CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb6411 Bijlage 1 behorende bij 21bb11873 - Ontwerpbestemmingsplan Oranjebonnen

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 18.1 Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Oranjebonnen’35.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Artikel 4 Agrarisch - Sierteelt De sierteeltkwekerij aan de Oranjedijk heeft een eigen bestemming, gelet op de afwijkende bedrijfstak. Ook hier geldt dat de bebouwing, met uitzondering van hekwerken, zich binnen het bouwvlak dient te bevinden.

Artikel 5 Bedrijf De verschillende niet-agrarische bedrijven binnen het plangebied zijn bestemd als Bedrijf. Met een specifieke functieaanduiding is per bedrijfslocatie aangegeven welk type bedrijf op die locatie is toegestaan.

52

Op de locaties Haakweg 40 en Bonnenweg 2, waar binnen de bestemming Bedrijf sprake is van ontwikkelingen, zijn voorwaardelijke verplichtingen in de regels vastgelegd om de betreffende bedrijfsfunctie uit te mogen oefenen. Dit heeft in beide gevallen te maken met de aanleg en instandhouding van landschappelijke inpassing en voor de locatie Haakweg 40 is daar ook de aanleg van watercompensatie mee gemoeid.

Artikel 6 Bedrijf - Windturbine De windturbines langs de Nieuwe Waterweg zijn eveneens van een bedrijfsbestemming voorzien, maar hebben vanwege hun specifieke karakter een aparte bestemming gekregen. De specifieke bedrijfsvorm en de bijbehorende bouwregels zijn toegespitst op het functioneren van de windturbines.

Artikel 7 Gemengd De bestemming Gemengd is opgenomen voor het perceel van de historische boerderij Vreugdenhil aan de Bonnenweg 50. Deze locatie wordt samen met de natuurontwikkeling in de Bonnenpolder ontwikkeld tot een locatie van waaruit natuur- en landschapsbeheer kan plaatsvinden en waar diverse publieksfuncties zijn toegestaan, gericht op de bezoekers van het natuurgebied. Met de bestemming Gemengd kunnen deze functies in combinatie worden uitgeoefend. De bouwvlakken zijn zo ingetekend dat de twee bestaande, historisch waardevolle gebouwen strak zijn ingetekend met tevens de aanduiding 'karakteristiek' die gericht is op het behoud van deze bebouwing. Een derde bouwvlak voor nieuw op te richten bebouwing is meer achterop het erf opgenomen. Ter plaatse is tevens een aanduiding opgenomen die regelt dat gebouwen over een nooduitgang moeten beschikken die van de hogedruk gasleiding af gericht is. Dit houdt verband met de ligging nabij deze leiding en het onderzoek dat daarnaar gedaan is.

Artikel 8 Groen De bestemming Groen komt hoofdzakelijk voor langs de oevers van de Nieuwe Waterweg en rondom diverse ontwikkellocaties waar met deze bestemming de landschappelijke inpassing wordt geborgd. De bestemming is gericht op de inrichting met groen en kent slechts zeer beperkte mogelijkheden.

Artikel 9 Maatschappelijk De bestemming Maatschappelijk is opgenomen voor het ceremoniegebouw voor het natuurbegraven en het bijbehorende terrein. Het bestemmingsvlak is geheel aangemerkt als bouwvlak, wat overigens niet inhoudt dat het vlak ook volledig mag worden bebouwd. In de bestemmingsregels is een maximum bebouwd oppervlakte van 650 m2 vastgelegd. Binnen deze kaders dienen het gebouw en het bijbehorende terrein te worden ontworpen.

Artikel 10 Natuur De bestemming Natuur is opgenomen voor de natuurontwikkeling in de Bonnenpolder, waaronder begrepen ook de gronden voor het natuurbegraven, voor de verbreding van De Rel, voor de vispaaiplaats langs het Oranjekanaal en voor de Oranjeplassen. Binnen deze bestemming dient het gebruik gericht te zijn op het behoud en de ontwikkeling van natuur. Om die reden is er zeer beperkt ruimte voor bebouwing. Verder zijn diverse werken en werkzaamheden, die mogelijk de natuur kunnen schaden, uitsluitend toegestaan indien daarvoor eerst een omgevingsvergunning is verkregen. Bij de afgifte van zo'n vergunning wordt op voorhand afgewogen of de betrekkende werkzaamheden met het oog op de natuurwaarden acceptabel worden geacht. Overigens zijn er ook uitzonderingen op deze vergunningplicht, onder andere wanneer het werkzaamheden zijn die het normaal beheer en onderhoud (van de natuur) betreffen, alsmede de werkzaamheden die nodig zijn voor de beoogde natuurontwikkeling in de Bonnenpolder. Met het oog op het natuurbegraven is met diverse aanduidingsvlakken aangegeven welk onderdeel van deze functie waar is toegestaan. In de eerste plaats is met de aanduiding 'specifieke vorm van natuur duinbos' aangeduid waar het duinbos aangelegd mag worden waarbinnen het natuurbegraven bedoeld is.

Het vlak voor het duinbos is 20 ha groot en aangrenzend bevindt zich het vlak met de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraven in de polder' van 10 ha groot. Van deze twee samen (30 ha) mag maximaal 10*56 (3 ha) benut worden voor het natuurbegraven.

53

Een belangrijk onderscheid is dat het natuurbegraven in de polder uitsluitend bedoeld is voor het begraven van urnen, terwijl in het duinbos lichamen en urnen mogen worden begraven. Binnen het duinbos is overigens nog de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - begraven in het duinbos' opgenomen, waarbinnen de graven zich dienen te bevinden. Dit vlak is zo vormgegeven dat langs de buitenranden van het duinbos een 'piëteitszone' behouden blijft.

Artikel 11 Recreatie De bestemming Recreatie is opgenomen voor de belangrijkste recreatieve verbindingen binnen het plangebied en voor diverse recreatieve functies in het plangebied. Dat laatste betreft de manege op de hoek Schenkeldijk I Oranjedijk, de gronden waar het zonneveld met recreatieve functies wordt ontwikkeld en de gronden waar het voedselbos met outdooractiviteiten is beoogd. De bouwvlakken geven weer waar de bij de bestemming behorende gebouwen mogen worden gesitueerd. Een uitzondering daarop vormen de recreatieve nachtverblijven bij het voedselbos, die juist verspreid over het terrein worden geplaatst. Die mogen om die reden ook buiten het bouwvlak gesitueerd worden. Voor de twee ontwikkelingslocaties is met aanduidingen weergegeven welk gebruik waar is toegestaan. Het zonneveld beslaat immers maar een deel van het bestemmingsvlak dat ter plaatse is opgenomen. Het resterende deel van het bestemmingsvlak, rondom de zonnepanelen, is bedoeld voor de landschappelijke inpassing en de recreatieve functies. Bij het voedselbos geldt dat het gehele vlak mag worden gebruikt voor het voedselbos en de outdooractiviteiten, maar dat slechts een deel van dit vlak ook is bedoeld voor de functie verblijfsrecreatie. De recreatieve nachtverblijven mogen dus weliswaar buiten het bouwvlak gebouwd worden, maar dienen zich wel binnen het functievlak 'verblijfsrecreatie' te bevinden'.

Voor beide ontwikkellocaties is via voorwaardelijke verplichtingen tevens vastgelegd dat er voorwaarden gelden met betrekking tot de landschappelijke inpassing, waaraan voldaan dient te worden om het beschreven gebruik daadwerkelijk te mogen uitoefenen.

Artikel 12 Tuin De bestemming Tuin komt bij diverse percelen voor aan de voorzijde, langs de weg. Met deze bestemming wordt beoogd dat deze gronden als tuin wordt ingericht, wat ínhoudt dat er ook geen gebouwen zijn toegestaan. Behalve aan de voorzijde van diverse percelen komt deze bestemming ook voor bij de woningbouwlocatie aan de Polderhaakweg 15. Rondom de nieuwe percelen en ook tussen het bebouwingslint langs de weg en de daarachter geprojecteerde nieuwbouwwoningen zijn stroken grond als Tuin bestemd.

