21bb8349 Bijlage 2g behorende bij 21bb8351 - Integraal Huisvestingsplan Rotterdam Sport 2020-2030
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Sport IHP-Sport 2020 - 2030
Vervangings- en Renovatieprogramma Sportaccommodaties gemeente Rotterdam 26 mei 2020
IHP-Sport 2020 - 2030
Voorwoord Niemand wil sporten in een muf gebouw, zwemmen in een zwembad met gebarsten tegeltjes of douchen met ijskoud water na het sporten. Dat soort toestanden worden voorkomen dankzij dit Vervangings- en Renovatieprogramma Sportaccommodaties. Voor u ligt een schijnbaar saai en technisch verhaal, maar dat is dus schijn. Dankzij deze cijfers, berekeningen en prognoses kan iedere Rotterdammer de komende tien jaar blijven sporten, of zwemmen in goed onderhouden locaties in de buurt. Door al het onderhoud goed te plannen, voorkomt dit programma ook onverwachte financiële tegenvallers. Vroeger konden veel verenigingen zelf de eigen locaties bouwen en onderhouden. De verantwoordelijkheid hiervoor verschuift steeds meer naar de gemeente. Wij pakken die verantwoordelijkheid als stad graag op, want wij willen natuurlijk alle sportaccommodaties zo optimaal en multifunctioneel als mogelijk gebruiken. Voor het eerst worden dan ook verenigingscomplexen meegenomen in het onderhoudsprogramma. Kortom: dit programma houdt iedere Rotterdammer de komende tien jaar lekker in beweging. Sven de Langen Wethouder Volksgezondheid, zorg, ouderen en sport
3
IHP-Sport 2020 - 2030
4
IHP-Sport 2020 - 2030
Inhoudsopgave 6 11 13
1. Samenvatting 2. Inleiding en doel 3. Rolverdeling en reikwijdte
14
3.1. Rolverdeling
14
3.2. Reikwijdte van het IHP-sport
15
3.3. Risico’s
16
4. Vervanging of renovatie zwembaden
17
4.1. Zwembaden; beschrijving en analyse
18
4.2. Raming investeringskosten vervanging zwembad Overschie
19
5. Vervanging of renovatie binnensport-accommodaties
20
5.1. Sporthallen en -zalen in beheer en exploitatie van het Sportbedrijf
22
5.2. Sporthallen en -zalen in exploitatie bij andere partijen dan het Sportbedrijf
25
6. Vervanging of renovatie veldsportcomplexen
26
6.1. Clubgebouwen
29
6.2. Veldverlichting
30
6.3. Beregeningsinstallaties
31
7. Groei inwonertal gemeente Rotterdam
32
7.1. Zwembaden
33
7.2. Binnensportaccommodaties; sporthallen en -zalen
34 36
8. Inzet Sportbedrijf Rotterdam 9. Financiën
37
9.1. Overzicht van de benodigde investeringen, de kosten en de dekking
39
9.2. Investeringsoverzicht afgelopen 20 jaar
41 45 48 52
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
5
1. Samenvatting
1.
Foto: Arnoud Verhey
IHP-Sport 2020 - 2030
Samenvatting
6
7
De gemeente vindt het belangrijk dat Rotterdammers kunnen en gaan sporten. De gemeentelijke sportaccommodaties, zoals zwembaden, sporthallen en veldsportcomplexen, spelen daarin een belangrijke rol. Vandaar dat deze sportinfrastructuur op orde moet zijn en moet voldoen aan de huidige gebruikerseisen. Daarom hebben we een programma opgesteld voor gemeentelijke sportaccommodaties, inclusief de daarvoor benodigde middelen en de gedeeltelijke dekking daarvoor; een Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP-Sport) 2020-2030. Het doel van het IHP-Sport is dat: • de gemeentelijke Rotterdamse sportaccommodaties blijven voldoen aan de huidige en veranderende gebruikerseisen en aan de nieuwe eisen van duurzaamheid • gemeentelijke sportaccommodaties, die het einde van hun levensduur hebben bereikt maar wel nodig blijven, vervangen of grootschalig gerenoveerd kunnen worden • de bestaande capaciteit van de gemeentelijke sportaccommodaties behouden blijft, ook in verhouding tot de bevolkingsomvang van Rotterdam • de benodigde middelen voor de uitvoering van dit programma in de meerjarenraming van de gemeentebegroting worden opgenomen In financiële zin is het doel van dit IHP-Sport om ‘rust te scheppen’ in de gemeentebegroting. Dus niet pas de benodigde middelen zoeken wanneer een vervanging nodig is, maar in plaats daarvan in de meerjarenraming de benodigde extra middelen ramen.
Bij de individuele investeringsbesluiten zijn de middelen dan al beschikbaar. Op deze wijze vindt er een gelijkmatige belasting van de gemeentebegroting plaats. Dit IHP-Sport beslaat de periode 2020 tot en met 2030. Het IHP-Sport betreft de sportaccommodaties, waarvan de gemeente juridisch eigenaar is en waarbij de gemeente van oudsher actief betrokken is. Dat wil zeggen de gemeentelijke zwembaden, sporthallen en -zalen en de veldsportcomplexen. De vervanging van gymzalen is niet meegenomen in dit programma. Gymzalen zijn en worden ontwikkeld voor het bewegingsonderwijs en vallen daarmee onder verantwoordelijkheid van onderwijs. De naschoolse verhuur van gymzalen is een nevenfunctie Verder richt het IHP-Sport zich in de eerste plaats op vervangingen en grootschalige renovaties van de bestaande sportaccommodaties. Er is tevens nagegaan wat de effecten zijn van de verwachte stijging van het
inwonertal van de gemeente Rotterdam de komende jaren.
Zwembaden De gemeente is juridisch eigenaar van 13 zwembaden. De andere 2 zwembaden (Alexanderhof en het Zwemcentrum) zijn eigendom van derden. Volgens de Rotterdamse Planningsnorm Zwembaden kunnen de komende tien jaar geen zwembaden afgestoten worden; de bestaande capaciteit blijft nodig. Eind 2016 is het project Huis op Zuid gestart, een multifunctioneel gebouwencomplex. Het nieuwe zwembad, dat als onderdeel van dit project wordt ontwikkeld, vervangt het Afrikaanderbad. Als onderdeel van dit project wordt overigens ook de sportzaal Afrikaanderplein vervangen en uitgebreid. Vanwege de huidige ontwikkeling op de bouwmarkt vallen de stichtingskosten van dit project naar verwachting hoger uit. Enkele van de zwembaden, die nog voor 2030 ouder dan 40 jaar zijn of worden, zijn al gerestaureerd. Deze zwembaden zijn op orde en hebben een nieuwe economische levensduur tot na 2040. Bij de overige oudere zwembaden is aan de hand van de bouwtechnische kwaliteit en de functionaliteit onderzocht of ze ingrijpend dienen te worden gerenoveerd, dan wel vervangen. In vrijwel alle gevallen blijkt levensduurverlenging vanuit het perspectief van de technische conditie van die zwembaden economisch mogelijk binnen de bestaande onderhoudsbudgetten. Alleen bij zwembad Overschie is dit niet mogelijk; dit zwembad moet vervangen worden.
De extra kosten zwembad Huis op Zuid en de vervanging van zwembad Overschie zijn opgenomen in de financiële raming van het IHP-Sport 2020-2030.
Sporthallen en -zalen De meeste gemeentelijke sporthallen (17 in totaal) zijn in beheer en exploitatie bij het Sportbedrijf Rotterdam. Het Topsportcentrum, de sporthallen Oostervant en Zevenkampse Ring, sporthal Wion, sporthal Pier ‘80 en twee hallen op het Victoriacomplex worden geëxploiteerd door andere organisaties. Daarnaast zijn er twee sporthallen in juridisch eigendom van het Albedacollege, waarbij het Sportbedrijf de naschoolse verhuur uitvoert. Op grond van de uitkomsten van het rekenmodel binnensport van 2018 kunnen er de komende tien jaar - de reikwijdte van dit IHP-Sport - geen sporthallen en -zalen afgestoten worden; de bestaande capaciteit blijft in deze periode nodig. De door het Sportbedrijf beheerde sporthallen en zalen,
8
1. Samenvatting
IHP-Sport 2020 - 2030
die nog voor 2030 ouder dan 40 jaar zijn of worden, zijn beoordeeld aan de hand van onder andere de bouwtechnische kwaliteit, de duurzaamheid, toegankelijkheid, klantwaardering, bezetting en gebiedsontwikkelingen. Vervolgens is een weging toegepast, waarbij de bouwtechnische kwaliteit en duurzaamheid voor 70 procent zijn meegeteld en de resultaten uit het klanttevredenheidsonderzoek en de toegankelijkheid voor mindervaliden elk voor 15 procent. Ook de gebiedsontwikkelingen zijn kort samengevat. Indien op grond daarvan geconcludeerd is dat de sporthal of -zaal grondig aangepakt zou moeten worden, is nagegaan of we dat geval kunnen volstaan met een grondige renovatie of dat een gehele vervanging noodzakelijk is.
