21bb703 Bijlage 4 behorende bij 21bb1736 - Cultuurhistorisch onderzoek behorend bij Masterplan Parkhaven
Tekst van het document
PARK
4. smal, groen profiel Kievitslaan 2. kleine boomgroepen en solitaire bomen 1. waterpartij
PARKKADE
PARK
MAAS
MAASTUNNEL
PARKHAVEN
1. kleine boomgroepen en solitaire bomen 2. hoog dijktalud
3. breed wegprofiel Westzeedijk
3. laag dijktalud
PARKLAAN
PARK
PARK
WESTZEEDIJK
ERASMUS MC
KIEVITSLAAN
STEENHUISMEURS BV
49
GROENE SCHEG
PARKLAAN
C
Beschermd Stadsgezicht Scheepvaartkwartier
SCHOONOORD
B
WAARDERING HET PARK Monumentenbiotoop Waterpartijen
D
ijk
ed
tze
s We
Gazons
5
4
2 3
Bebouwing in het Park
1: Huis Den Heuvel, 2: Villa Parkzicht, 3: Koetshuis, 4: Noorse Kerk 5. Chalet Suisse, 6: Parkheuvel
AS
Landschap
dod
NN
EL
BE
PL
A
AN
end
ron
alle
e
6
TIN
G voo
rm
rkh
eu
ve
l
Aanhechtingen met groenstructuren verweven Het Park met de omringende stad
rho
TU
Stedenbouw Zichtrelatie met omringende stad en havens Beleving Park vanuit stad en havens en vanaf de rivier
Pa
rkh
Solitaire bebouwing, zichtbaar boven de groene omlijsting van Het Park
alig
ed
ijk
groen e van s wand als o tad- e n n hav derbrekin g enlan dscha p
MA
Wandelpaden
Pa
Bomen en beplanting
1
av
en
A: Euromast, B: Parkflat, C: Erasmus MC, D: Westerlaantoren/Van Ommeren
Entrees (aansluitingen stedelijk weefsel)
Randen van het Park (in de lucht en op maaiveld) Doorsnede zuid - noord
Doorsnede west - oost
150
doorsnedelijn nog in 3D tekenen
150
Erasmus MC
Erasmus MC Parkflats
100
100
50
50
0m
0m
Tunnelbak Maas
50
Parklaan
Baden Powelllaan (voormalige dijk)
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Parkhaven Parklaan
Bult Parkkade
Westzeedijk
KWALITEITEN CULTUURHISTORIE Landschap - Kenmerkende landschapsaanleg van de Zochers: gebogen waterpartijen, gazons, bloemperken, slingerpaden, een rijweg, dijkelementen; - Dicht begroeide randen, waarin de perfecte illusie van het park kan bestaan. De stad dringt hierin binnen, maar staat altijd in de tweede lijn (oftewel: solitairen die boven de groene lijst uitrijzen, een groene allee die vanuit de groene omlijsting de stad in voert). De (voormalige) dijken en beplanting daarop versterken de beslotenheid en de ligging van het Park als een groene kamer in de stad; - Parkmeubilair, hekwerk, fonteinen, beelden; - Rododendronallee; - Aansluiting op de tuin van Schoonoord (eveneens een rijksmonument). Stedenbouw - Een massief groen kader, als rustmoment in de stenige stad en havens; - Integratie van het Park via de Parklaan in de stad (groene trechter); - Eindpunt van de luxe woonkwartieren, groene buffer naar (voormalige) fabrieks- en haventerreinen rondom Delfshaven; - Beleving van de omringende stad vanuit het park: Parklaan, solitaire bebouwing (boven de groene omlijsting), verhoogd uitkijkpunt; - Zichtlijnen op het Park vanaf de rivier en vanuit de stad (Westzeedijk, Museumpark, Parksluizen / Droogleever Fortuynplein, Coolhaven, Maastunneltracé).
Architectuur - Huis Den Heuvel (18e eeuw); - Villa Parkzicht (opvolger Officierssociëteit, 1912); - Koetshuis met woning (J.F. Metzelaar, 1870); - Noorse kerk (1914); - Chalet Suisse (E55, 1955); - Parkheuvel (1988); - Plaatsing Euromast (H.A. Maaskant), op de as van de Parklaan, vlak buiten het park (1960); - Omringende bebouwing: Parkflat (E.F. Groosman), hoogbouw Medische Faculteit (A. Hagoort en J. Prouvé), Westerlaanflat (Verhave, Luyt, De Jong / EHA). Cultuurhistorie - Betekenis van het park als deel van de negentiendeeeuwse stadsconceptie, als eindpunt en ontspanningsoord in het luxe kwartier van Rotterdam; - Voorbeeld van de eerste generatie stadsparken en belangrijk werk uit het oeuvre van de Zochers; - Cultureel en recreatief centrum voor het westen van Rotterdam, in samenhang met het Museumpark (de groene scheg); - Locatie van belangrijke manifestaties, Rotterdam Ahoy, E55, Floriade, Poetry International / Dunya; - Sociale betekenis voor Rotterdam: bijzondere restaurants, sociëteit en discotheek, Rotterdamse buitenplaats in de stad, collectieve verblijfsruimte.
RELATIE MET DE PARKHAVENKADE De Parkhavenkade heeft op drie manieren impact op de monumentale waarde van het Park: - De Parkhaven is onderdeel van de ‘groene scheg’, zoals door P. Verhagen als een privaat initiatief voor de stad bedacht (1924), door W.G. Witteveen in de plannen voor het Land van Hoboken opgenomen (1926, 1930) en in het Binnenstadsplan (1985) als Parkendriehoek aangeduid. Vanaf de Maas biedt de Parkhaven een groene aanblik op de stad (vanwege de rand van het Park), met de vrij in het groen geplaatste Euromast als baken. - De Parkhavenkade ligt, gezien vanuit het Park, pal achter de westelijke parkrand. Deze is opgebouwd uit een dicht aangeplante strook met planten en bomen, die de achterliggende stad aan het zicht onttrekt. Alleen de Euromast is (prominent) uit het Park zichtbaar. - De Parkhavenstrook heeft een aanvullende recreatieve programmering, als een soort ‘side-kick’ van het Park – met functies die zich lastig in een Engelse landschapsaanleg laten vangen. In het verleden waren dat tennisbanen, tegenwoordig is het een midgetgolf, een uitloop langs de kade, fiets- en wandelroutes richting de Maastunnel en een reeks (sleetse) feestboten, zoals de berenboot, de pannenkoekenboot, New Ocean Paradise, de Lasergameboot en Partyboot Ameland.
STEENHUISMEURS BV
51
PARKSLUIZEN
Bouw van de Parksluizen, 1922. [SAR] Parksluizen met op de achtergrond het GEB-gebouw, z.j. [eigen collectie]
Sinds 1391 liep de Delfshavense Schie via de Aelbrechtskolk en de Voorhaven door het historisch centrum van Delfshaven naar de Maas. In de Coolpolderplannen van G.J. de Jongh uit 1883 en 1887 werd ten oosten van Delfshaven een parallelle waterstructuur voorgesteld, bestaande uit de Parkhaven en de Coolhaven, met een aansluiting op de Delfshavense Schie. Zo zou buiten oudDelfshaven om een vaarverbinding tussen Overschie en de Maas ontstaan. Het maken van een binnendijkse haven impliceerde dat Schielands Hoge Zeedijk (de Westzeedijk) doorgraven diende de worden. Hier moesten schutsluizen komen, die ook de functie van hoofdwaterkering zouden hebben. Dat werden de Parksluizen, die in 1933 tegelijk met de Coolhaven in gebruik werden genomen. Voortaan konden voor die tijd grote binnenvaartschepen (tot 2.000 ton) de Delfshavense Schie bevaren. De bouw van het sluizencomplex duurde twee jaar. Het ontwerp was van ir. C. Franx en B. van der Lecq. Het schutten gebeurt middels omloopriolen in de sluishoofden. De grote sluis is met roldeuren uitgerust, de kleine met segmentschuiven. Dit systeem werd door ir. J.F.W. Burky ontworpen en werd hier voor het eerst toegepast. Opvallend aan de Parksluizen is het uniforme gebruik van donkere baksteen voor de kades, de sluizen en de gebouwen.
