21bb9424 Bijlage 1 Wonen en Zorg kwetsbare Rotterdammers
Tekst van het document
Wonen en Zorg voor kwetsbare Rotterdammers Plan van aanpak 2030
Inhoudsopgave 3.3.1 Samenvatting3 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Inleiding Aanleiding Doel Doelgroep Relatie plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers Aanpak Leeswijzer
5 6 6 6 7 7 7
Maatschappelijke context 8 Van sluiting Perron Nul tot inzet op volwaardige deelname aan de samenleving 9 Convenant HBD 9 Leefbaarheid 9 Wmo 2015 10 Vermaatschappelijking van de zorg 10 Woonvisie 2030 11 Economisch daklozen 11 Uitbraak coronavirus 11
Interview: Housing First
Uitstroom uit BW en opvang met een urgentie 3.3.2 Woonvoorzieningen 3.3.3 Woonplekken voor bijzondere projecten 3.3.4 Skaeve Huse Interview: Zelfstandig wonen 4 Huidige populatie 4.1 Aanpak 4.2 Opvang en Wmo-ondersteuning 4.3 Verdeling van cliënten 4.4 Leeftijdsverdeling 4.5 Instroom 4.6 Uitstroomperspectief 4.7 Uitstroom naar zelfstandig wonen 4.8 Knelpunten 4.9 Conclusies
25 26 26 27 28 29 30 31 32 32
Interview: Beschermd Wonen
34
5 5.1 5.2
36 37
12 5.3
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3
Huidig aanbod Opvang Beschermd wonen BW voor cliënten met een (licht) verstandelijke beperking Spreiding van BW-voorzieningen Zelfstandig wonen met ondersteuning
15 16 17 18 18 19
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
19 20 20 21
6 6.1 6.2 6.3 6.4
Ontwikkelingen Demografische en sociale ontwikkelingen Ontwikkelingen in de zorg en op de woningmarkt Vraagontwikkeling Ambitie en uitgangspunten wonen en zorg Uitgangspunten Strategie opvang Strategie Beschermd Wonen Strategie zelfstandig wonen met ondersteuning
22
Interview: Nachtopvang
47
7 7.1 7.2 7.3 7.4
49 50 50 51
7.5 7.5.1
De opgave tot aan 2030 Aanpak De opgave voor opvang De opgave voor beschermd wonen De opgave voor zelfstandig wonen met ondersteuning Strategie en opgave vastgoed Rolverdeling
8
Conclusies
56
52 54 54
Bijlage 1: Beschrijving intramurale voorzieningen, semimurale voorzieningen en doorstroomvoorzieningen 59 Bijlage 2: Opbouw vraagramingsmodel
61
37 38
40 41 42 43 44
2
Samenvatting Vanaf het moment dat er met de sluiting van Perron Nul 25 jaar geleden begonnen is met het opvangen en onderbrengen van dakloze en kwetsbare Rotterdammers, is in gezamenlijkheid door zorgaanbieders, woningcorporaties en gemeente geïnvesteerd in het realiseren van een breed en divers woonzorglandschap om voor iedereen een best passende plek te kunnen bieden. Uitgangspunt daarbij is dat Rotterdam een inclusieve stad is waarin iedereen – jong en oud, hoog- en laagopgeleid, met en zonder beperking – dezelfde kansen op scholing, werk, inkomensverwerving, wonen, zorg, cultuur, en sport hebben. Om oog te hebben voor de draagkracht van wijken zijn onderling afspraken gemaakt over het spreiden van voorzieningen over stad en regio en het spreiden van de uitstroom van kwetsbare Rotterdammers uit voorzieningen naar een eigen woonplek in de stad.
Het huidig woonzorglandschap Het woonzorglandschap bestaat inmiddels uit opvanglocaties voor jongeren (18-23 jaar), volwassenen (23 jaar en ouder), gezinnen en slachtoffers van huiselijk geweld. In totaal zijn er voor hen zo’n 475 opvangplekken. Voor kwetsbare Rotterdammers die tijdelijk niet in staat zijn om zelfstandig te wonen vanwege hun verstandelijke beperking (VB) of psychische of psychosociale problematiek (GGZ) en continu ondersteuning in nabijheid (24 uur) nodig hebben, zijn er 2.150 plekken beschermd wonen (BW). Voor mensen die al zo goed als in staat zijn om zelfstandig te wonen, zijn er 855 plekken in woonvoorzieningen. Voor de uitstroom uit een (beschermde) woonvoorziening worden jaarlijks 900 woningen benut.
Gebruik van het woonzorglandschap Jaarlijks zijn er 500 instromers in BW en 1.100 in MO (dakloze mensen met een extramuraal arrangement) die van dit woonzorglandschap gebruik maken. Er maken jaarlijks meer volwassenen gebruik van de opvang dan er instromen in MO. Dit komt omdat een deel af en toe een nacht komt slapen en geen zorgtraject ingaat. In de afgelopen jaren is een lichte groei te zien in het aantal mensen dat gebruik maakt van de opvang voor volwassenen: van 950 in 2016 naar 1.135 in 2019. Daarbij verblijft gemiddeld 40 procent van de daklozen langer dan 3 maanden in de opvang. De verblijfsduur in de
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
opvang voor jongeren is aanzienlijk korter, waardoor de jongerenopvang kan volstaan met 27 plekken. Dit is mogelijk doordat zorgaanbieders veel plekken in woonvoorziening (doorstroomvoorzieningen) aanbieden waar jongeren tijdelijk kunnen wonen met extramurale ondersteuning.
Knelpunten Het huidige woonzorglandschap werkt op hoofdlijnen goed, maar er zijn ook verbeter punten te noemen. De langere verblijfsduur van 40 procent van de volwassenen die gebruik maken van de opvang is een aandachtspunt. Langdurig verblijf in de opvang met weinig privacy, rust en structuur draagt niet bij aan het herstel van cliënten. De overige opvangvoorzieningen kennen nauwelijks knelpunten. Voor BW zijn er wachtlijsten voor zowel jongeren als volwassenen, waarbij een deel van de cliënten urgent een plek nodig heeft. Daarbij komt dat het moeilijk is om aan geschikt en betaalbaar vastgoed te komen. Voor zelfstandig wonen met ondersteuning brengt het uitstromen met een reguliere urgentie uitdagingen met zich mee. Met een reguliere urgentie kunnen kwetsbare Rotterdammers zelf reageren op woningen en is het niet mogelijk om te sturen naar welke wijk zij uitstromen. Ook krijgen uitstromers met een reguliere urgentie niet altijd meer nazorg, terwijl dat in de praktijk soms wel nodig blijkt te zijn.
Vraagontwikkeling De vraagraming laat in de periode 2020-2030 – bij onveranderd beleid en alleen rekening houdend met exogene factoren – over de volle breedte van de maatschappelijke zorg een toenemende vraag zien. Het meest in het oog springend zijn de ontwikkelingen in BW die het gevolg zijn van aflopen van het overgangsrecht in 2020 en Wlz-uitname in 2021. Deze beleidswijziging heeft een eenmalig effect op het aantal arrangementen voor beschermd wonen: deze daalt van 2.047 in 2020 naar 1.275 in 2021. Vervolgens zal de vraag naar verwachting licht blijven stijgen naar 1.728 in 2030. De vraag naar MO stijgt van 1.100 in 2020 naar 1.491 in 2030.
Strategie en opgave Met de knelpunten en vraagontwikkeling in het achterhoofd zijn voor opvang, beschermd wonen en zelfstandig wonen met ondersteuning strategieën en opgaven uitgewerkt.
