebben, maar ook (nog) niet zelfstandig kunnen wonen.
Figuur 2.10 en 2.11 zijn beide gebaseerd op de uitvraag, het aantal cliënten dat aanbieders hier aangeven verschilt, waardoor ook de verhouding kan verschillen.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
30
Aantal cliënten
Specifiek voor opvang en woonzorgvoorzieningen (MO) geldt dat een grote meerderheid (bijna 60 procent) uitstroomt naar zelfstandig wonen of naar begeleid zelfstandig wonen (ruim 10 procent).
Direct (binnen 3 maanden) Tussen 3-6 maanden
4.7 Uitstroom naar zelfstandig wonen
Tussen 7 maanden en tot 2 jaar
Vermoedelijk toegang tot de Wlz
In tabel 13 is de uitstroom met een urgentie naar zelfstandig wonen in de afgelopen jaren te zien. De laatste jaren is deze redelijk stabiel, waarbij het percentage zelfzoekers met een reguliere urgentie van 46 procent in 2018 afneemt naar 32 procent in 2020. 68 procent stroomt dus uit via directe bemiddeling met een huurzorgcontract.
Niet (maar blijft onder de Wmo)
Bemiddeling van urgenten
Tussen 2 en 5 jaar
Onbekend 0
100
200
300
400
500
600
700
MO
BW Figuur 11 Verwachting m.b.t. uitstroom
Anders
Instroom
2016
2017
2018
2019
2020
Reguliere urgentie (zelf zoeken) Woonnet Rijnmond
335
381
413
322
279
Directe bemiddeling met huurzorgcontract
81
382
457
575
599
Totaal
416
763
888
897
870
Tabel 13: Uitstroom met een urgentie
Wlz-verblijf Beschermd wonen Wmo
In tabel 13 is alleen de uitstroom binnen Rotterdam opgenomen. De uitstroom naar de regio met een urgentie via het aanbod op Woonnet Rijnmond betrof in 2019 122 cliënten. Tussen gemeente en Rotterdamse corporaties is afgesproken dat maximaal 25 procent van de vrijkomende woningen onder de tweede aftoppingsgrens beschikbaar is voor de huisvesting van kwetsbare groepen. Ook is het ijkpunt dat er jaarlijks 5.376 nieuwe verhuringen plaatsvinden.
Beschut wonen Geclusterd wonen Begeleid zelfstandig wonen Woont bij familie/partner/vrienden Zelfstandig wonen 0
100
200
300
BW
400 500
600
700
Alhoewel de laatste twee jaar het aantal nieuwe verhuringen afneemt – 4.799 in 2019 en 4.298 in 2020 – gaat dit niet ten koste van het aantal woningen ten behoeve van de uitstroom van cliënten uit MO en BW.
MO
Figuur 12: Uitstroomperspectief naar type woonvorm of woonvoorziening
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
31
4.8 Knelpunten Opvang Zoals in paragraaf 3.1 is toegelicht, worden de doelgroep jongeren, gezinnen en volwassenen separaat van elkaar opgevangen. Het aantal opvangplekken voor jongeren is op dit moment voldoende. Wel ontstaat er regelmatig een wachtlijst, met name door gebrek aan doorstroming naar Beschermd Wonen (zie paragraaf 4.5). Ook de gezinsopvang voldoet op hoofdlijnen voor wat betreft het aantal plekken, inhoudelijk is er de wens om de verblijfsduur terug te brengen. Voor wat betreft de opvang van volwassenen (> 23 jaar) zien we de volgende knelpunten: Slapers in de nachtopvang verblijven gemiddeld te lang in de opvang. Veelal komt dat doordat er een wachtlijst is voor de benodigde vervolgplek. Het gemiddeld aantal langslapers (> drie maanden) in de opvang 23+ ligt rond de 40 procent (zie ook paragraaf 4.2). Langdurig verblijf in de opvang met weinig privacy, rust en structuur draagt niet bij aan het herstel van cliënten. Het bieden van opvang is financieel gezien een kostbare voorziening. Een deel van de bankslapers zit in een dusdanige penibele situatie waardoor zij, als deze situatie nog te lang voortduurt, verminderd zelfredzaam geraken en opvang onafwendbaar is.
Beschermd Wonen Bij beschermd wonen doen zich de volgende knelpunten voor: Er zijn wachtlijsten voor beschermd wonen. Dit leidt in sommige gevallen tot een ongewenste lange(re) wachtduur voor een BW-plek, wat vooral de meest kwetsbare cliënten treft. Hierdoor verblijft een deel van deze mensen langer in de maatschappelijke opvang of in een marginale situatie. Het is moeilijk voor een zorgaanbieder om aan geschikt en betaalbaar vastgoed te komen. De komst van een nieuwe beschermd wonen voorziening kan niet altijd op draagvlak rekenen in de wijk. Enige tijd na opening van de voorziening zijn de ervaringen veelal minder negatief. De doorstroming naar andere voorzieningen verloopt niet optimaal, bijvoorbeeld voor cliënten die geen beschermd wonen nodig hebben, maar ook (nog) niet zelfstandig kunnen wonen.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
Zelfstandig wonen Bij zelfstandig wonen doen zich de volgende knelpunten voor: In verhouding tot het aantal doorstroomplekken voor jongeren zijn er relatief weinig doorstroomplekken voor volwassenen, wat ertoe leidt dat volwassen te lang in de opvang verblijven. Een deel van de cliënten met een urgentie (zelf zoeken) stroomt uit naar zelfstandig wonen zonder verdere ondersteuning te ontvangen, terwijl in de praktijk blijkt dat dit wel nodig is. Woningcorporaties kunnen bij de uitstroom via een urgentie (zelf zoeken) niet sturen op de locatie, aangezien cliënten zelf kunnen reageren op woningen op Woonnet. Dit kan onverhoopt leiden tot een concentratie van kwetsbaren in een en hetzelfde complex of wijk. Cliënten die uitstromen uit MO of BW komen soms in hetzelfde wooncomplex te wonen en krijgen daarbij ondersteuning van verschillende zorgaanbieders. De zorgaanbieders weten dit veelal niet van elkaar en ook de woningcorporaties zijn hier niet van op de hoogte. Dit komt de efficiëntie van zorg niet ten goede en voor woningcorporaties is het lastig om met al die verschillende zorgaanbieders afspraken te maken. Samenwerking en tijdige communicatie tussen zorgaanbieders en woningcorporaties bij het uitstromen van een cliënt naar zelfstandig wonen verloopt niet altijd even soepel.
