CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb6422 Bijlage 5 behorende bij 21bb11873 - Nota zienswijzen bestemmingsplan Oranjebonnen

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 18.1 Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Oranjebonnen’35.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Door de natuurgraven met behulp van GPScoördinaten vast te leggen, kunnen de natuurgraven altijd worden teruggevonden. In het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (pagina 34, bijlage 4 bij de regels) is beschreven dat in de ontwikkeling van de Bonnenpolder het behoud van de karakteristieke openheid van het polderlandschap en de versterking van de natuurwaarden centraal staat. In dat kader blijft de Bonnenpolder een open gebied, ontwikkeld tot natuur. Het Staelduinse Bos zal worden uitgebreid met 19

circa 20 hectare door de strook aan de noordzijde van de Bonnenpolder op te hogen, zodat hierop een duinbos zich kan ontwikkelen. Door deze uitbreiding van het Staelduinse Bos wordt verdroging van het Staelduinse Bos tegengegaan en ontstaat meer ruimte voor planten en dieren in het gebied. De drogere omstandigheden van het duinbos bieden ook de mogelijkheid tot natuurbegraven. Het Besluit op de lijkbezorging (artikel 5, lid 2 en 4) stelt namelijk eisen aan de minimale diepte van begraven ten opzichte van het maaiveld (minimaal 65 cm) en de afstand tussen de onderkant van een graf en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (minimaal 30 cm). Vanwege deze eisen uit het Besluit op de lijkbezorging biedt de 10 hectare natuurbegraven in de polder ruimte voor het begraven van asurnen. Deze 10 ha vormt samen met de eerder genoemde 20 ha duinbos het totaal van 30 ha voor het natuurbegraven. Voor het begraven van asurnen binnen het gebied van 10 ha gelden geen voorschriften vanuit milieu hygiënisch oogpunt. Op de verbeelding is expliciet onderscheid gemaakt tussen natuurbegraven in het duinbos en natuurbegraven in de polder door de twee aanduidingen ‘specifieke vorm van natuur – natuurbegraven in het duinbos’ en ‘specifieke vorm van natuur – natuurbegraven in de polder’.

Om de tijdelijkheid van natuurbegraven te borgen, is in de planregels (artikel 10.3, lid a) vastgelegd dat maximaal 10.000 natuurgraven zijn toegestaan, voor zover dit niet meer dan 10% van het oppervlak voor natuurbegraven (met aanduiding ‘specifieke vorm van natuur –duinbos’ en ‘specifieke vorm van natuur – natuurbegraven in de polder’) daadwerkelijk wordt gebruikt voor het feitelijk graven van natuurgraven. In de procedures over de bestemmingsplannen Natuurbegraafplaats Maashorst en Natuurbegraafplaats Landgoed Jachtslot de Mookerheide (uitspraak AbRS ECLI:NL:RVS:2015:3316, 28 oktober 2015 en uitspraak AbRS ECLI:NL:RVS:2019:1264, 17 april 2019) is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat een grafdichtheid van 10% als gering kan worden aangemerkt. In totaal zal in de Bonnenpolder maximaal 3 hectare grond daadwerkelijk gebruikt worden voor natuurgraven. Er is op deze manier ruimte voor maximaal 10.000 plekjes. Om met respect voor de natuur te kunnen natuurbegraven is flexibiliteit vereist, zodat kan worden ingespeeld op de verscheidenheid van de natuur in de Bonnenpolder. Hierdoor wordt ruimte geboden om steeds daar te begraven waar de natuur de ruimte biedt. De draagkracht van het plangebied kan door ontwikkeling van natuurwaarden in de loop der tijd veranderen.

Met het Werkprotocol beheer en gebruik conform de Wet natuurbescherming kan daarop worden ingespeeld. Het Werkprotocol is toegevoegd aan het bestemmingsplan als bijlage bij de regels. In het Werkprotocol staan leidende principes voor onder andere het maken van een natuurgraf en het begeleiden van ceremonies. Het Werkprotocol geeft daarnaast handvatten hoe zorgvuldig met aanwezige (beschermde) flora en fauna om te gaan. Het Werkprotocol bevat hiermee richtlijnen voor een ruimtelijke invulling ter bescherming van natuurwaarden in het plangebied. Daarbij is in de planregels (artikel 1.45) vastgelegd dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van onbehandelde en/of onbewerkte natuurlijke materialen. Dit betekend dat voor de kist, urn of wade alleen natuurlijke afbreekbare materialen worden gebruikt. Grafmonumenten, zoals zerken of grafbeplanting, zijn niet toegestaan. Als grafmarkering is alleen een liggend houten gedenkteken mogelijk dat in de loop der tijd vergaat. Los van de regels uit het bestemmingsplan en het Werkprotocol zijn initiatiefnemers te allen tijde gehouden om te voldoen aan de wettelijke kaders van de Wet natuurbescherming en de Wet op de lijkbezorging. Op basis van de Natuurtoets natuurontwikkeling Bonnenpolder (bijlage 13 bij de toelichting) kan worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van de natuurbegraafplaats niet in de weg staat.

Sterker nog, de natuurontwikkeling met natuurbegraafplaats leidt juist tot een versterking en vergroting van de aanwezige waarden en kenmerken van het gebied. Met het planvoornemen wordt invulling gegeven aan de ambities voor het Natuurnetwerk Nederland in de Bonnenpolder en uitvoering van het provinciale natuurbeleid (pagina 41, bijlage 13 bij de toelichting).

20

Het natuurbegraven binnen de Bonnenpolder zal verspreid plaatsvinden over circa 30 hectare, over een periode van circa 40 jaar. In het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (bijlage 4 bij de regels) wordt uitgegaan van gemiddeld 250 natuurbegrafenissen per jaar na een aanloopperiode van drie tot vijf jaar. Dit komt neer op gemiddeld acht natuurbegrafenissen per hectare per jaar. Dit aantal is afgeleid van de ervaringscijfers van andere, vergelijkbare natuurbegraafplaatsen. Op basis van de genoemde kaders wordt niet uitgegaan van de noodzaak om het aantal te verkopen grafrechten of het aantal begrafenissen per jaar (of per hectare) vast te leggen of te maximaliseren. Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State heeft in de procedure voor bestemmingsplan Natuurbegraafplaats Huis ter Heide (uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:2913 AbRS, 9 december 2020) uitgesproken dat geen grond wordt gezien voor het verbinden van een maximaal aantal begravingen per hectare per jaar, gelet op de eisen die voortvloeien uit de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging en gelet op de conclusie uit de Natuurtoets dat effecten op flora en fauna zijn uit te sluiten bij het werken conform het Werkprotocol en het Inrichtings- en beheerplan.

2.6 Nieuwe en weggevallen ontwikkelingen In meerdere zienswijzen hebben (nieuwe) initiatiefnemers nieuwe ontwikkelingen aangedragen met het verzoek of deze mogelijk gemaakt kunnen worden in het vast te stellen bestemmingsplan. Het gaat hier voor de goede orde dus om ontwikkelingen die nog geen onderdeel uitmaakten van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast is er ook een tweetal ontwikkelingen uit het ontwerpbestemmingsplan, die niet langer in het vast te stellen bestemmingsplan zijn opgenomen. Dit punt van de thematische beantwoording geeft een overzicht van nieuwe en vervallen ontwikkelingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Van de nieuw aangedragen ontwikkelingen uit de zienswijzen, is uitsluitend de aanleg van ruiterpaden in diverse bestemmingen (mede) mogelijk gemaakt. Andere nieuwe ontwikkelingen die in de zienswijzen zijn aangedragen, zijn niet in het bestemmingsplan verwerkt. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend en deze worden in de beantwoording van de afzonderlijke zienswijzen verder toegelicht.