Tot slot is in de planning ter vervanging en aanpassing van de bestaande opstallen de realisatie van een atletiekhal opgenomen.
Uit deze gewogen waardering komt naar voren dat er twee clusters van sporthallen en -zalen zijn te onderscheiden. Er is een groep die ver onder de vereisten presteert en waar renovatie of vervanging dringend noodzakelijk is. Dit geldt voor de Persoonshal, Noorderhavenkade, Schuttersveld, de Wielewaal, de Hoekstee en de Enk. Daarnaast is er een groep, waarbij de urgentie wat minder hoog is. Dit geldt voor Kralingen, Boomgaardshoek, Snelleman en Alexander. In dit tweede, minder urgente cluster, is in de meeste gevallen een grootschalige renovatie voldoende. Bij Schuttersveld en De Hoekstee is nieuwbouw noodzakelijk. Van de sporthallen, die niet in beheer zijn bij het Sportbedrijf, zijn er twee juridisch eigendom van het Albedacollege. De naschoolse verhuur van deze hallen ligt wel in handen van het Sportbedrijf. Volgens de lang geleden overeengekomen beheerovereenkomsten, verstrekt de gemeente jaarlijks een bijdrage ten behoeve van het onderhoud van de twee hallen aan het Albedacollege. Deze sporthallen zijn inmiddels verouderd en voldoen niet meer aan de huidige gebruikseisen van een volwaardige sporthal. Bovendien is de huidige constructie ingewikkeld. Tegelijkertijd ligt er een kans om in het Stadionpark een nieuwe sporthal te realiseren, in combinatie met de daar te realiseren onderwijsvoorzieningen voor bewegingsonderwijs.
Zo’n hal kan, samen met de sporthal in het project Huis op Zuid, een vervanging bieden voor de naschoolse verhuur in de twee Albedahallen. De uitwerking van dit voorstel zal in overleg met het Albeda College plaatsvinden. Het Topsportcentrum is in 2010 verbouwd en uitgebreid. Na deze verbouwing behoorde het Topsportcentrum tot de top van de Nederlandse topsporthallen. Bijna negen jaar later dreigt het Topsportcentrum te worden ingehaald door de concurrentie. Om het Topsportcentrum als accommodatie weer te laten voldoen aan de topsporteisen van deze tijd, is een investering noodzakelijk. Daarnaast lopen er in het kader van het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO Metropool) gesprekken met sportbonden en het NOC*NSF om topsportprogramma’s te vestigen in Rotterdam. Hiervoor is een uitbreiding van het Topsportcentrum noodzakelijk.
De bovenstaande voorstellen voor de sporthallen zijn verwerkt in de financiële raming van het IHP-Sport 2020-2030.
Veldsportcomplexen (clubgebouwen, veldverlichting, beregeningsinstallaties) De bestaande gemeentelijke sportvelden zelf hoeven voor de komende tien jaren niet in het IHP-sport opgenomen te worden. Het Sportbedrijf heeft voldoende middelen om de sportvelden en de bijbehorende buitenruimten in deze periode op een goed kwaliteitsniveau houden. Het onderhoud van clubgebouwen, veldverlichting en beregeningsinstallaties is in de meeste gevallen een verantwoordelijkheid van de sportvereniging zelf, of van de aan deze vereniging gelieerde beheerstichting. Omdat de gemeente door natrekking1 juridisch eigenaar is van deze voorzieningen en de gemeente periodiek actief betrokken is bij deze clubgebouwen, zijn deze ook betrokken in het IHP-Sport. Dit sluit, vanwege het belang van deze clubgebouwen voor de verenigingssport, tevens goed aan bij de doelstellingen van het Actieprogramma Verenigingen. De 65 clubgebouwen op de gemeentelijke veldsportcomplexen die dateren van 2000 of (vaak ver) daarvoor, zijn beoordeeld aan de hand van: • de technische kwaliteit en duurzaamheid van de clubgebouwen (schouw) • de functionaliteit van de clubgebouwen • de vitaliteit van de desbetreffende veldsportverenigingen • het belang voor de sportparticipatie Op basis van deze analyse is bepaald dat 23 clubgebouwen in de periode 2020-2030 vervangen moeten worden.
In dit IHP-Sport stellen we voor dat de gemeente voor deze groep clubgebouwen - in het belang van de sportparticipatie - in overleg met de betrokken verenigingen hier de regie neemt en zelf investeert in vervanging en nieuwbouw. De eigendomsverhouding wijzigt in dit geval; de vereniging draagt het economisch eigendom over (zoals gezegd ligt het juridisch eigendom al bij de gemeente). De gemeente brengt hierbij voor dekking van de onderhoudskosten van het nieuwe clubgebouw een huurtarief in rekening en stelt bepaalde voorwaarden aan het gebruik ervan, zoals multifunctioneel gebruik of openstelling voor activiteiten vanuit de wijk. Zoals vermeld, komt slechts een beperkt aantal clubgebouwen en alleen onder bepaalde voorwaarden voor vervanging door de gemeente in aanmerking. Voor de overige clubgebouwen, ook die na 2000 zijn gebouwd, moet de 1/3-regeling verenigingen mogelijkheden bieden om zelf de kwaliteit van bestaande clubgebouwen te verbeteren.
1 Natrekking betekent dat een gebouw, dat door een ander – bijvoorbeeld een sportvereniging - is neergezet op grond van de gemeente, eigendom is van gemeente. Indien er een opstalrecht gevestigd zou zijn, dan zou de sportvereniging wel de juridisch eigenaar van het clubgebouw zijn.
9
De huidige hoogte van de subsidiebedragen in deze regeling zijn daarvoor echter niet voldoende. Daarom is in dit IHP-Sport een structurele verhoging met 0,5 mln euro van het subsidiebudget van de 1/3-regeling opgenomen. Daarmee kan de gemeente een extra hoge subsidie verlenen, speciaal voor grootschalige renovaties of vervanging en nieuwbouw van clubgebouwen. Vervanging en onderhoud van veldverlichting op veldsportcomplexen is een verantwoordelijkheid van de sportverenigingen. De afgelopen jaren is gebleken dat de wenselijke verduurzaming en het noodzakelijke onderhoud van de veldverlichting onvoldoende uit de verf komen. Daarom wordt in het IHP-Sport 2020-2030 voorgesteld om deze verantwoordelijkheid voortaan bij het Sportbedrijf te leggen. Op deze wijze kan de verduurzaming van de veldverlichting daadwerkelijk gestalte krijgen. Tegelijkertijd zal deze overdracht van de verantwoordelijkheid voor de veldverlichting bij veel verenigingen een zorg wegnemen. Na overdracht wordt er wel een extra huurtarief aan de verenigingen gevraagd. Uit dit extra huurtarief zal het Sportbedrijf de onderhoudskosten moeten dekken. De investeringskosten zelf kunnen hieruit niet gefinancierd worden. De benodigde investeringen zijn daarom meegenomen in de planning van dit IHP-Sport. Ook de beregening van de natuurgrasvelden is een taak van de sportverenigingen zelf.
Het is een tijdrovende klus in met name de zomer, terwijl de activiteiten van een club dan veelal stilliggen. Dat is kwetsbaar. In de droge zomer van 2018 werd duidelijk dat verenigingen moeite hebben met de uitvoering van deze verantwoordelijkheid. Om de noodzakelijke beregening te kunnen garanderen, en daarmee schade op de langere termijn voor de natuurgrasvelden te voorkomen, is er in dit programma van uitgegaan dat de gemeente verenigingen ondersteunt door de aanleg van sproei-installaties. Dit houdt in dat de gemeente investeert in sproei-installaties en het onderhoud daarvan bij het Sportbedrijf komt te liggen. De vereniging blijft wel verantwoordelijk voor het sproeien zelf. De bovenstaande voorstellen veldsportcomplexen zijn verwerkt in de financiële raming van het IHP-Sport 2020-2030.
