CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb9424 Bijlage 1 Wonen en Zorg kwetsbare Rotterdammers

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20.2 Het (herziene) voorstel tot ‘Verlenging van het regionaal beleidsplan Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang 2018-2020’23.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In een werkconferentie zijn de bevindingen voorgelegd aan vertegenwoordigers vanuit de zorgaanbieders, woningcorporaties en gemeenten.

7.2 De opgave voor opvang De ambities in relatie tot de opvang zijn toepasbaar op de gehele 18+-doelgroep, maar de opgave concentreert zich wel met name op de opvang voor 23+-daklozen. De inzet is erop gericht om te voorkomen dat mensen in de opvang terechtkomen, door

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

in te zetten op Flexwonen, Housing First en Project010. Aangezien dit woonzorgplekken betreft waarbij mensen zelf de huur betalen, worden deze onderdelen verder uitgewerkt in paragraaf 7.4. Verder is het de ambitie om de verblijfsduur in de opvang te maximaliseren op drie maanden, een inhoudelijke kwaliteitsslag te maken door zoveel mogelijk van slaapzalen naar slaapkamers over te gaan en de 24-uurs openstelling, zoals gerealiseerd ten tijde van de coronaepidemie voort te zetten.

Benodigd aantal opvangplekken (23 jaar en ouder) Jaarlijks maken zo’n 1.100 mensen gebruik van de huidige 300 beschikbare plekkende (nacht)opvang waarbij 40 procent langer dan drie maanden verblijft. Als de verblijfsduur kan worden teruggebracht zijn er minder plekken nodig. In tabel 17 is te zien hoeveel plekken er nodig zijn bij een jaarlijkse instroom van 1.100 en bij verschillende verblijfsduren. Daarbij gaan we uit van een bezettingsgraad van 97 procent om pieken in de instroom te kunnen opvangen. Verblijfsduur

# plekken

2 mnd

190

2,5 mnd

240

3 mnd

285

Tabel 17: Benodigd aantal opvangplekken

Als we verblijfsduur maximaliseren op de landelijke doelstelling van drie maanden, wil dat niet zeggen dat elke gebruiker daadwerkelijk de volledige drie maanden gebruik zal maken van de opvang. De gemiddelde verblijfsduur zal naar verwachting twee en een half maanden zijn, waarvoor dan 240 opvangplekken benodigd zijn. Gezien het huidige aanbod van 300 plekken, kunnen 60 plekken afgebouwd worden uitgaande van een gelijkblijvende instroom. Het terugdringen van de verblijfsduur en het afbouwen van het aantal opvangplekken is pas mogelijk als er voldoende plekken in (beschermde) woonvoorzieningen zijn en de door- en uitstroom in deze voorzieningen op peil is. De verwachting is dat de prognose van de toenemende vraag naar opvang kan worden afgevlakt door beleidsinterventies en door de inzet op Flexwonen, Housing First en Project010.

50

Benodigd aantal doorstroomplekken (23 jaar en ouder) Het merendeel (70 procent)3 van de gebruikers van de opvang die ook een extramuraal ondersteuningstraject ingaan (740), kan uitstromen naar zelfstandig wonen. Het lukt echter veelal niet om iemand binnen drie maanden voldoende woonvaardigheden bij te brengen dan wel een woning te regelen. Om de verblijfsduur van de opvang zoveel mogelijk terug te brengen en te maximaliseren op drie maanden, zijn dan ook doorstroomplekken nodig. Dit zijn plekken voor tijdelijk verblijf waarbij cliënt zelf de huur betaalt en een zorgaanbieder de benodigde ondersteuning biedt voor de uitstroom naar een eigen sociale huurwoning.

van deze financiële middelen in te zetten ten behoeve van 24-uurs opvang.

Van slaapzalen naar slaapkamers Het huidig aanbod van opvang bestaat uit negen locaties, waaronder één tijdelijke locatie vanwege de coronaepidemie. Van de acht bestaande locaties is er één al voorzien van slaapkamers. Van de overige zeven locaties moet geïnventariseerd worden in hoeverre zij zich lenen – fysiek en financieel – om omgebouwd te worden naar slaapkamers. Het ombouwen van bestaande locaties willen we uiterlijk 2026 gerealiseerd hebben. Als ombouwen niet mogelijk is, moeten vervangende locaties gevonden worden. In paragraaf 7.5 is de strategie met betrekking tot vastgoed uiteengezet.