Eerdere afstemming en escalatiemogelijkheden bij bijvoorbeeld een tijdelijke terugval van een cliënt bevorderen een duurzame uitstroom en kunnen de leefbaarheid in de wijk ten goede komen.
4.9 Conclusies
De laatste jaren is het aantal afgegeven intramurale arrangementen vrij stabiel gebleven. Het aantal cliënten met een extramuraal arrangement is sterk toegenomen. Het aantal unieke slapers in de nachtopvang 23+ is van 950 in 2013 gestegen naar 1.135 in 2019. Het aantal langslapers in de nachtopvang 23+ (> 3maanden verblijf) ligt gemiddeld rond de 40 procent. Cliënten in beschermd wonen zijn gemiddeld ouder dan de cliënten in MO (opvang of doorstroomplek). De meeste cliënten die nu in zorg zitten bij beschermd wonen zijn ingestroomd
32
vanuit de Zvw of Wlz. Voor MO geldt dat het merendeel van de cliënten zonder een voorafgaand financieel kader is ingestroomd. Jaarlijks stromen 500 cliënten met een Wmo-indicatie in in BW en 1.100 in MO. Voor BW bestaat een wachtlijst die voor sommigen een problematische situatie met zich meebrengt. Voor woonvoorzieningen waar cliënten met een extramuraal arrangement verblijven heeft een ruime meerderheid van de locaties een wachtlijst. Zorgaanbieders verwachten dat 75 procent van de cliënten MO naar verwachting binnen twee jaar is uitgestroomd naar begeleid of zelfstandig wonen. Bij beschermd wonen stroomt naar verwachting 25 procent van de huidige cliënten uit tussen twee en vijf jaar. De meeste zorgaanbieders verwachten qua instroom een toename van jongeren met een hulpvraag en daarnaast ook een toename van zwaardere problematiek bij zowel de doelgroep MO als BW. Hierdoor stromen cliënten naar verwachting vaker uit naar begeleid zelfstandig wonen of een intensievere vorm van begeleiding. De jaarlijkse uitstroom van cliënten met een urgentie schommelt jaarlijks tussen de 875 en 900. Zowel de opvang, als BW als zelfstandig wonen kennen knelpunten (zie paragraaf 4.8).
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
33
interview
Doel: zelfstandig wonen met een beetje hulp Beschermd wonen is de best passende woonvorm voor Jasper* (21): alle voordelen die een eigen appartement meebrengen, maar met een begeleider altijd dichtbij voor ondersteuning. Hij woont er nu een half jaar en wil er voorlopig niet weg. Waarom werkt dit zo goed voor hem? Jasper heeft twaalf medebewoners in het beschermd wonen-complex; allemaal met verschillende zorgbehoeftes, maar ook allemaal met een eigen woonplek. In principe wonen de meeste mensen drie tot vijf jaar in de appartementen, daarna hopen de bewoners door te stromen naar een huis in de wijk. “Ik had al begeleiding vanuit Pameijer toen ik nog bij mijn ouders woonde”, vertelt Jasper. “Met mijn begeleider maakte ik doelen. Mijn hoofddoel was om zelfstandig te gaan wonen. Beschermd wonen heb ik nodig om dat hoofddoel te kunnen bereiken, omdat ik nog beter moet leren om voor mezelf te zorgen voordat ik echt op mezelf kan wonen. Deze beschermd wonen-locatie sprak me erg aan, want het is in de buurt van mijn ouders, vrienden en werk. Dus toen ben ik aangemeld.”
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
34
interview
Ideale ruimte
Doorstromen naar de wijk
Een vorige bewoner stroomde door naar een beschikbaar huis in de wijk en zo kwam er een plek voor Jasper vrij. Jasper: “Ik heb hier alles voor mezelf, maar ik heb ook contact met de andere mensen die hier wonen. Zo hebben we drie keer per dag een koffiemoment en daar ga ik regelmatig heen als ik niet hoef te werken.” Nieuwe bewoners van een appartement in dit beschermd wonen-complex kunnen de basismeubels van Pameijer krijgen, maar buiten de keuken en bank om heeft Jasper alles zelf gekocht en ingericht met zijn ouders. “Voor mij is dit de ideale ruimte om te wonen, ik heb niks te klagen. Ik kan ook geen negatieve punten opnoemen. De begeleiding vanuit Pameijer is hier ook goed. Maar die is altijd goed geweest, ook toen ik nog thuis woonde.”
Hij zit voor nu goed op z’n plek en denkt nog niet te veel aan de volgende stap. Zijn begeleider Kimberly denk dat Jasper hier minder dan vijf jaar zal wonen en makkelijk kan doorstromen naar een woning in de wijk waar hij dan nog één keer in de week ondersteuning nodig heeft. Jasper is daar voorlopig nog niet mee bezig: “Ik hoop gewoon dat het goed blijft gaan met me.”