Artikel 13 Verkeer De bestemming Verkeer is opgenomen voor de doorgaande verkeersverbindingen in het plangebied.

Artikel 14 Verkeer - Metro/sneltram De bestemming Verkeer - Metro/sneltram is opgenomen voor de spoorlijn De Hoekse Lijn die nu als lightrailverbinding functioneert tussen Hoek van Holland en Rotterdam.

Artikel 15 Water De bestemming Water is opgenomen voor hoofdwatergangen en belangrijke oppervlaktewateren.

Artikel 16 Wonen -1 De bestemming Wonen -1 is opgenomen voorde bestaande burgerwoningen in het plangebied. Hiermee wordt de woonfunctie, met een eventueel beroep of bedrijf aan huis (onder voorwaarden), toegestaan. Met een bouwvlak is op de verbeelding weergegeven waar het hoofdgebouw zich dient te bevinden. Voor hoofdgebouwen zijn tevens diverse maatvoeringen voorgeschreven, waaronder een minimum en maximum inhoudsmaat van respectievelijk 250 m3 en 750 m3. Voor bijbehorende bouwwerken, zoals bijgebouwen en overkappingen, gelden eigen maatvoeringen waaronder een gezamenlijk maximum

54

van 50 m2.

Artikel 17 Wonen -2 De bestemming Wonen - 2 is opgenomen voor de twee nieuw te bouwen woningen aan de Bonnenweg. Er is voor beide woningen een afzonderlijk bouwvlak opgenomen, waar alle gebouwen (hoofdgebouwen en bijgebouwen) van die betreffende woningen zich binnen moeten bevinden. Per woning is een maximum oppervlakte van 200 m2 vastgelegd, die voor zowel het hoofdgebouw als de bijbehorende bouwwerken samen geldt.

Artikel 18 Wonen -3 De bestemming Wonen - 3 is opgenomen voor de nieuw te bouwen woningen aan de Polderhaakweg. Het gaat om vier woningen die achter de bestaande woonbebouwing in een erfopstelling worden beoogd. Om dit te realiseren zijn bouwvlakken ingetekend die aangeven waar de woningen mogen worden gesitueerd. Ook de bijbehorende bouwwerken dienen zich binnen het bouwvlak te bevinden. Net als bij Wonen - 2 is per woning (hoofdgebouw én bijbehorende bouwwerken samen) een maximum oppervlaktemaat van 200 m2 vastgelegd.

Artikel 19 Leiding - Gas, Artikel 20 Leiding - Hoogspanningsverbinding, Artikel 21 Leiding Reservering, Artikel 22 Leiding - Riool en Artikel 23 Leiding - Water De diverse planologisch, relevante leidingen in het plangebied met afzonderlijke dubbelbestemmingen vastgelegd, ingedeeld naar type leiding. Met deze dubbelbestemmingen wordt geregeld dat de gronden ter plaatse niet alleen bestemd zijn voor de ter plaatse voorkomende enkelbestemming, maar tevens voor de ter plaatse aanwezige leiding of verbinding. De dubbelbestemmingen schrijven voor dat het bouwen of uitvoeren van diverse werken en werkzaamheden, ook voor de andere bestemming die ter plaatse aanwezig is, uitsluitend is toegestaan indien het belang van de leiding daarmee niet wordt geschaad. Om dat aan te tonen, dient advies bij de leidingbeheerder te worden ingewonnen.

Artikel 24 Waarde - Archeologie 1, Artikel 25 Waarde - Archeologie 2 en Artikel 26 Waarde Archeologie 3 De drie verschillende archeologische beschermingsregimes, zijn vastgelegd met drie afzonderlijke dubbelbestemmingen. Deze dubbelbestemming is gericht op de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden en geldt aanvullend op de ter plaatse aanwezige enkelbestemming. In ieder van de drie dubbelbestemmingen zijn regels opgenomen die bepalen wanneer er archeologisch onderzoek nodig is alvorens er gebouwd mag worden of er andere werken en werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. Dit betreft een combinatie van een oppervlakte- en een dieptemaat. Wanneer deze beide worden overschreden, dient eerst archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Wanneer de betreffende (bouw)werken en werkzaamheden geen van beide maatvoeringen overschrijdt of slechts één van beide, dan is geen archeologisch onderzoek nodig.

Artikel 27 Waarde - Cultuurhistorie 1 en Artikel 28 Waarde - Cultuurhistorie 2 Deze twee dubbelbestemmingen zijn opgenomen ter bescherming van de uiteenlopende, cultuurhistorische waarden in het plangebied. Beide dubbelbestemmingen gelden aanvullend op de ter plaatse voorkomende enkelbestemmingen en omvatten beschermde regels op het gebied van cultuurhistorie. Waarde - Cultuurhistorie 1 richt zich hoofdzakelijk op waarden die in het (vrijwel) gehele gebied aanwezig zijn en met name samenhangen met de landschappelijke ontstaansgeschiedenis. Dit betreft onder andere de openheid, verkaveling, watergangen, dijkstructuren, linten en verdedigingswerken. Om deze waarden te beschermen, zijn diverse werken en werkzaamheden voorzien van een vergunningplicht. De benodigde omgevingsvergunning kan worden afgegeven na een bestuurlijke afweging vanuit cultuurhistorisch oogpunt. Omdat deze dubbelbestemming het hele plangebied beslaat (met uitzondering van het voormalig slibdepot waar het zonneveld op wordt ontwikkeld), zijn er ook diverse uitzonderingen opgenomen om niet elke ingreep aan een extra vergunning te koppelen. Deze uitzondering geldt onder andere ter plaatse van bouwvlakken en diverse bestemmingsvlakken, voor de

55

natuurontwikkeling in de Bonnenpolder en voor het aanbrengen van natuurgraven op de natuurbegraafplaats. Waarde - Cultuurhistorie 2 richt zich op specifieke locaties waar zich een concentratie van cultuurhistorische objecten bevindt. Dit artikel legt voor die locaties een sloopverbod vast. Omdat het in enkele gevallen juist gaat om niet gebouwde cultuurhistorische elementen, is op die locaties in plaats van een sloopverbod juist een bouwverbod opgenomen, zodat er ter plaatse geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht die de betreffende objecten kan verstoren. Dit laatste is het geval in de Oranjebuitenpolder voor zover de bestemming Waarde - Cultuurhistorie 2 daar binnendijks voorkomt.

Artikel 29 Waterstaat - Waterkering De bestemming Waterstaat - Waterkering is opgenomen ter bescherming van de primaire waterkeringen in het plangebied. Deze dubbelbestemming legt regels vast die aanvullend gelden op de ter plaatse voorkomende enkelbestemmingen. Met de regels geldt voor het bouwen ter plaatse van deze waterkeringen in eerste instantie een verbod, waarvan vervolgens kan worden afgeweken als is aangetoond dat het belang van de waterkering niet wordt geschaad door de beoogde bouwwerken.

Algemene regels Artikel 30 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelregel wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Artikel 31 Algemene bouwregels Dit artikel bevalt regels ten aanzien van het bouwen die in algemene zin van kracht zijn. Deze zijn dus niet specifiek gekoppeld aan één of meerdere bestemmingen, maar zijn altijd van toepassing. Artikel 32 Algemene gebruiksregels Dit artikel bevalt regels ten aanzien van het gebruik die in algemene zin van kracht zijn. Deze zijn dus niet specifiek gekoppeld aan één of meerdere bestemmingen, maar zijn altijd van toepassing. Artikel 33 Algemene aanduidingsregels Dit artikel bevat regels die aan van toepassing zijn binnen enkele op de verbeelding weergegeven aanduidingen. Aangezien dit aanduidingen zijn die over meerdere bestemmingen heen liggen, is de bij die aanduiding behorende regeling niet in elke bestemming afzonderlijk opgenomen, maar eenduidig in dit artikel vastgelegd.