In tabel 18 is bij verschillende verblijfsduren te zien hoeveel doorstroomplekken nodig zijn bij een jaarlijkse instroom van 520 cliënten (70 procent van 740). verblijfsduur

6 maanden

9 maanden

12 maanden

Instroom

520

520

520

# verblijfsplekken

260

390

520

Tabel 18: Benodigd aantal doorstroomplekken

De verwachting is dat de verblijfsduur in een doorstroomvoorziening tussen de negen en twaalf maanden zal liggen en er 450 doorstroomplekken nodig zijn. Aangezien doorstroomplekken onder zelfstandig wonen vallen, wordt in paragraaf 7.4 het benodigd aanbod afgezet tegen het huidig aanbod.

24-uurs opvang Het bieden van 24-uursopvang maakt dat de deelnemers ’s morgens niet meer de opvang hoeven te verlaten en gebruik hoeven te maken van een dagvoorziening. In het Plan van aanpak Kwetsbare Rotterdammers 2019-2022 is een doorontwikkeling van de dagvoorzieningen als maatregel opgenomen. Het kunnen voortzetten van de 24-uursopvang zoals die ten tijde van de coronaepidemie wordt aangeboden, vraagt om een structurele uitbreiding van financiële middelen. Het uitgangspunt van het realiseren van de ambities zoals opgenomen in dit plan is dat deze binnen de huidige financiële kaders moeten passen. De doorontwikkeling van de dagvoorzieningen maken het mogelijk om deze efficiënter en effectiever te organiseren ten behoeve van de doelgroep en een deel 3

Opgave om ambities opvang (23 jaar en ouder) te realiseren ƒ ƒ ƒ ƒ

Er zijn 450 doorstroomplekken nodig ten behoeve van het realiseren van een maximale verblijfsduur van drie maanden in de opvang. Als het aantal plekken en de doorstroom op orde is, kan het aantal opvangplekken worden teruggebracht naar 240 (afbouw van 60 plekken). De realisatie van 24-uurs opvang koppelen we aan de doorontwikkeling van dagvoorzieningen. We willen bestaande opvanglocaties uiterlijk 2026 hebben omgebouwd van slaapzalen naar slaapkamers.

7.3 De opgave voor beschermd wonen Van beschermd wonen naar beschermd thuis In hoofdstuk 5 is te zien dat vraag naar beschermd wonen – zonder rekening te houden met beleidsinterventies – in zijn totaliteit van 1.274 in 2021 groeit naar 1.728 in 2030. Gezien de historische ontwikkelingen waarbij het aantal intramurale indicaties de afgelopen jaren stabiel is gebleven, is het de vraag of deze verwachte groei zich daadwerkelijk in de praktijk gaat voordoen. Mocht de vraag naar beschermd wonen daadwerkelijk toenemen dan zal deze – in het licht van ambulantisering en het advies van de commissie Dannenberg om toe te

Zie paragraaf 3.4

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

51

werken van beschermd wonen naar beschermd thuis – semimuraal worden ingevuld. Voor het oplossen van het urgente deel van de wachtlijst en een groot deel van de lang wachtenden voor BW geldt dat hierin wordt voorzien met de afspraken die gemaakt zijn over de realisatie van 100 BW-plekken in de regio in de komende jaren. Naar verwachting zal een deel van de cliënten op de wachtlijst BW bij een herbeoordeling ook in aanmerking kunnen komen voor een semimurale plek. De creatie van semimurale plekken leidt ook tot een doorstroom uit BW waardoor plekken vrijkomen voor cliënten die op de wachtlijst staan. Aangezien semimurale plekken onder zelfstandig wonen vallen, omdat cliënten zelf de huur betalen, wordt in paragraaf 7.4 uitgewerkt wat de precieze opgave is met betrekking tot semimurale voorzieningen.

Een uitbreiding van beschermd wonen blijkt onnodig, echter vraagt de gewenste variëteit aan soorten voorzieningen om mogelijk andere panden verspreid over de regio. Niet elk pand leent zich om o.a. financiële redenen voor een verbouwing. Ook zal van sommige voorzieningen het huurcontract afgelopen zijn dan wel zal het pand afgeschreven zijn. De verwachting is dat zorgaanbieders jaarlijks drie tot vijf panden ter vervanging nodig zullen hebben.

