CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb703 Bijlage 4 behorende bij 21bb1736 - Cultuurhistorisch onderzoek behorend bij Masterplan Parkhaven

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 22. Het voorstel met betrekking tot de haalbaarheid van de ontwikkeling van de Parkhavenstrook zoals vastgelegd in het Masterplan Parkhaven.19.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PARKHAVEN ROTTERDAM CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK 451a|2020

September 2020

2

Een zes meter lange tekening van Bureau Maaskant van een van de schetsontwerpen voor de Euromast aan de Maas, met de skylineelementen van Rotterdam op de achtergrond, ca. 1958. [SAR]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

STEENHUISMEURS BV

3

4

Uitzicht op de Maas vanaf de ‘bult van De Jongh’, een heuvel aan de zuidrand van het Park, opgeworpen met het slib van de 2e Katendrechtse Haven. Parkheuvel biedt een breed panorama op het Rotterdamse rivier- en havenlandschap. [eigen foto]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

INHOUDSOPGAVE INLEIDING

7

1. HISTORISCHE CONTEXT

9

Episode 1: van buitenplaats tot luxe woonmilieu (tot 1872) Episode 2: de transitohaven (1872-1926) Episode 3: de monumentale stad (1926-1950) Episode 4: wederopbouw en manifestatielocatie (1950-1985) Episode 5: museumpark en ziekenhuisstad (1985-heden)

11 17 25 33

2. RIJKSMONUMENTEN RONDOM DE PARKHAVENKADE

43

Het Park Parksluizen Maastunnel Euromast

44 52 58 66

3. UITGANGSPUNTEN PARKHAVENKADE

78

NOTEN, AFKORTINGEN EN BRONNEN

86

39

STEENHUISMEURS BV

5

Vogelvluchtperspectief van de Parkhaven en omgeving, met daarin aangegeven de vier rijksmonumenten die centraal staan in deze rapportage (wit) en een aantal andere monumenten en belangrijke gebouwen in de omgeving (zwart). Vermelde jaartallen: van oplevering. [onderlegger: GM]

NAi, 1993 Unilever hoofdkantoor, 1931

Boijmans Van Beuningen, 1935

Erasmiaans Gymnasium, 1937 GEB-gebouw, 1931

Ziekenhuis Dijkzigt, 1960

Villa Dijkzigt, 1960

Hogeschool, 1941

Kunsthal, 1992

Medische Faculteit, 1968

Little

Coolhaven

edijk

tze Wes

C

Parkflat, 1958

an

Parksluizen, 1933

la Park

Rijksbelastingskantoor, 1948

Park, >1951 Westerlaanflat, 1965 Euromast, 1960

as

St. Jobshaevn

r

Mullerpie r

Lloydpie

6

en hav

k Par

haven

Schie

Maastunnel, 1942

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Nie

a eM uw

LEGENDA De vier rijksmonumenten die centraal staan in dit rapport Omliggende monumenten en belangrijke gebouwen

INLEIDING Tussen de Maastunneltraverse en de Parkhaven ligt een brede groenstrook, waarvoor plannen worden ontwikkeld. Het gaat om een nu onbebouwd terrein, met een groot monumentenbelang. Rondom de locatie zijn namelijk vier rijksmonumenten te vinden, die elk ook een stedenbouwkundig en landschappelijk aspect hebben: het Park, het Maastunnelcomplex, de Parksluizen en de Euromast. Om bouwinitiatieven te kunnen beoordelen hebben de gemeente en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) om kennis en kaders vanuit cultuurhistorie gevraagd, toegespitst op bovengenoemde monumenten. Dit is de concrete aanleiding voor het opstellen van dit cultuurhistorisch onderzoek. Deze rapportage bestaat uit een historische en ruimtelijke analyse van de Parkhavenkade, inclusief de ‘erfgoedbiotoop’ van de rijksmonumenten en de rivier de Maas. De directe omgeving van de huidige Parkhaven was ooit de rand van Rotterdam, het buitengebied waar Delfshaven begon. Vanuit Rotterdam ontstond halverwege de 19e eeuw het initiatief hier een slachthuis te bouwen en (nadat dit plan mislukte) om het Park aan te leggen. Het Park was een gevolg van de behoefte van Rotterdamse kooplieden en industriëlen aan een voornaam woonmilieu (Scheepvaartkwartier).

Destijds liet zich dat prima met haven- en industriële ontwikkeling combineren, zoals is te zien aan de aanleg van de Westerhaven (1854), de Parkhaven (1893) en nog weer later de uitbreiding van de

Coolhaven (1922). In de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog kwamen hier andere interventies bij, zoals de aanleg van het Maastunneltracé (opening 1942) en de Floriade (1960), waar de Euromast een blijvende herinnering aan vormt. De typisch Rotterdamse mix van enerzijds luxe wonen en recreëren en anderzijds havens en industrie is geleidelijk verdwenen, door het uitplaatsen van havenactiviteiten naar het westen. Al in 1902 werd de Westerhaven gedempt en bij de Parklaan gevoegd. Een eeuw later werden de Mullerpier, de Jobshaven en de Lloydpier getransformeerd tot een gemengd stedelijk gebied. Zo ‘domesticeerde’ het rivierfront, waarbij de scheepvaart op de rivier het ‘Rotterdamse’ decor voor het stedelijk gebruik levert. Ook de huidige planvorming voor de Parkhaven past in deze ontwikkeling. Door zijn geschiedenis is de Parkhaven met zijn omgeving (Coolhaven, Park, rivierfront, Maastunnel) niet eenduidig leesbaar en interpretabel. Het gebied is eerder te zien als een verzameling schotsen, of als een lappendeken van sferen en karakters, vol met continuïteiten, discontinuïteiten, verbindingen en barrières. Die complexiteit is niet alleen ruimtelijk manifest (als een patchwork van sferen en schalen), maar ook terug te vinden in de geschiedenis (omslagmomenten) en in de mentaliteit (veranderingen in de gebruik en appreciatie van het gebied).

Dat betekent dat de cultuurhistorische waardering een zekere dynamische lading krijgt; de samenleving is telkens veranderd. Het gaat

bijvoorbeeld niet alleen om de betekenis van het Park in de negentiende eeuw (Zocher) maar ook om de betekenissen die het park later kreeg, in relatie tot zijn omgeving. Meer dan een historische beschrijving, vraagt dit gebied om een analyse van de historische ontwikkeling en de daaruit voorvloeiende cultuurhistorische waarde, die duiding en weging kan bieden om de impact van het bouwinitiatief voor zijn omgeving te kunnen bepalen. De stad is niet gebaat bij het dogmatisch koesteren van een reeks artefacten, maar bij continuïteit en vernieuwing vanuit het ‘DNA van de plek’. Zo kan het gebied deel worden van de ontwikkeling van de dynamiek van de stad en daar mede vorm aan geven, maar wel zichzelf blijven, met inbegrip van de te koesteren waardes. Het onderzoek begint met een historische beschrijving in vijf episodes, gevolgd door een beschrijving, typering en waardering (RCE) van de vier monumenten. Per monument wordt de relatie met de Parkhavenstrook gelegd. Het laatste hoofdstuk bundelt de uitgangspunten (vanuit het perspectief cultuurhistorie) voor de Parkhavenstrook. De waarden van de monumenten in relatie tot dit gebied zijn in 11 punten samengevat. SteenhuisMeurs, Paterswolde/Rotterdam, september 2020

STEENHUISMEURS BV

7

8

Nachtbeeld van de Euromast aan de Maastunnel, met op de voorgrond het Droogleever Fortuynplein en op de achtergrond de Maas en Parkhaven. [eigen collectie]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

1. HISTORISCHE CONTEXT De Parkhaven ligt tussen Rotterdam en Delfshaven. De historische ontwikkeling van dit gebied is in vijf episoden te verdelen, waarbij het landschap stap voor stap verstedelijkte en de stad zoals we die nu kennen werd gevormd. In dit hoofdstuk wordt de historische ontwikkeling van het gebied in die vijf episodes beschreven.

