21bb6300 Bijlage 1 behorende bij 21bb6299 over Jaarverslag BOOR 2020
Tekst van het document
Om de stabiliteit en de samenwerking binnen het onderwijsveld te vergroten en/of de onderwijshuisvestingsmiddelen efficiënter in te zetten, committeren de schoolbesturen zich aan afspraken over maximale capaciteit en leerlingaantallen. De komende jaren zal uitvoering gegeven worden aan de afspraken. De afspraken hebben een looptijd van 10 jaar; waarbij herijking van de afspraken plaatsvindt na 5 jaar.
47
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Voor de sector bao hebben zich in 2020 een aantal ontwikkelingen voorgedaan in dit kader. • Babylon in het centrum van de stad is per 1 augustus 2020 overgegaan naar Kind en Onderwijs. Na goedkeuring van de minister hebben wij het brinnummer overgedragen. • In juni 2020 hebben wij, na een positief advies van B&W van Rotterdam, besloten de Kubus en de Groene Palm te fuseren tot Kindcentrum IJsselmonde. • Per 1 augustus 2020 heeft Kind en Onderwijs hun school COS de Wereld in Blijdorp gesloten. Een deel van de leerlingen is overgegaan naar de Margriet. De school heeft ook het gebouw van COS de Wereld in gebruik genomen. • Per 1 augustus 2020 is de nevenvestiging van de Wilgenstam in Schiebroek gesloten. • In juli 2020 hebben wij het definitief besluit genomen de Meridiaan in Prins Alexander te sluiten per 1 augustus 2021. • We zijn voornemens Pierre Bayle en Vier Leeuwen per 1 augustus 2022 te fuseren. In november hebben we een voorgenomen besluit genomen tot deze fusie. Als beide medezeggenschapsraden instemmen met dit voornemen, volgt begin 2021 een definitief besluit. • In november is het voorgenomen besluit genomen Andries van der Vlerk te sluiten. In januari 2021 is het definitief besluit genomen de school per 1 augustus 2021 te sluiten.
Doel 14 – Verbetering ICT De ICT-voorzieningen op veel scholen zijn verouderd en niet meer van afdoende kwaliteit. Er is daarom een ICT verbeterplan opgesteld. De zes programmalijnen uit het plan leiden ertoe dat in 2023 de voorzieningen, de vaardigheden van medewerkers en de ICT-dienstverlening het proces op de scholen toereikend ondersteunen. De doelen voor kalenderjaar 2020 zijn: a. De eerste scholen werken op de centraal beheerde infrastructuur en er ligt een planning voor de migratie van alle overige scholen. b. Een volledig operationele en bemenste skilled ICT servicedesk draait.
ICT verbeterplan Sinds 2019 werken we aan een ICT verbeterplan. Dit plan bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Veilig en stabiel Wifi-netwerk 2. Veilige Internetverbinding 3. Beheerde en eenvoudige toegang tot systemen en informatie 4. Stabiele en veilige Digitale Werkomgeving in de Cloud (DWO) 5. Passende Digitale Leeromgeving (DLO) 6. Centrale ICT Servicedesk In 2020 is de implementatie van de verschillende programmaonderdelen gestart en zijn goede resultaten bereikt. Hoewel het programma vertraging heeft opgelopen door de coronacrisis, wordt nog steeds vastgehouden aan het doel om het programma in 2023 volledig te realiseren. Op de eerste scholen is het centraal beheerde Wifi-netwerk aangelegd. De gemigreerde scholen zijn positief over het verloop van de invoering en over het gebruik van dit netwerk. Eind 2022 beschikken alle scholen over een goede Wifi-infrastructuur. De aanbesteding en voorbereidingen voor het Veilig Internet zijn grotendeels voltooid waardoor de scholen in 2021 aangesloten worden. Door middel van een centraal beheerd systeem worden automatisch gebruikeraccounts aangepast na een mutatie in het centrale personeelssysteem (onder andere in- en uitdiensttredingen). Zo kunnen inloggegevens en digitale toegangsrechten veilig worden uitgegeven en ingetrokken. De komende jaren worden de belangrijkste applicaties hierop aangesloten. 48
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Een eerste groep medewerkers is overgezet naar een nieuwe digitale werkomgeving. In het eerste kwartaal van 2021 wordt dit verder afgerond. Daarna worden de eerste scholen overgezet. In 2021 wordt het ontwerp van de Digitale Leeromgeving gefinaliseerd. Eind 2023 zijn alle po-scholen aangesloten op de centrale werk- en leeromgeving, waarbij differentiatie mogelijk blijft voor de keuze in het gebruik van verschillende digitale leermiddelen.
ICT Servicedesk De centraal beheerde ICT-omgeving wordt beheerd en ondersteund door de centrale Servicedesk. De Servicedesk is inmiddels operationeel, grotendeels bemenst en werkt aan een verdere professionalisering van haar ondersteunende diensten.
Digitale geletterdheid De afdelingen Onderwijskwaliteit, HR en ICT hebben in consulatie met de bovenschoolse directie gewerkt aan een plan om de ICT-vakbekwaamheid van het onderwijzend personeel te meten, verbeteren en continu borgen. Dit plan wordt begin 2021 verder uitgewerkt, afgestemd en uitgevoerd.
ICT tijdens de coronacrisis Na de eerste sluiting hebben veel scholen verkend om hoe met behulp van digitale middelen in onderwijs op afstand kon worden voorzien. Dit is door de scholen verschillend opgepakt. De donatie van 2600 Chromebooks, die binnen korte tijd zijn ingericht en ingezet bij de kinderen thuis, heeft zeker een grote bijdrage geleverd aan het kunnen bieden van digitaal onderwijs en contact. Door de opgedane ervaringen, kennis, de Chromebooks en het beschikbaar hebben van andere digitale middelen zoals webcams en Teams-omgeving, heeft bij de tweede sluiting tot aanzienlijk minder ‘digitale uitdagingen’ geleid.