De gemene deler is dat het gaat om: • voorgestelde ontwikkelingen waarvan we gemeente op dit moment heeft beoordeeld dat ze in principe passend (kunnen) zijn in het plangebied maar dat ze op dit moment onvoldoende zijn uitgewerkt of onderzocht om ze in dit stadium nog in het bestemmingsplan op te nemen; • of dat het om voorgestelde ontwikkelingen gaat waarvan de gemeente heeft beoordeeld dit niet toe te kunnen of willen staan, bijvoorbeeld omdat zij dit niet passend vindt binnen het plangebied of omdat provinciale regelgeving dat niet toestaat. Daar waar het gaat om verzoeken die in die eerste categorie vallen, heeft de gemeente aan de initiatiefnemers laten weten dat zij bereid is om verder te bekijken of de betreffende ontwikkeling op een later moment en via een eigen planologische procedure alsnog mogelijk kan worden gemaakt. Daarnaast heeft de gemeente na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan verder overleg gevoerd met de diverse initiatiefnemers van de ontwikkelingen die reeds in het ontwerpbestemmingsplan waren opgenomen over de haalbaarheid van hun plannen. Daaruit is gebleken dat de haalbaarheid van twee van de negen nieuwe ontwikkelingen onvoldoende aangetoond kan worden om nog op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan.

Dit betreft het initiatief glastuinbouwsanering met ontwikkeling van twee compensatiewoningen aan de Bonnenweg 30 en het initiatief voor de Voedselbos en Outdooractiviteiten. Het vast te stellen bestemmingsplan is hierop aangepast. Concreet betekent dit: •

Bonnenweg 30: het initiatief voor de sanering van de kassen en de ontwikkeling van twee compensatiewoningen zijn niet langer opgenomen in het bestemmingsplan. De huidige bedrijfswoning wordt eveneens niet omgezet naar een burgerwoning en de ingetekende “groenstrook” rondom de bedrijfswoning komt te vervallen. De plangrens van het bestemmingsplan Oranjebonnen is in het vast te stellen bestemmingsplan buitenlangs de gronden 21

van het glastuinbouwbedrijf gelegd, zodat ter plaatse het vigerende bestemmingsplan ‘Hoek van Holland Buitengebied Noord en Oost II’ van toepassing blijft en daarmee de bestaande planologische mogelijkheden voor het perceel ongewijzigd blijven. De twee compensatiewoningen die in het ontwerpbestemmingsplan waren opgenomen op het naastgelegen perceel, zijn in het vast te stellen bestemmingsplan eveneens komen te vervallen en hier is de bestemming Natuur opgenomen, als onderdeel van de natuurontwikkeling in de Bonnenpolder. •

Het Voedselbos/Outdooractiviteitencentrum en bijbehorende ontsluitingsweg zijn niet langer opgenomen in het bestemmingsplan. De vigerende recreatieve bestemming op het perceel waarop de het Voedselbos/Outdooractiviteitencentrum voorzien was, is nu conserverend bestemd in het vast te stellen bestemmingsplan.

De ontwikkeling van deze twee initiatieven wordt door de Gemeente nog steeds wenselijk geacht. Daarom zet de Gemeente zich in om samen met deze initiatiefnemers de nodigde voorbereiding te treffen om na vaststelling van het bestemmingsplan Oranjebonnen de initiatieven alsnog mogelijk te maken via een omgevingsvergunningaanvraag. Voor zienswijzen die op (één van) deze ontwikkelingen betrekking hadden, is daarom in de beantwoording aangegeven dat de betreffende ontwikkeling niet langer deel uitmaakt van het vast te stellen bestemmingsplan.

22

3. Beantwoording zienswijzen Nr. Zienswijze 1. Reclamant 1 a Wij exploiteren aan de Bonnenlaan 5 te 's-Gravenzande een agrarisch bedrijf van 55 ha. grond en erf. Wij hebben zowel veehouderij (koeien, schapen en paarden), akkerbouw als vollegrond tuinbouw (bloemen, planten en groenten). b Indien het bestemmingsplan "Oranjebonnen" wordt vastgesteld en uitgevoerd, bedreigt dat ons bedrijf. Zolang er met ons geen overeenstemming is bereikt over eventuele schadeloosstelling of andere vormen van compensatie, alsmede eventuele herbestemming van overblijvende gronden na uitvoering van plannen, kunnen wij niet akkoord gaan met het bestemmingsplan.

Beantwoording

Gegrond/Ongegrond

Deze inleidende beschrijving wordt n.v.t. voor kennisgeving aangenomen. De inhoudelijke beantwoording van de zienswijze volgt bij de volgende punten.

De gemeente wijst erop dat de deels gegrond gronden waar geen nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien, overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan zijn bestemd. Hier is dus geen sprake van een inperking van planologische mogelijkheden.

Een nuancering daarop geldt voor de functie veehouderij. Die was in het vigerende bestemmingsplan algemeen toegestaan binnen de agrarische bestemming. In het nieuwe bestemmingsplan is er met Er is door gemeente Rotterdam geen het oog op stikstofruimte voor contact met ons opgenomen om gekozen om dit alleen nog mogelijk onze situatie te bespreken. Aan de te maken waar dit ook daadwerkelijk orde zou kunnen komen de plaatsvindt. Om die reden was in het bestemming van de gronden welke ontwerpbestemmingsplan een bij ons bedrijf horen waarmee wij aanduiding ‘veehouderij’ verder willen. Deze gronden zouden opgenomen op een deel van de in het nieuwe bestemmingsplan het gronden van reclamant. huidige gebruik (zoals in de eerste alinea omschreven), inclusief een In het vast te stellen goede waterhuishouding moeten bestemmingsplan is deze aanduiding toelaten en geen hinder verruimd, zodat alle gronden in ondervinden van nieuwe eigendom van reclamant die als bestemmingen op aangrenzende grasland in gebruik zijn van de gronden. Verder: ons erf is nu vol aanduiding ‘veehouderij’ voorzien ten dienste van ons bedrijf, als het zijn. bedrijfsareaal verkleint dan is het erf Met deze wijziging van het plan en zijn de machines ook minder blijven de door reclamant genoemde bruikbaar met bijbehorende agrarische bedrijfsvormen financiële schade.

akkerbouw als vollegrond tuinbouw en veehouderij toegestaan voor de gronden waar reclamant na de natuurontwikkeling over blijft beschikken. Met betrekking tot de communicatie over en participatie bij dit bestemmingsplan, wordt voor een nadere toelichting verwezen naar paragraaf 2.1 van de thematische beantwoording. Voor het plan

23

Natuur in de Bonnen is de door de initiatiefnemers Zuid-Hollands Landschap, Natuurmonumenten en Natuurbegraven Nederland, parallel aan het gebiedsproces van de gemeente, een eigen participatieproces doorlopen. Zie hiervoor ook paragraaf 2.1 van de thematische beantwoording. De pachters binnen het planvoornemen Natuur in de bonnen zijn hierbij betrokken. Voor realisatie van het planvoornemen kan de huidige pachtsituatie niet worden voortgezet. Hiervoor dient een passende oplossing gevonden te worden. De initiatiefnemers Natuurbegraven Nederland, ZuidHollands Landschap en Natuurmonumenten zijn of gaan hierover in gesprek met de pachters binnen het plangebied.

c

d

De pachtovereenkomst van de pachter zal te allen tijde worden gerespecteerd. Initiatiefnemers zullen dan ook voor overdracht schriftelijk verklaren op te treden als veilige verpachter zoals bedoeld in artikel 7:380, lid 1, onder e van het Burgerlijk Wetboek 7. De voornoemde opsomming is Zonder een nadere specificatie van ongegrond slechts een deel van de problemen mogelijke problemen door voor ons door het nieuwe reclamant, kan geen nadere bestemmingsplan. beantwoording worden gegeven. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn de relevante onderzoeken en overwegingen opgenomen die ten grondslag liggen aan het wijzigen van bestemmingen. Daarbij wordt opgemerkt dat daar waar geen ontwikkelingen spelen, de gronden overeenkomstig het vigerende plan zijn bestemd. Graag zien wij een nieuw Gezien de beantwoording onder b, ongegrond bestemmingsplan met daarin kansen zal de huidige pachtovereenkomst voor continuering van ons bedrijf en gerespecteerd blijven. Voor de verzoeken tot aanpassing in overleg daadwerkelijke realisatie van het met ons. planvoornemen is initiatiefnemer in overleg getreden met reclamant om met hem als pachter tot een passende oplossing te komen. Conclusie deels gegrond Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

24

De aanduiding ‘veehouderij’ is uitgebreid, zodat deze de gronden binnen het plangebied beslaat die door reclamant als grasland worden gebruikt.