Groei inwonertal gemeente Rotterdam Volgens de laatste bevolkingsprognose groeit de gemeente Rotterdam de komende decennia. De capaciteit van de gemeentelijke sportaccommodaties moet deze groei kunnen opvangen. Vanuit het uitgangspunt ‘rust scheppen in de gemeentebegroting’ zijn de hiervoor de benodigde investeringen meegenomen in het IHP-Sport. Bij de zwembaden wijst de Rotterdamse planningsnorm uit dat met name de zwemcapaciteit in het centrum niet voldoende is om de komende jaren aan alle vraag te kunnen
voldoen. De daar benodigde extra capaciteit zwemwater kan de gemeente realiseren door uitbreiding van zwembad Oostervant. Sloop van het bestaande complex, herontwikkeling met woningbouw en nieuwbouw van het zwembad en de sporthal op een nabijgelegen locatie is de beste oplossing. Met behulp van het rekenmodel binnensport van 2018 is op basis van de bevolkingsprognose de toekomstige vraag van het naschools gebruik van sporthallen en -zalen berekend. Uit deze berekening blijkt dat als gevolg van de verwachte bevolkingsgroei er tot en met 2030 één extra sporthal nodig is. Met de bouw van de sporthal Huis op Zuid in Feyenoord (in combinatie met een zwembad) voldoen we aan deze behoefte. Begin 2019 is voor de veldsportcomplexen een capaciteitsplan 2018-2030 vastgesteld. Dit plan maakt de vraag naar sportvelden ten opzichte van het aanbod inzichtelijk. Vanwege de voorziene bevolkingsontwikkeling, is er bij de veldsporten extra capaciteit nodig. Voor een deel kunnen we deze extra behoefte aan buitensportfaciliteiten opvangen door het efficiënter benutten van de bestaande sportterreinen. Voor het resterende deel is het niet nodig extra veldsportcomplexen aan te leggen. Wel moeten bestaande natuurgrasvelden verder omgezet worden in kunstgrasvelden. Kunstgrasvelden kunnen veel intensiever worden bespeeld.
De groei van de stad biedt dus een kans voor de bestaande sportterreinen en sportverenigingen, onder voorwaarde dat de strategische ligging van deze terreinen (‘de sportcirkel’; de ligging van deze voorzieningen in een cirkel rondom de binnenstad) wordt gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. De vanwege de bevolkingsgroei benodigde investeringen om de capaciteit op voldoende niveau te houden, zijn verwerkt in de financiële raming van het IHP-Sport 2020-2030.
Bijdrage Sportbedrijf Rotterdam Het Sportbedrijf kan en wil graag een bijdrage leveren aan de ambitie van de gemeente Rotterdam om te komen tot een duurzaam vervangingsplan voor sportaccommodaties en heeft enkele mogelijkheden daartoe onderzocht. Bij grootschalige renovaties of nieuwbouw van sporthallen en zwembaden kan het Sportbedrijf bijvoorbeeld besparen op onderhouds- en energiekosten. Aan de hand van afzonderlijke investeringsvoorstellen kunnen we laten uitrekenen wat de mogelijke besparing is. Die kan vervolgens ingezet worden voor de gedeeltelijke dekking van de investeringskosten. Verder vallen de kosten voor renovaties lager uit, omdat de kosten van groot onderhoud hierin gedekt worden uit het reguliere onderhoudsbudget van het Sportbedrijf. Dit laatste is reeds verwerkt in de financiële raming van het IHP-Sport.
1. Samenvatting
Financiën In paragraaf 9 zijn de voorstellen van dit IHP-Sport verwerkt in een financiële raming. De benodigde investeringen bedragen voor de periode van tien jaar tezamen 156 mln euro. De totale jaarlijkse lasten van het IHP-sport bedragen 0,5 mln euro in 2021, oplopend tot 7,6 mln euro in 2030. Tegenover deze kosten staat de vrijval van kapitaallasten van bestaande gemeentelijke sportaccommodaties in de komende tien jaar. Op de netto-kapitaallasten komt een opslag van 15% voor de extra kosten Kostendekkende Huur (KDH). Per saldo bedragen de netto-kosten van het programma 0,5 mln euro, oplopend tot 5,5 mln euro in 2030.
Risico’s Dit IHP-sport beslaat een periode van tien jaar. Dat is lang. De in dit programma opgenomen benodigde investeringen zijn opgesteld op basis van de huidige kennis. In tien jaar tijd kunnen zich uiteraard allerlei onverwachte ontwikkelingen voordoen, soms ten gunste, soms ten nadele van de nu voorliggende raming. Daarom is het noodzakelijk om dit plan periodiek te actualiseren. De uitvoering van dit IHP-Sport vraagt bijzondere aandacht. Voor de diverse in dit plan opgenomen renovaties of vervangingen van sportaccommodaties moeten uitvoeringsprojecten gestart worden. Er is dus na vaststelling van dit IHP-Sport, en indien het benodigde budget daadwerkelijk ter beschikking komt, een uitvoeringsprogramma IHP-Sport nodig.
IHP-Sport 2020 - 2030
10
11
2.
Inleiding en doel
12
2. Inleiding en doel
IHP-Sport 2020 - 2030
Rotterdam vindt het van belang dat Rotterdammers kunnen en gaan sporten. De gemeentelijke sportaccommodaties, zoals zwembaden, sporthallen en -zalen, gymzalen, veldsportcomplexen, spelen daarin een belangrijke rol. Vandaar dat deze sportinfrastructuur op orde moet zijn en moet voldoen aan de huidige gebruikerseisen. Voldoende kwalitatief hoogwaardige sportvoorzieningen, die aansluiten op de behoefte van de Rotterdammers, nodigen uit tot sporten.
zoals projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties. Bij gebiedsontwikkelingen is er wellicht een mogelijkheid om opbrengsten voor een deel in te zetten voor de realisatie van maatschappelijk vastgoed. Bij individuele investeringsbesluiten kan daar bestuurlijk een besluit over worden genomen. Daarnaast verkennen we met name bij de renovatie en vervanging van sporthallen en -zalen ook of cofinanciering vanuit onderwijs mogelijk is, vanwege het gebruik door (vooral) het middelbaar onderwijs.
Daarom hebben we een programma opgesteld voor gemeentelijke sportaccommodaties, inclusief de daarvoor benodigde middelen en de gedeeltelijke dekking daarvoor; een Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP-Sport). Het doel van het IHP-Sport is dat: • de gemeentelijke Rotterdamse sportaccommodaties blijven voldoen aan de huidige en veranderende gebruikerseisen en aan de nieuwe eisen van duurzaamheid • gemeentelijke sportaccommodaties, die het einde van hun levensduur hebben bereikt maar wel nodig blijven, vervangen of grootschalig gerenoveerd kunnen worden • de bestaande capaciteit van de gemeentelijke sportaccommodaties behouden blijft, ook in verhouding tot de bevolkingsomvang van Rotterdam • de benodigde middelen voor de uitvoering van dit programma in de meerjarenraming van de gemeentebegroting worden opgenomen. Bij individuele investeringsbesluiten zijn deze dan beschikbaar en hoeft er niet ad hoc naar dekking te worden gezocht Bij onderwijs worden er op basis van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP-Onderwijs) meerjarig middelen voor vervanging en renovatie vastgelegd in de gemeentebegroting. Hierop kan bij individuele investeringsbesluiten een beroep worden gedaan. Het doel hiervan is ‘rust te scheppen’ in de gemeentebegroting.
Dus niet pas de benodigde middelen zoeken wanneer een vervanging nodig is, maar in plaats daarvan in de meerjarenraming de benodigde extra middelen ramen. Bij de individuele investeringsbesluiten zijn de middelen dan al beschikbaar. Op deze wijze vindt er een gelijkmatige belasting van de gemeentebegroting plaats. Een dergelijke systematiek is ook van belang voor de gemeentelijke sportaccommodaties. Dit IHP-Sport wil hierin voorzien. Bij de individuele investeringsbesluiten op basis van dit IHP-Sport, moeten we vervolgens actief gebruikmaken van de kansen die zich dan voordoen. Bijvoorbeeld in een gebiedsontwikkeling of in combinatie met andere partijen,
Het uitgangspunt is in ieder geval dat – uitgaande van het benodigde Programma van Eisen – bij de individuele investeringsbesluiten altijd naar de financieel beste oplossing wordt gezocht met het meeste maatschappelijke rendement. Om gebruik te kunnen maken van deze kansen, kan het zijn dat een volgens dit IHP-Sport in een bepaald jaar geplande vervanging of renovatie wat later moet plaatsvinden. De accommodatie moet dan zolang in stand worden gehouden. Uiteraard kijken we bij individuele investeringsbesluiten ook wat de beheerder of exploitant van de sportaccommodatie kan bijdragen. In de meeste gevallen is deze beheerder het Sportbedrijf Rotterdam. Zie hiervoor paragraaf 8 ‘Inzet Sportbedrijf Rotterdam’. Dit IHP-Sport kent een beperkte reikwijdte. Zie hiervoor paragraaf 3 ‘Rolverdeling en reikwijdte’. In de eerste plaats is het programma beperkt in de tijd, namelijk tot en met 2030. In de tweede plaats is het beperkt tot alleen die sportaccommodaties, waarvan de gemeente juridisch eigenaar is, uitgezonderd de twee Albeda-sporthallen. In de derde plaats beperkt het zich tot die sportaccommodaties, waarbij de gemeente van oudsher actief betrokken is. Tot slot richt het IHP-Sport zich tot en met 2030 op vervangingen en grootschalige renovaties, en niet zozeer op uitbreiding van het aantal sportaccommodaties.