STEENHUISMEURS BV

9

Fragment van kaart ‘Rotterdam en omlegende landeryen’, uit 1784. Tussen Delshaven en Rotterdam liggen een aantal buitenplaatsen aan de Maas en de Hogen Dijk. De huidige locatie van Parkhaven is met blauwe stippellijn aangegeven. [SAR]

oge

sH land

Schie

ijk

Zeed

Buitenplaats van Valckenier Buitenplaats Den Heuvel Parkhaven

10

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

EPISODE 1: VAN BUITENPLAATS TOT LUXE WOONMILIEU (TOT 1872) Tussen Rotterdam en Delfshaven lag tot ver in de negentiende eeuw een landelijk gebied. Bij de Westersingel hield de stad Rotterdam op. De Beukelsdijk en de Nieuwe Binnenweg waren landwegen door de polders. Een opvallend element was Schielands Hoge Zeedijk: een megastructuur uit de twaalfde eeuw ter bescherming van het gebied tussen Gouda, Leiden en Rotterdam tegen het water. Dit deel van Schiedams Hoge Zeedijk kreeg in de loop van de negentiende eeuw de naam Westzeedijk. Buitenplaatsen langs Schielands Hoge Zeedijk Rotterdamse notabelen bouwden vanaf de zeventiende eeuw buitenplaatsen langs de dijk, zowel binnendijks als buitendijks. Ze kregen illustere namen als Dijkzigt, Schoonoord, Den Heuvel en het Land van J. Valckenier. Voor het Rotterdamse gemeentebestuur bood het buitengebied heel andere mogelijkheden, namelijk om er grote en overlast gevende functies te vestigen. Een voorbeeld was het exercitieveld ten westen van buitenplaats Den Heuvel, op de plek waar nu de Parkhaven en de Parksluizen zijn. Tijdens de Franse bezetting werden hier opstandige burgers gefusilleerd. De gemeente wilde in het buitengebied ook een gemeentelijk abattoir realiseren, waartoe in 1851 het Land van Valckenier werd aangekocht. Destijds lag dit perceel in de buurgemeente Delfshaven, waar men allerminst blij was met dit voornemen.

Delfshaven bepaalde dat de grond geen industriële bestemming mocht krijgen. Voor Rotterdam zat er niets anders op dan naar een andere locatie voor het slachthuis uit te zien. Het zou nog jaren duren voordat aan de noordoostrand van de stad, in de Boezemstraat, een veemarkt met slachthuizen tot stand kwam. Het was het eerste openbare gemeentelijke slachthuis in Nederland.1

Luxe woonkwartier De vraag wat nu te doen met het Land van Valckenier werd op 5 februari 1852 door de Rotterdamse Raad beantwoord met het besluit er een ‘publieke wandeling’ aan te leggen.2 Zo werd het Park geboren. De omslag van slachthuis naar park paste goed bij de toenmalige particuliere initiatieven om aan de westkant van Rotterdam luxe woongebieden te bouwen, zoals het Scheepvaartkwartier en het Nieuwe Werk. Tot dan toe was de havenelite voornamelijk in de Waterstad gevestigd, met de Boompjes als plek van vertier. De ondernemers woonden boven hun pakhuis of kantoor, in de stank en het geratel van karren en lading. In de nieuwe woonbuurten ‘verburgelijkte’ het wonen. Het kwam los van de werkplek, hoewel nog steeds in elkaars nabijheid, want in Rotterdam waren haven en stad innig met elkaar vervlochten. Zo werd tussen 1852 en 1854 de Westerhaven gegraven, haaks op de Veerhaven en dwars door de nieuwe stadsuitbreiding heen. Pal naast de haven was ruimte voor een overdadige groenstructuur: de Parklaan, in 1858 aangelegd als een brede en groene verbinding tussen het Willemsplein en het Park. Van een planmatige stadsontwikkeling was destijds geen sprake. Een voor een werden de buitenplaatsen verkocht en verkaveld. Het gaf het gebied het aanzien van een lappendeken. Stadsarchitect W.N.

Rose (1801-1877) droomde ervan het hele buitengebied tot Delfshaven tot een geordende en gezonde stad uit te bouwen, zoals in zijn tweede Coolpolderproject (1858) is te zien.3 Het bleef echter een droom, omdat grondeigenaren en speculanten de dienst uitmaakten. De grootste grondbezitter van het binnendijkse gebied was de Heer van Hoboken, eigenaar

Kaartje van de buitenplaatsen en industrie buiten de Maasdijk, op de huidige plek van het Park. Het Nieuwe Werk is al omdijkt. Ca. 1850. [SAR, PW]

ijk)

d zee

ij

asd

Ma

est k (W

Nieuwe Werk

Kievitsweide

Buitenplaats Den Heuvel

blekerij

scheepshelling

houtzaagmolen

van villa Dijkzigt met daaromheen 56 hectare land. Hij weigerde zijn land te verkopen. Geleidelijk groeide de stad om het Land van Hoboken heen.

STEENHUISMEURS BV

11

‘Kaart van de Nieuwen aanleg of zogenaamde Nieuwe werk, liggende ten Westen buiten de stad Rotterdam,met de Buiten Gorsen, Griendtens en aanwassen van de Rivier de Maas.’ 18171822, door A. Munro junior. 1: Het Nieuwe Werk, 2: Kievitsweide, 3: Buitenplaats van J. Valckenier, 4: Buitenplaats Den Heuvel, 5: exercitieveld. [SAR, PW]

2

5

4

Parkhaven

12

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

3

1

Coolpolderplan van W.N. Rose, 1858. [SAR]

Fragment van kaart van Rotterdam en omgeving, J. Oprel, 1884. De Parklaan (hier aangegeven als ‘Nieuwe Werk’ en ‘Westerhaven N.Z.’, is aangelegd en op de huidige plek van de Parkhaven worden inhammen gegraven en kades gebouwd door de industrie. [SAR]

Parkhaven

STEENHUISMEURS BV

13

Tekening van Zocher van het Park, ca. 1865. In ca. 1861 waren de Kievitsweide en bleekvelden geïntegreerd in het Park. 1: Verversingshuis Café Niessingh, 2: Standbeeld Tollens, 3: Officierensociëteit. [SAR - PW]

Tekening van een aan te leggen dijk (wit gemarkeerd) naar ontwerp van J.D. en L.P. Zocher, die in de toelichting aangeven: ‘De vallingen der buiten taluds zijn niet te bepalen daar de glooijingen voor het goede effect langer en korter zullen moeten worden aangewerkt doch moet het buiten talud.’ 1856 [SAR, PW]

Den Heuvel  1

3

Westzeedijk 

Maas 

2

Nieuwe Werk 

het Park Het ontwerp voor het Park werd door landschapsarchitecten J.D. Zocher en zijn zoon L.P. Zocher gemaakt. Zocher was destijds geen onbekende in Rotterdam. Hij was een aangetrouwde neef van de latere burgemeester J. van Vollenhove (1814-1889), die hem eerder al bij de aanleg van de Oude Plantage en singels van het Waterproject betrok.4 het Park ontstond stapsgewijs, omdat er steeds nieuwe percelen werden toegevoegd. In eerste aanleg lag het Park buitendijks, met een vrij uitzicht op de Maas. Het enthousiasme was meteen groot: ‘het is geen ‘s Gravenhaagsch bosch, geen Haarlemmerhout, maar het is aanvankelijk heel goed (…) en [het] frissche Maasgezigt geeft er een eigenaardige schoonheid aan, die

14

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

wandelplaatsen van bekende roem altoos zullen missen.’5 In 1856-1857 werd het Park tot aan de Maas uitgebreid en van een dijk voorzien. De Zochers ontwierpen een ‘esthetische dijk’ met een elegante slinger die in het park voor een ruimtelijke effect zorgde.6 De dijk paste in deze uitvoering bij het idioom van het park en de sfeer van een besloten landschappelijke idylle, die de landschapsarchitecten nastreefden. De belendende buitenplaats Den Heuvel werd in 1866 door de bekende houthandel Abraham van Stolk en Zonen aangekocht. Hij wilde er een villapark maken, maar dit stuitte op verontwaardiging en verzet van Rotterdamse burgers. In 1876 nam de gemeente het terrein over. Na de

annexatie van Delfshaven door Rotterdam (1886) werd de buitenplaats aan het park toegevoegd en kreeg het Park zijn huidige omvang. Het ontwerp was van de gemeentelijk tuinarchitect D.G. Vervooren, in samenwerking met G. de Jongh, directeur Gemeentewerken.

Erfenissen episode 1 De eerste fase van verstedelijking in het buitengebied tussen Rotterdam en Delfshaven leverde, vanuit het nu gezien, een merkwaardige combinatie op van havens, rijkeluisbuurtjes, oude buitenplaatsen, het Park en de groene polderoase van het Land van Hoboken. Terwijl de stad oprukte, graasden de koeien pal naast de Nieuwe Binnenweg onverstoord verder. Heel geleidelijk ontstonden ten westen van Rotterdam aantrekkelijke woonmilieus voor de welgestelden, waarin de nabijheid van de havens en fabrieken allengs minder merkbaar werd. De aanleg van het Park (1852) en de Parklaan (1858) pasten goed bij deze ontwikkeling. Na de opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 bleek de Westerhaven al spoedig te klein voor de grotere zeeschepen die Rotterdam aandeden. In 1902 zou de haven worden gedempt en bij de burgerstad worden gevoegd. De zuidelijke wand van de Parklaan ontwikkelde zich tot een allee met luxe huizen, die in Parijs of Londen niet hadden misstaan. Het Park werd een natuurlijk eindpunt van de gegoede stad en tegelijk een groene buffer in de richting van Delfshaven en de havens en fabriekscomplexen die daar waren en nog zouden komen. De erfenis van deze episode: - Stapsgewijze verstedelijking met particuliere verkavelingsplannen (luxe woonbuurten); - Nauwe publiek-private samenwerking bij de totstandkoming van een groen en luxe woonmilieu met Park en Parklaan.