SIVON BOOR participeert in SIVON, een coöperatie van schoolbesturen in primair en voortgezet onderwijs. SIVON ontwikkelt, innoveert en exploiteert samen met schoolbesturen een stabiele ict-infrastructuur en organiseert vraagbundeling, samenwerking en kennisuitwisseling voor de aangesloten schoolbesturen. Doordat kennis en expertise beter worden georganiseerd, tijd en geld beschikbaar komt bij scholen en de markt beter wordt bevraagd, ontstaat er ruimte voor innovatie. De toegevoegde waarde voor leden staat daarbij centraal. SIVON zorgt ervoor dat leerlingen, leraren en overig onderwijspersoneel onder gunstige voorwaarden kunnen beschikken over adequate ICT-voorzieningen voor onderwijs en talentontwikkeling, in nationale en internationale samenwerking.
2.3.2 Verantwoording maatschappelijke thema’s Duurzaamheid & maatschappelijk verantwoord ondernemen In 2019 is het inkoopkader geschreven en vastgesteld. In het inkoopkader is zowel over duurzaamheid als over maatschappelijk verantwoorde inkoop een passage opgenomen. Bij nieuwbouw en renovatie is door gemeente en schoolbesturen een Rotterdamse ambitie opgenomen. Alle nieuwe of gerenoveerde scholen moeten voldoen aan frisse scholen klasse B en BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Ook zijn duurzaamheidsmaatregelen opgenomen in het MJOP waardoor wij op natuurlijke vervangingsmomenten de schoolgebouwen duurzamer maken. Verder ontwikkelen we in samenwerking met energiecoöperaties de zogenaamde postcoderozen waarbij het dak van de school wordt uitgevoerd met zonnepanelen. Het eerste zonnedak van BOOR is op deze wijze uitgevoerd bij de obs De Margriet aan de Nolensstraat.
49
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Corona – ventilatie In het afgelopen jaar is er door corona extra aandacht gekomen voor de ventilatie van schoolgebouwen. Over het algemeen, en dat is een landelijk beeld, is het binnenklimaat van onderwijsgebouwen onder de maat. In augustus 2020 heeft minister Slob het LCVS (Landelijk Coördinatieteam voor Ventilatie op Scholen) ingesteld. Door dit team werd een inventarisatie gevraagd op de normen voor ventileren uit het bouwbesluit en de strengere GGD-norm. Al onze 122 schoolgebouwen voldoen aan het bouwbesluit en 70 daarvan ook aan de GGD-norm. Met behulp van CO₂-meters zijn steekproeven uitgevoerd waardoor gerichte ventilatieadviezen per school konden worden gegeven. Binnen onze scholen wordt goed geventileerd. Meestal gebeurt dit via te openen ramen. Hierdoor ontstaan er wel koudeklachten. Voor de verbetering van het binnenklimaat zijn grote investeringen noodzakelijk. De Rijksoverheid heeft subsidie beschikbaar gesteld (met een eigen bijdrage van 70%) en de gezamenlijke schoolbesturen hebben samen met de gemeente Rotterdam een aanvraag in voorbereiding.
Inkoop In ons inkoopkader is beschreven dat BOOR werkt met 8 ZOE (Zelfstandig Operationele Eenheden). Deze eenheden worden ondersteund door de afdeling Inkoop. Drie keer per jaar wordt er een spendanalyse gemaakt per ZOE en voor de gehele organisatie. In die analyse wordt het percentage onrechtmatigheid voor Europese aanbestedingen in beeld gebracht. Op de inkooppakketten waar de uitgaven het grootst zijn, werd als eerste een aanbesteding georganiseerd. Zo zijn er in 2019 en 2020 contracten aanbesteed op hardware ICT, inventaris en meubilair, digiborden en inhuur van tijdelijk personeel. Deze laatste is een bijzondere samenwerking geweest. Deze is gezamenlijk met 26 andere schoolbesturen uit Rotterdam en Den Haag aanbesteed. De samenwerking is gestart op 1 maart 2021.
Privacy- en informatiebeveiliging Sinds de ingangsdatum van de AVG op 25 mei 2018 is privacy- en informatiebeveiliging binnen BOOR opgepakt als project. De basis rondom het beleid is op orde. Er is een portefeuillehouder, een functionaris gegevensbescherming (FG), een Privacy Officer en een stuurgroep AVG. We willen de huidige aandacht voor privacy en gegevensbescherming waarborgen door deze in de organisatie te verankeren. Uitgangspunt is dat we compliant willen zijn aan de AVG-wetgeving. De meest noodzakelijke zaken zijn door de stuurgroep AVG uitgewerkt, zoals: privacybeleid, verwerkingsregister en datalekregister, verwerkersovereenkomsten, procedure autorisatie en logging, toestemmingsformulieren, geheimhoudingsverklaringen, procedure rechten van betrokkenen en een modeltekst ‘privacy’ voor de schoolgidsen. 2021 is het zaak om te zorgen dat deze zaken beklijven en geborgd worden in de organisatie. De Privacy Officer dient daarbij de drijvende kracht te zijn op centraal niveau, en de privacy-ambassadeurs op schoolniveau. Zij behoeven ondersteuning van onder meer de portefeuillehouder, de FG en de stuurgroep AVG. Sinds 1 februari 2020 is de functie van FG belegd bij een externe partij. Op verzoek van de stuurgroep AVG heeft deze een inschatting gemaakt van het huidige AVG-volwassenheidsniveau en opgetekend in een tussenverslag 2020.
De bevindingen zijn besproken in de auditcommissie die de voortgang monitort. Privacy Officer Om de privacy-volwassenheid verder te brengen hebben we geïnvesteerd in een dedicated opgestelde Privacy Officer en een externe FG. Onder aansturing van de Privacy Officer wordt in samenwerking met het juridisch team van BOOR Services de security-awareness verder ontwikkeld binnen de organisatie, waarbij ook aandacht wordt gegeven aan de rolinvulling en kennisdeling van de groep privacy-ambassadeurs op de scholen.