Er is wel nagegaan wat de effecten zijn van de verwachte stijging van het inwonertal van de gemeente Rotterdam de komende jaren volgens de Bevolkingsprognose 2018-2035, zie paragraaf 7 ‘Groei inwonertal gemeente Rotterdam’. Wat betekent deze bevolkingsgroei voor het op het huidige niveau houden van de beschikbare sportcapaciteit? In de paragrafen 4, 5 en 6 staat de toelichting op de benodigde vervangingen of renovaties, en op de benodigde planning daarvan, bij respectievelijk de zwembaden, de binnensportaccommodaties (sporthallen en -zalen) en de veldsportcomplexen. In paragraaf 9 ‘Financiën’ tenslotte staat de financiële vertaling van de geplande investeringen. Dat wil zeggen de verwachte investeringskosten per jaar, maar ook voor zover mogelijk de voorgestelde dekking daarvoor.
13
3.
Foto: Jan van der Meijde
Rolverdeling en reikwijdte
14
3. Rolverdeling en reikwijdte
IHP-Sport 2020 - 2030
In deze paragraaf komen eerst de diverse hoofrolspelers bij de gemeentelijke sport accommodaties aan de orde. Daarna beschrijven we de reikwijdte van dit IHP-sport.
het Sportbedrijf. De zwemvereniging huurt bijvoorbeeld gedurende een aantal uren per week een aantal zwembanen. Een volleybalvereniging huurt een aantal uren per week een sporthal, een voetbalclub een sportveldcomplex, een tennisclub een tenniscomplex. De clubgebouwen op de veldsportcomplexen (voetbal, hockey, tennis) zijn veelal economisch eigendom van de verenigingen, enkele zijn van de gemeente. In paragraaf 6 ‘Vervanging of renovatie veldsportcomplexen’ komen de clubgebouwen uitgebreid aan de orde.
3.1. Rolverdeling De gemeente Rotterdam De meeste openbare zwembaden, sporthallen, sportzalen en veldsportcomplexen in Rotterdam zijn juridisch eigendom van de gemeente. Er zijn een paar uitzonderingen, bijvoorbeeld de zwembaden Alexanderhof en het Zwemcentrum. Daarnaast zijn enkele tennisparken en enkele sportvelden in eigendom van een vereniging. De exploitatie en het beheer van de accommodaties waarvan de gemeente de juridisch eigenaar is, ligt grotendeels bij het Sportbedrijf Rotterdam. De gemeente Rotterdam is eigenaar van honderd procent van de aandelen van het Sportbedrijf. Vier zwembaden worden daarentegen geëxploiteerd door Sportfondsen Rotterdam. SO Vastgoed heeft binnen de gemeente de eigenaarsrol voor de gemeentelijke sportaccommodaties. Cluster MO-directie Sport, Onderwijs en Cultuur (SOC) is namens de gemeente door middel van een inkoopovereenkomst de opdrachtverlener van het Sportbedrijf. Sportbedrijf Rotterdam Sportbedrijf Rotterdam BV is per 1 januari 2018 verzelfstandigd vanuit de gemeente Rotterdam. Het Sportbedrijf exploiteert een groot aantal gemeentelijke sportaccommodaties, zoals zwembaden, sporthallen, sportzalen, gymzalen, veldsportcomplexen, tennisparken en schoolsportcomplexen. Het Sportbedrijf huurt deze van de gemeente (SO Vastgoed).
Bij de gymzalen beheert en exploiteert het Sportbedrijf alleen de gemeentelijke gymzalen (circa 90 vanaf 2020), dus niet de gymzalen die onder de schoolbesturen vallen. Bij de verzelfstandiging is besloten dat het Sportbedrijf verantwoordelijk is voor al het onderhoud van de gemeentelijke sportaccommodaties; dus zowel voor het huurdersonderhoud als het eigenarenonderhoud. Het Sportbedrijf moet de gemeentelijke sportaccommodaties onderhouden op minimaal het niveau ‘sober en doelmatig’ (NEN 2767). De benodigde middelen om het vastgoed op dit niveau te onderhouden, worden jaarlijks aan het Sportbedrijf ter beschikking gesteld als afzonderlijk onderdeel van de prestatievergoeding (van de inkoopvergoeding). Het Sportbedrijf heeft daarnaast een belangrijke adviserende rol bij nieuwbouw, renovaties en de exploitatie van sportaccommodaties. Sportverenigingen Sportverenigingen, die gebruik willen maken van de door het Sportbedrijf geëxploiteerde accommodaties, huren van
3.2. Reikwijdte van het IHP-sport Een accommodatieprogramma tot en met 2030 (tien jaar) Dit vervangings- en renovatieprogramma richt zich niet op een algemene vervanging van alle sportaccommodaties automatisch na een bepaald aantal jaren. Dat zou een aanzienlijke reservering van middelen vergen en betekenen dat de schaarse middelen algemeen ingezet worden zonder inhoudelijke keuzes te maken. Daarom is een specifiek programma opgesteld per categorie sportaccommodaties en voor een bepaalde periode. Dit programma richt zich dus zowel op de vervanging of ingrijpende renovatie van sportaccommodaties, die aan het einde van hun technische of economische levensduur zijn, als op die accommodaties die dringend aangepast moeten worden aan de veranderde gebruikers-, toegankelijkheids- of duurzaamheidseisen. Om het accommodatieprogramma op inhoudelijke gronden te kunnen baseren, richt het zich op de komende periode van tien jaar. Binnen deze periode is die inhoudelijke afweging mogelijk, bij een langere periode zijn de onzekerheden over de dan bestaande behoeften en gebruikerseisen te groot. Maar ook in een periode van tien jaar kan er veel veranderen. Dit plan moet dan ook periodiek geactualiseerd worden. Bij voorkeur iedere vier jaar, voorafgaand aan een nieuwe bestuursperiode.
Welke sportaccommodaties worden in het IHP-sport betrokken? Alleen de volgende sportaccommodaties zijn in het programma opgenomen: • de sportaccommodaties waarvan de gemeente juridisch eigenaar is. Dus bijvoorbeeld niet de commerciële fitnesscentra, het Zwemcentrum Rotterdam en zwembad Alexanderhof, een commercieel squash-centrum, etc. • de sportaccommodaties, die het einde van hun levensduur hebben bereikt of in de komende tien jaar bereiken • de sportaccommodaties, die tot het maatschappelijk vastgoed van de gemeente behoren. Accommodaties die commercieel worden verhuurd door SO Vastgoed, zijn niet in het programma betrokken, zoals de enkele commercieel verhuurde tennisparken • de sportaccommodaties, waarbij de gemeente van oudsher vanuit het sportbeleid actief betrokken is
15
De vervanging van gymzalen is niet meegenomen in dit programma. Gymzalen zijn en worden ontwikkeld voor het bewegingsonderwijs en vallen daarmee onder de verantwoordelijkheid van onderwijs. De naschoolse verhuur van gymzalen is een nevenfunctie, die overigens voor de sportparticipatie wel van belang is. Veldsportcomplexen Bij de veldsportcomplexen is onderscheid tussen enerzijds de sportvelden zelf, in beheer bij het Sportbedrijf en verhuurd door het Sportbedrijf aan de sportverenigingen, en anderzijds de clubgebouwen, kleedkamers, veldverlichting en beregeningsinstallaties. De vervanging van de huidige sportvelden hoeft voor de komende tien jaar niet in het programma opgenomen te worden. De onderlagen van de kunstgrasvelden gaan namelijk tientallen jaren mee. De vervanging van de toplagen van kunstgrasvelden en onderhoud en renovatie van natuurgrasvelden behoort tot de onderhoudsverantwoordelijkheid van het Sportbedrijf. Het Sportbedrijf beschikt over het onderhoudsbudget daarvoor. De clubgebouwen, kleedkamers, veldverlichting en beregeningsinstallaties zijn door natrekking1 - ze staan op grond in eigendom van de gemeente - juridisch eigendom van de gemeente. Het economisch eigendom ligt echter bij de veldsportverenigingen of bij de aan hen gelieerde beheerstichtingen.
