21bb6411 Bijlage 1 behorende bij 21bb11873 - Ontwerpbestemmingsplan Oranjebonnen
Tekst van het document
Geopend tussen 07:00 en 22:00 uur: alleen achtergrondmuziek aanbieden; alleen een gevelzitplaats (max. 1m uit de gevel over de breedte van de gevel) exploiteren: geen kansspelen, seks- erv'of drugsgerelateerde activi teiten aanbieden en/of gelegenheid bieden tot het roken met gebruik van een waterpijp: de horeca-acbviteiten passen binnen de bestemming van het object: de openbare inrichting niet vergunningplichtig is op grond van de Drank- en Horecawet.
Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk. Vrijstelling met horecabestemming
Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur; een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn
van een Drank- en Horecawetvergunnìng,
Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instellingen voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden (voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is). Vrijstelling voor bijzondere objecten S instellingen
* Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur; * een gevelterras exploiteren tot max, 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; * alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horecawetvergunnìng'.
Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester in algemene zin verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven, is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat
25
aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is het relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruikmaken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie).
2.4.11 Horecagebiedsplan Hoek van Holland 2019-2021 Het horecagebiedsplan geeft voor de verschillende deelgebieden een omschrijving van de ontwikkel richting. De polder Oranjebonnen valt onder het deelgebied Buitengebied. In het Buitengebied zijn enkele sportverenigingen actief en ligt het publiekscentrum Maeslantkering. Er is nauwelijks sprake van enige druk op het woon- en leefklimaat. Er liggen weliswaar woningen in de omgeving, maar er zijn geen klachten bekend. Ook zijn er geen klachten bekend die te maken hebben met openbare orde en veiligheid. De gekozen ontwikkelrichting sluit aan bij het vastgestelde visiedocument voor dit gebied. Gewenste ontwikkelrichting Bestaande en nieuwe inrichtingen:
ontwikkelen tot en met categorie 1
Vrijgesteld van de vergunningplicht:
variant 0.2 en 0.3 niet toegestaan
2.4.12 Ambitiedocument Oranjebonnen Dit ambitiedocument zet vooral in op het verbeteren van (recreatieve) verbindingen ten behoeve van fietsen, wandelen, skaten, recreëren aan bijvoorbeeld de Oranjeplassen, picknicken in de polder, kanovaren en paardrijden. Ook worden mogelijkheden geboden voor het toevoegen van recreatieve voorzieningen. Hiernaast is het stimuleren van stadslandbouw een belangrijk onderdeel, waarbij ondernemers en bewoners centraal staan. Het is de bedoeling dat er meer duurzaam geproduceerd voedsel - van hoge kwaliteit- voor brede lagen van de bevolking beschikbaar komt. Daarnaast versterkt stadslandbouw de kansen op de arbeidsmarkt, beperkt het de voedselkilometers en vergroot het de biodiversiteit. Ten slotte wordt de ecologische waarde van de polders vergroot door verbreding van watergangen, het herstel van dijken, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en een vispaaiplaats. De tijdspanne van dit document omvat zeven jaar, waarbij de periode van 2013-2015 de korte termijn is waarbinnen daadwerkelijk ingrepen plaatsvinden. De totale ambitie geldt voor een langere termijn tot 2020. Begin 2012 hebben de gemeente Rotterdam en de stadsregio Rotterdam opnieuw de ambitie uitgesproken om tussen de kust en Midden-Delfland recreatieve en ecologische verbindingen uit te breiden.
Voor de Bonnenpolder en de Oranjebuitenpolder is dit combinatieplan Oranjebonnen opgesteld (met een veel geringere publieke investering). Inzet is de transformatie van de agrarische Oranjebuitenpolder en de Bonnenpolder naar een gemengd agrarisch en recreatief gebied. Om dit te bereiken is samenwerking met de gebruikers/eigenaren/investeerders nodig. Voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit zijn vier doelen geformuleerd: 1. 2. 3. 4.
vergroten ruimte groenbeleving; versterken biodiversiteit; versterken (agrarisch) ondernemerschap; realiseren sterk imago Oranjebonnen.
26
2.4.13 Ontwikkelplan Oranjebonnen Vastgesteld door B&Wmaart 2016 Het college van burgemeester en wethouders heeft in 2013 het Ontwikkelplan Oranjebonnen vastgesteld. Het Ontwikkelplan is gericht op de transformatie van de Oranjebonnen naar een gemengd agrarisch en recreatief gebied. Het Ontwikkelplan vormt het uitgangspunt voor het op te stellen bestemmingsplan voor het gehele gebied Oranjebonnen. De bestaande bestemmingsplannen zijn sterk verouderd en moeten geactualiseerd worden. Doel hierbij is: * het verruimen van de ontwikkelingsmogelijkheden om het gebied economisch vitaler te maken; * het beschermen van het waardevolle polderlandschap, zodat het zijn recreatieve waarde behoudt en waar mogelijk versterkt. De ontwikkelkansen in de Oranjebonnen zijn te onderscheiden in recreatieve routes, ecologische verbindingen en agrarische/recreatieve functies. Deze zijn weergegeven in de Ontwikkelplankaart, zie hiervoor figuur 2.6. De Ontwikkelplankaart bevat een indicatieve aanduiding van de functies; deze zijn nog niet exact vastgelegd. Op de kaart van het op te stellen bestemmingsplan wordt wel de exacte begrenzing aangegeven.
OntwikkoIphink«iart Orar»jpQonricn
Figuur 2.6 Ontwikkelplankaart Oranjebonnen
2.4.14 Landschapsvisie Oranjebonnen De Landschapsvisie legt de ruimtelijke en programmatische hoofdstructuur van het gebied 'De Oranjebonnen' vast en biedt een lange-termijn kwaliteitskader voor ontwikkelingen. Zo blijft bij herzieningen, nieuwe bestemmingsplannen of omgevingsplannen de onderliggende kwaliteit van het landschap geborgd. Het doel van dit document is het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de polder als geheel. Ruimtelijke kwaliteit staat voor de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde van het gebied. De Landschapsvisie bestaat uit een kwaliteitsbeschrijving opgebouwd uit de verschillende landschappelijke lagen, een toekomstperspectief voor de korte- en lange termijn en hierop aansluitende ruimtelijke criteria die bijdragen aan behoud, herstel en ontwikkeling van de kwaliteiten. De ruimtelijke criteria hebben betrekking tot landschap en bebouwing en worden door de Welstandsparagraaf aangevuld met criteria m.b.t. beeldkwaliteit van bebouwing, bouwwerken en kunstwerken. De Oranjebonnen is een uniek open polderlandschap voor Hoek van Holland en de regio dat wordt getransformeerd tot een aantrekkelijk landelijk natuur- en recreatiegebied.
Omdat de Oranjebonnen te maken heeft met verschillende initiatieven, van verschillende aard en schaal, is het van belang om de kwaliteiten van de polder te vast te leggen en initiatieven te kunnen toetsen aan ruimtelijke criteria die bijdragen aan het toekomstperspectief voor de Oranjebonnen. De Landschapsvisie is gemaakt voor iedereen die woont, werkt, onderneemt en recreëert in en om de Oranjebonnen. Het is een toegankelijk, beeldend en richtinggevend document dat initiatiefnemers uitnodigt om samen te bouwen aan een aantrekkelijke Oranjebonnen voor iedereen. De Landschapsvisie is een onlosmakelijk onderdeel bij het totstandkomen van dit bestemmingsplan geweest en vormt tevens als toetsingskader bij diverse regelingen uit het bestemmingsplan. De Landschapsvisie is integraal opgenomen als Bijlage 1.