50
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Daarnaast is ook het actueel houden van de in 2018 opgestelde verwerkingsregisters een speerpunt. Als hulpmiddel hiervoor heeft BOOR de app ‘Your Safety Net’ aangeschaft en meegewerkt om deze onderwijsspecifiek te maken. Hierdoor worden de scholen ontzorgd met betrekking tot overzichten, procedures en een kennisbank gekoppeld aan ons intranet. De volgende stap is de doorontwikkeling van het risicomanagement de implementatie van data protection impact assessment, zowel op school- als stichtingsniveau. In 2020 is hier een start mee gemaakt. Onderdeel van de vervolgaanpak is het structureel inrichten van het nascholingsprogramma AVG voor privacy-ambassadeurs en medewerkers van BOOR Services door e-learning en het inrichten van structurele bijeenkomsten. In 2020 is de procedure meldplicht datalekken herzien met een centrale rol voor de Privacy Officer, vanwege risico dat datalekken mogelijk onvoldoende (snel) herkend worden. Om dit risico te verkleinen zullen we hier in de training en voorlichting aan de privacy-ambassadeurs en de medewerkers van BOOR Services expliciet aandacht aan besteden. Security review De security review in 2020 bij de vo-scholen en BOOR Services en de managementletter van 2020 hebben geleid tot een verbeterplan met betrekking tot informatiebeveiliging. In 2021 wordt het informatiebeveiligings- en privacybeleid herzien.
Hierin wordt beschreven hoe we informatiebeveiliging en privacy binnen onze stichting continu blijven borgen en welke maatregelen nodig zijn om risico’s te beperken. In 2021 voeren we de belangrijkste maatregelen verder in en organiseren we de organisatie zodat zij deze PDCA-cyclus periodiek kan doorlopen. De maatregelen bestaan niet alleen uit technische aspecten zoals het verbeteren van verificaties en autorisaties en het loggen en monitoren van potentiële gevaren, maar ook het continu activeren van bewustwording over informatiebeveiliging en privacy onder alle betrokkenen binnen onze stichting.
2.3.3 Toekomstige ontwikkelingen Vastgoed De vastgoedportefeuille van BOOR is grofweg in drieën te verdelen. • Een deel wat in de komende periode van 5 tot 10 jaar wordt vervangen. • Een deel wat in redelijke staat verkeert, een goed binnenklimaat heeft en met eenvoudige aanpassingen duurzaam kan worden. • Een deel wat in redelijke staat verkeert, een slecht binnenklimaat heeft en alleen duurzamer kan worden met grootschalige investeringen duurzaam kan worden. Voor de laatste categorie gebouwen verwachten we strenge eisen van overheidswege op ventilatienormen en duurzaamheid waardoor er extra zal moeten worden geïnvesteerd.
ICT Naast de snelheid in ontwikkelingen, de groei in mogelijkheden, de hoge verwachtingen en toenemende risico’s, heeft ook de coronacrisis het belang van een moderne en veilige ICT-omgeving, digitale middelen en ICT-bekwaamheid onderstreept. De komende jaren is het dan ook noodzaak om hier voldoende aandacht, tijd en middelen voor vrij te maken om dit naar een hoger niveau te brengen en op niveau te houden. Door meer kaderstelling en meer centrale regievoering willen we de individuele scholen ontzorgen bij de keuzes op ICT-gebied.
51
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
2.4
Financieel beleid
2.4.1. Doelen en resultaten in 2020 Weerstandsvermogen en het stroomlijnen van de financiële organisatie zijn belangrijke onderwerpen binnen het financiële beleid van Stichting BOOR. Daarom zijn daar specifieke doelstellingen voor geformuleerd.
Doel: In een integrale notitie weerstandsvermogen wordt de manier waarop we bij BOOR omgaan met het weerstandsvermogen vastgelegd. In vervolg op de kaderbrief 2021 is het beleid financiële sturing inclusief weerstandsvermogen ontwikkeld. Het beleid geeft inzicht in de wijze waarop binnen Stichting BOOR gestuurd wordt op verschillende (financiële) ratio’s. Het beleid is na voorgenomen besluit door het college van bestuur en bespreking door de auditcommissie, vastgesteld door het algemeen bestuur. Het beleid is gericht op het maximaal inzetten van middelen voor het onderwijs. Daarnaast geeft het richting en inhoud aan versterking van het weerstandsvermogen als dat nodig en mogelijk is, teneinde risico’s voldoende het hoofd te kunnen bieden.
Doel: Uitvoeren van het programma ‘stroomlijnen financiële organisatie’ Het programma ‘stroomlijnen financiële organisatie’ wordt langs vijf programmalijnen uitgevoerd, die verschillend zijn van omvang en complexiteit. In 2020 hebben we verder vervolg gegeven aan dit programma: • De implementatie voor Programmalijn 1 (stroomlijning aan BOOR gelieerde rechtspersonen) en Programmalijn 2 (stroomlijning kas- en bankorganisatie BOOR) vindt gecombineerd en gefaseerd plaats. Inmiddels zijn alle basisscholen over op centrale inning van de vrijwillige ouderbijdrage via WisCollect. Parallel aan de implementatie zijn er individuele gesprekken met de schooldirecteuren over onder andere de aan de school gerelateerde verenigingen en stichtingen, (het opheffen van) additionele rechtspersonen en huidige geldstromen op de schoolbankrekening. De scholen voor speciaal onderwijs gaan het komende jaar over op WisCollect. • De implementatie van programmalijn 3 (stroomlijning P&C cyclus) is reeds in 2019 afgerond met de implementatie van de nieuwe begrotingstool (Capisci). • De implementatie van programmalijn 4 (stroomlijning inkooporganisatie) richt zich op verdere professionalisering van de inkooporganisatie. Er zijn acht ‘Zelfstandig Operationele (inkoop)Eenheden’ (ZOE) ingericht en deze functioneren als zodanig.