Dat wil zeggen dat deze verenigingen of stichtingen zelf verantwoordelijk zijn voor het volledige onderhoud en zo nodig de vervanging of renovatie van deze voorzieningen, die in het verleden doorgaans ook door de verenigingen zelf zijn neergezet. Vanwege het juridisch eigendom van de gemeente, zijn deze voorzieningen toch betrokken in het IHP-sport. Hoeveel en op welke wijze wordt toegelicht in paragraaf 6 ‘Vervanging of renovatie veldsportcomplexen’.
3.3. Risico’s Dit IHP-sport beslaat, zoals aangegeven, een periode van tien jaar. Dat is lang. De in dit programma opgenomen benodigde investeringen zijn opgesteld op basis van de huidige kennis. In tien jaar tijd kunnen zich uiteraard allerlei onverwachte ontwikkelingen voordoen, soms ten gunste, soms ten nadele van de nu voorliggende raming. Belangrijke risico’s zijn onder andere: • de ontwikkelingen op de bouwmarkt (hogere bouwkosten vanwege de marktwerking) • de planning van de uitvoering, bijvoorbeeld in relatie tot gebiedsontwikkelingen • onvoorziene uitgaven bij concrete investeringsvoorstellen, met name bij renovaties • mogelijke nieuwe inzichten op sportgebied of sterk veranderende gebruikerseisen • veranderende wet- en regelgeving Bovenstaande ontwikkelingen onderstrepen de noodzaak om dit plan periodiek te actualiseren. Bovendien vraagt de uitvoering van dit IHP-Sport bijzondere aandacht. Voor de diverse in dit plan opgenomen renovaties of vervangingen van sportaccommodaties moeten uitvoeringsprojecten gestart worden. Er is dus na vaststelling van dit IHP-Sport, en indien het benodigde budget daadwerkelijk ter beschikking komt, een uitvoeringsprogramma IHP-Sport nodig.
Samengevat: Het IHP-Sport, richt zich op: • de periode tot en met 2030 • de vervanging of renovatie van gemeentelijke zwembaden, sporthallen en -zalen en de voorzieningen op veldsportcomplexen • het bestaande beleid; het is niet gericht op nieuwe functies • wel zijn de consequenties van de bevolkingsgroei in de komende jaren verwerkt
1 Natrekking betekent dat een gebouw, dat door een ander – bijvoorbeeld een sportvereniging - is neergezet op grond van de gemeente, eigendom is van gemeente.
4. Vervanging of renovatie zwembaden
4.
Foto: Arnoud Verhey
IHP-Sport 2020 - 2030
Vervanging of renovatie zwembaden
16
17
4.1. Zwembaden; beschrijving en analyse De gemeente Rotterdam beschikt over 15 openbare zwembaden. De exploitatie ervan is als volgt verdeeld: • 10 zwembaden worden geëxploiteerd door het Sportbedrijf (zwembaden Rozenburcht, de Wilgenring, West, Afrikaanderplein, Hoogvliet, IJsselmonde, Overschie, Hoek van Holland, Pernis en Zwemcentrum Rotterdam) • 4 zwembaden worden geëxploiteerd door Sportfondsen Rotterdam (Oostelijk zwembad, Van Maanenbad, Zevenkampse Ring en Oostervant) • 1 zwembad wordt geëxploiteerd door Optisport (zwembad het Alexanderhof) De gemeente is juridisch eigenaar van 13 zwembaden. De andere 2 zwembaden (het Alexanderhof uit 2016 en het Zwemcentrum Rotterdam uit 2017) zijn eigendom van respectievelijk Woonstad en het consortium Ballast Nedam-Heijmans. Naast verenigingsgebruik en recreatief zwemmen, worden de zwembaden overdag op uren met een lage bezetting gebruikt voor schoolzwemmen van basisschoolscholieren. Schoolzwemmen is inhoudelijk van belang (bewegingsonderwijs; leren zwemmen), draagt bovendien bij aan een betere bezetting overdag en daarmee aan een verbetering van de exploitatie van de zwembaden. De Rotterdamse Planningsnorm Zwembaden (Mulier Instituut/KNZB 2016) constateerde op basis van de bevolkingsprognose in 2015, dat de beschikbare zwemwatercapaciteit voor bepaalde activiteiten krap bemeten was op de Noorderoever, met name in het Centrum.
Richting 2030 zou het bij ongewijzigde animo verder oplopen door de bevolkingsgroei. Er kunnen de komende tien jaar dan ook geen zwembaden afgestoten worden; de bestaande capaciteit blijft nodig. In onderstaand overzicht zijn de gemeentelijke zwembaden opgenomen. Dus niet de recent tot stand gekomen zwembaden Alexanderhof en het Zwemcentrum.
Als uitgangspunt geldt dat alleen gemeentelijke zwembaden die vóór 2030 ouder zijn dan 40 jaar, voor vervanging of renovatie in aanmerking komen. Dat zijn de zwembaden in de eerste twee kolommen van bovenstaande tabel. Eind 2016 is het project Huis op Zuid gestart, een multifunctioneel gebouwencomplex. Het nieuwe zwembad, dat als onderdeel van dit project wordt ontwikkeld, vervangt het Afrikaanderbad. De economische levensduur daarvan was niet meer te verlengen. Als onderdeel van dit project wordt overigens ook de sportzaal Afrikaanderplein vervangen en uitgebreid. Dit project bevindt zich in de fase van het definitief ontwerp. De geraamde kosten worden deels gedekt uit de bestaande beschikbare budgetten. Namelijk de budgetten voor de kostendekkende huren van het huidige zwembad en de huidige sportzaal. En deels met subsidies uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing-3 en uit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Vanwege de huidige ontwikkeling op de bouwmarkt vallen de stichtingskosten van dit project naar verwachting 5,4 mln euro hoger uit dan eerder geraamd. Deze meerkosten zijn verwerkt in het financiële overzicht in paragraaf 9 ‘Financiën’. Het Oostelijk Zwembad en het Van Maanenbad, beide daterend uit de jaren ’30 van de vorige eeuw, zijn in 2013 en 2014 gerestaureerd. De zwembaden Hoogvliet en IJsselmonde in 2003 respectievelijk 2007.
Al deze zwembaden zijn op orde, hebben een nieuwe economische levensduur tot minimaal 2043 en worden daarom niet verder geanalyseerd. Bij de overige zwembaden - zwembad Pernis, zwembad Overschie, zwembad Oostervant en zwembad Zevenkampse Ring - is aan de hand van de volgende criteria onderzocht of ze ingrijpend dienen te worden gerenoveerd, dan wel vervangen: • de bouwtechnische kwaliteit • de functionaliteit • de opvang van de verwachte bevolkingsgroei in met name het centrumgebied
vóór 2030 ouder dan 40 jaar bouwjaar t/m 1978 Oostelijk zwembad (1932) Van Maanenbad (1937)
vóór 2030 jonger dan 40 jaar bouwjaar 1979 t/m 1988 Zwembad Oostervant (1982)
Zwembad Hoek van Holland (1993)
Zwembad Zevenkampse Ring (1983)
Zwembad West (1993)
Zwembad Overschie (1968)
Zwembad de Wilgenring (1996)
Zwembad Pernis (1970)
Zwembad Rozenburcht (2016)
Zwembad Hoogvliet (1971) Zwembad IJsselmonde (1971) Afrikaanderbad (1974)
4. Vervanging of renovatie zwembaden
IHP-Sport 2020 - 2030
In 2018 is een technisch onderzoek gedaan naar de vier genoemde zwembaden, die theoretisch aan het einde van hun levensduur zijn. Uitgezonderd zwembad Overschie, blijkt levensduurverlenging vanuit het perspectief van de technische conditie van die zwembaden economisch mogelijk binnen de bestaande onderhoudsbudgetten. De nieuwe verwachtte economische levensduren strekken van 2035 tot 2040.
