21bb8349 Bijlage 2g behorende bij 21bb8351 - Integraal Huisvestingsplan Rotterdam Sport 2020-2030
Tekst van het document
5. Vervanging of renovatie binnensportaccommodaties
naar mogelijke oplossingen hiervoor. Bijvoorbeeld door een grondruil tussen Victoria en de gemeente. Atletiekhal Atletiek gaat het gehele jaar door en kent geen zomer- of winterstop. Een atletiekhal is van belang om atleten bij verminderde weersomstandigheden kwalitatief goede trainingen aan te kunnen bieden. Daarnaast noodzaakt de toename van het aantal (jeugd)leden op de atletiekbanen dat de trainingsfaciliteiten vergroot moeten worden. De atletiekverenigingen hebben daarom ter vervanging en aanpassing van de bestaande opstallen behoefte aan een indoorvoorziening atletiek. Deze atletiekhal is vooral nodig voor de breedtesport, maar richt zich ook op topsporttrainingen. Daarnaast kan zo’n hal ook worden gebruikt voor de diverse maatschappelijke activiteiten van de atletiekverenigingen. De investering in een atletiekhal is verwerkt in het financiële overzicht in paragraaf 9 ‘Financiën’.
IHP-Sport 2020 - 2030
24
25
6.
Vervanging of renovatie veldsportcomplexen
Foto: Luis Xertu
26
6. Vervanging of renovatie veldsportcomplexen
IHP-Sport 2020 - 2030
Er zijn 81 gemeentelijke veldsportcomplexen.
CLUBGEBOUWEN NAAR BOUWPERIODE
In paragraaf 3.2 ‘Reikwijdte van het IHP-sport’ is toegelicht dat er bij deze gemeentelijke veldsportcomplexen onderscheid is tussen enerzijds de sportvelden zelf, in beheer bij en verhuurd door het Sportbedrijf aan de sportverenigingen, en anderzijds de clubgebouwen (inclusief kleedkamers), veldverlichting en beregeningsinstallaties. De bestaande gemeentelijke sportvelden zelf hoeven voor de komende tien jaren niet in het IHP-sport opgenomen te worden. Het Sportbedrijf heeft voldoende middelen om de sportvelden en de bijbehorende buitenruimten in deze periode op een goed kwaliteitsniveau houden. De onderlagen van de kunstgrasvelden gaan nog tientallen jaren mee. De vervanging van de toplagen van kunstgrasvelden en de periodieke renovatie van natuurgrasvelden behoren tot de onderhoudstaak van het Sportbedrijf, dat daarvoor ook een onderhoudsbudget heeft. Onderhoud en vervanging van de sportvelden is dus al goed geregeld. Het onderhoud van clubgebouwen, veldverlichting en beregeningsinstallaties is in de meeste gevallen een verantwoordelijkheid van de sportvereniging zelf, of van de aan deze vereniging gelieerde beheerstichting. Dat geldt ook voor renovaties of nieuwbouw. Deze clubgebouwen zijn in het verleden meestal door de verenigingen zelf neergezet.
Omdat de gemeente door natrekking1 juridisch eigenaar is van deze voorzieningen en periodiek actief betrokken is bij deze clubgebouwen, zijn deze ook betrokken in het vervangings- en renovatieprogramma. Deze clubgebouwen zijn bovendien van groot belang voor de verenigingssport. Het betrekken van deze gebouwen bij dit vervangings- en renovatieprogramma sluit dan ook aan op de doelstellingen van de nota Actieprogramma Verenigingen.
6.1. Clubgebouwen Huidige situatie Clubgebouwen op de gemeentelijke veldsportcomplexen hebben een ondersteunende functie aan de veldsporten. Deze gebouwen geven leden van de eigen en de bezoekende vereniging de mogelijkheid zich om te kleden, voorzien in opslagcapaciteit voor sportmaterialen, bieden ruimte voor besprekingen, en sporters en bezoekers kunnen elkaar ontmoeten in de kantineruimte. Die laatste ruimte laat bij uitstek de sociale kant van sport zien. Een clubgebouw heeft dus een verzameling van functies. Meerdere losse gebouwen, die samen deze functies vervullen, worden beschouwd als één clubgebouw. Op bijna alle 81 Rotterdamse veldsportcomplexen is sprake van minimaal één clubgebouw. Op sommige locaties is er meer dan één clubgebouw aanwezig. Het totaalaantal
1% 26%
18%
5% 18%
32%
< 1960
1981 - 1990
1961 - 1970
1991 - 2000
1971 - 1980
2001 - 2020
clubgebouwen bedraagt 88. Een groot deel van de clubgebouwen heeft zijn oorsprong in de jaren ’60, ’70 en ’80 van de vorige eeuw, zoals onderstaande grafiek laat zien. Dit betekent dat een groot deel van de clubgebouwen op de veldsportcomplexen tientallen jaren oud is. Dat is te zien aan de uitstraling van deze gebouwen, het gebrek aan duurzaamheid, hoge onderhoudskosten, etc. Aantrekkelijke en kwalitatief goede clubgebouwen zorgen ervoor - net als goed onderhouden sportvelden - dat mensen gaan sporten, blijven sporten of meer gaan sporten. Ze dragen bij aan het vergroten van de sportparticipatie. Op die wijze vergroten ze ook de vitaliteit van de sportclubs zelf. Het is daarom wenselijk dat de Rotterdamse clubgebouwen in het komende decennium wat onderhoud en functionaliteit betreft op voldoende niveau blijven of worden gebracht. Zoals vermeld, zijn de verenigingen of de beheerstichtingen als economisch eigenaar van de clubgebouwen, verantwoordelijk voor het op orde houden van deze opstallen. Voor bepaalde investeringen hebben zij wel toestemming nodig van de eigenaar van de grond; de gemeente. In drie gevallen hebben de verenigingen niet zelf de verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud van het clubgebouw, maar ligt deze verantwoordelijkheid bij het Sportbedrijf.
Het meest prominente voorbeeld hiervan is het in 2017 opgeleverde multifunctionele clubgebouw op Sportcomplex Olympia. Op dit complex is een ander verhuurregime van toepassing. Er worden velden per uur verhuurd, inclusief kleedruimten. Dus niet een geheel complex per seizoen. Ook de overige ruimtes in het gebouw worden verhuurd aan de verenigingen. De verenigingen zijn hier geen eigenaar, maar gebruiker. De rol van het Sportbedrijf is hier vele malen groter dan op de andere complexen het geval is. Een soortgelijk concept geldt voor
1 Natrekking betekent dat een gebouw, dat door een ander – bijvoorbeeld een sportvereniging - is neergezet op grond van de gemeente, eigendom is van gemeente.
27
Vreelust in Delfshaven. Bij het Zomersportcomplex aan de Zuiderparkweg, verhuurt het Sportbedrijf het clubgebouw aan één vereniging, namelijk de cricketvereniging Punjab. De 1/3-subsidieregeling Om sport-, scouting- en speeltuinverenigingen te ondersteunen bij het op orde houden van hun clubgebouwen, staat hen de gemeentelijke 1/3-subsidieregeling ter beschikking. Deze regeling is bedoeld voor uitbreidingsinvesteringen, bouwkosten en renovaties. Regulier of achterstallig onderhoud valt er niet onder. Voor het inlopen van achterstallig onderhoud van clubgebouwen van sportverenigingen heeft de gemeente besloten tot een afzonderlijke eenmalige subsidieregeling, waarop veldsportverenigingen in 2017 en 2018 een beroep konden doen. Op grond van de 1/3-subsidieregeling kan de vereniging tot 75.000 euro subsidie aanvragen. Er mag dan verder 75.000 euro worden geleend van de gemeente. Onder bepaalde voorwaarden kan de lening maximaal 350.000 euro bedragen. En voor het resterende deel moet de vereniging zelf middelen inbrengen. In de praktijk blijkt dat verenigingen deze regeling niet of nauwelijks kunnen gebruiken voor grootschalige renovaties of nieuwbouw. Daarvoor is het subsidiebedrag te laag, de bijdrage van de vereniging uit eigen middelen te groot en de kosten van de lening te hoog.
Deze bevinding sluit aan bij het gegeven dat de 26 procent nieuwste clubgebouwen, gesticht na het jaar 2000, dan ook veelal niet met behulp van deze of een eerdere subsidieregeling zijn tot stand zijn gekomen, maar vaak door de gemeente zelf of met een nagenoeg 100 procent financiering van de gemeente of van de toenmalige deelgemeente. Meestal hing deze gemeentelijke bijdrage samen met gebiedsontwikkelingen of met verplaatsingen, onder andere vanwege de aanleg van de Betuwespoorlijn, de HSL of de Voetbal Visie Vitaal. Een contrast dus met de oorsprong van veel clubgebouwen uit de jaren ’60, ’70 en ’80 van de vorige eeuw, die veelal door de vereniging zelf bekostigd zijn. Beoordeling van de clubgebouwen en hun gebruikers Er zijn 65 clubgebouwen, die dateren van 2000 en (vaak ver) daarvoor. Op deze 65 clubgebouwen is aan de hand van een aantal aspecten een analyse uitgevoerd: • de technische kwaliteit en duurzaamheid van de clubgebouwen • de functionaliteit van de clubgebouwen • de vitaliteit van de desbetreffende veldsportverenigingen Tot slot is met Stadsontwikkeling inzichtelijk gemaakt waar mogelijke toekomstige gebiedsontwikkelingen dit onderdeel kunnen raken. De clubgebouwen daterend uit 2001 en later zijn niet in de analyse betrokken; ze zijn nog niet aan vervanging of grootschalige renovatie toe.