3
Opvang Voor de opvang wordt ingezet op preventie, het kunnen overslaan van opvang door het realiseren van Flexwonen en het verder uitrollen van projecten zoals Housing First en Project010. Flexwonen is bedoeld voor bankslapers (jongeren, gezinnen en volwassenen) die geen tot een (zeer) lichte ondersteuningsvraag hebben en die anders in de opvang terecht komen als de thuisloze situatie te lang duurt. Als opvang onafwendbaar is, zetten we in op het behouden van een stevig, kwalitatief goed en veilig vangnet van opvang. De ontwikkeling van het ombouwen van slaapzalen naar slaapkamers zetten we door om zo meer rust en privacy te kunnen bieden. Ook het bieden van 24-uursopvang willen we verder uitrollen gezien de goede ervaringen die hiermee zijn opgedaan ten tijde van de coronaepidemie. Voor het terugbrengen van de verblijfsduur in de opvang voor volwassenen is een groter aanbod van woonvoorzieningen nodig, zoals uit ervaringen in de jongerenketen blijkt. Hiervoor is een uitbreiding van 160 plekken in woonvoorzieningen nodig. Pas als dit is gerealiseerd en de door- en uitstroom in deze voorzieningen op peil is, kan het aantal opvangplekken met 60 worden teruggebracht.
Beschermd wonen Gedurende de afgelopen jaren is een brede mix van voorzieningen ontstaan. Die diversiteit hebben we in de toekomst ook nodig, waaronder een BW+-voorziening. Een BW+-voorziening is hoogbeveiligd beschermd wonen voor cliënten met een combinatie van psychische, gedrags-, verslavings- en VB-problematiek die extra veiligheidsmaatregelen behoeven. Verder is de inzet om BW’s zo veel als mogelijk te laten bestaan uit zelfstandig units met een eigen keuken(tje) en douche. Jaarlijks zijn naar verwachting drie – vijf locaties nodig ter vervanging van huidige panden, mede om gewenste variëteit van BW-voorzieningen te bewerkstelligen. De mogelijk groeiende vraag naar beschermd wonen vangen we op door de realisatie van semimurale voorzieningen. Dit is in lijn met het advies van de commissie Dannenberg om toe te werken van beschermd wonen naar beschermd thuis. Een semimurale plek is een plek waarvoor de cliënt zelf huur betaalt en waar ondersteuning in nabijheid is georganiseerd. Voor het oplossen van het urgente deel van de wachtlijst voor BW geldt dat hierin wordt voorzien met de afspraken die gemaakt zijn over de realisatie van 100 BW-plekken in de regio in de komende jaren. Naar verwachting zal een deel van de cliënten op de wachtlijst BW bij een herbeoordeling ook in aanmerking kunnen komen voor een semimurale plek.
Het vernieuwde woonzorglandschap met semimurale voorzieningen vergt een herziening van het Convenant HBD waarin afspraken zijn opgenomen over de realisatie van
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
voorzieningen en de uitstroom met een urgentie. Dit zal worden gedaan op basis van de uitgangspunten die in dit plan zijn opgenomen.
Zelfstandig wonen met ondersteuning
In het geval van zelfstandig wonen met onderthu is steuning houden we vast aan de afspraak met de Rotterdamse corporaties en het vastgestelde ijkpunt dat maximaal 25 procent van de vrijkomende woningen onder de tweede aftoppingsgrens beschikbaar is voor de huisvesting van kwetsbare groepen. De inzet is om uitstroom uitsluitend via directe bemiddeling met een huurzorgcontract te laten plaatsvinden, zodat er grip is op waar uitstromers terechtkomen en er altijd nazorg is. Daarbij wordt de woning wel zoveel mogelijk gematcht met de wensen van de uitstromer, bijvoorbeeld dat deze zich bevindt in de wijk waar de uitstromer een (sterk) netwerk heeft waardoor een zachte landing en inbedding in de wijk mogelijk is. Ook maakt het uitsluitend uitstromen via directe bemiddeling met huurzorgcontract voor woningcorporaties het mogelijk om cliënten van een zorgaanbieder in één bepaald complex te plaatsen. Zo heeft de corporatie één aanspreekpunt en kan de zorg efficiënt georganiseerd worden. Door de verwachte groeiende vraag er voor de uitstroom jaarlijks een toename van het aantal benodigde woonplekken; van 900 tot 1.235 in 2030.
Vastgoed Het is moeilijk om aan geschikt en betaalbaar vastgoed te komen. De onlangs ontwikkelde referentiewaarden bieden hiervoor ten dele een oplossing. Een projectontwikkelaar die meer dan 500 woningen gaat bouwen in Rotterdam – waaronder ook een deel uit sociale huurwoningen moet bestaan – moet ruimte inplannen voor onderwijs, sport, cultuur, welzijn en maatschappelijke voorzieningen. Op deze manier doen zich de komende jaren zo’n tien mogelijkheden voor voor de realisatie van nieuwe opvang of (beschermd) wonen voorzieningen. Gemeente zet zich voornamelijk in voor het organiseren van het vastgoed voor opvang en woningcorporaties en zorgaanbieders voor de realisatie van woonvoorzieningen waarbij de gemeente faciliteert.
4
1 Inleiding
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
5
1.1 Aanleiding Sinds de decentralisaties in het sociaal domein werken gemeente, zorgaanbieders en corporaties toe naar sociale inclusie voor iedereen. Uitgangspunt is zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Dit houdt in dat begeleiding en ondersteuning zoveel mogelijk in ‘gewone’ woningen en wijken en (dus) in de eigen sociale omgeving van mensen plaatsvindt. Meer dan voorheen wonen kwetsbare Rotterdammers niet langer binnen een instelling, maar thuis in de wijk en eigen omgeving. Dit is het gevolg van de daarop ingezette maatschappelijke ontwikkeling en (landelijke) beweging in de afgelopen jaren. Als onderdeel hiervan is het aantal GGZ-bedden afgebouwd. Deze landelijke doelstelling is onze regio behaald. Het verblijf in een instelling voor beschermd wonen of de maatschappelijke opvang moet mogelijk zijn zo lang als mensen dat nodig hebben. Vloeiende doorstroom naar meer zelfstandige woonvormen vindt plaats wanneer dit op een veilige en verantwoorde manier kan. Landelijk zijn en worden wijzigingen doorgevoerd om deze beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis mede mogelijk te maken. Dankzij de inzet van betrokken partners is er al veel bereikt en geïnvesteerd de afgelopen jaren, met als resultaat een divers woonzorgaanbod. Tegelijkertijd brengen de veranderingen met zich mee dat er in toenemende mate (zelfstandige) huisvesting nodig is voor kwetsbare doelgroepen.
We staan voor de uitdaging goed voorbereid te zijn op de groeiende vraag van kwetsbare Rotterdammers en om deze van passende huisvesting te voorzien. Van belang is om te weten in welke mate de vraag gaat toenemen, met welke aantallen in de toekomst rekening moet worden gehouden en hoe het beoogde woonzorglandschap er uit ziet. Een strategie is nodig zodat gemeente, zorgaanbieders en corporaties gezamenlijk het wonen met zorg voor de komende jaren kunnen vormgeven.
is thu
1.3 Doelgroep De meeste Rotterdammers redden het prima alleen. Sommigen krijgen steun van familie, vrienden of buren. Maar er zijn ook mensen die meer nodig hebben. Die er soms helemaal alleen voor staan. Hierbij kan het gaan om Rotterdammers die dakloos of verslaafd zijn, of die psychische problemen of een verstandelijke beperking hebben. Zij kunnen problemen hebben op verschillende gebieden, zoals zorg, financiën, wonen en werk. En net als alle andere Rotterdammers hebben deze kwetsbare mensen ook een plek nodig om te leven, om te wonen, om zich veilig te voelen – om gewoon te zijn.
1.2 Doel
Dit plan heeft betrekking op de doelgroep van 18 jaar en ouder die maatschappelijke zorg behoeft: mensen met een grotere kwetsbaarheid op psychisch of psychosociaal gebied (GGZ) of een verstandelijke beperking (VB). Zij kunnen daardoor soms beperkt meedoen in de samenleving. Vanwege hun beperkte zelfredzaamheid hebben zij recht op ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
In dit plan werken we uit wat er nodig is om (zo tijdig mogelijk) een passende plek voor kwetsbare Rotterdammers te realiseren. De doelstelling is om te achterhalen wat die passende plek is, hoe die eruit ziet en wat ervoor nodig is om die in voldoende mate te realiseren. Hiertoe is gezamenlijk een visie op opvang, beschermd wonen en zelfstandig wonen met ondersteuning uitgewerkt en de vraagontwikkeling tot 2030 in kaart gebracht.
