CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb6422 Bijlage 5 behorende bij 21bb11873 - Nota zienswijzen bestemmingsplan Oranjebonnen

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 18.1 Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Oranjebonnen’35.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota zienswijzen Bestemmingsplan Oranjebonnen 28-06-2021

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding............................................................................................................................................... 4 2. Thematische beantwoording ............................................................................................................. 5 3. Beantwoording zienswijzen ............................................................................................................. 23 4. Toelichting op de ambtelijke wijzigingen ...................................................................................... 208 5. Staat van Wijzigingen ..................................................................................................................... 215

3

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Oranjebonnen heeft van 4 september tot en met 15 oktober 2020 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode was het voor een ieder mogelijk om een zienswijze op dit ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Tijdens deze periode zijn 44 zienswijzen ontvangen. Van deze 44 zienswijzen zijn naderhand 2 zienswijzen ingetrokken. Bij één zienswijze is dat gebeurd naar aanleiding van onderling overleg tussen de gemeente en de betreffende reclamant (Port of Rotterdam). De andere zienswijze is ingetrokken na onderling overleg tussen de betreffende reclamant en de initiatiefnemer achter één van de ontwikkelingen uit het bestemmingsplan waar de betreffende zienswijze tegen gericht was. Deze nota is zodanig opgebouwd, dat in hoofdstuk 2 eerst een aantal onderwerpen die vaker in de zienswijzen aan de orde worden gesteld en die om een wat uitvoeriger beantwoording vragen per onderwerp worden behandeld. Dit hebben we de thematische beantwoording genoemd. In hoofdstuk 3 komen vervolgens alle ingediende zienswijzen één voor één aan bod. De zienswijzen zijn voorzien van een beantwoording en van een conclusie of ze gegrond, deels gegrond of ongegrond zijn verklaard. Indien aan de orde is hierbij ook aangegeven of de zienswijze tot aanpassing van het bestemmingsplan heeft geleid.

Als een zienswijze meerdere punten bevat – en dat is bij vrijwel alle zienswijzen het geval – dan is de zienswijze in blokken geknipt met bij ieder blok een specifieke beantwoording. Nadat alle zienswijzen zijn behandeld, volgt in hoofdstuk 4 een toelichting op de ambtelijke wijzigingen die eveneens tussen de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling van het bestemmingsplan zijn doorgevoerd. Tot slot is in hoofdstuk 5 van de Nota de Staat van Wijzigingen opgenomen. Dit betreft het overzicht van alle wijzigingen die, ofwel naar aanleiding van een zienswijze ofwel op basis van ambtelijke overwegingen, in het vast te stellen plan zijn doorgevoerd. Deze Staat van Wijzigingen gaat enkel in op de wijzigingen in de regels en op de verbeelding, samen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

4

2. Thematische beantwoording Zoals in hoofdstuk 1 reeds aangegeven, is er een aantal onderwerpen te signaleren die in meerdere zienswijzen terugkeren. Voor deze onderwerpen is in dit hoofdstuk een thematische beantwoording opgenomen. Dit geeft in de eerste plaats de ruimte om deze onderwerpen, die over het algemeen om een wat uitgebreider antwoord vragen, goed toe te lichten. Bij die zienswijzen waar (delen van) deze thematische beantwoording relevant is, is in de beantwoording van de specifieke zienswijze een verwijzing naar deze thematische beantwoording opgenomen. Achtereenvolgens komen aan bod: • 2.1 Het doorlopen proces; • 2.2 Natuurontwikkeling, natuurbegraven en het landschap; • 2.3 Natuurontwikkeling, natuurbegraven en de waterhuishouding; • 2.4 Natuurontwikkeling en natuurbescherming; • 2.5 Ruimtelijke uitgangspunten natuur, natuurbegraven en de wijze van bestemmen; • 2.6 Nieuwe en weggevallen ontwikkelingen. 2.1 Het doorlopen proces Een eerste onderwerp dat in meerdere zienswijzen aan de orde komt, is het doorlopen proces in de aanloop naar dit bestemmingsplan. Met name de manier waarop de ontwikkeling natuur en het natuurbegraven in de loop van het proces onderdeel van de plannen zijn geworden is een vaker terugkerend onderwerp, evenals de wijze van communicatie en participatie.

Met deze thematische beantwoording over het doorlopen proces, wordt inzicht gegeven in de voornaamste documenten en besluiten die in het voorafgaande proces de opmaat hebben gevormd voor dit bestemmingsplan en de communicatie en participatie die daarbij is toegepast. Ambitiedocument Oranjebonnen Gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland en stadregio Rotterdam hebben in 2011/2012 de ambitie uitgesproken om de recreatieve en ecologische verbindingen tussen de Delflandse kust en Midden Delfland uit te breiden. Daarvoor wordt het gebied getransformeerd naar een gemengd agrarisch en recreatief gebied. Zij hebben een gezamenlijke pilot opgezet voor een plan voor beide polders waarbij de publieke investeringen beperkt zijn en er gezocht wordt naar een innovatieve uitvoeringsstrategie met inzet van private middelen. Om dat te bereiken is samenwerking met gebruikers en investeerders nodig. Het Ambitiedocument Oranjebonnen is in maart 2013 vastgesteld. De doelen van het ambitiedocument zijn: • het vergroten van de ruimtelijke groenbeleving, • het versterken van de biodiversiteit, • het versterken van het (agrarisch) ondernemerschap en • het realiseren van een sterk imago van de Oranjebonnen. Ontwikkelplan Oranjebonnen De ambitie is daarna geconcretiseerd in het Ontwikkelplan Oranjebonnen.

Dit Ontwikkelplan Oranjebonnen is een co-productie van ondernemers, bewoners, gemeente, Hoogheemraadschap van Delfland en provincie Zuid-Holland. Het Ontwikkelplan probeert diverse belangen met elkaar te verenigen en zet in op kansen voor ondernemers, investeerders en bewoners van de Oranjebonnen. De ontwikkelkansen zijn te onderscheiden in recreatieve routes, ecologische verbindingen en agrarische/recreatieve functies. Vanuit private economische belangen is transformatie van de Bonnenpolder ook gewenst. De grondeigenaren van de Bonnenpolder verwachten dat de huidige agrarische bedrijfsvoering op lange termijn economisch onhoudbaar is. Gelijktijdig met de economische transformatie van de Bonnenpolder en Oranjebuitenpolder zet de gemeente Rotterdam 5

in op het behouden van de ruimtelijke kwaliteit en waarden van de Oranjebonnen en het realiseren van de recreatieve en ecologische voorzieningen. Het Ontwikkelplan is op 10 mei 2016 door het college van B&W vastgesteld en naar aanleiding van behandeling in de commissie BWB van 15 juni 2016 overeenkomstig gewijzigd. Het Ontwikkelplan Oranjebonnen vormt de basis voor het bestemmingsplan Oranjebonnen. Participatieproces De gemeente heeft vanuit haar faciliterende rol in het bestemmingsplan ruimte geboden voor marktinitiatieven die de ruimtelijke groenbeleving vergroten, de biodiversiteit en het (agrarisch) ondernemerschap versterken en bijdragen aan een sterk imago van de Oranjebonnen. De gemeente heeft in het participatieproces nadrukkelijk initiatiefnemers, ondernemers en bewoners uitgenodigd om met plannen te komen die bijdragen aan de transformatie van Oranjebonnen. Op 13 februari 2017 was er in het gebied een informatiebijeenkomst met als doel om in gesprek te gaan met allerlei partijen die betrokken waren bij de toekomst van de polder. Dat was in de vorm van een gebiedsmarkt waar een aantal initiatiefnemers hun plannen voor de polder hebben gepresenteerd (voedselbos, outdoor-mogelijkheden, zonnepark, evenemententerrein).