- Aanleg en stapsgewijze uitbreiding van het Park (vanaf

-

Land van Hoboken tussen Binnenweg en Westzeedijk, ca. 1900. [SAR]

1852), een naar binnen gekeerde groene kamer buiten de stad, aanvankelijk omgeven door weilanden. Aanleg van de Parklaan (1858); Het Land van Hoboken, als een groene polderoase, die geleidelijk door verstedelijking wordt omgeven; Geleidelijke ruimtelijke scheiding van enerzijds havens, fabrieken en arbeidersbuurten, en anderzijds de luxe woonmilieus en recreatieve voorzieningen. Het patroon in die tijd was dat niet dankzij, maar ondanks de gemeente hier een luxe en groen woonmilieu groeide.

STEENHUISMEURS BV

15

16

Kaart van het westelijke havengebied, Gemeentewerken, 1895. De Parkhaven is aangelegd, maar nog in smalle vorm. [SAR]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

EPISODE 2: DE TRANSITOHAVEN (1872-1926)

Plan De Jongh, 1887. Het meest opvallende element in het plan is de nooit uitgevoerde oostelijke tak van de Coolhaven. [SAR]

De opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 gaf Rotterdam een directe verbinding met zee, zonder omvaren, sluizen of andere obstakels. Een enorme expansie en transformatie van de Rotterdamse haven begon. Vanouds werd aangevoerde koopwaar in pakhuizen opgeslagen om te worden verkocht. Nu ontpopte Rotterdam zich tot een transitohaven, waar de goederen direct van het ene schip op het andere werden overgeslagen. Rotterdam groeide uit tot een wereldhaven. De gemeente liet de ene nieuwe haven na de andere graven. Ze werden steeds groter en specialiseerden zich op bepaalde producten of bedrijven. Dit proces vond voornamelijk plaats in Rotterdam-Zuid, maar ook de Coolpolder en Delfshaven werden voor havenuitbreidingen ingezet. De annexatie van Delfshaven in 1886 markeerde de start van nieuwe havenontwikkeling op de rechter Maasoever. Coolpolderplan G.J. de Jongh presenteerde het (tweede) Coolpolderplan in 1887.7 De kern van het plan was een T-vormige structuur van binnenhavens. Centraal hierin lag de nieuw te graven Parkhaven, met vertakkingen naar het westen en het oosten. De westelijke tak sloot aan op de Delfshavense Schie, waardoor de binnenvaart voortaan de nauwe haven van Delfshaven niet meer door hoefde om op de Maas uit te komen. Het Coolpolderplan voorzag verder in de aanleg van brede boulevards, zoals de ‘s-Gravendijkwal en Henegouwerlaan.

Het veertig meter brede profiel van de ’s-Gravendijkwal was bedoeld om er een spoorverbinding van de Parkhaven naar het Station Delftsche Poort aan te leggen. Deze spoorlijn kwam er niet, want in 1890 werd besloten de verbinding ‘achterlangs’ om Delfshaven heen te leggen.

STEENHUISMEURS BV

17

 

Aanleg van ‘de Bult van De Jongh’ aan de zuidzijde van het Park (let op: de kaart is gedraaid, het zuiden is boven), 1898. [SAR - PW] Parkheuvel, 1910. Uitkijkpunt over de havens aan de Maas. [eigen collectie]



het Park, 1914. [eigen collectie]

Uitg. P. B. Sctiaaij, R'dam.

ROTTERDAM.

P rkgezlcht.

Parkhaven en Parkheuvel In 1890-1893 werd de Parkhaven aangelegd. Met deze nieuwe haven werd de Maas ‘in onmiddellijk verband met den Westzeedijk gebracht’. Het kruisen van het verkeer te land en te water werd bevordelijk geacht voor de ontwikkeling van de Coolpolder en het goederenverkeer naar en vanuit de havens. Door de aanleg van de Parkhaven kwam grond beschikbaar voor de aanleg van een dijk ten westen van het park en het ophogen van de dijk langs de Maas. De rand van het Park werd dicht beplant om de natuuridylle niet te verstoren. De Jongh liet slib uit de 2e Katendrechtse Haven aan de overkant van de Maas naar het Park brengen, om er de ‘Bult van de Jongh’ mee aan te leggen (1896).8 Zo ontstond de Parkheuvel, een uitzichtpunt op de haven. Parkheuvel is een mooie illustratie van de Rotterdamse aanpak van de Jongh: werk met werk maken en een stadsesthetiek waarbij de schoonheid van het havenbedrijf met trots werd geëtaleerd. Parkheuvel was bedoeld als uitkijkpunt over het bedrijvige Maaslandschap, de trots van Rotterdam, waar de stadsbewoners op de door henzelf gegenereerde bedrijvigheid konden uitkijken. Het gaf de parkbezoekers een verrassende, sublieme ervaring. In feite liep Parkheuvel op de bouw van de Euromast vooruit, waarmee tachtig jaar later het havenbedrijf opnieuw fysiek ervaarbaar werd gemaakt.

i?_ofteroam

IParli

ROTTERDAM.

18

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Kaart van het westelijke havengebied, 1909. De Parkhaven vormt de oostgrens van het snel groeiende haven- en industriegebied, met ten oosten van de haven het Park en het luxe wonen. [SAR - PW]

De havens van Delfshaven De Parkhaven werd in eerste instantie slechts deels aangelegd, omdat de machinefabriek en scheepswerf Wilton in de weg lag en de erfpacht nog niet was afgelopen. In 1902 verhuisde Wilton naar Delfshaven en kon het karwei worden afgerond. Tussen 1906 en 1908 werd de Sint Jobshaven gegraven en de Parkhaven verbreed, een jaar later volgde de Schiehaven, een gigantisch bekken van 120 m breed en 8,5 meter diep in de vergraven Ruigeplaat van Delfshaven. Al deze havens dienden de overslag van zogenaamd ‘stukgoed’, goederen waarvan de hoeveelheid niet naar maat of gewicht maar per stuk worden opgegeven. Over een uitgebreid stelsel van spoorbundels werden de goederen vervoerd tussen de nieuwe havenbekkens en naar het nieuwe goederenstation Rechter Maasoever. In 1907 waren alle toekomstige kades en terreinen verhuurd, twee jaar later was het hele complex, inclusief havenspoorlijn, klaar.9 De ontwikkeling ging voort: na de grensverlegging met Schiedam volgden de IJsselen Lekhaven voor zeeschepen en de Keilehaven als industriehaven. Wij kunnen ons dat nu moeilijk voorstellen, maar dit was de rand van de stad, waar de industriële kansen lagen, de Maasvlakte van toen. Aan de overkant van de rivier kwam kort daarna de Waalhaven in aanleg, die destijds qua afmetingen minstens zo’n impact had als de Tweede Maasvlakte tien jaar geleden.

STEENHUISMEURS BV

19

Uitbreidingsplan en parkaanleg, P. Verhagen, 1913. [SAR]

Coolhaven en Parksluizen Met de transformatie van het rivierfront van Delfshaven tot een doorlopend havengebied bleef het oude Coolpolderplan van De Jongh een tijdlang op de achtergrond. De gemeenteraad had bij de behandeling van het Algemeen Uitbreidingsplan (1903) bezwaar tegen de aanleg van de oostelijke zijtak van de Coolhaven.10 Anders dan voorheen paste een havenbekken niet meer in het beeld van een voorname stadswijk, met hotels, winkels en luxe woonhuizen. A.C. Burgdorffer, die in 1910 De Jongh als directeur Gemeentewerken was opgevolgd, wijzigde het havenplan. De oostelijke tak werd geschrapt, de westelijke tak werd in een ruit van vaarwegen rond

20

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Haven- en handelsterreinen ten westen van het Park, met een uitgebreid sporenstelsel, 1910. [SAR]

Rotterdam opgenomen. Dit deel werd tussen 1922 en 1933 gerealiseerd, inclusief de Parksluizen in de Westzeedijk. Samen met het Schiekanaal (1928-33), het Noorderkanaal (1933-38) en de Rotte was het binnenvaartrondje om de stad compleet. De Coolhaven verbond de Delfshavense Schie via de Parksluizen en de Parkhaven met de Maas. Op de kades langs de Parkhaven kwamen loodsen voor stukgoedoverslag. Aan de oostkant van de Parkhaven waren in 1929 verschillende bedrijven gevestigd: de Vervoer Mij. Rotterdam Binneveld & Schellen, P.A. v. Es & Co en Ph. v. Ommeren. De westzijde was in gebruik bij de fa.