De beoordeling op technische kwaliteit en duurzaamheid van de clubgebouwen is gebaseerd op een door een bouwkundig bureau uitgevoerde schouw. De verenigingen hebben een kopie van het schouwrapport van hun clubgebouw ontvangen. De beoordeling op de functionaliteit van de clubgebouwen is tot stand gekomen in samenwerking met het Sportbedrijf en is gebaseerd op de bestaande kennis en deskundigheid bij de gemeente en het Sportbedrijf hierover. De volgende factoren zijn gewogen: • zijn de functies over meer dan één opstal verspreid? (één integrale opstal is functioneel gezien beter) • de mate waarin de opstal geschikt is voor medegebruik en multifunctionaliteit • welke functies kent het clubgebouw momenteel en welke basisfuncties (kleedruimtes, een ontmoetingsruimte of kantine, vergaderruimtes, opslagruimte) ontbreken? • hoe is de uitstraling, het comfort? De beoordeling van de vitaliteit is opgesteld in samenspraak met Rotterdam Sportsupport. Hierbij is uitgegaan van de vitaliteitsscores en de financiële posities van de verenigingen, voortkomend uit het jaarlijks door Rotterdam Sportsupport uitgevoerde vitaliteitsonderzoek. Deze scores zijn gebaseerd op opgaves van de verenigingen zelf. Deze opgaves zijn daarom kritisch bezien met behulp van de bestaande deskundigheid en kennis, zoals aanwezig bij Sportsupport, Sportbedrijf en de gemeente.
Op basis van bovenstaande analyse is een beeld gevormd van de clubgebouwen, die in de periode 2020-2030 voor vervanging in aanmerking komen en waarbij dit ook voor de sportparticipatie van belang is. Deze groep bestaat uit 23 clubgebouwen. Zie ook bijlage 3 ‘Analyse clubgebouwen veldsportverenigingen’. Het vervangen van bestaande clubgebouwen Hoe kunnen deze 23 clubgebouwen vervangen worden, terwijl verenigingen hier niet of nauwelijks zelf toe in staat blijken te zijn. Zoals vermeld is de beantwoording van deze vraag in het belang van de sportparticipatie en de verenigingssport; het sluit aan op de doelstellingen van het Actieprogramma Verenigingen. We stellen voor dat voor deze groep van 23 clubgebouwen de gemeente - in het belang van de sportparticipatie - de regie neemt. Dat kan overigens alleen in overleg met de betreffende verenigingen zelf. De gemeente stelt hierbij wel bepaalde voorwaarden: • de eigendomsverhouding wijzigt. De club heeft niet langer het economisch eigendom van het clubgebouw, de gemeente neemt het clubgebouw in volledig eigendom, dus ook de verantwoordelijkheid voor de nieuwbouw en voor het eigenarenonderhoud komt bij de gemeente • de gemeente is opdrachtgever voor de (casco+)investering in nieuwbouw
28
6. Vervanging of renovatie veldsportcomplexen
IHP-Sport 2020 - 2030
• de gemeente laat het beheer, onderhoud en de exploitatie van dit clubgebouw, net als bij alle andere gemeentelijke sportaccommodaties, vervolgens uitvoeren door het Sportbedrijf • de vereniging moet de kosten van onderhoud - en overige exploitatielasten - via een huurbedrag aan het Sportbedrijf compenseren. De investering zelf komt ten laste van de gemeente; de vereniging ontvangt voor sloop van het oude clubgebouw daarom geen vergoeding • er worden nadrukkelijke voorwaarden gesteld voor het gebruik van het clubgebouw, afhankelijk van de specifieke mogelijkheden, zoals: - multifunctioneel gebruik; ook door niet-leden - het clubgebouw openstellen voor activiteiten vanuit de wijk (wijkgerichte vereniging) - de vereniging moet meerdere sporten of beweegactiviteiten aanbieden (multisportvereniging) - gebruik van het clubgebouw door meerdere verenigingen, wellicht zelfs fusie van verenigingen om de vitaliteit van deze verenigingen te verbeteren - samenwerking met Onderwijs of Welzijn
model zijn opgenomen in het financiële overzicht in paragraaf 9 ‘Financiën’. Hierbij is uitgegaan van een evenredige spreiding van de investeringen tot en met 2030.
Op deze wijze zijn er enerzijds voordelen voor de betreffende 23 verenigingen. De gemeente investeert immers in de vernieuwing van het clubgebouw. De vereniging betaalt alleen voor onderhoud en overige exploitatielasten. De vereniging hoeft zich niet langer zorgen te maken over het onderhoud van het clubgebouw en kan zich volledig richten op haar kerntaak: het aanbieden van sportactiviteiten. Daar staat tegenover dat de vereniging de autonomie over het clubgebouw verliest. Er kunnen, zoals vermeld, diverse eisen aan het gebruik worden gesteld, men moet het clubgebouw wellicht delen. Het betekent dus nogal wat, als een vereniging voor dit model kiest. In die zin hoeven de overige verenigingen zich niet benadeeld te voelen. Bovendien wordt voorgesteld om voor hen extra subsidiemogelijkheden beschikbaar te stellen (zie de volgende alinea’s). Overigens wordt momenteel onderzocht in hoeverre er aan alle veldsportverenigingen minimale eisen aan het onderhoudsniveau van clubgebouwen gesteld kunnen worden. Na vaststelling van dit IHP-Sport en als het benodigde budget beschikbaar wordt gesteld, wordt in de verdere uitvoering een ronde langs alle buitensportverenigingen gemaakt om het onderdeel buitensport van dit IHP toe te lichten. Op basis van deze rondgang kan een eerste vertaling gemaakt worden van het onderdeel clubgebouwen naar een uitvoeringsprogramma.
Dit uitvoeringsprogramma kan afwijken van hetgeen in de huidige analyse voorzien wordt. Een clubgebouw, waarvan nu geconcludeerd is dat de gemeente er voor de vervanging de regie moet nemen, kan na deze inventarisatie alsnog op ‘geen gemeentelijke regie’ worden gezet. Andersom wordt ook niet uitgesloten. De benodigde investeringen voor de uitvoering van dit
Het op niveau brengen of houden van bestaande clubgebouwen door renovaties Zoals hierboven vermeld, komt slechts een beperkt aantal clubgebouwen en alleen onder bepaalde voorwaarden voor vervanging door de gemeente in aanmerking. Voor de overige clubgebouwen, ook die na 2000 zijn gebouwd, biedt de 1/3-regeling mogelijkheden voor de verenigingen om zelf de kwaliteit van bestaande clubgebouwen te verbeteren. Zoals vermeld, biedt de huidige hoogte van de subsidiebedragen in de 1/3-regeling hiervoor niet voldoende ondersteuning. Daarom is in dit vervangingsen renovatieprogramma een structurele verhoging met 0,5 mln euro van het subsidiebudget van de 1/3-regeling opgenomen.
Het voorstel houdt in: • dat alleen voor grootschalige renovaties of vervanging van clubgebouwen van NOC*NSF-breedtesportverenigingen een extra hoge subsidie verleend kan worden van maximaal 350.000 euro, gelijk aan de maximale lening • dat deze subsidie bedoeld is voor renovatie of vervanging van de bestaande functies, niet voor uitbreiding daarvan • aan de te verlenen subsidie worden aanvullende voorwaarden gesteld, zoals afspraken over het multifunctioneel gebruik van de velden en het clubgebouw Met de voorgestelde verhoging kan een vereniging, uitgaande van een maximale subsidie van 350.000 euro, een gemeentelijke lening van eveneens 350.000 euro en een reguliere BOSA-subsidie van VWS (20 procent), met ongeveer 140.000 euro aan eigen middelen (te dekken via bijvoorbeeld extra sponsoring) een grootschalige renovatie of zelfs een kleinere nieuwbouw van ruim 1 mln euro realiseren (inclusief btw). Op deze wijze kan de komende tien jaar geleidelijk een groot aantal clubgebouwen aangepakt worden door de verenigingen (of beheerstichtingen). Uiteraard niet allemaal. NB: bij volledige nieuwbouw blijkt een vereniging doorgaans niet in aanmerking te komen voor de extra BOSA-subsidie duurzaamheid. Conclusie Het volgen van bovenstaande aanpak zal langzaam maar zeker leiden tot een wijziging in het Rotterdamse landschap van de veldsport.