Het gaat om regelingen behorende bij de aanduidingen voor de vrijwaringszones van (historische) dijken, de veiligheidszones rondom windturbines en bij de figuur 'relatie'. Artikel 34 Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevalt regels om van het bestemmingsplan af te kunnen wijken die in algemene zin van kracht zijn. Deze zijn dus niet specifiek gekoppeld aan één of meerdere bestemmingen, maar zijn altijd van toepassing.

Slotregels Artikel 35 Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Artikel 36 Slotregel Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regel bevat.

56

Hoofdstuk 5

Water

Inleiding In het nieuwe bestemmingsplan wordt de transformatie van de Oranjebonnen van een hoofdzakelijk agrarisch gebied naar een gebied waarin zowel plaats is voor recreatie, ecologie als landbouw mogelijk gemaakt. De belangrijkste ontwikkeling is het mogelijk maken van een natuurbegraafplaats. Verder worden op een tweetal plaatsen kassen gesaneerd en vervangen door een aantal woningen. Op de Oranjeheuvel wordt de realisatie van een zonnepark mogelijk gemaakt. Daarnaast worden verschillende recreatiefuncties mogelijk gemaakt. Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van de waterparagraaf is door de gemeente Rotterdam overleg gevoerd met het Hoogheemraadschap van Delfland. De opmerkingen van de waterbeheerder zijn vervolgens verwerkt in de onderzoeken en in deze waterparagraaf. Voor de natuurinrichting inclusief natuurbegraven is een waterhuishoudkundig onderzoek uitgevoerd. Het rapport met projectnummer 112413 (13 november 2019) is bijgevoegd in bijlage 4.

Daarnaast is er door het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam een wateradvies opgesteld voor het gehele plan. Het wateradvies met het dossiernummer IB-2019-002 (maart 2020) is bijgevoegd in bijlage 3. Wettelijk kader Het Hoogheemraadschap van Delfland hanteert het standstill beginsel bij het beoordelen van ruimtelijke plannen. Dit betekent dat het niet is toegestaan dat plannen een verslechtering van de waterhuishouding mogelijk maken en bij voorkeur dat plannen de waterhuishouding zelfs verbeteren. Vooreen uitgebreide beschrijving van het wettelijke kaderen de huidige waterhuishoudkundige situatie wordt verwezen naar het wateradvies, zoals opgenomen in bijlage 3. De resultaten van het wateradvies ten aanzien van de toekomstige situatie zijn hieronder samengevat.

Toekomstige situatie Plangebied en ontwikkelingen Het plangebied betreft de polders Oranjebuitenpolder en de Lange Bonnen en de ontwikkelingen zijn beschreven in paragraaf 4.4. Het gebied ligt ten oosten van de kern Hoek van Holland, ten zuiden van de gemeente Westland, ten westen van de gemeente Maassluis en ten noorden van de Nieuwe Waterweg. Een overzicht van de beoogde ontwikkelingen is weergegeven in de figuren 5.1,5.2 en 5.3.

57

y

1. Naluur: a. Natuurinrichirg b. Natuurbegraver c. CmewnoriBgwtxjuw d Bonrervreg 50

2 Haakweg 40 3. Bonminw eg 30 4. Orarjnhauvol a Zornepark b. Recreate 5. Voedselbos an outdoor 6 Pokierbaakweg 15 7 Maatregelen waterkwaliteit -

watercarpersate

a. Verbreding Rel b. Natuurvriendelijke zore polder c Namurvnendelijke zore Oude Spul PoWerdwar6ha2teveQ d NatuurvnandeUjke zc Voedselbos/ou tdoor

Figuur 5.1

Oude Spui

Overzicht alle beoogde ontwikkelingen

ĩįk ļ

ítuurbfrċļraven

Bonne

u Bestenimingsplangrens D Ontwikkelingen

Figuur 5.2 Ontwikkelingen bestemmingsplan (deelgebied Oranjebonnen-West)

58

Nàtfç eçoţj

7W*i

M

ľonnepark

á . !

VsT*

U Bestemrmngsplangrens n

Ontwikkelingen

~]

Petgebed (peil)

ī

À

Ē TL/

Figuur 5.3 Ontwikkelingen bestemmingsplan (deelgebied Oranjebonnen-Oost) In dit nieuwe bestemmingsplan wordt de transformatie van de Oranjebonnen van een hoofdzakelijk agrarisch gebied naar een gebied waarin zowel plaats is voor recreatie, natuur als landbouw mogelijk gemaakt. De beoogde ontwikkelingen en de wijzigingen ten opzichte van de bestaande waterhuishoudkundige situatie staan hieronder beschreven. Natuurbearaven (figuur 5.1 en 5.2) In een deel van het plangebied wordt een natuurbeg raafplaats mogelijk gemaakt. Het gebied krijgt de bestemming Natuur met aanduidingen voor natuurbegraven. De realisatie van de natuurbegraafplaats brengt extra verharding met zich mee, ook zullen bestaande watergangen worden gedempt en nieuwe watergangen worden gegraven. Bonnenwęq 50 ffiouur5.1 en 5.2) Dit perceel is nu bestemd als agrarisch bouwperceel. De bestaande boerderij blijft behouden inclusief een schuur. Op het terrein komen 20 parkeerplaatsen ten behoeve van horeca en plattelandswinkel. Bonnenwea 20-30 (figuur 5.1 en 5.2Ì De glastuinbouw die ten zuiden van deze locatie ligt, wordt herbestemd tot Natuur (in het vigerende plan zijn de gronden bestemd voor glastuinbouw). De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet in een gewone woning. Daarnaast komt er ruimte voor twee nieuwe woningen.

Zonnepark (figuur 5.1 en 5.3) Dit gebied wordt bestemd als recreatie conform de vigerende bestemming. Binnen dit gebied komt een gedeelte van 25 ha waar het toegestaan is een zonnepark te realiseren. De overige 5 ha zullen recreatief blijven voorwandel-, fiets- en ruiterpaden, groenvoorzieningen en parkeerplaatsen (maximaal 20, halfverhard).

59

Voedselbos en outdooractiviteiten (figuur 5.1 en 5.3) Hier komen verschillende functies, waaronder een voedselbos, outdooractiviteiten en verblijfsrecreatie. Hier wordt mogelijk een ontvangstgebouw gerealiseerd en sanitaire voorzieningen. De huidige bestemming van deze locatie is recreatie, waarbinnen bebouwing beperkt mogelijk is. De ontsluiting van deze locatie vindt plaats door een weg die wordt aangelegd op de ter plaatse lopende Polderkade. Polderhaakweq 15 (figuur 5.1 en 5.3) De op deze locatie staande kassen worden gesaneerd, de bedrijfswoning blijft behouden en wordt in het nieuwe bestemmingsplan als woning bestemd. Tevens maakt het nieuwe bestemmingsplan het mogelijk om vijf nieuwe woningen te realiseren. Volgens het vigerende bestemmingsplan heeft dit gebied de bestemming Agrarisch, waarbij de bouw van kassen is toegestaan. Haakweq 40 (figuur 5.1 en 5.2) Op deze locatie is in het verleden verharding gerealiseerd die niet mogelijk was in het vigerende bestemmingsplan. In het nieuwe bestemmingsplan wordt deze verharding gelegaliseerd met de verplichting aan de eigenaar om watercompensatie op eigen terrein te realiseren. Verbreding van De Rel (figuur 5.1) In het bestemmingsplan Hoek van Holland Buitengebied is nog de planologische mogelijkheid om circa 16 ha glastuinbouw te realiseren. Het bestemmingsplan voorzag niet in compensatie voor deze verharding.

Tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Rotterdam is afgesproken dat de verbreding van De Rel zal dienen als compensatie voor deze planologisch mogelijke verharding. Natte ecologische zone (figuur 5.1 en 5.3) Het Hoogheemraadschap van Delfland wil in verband met hun eigen opgave natte ecologische zones toevoegen binnen het plangebied. Hiervoor worden mogelijk nieuwe watergangen toegevoegd, zoals aangegeven in figuur 5.3. De aan te leggen watergangen worden voorzien van natte ecologische zones. Het nieuwe bestemmingsplan maakt het aanleggen van deze watergangen mogelijk. Oppervlaktewater/waterkwantiteit Aan de westzijde van het plangebied ligt de Bonnenpolder, door de Bonnenpolder loopt de Rel. De Rel voert het water uit de polders af naar het Oranjekanaal. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Oranjebuitenpolder. Ook van deze polder wordt het water uiteindelijk afgevoerd naar het Oranjekanaal. Vanuit het Oranjekanaal kan water worden geloosd op de Nieuwe waterweg. De Oranjeplassen zijn geïsoleerd van de omgeving waarbij sprake is van een flexibel peil met een bovengrens van NAP + 0,3 m. De plassen worden alleen gevoed met regenwater, er is geen aanvoer van water van buiten. Een aantal ontwikkelingen maakt het nodig om ter compensatie nieuw oppervlaktewater aan te leggen. Tabel 5.1 geeft de compensatieplicht per ontwikkeling aan.

Daarna wordt per ontwikkeling een afzonderlijke toelichting gegeven.

Tabel 5.1

Watercompensatie bij nieuwe ontwikkelingen

ontwikkeling

compensatieplicht

peilgebied

hoe

natuurbegraven

2.927 m2

Rel (NNDXIII)

onderdeel van verbreding De Rel

Bonnenweg 30

116 m2

Rel (NNDXIII)

onderdeel van verbreding De Rel en aanleg nvo's

Rel (NNDXIII)

onderdeel van verbreding De Rel

16 ha glastuinbouw HvH 16.764 m2 (oude verplichting tot aanleg watercompensatie in dit gebied)

60

Haakweg 40 (legalisering bedrijf)

100 m2 493 m2

Rel (NNDXIII) NNDXI

als voorwaarde in de regels om dit op het perceel aan te leggen

outdoor/voedselbos

250 m2 oppervlaktewater of BZM I 50 m3 waterberging

Bonnenweg 50

nee

-

-

zonnepark

nee

-

-

Polderhaakweg 15

nee

-

-

mogelijk door verbreden watergangen en nvo's in dit gebied

Effecten op de waterhuishouding Hieronder zijn per ontwikkeling de effecten op de waterhuishouding beschreven. Daarnaast is ingegaan op de 'Idimaatkansen'. Natuurbegraven Het nieuw aan te leggen watersysteem is beschreven in een afzonderlijk waterhuishoudkundig rapport dat is opgenomen in bijlage 4. Het nieuwe watersysteem is weergegeven in figuur 5.4.

-0,40

flex 0,601 1.00

flex 0,35 I 0,85

k stroomrichting (nieuw) iV« plangebied

Gemaal ■Keerschot nieuwe stuw

beslaand

áp4),32Jvip vervallen — nieuw secundair watergang

— te vervallen watergangen — Primair water — Secundair water Ē3 onderbemaling Ĵ verbreding rel____________

Figuur 5.4

N ieuwe watersysteem natuurbegraven

De aanleg van natuurbegraven maakt het nodig om watergangen te dempen en nieuwe watergangen te graven. Ook neemt de verharding toe door de faciliteiten die nodig zijn voor het natuurbegraven. De watercompensatieberekening is gemaakt in het waterhuishoudkundig rapport. In verschillende peilgebieden neemt de verharding toe en/of worden er watergangen gedempt of nieuwe watergangen gegraven. Een compleet overzicht per peilgebied is opgenomen in het waterhuishoudkundig rapport. Netto is voor de ontwikkeling natuurbegraven 1.317 m3

61

watercompensatie nodig. De watercompensatie wordt gerealiseerd door het verbreden van de Rel, hier is dan 2.927 m2 nieuw water nodig. Door de voorgestelde verbreding van De Rel wordt in totaal 78.360 m2 water toegevoegd. In de nieuwe waterhuishoudkundige situatie, zoals beschreven in het waterhuishoudkundig rapport, wordt ervan uitgegaan dat halverwege De Rel een nieuwe stuw wordt aangelegd. Bovenstrooms van deze stuw wordt 23.510 m2 water aangelegd, benedenstrooms 54.850 m2. Bonnenweo 50 In het vigerende bestemmingsplan is het al mogelijk om dit perceel geheel te verharden. De verharding neemt hier planologisch gezien dus niet toe. Bonnenweo 30 Op deze locatie worden 2 nieuwe woningen gebouwd en bestaande kassen worden bestemd als Natuur. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden. De kassen hebben een oppervlakte van ongeveer 8.200 m2. De kavel waarop de huizen gerealiseerd mogen worden heeft een oppervlakte van ongeveer 2.000 mz. De locatie ligt grotendeels in peilgebied NND XII met een vast peil van 0,1 m. Het resterende deel ligt in het peilgebied van De Rel. In peilgebied NND XII neemt de verharding af. Omdat de verharding netto afneemt, is hier geen compensatieopgave. In peilgebied NND XIII (het peilgebied van De Rel) wordt maximaal 800 m2 verharding toegevoegd, uitgaande van het worstcase scenario dat alles zou worden verhard.

Met de watersleutel (zie bijlage 3 van het wateradvies) is uitgerekend dat hiervoor de aanleg van 116 m2 nieuw oppervlaktewater nodig is in het peilgebied van De Rel (figuur 5.5).

Natuurbegraven

D

Bestemmingsplan grens

n Ontwikkelingen 2

Gemaal Op p e rvlaklewaler Hoofdwaterloop

Figuur 5.5 Peilgebieden ontwikkeling Bonnenweg 30 Zonneoark Dit gebied wordt bestemd als recreatie conform de vigerende bestemming. Binnen dit gebied komt een gedeelte van 25 ha waar het toegestaan is een zonnepark te realiseren. Op de overige 5 ha kan de verharding toenemen door het realiseren van wandel- en fietspaden en maximaal 20 parkeerplaatsen die worden voorzien van halfverharding. De locatie is door vroegere ophogingen veel hoger dan het omringende gebied. Door aanleg van het zonnepark mag de huidige situatie niet verslechteren.

62

Regenwater moet ook in de nieuwe situatie kunnen infiltreren in de bodem. Voorkomen moet worden dat regenwater versneld afvoert naar het lager liggende omliggende gebied. Geadviseerd wordt om rondom de locatie van de zonnepanelen een kleine verhoging aan te brengen op het maaiveld, zodat regenwater ook bij hevige neerslag kan infiltreren in de bodem. De aanleg van fiets- en wandelpaden was al mogelijk in het vigerende bestemmingsplan en leidde daarom niet tot een compensatieverplichting. Voedselbos en outdooractiviteiten Hier komen verschillende functies, waaronder een voedselbos, outdooractiviteiten en verblijfsrecreatie. Tevens wordt mogelijk een ontvangstgebouw gerealiseerd en sanitaire voorzieningen. De huidige bestemming van deze locatie is recreatie, waarbinnen bebouwing beperkt mogelijk is. Een schatting van de toe te voegen verharding in peilgebied BZM I is in tabel 5.2 opgenomen.

Tabel 5.2 Toe te voegen verharding in peilgebied BZM I Wat

Hoeveelheid verharding (m2)

15 verblijfsaccommodaties,

400

Multifunctioneel gebouw (ontvangst/sanitair/horeca/ receptie outdoor

250

en voedselbos) inschatting verhard terrein, inclusief horeca overkapping van maximaal

100

50 m2 Schuur/werkplaats

100

Bedrijfswoning

100

Verhardinq bij woonqebouw inschattinq

10

Parkeerterrein voor 15 auto’s en keren bussen (half verhard)

500

Totaal (halfverharding voor 50 07o gerekend)

1210

Met behulp van de watersleutel is uitgerekend hoeveel gecompenseerd moet worden voor het toevoegen van extra verharding (zie bijlage 3 van het wateradvies). Gecompenseerd moet worden door de aanleg van 250 m2 extra oppervlaktewater of door het aanleggen van 50 m3waterberging. Extra oppervlaktewater kan hier worden gerealiseerd door het verbreden van watergangen die in het peilgebied liggen. Ook kan wellicht in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland de watercompensatie worden gerealiseerd binnen het gebied van de te realiseren natte ecologische zone. Deze ligt grotendeels in hetzelfde peilgebied (figuur 5.6).