• De implementatie van programmalijn 5 (cultuur) wordt onder andere ingevuld door de uitvoering van verschillende (leiderschaps)programma’s binnen de verschillende sectoren. Met de afronding van diverse programmalijnen zijn ook nieuwe initiatieven gestart om de financiële organisatie verder te optimaliseren. Zo wordt gewerkt aan het implementeren van een purchase-to-pay proces. Tevens is gestart met een pilot voor Bunq-passen binnen BOOR Services en het primair onderwijs. Het voortgezet onderwijs werkt hier reeds mee.
52
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Opstellen begroting De planning- en controlcyclus van Stichting BOOR kan als volgt worden weergegeven:
Jaarlijks wordt een (meerjaren)begroting gemaakt voor een periode van vijf jaar. Voor het maken van de begroting wordt een kaderbrief opgesteld. De kaderbrief geeft inzicht in de beleidsuitgangspunten waar de scholen rekening mee houden bij het opstellen van hun begroting. Enkele belangrijke en richtinggevende kaders zijn: • Strategische kaders zoals opgenomen in de koers van Stichting BOOR; • Inhoudelijke kaders rondom huisvesting, ICT, human resources, onderwijskwaliteit en financieel. • De rendementseis van 1% als een school of sector niet voldoet aan de norm weerstandsvermogen van 10%; • De allocatie van de budgetten bovenschools; • De allocatie van de budgetten voor BOOR Services en Bestuur. De meerjarenbegroting sluit aan bij de strategische plannen van Stichting BOOR. De jaarbegroting sluit aan bij de jaarplannen. Dit wordt gerealiseerd doordat de begrotingen opgesteld worden door de scholen, waar ook de uitvoeringsagenda’s van de jaarplannen worden opgesteld. De begroting op stichtingsniveau kan gezien worden als de optelsom van de begrotingen van de scholen, aangevuld met de bovenschoolse begroting en de begrotingen voor BOOR Services en Bestuur. De kaderbrief en de begroting worden voorgelegd aan diverse gremia binnen de organisatie waaronder de gmr’s, de auditcommissie en het algemeen bestuur.
Vanuit haar toezichthoudende taak keurt de gemeente Rotterdam de begroting goed. Na het opstellen van de begroting wordt tweemaal per jaar een uitgebreide rapportage gemaakt inclusief forecast. De planning- en controlcyclus sluit met het opstellen van het jaarverslag en de jaarrekening. Deze rapportages worden besproken in de verschillende gremia. Vervolgens dienen deze rapportages als verantwoording richting de gemeente Rotterdam vanuit haar toezichthoudende taak.
53
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
2.4.2 Verantwoording maatschappelijke thema’s Treasury Treasury heeft bij BOOR primair als doel het tijdig kunnen voldoen aan verplichtingen, het beheersen van de financiële risico’s en secundair het reduceren van de financieringskosten. In 2016 is het treasury-statuut geactualiseerd zodat het voldoet aan de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. De algehele doelstelling voor de treasury-functie bij BOOR is dat deze de financiële continuïteit van de organisatie waarborgt. In het geval van (tijdelijke) overtollige middelen kan dit aanleiding zijn om een deel van de beschikbare middelen liquide aan te houden en het resterende deel zodanig te beleggen dat dit in principe zonder al te veel kosten snel liquide te maken is. Hieronder wordt ook verstaan het uitzetten van liquide middelen op een deposito of andere spaarvorm. In principe streven we naar een zo laag mogelijk saldo van direct beschikbare en dus liquide middelen. De uitgangspunten bij deze beleggingen sluiten volledig aan bij de criteria van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016.
Bij het voeren van het treasury-beleid zijn de volgende treasury-instrumenten toegestaan: • Onderhandse geldleningen • Rekening-courant krediet • Kasgeldleningen • Deposito’s • Obligaties • (Hypothecaire) leningen • Operational Lease • Financial Lease De verantwoordelijkheid van de uitvoering van het treasurybeleid ligt bij het college van bestuur, het (bovenschools) management, het team Control en medewerkers van het team Financiën. Het besluit tot het aangaan van kredietovereenkomsten wordt genomen door het college van bestuur, met uitzondering van geldleningen boven een miljoen euro, hiervoor is goedkeuring van het algemeen bestuur en de gemeente nodig. Treasuryverslag In 2020 lag de focus – naast het reguliere liquiditeitsbeheer – op terugdringen van het aantal school rekeningen en het continueren van schatkistbankieren. Terugbrengen aantal schoolrekeningen In 2018 is een project gestart om het betalingsverkeer meer te uniformeren, het gebruik van contant geld te beperken en het aantal schoolrekeningen terug te brengen. Dit betreft zowel het terugbrengen van het aantal Rabobankrekeningen als het opheffen van de niet-Rabobankrekeningen. In 2019 is dit project gecontinueerd en lag de focus op de digitale inning van ouderbijdragen. In 2019 zijn 28 scholen aangesloten op het digitale platform van WIS-collect om de ouderbijdragen te innen.
In 2020 is dit traject vervolgd en zijn nagenoeg alle scholen aangesloten op WIS-collect en innen zij de ouderbijdragen middels dit platform. Tevens is in 2020 een pilot gestart met Bunq-passen. Deze passen zorgen voor een eenvoudige financiële en administratieve afhandeling van inkopen door scholen. Bij een positieve pilot en bredere uitvoering in de organisatie zal dit traject ervoor zorgen dat op termijn het aantal bankrekeningen sterk teruggebracht kan worden.
54
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Schatkistbankieren In het voorjaar van 2019 is BOOR overgegaan tot Schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën. De publieke middelen van de hoofdrekening van BOOR zijn vanaf 2019 gekoppeld aan de Schatkist. BOOR heeft een kredietfaciliteit van € 23,7 miljoen bij de Staat der Nederlanden.