27
28
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving van het plangebied
Huidig gebruik en landschap
Het plangebied is onderdeel van het buitengebied van de gemeente Rotterdam. Het vormt een open landschap tussen de bebouwing van Hoek van Holland, Maassluis en het Westland. Waar het strand en duingebied van Hoek van Holland een grote aantrekkende werking heeft op mensen uit de wijde omgeving, hebben de Oranjebuitenpolder en de Bonnenpolder als buitengebied een meer lokale en regionale functie. De Oranjeplassen is een aantrekkelijk natuurgebied en het Staelduinse Bos ten noorden van het plangebied is een recreatief gebied met recreatieve faciliteiten en fiets- en wandelpaden. Er loopt nu al een fietsverbinding van Maasdijk, langs de Oranjeplassen en het Staelduinse Bos tot aan de kust. De nieuwe fietsbrug aan het Oranjekanaal verbindt de Oranjebonnen met de regionale fietsroute langs de Nieuwe Waterweg. Een beknopte weergave van de ontstaansgeschiedenis is weergegeven in figuur 3.1.
Rond 1712
1850
De Maas verlegt haar uitstroom steeds verder n zuidelijke richting. De rivierbedding wordt groter en de Haak van Holland (later Hoek van Holland} ontstaat. Er loopt een getijdekreek van Staetdunen, om de Bonnenpolders tot aan de Oranjeplassen. Deze getijdekreek komt direct ten «vesten van de hmdige Oranjeplassen uit in de Maas. Deze kreek heet in de Bonnenpolder de Rel en in de Oranjebuitenpolder het Spu. Later wordt De Lange Bonnen bedijkt door de Bonnendijk en de Oranjebuitenpolder door de Spuidijk.
De eerste bewoning verschijnt n het gebied. Rondom het Staelduin is de eerste aanzet van bebossing zichtbaar Op de vruchtbare droge gronden van het Westland komt de tuinbouw (volle grondteelt) tot ontwikkeling.
1900
1955
In 1866 start men daarom met het graven van de Nieuwe Waterweg, dwars door de Hoek van Hofland. Gelijktijdig legt men het Nieuwe Oranjekanaal aan. Het kanaal snijdt de Oranjebuitenpolder en De Bonnen, die samen een ruimtelijke eenheid vormt, van e&aar af. Parallel aan de Nieuwe Waterweg komt de spoorlijn. In de Bonnenpolder verschijnt een dnetal erven, waarbij langs de kreek een «veg (Bonnenweg) wordt aangelegd. In het Westland en op De Haak ten zuiden van De Bonnen ontwikkelt de tunbouw zich verder.
De glastuinbouw in het Westland komt tot ontwikkeling Geleidelijk omsluiten kassen de polders en het Staelduin. In de Bonnenpolder en de Oranjebuitenpolder ze f zijn de veranderingen van het landschap minimaal. Het gebied ten zuiden van het Staelduinse Bos en de Oranjedíjk ontwikkelt zich tot de groene rand langs het Westíand.
29
2004 Na de Tweede Wereldoorlog groeien dorpen ais Hoek van Holland en Naaldw.k sterk. Tussen de Bonnenpolder en de Nieuwe Waterweg bevindt zich bedrijvigheid, een
Het open landschap brengt lucht in de verstedelijkte omgeving van glastuinbouw en havenindustrie.
slibdepot en een compostenngsbedrijf Ook wordt hier eind járen negentig de Maeslantkerng gerealiseerd. De inrichting van de Bonnenpolder is echter nauwelijks veranderd, terwijl de Oranjebudenpoider meer geleden heeft door grootschalige landschappelijke ingrepen zoals de s&depots en tuinbouwbedrijven.
Figuur 3.1
Ontstaansgeschiedenis: land-, water- en bebouwingsstructuur
30
s i
,
rz
%-A,
j
'■'ŵ
O «
•»*
, ïrĩĩtoļĘ^ļŗiĵMįict
». a*
De Qranjebonnen,
•*
‘
ŵsŕ
Figuur 3.2 Landschappelijke structuur Bonnenpolder en Oranjebuitenpolder Bonnenpolder Bijzonder aan de Bonnenpolder (Korte en Lange Bonnen) is dat deze nog grotendeels bestaat uit het oorspronkelijk cultuurlandschap. Kenmerkend voor het landschap zijn de loop van de oude kreek de Rel, de kleinschalige polderverkaveling en drie boerenerven. De inbedding van de polder tussen het Staelduinse Bos en het hoger gelegen bedrijventerrein geeft het gebied een besloten karakter. Oranjebuitenpolder Veel grond in de Oranjebuitenpolder is in gebruik voor landbouw en als (paarden)weide. Een klein deel is natuurgebied dat door het Zuid-Hollands Landschap voor voetgangers is opengesteld. De hoger gelegen dijken zijn zeer kenmerkend en bieden uitzicht op het polderlandschap. Hoewel de mate van openheid een kwaliteit is in de sterk verdichte omgeving, is het oorspronkelijke polderlandschap in de Oranjebuitenpolder aangetast door ontwikkelingen binnen de polder zelf. Onder andere (voormalige) slibdepots vormen een aantasting. Dit zijn nu hoger gelegen grondlichamen zonder slotenstructuur. Eén daarvan, in de hoek bij de Polderhaakweg, is in gebruik als paarden(trainings)wei. Het meest recente (nog op te leveren) slibdepot, direct naast het Oranjekanaal, is ongeveer 30 ha en steekt 3 m boven het maaiveld uit.
Ook door schaalvergroting, onder andere van een hortensiakwekerij, zijn oorspronkelijke oude kreeklopen en sloten verdwenen.
31
3.2
Cultuurhistorie
Voor Hoek van Holland is op 27 juni 2017 de cultuurhistorische verkenning 'Hoek van Holland: cultuurhistorische verkenning fase 1: biografie, analyse en waardering' door B&W vastgesteld. De eerste fase geeft inzicht in de ontwikkelingsgeschiedenis, de karakteristieken en bijzondere waarden van het gebied Hoek van Holland. In fase 1 zijn de objecten, structuren en ensembles gegeven die het verhaal van Hoek van Holland vertellen, en wat ze met elkaar verbindt. Voor een goed begrip van Hoek van Holland is de gebiedskarakteristiek ontrafeld aan de hand van de volgende thematische lagen: 1: het landschap (het verhaal over de polders en agrarische bestemming), 2: de Nieuwe Waterweg, 3: de bunkers en stellingen (het verhaal over de militaire verdedigingswerken), 4: de kust en het toerisme en 5: het dorp. In de cultuurhistorische verkenning (CV 2017) zijn gewaardeerde structuren en objecten waardevol op zich, maar zijn ook van uitzonderlijk belang voor het verhaal en de beleving van het structuurbeeld van Hoek van Holland. In de cultuurhistorische verkenning worden enkel een aantal structuren/elementen van de Oranjebonnen gewaardeerd.
In de Landschapsvisie Oranjebonnen, dat parallel aan dit bestemmingsplan is opgesteld, zijn aanvullend op de cultuurhistorische verkenning elementen, structuren en ensembles uit de Oranjebonnen gewaardeerd die bij de herinrichting van de polder beschermd en waar mogelijk versterkt worden. Een overzichtskaart 'cultuurhistorie Oranjebonnen' is opgenomen in figuur 3.3. In de volgende paragrafen worden de cultuurhistorische en ruimtelijke kenmerken van de Oranjebonnen beschreven, te beginnen met de Grote Rel en de bunkers die in het hele plangebied voorkomen en daarna de Bonnenpolder en Oranjebuitenpolder afzonderlijk.