25

Nr. Zienswijze Beantwoording 2. Reclamant 2 a Het bestemmingsplan De gemeente bedankt u voor uw Oranjebonnen, waar tot 15 oktober positieve reactie op het 2020 zienswijzen op ingediend bestemmingsplan. worden, heeft mijn volledige goedkeuring. Ik verzoek u het bestemmingsplan Oranjebonnen zoals het er nu ligt, september/oktober 2020, integraal te accepteren en uit te voeren. Mijn partner en ik vinden het geheel een goed en evenwichtig plan, waar de natuur goed behouden blijft. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Gegrond/Ongegrond n.v.t.

n.v.t.

26

Nr. Zienswijze 3. Kwekerij Meerlos a Voor ons is na 4 jaar het moment gekomen om de noodklok te luiden. Wij zitten met ons glastuinbouwbedrijf gevestigd nabij het Staelduinse bos en de Bonnenpolder. Wij hadden nooit gedacht dat het zo ver zou komen. Na een massaal getekende petitie, een door Rotterdam gehouden enquête en een negatief advies van de gebiedscommissie was het voor ons glashelder: er is geen draagvlak voor een natuurbegraafplaats op deze locatie. We willen hier geen natuurbegraafplaats, maar nu lijkt het ons dan toch opgedrongen te worden. b Als ondernemers zijnde, maken wij ons grote zorgen over het effect van het begraven van mensen op de kwaliteit van het grondwater in ons glastuinbouwgebied. Er is een onderzoek van Alterra waarin staat de gebruik van het water voor het besproeien van gewassen zo veel mogelijk vermeden moet worden. Wij als tuinder maken gebruik van het water uit de Bonnen. Wie garandeert ons dat wij het oppervlaktewater straks nog veilig mogen en kunnen gebruiken voor onze gewassen?

c

Beantwoording

Gegrond/Ongegrond

Er wordt in algemene zin verwezen ongegrond naar paragraaf 2.1 van de thematische beantwoording, waarin het voortraject en de daarin gemaakte keuzes worden toegelicht.

De natuurbegraafplaats wordt ongegrond ingericht volgens de voorwaarden uit de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de Lijkbezorging. Bovendien zijn de effecten van natuurbegraven op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater goed onderzocht in het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder (bijlage 4 bij de toelichting). Op basis van uitgevoerd onderzoek is geconcludeerd dat natuurbegraven geen impact heeft op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de Bonnenpolder en omgeving.

Uit het aangehaalde onderzoek (Alterra, 2009; Honing et al., 1988) is geen meetbare vervuiling gebleken door medicijnen of andere stoffen die in de bodem en het grond- en oppervlaktewater terechtkomen. Voor een verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van de thematische beantwoording. Naast ondernemers zijn wij ook de Bescherming van het grondwater ongegrond trotste ouders van 3 kleine kinderen. tegen verontreiniging door Kinderen die spelen in en rondom natuurbegraven is geregeld in de het water in de omgeving. Kunnen Wet op de lijkbezorging. Verder is zij straks nog veilig zwemmen en uit onderzoek bij andere varen? Wat is het effect van natuurbegraafplaatsen geen gebruikte medicatie van meetbare vervuiling gebleken door overledenen op de leef- en medicijnen of andere stoffen die in speelomgeving van onze kinderen? de bodem (grond en grondwater) Kunnen zij nog wel veilig buiten terechtkomen bij natuurbegraven. spelen?

27

Voor een verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van de thematische beantwoording.

d

e

Wij vinden het onbegrijpelijk dat er strenge regelgeving is rondom reguliere begraafplaatsen, maar dat er geen rioolaansluiting, ringsloot of drainage komt, zoals op een reguliere begraafplaats.

Het is onjuist dat voor een reguliere ongegrond begraafplaats een strengere regelgeving geldt dan voor een natuurbegraafplaats. Voor een natuurbegraafplaats gelden dezelfde regels als voor een reguliere begraafplaats, namelijk de regels uit de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging. Zowel in het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder (bijlage 4 bij de toelichting) als in de Natuurtoets natuurontwikkeling Bonnenpolder (bijlage 13 bij de toelichting) wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging.

Voor een verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van de thematische beantwoording. Wij maken ons zorgen en zijn ook als Er wordt in algemene zin verwezen ongegrond burgers erg teleurgesteld in de naar paragraaf 2.1 en 2.3 van de huidige gang van zaken. Er is een thematische beantwoording, waarin eerder geaccordeerd ontwikkelplan respectievelijk het voortraject en de waarin niets staat over daarin gemaakte keuzes, en de natuurbegraven. Waarom wordt dit beoordeling en inpassing van de plan niet uitgevoerd. Er zijn tal van natuurbegraafplaats worden mogelijkheden voor de toegelicht. Bonnenpolder zonder hier een natuurbegraafplaats te vestigen. Conclusie ongegrond Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

28

Nr. Zienswijze Beantwoording Reclamant 4 Deze zienswijze is ingetrokken, wat per brief door reclamant is bevestigd.

Gegrond/Ongegrond

29

Nr. Zienswijze 5. Achmea, namens reclamant 5 a Aantasting landbouw In het nieuwe bestemmingsplan ligt vooral de focus op nieuwe natuur en recreatie. Een substantieel deel van de Bonnenpolder wordt herbestemd ten koste van de landbouw. Reclamant is de derde generatie op rij. Al vanaf 1910 exploiteert de familie in de Bonnenpolder circa 40 hectare landbouwgrond. Het akkerbouwbedrijf richt zich met name op de teelt van granen en suikerbieten. De landbouw is vanouds een bepalende factor geweest in de Bonnenpolder. In de toelichting bij het nieuwe bestemmingsplan wordt met nadruk ook de landbouw genoemd als het gaat om de uitstraling en kwaliteit van het landschap.

Beantwoording

Gegrond/Ongegrond

Zoals ook uit paragraaf 2.1 van de deels gegrond thematische beantwoording blijkt, heeft de gemeente (samen met provincie en stadsregio) sinds 2011/2012 het streven om de Bonnenpolder en Oranjebuitenpolder tot een meer gemengd gebied te maken. Naast de bestaande overwegend agrarische functies, is gezocht naar ruimte voor natuur en recreatie. De landschappelijke waarden van het gebied, waaronder de verkaveling en openheid, zijn mede bepalend geweest bij de mogelijkheden die voor deze nieuwe functies geboden zijn.

Uit de beoordeling van het plan van Natuurmonumenten, Zuid-Hollands Landschap en Natuurbegraven Nederland, opgenomen in paragraaf (citaat) 2.2 van de thematische De Bonnenpolder beantwoording, is ook afgewogen De Bonnenpolder is een polder van enkele dat met deze functie en de eeuwen oud die in zijn bestaan nauwelijks zichtbare veranderingen heeft ondergaan. Het ontwikkeling van natuur delen van is zeldzaam dat in een omgeving die vanaf deze waarden komen te vervallen. eind negentiende eeuw tot nu enorm is Het feit dat andere doelstellingen lichtgebouwd, nog zo'n authentiek polderlandschap van ingedijkt land ligt. In het die evenzeer voor het gebied gelden bereikt kunnen worden en polderlandschap van de Bonnenpolder is de kenmerkende verkaveling van een stelsel van rekening houdend met de mate parallel aan elkaar lopende sloten haaks op waarin de landschappelijke de kreek de Grote Rel nog steeds aanwezig. waarden op andere plekken in het Het is bijzonder dat het open landschap van gebied behouden en versterkt de polder intact is gebleven en dat de bebouwing - de boerenerven - nog steeds kunnen worden, heeft de gemeente bestaat uit alleen de locaties van de doen besluiten open te staan voor oorspronkelijke boerenerven aan de randen van de Bonnen polder. Typerend element voor dit initiatief.

de polder is ook de dijk, de in 1718 aangelegde Bonnendijk die ervoor zorgde dat de landbouwgrond van de Lange Bonnen niet meer onder invloed stond van overstromingen van de Maas. Weliswaar is de dijk halverwege de polder later gedeeltelijk afgegraven, het verdere verloop is wel afleesbaar. In de Landschapsvisie Oranjebonnen wordt het landschap de Oranjebonnen uitvoerig beschreven. Voor landschap en bebouwing in de Bonnenpolder word en de volgende ruimtelijke en cultuurhistorische kenmerken aangemerkt om bij ontwikkeling van de polder te beschermen en waar mogelijk verder te ontwikkelen. Cultuurhistorische en ruimtelijke kenmerken Bonnenpolder: open landschap ( in gebruik als akkers en weides); historische verkavelingsstructuur intact;

Voor een verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 2.1 en 2.2 van de thematische beantwoording. Mede naar aanleiding van uw zienswijze, is de toelichting van het bestemmingsplan aangevuld met informatie uit de thematische beantwoording over het doorlopen proces en de inpassing van de natuurontwikkeling en de natuurbegraafplaats.