Opgave om ambities beschermd wonen te bewerkstelligen ƒ ƒ

Herzien Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen. Dit plan schetst een visie op het woonzorglandschap met een horizon tot 2030, geeft inzage hoe de vraag naar zorg zich gaat ontwikkelen en behelst een strategie om tot een nieuw woonzorglandschap te komen. Dat wil zeggen: een meer gedifferentieerd aanbod van woonzorgvormen: van beschermd wonen, semimurale voorzieningen tot zelfstandig wonen met begeleiding. Dit nieuwe beoogde woonzorglandschap vormt een belangrijke aanleiding om het Convenant HBD uit 2015 te herzien. Uitgangspunt daarbij is aansluiten op de werkwijze van het huidige convenant en het protocol dat nu geldt voor BW óók toe te toepassen op woonzorgvoorzieningen waar mensen tijdelijk verblijven. Rotterdam is een inclusieve stad, waardoor het belangrijk is om afwegingskader en de bijbehorende zoneringskaart daarop te laten aansluiten. Belangrijk is om partijen die volgens het Protocol uit het convenant bij een specifieke locatiekeuze om advies wordt gevraagd (Directie Veilig, Gebiedsorganisatie, Stadsontwikkeling en Maatschappelijke Ontwikkeling) beter te betrekken in het adviestraject door gezamenlijk de randvoorwaarden te formuleren op grond waarvan een voorziening op een goede manier kan landen in een gebied.

ƒ ƒ ƒ

De groeiende vraag naar beschermd wonen van we semimuraal op Jaarlijks zijn naar verwachting drie – vijf locaties nodig ter vervanging van huidige panden mede om gewenste variëteit van BW-voorzieningen te bewerkstelligen. Realisatie van 100 BW-plekken in de regio in de komende jaren helpt in het oplossen van een groot deel van de wachtlijst. Op basis van de uitgangspunten in dit plan en het beoogde woonzorglandschap wordt het Convenant HBD herzien. Regionale spreiding van woonvoorzieningen.

7.4 De opgave voor zelfstandig wonen met ondersteuning Jaarlijks stromen cliënten (18 jaar en ouder) zowel uit vanuit MO als vanuit BW. In paragraaf 4.5 is uiteengezet wat de jaarlijkse instroom is in MO (1.100 cliënten) en BW (500 cliënten) en in welke percentages zij uitstromen. Eén van de conclusies uit dit vraagramingsonderzoek is dat er vanaf 2021 over de hele linie een toename te zien is van de vraag naar de verschillende productgroepen binnen BW en MO als gevolg van de ontwikkeling van objectieve factoren. De jaarlijkse groei van de vraag wordt ingeschat op 3,2 procent. Op dit groeipercentage zijn geen preventieve en/of beleidsmatige interventies toegepast.

Vervangend vastgoed t.b.v. gewenste variëteit In paragraaf 3.2 is te zien dat er diverse redenen zijn dat iemand beschermd moet wonen. Deze redenen laten zich vertalen in een gewenste variëteit aan beschermd wonen voorzieningen. Deze variëteit is grotendeels al aanwezig in het huidig aanbod. Het is de wens om grote voorzieningen om te bouwen naar kleinere voorzieningen met zelfstandige units (eigen keuken, wc en douche) om zo groepsdynamiek tot een minimum te kunnen beperken.

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

Door de jaarlijkse groei toe te passen op de verwachte uitstroom met 2021 als basisjaar, komen we voor de komende tien jaar uit op onderstaande aantallen. Voor wat betreft zelfstandig wonen stromen jaarlijks 120 cliënten met een urgentie buiten Rotterdam uit. In tabel 19 is deze uitstroom eruit gelaten zodat de cijfers m.b.t. zelfstandig wonen alleen het benodigd aantal woningen in Rotterdam betreft.

52

uitstroom

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

intramuraal (Wlz)

315

325

335

345

355

370

380

395

405

420

semimuraal

185

190

195

205

210

215

220

230

235

245

(begeleid) zelfstandig wonen

900

935

965

1.000

1.030

1.075

1.115

1.155

1.195

1.235

anders

80

85

90

90

90

95

100

100

105

110

totaal

1.480

1.535

1.585

1.640

1.685

1.755

1.815

1.880

1.940

2.010

Tabel 19: Ontwikkeling uitstroom (18 jaar en ouder)