SwWtinseèc cnaancJonf noj
ÖrAryesiuíí
îlibdcixrt: baggerdlb vraardevolle ensembles historische verkavelingsstructuur
Boe?eoiţieinaal
WèttlâlKJ
voormalig duin oude lint
4
historischs Boerderij
20e eeuwse wandelpad
it
Bestaande bunker verborgen Bunkers
0
oud gemaal bestaande dijk verdwenen dijk verdwenen waterloop
pooŕtefslwven
tracé anti-tankgracht
Figuur 3.3 Cultuurhistorische elementen en structuren Oranjebonnen
32
De Grote Rel (Rel en Spui) De Rel is een beeldbepalende structuur. De Grote Rel is de naam van de waterloop die al voor het ontstaan van de polders door het gebied loopt. Rel, verwijst naar 'ril', wat waterloop of geul betekent in het oud Hollands. De Rel ontsprong ter plaatse van het huidige Staelduinse Bos, aan de rand van de Nieuwlandse polder. Het meandert in wat nu de Bonnenpolder is in oostelijke richting, waar het verder stroomt in het gebied wat nu de Oranjebuitenpolder is. Hier werd het later Spui genoemd. Bij de uitmonding in de Nieuwe Waterweg, ter plaatse van de voormalige Poortershaven, heeft het de naam Amersgat. De Rel is van grote cultuurhistorische waarde omdat deze: 1. 2. 3.
de twee polders - de Bonnenpolder en de Oranjebuitenpolder - ruimtelijk met elkaar verbindt; door de centrale ligging binnen iedere verkavelingsstructuur een as vormt voor de twee polders; de ontstaansgeschiedenis van het landschap van kwelders en wallen toont.
Bunkers en stellingen De Atlantikwall langs de kust kreeg bij de Nieuwe Waterweg aan de landzijde een dubbele verdedigingslinie: het Landfront. Rond Hoek van Holland lag de binnenste linie langs het Nieuwlandseduin en de Haakweg. De buitenste linie lag tussen 's Gravenzande en Naaldwijk, ongeveer langs de Gantel en het Oranjekanaal. De restanten van het buitenste en binnenste landfront met tankgracht en losse bunkers zijn nog aanwezig in het gebied. De resterende zichtbare en onzichtbare elementen van het verdedigingswerk, als een totaal ensemble van het militaire erfgoed, behorend bij het defensiesysteem van de Nederlandse vooroorlogse verdedigingswerken en van de Atlantikwall, zijn cultuurhistorisch waardevol. Over één van de bunkers, Wilderstandsnest 37M, gelegen middenin de Bonnenpolder, is de volgende informatie bekend: De gebouwen tezamen vormden een stelling binnen de door de Duitse bezetter gebouwde Festung Hoek van Holland onder de naam 'Widerstandsnest 37 M' en zijn gelegen tussen het eerste en tweede Landfront met door de bezetter gegraven anti-tankgrachten. De Festung Hoek van Holland was een strategisch belangrijk punt binnen de ruim 5.000km lange Atlantikwal die Nazi-Duitsland had aangelegd langs de kust van Noorwegen tot Spanje. Alle gebouwen van het Widerstandsnest 37 behoren tot de categorie versterkte veldwerken.
De 'M' staat voor Maríne en de stelling had als taak het hoofdkwartier in het Staelduinse Bos te verdedigen tegen luchtaanvallen. In de stelling zaten 13 man waaronder 12 manschappen en 1 onderofficier. Ze beschikten over een Schijnwerper van 150 cm doorsnede en daarmee kon de polder worden uitgelicht in het geval van luchtlandingen door de geallieerden. Het vermoeden is dat er ook nog wat bouwwerken onder de grond liggen. De stelling behoort tot het geheel van kustverdedigingswerken van de 'Festung Hoek van Holland' uit de 2e wereldoorlog zoals ontworpen en gebouwd door de bezetter. De verdedigingswerken met bunkers, stellingen en verdedigingsstructuren van de Festung Hoek van Holland zijn tezamen cultuurhistorisch waardevol voor Hoek van Holland vanwege de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden. Tezamen vertellen ze het (zichtbare) verhaal van Hoek van Holland als vestingplaats uit de 2e wereldoorlog. 'Beeldondersteunend element' in de thematische laag bunkers en stellingen van CV 2017: »
Tracé anti-tankgracht:
Het zigzag-tracé van de binnenste anti-tankgracht als onderdeel van het Duitse Landfront van de Festung Hoek van Holland. Dit tracé is sinds het dempen van de gracht moeilijk herkenbaar maar zou op enigerlei wijze beleefbaar gemaakt kunnen worden.
De Bonnenpolder De Bonnenpolder is een polder van enkele eeuwen oud die in zijn bestaan nauwelijks zichtbare veranderingen heeft ondergaan. Het is zeldzaam dat in een omgeving die vanaf eind negentiende eeuw tot nu enorm is dichtgebouwd, nog zo'n authentiek polderlandschap van ingedijkt land ligt. In het polderlandschap van de Bonnenpolder is de kenmerkende verkaveling van een stelsel van parallel aan elkaar lopende sloten haaks op de kreek de Grote Rel nog steeds aanwezig. Het is bijzonder dat het open landschap van de polder intact is gebleven en dat de bebouwing - de boerenerven - nog steeds bestaat uit alleen de locaties van de oorspronkelijke boerenerven aan de randen van de Bonnenpolder. Typerend element voor de polder is ook de dijk, de in 1718 aangelegde Bonnendijk die ervoor zorgde
33
dat de landbouwgrond van de Lange Bonnen niet meer onder invloed stond van overstromingen van de Maas. Weliswaar is de dijk halverwege de polder later gedeeltelijk afgegraven, het verdere verloop is wel afleesbaar. In de Landschapsvisie Oranjebonnen wordt het landschap de Oranjebonnen uitvoerig beschreven. Voor landschap en bebouwing in de Bonnenpolder worden de volgende ruimtelijke en cultuurhistorische kenmerken aangemerkt om bij ontwikkeling van de polder te beschermen en waar mogelijk verder te ontwikkelen. Cultuurhistorische en ruimtelijke kenmerken Bonnenpolder: * » » * * * * *
open landschap (in gebruik als akkers en weides); historische verkavelingsstructuur intact; bebouwing in de vorm van boerenerven (cluster van gebouwen met wonen en werken gemengd) ten zuiden van oude lint de Bonnenweg; Bonnendijk (oude dijk); Grote Rel (vanaf het Oranjekanaal Spui genoemd, nog afleesbaar in het landschap nabij de blauwe brug); bebouwing verbonden met functie van land, gebruik van land, geen bebouwing die niets met omgeving, d.w.z. gebruik van land, te doen heeft; aan rand van Bonnenpolder, dwarshaak anders, nl. scheiding wonen en werken, type kassenlandschap; boerderijtypologie van bebouwing.
In CV gewaardeerd 'stelsel': »
de verkaveling, dijken, kreekrestanten, openheid en vergezichten van de polder (Korte) Bonnen, met daaraan gekoppeld de 'Hoeve Rijckevorseľ (Bonnenweg 50).
In CV gewaardeerde 'beeldbepalend elementen': »
Boerderij Bonneweg 50: Deze eerste boerderij stamt uit 1876 (bekend als boerderij van Vreugdenhil). Het werd in mei 1940 vernietigd tijdens een Duitse inval. De herbouwde boerderij werd al in 1942 opgeleverd. De boerderij is gewaardeerd in de cultuurhistorische verkenning traditionele wederopbouwarchitectuur en markante ligging in het weidse polderlandschap dat omkadert is door beplanting (groene kamer).
Oranjebuitenpolder In de naam Oranjebuitenpolder ligt de ligging besloten; het winnen van het land dat buitendijks van de Oranjepolder ligt. Als boeren ter bescherming van hun land tegen water achtereenvolgens de Nieuwlandsedijk (1420), de Oranjedijk (1718) en de Bonnendijk (1718) aanleggen, vindt er stapsgewijs landwinning plaats. Voor het geschikt maken van de Steendijkpolder wordt in 1968 zand afgegraven in de Oranjebuitenpolder (ter plaatse waar ooit een duinenrij lag), waardoor plassen ontstaan, de huidige Oranjeplassen. Door de vermenging met zeewater is brak water ontstaan. Inmiddels is het een aantrekkelijke plek voor watervogels en trekvogels. In de rietbosjes op verschillende plekken kunnen de vogels broeden. Aan de Oranjebuitenpolder worden meerdere malen diverse functies toegekend. De polder wijzigt weliswaar van karakter door de aanleg van o.a. hortensiakwekerij, de ophoging van grond met baggerslib in het westelijke deel van de Oranjebuitenpolder, maar behoudt grotendeels het karakter van een open polderlandschap. In de Landschapsvisie Oranjebonnen wordt het landschap de Oranjebonnen uitvoerig beschreven. Voor landschap en bebouwing in de Oranjebuitenpolder worden de volgende ruimtelijke en cultuurhistorische kenmerken aangemerkt om bij ontwikkeling van de polder te beschermen en waar mogelijk verder te ontwikkelen.
