21bb753 Bijlage 1 behorende bij 21bb749 - Goede ruimtelijke onderbouwing Coolsingel 75
Tekst van het document
In Nederland werd waarschijnlijk veelal gewerkt volgens de oud-Hollandse methode, waarbij rollen lood in aardewerken potten werden geplaats boven een laagje azijnzuur, salpeter of bierazijn. Het geheel werd afgedekt, soms met paardenmest, om te broeien. Er is sprake van in kasten en kuilen geplaatste potten, maar ook gestapeld tussen gemetselde muren. Door de chemische reactie ontstond loodwit, dat nog verder bewerkt en gemalen moest worden. Het werd uiteindelijk gedroogd in aardewerken droogpotjes (zie bijvoorbeeld Smink 1983). Het speciaal geproduceerde aardewerk voor deze industrie is ook van enkele vindplaatsen in Rotterdam bekend. De exacte werkwijze in de loodwitfabriek aan de Coolsingel is niet bekend. 2.5.3
Geologische gegevens
Afgaande op de Geologische Kaart van Nederland (NITG-TNO 1998) en op de door het BOOR in de nabije omgeving verzamelde aardkundige informatie is de globale opbouw van de laatpleistocene en holocene bodem in het plangebied als volgt. De diepere ondergrond in het plangebied wordt gevormd door grofzandige rivierafzettingen van de Rijn en de Maas (Formatie van Kreftenheye). Om inzicht te krijgen in de diepere ondergrond zijn zes sonderingen uit het archief van het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam bekeken: sonderingen HH1 tot en met HH4, HH70 en H622. Hieruit blijkt dat de top van de laatpleistocene rivierafzettingen zich op circa 16,00 m - NAP bevindt. Dit komt overeen met de resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken ter plaatse van bijvoorbeeld het project Forum Coolsingel (Zijl 2012), circa 250 m ten zuiden van het plangebied, en in de diepe bouwput van de Parkeergarage Kruisplein (Schiltmans en van de Meer 2014), circa 500 m 13
ten westen van het plangebied. In de bestudeerde sonderingen zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van (hoger gelegen) rivierduinen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen) in het plangebied. Tijdens een archeologisch onderzoek ter hoogte van het Emplacement Centraal Station, uitgevoerd in het kader van de aanleg van de RandstadRail, is wel een dergelijk rivierduin aangeboord (Guiran en Brinkkemper 2007). De top van het duin werd hier op minimaal 7,5 m - NAP aangetroffen. Dit rivierduin bevindt zich op circa 1 km ten westen van onderhavig plangebied. Naar boven toe gaan de laatpleistocene afzettingen over in een pakket vroegholocene komafzettingen (Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Wijchen) en vervolgens in een dunne kleiige veenlaag (Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag). Ter hoogte van het project Forum Coolsingel is de top van de komklei op minimaal 13,83 m - NAP en de top van het veen op minimaal 13,63 m - NAP aangetroffen (Zijl 2012). Ter plaatse van de Parkeergarage Kruisplein zijn beide lagen pas dieper, vanaf respectievelijk 15,31 m - NAP en 15,17 m - NAP, waargenomen (Schiltmans en van de Meer 2014). Hierboven bevindt zich een dik pakket klastische afzettingen dat gerekend kan worden tot de Formatie van Echteld (indien afgezet in een zoet milieu) of de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer (indien afgezet in een brak milieu).
Op basis van de eerder uitgevoerde onderzoeken in de nabijheid van het plangebied, wordt de top van dit pakket vanaf circa 6,50 m - NAP verwacht. Tijdens onderzoek ter plaatse van het project Cooltoren, circa 820 m ten zuiden van het plangebied, is de top al op 5,16 m - NAP aangeboord (Van de Meer en Schiltmans 2013). Hier zijn de klastische afzettingen geïnterpreteerd als komafzettingen (Formatie van Echteld). Op de klastische afzettingen rust een pakket veen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). Ter plaatse van het project Forum Coolsingel is de top van het veen tussen 4,56 m - NAP en 6,08 m - NAP aangetroffen (Zijl 2012). De top van het veen was niet of nauwelijks aangetast door latere overstromingen. De top van de sequentie bestaat uit een overstromingsdek (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren), dat vermoedelijk gevormd is rond het midden van de 12e eeuw. De diepteligging en de dikte van het pakket kan sterk variëren als gevolg van menselijk handelen in het verleden. Bij het project Forum Coolsingel is de geroerde top van de overstromingsafzettingen vanaf minimaal 4,44 m - NAP aangetroffen (Zijl 2012). Het pakket was slechts 12 tot 25 cm dik, terwijl het oorspronkelijk veel dikker kan zijn geweest. Ook kan de bodem op deze locatie diep weggezakt zijn als gevolg van latere ophogingen.
Ter plaatse van de Parkeergarage Kruisplein is de top al vanaf 2,62 m - NAP waargenomen (Schiltmans en van de Meer 2014). Direct onder het overstromingsdek kan, zonder een veentussenlaag, een vroegere fase van de overstromingsafzettingen voorkomen. 2.5.4
Archeologische gegevens
Bekende archeologische waarden in het plangebied In het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend. Er is niet eerder archeologisch onderzoek verricht. Bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied Tijdens het al eerder genoemde archeologische onderzoek ter hoogte van het Emplacement Centraal Station is een rivierduin met bewoningssporen uit de periode 6200-4800 voor Chr. aangetroffen (BOOR-vindplaatscode 05-42; Archis-vondstmeldingsnummer 405030). De top van het rivierduin is op minimaal 7,50 m - NAP waargenomen. In een mogelijk in aanleg pleistocene geul, direct naast het rivierduin, zijn (tot circa 14,00 m - NAP) eveneens archeologische indicatoren aangeboord. Tijdens het onderzoek zijn onder meer verkoolde en onverkoolde zaden, verbrande en onverbrande fragmenten bot, visresten, houtskool, fragmenten vuursteen en mogelijk fragmenten van visnetten aangetroffen (Guiran en Brinkkemper 2007). 14
Binnen de historische stadskern van Rotterdam, waarin het plangebied is gelegen, zijn reeds vele archeologische onderzoeken uitgevoerd. Bij deze onderzoeken is een grote hoeveelheid vondsten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd gedaan. Noemenswaardig is de archeologische begeleiding en de opgraving die ter plaatse van het Timmerhuis tussen oktober 2012 en maart 2013 zijn uitgevoerd. Tijdens deze onderzoeken is, vanaf circa 1,00 m - NAP, een grote hoeveelheid sporen en vondsten aangetroffen die grotendeels samenhangen met het gebruik van het terrein gedurende de 14e tot grofweg het begin van de 18e eeuw (BOOR-vindplaatscode 05-54; Archis-vondstmeldingsnummer 421962). In het noordelijke deel van de opgravingsput is echter ook een smal slootje gevonden dat vermoedelijk dateert uit de periode waarin op de oevers van de Rotte huisterpen werden opgeworpen, die deel uitmaakten van de nederzetting Rotta uit de 10e en 11e eeuw. Tot slot is in het westelijke deel van het terrein een dijklichaam waargenomen uit de tweede helft van de 12e of de eerste helft van de 13e eeuw. De aangetroffen dijk maakte onderdeel uit van de al eerder genoemde bedijkingslijn Hofdijk-Korte Hoogstraat-Schiedamsedijk, die werd gerealiseerd na de 12e-eeuwse overstromingen (Ploegaert 2015).