Opgave semimurale plekken en doorstroomplekken De woonsetting voor zowel semimurale plekken als doorstroomplekken is nagenoeg overeenkomstig. Cliënten betalen zelf de huur voor hun woonplek en zij kunnen geclusterd in een voorziening of complex wonen, of gespikkeld in de wijk. Het enige verschil is de nabijheid van de ondersteuning waar een zorgaanbieder vrij flexibel in is om dit organisatorisch te wijzigen. Een doorstroomplek is vrij eenvoudig om te zetten in een semimurale plek en vice versa. Semimurale plekken en doorstroomplekken zijn dan ook uitwisselbaar, zodat de opgave voor beide soorten plekken als totaal worden bezien. Uit paragraaf 7.2 blijkt dat er 450 doorstroomplekken nodig zijn om de verblijfsduur in de opvang voor volwassen terug te dringen. Uit tabel 19 blijkt dat nog eens 185 semimurale plekken nodig zijn. Er zijn in totaal 635 plekken nodig terwijl het huidig aanbod 475 plekken betreft. De opgave is dan ook een uitbreiding van 160 plekken. Tot aan 2030 zijn gezien de vraagontwikkeling nog eens 60 extra semimurale plekken nodig. Daarbij moet rekening worden gehouden met de toenemende uitstroom naar de Wlz. Deze plekken verminderen het aanbod voor de Wmo en worden idealiter semimuraal opgevangen. Dit heeft als gevolg dat nog eens 105 semimurale plekken nodig zijn tot aan 2030.

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

Aantal beschikbare woningen De laatste paar jaren zijn jaarlijks 875 tot 900 woningen nodig om de uitstroom uit MO en BW mogelijk te maken. Met de verwachte groeiende vraag naar zorg neemt ook het benodigd aantal woningen toe tot 1.235 in 2030 zoals te zien in tabel 19. Deze toenemende vraag naar woonplekken voor kwetsbare Rotterdammers is een gezamenlijke opgave van alle partijen binnen de afgesproken kaders (ijkpunten) en beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoningen, want we zien een toenemende druk op het betaalbare segment door een afnemend aanbod van vrijkomende betaalbare sociale huurwoningen. Om dit aan te pakken is door de raad het Actieplan Beschikbaarheid in 2020 vastgesteld en zijn er begin 2021 maatregelen afgesproken met de corporaties om de doorstroming in het betaalbare huursegment te vergroten en (tijdelijk) het aanbod te vergroten, waardoor er weer voldoende nieuw aanbod vrijkomt. Als gemeente monitoren we constant de ontwikkelingen van de verschillende ijkpunten en indicatoren en sturen we bij waar noodzakelijk. Daarom zal binnen de afgesproken kaders van beschikbaarheid de mogelijke groei naar zelfstandig wonen na zorg een plek krijgen in de bredere afweging tussen beschikbaar aanbod en vraag vanuit doelgroepen. Dit laatste is ook onderdeel van gesprek met de corporaties en huurdersorganisaties rondom de prestatieafspraken.

Het aantal woningen voor Housing First, Project010 en escalatiewoningen maken onderdeel uit van het totaal aantal benodigde woningen. Dit betreft projecten waarbij kwetsbare mensen anders in MO zouden instromen en op enig moment met een urgentie weer zouden uitstromen. Vooralsnog zijn de afgesproken jaarlijkse aantallen woonplekken: ƒ Housing First: 50 woningen ƒ Project010: 10 – 35 woningen ƒ Escalatiewoningen: 25 woningen Mochten vanwege wijzigingen in deze projecten meer of minder woningen nodig zijn, dan gebeurt dat in overleg met de woningcorporaties.

53

Opgave zelfstandig wonen ƒ

ƒ ƒ ƒ

Voor het kunnen realiseren van een maximale verblijfsduur van drie maanden in de opvang is een uitbreiding van 160 plekken semimuraal en doorstroom nodig voor 23+. Tot aan 2030 is er een verwachte groei van 165 semimurale plekken. Voor de uitstroom is een jaarlijkse toename van het aantal benodigde woonplekken; van 900 tot 1.235 in 2030. De jaarlijks benodigde woningen voor Housing First, Project010 en escalatiewoningen maken onderdeel uit van het totaal aantal benodigde woningen voor de uitstroom uit MO en BW.

7.5 Strategie en opgave vastgoed De inhoudelijke gewenste kwaliteitsslag en de groeiende vraag naar wonen met zorg betekent ook een groeiende vraag naar geschikte en betaalbare locaties en woonruimte zoals in de vorige paragrafen is uitgewerkt. Hierin werken gemeente, woningcorporaties en zorgaanbieders intensief samen om te voorzien in locaties en woonruimte via nieuwbouw, transformatie en de herverdeling van de bestaande voorraad.