Het gaat hierbij om kwetsbare Rotterdammers die dakloos zijn en opvang behoeven of vanwege hun kwetsbaarheid beschermd moeten wonen, en die vervolgens uitstromen naar zelfstandig wonen met ondersteuning. Dit plan heeft geen betrekking op de mensen die al zelfstandig wonen en daarbij vanwege verminderde zelfredzaamheid op enig moment Wmo-ondersteuning nodig hebben.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
6
1.4 Relatie plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers Rotterdam werkt hard aan het verbeteren van zorg en ondersteuning aan kwetsbare Rotterdammers. Dankzij alle inzet en verbeteringen in de afgelopen jaren bereiken we een steeds grotere groep kwetsbare Rotterdammers. Voor de meest kwetsbare Rotterdammers zijn er specifieke voorzieningen, maar ook voor iedere Rotterdammer die er zelf – al dan niet met hulp van familie of vrienden – niet uitkomt. Ondanks alle inzet en investeringen in de afgelopen perioden zien we dat we er nog niet zijn; de complexiteit in de samenleving neemt toe. Met het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers (2019-2022) willen we bereiken dat kwetsbare Rotterdammers zoveel mogelijk volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en dat ze – wanneer nodig – passende zorg en ondersteuning in de eigen woonomgeving ontvangen. De maatregelen gaan over de volle breedte van alle levensdomeinen (zorg, inkomen, wonen, omgeving) waar kwetsbare Rotterdammers mee te maken hebben. Het plan van aanpak is opgebouwd langs de volgende zes actielijnen die elk een aantal maatregelen bevat: 1. Problemen vóór zijn om problematiek sneller te herkennen en (zo) de inzet van zwaardere zorg te voorkomen. 2. Integrale hulp via een systeem van meer sluitende zorg en ondersteuning in de hele GGZ-keten. 3.
Huisvesting door een aanbod van meer en meer gedifferentieerde woonvoorzieningen voor kwetsbare Rotterdammers, met daarbij passende ondersteuning. 4. Doorontwikkeling nacht-, gezins- en crisisopvang waarin meer aandacht is voor kwaliteit, privacy en veiligheid. 5. Bevorderen van participatie om te voorkomen dat mensen problematische schulden krijgen en te stimuleren dat kwetsbare Rotterdammers (nog) meer meedoen in de samenleving. 6. Veerkrachtige stad en wijk door te werken aan een meer inclusieve en veilige samenleving en een betere inbedding van de doelgroep in de wijk.
1
De uitwerking van dit plan is onderdeel van maatregel 3 ‘Huisvesting’.
1.5 Aanpak Onderzoeksbureau HHM heeft in samenwerking met zorgaanbieders de huidige cliëntpopulatie in kaart gebracht. Ook heeft het bureau onderzocht hoe de zorg naar vraag zich gaat ontwikkelen en geholpen bij het in kaart brengen van de opgave. Voor de strategie met betrekking tot opvang, beschermd wonen en zelfstandig wonen met ondersteuning zijn de Brede Raad 0101, zorgaanbieders en woningcorporaties geconsulteerd.
1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt kort teruggeblikt en de maatschappelijke context geschetst van het woonzorgvraagstuk. Om de strategie ten opzichte van de inrichting van het toekomstig woonlandschap te kunnen bepalen, is in hoofdstuk 3 eerst het huidig aanbod in kaart gebracht om vervolgens in hoofdstuk 4 een beeld te geven van de huidige populatie. Hoofdstuk 5 laat zien hoe de vraag naar zorg zich gaat ontwikkelen tot aan 2030. De uitgangspunten en het toekomstbeeld van opvang, beschermd wonen en zelfstandig wonen met ondersteuning staan beschreven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 staat uitgewerkt hoeveel opvangplekken en plekken woonvoorzieningen nodig zijn om de ambities te realiseren. Hoofdstuk 8 sluit af met de conclusies.
Onafhankelijke adviesraad van het college van B&W. De Brede Raad 010 bestaat uit bijna 30 Rotterdammers. Zij zorgen ervoor dat ervaringen van de Rotterdammers met het sociaal beleid bij de gemeente terecht komen.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
7
2 Maatschappelijke context
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
8
2.1 Van sluiting Perron Nul tot inzet op volwaardige deelname aan de samenleving 25 jaar geleden heeft de gemeente Perron Nul gesloten om een eind te maken aan de overlast van verslaafden en daklozen in de stad. Verantwoordelijk wethouder Marianne van den Anker zorgde ervoor dat daklozen van straat werden gehaald – ook van de beruchte Keileweg – en onderdak kregen door het realiseren van diverse opvang- en woonzorgvoorzieningen. Deze lijn is in 2006 voortgezet en uitgebreid in het ‘Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang’ waarbij verantwoordelijk wethouder Jantine Kriens de focus legde op goede lijnen tussen nachtopvang en zorg. Met een persoonsgebonden aanpak, huisvesting, inkomen, dagbesteding en zorg heeft de gemeente met dit programma een einde weten te maken aan de chronische dakloosheid van vele op straat levende kwetsbare mensen. De begeleiding is verschoven van opvangen in een voorziening naar ondersteunen in het dagelijks leven, een principe dat ook gestimuleerd wordt door de Wmo. Voortbouwend op de resultaten van het plan van aanpak heeft de gemeente zich met het ‘Actieprogramma Eerder Thuis’ voor de ambitie gesteld deze mensen, veelal kampend met psychosociale problematiek, weer naar vermogen te laten participeren in de Rotterdamse samenleving.
Met de nieuwe aanpak in het ‘Plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers’ wil de gemeente nog een stap verder gaan en bereiken dat kwetsbare Rotterdammers zoveel mogelijk volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en dat ze passende zorg en ondersteuning krijgen in de eigen woonomgeving.
2.2 Convenant HBD De huisvesting van bijzondere doelgroepen was een belangrijk onderdeel van het actieprogramma Eerder Thuis. In Rotterdam is veel ervaring opgebouwd in het realiseren van woonvoorzieningen voor deze kwetsbare doelgroepen. Een belangrijke succesfactor daarbij was de evenredige verdeling van de (woon)voorzieningen over de stad, die rekening houdt met de draagkracht van wijken en buurten en waarbij proactief een verbinding is gemaakt met de directe omgeving middels bijvoorbeeld het instellen van beheercommissies en de totstandkoming van een beheerconvenanten. In de loop van
2
de jaren is gebleken dat voorzieningen die op deze manier tot stand zijn gebracht nauwelijks tot geen overlast voor hun omgeving opleveren en soms zelfs een positief effect op de leefbaarheid in de buurt kunnen hebben. In 2009 zijn de afspraken vastgelegd in het Convenant huisvesting bijzondere doelgroepen. De partners in het convenant zijn de woningcorporaties, de zorgaanbieders en de gemeente. In 2012 zijn de afspraken geactualiseerd. De decentralisatie in de zorg, de Wmo, de Huisvestingswet 2014, De Rotterdamwet en actieprogramma MO/(O)GGZ (Eerder Thuis) waren in 2015 aanleiding om samen met alle betrokken partijen het convenant HBD en het instrument van zonering te herijken.
2.3 Leefbaarheid Met alle aanpakken en programma’s zijn de afgelopen jaren aansprekende resultaten behaald. Resultaten die ook zichtbaar zijn op straat en die onmiskenbaar hebben bijgedragen aan de leefbaarheid in de stad. Deze successen brengen ook nieuwe uitdagingen met zich mee. In wijken met veel betaalbare sociale huurwoningen treedt in toenemende mate een concentratie op van huishouden met de laagste inkomens als gevolg van het Rijksbeleid, waarbij de sociale huursector is beperkt tot de laagste inkomens. Deze huishoudens zijn in toenemende mate kwetsbaar en zijn vaker beperkt zelfredzaam. Daar waar zij geconcentreerd samenleven, staat ook de samenredzaamheid onder druk. Dit blijkt uit een landelijk onderzoek dat in 2018 in opdracht van Aedes is uitgevoerd naar de instroom van kwetsbare groepen en de effecten op de leefbaarheid in het corporatiebezit.2 Samen met de Rotterdamse corporaties is opdracht gegeven om een Rotterdamse versie te maken van dit landelijke onderzoek, genaamd ‘Veerkracht voor Rotterdamse wijken’. In dit rapport is nagegaan in welke mate de ontwikkelingen die in het landelijke rapport zijn geschetst zich ook in Rotterdam voordoen. De ontwikkelingen in het corporatiebezit in Rotterdam zijn sterk vergelijkbaar met die in het corporatiebezit in Nederland als geheel.