Initiatiefnemers Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Zuid-Hollands Landschap en Natuurbegraven Nederland (NBN) waren ook aanwezig, maar hebben de plannen daar niet gepresenteerd. Zij hebben een voor hun initiatief specifiek participatieproces doorlopen en in samenwerking met belangstellenden en belanghebbenden, een plan voor natuurontwikkeling met natuurbegraven in de Bonnenpolder opgesteld (zie hierna). De verschillende initiatiefnemers hebben in vervolg op de gebiedsmarkt elk op hun eigen wijze verdere uitwerking gegeven aan hun plannen. Vanaf voorjaar 2019 is door de gemeente het ontwerpproces voor en door de verschillende initiatieven voortgezet. Het ontwerpproces heeft plaatsgevonden in twee werkateliers waaraan bewoners en andere stakeholders hebben deelgenomen. De gemeente Rotterdam heeft op 8 april 2019 een ontwerpatelier georganiseerd over de initiatieven zonnepark en recreatie, voedselbos en outdoor-activiteiten voor geïnteresseerde bewoners en betrokken organisaties waaronder Hoogheemraadschap van Delfland. Samen is in het ontwerpatelier inhoudelijk gewerkt aan uitwerking en verbetering van de plannen. De resultaten zijn op 17 april 2019 in een openbare inloopavond gepresenteerd aan een ieder die belangstelling had.

Daaropvolgend heeft de gemeente Rotterdam op 21 mei 2019 een tweede ontwerpatelier georganiseerd voor de initiatieven zonnepark en recreatie, voedselbos en outdooractiviteiten voor geïnteresseerde bewoners en betrokken organisaties waaronder Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin is verder gewerkt aan de uitwerking van de ruimtelijk ontwerpen van de initiatieven in relatie tot de eerste versie van de op te stellen verbeelding van het bestemmingsplan. De resultaten van dit ontwerpatelier zijn door de gemeente Rotterdam in een openbare inloopavond op 18 juni 2019 gepresenteerd voor iedereen die belangstelling had voor de ruimtelijk ontwerpen van alle initiatieven en de concept bestemmingsverbeelding. Belangstellenden konden de conceptverbeelding en de conceptregels inzien en zo nodig een reactie geven. Dit vooruitlopend op de formele procedure die het bestemmingsplan doorlopen heeft. Proces plan natuurontwikkeling met natuurbegraven De ambitie voor de Oranjebonnen is het gebied te transformeren naar een gemengd agrarisch en recreatief gebied. Onderdeel van deze ambitie is het vergroten van de ruimtelijke groenbeleving en het versterken van de biodiversiteit. De natuurontwikkeling omvat een gebied van 128 ha, waarvan op 30 ha een laatste rustplaats in de natuur mogelijk wordt gemaakt. De ambitie voor deze ontwikkeling is voortgekomen vanuit de wens om meer natuur te realiseren.

De ontwikkeling van een natuurbegraafplaats maakt het mogelijk om extra natuur toe te voegen. Een natuurbegraafplaats is allereerst en vooral een natuurgebied, maar dan met een extra functie. De natuurbegraafplaats is dan ook bestemd als ‘natuur’, wat inhoudt dat 6

het gebied als zodanig moet worden beheerd en in stand gehouden. De natuurontwikkeling met als onderdeel daarvan een natuurbegraafplaats, draagt bij aan de beleving van Bonnenpolder door het openstellen van extra natuur voor publiek, door de investering in natuurontwikkeling en door het versterken en beschermen van cultuurhistorisch en ecologisch waardevolle elementen. Om te komen tot het uiteindelijke plan voor deze natuurontwikkeling en de natuurbegraafplaats, is een uitgebreid gebiedsproces doorlopen vanaf 2017 tot 2019. De wens van de initiatiefnemers Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Zuid-Hollands Landschap en Natuurbegraven Nederland is om samen met mensen die in de buurt wonen en/of werken en met mensen die er nu of in de toekomst willen recreëren een landschapsontwerp te maken voor het toekomstige natuurgebied. De drie initiatiefnemers hebben Adriaan Geuze en Penne Hangelbroek van landschapsarchitectenbureau West 8 gevraagd om samen met belangstellenden uit de omgeving te komen tot een goed ontwerp voor het gebied. Het participatieproces is gevisualiseerd in de onderstaande afbeelding, waarbij vermeld wordt dat dit gaat om stappen die in het jaar 2017 zijn gezet.

Op 3 juli 2017 is er een inloopavond georganiseerd waar de initiatiefnemers de stappen hebben uitgelegd waarmee zij samen met belangstellenden tot een voorstel voor een nieuwe inrichting van een deel van de Bonnenpolder wilden komen. Op 16 augustus 2017 is er brief naar alle omwonden en belanghebbenden verstuurd met het verzoek zich aan te melden voor de drie werkateliers. Aan de werkateliers hebben uiteindelijk 35 mensen deelgenomen. De werkateliers stonden onder leiding van Adriaan Geuze van bureau West 8. Op 30 augustus 2017 ging het eerste atelier van start, een maand later op 27 september 2017 het tweede. Om ook belangstellenden en belanghebbenden te betrekken die niet in de gelegenheid waren om aan de drie werkateliers deel te nemen, zijn er ook twee inloopavonden georganiseerd op 4 oktober 2017 en 7 november 2017. Tijdens de eerste inloopavond zijn de eerste gedachtegangen en wensen gepresenteerd. De inloopavond had ook als doel om aanvullende opmerkingen en wensen op te halen van omwonenden en geïnteresseerde In het derde werkatelier op 25 oktober 2017 heeft de werkgroep de opmerkingen en wensen vanuit de inloopavonden beoordeeld en zo nodig verwerkt in het ontwerp.). Dit heeft geleid tot het voorkeursontwerp dat in het werkatelier op draagvlak kon rekenen. Dit voorkeursontwerp is op 7 november 2017 gepresenteerd middels een inloopavond.

De uitnodiging voor deze inloopavond is 7

breed gecommuniceerd. Van het voorkeursontwerp is ook een maquette gemaakt om het ontwerp goed te kunnen presenteren. In december 2017 is het voorkeursontwerp door de initiatiefnemers ingediend bij de gemeente Rotterdam. Voordat het college van B&W een besluit nam over het voorkeursontwerp, is door de gemeente advies gevraagd aan de gebiedscommissie. Om een goed advies te kunnen geven heeft de gebiedscommissie de mening van de Hoekse bewoners gepolst middels een enquête. Deze is steekproefsgewijs verstuurd naar inwoners van Hoek van Holland. Rondom de enquête zijn door de initiatiefnemers nog drie inloopbijeenkomsten georganiseerd om iedereen zo goed mogelijk te informeren: • 20-1-2018: Informatiestand in het winkelcentrum van Hoek van Holland.• 24-1-2018 Inloopavond in buurtcentrum de Hoeksteen in Hoek van Holland. • 28-1-2018 Inloopbijeenkomst in het bezoekerscentrum d'Oude Koestal en in het Staelduinse bos. De respons op de enquête van de gebiedscommissie was 22% (437 mensen). 93% van de respondenten was op de hoogte van het planvoornemen. Ruim 97% van alle respondenten gaf aan het belangrijk te vinden om de polder open en groen te houden. Van de respondenten gaf 63% aan niet achter de plannen te staan van natuurbegraven. De zorgpunten waren onder andere de belasting voor milieu en natuur, verkeersbewegingen, de toegang tot het gebied en het zicht op natuurbegraven.

Vanwege de bezorgdheid van bewoners gaf wethouder Wijbenga de initiatiefnemers mee om het voorkeursontwerp nogmaals tegen het licht te houden en waar mogelijk het plan aan te passen om de zorgen zoveel mogelijk weg te nemen. Dit advies is opgepakt door de initiatiefnemers en is er een vervolg gegeven aan het participatieproces. Alle personen die deel hadden genomen aan de eerste ateliers zijn opnieuw uitgenodigd. Ook mensen die zich betrokken voelden en mee wilden praten over de nadere uitwerking van het plan konden zich als nieuwe deelnemer opgeven. De werkateliers stonden wederom onder leiding van Adriaan Geuze van bureau West 8. Tijdens deze ateliers is gekeken op welke wijze het voorkeursontwerp kon worden aangepast om tegemoet te komen aan de zorgen die zijn geuit in de enquête. Dit heeft geleidt tot aanpassingen van het voorkeursontwerp, waarover meer in de volgende paragraaf. De werkateliers vonden plaats op 4 april 2019 en 27 mei 2019. Op 18 juni 2019 is een inloopavond georganiseerd om het aangepaste ontwerp te presenteren. Dit ontwerp is vervolgens vertaald naar het ontwerpbestemmingsplan. Op 2 juni 2020 heeft het college ingestemd met publicatie van het ontwerpbestemmingsplan waar het aangepaste ontwerp voor de natuurontwikkeling met natuurbegraven onderdeel van uitmaakte.