30

bebouwing in de vorm van boerenerven (cluster van gebouwen met wonen en werken gemengd) ten zuiden van oude lint de Bonnenweg; Bonnendijk (oudedijk); Grote Rel (vanaf het Oranjekanaal Spui genoemd, nog afleesbaar in het landschap nabij de blauwe brug); bebouwing verbonden met functie van land, gebruik van land, geen bebouwing die n ie ts met omgeving, d.w.z. gebruik van land, te doen heeft; aan rand van Bonnenpolder, dwarshaak anders, nl. scheiding wonen en werken. type kassenlandschap: boerderijtypologie van bebouwing. (einde citaat)

Als we lezen wat de toelichting stelt, dan spreken de planmakers zichzelf tegen als we zien hoe het nieuwe plan is uitgewerkt, waarbij de nadruk ligt op nieuwe natuur in plaats van authentieke landbouw.

b

Een polderlandschap is gemaakt door mensen. Eeuwenlang zijn delen van Nederland in de strijd tegen het water ingedijkt en ingepolderd, zo ook de Bonnenpolder. Dat is geen natuurgebied maar een boerenlandschap, uiteraard met de kenmerkende landschaps- en natuurwaarden. Nu wordt eenzijdig ingezet op natuur in een gebied dat juist als cultuurland is aangelegd. Niet valt te begrijpen dat de gemeente Rotterdam de landbouw in deze unieke polder volledig wil wegbestemmen ten behoeve van nieuwe natuur. Lezen wij het goed dan gaat het overigens niet primair om natuurontwikkeling maar specifiek om de wens de polder te bestemmen tot "natuurbegraafplaats". Ook dit is planologisch tegenstrijdig. Drie partijen hebben zich verenigd: Natuurmonumenten, Het ZuidHollands Landschap en Natuurbegraven Nederland. Onder het mom van "de wens die al jaren leeft" wordt 128 hectare landbouwgrond omgezet naar "een vrij toegankelijk natuurgebied" met natuur die moet "overvloeien in de natuur van het Staelduinse Bos",

Voor de beantwoording van deze deels gegrond zienswijze en de beweegredenen van de gemeente om natuurontwikkeling en natuurbegraven op deze locatie en in deze vorm mogelijk te maken, wordt verwezen naar paragraaf 2.1 en 2.2 van de thematische beantwoording. Mede naar aanleiding van uw zienswijze, is de toelichting van het bestemmingsplan aangevuld met informatie uit die delen van de thematische beantwoording over het doorlopen proces en de inpassing van de natuurontwikkeling en de natuurbegraafplaats.

31

met "meer ruimte voor planten en dieren" maar ook (want vrij toegankelijk) dat "natuurliefhebbers heerlijk kunnen recreëren en genieten van de natuur". Als klap op de vuurpijl is 30 hectare voorzien als "natuurbegraafplaats ". Het bestemmingsplan suggereert dat het karakter van de Bonnenpolder behouden blijft, de toelichting stelt dat het plan erop is gericht dat "het open en rijke polderlandschap voor toekomstige generaties veilig wordt gesteld". Dit is een misvatting, als het gaat om nieuwe natuur en begraafplaatsen in de nieuwe natuur zal dat in niets lijken op het eeuwenoude boerenpolderlandschap dat er nu nog is.

c

Het nieuwe bestemmingsplan is innerlijk tegenstrijdig. Onder het mom van natuurontwikkeling wordt zogenaamd ingezet op behoud en bescherming van het eeuwenoude boeren-polderlandschap. Feitelijk wordt voor 128 hectare in de Bonnenpolder een natuurbestemming gelegd die het kenmerkende agrarisch gebruik (lees: de landbouw) onmogelijk maakt. Daarvan wordt 30 hectare bestemd als begraafplaats, ook onder het mom van nieuwe natuur. Bedrijfsvoering cliënt Het gebied dat is ingekleurd als "nieuwe natuur" omvat juist ook de landerijen die in gebruik zijn bij het agrarisch bedrijf van reclamant. Zijn bedrijf omvat in de Bonnenpolder een areaal van 40 hectare landbouwgrond al drie generaties in pacht van de familie Van Rijckevorsel. Cliënt wil voorkomen dat hij zijn grond in de polder kwijtraakt vanwege natuurontwikkeling. Als hij de grond in de Bonnenpolder moet afstaan voor nieuwe natuur is zijn bedrijf ook ten dode opgeschreven. Daarbij komt, de landbouw heeft de Bonnenpolder tot een waardevol en uniek gebied gemaakt. Beetje vreemd en onwaarachtig dat de

Net als bij punt A en B, wordt ongegrond verwezen naar de thematische beantwoording onder 2.1 en 2.2. Hierin is toegelicht en verantwoord om welke redenen de gemeente de natuurontwikkeling en natuurbegraafplaats wenselijk en passend vindt op deze locatie. Voor het plan Natuur in de Bonnen is de door de initiatiefnemers ZuidHollands Landschap, Natuurmonumenten en Natuurbegraven Nederland, parallel aan het gebiedsproces van de gemeente, een eigen participatieproces doorlopen. Zie hiervoor paragraaf 2.1 van de thematische beantwoording. De pachters binnen het planvoornemen

32

landbouw nu ruimtelijk-planologisch in de polder als onwenselijk wordt geacht en niet is gekozen voor inpassing en behoud van de agrarische bestemming juist ook om het karakteristieke van het boerenpolderland te behouden.

d

Natuur in de bonnen zijn hierbij betrokken. Voor realisatie van het planvoornemen kan de huidige pachtsituatie niet worden voortgezet. Hiervoor dient een passende oplossing gevonden te worden. Initiatiefnemers zijn of gaan hierover in gesprek met de pachters binnen het plangebied.

De pachtovereenkomst van de pachter zal te allen tijde worden gerespecteerd. Initiatiefnemers zullen dan ook voor overdracht schriftelijk verklaren op te treden als veilige verpachter zoals bedoeld in artikel 7:380, lid 1, onder e van het Burgerlijk Wetboek 7. Cliënt vraagt u het bestemmingsplan Verwezen wordt naar de ongegrond bij te stellen met het oog op het beantwoording onder punt A en B behoud van de landbouw in de van deze zienswijze en naar Bonnenpolder, opdat het paragraaf 2.1 en 2.2. van de authentieke karakter van de polder thematische beantwoording. Op niet wordt aangetast. basis daarvan ziet de gemeente, De toelichting bij het naar aanleiding van deze zienswijze, bestemmingsplan benadrukt juist geen aanleiding het plan bij het unieke karakter van dit gebied. vaststelling te wijzigen. Juist de Bonnenpolder zou de kenmerkende landbouw behouden moeten blijven, ook vanwege de bijzondere structuur en verkaveling van de kleinschalige polder, als overgang van de stedelijke bebouwing en de natuur in het Staelduinse bos naar de Nieuwe Maas. Landbouw van deze aard en omvang is dan juist een verrijking. Daar past geen natuur(begraafplaats).