Het aandeel corporatiewoningen in Rotterdam ligt echter wel een stuk hoger dan gemiddeld in Nederland, en binnen die
Veerkracht in het corporatiebezit: De update: een jaar later, twee jaar verder..., Aedes 22 januari 2020.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
9
corporatiewoningen in Rotterdam ligt het aandeel kwetsbare bewoners hoger dan gemiddeld in Nederland. Het aandeel neemt echter wel minder toe. Qua overlast en onveiligheid is iets vergelijkbaars te zien: de bewoners van Rotterdamse corporatiewoningen ervaren meer overlast en voelen zich onveiliger dan de gemiddelde corporatiebewoner in het land, maar de verslechtering is de afgelopen jaren wat minder groot geweest. Leefbaarheid heeft volop de aandacht binnen de gemeente. Op wijkniveau zijn diverse trajecten en initiatieven uitgerold met als doel de leefbaarheid te vergroten. Op stedelijk niveau dragen meerdere projecten bij aan de algehele leefbaarheid zoals het actieplan Woonoverlast. Ook wordt naar aanleiding van het rapport ‘Veerkracht voor Rotterdamse wijken’ gewerkt aan een vervolg in een aantal wijken/buurten, want elke wijk/buurt kent zijn eigen dynamiek en problematiek, en vraagt om een eigen mix van maatregelen en inzet.
2.4 Wmo 2015 Met het inwerkingtreden van de Wmo 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van haar inwoners. Vanuit deze verantwoordelijkheid biedt de gemeente kwetsbare Rotterdammers opvang, beschermd wonen en/of ondersteuning. Bij opvang en beschermd wonen is de huisvesting onderdeel van het zorgaanbod van de zorgaanbieder. Bij zelfstandig wonen met ondersteuning is dat niet per se het geval. Dan is het mogelijk dat de zorgaanbieder als (intermediaire) verhuurder optreedt. Uitstroom uit opvang of beschermd wonen is mogelijk door met urgentie voorrang te krijgen voor een sociale huurwoning, met of zonder huurzorgcontract3 is het accepteren van woonbegeleiding (i.e. ondersteuning). Een van de voorwaarden in een huurzorgcontract.
instelling, maar thuis in de wijk en eigen omgeving. Dit is mede het gevolg van de ingezette maatschappelijke ontwikkeling naar aanleiding van het rapport ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ van de commissie Dannenberg4. Dit rapport is een advies aan gemeenten en Rijk over een nieuw verdeelmodel voor de financiële middelen voor beschermd wonen naar alle gemeenten. In haar rapport geeft de commissie niet alleen een advies voor een nieuw verdeelmodel, maar ook een visie op de toekomst van beschermd wonen. Het doel is om alle gemeenten financieel in staat te stellen om passend aanbod beschermd wonen voor hun eigen inwoners te organiseren. Deze visie is door gemeenten en Rijk omarmd. In het toekomstbeeld van de commissie staan de sociale inclusie en een stabiele woonplek in de wijk, midden in de samenleving, centraal. Volgens de commissie vraagt dat om een gevarieerd arsenaal aan woonvarianten om maximaal tegemoet te kunnen komen aan de verscheidenheid in de ondersteuningsbehoefte van kwetsbare mensen. Een voorwaarde voor stabiliteit is volgens de commissie een gegarandeerde toegang tot de best mogelijke behandeling en gespecialiseerde zorg.
Doordecentralisatie Beschermd Wonen De verantwoordelijkheid voor Beschermd Wonen verschuift van centrumgemeenten naar alle gemeenten en gaat inhoudelijk per 2022 in en financieel per 2023. Vanaf dan zijn de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor de inhoud van en sturing op Beschermd Wonen. Ook de financiële middelen voor BW worden herverdeeld. Deze zijn nu nog gekoppeld aan de centrumgemeenten maar gaan onderdeel uitmaken van een nieuwe, integrale verdeling van middelen over alle gemeenten. De VNG heeft ingestemd met een ingroeipad van tien jaar en om de financiële middelen te herverdelen onder de gemeenten.
2.5 Vermaatschappelijking van de zorg Meer dan voorheen wonen kwetsbare Rotterdammers niet langer binnen een 3
Een huurzorgcontract is een huurcontract waarbij de levering van zorg is gekoppeld aan het huurcontract. De huurder is in dat geval verplicht om de benodigde zorg af te nemen bij de partij die genoemd wordt in het contract. Als de huurder de voorwaarden van het contract niet (meer) nakomt, maakt hij geen aanspraak op huurbescherming
4
zodat de verhuurder hem kan dwingen de woning te verlaten. Een koppelbeding van wonen en zorg is niet verboden, maar een verhuurder moet wel goede argumenten hebben om dit te kunnen opleggen. https://vng.nl/files/vng/van-beschermd-wonen_20151109.pdf
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
10
Spreiding De gemeente Rotterdam heeft sinds 2008 beleid met betrekking tot het huisvesten van bijzondere doelgroepen. Uitgangspunt van dit beleid is zorgvuldigheid bij de realisatie van nieuwe beschermde woonvoorzieningen voor bijzondere doelgroepen en spreiding van deze voorzieningen over stad en regio. Met de regio zijn specifieke afspraken gemaakt over het aantal te realiseren plekken beschermd wonen in de regio. Met betrekking tot de huisvesting van bijzondere doelgroepen in zelfstandige woningen moet rekening gehouden worden met de draagkracht van de omgeving.
2.6 Woonvisie 2030 In haar Woonvisie 2030 en het Addendum ‘Thuis in Rotterdam’ geeft de gemeente een vergezicht op Rotterdam als aantrekkelijke woonstad in 2030. De gemeente wil dat er meer evenwicht in het Rotterdamse woningaanbod komt. De belangrijkste onderwerpen zijn groei, balans, kwaliteit – nu en in de toekomst – en de basis op orde. De basis op orde betekent dat er ook voor Rotterdammers met een smalle beurs voldoende aanbod is van goedkope huurwoningen waar kwetsbare Rotterdammers die vanuit opvang of een woonvoorziening komen voornamelijk van afhankelijk zijn. Voor de meest kwetsbaren in de maatschappij voorziet de Woonvisie 2030 een voor hen passende woonsituatie. Hierdoor kunnen zij met passende ondersteuning zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen en vindt de instroom naar beschermd wonen alleen plaats wanneer dat strikt noodzakelijk is. Anderzijds gaat het erom dat zij op een zorgvuldige manier, met nazorg doorstromen van beschermd wonen naar zelfstandig wonen. Daarbij ligt de nadruk op het bieden van passende huisvesting in een passende woonomgeving. Dit draagt bij aan het woongenot van deze Rotterdammers en haar buren. Het vergroot voor hen de kans op participatie in de samenleving en heeft oog voor de draagkracht van de omgeving.
Randvoorwaarden voor de realisatie zijn: Brede inzet van huurzorgcontracten om de uitstroom uit beschermd wonen en opvang beter te spreiden over de goedkope woningvoorraad. Gerichte inzet van woonruimtebemiddeling voor zorgvuldig en met nazorg doorstromen van beschermd wonen naar zelfstandig wonen.