Vindplaatsnummer 1 BOOR-vindplaatscode(s) Archis-vondstmeldingsnummer(s) Archis-waarnemingsnummer(s) Ligt binnen Monumentnummer Toponiem Plaats Gemeente RD-coördinaten Complextype(n) en datering(en) Stratigrafische positie Diepteligging Soort onderzoek Bron(nen)
05-42 405030 geen geen RandstadRail Emplacement Centraal Station Rotterdam Rotterdam 91.490/437.660 basiskamp/nederzetting, Laat Mesolithicum top rivierduinafzettingen en in geulafzettingen vanaf 7,50 m - NAP archeologisch vooronderzoek Guiran en Brinkkemper 2007
Vindplaatsnummer 2 BOOR-vindplaatscode(s) Archis-vondstmeldingsnummer(s) Archis-waarnemingsnummer(s) Ligt binnen Monumentnummer Toponiem Plaats Gemeente RD-coördinaten Complextype(n) en datering(en) Stratigrafische positie Diepteligging Soort onderzoek Bron(nen)
05-54 421962 geen geen Timmerhuis Rotterdam Rotterdam 92.673/437.539 stad en dijk, Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd voornamelijk op overstromingsafzettingen vanaf 1,00 m - NAP archeologische begeleiding en opgraving Ploegaert 2015
2.5.5
Luchtfoto’s
Bestudering van luchtfotonummer 92-440 (Uitgeverij 12 Provinciën 2005), genomen op 29 mei 2003, leverde geen aanwijzingen op voor de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. 2.5.6
Actueel Hoogtebestand Nederland
Bestudering van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) leverde eveneens geen aanwijzingen op voor de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. Wel is te zien dat aan de Coolsingelzijde van de bestaande bebouwing het maaiveld beduidend hoger ligt dan aan de achterzijde.
15
2.6
Gespecificeerde archeologische verwachting
Op grond van de verworven informatie over onder meer de historische situatie, de bodemopbouw ter plaatse en de bekende archeologische waarden in (de omgeving van) het plangebied kan de archeologische verwachting voor het plangebied worden opgesteld (Tabel 1). Datering
Archeologische verwachting
Complextype
Stratigrafische positie
Omvang
Diepteligging in m - NAP
Mesolithicum
laag
kleine kampementen, off-site activiteiten
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer/ Formatie van Echteld
< 200 m2
vanaf circa 6,50
Neolithicum
laag
kleine kampementen, off-site activiteiten
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer/ Formatie van Echteld
< 200 m2
vanaf circa 6,50
Bronstijd
geen
-
-
-
-
IJzertijd
redelijk hoog tot hoog
nederzettingsterreinen, verkavelingspatronen
top Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
divers
vanaf circa 5,00
Romeinse tijd
redelijk hoog tot hoog
nederzettingsterreinen, verkavelingspatronen
top Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
divers
vanaf circa 5,00
Middeleeuwen (tot in de 12e eeuw)
redelijk hoog tot hoog
nederzettingsterreinen, verkavelingspatronen
top Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
divers
vanaf circa 5,00
Middeleeuwen (vanaf 12e/13e eeuw)
redelijk hoog tot hoog
verkavelingspatronen, ophogings- en bewoningslagen
top/op Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
divers
vanaf circa 2,00
Nieuwe tijd
zeer hoog
ophogings- en bewoningslagen
top/op Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
divers
vanaf circa 2,00
Tabel 1. Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Coolsingel 75 te Rotterdam. Voor het gehele plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Mesolithicum en het Neolithicum. De vindplaatsen kunnen bijvoorbeeld aangetroffen worden in de top van eventueel aanwezige kwelderafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer) of stroomgordelafzettingen (Formatie van Echteld). De verwachte vindplaatsen - voornamelijk kleine kampementen - kenmerken zich door het voorkomen van onder meer haardkuilen, vuursteen, houtskool en (verbrand) bot. Vindplaatsen uit de Bronstijd worden niet verwacht in het plangebied. Daarnaast geldt voor het gehele plangebied een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot in de 12e eeuw) in de top van het veen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). De verwachte vindplaatsen kenmerken zich door het voorkomen van onder meer aardewerk, houtskool, fosfaat, (verbrand) bot en een zogenaamde ‘vuile’ laag. De aard en omvang ervan kan sterk wisselen. De top van het veen kan echter aangetast zijn door de latere middeleeuwse overstromingen van het gebied. Ook kan de top zijn geroerd door menselijke activiteiten, die hebben plaatsgevonden na de overstromingen.
Aanwezigheid en een goede conservering van vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot in de 12e eeuw) zijn dan ook sterk afhankelijk van de mate van aantasting van het veen. Voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen (vanaf de 12e/13e eeuw) geldt eveneens voor het gehele plangebied een redelijke hoge tot hoge archeologische verwachting. Voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd geldt voor het gehele plangebied echter een zeer hoge archeologische verwachting. Dit hangt samen met de ligging van het plangebied langs de Coolsingel en binnen de stadsuitbreiding van Rotterdam, die in de loop van de van de 17e eeuw plaatsvond. In het plangebied worden specifiek overblijfselen verwacht die samenhangen met de industriële bedrijvigheid in het gebied. Vooral voor het aantreffen van 16
bewoningsporen en vondsten die gerelateerd kunnen worden aan de loodwitmakerij geldt een zeer hoge archeologische verwachting. De verwachte archeologische waarden bevinden zich in de top van het overstromingsdek (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) en in of op ophogingslagen op het overstromingsdek. De diepte waarop de waarden aangetroffen kunnen worden is echter sterk afhankelijk van aanwezige bodemverstoringen en de mate van wegzakken van de bodem door latere ophogingen. De vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 12e/13e eeuw) en de Nieuwe tijd kenmerken zich door het voorkomen van onder meer aardewerk, (baksteen)puin, houtskool, fosfaat, (verbrand) bot en een zogenaamde ‘vuile’ laag. De aard en omvang van de vindplaatsen kan sterk wisselen. 2.7
Advies
Op basis van het bureauonderzoek kan gesteld worden dat er in het plangebied Coolsingel 75 op verschillende dieptes in de bodem archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. Aangezien de geplande nieuwbouw in het plangebied gepaard zal gaan met grondroerende activiteiten tot ten minste 3,95 m - NAP, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden aangetast of vernietigd. Door de afdeling Beheer en Beleid van het BOOR is dan ook geadviseerd om de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied te toetsen en eventueel aan te vullen door middel van een verkennend inventariserend veldonderzoek. Dit onderzoek dient minimaal tot in de top van het veen, dat gerekend wordt tot de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket, uitgevoerd te worden.