Beleggingen en leningen In de toelichting op de balans is een overzicht gegeven van de liquide middelen op bankrekeningen en bij schatkistbankieren. Tevens is in de toelichting op de balans een overzicht opgenomen van de lang en kortlopende schulden.
Coronacrisis De coronacrisis heeft een zeer grote impact gehad op de scholen en daarmee ook op het bestuur. Uiteraard is deze impact eerst en vooral zichtbaar in het onderwijs. Zie hiervoor de risico-paragraaf, onderdeel ‘Verhoogd risico op vertraagde leerresultaten en achterstanden in de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen als gevolg van de coronacrisis’. Ook vanuit financieel perspectief heeft corona invloed. BOOR heeft een extra subsidie inhaal en ondersteuning en bijbehorende lasten ontvangen. Tevens zijn ROB-activiteiten, waaronder dagprogrammering, niet volledig uitgevoerd. We zien sterk stijgende kosten voor schoonmaak. Deze kostenstijging is zichtbaar binnen de schoonmaakmiddelen, maar ook op de inzet van medewerkers voor de schoonmaak. Daarnaast zien we dat corona heeft gezorgd voor versnelde investeringen in ICT. Gedwongen door de lockdowns zijn de scholen in recordtijd overgestapt naar onderwijs op afstand. Goede netwerken, wifi-verbindingen en devices zijn daarbij onmisbaar. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat tijdens de eerste lockdown, Stichting BOOR vanuit verschillende ondersteunende initiatieven devices beschikbaar gesteld heeft gekregen. Op het gebied van verzuim heeft corona ook impact, immers bij klachten worden medewerkers al geacht thuis te blijven.
Gedurende de lockdown is de nodige ervaring opgedaan met thuisonderwijs, dit wordt ook ingezet als medewerkers met klachten thuis moeten blijven, maar nog wel kunnen werken. Hierdoor worden de extra kosten voor verzuim door extra inhuur beperkt. De coronacrisis zal nog zorgen voor extra investeringen in het binnenklimaat van gebouwen. Voor de komende jaren staan veel bouwprojecten gepland, waarin issues met betrekking tot het binnenklimaat opgelost kunnen worden. Echter de verwachting is ook dat er nog investeringen zullen moeten plaatsvinden binnen bestaande gebouwen. Er is sprake van lagere ouderbijdragen en bijbehorende uitgaven als gevolg van annuleren schoolreisjes en andere leerlingactiviteiten. Daarnaast zien we in het internationale basisonderwijs een daling in de leerlingaantallen. Bovengenoemde zaken hebben invloed op de begroting en de keuzes die daarbinnen zijn gemaakt. Als uitgangspunt is gehanteerd dat de coronacrisis ook weer zal eindigen, er is daarom vanaf 2021 niet extra voorzichtig begroot.
55
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Allocatie van middelen In de kaderbrief zijn de kaders en beleidsuitgangspunten voor allocatie van baten en lasten opgenomen. Het beleidsuitgangspunt voor de allocatie van middelen is gebaseerd op het subsidiariteitsbeginsel, waarbij de beslissingsbevoegdheid en dus ook de bijbehorende budgetten zo laag mogelijk niveau binnen de organisatie worden belegd. Binnen Stichting BOOR wordt basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs aangeboden. De verschillende financiële stromen zijn gescheiden. De Rijkssubsidies worden, na bekostiging van BOOR Services en Bestuur, volledig toegekend aan de sectoren en scholen. Scholen vragen voor specifieke doeleinden subsidies aan, deze worden uiteraard volledig gealloceerd naar de scholen, de uitgaven als gevolg van die subsidies worden daar ook gedaan. Alhoewel het subsidiariteitsprincipe leidend is, is een aantal zaken bovenschools of op stichtingsniveau georganiseerd. De mate waarin zaken bovenschools georganiseerd zijn, verschilt per sector. Binnen BOOR Services wordt ondersteuning gegeven aan de sectoren en scholen op de gebieden onderwijskwaliteit, ICT, HRM, huisvesting en inkoop en financiën. Nadere inzichten in de verdeling van middelen tussen bestuur, BOOR Services en de sectoren is opgenomen in het onderdeel ‘verantwoording van de financiën’.
Onderwijsachterstandenmiddelen De middelen voor onderwijsachterstanden worden gealloceerd op basis van de schoolscores van het CBS. Dit is in lijn met het beleidsprincipe op basis van het subsidiariteitsprincipe. De keuze voor deze wijze van alloceren is verankerd in de kaderbrief en daarmee in de reguliere besluitvorming. Scholen krijgen hun middelen voor onderwijsachterstanden bij het totale lumpsum bedrag toegewezen. Jaarlijks wordt scholen gevraagd een SWOT-analyse te maken in hun jaarplan. Een belangrijke vraag hierbij is: welke doelgroep (leerlingen) heb ik hier op school, en hoe moet ik het geld wat ik tot mijn beschikking heb dusdanig inzetten dat ik het onderwijs realiseer dat voor mijn specifieke schoolsituatie noodzakelijk is? Er wordt dan vooral gekeken naar leerlingaantal, schoolgewicht en VVE-indicatie etc. We vragen van onze scholen om specifiek naar hun eigen school te kijken en vanuit de analyse (opbrengsten) te duiden. Het budget voor onderwijsachterstanden maakt dus onderdeel uit van het geheel. We zien bij BOOR een vrij grote groep scholen (ongeveer 35 van de 65 scholen) die een schoolgewicht van 35 of hoger hebben. Deze scholen typeren al hun leerlingen vaak als achterstandsleerlingen en daarmee wordt de inzet van de achterstandsmiddelen veel meer een onderdeel van het totale budget. Scholen zijn vervolgens vrij om dit budget zelf in te zetten.