7.5.1 Rolverdeling Vastgoed voor opvang Vastgoed voor nacht/crisis- en winteropvang (voor jongeren, volwassenen, gezinnen, slachtoffers huiselijk geweld, kindermishandeling) behoort tot de basisinfrastructuur van de opvang in het kader Wmo. Vastgoed voor deze functies is veelal incourant en om die reden vindt de gemeente dat zij hier een voorname rol in heeft. De gemeente wil de panden die zij voor deze functies in haar bezit heeft, behouden en wanneer de gelegenheid zich voordoet, deze verwerven of huren.

Vastgoed voor overige woonvoorzieningen Als het gaat om wonen (beschermd, semimuraal, begeleid en zelfstandig) hebben de woningcorporaties en/of de zorgaanbieders een voorname rol om in het vastgoed voor de huisvesting voor kwetsbare doelgroepen te voorzien. Daar waar nodig heeft de gemeente een faciliterende rol. In het merendeel van de behoefte kan worden voorzien

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

met sociale huurwoningen. Alleen daar waar doelgroep of het gebruik incourant vastgoed vereist, is mogelijk een rol voor de gemeente weggelegd als huurder of eigenaar. Bij de knelpunten is naar voren gekomen dat het niet gemakkelijk is om aan geschikt en betaalbaar vastgoed te komen. Bovendien is draagvlak bij omwonenden van een beoogde voorziening een uitdaging. Dit terwijl uit de voorgaande paragrafen is gebleken dat de komende jaren locaties voor opvang gevonden moeten worden om de gewenste kwaliteitsslag te kunnen maken, vervangend vastgoed voor BW’s en een uitbreiding van semimurale voorzieningen en doorstroomvoorzieningen. Een deel van de oplossing is te vinden in de referentiewaarden die gehanteerd worden in nieuw te ontwikkelen complexen of wijken. Een projectontwikkelaar die meer dan 500 woningen gaat bouwen in Rotterdam – waaronder ook een deel uit sociale huurwoningen moet bestaan – moet ruimte inplannen voor onderwijs, sport, cultuur, welzijn en zorg. Ook in nieuwe gebiedsontwikkelingen heeft de stad namelijk maatschappelijke voorzieningen nodig. De waarden, ook in de vorm van een (online) rekenmodel, tonen hoeveel vierkante meters voor maatschappelijke voorzieningen bij hoeveel inwoners horen. Of nog concreter: hoeveel vierkante meters er moeten komen voor o.a. beschermd wonen en (crisis)opvang.

Het benutten van de referentiewaarden biedt ook de mogelijkheid om tot een evenredigere spreiding te komen voor de huisvesting van kwetsbare Rotterdammers, zowel in de vorm van woonvoorzieningen als in goedkope sociale huurwoningen. In de onderstaande gebiedsontwikkelingen zijn er mogelijkheden voor het realiseren van een opvang, een beschermde of semimurale woonvoorziening. In twee daarvan (The Rise en Parkhaven) zijn al m2 gereserveerd. Voor de overige gebieden zijn de gesprekken veelal op gang gebracht. Hofplein 33 “The Rise”

2025 – 2031

Parkhaven

2023 – 2025

Schiehaven Noord

2022 – 2028

Brainpark

2023 – 2025

A16 Zone Brainpark 2 + 3

2035 – 2037

Rijnhaven

2023 – 2031

Alexanderknoop (verdichting en transformatie)

2034 – 2040

Stadionpark/Feyenoord City

2021 – 2032

Van Nelleknoop

2030 – 2037

54

Per gebied kan één voorziening gerealiseerd worden en per gebied moet bekeken worden of het zich voor opvang leent, of juist beter voor een woonvoorziening. Voor wat betreft BW krijgen die locaties voorrang die een financiële uitdaging kennen dan wel een andere plek behoeven in het kader van spreiding. Ook de regiogemeenten zijn bezig met de ontwikkeling van woonvoorzieningen.

Opgave vastgoed ƒ ƒ ƒ

ƒ

Gemeente heeft een voorname rol in het vastgoed voor opvang. Woningcorporaties en/of zorgaanbieders hebben een voorname rol om in het vastgoed voor woonvoorzieningen te voorzien. We benutten de referentiewaarden voor de benodigde m2 voor vervangende opvanglocaties of woonvoorzieningen in nieuw te ontwikkelen complexen, wijken en gebieden. Voor opvang zijn (maximaal zeven) locaties nodig ter vervanging van bestaande locaties om de gewenste kwaliteitsslag te maken en jaarlijks naar verwachting drie tot vijf locaties voor BW.