17
437.500
92.500
437.500
92.400
Coo lsing el
L Sintucia straa 437.400
437.400
t
v an Aert
Nes
straa
t
kelder (2,45 m - NAP; 3,00 m - peil)
souterrain (0,40 m - NAP; 0,95 m - peil)
´
plangebied 92.400
0
20m Schaal 1:1.000
Kaart: Gemeente Rotterdam
92.500
Afb. 2. Ligging van de aanwezige kelder en souterrains in het plangebied. Tevens aangegeven is de diepteligging van de bovenkant van de vloeren. 18
437.500
92.500
437.500
92.400
schouwburg
tapperij
3 ! (
schouwburg geïnteresseerden
1 ! ( blekerij bleekveld
bebouwing en erf
437.400
437.400
4 ! ( loodwitfabriek Abraham Demmers
2 ! (
boomgaard
2
begrenzing perceel ! (
boring met boornummer
´
plangebied 92.400
0
20m Schaal 1:1.000
Kaart: Gemeente Rotterdam
92.500
Afb. 3. Het plangebied geprojecteerd op de kadstrale kaart van 1832. Zichtbaar zijn de verschillende percelen met bijbehorende functie in 1832. Ter oriëntatie zijn de uitgevoerde verkennende boringen afgebeeld. 19
20
3
VERKENNEND INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doel en onderzoeksvragen
In het plangebied Coolsingel 75 te Rotterdam is een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, om de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek te toetsen en eventueel aan te vullen. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd voor het onderzoek: - Wat is de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied? - Wat is de mate van gaafheid van de bodemopbouw in het plangebied? - Zijn in het plangebied stratigrafische niveaus met archeologische potentie aanwezig? - Op welke diepte bevinden deze niveaus zich? - Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig en kan, indien mogelijk, een eerste indruk gegeven worden van de datering, aard en kwaliteit van deze waarden? - Is in het plangebied, gelet op de geplande bodemingrepen, vervolgonderzoek noodzakelijk? 3.2
Methoden
De verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd door het laten zetten van vier mechanische boringen met een grote diameter. De werkzaamheden zijn op 21 en 22 november 2016 verricht door de Veld- en Laboratoriumgroep van het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam. De boorkernen van de boringen zijn op 28 en 29 november 2016 bij het BOOR beschreven, geanalyseerd en bemonsterd. De werkzaamheden zijn verricht door de heren R.D. van Dijk (Senior Veldtechnicus, BOOR) en D.E.A. Schiltmans (Senior KNA Prospector, BOOR). De analyse van het vondstmateriaal is in december uitgevoerd door de heer A.J. Guiran (Senior KNA Archeoloog, BOOR). De projectleiding was in handen van de heer D.E.A. Schiltmans. Het zetten van grondboringen is een non-destructieve manier van onderzoek die onder andere gebruikt kan worden om archeologische vindplaatsen te lokaliseren. Een archeologische laag is in de (guts)boor herkenbaar als een zogenaamde ‘vuile’ laag. Een dergelijke laag kan een oude leeflaag vertegenwoordigen en archeologische indicatoren bevatten zoals houtskool, bot, aardewerk of vuursteen. Ook afwijkingen in de reguliere bodemopbouw kunnen een goede indicatie voor menselijke activiteiten in het verleden zijn. Daarnaast kan door deze methode eenvoudig inzicht verkregen worden in de intactheid van de bodem in het plangebied.
Benadrukt moet worden dat kleinschalige archeologische verschijnselen zoals verkavelingspatronen, graven, grondsporen en andere zeer lokale archeologische resten slecht herkenbaar zijn in boringen. Gedurende het boren wordt tevens gelet op de geologische opbouw van de bodem. Inzicht in de bodemopbouw is noodzakelijk om beter te kunnen inschatten waar zich mogelijk archeologische waarden bevinden en om de archeologische potentie van een gebied te bepalen; zo kan er dus gericht archeologisch onderzoek plaatsvinden. In totaal zijn tijdens het verkennend inventariserend veldonderzoek vier mechanische boringen verricht. Vanwege de bestaande bebouwing in het plangebied moesten de boringen (direct) buiten het plangebied gezet worden (Afb. 4). Voor het boren in het gebied is gebruik gemaakt van een Holle Avegaarboor met een binnendiameter van 12 cm. Er is geboord vanaf het maaiveld tot minimaal 7,67 m - NAP (8,00 m - mv) in boring 4 en maximaal 8,64 m - NAP (8,00 m - mv) in boring 1. De boringen zijn in ieder geval doorgezet tot in de top van het veen behorend tot de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. De boorlocaties ten opzichte van RD en de hoogtes van het maaiveld ten opzichte van NAP zijn door de Veld- en Laboratoriumgroep van het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam met een GPS bepaald. 21
De continu gestoken boorkernen zijn in pvc schalen van 1 meter lengte aangeleverd aan het BOOR. Hier zijn de boorkernen beschreven, geanalyseerd en bemonsterd. Voor het registreren van de boorprofielen en eventueel aanwezige archeologische indicatoren is gebruik gemaakt van het boorbeschrijvingsprogramma Deborah2 versie 2.7b. Het opgeboorde materiaal is gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken). Voor de bepaling van het kalkgehalte van sedimenten is gebruik gemaakt van een zoutzuuroplossing (10%). In totaal zijn vierentwintig grondmonsters genomen (Tabel 2). Deze zijn gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 2 mm. De zeefresiduen zijn vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. 3.3
Resultaten
3.3.1
Geologie
Hieronder volgt een globale beschrijving van de vijf stratigrafische eenheden die in het bodemprofiel zijn onderscheiden. De eenheden worden van onder naar boven beschreven en zijn in de profielen van de boringen weergegeven (Afb. 5). Alle boorstaten zijn opgenomen in de bijlage. Voor een nadere toelichting op ouderdom, klimaat, landschap en archeologische periode wordt verwezen naar de tijdtabel op pagina 6. Klastisch pakket 1 Vanaf 6,97 m - NAP (6,33 m - mv) in boring 1 en 6,79 m - NAP (6,17 m - mv) in boring 2 is de top van een pakket klei aangeboord. In boringen 3 en 4 is de top van dit pakket niet bereikt. Van klastisch pakket 1 is alleen de bovengrens bepaald. De dikte is dus niet bekend. De minimaal waargenomen dikte bedraagt 167 cm in boring 1. De maximaal waargenomen dikte bedraagt 183 cm in boring 2. Klastisch pakket 1 bestaat over het algemeen uit een (bruin)grijze, matig siltige klei. De klei is zwak tot sterk humeus en kalkloos. In het pakket zijn humusvlekken en (veel) riet- en houtresten waargenomen. Naar beneden toe neemt het siltgehalte toe en neemt het humusgehalte af. Ook wordt de klei kalkrijk en bevat onder meer zandlagen. De overgang naar het bovenliggende veen van organisch pakket A is diffuus. Op basis van het bovenstaande kan klastisch pakket 1 gerekend worden tot de Formatie van Echteld.
Het vermoeden bestaat dat het pakket voornamelijk geïnterpreteerd kan worden als komafzettingen. Naar beneden toe gaan deze mogelijk over in estuariene afzettingen behorend tot de Formatie van Echteld (indien afgezet in een zoet milieu) of de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer (indien afgezet in een brak milieu), maar dit is op basis van onderhavig onderzoek niet met zekerheid te zeggen. Organisch pakket A Verspreid over het plangebied is in alle boringen vanaf gemiddeld 6,20 m - NAP (6,04 m mv), een pakket veen aangeboord. De top van het veen is aangetroffen op een minimale diepte van 5,13 m - NAP (4,49 m - mv) in boring 1 en op een maximale diepte van 7,34 m NAP (7,67 m - mv) in boring 4. Alleen in boringen 1 en 2 is de onderkant van het pakket veen bereikt en kon de dikte ervan vastgesteld worden. Deze bedroeg minimaal 126 cm in boring 2 en maximaal 184 cm in boring 1. Organisch pakket A bestaat over het algemeen uit een lichtbruin tot bruin, mineraalarm veen. Het veen heeft een normale consistentie en kan voornamelijk geïnterpreteerd worden als bosveen. Echter ook trajecten met rietveen zijn waargenomen. In boringen 2 en 3 zijn in het veen enkele dunne laagjes scheurklei aangetroffen. De top van het veen is in geen enkele boring intact aangetroffen. De overgang naar het bovenliggende antropogeen pakket I is scherp abrupt (boringen 1, 2 en 3).