63

GPG2015HNŬ XIV -0.43 GPG20070SP 0 18: «p 0.08

ZD

Natte eci

GPG2Q07QSP II jp-0.07řwp -0.22

GPG2007BZM I -0.43

Zonnepark

a

Besiemmingsplangrens

n

Ontwikkelingen

ŪPG20Q7OSP III íp-0.221 wp-037

Outdoor

Pelgebied (peil) 2

Gemaal

Oppervlaktewater —

Hoofd waterloop afwijkend waterpeil

Pofderhaakweg 15

GPG20070SP 111 -0.22. wp -0.37

zp

21-9-2019

Figuur 5.6 Peilgebieden ontwikkeling outdoor en voedselbos, natte ecologische zone en zonnepark Polderhaakwea 15 De op deze locatie aanwezige kassen worden gesaneerd, de bedrijfswoning blijft behouden en wordt in het nieuwe bestemmingsplan als woning bestemd. Tevens maakt het nieuwe bestemmingsplan het mogelijk om vijf nieuwe woningen te realiseren. Volgens het vigerende bestemmingsplan was het al mogelijk om het perceel vrijwel geheel te verharden. Het nieuwe bestemmingsplan gaat uit van een bebouwingspercentage van maximaal 18'K». Netto zal de verharding hier afnemen, zodat de watersituatie verbetert. Haakwęq 40 Het hier aanwezige bedrijf is de afgelopen járen uitgebreid met een verharde opslaglocatie die niet mogelijk was volgens het vigerende bestemmingsplan. Destijds is hier niet voor gecompenseerd. In het nieuwe bestemmingsplan zal de verplichting opgenomen worden om hier alsnog te compenseren. De nieuw aangebrachte verharding ligt in de peilgebieden NND XIII (circa 800 m2) en NND XI (circa 600 m2). Met behulp van de watersleutel is uitgerekend hoeveel water hier aangelegd moet worden om voorde aangebrachte verharding te compenseren (zie bijlage 3 van het wateradvies). In peilgebied XIII moet 100 mz water aangelegd worden en in peilgebied XI93 m2.

64

GPG2015NND XIII -0.08

Haakweg 40

GPGľOlūNNO XIV -0 43

D

Besiemm mg splan grens

n Ontwikkelingen

QPQ2Ū15NND XI 0.48

Peigebied (pell) 3

Gemaal Oppervlaktewater

— 1

HooM waterloop afwijkend waterpeil

________________ Ĺ Figuur 5.7 Peilgebieden ontwikkeling Haakweg 40 Verbreding van De Rel als watercompensatie 16 ha glastuinbouw In het verleden is afgesproken dat verbreding van De Rel zou gelden als watercompensatie voor de nog mogelijke glastuinbouw in het bestemmingsplan Hoek van Holland buitengebied. Destijds is geen berekening gemaakt hoeveel watercompensatie hiervoor nodig is. Aangezien in het nu op te stellen bestemmingsplan voor Oranjebonnen de verbreding van De Rel ook ingezet wordt als watercompensatie voor het natuurbegraven is het nodig om vast te stellen hoeveel compensatie nodig is voor de nog mogelijke glastuinbouw. Hiervoor is een berekening gemaakt met de watersleutel. Mocht de gehele 16 ha gevuld worden met kassen dan is 16.764 m2 extra oppervlaktewater nodig als compensatie. De verbreding van De Rel zorgt voor 78.360 m2 extra oppervlaktewater volgens het waterhuishoudkundig onderzoek. Dit is voldoende compensatie voor zowel de opgave die nog resteert uit het bestemmingsplan Hoek van Holland Buitengebied als de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan Oranjebonnen. Natte ecologische zone (figuur 5.1 en 5.3) Het realiseren van de natte ecologische zone voegt water toe binnen peilgebied BZMI. Dit leidt tot een verbetering van het watersysteem.

Grondwater Met name de aanleg van de natuurbegraafplaats kan invloed hebben op de grondwaterstand door de geplande ophogingen, het dempen van water en het graven van nieuw water. Dit is onderzocht in het waterhuishoudkundig onderzoek in bijlage 4 dat is uitgevoerd voor de natuurbegraafplaats. Door de aanleg van het duinbos zal er zoveel worden opgehoogd dat de grondwaterstand voldoet aan de eisen zoals vastgelegd in de Wet op de lijkbezorging. De overige ontwikkelingen zullen maar een beperkte invloed hebben op de grondwaterstand. Bij het realiseren van nieuwe functies zal wel onderzoek gedaan moeten worden of de drooglegging ter plaatse voldoende is voor de gewenste functie. Eventueel zal moeten worden opgehoogd om voldoende drooglegging te realiseren.

Riolering: afval- en hemelwater De hoeveelheid afvalwater kan toenemen door de ontwikkelingen. Vanwege het ontbreken van

65

riolering zal een afweging moeten worden gemaakt of aansluiting op de RWZI doelmatig is of een andere manier van afvalwaterverwerking meer voor de hand ligt. Voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het scheiden van schoon en vuil water verplicht, de gemeente Rotterdam eist daarbij het verwerken van hemelwater op het eigen terrein. Als uitgangspunt geldt hierbij het bergen van 70 mm regenwater in een uur en 80 mm regenwater in een dag. Nu in het plangebied geen riolering ligt, is de gescheiden afvoer van hemelwater hier vanzelfsprekend. In de meeste gevallen kan gekozen worden voor een oplossing voor regenwater waarbij dit afstroomt naar oppervlaktewater in de directe nabijheid. De lozer is hierbij zelf verantwoordelijk om na te gaan of dit water niet verontreinigd is. Riool plan Voor het bepalen van de manier van verwerking van afval- en hemelwater dient een rioolplan te worden opgesteld. Geadviseerd wordt om hiervoor tijdig een overleg te organiseren tussen de ontwikkelende partij, de waterbeheerder en de riool beheerder. Rioolpersleiding Hoogheemraadschap van Delfland Bij de ophoging die nodig is voor het natuurbegraven wordt voldoende afstand gehouden van de rioolpersleiding van het Hoogheemraadschap. In het waterhuishoudkundig onderzoek (bijlage 4) is dit verder uitgewerkt.

Waterkwaliteit De beoogde inrichting ter plekke van de geplande locatie voor natuurbegraven (uitbreiding duinbos) voldoet aan de inrichtingseisen uit de Wet op de lijkbezorging en de bijbehorende Inspectierichtlijnen. Hiermee worden eventuele milieueffecten door natuurbegraven voorkomen. De Wet op de lijkbezorging en de daarbij behorende Inspectierichtlijnen zijn dusdanig ingericht dat wordt voldaan aan milieuhygiënische randvoorwaarden van de Inspectie voor de Volksgezondheid. De overige ontwikkelingen hebben eveneens geen negatieve invloed op de waterkwaliteit. De beoogde verbreding van De Rel en de aanleg van natuurvriendelijke oevers kunnen een positieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Waterkeringen en waterveiligheid Waterkeringen In het Barro is vastgelegd hoe de zones van primaire waterkeringen moeten worden weergegeven op de verbeelding van een bestemmingsplan. Het waterstaatswerk moet worden bestemd met de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’. De beschermingszone moet worden bestemd als ‘vrijwaringszone - duin’, ‘vrijwaringszone - dijk’, of ‘vrijwaringszone - overig’ en het profiel van vrije ruimte moet worden bestemd met de aanduiding ‘vrijwaringszone - waterstaatswerk’.