Het afgelopen jaar zijn een groot aantal scholen die een schoolgewicht van 35 of hoger hebben geïnterviewd. Aan hen is gevraagd hoe zij de middelen inzetten. Uit de interviews komen grosso modo de volgende maatregelen naar voren: • Klassenverkleining (dus inzet van meer fte personeel om de groepsgrootte kleiner te kunnen houden); • Inzet van klassen-assistenten (grotendeels in de onderbouw); • Specifieke materialen en scholing, denk aan ondersteunende taal- en rekenmethoden aanvullend op de bestaande methoden (bijvoorbeeld Schatkist, Logo 3000); • Inzet van externe specialisten; • Bezoeken aan musea etc. ter ondersteuning van het lesprogramma (kinderen de echte wereld laten ontdekken en de woordenschat-netwerkstructuur te ondersteunen). Voor deze maatregelen wordt gekozen omdat: • Klassenverkleining: De veronderstelling is dat met een bepaalde groepsgrootte beter tegemoet kan worden gekomen aan de onderwijsbehoefte van achterstandsleerlingen. Als de analyse is dat een grote groep kinderen verlengde instructie nodig heeft, is het zeer moeizaam om dit te realiseren in een groep van 30 leerlingen;
56
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
• Als de analyse is dat veel kinderen de school instromen en het Nederlands nog onvoldoende machtig zijn, wordt er eerder gekozen voor de inzet van een onderwijsassistent in de onderbouw. Hierdoor is het voor leerkrachten organisatorisch beter realiseerbaar om veel kleine kringactiviteiten aan te bieden om jonge kinderen te ondersteunen bij het uitbreiden van de woordenschat en het creëren van een taal- en rekenrijke leeromgeving; • Extra materiaal wordt ingezet om de achterstandsleerlingen extra ondersteuning te bieden om de achterstand op het taal- en rekenonderwijs in te lopen; • Inhuur van externen en het bezoeken van externe locaties (denk aan musea, maar ook het strand, de duinen en het bos etc.) heeft als doel achterstandsleerlingen kennis te laten maken met een wereld die hen van huis uit niet vanzelfsprekend geboden wordt. Als je moet leren wat het woord zee is, maar je hebt er geen echt plaatje van in je hoofd omdat je de wijk nooit uitkomt, is het zeer ondersteunend voor taalarme kinderen om de netwerkstructuur voor woordenschat op deze manier te ondersteunen en uit te breiden.
Subsidie onderwijsachterstanden als gevolg van corona Subsidies in het kader van de regeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 worden aangevraagd en ingezet op basis van concrete plannen van scholen. De subsidie is specifiek bedoeld om leerlingen in kwetsbare positie met een onderwijsachterstand of een vergroot risico op leer- en ontwikkelachterstanden, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van scholen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus, te ondersteunen. Meer hierover in hoofdstuk 2.1.
2.4.3 Toekomstige ontwikkelingen Een aantal ontwikkelingen zal invloed hebben op het toekomstige (financiële) beleid van Stichting BOOR: • Op verzoek van het ministerie van OCW is een werkgroep ingesteld om advies uit te brengen over de opbouw en verwerking van de voorziening voor groot onderhoud. Alhoewel de werkgroep in 2020 advies zou uitbrengen, is dit advies op 22 januari openbaar geworden. De uitkomsten en de adviezen van de werkgroep zullen zeker invloed hebben. De verwachting is dat er een substantiële verschuiving zal plaatsvinden van het eigen vermogen (weerstandsvermogen) naar het vreemd vermogen (voorzieningen). De wijziging zal per 2023 ingaan. • Voor zowel het voortgezet onderwijs als het primair onderwijs zal er een vereenvoudiging van de Rijksbekostiging plaatsvinden. Het aantal variabelen waarop de bekostiging wordt gebaseerd wordt drastisch teruggebracht. Een verandering van de bekostiging brengt verschillen met zich mee, daarom zal er een geleidelijke overgang plaatsvinden. De nieuwe bekostiging voor het voortgezet onderwijs gaat in met ingang van 1 januari 2022. Naar verwachting zal de nieuwe bekostiging voor het primair onderwijs een jaar later ingaan. • De vereenvoudiging van de bekostiging in het po, die in 2023 in zal gaan, heeft tot gevolg dat de vordering op OCW (waarschijnlijk) komt te vervallen.
Deze vordering ontstaat doordat het Rijk in de maanden augustus tot en met september minder dan 5/12 van de bekostiging verstrekt. Het vervallen van de vordering heeft invloed op het weerstandsvermogen, als hier geen adequate oplossing voor geboden wordt. In de komende tijd wordt dit door het ministerie nader uitgewerkt en indien nodig worden hier nadere afspraken over gemaakt met accountants en de PO-Raad. De komende jaren staan in het teken van nieuwbouw en renovatie bij Stichting BOOR. Vele scholen zullen een nieuw gebouw krijgen. Deze nieuw- en verbouwactiviteiten brengen risico’s met zich mee, maar zullen, mede gezien de discussie in het kader van de werkgroep voorziening groot onderhoud, leiden tot meer investeringen en daarmee verwachte hogere afschrijvingen. In het verlengde daarvan is er als gevolg van de huidige coronacrisis veel extra aandacht voor het binnenklimaat van scholen. Er zullen waarschijnlijk investeringen in klimaatinstallaties moeten plaatsvinden. Onderwerp van gesprek is de financiering van deze installaties.
57
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
2.5
Risico’s en risicobeheersing
Intern risicobeheersingssysteem Om inzicht in en grip op de risico’s van BOOR te krijgen, is risicomanagement geïmplementeerd binnen BOOR. Daarbij maken we gebruik van een risicomanagementmodel1 dat is toegespitst op het onderwijs en opgebouwd langs de volgende bouwstenen: Domein
Informatiebouwsteen
Bestuur en Organisatie
Compliance Kwaliteit Onderwijs
Onderwijs en Identiteit
Identiteit Zorg Onderwijsadministratie Planning en Control
Financiën
Financieel Beheer Personeelsbeleid
Personeel
Personeelsbeheer Huisvestingsbeleid
Huisvesting, facilitaire dienstverlening en ICT
Huisvestingsbeheer Facilitaire dienstverlening ICT
Belangrijkste risico’s en onzekerheden Van de belangrijkste 57 risico›s die de (onderwijskundige) doelstellingen van BOOR kunnen bedreigen, zijn vier risico’s bestempeld als urgent en vijf risico›s als middelhoog. Deze risico’s zijn in de volgende paragraaf opgenomen en toegelicht. Per risico is een korte beschrijving opgenomen en zijn de belangrijkste beheersmaatregelen genoemd om de impact van het risico te minimaliseren.