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

55

8 Conclusies

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

56

1. Het organiseren en realiseren van opvang en een gevarieerd woonzorglandschap is een blijvend vraagstuk. Hier wordt al jaren in nauwe samenwerking tussen gemeente, zorgaanbieders en woningcorporaties aan gewerkt en dit zal blijvend nodig zijn. Daarbij is een licht groeiende vraag over de gehele linie te verwachten zonder rekening te houden met het effect van beleidsinterventies. Een onzekere factor hierin is wat het effect gaat zijn van de coronaepidemie op de langere termijn. 2. Zoals te zien in de jongerenketen (18 tot 23 jaar) is een belangrijke sleutel in het terugdringen van de verblijfsduur in de opvang het hebben van voldoende plek en doorstroom in het gehele woonzorglandschap. Om de verblijfsduur in de opvang van volwassenen (23 jaar en ouder) te kunnen terugbrengen naar maximaal drie maanden is een uitbreiding van 160 semimurale plekken en doorstroomplekken benodigd en moet de door- en uitstroom in (beschermd) woonvoorzieningen op peil zijn. 3. Op het moment dat de verblijfsduur in de opvang (23 jaar en ouder) structureel is teruggebracht naar maximaal drie maanden, zijn 60 minder opvangplekken nodig dan nu het geval is. 4. Om de omslag in de opvang (23 jaar en ouder) te kunnen maken van slaapzalen naar slaapkamers zijn ten dele nieuwe locaties benodigd. 5.

We maken de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis door de verwachte toenemende vraag naar beschermd wonen semimuraal op te vangen.

9. Het beoogde woonzorglandschap met o.a. semimurale voorzieningen vormt een belangrijke aanleiding om het Convenant HBD uit 2015 te herzien. 10. De verwachting is dat er een jaarlijkse toename is van het aantal benodigde woningen ten behoeve van de uitstroom van cliënten uit MO en BW; van 900 woningen in 2021 tot 1.235 in 2030. De mogelijke groei naar zelfstandig wonen na zorg zal binnen de afgesproken kaders van beschikbaarheid een plek krijgen in de bredere afweging tussen beschikbaar aanbod en vraag vanuit doelgroepen. Dit laatste is ook onderdeel van gesprek met de corporaties en huurdersorganisaties rondom de prestatieafspraken 11. We zetten in om uitstroom uit MO en BW uitsluitend via directe bemiddeling mogelijk te maken. Daarmee is er grip waar de uitstromers terecht komen, kan de doorstroom uit instellingen op gang worden gehouden en zorgen we dat mensen met passende zorg en begeleiding uitstromen. We verkennen de mogelijkheid om cliënten van een zorgaanbieder in één bepaald complex plaatsen. Zo heeft de corporatie één aanspreekpunt voor dat complex en kan de zorg efficiënt georganiseerd worden. 12. Voor het realiseren van een gevarieerd en werkend woonzorglandschap waarbij er voldoende plekken zijn en de door- en uitstroom op peil is hebben gemeente, zorgaanbieders en woningcorporaties elkaar nodig. Dit vraagt om structurele monitoring en uitvoeringsafspraken.

Een uitvoeringsplan is nodig om de ambities verder te concretiseren.

6. De uitbreiding van 100 BW-plekken in de regio biedt een oplossing voor de wachtlijst voor beschermd wonen. 7. Naar verwachting zijn drie tot vijf vastgoedobjecten per jaar nodig voor vervanging van bestaande BW-locaties en/of het realiseren van spreiding van BW over stad en regio. 8. We benutten de referentiewaarden voor de benodigde m2 voor vervangende opvanglocaties of woonvoorzieningen in nieuw te ontwikkelen complexen, wijken en gebieden.

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

57

Bijlage

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

58

Bijlage 1 Beschrijving intramurale voorzieningen, semimurale voorzieningen en doorstroomvoorzieningen

De levering van en de regie over de huisvesting waar de cliënt verblijft is de verantwoordelijkheid van de Aanbieder. De gemeente vergoedt de verblijfskosten.

Intramurale voorziening

Semimurale voorziening

Intramurale ondersteuning is bedoeld voor kwetsbare cliënten die tijdelijk niet in staat zijn om zelfstandig te wonen vanwege hun verstandelijke beperking of psychische of psychosociale aandoening. Zij hebben continu ondersteuning in nabijheid (24 uur) nodig zodat beroepskrachten direct kunnen anticiperen op het gedrag van deze cliënten. Hierbij wordt de cliënt direct ondersteund om bijvoorbeeld escalatie van problematiek te voorkomen omdat mensen uit de doelgroep zelf niet altijd in staat zijn om op tijd hulp in te roepen. Cliënten hebben een niet planbare en niet uitstelbare ondersteuningsbehoefte. Zij verblijven om die reden in een beschermde woonvoorziening.