4.2. Raming investeringskosten vervanging zwembad Overschie
Voor zwembad Overschie wordt levensduurverlenging tot na de huidige geplande levensduur (2021) afgeraden. De technische installaties dateren van eind jaren ’60 en zijn in slechte conditie. Ze worden al enige jaren op een functioneel minimum aanvaardbaar niveau gehouden door alleen noodzakelijk onderhoud en vervanging uit te voeren. Het waterzuiveringsconcept voldoet niet meer aan actuele normen. De muren zijn redelijk, maar slecht geïsoleerd. De provincie houdt toezicht op alle zwembaden. Zwembad Overschie voldoet nog aan de eisen van hygiëne en veiligheid. Daarbij verleent de provincie dispensatie voor het ontbreken van een zogenaamde bufferkelder met voldoende voorraad schoon water, zolang aan alle kwaliteitseisen aan hygiëne en veiligheid voldaan blijft worden. Vernieuwing van de waterzuiveringsinstallatie en de aanleg van een bufferkelder is economisch niet verantwoord. Verwachte grote uitgaven voor de vervanging van CV, tussenwanden, wand- en vloerbekleding, (schuif)deuren en kozijnen kunnen ook niet meer opgevangen worden binnen de jaarlijkse gemeentelijke inkoopbijdrage aan het Sportbedrijf. De vernieuwing van het zwembad wordt gecombineerd met de vervanging van vier oude gymzalen door een sporthal, waarmee een centrale sportvoorziening voor schools en buitenschools gebruik ontstaat.
De levensduur van zwembad Oostervant kan binnen de huidige en geplande onderhoudsbudgetten op zich tot 2040 verlengd worden. Renovatie of nieuwbouw is in de komende tien jaar technisch niet vereist, maar functioneel wel noodzakelijk. Daarmee kan de gemeente bovendien beter voorzien in het opvangen van de verwachte groei van de bevolking in het centrum en Delfshaven(-Oost) en het beter accommoderen van verenigingen op de Noordoever. Zie hiervoor paragraaf 7 ‘Groei inwonertal gemeente Rotterdam’, onderdeel 7.1 ‘Zwembaden’.
18
Voor de vervanging van zwembad Overschie zijn verschillende scenario’s doorgerekend. Alle voor- en nadelen afwegend, is gekozen voor de optie 25-meter wedstrijdbad, in combinatie met een innovatieve sporthal. De stichtingskosten daarvan zijn 19,4 mln euro (exclusief btw). Vooralsnog is uitgegaan van BENG, een bijna energieneutraal gebouw. Zonder nieuwe investeringen is vervanging niet mogelijk, maar door de koppeling met woningbouw op de beoogde locatie Starrenburg zijn wellicht, nog niet nader becijferde, voordelen te behalen. Zeker als grondexploitaties, ook die van de vertreklocaties van de gymzalen en het huidige zwembad, kunnen worden gecombineerd.
19
5.
Foto: Vincent van Dordrecht
Vervanging of renovatie binnensportaccommodaties
20
5. Vervanging of renovatie binnensportaccommodaties
IHP-Sport 2020 - 2030
De gemeentelijke binnensportaccommodaties bestaan uit sporthallen, sportzalen en gymzalen. Zoals toegelicht in paragraaf 3.2, ‘Reikwijdte van het IHP-sport’ liggen de gymzalen buiten de reikwijdte van dit programma.
zaal is kleiner en bestaat in feite uit twee samengevoegde gymzalen. Een sportzaal is daarmee niet geschikt voor bepaalde competitiesporten. Als uitgangspunt geldt, dat alleen sporthallen en -zalen die voor 2030 ouder zijn dan 40 jaar, voor vervanging of grootschalige renovatie in aanmerking komen. Dat zijn 12 van de 17 door het Sportbedrijf beheerde sporthallen of -zalen. In onderstaand overzicht zijn deze sporthallen en -zalen opgenomen.
Het beheer en de exploitatie van de sporthallen en -zalen, waarvan de gemeente juridisch eigenaar is, is als volgt verdeeld: • 13 sporthallen en 4 sportzalen zijn in beheer en exploitatie bij het Sportbedrijf • 1 sportzaal, onderdeel van de welzijnsaccommodatie Pier ’80, wordt geëxploiteerd door een welzijnsorganisatie • 4 sporthallen bevinden zich in het Topsportcentrum, waarvan twee voor topsport en twee voor breedtesport. Deze worden geëxploiteerd door de Exploitatie Topsportcentrum BV • 2 sporthallen worden geëxploiteerd door Sportfondsen Rotterdam, Oostervant en Zevenkampse Ring • 1 sporthal wordt geëxploiteerd door de sportvereniging WION • 2 hallen (een sporthal en tennishal) op het sportcomplex Victoria zijn in beheer bij de SV Victoria Daarnaast zijn er twee sporthallen in juridisch eigendom van het Albedacollege (Mercatus en Haastrechtstraat). Daarbij draagt de gemeente bij aan de beheerkosten en het Sportbedrijf voert de naschoolse verhuur uit. Zie voor een nadere toelichting op deze hallen verderop in deze paragraaf bij 5.2 ‘Sporthallen en -zalen in exploitatie bij andere partijen dan het Sportbedrijf’. Verder zijn er enkele sportvoorzieningen in beheer bij schoolbesturen. De gemeente is hiervan echter geen juridisch eigenaar en heeft geen invloed op de naschoolse verhuur. Deze vallen dus niet onder de reikwijdte van dit programma.
Zoals wordt toegelicht in paragraaf 7 ‘Groei inwonertal gemeente Rotterdam’, is het uitgangspunt dat er geen sporthallen en -zalen afgestoten kunnen worden. De bestaande capaciteit is de komende 10 jaar nodig, ook in verband met de verwachte bevolkingsgroei in Rotterdam. Onderstaand passeren eerst de sporthallen en -zalen in beheer bij het Sportbedrijf de revue. In het tweede deel van deze paragraaf komen de overige sporthallen aan bod. In beide gevallen zijn de sporthallen en -zalen tegen het licht gehouden, die nu al een levensduur hebben van 40 jaar en langer, of die een levensduur van 40 jaar bereiken binnen de tijdsduur van dit programma (tot en met 2030). Daarnaast is ook het Topsportcentrum betrokken.
5.1. Sporthallen en -zalen in beheer en exploitatie van het Sportbedrijf Een sporthal heeft een vloeroppervlakte van minstens 1.000 m2 (drie aaneengeschakelde gymzalen). Een sport-
Afrikaanderplein, Noorderhavenkade en de Snelleman zijn sportzalen, de overige sporthallen. Bouwjaar t/m 1978
Bouwjaar t/m 1979 t/m 1988
De Enk
1968
Afrikaanderplein
1980
Hoekstee
1971
Schuttersveld
1980
Wielewaal
1975
Boomgaardshoek
1983
Alexander
1975
Noorderhavenkade
1981/85
Kralingen
1975
Snelleman
1985
Persoonshal
1987
Wilgenring
1983
Sportzaal Afrikaanderplein moet worden vervangen. Deze vervanging is onderdeel van het project Huis op Zuid, waarbij de sportzaal wordt uitgebreid naar een sporthal. In 2016 is voor dit project reeds een voorbereidingsbesluit genomen. De kosten van dit project worden uit bestaande budgetten en subsidies gedekt. Zie hiervoor paragraaf 4 ‘Vervanging of renovatie zwembaden’. Deze sportzaal is daarom in deze paragraaf niet in de verdere analyse meegenomen. Sporthal de Wilgenring bij zwembad de Wilgenring dateert uit 1983 en is enkele jaren geleden gerenoveerd. Deze sporthal is op orde en daarom ook niet verder geanalyseerd. Bij de overige tien sporthallen en -zalen is aan de hand van de volgende criteria onderzocht of ze ingrijpend dienen te worden gerenoveerd, dan wel vervangen: • hoe is de bouwtechnische kwaliteit? • zijn er aanpassingen nodig om te kunnen voldoen aan de veranderde duurzaamheidseisen? Voor de verdere planning en prioritering is gekeken naar: • in welke mate voldoen de sporthallen en -zalen aan toegankelijkheidseisen? • hoe is de waardering van de sporthallen en -zalen op basis van het klanttevredenheidsonderzoek 2018? • hoe is de naschoolse bezetting van de sporthallen en -zalen (bijvoorbeeld de verhuur aan sportverenigingen) en de onderwijsbezetting en wat is de prognose? • welke gebiedsontwikkelingen spelen er?