Daar waar het veen wordt afgedekt door klastisch pakket 2 is de overgang scherp erosief (boring 4). Hier lijkt de top van het veen tevens aangetast te zijn door een houten (hei)paal, die door klastisch pakket 2 heen gaat. 22
Op basis van het bovenstaande kan organisch pakket A gerekend worden tot de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. Klastisch pakket 2 In boring 4 is direct op het veen, vanaf 7,08 m - NAP (7,41 m - mv), een dunne kleilaag aangetroffen. In de overige boringen is deze niet waargenomen. De dikte van de kleilaag bedraagt ‘slechts’ 26 cm. Klastisch pakket 2 bestaat uit een grijze, sterk siltige klei. De klei is zwak humeus en kalkrijk. De kleilaag bevat veel dunne zandlagen, schelpengruis en enkele plantenresten. Opgemerkt wordt dat een houten (hei)paal door klastisch pakket 2 heen gaat. De overgang naar het bovenliggende antropogeen pakket I is scherp abrupt. Op basis van het bovenstaande kan klastisch pakket 1 gerekend worden tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren. Het betreft het overstromingsdek dat vermoedelijk gevormd is rond het midden van de 12e eeuw. Een eventuele vroegere fase van de overstromingsafzettingen van het Laagpakket van Walcheren is niet aangetroffen tijdens onderhavig onderzoek. Antropogeen pakket I Verspreid over het plangebied is op organisch pakket A (boringen 1, 2 en 3) of op klastisch pakket 2 (boring 4) een, gemiddeld 347 cm dik, antropogeen pakket aangeboord. De dikte van het pakket varieert van 249 cm in boring 1 tot 484 cm in boring 4. De dikte in boring 2 is niet bekend, omdat de top niet is waargenomen.
De top van het antropogene pakket is aangetroffen op een minimale diepte van 2,24 m - NAP (2,57 m - mv) in boring 4. Antropogeen pakket I bestaat uit een heterogeen pakket (donker)(bruin)grijze, matig siltige tot sterk zandige klei, afgewisseld met (donker)grijs, zwak tot uiterst siltig zand. Zowel de klei als het zand zijn zwak tot sterk humeus en kalkrijk. Het gehele pakket bevat (veel) kleibrokken. Daarnaast zijn veel archeologische indicatoren, waaronder aardwerk, glas, baksteenpuin, mortel, botresten en leisteen, aangetroffen (Tabel 2). Het vondstmateriaal kan over het algemeen gedateerd worden in de 17e eeuw en later. De overgang naar het bovenliggende (sub)recent opgebrachte pakket is scherp abrupt. Antropogeen pakket I kan geïnterpreteerd worden als een dik pakket ophogingslagen, dat gerelateerd kan worden aan de kade of wal langs de Coolsingel, de 17e-eeuwse stadsuitbreiding van Rotterdam ten westen van de Coolsingel en de daarna voortschrijdende inrichting en het gebruik van het gebied. In paragraaf 3.3.2 wordt een nadere beschrijving van het antropogene pakket en de aangetroffen archeologische indicatoren gegeven. Opgebracht pakket De bovenste bodemlaag in het plangebied wordt gevormd door een (sub)recent opgebracht pakket bouwzand met een gemiddelde dikte van 232 cm.
De absolute dikte in boring 2 is niet bekend, omdat de basis van het opgebrachte pakket niet is waargenomen. 3.3.2
Archeologie
Zoals hierboven al is aangeven ligt antropogeen pakket I in boringen 1 tot en met 3 direct op het veen. Het in boring 4 op het veen aanwezige natuurlijk afgezette kleilaagje is op de locatie van de drie andere boringen misschien vergraven. De samenstelling van het, in dikte tussen 449 en 741 cm wisselende, pakket ophogingen, is in de vier boringen nogal verschillend. De bovenste 200 tot 270 cm bestaat uit (sub)recent opgebracht bouwzand. Het 249 tot 484 cm dikke antropogene pakket daar onder lijkt vooral uit ophogingslagen met opvallend veel baksteenpuin, mortel en afval uit de 17e en 18e eeuw te bestaan (Tabel 2). Duidelijke ‘loopniveaus’ of stenen vloeren zijn in de vier boringen niet waargenomen. Dit kan betekenen dat funderingen van gebouwen oorspronkelijk hoger moeten hebben gelegen en mogelijk niet meer aanwezig zijn. In de twee langs de Coolsingelzijde gezette boringen 3 en 4 zijn de ophogingen dikker en is de top van het veen verder naar beneden weggedrukt. Dit 23
kan er op wijzen dat de bebouwing direct langs de Coolsingel in aanvang hoger is aangelegd, dus op het niveau van de ‘kade’ langs de Coolsingel. Door de geringere dikte van de ophogingen op de achterterreinen, ter plaatse van boringen 1 en 2, is de natuurlijke ondergrond daar dan minder diep weggedrukt. Maar voorzichtigheid is geboden. Het is niet uit te sluiten dat er in dichtgegooide sloten of kuilen is geboord, zodat het beeld van de boringen niet heel representatief is voor de hele locatie. Het zou kunnen betekenen dat er niet overal in het plangebied zulke dikke antropogene pakketten aanwezig zijn als in de vier boringen. Een aanwijzing voor de aanwezigheid van een met afval dichtgestortte kuil zou bijvoorbeeld het 180 cm dikke pakket met de vele fragmenten aardewerk van de loodwitfabricage in boring 2 kunnen zijn (Tabel 2: monsternummers 8 tot en met 11). Ook in boring 4 is een enkel fragment van dergelijk (industrieel) aardewerk aangetroffen (Tabel 2: monsternummer 23). Boringen 2 en 4 zijn gezet bij het terrein waar in 1832 de loodwitfabriek van Abraham Demmers was gevestigd. De vindplaats wordt aangeduid met BOOR-vindplaatscode 12-92. Opgemerkt wordt dat in de projectie beide boringen net buiten het terrein van de loodwitfabriek lijken te zijn verricht (Afb. 3).
Mogelijk is dit het gevolg van de projectie van de kadastrale kaart van 1832 op de moderne topografie, maar het kan ook zijn dat het terrein oorspronkelijk groter was. Het industriële materiaal ontbreekt in boringen 1 en 3. Dit duidt er op dat het ‘bodemarchief’ nog aardig intact kan zijn, in die zin dat er geen vermenging met materiaal van de naastgelegen percelen heeft plaatsgevonden bij mogelijke latere bodemverstoringen. Onder de aangetroffen vondsten van het grove roodbakkende aardewerk van de loodwit potten, zijn er met en zonder loodglazuur aan de binnenzijde (Afb. 6). De aan de binnenzijde geglazuurde potten waren de zogenaamde oxydeer- of broeipotten. Hierin werd het loodwit vervaardigd met behulp van opgerolde stroken lood. Maar er is ook ongeglazuurd materiaal aangetroffen, hoogstwaarschijnlijk van (droog)potten, waarin het bewerkte en in een loodwitmolen gemalen materiaal werd gedroogd en/of verpakt. Beide stadia van de loodwitproductie zouden dus vertegenwoordigd kunnen zijn in het afvalmateriaal. Overigens is er geen historische aanwijzing voor de aanwezigheid van een windmolen op de locatie. Mogelijk is op de locatie met een tredmolen gemalen of anders elders toch in een windmolen.