Druk aan het werk Bij deze locatie is er 24/7 begeleiding aanwezig. Sommige cliënten hebben meer begeleiding nodig dan anderen. Zo zijn er bewoners die op gezette tijden medicatie moeten innemen onder toezicht van de begeleiding. Bij Jasper komt nog één keer in de week een begeleider langs om te praten over de week en de plannen voor de volgende week. De rest van de tijd is Jasper vooral druk met werken. “Vier dagen per week sta ik op, ga ik ontbijten en dan richting werk in de keuken van een Italiaans restaurant. Dan kom ik ’s avonds laat pas weer thuis. Als ik vrij ben dan zie ik wel wat de dag brengt. Vandaag ga ik bijvoorbeeld de hele dag naar mijn ouders.” Ook vrienden en familie kunnen gewoon bij Jasper op bezoek komen, zolang hij het maar even aangeeft.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
*de naam in dit artikel is gefingeerd
Wekelijkse gesprekken met Pameijer Begeleider Kimberly Alberto van Pameijer: “Door deze woonsituatie kun je echt de groei van de cliënten zien, dat voelt goed als begeleider. Vooral als iemand mag doorstromen. Die persoon heeft er dan zo hard voor gewerkt. Het maakt me trots als hij of zij dan op zichzelf kan gaan wonen. Bij Jasper zie ik ook dat hij hier snel gegroeid is en dat hij minder last heeft van de knelpunten waarmee hij hier naartoe is gekomen. Zo kan hij altijd ongepland - bij één van de begeleiders terecht voor vragen en ondersteuning. En wekelijks kom ik bij hem langs voor een gesprek en dan nemen we de weekplanning door en kijk ik of hij alle huishoudelijke taken heeft gedaan, zoals naar de supermarkt gaan en schoonmaken. Het moet hier netjes zijn. Dus dan stuur ik hem soms aan van ‘heb je dit al gedaan?’. Maar dat gaat gewoon heel goed bij hem. Alle bewoners zijn blij dat ze hier een plekje hebben kunnen krijgen.”
35
5 Ontwikkelingen
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
36
5.1 Demografische en sociale ontwikkelingen De stad groeit In 2035 zullen er naar verwachting zo’n 694.000 Rotterdammers zijn. Dat zijn dus zo’n 55.000 Rotterdammers méér dan in 20181. Ook de samenstelling van de bevolking verandert. Onder invloed van vergrijzing en een geleidelijk voortgaande huishoudensverdunning, zal het aandeel alleenstaanden het sterkst toenemen: van 318.000 nu naar 351.000 in 2035.
ontwikkelingen. Economische achteruitgang heeft naar verwachting ook een negatief effect op sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen. Dit heeft op zijn beurt weer effect op de vraag naar voorzieningen binnen de maatschappelijke zorg.
5.2 Ontwikkelingen in de zorg en op de woningmarkt Zorg
Gebruik van maatschappelijke zorg
Met de groei van het aantal Rotterdammers, groeit ook de groep inwoners die een beroep kan doen op maatschappelijke ondersteuning vanwege psychische, psychosociale en verslavingsproblemen of een verstandelijke beperking. Uit de Woonzorgwijzer voor Rotterdam kan worden afgeleid dat deze groepen naar verwachting met 0,6 procent tot 2 procent toenemen.
Verwachte jaarlijkse toename van het aantal Rotterdammers met: psychiatrische problematiek 0,8% psychosociale problematiek 0,6% verslavingsproblematiek 2% een (licht) verstandelijke beperking 0,8% forensisch – ex-gedetineerden 9% Volgens het CBS is het aantal daklozen in Nederland tussen 2009 en 2018 verdubbeld tot 39.300. Op 1 januari 2020 telde Nederland naar schatting ruim 36 duizend daklozen. De jarenlange stijging is hiermee vooralsnog tot stilstand gekomen. De doelgroep die gebruik maakt van Maatschappelijke Zorg is extra gevoelig voor economische veranderingen. Economische vooruitgang leidt tot een lagere instroom in deze voorzieningen. Economische achteruitgang leidt daarentegen tot een hogere instroom in deze voorzieningen. Sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen kennen samenhang met de economische 1
De zorg staat onder druk omdat het personeelsaanbod kwantitatief én kwalitatief onvoldoende kan voorzien in de (steeds toenemende) zorgvraag. De zorgvraag neemt toe en wordt complexer, terwijl er sprake is van een toenemende arbeidsmarktkrapte en een daling van het aantal mantelzorgers. Ook de betaalbaarheid staat onder druk. De ontwikkelingen van digitale toepassingen in de zorg gaan snel en steeds meer mensen en zorgorganisaties zien de toegevoegde waarde in van eHealth. Uitdagingen binnen de zorg vragen om een transitie binnen het huidige zorgproces, waarbij onder andere gekeken wordt naar eHealth oplossingen die de zorg betaalbaarder, toegankelijker en/of kwalitatief beter kunnen maken.
Woningmarkt
Naar verwachting telt Nederland in 2035 18,8 miljoen inwoners. Mede door dit aantal zal de vraag naar woningen vanzelfsprekend toenemen. Om aan de groeiende vraag te voldoen, moeten tussen 2020 en 2030 in totaal 845.000 woningen gebouwd worden. Momenteel is er een tekort van 331.000 woningen (4,2 procent van de woningvoorraad). De inzet is om dit tekort terug te brengen naar 2 procent in 2035. In de prognose van de gemeente Rotterdam wordt gerekend met een toename van de woningvoorraad van per saldo 34.000 woningen tussen 2018 en 2035. In dat laatste jaar zal de Rotterdamse voorraad ruim 331.000 woningen tellen. De schaarste en druk op de Rotterdamse woningmarkt maakt het een uitdaging om kwetsbare groepen passend te laten wonen en tegelijk voldoende aanbod te houden voor andere woningzoekenden. Het tekort aan woningen is geen exclusief probleem voor kwetsbare huishoudens. ‘Gewone’ woningzoekenden, studenten, jongeren, ouderen en vele anderen hebben last van de schaarste op de woningmarkt.