21
Bouwtechnische kwaliteit In overleg met het Sportbedrijf Rotterdam is de bouwfysische en technische conditie van de genoemde sporthallen en -zalen geïnventariseerd. Duurzaamheid Het Sportbedrijf heeft nagegaan in welke mate de betrokken sporthallen en -zalen kunnen voldoen aan de vastgestelde duurzaamheidseisen van het gemeentelijke vastgoed. Rotterdam heeft het ambitieniveau ten aanzien van milieuzorg en duurzaamheid vastgelegd in het programma Duurzaam 2015-2018. De vastgestelde Rotterdamse ambitie is om in 2030 voor het gemeentelijk vastgoed 40 procent energiebesparing te realiseren en om waar mogelijk zonnepanelen te plaatsen. In de Kadernota Vastgoed van 22 februari 2018 is deze duurzaamheidsambitie voor de vastgoedportefeuille vertaald in de doelstelling om een energiebesparing van minimaal 10 procent te realiseren, onder andere bij de sportaccommodaties in juridisch eigendom van de gemeente en grotendeels in beheer bij het Sportbedrijf. Bij deze energiedoelstellingen is een spanningsveld tussen ambitie en haalbaarheid in verhouding tot de bijhorende kosten. Het Sportbedrijf Rotterdam heeft bij het onderzoek naar de duurzaamheid van de sporthallen en -zalen naar een evenwicht gezocht tussen de benodigde aanpassingen en de kosten daarvan. Er is bij de analyse uitgegaan van het streven om bij de sporthallen en -zalen gemiddeld energielabel A te bereiken.
Soms zal een beter resultaat bereikt kunnen worden, soms een wat minder. Dit is sterk afhankelijk van de specifieke situatie bij de betreffende sporthal. Vrijwel alle onderzochte sporthallen en -zalen blijken slecht te scoren op de duurzaamheidseisen en op de kwaliteit van hun energie-installaties. Welke sporthallen en -zalen zouden moeten worden vervangen en welke kunnen worden gerenoveerd Aan de hand van de inventarisatie van de bouwtechnische kwaliteit en de mate van duurzaamheid, is bepaald welke sporthallen en -zalen binnen de gestelde periode van de komende tien jaar moeten worden vervangen en bij welke kan worden volstaan met een ingrijpende renovatie. Twee sporthallen moeten op grond van deze criteria in ieder geval worden vervangen; Schuttersveld in Kralingen-Crooswijk en de Hoekstee in Hoek van Holland. Voor de overige sporthallen en -zalen is een grootschalige renovatie afdoende. Toegankelijkheid Alle gemeentelijke sporthallen en -zalen zijn de afgelopen jaren toegankelijk gemaakt voor mindervaliden, maar in een bestaande situatie is het niet altijd mogelijk de beste oplossing te kiezen. Daar is nog steeds ruimte voor verbetering.
De VGR (de koepelorganisatie van gehandicaptenorganisaties in Rotterdam) heeft eindinspectierapporten gemaakt na de aanpassingen van de afgelopen jaren. Het Sportbedrijf Rotterdam heeft vervolgens ook nog aanpassingen verricht. Op basis van deze inspectierapporten en de huidige stand van zaken, is een waardering aangebracht voor de sporthallen en -zalen aan de hand van het criterium toegankelijkheid. Waardering door de gebruikers van de sporthallen en -zalen Op basis van het Klanttevredenheidsonderzoek sportvoorzieningen (KTO), dat in opdracht van het Sportbedrijf in 2018 is uitgevoerd, is een overzicht gemaakt van de mate waarin gebruikers, zoals sportverenigingen, de sporthallen en -zalen waarderen. Uit de resultaten van het KTO 2018 blijkt dat de sporthallen en -zalen elkaar niet veel ontlopen in de algemene waardering. Bijna overal ligt de waardering tussen de 7 en 7,5. Alleen de sporthallen de Enk, de Persoonshal en Alexander worden negatiever beoordeeld maar nog wel voldoende. Bovendien wordt voor deze laatstgenoemde sporthallen de sfeer en uitstraling als onvoldoende beoordeeld. Ze scoren echter nog wel hoger dan een 7 voor de functionele kwaliteit.
Naschoolse bezetting Zoals aangegeven in paragraaf 7 ‘Groei inwonertal gemeente Rotterdam’, is met behulp van de uitkomsten van het rekenmodel binnensport van 2018 de huidige en toekomstige naschoolse bezetting van de sporthallen en -zalen in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat de sporthallen en -zalen overwegend goed bezet zijn en zullen zijn tot en met 2030. Sluiting van een sporthal als gevolg van te weinig gebruik, is dan ook niet nodig. Er is wel uitbreiding nodig. De sporthal Huis op Zuid, waarvoor reeds een investeringskrediet is gevoteerd, voldoet aan die behoefte. Onderwijsgebruik Zonder voldoende onderwijsgebruik neemt het exploitatietekort van een sporthal aanzienlijk toe; de hal is dan minder exploitabel. Vandaar het beleid om alleen een nieuwe sporthal neer te zetten, indien er ook onderwijsgebruik is. Vooral middelbare scholen maken gebruik van sporthallen en -zalen voor bewegingsonderwijs. Samen met het Sportbedrijf is gekeken naar de huidige inroostering hiervan en naar de vraag welke scholen gebruik maken van een sporthal. De conclusie is dat momenteel de sporthallen en -zalen overdag goed bezet zijn door onderwijs met uitzondering van sporthal De Hoekstee. Op basis van de leerlingprognose 2018 is nagegaan hoe de onderwijsbezetting van de sporthallen en -zalen zich de komende tien jaar ontwikkelt.
Hieruit blijkt dat verwacht wordt dat de onderwijsbezetting stabiliseert of iets stijgt. Dit kan binnen de bestaande capaciteit van de sporthallen en -zalen worden opgevangen.
22
5. Vervanging of renovatie binnensportaccommodaties
IHP-Sport 2020 - 2030
Gebiedsontwikkelingen Voor elke sporthal en -zaal is geïnventariseerd of er een gebiedsontwikkeling aan de orde is. Uit de gesprekken met de gebiedsaccountmanagers van SO blijkt dat er bij gebiedsontwikkelingen in het algemeen veel waarde wordt gehecht aan een sporthal. Een aantal sporthallen en -zalen ligt in een gebied waar een gebiedsontwikkeling kan gaan spelen. Wat er met de sporthal gebeurt, is dan vaak cruciaal voor of en hoe de gebiedsontwikkeling kan plaatsvinden. Aangezien gebiedsontwikkelingen langdurige trajecten kunnen zijn, is in dit programma de keuze voor vervanging of renovatie van de sporthallen en -zalen en de bijbehorende planning en financiering, voorlopig onafhankelijk gehouden van de gebiedsontwikkeling. Zodra zich een daadwerkelijk investeringsbesluit voordoet, kijken we waar de belangen elkaar kunnen versterken. Wanneer het vanuit de gebiedsontwikkeling wenselijk is om een bestaande sporthal te vervangen, kunnen er mogelijk budgetten worden gecombineerd. Dit kan tot gevolg hebben, dat de uiteindelijke vervanging langer op zich laat wachten dan wenselijk, maar met een uiteindelijk beter resultaat.
de planning is opgenomen. In de raming van de kosten van deze renovaties, en ook bij de overige sporthallen en -zalen, zijn de kosten van het groot onderhoud uiteraard niet meegenomen. Deze kosten, die voor de twee genoemde sporthallen aanzienlijk zijn, dekt het Sportbedrijf uit de reguliere onderhoudsbudgetten. De renovatiekosten van deze sporthallen vallen hierdoor navenant lager uit. De bovenstaande prioritering is verwerkt in het financiële overzicht in paragraaf 9 ‘Financiën’. Hierbij is voor beide clusters uitgegaan van een evenredige spreiding van de investeringen tot en met 2030 over respectievelijk de eerste zes jaar (eerste cluster) en de laatste vier jaar (tweede cluster).
Prioritering In bijlage 2 ‘Prioritering renovatie en nieuwbouw sporthallen en -zalen in beheer bij het Sportbedrijf’ is een tabel opgenomen. Daarin is voor de onderzochte tien sporthallen en -zalen een waardering opgenomen voor de bouwtechnische kwaliteit en duurzaamheid, voor het Klanttevredenheidsonderzoek 2018 en voor de mate van toegankelijkheid. Vervolgens is een weging toegepast. Daarbij zijn de bouwtechnische kwaliteit en duurzaamheid voor 70 procent meegeteld. De resultaten uit het klanttevredenheidsonderzoek en de toegankelijkheid voor mindervaliden tellen elk voor 15 procent mee. Ook de gebiedsontwikkelingen zijn kort samengevat in deze tabel. Verder is aangegeven of volstaan kan worden met een grondige renovatie of dat vervanging noodzakelijk is (Schuttersveld en De Hoekstee). Uit deze gewogen waardering komt naar voren dat er twee clusters van sporthallen en -zalen zijn te onderscheiden. Er is een groep die ver onder de vereisten presteert en waar renovatie of vervanging dringend noodzakelijk is. Dit geldt voor de Persoonshal, Noorderhavenkade, Schuttersveld, de Wielewaal, de Hoekstee en de Enk. Daarnaast is er een groep waarbij weliswaar dient te worden gerenoveerd, maar waarbij de urgentie wat minder hoog is. Dit geldt voor Kralingen, Boomgaardshoek, Snelleman en Alexander.