24
2x wit glazuur schildpadmotief
1675-1725
2
1
2,46-2,66 3,10-3,30 -
-
++
++
3
1
2,66-2,87 3,30-3,51 -
-
+
+
4
1
2,87-3,00 3,51-3,64 -
-
+
+
5
1
3,16-3,38 3,80-4,02 1x geelbakkend Weser
circa 1700 (?)
+
+
2x flesseglas
+
Turf
Hout
Metaal
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
Schelpresten
Botresten
++
+ +
+
+
+
+
na 1650
1
3,38-4,27 4,02-4,91 1x roodbakkend loodglazuur
17e-19e eeuw
+++ +++
+
+
7
1
4,27-4,49 4,91-5,13 1x roodbakkend ongeglazuurd, dakpan
17e-19e eeuw
++
+
+
+
++
+ +
+
+
+
+
19e eeuw
8
2
2,75-3,00 3,37-3,62 1x roodbakkend loodglazuur
17e-19e eeuw
++
9
2
3,00-3,32 3,62-3,94 33x rood industrieel aardewerk (oxydeerpot)
17e -19e eeuw
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
3x fragment kleipijp
na 1600
1x fragment pijpaardenbeeld (?)
onbekend
10
2
3,32-3,60 3,94-4,22 58x rood industrieel aardewerk
na 1650
++
11
2
4,00-4,55 4,62-5,17 1x rood industrieel aardewerk
na 1650
+
12
2
4,55-4,91 5,17-5,53 1x geelbakkend Weser, radstempel
1600-1625
+
+
13
3
2,70-3,00 2,41-2,71 1x steengoed
18e-19e eeuw
++
++
1x inheems Romeins
Kiezel / grind
+
+
6
1x wit industrieel met glazuur
+
Visresten
+
Natuursteen
+
Leisteen
++
1650-1800
Sintel / slak
Plavuis
++
1x wit faience bord
Steenkool
Mortel
17e-18e eeuw
Vensterglas
Baksteen
2,00-2,46 2,64-3,10 1x roodbakkend loodglazuur
Dakpan
Datering
Overig materiaal (+ = aanwezig, ++ = veel aanwezig en +++ = heel veel aanwezig)
Materiaal
1
Monstername (in m - NAP)
Boring
1
Monstername (in m - mv)
Monsternummer
Dateerbaar materiaal (keramiek en glas)
0-200
Tabel 2. Vondstenlijst.
25
+
+
+
+ +
++
+
+
e
18 -19 eeuw
1x glas
1700-1900
5,44-5,69 5,15-5,40 1x roodbakkend loodglazuur
17e-18e eeuw e
17
3
5,69-5,89 5,40-5,60 1x roodbakkend loodglazuur
17 -18 eeuw
+
18
3
5,89-6,36 5,60-6,07 -
-
+
+
19
3
6,36-6,87 6,07-6,58 -
-
+
+
++
++ +
e
20
3
6,87-7,07 6,58-6,78 1x fragment kleipijp
18 eeuw
21
4
2,57-3,61 2,24-3,28 1x fragment bloempot
18e-19e eeuw
1x fragment bord roodbakkend met loodglazuur, standlobben
+
4
3,61-3,95 3,28-3,62 -
-
++
4
3,95-5,00 3,62-4,67 1x rood industrieel aardewerk
18e-19e eeuw
+
e
17 -18 eeuw
1x roodbakkend loodglazuur
17e-18e eeuw
1x roodbakkend
na 1350
1x fragment kleipijp
na 1600
1x fragment glas, beker
+
+
+
+
+
+
Metaal
Schelpresten
Botresten
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
17e-18e eeuw 17e-18e eeuw
Tabel 2 (vervolg). Vondstenlijst.
26
+
+
+ +
+
+
+
e
1x witbakkend met geel en groen glazuur
5,30-5,88 4,97-5,55 2x roodbakkend loodglazuur
+
18 eeuw
23
4
+
e
22
24
+
+
e
1x fragment tegel met wit glazuur
e
+
+
Hout
1675-1775
+
Turf
4,28-5,00 3,99-4,71 1x bord nederrijns
Kiezel / grind
+
18e-19e eeuw
Natuursteen
+
1x fragment tegel met wit glazuur
Leisteen
+
na 1600
Sintel / slak
++
1x fragment kleipijp
Steenkool
++
18e eeuw
Vensterglas
++
1x witbakkend met geel en groen glazuur
Dakpan
18e-19e eeuw
Visresten
4,00-4,28 3,71-3,99 1x steengoed
Plavuis
Mortel
3
Baksteen
16
3
Datering
15
Overig materiaal (+ = aanwezig, ++ = veel aanwezig en +++ = heel veel aanwezig)
Materiaal
3
Monstername (in m - NAP)
Boring
14
Monstername (in m - mv)
Monsternummer
Dateerbaar materiaal (keramiek en glas)
++
+
+
+
+
+
437.500
92.500
437.500
92.400
3 ! (
Coo
1 ! (
lsing el
L Sintucia straa
4 ! ( 437.400
437.400
t
2 ! (
v an Aert
2
! (
Nes
straa
t
boring met boornummer
´
plangebied 92.400
92.500
Afb. 4. Ligging uitgevoerde verkennende boringen.
27
0
20m Schaal 1:1.000
Kaart: Gemeente Rotterdam
3
30
-10
-20
-110
-110 PO2
-160
Op
kb
-210 PO1
kb vkb
Hoogte t.o.v. NAP in centimeters
PA3
M2
PA2
M3
PA2 ME
M4
AW2 PA2
vkb
-410 -460
M1
kb
-510
M5
OB1 AW1 PA3 ME
M6
AW2 PA3
M7
A
-610
-360
I
-560
1
-810 -860
-760 -810
zl1
AW3
M9
PA2
M10
AW1 PA2 ME
-560
-710
M8
I
vkb
-710 hv
kb
AW1 PA3
-160 -210
AW1 PA2
-420
kb
zvb
vkb
AW2 PA3 VO AW2 PA3
M14
M15
I
M12
A
zvb
AW1 PA2
kb
M17
M21
kb
OB1 PA3
-360
M22
-410
zkb
AW2 PA2 ME
M23
-460
I -510
vkb
-560
OB1 AW2 PA3 VO
M24
-610 M19
-670
AW1 VO PA2
-720
A
M20
sl1
-660 -710
zl2
2 A
-760
-770
X: 92509 Y: 437406
X: 92494 Y: 437454
zl1
AW1 PA3
M18
vkb
1
vkb
-310
M16
PA2
-620
hv
-260
M13
M11
-570 kl1
AW1 PA3
-470 -520
zkb
PO1
-320 -370
Op
-110
-170
-270
-510
-660
kb
Op
-220
-460
-610
-60
PO2
Op
-410
-660
-760
PO1
-310
Hoogte t.o.v. NAP in centimeters
vkb
-360
kb
-260
AW2 PA3 VO
kb
-120
-210
-260 -310
-70
Hoogte t.o.v. NAP in centimeters
-160
2
-60
Hoogte t.o.v. NAP in centimeters
1
-60
4
40
-860
X: 92446 Y: 437441
M5
X: 92460 Y: 437390
zand
zwak zandig
kl1
enkele kleilagen
weinig hout
klei
sterk zandig
sl1
enkele siltlagen
veel hout
veen
mineraalarm
zl1
enkele zandlagen
spoor hout en riet
OB1
enkel fragment onverbrand bot
hout
zwak kleiig
zl2
veel dunne zandlagen
weinig hout en riet
AW1
enkel fragment aardewerk
geen monster
sterk kleiig
hv
humusvlekken
veel hout en riet
AW2
fragmenten aardewerk
zwak siltig
kb
kleibrokken
spoor plantenresten
AW3
veel fragmenten aardewerk
matig siltig
vkb
veen- en kleibrokken
weinig plantenresten
PA2
fragmenten puin
sterk siltig
zkb
zand- en kleibrokken
veel plantenresten
PA3
veel fragmenten puin
uiterst siltig
zvb
zand- en veenbrokken
spoor riet
PO1
enkel fragment puin (onbepaald)
zwak humeus
weinig riet
PO2
fragmenten puin (onbepaald)
matig humeus
veel riet
VO
visresten (onverbrand)
sterk humeus
schelpengruis
ME
metaal
monsternummer
schelpfragment schelpfragment marien
1
klastisch pakket 1 (Formatie van Echteld)
A
organisch pakket A (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket)
2
klastisch pakket 2 (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren)
I
antropogeen pakket I
Op
opgebracht pakket
Afb. 5. Profielen van de boringen. Voor ligging zie afbeelding 4.