Met dat besluit heeft het college tevens een begeleidende brief aan de Raad verstuurd waarin inzicht gegeven is in de punten waarop de voorkeursvariant nog is aangepast om tegemoet te komen aan diverse bezwaren. Gedurende het proces om tot het voorliggende plan te komen (2017-2019) zijn er verspreid in tijd 3 excursies verzorgd naar bestaande natuurbegraafplaatsen. De uitnodigingen hiervoor zijn breed gecommuniceerd middels verschillende media kanalen, ook binnen de gemeente Westland. Zo kreeg iedereen de mogelijkheid om nader kennis te maken met natuurbegraven. Vanaf 2016 tot heden is er een actieve website natuurindebonnen.nl waar het proces en alle informatie, verslagen, ontwerpen van het planvoornemen zijn terug te vinden. Ook kan men via de website vragen stellen aan de initiatiefnemers. Gedurende de planvorming is er veel gecommuniceerd via verschillende mediaplatforms zoals lokale kranten, radio interviews, Facebook en op de websites van initiatiefnemers en gemeente. Gelet op het bovenstaande is de gemeente van mening dat rondom de natuurontwikkeling en de natuurbegraafplaats een zorgvuldig proces is doorlopen, met voldoende publiciteit en bijeenkomsten voor een ieder om zich van het plan op de hoogte te stellen en te participeren bij de uitwerking. 8

2.2 Natuurontwikkeling, natuurbegraven en het landschap Een tweede onderwerp dat in meerdere zienswijzen aan de orde komt, is de motivatie om de beoogde natuurontwikkeling en het natuurbegraven mogelijk te maken op de locatie die daar in dit bestemmingsplan voor is aangewezen. Los van verschillende praktische en technische bezwaarpunten, die verder in deze Nota worden behandeld, gaat het in essentie om de keuze voor de natuurontwikkeling en de mogelijkheid tot natuurbegraven op deze plaats, de effecten voor het landschap en de inpassing daarin. Met de thematische beantwoording over dit onderwerp wordt inzicht gegeven in de overwegingen van de gemeente om medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling in deze vorm en op deze locatie. Gemeentelijke beoordeling plan natuurontwikkeling met natuurbegraven Het plan voor natuurontwikkeling met natuurbegraven is, alvorens over is gegaan tot het opstellen van het bestemmingsplan Oranjebonnen, beoordeeld door de gemeente Rotterdam in november 2018. Op basis van de beoordeling concludeerde de gemeente Rotterdam dat het plan voor natuurontwikkeling met natuurbegraven in belangrijke mate aansluit bij de ambities en doelstellingen voor de transformatie van Oranjebonnen: De hoofdconclusies van deze beoordeling luidden: •

•

•

•

•

•

Het Plan Natuurontwikkeling in de Bonnenpolder ziet de gemeente als grote kans de ambitie en doelstellingen die voor Oranjebonnen zijn gesteld, te kunnen realiseren. De Bonnenpolder voegt dan echt iets unieks toe aan de gehele Oranjebonnen. Naast natuur ook agrarische percelen en herstel en versterking van cultuurhistorische elementen. Het open en weidse karakter van de Bonnenpolder blijft grotendeels bestaan. De uitbreiding met bos is wel te zien als afwijking op de wens om geen bomen toe te voegen aan de polder. Niettemin vindt de gemeente Rotterdam dat dit “nadeel” acceptabel is binnen het geheel van de natuurontwikkeling maar het vraagt wel om een hele goede ontwerpuitwerking. In omvang is het een grootschalige verandering voor de Bonnenpolder. In tegenstelling tot de grootschalige functies die in het Ontwikkelplan als ongewenst zijn benoemd, draagt deze grote verandering wel bij aan de doelstellingen die de gemeente voor de transformatie van de Bonnenpolder heeft gesteld. Er kan niet voorbijgegaan worden aan de discussie en de emotie die het plan heeft losgemaakt. Daarom is op verschillende manieren aan belangstellenden de kans gegeven meningen te laten horen te betrekken bij de planvorming (werkateliers, openbare vergaderingen, digitale enquête). Bij een vervolg is het belangrijk dat de participatie met stakeholders voortgezet wordt.

Het effect van de natuurontwikkeling en zeker die van natuurbegraven is op een aantal punten nog onvoldoende in beeld gebracht. (Grond)water, (grond)waterkwaliteit, verkeer, flora- en fauna en bodem(kwaliteit), zettingen en bodemdaling, explosieven onderzoek en externe veiligheid zijn belangrijke thema’s die uitwerking vragen. De financiering zal voor een belangrijk deel gedragen worden door private (NBN) en maatschappelijke partijen (Zuid-Hollands Landschap en Natuurmonumenten). De (reeds geplande) investeringen van provincie en gemeente voor het verbeteren van recreatieve routes en biodiversiteit kunnen hieraan ondersteunend zijn. Daarnaast zoeken de initiatiefnemers samenwerking met het Hoogheemraadschap voor het eventueel verbeteren van de ecologische kwaliteit van de Rel en het robuuster maken van deze watergang. Provinciale Staten hebben besloten het Natuurnetwerk Nederland met dit gebied uit te breiden met bijbehorende financiële bijdragen. Nadere afspraken over onder meer rolverdeling, investeringen, beheer en risicoverdeling zijn echter nog te maken.

Op basis van de beoordeling en de hierboven genoemde conclusies heeft de gemeente Rotterdam gesteld dat het plan voor natuurontwikkeling met natuurbegraven in belangrijke mate aansluit bij de ambities en doelstellingen voor de transformatie van Oranjebonnen: 9

• • • • •

•

De visie biedt de kans het recreatieve gebruik van de polder te intensiveren door recreatieve routes aan te leggen, de Bonnenweg te verbeteren, de Bonnendijk te herstellen en De Rel te verbreden en natuurvriendelijke oevers aan te leggen. De verwachting is dat door het realiseren van een flink natuurgebied, de biodiversiteit verder zal toenemen en verbeteren. De initiatiefnemers hebben een proces van meedenken en meedoen doorlopen dat aansluit bij de wens om samen met belanghebbenden vorm te geven aan de transformatie van Oranjebonnen. Tegelijkertijd stelt de gemeente vast dat de gepresenteerde landschappelijke visie een goed beeld geeft van de gewenste transformatie die de initiatiefnemers voor de Bonnenpolder voor ogen hebben. Natuurbegraven is een vorm van begraven die de gemeente Rotterdam wil faciliteren. Deze vorm is in het gebied aanleiding voor discussie. De gemeente denkt dat doordat natuurbegraven een onderdeel wordt van een veel groter natuurgebied er voldoende alternatieven zijn om niet of in veel mindere mate met begraven geconfronteerd te worden en toch te kunnen genieten van de nieuwe natuur. De initiatiefnemers investeren in belangrijke mate zelf in nieuwe natuur en recreatie. Dit past in het huidige klimaat waar overheden terugtreden en ruimte bieden aan private partijen om toe te treden.

En het sluit aan bij de bestuurlijke kaders die voor dit project ten aanzien van de samenwerking tussen private partijen en overheid zijn vastgelegd. Het is in dit kader wel van belang zekerheid te krijgen over de financiële haalbaarheid én inzicht te krijgen in de gevraagde cofinanciering (investering en beheer).