De groenaanleg (heggen, beplanting) versterkte de samenhang van het complex en bracht wat verzachting in de stenige wereld, maar is grotendeels verdwenen. In 1963 is het complex op deltahoogte gebracht (4,75 m +NAP). Sinds 2009 zijn de Parksluizen een rijksmonument, waarbij 15 onderdelen zijn onderscheiden: 1. Grote Parksluis; 2. Kleine Parksluis; 3. 1e Parkhavenbrug; 4. 2e Parkhavenbrug; 5. 1e Coolhavenbrug; 6. 2e Coolhavenbrug,
52
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
7. Kantoorgebouw Havendienst; 8. Bedieningsgebouw buitensluishoofd (grote sluis); 9. Bedieningsgebouw binnensluishoofd (grote sluis); 10. Bedieningsgebouw buitensluishoofd (kleine sluis); 11. Bedieningsgebouw binnensluishoofd (kleine sluis); 12. Havenkantoor (voormalig rapporteerbureau); 13. Transformatorgebouw; 14. Transformatorgebouw annex kiosk en 15. Motorgebouwtje.
Parksluizen vanaf de Coolhaven gezien, met daarachter Parkhaven en de Maas. Op de voorgrond het Rijksbelastingsgebouw, z.j. [eigen collectie] Parksluizen, met het Park op de achtergrond. De hegbeplanting is hier nog aanwezig. 1956. [eigen collectie]
Parksluizen vanuit de lucht, met linksonder Parkhaven en bovenin Coolhaven. Links het Rijksbelastingskantoor Puntegaal, en rechts een deel van het Droogleever Fortuynplein, z.j. [pinterest]
TYPERING De Parksluizen zijn een civieltechnisch en architectonisch kunstwerk, waar techniek en esthetiek prachtig in samenkomen. Het sluizencomplex ligt op een prominente plaats in het westen van Rotterdam en vormt samen met het Droogleever Fortuynplein een verkeersknoop, bestaande uit een drukke vaarroute en twee belangrijke verkeerswegen: de Westzeedijk (oost-west) en de Maastunneltraverse (noord-zuid). Te midden van al het scheepvaart- en wegverkeer zijn de Parksluizen zowel deel van het spektakel als een baken van rust – door de heldere en samenhangende opzet met twee naast elkaar gelegen schutsluizen, omringd door negen paviljoens (bedieningsgebouwen, technische ruimten, kantoor) en bruggen op de sluiskoppen. Het ensemble is op te vatten als een autonoom geheel, maar kan ook worden gezien als een schakel in de Westzeedijk, de afronding van de Coolhaven en de afsluiting van de Parkhaven. In oost-westrichting liggen het Droogleever Fortuynplein en de Parksluizen zij aan zij in de Westzeedijk. Het geheel is een verkeersmachine op meerdere niveaus, opgebouwd uit bruggen, viaducten, sluizen, tunnels en groen. De verkeersbeleving is grootstedelijk, gegeven de drukte, de hectiek, de omringende gebouwencomplexen
STEENHUISMEURS BV
53
Bedieningsgebouw en brug over de Grote Parksluis, op de achtergrond Little C in aanbouw. [eigen foto]
54
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Zicht op de Parkhaven en Maas vanaf de Parksluizen, met rechts de Müllerpier. [eigen foto] De materialisatie van de kades en gebouwen van de Parksluizen heeft een familieverband met omliggende gebouwen, waaronder het belastingskantoor Puntegaal, hier op de achtergrond. [eigen foto]
Parksluizen en omgeving [eigen foto’s]
Zichtlijn over de Parkhaven op de Maas
Zichtlijn over het Droogleever Fortuynplein op Puntegaal en de Parksluizen
Beëindiging van Coolhaven, zichtrelatie met Coolhaven en GEB-gebouw
Oriëntatie op het Park
(zoals Erasmus MC) en de lange zichtlijnen op de stad. Tegelijk is de beleving ook landschappelijk, vanwege de aanwezigheid van het water, de Westzeedijk en de zichtlijnen over de Parkhaven naar de Maas en op het groene massief van de noordelijke en westelijke rand van het Park. De verkeersbeleving heeft ook een architectonisch aspect: de samenhang van de jaren dertig bouwkunst van de Parksluizen met het Belastingkantoor Puntegaal (H. Hoekstra, hoofdarchitect van de Rijksgebouwendienst, 1938-1948) en de omringende kades. De Coolhaven was in 1933 klaar. Binnen enkele jaren ontstond er een ensemble van voornamelijk grote (openbare) gebouwen omheen, met sterke onderlinge familiebanden: de hogeschool, de GEB-toren, de Machinistenschool en het Belastingkantoor Puntegaal. De samenhang zit vooral in het materiaalgebruik (donkere baksteen), de bouwvolumes en goothoogtes. Kijkend in de richting van de Maas vormen de Parksluizen de beëindiging van de Coolhaven. De familieverbanden van de omringende bebouwing komen er op miniatuurschaal terug. De verwijding van het perspectief richting Parkhaven markeert de overgang naar het buitendijkse gebied. Het profiel van de Parkhaven is geheel anders dan dat van de Coolhaven: vanouds was hier lage bebouwing, een groen decor (het Park) en (zeker vanaf de hoger gelegen Westzeedijk) een breed perspectief op de Maas.
De ‘architectonische’ Coolhaven vindt een tegenhanger in de meer ‘landschappelijke’ Parkhaven.
STEENHUISMEURS BV
55
GEB-gebouw
zic
Hogeschool
ijk
ed
tze
s We
Euromast
htre
latie
Co
olh
ave
ne
nG
EB
ijn htl
en
Coolhav
op
en
va
f na
ijk
ed
tze
s We
zic oriëntatie op Het Park en Euromast
Ma
as
tun
Het Park
ne
Puntegaale
l
WAARDERING PARKSLUIZEN Monumentenbiotoop Sluizencomplex Landschap
Pa
rkh
av
en
Onderdeel waterkering Westzeedijk
htr
Schakel in water- en landroutes Belangrijke zichtrelaties (Deels gewijzigde) beplanting Parksluizen en Droogleever Fortuynplein Verdwenen hegbeplanting Parksluizen Stedenbouw Verkeerscomplex Parksluizen en Droogleever Fortuynplein Beëindiging van Cool- en Parkhaven Architectuur Familieband met omringende kades en bebouwing
56
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
zic
Mullerpier
ela
tie
me
td
eM
aa
s
WAARDERING COMPLEX RCE ‘Complex Parksluizen (monumentnummer 530115), aangelegd in 1931-1933 met een zorgvuldige architectonische vormgeving in zakelijk expressionistische trant van zowel de sluizen als de bijbehorende opstallen en in de kleine Parksluis de eerste toepassing van stalen segmentschuiven, is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische, cultuurhistorische, typologische, situationele en ensemblewaarde.’
KWALITEITEN CULTUURHISTORIE Landschap - Schakel in de groene scheg, bestaande uit de Parkhaven, de Westzeedijk, het Park en het Land van Hoboken met het Museumpark; - Sluizencomplex, ingebed in de Westzeedijk (Schielands Hoge Zeedijk); - Schakel in de vaarroute Coolhaven-dijk-Parkhaven; - Oriëntatie op het Park (met de Euromast) en de rivier; - Beplantingsschema rondom de sluizen en op het Droogleever Fortuynplein (deels verdwenen of gewijzigd).
Stedenbouw - Samenhangend verkeerscomplex met het Droogleever Fortuynplein, bestaande uit bruggen, viaducten, sluizen, tunnels, rijbanen en groen; - Duidelijke beëindiging van de Coolhaven, met kades, bebouwing en profiel; - Relatie met de Parkhaven: kades en profiel. Architectuur - Gebruik van architectonisch idioom, dat kenmerkend is voor de jaren dertig: donkere baksteen, herkenbare massawerking, detaillering; - Familiebanden met de omringende kades en de bebouwing aan de Coolhaven. Cultuurhistorie - Aanwezigheid en zichtbaarheid van de scheepvaart in de stad; de Parksluizen zijn een van de weinige plekken in Rotterdam waar nog steeds de maritieme wereld en het stadsleven elkaar ontmoeten; - Beleving van de waterkering, hoogteverschillen en de werking van een schutsluis middenin de stad.
RELATIE MET DE PARKHAVENKADE De waardering van de RCE beperkt zich tot het ensemble van de Parksluizen sec. Wel is het naastgelegen rijksmonumentale kantoor van de Rijksbelastingen (Puntegaal) in de complexbeschrijving van de Parksluizen opgenomen. Zoals hierboven beschreven zijn de sluizen landschappelijk, stedenbouwkundig en architectonisch in hun omgeving ingebed. Het ensemble heeft betekenis a) als schakel in de Westzeedijk, b) als complex verkeersknooppunt van scheepvaart- en wegverkeer in combinatie met het Droogleever Fortuynplein, c) als beëindiging van de monumentale Coolhaven met zijn omringende vooroorlogse bebouwing, d) als schakel in de groene wig van de Maas, via de Parkhaven en het Park richting het Land van Hoboken. Het verband met de Parkhavenkade wordt gevormd door de positie van de Parksluizen in de Westzeedijk, op de overgang van het binnen- naar buitendijkse gebied. De Parksluizen markeren de beëindiging van zowel de architectonisch-monumentale, binnendijkse Coolhaven als de meer landschappelijke, buitendijkse Parkhaven. De Parkhavenkade is onderdeel van het panorama vanaf de sluizen richting de Maas, een breed profiel, met de groene zoom van het Park, een pontificaal zicht op de Euromast en een vizier in de richting van de Maas.