28
schelp compleet marien
volledig gereduceerd
Afb. 6. Een deel van het aangetroffen aardewerk van de loodwitmakerij uit monsternummer 10.
29
30
4
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In november en december 2016 is in het plangebied Coolsingel 75 te Rotterdam een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek bestond uit het verrichten, beschrijven, analyseren en bemonsteren van vier mechanische boringen. Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het plangebied een bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is verricht omdat bij de nieuwbouw in het plangebied grond- en heiwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd die ten minste reiken tot 3,95 m - NAP. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen deze hierbij worden aangetast of vernietigd. 4.1
Conclusies
Ten aanzien van de geformuleerde onderzoeksvragen kan op basis van het onderzoek het volgende worden geconcludeerd. Wat is de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied? Wat is de mate van gaafheid van de bodemopbouw in het plangebied? De diepst aangeboorde afzettingen in het plangebied bestaan voornamelijk uit komafzettingen die gerekend kunnen worden tot de Formatie van Echteld. De afzettingen, waarvan de intacte top is waargenomen vanaf minimaal 6,79 m - NAP (6,17 m - mv), zijn enkel aangetroffen in boringen 1 en 2. Naar beneden toe gaan de komafzettingen mogelijk over in estuariene afzettingen, maar dit is op basis van onderhavig onderzoek niet met zekerheid te zeggen. Hierboven is in alle boringen, vanaf gemiddeld 6,20 m - NAP (6,04 m - mv), een pakket veen aangeboord dat gerekend kan worden tot de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. Het pakket is op een minimale diepte van 5,13 m - NAP (4,49 m - mv) waargenomen. De top van het veen is echter in geen enkele boring intact aangetroffen. Het veen is aangetast door enerzijds antropogene activiteiten en anderzijds door de erosieve werking van de laatmiddeleeuwse overstromingen in het gebied. Alleen in boring 4 is direct op het veen, vanaf 7,08 m - NAP (7,41 m - mv), een dunne kleilaag aangetroffen. Deze kleilaag kan gerekend worden tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren.
Het betreft het restant van het overstromingsdek dat vermoedelijk gevormd is rond het midden van de 12e eeuw. Ook de top van deze kleilaag is aangetast door antropogene activiteiten. Tevens lijkt de kleilaag diep weggedrukt. Een eventuele vroegere fase van de overstromingsafzettingen van het Laagpakket van Walcheren is niet aangetroffen tijdens onderhavig onderzoek. Op het veen (boringen 1 tot en met 3), dan wel op de overstromingsafzettingen (boring 4), ligt een dik pakket ophogingslagen, dat gerelateerd kan worden aan de kade of wal langs de Coolsingel, de 17e-eeuwse stadsuitbreiding van Rotterdam ten westen van de Coolsingel en de daarna voortschrijdende inrichting en het gebruik van het gebied. In de ophogingen zijn veel vondsten aangetroffen die voornamelijk gedateerd konden worden in de 17e eeuw en later. De top van het antropogene pakket is aangeboord op een minimale diepte van 2,24 m NAP (2,57 m - mv). De bovenste bodemlaag in het plangebied wordt gevormd door een (sub)recent opgebracht pakket bouwzand met een gemiddelde dikte van 232 cm. Zijn in het plangebied stratigrafische niveaus met archeologische potentie aanwezig? Op welke diepte bevinden deze niveaus zich? Uit het verkennend inventariserend veldonderzoek is gebleken dat de top van de komafzettingen (Formatie van Echteld) intact aanwezig is in het gebied.
Voor deze afzettingen geldt echter een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Mesolithicum en Neolithicum. Vindplaatsen uit de Bronstijd worden niet verwacht in het plangebied. De top van het veen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket),
31
waarvoor een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting gold voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot in de 12e eeuw), is aangetast door enerzijds antropogene activiteiten en anderzijds als gevolg van de laatmiddeleeuwse overstromingen in het gebied. Ook de top van het laatmiddeleeuwse overstromingsdek is geroerd door antropogene activiteiten. Tijdens het verkennend inventariserend veldonderzoek is echter een 249 tot 484 cm dik pakket ophogingslagen uit de 17e eeuw en later aangetroffen. De top bevindt zich op een minimale diepte van 2,24 m - NAP (2,57 m - mv). De onderzijde van het antropogene pakket is waargenomen op een maximale diepte van 6,78 m - NAP (7,07 m - mv). Vooral voor het zuidelijke deel van het plangebied geldt een zeer hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van bewoningssporen en vondsten die gerelateerd kunnen worden aan enerzijds de loodwitmakerij die hier in het verleden gestaan heeft en anderzijds de historische bebouwing hier direct ten noorden van. Het vermoeden bestaat dat het antropogene pakket boven het veen of de overstromingsafzettingen in ieder geval deels intact aanwezig is. Voor een deel zal de top echter zijn aangetast bij bijvoorbeeld de aanleg van de huidige kelder in een deel van het plangebied.
Tot welke diepte het antropogene pakket is verstoord bij de bouw van het huidige gebouw is niet bekend. Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig en kan, indien mogelijk, een eerste indruk gegeven worden van de datering, aard en kwaliteit van deze waarden? Verspreid over het gebied is een dik pakket ophogingslagen aangetroffen dat op basis van het aangetroffen vondstmateriaal gedateerd kan worden in de 17e eeuw en later. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het zuidelijke deel van het plangebied mogelijk al vanaf de 17e eeuw een loodwitfabriek heeft gestaan. Tijdens het veldonderzoek zijn juist in deze zone veel fragmenten aardewerk van de loodwitfabricage aangetroffen (BOORvindplaatscode 12-92). Mogelijk is ook een met afval dichtgestorte kuil aangeboord. In het noordelijke deel ontbreekt het industriële afval. Direct ten noorden van het terrein van de loodwitmakerij, zoals dat in 1832 op de kadastrale kaart is aangegeven, is op dat moment een met kleine huisjes volgebouwd achtererf aanwezig. Mogelijk besloeg de loodwitmakerij oorspronkelijk een groter terrein. Concluderend kan gesteld worden dat de kans zeer groot is dat bij de geplande werkzaamheden, die ten minste reiken tot 3,95 m - NAP, archeologische waarden verstoord zullen worden.