De gemeente Rotterdam ziet in het plan een kans de gewenste verandering van overwegend agrarisch naar gemengd recreatief-agrarisch gebruik in de Bonnenpolder te realiseren. Het feit dat private partijen komen met initiatieven om te investeren in natuur en recreatie sluit aan bij de vastgestelde doelen en ambities voor de transformatie van Oranjebonnen. Daarnaast willen de initiatiefnemers Stichting Zuid-Hollands Landschap en Vereniging Natuurmonumenten en Natuurbegraven Nederland meewerken aan de fysieke maatregelen (verbeteren recreatieve routes en ecologische verbindingen) die de gemeente, met de subsidie van de provincie Zuid-Holland, nog wil uitvoeren in de Bonnenpolder. Negatief advies gebiedscommissie Hoek van Holland De gebiedscommissie heeft een meningspeiling in de vorm van een digitale enquête laten uitvoeren. De enquête bestond uit verschillende vragen over de inrichting van de Bonnenpolder. In januari en februari 2018 hebben 2.000 inwoners van Hoek van Holland de mogelijkheid gekregen de enquête in te vullen. Ook zijn 9 inwoners uit ’s-Gravenzande meegenomen aangezien zij uitkijken over de Bonnenpolder. De respons was 22%. Eén van de vragen ging over de ontwikkeling van natuur, waar ongeveer 97% van de respondenten van heeft aangegeven daar voorstander van te zijn.

Eén van de andere vragen had betrekking op de vestiging van een natuurbegraafplaats in het te ontwikkelen natuurgebied. Ongeveer 63% heeft aangegeven het daarmee oneens te zijn. Van de bewoners uit de steekproef die de enquête hebben ingevuld is een meerderheid tegen natuurbegraven (67% tegen en 30% voor). Het projectteam Oranjebonnen heeft kennisgenomen van de uitkomst van de enquête. Met de respons van 22% en het ontbreken van een reden van de nonrespons, is deze uitkomst niet exact te vertalen naar de gehele bevolking van Hoek van Holland. Op basis van de uitslag van de enquête heeft de gebiedscommissie een negatief advies opgesteld. Bij de vergadering over het advies heeft er geen inhoudelijke behandeling van het plan plaatsgevonden. De gebiedscommissie heeft zich geconcentreerd op de duiding van representativiteit van de enquête en heeft daarop haar advies gebaseerd. 10

Principebesluit Alles overwegende (ook het negatieve advies van de gebiedscommissie Hoek van Holland) heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op 20 november 2018 besloten het plan voor natuurontwikkeling met natuurbegraven in de Bonnenpolder verder te laten uitwerken door de initiatiefnemers NBN, Natuurmonumenten en Zuid-Hollands Landschap. Het uitgewerkte plan wordt opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast heeft de gemeente de opdracht aan de initiatiefnemers meegegeven om het voorlopige voorkeursontwerp dat tot stand is gekomen via meerdere ontwerpateliers met omwonenden, nogmaals tegen het licht te houden, waarbij vertrekpunt is dat het natuurbegraven zo min mogelijk ‘zichtbaar’ is, en zo min mogelijk overlast geeft voor omwonenden. Uitwerking van en aanpassingen aan plan natuurontwikkeling met natuurbegraven Naar aanleiding van de bestuurlijke opdracht van het college van B&W van 20 november 2018, is door de initiatiefnemers gekeken naar manieren om het natuurbegraven minder zichtbaar te maken en overlast te beperken. In twee ontwerpateliers (4 april 2019 en 27 mei 2019, zie ook paragraaf 2.1. van deze Nota) is dit besproken met belangstellenden die zich hadden aangemeld. Dit heeft geleid tot de onderstaande wijzigingen in het plan. • Bij één plek is het natuurbegraven op en langs de Bonnendijk helemaal weggehaald.

• Voor een andere locatie waar natuurbegraven vanuit de Haakweg (westzijde) in zicht lag (de open polder), is gekozen voor de mogelijkheid om alleen urnen te begraven. Bij dit soort begrafenissen zijn over het algemeen minder mensen aanwezig,. Daarnaast is ervoor gekozen deze urnenbegravingen niet op de dijk maar aan de achterkant van de Bonnendijk (en dus uit zicht) te laten plaatsvinden. • Om de (on)zichtbaarheid verder te verbeteren is een belangrijke nieuwe noord-zuidverbinding die de gemeente graag wil aanleggen (Kerkepad), aan de voet van de Bonnendijk gelegd in plaats van op de dijk. Recreanten hebben vanaf die plek geen zicht op de natuurbegraafplaats. • In de uitbreiding van het Staelduinse Bos, in de vorm van een duinbos, wordt verder een zone van 15 tot 20 meter aangehouden tussen openbaar het grondgebied waar begraven kan worden en de omliggende doorgaande en recreatieve infrastructuur. • Deze piëteitszone wordt ingericht met duinen en nieuwe begroeiing (struiken en bomen). Dit wisselende en glooiende landschap is een voortzetting van het landschap in het Staelduinse Bos zelf. • Aan de zuidzijde van het duinbos is de afstand tussen de openbaar toegankelijke routes en het natuurbegraven van nature al voldoende groot om het zicht vanaf deze routes op het natuurbegraven weg te nemen.

Alternatieve locaties niet haalbaar Gedurende het proces en ook in de zienswijzen, zijn door bewoners van Hoek van Holland alternatieve locaties voor het natuurbegraven genoemd. Naar de haalbaarheid van deze locaties is gekeken. Om meerdere redenen zijn de alternatieve locaties niet haalbaar of gewenst: • Locatie Oranjeheuvel: Het graven in vervuilde grond op deze plek is vanuit de milieukundige weten regelgeving niet toegestaan. Er moet een leeflaag op het slibdepot worden aangebracht die ‘dik’ genoeg is om in te mogen begraven. Het slibdepot maakt geen onderdeel uit van het natuurgebied die de initiatiefnemers in de rest van de Bonnenpolder willen aanleggen. Er ontstaat dus niet een aaneengesloten natuurgebied. De initiatiefnemers zijn geen eigenaar van de grond van Oranjeheuvel. De gemeente is eigenaar en zij wil deze plek inrichten voor recreatie (Ontwikkelplan Oranjebonnen) en circa 25 hectare opwekking van zonne-energie (Programma Duurzaam). Dit overwegende is deze locatie niet beschikbaar voor natuurbegraven. • Locatie oostzijde Bonnenpolder: Ook deze gronden zijn niet in eigendom van de initiatiefnemers. Daarnaast sluit natuurbegraven in dit deel van de Bonnenpolder niet aan op het Natuurnetwerk 11

Nederland van provincie. Tenslotte wordt natuurbegraven hier heel zichtbaar omdat ophoging van de polder nodig is. Rolverdeling en financiën NBN neemt in deze fase van de gebiedsontwikkeling het initiatief om de gronden definitief te verwerven en voorfinanciering te doen van de plankosten. In een volgende fase zal NBN het deel natuurbegraven (30 hectare) voor haar rekening en risico inrichten en gaan beheren. Vanuit een landelijke afspraak levert NBN de overige gronden aan Vereniging Natuurmonumenten. Die zal op haar beurt de gronden (circa 98 hectare) doorleveren aan Stichting Zuid Hollands Landschap (ZHL). ZHL verzorgt dan de inrichting en het beheer van deze 98 hectare natuur- en recreatieontwikkeling. Daarbij zal ZHL gebruikmaken van cofinanciering vanuit SNL-subsidie van de provincie voor aankoop, inrichting en beheer. Overigens betreft dit allemaal particuliere gronden waar de gemeente met betrekking tot aan- en verkoop van grond geen rol heeft. Ontwerp aanpassingen De bovenstaande aanpassingen zijn verwerkt in het ontwerp van het plan voor natuurontwikkeling met natuurbegraven, welke componenten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Investering in natuurontwikkeling van deze omvang door de initiatiefnemende partijen is niet mogelijk zonder de functie natuurbegraven als deelfinancier van het plan.