34
Cultuurhistorische en ruimtelijke kenmerken Qraniebuitenpolder: » « * » » * » » » * *
open landschap; de Oude Spui (ook het gedempte deel); dijken, ook de deels afgegraven dijk, nog zichtbaar in landschap van de Rel; cultuurlandschap van de polder; sporen/elementen als gevolg van geomorfologie; gemengd gebruik van weide en akker; gemengde bebouwing van boerderij, woonbebouwing met bedrijfsgebouwen; Oranjeplassen; begrenzing door Oranjedijk als grens met Oranjepolder; reliëf in landschap, ook door dijken, bijv. Spuidijk; plekken van verdwenen historische bebouwing.
In CV gewaardeerde 'beeldbepalende elementen': «
Boezemgemaal Westland:
In modernistische járen zestig architectuur met gevelkunstwerk, markant gesitueerd op de plek waar het Oranjekanaal uitmondt in de Nieuwe Waterweg. *
Oranjekanaal (17e eeuwse oorsprong, later aanpassing en uitbreiding):
Verbindt de Oranjesluis met het boezemgemaal Westland. Afvoer van boezemwater uit het Westland. Waardevol vanwege eeuwenlange afwatering van de polders en karakteristiek structurerend element in het landschap. In CV gewaardeerd 'beeldondersteunend element': »
Gedempte Poortershaven:
Herinnering aan een voormalige particuliere bedrijfshaven die tijdens de oorlog door de Duitsers is omgebouwd tot haven voor kleine onderzeeboten. 'Waardevol cultuurhistorisch element': *
Boerderij Polderhaakweg 9:
Oorspronkelijke boerderij complex, een ensemble van agrarische bebouwing, die karakteristiek is voor de polder qua schaal en beeld (in slechte staat).
3.3
Archeologie
Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het Rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke Archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het Rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.
De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.
35
Bewoninqsqeschiedenis Het gebied maakte in het verleden deel uit van het mondingsgebied van de Maas. In het mondingsgebied zal in de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen sprake zijn geweest van een intensieve scheepvaart en van bewoning van de randen ervan. De monding lag toen nog noordelijk. De haakwallen zijn in verschillende fasen in zuidwaartse richting afgezet. De meest noordelijke haakwal (waarop 's-Gravenzande ligt) is in het midden van de 12e eeuw gevormd. De tweede haakwal is die van het Nieuwlandse duin en deze moet vóór 1242 zijn gevormd. De derde haakwal is die van het Staelduinse Bos, deze is te dateren vóór 1421. De vierde haakwal (De Haak) is gevormd tussen 1542 en 1611. Laatstgenoemde wal bevindt zich voornamelijk onder de dijk langs de Nieuwe Waterweg. In en na de Middeleeuwen zijn bedijkingen tot stand gekomen: De Bonnen, Oranjepolder en Buiten-Oranjepolder. Deze verlegde zich vanaf de Romeinse tijd zuidwaarts. Vanaf de Late Middeleeuwen zijn eventuele bewoningsresten in het plangebied vermoedelijk tot grote diepte geërodeerd door deze verlegging van de rivier. Het huidige landschap in het plangebied bestaat uit bedijkte kleigebieden en zogenaamde haakwallen: zandige strandafzettingen waarop duinvorming heeft plaatsgevonden.
Archeologische verwachting Vanwege de erosie is de archeologische waarde van het plangebied vermoedelijk gering, maar helemaal zeker is dit niet. Archeologische vindplaatsen zijn in het plangebied niet bekend. Het kan evenwel niet uitgesloten worden dat er zich in de ondergrond scheepsresten uit de Romeinse tijd, de Middeleeuwen of de Nieuwe tijd bevinden. Uit de periode na de vorming van de jonge strandafzettingen en bedijkingen kunnen bewoningssporen aangetroffen worden die met de exploitatie van het gebied in de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd te maken hebben. Aanbevelingen »
Waarde - Archeologie 1
Voor de niet opgehoogde delen van het plangebied (Waarde - Archeologie 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan 1 m beneden maaiveld. «
Waarde - Archeologie 2
Voor opgehoogde delen van het plangebied (Waarde - Archeologie 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan 3 m beneden maaiveld. «
Waarde - Archeologie 3
Het overige gebied betreft waterbodems (Waarde - Archeologie 3). Voor gebieden met water geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan de huidige onderwaterbodem.
36
Waarde Archeologe 1 Waarde Archeologe 2 |
| Waarde Archeologe i
CD plangebied Ū
aXhi
Figuur 3.4 Overzicht archeologische waarden
37
38
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Inleiding
In aansluiting op het beleidskader maakt dit bestemmingsplan ontwikkelingen in de Oranjebonnen mogelijk op het gebied van natuur en recreatie. Gezien de waarden en kwaliteiten van het plangebied, is ruimtelijke inpassing daarbij een belangrijke voorwaarde. In dit hoofdstuk worden de algemene opzet van het plan en de afzonderlijke ontwikkelingen uit het plangebied beschreven. Tot slot volgt uit de juridische planbeschrijving aan het eind van dit hoofdstuk hoe de ontwikkeling en bescherming van de polders gezamenlijk in de regels van het bestemmingsplan zijn vastgelegd.
4.2
Opzet van het plan
De opzet van dit plan is gebaseerd op drie pijlers, te weten de vigerende bestemmingsplannen voor het gebied, het Ontwikkelplan Oranjebonnen uit 2016 en de Landschapsvisie Oranjebonnen. De Landschapsvisie is een document dat parallel aan dit bestemmingsplan is opgesteld. Het overstijgt het niveau van de afzonderlijke ontwikkelingen in het gebied en legt de aandacht juist bij de kenmerkende kwaliteiten en structuren van het gebied. Het Ontwikkelplan Oranjebonnen is vooral bepalend voor de nieuwe ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Het Ontwikkelplan richt zich in hoofdzaak op de ontwikkeling van natuur en recreatie. In die lijn zijn er in de aanloop naar dit bestemmingsplan diverse projecten uitgewerkt, die aansluiten bij het streven van het Ontwikkelplan naar een gemengd gebied met ruimte voor natuur en recreatie. Deze ontwikkelingen zijn in het bestemmingsplan opgenomen en mogelijk gemaakt. Daar waar geen specifieke ontwikkeling beoogd wordt, of gewenste ontwikkelingen mogelijk nog onvoldoende zijn uitgewerkt, zijn de bestaande functies vastgelegd. Hiervoor dienen de vigerende bestemmingsplannen als basis.