STEENHUISMEURS BV
57
MAASTUNNELCOMPLEX
Het Maastunnelcomplex (bestaande uit een traverse door de stad en een tunnel onder de rivier) ontstond in de jaren dertig vanuit de dringende behoefte om een tweede vaste oeververbinding over de Maas te realiseren.29 Het gekozen tracé sloot goed op de rijkswegen naar het noorden en het zuiden aan en lag strategisch in het westen van Rotterdam, waar zowel de havens als de stadsuitbreiding een snelle ontwikkeling doormaakten. Het tracé lag al goeddeels klaar, want de ’s-Gravendijkwal was gedimensioneerd op een spoorlijn die nooit was aangelegd. Ter plaatse van het Land van Hoboken en het Park werd de traverse de lasnaad tussen de luxe woonkwartieren ten westen van de Rotterdamse binnenstad en de industriële havens ten oosten van historisch Delfshaven. Bureau Stadsarchitect, onder leiding van A. van der Steur, ontwierp de toegangsgebouwen voor fietsers en voetgangers, de ventilatiegebouwen, garagegebouwen, alsmede de afwerking van de tunnelbuizen en -bakken, inclusief relingen, borstweringen en andere details. De tunneltraverse doorkruist het Land van Hoboken op maaiveld en daalt voorbij de Westzeedijk tussen het Park en de Parkhaven richting tunnel. Omdat het Land van Hoboken in de jaren dertig vooral uit weiland bestond, was er volop ruimte om bij de Westzeedijk een groot circulatieplein te maken (Droogleever Fortuynplein).
Onder het plein werden in het verlengde van de tunnel-as twee onderdoorgangen met zes meter rijbreedte ontworpen, zodat het tunnelverkeer van en naar de ‘s-Gravendijkwal het plein niet belastte en het oost-westverkeer vermeed. Voor fietsers werden twee aparte tunnels ontworpen. De tunnelingangen kregen een accent in de vorm van betonnen ‘vleugels’ (gekromde betonwanden) die de aarden taluds van de groenaanleg op hun plaats houden. 58
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Voorbij het Droogleever Fortuynplein daalt de weg naar de tunnel. Van der Steur ontwierp het garagegebouw aan de oostzijde van de tunnelbak, even verderop werd aan de westzijde in 1960 de Euromast gebouwd, met een loopbrug naar het park. De openingen in de tunnelportalen zien er uit als sculpturale schelpen of monden van beton. De splitsing
Tekening van de tunnelmond. [De Maastunnel 1938] Zicht op de tunnelmond vanaf de ‘s-Gravendijkwal, met daarachter het ventilatiegebouw, z.j. [eigen collectie] Tekening van de onderdoorgang van de ‘s Gravendijkwal onder de Nieuwe Binnenweg. [De Maastunnel 1938] Zicht op de tunnelbak vanaf de bovenkant van de tunnelmond, met rechts het garagegebouw, z.j. [eigen collectie]
werd als een vooruitstekende granieten muur gemaakt. De betonnen keerwanden van de open tunnelbak kregen een detaillering met een kromming in de voet en daarboven een geribd betonnen vlak, eindigend in een gekruld ornament. De lichtmasten staan op betonnen pylonen die in de wanden zijn geïntegreerd.
Het Droogleever Fortuynplein en de ‘s Gravendijkwal, z.j. [eigen collectie] Het ventilatiegebouw en de entree tot de fietsers- en voetgangerstunnel op de Rechter Maasoever, z.j. [eigen collectie] De twee ventilatiegebouwen van de Maastunnel vanaf de Linker Maasoever, met rechts de entree tot de fietsers- en voetgangerstunnel, z.j. [eigen collectie]
Beplantingsplan van de Gemeentelijke Technische Dienst voor de Maastunneltraverse. In tegenstelling tot de strakke laanbeplanting langs de ‘s-Gravendijkwal was het ontwerp voor de Maastunnelingang op de Rechtermaasoever meer landschappelijk, als verlenging van het Park. [Archief dS+V, SAR]
G.A. Overdijkink (Staatsbosbeheer) adviseerde over de esthetische en landschappelijke inpassing van de route. Hij stelde voor om in het beplantingsplan van de traverse planten- en boomsoorten uit de omgeving te gebruiken. De beplanting langs het tracé werd onderdeel van het profiel van de stadsboulevard. In tegenstelling tot de
strakke laanbeplanting langs de ‘s-Gravendijkwal, werd de Maastunnelingang landschappelijk vormgegeven, waarbij van de bestaande dichte beplanting van het Park gebruik kon worden gemaakt. De taluds waren met gras beplant, evenals de middenberm. De huidige groeninrichting is deels voor de Floriade in 1960 aangelegd.
STEENHUISMEURS BV
59
‘s-Gravendijkwal, tunnelbak: ritme van stijgen en dalen, onder een bladerdak van laanbeplanting en geflankeerd door stedelijke wanden. [GM]
‘s-Gravendijkwal, bovenloop: bij het Droogleever Fortuynplein opent de stad zich, al rijdend ziet de automobolist een panorama op de stad. Het oversteken van de waterkering is duidelijk voelbaar.
1
2
3
4
1 2 3
f
4 e
5
d c b
5 a
routebeleving in vijf etappes elementen van en langs Maastunneltrace (zie volgende pagina)
60
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Afdaling naar de Maastunnel. Eerst wordt de route geflankeerd door het groene talud en bomen. Daarna, ongeveer ter hoogte van de Euromast begint de zorgvuldig ontworpen tunnelbak, met daarboven een wand van bomen, en tenslotte begint de tunnel.
Ruimtelijke relatie tussen ventilatiegebouwen, samen markeren ze de entree tot de stad en maken het ondergrondse verloop van de tunnel bovengronds beleefbaar. het Park vloeit boven de ondergrondse tunnel over in de beplanting langs de Parkhaven en Maastunnel Sculpturale tunnelmond, als een schelp van beton
a
d
b
e
c
f
De later geplaatste voetbrug steekt door de bomenwand en zweeft boven de tunnelbak. De brug hoort niet bij de vormgeving van de tunneltraverse De bomenwanden worden naar het Droogleever Fortuynplein dunner en bieden sporadisch zicht op de stadsbebouwing op de achtergrond. Vanuit het noorden staat de Euromast als baken aan het einde van de zichtas.
TYPERING Het ontwerp van het Maastunneltracé is gebaseerd op efficiëntie en routebeleving. De efficiëntie uit zich bijvoorbeeld in ongelijkvloerse kruisingen (Mathenesserslaan, Nieuwe Binnenweg), waarbij de traverse in een open tunnelbak ondergronds gaat. Dankzij een ingenieuze vinding van de Deense professor A.E. Bretting kon de Maastunnel een rechthoekige doorsnede krijgen, een primeur. Dit was vergeleken met de gangbare, ronde tunnels ingewikkeld om te maken en te plaatsen, maar efficiënt qua indeling van de tunnel en de beperkte hoogte van de buis.30 De routebeleving is terug te vinden in elk detail van het complex, variërend van de details van het beton van de tunnels en keerwanden, tot de beplanting (een groen dak boven de weg, laanbeplanting langs de route, groen ingekaderde vergezichten) en de georkestreerde opeenvolging van indrukken die de automobilist op zijn tocht door Rotterdam allemaal opdoet: omhoog, omlaag, uitzicht op de stad, over de dijk, een blik op de rivier – om dan in een plastisch vormgegeven opengesperde tunnelmond onder de Maas te verdwijnen. In Rotterdam-Zuid gaat de georkestreerde routebeleving verder. De route loopt tussen de rand van het Park en de Parkhaven door, geflankeerd door groene ‘vangrails’ en de dichte bomenwand van het Park.