Vermoedelijk zijn in het zuidelijke deel van het plangebied onder de huidige bebouwing, souterrains en kelder resten van de loodwitfabriek en afval van de fabricage van loodwit aanwezig. Ook worden in het zuidelijke deel resten van andere historische bebouwing verwacht. Archeologische waarden van vóór de Nieuwe tijd worden niet verwacht in het plangebied. 4.2
Aanbevelingen
Op basis van bovenstaande conclusies luidt de aanbeveling voor het plangebied Coolsingel 75 te Rotterdam dat er archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is in het zuidelijke deel van het plangebied (Afb. 7). Voorgesteld wordt om in deze zone, direct aansluitend op de sloop van de huidige bebouwing, souterrains en kelder, een (beperkt) archeologisch onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding van de geplande werkzaamheden (waaronder het uitgraven van de bouwput) uit te voeren. De exacte vorm van dit onderzoek is afhankelijk van de aard en omvang van de geplande werkzaamheden en de wijze waarop deze worden uitgevoerd. Nader overleg over de inpassingsmogelijkheden van de archeologische werkzaamheden in de bouwstroom is dan ook gewenst. Voor het noordelijke deel van het plangebied hoeven geen voorzieningen te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien (Afb. 7). Zonder verder archeologisch onderzoek kan worden gestart met de voorgenomen werkzaamheden in dit deel van het plangebied. Wel dient altijd rekening gehouden te worden met zogenaamde
32
toevalsvondsten. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, zoals aangegeven staat in de herziene Monumentenwet 1988, artikel 53, lid 1. Het BOOR is bereid The Missing Link hierin te adviseren. Bevoegd gezag Het bevoegd gezag in deze is de gemeente Rotterdam, vertegenwoordigd door de afdeling Beheer en Beleid van het BOOR. Ten aanzien van de conclusies en aanbevelingen in dit rapport dient The Missing Link contact op te nemen met de heer A.H. Carmiggelt. Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) t.a.v. de heer drs. A.H. Carmiggelt Ceintuurbaan 213b 3051 KC Rotterdam Tel. 010-4898500 E-mail boor@rotterdam.nl
33
437.500
92.500
437.500
92.400
Coo l si n g el
L Sintucia st r a a 437.400
437.400
t
v an Aert
Nes
st r a a
t
archeologische begeleiding geen vervolgonderzoek
´
plangebied 92.400
92.500
Afb. 7. Aanbevelingen voor het plangebied Coolsingel 75 te Rotterdam.
34
0
20m Schaal 1:1.000
Kaart: Gemeente Rotterdam
GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur Guiran, A.J. en O. Brinkkemper, 2007: Rotterdam-RandstadRail: Archeologisch onderzoek 1. Emplacement Centraal Station. Onderzoek van vindplaats 05-42 uit het Laat Mesolithicum gelegen op en bij een rivierduin door middel van mechanische boringen, Rotterdam (BOORrapporten 318). Hazewinkel, H.C., 1934: De opkomst van drie nieuwe industrieën in XVIIde-eeuwsch Rotterdam, Rotterdams Jaarboekje 1934, reeks 4, jaargang 2, 61-85. Mac Lean, J., 1979: Loodwitfabrieken in de negentiende eeuw, Rotterdams Jaarboekje 1979, reeks 8, jaargang 7, 233-252. Meer, A. van de en D.E.A. Schiltmans, 2013: Rotterdam Cooltoren. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen, Rotterdam (BOORrapporten 545). Ploegaert, P.H.J.I., 2015: Rotterdam Timmerhuis. Archeologisch onderzoek tussen Rodezand en Haagseveer. Een dijk uit de 13e eeuw en de stedelijke ontwikkeling vanaf de 14e eeuw, Rotterdam (BOORrapporten 541). Roeloffzen, A.B., 1988: Loodwit-, vernis- en verffabrieken in de gemeente Rotterdam (notitie voor B en W van Rotterdam en leden van de projectgroep Bodem Rotterdam). Schiltmans, D.E.A. en A. van de Meer, 2014: Rotterdam Parkeergarage Kruisplein.
Een verkennend inventariserend veldonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding door middel van grondboringen en profielwaarnemingen, Rotterdam (BOORrapporten 496). Smink, E., 1983: Vondsten van bedrijfsaardewerk uit de Haarlemmertrekvaart van loodwitmolen De Star. Een beknopte geschiedenis van de loodwitindustrie, Holland 15, 4051. Zijl, W., 2012: Rotterdam Forum Coolsingel. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen, Rotterdam (BOORrapporten 540). Overige bronnen Archis, Archeologisch informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl in december 2016). BOOR, 2005: Archeologische Waardenkaart Rotterdam, Rotterdam (vastgesteld op 31 januari 2006). BOORIS, Archeologisch informatiesysteem van het BOOR (in december 2016). HISGIS, basissysteem voor het opslaan en ontsluiten van lokaliseerbare historische en landschapshistorische informatie (www.hisgis.nl in december 2016).
35
NITG-TNO 1998: Geologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad Rotterdam Oost 37 Oost, Haarlem. Provincie Zuid-Holland, 2007: Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland, kaart 1b (Archeologie waarden) (http://geo.zuid-holland.nl/geo-loket/kaart_chs.html in december 2016). SIKB voor kwaliteitsrichtlijnen voor de archeologie (http://www.sikb.nl/archeologie/richtlijnen). Uitgeverij 12 Provinciën, 2005: Luchtfoto-Atlas Zuid-Holland. Loodrechtluchtfoto’s provincie Zuid-Holland, schaal 1:14.000, Landsmeer.