2.7 Economisch daklozen/bankslapers De groep bankslapers is de laatste jaren toegenomen van 1.000 naar 1.400. Bankslapers zijn mensen die geen vaste woning hebben en binnen hun netwerk verblijven, vaak letterlijk door op de bank te slapen bij vrienden of familie. Onder de groep zogenaamde
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
bankslapers, bevindt zich een steeds groter wordende groep economisch daklozen, maar ook kwetsbare Rotterdammers. Vanwege een tekort aan beschikbaar betaalbare huisvesting door het ontbreken van doorstroming, betreft een deel van de bankslapers jongeren in de leeftijd 18 tot 23 jaar. Economisch daklozen hebben vaak een inkomen, zijn zelfredzaam en hebben daardoor geen recht op opvang. Zij hebben geen zorgvraag, maar vooral een huisvestingsvraag: zij kunnen geen betaalbare woning vinden. Het langdurig niet hebben van een eigen plek leidt tot stress en in sommige gevallen tot verminderde zelfredzaamheid, waardoor een deel alsnog in de opvang terecht komt. Zo leidt een huisvestingsvraag uiteindelijk tot een zorgvraag met alle persoonlijke, maatschappelijke en financiële gevolgen van dien. Naar verwachting zal de groep economisch daklozen als gevolg van het landelijke woningtekort en de gevolgen n.a.v. de coronacrisis de komende jaren verder toenemen.
2.8 Uitbraak coronavirus De uitbraak van het coronavirus begin 2020 heeft een grote impact op de samenleving en het dagelijks leven van eenieder. In dat jaar is alles op alles gezet om de ondersteuning aan kwetsbare Rotterdammers zo goed als mogelijk door te laten gaan of zelfs te intensiveren. Waar face-to-face begeleiding niet mogelijk was, is de begeleiding op afstand verleend. Binnen de maatschappelijke opvang zijn diverse maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat voldoende afstand gehouden kan worden en mensen zo veilig mogelijk worden opgevangen. Zo zijn voor de opvang van volwassenen twee extra tijdelijke opvanglocaties geopend om in alle opvanglocaties de anderhalve meter afstand te kunnen waarborgen, is de nachtopvang ook overdag geopend en is de inzet van straatdoktoren vergroot. Voor jongeren werd een extra crisisopvanglocatie geopend die ook 24/7 geopend was. De woningcorporaties hebben zich ingespannen om versnelde uitstroom naar zelfstandig wonen mogelijk te maken. De vraag is welk effect de coronaepidemie op de langere termijn heeft. Gaan meer mensen dak- en thuisloos raken? Gaat het tot meer en/of intensievere zorgvragen leiden? Het effect van corona op de middellange en lange termijn op kwetsbare Rotterdammers laat zich nog slecht inschatten. We zullen dit nauwgezet volgen om zoveel mogelijk te kunnen anticiperen op de te verwachten effecten.
11
interview
Met Housing First van grofvuil naar een nieuw leven Drie jaar lang was André* dakloos en leefde hij in het Zuiderpark. Hij sliep daar tussen de struiken. ’s Zomers, maar ook ’s winters in de kou en regen. Al die tijd kampte hij met gezondheidsproblemen. In maart 2019 kwam hij in contact met de veldwerkers van Stichting Ontmoeting die hem na overleg aanmeldden voor het project Housing First. Een paar maanden later kreeg hij de sleutel van een eigen huis. “Ik had eindelijk weer een dak boven m’n hoofd. En ik had een eigen douche en kon m’n kleren wassen; niet te beschrijven hoe blij ik was. Het voelde alsof ik opnieuw geboren werd.” Na een scheiding stortte de wereld van André in elkaar en raakte hij dakloos. “Ik hing de hele dag rond in het Zuiderpark. Je kunt ook nergens heen, omdat je geen cent te besteden hebt. Je kan geen tram pakken, want je krijgt een boete. Je staat helemaal buiten het normale leven. Op de voedselbank heb je ook geen recht, want je hebt geen adres. Een dakloze krijgt één kop soep in de week.”
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
12
interview
Alles steeds weer kwijt Van de nachtopvang wilde hij geen gebruikmaken, omdat hij daar zijn rust niet kon vinden en ook geen privacy had. Dus sliep hij buiten. “In de winter is het erg moeilijk. Het is nat en koud en je kan niet eens een vuurtje maken, want dan krijg je een boete. Ik had op een gegeven moment een droge matras en een droge deken gevonden voor mijn slaapplek tussen de struiken. De volgende dag kwam de ROTEB en die nam alles mee wat ik had. Ook mijn kleren en m’n tandpasta. Je raakt voortdurend alles kwijt en het voelt alsof je een minderwaardig soort mens bent, een soort levend grofvuil.”
Stichting Ontmoeting André maakte zich erg veel zorgen om zijn gezondheid en heeft op meerdere plekken hulp gezocht, die echter nooit goed van de grond kwam. Dat veranderde toen hij in contact kwam met mensen van Stichting Ontmoeting. “Als ik naar het ziekenhuis moest, kwamen zij me ophalen uit het Zuiderpark en brachten me ook weer terug. Ik kreeg ook etensgeld.” Stichting Ontmoeting heeft met André besproken of hij wilde deelnemen aan het project Housing First. In december 2019 kreeg André de sleutel van zijn huis.
“Ik heb nu weer een leven” “Ik kan niet beschrijven hoe blij ik was. Alles veranderde: je bent ineens geen grofvuil meer. Ik had het gevoel dat ik opnieuw geboren werd. Ik ben nu veel vrijer in wat ik kan doen en hoef bijvoorbeeld niet de hele dag op zoek naar droge spullen om te slapen. Er is meer om van te genieten én ik heb meer tijd óm te genieten. Alleen maar op de bank hangen en televisiekijken is niets voor mij. Ik zoek altijd iets te doen. Toen ik mijn huis kreeg heb ik ook
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
alles zelf geverfd en ingericht. Via Housing First heb ik daar inrichtingsgeld voor gekregen. Ook ben ik nu vaak in mijn tuintje bezig. En ik heb een goed contact met de buren. Die komen hier ook weleens over de vloer. Ik heb nu weer een leven. ”Hoewel André nog steeds kampt met gezondheidsproblemen, maakt hij plannen voor de toekomst. “Ik spreek nog niet zo heel goed Nederlands. Dat wil ik eerst beter leren. Dan is het ook gemakkelijker om een baan te zoeken of om vrijwilligerswerk te doen.”
Housing First: eerst dak boven het hoofd en vandaaruit verder Harmen Snoek van Stichting Ontmoeting komt als begeleider regelmatig bij André over de vloer. “Wij zijn een organisatie die zich onder meer inzet voor mensen die dak- en thuisloos zijn, met als doel hen te helpen weer stappen te zetten in het leven. Bijvoorbeeld via het project Housing First, waarin verschillende zorgaanbieders, woningcorporaties en de gemeente samenwerken. Het idee achter dit project: geef mensen eerst een dak boven het hoofd. Vandaaruit kun je verder kijken. Mensen die langdurig dakloos zijn, meervoudige problematiek hebben en die zonder veel resultaat al op verschillende manieren hulp hebben gekregen, kunnen wij daarvoor aanmelden. De deelnemers krijgen intensieve begeleiding volgens de methodiek Housing First. Daarbij gelden drie voorwaarden: huur betalen, geen overlast veroorzaken en begeleiding toelaten. Zolang je aan die voorwaarden voldoet, is het eigenlijk al geslaagd. Dat biedt de ruimte om aan te sluiten bij wat de deelnemer zelf wil. Hij of zij heeft de ruimte om zelf een eigen plan te maken. Dat vind ik het grote voordeel van Housing First.”