Ondersteuning in een semimurale voorziening is bedoeld voor kwetsbare Rotterdammers die vanwege hun beperking 24 uur ondersteuning en zorg in nabijheid nodig hebben bij het zelfstandig wonen op basis van een woon-zorg overeenkomst tussen zorgaanbieder en cliënt.

Onder ‘Intramurale ondersteuning’ wordt verstaan: ondersteuning die in een intramurale setting wordt geboden tussen 07.00 uur en 23.00 uur en gericht is op sociaal persoonlijk functioneren en zelfzorg en gezondheid. Voor in de nacht (23.00 uur – 07.00 uur) krijgt de cliënt apart nachtelijke ondersteuning (slaapwacht of wakende wacht) geïndiceerd. Bij intramurale ondersteuning levert de aanbieder intensieve ondersteuning in de directe nabijheid waarbij het van belang is dat er toezicht is op de cliënt en de voordeur van de cliënt om bijvoorbeeld verkeerd netwerk te signaleren of anderszins en daarnaar direct te kunnen handelen om de cliënt of diens omgeving bescherming te bieden.

Verblijf Om dit te realiseren moet de verantwoordelijk medewerker zich minimaal in hetzelfde aaneengesloten gebouwencomplex of op hetzelfde terrein bevinden waarbij de cliënt via verbindingen binnen de locatie te bereiken is, dus niet via de openbare weg. Deze voorwaarden vervallen echter wanneer de aanbieder het gevraagde toezicht op de cliënt en de voordeur van de cliënt op een andere manier kan waarborgen. De inzet van domotica kan daarbij ondersteunend worden ingezet ter monitoring van cliënt in zijn context. Om de gevraagde reactietijd te kunnen waarborgen, vragen we in deze situatie dat de medewerker zich op niet meer dan 2 minuten loopafstand van de cliënt bevindt.

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

Onder ‘semimurale ondersteuning’ wordt verstaan: ondersteuning die wordt geboden in een ‘semimurale voorziening’ tussen 07.00 uur en 23.00 uur en gericht is op sociaal persoonlijk functioneren en zelfzorg en gezondheid. Voor in de nacht (23.00 uur – 07.00 uur) krijgt de cliënt apart nachtelijke ondersteuning geïndiceerd. Kenmerkend voor semimurale ondersteuning is een grote mate van nabijheid van de begeleiding. In tegenstelling tot in een intramurale setting, kan een cliënt in een semimurale voorziening grotendeels zelf om hulp vragen. De hulpvraag is echter niet altijd planbaar en niet altijd (lang) uitstelbaar. De beroepskracht moet daarom snel bij de woonruimte van cliënt kunnen zijn om te kunnen inspringen op vragen van de cliënt, op verwachte situaties met betrekking tot de cliënt en op vragen uit de omgeving van de cliënt. Ondersteuning moet altijd in voldoende mate in de nabijheid van de cliënt aanwezig zijn en is voor de cliënt bereikbaar op maximaal 10 minuten loopafstand. Dit betekent niet dat een beroepskracht er altijd binnen 10 minuten is of kan zijn – men kan bezig zijn met een andere cliënt – maar indien echt nodig moet dit wel kunnen.

Verblijf Er is geen sprake van intramurale ondersteuning omdat er geen permanent zicht op de cliënt wordt gevraagd, dus in principe wordt de verblijfscomponent niet vanuit het Wmo-arrangement gefinancierd. De cliënt betaalt zelf huur voor de woonruimte. Er zijn verschillende manieren waarop dit geregeld kan zijn, bijvoorbeeld: zelfstandig huren, huurzorgovereenkomst en huren van de aanbieder.

59

Bij semimurale ondersteuning wonen cliënten zelfstandiger (betalen zelf de huur voor het verblijf) maar geclusterd mét ondersteuning in nabijheid die 24 uur per dag binnen korte tijd kan anticiperen op niet geplande ondersteuningsbehoeften van de cliënt (dit in tegenstelling tot extramurale ondersteuning die veelal volgens afspraak (gepland) plaatsvindt). Meerdere varianten hierbij zijn denkbaar: ƒ Cliënten die in dezelfde straat/blok wonen (in de buurt van een Intramurale voorziening) ƒ Cliënten die op dezelfde galerij/gespikkeld in een complex wonen met andere (kwetsbare) huurders ƒ Cliënten die zelfstandig in één gebouw wonen, etc.