Conclusie deels gegrond Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de toelichting op het bestemmingsplan: De toelichting van het bestemmingsplan is aangevuld met informatie uit de thematische beantwoording over het doorlopen proces voor en de inpassing van de natuurontwikkeling en het natuurbegraven.

33

Nr. Zienswijze 6. Duijsens & Van der Klei & Zwijnenberg, namens VOF Van der Knaap-Overkleeft / Rotterdam a Namens cliënten, de VOF Van der Knaap-Overkleeft en haar vennoten in Hoek van Holland wens ik hierbij een zienswijze in te dienen met betrekking tot dit ontwerpbestemmingsplan. Tussen Hoek van Holland en Maassluis liggen twee polders te weten: Oranjebuitenpolder en de Bonnenpolder, gezamenlijk Oranjebonnen genoemd. In 2012 is voor de Oranjebonnen door de gemeente Rotterdam, de Provincie Zuid-Holland en de stadsregio Rotterdam de ambitie uitgesproken dat er sprake zou zijn van een ecologische verbinding tussen de kust en Midden-Delfland en zouden er recreatieve verbindingen in aangebracht worden. Naar aanleiding van die ambitie is het Ontwikkelplan Oranjebonnen in 2016 vastgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan Oranjebonnen zou ruimte geven voor wonen, werken, recreatie en cultuur. Uitgangspunt zou moeten zijn dat de Oranjebonnen een toegankelijk agrarisch en recreatief gebied zou zijn, recreanten zouden genieten van een bijzonder landschap en de bewoners eromheen zouden prettig wonen. Echter daarvan komt nu niets terecht nu het open polderlandschap wordt verstoord door een bos, welk bos nodig is om het natuurbegraven mogelijk te maken.

Beantwoording

b

Voor een algemene toelichting op gegrond de overwegingen en beweegredenen van de gemeente om op deze locatie medewerking te verlenen aan de natuurontwikkeling en het natuurbegraven, wordt verwezen naar paragraaf 2.1 en 2.2 van de thematische beantwoording, waarin het doorlopen proces en de inpasbaarheid natuurontwikkeling en het natuurbegraven zijn toegelicht. Er wordt gewezen op het feit dat de natuurontwikkeling, die een

Cliënten kunnen zich niet verenigen met het ontwerpbestemmingsplan voor wat betreft: de bestemmingsregeling voor de gronden gelegen direct aan hun tuinbouwbedrijf aan de zuidzijde van het Staelduinsebos. Die gronden aan het Bonnenpad hebben grotendeels de bestemming 'natuur' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur-natuurbegraven in het duinbos'. De natuurontwikkeling met een natuurbegraafplaats wordt

Gegrond/Ongegrond

Voor de beantwoording van dit gegrond punt, wordt verwezen naar paragraaf 2.1 en 2.2 van de thematische beantwoording, waarin het doorlopen proces en de inpasbaarheid natuurontwikkeling en het natuurbegraven zijn toegelicht. Mede naar aanleiding van deze zienswijze, is de toelichting van het bestemmingsplan aangevuld met informatie uit de thematische beantwoording over het doorlopen proces en de inpasbaarheid van de natuurontwikkeling en het natuurbegraven.

34

c

gerealiseerd tussen het Staelduinsebos en de Bonnenweg. Natuurbegraven omvat een natuurbegraafplaats met piëteitszones, een informatie- en ceremonieruimte en de aanleg van parkeerplaatsen. Het plangebied omvat de Bonnenpolder en de Oranjebuitenpolder. Het gebied ligt ingesloten tussen de kassen van het Westland rondom Maasdijk, het kassengebied langs de Haakweg en de Dwarshaak en het Staelduinsebos. Het plangebied grenst direct aan het natuurnetwerk Nederland bij het Staelduinsebos. Ook het Natura 2000-gebied Solleveld en Kapittelduinen grenst direct aan de noordzijde van het plangebied. Andere Natura 2000gebieden liggen op circa 6.5 kilometer afstand van het plangebied. Het betreffende gebied -duinbos met natuurbegraven- heeft een oppervlakte van circa 30 ha. In het gebied is natuurbegraven toegestaan. In de strook langs de gehele zuidzijde van het Staelduinsebos wordt deze vorm van begraven door deze bestemming mogelijk gemaakt. Tussen het bestaande bos en het natuurbegraven is een zone aangegeven. Het gebruik als begraafplaats sluit niet aan bij de recreatieve functie van het gebied. Het Staelduinsebos is het enige bos in de omgeving. Het bos wordt veel bezocht door inwoners van Westland en Hoek van Holland.

Het is niet wenselijk dat deze recreatieve gebruikers ongewild geconfronteerd worden met een natuurbegraafplaats en hiermee samenhangende activiteiten zoals uitvaartdiensten en het delven van graven. Er is een piëteitszone van 15 tot 20 meter aangegeven langs het bestaande fietspad en door het aanleggen van een afschermend duin. Op de ter inzage gelegde planverbeelding is dit aangegeven als vrijwaringszone-dijk. In de planregels ontbreekt een verwijzing

belangrijke component van het plan is om hier medewerking aan te verlenen, groter is dan uitsluitend de natuurbegraafplaats. Met de verschillende natuurtypen waar het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen in voorziet, zal een natuurlijke overgang ontstaan vanuit het Staelduinse Bos richting het open polderlandschap. De omvang van het aaneengesloten gebied met natuurlijke en recreatieve waarden dat daarmee ontstaat, is dusdanig groot en divers dat de gemeente verwacht dat ieder hier, mede door de aanleg van de piëteitszone, op een voor hem of haar prettige wijze gebruik van kan maken. Mede naar aanleiding van deze zienswijze, is de toelichting van het bestemmingsplan aangevuld met informatie uit de thematische beantwoording over het doorlopen proces en de inpasbaarheid van de natuurontwikkeling en het natuurbegraven.

De vrijwaringszone-dijk is niet gelijk gegrond aan de piëteitszone voor de natuurbegraafplaats. De vrijwaringszone van de dijk is aangeduid ten behoeve van de bescherming van de waterkerende functie van de dijk.

35

naar de functie als piëteitszone en wordt alleen aangegeven dat de voor de vrijwaringszone-dijk aangeduide gronden mede zijn bestemd voor de bescherming van de functie van waterkering. Dit alles is naar het oordeel van reclamanten ongewenst.

In het Inrichtings- en beheerplan, dat gekoppeld is aan de regels van de bestemming Natuur (bijlage 4 bij de regels), is bij de vaststelling een nadere uitwerking opgenomen van de wijze waarop de piëteitszone wordt ingericht. Met deze zone, tussen de erfgrens en de aanduidingen voor natuurbegraven (specifieke vorm van bos – duinbos en specifieke vorm van natuur – natuurbegraven in het duinbos), is geborgd dat niet direct langs de erfgrens kan worden natuurbegraven. De piëteitszone wordt ingericht met als doel dat natuurbegraven binnen een intieme sfeer kan plaatsvinden en recreanten of andere passanten niet ongewenst geconfronteerd kunnen worden met het natuurbegraven. Ook op dit onderwerp is in paragraaf 2.2. van de thematische beantwoording nader ingegaan. Mede naar aanleiding van deze zienswijze, is de toelichting van het bestemmingsplan aangevuld met informatie uit de thematische beantwoording over de inpassing van het natuurbegraven en is het Inrichtings- en beheerplan aangevuld met een nadere uitwerking van de wijze waarop de piëteitszone wordt ingericht.

d

Het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen, dat ook aan de regels van het bestemmingsplan is gekoppeld (bijlage 4), is mede naar aanleiding van zienswijzen aangevuld met uitgangspunten hoe met een piëteitszone voor een afschermende werking wordt gezorgd tussen het natuurbegraven en recreanten of andere passanten. Strijdigheid met de In paragraaf 2.2.2. van de toelichting ongegrond Omgevingsverordening Zuid is een toetsing aan de Holland Omgevingsverordening Zuid-Holland Het bestemmingsplan voorziet in opgenomen. Artikel 6.9 van deze onder meer de realisatie van een Verordening komt daarin specifiek nieuw natuurgebied met een ruimte aan bod en motiveert waarom voor natuurbegraven. Dit betreft uitgegaan kan worden van het een ontwikkeling die de structuur principe ‘aanpassen’. van het landschap aanpast. Daarmee wordt niet voldaan aan 6.9 van de

36

Omgevingsverordening ZuidHolland, regelende de ruimtelijke kwaliteit. Anders dan in de toelichting wordt aangegeven zal realisering van het bestemmingsplan betekenen dat het landschap ingrijpend veranderd wordt. De huidige functie van het gebied is agrarisch en die functie wordt gewijzigd in recreatie en natuurgebied met ruimte voor natuurbegraven. Ook doet het plan afbreuk aan de bestaande cultuurhistorische en landschappelijke structuren en elementen. Er is zeker geen sprake van een aanpassing zoals bedoeld in het provinciaal beleid. Het mogelijk maken van 10.000 plekken voor natuurbegraven doet afbreuk aan het huidige agrarische gebied. Het bestemmingsplan voldoet dus niet aan de Omgevingsverordening op het punt van ruimtelijke kwaliteit.