*de naam in dit artikel is gefingeerd
13
interview
“Vanuit Havensteder steunen wij Housing First Rotterdam (HFR) volledig! Wij vervullen dan ook graag onze rol binnen deze mooie samenwerking. Tegelijkertijd zie je soms een spanningsveld, waarbij een cliënt persoonlijk al heel veel stappen heeft gezet, maar nog niet voldoende om zelfstandig te kunnen wonen. Als corporatie hebben wij in samenwerking met de andere partijen de verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid in de buurt. Alle huurders moeten een bepaalde mate van zelfredzaamheid hebben en we zoeken daarom soms in hoeverre we hierin kunnen meebewegen. Het is daarbij belangrijk dat alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen. Iedere succesvolle bemiddeling betekent dat wij iemand een nieuw thuis hebben kunnen bieden en dit is natuurlijk een feestelijk moment. We zijn dan ook heel trots op onze deelname aan HFR en de mooie samenwerking met bewoners en onze ‘bondgenoten’.” - Rivka van der Oord, wijkmanager woningcorporatie Havensteder
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
14
3 Huidig aanbod
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
15
Sinds het ‘Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang’ hebben zorgaanbieders, woningcorporaties en gemeente flink geïnvesteerd om voor kwetsbare Rotterdammers een zo best passende plek te realiseren zodat zij kunnen participeren in de maatschappij. Het resultaat van deze inzet is een breed en gedifferentieerd woonzorglandschap binnen Rotterdam. In dit hoofdstuk wordt het huidige woonzorglandschap uitgelicht. 3.1 Opvang In het kader van de Wmo is de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van opvang: het bieden van onderdak en ondersteuning voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving5. Het doel is om tijdelijk onderdak te bieden, ondersteuning en praktische hulp. Vanuit de opvang wordt toegeleid naar een (beschermd) woonlocatie of zelfstandig wonen met (indien nodig) passende Wmo-ondersteuning. De opvang vormt dus altijd een tijdelijke stap in de zorg en ondersteuning naar (meer) zelfredzaamheid en herstel. De gemeente zet zich samen met zorgaanbieders en andere ketenpartners in om dakloze volwassenen, gezinnen, jongeren en slachtoffers van huiselijk geweld direct te helpen.
De gemeente Rotterdam voert de taak van het bieden van maatschappelijke opvang uit voor haar eigen inwoners en die van de regiogemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland en Ridderkerk. Om toegang te verkrijgen tot de maatschappelijke opvang, moet er ofwel een aantoonbare binding zijn met Rotterdam of een van deze gemeenten uit de regio dan wel moeten de voorwaarden voor een succesvol traject hier het meest optimaal zijn. Conform het convenant landelijke toegankelijkheid6 wordt (eerste) opvang geboden alvorens bekeken wordt waar een traject in de opvang- of beschermd wonen de meeste kans van slagen heeft.
5
Artikel 1.1.1 Wmo 2015
6
https://vng.nl/files/vng/convenant-landelijke-toegankelijkheid_maatschappelijke_opvang_20190216_1.pdf
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
Opvang voor volwassenen (23 jaar en ouder) Volwassenen kunnen overdag gebruik maken van de dagopvang en ’s nachts (van 17.00 uur tot 08.00 uur) van de nachtopvang. Vanaf maart 2020 zijn ten tijde van de COVID-19 epidemie de nachtopvanglocaties de gehele dag (24/7) geopend. Eerste ervaringen wijzen uit dat 24-uursopvang meer rust biedt en daarmee een positieve bijdrage levert aan herstel. De opvang is bedoeld voor volwassen van 23 jaar of ouder die legaal in Nederland verblijven en rechthebbend zijn en naast hun dakloosheid een alcohol- en/of drugsverslaving en/of psychiatrische of chronisch psychosociale problemen hebben. Bij toelating tot de opvang wordt direct gestart met het op orde brengen van de basis, waaronder het regelen van een identiteitsbewijs, zorgverzekering, huisarts, briefadres, budgetbeheer en een inkomen. In de tussentijd wordt elke dakloze via een Wmo-maatwerkarrangement gekoppeld aan een zorgaanbieder en wordt bepaald wat de meest passende plek is als vervolg: een (beschermde) woonlocatie of zelfstandig wonen. De gemeente Rotterdam en de zorgaanbieders werken continu aan de doorontwikkeling van de opvang. In 2018 is gestart met een inhoudelijke kwaliteitsslag (hygiënestandaard, meer privacy en differentiatie). Ook is een transitie ingezet om de opvanglocaties van kleinschalige slaapkamers te voorzien in plaats van klassieke slaapzalen.
Eind 2019 is een dergelijke opvang nieuwe stijl gerealiseerd met kleinschalige slaapkamers in plaats van slaapzalen. Voor alle locaties worden ‘bedombouwen’ gefaseerd in de opvang geplaatst, waarmee voor alle daklozen een eigen ‘slaaphoekje’ wordt gerealiseerd. Aantal opvanglocaties
9*
Capaciteit (flexibel)
295 – 300 plekken
Zorgaanbieders
Centrum voor Dienstverlening (CVD Leger des Heils (LdH) Nico Adriaan Stichting (NAS)
* Dit betreft 8 reguliere locaties en 1 extra locatie die vanaf maart 2020 zijn ten tijde van de COVID-19 epidemie zijn ingezet t.b.v. het kunnen waarborgen van 1,5 meter afstand op alle locaties.
16
Crisisopvang voor dak- en thuisloze jongeren (18-23 jaar) Voor jongeren is er een aparte crisisopvang. Als je jong en net dakloos bent, ben je kwetsbaar en makkelijk beïnvloedbaar. De gemeente Rotterdam heeft ervoor gekozen de opvang voor dakloze jongeren apart te organiseren van de volwassenen. Op deze manier worden jongeren niet opgevangen tussen ‘doorgewinterde’ daklozen (en de eventuele slechte invloed die van hen uit kan gaan) en is er ruimte om jongeren van een specifieke aanpak te voorzien, die aansluit bij hun (mentale) ontwikkeling. Aantal locaties
2
Capaciteit
27 plekken
Zorgaanbieders
Pameijer
Crisisopvang voor slachtoffers van huiselijk geweld
Enver
Thuisloze jongeren verblijven doorgaans nog in hun netwerk en alleen als jongeren echt niet (meer) in hun netwerk terecht kunnen wordt crisisopvang ingezet. In de crisisopvang verblijven jongeren zoveel als mogelijk in een eigen kamer. De maximale verblijfsduur in de crisisopvang is in principe zes weken, met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging van zes weken. Daarmee wordt voldaan aan de landelijke doelstelling van een maximum verblijf van drie maanden in de opvang. Deze doelstelling wordt behaald doordat zorgaanbieders doorstroomplekken aanbieden waar jongeren tijdelijk kunnen wonen met extramurale ondersteuning. Een doorstroomplek is een plek voor tijdelijk verblijf waarbij cliënt zelf de huur betaalt en een zorgaanbieder op alle levensgebieden ondersteuning biedt zodat de cliënt via een urgentie uit kan stromen naar een eigen woonplek.
Gezinsopvang De gezinsopvang is bedoeld voor (alleenstaande) dakloze ouders met één of meerdere kinderen onder de 18 jaar. Er zijn zeven locaties met een totale capaciteit voor 102 – 107 gezinnen (afhankelijk van de grootte van een gezin). Bij een volledige bezetting van de gezinsopvang kan een gezin tijdelijk (zes weken) in een crisisopvang verblijven om vervolgens naar de gezinsopvang door te stromen. Aantal locaties
7
Capaciteit
107 plekken
Zorgaanbieders
Prokino
LDH
De gezinsopvang is 24/7 geopend waarbij gezinnen een eigen kamer hebben. Op sommige locaties moeten ze sanitaire ruimtes en een keuken delen. Gemiddeld verblijven gezinnen zes tot twaalf maanden in de gezinsopvang en ze stromen veelal met urgentie uit naar een woonplek met ondersteuning thuis. Voor gezinnen is het gewenst om vanwege de kinderen verhuisbewegingen te beperken. Om die reden is voor de gezinsopvang dan ook bewust gekozen om de opvang gecombineerd als doorstroomplek in te zetten met een langere verblijfsduur als gevolg. In 2021 is gestart om de gezinsopvang door te ontwikkelen waarbij meer aandacht komt voor de kinderen in de opvang en ingezet wordt om de verblijfsduur van gezinnen terug te dringen.
Crisisopvang voor slachtoffers van huiselijk geweld wordt geboden als er sprake is van acuut gevaar, dan wel levensbedreigende situaties. Het doel van de opvang: het bieden van bescherming en een veilige plek. Het betreft veelal vrouwen met één of meerdere kinderen. De crisisopvang kent een maximale verblijfsduur van acht weken. Aantal locaties
2
Capaciteit
40 plekken
Zorgaanbieders
Arosa
Fier
3.2 Beschermd Wonen Beschermd wonen (BW) is een maatwerkvoorziening voor kwetsbare mensen die niet zelfstandig kunnen wonen en die 24-uurs zorg in nabijheid nodig hebben. Cliënten hebben een niet planbare en niet uitstelbare ondersteuningsbehoefte. Zij verblijven om die reden in een in een accommodatie van een zorgaanbieder waarbij de gemeente de verblijfskosten vergoedt.