Steeds vaker zullen veldsportverenigingen geen (economisch) eigenaar meer zijn van een clubgebouw, maar richten zij zich als huurder van velden en gebouwen op datgene waar zij goed in zijn: het aanbieden van de sport aan hun leden. Het Sportbedrijf doet op zijn beurt waar het goed in is: het bieden van kwalitatief hoogwaardige sportvoorzieningen. Ook bij bestaande clubgebouwen kan het Sportbedrijf overigens, indien de
29
vereniging dit wenst, een rol spelen in het onderhoud. Vitale verenigingen kunnen dit zelf blijven doen.
bities van de gemeente Rotterdam, zoals in het coalitieakkoord expliciet voor veldsportverlichting wordt nagestreefd.
Sommige verenigingen hebben naar verwachting meer moeite met het ‘overdragen’ van het (economisch) eigendom van hun clubgebouw dan andere verenigingen. Overdracht kan overigens alleen na overeenstemming met de vereniging. Bovenstaande uitgangspunten, investeringen en ‘ontzorging’ onder voorwaarden, bieden echter bij uitstek een basis om met verenigingen in gesprek te gaan. Samen met hen kunnen we toekomstplannen ontwikkelen.
Ondanks de financiële voordelen van LED-gebruik - en ondanks de diverse subsidieregelingen vanuit de overheid - bestaat de veldverlichting op de Rotterdamse sportcomplexen voor ongeveer 75 procent nog steeds uit conventionele armaturen. De LED-verlichting die er is, is bovendien slechts deels gerealiseerd door de verenigingen zelf. In veel gevallen heeft, zoals vermeld, de gemeente de investering gedaan.
6.2. Veldverlichting De trainingsactiviteiten van de veldsportverenigingen spelen zich vooral in de avonduren af en buiten de zomerperiode. Dit betekent dat gedurende een groot deel van het jaar een goed functionerende veldverlichting noodzakelijk is. Huidige situatie Op dit moment is de aanschaf en het onderhoud van veldverlichting een verantwoordelijkheid van de sportverenigingen zelf. De verenigingen huren dus geen veldverlichting van het Sportbedrijf. Slechts in bepaalde gevallen is de aanleg van veldverlichting wel door de gemeente gedaan, namelijk daar waar de gemeente nieuwe kunstgrasvelden heeft aangelegd. De veldverlichting wordt dan gelijk meegenomen. Op deze wijze is de afgelopen jaren - in het kader van de intensiveringsslag sportaccommodaties - op 18 sportvelden een nieuwe LED-verlichtingsinstallatie aangebracht. Na plaatsing heeft de gemeente het beheer en het onderhoud van deze installaties overdragen aan de betreffende verenigingen. Indien een vereniging veldverlichting wil plaatsen, moet zij hiervoor toestemming hebben van de eigenaar van de grond, de gemeente. Zodra de vereniging via deze lijn toestemming heeft verkregen, dient de vereniging zelf de benodigde vergunningsprocedures te doorlopen, inclusief de eventuele verdere onderzoeken vanwege bijvoorbeeld de Flora- en faunawet, zelf de inkoop te verrichten en zelf de financiering te regelen.
Duurzaamheid Bij een gemiddelde veldsportvereniging gaat 10 tot 15 procent van de begroting op aan energiekosten. Het aandeel veldverlichting hierin is afhankelijk van het aantal velden of banen, maar loopt al snel op tot 50 procent. Ten opzichte van conventionele verlichting biedt de toepassing van LED-verlichting duidelijke voordelen: de energiebehoefte daalt bij gelijkblijvend gebruik met zo’n 40 procent. Dit als gevolg van lagere wattages, flexibeler gebruik en een lagere piekbelasting. Toepassing van LED-verlichting is vanuit het oogpunt van de exploitatie dus financieel gunstig voor een vereniging. Het heeft echter ook een intrinsieke waarde; LED-verlichting draagt bij aan de duurzaamheidsam-
Blijkbaar is het voor veel verenigingen, ondanks de exploitatievoordelen, moeilijk om te investeren in LED-verlichting. Daarvoor kunnen allerlei redenen zijn. Het gaat voor de meeste verenigingen bijvoorbeeld om grote bedragen en of je de investering terugverdient met energiebesparing is een risico en kost jaren. Er moet ook voldoende organisatorisch vermogen aanwezig zijn binnen de vereniging. Dergelijke investeringen vragen bovendien nogal wat deskundigheid op het gebied van procedures (vergunningen, subsidieaanvragen), etc. Onderhoud In de verhuurvoorwaarden van een veldsportcomplex staat opgenomen dat verenigingen hun lichtmasten moeten onderhouden. In de praktijk laten verenigingen hier nogal eens steken vallen. Dat komt de functionaliteit van de verlichting, en dus het gebruik van het veldsportcomplex, niet ten goede. Bovendien leidt dit in de meest vergaande gevallen tot onveilige situaties. Hoewel de verantwoordelijkheid voor het onderhoud bij de vereniging ligt, komt hiermee de juridische betrokkenheid van de gemeente als de eigenaar van de grond toch in het geding. De verantwoordelijkheid voor de aanleg en het onderhoud van de veldverlichting bij de gemeente leggen De conclusie is dat binnen de huidige constellatie de noodzakelijke verduurzaming en het noodzakelijke onderhoud onvoldoende uit de verf komen.
Daarom is in dit vervangings- en renovatieprogramma opgenomen dat de verantwoordelijkheid voor de aanleg en het onderhoud van de veldverlichting bij de gemeente wordt gelegd. Het onderhoud komt dan, net als het onderhoud van de gemeentelijke sportvelden, bij het Sportbedrijf te liggen. Deze overdracht van de verantwoordelijkheid voor de veldverlichting zullen veel verenigingen verwelkomen worden. Het is voor hen een zorg minder en anders dan een bij een clubgebouw is de emotionele betrokkenheid geringer. Voor andere verenigingen voelt het wellicht als een inbreuk op hun autonomie. Het is echter wenselijk één lijn te trekken, één systematiek toe te passen. In de meeste gevallen leidt het overdragen van de verantwoordelijkheid tot verbetering van de huidige situatie. Tegenover de overdracht van de verantwoordelijkheid voor
30
6. Vervanging of renovatie veldsportcomplexen
IHP-Sport 2020 - 2030
de veldverlichting, staat wel dat aan de verenigingen een extra huurtarief zal worden gevraagd. Uit dit extra huurtarief moeten de onderhoudskosten gedekt worden. De investeringskosten - verenigingen houden in hun lopende begrotingen geen rekening met de vervanging door LED-verlichting - kunnen daar niet uit gefinancierd worden en zijn daarom verwerkt in de raming van het benodigde budget voor de uitvoering van dit IHP-sport. De huur van velden met LED-verlichting valt dus wat hoger uit dan de huur van velden zonder LED-verlichting. Tegenover deze extra huur staat echter dat de vereniging met LED meer gebruiksmogelijkheden krijgt, geen onderhoud meer hoeft te plegen en hoogstwaarschijnlijk een energiebesparing kan realiseren. De besparingen zullen overigens per vereniging sterk verschillen. Zowel het huidige onderhoud, de vervanging als het verbruik hangen sterk samen met de hoeveelheid branduren en dus met het aantal gebruiksuren tijdens donkere avonden.
dat de velden langdurig schade zouden ondervinden. Pas eind september 2018 kon ook op het laatste complex de competitie weer van start gaan.
Voor de complexen waar al LED-verlichting is aangelegd door de verenigingen zelf of door de gemeente, zullen de tariefsverhogingen vorm kunnen krijgen door een differentiatie in de tariefstelling of in de ingangsdatum.
Op termijn kan de vereniging kiezen voor bediening op afstand, bijvoorbeeld via een app. Dit komt de kwaliteit en timing van de beregening ten goede, en daarmee de kwaliteit van de sportvelden. Maar het betekent wel een verlies van directe menselijke controle op de velden zelf.
Het omzetten op 75 procent van de sportvelden, die nu nog geen LED-verlichting hebben, van conventionele verlichting naar LED, vraagt een investering van 10 mln euro. Hierbij is ervan uit gegaan dat de lichtmasten van 15 jaar of jonger kunnen worden hergebruikt. Hier worden alleen de armaturen vervangen. Er wordt nog onderzocht of hierbij dekking vanuit programma Duurzaam mogelijk is.