4.3
Vergunde ontwikkelingen
Een aantal ontwikkelingen binnen het plangebied zijn in de periode voorafgaand aan het tot stand komen van dit bestemmingsplan al vergund. Deze ontwikkelingen zijn daarom overeenkomstig de verleende vergunning bestemd. Om een totaalbeeld te geven worden ze hieronder beschreven. Omdat ze al eerder vergund zijn worden ze in het kader van dit bestemmingsplan overigens niet meer als nieuwe ontwikkeling gezien. Ze maken om die reden ook geen onderdeel uit van de onderzoeken die in de volgende hoofdstukken aan de orde komen. «
Nieuwbouw Stoeterij Polderhaakweg 9
Aan de Polderhaakweg 9 is vergunning verleend voor nieuwbouw van een stoeterij voor circa 14 paarden. Het plan wordt gecombineerd met de aanleg van recreatieve mogelijkheden. Met de ontwikkeling van de stoeterij zijn onder andere stallen, een binnen- en buitenbak, weiland, paddocks en een longeercirkel nodig. Daarnaast komt op het terrein een bedrijfswoning, een bloemenweide, een informatiepunt nabij de uitlaat van de achterliggende polder en de bestaande watergang aan de oostzijde van het terrein wordt ingericht als recreatieve poel. De poel wordt met een steiger zodanig ingericht dat recreatief medegebruik van de Poel mogelijk wordt. Een inrichtingstekening is opgenomen in figuur 4.1.
39
Figuur 4.1 *
Inrichtingstekening stoeterij Haakweg 9
Realisatie windmolenpark Nieuwe Waterweg
Langs de Nieuwe Waterweg is vergunning verleend voor de realisatie van 8 windturbines, waarvan er 7 binnen de grenzen van dit plangebied liggen. Deze 7 turbines, tussen het Oranjekanaal en de Oranjeplassen, zijn in dit bestemmingsplan als zodanig bestemd. «
Bed ã Breakfast Bonnenweg 2
Op het adres Bonnenweg 2 is vergunning verleend voor de verbouwing van een voormalige, vervallen landbouwschuur tot horecagelegenheid van 343 m2 die plaats biedt aan maximaal 50 gasten voor lunch of diner. Tevens zal een gedeelte van de landbouwschuur geschikt worden gemaakt voor een kleinschalige logiesfunctie van maximaal tien slaapplaatsen. De gelegenheid kan tevens circa 25 keer per jaar gebruikt worden voor bijeenkomsten van persoonlijke aard, onder meer als trouwlocatie waarbij maximaal 200 gasten kunnen worden ontvangen.
40
4.4
Nieuwe ontwikkelingen
Naast ontwikkelingen die eerder al vergund zijn, worden er met dit bestemmingsplan ook diverse nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Aan de hand van de thema's natuur, recreatie, cultuur en landschap en duurzaamheid worden deze nieuwe ontwikkelingen besproken. Een algemeen overzicht van de ligging van deze ontwikkelingen is opgenomen in figuur 4.2.
Figuur 4.2 Ligging nieuwe ontwikkelingen binnen plangebied
4.4.1 »
Natuur
Natuur in de Bonnen (overzichtskaart: nummer 1)
De Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Het Zuid-Hollands Landschap en Natuurbegraven Nederland hebben gezamenlijk een plan uitgewerkt dat gericht is op de natuurontwikkeling in de Bonnenpolder. Het inrichtings- en beheerplan, waarin (de keuzes voor) de inrichting, de verschillende functies en de verschillende natuurtypen uitvoerig worden behandeld, is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. De drie organisaties zijn vanuit een gezamenlijke ambitie voor het gebied aan het ontwerpproces begonnen. De kiem van deze ambitie ligt in de wens die al járen leeft, niet alleen bij deze drie organisaties, om meer natuur in de provincie Zuid-Holland te realiseren. Velen zijn dan ook zuinig op de weinige stukjes groen in de omgeving van Hoek van Holland. Het Staelduinse Bos is één van die groene plekken. Het Zuid-Hollands Landschap, Natuurmonumenten en Natuurbegraven Nederland
41
willen samen in de naastgelegen Bonnenpolder van 128 ha landbouwgrond een vrij toegankelijk natuurgebied maken. Door de natuur van de Bonnenpolder te laten overvloeien in de natuur van het Staelduinse Bos, ontstaat meer ruimte voor planten en dieren in het gebied. Tegelijkertijd kunnen natuurliefhebbers heerlijk recreëren en genieten van de natuur. De polder wordt ingericht met een type natuur dat past bij de ontstaansgeschiedenis van de polder en aansluit op haar omgeving. In het ontwerp voor 128 ha toegankelijke natuur is op 30 ha daarvan tevens ruimte voor natuurbegraven. In een uitgebreid participatieproces is samen met de omgeving een passend ontwerp gemaakt waarin de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische structuren zo veel mogelijk behouden, versterkt of teruggebracht worden. Dit zijn bijvoorbeeld de dijk, de Rel, het Kerkepad en het oude verkavelingspatroon van de polder. Zo blijft het herkenbare karakter van de Bonnenpolder behouden en is het open en rijke polderlandschap voor toekomstige generaties veilig gesteld.
Ptang*b«ed D* Bomen Natuur met natuuŵegra .«n
Ruäċŕpäá Ŗomerwi|
Durttn Rel met
oever»
Sawmdtfi
Wandelpad Ftëŵpaíí
r o
AutolMC fctistraat Kneden- en faunen^ graetond Kneden* en fairuinfi* akker Vochbg hooifcnd Informate-eeremof»egetov»v Parkeren Hoeve Van Ripckevctaei
Figuur 4.3 Ontwerp Natuur in de Bonnen Inrichting op hoofdlijnen In het ontwerp staan het behoud van de karakteristieke openheid van het polderlandschap en de versterking van de natuurwaarden centraal. Het hele plangebied van circa 128 ha wordt omgevormd van agrarisch gebruik naar een natuurgebied dat voor een groot deel wordt ingericht als natuurgrasland en natuurakker. Ten noorden van de Bonnenweg zijn voornamelijk kruiden- en faunarijke graslanden en vochtige hooilanden gepland en ten zuiden van de Bonnenweg voornamelijk kruiden- en faunarijke akkers. Verder wordt het Staelduinse Bos uitgebreid door de strook aan de noordkant van het plangebied op te hogen waarop een duinbos zich kan ontwikkelen. De Rel, een historische kreek die door de polder loopt, wordt verbreed en krijgt natuurvriendelijke oevers en een gedeelte met moeras. De oude dijk rond de Lange Bonnen die al eeuwenlang op de kaart staat en die in de laatste decennia deels werd vergraven, wordt weer in zijn karakteristieke vorm hersteld en beheerd als bloemdijk. Aan de zuidzijde van het plangebied, parallel aan de Dwarshaak, onttrekt een bomenrij de nabije industrie en kassen aan het zicht. Vanaf de Dwarshaak blijft wel zicht op de Bonnenpolder bestaan. In het nieuwe bos en in een strook ten oosten van de Bonnendijk wordt ruimte geboden voor natuurbegraven. Het totale oppervlak natuurbegraven is 30 ha.
Tevens wordt een deel van de Bonnendijk en het Kerkepad hersteld. Ecologische meerwaarde De polder behoudt in dit plan zijn karakteristieke openheid en uitstraling. Door de Bonnenpolder te laten overvloeien in de natuur van het Staelduinse Bos, ontstaat meer ruimte voor planten en dieren in het gebied. De ecologische waarde van de Bonnen wordt vergroot door de omvorming van landbouw naar natuur. Na de inrichting van 128 ha nieuw natuurgebied wordt het natuurgebied 2,5 keer zo groot. Bij de natuurinrichting van de Bonnenpolder staan bevordering van de biodiversiteit en van het
42
landschappelijke open karakter voorop. Daartoe worden grote oppervlakten gerealiseerd met natuurgraslanden, natuurakkers en moerasvegetaties. Tegelijkertijd wordt in aansluiting op het Staelduinse Bos een duinbos aangelegd. De natuurinrichting van de Bonnenpolder in dit plan biedt de ruimte om de biodiversiteit te verbeteren door onder andere de inpassing van landschappelijke variatie in de Bonnenpolder en de realisatie van natuurvriendelijke oevers (moeras) langs de Rel. De variatie in de Bonnenpolder maakt het gebied aantrekkelijker voor diverse flora en fauna en de realisatie van moeras resulteert in de uitbreiding van waterberging binnen de Bonnenpolder en maakt het watersysteem van de Bonnenpolder robuuster. Recreatieve meerwaarde Het Staelduinse Bos is één van de weinige groengebieden in de omgeving en wordt dan ook drukbezocht. Door de Bonnenpolder te laten overvloeien in de natuur van het Staelduinse Bos, ontstaat er meer ruimte voor recreëren en genieten van de natuur. Het bestaande fietspad aan de zuidkant van het Staelduinse Bos wordt door de uitbreiding van het bos een fietspad door een open duinvallei. Verder worden in het nieuwe bos wandelpaden aangelegd. Daarnaast geven de initiatiefnemers ruimte om recreatieve routes te ontwikkelen, zoals twee nieuwe fietsontsluitingen.