CVD
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
17
Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving” (art 1.1.1 Wmo).
In het centrumgemeentegebied Rotterdam werken de zeven gemeenten (Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam) vanuit een gezamenlijk beleidskader aan de invulling van deze verantwoordelijkheid. Mensen stromen meestal in vanuit de Jeugdzorg (als ze 18 jaar worden), maatschappelijk opvang, de klinische GGZ, detentie, of een niet langer houdbare thuissituatie. BW binnen de Wmo is een tijdelijke voorziening, na BW stromen cliënten uit naar een (vorm van) zelfstandig wonen met eventuele ambulante ondersteuning. Als blijkt dat levenslang 24/7 ondersteuning nodig is, gaan cliënten over naar de Wlz. Als de betreffende zorgaanbieder gecontracteerd is voor Wlz-ondersteuning, zal de cliënt op dezelfde BW-plek kunnen verblijven. De inkoop van en toegang tot BW verloopt via Rotterdam. De decentralisatie van BW van centrumgemeenten naar alle gemeenten gaat inhoudelijk per 2022 in en financieel vanaf 2023. Vanaf dan zijn de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor de inhoud van en sturing op BW. Er is landelijk afgesproken dat de gemeenten moeten samenwerken en dat die samenwerking vastgelegd moet worden. Het is dus niet toegestaan om de uitvoering BW volledig zelfstandig als lokale gemeente te doen.
De gemeenten hebben afgesproken dat het voor de hand ligt om een Gemeenschappelijke Regeling (GR) op te richten om de inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid en sturing in te richten. Aantal plekken in centrumregio
1.950
Aantal zorgaanbieders
13
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
Rotterdam koopt geen plekken in bij de aanbieders, maar heeft een systeem van persoonsvolgende bekostiging. Na indicatiestelling moet de cliënt binnen een redelijke termijn (binnen drie maanden) geplaatst worden. Als het aanbod niet direct beschikbaar is na indicatiestelling, kunnen cliënten overbruggingszorg ontvangen en komen ze op een wachtlijst. Met overbruggingszorg biedt de zorgaanbieder extramurale ondersteuning waarmee aan de op dat moment haalbare doelen wordt gewerkt, totdat de cliënt plek heeft in een beschermde woonvoorziening. Voor beschermd wonen geldt een landelijke toegankelijkheid. Er wordt bij het onderzoek van de zorgvraag gekeken op welke plek de beste kansen voor herstel zijn. De vraag van de cliënt staat daarbij centraal.
3.2.1 BW voor cliënten met een (licht) verstandelijke beperking Sinds 2018 koopt de gemeente Rotterdam intramurale zorg (BW) in voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking. Dit doet zij alleen voor de inwoners van de gemeente Rotterdam, niet uit hoofde van centrumgemeente. Het gaat hier om cliënten die opvallend minder functioneren op cognitief of intellectueel gebied en als gevolg hiervan kampen met problemen op het gebied van sociale (zelf)redzaamheid. De (licht) verstandelijke beperking heeft psychosociale problematiek als gevolg. Sinds er meer aandacht is voor het vroegtijdig onderkennen van een (licht) verstandelijke beperking kan de cliënt met dit specifieke aanbod binnen BW de best passende zorg krijgen. De inkoop van deze zorg heeft initieel geleid tot een uitbreiding van het aantal BW-plekken. Het aanbod van BW voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking betekent in principe een differentiatie binnen BW en niet een structurele uitbreiding. Voorheen zouden deze cliënten namelijk een GGZ intramurale indicatie hebben gekregen. Aantal plekken
100
Aantal zorgaanbieders
4
3.2.2 Spreiding van BW-voorzieningen Het merendeel van de BW-voorzieningen bevindt zich binnen de gemeentegrens van Rotterdam. Met de gemeenten binnen de centrumregio Rotterdam is afgesproken om een evenwichtiger spreiding van deze voorzieningen te realiseren. Alle gemeenten hebben hierover afspraken gemaakt. Het doel is om een vervanging/uitbreiding van 100 plekken in de regio te realiseren vanaf 2020 in een periode van vijf tot tien jaar.
18
In Rotterdam zelf blijven we ook inzetten op zoveel als mogelijke spreiding van voorzieningen door de gehele stad. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het Convenant HBD 2015. Dit bouwt voort op de al langer bestaande afspraken tussen zorgaanbieders, woningcorporaties en de gemeente over de manier waarop in Rotterdam wordt omgegaan met de zorg voor kwetsbare personen. Daarbij wordt gestreefd naar een evenredige verdeling van de (woon)voorzieningen over de stad, waarbij rekening is gehouden met de draagkracht van wijken en buurten.
3.3 Zelfstandig wonen met ondersteuning Het uiteindelijke doel van maatschappelijke opvang en beschermd wonen is te bevorderen dat cliënten weer in staat zijn op eigen kracht mee te doen in de samenleving en hen zoveel mogelijk zelfstandig te laten wonen. Onder zelfstandig wonen met ondersteuning vallen de cliënten die vanuit de opvang of beschermd wonen zo zelfstandig als mogelijk gaan wonen en waarbij de cliënt zelf de huur betaalt. Dit kan doordat cliënten direct met een urgentie uitstromen naar een eigen woning. Het is ook mogelijk dat de cliënt geclusterd met andere cliënten in een pand, complex of wijk woont, zodat de zorgaanbieder ondersteuning in nabijheid op efficiënte wijze kan organiseren. Dit noemen we woonvoorzieningen. In een woonvoorzieningen worden cliënten ondersteund in het (verder) opdoen van woonvaardigheden, persoonlijke en sociale vaardigheden en worden alle zaken geregeld om uit te kunnen stromen naar een eigen woonplek.
3.3.1 Uitstroom uit BW en opvang met een urgentie Cliënten kunnen zelfstandig wonen als zij over de juiste woonvaardigheden beschikken voldoende inkomen hebben en – indien nodig – een schuldenregeling. Dit vertaalt zich vaak door in kenmerken die horen bij goed huurderschap, waarbij de cliënt onder andere de woning gebruikt waarvoor deze contractueel is bedoeld, geen overlast veroorzaakt en aan de maandelijkse (huur)-verplichtingen voldoet. Om dit te bereiken, hebben cliënten een ondersteuningstraject doorlopen en zijn zij weer in staat om zelfstanding een huishouden te voeren. Zo komen ze in aanmerking voor een urgentieverklaring waarmee zij, met voorrang, de woningmarkt kunnen betreden7.
7
Zie artikel 5.7. Doorstroming vanuit opvanginstellingen van Bijlage I: Urgentie- en herhuisvestingssysteem bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
19
Met een verkregen urgentie zijn twee routes mogelijk: 1. als urgent woningzoekende zelf zoeken via Woonnet Rijnmond; 2. als urgent woningzoekende via directe bemiddeling door een woningcorporatie met een huurzorgcontract.
3.3.2 Woonvoorzieningen
De aanvraag van de urgentie wordt beoordeeld door de SUWR (Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond). SUWR voert de urgentiebepaling uit in de regio Rotterdam voor de gemeenten Rotterdam, Maassluis, Vlaardingen, Schiedam en Capelle aan den IJssel. De zorgaanbieder is degene die de inschatting maakt of de cliënt over de potentie beschikt om uit te stromen naar een woning met een standaard huurcontract of om door te stromen naar een woning met een huurzorgcontract via directe bemiddeling.
Veel van deze woonvoorzieningen zijn gedurende het ‘Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang’ ontwikkeld om daklozen van straat te halen en ze onderdak te kunnen bieden. De woonvoorzieningen maken nog altijd een belangrijk onderdeel uit van het woonzorglandschap. Bij voldoende aanbod en doorstroom is het dankzij deze voorzieningen mogelijk om de verblijfsduur in de opvang zo kort mogelijk te laten duren. Een kwetsbare Rotterdammer kan veelal binnen zes maanden tot twee jaar (afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte) vanuit een woonvoorziening uitstromen.