Bevolkingsprognose 2018 – 2035’ Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI)1
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
37
5.3 Vraagontwikkeling Om inzicht te krijgen in de behoefte aan wonen met zorg in de komende tien jaar is een vraagontwikkelingsonderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau HHM. Het onderzoek geeft een beeld van de verwachte jaarlijkse vraag naar opvang, beschermd wonen en (uitstroom naar) zelfstandig wonen met ondersteuning tot 2030. Uitgangspunten bij de raming zijn de huidige trend, het huidige beleid van de gemeente en (landelijke) beleidsoverwegingen die mogelijk invloed hebben op de vraag naar maatschappelijke zorg. Deze trend is gecorrigeerd voor het effect van externe factoren, zoals de demografische en andere objectieve factoren zoals in paragraaf 5.1. beschreven. Zie bijlage 2 voor een gedetailleerde uitleg. Vertrekpunt voor de vraagraming is de ontwikkeling van het aantal cliënten dat een beroep heeft gedaan op ondersteuning en beschermd wonen sinds het inwerkingtreden van de Wmo 2015. Het totale aantal Wmo-indicaties voor ondersteuning (extramuraal) en beschermd wonen (intramuraal) is sinds 1 januari 2015 toegenomen van 2.360 bij de start tot 12.488 in 2020. Aantal cliënten
is u th
14.000 De groei komt voor rekening van de extramurale indicaties voor mensen die zelfstandig kunnen wonen maar daar wel ondersteuning bij nodig hebben. Het aantal intramurale indicaties daarentegen is in zijn totaliteit de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven. Deze trend reflecteert de doelstelling van de Wmo, het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving.
12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2015
2016
Extramuraal Intramuraal
2017
2018 Overige Totaal
Grafiek 14: Historische ontwikkeling van de vraag naar zorg
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
2019
2020
De vraagraming laat in de periode 2020-2030 – bij onveranderd beleid – over de volle breedte van de maatschappelijke zorg een toenemende vraag zien. Het meest in het oog springend zijn de effecten die het gevolg zijn van aflopen van het overgangsrecht in 2020 en Wlz-uitname in 2021. Deze beleidswijziging heeft een eenmalig effect op het aantal arrangementen voor beschermd wonen. Daarna zal de vraag naar verwachting licht blijven stijgen. Onder beschermd wonen voor zowel jongeren als volwassen valt ook de vraag naar beschermd wonen voor mensen met een (licht) verstandelijk beperking. Zoals in paragraaf 3.2.1. aangegeven betreft dit een differentiatie binnen BW en is het niet structureel aanvullend op de vraag naar BW.
38
Vraagontwikkeling 2000 1500 1000 500 0 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Beschermd wonen Jongvolwassenen Beschermd wonen Volwassenen MO Grafiek 15: Vraagontwikkeling tot 2030
Onderdeeljaar
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Beschermd wonen Jongvolwassenen
194
153
162
167
172
178
184
189
195
201
208
Beschermd wonen Volwassenen
1.853
1.122
1.181
1.219
1.259
1.299
1.341
1.383
1.428
1.473
1.520
MO
1.100
1.130
1.166
1.201
1.238
1.277
1.317
1.359
1.402
1.446
1.491
Tabel 16: Vraagontwikkeling tot 2030
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
39
6 Ambitie en uitgangspunten wonen en zorg
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
40
6.1 Uitgangspunten Rotterdam inclusieve stad Rotterdam is één stad op twee oevers, een stad waarin mensen uit alle lagen van de bevolking en van alle leeftijden en gezindten kunnen meedoen en elkaar kunnen ontmoeten. Een inclusieve stad waarin iedereen, jong en oud, hoog- en laagopgeleid, met en zonder beperking, dezelfde kansen op scholing, werk, inkomensverwerving, wonen, zorg, cultuur, sport en vertegenwoordiging in het bestuur hebben. Om dit te realiseren zetten we in op het wegnemen van barrières, zodat Rotterdammers gemakkelijker kunnen deelnemen aan sociale en maatschappelijke processen. In een inclusieve stad zijn gemengde buurten, waar verschillende groepen met elkaar samenleven, elkaar ontmoeten en waar ruimte is voor andere meningen. Daarom wil Rotterdam gemengde wijken waar de bewoners zich mee verbonden voelen, met goede scholen en voorzieningen in elke wijk. En aantrekkelijke openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk is en die zich leent voor intensief gebruik en ontmoeting. We zetten in op preventie om te voorkomen dat mensen instromen in de keten van opvang en beschermd wonen. De hiertoe in te zetten maatregelen zijn uitgewerkt in het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers.
Voor de kwetsbare Rotterdammers die wel zijn toegewezen op opvang en beschermd wonen, vormen deze voorzieningen in de wijk een belangrijke schakel in de keten van zorg en ondersteuning. Deze voorzieningen leveren een betekenisvolle bijdrage aan een veerkrachtige stad en wijk. Zij leggen een verbinding tussen de cliënten en de wijk en vice versa. Mochten er vragen of zorgen zijn in de wijk over een kwetsbare Rotterdammer, dan is de voorziening het eerste aanspreekpunt. In de breedte investeren we in veerkrachtige wijken die voldoende draagvlak bieden voor een veilige en sociale, inclusieve samenleving. Dit is uiteraard een bredere gemeentelijke opgave waaraan dagelijks door professionals en burgers in de stad inhoud wordt gegeven en wordt samengewerkt met talloze partijen.
Draagvlak voor kwetsbare doelgroepen In een inclusieve stad is er draagvlak voor kwetsbare doelgroepen; mensen die het, wegens fysieke, psychische en/of sociale factoren, alleen niet redden en om die reden ondersteuning nodig hebben om regie te houden op hun leven en om te kunnen te functioneren in de maatschappij. We zetten in op integraal maatwerk en zorgvuldige begeleiding bij de stappen die kwetsbare personen richting meer zelfstandigheid
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
zetten. Het uitgangspunt is een veilige landing in de wijk met voldoende waarborgen om bij terugval effectief te kunnen reageren. Hiervoor moet de basis op orde zijn op het terrein van inkomen, wonen, zorg en een zinvolle dagbesteding. Maatregelen hiertoe zijn in het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers opgenomen in de actielijnen ‘bevorderen participatie’ en ‘integrale ondersteuning en behandeling’.
Best passende zorg op de best passende plek Voldoende variatie In 2015 bracht de commissie Dannenberg in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een advies uit over de toekomst van het beschermd wonen. De essentie van het advies is: ‘Beschermd wonen is niet meer een gebouw dat in de grote stad staat, maar een huis in elke wijk, waar we ter plekke zijn voordat het misgaat’. Eén van de randvoorwaarden om dit mogelijk te maken is een breed arsenaal aan woonvarianten. In Rotterdam is het aanbod tussen intramuraal wonen en geheel zelfstandig wonen met ondersteuning beperkt. We zetten dan ook in op het realiseren van een breder en gevarieerder woonzorgaanbod tussen intramuraal en zelfstandig wonen om zo voor iedereen een best passende woonplek met de best passende zorg te kunnen aanbieden.