Algemeen
Urgent risico
58
Verhoogd risico op vertraagde leerresultaten en achterstanden in de sociaalemotionele ontwikkeling van leerlingen als gevolg van COVID-19. De coronapandemie heeft grote gevolgen voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Ondanks dat scholen hard gewerkt hebben om via afstands- en hybride onderwijs voldoende aandacht te geven aan de ontwikkeling van hun leerlingen is in het afgelopen jaar bij veel leerlingen een vertraging op hun individuele leerlijn ontstaan ten opzichte van andere schooljaren. De crisis veroorzaakt niet alleen vertragingen in de cognitieve ontwikkeling, er zijn ook vertragingen in sociaal-emotionele en executieve ontwikkeling van leerlingen opgelopen. In het huidige schooljaar is met de nieuwe scholensluiting vanaf 16 december 2020 nieuwe vertraging ontstaan. Deze vertraging komt bovenop de vertraging die er al was door de scholensluiting in het voorjaar 2020.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Vervolg algemeen
Urgent risico
Om deze uitdagingen voor leerlingen en voor het onderwijs het hoofd te bieden is een omvangrijk meerjarenprogramma gestart. Dit plan zorgt voor herstel van de coronagerelateerde vertragingen in het onderwijs binnen 2,5 jaar, met aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs en het welbevinden van leerlingen. Specifieke aandacht is er voor kinderen die überhaupt al een groter risico op achterstanden hadden, zoals kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal economische status. Per school worden plannen gemaakt om de behoeften van individuele leerlingen in kaart te brengen en welke maatregelen nodig zijn. Daarbij waken ervoor dat de druk op scholen, schoolleiders en leraren niet te hoog wordt. Het lerarentekort is een beperkende factor, waar we rekening mee moeten houden. Voor de uitvoering zijn landelijk en plaatselijk additionele middelen beschikbaar gesteld. We zijn zeer content met deze toezegging. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet, geven zo goed mogelijk helderheid, bieden onze scholen ruimte en sturen bij waar nodig. Het financieel risico voor BOOR lijkt vooralsnog beperkt aangezien de bekostiging aan scholen gewoon doorgaat en additionele middelen beschikbaar zijn gesteld om de extra kosten te dekken. Naar verwachting zijn als COVID-19 extra investeringen nodig in het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen.
Hierbij is met name de financiering van de benodigde aanpassingen een issue.
Domein Onderwijs en identiteit
Middelhoog risico
Niet toereikende onderwijskwaliteit op aantal scholen / afdelingen Kwaliteitszorg is integraal onderdeel van de sturing binnen BOOR en vormt ook een vast onderdeel van de voortgangsrapportage. Het risico van niet toereikende onderwijskwaliteit op scholen is dat de capaciteiten en talenten van onze leerlingen niet ten volle worden benut. BOOR loopt bij onvoldoende kwaliteit het risico op imagoschade, met kans op daling van leerlingaantallen. In 2019 heeft de onderwijsinspectie haar bevindingen gerapporteerd. Uit deze rapportage zijn vijf verbeterpunten naar voren gekomen, die weerslag vinden op de onderwijskwaliteit. De herstelonderzoeken op onze scholen zijn inmiddels succesvol afgerond. Dit is een doorlopend proces, waarbij in 2021 andermaal kwaliteitsonderzoeken plaats zullen vinden.
Domein Financiën
Urgent risico
Impact van de nieuwe bekostigingssystematiek PO Met ingang van 1 januari 2023 zal, nu op 23 februari 2021 ook de Eerste Kamer akkoord is gegaan, de basisbekostiging per kalenderjaar gaan plaatsvinden. Scholen voor het basisonderwijs en speciaal onderwijs krijgen vanaf 1 januari 2023 een basisbedrag per leerling en school. Met deze wet wil het kabinet de bekostiging voor scholen in het basisonderwijs en speciaal onderwijs vereenvoudigen. De verwachte financiële impact voor BOOR is beperkt en verwerkt in de (meerjaren)begrotingen van de scholen. Daarnaast zal (in verband met overgang van bekostiging van schooljaar naar kalenderjaar) de PO-vordering op OCW eind 2022 komen te vervallen. Het vervallen van de vordering heeft invloed op het weerstandsvermogen, als hier geen adequate oplossing voor geboden wordt. In de komende tijd wordt dit door het ministerie nader uitgewerkt en indien nodig worden hier nadere afspraken over gemaakt met accountants en de PO-Raad. Gegeven de financiële impact op het weerstandsvermogen (€ 7,5 miljoen negatief) hebben wij dit als urgent risico opgenomen.
59
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Domein Personeel Middelhoog risico
Cao-afspraken niet structureel geborgd in de rijksbijdrage In meerjarenbegroting voor 2021 en de volgende jaren is uitgegaan van een tarief bijstelling in de Rijksbijdrage ter compensatie van de hogere personele lasten. Deze tarief bijstelling is echter nog niet definitief. Hierdoor bestaat het risico dat BOOR wel de hogere lasten betaalt, maar hier geen compenserende baten tegenover heeft staan.
Middelhoog risico
Ziekteverzuim ligt boven het landelijk gemiddelde Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is vitaal personeel. BOOR kende een relatief hoog ziekteverzuim, dat in de voorbije jaren een positieve ontwikkeling liet zien. Deze trend heeft zich in 2020 doorgezet. Het 12-mnd ziekteverzuim daalde van 6,19% naar 5,84% en ligt daarmee onder de verzuimdoelstelling van maximaal 6%. De dalende trend is ook zichtbaar bij de benchmark. Voor nu hebben wij het risico bijgesteld van urgent naar middelhoog en blijven de ontwikkelingen nauwgezet volgen en continueren de ingezette verzuimaanpak.