Om het aangepaste ontwerp te onderbouwen zijn tevens de benodigde onderzoeken uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het plan geen negatieve gevolgen voor het plangebied heeft. De gemeente heeft daarom op 2 juni 2020 besloten het ontwerpbestemmingsplan inclusief het aangepast ontwerp van de natuurontwikkeling met natuurbegraven ter inzage te leggen. Aanscherping piëteitszone naar aanleiding van zienswijzen Nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, is in meerdere zienswijzen ingegaan op het zicht op het natuurbegraven en de mogelijk negatieve beleving die dat met zich mee kan brengen voor recreanten en andere gebruikers van het gebied. Om die reden is gekeken naar mogelijkheden om de invulling van de piëteitszone nader in het bestemmingsplan vast te leggen. Deze aanpassingen in het ontwerp zijn integraal onderdeel geworden van het Inrichtings- en beheerplan, dat aan de regels van het bestemmingsplan is gekoppeld. Op die manier is het aanbrengen van een piëteitszone kaderstellend voor de natuurontwikkeling en het natuurbegraven en is dit via het Inrichtings- en beheerplan ook voor een ieder inzichtelijk. Hiertoe is het Inrichtings- en beheerplan ‘Natuur in de Bonnen’ (bijlage 4 bij de regels) in paragraaf 6.11 aangevuld met (voorbeelden van) inrichtingsprincipes en dwarsdoorsneden voor de aan te leggen piëteitszone.

Daarin is als uitgangspunt gehanteerd dat deze maatregelen hoofdzakelijk van belang zijn voor de doorgaande recreatieve structuren, met name de Bonnenweg, het Bonnenpad en het Kerkepad. Door vanaf deze structuren te zorgen voor afdoende afschermende werking of voldoende afstand tot het natuurbegraven, kunnen mensen ook deze doorgaande verbindingen gebruiken zonder mogelijk ongewenst geconfronteerd te worden met natuurbegraven. Anderzijds is daar ook het belang van de natuurbegraafplaats zelf mee gemoeid, omdat dit ervoor zorgt dat het natuurbegraven binnen een intieme sfeer kan plaatsvinden. In het Besluit op de lijkbezorging wordt aangegeven dat de afstand van een natuurgraf tot aan de erfgrens ten minste één meter dient te bedragen. In het planvoornemen is een ruimere zone aangehouden. Ten opzichte van het Bonnenpad wordt bijvoorbeeld een piëteitszone van circa 15 meter aangehouden. De afstand van waar daadwerkelijk natuurbegraven wordt tot aan de recreatieve route is in veel gevallen nog groter. Paragraaf 6.11 van het Inrichting- en beheerplan ‘Natuur in de Bonnen’ geeft zoals reeds aangegeven nader inzicht in deze maatregelen.

12

2.3 Natuurontwikkeling, natuurbegraven en de waterhuishouding Een derde onderwerp waar in meerdere zienswijzen op wordt ingegaan, zijn de effecten van de natuurontwikkeling en het natuurbegraven op de waterhuishouding. Dit punt van de thematische beantwoording gaat hierop nader in, waarbij er eerst aandacht is besteed aan de hydrologische effecten van de inrichtingsmaatregelen en er daarna wordt ingezoomd aan de effecten van het natuurbegraven. Hydrologische effecten van de inrichtingsmaatregelen De Bonnenpolder is voor een groot deel bestemd als ‘Natuur’. Het hoofddoel van de bestemming ‘natuur’ is de instandhouding, herstel en/of ontwikkeling van de in het plangebied voorkomende landschappelijke, ecologische en natuurwaarden. De inrichtingsmaatregelen zijn er dan ook op gericht de natuurwaarden van het gebied te vergroten en meer soorten een leefgebied en standplaats te bieden. De natuurambitie van de initiatiefnemers Natuurmonumenten, Zuid-Hollands Landschap en Natuurbegraven Nederland om de langbouwgronden in de Bonnenpolder om te vormen naar natuur is door de provincie overgenomen en vastgelegd op de ambitiekaart van het natuurbeheerplan (Natuurbeheerplan, 2021).

Zoals in het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (bijlage 4 bij de regels) is beschreven, zorgt de natuurontwikkeling, met op een gedeelte de nevenfunctie natuurbegraven, in de Bonnenpolder voor een duurzame instandhouding van een landschappelijk waardevolle Bonnenpolder. Bij de natuurinrichting van de Bonnenpolder staan bevordering van de biodiversiteit en van het landschappelijke open karakter voorop. Daartoe worden grote oppervlakten gerealiseerd met natuurgraslanden, natuurakkers en moerasvegetaties. Tegelijkertijd wordt in aansluiting op het Staelduinse Bos een duinbos aangelegd. Bij de inrichting van de Bonnenpolder is een aantal specifieke inrichtingsdoelen beoogd: • Aanleg van 20 hectare nieuw duinbos • Herinrichting van de Rel met natuurvriendelijke oevers • Aanleg en verbetering van de padenstructuur • Herstel van de Bonnendijk • Enkele aanpassingen in het oppervlaktewatersysteem (om ter plaatse van natte natuur een hogere grondwaterstand te creëren) • Realisatie van een informatie- en ceremonieruimte ten behoeve van het natuurbegraven De bovengenoemde inrichtingsdoelen- en maatregelen staan uitgebreid omschreven in het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (bijlage 4 bij de regels). Voor enkele van de beoogde natuurbeheertypen is het gewenst om nattere omstandigheden te creëren.

Voor de uitbreiding van het duinbos zijn juist drogere omstandigheden gewenst. Om drogere omstandigheden te creëren zal een gebied van circa 20 hectare ten zuiden van het Staelduinse Bos worden opgehoogd. In het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder (bijlage 4 bij de Toelichting) wordt ingegaan op de invloed van de gewenste inrichtingsmaatregelen op de waterhuishoudkundige situatie. Hierbij is gekeken naar mogelijke wijzigingen van onder andere de lokale en regionale stroomrichting van het grond- en oppervlaktewater, de grondwaterstand en de peilgebieden. Oppervlaktewater De meeste watergangen in de Bonnenpolder hebben ten behoeve van het huidige agrarisch landgebruik een kunstmatig waterpeil. Het peil van de watergangen is vastgelegd per peilgebied conform het peilbesluit van het Hoogheemraadschap van Delfland. In de meeste peilgebieden wordt een constant streefpeil gehanteerd, enkele peilgebieden hanteren een winter- en zomerpeil. Om deze peilen te realiseren wordt gebruik gemaakt van kunstwerken zoals stuwen en gemalen.

13

In het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder, afbeelding 4.9 worden enkele peilgebiedswijzigingen voorgesteld om nattere omstandigheden voor de grondwaterafhankelijke natuur in de Bonnenpolder te creëren. Zo worden de bestaande onderbemalingen opgeheven en wordt de stuw tussen de peilgebieden NAP -0,08 m en -0,43 m NAP verder benedenstrooms geplaatst. Alleen de onderbemaling ter hoogte van de boerderij van Rijckevorsel zal blijven bestaan om voldoende ontwatering te behouden. Deze wijzigingen vinden allemaal plaats binnen de peilgebieden van het plangebied. Er treden dus geen peilwijzigingen op in de watergangen buiten het plangebied. Dempen en aanleggen watergangen In het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder (bijlage 4 bij de toelichting) is in afbeelding 4.11 een schets opgenomen met de te dempen en nieuw te graven watergangen. In het gebied zal circa 7.330 m2 aan watergangen worden gedempt door het herstel van de oude dijk en door realisatie van het nieuwe duinbos. In de beleidsregels van het Hoogheemraadschap van Delfland is vastgelegd dat nieuwe watergangen moeten worden gegraven of bestaande watergangen moeten worden verbreed om dit verlies aan oppervlaktewater te compenseren. Deze compensatie moet plaatsvinden binnen hetzelfde peilgebied. Er kan van deze standaard worden afgeweken in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland.