Ook de polderwaterkeringen in het bestemmingsplangebied moeten conform provinciaal beleid worden bestemd als ‘Waterstaat - Waterkeringen’ en de beschermingszone als ‘vrijwaringszone - dijk' of ‘vrijwaringszone - waterstaatswerk’. De meeste ontwikkelingen hebben geen invloed op de waterkeringen in het plangebied. De eventuele gevolgen op de waterkering door de ontwikkeling natuurbegraven is beschreven in bijlage 4. De uitbreiding van het Staelduinse Bos (beplanting) ligt deels binnen de beschermingszone van een bestaande polderkade. De ophoging nodig voor natuurbegraven ligt buiten de beschermingszone. Als er in het definitieve ontwerp (vervolgfase) voor wordt gekozen om de ophoging wel te laten aansluiten op de bestaande polderkade, dan kan de bestaande polderkade worden afgewaardeerd tot een normale peilscheiding. De ophoging zal namelijk permanent zijn in verband met de eeuwige grafrust en overal breder zijn dan 50 m. De veiligheid wordt in de nieuwe situatie dan gewaarborgd door de nieuwe ophoging. In het waterhuishoudkundig rapport (bijlage 4) is een stabiliteitsberekening opgenomen die aantoont dat de stabiliteit van de waterkering geborgd is. Verder wordt de ontsluiting van het voedselbos aangelegd op de ter plaatse lopende polderkade.

Bij de inpassing van deze ontsluiting zal rekening gehouden worden met de regels die het Hoogheemraadschap hiervoor stelt in hun beleid (Beleidsregel medegebruik regionale keringen). Voor ontwikkelingen die invloed hebben op de waterkeringen is een vergunning vereist van het Hoogheemraadschap van Delfland. Deze vergunning kan alleen worden verleend als wordt aangetoond dat de ter plaatse liggende polderwaterkering niet negatief beïnvloed wordt door de aanleg van de natuurbegraafplaats.

66

De oude dijk rond de Lange Bonnen die uit het oogpunt van cultuurhistorie in ere wordt hersteld krijgt geen waterkerende functie. Waterveiliaheid De ontwikkelingen in het gebied hebben geen significante invloed op het veiligheidsrisico binnendijks. Ook neemt de economische waarde binnendijks niet significant toe. Nautische veiligheid Binnen de vrijwaringszone van 25 m vanaf de oever vinden geen ontwikkelingen plaats. Kiimaatkansen De ontwikkeling van het gebied biedt de kans om invulling te geven aan de al bestaande wateropgave uit herijking Waterplan 2. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het Hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het Hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'.

Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Met het Hoogheemraadschap zijn nadere afspraken gemaakt over het beheer van de nieuwe (primaire) watergangen en nvo's. Dit gebeurt in het kader van de benodigde watervergunning. Bij de inrichting van gebieden waar waterkeringen/watergangen zijn of worden aangelegd, wordt rekening gehouden met door het Hoogheemraadschap uit te voeren onderhoud in de vorm van onderhoudsstroken.

Conclusie De ontwikkeling heeft met inachtneming van mitigerende en compenserende maatregelen geen negatieve gevolgen op het watersysteem. Voor meerdere activiteiten binnen het plangebied is een watervergunning vereist. Door de voorwaarden die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt aan deze watervergunning worden negatieve effecten op het waterhuishoudkundig systeem voorkomen.

67

68

Hoofdstuk 6

Verkeer

Tussen het dorp Hoek van Holland en Maasluis liggen de Oranjebuitenpolder en Bonnenpolder. Het gebied is uitstekend te bereiken met de fiets en per auto. Belangrijke uitvalswegen zijn de Haakweg en N223 (Hoeksebaan). Het metrostation Hoek van Holland Haven ligt op circa 2 km afstand van het plangebied.

6.1

Plangebied

Verkeersproductie en -afwikkeling Tabel 6.1 geeft de verkeersgeneratie voor de te ontwikkelen activiteiten in het plangebied. De verkeersgeneratie is de som van de verkeersattractie (naar het gebied) en verkeersproductie (vanuit het gebied).

Tabel 6.1

Verkeersgeneratie beoogde ontwikkelingen

omschrijving ontwikkeling

ritten op een gemiddelde werkdag per etmaal

natuurbegraafplaats en ceremoniegebouw

51

horeca (20 parkeerplekken)

40

recreatieve functie Oranjeheuvel

40

voedselbos en outdooractiviteiten 50 overnachtingsplekken (21 stuks)

59

woningen Polderhaakweg (5 stuks)

47

De groei van het autoverkeer als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen die worden mogelijk gemaakt blijft beperkt en is goed op te vangen op de Hoeksebaan en de Haakweg. In een reguliere situatie zal er nauwelijks tot geen merkbaar verschil in verkeer waarneembaar zijn op deze wegen. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is gebruikgemaakt van het gemeentelijk verkeersmodel. Vanwege de geringe intensiteit waren de Bonnenweg en Polderhaakweg bijvoorbeeld niet opgenomen in het verkeersmodel. Om de verkeersberekeningen voor de ontwikkelingen in de Oranjebuitenpolder en Bonnepolder zo adequaat mogelijk uit te voeren zijn er verbeteringen aan het verkeersmodel en de berekeningswijze aangebracht. De berekeningen betreffen de verfijning van het wegennet, de verkeersgeneratie, de verdeling over het netwerk en de samenstelling. Parkeren Parkeernormen stellen eisen aan de te realiseren parkeercapaciteit bij bouwontwikkelingen. Deze normen zijn gebaseerd op de veranderende mobiliteit en de ambities en kwaliteit van het gebied.

Voor een goede ruimtelijke ordening wordt 'voldoende parkeergelegenheid' gedefinieerd als de parkeercapaciteit voor auto en fiets die een optimale balans oplevert tussen het stimuleren van duurzaam vervoer in een aantrekkelijk, leefbaar en gezond gebied, het verhogen van de kwaliteit in de openbare ruimte, het versterken van de bereikbaarheid voor het sociaal en economisch functioneren van het gebied, de ruimtelijke ontwikkelingen en het evenwichtig verdelen van de financiële lasten. De verschillende ontwikkelingen dienen elk te voldoen aan het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam. Fysieke maatregelen Er vinden de komende járen enkele fysieke aanpassingen plaats ten behoeve van de ontwikkelingen. Door de aanleg van vele wandel-, fiets- en ruiterpaden is er volop ruimte voor langzaam recreatief verkeer om zich door het gebied te verplaatsen. Hieronder benoemen we de belangrijkste fysieke

69

maatregelen in het gebied. Ontsluiting natuurbegraafplaats De ontsluiting wordt alleen gebruikt door gemotoriseerd verkeer van en naar de natuurbegraafplaats. Het Bonnenpad is in de huidige situatie niet geschikt voor gemotoriseerd verkeer, enkel langzaam verkeer is toegestaan op het Bonnenpad. Om de natuurbegraafplaats en het daarvoor aan te leggen parkeerterrein aan de rand van het Staelduinse Bos te ontsluiten over het Bonnenpad dient deze toegankelijk te worden gemaakt voor gemotoriseerd verkeer. Er wordt geen doorgaande route voor gemotoriseerd verkeer gecreëerd door het gebied. De doorgaande fietsverbinding blijft wel gehandhaafd. Buiten bezoekers voor de natuurbegraafplaats kunnen ook andere recreanten van de parkeergelegenheid gebruikmaken, bijvoorbeeld om van daaruit te gaan wandelen of fietsen. Gezien het aanbod en het type verkeer, is het wenselijk om tweerichtingsverkeer voor gemotoriseerd verkeer op het Bonnenpad mogelijk te maken. Het Bonnenpad zal echter een lage verkeersfunctie behouden, waarbij de aanwezigheid van fietsverkeer nadrukkelijk zichtbaar moet zijn. De inrit aan de Haakweg ten behoeve van de natuurbegraafplaats en het ceremoniegebouw wordt aangepast. Het fietspad op de Haakweg blijft in de voorrang en wordt licht uitgebogen met het oog op de verkeersveiligheid en het comfort.

Enerzijds wordt hierdoor voldoende opstelruimte gecreëerd voor vanaf de hoofdweg rechts afslaande voertuigen vanaf de zijweg. Anderzijds blijft de oversteek voldoende dicht bij de hoofdrijbaan gesitueerd om de voorrang van de fiets tot uitdrukking te laten komen. In onderstaande afbeelding is een situatieschets van de voorgestelde aanpassing weergegeven. De exacte maatvoering wordt als ontwerpopgave nader uitgewerkt.