Afstappen van de woonladder Om op die best passende plek te komen, hoeft niet de hele woonladder worden doorlopen. De woonladder behelst het idee dat kwetsbare mensen een aantal woonstappen moeten nemen voordat ze geheel zelfstandig kunnen wonen. Het uitgangspunt is echter zoveel mogelijk zelfstandigheid en eigen kracht. We kijken per persoon welke woonzorgvariant op dat moment het best passend is, waarbij we er naar streven naar ondersteuning in het zelfstandig wonen. Dat betekent dat een kwetsbare Rotterdammer, wanneer het voor die persoon het meest passend is, de stappen van de woonladder kan overslaan en direct zijn eigen woning krijgt met ondersteuning thuis.
Inzet op innovatie/domotica Domotica en eHealth bieden toepassingen voor kwetsbare Rotterdammers die de kwaliteit van leven vergroten en de zelfredzaamheid bevorderen. Daar waar eHealth in de ouderenzorg ervoor zorgt dat ouderen langer thuis kunnen wonen, zou het voor kwetsbare Rotterdammers ervoor kunnen zorgen dat zij eerder zelfstandig kunnen
41
wonen. Daarmee kan eHealth de benodigde inzet van personeel verminderen, biedt het een antwoord op de personeelstekorten in de zorg en kan het een bijdrage leveren aan terugvalpreventie. Sinds de coronacrisis is de noodzaak van ondersteuning op afstand en daarmee de toepassing van eHealth (waaronder domotica) in een stroomversnelling terechtgekomen. Maar we staan nog maar aan het begin. Naast beeldbellen zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden om domotica in te zetten waarmee ondersteuning en toezicht op andere wijze (zonder of met minder benodigde personele inzet) en in mindere nabijheid ingezet kan worden. Maar ook innovaties ter ondersteuning van of facilitering bij het wonen, zodat een kwetsbare Rotterdammer sneller van een intramurale setting kan door- of uitstromen naar een extramurale setting. Met als doel fysieke ondersteuning deels te vervangen en toekomstige vraag naar ondersteuning te voorkomen. We willen de inspanningen van zorgaanbieders m.b.t. de inzet van eHealth borgen en verder uitbreiden voor de toekomst. Het betreft een waardevolle aanvulling op het fysieke zorgaanbod, waarbij kwaliteit van de zorg en het belang van persoonlijk contact niet uit het oog verloren wordt. Om de ambities kracht bij te zetten is met zorgaanbieders in juli 2020 de DigiDeal010 afgesloten.
Hiermee onderschrijven gemeente en aanbieders de gezamenlijke ambitie om de inzet van eHealth een grote impuls te geven. Dankzij technologische toepassingen kan de zorg en ondersteuning beter, efficiënter en klantvriendelijker. Deze investering moet er mede aan bijdragen dat ondersteuning beschikbaar en betaalbaar blijft. Met de DigiDeal010 sorteren we voor op de nieuwe inkoop van de Wmo 2022, waarbij de inzet van eHealth een belangrijk uitgangspunt is.
6.2 Strategie opvang Knelpunten doen zich met name voor in de opvang van volwassenen. De strategie voor de opvang richt zich – met uitzondering van het eerste strategische uitgangspunt – dan ook op de opvang voor volwassenen van 23 jaar en ouder.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
Strategische uitgangspunten opvang 1. Preventie opvang voor bankslapers: Flexwonen 2. Van opvang naar wonen 3. Behoud van een stevig, kwalitatief goed en veilig vangnet Maximaal 3 maanden verblijf Slaapzalen naar kleine slaapruimtes. Uitrol van 24-uurs opvang
1. Preventie opvang voor bankslapers Om opvang te voorkomen willen we voor bankslapers (mensen die thuisloos zijn en in het netwerk in een woonsituatie verblijven) die dakloos dreigen te raken en die niet op een andere manier in aanmerking komen voor een woning een preventieve voorziening organiseren. Flexwonen is bedoeld voor bankslapers (jongeren, gezinnen en volwassenen) die geen tot een (zeer) lichte ondersteuningsvraag hebben en die in de opvang terecht komen als de thuisloze situatie te lang duurt. De preventieve voorziening zetten we in om opvang te voorkomen. Het is voor mensen die snel betaalbare woonruimte nodig hebben als eerste stap naar rust en stabiliteit. Het doel is om het leven weer stabiel te krijgen en binnen een jaar uit te stromen naar een eigen woonruimte. Bewoners betalen zelf de huur en krijgen – daar waar nodig – ondersteuning.
2. Van opvang naar wonen Een opvangvoorziening is voor niemand de uiteindelijke best passende plek. We willen opvang, wanneer voorkomen om welke reden dan ook niet lukt, zo veel mogelijk overslaan en alleen als crisismaatregel tijdelijk en kortdurend (maximaal drie maanden) ter overbrugging inzetten. Dit willen we realiseren door het verder uitbreiden en differentiëren van het woonzorglandschap zodat kwetsbare Rotterdammers snel op de voor hen meest passende plek kunnen wonen met ondersteuning. Vooral tussen beschermd wonen en geheel zelfstandig wonen in zien we dat er behoefte is aan woonzorgvoorzieningen, waaronder semimurale voorzieningen. Deelnemers aan Housing First slaan opvang zelfs over en krijgen direct een woning aangeboden. Aangezien woonvoorzieningen en Housing First onder zelfstandig wonen met ondersteuning vallen, worden deze in paragraaf 5.4 verder toegelicht.