De Bonnenweg biedt de mogelijkheid om door het hart van het plangebied een fietsroute te realiseren. Dit wordt een autoluwe fietsstraat, naast fietsers is de weg alleen toegankelijk voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer. Deze fietsroute kan aan de oostkant verbonden worden met de Oranjepolder en aan de westkant kan de verbinding naar het Nieuwlandse park verbeterd worden. Zo ontstaat er een aantrekkelijke fietsroute tussen Maassluis in Midden-Delfland en het strand van Hoek van Holland. Midden in het plangebied, aan de Bonnenweg 50, staat de Hoeve Rijckevorsel. Deze hoeve is gebouwd in traditionele wederopbouwarchitectuur. De hoeve is karakteristiek als een agrarisch bebouwingscomplex dat omkadert is door beplanting (groene kamer) De hoeve is mede waardevol door zijn markante ligging in het weidse polderlandschap. De hoeve blijft behouden door deze vanwege haar ligging in het polderlandschap, te benutten voor recreatieve functies die in balans zijn met de omgeving en die als trekpleister fungeren in het nieuw te ontwikkelen natuurgebied. Voorbeelden van functies die hierbij passen zijn een boerderij- of landwinkel, (dag)horeca functie voor bezoekers en wandelaars uit het gebied en een werkschuur voor beheer van het natuurgebied. Het erf (bestemmingsvlak) is 7.000 m2, waarvan 2.300 m2 is bebouwd. De omvang van de bebouwing zal worden teruggebracht naar 1.500 m2.
De bebouwing zal qua positie, schaal en vormgeving worden afgestemd op de oorspronkelijke bebouwing en het omringende polderlandschap. Met deze afname van 800 m2, en de toevoeging van de bebouwing voor het natuurbegraven van 650 m2 (zie volgend kopje), is er per saldo sprake van een afname van 150 m2. Het erf zal worden omringd door erfbeplanting in de vorm van windsingels. De parkeervoorziening (20 plekken) wordt uit het zicht gerealiseerd op het erf. Natuurbegraven Een gedeelte van het nieuwe natuurgebied krijgt een bijzondere, extra functie: de mogelijkheid om in die natuur een laatste rustplaats te krijgen. Rondom de natuurbegraafplaats worden piëteitszones ingericht, die als doel hebben om het directe zicht vanaf de openbare weg/de recreatiestructuren te ontnemen en te borgen dat natuurbegraven binnen een intieme sfeer kan plaatsvinden. Bij deze functie wordt ook een gebouw opgericht voor het houden van ceremonies, het bieden van informatie over natuurbegraven en voor een beheerruimte van waaruit gewerkt kan worden aan het natuurbeheer. Dit gebouw wordt in het nieuwe duinbos in de noordwestkant van de Bonnenpolder gerealiseerd. In dit duinbos wordt ook een parkeergelegenheid aangelegd. Net als het overige deel van het natuurgebied is de natuurbegraafplaats vrij toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang.
De gekozen locaties voor natuurbegraven en parkeren scoren in het gebiedsproces het beste vanwege de ontsluiting (minste overlast voor bewoners van verkeer en parkeren), de uitbreiding van het Staelduinse Bos en de ligging achter de dijk vanaf de Dwarshaak gezien. Het gebouw dat bij deze functie wordt gerealiseerd moet een directe verbinding vormen met de natuur. Rust, sereniteit en natuur is de beleving die de bezoeker moet krijgen. De omringende natuur moet ook vanuit het gebouw beleefbaar zijn. Het gebouw ligt in het duinbos en onderbreekt de strakke rand tussen het open polderlandschap en het duinbos niet. Vanaf de Bonnenweg is het gebouw niet zichtbaar.
43
De uitstraling van het gebouw, de positie, het kleurgebruik, de vormgeving en het materiaalgebruik zal passen bij het omringende landschap en de lokale cultuur. Het is wenselijk dat het te realiseren gebouw natuurlijk, duurzaam en van tijdelijke aard is. Het gebouw moet uitnodigen tot een bezoek en zich openen naar de omringende natuur. Het gebouw zal een sobere en eenvoudige uitstraling hebben. De gebouwtypologie is 'landelijk', en gaat op in de omgeving, is neutraal en mooi in eenvoud. Om te voorzien aan de behoefte van openheid naar de natuur zal de schil van het gebouw meer transparant worden uitgevoerd. Het gebouw vraagt om een bouwvlak van 900 m2. Deze omvang is gebaseerd op de voorzieningen die in dit gebouw gerealiseerd moeten worden: * * * *
informatiecentrum met ontvangstruimte, spreekkamers, pantry; ceremoniecentrum (voor circa 80-100 personen) met ontvangstruimte, garderobe, ceremonieruimte, koffieruimte en keuken; beheerderschuur; facilitaire voorzieningen (toiletten, tochtsluis, installatieruimte, back office).
Een exact ontwerp van het ceremoniegebouw wordt nog uitgewerkt en zal moeten passen binnen de kaders van dit bestemmingsplan. Die bestaan onder meer uit een bestemmingsvlak van 900 m2, dat tevens volledig is aangemerkt als bouwvlak. Voor het hoofdgebouw geldt een maximum goothoogte van 4,5 m en een maximum bouwhoogte van 8 m. Er wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzame technieken en materialen. Na beëindiging van de functie natuurbegraven zal het gebouw worden afgebroken en de materialen worden zoveel mogelijk hergebruikt. *
Herstel waterlopen en aanleg van natuurvriendelijke oevers (overzichtskaart: nummer 7)
De Rel en het Oranjekanaal zijn belangrijke structuurdragers van het plangebied. De natuurlijke loop van De Rel is niet overal meer aanwezig of herkenbaar of is op delen smaller dan oorspronkelijk. Met dit bestemmingsplan wordt de ruimte geboden om deze waterstructuren waar nodig te herstellen of te verbreden. Figuur 4.4 geeft een overzicht van de ingrepen die worden beoogd op dit gebied.
StaeKfuinse Bos
sloten oude waterioop inlet meer zichtbaar) natuurunendrtļKe OĆVífi
’J
Oianjoplassen
rfcant punt
Figuur 4.4 Herstel waterlopen en aanleg natuurvriendelÿke oevers
44
Daarnaast is ook gezocht naar mogelijkheden om natuurvriendelijke oevers aan te leggen. In de Bonnenpolder maken deze onderdeel uit van het inrichtingsplan van de natuurontwikkeling dat hiervoor al is behandeld. In de Oranjebultenpolder heeft het Hoogheemraadschap van Delfland de volgende locaties in beeld voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers (nvo). 1. Locatie Brede Oude Spui In het brede deel van de Oude Spui is ruimte om een nvo aan te leggen. Hoewel de beperkte lengte van deze nvo, vormt deze locatie een aantrekkelijke locatie voor vis de (luwe) Oude Spui in te zwemmen. 2. Locatie insteekwateren Op de locatie ten zuidwesten van de Oude Spui waar de Oude Spuidijk wordt terug gebracht, worden lange met elkaar verbonden watergangen gerealiseerd met nvo's aan weerszijden. De insteekwateren vormen rechte lijnen conform de historische rechte watergangen in de rest van de polder, maar binnen die rechte lijnen kan breedtevariatie aangebracht worden. Deze nieuwe waterpartij met nvo's heeft twee open verbindingen met de Oude Spui zodat voorkomen wordt dat er een te groot deel stilstaand water komt. Tevens wordt door de oostelijke open verbinding van de waterpartij met de Oude Spui de afstand tot de nvo op locatie 3 makkelijke te overbruggen voor verschillende faunasoorten.