De gemeente heeft deze motivering opgesteld met het gehele plangebied als uitgangspunt. Daarin wordt het bestaande, overwegend agrarische gebruik, gecombineerd met nieuwe natuur en recreatieve mogelijkheden in het gebied. Die nieuwe ontwikkelingen samen zorgen voor de gewenste, gemengde invulling van het gebied, waarbij ook de huidige agrarische functie en de landschappelijke uitstraling daarvan in grote delen behouden blijft. Op dat schaalniveau is daarom sprake van ‘aanpassen’. Dit vraagt om een zorgvuldige inbedding in de omgeving, rekening houdend met de Kwaliteitskaart. Met het Inrichtings- en beheerplan (bijlage 2 bij de toelichting, bijlage 4 bij de regels) is zorgvuldig uitgewerkt hoe de natuurontwikkeling en het natuurbegraven worden uitgevoerd en hoe dit aansluit bij de omgeving. Aangezien de Kwaliteitskaart van de provincie dit deel van het plangebied al deels als natuur/duingebied en deels als recreatiegebied aanmerkt, is ook sprake van aansluiting bij de Kwaliteitskaart. Het bestemmingsplan is tijdens het planvormingsproces ook aan de provincie voorgelegd, die toeziet op de juiste toepassing van de regels uit haar Omgevingsverordening. Van haar is geen reactie ontvangen dat de toepassing van het principe ‘aanpassen’ onjuist zou zijn.

e

Ceremonieruimte en parkeergelegenheid Ten behoeve van de natuurbegraafplaats worden in het plan een ceremonieruimte geregeld

Overigens geldt daarnaast dat, wanneer je je enkel op de losse ontwikkelingen zou richten en in dat geval het standpunt zou hanteren dat er sprake is van transformatie, er ook in dat geval met het genoemde Inrichtings- en beheerplan aan de voorwaarden wordt voldaan die de provincie aan het principe ‘transformatie’ stelt. Niet aangegeven is om welke reden ongegrond de bedrijfsvoering van reclamant naar aanleiding van dit punt verstoord zou worden.

37

in het nieuwe duinbos, zie pagina 51 van de RPS-rapportage, om "op gepaste wijze in gezamenlijkheid afscheid te nemen van dierbaren". Ook kunnen vanuit het gebouw informatiegesprekken plaatsvinden.

Uit de diverse milieuonderzoeken, waaronder ook de verkeersparagraaf, die onderdeel uit maken van het bestemmingsplan blijkt dat geen sprake is van negatieve effecten op de omgeving.

Nabij de ceremonieruimte wordt in het duinbos een parkeerruimte op halve verharding aangelegd waar 60 parkeerplaatsen en 20 overloopplaatsen worden aangelegd. Het bestemmingsvlak voor het gebouw bedraagt 900 m2 en van de parkeerplaats 1.800 m2. Vanaf de Haakweg (westkant van het Staelduinsebos) komt er een verbindingsweg waartoe het deel tussen de Haakweg en het Bonnenpad wordt ingericht als fietsstraat waar de auto te gast is.

f

Reclamanten exploiteren hun bedrijf vlakbij deze voorzieningen en die exploitatie en de voorzieningen gaan niet samen. De bedrijfsvoering wordt verstoord. Inrichting gebied Naast de ophoging in het hele plangebied wordt de waterhuishouding grondig aangepast doordat het maaiveld fors verhoogd wordt. Die grondwaterstand is voor natuurbegraven te hoog. Voor natuurbegraven is een forse terreinverhoging nodig. Volgens de Wet op de lijkbezorging dient een graf minimaal 30 cm boven de gemiddelde hoogste waterstand te liggen en moet de bovenkant van de kist minimaal 65 cm onder het maaiveld liggen. Het duinbos moet op hoogte gebracht worden met een ophoging van maximaal 2.5 meter van het huidige maaiveld. Zie pagina 33 van het Witteveen+ Bos-rapport. Die ophoging is permanent en overal breder dan 50 meter. Die verhoging zal invloed hebben op het perceel van reclamanten die voor wat betreft de watervoorziening deels afhankelijk zijn van slootwater.

In het Waterhuishoudkundig plan ongegrond Natuurinrichting Bonnenpolder (hoofdstuk 5, bijlage 4 bij de toelichting) is aangetoond dat met de ophoging van het duinbos een aantal sloten ter plekke van de ophoging zal worden gedempt. Aldaar wordt het water omgeleid binnen hetzelfde peilgebied middels nieuw te graven watergangen. Met de aanleg van nieuwe watergangen is er rekening mee gehouden dat alle (bestaande) watergangen in de peilgebieden vergelijkbaar kunnen af- en aanvoeren. Alleen zeer lokaal zal de stroomrichting veranderen. Bovendien zal slechts zeer lokaal een stijging van het freatisch grondwater plaatsvinden. De uitstralingseffecten naar de omgeving zijn zeer beperkt. De Dwarshaaksloot valt buiten de grens van het plangebied. Wijzigingen in het peil vinden plaats ten noorden van de Dwarshaak en hebben daardoor geen invloed op de grondwaterstand in de Dwarshaaksloot.

38

g

h

i

Voor een verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van de thematische beantwoording. Alterra heeft een uitgebreid Dit punt van uw zienswijze is voor ongegrond onderzoek verricht naar de kennisgeving aangenomen. Het milieubelasting van natuurbegraven, stikstofonderzoek inclusief de asverstrooiingen en het bijzetten AERIUS-berekeningen geven van urnen op natuurterreinen om zo inderdaad geen reden om aan te de risico's en gevolgen op het milieu nemen dat er negatieve effecten de ecologie in kaart te brengen. Ook ontstaan op Natura2000-gebieden. heeft het RIVM onderzoek laten uitvoeren naar de samenstelling van grond-, oppervlakte- en drainagewater bij een aantal begraafplaatsen. De stikstofdepositie en het onderzoek inclusief de Aerius-berekening zijn reden om aan te nemen dat er geen negatieve gevolgen zijn op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de Solleveld en Kapittelduinen. De stikstofemissie zou zelfs afnemen in zowel de aanleg- als de gebruiksfase.

Het gebruik van een deel van de Voor een algemene toelichting op ongegrond Bonnenpolder voor natuurbegraven de overwegingen en betekent dat 10.000 stoffelijke beweegredenen van de gemeente overschotten worden begraven in om op deze locatie medewerking te een periode van 30 à 40 jaar wat verlenen aan de natuurontwikkeling resulteert in een gemiddelde van en het natuurbegraven, wordt 250 tot 330 begrafenissen per jaar. verwezen naar paragraaf 2.1 en 2.2 Het betreft een gebiedsvreemd van de thematische beantwoording, gebruik en het gebruik als waarin het doorlopen proces en de begraafplaats sluit ook niet aan bij inpasbaarheid natuurontwikkeling de recreatieve functie van het en het natuurbegraven worden gebied. Het bestemmingsplan maakt toegelicht. de bouw van het ceremoniegebouw Daarin komt onder meer aan bod mogelijk van 650 m2 met een dat het natuurbegraven en de maximale hoogte van 8 meter. natuurontwikkeling als één Parkeren zal plaatsvinden ten gezamenlijke ontwikkeling worden westen van het ceremoniegebouw gezien. Ook de afweging van en ten zuiden van het Bonnenpad. alternatieve locaties tijdens het De natuurbegraafstrook had beter planproces komt daarin aan de gepast langs de Hoeksebaan. orde. Bezwaren Niet duidelijk wordt op welk ongegrond Reclamanten maken bezwaar tegen transport hier gedoeld wordt.