ļ \

Figuur 6.1

i f* Į ŕi

Situatieschets inrit Haakweg

Bereikbaarheid outdooractiviteiten en voedselbos Het outdooractiveitenterrein en voedselbos zijn via de Korte Kruisweg (via het dorp Maasdijk) bereikbaar voor het autoverkeer. Er wordt voor personeel en bezoekers een halfverharde parkeerplaats voor 20 personenauto's aangelegd. Op de parkeerplaats is er tevens ruimte voor het keren van bussen. Deze kunnen overigens niet ter plaatse parkeren en zullen personen alleen brengen en weer ophalen. Het fietsverkeer kan de bestemming via meerdere paden bereiken, zoals de Oranjedijk of de Polderhaakweg. Voor een goede ruimtelijke inpassing van de entree moet de Oranjedijk gekruist of doorsneden worden. Herinrichting Bonnenweg De Bonnenweg is voor met name recreatief fietsverkeer een van de doorgaande verbindingen door de Bonnenpolder. De Bonnenweg wordt mogelijk verbreed en zodanig als 30 km/uur-weg ingericht dat het dient als continue recreatieve route, maar voor autoverkeer onaantrekkelijk wordt om te gebruiken als sluiproute. De weg behoudt op die manier wel zijn functie voor bestemmingsverkeer (ontsluiting agrarische percelen en natuur, woningen en bedrijven). De definitieve inrichting van de Bonnenweg zal

70

verder worden uitgewerkt als ontwerpopgave. Verkeersafwikkeling in en rondom het gebied Door de verschillende ontwikkelingen en fýsieke aanpassingen in het gebied ontstaat er een compleet netwerk voor de verschillende modaliteiten. Recreanten kunnen zich in alle windrichtingen door het gebied verplaatsen. Vanuit het gebied zijn er verbindingen naar buurgemeente Maasluis en het Westland. De druk om het omliggende wegennet is niet groot. Zoals de verkeersgeneratie laat zien is de invloed van de ontwikkelingen op het wegennet niet of nauwelijks waarneembaar. Op top stranddagen is er extra verkeer rondom Hoek van Holland te verwachten. Daarnaast kan er rondom de activiteiten van de Stena Line extra vrachtverkeer worden verwacht op de Haakweg en de N223 Hoekse Baan in vergelijking met een ander regulier moment.

6.2

Conclusie

De capaciteit van het wegennet is ruim voldoende om de toename van het verkeer als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen op te kunnen vangen. De ontsluiting ter plaatse van de natuurbegraafplaats wordt aangepast waarmee de verkeersveiligheid ter plaatse beter wordt. De verschillende ontwikkelingen dienen elk te voldoen aan het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam waardoor geen parkeerproblemen ontstaan. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

71

Hoofdstuk 7 7.1

Milieu

Inleiding

Rotterdam is een compacte stad. Compact bouwen biedt aan de ene kant grote voordelen voor milieu en duurzaamheid op een hoger schaalniveau (minder mobiliteit, minder aantasting van natuurlijk en landelijk gebied). Aan de andere kant kan door compact bouwen de milieubelasting in de stad toenemen. Dit wordt de paradox van de compacte stad genoemd. Rotterdam moet bovenal een leefbare stad zijn. Een woonomgeving met weinig milieuhinder is één van de aspecten die de leefkwaliteit bepalen naast bijvoorbeeld voorzieningen, bereikbaarheid, kwaliteit van de publieke ruimte en sociale veiligheid. Het milieubeleid in Rotterdam is erop gericht om ondanks de verdichting en intensivering van de stad toch de milieubelasting terug te dringen en de leefkwaliteit te verbeteren. In het bestemmingsplan moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging worden gemaakt van de wijze waarop milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen ten opzichte van elkaar moeten worden gesitueerd. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied, de opgave en de eventuele wettelijke eisen. De gemeente Rotterdam is verplicht om bij de voorbereiding van het bestemmingsplan te onderzoeken welke (milieu)waarden bij het plan in het geding zijn en wat de gevolgen van het plan zijn voor deze waarden. Voor de meeste milieuthema's is er landelijk milieuwetgeving aanwezig.

Een voorbeeld hiervan is de Wet geluidhinder. Daarnaast is er voor sommige milieuthema's Rotterdams beleid aanwezig. De voor dit plan relevante thema's worden hieronder verder uitgewerkt.

7.2

Milieueffectrapportage

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planm.e.r.-plichtig, projectm.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage lil van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: * * «

de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.

Onderzoek en conclusie M.e.r. -beoordelingsplicht In onderdeel D van het besluit m.e.r. (D9) is de wijziging of uitbreiding van een landinrichtingsproject opgenomen. Het betreft gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer. Het bestemmingsplan maakt natuurontwikkeling met natuurbegraven mogelijk. Het gaat om 128 hectare nieuwe natuur waarvan 30 hectare wordt ingericht voor de functie natuurbegraven. Er is daarmee sprake van een formele m.e.r.-beoordelingsplicht omdat agrarisch gebied wordt omgezet naar natuur. Resultaten m.e.r.-beoordeling Op 25 mei 2020 heeft het college besloten dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld voor bestemmingsplan Oranjebonnen. Het besluit inclusief motivering is opgenomen in bijlage 5. Op basis van de onderstaande argumenten heeft het college geconcludeerd dat geen belangrijke milieugevolgen zijn te voorzien: »

»

Er vindt een interne saldering met agrarische gronden plaats met betrekking tot stikstof. In de toekomstige situatie is de depositie lager dan in de huidige situatie, omdat landbouwpercelen worden omgevormd tot natuurlandbouw en bos. Met het stikstofdepositieonderzoek (de natuurtoets inclusief de Aeriusberekening d.d. 28-4-2020) is voldoende aangetoond dat, conform de huidige beleidsregels, toestemmingverlening door Omgevingsdienst Haaglanden mogelijk zal zijn. De verwachting is

72

»

»

»

*

*

dat met de voorgestelde mitigerende en compenserende maatregelen in de vorm van interne saldering de vergunning Wet natuurbescherming zal worden verleend. Significante negatieve gevolgen op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Solleveld Si Kapittelduinen worden niet verwacht. De totale stikstofemissie neemt juist sterk af in zowel de aanleg- als gebruiksfase. In de natuurtoets (Koolstra Advies, april 2020) zijn tevens de effecten op Natura 2000 als gevolg van verstoring door geluid en optische verstoring onderzocht. Deze effecten kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Een passende beoordeling kan achterwege blijven. Uit de diverse natuurtoetsen en het actuele flora- en faunaonderzoek van Koolstra Advies blijkt dat voorafgaand aan de bouw-, sloop- en kapwerkzaamheden en bij het dempen van watergangen een flora en faunaonderzoek uitgevoerd moet worden. De werkzaamheden dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Het plangebied biedt een geschikt leefgebied voor vogels met (jaarrond) beschermde nesten, vleermuizen, de platte schijfhoren en de steenmarter. Als gevolg van wegverkeer op de Polderhaakweg wordt de voorkeurswaarde van de nieuwbouwwoningen aan de Polderhaakweg overschreden. De maximale toelaatbare geluidbelasting van 53 dB weg wordt niet overschreden.