Een deel van de grond die vrijkomt bij het graven van de insteekwateren kan worden gebruikt voor het herstel van de Oude Spuidijk of voor ophoging van de randen van het 'zonnepanelenplateau' dat ter plaatse van het slibdepot ten zuiden van ons plangebied ontwikkeld wordt. 3. Locatie Optimalisatie huidige nvo De huidige nvo langs de Oude Spui (aan de noordoostzijde) is in een slechte staat in het kader van natte ecologie. De oever is deels verland en afgekalfd en bevat weinig diverse (onder)watervegetatie. Deze nvo biedt echter mogelijkheden om na optimalisatie van het onderwaterdeel van de oever een ecologische meerwaarde op te leveren (als aanvulling op de rest van het projectgebied). Hiermee wordt invulling gegeven aan de volgende belofte die Hoogheemraadschap van Delfland aan Europa heeft gemaakt: 'Het ecologisch beheer van aangrenzende (natuurterreinen en het beheer van de watergangen worden op elkaar afgestemd. Dit komt de ecologische toestand van de KRW-waterlichamen ten goede. De afstemming over de inrichtingsmaatregelen zal het aantal doelsoorten voor waterplanten vergroten en een beter habitat creëren voor vissen en macrofauna.' De drie betreffende locaties zijn ook weergeven in figuur 4.5.
Figuur 4.5 Locaties aanleg natuurvriendelijke oevers Hoogheemraadschap van Delfland
45
4.4.2 »
Recreatie
Voedselbos en outdooractiviteiten (overzichtskaart: nummer 5)
Tussen de Spuidijk en de Oranjedijk wordt de ontwikkeling beoogd van een voedselbos en outdooractiviteiten. Het voedselbos zal een combinatie omvatten van voedselproductie met educatie en recreatie. Uitgangspunt voor het voedselbos is een duurzame voedselproductie, waarbij de natuur zoveel mogelijk zelf het werk doet. Daarbij kan gedacht worden aan hergebruik van zaden, aantrekken van bijen die zorgen voor bestuiving en bevruchting en gebruik van eigen compost. De doelstelling is om met inzet van dergelijke maatregelen circulair te produceren. Bewustwording, over voedselproductie, ecosystemen en onze rol daarin als mens, speelt een grote rol bij het voedselbos. Deze bewustwording wordt gecreëerd door bij het voedselbos ook vormen van educatie en recreatie te realiseren. Te denken valt aan workshops, maar ook aan kleinschalige recreatie zoals een zintuigenpad, een theetuin als ondersteunende horeca, picknickplekken, wandelroutes en kampeer/overnachtingsmogelijkheden. Het terrein kan verder eveneens voor outdoor-acitiviteiten worden benut. Beide functies kunnen plaatsvinden vanuit een multifunctioneel gebouw, dat samen met de bedrijfswoning en een schuur c.q. werkplaats is gepositioneerd aan de zuidzijde van het terrein. Nabij deze bebouwing worden ook de camperplaatsen ingericht. Voor de verblijfsrecreatie worden ook verblijfsaccomodaties gerealiseerd.
Deze krijgen een beperkte omvang (max. 30 m2) en kunnen verspreid over het terrein gesitueerd worden. Het geheel wordt vervolgens omlijst door een stevige, groene inpassing rondom. De beschreven opzet van het terrein is tevens weergegeven in figuur 4.6.
o' «.O
\ X
•x X
Figuur 4.6 Voedselbos en outdooractiviteiten »
Mountainbikeparcours (overzichtskaart: nummer 4)
Langs het Oranjekanaal, in de zuidwesthoek van de Oranjebuitenpolder, wordt een zonnepark aangelegd in combinatie met ecologische waarden en recreatieve mogelijkheden. Dit bestaat onder
46
andere uit wandelmogelijkheden, maar door dit gebied wordt eveneens een mountainbikeparcours aangelegd. Meer over de manier waarop deze functies gecombineerd gerealiseerd, ontworpen en ingepast worden volgt in paragraaf 4.4.4 bij de behandeling van het zonnepark.
4.4.3 *
Cultuur en landschap
Dijkbehoud en -herstel
Uit de cultuurhistorische verkenning blijkt de waardering van de oorspronkelijke dijkstructuren in het plangebied. Deels zijn deze dijklichamen nog aanwezig, maar op onderdelen zijn deze niet meer als zodanig herkenbaar. Het streven is om de nog aanwezige onderdelen te behouden, de ontbrekende onderdelen te herstellen en de structuur beter herkenbaar te maken. De structuren en beoogde ingrepen zijn weergegeven in figuur 4.7.
Staelduinse Bos
4 V
7 «V
wllgenrlj dcge Domenri)
cultuurhistorische dijken
voormalige dijk (met meer zìchtbaarl binnendijk wsterkerende dijk
Figuur 4.7 Dijkstructuur en -herstel *
Bunkers
In de Oranjebonnen zijn meerdere bunkers aanwezig die deel uitmaakten van de zogenoemde Atlantikwall. De ligging en waardering hiervan komt naar voren in de cultuurhistorische verkenning. In de planregels worden deze bunkers beschermd tegen ingrepen die deze cultuurhistorische waarde aan kunnen tasten. *
Sanering glastuinbouw (overzichtskaart: nummer 3 en 6)
In zowel de Oranjebuitenpolder als de Bonnenpolder wordt een bestaande glastuinbouwlocatie gesaneerd. Met deze twee locaties, respectievelijk aan de Polderhaakweg 15 en aan de Bonnenweg
47
30, gaat het in totaal om circa 2,5 ha glas dat wordt gesaneerd. Door de omvang en locatie van beide glastuinbouwbedrijven vormt deze sanering een bijdrage aan het herstel van landschappelijke waarden als openheid en verkavelingspatronen. Met de sanering van het glas is de ontwikkeling van enkele compensatiewoningen gemoeid. Een dergelijke ontwikkeling komt vaker voor om overeenstemming te bereiken over het saneren van het glas. Daarbij is het cruciaal dat de nieuw te realiseren woningen op passende wijze in de omgeving worden vormgegeven. Voor de Polderhaakweg 15 geldt dat het om een ontwikkeling van 5 woningen gaat, naast het behoud van de huidige bedrijfswoning die na de sanering als burgerwoning zal blijven bestaan. De locatie ligt ingesloten tussen de vergunde stoeterij (zie paragraaf 4.3) en de bedrijfsbebouwing van een agrarisch bedrijf. Hierdoor wordt de landschappelijke winst vooral behaald op het achterste deel, waar de huidige kassen tot voorbij de naastgelegen bebouwing reiken. Daar bevinden zich ook de bijbehorende voorzieningen, zoals het waterbassin. De ruimte voor de compensatiewoningen concentreert zich daarom op de voorste helft van het huidige bedrijfscomplex. Binnen deze kaders is nog geen exacte positionering van de woningen vastgelegd. Deze kunnen in de gedachte van een boerenerf vrij worden gesitueerd. Figuur 4.8 geeft hier een mogelijke indicatie voor.