Wh. M. Muller & Co (vandaar de huidige naam Müllerpier). De reststrook annex groenstrook tussen de industrie aan de Parkhaven en het Park ontwikkelde zich langzaam tot recreatiegebied. Als eerste vestigde de in 1885 opgerichte Anglo Dutch Lawntennisclub zich op het terrein, de oudste tennisclub van het land. Erfenissen episode 2 Door het omleggen van de havenspoorlijnen via Delfshaven en het annuleren van de oostelijke tak van de Coolhavens, bleef het luxe kwartier gevrijwaard van nieuwe industriële activiteiten. Er ontstond een duidelijke demarcatiegrens tussen de luxe woonstad en de haven, precies tussen het

Het Land van Hoboken vanuit de lucht, ca. 1900. [Archief Sectie Luchtmachthistorie van de Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, Den Haag]

Park en de Parkhaven in. Als alternatief voor het oostelijke havenbassin ontwierp gemeentelijk stedenbouwkundige P. Verhagen in 1913 een luxekwartier met grotendeels vrijstaande villa’s rondom gemeenschappelijke parken.11 Door de onmogelijkheid om het Land van Hoboken te verwerven, liet realisatie op zich wachten. De erfenis van deze episode: - Planmatige aanpak en schaalvergroting van stedenbouwkundige planvorming; - Verder doorgevoerde functiescheiding: havens, park, woonkwartier; - Aanleg van de Parkhaven en planning van de Parksluizen en de Coolhaven; - Nieuwe structurerende elementen: Parkhaven, Coolhaven en (onbedoeld) het Land van Hoboken. - Harde grens tussen enerzijds het luxe woonmilieu ten oosten van de Park en anderzijds de havens en industrie ten westen van het Park; deze grens liep binnendijks uit op de brede ’s-Gravendijkwal (gedimensioneerd op de aanleg van een spoorlijn, die niet werd uitgevoerd) - Dicht beplante begrenzing van het Park, onderbroken door een verhoogd uitkijkpunt (‘de bult van De Jongh’), met een sublieme ervaring: vanuit de naar binnen gekeerde groene kamer van het Park omhoog, naar een uitkijkpunt over de Maas en de uitgestrekte havens. - Omvorming van het rivierfront bij Delfshaven tot een doorlopend haven- en industrieterrein.

- Strook tussen Park en Parkhaven ontwikkeld met loodsen aan de kade en een recreatiestrook (tennisbanen) daarachter.

Land van Hoboken

het Park

Park h

aven

St

.J

ob

sh

av en

n have

Schie

STEENHUISMEURS BV

21

22

Kaart van het Land van Hoboken, de weilanden lopen door tot aan de Binnenweg, 1921-1922. [SAR]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

 

Parkhaven, 1911, Fotografische Dienst Rotterdam. [SAR] Parkhaven in 1929. Op de achtergrond de tennisbanen. [SAR]

 

De oosterlijke kade van Parkhaven met de loodsen van P.A. v. Es & Co en Ph. v. Ommeren, 1912. [SAR] Ansicht met een luchtfoto van Parkhaven (rechts) en St. Jobshaven, met op de achtergrond de Coolhaven en links het uiteinde van de Schiehaven, 1930, prentbriefkaart met foto van KLM Aerocarto, 1930. [SAR]

Parkhaven begin 20e eeuw

STEENHUISMEURS BV

23

24

Schetsplan Land van Hoboken, P. Verhagen, 1924. [SAR]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Plan Witteveen, 1926. [SAR]

EPISODE 3: DE MONUMENTALE STAD (1926-1950)

Boijmans van Beuningen

De groene scheg (het voormalige Land van Hoboken), in 1946, gezien vanaf de binnenstad. [eigen collectie]

Unilever

Na het heengaan van de Heer van Hoboken in 1924, kocht Maatschappij Dijkzigt het landgoed uit zijn nalatenschap. Het doel was bouwen, maar de economische crisis gooide roet in het eten. Hierop nam de gemeente de grond voor 4 miljoen gulden over. Op initiatief van de Vereniging voor Stadsverbetering, bestaande uit betrokken burgers en ontwerpers, werd in 1924 door Verhagen een ontwerp voor het Land van Hoboken gemaakt, bestaande uit een groene scheg met bebouwing daaromheen.12 Zo zou een grote doorlopende groenzone ontstaan, vanaf de Maas, via het Park tot aan de Nieuwe Binnenweg. Waar in de eerste episode de nadruk op de opbouw van luxe woonwijken lag en in de tweede episode hier tegenaan een moderne havenuitbreiding met een uitgestrekt woongebied gestalte kreeg, brak nu het moment aan om een grootstedelijke en monumentale stadsbeleving te realiseren. De groene scheg creëerde een uitzicht op de stad, omkaderd door monumentale openbare gebouwen, culturele instellingen en hoofdkantoren van bedrijven. Alles draaide om het contrast tussen die grote open vlakte middenin de dynamische stad, en het ‘boeiend silhouet van stadstorens’ daaromheen.13 De visie werd twee jaar later integraal in het Plan voor Hoboken van stadsarchitect W.G. Witteveen overgenomen.

STEENHUISMEURS BV

25

26

Tekening van de groene scheg in ca. 1926. [collectie SteenhuisMeurs]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Kaartje van het Land van Hoboken, 1930. [collectie SteenhuisMeurs]



Belastingskantoor aan de Parksluizen, onder de Coolhaven, rechtsachter de Parkhaven, met nog net zichtbaar het ventilatiegebouw van de Maastunnel. 1952. [eigen collectie] Rijksacademie aan de Coolhaven, z.j. [eigen collectie]

 

De Parksluizen, met op de achtergrond het GEB-gebouw, z.j. [eigen collectie] Museum Boijmans van Beuningen [De Maastunnel (1938) 1]

Representatieve bebouwing Op de belangrijke kruisingen moesten echte bakens komen: het GEB-gebouw aan de entree van het parkgebied bij de Coolhaven, de Bijenkorf op de kruising van de Nieuwe Binnenweg met de Westersingel (dit werd het Parkhotel) en het gymnasium op de kruising van de Mathenesserlaan en de Rochussenstraat (werd Unilever). Het Land van Hoboken kreeg een indrukwekkende staalkaart van beeldbepalende gebouwen: Museum Boijmans van Beuningen (A. van der Steur, 1928-35), de Volksuniversiteit (in villa Dijkzigt), het Erasmiaans Gymnasium (Van der Steur, 1937) het Unilever hoofdkantoor (H.F. Mertens, 1930-31), de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, nu locatie Academieplein van de Hogeschool Rotterdam (Meischke en Schmidt, 1938-41) en een openluchttheater. Dit ensemble van vrijstaande gebouwen had de Rotterdamse skyline en het groen van het Land van Hoboken als verbindend element. De gebouwen waren ook bepalend voor de oostzijde van de Coolhaven, die daarmee een meer stedelijk-monumentaal karakter kreeg dan de haven- en fabriekslocaties direct langs de Maas. Opvallend is het uniforme materiaalgebruik voor de kades, sluizen en gebouwen: donkere baksteen.

Met de groene scheg en de mix van openbare, culturele functies en bedrijven, kreeg Rotterdam een nieuw ‘civic center’ dat allure gaf, zeker in vergelijk met de mix van opeengeplakte gebouwen in de oude waterstad.

STEENHUISMEURS BV

27

Maastunneltracé: monumentale entree tot de wereldstad De tweede grote verandering in het gebied in deze periode was de aanleg van het Maastunnelcomplex als onderdeel van de doorgaande verkeersroute van Den Haag richting Parijs.14 In Rotterdam bestond er destijds één vaste oeververbinding, via de Willemsbrug (1878), het Noordereiland en de Koninginnebrug (1876). Mede door de opkomst van het autoverkeer en de snelle ontwikkeling van de Linker Maasoever was deze verbinding al vroeg in de twintigste eeuw overbelast. Jarenlang werd gepuzzeld op mogelijkheden voor een tweede vaste oeververbinding ten behoeve van lokaal en interlokaal verkeer. Witteveen nam in zijn ‘Studie van den Algemeenen Uitleg van Rotterdam’ (1928) enkele alternatieve verbindingen tussen beide Maasoevers op. De prioriteit werd bij een brug of tunnel ten westen van de stad gelegd, vanwege de westwaartse groei van de stad en de havens, de gewenste spreiding van het verkeer (uit de binnenstad) en de goede aansluitmogelijkheden op Rijksweg 16 (naar Den Haag) en Rijksweg 13 (naar Dordrecht). Doordat de spoorlijn over de ’s-Gravendijkwal er nooit was gekomen, lag het tracé van een noord-zuid wegverbinding in feite al klaar en moest het alleen worden doorgetrokken langs het Park naar Charlois. Er waren twee opties: een brug of een tunnel.