6.3. Beregeningsinstallaties Natuurgrasvelden dienen in periodes van (dreigende) droogte tijdig en voldoende te worden beregend. Hiermee wordt schade aan het veld voorkomen en het herstel van de grasmat bevorderd. Huidige situatie Op dit moment is het beregenen van de natuurgrasvelden een verantwoordelijkheid van de sportverenigingen zelf. Dit is vastgelegd in de gebruikersovereenkomst met het Sportbedrijf. Het Sportbedrijf op zijn beurt is verantwoordelijk voor al het overige onderhoud aan het veld, het reguliere onderhoud en van tijd tot tijd grootschalig onderhoud. De meeste verenigingen maken voor het beregenen van de velden gebruik van pompen en slangen, en van hun vrijwilligers. Het is een tijdrovende klus in de zomerperiode, als de activiteiten van een club veelal stilliggen. Bij veel clubs komt dit daarom op een klein aantal vrijwilligers neer. Dat is kwetsbaar. In de droge zomer van 2018 werd duidelijk dat verenigingen moeite hebben met de uitvoering van deze verantwoordelijkheid. Dit leidde zelfs tot een tijdelijk speelverbod op de natuurgrasvelden, om te voorkomen
Ondersteuning door de gemeente bij de beregening van de sportvelden Om de noodzakelijke beregening te kunnen garanderen en daarmee schade voor de natuurgrasvelden op de langere termijn te voorkomen, is er in dit programma van uitgegaan dat de verenigingen bij de aanleg van sproei-installaties ondersteund worden. Dit houdt in dat de gemeente investeert in sproei-installaties en het onderhoud daarvan bij het Sportbedrijf komt te liggen. De vereniging blijft wel verantwoordelijk voor het sproeien zelf. De sproei-installaties worden daartoe aangesloten op een besturingsautomaat, waardoor de vereniging met één druk op de knop een veld kan beregenen. Dit systeem wordt alleen op de competitiewaardige velden toegepast, en dus niet op bijveldjes.
De totale investering van de sproei-installaties wordt geraamd op 2,5 mln euro, gespreid over vijf jaar. Deze kosten zijn meegenomen in de raming van het benodigde budget voor het IHP-sport. Uiteraard zijn er ook onderhoudskosten verbonden aan het op orde houden van de sproei-installaties. Daar staat echter tegenover dat er minder schade ontstaat aan de natuurgrasvelden en dat scheelt weer onderhoud.
31
7.
Foto: Jan van der Meijde
Groei inwonertal gemeente Rotterdam
32
7. Groei inwonertal gemeente Rotterdam
IHP-Sport 2020 - 2030
Volgens de laatste bevolkingsprognose groeit de gemeente Rotterdam de komende decennia van ongeveer 648.000 inwoners (peildatum 1 oktober 2019) naar circa 694.000 inwoners in 2035, een verwachte toename van 46.000. Per gebied zijn er wat meer onzekerheden over de aantallen maar het is duidelijk dat de groei niet evenwichtig over de stad verdeeld zal zijn. De groei zit vooral in Rotterdam Centrum (53 procent meer inwoners) en Feijenoord (18 procent meer inwoners). In Merwe4Havens ontstaat een geheel nieuwe wijk. De groei is bovendien terug te vinden onder zowel jongeren als ouderen; de stad vergroent én vergrijst. De totale woningvoorraad stijgt in die periode met 11 procent. Dit IHP-sport loopt overigens tot en met 2030. De verwachte bevolkingsgroei komt einde 2030 wat lager uit dan in 2035.
bijvoorbeeld meer gemeentelijke sportaccommodaties. De uitkomst van die referentiewaarden behoeft echter nuancering. In de eerste plaats loopt dit IHP-sport tot en met 2030 in plaats van de 2035 van de referentiewaarden. Bovendien zijn de referentiewaarden slechts een vertrekpunt. Er moet vervolgens ingezoomd worden op de bezetting van de huidige gemeentelijke sportaccommodaties en op de mogelijkheden om de groei wellicht op andere wijze op te vangen. Voor veldsportcomplexen en sporthallen zijn de afgelopen jaren specifieke bezettingsinstrumenten ontwikkeld, bij de zwembaden planningsnormen. Hieronder lichten we per type accommodatie de consequenties van de verwachte bevolkingstoename tot en met 2030 toe.
Om de bestaande capaciteit van de gemeentelijke sportaccommodaties in verhouding tot de bevolkingsomvang te behouden, moet een groei van de bevolking logischerwijs leiden tot een toename van de capaciteit. Vanuit het uitgangspunt ‘rust scheppen’ in de gemeentebegroting zijn de hiervoor benodigde investeringen meegenomen in het IHP-Sport.
7.1. Zwembaden Zoals vermeld bij paragraaf 4 ‘Vervanging of renovatie zwembaden’ kunnen de komende tien jaar geen zwembaden afgestoten worden. De bestaande capaciteit blijft nodig, ook in verband met de verwachte bevolkingsgroei in Rotterdam. De Rotterdamse planningsnorm wijst er bovendien op dat met name de zwemcapaciteit in het centrum niet voldoende is om de komende jaren aan alle vraag te voldoen. Dit sluit aan bij de uitkomst van de referentiewaarde zwembaden. Daarin wordt gerekend met een uitbreiding van het zwemwater om te kunnen voorzien in de behoeften in Rotterdam Centrum als daar, zoals gepland, de komende 15 jaar 10.000 woningen voor nieuwe inwoners worden gerealiseerd. De benodigde extra capaciteit zwemwater kan gereali-
De ontwikkeltijd van nieuwe sportaccommodaties (gymzalen, sporthallen, veldsportcomplexen, zwembaden) varieert van drie tot tien jaar. De accommodaties hebben een gemiddelde levensduur van 40 jaar en soms nog veel langer. De gemeente moet dus vooruit plannen om in de behoeften van een (groeiende) bevolking te voorzien. Om goed te kunnen plannen zijn er in 2019 referentie waarden voor maatschappelijke voorzieningen ontwikkeld, die einde 2019 door het college zijn vastgesteld. Bij deze referentiewaarden wordt de bevolkingsgroei, uitgaande van een goede bezetting, direct gerelateerd aan
Bevolkingsontwikkeling van Rotterdam gerealiseerd (1990-2018) en prognose (2018-2035) 720 700
realisatie
680 660 640
prognose 2018
620 600
2034
2032
2030
2028
2026
2024
2022
2020
2018
2016
2014
2012
2010
2008
2006
2004
2002
2000
1998
1996
1994
560
1992
580 1990
x 1.000 inwoners
prognose 2015
samenvoeging met Rozenburg +12.500 inwoners
33
seerd worden door uitbreiding van zwembad Oostervant. Renovatie of nieuwbouw van dit zwembad is technisch niet vereist, maar functioneel wel noodzakelijk. Daarmee kan de gemeente bovendien beter voorzien in het opvangen van de verwachte groei van de bevolking in Centrum en Delfshaven(-Oost) en het beter accommoderen van verenigingen op de Noordoever. De haalbaarheid van een uitbreiding van het wedstrijdbad naar 35 x 25 meter (waterpolo-competitiemaat) en daarnaast een doelgroepenbad van 10 x 15 meter is onderzocht. Sloop en herontwikkeling (woningbouw) en nieuwbouw van het zwembad en de sporthal op een nabijgelegen locatie is de beste oplossing. Naar de locatie daarvan, uiteraard in afstemming met de bewoners van Middelland, wordt binnenkort onderzoek gedaan. De kosten van de gestapelde bouw van een nieuw zwembad (35 x 25 meter + doelgroepenbad 10 x 15 meter) en een nieuwe sporthal ter vervanging van recreatiecentrum Oostervant, bedragen volgens het haalbaarheidsonderzoek verricht door een extern onderzoeksbureau: • stichtingskosten 20 mln euro (uitgangspunt: start bouw eind 2021) • opbrengstpotentie vertreklocatie 3,2 mln euro • netto 16,8 mln euro
7.2. Binnensportaccommodaties; sporthallen en -zalen Met behulp van de uitkomsten van het rekenmodel binnensport van 2018 is op basis van de bevolkingsprognose de toekomstige vraag van het naschools gebruik van sporthallen en -zalen berekend. Hierin is ook de woningbouwprognose als gevolg van de nota Strategische Verkenning Verstedelijking (juli 2019) opgenomen. Uit deze berekening blijkt dat als gevolg van de verwachte bevolkingsgroei er tot en met 2030 één extra sporthal nodig is. Dit sluit aan bij de referentiewaarde van één sporthal per 25.000 inwoners. Naast het gebruik van deze referentiewaarde is ook de huidige bezetting van de sporthallen van belang. Immers: indien de sporthallen niet volledig zijn bezet, is de behoefte wellicht lager dan de referentiewaarde aangeeft. Sporthallen worden gerealiseerd ten behoeve van sportverenigingen; de meeste verenigingssporten kunnen alleen in een sporthal wedstrijden spelen. De sporthallen zijn momenteel goed bezet en er zijn geen indicaties dat de vraag naar de sporthallen vanuit de verenigingssport terugloopt. Dit geldt landelijk wel voor een aantal sporten, zoals badminton, korfbal of volleybal. In Rotterdam zijn voetbal en hockey belangrijk voor de zaalsporten en die sporten stabiliseren zich of stijgen.
Op basis van de huidige bezetting kan een verwachte sporttoename door de groei van de bevolking niet door een betere bezetting worden opgevangen.
Met de bouw van de sporthal Huis op Zuid in Feyenoord (in combinatie met een zwembad) wordt aan de behoefte aan één extra sporthal tot en met 2030 voldaan. Daarnaast is - voor het spreiden van de piekbelasting in de winter – het concept van tijdelijke blaashallen over sportvelden heen een interessante ontwikkeling. Een voorbeeld van een dergelijke blaashal is in de wintermaanden te zien bij RHV Leonidas, terwijl ook Hockeyclub Rotterdam voornemens is om deze aan te schaffen.