Bij de sporthal Kralingen is onlangs ingrijpend groot onderhoud uitgevoerd en bij sporthal Alexander is dat enige tijd geleden gebeurd. Bij sporthal de Enk vindt dat in 2020 plaats. Dit groot onderhoud is echter onvoldoende om te kunnen blijven voldoen aan de bouwtechnische eisen, de duurzaamheidseisen en de veranderende gebruikerseisen. Vandaar dat ook voor deze sporthallen een renovatie in
5.2. Sporthallen en -zalen in exploitatie bij andere partijen dan het Sportbedrijf Sportzaal Pier ‘80 Pier ’80 wordt door SO Vastgoed verhuurd aan een welzijnsorganisatie. SO Vastgoed heeft de gedane en verwachte investeringen en onderhoudswerkzaamheden aan het gebouw en de installaties geïnventariseerd. Hieruit blijkt dat Pier ’80 gedurende de reikwijdte van tien jaar van dit programma, niet meegenomen hoeft te worden. Sportzaal Mercatus en sporthal Haastrechtstraat Deze twee hallen zijn juridisch eigendom van het Albedacollege. Ze zijn gebouwd in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw. De Mercatus is een sportzaal met een kleinere oppervlakte, maar wel met een tribune en een horecavoorziening. Deze hallen kwamen tot stand door de toen noodzakelijke gymzalen voor twee VO-scholen met een gemeentelijke investeringsbijdrage op te waarderen tot een volwaardige sporthal respectievelijk sportzaal. Daarmee werden deze hallen geschikt voor de naschoolse verhuur aan sportverenigingen. Deze naschoolse verhuur is inmiddels in handen van het Sportbedrijf. In de destijds overeengekomen beheerovereenkomsten tussen gemeente en (de rechtsvoorgangers van) het Albedacollege, is tevens bepaald dat de gemeente een jaarlijks bedrag ten behoeve van het onderhoud van de twee hallen aan Albeda zou vergoeden.
Deze sporthal en -zaal zijn inmiddels verouderd en voldoen niet aan de huidige gebruikseisen van een volwaardige sporthal, zoals aan de wedstrijdeisen van NOC*NSF. Bovendien is de huidige constructie ingewikkeld en daardoor niet meer wenselijk. De beheerovereenkomsten zijn onduidelijk en gedateerd, en de gemeente kan slecht sturen op de uitvoering van het onderhoud. Vanwege de leeftijd van de hallen is de verwachting dat een renovatie op afzienbare termijn nodig is. Ongetwijfeld wordt voor de financiering daarvan een beroep op de gemeente gedaan. De vraag doet zich dan voor of zo’n eventuele investering in twee niet-gemeentelijke sporthallen wel wenselijk is. Tegelijkertijd ligt er een kans om in het Stadionpark een
23
sporthal te realiseren. Vanuit onderwijs moeten daar, vanwege de vestiging van twee VO-scholen, vier gymzalen gebouwd worden. Met een aanvullend budget bestaat dan de mogelijkheid om hier een volwaardige gemeentelijke sporthal te realiseren, die ook geschikt is voor verenigingssport. Zo’n hal kan, in combinatie met de sporthal in het project Huis op Zuid, een vervanging bieden voor de naschoolse verhuur in de twee Albedahallen. De uitwerking van dit voorstel zal in overleg met het Albeda College plaatsvinden. De investeringsbijdrage voor het opwaarderen van de vier gymzalen in het Stadionpark tot een volwaardige sporthal - ter vervanging van de twee Albedahallen - is verwerkt in het financiële overzicht in paragraaf 9 ‘Financiën’. De huidige jaarlijkse bijdrage aan de Albedahallen kan dan worden ingezet voor de exploitatie van deze sporthal. Topsportcentrum Het Topsportcentrum als gebouw is eigendom van de gemeente Rotterdam. De Exploitatiemaatschappij Topsportcentrum BV, waarvan alle aandelen in eigendom zijn van het Albedacollege, exploiteert deze hal en ontvangt daarvoor een bijdrage van de gemeente Rotterdam. Het Topsportcentrum is in 2010 verbouwd en uitgebreid. Na deze verbouwing behoorde het Topsportcentrum tot de top van de Nederlandse topsporthallen.
Bijna negen jaar later dreigt het Topsportcentrum te worden ingehaald door de concurrentie, bijvoorbeeld door de nieuwe topsporthal in Den Haag. Om het Topsportcentrum als accommodatie weer te laten voldoen aan de topsporteisen van deze tijd, is een investering noodzakelijk. Daarnaast is er een aantal ontwikkelingen gaande, die een dergelijke investering verder rechtvaardigen en het topsport-karakter van de hal weer op het vroegere niveau kunnen brengen. In het kader van het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO Metropool) lopen gesprekken met sportbonden en het NOC*NSF om topsportprogramma’s te vestigen in Rotterdam. Het is niet meer dan logisch om deze programma’s in het Topsportcentrum te vestigen want dat is immers waar de voorziening voor bedoeld is. Hiervoor is een uitbreiding van het Topsportcentrum noodzakelijk. Voor de exploitatiekosten van deze uitbreiding wordt dekking gezocht in de topsportbegroting van de gemeente Rotterdam, in combinatie met steun van NOC*NSF en waar mogelijk van de betreffende sportbond, die van de accommodatie gebruik maakt. Wanneer de programmering dit toelaat, kan breedtesportgebruik zo nodig voor aanvullende dekking zorgen. De bovenstaande investeringen zijn verwerkt in het financiële overzicht in paragraaf 9 ‘Financiën’. Sporthal Oostervant Sporthal Oostervant vormt samen met het zwembad het Recreatiecentrum Oostervant.
Sportfondsen Rotterdam exploiteert de sporthal Oostervant. Het gebouw is juridisch eigendom van de gemeente. De exploitant voert het onderhoud uit. Deze sporthal heeft nog voldoende kwaliteit voor de komende jaren. In de planning van dit IHP-sport is deze sporthal dan ook niet meegenomen. Vervanging van de sporthal kan wel aan de orde komen in verband met de vervanging van het zwembad en met de gebiedsontwikkelingen in Middelland. Mogelijk dienen de sporthal en het zwembad dan te worden verplaatst. Zie hiervoor ook bij paragraaf 7.1 ‘Zwembaden’. Indien zwembad Oostervant wordt vernieuwd in het kader van de gebiedsontwikkeling Middelland, dan moet ook de sporthal vernieuwd worden. Vernieuwing betreft het Recreatiecentrum als geheel. In de raming van het benodigde netto-investeringsbedrag zijn dan ook het zwembad en de sporthal beide meegenomen. Sporthal Zevenkampsering De Sporthal Zevenkampsering vormt samen met het zwembad het Recreatiecentrum Zevenkampsering. Sportfondsen Rotterdam exploiteert de sporthal Zevenkampsering. Het gebouw is juridisch eigendom van de gemeente. De exploitant voert het onderhoud uit. In 2017 is de sporthal Zevenkampsering onderzocht op technische levensduur. Deze functioneert nog voldoende tot en met 2030. Hier zijn ook geen gebiedsontwikkelingen. In de planning van dit programma is deze sporthal dan ook niet meegenomen.
Sporthal WION De gemeente is de juridisch eigenaar van de Sporthal WION in Ommoord. De stichting Sporthal WION is economisch eigenaar en exploitant van deze sporthal. De korfbalvereniging WION, een badmintonclub en diverse kleinere organisaties zijn de gebruikers. De stichting heeft destijds een lening afgesloten voor de bouw, met een gemeentelijke garantiestelling. De WION-hal behoeft de komende jaren geen renovatie of vervanging en is daarom niet in de planning van dit programma verwerkt. Sporthal Victoria en tennishal Victoria De sporthal Victoria is begin jaren ’90 gebouwd door Sportvereniging (SV) Victoria. Deze sporthal staat weliswaar op gemeentelijke grond waardoor de gemeente juridisch eigenaar is, maar onderhoud en vervanging zijn de volledige verantwoordelijkheid van de SV Victoria. Deze sporthal is daarom niet opgenomen in dit IHP-sport. De tennishal is (deels via opstalrecht) volledig in juridisch eigendom van de gemeente. Deze hal is in opdracht van de gemeente gebouwd en in 2004 in gebruik genomen. Omdat deze hal gedurende de periode van dit programma nog lang niet de levensduur van 40 jaar bereikt, is ook deze niet opgenomen in het IHP-sport. Voor beide hallen geldt overigens dat de grondposities juridisch complex zijn en er al langere tijd wordt gezocht