Doorstroomvoorziening Een doorstroomplek is voor kwetsbare Rotterdammers die verminderd zelfredzaam zijn. Cliënten kunnen zelf om hulp vragen en deze hulpvraag is in tegenstelling tot semimuraal planbaar en uitstelbaar. Cliënten krijgen dan ook een extramuraal arrangement. Een doorstroomplek is een tijdelijke woonplek voor de doelgroep dak- en thuislozen waardoor het verblijf in de opvang verkort kan worden. Cliënten kunnen op korte termijn (zes - negen maanden) de stap naar zelfstandig wonen maken. Nadruk in deze periode ligt met name op het op gang brengen van schuldhulpverlening, het opdoen woonvaardigheden en het stabiliseren van inkomen.

Verblijf De cliënt betaalt zelf huur voor de woonruimte. Er zijn verschillende manieren waarop dit geregeld kan zijn, bijvoorbeeld; zelfstandig huren, huurzorgovereenkomst en huren van de aanbieder. Ondersteuning in nabijheid is niet nodig, want de ondersteuning kan gepland plaatsvinden. Het verblijf mag geclusterd of gespikkeld in de wijk zijn, maar hoeft niet.

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

60

Bijlage 2 Opbouw vraagramingsmodel Onderzoeksbureau HHM heeft het vraagramingsmodel aan de hand van de volgende stappen opgebouwd.

8. We houden er rekening mee dat een aantal effecten niet zonder meer kan worden opgeteld. Daarom hebben we een inschatting gemaakt van de te verwachten correctie voor een ‘dubbeleffect’. 9. We hebben het na-ijleffect en het effect als gevolg van de parameterstijging of daling, gekoppeld aan een procentuele verandering van de vraag per subcategorie voor de jaren 2020 tot 2030. 10. De laatste stap is dat het model op basis van de input de verwachte vraag (in cliëntaantallen) doorrekent per subcategorie voor de jaren 2020-2030.

1. De basis van het vraagramingsmodel wordt gevormd door de cliëntinformatie van de gemeente Rotterdam. Het betreft informatie over de afgegeven arrangementen voor Maatschappelijke Zorg over de periode 2015-2020. In overleg met de opdrachtgever hebben we deze informatie geclusterd naar een aantal voor de gemeente relevante en herkenbare subgroepen. 2. Vervolgens hebben we de relatieve verschillen tussen de verschillende jaartallen binnen de periode 2015-2020 per subgroep in beeld gebracht. Dit om meer zicht te krijgen op de trendontwikkeling per subgroep. 3. Op basis van het verschil tussen 2019 en 2020 maken we per productgroep een inschatting van het zogenaamde ‘na-ijleffect’ van de historische trendontwikkeling, waarbij we de aanname doen dat deze inschatting zich nog volledig voortzet in 2020, voor de helft in 2021 en daarna niet meer. 4. We hebben landelijke, openbaar beschikbare data verzameld voor de gemeente Rotterdam. Dit betreft onder andere informatie op de websites waarstaatjegemeente.nl, regiobeeld.nl, statline van CBS, Leefbarometer en OBI van de gemeente Rotterdam. Deze informatie hebben we gedownload en presentabel gemaakt. 5. Daarnaast hebben we data verzameld door middel van een analyse van de dataset van de gemeente Rotterdam, een digitale, kwantitatieve uitvraag onder de zorgaanbieders en interviews met zorgaanbieders en woningcorporaties.

Uit deze dataverzameling hebben we zowel objectieve als subjectieve parameters gedestilleerd die relevant zijn voor de vraagraming. 6. We hebben gekeken welke objectieve parameterwaarden van invloed (kunnen) zijn op de ontwikkeling van de uitgaven. Van deze parameters hebben we een inschatting gemaakt van de te verwachten percentage stijging of daling van de uitgaven voor de jaren 2020 tot en met 2030. 7. Voor de subjectieve parameters zijn een aantal scenario’s opgesteld om het effect van deze parameters op de vraagraming nader te duiden.

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

61

Colofon Uitgave Gemeente Rotterdam Fotografie Jan van der Ploeg Vormgeving Publiquest - Leene Communicatie Begeleiding Publiquest - Leene Communicatie juli 2021

Wonen en zorg voor kwetsbare Rotterdammers | Plan van aanpak 2030

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=04882e00-0910-4e8d-84bc-8c85510311fd