Het voordeel van een tunnel was dat het autoverkeer sneller zou doorstromen en de scheepvaart werd ontzien. Daarnaast was een tunnel ook een prestigeobject van jewelste, vergelijkbaar met de latere Erasmusbrug die het boegbeeld voor de ontwikkeling van de Kop van Zuid zou worden. Een

28

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Maastunneltraverse op de Linker en Rechter Maasoever. [De Maastunnel 2 (1938) 1, p. 26-27]

Kaart van het Land van Hoboken, het Park en de aan te leggen tunnelverbinding met de Linker Maasoever. [De Maastunnel 1 (1937)]

Plan Witteveen voor de noordelijke aanrijroute van de Maastunnel, met monumentale architectuur aan weerszijden van het tracé en een grote rotonde op het kruispunt met de Rochussenstraat, 1930. [SAR?]

In het voorstel van Emmen reed het autoverkeer omhoog via een schroefbaantoren, de fietsers en voetgangers met roltrappen. [Emmen 1936]

tunnel onder de Maas paste bij de Rotterdamse droom om een moderne wereldstad te worden. In 1930 paste Witteveen zijn ontwerp voor het Land van Hoboken aan, met de toevoeging van een royaal bemeten tunneltracé.15 Dit tracé was vanuit routebeleving en efficiëntie ontworpen. Bebouwing aan weerszijden zorgde voor een monumentale begeleiding van het tracé, met als centraal element een immense rotonde bij de Rochussenstraat. Iets vóór de Westzeedijk vernauwde de bebouwing tot een soort stadspoort. Hierachter strekte zich voor de automobilist een weids panorama over de haven uit, alvorens hij door het groen (geflankeerd door veel tennisbanen) naar de tunnelmond zou afdalen. Vanwege de kosten bleef ook de brugvariant in beeld. In 1936 maakte J. Emmen een aangepast ontwerp, waarbij het

verkeer in een enorme spiraal omhoog zou draaien, om op grote hoogte, zonder al te veel hinder voor de scheepvaart, de Maas over te steken om vervolgens weer naar beneden te draaien.16 Op 25 maart 1937 hakte de gemeenteraad de knoop door ten gunste van de tunnelvariant.17 De Maastunnel werd de eerste onderwatertunnel van Nederland en kreeg de eerste rechthoekige tunnelbuis ter wereld. 18 De trots op dit werk (en op de stad) was zo groot, dat eind 1937 de gemeentelijke technische dienst het maandblad De Maastunnel het licht liet zien, ‘gewijd van en aan de belangen van de stad Rotterdam in het algemeen en den bouw van de Maastunnel in het bijzonder’. Burgemeester P. Droogleever Fortuyn schreef in het eerste nummer dat de aanleg van de Nieuwe Waterweg Rotterdam met de zee had verbonden en de Maastunnel de stad nu onderling en met het achterland zou verbinden.19

STEENHUISMEURS BV

29

Aanleg van de Maastunnel, gezien richting het zuiden. [De Maastunnel 1938, bijlage]

  

30

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Het ventilatiegebouw en het entreegebouw voor fietsers en voetgangers op de Rechteroever, z.j. [eigen collectie] Entree tot de Maastunnel vanuit het noorden, met als baken op de zichtlijn het ventilatiegebouw, ca. 1956. [eigen collectie] De ventilatiegebouwen waren symbool voor de ‘durf en ondernemingslust’ van de stad en fungeerden als icoon temidden van schepen, kranen en bokken in de Rotterdamse haven. Hier gezien vanaf de Linkeroever. [eigen collectie]

Luchtfoto van de westelijke havens op de Rechteroever, van links naar rechts: Parkhaven, St. Jobshaven, Schiehaven. 1938. [SAR]

De ventilatie-, toegangs- en garagegebouwen, de tunnel en de tunnelbak en de tunneltraverse werden ontworpen door het ‘Bureau Stadsarchitect’ onder leiding van A. van der Steur. 20 G.A. Overdijkink van de afdeling Beplantingen van Staatsbosbeheer adviseerde over de beplanting.21 Zo ontstond de Maastunneltraverse als een geënsceneerde route van stijgen en dalen, waarin de ingenieurskunst van de tunnelbakken, de architectuur van de dienstgebouwen, het groen van de flankerende beplantingen en de omringde stadsaanleg in samenhang waren gebracht, als een Gesamtkunstwerk. Voor de aanleg van de tunnel werd meer dan de helft van de loodsen aan de oostzijde van de Parkhaven gesloopt. De overgebleven loodsen verdwenen in de jaren veertig. De flanken van het talud naar de tunnelbuis werden met struiken beplant en het resterende oppervlak opnieuw ingericht met gras en boomgroepen.

Coolhaven en de Parksluizen, met rechts het GEB-gebouw, 1948. [Ravesteyn]

Erfenissen van episode 3 Tijdens het interbellum ontstond het concept van een groene scheg vanaf de Parkhaven, via het Park en het Land van Hoboken tot aan de Nieuwe Binnenweg. Rondom deze grootstedelijke ruimte was op de belangrijke kruisingen een ritme van monumentale en representatieve gebouwen gedacht. Het stedelijke weefsel van ongeveer drie tot vier lagen hoog werd op deze punten verbijzonderd door hogere, iconische gebouwen. Buitendijks werd de zone tussen het Park en de Parkhaven als een recreatiestrook (met o.a. tennisbanen) gebruikt. In de jaren dertig werd het plan, met behoud van de groene scheg, aangepast om het Maastunneltracé op te kunnen nemen. De verkeersweg werd de lasnaad tussen de weelde van de groene scheg (Land van Hoboken, het Park, Parklaan) en de ruwheid van de haven- en industriegebieden rondom Delfshaven.

Erfenissen van deze episode: - Groene scheg in het Land van Hoboken, omgeven door monumentale gebouwen (‘een boeiend silhouet van stadstorens’); - Openbare gebouwen (musea, scholen) en representatieve kantoren; - Afronding havenaanleg (Coolhaven, Parksluizen) - Maastunneltracé; - Flat Parklaan (W. van Tijen, 1933), restaurant Old Dutch (J.A. Lelieveld, 1940); - Noodwinkels aan de Nieuwe Binnenweg, na het bombardement van 1940.

STEENHUISMEURS BV

31

32

Luchtfoto van het Land van Hoboken, 1954. [SAR]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Ansicht van het Land van Hoboken, ca. 1960, met op de voorgrond het Park en de Noorse Kerk, links daarachter ziekenhuis Dijkzicht, en rechts daarvan Ahoy. [eigen collectie]

EPISODE 4: WEDEROPBOUW EN MANIFESTATIELOCATIE (1950-1985) In de jaren dertig en veertig was niet veel terecht gekomen van de monumentale stadsbebouwing die Witteveen aan weerszijden van de aanrijroute van de Maastunnel had gedacht. Op foto’s van kort na de oorlog heeft Rotterdam twee opvallende leegtes: de gebombardeerde binnenstad en pal ernaast het Land van Hoboken. Tijdens de wederopbouw stonden het herstel van havens, binnenstad en woningvoorraad voorop. De aandacht voor ontspanning en cultuur was beperkt. Het Land van Hoboken was in deze eerste naoorlogse jaren een logische locatie voor tijdelijke of grote functies. Ten behoeve van de havenmanifestatie Rotterdam Ahoy werd in 1950 een tijdelijk tentoonstellingsgebouw opgericht, dat via een dito wandelbrug over de Westzeedijk met het Park was verbonden.22 Hier was onder meer het de ‘Vrolijcke Hoeck van Oudt-Rotterdam’ nagebouwd. Op de Parkkade werden scheepsonderdelen geëxposeerd. Het noodgebouw bleef tot 1966 de thuisbasis van Ahoy. Pal ernaast verrees ziekenhuis Dijkzigt (1952-1960), als vervanging van het oude Coolsingelziekenhuis (Rose). Het ziekenhuiscomplex leverde de oostelijke bebouwingswand van het Maastunneltracé, tussen de Rochussenstraat en de Westzeedijk.

De Watersnoodramp van 1953 zette het Park onder water en het duurde bijna een jaar aleer het (brakke) water weer weg was.23 Veel oude bomen overleefden dit niet. Behalve herstel van de schade aan het Park betekende de Ramp vooral dat de Westzeedijk aanzienlijk moest worden verhoogd om op Deltahoogte te komen. Deze werkzaamheden begonnen in 1968. De dijk werd een grotere visuele barrière en lastiger oversteek dan voorheen.