Met een reguliere urgentie kan de cliënt zelf op Woonnet Rijnmond reageren op passende woningen en daarmee dus zelf bepalen waar hij komt te wonen. Als de cliënt via directe bemiddeling en een huurzorgcontract uitstroomt, krijgt hij urgent een woning aangeboden die in principe niet geweigerd mag worden, wanneer deze passend is. Directe bemiddeling biedt de corporaties de mogelijkheid om voor deze woningzoekenden de woning en de woonomgeving zo optimaal mogelijk te matchen. Daarmee kunnen zij sturen waar cliënten terechtkomen en daar waar nodig al kwetsbare wijken en complexen ontzien. Dit is de laatste tijd wel een steeds grotere uitdaging gezien de afnemende beschikbaarheid van woningen.
Woonvoorzieningen
Afspraken over aantallen woningen Door de gemeenteraad zijn ijkpunten vastgesteld. Zo is in de ijkpunten bepaald dat maximaal 25 procent van de vrijkomende woningen onder de tweede aftoppingsgrens beschikbaar is voor de huisvesting van kwetsbare groepen. Ook is het ijkpunt dat er jaarlijks 5.376 nieuwe verhuringen plaatsvinden in Rotterdam. De afgelopen jaren wordt dit aantal – gezien de druk op de woningmarkt – in geen van de segmenten gehaald. Daarom is door de gemeenteraad ook het Actieplan Beschikbaarheid vastgesteld en zijn er afspraken gemaakt met de woningbouwcorporaties om de beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoningen in Rotterdam te verbeteren. Als gemeente monitoren we constant de ontwikkelingen van de verschillende ijkpunten en indicatoren en sturen we bij waar noodzakelijk.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
Onder zelfstandig wonen met ondersteuning vallen ook woonvoorzieningen waar cliënten met een extramuraal arrangement geclusterd bij elkaar wonen en daarvoor zelf huur betalen. De zorgaanbieder treedt dan veelal op als intermediaire verhuurder.
Aantal plekken > 23 jaar
475
Aantal plekken < 23 jaar
389
3.3.3 Woonplekken voor bijzondere projecten Housing First Housing First is een ondersteuningsmethodiek afkomstig uit de Verenigde Staten, waarbij de toewijzing van een woning de start is van een intensief ambulant ondersteuningstraject. Deze methodiek is bedoeld voor chronisch dakloze mensen met meervoudige problemen waaronder psychiatrische problematiek en verslaving en waarbij zelfstandig wonen het doel is. Kenmerkend voor Housing First dat mensen direct van de straat een woning huren en daarmee de opvang overslaan. Pas nadat deelnemers de woning toegewezen krijgen, wordt gestart met het werken aan herstel en participatie. In 2019 is gestart met Housing First in Rotterdam (HFR). Na afronding van het pilotproject eind 2020 hebben gemeente, zorgaanbieders en woningcorporaties de ambitie geformuleerd om jaarlijks 50 deelnemers voor HFR te bemiddelen naar een sociale huurwoning.
20
Project010
3.3.4 Skaeve Huse
Project010 helpt dakloze jongeren tussen 18 en 23 jaar met een innovatieve aanpak bestaande uit drie pijlers: 1. Een eigen huis bij de start van het traject 2. Een warm netwerk van begeleiders die maatwerk leveren en 3. Een Individueel Keuzebudget (IKB)
Skaeve Huse is een Deens woonconcept en wordt ingezet in de aanpak van woonoverlast. Het is een woonconcept bedoeld voor mensen die zich niet kunnen aanpassen aan een gewone woonomgeving en ernstige overlast voor hun omgeving veroorzaken. Met Skaeve Huse wordt hen een strikt individuele vorm van huisvesting geboden, met enige privéruimte eromheen. Dit draagt bij aan het tot rust komen en het stabiliseren van het gedrag. Bewoners van Skaeve Huse krijgen de kans te wennen aan wonen, zonder dat zij zich continu aan moeten passen aan de eisen van buren of buurtbewoner. Begin juli 2017 is het terrein met daarop elf woningen en een beheerdersunit geopend. In de eerste helft van 2021 zijn nog eens vier extra woningen op het terrein geplaatst.
Jaarlijks aantal woningen bijzondere projecten Housing First
50
Project010
10-35
Escalatiewoningen
25
De snelle beschikbaarheid van een woning zorgt voor rust. Het geeft de jongeren eerder de ruimte om zich te oriënteren op hun toekomst; hun opleiding te blijven volgen, een nieuwe opleiding te starten, te werken en/of te solliciteren. Het budget wordt ingezet om de woning in te richten en is vaak nodig als aanvulling op het inkomen om de huur te kunnen voldoen. In 2019 is gestart met Project010 en tot en met 2021 zijn er 20 deelnemers. Er wordt gedacht aan een toekomstige jaarlijkse instroom van rond de 35 jongeren.
Escalatiewoningen Escalatiewoningen zijn bedoeld voor mensen die in een acute schrijnende situatie verkeren waarbij sprake is van bijzondere, onvoorziene omstandigheid waardoor een acute huisvesting noodzakelijk is en de huidige urgentieregeling op basis van de Verordening Woonruimteverdeling regio Rotterdam 2020 geen (of niet-adequate) oplossing biedt. In deze uitzonderlijke situatie kan de gemeente om humanitaire redenen en vanwege politiek bestuurlijke urgentie een verzoek doen aan de corporaties om toegang te geven tot huisvesting (samen met Wmo-begeleiding) in een woning van de corporaties. Hiertoe zijn tussen de woningcorporaties en de gemeente Rotterdam prestatieafspraken gemaakt. Met de woningcorporaties is afgesproken dat onder de jaarlijks afgesproken woningen t.b.v. de uitstroom ook de aantallen woningen vallen voor de bijzondere projecten (Housing First, Project010 en escalatiewoningen).
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
21
interview
“Ik heb naar een eigen huis toegewerkt, dit wil ik niet kwijtraken” Sander* leefde jaren op straat in het criminele circuit. Tot vijf jaar geleden. Hij gooide zijn leven helemaal om, kreeg een stabiele baan en meldde zich aan voor opvang. Nu heeft hij sinds een paar weken zijn eigen woning via directe bemiddeling. Hoe is hij van de straat in zijn eigen woning terechtgekomen? Toen Sander als tiener eind jaren negentig van Curaçao naar Nederland kwam, had hij maar één doel: het leger in. Maar de dienstplicht was hier net afgeschaft en Sander kwam door de jaren in Curaçao en Panama – het land van zijn moeder – met zijn beperkte kennis van het Nederlands niet door de toetsen heen. Na deze teleurstelling vond hij het lastig om de motivatie te vinden om aan het werk te blijven. De bloemenveiling, een kaasbedrijf: langer dan een paar weken hield hij het nergens uit. Sander kwam op straat terecht en belandde in de criminaliteit.
Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030
22
interview
De knop om Na jaren van rondzwerven en vastzitten wilde Sander het helemaal anders aanpakken. Sander: “Ik heb gelukkig nooit iemand mishandeld of erger. Mijn moeder heeft me altijd geleerd respect te hebben voor mensen. Maar het is niet makkelijk om eruit te stappen, want je kent zoveel mensen met dezelfde problemen. Vijf jaar geleden dacht ik: ‘Nee man, dit kan niet meer zo’. Toen ging er een knop om. Maar de kennissen uit je verleden blijven je in Nederland achtervolgen. Dus besloot ik naar mijn familie in Panama te gaan. De reclassering heeft dit met de rechtbank geregeld en ze gunden mij dit door mijn goede gedrag.” In Panama kon Sander met zijn kennis van het Nederlands, Engels, Spaans en Papiaments in de toeristische sector werken. “Hier heb ik geleerd wat werken is en kreeg ik structuur.” Sander werkte er al drie jaar toen ook in Panama corona uitbrak. Het werd steeds rustiger op zijn werk en hij besloot terug te gaan naar Nederland. Aanvankelijk voor vakantie, maar hij bleef hier op het moment dat hij zijn baan definitief kwijtraakte. Na een tijdje bij zijn moeder te hebben gewoond en via een illegale verhuurder, had hij geen onderdak meer. Gelukkig vond hij in Nederland via een neef wel snel weer een baan.