Rechts biedt een dunne bomenwand sporadisch doorzicht in de richting van de Parkhaven en de Müllerpier op de achtergrond. Over de route in tegenovergestelde richting (van zuid naar noord) zijn de overgangen tussen tunnel, buitendijks gebied en stad meer geleidelijk. Na de uitgang van de tunnel opent de stad zich achter de bomen, tot de automobilist via het verkeersplein het binnendijkse gebied inrijdt. Hier begint de stad. STEENHUISMEURS BV
61
62
Samen markeren de ventilatiegebouwen de entree tot de stad via de rivier. [eigen foto]
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
De gebouwen van de Maastunnel vormen een herkenbare architectonische familie door eenzelfde materiaalgebruik: mat geglazuurde grestegels in twee tinten bruin, groen gepatineerde koperen daken en crèmekleurige stucafwerking. Boven het ventilatiegebouw, linksonder het roltrappengebouw en rechtsonder het garagegebouw op de Rechter Maasoever. [eigen foto’s]
Door eenzelfde materiaal- en kleurgebruik en de toepassing van ronde vormen zijn de ventilatie-, garageroltrappengebouwen een herkenbare architectonische familie. De architectuur kenmerkt zich door een afwisseling van bouwvolumes, het gebruik van een bijzondere kleurstelling en materialen: mat geglazuurde grestegels in twee tinten bruin, groen gepatineerde koperen daken en crèmekleurige stucafwerking. Aan elk gebouw is de functie afleesbaar. De ventilatiegebouwen zijn iconen aan de Maas. Van der Steur verwachtte al dat ‘de hooge silhouetten zullen domineeren in het beeld van stad en haven’.31 Het roltrappengebouw werd vormgegeven voor voetgangers en fietsers, met veel aandacht voor details. Aan de afwerking is de ‘ontwerpsnelheid’ af te lezen: veel en kleinschalige details op plekken waar voetgangers en fietsers met een snelheid van 5-20 km/u langskomen en een wat grotere abstrahering met gestroomlijnde vormen in het domein waar auto’s met 50 km/u of meer rijden. Het complex is sinds 2012 een rijksmonument, met acht onderdelen: 1. Toegangsgebouw noordoever (Parkkade); 2. Toegangsgebouw zuidoever (Charloissehoofd); 3. Ventilatiegebouw noordoever (Parkkade); 4. Ventilatiegebouw zuidoever (Charloissehoofd); 5. Riviertunnel, bestaande uit twee autotunnels en een fiets- en een voetgangerstunnel; 6.
De tunneltraverse aan beide oevers, over Maastunnelplein, Doklaan, ‘s-Gravendijkwal, Henegouwerlaan en Statenweg; 7. Noordelijke garagegebouw (Baden Powelllaan); 8. Zuidelijke garagegebouw (Doklaan).
WAARDERING RCE ‘Het Maastunnelcomplex (monumentnummer 529881) met bijbehorende onderdelen als de eerste onderwatertunnel voor auto-, fiets- en voetgangersverkeer in Nederland is van algemeen belang vanwege grote cultuur- en architectuurhistorische waarde, alsook van stedenbouwkundige en bouwtechnisch-innovatieve waarde. Binnen het oeuvre van architect Van der Steur neemt het Maastunnelcomplex bovendien een belangrijke positie in’. ‘Noordelijk toegangsgebouw (complexonderdeel 1, 529881) als historisch-functioneel onderdeel van het Maastunnelcomplex, samen met het ventilatiegebouw een beeldbepalend element aan de noordelijke Maasoever met pendant aan de zuidelijke oeverzijde, van algemeen belang vanwege grote cultuur- en architectuurhistorische waarde, alsook vanwege stedenbouwkundige en bouwtechnische innovatieve waarde. Binnen het oeuvre van architect Van der Steur neemt het Maastunnelgebouw een belangrijke positie in’.
‘Tunneltraverse (complexonderdeel 6, 529886) aan weerszijden van de Maastunnel met bijbehorende onderdelen en laanbeplanting als historisch functioneel onderdeel van het Maastunnelcomplex van algemeen belang vanwege cultuurhistorische waarde, alsook vanwege stedenbouwkundige en verkeerstechnische innovatieve waarde’. ‘Noordelijk garagegebouw (complexonderdeel 7, 529887) als historisch-functioneel onderdeel van het Maastunnelcomplex van algemeen belang vanwege grote cultuur- en architectuurhistorische waarde, alsook vanwege de stedenbouwkundige betekenis.’
‘Noordelijk ventilatiegebouw (complexonderdeel 3, 529883) als historisch-functioneel onderdeel van het Maastunnelcomplex en samen met het toegangsgebouw beeldbepalend element aan de noordelijke Maasoever met pendant aan de zuidelijke overzijde, van algemeen belang vanwege grote cultuur- en architectuurhistorische waarde, alsook vanwege stedenbouwkundig en bouwtechnischinnovatieve waarde. Binnen het oeuvre van architect Van der Steur neemt het Maastunnelgebouw een belangrijke positie in’.
STEENHUISMEURS BV
63
(naar binnen gekeerd)
zicht op bebouwing op achtergrond NAP
NAP
-4.00
breder profiel
-4.00m
-8.00
-8.00m
-12.00
Traverse
afwisselend boven en beneden, deels verdiepte route onder bladerdak, doorlopende wand van afwisselende bebouwing
Wand
historisch binnendijks: stedelijke wand
wand van groene vangrail, dichte bomenwand aan Parkzijde, geperforeerde bomenwand aan havenzijde
-12.00m
tunnelbak en bomenkraag
tunnel
historisch buitendijks: groene wand
Erasmus MC
zicht
GEB
over
as o
p Eu
roma
st
Little C
Coolhaven
C
Maastunneltraverse Beeldbepalende objecten in het rivierlandschap en langs de traverse A: ventilatiegebouwen, B: fiets- en voetgangersingang (ook op Linkeroever), C: garage (ook op Linkeroever)
rks
luiz
en
Be bo op uwin de g M ac hte ullerp rgr on ier d
Park
b Pa
rkh
ave
n
Pa rk
Fietsroute Maastunnel
e
Monumentenbiotoop
Pa
kad
MAASTUNNEL
Landschap
a
Bomenwand en -dek
(Park en beplantingsplan Maastunnel)
B
Verdwenen/niet geplaatste bomen uit beplantingsplan Maastunnel Bebouwingswand
A
Stedenbouw Zichtrelatie vanaf Maastunneltrace Zichtrelatie van omgeving met (elementen van) Maastunneltrace
Müllerpier
Ma
as
tun
ne
l
Overgang in route Fysieke verbinding (vóór aanleg Maastunnel) Fysieke verbinding (na aanleg Maastunnel) a: Parkkade-Parkhaven b: voetbrug Euromast-Park
64
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
A
KWALITEITEN CULTUURHISTORIE Landschap - Beplanting als belangrijk element van de gehele traverse (groen dak, laanbeplanting, landschappelijke aanleg) - Landschappelijke aankleding traverse tussen Droogleever Fortuynplein en tunnelingang (groene canyon met gazons en bomen), in samenhang met de rand van het Park; - Bomenwand op de Parkhavenkade, met doorzichten op de haven en de Müllerpier; - Beeldbepalende objecten in het rivierlandschap (ventilatie- en entreegebouwen) - Ontworpen overgang van het binnendijkse naar het buitendijkse gebied. Stedenbouw - Hoogwaardig ontworpen verkeersroute, met tal van kunstwerken, beplanting, gebouwen en een rijke en zorgvuldige detaillering; - Plaatsing van de gebouwen als beeldbepalende elementen langs de traverse; - Routebeleving als een ‘cinematografische ervaring’ van het rijden door de stad; - Ontworpen stadsentree vanuit het zuiden: via een groen talud naar het Droogleever Fortuynplein.
Architectuur - Kwaliteit en samenhang van de gebouwen; - Ontwerpkwaliteit van het gehele complex, gebruik van verschillende ‘ontwerpsnelheden’ (de details worden abstracter en gestroomlijnder naarmate ze met hogere snelheid worden beleefd); - Afwerking, materialisatie en detaillering van de tunnelbakken, keerwanden en andere onderdelen van de traverse - Vroeg, geavanceerd en gedifferentieerd gebruik van beton. Cultuurhistorie - Eerste onderwatertunnel van Nederland; - Immateriële betekenis voor Rotterdam, symbool van vooruitgang, moderniteit, rijkdom en vernuft; - Symbolische kruising van de waterroute (Maas) en landroute (rijkswegen), die de stad met het achterland en de wereld verbinden (naar: burgemeester Droogleever Fortuyn);32 - Technische innovatie, o.a. het gebruik van een rechthoekige buis; - Belangrijk werk van de stadsarchitect, A. van der Steur.