42
3. Behoud van een stevig, kwalitatief goed en veilig vangnet
6.3 Strategie Beschermd Wonen
Maximale verblijfsduur van drie maanden
Strategische uitgangspunten BW
Ondanks dat we streven naar het overslaan van opvang, is het onmisbaar voor de eerste periode van dakloosheid. In de opvang kan uitgezocht worden wat de ondersteuningsvraag is en wat de best passende woonzorgplek is. Niet iedereen staat echter open voor hulp en ondersteuning. Sommige Rotterdammers maken echter zo nu en dan gebruik van opvang, slapen dan weer eens buiten, dan weer bij vrienden en willen geen vervolgzorg. Uitgangspunt is dat opvang tijdelijk is en een maximale verblijfsduur kent van drie maanden. Door het bieden van de juiste ondersteuning in de opvang, en door te sturen op een tijdige doorstroom, verwachten we het aantal benodigde opvangplekken (bij gelijkblijvende instroom) te kunnen terugdringen.
1. De Visie Commissie Dannenberg is leidend bij transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. 2. Regionale spreiding 3. Brede mix van BW’s 4. Naast klassieke BW’s ook BW’s met zelfstandige units (met eigen voordeur)
Van slaapzalen naar slaapkamers Sinds 2019 is een beweging ingezet om van grote slaapzalen af te stappen naar een ‘slaapkamergevoel’ met daarbij meer afstand, rust en privacy (nachtopvang nieuwe stijl). Dit doen we door de realisatie van ‘bedmeubels’ die nu gefaseerd in alle locaties worden geplaatst. In het verlengde hiervan streven we naar meer kleinschaligheid in de opvang met overwegend vierpersoonskamers. De ambitie is om dit in uiterlijk 2026 in alle opvanglocaties te hebben bereikt.
Uitrol van 24-uursopvang Ten tijde van de coronaepidemie is gebleken dat 24-uursopvang leidt tot rust en stabiliteit, wat bevorderlijk is voor het herstel. Daklozen hoeven dan niet meer heen en weer te lopen tussen de nachtopvang en de plekken waar ze overdag terechtkunnen. Dit biedt meer rust, meer mogelijkheden om de ondersteuning efficiënt te organiseren en in kortere tijd de basis op orde te krijgen met als doel snelle uitstroom naar een passende woonzorgplek.
1. Visie Commissie Dannenberg is leidend In het advies van de Commissie Toekomst Beschermd Wonen2 staat een nieuwe kijk op psychisch lijden en gezondheid centraal. Mensen met een psychische kwetsbaarheid zijn burgers, ze maken deel uit van de samenleving. Om deze zogeheten sociale inclusie te kunnen realiseren, wordt in het advies een aantal condities benoemd die nodig zijn om de participatie van kwetsbare mensen te ondersteunen en onbedoelde negatieve gevolgen in hun levens tegen te gaan. Deze condities zijn: Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg; Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit; Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie; Een breed arsenaal van woonvarianten; Beschikbare en betaalbare wooneenheden; Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties; Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars; Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning. In Rotterdam zijn we al een eind op weg met de realisatie van de bovengenoemde condities voor sociale inclusie.
2
Rapport Van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis, november 2015
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
43
2. Regionale spreiding In het licht van de transformatie opgave (van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis) en de doordecentralisatie BW, hebben de samenwerkende gemeenten afgesproken om de BW-voorzieningen beter te spreiden over de regio. Dat betekent dat voor het openen van nieuwe BW-voorzieningen door alle gemeenten wordt gezocht naar geschikte locaties. Het kan gaan om intramurale plekken maar ook om semimurale voorzieningen. Soms is een BW-voorziening in een niet-stadse omgeving beter voor cliënten en kan spreiding daarin helpen. De spreidingsopgave is regionaal bedoeld om een beter evenwicht tussen Rotterdam en de overige gemeenten te krijgen. Voor de realisatie van 100 extra plekken in de regio is vijf tot tien jaar uitgetrokken. Deze opgave wordt via de regiomonitor BW gevolgd.
6.4 Strategie zelfstandig wonen met ondersteuning Strategische uitgangspunten zelfstandig wonen met ondersteuning 1. Zelfstandig wonen met ondersteuning binnen de vastgestelde grenzen 2. Inzet op semimurale voorzieningen 3. Uitstroom uit MO/BW uitsluitend via directe bemiddeling met huurzorgcontract 4. Inzetten op inbedding in de wijk 5. Uitbreiding Housing First en Project010 6. Time-out mogelijkheid organiseren
3. Brede mix Gedurende de afgelopen jaren is een brede mix van voorzieningen ontstaan. Die diversiteit hebben we in de toekomst ook nodig. We hebben een mix van voorzieningen nodig, voor jongeren, gezinnen en volwassenen. Er is behoefte aan hoog beveiligd beschermd wonen (ook wel BW+ genoemd) voor cliënten met een combinatie van psychische, gedrags-, verslavings- en VB-problematiek die extra veiligheidsmaatregelen behoeven. Maar ook aan plekken waar het accent op wonen ligt en de zorg en ondersteuning beperkt is. Kortom, een breed aanbod is nodig waar cliënten kunnen wonen op plekken passend bij hun woon-, en zorgbehoefte. Idealiter ‘ademt’ de zorg en ondersteuningsinzet mee met de behoefte van de cliënt. In de toekomst willen we in de regio dan ook die diversiteit verder ondersteunen. De decentralisatie MO-BW maakt de differentiatie tot een regionale verantwoordelijkheid en helpt in de noodzaak om hier een regionale oplossing voor te vinden.