Daaruit blijkt tevens de openheid die op het achterste deel van het huidige bedrijfscomplex ontstaat.
bebouwingsvlak gebruikstuin
natuurvriendelijke oeverzone
/o ?o so 40 Som
Figuur 4.8 Inrichtingsschets Polderhaakweg 15 Aan de Bonnenweg 30 blijft de huidige bedrijfswoning eveneens als burgerwoning behouden en daarnaast wordt ruimte geboden voor de ontwikkeling van 2 nieuwe woningen. De kassen die hier momenteel zijn gesitueerd, reiken tot aan het achterliggende glastuinbouwgebied aan de Dwarshaak, en zorgen daarmee voor een volledige visuele afsluiting vanaf diezelfde Dwarshaak richting de Bonnenweg en De Rel. Het saneren van het glastuinbouwbedrijf vormt daarom en belangrijke bijdrage aan het herstel van de openheid van het gebied. Om diezelfde reden wordt de ruimte voor de ontwikkeling van de twee nieuwe woningen niet in de diepte van het perceel gezocht, maar worden deze naast de bestaande woning langs de Bonnenweg gesitueerd. Ook hier geldt dat een exacte inrichting nog niet vast ligt, maar dat door middel van een bouwvlak de speelruimte is bepaald waar deze twee woningen gerealiseerd kunnen worden. De begrenzing van dit vlak is samen met een mogelijke inrichtingsschets weergegeven in figuur 4.9.
48
Z
ŵ
Figuur 4.9 Inrichtingsschets Bonnenweg 30 *
Legalisatie en inpassing bedrijfslocatie Haakweg 40 (overzichtskaart: nummer 2)
Aan de Haakweg 40 is een kassensloopbedrijf aanwezig dat ook beschikt over een vergunning om hier gevestigd te zijn. De feitelijk aanwezige bebouwing wijkt echter af van die vergunning. Tussen de gemeente en het bedrijf vindt afstemming plaats om de feítelijke situatie alsnog te vergunnen, waarbij ook voorwaarden worden gesteld op het gebied van landschappelijke inpassing rondom het bedrijf. Door toepassing hiervan, vindt landschappelijke kwaliteitsverbetering plaats.
4.4.4 «
Duurzaamheid
Zonnepark (overzichtskaart: nummer 4)
In de Oranjebuitenpolder wordt langs het Oranjekanaal een zonnepark mogelijk gemaakt op het voormalige slibdepot. Dit sluit aan bij het programma Duurzaam Plus waarin Hoek van Holland is aangewezen als locatie voor grootschalige opwekking van zonne-energie. Dit voormalige slibdepot vormt een saneringslocatie, waar door middel van het zonnepark in combinatie met recreatieve mogelijkheden een nieuwe functie aan wordt toegewezen. Voor de locatie is een analyse uitgevoerd om te komen tot een passend ontwerp in de omgeving. De principes die uit deze analyse volgen zijn weergegeven op figuur 4.10. Hieruit blijkt dat er aandacht is voor het ontwerp van de randen, om daarmee het zicht op en de beleving van het zonneveld passend vorm te geven. Ook is er ruimte voor ecologie en recreatie, dit laatste in de vorm van een mountainbikeparcours.
49
Het zonnepark van 25 ha levert een bijdrage van circa 25 MW, wat een belangrijke bijdrage is om in 2022 het aandeel zonne-energie naar 150 MW te brengen en in 2030 uiteindelijk tot 750 MW.
Fase 1: zones tbv mountainbike liggen rondom Oranjekanaal, langs het spoor en op diverse randen van het toekomstige zonneveld
Fase 2: zones tbv mountainbike Fase 3: zones tbv mountainbike liggen na aanleg van het zonneveld rondom het Oranjekanaal en liggen na aanleg van het zonneveld en de inrichting van het sliplangs het spoor. De randen van het zonneveld worden getransfor- depot tot Zonnepark rondom het Oranjekanaal en langs het spoor. meerd naar talud met struinpaden voor voetgangers. Het talud sluit Het Zonnepark biedt ruimte voor recreatie, kunst en ecologie, aan op de bestaande hellingen van het slipdepot.
Figuur 4.10 Inpassing zonneveld In het verder uitgewerkt ontwerp, zijn de volgende elementen opgenomen die de inpassing van het zonneveld in de omgeving versterken: *
* *
*
*
aan de hoofdroutes voor fietsen langs en wandelen door het zonneveld komen een kunstuiting, een informatiepunt over het 'nieuwe energielandschap' en een 'informatief zonneveld'. Dit maakt deel uit van een brede natuur- en recreatiezone langs het Oranjekanaal. de randen van het zonneveld krijgen dijkjes met wandelpaden en deels een mountainbikeroute op de helling. Er komen brede stroken bloemrijk grasland aan de randen van het zonneveld. door het zonneveld heen komen wandelpaden op dijkjes die aansluiten op landschappelijke structuren in de omgeving, zodat het veld geen obstakel vormt binnen het hele gebied. Men kan vanaf de verhoogde paden het zonneveld beleven. Door het zonneveld ruimtelijk te geleden in kleinere velden, wordt het visueel aantrekkelijker. de zonnepanelen krijgen een zuid-opstelling met ruimte tussen de zonnepanelen. Hierdoor komt er bloemrijk grasland ten behoeve van de biodiversiteit en krijgt het zonneveld een 'groenere' uitstraling. Ook de dijkjes met paden door het zonneveld dragen bij aan de biodiversiteit. alle paden en groenzones zijn openbaar toegankelijk.
Een overzichtstekening van deze inrichting is opgenomen in figuur 4.11.
50
recrwtef graaiarw ũNjKjes icomDi met laidinger-trace) natte natuurzone aïtenaleí, bloamrijK grsBland zonnepanelen in řuid-opetelling
^ watervogels
ř -v
InformaÜafveW
^ vtepaalpleh
zonneveld
© wwűotcsh*
© patkeergelagenheld
mrcima'iepunt
O SïŭSaîî*
Q strain p*lsn IT'S rroun'alnDiKe
v
.
Figuur 4.11
Inrichting zonneveld en recreatiemogelijkheden
4.5
Juridische plan beschrijving
4.5.1
Systematiek
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen.
4.5.2
Verbeelding
Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de combinatie van verbeelding en regels. De verbeelding is digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl en dient ten minste te bestaan uit een gebiedsdekkende laag met enkelbestemmingen. Daarnaast zijn aanvullende regeling vastgelegd via onder andere dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen. De (dubbel)bestemmingente en (gebieds)aanduidingen op de verbeelding verwijzen naar corresponderende artikelen van de planregels, waarin specifiek is vastgelegd welke regels er ter plaatse gelden ten aanzien van met name het gebruik en het bebouwen van gronden.
51
4.5.3
Regels
Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde: * » » «
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Slotregels.
Op basis van deze volgorde zijn hierna de verschillende artikelen van het bestemmingsplan nader toegelicht.
Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen, moeten worden gemeten.
Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch De agrarische bestemming is opgenomen voor de agrarische bedrijven en de agrarische gronden binnen het plangebied. De regeling richt zich op concentratie van bebouwing binnen de bouwvlakken voor de verschillende agrarische bedrijfscomplexen aan de Polderhaakweg. Buiten deze bouwvlakken zijn enkel hekwerken toegestaan. Bestaande bouwwerken die al buiten deze bouwvlakken aanwezig zijn, zoals een enkele paardenstal en verschillende paardenbakken zijn met een specifieke aanduiding aangegeven op de verbeelding. Via een afwijkingsbevoegdheid kan in specifieke gevallen alsnog bebouwing buiten het bouwvlak worden toegestaan, uitsluitend in de vorm van kleinschalige, agrarische bebouwing zoals schuilstallen. Deze bebouwing is aan maximum maatvoeringen gebonden en bij het voeren van de benodigde afwijkingsbevoegdheid zijn de (agrarische) noodzaak en de landschappelijke inpassing belangrijke afwegingscriteria. Ten aanzien van het gebruik is de bestemming in essentie gericht op agrarische bedrijven in de vorm van akkerbouw en/of vollegrondstuinbouw. Voor het veehouderijbedrijf aan het Bonnenpad, waarvan het bedrijfscomplex buiten het plangebied en ook buiten de gemeentegrens ligt, zijn de bijbehorende gronden die binnen het plangebied liggen specifiek aangeduid om hier bij veehouderij specifiek mogelijk te maken.