Er moet dan wel benedenstrooms worden gecompenseerd en onder de voorwaarde dat er tussen de peilgebieden een goede waterverbinding aanwezig is zodat overtollig water ook daadwerkelijk kan afvoeren. De compensatie in de Bonnenpolder zal grotendeels plaatsvinden door de aanleg van nieuwe watergangen, onder andere ten zuiden van het nieuwe duinbos. Na compensatie binnen hetzelfde peilgebied blijft een bergingstekort over van totaal 1.526 m3. Dit bergingstekort zal worden gecompenseerd door de verbreding van de bestaande Rel met natuurvriendelijke oevers (benedenstrooms). Inclusief de verbreding van de Rel ontstaat netto circa 34.000 m3 extra waterberging in het gebied (zie voor de berekening tabel 5.4 in het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder). Dit is ruim boven het bergingstekort van 1.526 m3. Opgemerkt moet worden dat er in de compensatieberekening geen rekening is gehouden met plas/draszones ten noorden van het nieuwe duinbos. Dit geeft een nog positievere uitkomst van de waterberging van het plan, dan waarmee er daadwerkelijk mee berekend is. In het Waterhuishoudkundig plan wordt geconcludeerd dat door de aanpassingen de regionale stroomrichting van zowel het oppervlakte- en grondwater nauwelijks zal veranderen. Alleen zeer lokaal, ter plekke van te dempen watergangen, zullen er kleine veranderingen optreden ten opzichte van de huidige situatie.

Aldaar wordt het water omgeleid binnen hetzelfde peilgebied middels de nieuw te graven watergangen. Regenwater wat valt op het nieuwe duinbos komt ook uit op deze nieuwe watergangen en wordt via deze weg afgevoerd naar de Rel. Dit betekent dat het water in een groot gedeelte van de polders in de Bonnenpolder blijft afstromen richting de Rel, om vervolgens richting oostelijke richting te worden afgevoerd naar het Oranjekanaal (de stroomrichting van het oppervlaktewater is aangegeven in afbeelding 5.4 van het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder). Het meest oostelijke peilgebied is een opmalingspolder en voert het water, ook in de nieuwe situatie, via een poldergemaal direct af naar de boezem. Samenvattend stroomt dus al het water uit het plangebied naar het Oranjekanaal, vergelijkbaar met de huidige situatie. Grondwater In het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder (bijlage 4 bij de Toelichting) zijn de effecten van het inrichtingsplan op onder andere de grondwaterstand berekend. Hiervoor is een uitsnede van het regionale grondwatermodel gebruikt. Ter plekke van het nieuwe duinbos wordt een stijging van het freatisch grondwater verwacht door het ophogen van het maaiveld. Netto treedt hier echter verdroging op, omdat de ontwateringsdiepte ten 14

opzichte van het maaiveld groter wordt. Drogere omstandigheden zijn hier ook gewenst voor het beheertype duinbos. Door het opheffen van de onderbemalingen en de peilgebiedswijziging vindt lokaal een stijging van het freatische grondwater plaats. De grondwaterstijging in de polder is conform de wensen van het inrichtingsplan, omdat zodoende nattere omstandigheden voor de gewenste natuurbeheertypen kunnen worden gerealiseerd. De uitstralingseffecten naar de omgeving zijn zeer beperkt, doordat de mutaties plaatsvinden in het slecht doorlatende pakket. Er zijn geen noemenswaardige veranderingen gemodelleerd voor de stroomrichting van het eerste watervoerende pakket (grondwater). In de huidige situatie bestaat er een groot peilverschil tussen het peilgebied ten zuiden aan de onderbemalingen en de onderbemalingen zelf. Na het opheffen van de onderbemalingen zal er nog steeds een groot peilverschil bestaan, waardoor de stroomrichting niet zal veranderen. Ophogen van gronden In het inrichtingsplan is de aanleg van 20 hectare duinbos opgenomen als uitbreiding van het bestaande Staelduinse Bos. Voor het natuurbeheertype duinbos zijn drogere omstandigheden gewenst. Om drogere omstandigheden te creëren zal een gebied van circa 20 hectare ten zuiden van het Staelduinse Bos worden opgehoogd.

Door het ophogen van de gronden zullen er ter plekke van de ophoging enkele watergangen worden gedempt. Aldaar wordt het water omgeleid binnen hetzelfde peilgebied middels de nieuw te graven watergangen. Zodoende treden er alleen zeer lokaal wijzigingen op in de stroomrichting van het oppervlakte water. De nieuwe watergangen worden verbonden met het bestaande watersysteem en zullen het ingestelde peil van het peilgebied waarin ze liggen overnemen. Aanbrengen van (half)verharding Om natuurbegraven mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen nodig, zoals een bosparkeerplaats, een informatiegebouw en een halverharde padenstructuur. Zoals in het Inrichtingsen beheerplan Natuur in de Bonnen Bonnenpolder (bijlage 4 bij de regels) is omschreven, zorgt de realisatie van het informatiegebouw met bijbehorende verharding voor maximaal 900 m2 verharding, en zorgen de parkeerplaats (inclusief overloopparkeerplaats) en de ontsluitingsweg voor samen circa 2.700 m2 halfverharding en 2.900 m2 verharding. Voor de padenstructuur aan wandelpaden wordt circa 11.000 m2 (circa 5,5 km lang en 2 meter breed) halfverharding aangelegd. Struinpaden zijn uitgemaaide paden waar geen (half)verharding aan te pas komt en worden in deze beantwoording buiten beschouwing gelaten. De halfverharding wordt bij voorkeur aangelegd met gebiedseigen materiaal.

Het hemelwater zal deels infiltreren door de halfverharding, waardoor halfverharding naar mening van de gemeente geen afsluitend effect heeft op de bodem. Het overtollig water zal oppervlakkig wegstromen richting de watergangen of het natuurgebied en daar infiltreren. Het aanbrengen van (half)verharding dient te worden gecompenseerd door het creëren van extra waterberging. In de watercompensatieberekening (paragraaf 5.3.4 van het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder) is uitgegaan van 700 m3 berging per 10.000m2 verharding. De compensatie in de Bonnenpolder zal plaatsvinden door de aanleg van nieuwe watergangen, onder andere ten zuiden van het nieuwe duinbos, en door de verbreding en herinrichting van de bestaande Rel met natuurvriendelijke oevers. Inclusief de verbreding van de Rel ontstaat er circa 34.000 m3 extra waterberging in het gebied (zie dempen en aanleggen watergangen). Aan watercompensatie wordt dus ruimschoots voldaan. Daarbij moet worden opgemerkt dat halfverharding als gehele verharding is meegenomen in de berekening, terwijl een deel van hemelwater infiltreert door de halfverharding. 15

Hydrologische effecten van natuurbegraven Van nature is de bodemgesteldheid en de waterhuishouding in Nederland op veel locaties niet optimaal voor begraven. De grondwaterstand is in een groot deel van Nederland vrij hoog. Verder bestaat de bodem voor begraven bij voorkeur uit tamelijk grofzandig materiaal, wat ook niet geldt voor grote delen van Nederland. Om deze reden is het vrijwel nooit mogelijk in Nederland om zonder terreinophoging of kunstmatige (lagere) waterpeilen te begraven. Dit geldt ook voor de Bonnenpolder. De Wet op de lijkbezorging en de daarbij behorende inspectierichtlijnen zijn zo ingericht dat wordt voldaan aan milieuhygiënische randvoorwaarden van de inspectie van de volksgezondheid en dat er een gunstig milieu wordt bewerkstelligd voor een snel ontbindingsproces van het lichaam. De voorschriften die volgen uit de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging vormen daarmee belangrijke randvoorwaarden voor natuurbegraven. Hieronder valt ook de bescherming van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater.