7.3. Veldsportcomplexen Begin 2019 is het capaciteitsplan buitensport 2018-2030 vastgesteld. Dit plan maakt de vraag naar sportvelden ten opzichte van het aanbod inzichtelijk en wordt nog steeds gebruikt om stadsbreed ruimtelijke afwegingen te maken voor de veldsportcomplexen. In het capaciteitsplan wordt geconstateerd dat het aantal leden van Rotterdamse veldsportverenigingen de afgelopen jaren is gegroeid. De verwachting is dat deze trend zich doorzet. Op grond van de voorziene bevolkingsontwikkeling zou de capaciteit daarom moeten toenemen. Ook indien de referentiewaarde voor veldsportcomplexen wordt gehanteerd, moeten er sportcomplexen bijkomen in de komende tien jaar. Voor een deel kan de extra behoefte aan buitensportfaciliteiten echter worden opgevangen door het efficiënter benutten van de bestaande sportterreinen. Onder andere door het beter spreiden van sportactiviteiten over het gehele weekend. Daarvoor is overigens medewerking van de sportbonden wel een vereiste. Voor het resterende deel is het niet nodig extra veldsportcomplexen aan te leggen. Het is voldoende bestaande natuurgrasvelden op bestaande complexen (verder) om te zetten in kunstgrasvelden. Kunstgrasvelden kunnen veel intensiever worden bespeeld. Deze benodigde extra investering in kunstgrasvelden is verwerkt in het financiële overzicht in paragraaf 9 ‘Financiën’.
Naast een investering vraagt een nieuw kunstgrasveld ook extra onderhoudskosten van 28.000 euro per jaar per veld. Samen met het bestaande onderhoudsbudget van het eerdere natuurgrasveld is dit nodig om periodiek de toplaag te kunnen vervangen. De groei van de stad biedt dus een kans voor de bestaande sportterreinen en sportverenigingen, onder voorwaarde dat de strategische ligging van deze terreinen (‘de sportcirkel’) wordt gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. De in deze paragraaf genoemde investeringen in zwembad Oostervant en in kunstgrasvelden zijn verwerkt in het financiële overzicht in paragraaf 9 ‘Financiën’.
8. Inzet Sportbedrijf Rotterdam
8.
IHP-Sport 2020 - 2030
Inzet Sportbedrijf Rotterdam
34
35
Het Sportbedrijf Rotterdam beheert en exploiteert bijna alle gemeentelijke sportaccommodaties. De vraag is daarom wat het Sportbedrijf voor de realisatie van dit IHPsport kan betekenen. Dat wil zeggen, met name voor de door het Sportbedrijf beheerde sporthallen en -zalen en zwembaden. Voor gymzalen en voor de clubopstallen van veldsportverenigingen is de rol van het Sportbedrijf beperkter. In paragraaf 6 ‘Vervanging of renovatie veldsportcomplexen’ is aangegeven, dat de rol van het Sportbedrijf bij de veldsportcomplexen voornamelijk ligt op het beheer van de sportvelden. De clubgebouwen en kleedkamers behoren tot de verantwoordelijkheid van de veldsportverenigingen en het Sportbedrijf heeft daarvoor dan ook geen budgetten beschikbaar. Het Sportbedrijf kan en wil graag een bijdrage leveren aan de ambitie van de gemeente Rotterdam om te komen tot een duurzaam vervangingsplan voor sportaccommodaties en heeft enkele mogelijkheden daartoe onderzocht. Sporthallen en zwembaden Hoe ouder een object, des te meer onderhoudsgeld in de regel nodig is om een accommodatie in stand te houden. Bij een nieuwe of een ingrijpend gerenoveerde accommodatie wordt gebruik gemaakt van duurzamere materialen en hebben alle elementen de maximale levensduur. Hierdoor wordt het gemiddelde onderhoudsbedrag dat nodig is om een object op niveau 3 te houden, lager.
Daarnaast kunnen met name energielasten aanmerkelijk lager uitvallen. Aan de hand van afzonderlijke investeringsvoorstellen kunnen we laten uitrekenen wat de mogelijke besparing is. De ruimte die op deze manier in de budgetten onderhoud en energie ontstaat, kan ingezet worden voor de gedeeltelijke dekking van de investeringskosten (de nieuwe Kostendekkende Huur, die het Sportbedrijf aan SO Vastgoed moet vergoeden). Een voorbeeld daarvan is de uitwerking van de casus ‘nieuw zwembad en vervanging van vier gymzalen in Overschie’. Verder vallen de kosten voor renovaties lager uit, omdat de kosten van groot onderhoud hierin gedekt worden uit het reguliere onderhoudsbudget van het Sportbedrijf. Bij de sporthallen de Enk en Kralingen is dit een aanzienlijk deel, zodat de extra renovatiekosten ook aanzienlijk lager uitvallen. Het Sportbedrijf kan daarnaast zijn kennis van innovatieve concepten inzetten om te komen tot betere bedrijfsplannen. Multifunctioneel gebruik van sportvoorzieningen kan in veel gevallen zorgen voor intensiever gebruik van de beschikbare ruimte en daarom ook voor dekking uit andere middelen. Denk aan combinaties tussen sport- en evenementenvoorzieningen of sport- en welzijnsvoorzieningen. Ook kan het Sportbedrijf helpen door contact te leggen met herontwikkelingspartijen, sponsorstichtingen en overige private partijen.
Bijvoorbeeld met woningbouwcorporaties en hun ambities om te investeren in bepaalde wijken.
Sporthallen en zwembaden kunnen bijvoorbeeld gecombineerd worden met woon- en zorgfuncties. Interessant voor mogelijke partners is dat het Sportbedrijf langdurige huurovereenkomsten kan aangaan met een investeerder indien bijvoorbeeld een bestaande sporthal wordt vervangen. In het voorliggende IHP-sport is voorgesteld om twee sporthallen te vervangen. Voor de overige sporthallen en -zalen in beheer bij het Sportbedrijf bevelen we een ingrijpende renovatie aan. Bij ingrijpende renovaties is de potentiële verdiencapaciteit ten aanzien van energieverbruik en meerjarige onderhoudsbudgetten lager. Ook hier moeten we per renovatie kijken of en in welke mate budgetten van het Sportbedrijf kunnen helpen bij het dekken van toekomstige kapitaalslasten. Wel kunnen we bij de renovaties van sporthallen al rekening houden met beschikbare onderhoudsbudgetten. De benodigde investeringsbedragen zijn hiermee gecorrigeerd. Gymzalen Zoals vermeld zijn de gymzalen primair bedoeld voor het bewegingsonderwijs van basisscholen. Het Sportbedrijf heeft vanaf 2020 in totaal circa 93 gymzalen in exploitatie. Indien gewenst kan het Sportbedrijf de gemeente adviseren bij het IHP-Onderwijs, onderdeel gymzalen. Daarbij kunnen, net als bij zwembaden en sporthallen, de budgetten die beschikbaar zijn voor onderhoud en energie, meegenomen worden in studies naar combinaties van functies en investeringen.
Veldsporten De fysieke ruimte die veldsportverenigingen tot hun beschikking hebben is groot en wordt vaak minder intensief gebruikt. Het Sportbedrijf kan vanuit zijn kennis over innovatieve concepten én vanuit contacten met veldsportverenigingen, adviseren over combinaties van functies. Te denken valt aan multifunctioneel gebruik van accommodaties door meerdere veldsportverenigingen. Maar ook tijdelijke of seizoensgebonden voorzieningen kunnen bijdragen aan een betere bezetting. Bijvoorbeeld opblaashallen, die in de winter over kunstgrasvelden heen gezet kunnen worden en daardoor kunnen voorzien in een behoefte aan extra sporthallen in de winter. Sportpark Olympia is een goed voorbeeld waar de gebruiksmogelijkheden voor de sporters aanmerkelijk groter geworden zijn, zonder dat de sportoppervlakte zelf is vergroot.
9. Financiën
9.
Foto: Arnoud Verhey
IHP-Sport 2020 - 2030
Financiën
36
37
9.1. Overzicht van de benodigde investeringen, de kosten en de dekking
(adviesbureaus), is een inschatting gemaakt van de investeringskosten hiervan.
In de voorafgaande paragrafen is voor de gemeentelijke zwembaden, binnensportaccommodaties en veldsportcomplexen nagegaan welke renovaties of vervangingen de komende tien jaar nodig zijn. Aan de hand van kengetallen, ervaringscijfers van SO en van het Sportbedrijf (vergelijkbare onlangs uitgevoerde projecten) of met behulp van inbreng vanuit de markt
Hierbij is uitgegaan van de zogenoemde stichtingskosten. Dat wil zeggen de bouwkosten, de bijkomende kosten voor architect, constructeur en overige adviseurs, een post onvoorzien en de nu bekende mogelijke kostenverhogingen als gevolg van marktwerking in de bouwmarkt. De bedragen zijn exclusief btw en geraamd op prijspeil 2019.