  

het Park overstroomd, 1953. [SAR] Vernielde bestrating van de Westerlaan (oostrand van het Park), Kees Molkenboer, 1953. [Nederlands Fotomuseum] De kabelbaan en tijdelijke brug over de Westzeedijk tijdens manifestatie E55, links Museumpark, rechts Het Park, 1955. [SAR}

Typerend voor de wederopbouwtijd was dat het Land van Hoboken en het Park voor manifestaties werden gebruikt, waarin Rotterdam optimistisch naar de toekomst keek. Vijf jaar na Rotterdam Ahoy volgde de Nationale Energie Manifestatie E55. Voor dit evenement werd een kabelbaan over de Westzeedijk aangelegd. Kunstenaars als Karel Appel, Constant Nieuwenhuys en Arie Jansma participeerden. Tal van (gerenommeerde) architectenbureaus ontwierpen paviljoens. In het Park verrees een 60 meter hoge kraan waarmee bezoekers omhoog werden getakeld (thema Ruimtevaart). Voorts presenteerden de elf provinciën zich en kwamen er restaurants en cafés, waarvan Chalet Suisse overbleef (nu restaurant Köşk).24 Dit chalet stond eerder op ‘Landi 1939’, de Schweitzerische Landesausstellung in Zürich (1939).

STEENHUISMEURS BV

33

34

Luchtfoto van het Park en de achterliggende havens tijdens de Floriade. [SAR]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Terugkerend inrichtingselement bij de Floriade zijn halfhoge, slingerende muurtjes van open betonstenen, 1960. [SAR]

 

Euromast in aanbouw, 1959. [SAR] Bouw van de voetbrug over de Maastunnel voor 1960. De brug werd later vervangen door de huidge voetbrug. Foto 1960. [SAR]

De Euromast met Space Tower (1970), met aan de voet het Maastunneltrace, en op de achtergrond Parksluizen en Coolhaven. [eigen collectie]

Het belangrijkste naoorlogse evenement in het gebied was de tuinbouwmanifestatie Floriade, van maart tot september 1960. De directe aanleiding was het honderdjarig bestaan van de Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur. Voor Rotterdam bood de Floriade de mogelijkheid om het Park grondig aan te pakken na de Watersnoodramp en de grote evenementen.25 De ontwerpers van het Floriade-terrein waren J.T.P. Bijhouwer en M.J. Vroom.26 De nog resterende gebouwen van E55 werden aangevuld met kassen en een internationale beeldententoonstelling. De Parkhavenstrook werd benut als lineair opgebouwde tentoonstellingsruimte. Over de Maastunnelbak kwam een voetbrug. Hoogtepunt van de Floriade was de Euromast met uitzicht over het Floriadeterrein, de stad en de haven. De mast was een ontwerp van H.A. Maaskant, gebouwd om te blijven en direct een icoon van Rotterdam. Van de tijdelijke parkaanleg voor de Floriade maakten veel borders en bloemenvelden later plaats voor gazons. Erfenissen van episode 4 In de wederopbouwperiode was ziekenhuis Dijkzigt de voornaamste toevoeging aan het gebied. Verder kwam er woningbouw tussen de Nieuwe Binnenweg en de Rochussenstraat en een flatgebouw op de hoek van de Westzeedijk en de Kievitslaan (Parkflat). Aan de andere kop aan de oostzijde van het Park, bouwde rederij Van

STEENHUISMEURS BV

35

 

36

Binnenvaartsschepen in de Parkhaven, zicht vanaf de Euromast, Ary Groeneveld, 1966. [SAR] Zicht vanaf de Euromast op de havens, ansicht, ca. 1960. [eigen collectie]

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

St. Jobshaven, Parkhaven en daarachter het Park en de Euromast, ca. 1960. [SAR?]

Luchtfoto van Coolhaven, Museumpark en rechts een gedeelde van het Park, ca. 1970. [SAR]

De Euromast aan de Parkhaven en het ventilatiegebouw van de Maastunnel, met op de achtergrond het Dijkzigt ziekenhuis. In de haven ligt het schip Cilicia, 1966. [SAR]

Ommeren haar hoofdkantoor, bestaande uit hoogbouw op de hoek van de Calandstraat en laagbouw langs de Westerlaan (1965). Het Park en zijn naaste omgeving ontpopte zich in deze periode tot een evenementenlocatie waar periodiek grote culturele en maatschappelijke manifestaties plaatsvonden: Rotterdam Ahoy (1950), E55 (1955) en de Floriade (1960). Erfenissen van deze episode: - Ziekenhuis Dijkzigt; - Ophoging van de Westzeedijk tot Deltahoogte; - Herinrichting van het Park na de Watersnoodramp; - Euromast en enkele paviljoens in het Park; - Voetgangersbrug van de Parkhavenstrip over de Maastunnelbak naar het Park; - Bouwblokken Nieuwe Binnenweg - Rochussenstraat (E.H.A. en H.M. Kraaijvanger); - Parkflat Westzeedijk (E.F. Groosman, 1949-58); - Kantoor Van Ommeren, Westerlaan (Verhave, Luyt, De Jong, 1957-65). STEENHUISMEURS BV

37

Luchtfoto van het Park en de omliggende stad, 1995. [SAR]

5

2

9 11

7

8

3 4 1

6 12

10 14 13

Museumpark 1. Villa Dijkzigt (nu: Natuurmuseum), 1849-1850 2. Museum Boijmans en Van Beuningen, 1928-1935 (uitbreidingen 1963-2003) 3. Museumpark, 1985-1993 4. Kunsthal 1988-1992 5. Nederlands Architectuurinstituut, 1988-1993 Ziekenhuisstad 6. Ziekenhuis Dijkzigt, 1952-1960 7. Medische Faculteit, 1965-1968 8. Sophia Kinderziekenhuis, 1987-1994 9. Unilevergebouw, 1930-1931 10. Parksluizen, 1931-1933 11. Erasmiaans Gymnasium, 1937 12. Parkflat, 1949-1958 13. Euromast, 1958-1960 14. Westerlaan toren 1957-1965

38

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

EPISODE 5: MUSEUMPARK EN ZIEKENHUISSTAD (1985-HEDEN)

Museumpark In 1985 ontstond, voor het eerst sinds het Basisplan Van Traa uit 1946, weer een visie op de binnenstad.27 Hier is de naam van stedenbouwkundige Riek Bakker aan verbonden. De Binnenstadsvisie verdeelde de binnenstad in een Centrumruit (Lijnbaankwartier), Waterstad en Parkendriehoek. Die laatste was in feite gelijk aan de groene wig van Witteveen, maar nu voorgesteld als een samenhangende parkenstructuur met culturele functies. De driehoek bestond uit het Park, het Museumpark en de omgeving van de Parklaan. Als kop en staart van het Museumpark ontstonden de Kunsthal (1992) en het Nederlands Architectuurinstituut (1993). Het tussenliggende parkgebied werd door Y. Brunier en OMA als park ingericht (1991). De verstedelijkingsdruk op het park bleek constant: na de bouw van de tijdelijke Villa Zebra (kindermuseum, hier tussen 2001 en 2005 gevestigd) volgde de aanleg van een parkeergarage met waterberging (2005-10) en Depot Boijmans (MVRDV, 2013-21).

Ziekenhuisstad Verdichting werd ook op de locatie van het ziekenhuis ingezet. Het was de consequentie van de keuze om het ziekenhuis centraal in de stad te houden. Al eerder was de Medische Faculteit hier gevestigd (hoogbouw A. Hagoort en J. Prouvé, 1965-68).28 In de jaren negentig volgde het Sophia Kinderziekenhuis (OD205, 1987-94) en begon een haast totale make-over van het ziekenhuis (EGM, 1997-2017) en de bouw van o.a. het Education Centre Erasmus MC (Kaan, 2005-2013). Hoewel in het masterplan aanvankelijk werd gestreefd naar ‘doorwaadbaarheid’ van het ziekenhuiscomplex door stedelijke routes en ruimtes op de locatie op te nemen (studies Xaveer de Geyter, 2006), maakte de ziekenhuislogica met een ‘backbone’ (interne hoofdstraat) deze opzet onmogelijk. Het ziekenhuis werd meer dan voorheen een wereld op zich, in het hart van de stad.