4. Verschuiving van groepsvoorzieningen naar zoveel mogelijk zelfstandige units Een BW-voorziening zoals in de wet (Wmo) gedefinieerd is, voldoet niet meer aan de veranderde wensen van de huidige groep cliënten. De ‘klassieke’ BW-instellingen waarbij cliënten gedeelde voorzieningen hebben en lang verblijven zijn inmiddels niet meer passend bij de veranderde behoeften van de doelgroep en de huidige opvattingen over kwaliteit van zorg en van BW-voorzieningen. Zo zelfstandig mogelijk wonen met een eigen keuken(tje) en douche en eigen voordeur is steeds meer het uitgangspunt waarbij we ons realiseren dat het omvormen/moderniseren van BW-voorzieningen tijd kost.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
1. Zelfstandig Wonen met ondersteuning binnen de vastgestelde grenzen Tussen gemeente en Rotterdamse corporaties is afgesproken dat maximaal 25 procent van de vrijkomende woningen onder de tweede aftoppingsgrens beschikbaar is voor de huisvesting van kwetsbare groepen. Ook is het ijkpunt dat er jaarlijks 5.376 nieuwe verhuringen plaatsvinden. We willen vasthouden aan deze afspraken. Wanneer alle ijkpunten gehaald worden, zouden er jaarlijks maximaal 1.344 huurwoningen in Rotterdam beschikbaar zijn voor kwetsbare Rotterdammers. Alle ontwikkelingen op het gebied van zelfstandig wonen met zorg moeten vallen binnen dit aantal. Dat betekent dat een eventuele toename van de woningen voor bijzondere projecten (Housing First, Project010, escalatiewoningen) binnen deze grenzen moet blijven. Op dit moment wordt 24,6 procent van de woningen verhuurd aan kwetsbare Rotterdammers, wat betekent dat de taart niet groter wordt, maar in absolute zin anders verdeeld kan worden. Overigens hoeft niet iedereen in Rotterdam uit te stromen, cliënten van buiten Rotterdam kunnen veelal weer terug naar de gemeente van herkomst. Wel zien we een toenemende druk op het betaalbare segment door een afnemend aanbod van vrijkomende betaalbare sociale huurwoningen.
Daarom zal binnen de afgesproken kaders van beschikbaarheid de mogelijke groei naar zelfstandig wonen na zorg een plek krijgen in de bredere afweging tussen beschikbaar aanbod en vraag vanuit
44
doelgroepen. Dit laatste is ook onderdeel van gesprek met de corporaties en huurdersorganisaties rondom de prestatieafspraken.
2. Inzet op semimurale voorzieningen Voor sommige kwetsbare Rotterdammers is de stap vanuit een intramurale setting (opvang/beschermd wonen met 24/7 ondersteuning en toezicht) naar volledig zelfstandig thuis mét begeleiding, een stap te ver. Andere kwetsbare Rotterdammers hebben geen 24/7 toezicht nodig en kunnen wel zelfstandig wonen met ondersteuning in nabijheid. We willen daarom semimurale voorzieningen realiseren. Het gaat om tijdelijk wonen voor de groep met voldoende herstelpotentieel of bij wie het herstel zo ver is gevorderd dat de stap naar zelfstandig wonen op een korte termijn (één – twee jaar) te maken (zie bijlage 1 voor een gedetailleerde omschrijving). Een semimurale voorziening is een woonzorgvariant waarbij cliënten wel zelfstandig maar geclusterd / gespikkeld wonen mét ambulante ondersteuning. Het voordeel is dat op deze manier de zorg efficiënter kan worden ingezet en vanwege de clustering ondersteuning vaker in de buurt is. De clustering kan 5 cliënten betreffen, maar ook zijn grotere groepen tot wel 30 à 40 cliënten denkbaar.
Cliënten die in dezelfde straat/blok wonen Cliënten die op dezelfde galerij/gespikkeld in een complex wonen met andere (kwetsbare) huurders Cliënten die zelfstandig in één gebouw wonen etc.
3. Uitstroom uitsluitend via directe bemiddeling met huurzorgcontract Uitgangspunt is huisvesting van kwetsbare Rotterdammers, met een evenredige spreiding over alle Rotterdamse wijken en met oog voor draagkracht van de wijk. Dit realiseren we door naast de reguliere urgentie voor woningzoekenden in Rotterdam een door corporaties, zorgaanbieders en gemeente gezamenlijk ontwikkelde uniforme urgentieroute te volgen die vanuit een hulpverleningstraject dat specifiek is bedoeld voor woningzoekenden. Deze uniforme route houdt in dat de zorginstelling de urgentie regelt. Deze werkwijze willen we continueren, waarbij we alle uitstroom willen vormgeven via directe bemiddeling met een huurzorgconstructie.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
45
Bredere inzet van huurzorgcontracten om de druk op de goedkope voorraad beter te spreiden over alle segmenten van de goedkope voorraad. Indien er geen nazorg nodig is, kan de woningzoekende met voorrang reageren op het aanbod beschikbare woningen uit Woonnet Rijnmond. Is er wel sprake van nazorg, dan wordt de woningzoekende direct bemiddeld (1-route) en sluiten corporatie en huurder een huurzorgcontract af. Om de volgende redenen stellen we voor om alle uitstroom uitsluitend via de 1-route directe bemiddeling te laten verlopen: a. Grip op waar de uitstromers terecht komen; bijvoorbeeld daar waar ze een (sterk) netwerk hebben van familie/vrienden. b. Doorstroom uit instellingen op gang houden; ze houden dure plekken bezet en wachtlijsten zijn lang. c. Zorgen dat mensen met passende zorg en begeleiding uitstromen. d. Woningcorporaties kunnen cliënten van een zorgaanbieder concentreren in één bepaald complex. Zo heeft de corporatie 1 aanspreekpunt en kan de zorg efficiënt georganiseerd worden. Uitgangspunt is dat uitstroom naar de regio mogelijk moet blijven.
Gerichte inzet van woonruimtebemiddeling voor zorgvuldig en met nazorg doorstromen van beschermd wonen naar zelfstandig wonen.
de begeleiding en huisvesting van kwetsbare Rotterdammers en afspraken om elkaar zo vroeg mogelijk op te zoeken om te voorkomen dat een situatie mogelijk escaleert. Ook is communicatie over de doelgroep van belang om stigmatisering te voorkomen. Daarom zetten we in op goede afspraken over rollen en verantwoordelijkheden van zorgaanbieders, gemeente en corporaties over de nazorg en ketenmanagement. Tijdige informatie en goede afspraken creëren bovendien draagvlak bij omwonenden.