Vervangingen en renovaties gemeentelijke sportaccommodaties bedragen x € 1.000,-
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
36.510
5.410
-
-
1.330
1.530
1.530
1.530
1.530
1.530
1.530
1.530
investeringen sporthallen
4.050
2.300
bijdrage Sportbedrijf renovaties
-900
-
16.000
9.200
10.000
1.800
2.700
2.700
2.850
-
-
-1.100
-
-250
-350
-300
-200
-
netto investeringen sporthallen
3.150
2.300
16.000
8.100
10.000
1.550
2.350
2.400
2.650
-
-
190
330
1.040
1.420
1.780
1.870
2.020
2.160
2.330
800
800
800
800
800
800
800
800
800
1. Zwembaden investeringen zwembaden kapitaallasten zwembaden 2. Sporthallen
kapitaallasten sporthallen 3. Kunstgrasvelden investeringen kunstgrasvelden kapitaallasten totaal kunstgrasvelden
-
-
89
178
267
356
445
534
623
712
onderhoud kunstgrasvelden
-
-
28
56
84
112
140
168
196
224
investeringen clubgebouwen
-
1.000
5.650
5.650
5.650
5.650
5.650
5.650
5.650
5.650
kapitaallasten totaal clubgebouwen
-
-
40
240
450
660
860
1.070
1.280
1.480
1.250
2.500
2.500
2.500
1.250
-
80
230
380
540
610
610
610
610
610
investeringen beregeningsinstallaties
500
500
500
500
500
kapitaallasten totaal beregeningsinstall.
-
40
80
120
160
190
190
190
190
190
4.900
43.610
30.860
17.550
18.200
8.000
8.800
8.850
9.100
6.450
4. Clubgebouwen
5. Veldverlichting LED investeringen veldverlichting kapitaallasten totaal veldverlichting 6. Beregeningsinstallaties
Investeringen per jaar totaal Investeringen tot en met 2030 totaal
156.320
kapitaallasten per jaar totaal
-
310
2.100
3.490
4.370
5.130
5.510
5.950
6.390
6.850
onderhoud kunstgrasvelden
-
-
30
60
80
110
140
170
200
220
Kapitaallasten en onderhoud totaal
-
310
2.130
3.550
4.450
5.240
5.650
6.120
6.590
7.070
9. Financiën
38
IHP-Sport 2020 - 2030
I.b Investeringssubsidie (1/3-regeling) Verhoging budget 1/3 -regeling
500
500
500
500
500
500
500
500
500
500
I.a+b Totaal kapitaallasten, onderhoud en investeringssubsidie (1/3-regeling) Totale lasten per jaar
500
810
2.630
4.050
4.950
5.740
6.150
6.620
7.090
7.570
680
1.040
1.090
1.140
1.240
1.240
240
240
240
400
500
800
900
900
1.800
2.500
2.500
680
1.440
1.590
1.940
2.140
2.140
2.040
2.740
2.740
II. Dekking Opgenomen in de meerjarenbegroting Extra vrijval kapitaallasten Totale dekking per jaar
-
III. Benodigd budget Kapitaallasten investeringen
-
310
2.100
3.490
4.370
5.130
5.510
5.950
6.390
6.850
Dekking
-
-680
-1.440
-1.590
-1.940
-2.140
-2.140
-2.040
-2.740
-2.740
500
500
530
560
580
610
640
670
700
720
-
-
99
285
365
449
506
587
548
617
500
130
1.289
2.745
3.375
4.049
4.516
5.167
4.898
5.447
Exploitatiebudget Opslag KDH 15% op kapitaallasten Totaal benodigd budget
Er is nog geen rekening gehouden met de mogelijke besparingen op de exploitatielasten (energie, onderhoud) als gevolg van nieuwbouw of renovatie. Dergelijke effecten kunnen namelijk van geval tot geval verschillen en kunnen pas berekend worden bij individuele investeringsbesluiten. Alleen bij de renovaties konden de benodigde investeringsbedragen al wel gecorrigeerd worden met de beschikbare reguliere onderhoudsmiddelen van het Sportbedrijf (bijdrage Sportbedrijf). In bovenstaand overzicht is ter gedeeltelijke dekking van het IHP Sport rekening gehouden met de al in de meerjarenbegroting opgenomen bedragen voor vervanging van sportaccommodaties en met de inzet van de vrijval kapitaallasten van bestaande gemeentelijke sportaccommodaties in de komende tien jaar. Daarnaast wordt nog onderzocht of en welke bijdrage vanuit het programma Duurzaam ingezet kan worden bij met name bij de LED-veldverlichting. Een extern bureau heeft de investeringskosten bij de zwembaden zijn geraamd. Verder is 5,4 mln euro opgenomen als extra kosten voor het zwembad en de sporthal Huis op Zuid. De kosten van de vervanging van sporthallen zijn geraamd op basis van recent tot stand gekomen gelijksoortige projecten. Bij de sporthallen zijn de investeringskosten CTO en Stadionpark door een extern bureau begroot.
De raming van de renovaties van de sporthallen is gebaseerd op een opgave van het Sportbedrijf en door rekening te houden met de kosten van marktwerking en een post onvoorzien. Renovaties zijn lastiger te ramen dan nieuwbouw. Er kunnen zich altijd onverwachte tegenvallers voordoen.
Bij de sporthallen en zwembaden is er vanuit gegaan dat de bestaande onderhoudsbudgetten voldoende zijn om ook na renovatie of nieuwbouw de onderhoudskosten te kunnen dekken. Zoals vermeld kunnen deze kosten zelfs lager uitvallen. De kosten van de benodigde extra kunstgrasvelden zijn bepaald op basis van recente investeringen op dit gebied. De geraamde extra onderhoudskosten dienen om de toplagen na tien jaar te kunnen vervangen. Het betreft hier het tienjaarlijks gemiddelde, onder aftrek van het al beschikbare onderhoudsbudget voor het te vervangen natuurgrasveld. Bij de clubgebouwen is ervanuit gegaan dat de investeringen gespreid worden over de periode tot 2030. De benodigde investeringskosten zijn berekend door aan de hand van het aantal door de gemeente te vervangen clubgebouwen het aantal benodigde m2 te bepalen. Vervolgens is een m2-prijs bepaald op basis van kengetallen en de ervaring bij recente projecten. Deze gegevens leiden tot een geraamde investering per jaar. Bij gemeentelijke investeringen in clubgebouwen op de veldsportcomplexen moeten de verenigingen een huurprijs betalen. Deze huurinkomsten zijn in bovenstaand overzicht niet verwerkt als dekking voor de investeringskosten, omdat deze inkomsten nodig zijn ter dekking van de jaarlijkse onderhouds- en exploitatiekosten van deze gebouwen. Dat geldt ook bij de gemeentelijke investeringen in veldverlichting.
De kosten van de veldverlichting en beregeningsinstallaties zijn berekend in overleg met het Sportbedrijf.
39
De volgens het financiële overzicht benodigde investeringen bedragen voor de periode van tien jaar tezamen 156 mln euro. De totale jaarlijkse lasten van het IHP-sport bedragen 0,5 mln euro in 2021, oplopend tot 7,6 mln euro in 2030. Tegenover deze kosten staat de vrijval van kapitaallasten van bestaande gemeentelijke sportaccommodaties in de komende tien jaar. Op de netto-kapitaallasten komt een opslag van 15% voor de extra kosten Kostendekkende Huur (KDH), zoals extra kosten OZB, beheerfee en verzekeringen. Per saldo bedragen de netto-kosten van het programma 0,5 mln euro, oplopend tot 5,5 mln euro in 2030.
9.2. Investeringsoverzicht afgelopen 20 jaar In bijlage 4 ‘Investeringen sportaccommodaties 20002020’ is een overzicht opgenomen van de investeringen in de jaren 2000 tot 2020. Uit dit overzicht blijkt: • totale investeringsbedrag 2000 – 2010: 56,3 mln euro • totale investeringsbedrag 2010 – 2020: 139,4 mln euro In de periode van 2000 tot 2010 valt het investeringsbedrag veel lager uit dan in de tien jaar daarna. De eerste periode geeft echter een vertekend beeld. Investeringen werden toen nogal eens deels in één keer gefinancierd, waarbij de in de boeken opgenomen investering per saldo lager uitkwam. Ook de bijdragen van de deelgemeenten zijn vaak niet terug te zien in de netto-investeringsbedragen. De afgelopen periode van tien jaar is representatiever. Indien we rekening houden met het prijsopdrijvend effect van de huidige bouwmarkt en de effecten van de bevolkingsgroei de komende jaren, dan is er aansluiting bij het volgens voorliggend programma 2020 – 2030 benodigde totale investeringsbedrag van 156 mln euro.
10. Bijlagen
10.
Foto: Jan van der Meijde
IHP-Sport 2020 - 2030
Bijlagen
40
41
Bijlage 1 Objectenlijst Deze objectenlijst is het bronbestand voor de in dit IHP toegepaste analyse. De lijst bevat dus zowel de accommodaties die ouder als jonger dan 40 jaar zijn.