In de procedures van de bestemmingsplannen Natuurbegraafplaats Maashorst en Natuurbegraafplaats Huis ter Heide (uitspraak ECLI:NL:RVS:2015:3316 AbRS, 28 oktober 2015 en uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:2913 AbRS, 9 december 2020) oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging door natuurbegraven is geregeld in de Wet op de lijkbezorging. In een geactualiseerde bijlage van de Inspectierichtlijn Lijkbezorging (2014) wordt specifiek verwezen naar natuurbegraven. Hierin wordt aangegeven: “Vanuit de gedachte dat er alleen van natuurbegraven sprake is als er eeuwigdurend grafrust is, zal de grond- en grondwatercriteria geen belemmerend thema zijn.” (pagina 2, uit de bijlage geactualiseerde Inspectierichtlijn Lijkbezorging (2014). In dit kader is in het Waterhuishoudkundig plan (bijlage 4 bij de Toelichting) onderzocht hoeveel het duinbos moet worden opgehoogd en wat de hydrologische effecten zijn van het natuurbegraven. Uit het Waterhuishoudkundig plan blijkt dat op basis van de voorgenomen inrichtingsmaatregelen wordt voldaan aan de eisen uit het Besluit op de lijkbezorging (artikel 5, lid 2 en 4) die worden gesteld aan de minimale diepte van het natuurgraf en de minimale ontwateringsdiepte ter plekke van het natuurgraf.

Zodoende ligt het lichaam boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand en staat dit niet in directe verbinding met het watersysteem. Uiteindelijk wordt de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de natuurgraven beoordeeld door het op grond van die wet bevoegde gezag. Deze beoordeling wordt niet uitgevoerd in het bestemmingsplan. Door regenval vindt er uitloging van stoffen plaats naar het grondwater en vervolgens het oppervlaktewater. Dit proces is zeer traag en concentraties zullen zeer laag zijn, zodat er geen effect op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt verwacht. Aandachtspunt hierbij is dat onderzoeken vaak uitgaan van grotere grafdichtheden (tot 1.500 graven per hectare), terwijl in de Bonnenpolder aan het einde van de tijdshorizon van de natuurbegraafplaats circa 333 graven per hectare aanwezig zullen zijn (gemiddeld acht begrafenissen per jaar, per hectare), wat leidt tot een lagere concentratie van uitgelogde stoffen. Er zijn verschillende wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van (natuur)begraven, waarmee wordt onderbouwd dat het planvoornemen voor natuurbegraven geen nadelige invloed heeft op de waterkwaliteit binnen en in de omgeving van het plangebied. In 2009 is door Alterra (tegenwoordig Wageningen Environmental Research) een onderzoek naar de milieubelasting van natuurbegraven uitgevoerd.

Daarin werd de conclusie getrokken dat natuurbegraven geen impact heeft op de waterkwaliteit en dat de milieubelasting verwaarloosbaar is, zelfs bij 1.500 begravingen per hectare (paragraaf 3.5.2, Terug naar de Natuur). Daarbij is ook gekeken naar de metalen die vrijkomen, naar protheses en naar organische ontbindingsprocessen. Deze conclusie is door Alterra in 2013 (Natuurbegraafplaatsen in Nederland) nader onderzocht, maar wordt voornamelijk versterkt door de resultaten uit onderzoek van Alterra in 2017, waar de resultaten uit eerdere onderzoeken daadwerkelijk zijn onderzocht in de praktijk op Natuurbegraafplaats Heidepol. In het onderzoek van Alterra naar de effecten van natuurbegraven op de vegetatie op 16

Natuurbegraafplaats Heidepol wordt opnieuw geconcludeerd dat natuurbegraven geen wezenlijk effect heeft op het milieu (paragraaf 5.2, Effecten van natuurbegraven op de vegetatie op Natuurbegraafplaats Heidepol). Dit geldt ook voor medicijnenresten. Medicijnen worden na inname snel uit het lichaam gescheiden of reageren met lichaamseigen stoffen tot andere verbindingen. Over het algemeen zullen in een lichaam ten hoogste geringe hoeveelheden medicijnen aanwezig zijn, waarvan de meesten vervolgens worden afgebroken tijdens het verteringsproces. De gehaltes van niet of langzaam afgebroken medicijnen zullen zo gering zijn dat deze geen effect hebben op milieu of ecosysteem (Alterra rapport 1789, 2009). De conclusies van Alterra worden tevens bevestigd in een onderzoek naar de effecten van natuurbegraven op water, bodem en natuur in Gelderland, uitgevoerd door B-ware in 2017. Hieruit blijkt dat de hoeveelheden kalium, calcium, fosfor, zwavel, zware metalen etc. die vrijkomen uit een menselijk lichaam, niet kunnen leiden tot een noemenswaardige belasting van het grondwater, in die zin dat het leidt tot een significante verhoging van de concentraties die toch al in het grondwater aanwezig zijn (paragraaf 2, bijlage 4 bij de oplegnotitie Natuurbegraven in Gelderland: Verkennend onderzoek naar effecten op water, bodem en natuur).

De conclusie in dit onderzoek is dat dergelijke stoffen mogelijk alleen leiden tot effecten als per hectare meer dan 50 begravingen per jaar plaatsvinden. Uit het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (paragraaf 4.3, bijlage 4 bij de regels) blijkt dat wordt uitgegaan van gemiddeld 250 natuurbegrafenissen per jaar, verdeeld over 30 hectare. Dit komt neer op gemiddeld acht natuurbegrafenissen per hectare per jaar. Verschillende reclamanten wijzen op een citaat op pagina 43 in het rapport van Alterra (Terug naar de Natuur, 2009) waarin wordt geadviseerd om situaties waarbij het grond- en oppervlaktewater op of rondom de (natuur)begraafplaats direct of indirect in contact komt met de mens, zoveel mogelijk te vermijden. Honing et al. (1988) beveelt om na te gaan op welke wijze gebruik wordt gemaakt van het grond- en oppervlaktewater op en rondom een begraafplaats. Situaties die leiden tot direct of indirect contact met de mens, zoals het recreëren (lees: zwemmen) in het water en het gebruik van het water voor het besproeien van consumptiegewassen zouden zoveel mogelijk moeten worden vermeden. Uit het achterliggende onderzoek (Honing et al., 1988) blijkt dat deze overweging wordt gegeven vanwege kennisleemte in het onderzoek, niet op basis van waarnemingen.

Uit het desbetreffende onderzoek is verder geen meetbare vervuiling gebleken door medicijnen of andere stoffen die in de bodem en het grond- en oppervlaktewater terechtkomen bij begraven. Uit de diverse wetenschappelijke onderzoeken die na 1988 zijn uitgevoerd, zoals hierboven beschreven, blijkt (natuur)begraven geen nadelige invloed te hebben op de waterkwaliteit. Als er oppervlaktewater of grondwater wordt onttrokken uit of aangrenzend aan de Bonnenpolder, dan zal dit gelet op de situering van glastuinbouwbedrijven ter plekke zijn van de Dwarshaak en Haakweg. De watergangen aldaar liggen bovenstrooms ten opzichte van de natuurbegraafplaats. Het water afkomstig van de natuurbegraafplaats kan zich niet richting deze locaties bewegen. Ook hier geldt weer dat er geen norm overschrijdende concentraties van stoffen uit het ontbindingsproces worden verwacht. Uit het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder (bijlage 4 bij de toelichting) blijkt dat in de Bonnenpolder sprake is van een natuurlijk afwateringssysteem, waarbij door middel van zandkoffers onder het duinbos een voorkeursrichting wordt gegeven aan de afvoer van het grondwater.

Het grondwater uit de ophoging in de Bonnenpolder stroomt af richting de Rel, om vervolgens richting oostelijke richting te worden afgevoerd naar het Oranjekanaal (de stroomrichting van het oppervlaktewater is aangegeven in afbeelding 5.4 van bijlage 4 bij de toelichting). Dit geldt ook voor grondwater ter hoogte van het glastuinbouwgebied De Haak en de bedrijventerreinen De Zekken en De Kulk, respectievelijk ten zuiden en ten westen van de Bonnenpolder. De Lange Bonnen wateren met behulp van een poldergemaal aan de noordoostkant eveneens af op het Oranjekanaal. Het 17

Oranjekanaal valt onder de KRW-wateren. Maatregelen in het bestemmingsplangebied mogen om deze reden geen effect hebben op de waterkwaliteit in het Oranjekanaal. Op basis van de bovenstaande informatie kan worden geconcludeerd dat natuurbegraven niet leidt tot verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater binnen en in de omgeving van de Bonnenpolder. Daarbij komt ook dat het water uit de Bonnenpolder vanwege de stroomrichting van het oppervlaktewatersysteem niet terecht komt in omliggende oppervlaktewateren zoals de Dwarshaak of de Haakweg. Effecten van natuurbegraven op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewateren aangrenzend aan de Bonnenpolder zijn hierdoor uit te sluiten. Tuinbouwbedrijven in de omgeving of andere gebruikers van oppervlaktewateren die in verbinding staan met de Bonnenpolder hoeven niet te vrezen voor de kwaliteit van het water dat zij gebruiken. Om ook na de realisatie aan te blijven tonen dat er geen effecten zijn, is in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland afgesproken dat de waterkwaliteit zal blijven worden gemonitord. Dit betreft het monitoren van grond- en oppervlaktewater op een aantal representatieve locaties. Een plan daarvoor zal bij de aanvraag voor de watervergunning bij het Hoogheemraadschap van Delfland worden voorgelegd en de resultaten daarvan zullen worden gedeeld met het bevoegd gezag (Hoogheemraadschap van Delfland).