RELATIE MET DE PARKHAVENKADE De waardering van de RCE benoemt onder meer de stedenbouwkundige, verkeerstechnische en architectuurhistorische waarde van het complex, de betekenis van de beplanting van de tunneltraverse en de beeldbepalende betekenis en stedenbouwkundige waarde van gebouwen. Langs de Parkhavenkader manifesteren deze waarden zich op vier manieren: - Landschappelijk karakter van het buitendijkse gebied, met ‘groene vangrails’ langs de route (groen talud, bomen, parkrand) - Landschappelijk en parkachtig karakter van de routes voor fietsers en voetgangers van en naar het toegangsgebouw van de Maastunnel; - Zichtlijnen op de Parkhaven en de Maas bij het benaderen van de tunnel (richting zuid), doorzichten op de Parkhaven en de stadsentree op het Droogleever Fortuynplein bij het verlaten van de tunnel (in noordelijke richting) - Beeldbepalende en stedenbouwkundige betekenis van de gebouwen: garagegebouw, ventilatiegebouw en toegangsgebouw
STEENHUISMEURS BV
65
EUROMAST
Na Ahoy’ (1950) en E55 (1955) vond in 1960 in Rotterdam de Internationale Tuinbouwtentoonstelling plaats, de eerste Floriade. Bij een informeel overleg met de gemeenteraad, op 20 oktober 1956, sprak gemeentesecretaris J. Hasper al (vertrouwelijk) over het plan om ter gelegenheid van dit evenement een ‘Deltatoren’ op te richten, als een blijvende attractie voor de stad.33 Vanaf ongeveer 100 meter hoogte zouden bezoekers van het uitzicht over Rotterdam en de wijde omgeving kunnen genieten. In de aanloop naar realisatie van de toren spitste de discussie zich toe op de precieze locatie en de mogelijke impact op het stadsbeeld
De toren zou wel passen bij de grootschaligheid van het ziekenhuis en zichtbaar zijn vanuit de tunneltraverse (en v.v.). Wel meende Van Traa dat een omwerking van het Park onvermijdelijk zou blijven. Hij zag daarom het liefst helemaal van een toren af. Zijn observaties stroken met wat hij ruim twintig eerder in het tijdschrift De Maastunnel had geschreven: ‘In het belang van het stadsbeeld moge hier dan ook de uitdrukkelijke wensch een plaats vinden, om dat, wat nog onbebouwd bleef in de luttele hoeveelheid groen van thans, ook onbebouwd te laten, want het zal de stad helpen om te slagen in haar strijd tot verdere ontplooiing’.36
Locatiestudie C. van Traa, directeur Stadsontwikkeling en Wederopbouw van de gemeente Rotterdam, stuurde op 11 april 1958 een lange brief aan het college van Burgemeester er Wethouders, naar aanleiding van de vraag waar de uitkijktoren zou kunnen staan.34 Hij was stellig dat zo’n toren zou misstaan in of bij de binnenstad of aan de Parklaan. Hetzelfde gold wat hem betreft voor het Park: de Engelse landschapstijl kon de schaal en het karakter van de toren niet verdragen. Het park was bovendien veel te klein (400 bij 600 meter) voor zo’n hoog element. Wanneer de toren in het Park kwam, dan moest het Park wat hem betreft worden herontworpen. Een andere optie was de Parkkade ten zuiden van het Park, maar dan zou de toren zo dicht op de rivier komen te staan dat de bezoekers bovenin de toren over de rivier heen keken en hem dus niet meer zagen. Nog een nadeel was dat de toren het riviergezicht op Rotterdam zou verminken. Bij benadering kreeg de stad dan een ‘zó enorme introductie, dat haast alles langs de oevers zeer klein en popperig zal worden.’35 Alleen aan de noordzijde van het park was er wellicht mogelijkheid om de toren op te nemen – op enige afstand van de binnenstad en de rivier.
Locatie Parkhaven Naar aanleiding van het gemopper van Van Traa nam de organisatie van de Floriade het plan in heroverweging. Daarbij kwam een nieuwe plek in beeld, namelijk aan de overzijde van het tunneltraverse bij de Parkhaven, precies op de zichtas van de Parklaan.37 Volgens Maaskant kwam deze vondst uit de hoed van Jac. Kleiboer, de grote man achter de manifestaties Ahoy’, E55, de Floriade(s) en later nog het Nederlands paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Brussel (1958) en het Evoluon in Eindhoven (1966).38 Op de nieuwe plek stond de toren los van het Park, dat kon blijven zoals het was. Ook was er gepaste afstand tot de rivier en de stad. Eenmaal boven werden de bezoekers getrakteerd op een eersteklas uitzicht op de stad, de haven, het kabbelende water van de Parkhaven, het Maastunnelcomplex, de Parksluizen en de Westzeedijk. Met behulp van een reeks fotomontages was de impact van de toren op het stadsbeeld onderzocht en gunstig bevonden (gezien vanuit de richting Den Haag, Schiedam, de Maasboulevard, de Waalhaven en de Vaanweg). Ook Van Traa en de Commissie van Openbare Werken stemden met deze locatie in.
66
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Raad wil niet meebetalen Direct na de zomer werd het voorstel voor de toren aan de gemeenteraad voorgelegd met het verzoek om de gemeente voor een miljoen gulden te laten bijdragen. In de Raad ontstond een discussie waarbij twee principiële vraagstukken door elkaar aan bod kwamen: past de uitkijktoren in het Rotterdamse stadsbeeld en moet de bouw (mede) uit publieke middelen worden gefinancierd? Raadslid en advocaat A.C.W. Beerman (CHU) zette de toon. Hij was enthousiast over het idee van een toren, die in verticale zin kon bereiken wat Spido in horizontale zin al deed, namelijk: ‘de bezoeker van Rotterdam een duidelijk beeld te geven van de omvang, de betekenis en voor wie er oog voor heeft, de schoonheid van de Rotterdamse haven’.39 Toch had hij bezwaar, ‘tegen de verminking van het open gezicht van de Westzeedijk naar de rivier.’ Daar lag een groot gazon met prachtige bomen, door de directie van Stadsontwikkeling, in de woorden van Beerman, bestempeld als ‘een van de mooiste plekken van Rotterdam’, waar het uitzicht ‘altijd open diende te blijven’.40 Andere bezwaren voor Beerman waren het verlies van ruimte voor recreatie en mogelijke parkeerproblematiek.
Veel raadslieden lieten zich in gelijke bewoordingen uit over ‘de verminking van het stadssilhouet’, de ‘aantasting van een unieke groenstrook’ en vooral het punt dat de gemeente haar geld aan andere zaken dan uitkijktorens diende te besteden. Het voorstel om mee te betalen aan dit project werd met 23 tegen stemmen verworpen. Particuliere financiering Daags na de domper van het raadsdebat was de financiering van de toren toch geregeld. J.H. Oerlemans, directeur van de Steenkolen Handels Vereniging (SHV), was in de haven met de pet rondgegaan en had in een
Een zes meter lange tekening van Bureau Maaskant van een van de schetsontwerpen voor de Euromast aan de Maas, met de skyline-elementen van Rotterdam op de achtergrond, ca. 1958. De afbeelding is groot weergegeven op p. 2 en 3 van dit rapport. [SAR]
paar dagen tijd drie miljoen opgehaald. Twee maanden na de eerste raadsbehandeling stond de uitkijktoren opnieuw op de agenda van de Raad, nu met de vraag akkoord te gaan met het in erfpacht geven van de grond. Het ontwerp was op twee punten aangepast: de locatie was iets richting tunneltraverse verschoven, tot even voorbij het punt waar het groene talud van de traverse in een betonwand van de open tunnelbak overgaat. De tweede aanpassing was om behalve uitzicht op de haven, ook inzicht in de scheepvaart te bieden door aan de toren een stuurhut met inrichting te hangen. De raadsleden waren enthousiast over de koppeling met de scheepvaart, maar bleven bezorgd over de locatie. Beerman: ‘Ik ben er vrijwel zeker van, dat de raad (..) het er in grote meerderheid mee eens zal zijn, dat er aan het Park, en wat ik als uitloper van het Park beschouw, het gazon langs de Parkhaven, niet moet worden getornd, en ik vraag dat met temeer nadruk, omdat, indien ik wel ben ingelicht, er al enige suggesties zijn gedaan in deze zin dan men, wanneer de toren er eenmaal zou zijn, daar een welkome aanloop zag om dat gazon verder te benutten voor bouwplannen.’41 Raadslid en advocaat J.J.M. Kaulingfreks (KVP): ‘Wij zien de rivier als de kern van de stad en zijn de
Ontwerp voor de uitzichttoren van Van den Broek en Bakema, 1975. [Provoost, 2003, p. 229]
opvatting toegedaan, dat men de uiterste voorzichtigheid moet betrachten bij het aanvaarden van bebouwingen langs het rivierfront.’42 Met deze hartenkreten werd het voorstel om de grond in erfpacht uit te geven met 33 tegen 7 stemmen aanvaard. Destijds was nog sprake van een Eurotoren, op voorstel van Jac. Kleiboer werd het later ‘mast’. Daarmee was de relatie met de scheepvaart in locatie, inrichting, architectuur en naamgeving compleet. Bijkomend voordeel was dat het woord mast in veel talen eender klinkt. Het ontwerp Voordat H.A. Maaskant opdracht voor het ontwerp kreeg, maakten Van den Broek en Bakema schetsen voor een toren van vier verbonden pylonen, met bovenop het uitkijkpunt. Maaskant begon ook met vrij ingewikkelde torenvormen: halfronde betonschachten en glazen stijgpunten. De beperkte beschikbaarheid van tijd en geld, maakte een versimpeling onvermijdelijk. Maaskant stapte resoluut over naar een elementaire torenvorm: een ronde betonnen paal, die in gietbouw zonder steigers kon worden gemaakt. Aan deze buis bevestigde hij de overige bouwdelen, waarin restaurants, winkeltjes en terrassen STEENHUISMEURS BV
67
Vanaf het Groothandelsgebouw [SAR] Vanaf de Westzeedijk, met links de Parkflat. [SAR]
Vanaf ‘s Gravendijkwal [SAR] Vanaf Coolhaven [SAR]
Vanaf de Boompjes met uiterst links de Nederlandsche Bank [SAR]
Fotostudie waar de Euromast steeds is ingetekend. De foto’s zijn gemaakt op 3-7-1958, een dag na de brief van J. Hasper het College informeerde over de heroverwogen locatie.