De in rood vermelde objecten worden niet door het Sportbedrijf beheerd
Omschrijving
Adres
Productgroep
Campus Hoogvliet
Campusplein 8
Sporthal
Hoekstee
Mercatorweg 50
Sporthal
MFC Boomgaardshoek
Akkerwinde 1
Sporthal
MFC Rozenburcht
Zuidzijde 35
Sporthal
Persoonshal
Persoonsdam 139 -142
Sporthal
Sportcentrum De Wilgenring
Melanchtonweg 70
Sporthal
Sportcentrum Oostervant
Oostervantstraat 25
Sporthal
Sportcentrum Schuttersveld
Crooswijksestraat 93
Sporthal
Sportcentrum West
Spaanseweg 2
Sporthal
Sportcentrum Zevenkampse Ring
Zevenkampse Ring 301
Sporthal
Sporthal Alexander
Sjanghailaan 275
Sporthal
Sporthal de Enk
Enk 134
Sporthal
Sporthal Haastrechtstraat
Haastrechtstraat
Sporthal
Sporthal Kralingen
Slaak 15
Sporthal
Sporthal Wielewaal
Brammertstraat 1
Sporthal
Sporthal WION
Max Planckplaats 300
Sporthal
Sportmotor
Jan Ligthartstraat 95
Sporthal
Topsportcentrum
Van Zandvlietplein 20
Sporthal
Victoria tennishal
Kralingseweg 226
Sporthal
Welzijnsaccommodatie Pier 80
Rösener Manzstraat 80
Sporthal
Gymzaal Walhallalaan (Globetrotter)
Maashavenkade 225
Sporthal/zaal
Sporthal Afrikaanderwijk
Pretorialaan 102
Sporthal/zaal
Sporthal Mercatus
Spinozaweg 398 en 400
Sporthal/zaal
Sporthal Noorderhavenkade
Noorderhavenkade 8
Sporthal/zaal
10. Bijlagen
42
IHP-Sport 2020 - 2030
Omschrijving
Adres
Productgroep
Sporthal Snelleman
Woelwijkstraat 39
Sporthal/zaal
ltc. Hoogvliet
Groot Hoefblad 13
Tenniscomplex
tc Rozenburg
Koninginnelaan 26
Tenniscomplex
tc. Schiebroek
Van Enckevoirtlaan 133
Tenniscomplex
tennispark Walenburg
Schepenstraat 14
Tenniscomplex
tv Laatjeskaai
Pastoriestraat 27
Tenniscomplex
tv Ommoord
Ommoordsehof 4
Tenniscomplex
tv. De Hoek
Harwichweg 201
Tenniscomplex
tv. Deuce Again
De Enk 140
Tenniscomplex
tv. NS + tv Nedlloyd
Daltonlaan 23
Tenniscomplex
tv. Pharo
Leningradweg 50
Tenniscomplex
tv. Toeg
Weegbreestraat 14
Tenniscomplex
tv. Zalmplaat
Dobber 20
Tenniscomplex
tv.UTC
Daltonlaan 35
Tenniscomplex
Atomium Handbalvereniging
Sparrendaal 91
Veldsportcomplex, school
CKV NIO & RHV De Meeuwen
Abeelweg 233
Veldsportcomplex, school
E.T.C. en Nikantes
Botreep 10
Veldsportcomplex, school
Eureka Korfbal
Koninginneweg 83
Veldsportcomplex, school
Henegouwerplein
Henegouwerplein 16
Veldsportcomplex, school
hv Roda 71
Rodaristraat 3
Veldsportcomplex, school
Korfbal de Trekvogels
Folkert Elsingastraat 15
Veldsportcomplex, school
OZC Korfbal
Enk 190
Veldsportcomplex, school
R.S.V. Sperwers Korfbal
Carnissedreef 8
Veldsportcomplex, school
Rijnmond Actief Groep
Boekenstein 1
Veldsportcomplex, school
Schoolsportveld Tooroplaan
Tooroplaan
Veldsportcomplex, school
THOR Korfbalvereniging
Ellemare 171
Veldsportcomplex, school
Unicum Korfbal
Nieuw-Vossemeerwg 80
Veldsportcomplex, school
USV
Vosbergenpad 30
Veldsportcomplex, school
v.v. Voorwaarts
Willem Hedaweg 10
Veldsportcomplex, school
Wion korfbal
Max Planckplaats 300
Veldsportcomplex, school
Beach Club Rotterdam
Kosboulevard
Veldsportcomplexen
Boszoom zuid
Prinsenlaan 900 en 902 en 906
Veldsportcomplexen
Excelsior
Honingerdijk 110
Veldsportcomplexen
FC Blankenburg
Laan van nieuw Blankenburg 25
Veldsportcomplexen
FC Pretoria en Egantier Boys
Schulpweg 195
Veldsportcomplexen
43
Omschrijving
Adres
Productgroep
Feyenoord
Olympiaweg 74-76
Veldsportcomplexen
Hockeyclub Rotterdam
Hazelaarweg 2
Veldsportcomplexen
Honkbal op Zuid
Oldegaarde 425
Veldsportcomplexen
Indus '67
Laan van nieuw Blankenburg 380
Veldsportcomplexen
Neptunus Honkbal en HC Delfshaven
Abraham van Stolkweg 31 / Energieweg 15
Veldsportcomplexen
OMHC
Marcel Duchampplein 810
Veldsportcomplexen
PAC
Langepad 16
Veldsportcomplexen
RCSV Zestienhoven en AGE/GGK
vd Duijn van Maasdamweg 601
Veldsportcomplexen
RDM
Arie den Toomweg 40
Veldsportcomplexen
RGHC Tempo '34
Zuiderparkweg 602
Veldsportcomplexen
Rijnmond Hoogvliet Sport
Botreep 21
Veldsportcomplexen
rksv Leonidas
Erasmuspad 9
Veldsportcomplexen
rksv Spartaan '20
Oldegaarde 251
Veldsportcomplexen
Rotterdam Atletiek
Bentincklaan 40
Veldsportcomplexen
Rotterdam United
Essenburgsingel / RFC weg 155
Veldsportcomplexen
Rugby de Hookers
Rondgang 15
Veldsportcomplexen
rv&av Steeds Hooger
Kanaalweg 84
Veldsportcomplexen
rvv Blijdorp
Noorderbocht 29
Veldsportcomplexen
rvv LMO en IJvv Zwervers
Smeetslandseweg 11 en 15
Veldsportcomplexen
rvv Neptunus-Schiebroek, JdB Maasstad
Hazelaarweg 38, 40 en 42
Veldsportcomplexen
s.v. Besiktas
Charloisse Lagedijk 366
Veldsportcomplexen
s.v. Charlois
Oldegaarde 665
Veldsportcomplexen
s.v. HOV/DJSCR
Bosdreef 120
Veldsportcomplexen
Sparta/Terbregge
Bok de Korverweg 1
Veldsportcomplexen
Sportcomplex Olympia
Buitendijk 100
Veldsportcomplexen
Sportcomplex Toepad
Kralingse Zoom 100
Veldsportcomplexen
Sportcomplex Vreelust
Spaanseweg 3
Veldsportcomplexen
Sportpark Noordrand
Doenkade/Landscheiding
Veldsportcomplexen
sv BZC/Zuiderpark en rhv Snelwiek
Oldegaarde 21
Veldsportcomplexen
SV Ommoord, JdB Les Francophiles
Heidekruid 5
Veldsportcomplexen
SV Victoria
Kralingseweg 226
Veldsportcomplexen
v.v. Alexandria '66
Leningradweg 50
Veldsportcomplexen
v.v. CKC
Giraffestraat 71
Veldsportcomplexen
v.v. COAL
Oldegaarde 353
Veldsportcomplexen
v.v. DRL
Spinozaweg 498
Veldsportcomplexen
10. Bijlagen
44
IHP-Sport 2020 - 2030
Omschrijving
Adres
Productgroep
v.v. Hillegersberg, RRC en the Saints
Duivenpad 11
Veldsportcomplexen
v.v. HVC '10
Rondgang 10
Veldsportcomplexen
v.v. HWD
Taludweg 5
Veldsportcomplexen
v.v. Meeuwenplaat
Keizermantelweg 300
Veldsportcomplexen
v.v. Pernis
Deijffelbroekseweg 30
Veldsportcomplexen
v.v. TransvaliaZW
Charloisse Lagedijk 761
Veldsportcomplexen
v.v. VOB
Zuiderlaan 10
Veldsportcomplexen
v.v. VOC
Hazelaarweg 7
Veldsportcomplexen
vv Rozenburg
Vinkseweg 31
Veldsportcomplexen
VVOR en Zwarte Pijl
Prinsenlaan 991 (Lagelandsepad 48)
Veldsportcomplexen
XerxesDZB
Igor Stravinskisingel 1 en 5
Veldsportcomplexen
Zomercomplex
Zuiderparkweg 608 / Charloisse Lagedijk 607
Veldsportcomplexen
MFC Rozenburcht
Zuidzijde 35
Zwembad
Oostelijk Zwembad
Gerdesiaweg 480
Zwembad
Sportcentrum Oostervant
Oostervantstraat 25
Zwembad
Sportcentrum West
Spaanseweg 2-4
Zwembad
Sportcentrum Wilgenring
Melanchtonweg 70
Zwembad
Sportcentrum Zevenkampse Ring
Zevenkampse Ring 301
Zwembad
Van Maanenbad
Van Maanenstraat 8
Zwembad
Zwembad Afrikaanderwijk
Jacominastraat 41
Zwembad
Zwembad Alexanderhof
Bramanteplein 2
Zwembad
Zwembad Hoek van Holland
De Cordesstraat 160
Zwembad
Zwembad Hoogvliet
Middenbaan-zuid 400
Zwembad
Zwembad IJsselmonde
Dwarsdijk 80
Zwembad
Zwembad Overschie
Burgermeester Koningssingel 45
Zwembad
Zwembad Pernis
Ring 220
Zwembad
Zwemcentrum Rotterdam
Annie M.G. Schmidtplein 8
Zwembad
45
Bijlage 2 Prioritering renovatie en nieuwbouw sporthallen en -zalen in beheer bij het Sportbedrijf Criterium: Bouwtechnisch/duurzaamheid Score op basis van: Rapportcijfers specialisten Sportbedrijf Rotterdam Gebruikte informatie: Rapportage technische staat/duurzaamheid Sportbedrijf Rotterdam binnensportvoorzieningen Criterium: KTO (Klanttevredenheidsonderzoek) Score op basis van: Rapportcijfers sportaccommodaties Gebruikte informatie: Klanttevredenheidsonderzoek sportvoorzieningen 2018, sporthallen (Sportbedrijf Rotterdam) Criterium: Toegankelijkheid Score op basis van: Rapportcijfers zijn opgesteld op basis van rapportages toegankelijkheid sporthallen na aanpassingen VGR (2018) VGR: Vereniging van Gehandicaptenorganisaties Rotterdam Gebruikte informatie: Rapportages na aanpassingen toegankelijkheid door VGR (2018). Informatie aangevuld met recente aanpassingen door Projectleider Verbeteren Toegankelijkheid Sportvoorzieningen Gemeente en door Sportbedrijf Rotterdam.