De de wijze waarop nu de plannen in natuurbegraafplaats wordt niet het ontwerpbestemmingsplan ontsloten op de Bonnenweg maar beland zijn. De voorlichting die bij via het Bonnenpad. Zoals bij punt e diverse gelegenheden gegeven is als beantwoord, komen uit de aan reclamanten, is niet in het plan diverse milieuonderzoeken die neergelegd. onderdeel uitmaken van het Zo vindt het transport niet via de bestemmingsplan, waaronder ook Hoeksebaan / Haakweg plaats, maar de verkeersparagraaf, geen via de Bonnenweg langs de belemmeringen of negatieve bedrijven van Van den Berg en effecten naar voren. Anraad.

39

j

Reclamanten zijn van oordeel dat de waarde van hun bedrijf daalt door de creatie van een natuurgebied met de mogelijkheid van natuurbegraven. Door de komst van het natuurgebied zullen reclamanten in hun teelt nadeel ondervinden. Reclamanten telen in de grond -radijs- en de komst van een natuurgebied zal beperkingen geven voor hun teelt, zowel voor wat betreft het water, de sloot die zij nodig hebben voor hun teelt, onkruid, dieren zoals ratten en muizen.

k

Het wordt ook geen stiltegebied zoals eerder werd aangegeven tijdens de voorlichtingsavonden, maar een gebied waarin 300 à 400 natuurbegrafenissen per jaar gaan plaatsvinden.

l

Voorts zal de toegang via de Dwarshaak niet mogelijk zijn omdat het overpad via de Dwarshaak eigendom is van de aangelanden. Die stemmen niet in met het gebruik. Voorts laten hooggroeiende bomen en kassen zich lastig met elkaar verenigen omdat in kassen zoveel mogelijk zonlicht moet binnenkomen. Bomen zullen dan ook niet gepoot mogen worden vlakbij het bedrijf, maar daarover worden geen beperkingen opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Hetzelfde geldt voor andere uitzichtbelemmeringen of het plaatsen van lantaarnpalen vlakbij het bedrijf. Ook dat geeft schade op de bedrijfsvoering van reclamanten.

m

De gemeente deelt niet de mening ongegrond dat de natuurontwikkeling nadelige gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van reclamant. Op basis van uitgevoerd onderzoek is geconcludeerd dat natuurbegraven geen impact heeft op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de Bonnenpolder en omgeving. Voor een verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van de thematische beantwoording. De eventuele waardedaling van het bedrijf van reclamant staat los van de bestemmingsplanprocedure, hiervoor kan een afzonderlijke planschadeprocedure worden gevolgd. Niet bekend is op welke toezegging ongegrond wordt gedoeld dat het gebied als ‘stiltegebied’ zou worden aangewezen. De bedoeling is wel om het een stil gebied te laten zijn, waar de functies natuur en natuurbegraven aan bij zullen dragen. Het bestemmingsplan maakt geen ongegrond ontwikkelingen mogelijk aan de Dwarshaak of waarvoor ontsluiting via de Dwarshaak nodig is.

De natuurontwikkeling omvat vele ongegrond soorten van natuur, zoals ook is uitgewerkt in het Inrichtings- en beheerplan dat tevens als bijlage aan de regels van het bestemmingsplan is gekoppeld. De gronden nabij het bedrijf van reclamant worden ingericht als kruiden- en faunarijke akker en als vochtig hooiland. Hoogopgroeiende bomen waarover reclamant het heeft komen op grote schaal enkel voor in de zone die wordt ingericht als duinbos. Dit ligt op geruime afstand van de gronden van reclamant. Langs de Dwarshaak is wel een bomenrij mogelijk, bestaande uit een streekeigen soort. Deze ligt ten noorden / noordoosten van de kassen van reclamant. Gezien de draairichting van de zon, zal dit niet

40

n

Het plan is om naast natuurbegraven ook het plaatsen van urnen in de grond en het uitstrooien van as mogelijk te maken. Ook dit is een gebruik wat reclamanten niet verenigbaar achten met de exploitatie in de directe omgeving van een tuinbouwbedrijf.

tot schaduwhinder leiden. Tussen de bomenrij en het bedrijf van reclamant bevinden zich bovendien nog de Dwarshaak zelf, de parallel daaraan liggende watergang en vervolgens nog een onderhoudsstrook ten behoeve van die watergang de vrij moet blijven. Het uitstrooien van as is niet ongegrond toegestaan op de natuurbegraafplaats. Het uitstrooien van as past ook niet binnen de planregels (artikel 1.45). Evenals het begraven van lichamen zijn de effecten van het bijzetten van urnen onderzocht in de Natuurtoets natuurontwikkeling Bonnenpolder (bijlage 13 bij de toelichting) en het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder (bijlage 4 bij de toelichting). Voor een verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van de thematische beantwoording.

o

p

De komst van een natuurbegraafplaats is ook geen goede ruimtelijke ordening en heeft zeker geen meerwaarde voor Hoek van Holland en omstreken. In de eerste plaats is er geen goed openbaar vervoer en geen andere voorzieningen en de begraafplaats en de ceremonieruimte zijn alleen toegankelijk met de auto en ook niet of nauwelijks met de fiets vanwege de afstanden tot de bewoonde wereld. Het geeft ongetwijfeld meer uitstoot van stikstof en met dit gegeven wordt in de onderzoeken geen rekening gehouden. Hetzelfde geldt voor de komst van recreatieverkeer. Ook dat zal meer stikstofuitstoot geven.

Het ophogen met grond levert ook vragen op. Waar komt die grond vandaan. Achter het bedrijf van reclamanten is ook grond

Voor de beweegreden om de natuurontwikkeling met het natuurbegraven mogelijk te maken op deze locatie en welke toegevoegde waarde de gemeente daaraan toekent, wordt verwezen naar paragraaf 2.1 van de thematische beantwoording.

ongegrond

Voor wat betreft de effecten op het gebied van stikstof blijkt uit de bij het bestemmingsplan opgenomen onderzoeken dat het plan niet leidt tot overschrijding van daarvoor geldende grenswaarden. Er is rekening gehouden met de verkeersaantrekkende werking van de natuurbegraafplaats (en de landwinkel aan de Bonnenweg 50). Voor het overige zal de natuurontwikkeling in de Bonnenpolder niet leiden tot extra autoverkeer door recreanten, omdat er geen extra autoparkeerplaatsen worden aangelegd. Naast de circa 270.000 m3 grond die ongegrond vrijkomt uit het plangebied zelf, zal de overige grond worden aangevoerd van buiten het

41

q

r

s

opgehoogd, maar dat betrof grond plangebied. Omdat het hierbij gaat afkomstig uit het afvaldepot. om natuurgrond, dient de grond aan Daarvan mag zeker geen sprake zijn. bepaalde kwalificaties te voldoen. Deze kwalificaties zijn vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit, waar aan voldaan dient te worden. Ook voor wat betreft het waterpeil Uit het Waterhuishoudkundig plan ongegrond maken reclamanten zich zorgen en Natuurinrichting Bonnenpolder wensen zij ook bij deze zienswijze te (paragraaf 5.2, bijlage 4 bij de betrekken. Het waterpeil van de toelichting) blijkt dat door het Dwarshaak en de Haakwegsloot planvoornemen het waterpeil van moet hetzelfde blijven zoals die nu de Dwarshaak en de Haakwegsloot is. Een gedeelte van de sloten is ook niet wijzigen. De Dwarshaak en de eigendom van de eigenaren aan de Haakwegsloot vallen buiten de Dwarshaak. grens van het plangebied. Het peil in de Dwarshaak en Haakwegsloot is nu 0.48 m NAP en zal in de toekomst 0.48 m NAP blijven. Voor een verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van de thematische beantwoording.