68
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Vanaf de Maas ongeveer ter hoogte van de Schiehaven [SAR] Vanaf de Maas ter hoogte van het Park [SAR] Vanaf de Maas ter hoogte van de Boompjes [SAR]
Maastorenflat
Vanuit het oosten [SAR] Vanaf de zuidoever (Charlois hoofd) [SAR]
Vanuit het westen [SAR]
Nederlandsche Bank
STEENHUISMEURS BV
69
Overzichtsplattegrond, gemaakt tijdens de voorbereidingenv an de Floriade. Interessant zijn de nieuwe locatie van de Euromast en de hier nog noordelijker gedachte voetbrug die zijn ingetekend, als illustratie van de zoektocht naar de juiste locatie, ca. 1956-1958. [SAR]
konden worden ondergebracht. In die toevoegingen zat het verschil (en de architectonische kwaliteit). Maaskant: ’We hebben een toren willen maken (..) die een zodanige massa zal hebben dat hij zich in het machtige, beweeglijke Rotterdamse havenbeeld zal kunnen handhaven’.43 Maaskant was op een studiereis tot de conclusie gekomen dat een toren hoger dan 100 meter zijn doel voorbij schoot, ‘men verliest dan het contact met de grond, herkent geen personen en auto’s meer en het vergezicht wint bij grotere hoogte niet aan waarde’.44 Een tweede les was, ‘dat het uitzicht op korte afstand op bewegende objecten gericht moet zijn (verkeer, scheepvaart, enz.) en dat men de voet van de toren moet kunnen zien. Uitzicht bijvoorbeeld op kabbelend water met de bijbehorende lichteffecten, ook al is er geen scheepvaart, is veel boeiender dan uitzicht op een bos.’45 Welke torens Maaskant bezocht is niet helemaal duidelijk, maar een artikel van hem maakt het aannemelijk dat het om (o.a.) het Atomium in Brussel, de Eiffeltoren in Parijs en de Televisietoren van Stuttgart ging. In het ontwerp uit 1958 tekende hij twee korven
70
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
boven elkaar en een sculpturale entreepoort. Uiteindelijk zou het een rond basementachtig entreegebouw worden en een organische korf die sindsdien onmiskenbaar als Euromast en beeldmerk van Rotterdam wordt herkend. Om financiële redenen kromp de toren in de uitwerking nog 10%, tot ongenoegen van Maaskant: ‘Hij heeft in het gehele stadsbeeld net iets minder grandeur gekregen dan bedoeld was.’46 Om de mast met het tentoonstellingsterrein te verbinden was een noodbrug over de tunneltraverse nodig. Net als de brug over de Westzeedijk was deze tijdelijk bedoeld, maar in tegenstelling tot de verbinding met het Museumpark werd deze brug niet afgebroken. Wel is de brug in 1998 (deels) vervangen. De groenstrook langs de Parkhaven werd bij de Floriade betrokken en ingericht. Ten zuiden van de Euromast kwamen een bloemenmozaïek, een volkstuinenpresentatie en de internationale gladiolen- en dahliatentoonstelling, ten noorden werd het terrein ingericht als ‘bloementapijt’.
Situatietekening met de Euromast en de brug over de Maastunnelbak. [SAR]
Situatie van de Euromast, met de brug over de Maastunnelbak en het entreebordes ingetekend, Architectenbureau Maaskant, 30-71958. [SAR]
STEENHUISMEURS BV
71
Inrichting van het maaiveld rond de Euromast. De opgang naar het entree paviljoen is gestippeld ingetekend. 1958. [SAR]
Parkhavenstrook tijdens de Floriade van noord naar zuid
72
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Inrichting van de Internationale Gladiolenen Dahliashow direct ten zuiden van de Euromast. De brug onder aan de tekening gaat naar de Volks- en Schoolwerktuinen, boven het getekende gebied was de Euromast. [SAR]
De Volks- en Schoolwerktuinen op de zuidelijke punt van de Parkhavenstrook. Boven het getekende gebied was de Gladiolenen Dahliashow. 1959. [SAR]
Fragment van de indeling van het expositieterrein van de Floriade in 1960. [De Winter, 1988, p. 92]
Indeling van de Parkhavenstrook tijdens de Floriade in 1960.
Inrichting van de Parkhavenstrook tijdens de Floriade De uitgebreide programmering van het Museumpark en het Park voor de Tuinbouwtentoonstelling werd voortgezet aan de andere kant van de Maastunnelinrit. Tussen de Euromast en het ventilatiegebouw werden een volkstuinenexpositie en een internationale gladiolen- en dahliashow ingericht. Ten noorden van de Euromast lag een gazon met een ‘kleurentapijt’ van bloemen. De kade zelf was verdeeld in rechthoekige grasvelden. Tussen de Maastunnel en de Euromast liep een fietspad. Direct rond de toren was een iets verdiept tegelpad, met daaromheen een gazon met enkele bomen en lage struiken. De toegang tot het entreepaviljoen was verhoogd en bereikbaar vanaf een terras aan de Parkhavenweg. Onder de toegangsbrug liep een pad naar de technische ruimtes. In contrast met de zwierige opzet van het Park had de Parkhavenstrook een meer rechtlijnige, rationele indeling. Verspreid over de strook stonden enkele bomen (van vóór de Floriade) en langs de weg een bomenrij, maar verder had de Parkhaven een overwegend vlakke en lage inrichting - een patchwork van tuintjes, paden en heggen, waar de Euromast hoog bovenuit torende. De overgang tussen de tuinen en de voet van de Euromast was geleidelijk: paden liepen door en de mast landde in de parkaanleg.