46
5
3,9
SO wenst gebiedsontwikkeling en ziet kansen liggen om vernieuwing van de sportvoorzieningen te combineren met woningbouw en evt andere voorzieningen, als de huurcontracten met Place to be en het esco contract aflopen (2021). Wordt verder besproken met SO
Vervangen in gebiedsontwikkeling
Korte termijn (< 5 jaar). Maar wordt mogelijk later i.v.m. gebiedsontwikkeling.
Sporthal Hoekstee
3
6,9
7
4,2
In Hoek van Holland is er op verschillende locaties verouderd maatschappelijk vastgoed. Er is behoefte aan een totaalplan voor nieuwbouw voor deze voorzieningen, mede ook in relatie tot de bevolkingsgroei in Hoek van Holland.
Vervangen in gebiedsontwikkeling
Korte termijn (< 5 jaar). Maar wordt mogelijk later i.v.m. gebiedsontwikkeling.
Sporthal Persoonshal
4
6,5
4
4,4
Op deze locatie speelt op korte termijn gebiedsontwikkeling, waarbij de locatie van de Persoonshal cruciaal is. SO kan alleen aan de slag als Persoonshal wordt vervangen. Functie sporthal staat niet ter discussie als de behoefte er is.
Renoveren. Eventueel vervangen in gebiedsontwikkeling.
Korte termijn (< 5 jaar). Eventuele gebiedsontwikkeling speelt ook op korte termijn.
Sporthal Wielewaal
4
7,1
4
4,5
De hele Wielewaal wordt de komende jaren gesloopt en geherstructureerd. De locatie van de sporthal Wielewaal is niet meegenomen, vanwege de aanwezigheid van de sporthal. Als de sporthal weg gaat kan dat meegenomen worden in de herstructurering.
Renoveren. Eventueel vervangen in gebiedsontwikkeling.
Korte termijn < 5 jaar. Wordt mogelijk later indien gebiedsontwikkeling.
Sportzaal Noorder havenkade
4
7,2
5
4,6
Geen
Renoveren
Korte termijn (< 5 jaar). Er is afstemming nodig met Onderwijs i.v.m. geïntegreerd gebouw
Sporthal de Enk
4
6,6
7
4,8
Geen
Renoveren
Korte termijn < 5 jaar.
Gewenste periode renoveren of vervanging
7
Vervangen of renoveren?
Score op basis weging 70 / 15 / 15
3
Ruimtelijke ontwikkelingen
Toeganke- lijkheid (15%)
Sporthal Schuttersveld
Naam Sporthal
Score KTO algemeen (15%)
IHP-Sport 2020 - 2030
Bouwtechnisch duurzaamheid (70%)
10. Bijlagen
Zeer urgent
47
Urgent, maar wat minder dan bovenstaande sporthallen 6
7,6
5
6,1
Geen
Renoveren
Korte termijn (< 5 jaar)
Sporthal Alexander
6
6
7
6,2
Behalve de transformatie van het voormalige KNVB kantoor aan de Leningradplaats naar zorg wonen zijn er hier op dit moment geen ruimtelijke ontwikkelingen aan de orde zo lang het naastgelegen sportcomplex gehandhaafd blijft.
Renoveren
Middellange termijn (5-10 jaar)
Sporthal Snelleman
6
7,3
6,5
6,3
Geen
Renoveren
Korte termijn (< 5 jaar). Er moet wel afgestemd worden met VVE.
Sporthal Kralingen
7
7,2
7
7,0
Geen
Renoveren
Er vindt momenteel al ingrijpende renovatie plaats. Nieuwe renovatie op middellange termijn (5-10 jaar)
Opmerkingen
Cijfer 'rood' scoort onvoldoende op sfeer en uitstraling
Sporthal Boom gaardshoek
10. Bijlagen
IHP-Sport 2020 - 2030
48
Bijlage 3 Analyse clubgebouwen veldsportverenigingen Om tot een analyse van de clubgebouwen op de buitensportcomplexen te komen, is allereerst een selectie gemaakt van de gebouwen uit het jaar 2000 of van (vaak ver) daarvoor. Van de gebouwen van na 2000 mogen we verwachten dat deze de periode 2020-2030 nog prima kunnen doorstaan. Van de 65 gebouwen uit 2000 of eerder zijn er vier niet in de analyse meegenomen, aangezien hier al op korte termijn (ver)nieuwbouwplannen worden uitgevoerd. Van de selectie van (61) gebouwen uit 2000 of eerder is de volgende informatie in beeld gebracht: • technische kwaliteit • duurzaamheid • functionele kwaliteit • vitaliteit van gebruiker(s) • verwachte gebiedsontwikkelingen Bij de onderdelen ‘technische kwaliteit’, ‘duurzaamheid’, ‘functionele kwaliteit’ en ‘vitaliteit’ is gebruik gemaakt van een zespuntsschaal. Hieraan zijn de volgende betekenissen toegekend: A/B
C
D
E
F
G
1
2
3
4
5
6
Uitstekend
Goed
Redelijk
Matig
Slecht
Zeer slecht
Technische kwaliteit De scores op technische kwaliteit zijn gebaseerd op onderzoek dat in opdracht van de gemeente door Solid Productions BV en Prime Advice BV is uitgevoerd. Zij hebben hierbij (visueel) de volgende onderdelen beoordeeld: (1) casco buitenschil; (2) gebouwconstructie; (3) fundatie + kruipruimte; (4) e-installatie; (5) w-installaties; (6) asbest; (7) brandveiligheid. Om dit onderzoek uit te kunnen voeren was medewerking nodig van de betreffende clubs; 55 van de 61 gebouweigenaren hebben hun medewerking verleend.
49
Het onderzoek heeft geresulteerd in onderstaande gemiddelden. GEMIDDELDE SCORE TECHNISCHE KWALITEIT Brandveiligheid
2,49
W-installaties
2,95
E-installaties
2,96
Funcatie + kruipruimte
3,15
Gebouwsconstructie
2,69
Casco buitenschil
3,56
Totaalscore 0,0
3,05 0,5
1,0
1,5
2,0
2,5
3,0
3,5
4,0
Gemiddeld komen de 55 geschouwde gebouwen op een ‘redelijke’ score uit. Op het gebouwonderdeel ‘casco buitenschil’ wordt de minst goede score behaald, op ‘brandveiligheid’ de beste. In vijf gebouwen is asbest waargenomen. Duurzaamheid Ook de score op duurzaamheid is gebaseerd op het voorgenoemde onderzoek dat door Solid Productions BV en Prime Advice BV is uitgevoerd. Zij hebben van 18 energiebesparende maatregelen beoordeeld of deze al ter plaatse worden toegepast, en zo niet, of het mogelijk is om deze alsnog toe te passen. Energie besparende maatregelen Slimme Meter