  

Museumpark vanuit de Euromast, Ina Daniels, 2014. [SAR] Het naar binnen gekeerde Erasmus ziekenhuis, z.j. [SAR?] Herontwikkeling van de Müllerpier. [eigen foto]

Herontwikkeling havens Met de geleidelijke verhuizing van havenactiviteiten naar het westen kwamen aan het einde van de twintigste eeuw de kades van de Parkhaven, de Sint Jobshaven en de Schiehaven voor herontwikkeling in aanmerking. Dit kreeg in twee stedenbouwkundige plannen zijn beslag. Het ontwerp voor de Müllerpier werd door KCAP gemaakt (1998-2003) en voor de Lloydpier door Rijnboutt (20012004). De haventerreinen transformeerden tot een gemengd stedelijk gebied met veel woningbouw. Enkele historische panden bleven staan en werden herbestemd, zoals de Schiecentrale (media campus en hotel, Mei Architecten, 1996-2008) en het Jobsveem (lofts, Mei architecten, 200708). Voorts vestigde het Transportcollege zich in het gebied (Neutelings Riedijk 2005). Ook rondom de Parksluizen rukte de (woon)stad op, met de herontwikkeling van het voormalige Rijksbelastingkantoor Puntegale tot woningen (De Jong Bokstijn Architecten, 1999), de transformatie

STEENHUISMEURS BV

39

40

Binnenstadplan dS+V met daarop de Centrumruit, Waterstad en Parkendriehoek, 1985

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Panoramafoto vanaf Charloishoofd, 2020. [eigen foto]

1

2

3

4

5

Park als groene schakel in het gedomesticeerde havenfront

6 Herontwikkeling en domesticering van de havens 1. (Voornamelijk) woningbouw op de Lloydpier 2. Scheepsvaart- en Transportcollege 3. Jobsveem, St. Jobshaven 4. (Voornamelijk) woningbouw op de Müllerpier 5. Little C, Coolhaven 6. Hoogbouw Zalmhaven

van de voormalige Machinistenschool Machinist tot evenementenlocatie (Akropolis Architecten, 2009) met aansluitend woningbouw, en de bouw van Little C op de kop van de Coolhaven (Culd Architecten, 2020). Hiermee wordt het binnendijkse deel van het Maastunneltracé tussen bebouwingswanden gevat, in lijn met de vooroorlogse plannen (Witteveen 1930), zij het in een andere vorm en architectuur. De erfenis van episode 5 Ruimtelijke ontwikkelingen in de recente jaren hebben twee transformatieprocessen in het gebied teweeg gebracht. Allereerst vond er door in- en uitbreiding van bestaande functies een significante verdichting plaats, het best zichtbaar in het Museumpark en bij het Erasmus MC. Het gevolg hiervan is dat de lappen van het patchwork, dat de structuur van het gebied karakteriseert, onderling sterker zijn gaan verschillen. De grenzen worden strakker en de

eigenheid van ieder onderdeel neemt toe. Daar tegenover staat dat de samenbindende structuur minder krachtig is geworden. Het landschap verdwijnt uit de stad. De tweede ontwikkeling is het domesticeren van de haven – waarbij havens en fabrieken voor nieuwe woongebieden hebben plaats gemaakt. De demarcatiegrens tussen de wereld van het luxe wonen ten oosten van het Park en het noeste werken ten westen van het park is verdwenen – er is nu sprake van een doorlopend stedelijk waterfront dat uit verschillende perioden stamt. Het Park is een belangrijke, recreatieve schakel in dit front. De Parkhavenkade is een exensief gebruikte recreatieve zone die de ruimtelijkheid van het buitendijkse gebied rondom de ingang van de Maastunnel en vanaf het Droogleever Fortuynplein en de Parksluizen voelbaar houdt, een rudiment van de groene scheg van Witteveen. De meest recente ontwikkeling is de bebouwing op de kop van de Coolhaven (Little C), waardoor

de Coolhaven zich ruimtelijk losmaakt van de groene scheg (het Park, Land van Hoboken). Erfenis van deze episode: - Verdichting Museumpark: Kunsthal, NAi/HNI, depot Boijmans Van Beuningen, Museumparkgarage; - Verdichting en vernieuwing Erasmus MC, Sophia Kinderziekenhuis, Educatief Centrum; - Verstedelijking en ‘domesticering’ Müllerpier en Jobspier. - Transformatie van het kantoor van rederij Van Ommeren tot een combinatie van woon- en werkcomplex, toevoeging van drie lagen op de hoogbouw (Ector Hoogstad, 2012); - Afronding bebouwing Coolhaven (Little C); - Toenemende bouwhoogte (Erasmus MC, Müllerpier, Lloydkwartier); - Geleidelijk verdwijnen van de landschappelijke structuur in het gebied.

STEENHUISMEURS BV

41

 

Rijksmonument Het Park. [eigen foto] Rijksmonument Euromast. [eigen foto]

 

42

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Rijksmonument Parksluizen vanaf het GEB-gebouw, daarachter Parkhaven en de Maas. [eigen foto] Rijksmonument Maastunnel [eigen foto]

2. RIJKSMONUMENTEN RONDOM DE PARKHAVENKADE In de directe omgeving van de Parkhaven liggen vier rijksmonumenten, waarvan de monumentale waarden mede in verband met de Parkhavenkade staat. Het gaat om het Park, de Parksluizen, het Maastunnelcomplex en de Euromast. In dit hoofdstuk worden deze vier monumenten geïntroduceerd, getypeerd en gewaardeerd. De waardering van de RCE uit de rijksmonumentenomschrijving wordt overgenomen en aangevuld met een beschrijving van de cultuurhistorische waarden (landschap, stedenbouw, architectuur, cultuurhistorie). Tot slot wordt per monument het verband tussen de cultuurhistorische waarde en de Parkhavenkade expliciet gemaakt.

STEENHUISMEURS BV

43

HET PARK

Schielands Hoge Zeedijk dijk van Nieuwe Werk

Kievitsweide

buitenplaats van Valckenier

Ontwerptekening van Zocher, de slingerende loop van een waterpartij geprojecteerd op de bestaande situatie. [Museum Rotterdam]

bleekvelden

scheepshelling

Plan voor de ‘Vereeniging van Park en Heuvel’, waarschijnlijk van G.J. de Jongh en D.G. Vervooren in de stijl van Zocher, 1893. 1. Officierensociëteit, 2. Verversingshuis Café Niessingh, 3. Scheidingssloot, 4. Huis Den Heuvel [SAR-PW]

houtzagerij

4 1

3

Buitenplaats Den Heuvel

het Park ontstond vanaf 1852, nadat het voornemen van de gemeente Rotterdam om hier, buiten de eigen gemeentegrens, een slachthuis te bouwen door buurgemeente Delfshaven was getorpedeerd. Het park omvat het grondgebied van de oude buitenplaatsen van Valckenier en Den Heuvel. De grenzen worden gevormd door de Kievitslaan-Westerlaan (oost), de Westzeedijk (noord), de Parkkade (zuid) en het Maastunneltracé (west). De initiële ruimtelijke structuur werd door J.D. Zocher in 1852 ontworpen: een gebogen waterpartij, slingerpaden en, geïnspireerd op het Haagsche Bos en de Haarlemmerhout, een rijweg. De Kievitsweide kon niet worden ingericht, omdat de bewoner van Schoonoord (aan de overkant van de Kievitslaan) een servituut van uitzicht op dit terrein had. Het Park lag buitendijks, met een vrij zicht over de bleekvelden naar de Maas.

44

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

In 1856-1857 werd het Park naar ontwerp van J.D. en L.P. Zocher uitgebreid naar de Maas en voorzien van een (gebogen) dijk, die als esthetisch element met een slingerende vorm werd uitgevoerd. In het park werd een Officierensociëteit met koetshuis gebouwd, ontworpen door J.F. Metzelaar. De sociëteit maakte in 1912 plaats voor Villa Parkzicht. Op ongeveer de huidige plek van restaurant Parkheuvel stond vanaf 1859 het verversingshuis Café Niessingh. Het café had een extra verdieping om de gasten over de dijk heen op het te laten uitkijken. De oostelijke helft van het Park werd in 1861-62 voltooid met de toevoeging van de voormalige bleekvelden (nu het schiereiland ten zuiden van Villa Parkzicht). De westzijde van het Park beslaat de voormalige buitenplaats Den Heuvel, die in 1886 werd geïntegreerd in het Park. Het oude hoofdhuis uit de achttiende eeuw bestaat

2

nog steeds. In 1896 werd aan de rivierkant een heuvel van havenslib aangelegd (‘de bult van De Jongh’), met uitzicht over het rivier- en havenlandschap, de trots van Rotterdam. Het café verloor zijn uitzicht, het bovenop de bult gebouwde restaurant Bellevue bood dat wel (dit pand brandde in 1974 af). De Noorse kerk kwam in 1914 naar het Park, nadat

 

Ansicht van ‘de bult van De Jongh’, met uitzicht over de havens van Rotterdam. Links op de achtergrond restaurant Bellevue. [eigen collectie] Oostrand van het Park, met links de Kievitslaan, de dijk van het Nieuwe Werk. [eigen collectie] Luchtfoto van het Park. De voetbrug verbindt het Park met de Euromast aan de overzijde van de Maastunnel, ca. 1960. [eigen collectie]

 

het Park met zicht op de Euromast, Ary Groeneveld, 1968. [SAR] Luchtfoto van het Park, met centraal op de voorgrond de Euromast. Daarachter ligt de Parklaan, als groene uitloop van het Park, met links de Parkflat en rechts Van Ommeren, ca. 1970. [eigen collectie]

hij een jaar eerder op de Wereldtentoonstelling in Oslo te bewonderen was geweest. In verband met de aanleg van de Maastunnel zou de kerk later nogmaals verhuizen. In de naoorlogse periode leed het Park onder de watersnoodramp (1953) en de manifestatie E55, waarbij het met paviljoens en attracties vol stond. Vijf jaar later volgde een vergelijkbare manifestatie, de Floriade, maar ditmaal was het expliciete doel om het Park te herstellen. Dit leidde onder meer tot de aanleg van de rododendronallee (ter plaatse van de voormalige sloot tussen beide buitenplaatsen) en een achttiende-eeuwse stijltuin voor huis Den Heuvel. Sinds de Floriade zijn de meeste expoelementen (paviljoens, tuinen) uit het Park verdwenen en is de landschappelijke aanleg hersteld. Het Park was als festivallocatie in gebruik voor onder meer Poetry International en Dunya. Sinds 2011 heeft het Park de status van rijksmonument.