Op 10 februari 2015 is de Voor een algemene toelichting op ongegrond ontwikkelplankaart Oranjebonnen de overwegingen en gemaakt en de gronden in de beweegredenen van de gemeente Bonnenpolder werden aangeduid als om op deze locatie medewerking te landschappelijk waardevol agrarisch verlenen aan de natuurontwikkeling gebied en ook de Korte Bonnen en en het natuurbegraven, wordt de Lange Bonnen als agrarisch en verwezen naar paragraaf 2.1 en 2.2 licht recreatief gebruik. Het initiatief van de thematische beantwoording, om een natuurbegraafplaats in de waarin het doorlopen proces en de Bonnen- polder te realiseren past inpasbaarheid natuurontwikkeling niet binnen de kaders die eerder en het natuurbegraven worden werden vastgesteld en deed ook toegelicht. afbreuk. Het grasland dient als foerageergebied in stand te blijven en de natuurdoelen "bloemrijk grasland en nat schraalgrasland" dienen eveneens gehandhaafd te blijven. Het gebied dient dus open te blijven en dient niet bebost te worden. In 2015 is nog een Hiervan nemen wij kennis. n.v.t. Rekenkamerrapport opgemaakt over de gebiedsontwikkeling Oranjebuitenpolder en Bonnenpolder en de aanbevelingen zijn door de Raad overgenomen. Een kopie van dat raadsbesluit van Rotterdam wordt overgelegd als productie 1. Reclamanten verzetten zich dan ook tegen het ontwerpbestemmingsplan.

42

t

u

De Oranjebonnen zijn nu open en worden door de bestemmingswijziging in ieder geval voor wat betreft het bos niet meer open.

Voor een algemene toelichting op ongegrond de overwegingen en beweegredenen van de gemeente om op deze locatie medewerking te verlenen aan de natuurontwikkeling en het natuurbegraven, wordt verwezen naar paragraaf 2.1 en 2.2 van de thematische beantwoording, waarin het doorlopen proces en de inpasbaarheid natuurontwikkeling en het natuurbegraven worden toegelicht. Het totale natuurgebied inclusief duinbos is openbaar toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang. Voorts vindt er een In de Natuurtoets ongegrond bodemverstoring plaats door het natuurontwikkeling Bonnenpolder natuurbegraven. Over grafdichtheid (paragraaf 4.2, bijlage 13 bij de wordt in het bestemmingsplan niets toelichting) is de impact van geregeld. Het natuurbegraven kan natuurbegraven op de een blijvend negatieve invloed bodemverstoring getoetst. hebben op de omgeving. Geconcludeerd wordt dat Natuurbegraven zal een effect geven natuurbegraven geen wezenlijke voor wat betreft de stikstof, fosfor, negatieve effecten op de bodem nitraat, ammoniak, magnesium en heeft. Ook effecten door calcium. Door natuurbegraven natuurbegraven op de mogelijk te maken zo dicht tegen instandhoudingsdoelen van Naturaeen Natura 2000-gebied aan met 2000 gebieden worden in de alle geplande voorzieningen, is het Natuurtoets natuurontwikkeling Natura 2000-gebied onvoldoende Bonnenpolder uitgesloten beschermd.

(hoofdstuk 4, bijlage 13 bij de Recent zijn onderzoeken gedaan en toelichting). duidelijk is dat natuurbegraven tal Uit onderzoek is bovendien geen van chemische stoffen toevoegt, meetbare vervuiling gebleken door stoffen die niet in de schone natuur medicijnen of andere stoffen die in thuishoren. Ook medicijnresten de bodem (grond en grondwater) horen niet thuis in dit gebied. terechtkomen bij natuurbegraven Natuurbegraven versterkt de (bijlage 4 bij de toelichting en bijlage vervuiling met gemiddeld 26 ton 13 bij de toelichting). De gemeente stoffelijke overschotten per hectare deelt de mening dat en daarin zitten giftige siliconen, natuurbegraven leidt tot een kwikvullingen, cadmium en vervuilde omgeving niet. Sterker minuscuul kleine hoeveelheden nog, de beoogde medicijnresten. Die zijn fataal voor natuurontwikkeling met het bodemleven en horen niet thuis natuurbegraven zal juist leiden tot in het grondwater. een natuurwinst en hogere Reclamanten hebben een bedrijf en natuurwaarden. Bovendien is er wonen ook op zeer dichte afstand door de beoogde planontwikkeling van de plek waar het sprake van een stikstofwinst ten natuurbegraven mogelijk is. opzichte van het huidige agrarische Natuurbegraven in de omvang zoals gebruik van de Bonnenpolder die nu gepland is, betekent een (paragraaf 4.3, bijlage 13 bij de vervuilde omgeving. Het moge toelichting).

duidelijk zijn dat in· het betreffende gebied medicijnresten, siliconen, Voor een verdere beantwoording cadmium en kwikvullingen volledig van deze zienswijze wordt verwezen

43

ongewenst zijn, zeer zeker omdat naar paragraaf 2.3 en 2.4 van de het slootwater ook gebruikt wordt thematische beantwoording. bij de teelt van reclamanten. Het kennisinstituut Alterra heeft al de nodige onderzoeken gedaan en is van oordeel dat de betreffende stoffen niet in de natuur terecht mogen komen. Ook in het buitenland zijn er studies verricht naar de nadelige gevolgen van natuurbegraven. Ook is natuurbegraven gekoppeld aan wegsijpelende lijksappen onder de graven en het effect op het bodemleven en grondwater. Minieme medicijnresten kunnen grote schade aanrichten. v Reclamanten zijn dan ook van In de beantwoording van de vorige ongegrond mening dat het punten is voldoende ingegaan op de ontwerpbestemmingsplan zoals dat effecten op de omgeving en de nu voorligt, niet door uw Raad dient beweegredenen om de te worden vastgesteld. Reclamanten natuurontwikkeling en het wijzen op hun belangen. Die natuurbegraven op de betreffende belangen bestaan uit het wonen ter locatie mogelijk te maken. plaatse in de directe nabijheid van de plek wat natuurbegraven gaat worden en ook hun bedrijf, zijnde een tuinbouwbedrijf, waar in de open grond radijs wordt geteeld. Voor die teelt hebben zij water nodig en dat water wordt deels onttrokken uit de sloten rondom het bedrijf.

Het zal duidelijk zijn dat het natuurbegraven schadelijk is voor de bedrijfsvoering en reclamanten wensen dan ook dat natuurbegraven in ieder geval niet op de strook van 30 ha zoals die nu voorzien is, wordt gedaan. Het gebied is groot genoeg om het aan de andere zijde te doen en volstrekt onlogisch is het om dat zowat tegen het bedrijf van reclamanten te gaan doen. Reclamanten wensen dan ook niet akkoord te gaan met de huidige bestemming en verzetten zich daartegen. Zo nodig zullen reclamanten planschade gaan vorderen. e (2 brief, als aanvulling op de punten uit de zienswijze uit de eerste brief) w Reclamanten willen nog een tweetal Buiten de nieuwe ontwikkelingen ongegrond punten aan de zienswijze die het bestemmingsplan mogelijk toevoegen. maakt, blijven grote delen van het Algemeen bekend is dat in plangebied de agrarische Nederland te weinig landbouwgrond bestemming houden. De combinatie is en door deze van agrarisch gebruik, natuur en bestemmingswijziging komt deze recreatie die met dit

44

landbouwgrond ook weer aan het areaal te ontvallen. Dit is geen goede ruimtelijke ordening en hier hadden de belangen op een andere wijze moeten worden afgewogen.

bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, sluit aan bij eerdere besluitvorming van de gemeente om het plangebied een meer gemengd karakter te geven. Meer hierover staat in paragraaf 2.1. van de thematische beantwoording. Ook in het provinciaal beleid komen de functies natuur en recreatie voor dit gebied duidelijk naar voren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e282ebbf-fd91-4c98-a5f2-b394a6cedae3