2.4 Natuurontwikkeling en natuurbescherming Een vierde onderwerp waar in meerdere zienswijzen op wordt ingegaan, is hoe de werkzaamheden die uitgevoerd worden om de beoogde natuurontwikkeling te realiseren, zich verhouden ten aanzien van wet- en regelgeving op het gebied van natuurbescherming, met bijzondere aandacht voor de regelgeving rondom stikstof. Dit punt van de thematische beantwoording gaat in op het onderzoek dat op dit vlak is uitgevoerd, waarbij zowel ingegaan wordt op de stikstofberekening als de verdere toetsing van de natuurontwikkeling ten aanzien van natuurwetgeving. In het Inrichtings- en beheerplan (paragraaf 6.2, bijlage 4 bij de regels) is opgenomen dat het nieuwe duinbos ten opzichte van het huidige maaiveld met gemiddeld 2,25 meter wordt opgehoogd. Waar mogelijk gebeurt de ophoging zoveel mogelijk met bodemmateriaal dat elders in het plangebied vrijkomt bij de natuurinrichting, zodat de totale grondaanvoer aanzienlijk kan worden beperkt. In het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (hoofdstuk 6, bijlage 4 bij de regels) is berekend dat circa 270.000 m3 grond uit het plangebied vrijkomt door het afplaggen van de bouwvoor ten behoeve van de ontwikkeling van natuurgrasland en het afgraven van het moeras. De vrijkomende grond zal worden ingezet voor de ophoging van het duinbos.

De overige grond die nodig is voor de ophoging en niet wordt verkregen door de natuurwerkzaamheden binnen het plangebied komt van buiten het plangebied. De stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats is berekend met behulp van de AERIUS Calculator (maart 2020, bijlage 13 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). In deze berekening is enerzijds het wegvallen van het huidige agrarische gebruik en anderzijds de beoogde ingrepen zoals de ophoging van 20 hectare duinbos, de hiervoor benodigde aanvoer van grond, en het afgraven van het natuurgrasland en moeras meegenomen. De verschilberekening van de stikstofdepositie voor de natuurontwikkeling en natuurbegraven laat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase een aanzienlijke afname van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden zien ten opzichte van het huidige agrarische gebruik van de Bonnenpolder. Deze conclusie wordt ook getrokken in de nieuwe stikstofberekening. Ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan is deze berekening recentelijk opnieuw uitgevoerd met de nieuwste AERIUS Calculator (oktober 2020). Details van de stikstofberekening en de resultaten zijn te vinden in de Natuurtoets natuurontwikkeling Bonnenpolder (bijlage 13 bij de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan). Initiatiefnemers dienen zich te allen tijde te houden aan de Wet natuurbescherming.

Uit de Natuurtoets natuurontwikkeling Bonnenpolder (bijlage 13 bij de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan) blijkt dat de natuurontwikkeling en de natuurbegraafplaats in overeenstemming 18

met de Wet natuurbescherming zal worden beheerd. In het kader van de Wet natuurbescherming heeft Bureau Waardenburg de natuurontwikkeling in de Bonnenpolder, inclusief de inrichtingsmaatregelen en het natuurbegraven, uitgebreid getoetst in deze Natuurtoets. Zo is onderzocht of de ontwikkeling van Natuur in de Bonnen effecten heeft op nabijgelegen beschermde (Natura 2000-)gebieden, of verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde flora en fauna (kunnen) worden overschreden en of regels ten aanzien de omgang met houtopstanden worden overschreden. Geconcludeerd is dat negatieve effecten als gevolg van de natuurontwikkeling en het natuurbegraven in de Bonnenpolder op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten (paragraaf 4.5, bijlage 13 bij de toelichting). Ten aanzien van beschermde flora en fauna wordt geconcludeerd dat de natuurontwikkeling en het natuurbegraven in de Bonnenpolder geen negatieve effecten hebben (mits wordt gewerkt volgens voorgeschreven randvoorwaarden uit paragraaf 8.2 van de Natuurtoets), mede doordat wordt gewerkt conform een Werkprotocol. Om dit zeker te stellen, is het betreffende Werkprotocol als bijlage bij de regels van het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen en is in de bestemming Natuur een koppeling met enkele onderdelen van dit Werkprotocol gelegd.

Ten aanzien van de omgang met houtopstanden wordt geconcludeerd dat de regels van de Wet natuurbescherming niet van toepassing zijn, omdat geen sprake is van de kap van houtopstanden (paragraaf 7.1, bijlage 13 bij de toelichting). 2.5 Ruimtelijke uitgangspunten natuurbegraven en de wijze van bestemmen Een vijfde onderwerp betreft de ruimtelijke uitgangspunten en de wijze van bestemmen voor het initiatief Natuur in de Bonnen. Hier worden weinig directe opmerkingen over gemaakt, maar in meerdere zienswijzen komen zaken aan de orde die hier verband mee houden zoals de borging die zorgt voor de bedoelde inpassing in het landschap, de tijdelijkheid van het natuurbegraven en de spreiding in tijd en ruimte van het toegestane aantal bevragingen. Dit punt van de thematische beantwoording gaat nader op in de wijze van bestemmen. In het 128 hectare nieuwe natuurgebied zal binnen 30 hectare een laatste rustplaats in de natuur mogelijk worden gemaakt. De ambitie voor deze ontwikkeling is voortgekomen vanuit de wens om meer natuur te realiseren in de provincie Zuid-Holland. De ontwikkeling van een natuurbegraafplaats maakt het mogelijk om extra natuur toe te voegen. Een natuurbegraafplaats is allereerst en vooral een natuurgebied, maar dan met een extra functie.

De natuurbegraafplaats is dan ook bestemd als ‘natuur’, wat inhoudt dat het gebied als zodanig moet worden beheerd en in stand gehouden. De ontwikkeling van de natuurbegraafplaats draagt bij aan de beleving van Bonnenpolder, door het openstellen van extra natuur voor publiek, door de investering in natuurontwikkeling en door het versterken en beschermen van cultuurhistorisch en ecologisch waardevolle elementen. Natuurbegraven is begraven in harmonie met de natuur. In lijn met de doelstelling om bestaande natuur te verbeteren en nieuwe natuur te creëren, wordt zeer zorgvuldig begraven en worden uitsluitend gebiedseigen en afbreekbare materialen gebruikt zoals een lijkwade van katoen of een onbehandelde kist van vurenhout. Op een natuurbegraafplaats mogen geen grafzerken of andere kunstmatige grafornamenten worden geplaatst. Een ander kenmerk is dat op een hele persoonlijke wijze invulling kan worden gegeven aan een afscheid en de wijze waarop men wil herdenken. Op een natuurbegraafplaats heerst eeuwigdurende grafrust, de graven worden niet geruimd. Na de laatste natuurbegrafenis beëindigd de tijdelijke functie van natuurbegraven, de natuurgraven blijven onderdeel van de natuur. Nadat de laatste natuurbegrafenis heeft plaatsgevonden, zal het beheer worden overgedragen aan het Zuid-Hollands Landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e282ebbf-fd91-4c98-a5f2-b394a6cedae3