Er wordt voldaan aan het ontheffingsbeleid van gemeente Rotterdam, de woningen beschikken over tenminste één geluidluwe gevel. De woningbouwontwikkelingen aan de Polderhaakweg en Bonnenweg liggen binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein Maasvlakte-Europoort. Bij beide locaties wordt de voorkeurswaarde van 50 dB (A) overschreden. De maximale toelaatbare geluidbelasting van 55 dB (A) als gevolg van industrielawaai wordt niet overschreden. De woningen op de ontwikkellocaties beschikken aan de noordoostzijde over een geluidluwe gevel. Er wordt voldaan aan het ontheffingsbeleid van gemeente Rotterdam. Vanwege de toevoeging van twee woningen aan de Bonnenweg 30 en de ontwikkelingen in de Oranjebuitenpolder binnen de PR10-6-contour van de NAM gasleiding 411043 zijn afspraken gemaakt om te kunnen voldoen aan de Bevb. De maatregel Strikte Begeleiding aan het graafregime wordt toegepast. Alleen onder permanent toezicht van de NAM mogen werkzaamheden worden verricht in de omgeving van de leiding. De PR10-6-contour komt als gevolg van deze maatregel op de leiding te liggen. Er is ten gevolge van transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geen belemmering voor het bouwen van de woningen en de aanwezigheid van meer dan 50 personen op de ontwikkellocatie in de Oranjebuitenpolder.

7.3 Milieuzonering Bij goede ruimtelijke ordening hoort het voorkomen van voorzienbare hinder door bedrijven. Hiervoor bestaan voor nieuwe situaties geen wettelijke normen. De gemeente Rotterdam gebruikt al sinds de járen 50 instrumenten om bedrijven in te passen in de omgeving. Dit gebeurde eerst door middel van de Hinderwetverordening. Vanaf de járen 70 werkt de gemeente met de Rotterdamse 'Staat van Inrichtingen'. Deze is afgeleid van de inrichtingen die zijn opgenomen in het Hinderbesluit en uitgebreid met een indeling in milieucategorieën. Begin járen 90 heeft Rotterdam beleid vastgesteld waarbij voor de milieuzonering gebruik wordt gemaakt van indicatieve gebiedstypen en een bedrijvenlijst die is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering). De (huidige) VNG-uitgave geeft informatie over milieuhinder van vrijwel alle bedrijfstypen en andere activiteiten. Hierin zijn voor de milieuaspecten geur, stof (luchtkwaliteit), geluid en gevaar indicatieve afstanden bepaald. De aard van de hinder is bepalend voor de vraag in hoeverre tussen een belastende en een gevoelige functie verweving mogelijk is, dan wel ruimtelijke scheiding noodzakelijk is. De VNG-uitgave bevat een tabel met de indicatieve afstanden.

Hiermee kan de vraag worden beantwoord welke afstand aanvaardbaar is tussen een nieuw bedrijf en woningen en tussen nieuwe woningen en bedrijven, of welke bedrijven aanvaardbaar zijn in een gebied metfunctiemenging. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stadscentra, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones langs stedelijke wegen, woongebieden met kleinschalige en ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden nabij industrieterreinen. In deze gebieden is een combinatie van wonen en werken vaak mogelijk. Vaak aanpandig, bij lichte bedrijvigheid, of naast elkaar, bij de iets zwaardere bedrijven en met aandacht voor de ontsluiting bij bedrijven met een verkeersaantrekkende werking.

73

De gemeente Rotterdam bestemt in haar bestemmingsplannen de functies zoals agrarische doeleinden, kantoren, detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen, sport of recreatie als zodanig en niet als bedrijfsbestemming. In de bij de regels gevoegde lijst van bedrijfsactiviteiten zijn deze bestemmingen dan ook niet opgenomen. Voor het inpassen van die functies wordt echter wel gebruikgemaakt van de VNG-uitgave.

7.3.1

Plangebied

Het plangebied van dit bestemmingsplan is volgens de Rotterdamse systematiek aangeduid als een rustig buitengebied. Van de beoogde functies zijn alleen de beoogde woningbouw ter plaatse van de Polderhaakweg 15 en de Bonnenweg 20-30 milieugevoelig. Ten aanzien van deze woningen dient te worden onderbouwd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Polderhaakweg 15 Op circa 60 m ten zuidoosten van de Polderhaakweg 15 is een stoeterij gevestigd (Polderhaakweg 9). Een dergelijk bedrijf is ingedeeld in milieucategorie 3.1 met een grootste richtafstand van 50 m voor het aspect geur. Aan de richtafstand wordt voldaan. Daarnaast wordt voldaan aan de vaste afstandseis van 50 m die in het buitengebied geldt voor dieren zonder geuremissiefactor op basis van het Activiteitenbesluit. Uit het Activiteitenbesluit volgt dat de minimumafstanden alleen van toepassing zijn op dierverblijven en bijvoorbeeld niet op de overige bouwwerken, zoals de paardenbakken. Wel dient rekening te worden gehouden met de kans op lichthinder als gevolg van activiteiten in de open lucht. Hierbij is van belang dat de stoeterij nog niet is gerealiseerd en er momenteel geen lichtmasten aanwezig zijn.

Indien men lichtmasten wil realiseren, zal moeten worden voldaan aan de hoogte voor 'overige bouwwerken' van maximaal 3 m, zoals opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. De afstand van de te realiseren paardenbakken tot de meest nabijgelegen nieuwe woning bedraagt meer dan 25 m. Lichthinder wordt beperkt door de maximale hoogte die de lichtmasten mogen hebben en de afstand van minimaal 25 m tot de woningen. Ook wordt langs de randen van het plangebied opgaand groen gerealiseerd, hetgeen verspreiding van licht voorkomt. Ter plaatse van de nieuwe woningen is geen lichthinder te verwachten. De bedrijven Renewi en Van den Berg zijn gelegen op circa 950 m van de woningbouw ter plaatse van de Polderhaakweg 15. Beide bedrijven zijn ingedeeld in milieucategorie 3/4 met een richtafstand van 50 m t/m 300 m. Aan deze richtafstand wordt voldaan. In paragraaf 7.4 wordt nader ingegaan op de geurcontouren van beide bedrijven. De bedrijven aan de overzijde van de Nieuwe Waterweg zijn gelegen op circa 1,5 km, waarmee aan de richtafstanden wordt voldaan. Bonnenweg 30 Op circa 120 m ten zuidwesten van het plangebied zijn glastuinbouwbedrijven gevestigd. Dit type bedrijven is ingedeeld in milieucategorie 2 met een maximale richtafstand van 30 m. Hieraan wordt ruimschoots voldaan.

Ten oosten van het plangebied is op circa 400 m een hoveniersbedrijf gelegen dat is ingedeeld in milieucategorie 3.1. De maximale richtafstand behorend bij dit bedrijf is 50 m. Er wordt ruimschoots aan de richtafstand voldaan. Ten zuiden van de woningen wordt natuur aangelegd. Dit vormt een buffer tussen de nieuwe woningen en het glastuinbouwgebied. Gezien de grote afstand tot de glastuinbouwbedrijven en omdat binnen de bestemming natuur en langs de randen van het plangebied opgaand groen wordt gerealiseerd, wordt lichthinder beperkt en acceptabel geacht. De bedrijven aan de overzijde van de Nieuwe Waterweg zijn gelegen op circa 2,5 km, waarmee aan de richtafstanden van deze bedrijven wordt voldaan. De RWZI van het Hoogheemraadschap van Delfland is gelegen op circa 530 m ten zuidwesten van het plangebied. Een RWZI is maximaal ingedeeld in milieucategorie 5.1 met een grootste richtafstand van 500 m. Hieraan wordt voldaan. De bedrijven Renewi en Van den Berg zijn gelegen op circa 1.300 m van de woningbouw ter plaatse van de Bonnenweg 20-30. Beide bedrijven zijn ingedeeld in milieucategorie 3/4 met een richtafstand van 50 m t/m 300 m. Aan deze richtafstand wordt voldaan. In paragraaf 7.4 wordt nader ingegaan op de geurcontouren van beide bedrijven en van de RWZI.

74

7.3.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de (nog te realiseren) woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat in de omgeving geen bedrijven aanwezig zijn die door de voorgenomen ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Er wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie.

7.4

Geur

Door het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam is een beschrijving gemaakt van potentiële geurbronnen in de omgeving die mogelijk invloed hebben op nieuwe geurgevoelige bestemmingen en functies. De geurnotitie (31 januari 2020) is opgenomen in bijlage 6. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geurbronnen mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=f4171196-413d-4306-85fa-983636081736