36
AFKORTINGEN AHN AMK AMZ Archis AWK BOOR BOORIS GPS HISGIS KNA LS mv NAP RD SIKB TNO VS
Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumentenkaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Archeologische Waardenkaart Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam Archeologisch informatiesysteem van het BOOR Global Positioning System Historisch Geografisch Informatiesysteem Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie Afkorting voor specificatie Bureauonderzoek (binnen de KNA) maaiveld Normaal Amsterdams Peil Rijksdriehoek Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek Afkorting voor specificatie Inventariserend Veldonderzoek (binnen de KNA)
37
38
BIJLAGE 1: BOORSTATEN
39
boring: 622-1 beschrijver: DS, datum: 28-11-2016, X: 92.446,21, Y: 437.440,95, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37H, hoogte: -0,64, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Holle Avegaar 120 mm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rotterdam, plaatsnaam: Rotterdam, opdrachtgever: The Missing Link, uitvoerder: BOOR
0 cm -Mv / 0,64 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, kleibrokken, los (alleen zand en veen), matig grof, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: bouwzand Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: met grind
160 cm -Mv / 2,24 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, grijs, kleibrokken, los (alleen zand en veen), matig grof, kalkrijk Bodemkundig: volledig gereduceerd, interpretatie: bouwzand Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: met grind
200 cm -Mv / 2,64 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, sterk humeus, donkergrijsbruin, veen- en kleibrokken, matig stevig, schelpfragment, weinig hout, kalkrijk Archeologie: fragmenten aardewerk, veel fragmenten bouwpuin, visresten (onverbrand), interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 1; o.a. ook met vensterglas, leisteen en metaal
246 cm -Mv / 3,10 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, kleibrokken, normaal (alleen zand en veen), matig grof, kalkrijk Archeologie: veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 2
266 cm -Mv / 3,30 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, sterk humeus, donkerbruingrijs, kleibrokken, matig stevig, weinig hout, kalkrijk Archeologie: fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 3
287 cm -Mv / 3,51 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, sterk humeus, donkergrijsbruin, veen- en kleibrokken, los (alleen zand en veen), schelpfragment, kalkrijk Archeologie: fragmenten bouwpuin, metaal, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 4; o.a. ook met vensterglas
300 cm -Mv / 3,64 m -NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: geen monster
316 cm -Mv / 3,80 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, matig humeus, bruingrijs, veen- en kleibrokken, slap, kalkrijk Archeologie: fragmenten aardewerk, fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 5
338 cm -Mv / 4,02 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, kleibrokken, normaal (alleen zand en veen), zeer grof, kalkrijk Archeologie: enkel fragment onverbrand bot, enkel fragment aardewerk, veel fragmenten bouwpuin, metaal, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 6; o.a. ook met vensterglas
427 cm -Mv / 4,91 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, uiterst siltig, matig humeus, bruingrijs, kleibrokken, normaal (alleen zand en veen), matig grof, kalkrijk Archeologie: fragmenten aardewerk, veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 7; o.a. ook met vensterglas en leisteen
449 cm -Mv / 5,13 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, bruin, bosveen, normaal (alleen zand en veen), veel hout en riet Litho-stratigrafie: Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket Opmerking: natuurlijk
476 cm -Mv / 5,40 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, bruin, rietveen, normaal (alleen zand en veen), veel riet Litho-stratigrafie: Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
500 cm -Mv / 5,64 m -NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: geen monster
516 cm -Mv / 5,80 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, bruin, bosveen, normaal (alleen zand en veen), veel hout en riet Litho-stratigrafie: Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
600 cm -Mv / 6,64 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, zwak kleiig, lichtbruin, rietveen, normaal (alleen zand en veen), veel riet Litho-stratigrafie: Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
633 cm -Mv / 6,97 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, matig stevig, weinig riet, kalkloos Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
643 cm -Mv / 7,07 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, grijs, humusvlekken, matig stevig, spoor riet, kalkloos Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
662 cm -Mv / 7,26 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, grijs, humusvlekken, matig stevig, weinig hout en riet, kalkloos Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
687 cm -Mv / 7,51 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, grijs, humusvlekken, matig stevig, veel hout, kalkloos Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
734 cm -Mv / 7,98 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, matig stevig, veel hout, kalkrijk Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
770 cm -Mv / 8,34 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, matig stevig, kalkrijk Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
783 cm -Mv / 8,47 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, grijs, enkele zandlagen, matig stevig, kalkrijk Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
Einde boring op 800 cm -Mv / 8,64 m -NAP
boring: 622-2 beschrijver: DS, datum: 28-11-2016, X: 92.460,42, Y: 437.390,37, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37H, hoogte: -0,62, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Holle Avegaar 120 mm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rotterdam, plaatsnaam: Rotterdam, opdrachtgever: The Missing Link, uitvoerder: BOOR
0 cm -Mv / 0,62 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, kleibrokken, los (alleen zand en veen), matig grof, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: bouwzand Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: met grind
168 cm -Mv / 2,30 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, kleibrokken, los (alleen zand en veen), matig grof, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: volledig gereduceerd, interpretatie: bouwzand Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: met grind
200 cm -Mv / 2,62 m -NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: geen monster
275 cm -Mv / 3,37 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, kleibrokken, los (alleen zand en veen), matig grof, kalkrijk Archeologie: enkel fragment aardewerk, veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 8; monster niet op goede plek?
300 cm -Mv / 3,62 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkergrijs, kleibrokken, matig slap, kalkrijk Archeologie: veel fragmenten aardewerk, fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 9
332 cm -Mv / 3,94 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, sterk humeus, donkerbruingrijs, slap, weinig hout, kalkrijk Archeologie: veel fragmenten aardewerk, fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 10; lijkt slootvulling/kuil, vies
360 cm -Mv / 4,22 m -NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: geen monster
400 cm -Mv / 4,62 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruingrijs, matig stevig, schelpfragment, veel hout, kalkrijk Archeologie: enkel fragment aardewerk, fragmenten bouwpuin, metaal, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 11; met veel recent hout, of toch geroerde overstromingsafzettingen?
455 cm -Mv / 5,17 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, grijs, veen- en kleibrokken, stevig, spoor plantenresten, kalkrijk Archeologie: enkel fragment aardewerk, fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 12; gevlekt, of toch geroerde overstromingsafzettingen?
491 cm -Mv / 5,53 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, bruin, bosveen, normaal (alleen zand en veen), veel hout en riet Litho-stratigrafie: Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket Opmerking: natuurlijk
546 cm -Mv / 6,08 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, bruin, enkele kleilagen, bosveen, normaal (alleen zand en veen), veel hout Litho-stratigrafie: Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket Opmerking: met twee laagjes scheurklei (1 cm dik), op 5,47 m en 5,60 m - mv
561 cm -Mv / 6,23 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, bruin, bosveen, normaal (alleen zand en veen), veel hout Litho-stratigrafie: Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
600 cm -Mv / 6,62 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, lichtbruin, rietveen, normaal (alleen zand en veen), veel riet Litho-stratigrafie: Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
617 cm -Mv / 6,79 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig siltig, sterk humeus, lichtgrijsbruin, matig stevig, veel riet, kalkloos Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
634 cm -Mv / 6,96 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, grijs, humusvlekken, matig stevig, weinig hout en riet, kalkloos Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
667 cm -Mv / 7,29 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, grijs, enkele siltlagen, matig stevig, spoor hout en riet, kalkrijk Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
712 cm -Mv / 7,74 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, grijs, enkele zandlagen, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld
Einde boring op 800 cm -Mv / 8,62 m -NAP
boring: 622-3 beschrijver: DS, datum: 29-11-2016, X: 92.494,21, Y: 437.454,14, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37H, hoogte: 0,29, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Holle Avegaar 120 mm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rotterdam, plaatsnaam: Rotterdam, opdrachtgever: The Missing Link, uitvoerder: BOOR
0 cm -Mv / 0,29 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, kleibrokken, los (alleen zand en veen), matig grof, schelp compleet marien, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: bouwzand Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: met grind
200 cm -Mv / 1,71 m -NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: geen monster
258 cm -Mv / 2,29 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, los (alleen zand en veen), matig grof, schelp compleet marien, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: bouwzand Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: met grind
270 cm -Mv / 2,41 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, kleibrokken, normaal (alleen zand en veen), matig grof, schelpfragment, kalkrijk Bodemkundig: volledig gereduceerd Archeologie: enkel fragment aardewerk, veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 13
300 cm -Mv / 2,71 m -NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: geen monster
400 cm -Mv / 3,71 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, matig humeus, grijs, zand- en veenbrokken, matig stevig, schelpfragment, kalkrijk Archeologie: fragmenten aardewerk, veel fragmenten bouwpuin, visresten (onverbrand), interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 14
428 cm -Mv / 3,99 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, sterk humeus, donkerbruingrijs, veen- en kleibrokken, matig stevig, schelpfragment, weinig hout, kalkrijk Archeologie: fragmenten aardewerk, veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 15; o.a. ook met vensterglas
500 cm -Mv / 4,71 m -NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: geen monster
544 cm -Mv / 5,15 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, sterk humeus, bruingrijs, zand- en veenbrokken, matig stevig, schelpfragment, kalkrijk Archeologie: enkel fragment aardewerk, fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket Opmerking: monsternummer 16