TYPERING Het Park had gedurende ongeveer een eeuw een sterk introvert karakter. De randen waren dicht beplant om een binnenwereld te scheppen, met een geperfectioneerde esthetische beleving. Alleen aan de Parklaan (1858) liep het groen langs de Westerhaven de stad in. De bult van de Jongh (1896) bood bezoekers een verhoogd uitkijkpunt, met een havenpanorama. Door de setting (het bestijgen van een heuvel vanuit het Park) werd de alledaagse werkelijkheid van de Rotterdamse haven op een vervreemdende manier beleefd, een sublieme ervaring. De aanleg van het Maastunneltracé in de jaren dertig liet de groene gordel om het park intact; vanuit het Park was de verkeersweg onzichtbaar.

STEENHUISMEURS BV

45

In de naoorlogse periode veranderde de relatie van het Park met de stad. Tijdens de grote manifestaties van 1955 en 1960 walste de stad naar binnen, met paviljoens, tuinaanleg en veel drukte. Met de ophoging van de Westzeedijk (eind jaren zestig) veranderde de noordelijke rand van het Park. Het zicht op het Land van Hoboken werd (op ooghoogte) door de dijk onderbroken en de toegankelijkheid vanuit het centrum en het Oude Westen werd lastig door de barrièrewerking van de verhoogde dijk. De afgelopen decennia heeft het Park, net als andere stadsparken in Nederland, een andere rol in de stad gekregen, minder als ‘wandelpark’ en meer als collectieve buitenruimte, met een zeer divers, intensief gebruik: wandelen, spelen, sporten, zitten, liggen, ontmoeten, werken, cruisen. Aan de parkrand kwam in de naoorlogse periode hogere bebouwing: de Parkflat (1958), de Euromast (1960), Van Ommeren (1965) en de hoogbouw van de medische faculteit (1968). Deze solitairen volgden de logica van de stadscompositie, zoals Verhagen die in de jaren twintig voor het Land van Hoboken had bedacht: een centrale leegte, omgeven door een ‘boeiend silhouet van stadstorens’. De lange lijnen in de stad werden met deze stadstorens van bakens voorzien, als markering van knooppunten van de grote boulevards en belangrijke zichtlijnen.

De bakens hebben een alzijdige oriëntatie en staan vrij in een continue landschap. De Euromast werd de ‘moeder aller bakens’ in Rotterdam, het icoon van de stad en de haven. De toren werd doelbewust naast het park gebouwd (zie bespreking van de Euromast, hierna) en is via een loopbrug over het Maastunneltracé vanuit het Park bereikbaar. Er ontstond een ervaring vergelijkbaar met de ‘bult van De Jongh’, maar dan op de schaal van de wereldhaven in 1960.De vier randen van het Park lopen in karakter, gebruik en uiterlijk 46

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

Solitaire gebouwen zichtbaar vanuit het Park. [eigen foto’s]

uiteen. Aan de zuid- en westzijde is de stad nauwelijks zichtbaar, aan de oost- en noordzijde is de stad wel te zien, omspoeld door groen. De zuidzijde van het park, bij de rivier, wordt gedomineerd door een dijklichaam (waarin de ‘bult van de Jongh’ is opgenomen), met boombeplanting. Vanuit het Park is er geen direct uitzicht op de rivier. Wel kan de dijk op enkele plaatsen worden bestegen en is er een wandelpromenade onder het groen, met uitzicht op Erasmus MC (1968)

Parkflat (1958)

Westerlaantoren/Van Ommeren (1965)

de kade (beneden) en de rivier. Het park heeft enkele toegangen, via trappen. Aan de oostzijde (Kievitslaan en Westerlaan) loopt het park over in de tuin van Schoonoord, eveneens een rijksmonument, en de Parklaan. Het groen wordt afgewisseld met bebouwing, die op de hoeken een hoog accent maakt: de Westerlaantoren en de Parkflat. In deze wand zijn veel gelijkvloerse entrees tot het park. De noordrand van het park grenst aan de op Deltahoogte Euromast (1960)

De verschillende randen van het Park [eigen foto’s]

Zuid (Parkheuvel)

West (Baden Powellaan, voormalige dijk)

Oost (Perk vanaf gazon Parklaan)

Noord (Park vanaf de Westzeedijk)

gelegen Westzeedijk, met daarop druk verkeer en erachter het Erasmus MC (met de monumentale hoogbouw) en het Museumpark. Hier is de groene wig van het Land van Hoboken nog (enigszins) te ervaren en zijn enkele entrees. De westrand van het Park grenst aan het Maastunneltracé en de Parkhaven. Hier is een dichte boombeplanting, waaruit de Euromast oprijst. De enige toegang is via een loopbrug, die bij de Euromast uitkomt.

WAARDERING RCE ‘De parkaanleg van het stadspark “het Park” (monumentnummer 528423), daterend uit de tweede helft van de 19e eeuw in Landschapstijl, met wijzigingen in de 20e eeuw, is van algemeen belang vanwege cultuurhistorische, tuinarchitectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde: - omdat het park representatief is voor een culturele ontwikkeling, met name in relatie tot het opkomen van dagontspanning, sport en recreatie in de tweede helft van de negentiende eeuw, als voorbeeld van de eerste generatie stadsparken in Nederland en vanwege de betekenis van het wandelpark voor het openbare leven in Rotterdam; - vanwege de betrekkelijk gave hoofdstructuur, de hoge beeldbepalende waarde in de stad en de esthetische kwaliteiten van het ontwerp van de parkaanleg van J.D. Zocher jr. en L.P. Zocher; - vanwege de stedenbouwhistorische waarde als onderdeel van een aaneenschakeling van groene structuren in de stad hetgeen typerend is voor het denken in groensystemen in de stedenbouw in de 19e en 20e eeuw’. [monumentenregister, monumentnummer 528423]

STEENHUISMEURS BV

47

Vijf parallelle bomenrijen, 1. waterpartij

2. brede rand van bomen en lage beplanting

4. dijk met groen talud

1. brede rand van bomen en lage beplanting

5. Maastunneltrace met verdiepte weg en beplanting aan weerszijde

3. Parkheuvel (’bult van De Jongh’)

2. rijweg (Heuvellaan)

Opbouw van de noordrand (Westzeedijk, Erasmus MC)

Opbouw van de oostrand (Kievitslaan, Parklaan)

PARK

MAASTUNNEL

PARKHAVEN

PARK

4. smal, groen profiel Kievitslaan

1. kleine boomgroepen en solitaire bomen 2. hoog dijktalud

2. kleine boomgroepen en solitaire bomen

3. breed wegprofiel Westzeedijk

1. waterpartij

PARK

WESTZEEDIJK

ERASMUS MC

3. laag dijktalud

PARKLAAN

PARK KIEVITSLAAN

48

PARKHAVEN ROTTERDAM - DEEL 1

PARKKADE

MAAS

Opbouw van de zuidrand (‘Bult van De Jongh’, Maas)

Opbouw van de westrand (Maastunnel, Parkhaven)

3. Baden Powellaan: verharde rijweg en fietspad en twee onverharde wandelpaden, Vijf parallelle bomenrijen,

1. brede rand van bomen en lage beplanting

3. Parkheuvel (’bult van De Jongh’)

1. waterpartij

2. brede rand van bomen en lage beplanting

4. dijk met groen talud

5. Maastunneltrace met verdiepte weg en beplanting aan weerszijde

2. rijweg (Heuvellaan)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=3a01e776-4925-4db7-9a3f-2740befcb094