STEENHUISMEURS BV
73
Luchtfoto van het Park en de Parkhaven tijdens de Floriade, maart 1960. [SAR]
Euromast
Volkstuinenexpositie Gladiolen- en dahliahow “Kleurentapijt”
74
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Parkhavenstrook tijdens de Floriade. Links de Internationale Gladiolen- en Dahliatentoonstelling (onder) en de Volkstuinenexpositie (boven), rechts een aangemeerde Esso-tanker. Ary Groeneveld, 1960. [SAR]
Aangemeerde binnenvaartschepen in de Parkhaven en de vlakkenindeling van de Parkhavenkade. Ary Groeneveld, 1966. [SAR]
STEENHUISMEURS BV
75
76
Euromast en voetbrug gezien vanaf het fietspad langs de Parkhaven, ca. 1965. [eigen collectie]
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
Euromast en voetbrug gezien vanaf de ‘s-Gravendijkwal richting de Maastunnel. [eigen collectie]
Euromast en omgeving in 1965. [SAR]
TYPERING De wens om naar aanleiding van de Floriade in 1960 een uitkijkpunt op te richten, leidde tot een grondige studie naar en een debat over een geschikte locatie. Aanvankelijk was het een negatieve afweging: niet in de stad, niet in het park, niet pal op de rivier. Zo kwam de niet-stadse rand net buiten het Park in beeld (westzijde, zuidzijde). Uiteindelijk werd de toren aan de Parkhaven geplaatst, op de grens tussen het luxekwartier met het Park uit de late negentiende-eeuw en de grote havenuitbreidingen rondom Delfshaven. De mast staat bovenaan het talud van de tunneltraverse, aan de zijkant van de open ruimte langs de Parkhaven. Gezien vanaf de Parklaan doemt de Euromast boven de dicht begroeide westelijke parkrand op, als beëindiging van de zichtlijn. Vanaf de Westzeedijk en het Droogleever Fortuynplein is de toren geheel te zien, aan de rand van de bak van de tunneltraverse. Toren en brug vormen een baken bij de tunnelinrit, een toevoeging aan het routeontwerp van de traverse. Samen met het Garagebouw van het Maastunnelcomplex verbijzondert het ensemble de verkeersroute langs de parkrand, zonder de samenhang van het Maastunnelcomplex te verstoren. Uit de havens gezien is de toren het baken van Rotterdam, die evenwel niet het zicht op de stad zelf blokkeert of wegdrukt. Als mast, met stuurhut en kraaiennest, is de relatie met de haven compleet. Het uitzicht vanaf de
toren bracht stad en haven samen, met uitzicht op de waterweg, de havens en de drukke verkeerswegen van de Maastunneltraverse en de Westzeedijk. De Euromast werd voor Rotterdam, wat het Vrijheidsbeeld voor New York is, de Golden Gate Bridge voor San Francisco, de opera en brug voor Sydney, Pão de Açúcar (suikerbrood) voor Rio de Janeiro. En met de Euromast vierde Rotterdam het succes van de haven, die in 1962 de haven van New York als grootste ter wereld voorbij streefde. In het ontwerp van de Euromast combineerde Maaskant praktische overwegingen, ingegeven door de beperkte ontwerp- en bouwtijd, met het zoeken naar een efficiënte en sprekende vorm om de toren een eigen identiteit, een onmiskenbare Gestalt, te geven. In de woorden van architect Maaskant: ‘M.i. moest de Euromast in zijn vorm iets eeuwigs hebben en het silhouet van de stad te kunnen beheersen.’47 De praktische aanpak vertaalde zich in een ronde, gegoten betonnen paal van 100 meter hoogte, die in luttele weken op de locatie verrees. Het was ook praktisch om de korf (het kraaiennest met uitkijkpunten en restaurant) van staal te maken: licht en handig langs de paal omhoog te hijsen. De sprekende vorm werd gevonden in de asymmetrische vorm van de korf. Maaskant: ‘We hadden het gevoel dat de toren niet statisch maar dynamisch moest zijn.
Hij moest “varen”, in ieder geval “naar zee wijzen”.48 In de uitwerking ontstond een bijkomend plan, om een
compleet ingerichte scheepsbrug als een attractie toe te voegen. Deze staalconstructie werd als een ‘broche’ op 30 meter hoogte aan de paal gehangen, met zicht op de Parkhaven en de Maas. De derde toevoeging aan de paal, naast de korf en de stuurhut, is het entreegebouw: een ronde trommel, met daarin kaartverkoop, kiosk en andere voorzieningen. Ook dit is een zwevend element aan de mast, dat als het ware met een loopplank wordt betreden. Het omringend maaiveld is op dit entreepaviljoen aangesloten, inclusief de brug over de tunneltraverse naar het Park. De brug is los van de groene inbedding van de tunneltraverse gehouden en springt daar als het ware overheen. Voor automobilisten in de traverse vormt de mast met entreepaviljoen en brug samen een geheel – een poort over de tunnelbak. Ter gelegenheid van de manifestatie C’70 in 1970 werd de Euromast opgetopt met een Space Tower van 85 meter. De Euromast is een icoon op Rotterdams en internationaal niveau. De toren is aangewezen als één van de 180 toonbeelden uit de Wederopbouwperiode en maakt deel uit van de World Federation of Great Towers. Deze organisatie verenigt de 37 hoogste en meest belangwekkende torens van de werel, waaronder de Eiffeltoren en het Empire State Building.
STEENHUISMEURS BV
77
Euromast vanuit de omliggende stad en havens
Vanuit het Park, als een ‘naald’ boven de boomrand
(Bijna) volledig zichtbaar vanaf de zuidhoek van Parkhaven
(Bijna) volledig zichtbaar vanaf de noordhoek van Parkhaven, de ‘voortuin’ van de Euromast
(Bijna) volledig zichtbaar vanaf Parksluizen
Baken aan de tunnelinrit
Beëindiging van de zichtlijn vanaf de Parklaan (naald boven bomenrand)
Boven bomenrand vanaf Westzeedijk
Icoon in de skyline van stad en haven (vanaf Kop van Zuid gezien)
Icoon in de skyline van stad en haven (vanaf Erasmusbrug gezien)
Icoon in de skyline van stad en haven (vanaf de Maas gezien)
Icoon in de skyline van stad en haven (vanaf Hoofd van Charlois (op Zuid) gezien)
Icoon in de skyline van stad en haven (vanaf Kleinpolderplein gezien)
78
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
WAARDERING RCE ‘De uitzichttoren “Euromast” (monumentnummer 531142), met vrijstaand restant van de vlaggenmast, gebouwd in de periode 1958-1960 naar ontwerp van architect H.A. Maaskant en in 1969-1970 onder regie van Maaskant uitgebreid, is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde als essentieel toonbeeld van de Wederopbouwperiode: - De Euromast is een bijzondere uitdrukking van een culturele en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling en in het bijzonder een uiting van de herwonnen en groeiende welvaart en vrije tijd als onderdeel van de opbouw van het land en het optimistische geloof in een moderne, open samenleving in deze periode. De aan de publieksmanifestatie Floriade verbonden ontstaansgeschiedenis van de Euromast draagt aan deze betekenis bij. - Het object heeft als voorbeeld van een moderne attractietoren gericht op vermaak van een groot publiek typologische waarde en herinnert specifiek aan de opkomende populaire cultuur, dagrecreatie en massaconsumptie als kenmerk van de welvaartsstaat in de latere wederopbouwperiode.
-
-
-
-
De Euromast heeft architectuurhistorische waarde vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten in het ontwerp waarin de combinatie van esthetische ingenieurskunst met een onverhuld gebruik van beton, nieuw-zakelijk materiaalgebruik en op de functie toegespitste bijzondere vormen, waaronder elementen uit de scheepsbouw, kenmerkend is. Het object heeft betekenis in de ontwikkeling van de bouwtechniek vanwege de toepassing van glijbekisting als beproefde techniek voor een snelle bouw van de toren. De Euromast is in hoofdvorm, constructie, materiaalgebruik en detaillering in hoge mate gaaf bewaard gebleven. De uitbreiding, onder supervisie van Maaskant tot stand gekomen, draagt bij aan de waarde van het object als landmark. Vanwege de betekenis als oriëntatiepunt in het stadssilhouet van Rotterdam heeft de uitzichttoren een hoge stedenbouwkundige waarde en ensemblewaarde. Hierin spelen de hoogte, de hoofdvorm, de markante vrije ligging langs de Maasoever alsmede de nog gave relatie met de omgeving waarop de mast vrije uitzichten geeft, zoals het 19e-eeuwse stadspark en het knooppunt van verkeerswegen, een rol’.