5. Inzet continueren van Housing First en Project010 Zowel van Housing First als van Project010 zijn de eerste onderzoeksresultaten positief. Housing First is inmiddels geborgd in de lijn. We onderzoeken de mogelijkheid van uitbreiding van de doelgroep van Housing First en uitbreiding van het aantal deelnemers voor Project010.
6. Realisatie van time-out mogelijkheden Gezien het uitgangspunt dat kwetsbare Rotterdammers zo lang mogelijk in de eigen woning kunnen blijven wonen en de instroom naar een beschermd wonen situatie alleen plaatsvindt als strikt noodzakelijk, willen we meer inzetten op het organiseren van time-out mogelijkheden met als doel de woning van de cliënt te behouden. Het idee hierbij is dat de cliënt geholpen is door een korte tijd (maximaal twee weken) tot rust te komen op een plek waar ondersteuning in directe nabijheid is. Doel is dat de cliënt daarna weer terug kan naar de eigen woning met ondersteuning thuis.
Binnen de pilot Housing First is ervoor gekozen de matching van woningen op een andere manier vorm te geven. Dit is vormgegeven door middel van een matchingstafel waarbij zorgaanbieders en corporaties de meest optimale match proberen te maken tussen kandidaten en woningen. Ook voor de uitstroom uitsluitend via de 1-route is matching gewenst, maar op een minder intensieve wijze om te voorkomen dat dit de wachttijd op een woning negatief gaat beïnvloeden.
4. Inzet op inbedding in de wijk Voor een duurzame uitstroom naar zelfstandig wonen is het van belang om een zachte landing van de kwetsbare Rotterdammers in de wijken te stimuleren door o.a. het netwerk in de wijk te versterken. Tussen woningcorporaties, zorgaanbieders en gemeente is steeds meer contact om deze verandering te begeleiden. Doel is de uitwisseling van kennis: we willen de kennis over het beleid en de gemaakte keuzes delen en vergroten én we willen de leerpunten en ervaringen uit wijken samenbrengen. Kennisdeling over
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
46
interview
“Het is hier veel rustiger dan op de oude locatie” Nadat Marco* (44) in contact kwam met justitie raakte hij zijn huis kwijt en kreeg hij voor het eerst in zijn leven schulden. Na een korte tijd in de nachtopvang kon hij een huis huren van een collega. Toen het tijdelijke contract van zijn collega niet werd verlengd, was Marco weer dakloos. Even later raakte ook hij zijn baan kwijt. Hij kwam weer terecht in de nachtopvang. Sinds kort heeft Marco weer een woning. Maar hoe kijkt hij terug op zijn tijd in de nachtopvang? Marco: “Ik had ik geluk dat ik vorig jaar snel een plekje kreeg. En het is hier veel rustiger dan op de oude locatie waar ik in 2017 zat. Daar sliep je met twintig man op een zaal, hier heb je een kamer met z’n vieren. Ik ben hier snel geholpen; ik had binnen anderhalve maand mijn inschrijving bij de gemeente rond, mijn daklozenuitkering aangevraagd en mijn schulden duidelijk op een rijtje.”
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
47
interview
“Ik kom hier niet meer terug” Na een paar maanden kreeg Marco zijn eigen woning en die heeft hij nu een week. Marco heeft een goed gevoel bij de toekomst: “Ik zit nu in de schuldhulpverlening en heb een huis gekregen via directe bemiddeling. Daar staat alleen niks in, bijvoorbeeld geen koelkast, en ik moet leven van 50 euro in de week. Met het ov naar mijn zus kost al een tientje. Dus met 50 euro koop je geen koelkast. Ik moet nog wel even kijken hoe ik dat ga doen. Maar ik kijk positief naar de toekomst. Ik zit op de goede weg: over drie jaar ben ik uit de schuldhulpverlening en ben ik overal vanaf. Ik kom hier in ieder geval niet meer terug.”
is thu
*De naam in dit artikel is gefingeerd.
De ideale nachtopvang Teamleider Thomas Zondervan van het Leger des Heils: “We zijn in december 2019 verhuisd naar een nieuwe locatie met twaalf kamers met vier bedden en een kamer met zeven bedden. Het gaat om bedden met een bed-ombouw, wat meer privacy geeft. De opvang is ook ruimer opgezet. Er is meer sanitair en een professionele keuken, waar vier keer in de week gekookt wordt met en voor de deelnemers die bij ons verblijven. Daarnaast hebben we meer aandacht voor activering op de locatie, zoals helpen met het eten bereiden en schoonmaken, sporten en activiteiten.”
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
48
7 De opgave tot aan 2030
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
49
In de voorgaande hoofdstukken is ingezoomd op de huidige cliëntpopulatie, het huidige zorgaanbod, hoe de vraag naar zorg zich gaat ontwikkelen en wat de ambities zijn met betrekking tot het gewenste woonzorgaanbod. We weten waar we staan, waar we naar toe willen en met welke zorgvraag we rekening moeten houden. In dit hoofdstuk gaan we in op wat de opgave is om de gewenste situatie te realiseren. 7.1 Aanpak Om in kaart te brengen hoe we tot het gewenste woonzorglandschap kunnen komen en wat de benodigde kwantitatieve omvang is van het aanbod is onderzoeksbureau HHM gevraagd hierbij te helpen. De vraag die in hun onderzoek centraal stond was: ‘Breng in kaart hoe de toekomstige vraag aan woonzorgvormen eruitziet, wat het volume daarvan is en wat ervoor nodig is om de gewenste woonzorgvormen te realiseren.’ Hiertoe hebben zij afzonderlijke gesprekken gevoerd met stakeholders, zorgaanbieders en woningcorporaties over: Ieders rolopvatting ten aanzien van de opgave; Vertalen profielen naar woonzorgvormen (type en kenmerken); Verzamelen randvoorwaarden die nodig zijn om de gewenste vormen te realiseren. Vervolgens is deze input vertaald naar een beschrijving van het toekomstig aanbod aansluitend bij de uitgangspunten en strategie zoals beschreven in hoofdstuk 6 en uitgewerkt in welke mate (aantallen) er behoefte is aan deze vormen.