STEENHUISMEURS BV
79
alzijdig zicht op stad, havens en rivier
ijn
htl
ve
rtic
aa
la
cce
nt
Pa
rkr
alzijdig zicht op stad, havens en rivier
an
d
Kraaiennest
ht
wa te zic
have
ht
op
Park
er
rke
naf
zicht op de Maas
lve
r va
Stuurhut
ne
tun
baa
ter i
vaar
ng
op
d er
Pa rk
zic
ha ve n
e rke
ve
ins
en
in
le rsp
goe
g
aar
arb
rva
e oed
en
uiz
sl ark
af P
van
‘s-Gravendijkwal
va
n
aa
rkl
Pa
rgl
zichtrelatie vanaf
zic
f na
Space Tower
Entree
n
verbinding met Parkhaven en het Park
Pa rk
hav en
WAARDERING Monumentenbiotoop Euromast
Toegangsbrug en voetbrug Parkhavenstrook als adres van de Euromast Landschap/stedenbouw (Zicht)relatie met stad, havens en rivier
80
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
n, have Park
s Maa
CULTUURHISTORISCHE KWALITEITEN Landschap - Icoon in de skyline van Rotterdam en het havenlandschap; - Beëindiging van de zichtlijn vanaf de Parklaan naar het Park (‘naald’ die boven de groene westrand van het Park uitsteekt); - Schakel tussen het Park, de tunneltraverse en de Parkhaven; - Verticaal accent in de groene westwand van het Park. Stedenbouw - Strategisch geplaatst icoon dat de wereld van de stad en van de haven verbindt; - Vrijstaand element op het talud van de tunneltraverse; - Overbrugging van de tunneltraverse (poort voor het verkeer, steunend op de tunnelbak); - Samenhang mast, entreepaviljoen en overbrugging tunnelbak; - Uitkijkpunt op de Maas, de havens, het Maastunneltracé, de Westzeedijk en de Parksluizen; - Alzijdige oriëntatie, met dominante richtingen: de verbinding met Parkhaven en het Park (op maaiveld), de zichtlijn naar de Parkhaven en de havens (de stuurhut en de vorm van de korf) en de stad met haar havens als geheel (de korf en later toegevoegde de Space Tower). Architectuur - Bouwwerk dat zich kan verhouden tot de schaal van de wereldhaven; - Herkenbaar element in de skyline van Rotterdam
-
(paal met korf en Space Tower) en als complete toren ervaarbaar vanaf de Parksluizen en de Parkhaven; Emblematische vormgeving: paal, ‘korf’ (kraaiennest), broche (stuurhut) en entreetrommel; Ensemble met de (toegevoegde) overbrugging naar het Park; Voorbeeld van gietbouw en staalbouw.
Cultuurhistorie - Symbool voor de relatie van Rotterdam met de haven; - Herinnering aan de Floriade 1960; - Symbool van de wederopbouwperiode in Rotterdam; - Hoogtepunt in het werk van H.A. Maaskant; - Icoon van Rotterdam (stad en haven) als grootste haven van de wereld (1962-2004).
RELATIE PARKHAVENKADE De Euromast, de parkrand en de haven zijn de beeldbepalende elementen van de Parkhaven. De Parkhavenstrook is de voortuin van de Euromast – en daarmee sterk met het monument verbonden. Bezoekers van de Euromast komen meest via de Parkhavenkade naar de toren, ze lopen dan via de groenstrook naar de entree, met uitzicht op het groen en de Parkhaven. Het gebied vormt het groene decor voor de ontsluiting van de Maastunnel voor langzaam en snelverkeer. Daarnaast zijn er recreatieve functies, waar de Euromast de belangrijkste van is. Langs de Parkhaven en vanaf de Westzeedijk en het Droogleever Fortuynplein is de Euromast goed te ervaren.
De Euromast heeft op drie niveaus toegevoegde bouwsels, elk met een eigen functie en oriëntatie. Het entreepaviljoen is een ronde sokkel van de paal, zwevend boven het maaiveld. De mast landt in het talud van de tunneltraverse, rondom de entree is een tuinaanleg waarin de entree en de brug naar het Park zijn opgenomen. Tijdens de Floriade was deze tuin onderdeel van de lappendeken van tuinen, later van de plantsoenaanleg van de Parkhavenstrook. Op 30 meter hoogte is een stuurhut aan de mast gehangen. Deze ‘broche’ is gericht op de Parkhaven en de Maas. Boven aan de paal hangt een korf met alzijdige uitkijkpunten naar de omgeving. Dit element is gericht op het uitzicht van 360 graden rondom, maar niet richtingloos. De asymmetrische opzet en organische vorm richt de duidelijk op de Maas. In relatie tot de Parkhaven is de Euromast het dominante gegeven: een mast waarmee het kraaiennest ver boven alles in de directe omgeving wordt uitgetild. Essentieel is hierbij dat de mast en het kraaiennest boven hun directe omgeving uit rijzen. De relatie van de Euromast met de Parkhavenkade is, samengevat, een wederkerige. De drie niveaus van de Euromast (sokkel, stuurhut en kraaiennest) hebben elk een eigen ‘biotoop’, die zich over delen van de Parkhavenkade uitstrekt.
Daarnaast is de Parkhavenstrook als geheel op te vatten als een samenstelsel van tuinen, plantsoenen en groenelementen, waar de Euromast een prominent onderdeel van is. In de loop van de tijd is de programmering en inrichting van deze strook veranderd. De constanten zijn het groene karakter, de openheid, het recreatieve gebruik als ‘side kick’ voor het Park en de ruimtelijke samenhang.
STEENHUISMEURS BV
81
3. CULTUURHISTORISCHE WAARDEN VAN DE PARKHAVENKADE Het eerste deel van dit onderzoek richt zich op vier rijksmonumenten (het Park, de Parksluizen, het Maastunnelcomplex en de Euromast) in de onmiddellijke nabijheid van de Parkhavenkade. Daarbij zijn 11 punten geformuleerd, die het verband tussen de vier monumenten en de Parkhavenzone expliciteren en waarin de te borgen waarden zijn samengebracht.
1. Het Park, ‘illusie’ van de Zochers, accenten op de tweede lijn Het Park sluit de luxe woonbuurten rondom de Parklaan visueel en programmatisch af. Het Park is geen Central Park, eerder een Edge Park met vier randen, die elk een eigen afhechting naar hun omgeving hebben. De westelijke parkrand markeert een grens in de stad, een beëindiging. Deze rand bestaat uit een dicht aangeplante strook met struiken en bomen, die de achterliggende stad (eertijds de havens van Delfshaven) aan het zicht onttrekt. Alleen de Euromast is (prominent) uit het Park zichtbaar, als een naald op de achtergrond.
Te borgen waarden: a) de ‘illusie’ van de Zochers (de besloten wereld van het Park) en b) de eigenheid van de westelijke parkrand, die vanuit het Park gezien de achterliggende stad afdekt, met in de tweede lijn een accent (een naald of punctuele toevoeging).
82
PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1
2. Parkhaven: open, groene sfeer De Parkhavenkade is onderdeel van het panorama vanaf de Parksluizen richting de Maas. De haven heeft een breed profiel, met de groene zoom van Het Park, een pontificaal zicht op de Euromast en een vizier naar de rivier. Vanaf de Maas (en de overkant van de rivier) biedt de Parkhavenkade een groene aanblik op de stad door de prominente aanwezigheid van de parkrand, met de Euromast als baken. De Parkhavenkade contrasteert met de ‘stenige’ en monumentale sfeer van de Coolhaven.
Te borgen waarden: a) de open, ‘landschappelijke’ sfeer van de Parkhaven (oostzijde); b) de groene aanblik vanaf de rivier en de Parksluizen, en c) een zekere openheid van de Parkhavenkade in relatie tot het Park.
3. Parkhaven: side-kick van het park De Parkhavenstrook (oostzijde) heeft een openbaar karakter en een aanvullende recreatieve programmering, als een soort ‘side-kick’ van het Park.
Te borgen waarden: a) de openbare toegankelijkheid en b) de recreatieve gebruiksmogelijkheden van de zone tussen Parkhaven en tunneltraverse.
4. Maastunnelcomplex: de groene inrit Het Maastunnelcomplex heeft tussen het Droogleever Fortuynplein en de ingang van de Maastunnel een groen karakter. Het talud vormt een ‘groene vangrail’, waar de voetgangersbrug van de Euromast naar het Park overheen steekt.
5. Maastunnelcomplex: routebeleving Vanuit de tunneltraverse is de aanwezigheid van het water van de Parkhaven en de Maas voelbaar als openheid. Dat geldt in beide richtingen, naar het noorden en naar het zuiden. Sporadisch is er een doorzicht richting Parkhaven en is ook de Euromast te zien.
Te borgen waarden: a) het groene karakter van het talud, met aan de oostzijde de groene rand van het Park en aan de westzijde de Euromast; b) de verbinding tussen Parkhavenkade en het Park als een los (zwevend) element over de traverse, in samenhang met de zwevende sokkel (onderbouw) van de Euromast.
Te borgen waarde: het gevoel van openheid van de rivier en de Parkhaven vanuit de tunneltraverse.
STEENHUISMEURS BV
83
6. Gebouwen Maastunnelcomplex: alzijdig en vrijstaand In de omgeving van de Parkhavenkade zijn het garagegebouw, het ventilatiegebouw en het toegangsgebouw beeldbepalende objecten van het Maastunnelcomplex met stedenbouwkundige en ensemblewaarde. Deze waarde manifesteert zich door de plaatsing van de gebouwen als alzijdige, vrijstaande elementen ingebed het groen. De gebouwen zijn zichtbaar vanaf de traverse en aanrijroute voor langzaam verkeer en hebben een samenhangende vormgeving en materialisatie. De ventilatie- en entreegebouwen markeren de entree tot de stad vanaf de rivier, vanwege de markante ligging aan de kade en de gelijke vormgeving.