Urgent risico
Lerarentekort Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is voldoende en vitaal personeel. BOOR heeft strategisch HR-beleid ontwikkeld en voert dit uit om mensen te binden en te boeien. In het Rotterdamse onderwijs zijn zowel in het basis- als voorgezet onderwijs grote lerarentekorten, onder andere door een relatief grote uitstroom van medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en onvoldoende instroom vanuit de pabo’s en lerarenopleiding. De urgentie is groot. Er is zorg over de wijze waarop kennis en expertise in de scholen kan worden behouden. De onderwijskwaliteit, werkdruk en exploitatie staan onder stevige druk. De huidige en geraamde lerarentekorten op de langere termijn zijn zorgelijk. Met name in de grote steden. Naast intensief bestuurlijk overleg met de minister, OCWE en de G5-gemeenten participeren wij ook in het Rotterdamse plan lerarentekort. Onze aanpak bestaat uit 4 hoofdlijnen: verhogen instroom, beperken uitstroom en uitval, begeleiding startende docenten en anders organiseren, dat gericht is op zowel de kwantiteit (het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom) als op de kwaliteit (professionele ontwikkeling) van leraren. De minister heeft de ingediende noodplannen van de grote steden goedgekeurd en hier additionele middelen voor vrijgemaakt.
Dit verlicht de druk op de begroting en maakt de uitvoering van het slim anders organiseren van het onderwijs mogelijk. De meerjarenbegroting is hier op aangepast. De aanpak van de tekorten heeft geresulteerd in meer interesse in de pabo en een toename van zij-instroom. We zien dat de ingezette koers met name in het primair onderwijs resultaten oplevert. Tegelijkertijd blijven de knelpunten urgent. In het voortgezet onderwijs zijn landelijk vooralsnog nog geen significante verbeteringen in de situatie zichtbaar. De verwachting is dat bij ongewijzigd beleid in 2025 in het tweedegraadsgebied voor de vakken Natuurkunde, Scheikunde, Klassieke Talen, Duits en Frans grofweg 10% van de werkgelegenheid niet vervuld zal kunnen worden. Landelijke bijsturingsmaatregelen (oktober 2020) zijn opgetekend in de ‘Handreiking voor kansrijke oplossingen lerarentekort. Docenten werven voor tekortvakken in het vo’, die wij onverkort volgen.
60
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Domein Huisvesting, Facilitaire dienstverlening en ICT
Middelhoog risico
Onzekerheid in de financiële effecten van het meerjarenonderhoudsplan. Goede huisvesting (veiligheid, centrale ligging, goede bereikbaarheid, goed onderhoud, duurzaamheid en match met het onderwijsconcept en de omvang van de school) is een cruciale voorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs en vitaal personeel. In de periode 2018-2020 zijn alle panden opnieuw geschouwd en opgenomen in een meerjarenonderhoudsplan. Bij het bepalen van de voorziening groot onderhoud is het nu nog toegestaan de jaarlijkse toevoegingen aan de voorziening groot onderhoud te bepalen op basis van het voorgenomen groot onderhoud gedurende de gehele planperiode van het groot onderhoud op het niveau van het onderwijspand gedeeld door het aantal jaren waaruit deze planperiode bestaat (RJO artikel 4 lid 1c). Bij de bepaling van de voorziening groot onderhoud maken wij gebruik van deze tijdelijke uitzonderingsbepaling. De verwachting is dat de uitzonderingsbepaling zal gelden tot en met 2022 en dat we vanaf 2023 rekening moeten houden met de individuele onderhoudscomponenten en de bijbehorende onderhoudscycli. Dit kan leiden tot (fors) hogere dotaties aan de voorziening groot onderhoud in bepaalde jaren. Over de gehele looptijd van de voorziening is er geen resultaatseffect. Vorenstaande is nog niet in de meerjarenbegroting verwerkt.
Wél anticiperen we op deze aanstaande wijziging met een additionele dotatie aan de voorziening groot onderhoud over het resultaat 2020 om te voorkomen dat we in 2023 een grote fluctuatie zien in het weerstandsvermogen.
Urgent risico
Verouderde ICT-infrastructuur | ICT-beleid | ICT-beheer | Cybersecurity De ICT-voorzieningen op veel scholen zijn verouderd en niet meer van afdoende kwaliteit. Er is daarom een meerjarig ICT programmaplan opgesteld, dat erin voorziet dat in 2023 de voorzieningen, de vaardigheden van medewerkers en de ICT-dienstverlening het proces op de scholen toereikend ondersteunen. Het programma bestaat uit acht onderliggende deelprojecten: 1. WIFI en internetconnectie 2. BOOR breed accountbeheer (implementatie IAM module) 3. Digitale werkomgeving voor alle medewerkers 4. Digitale leeromgeving voor scholen 5. Inrichten ServiceDesk 6. Serverloze school 7. BOOR-brede telefonie oplossing 8. LAN De uitvoering bevindt zich in verschillende fasen. Het algemene beeld is dat de uitvoering volgens plan verloopt. Laat onverlet dat we het risico in deze fase nog als urgent kwalificeren.
61
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
3. Continuïteitsparagraaf Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiële staat van het bestuur. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief, de tweede paragraaf geeft een analyse van het afgelopen boekjaar en in de laatste paragraaf komt de financiële positie van de stichting aan bod.
Ontwikkelingen in meerjarig perspectief De coronacrisis heeft een grote impact gehad op de organisatie als geheel. In versneld tempo zijn de scholen in maart overgestapt naar afstandsonderwijs. In deze periode zijn extra investeringen gedaan om dit mogelijk te maken voor medewerkers en voor kinderen. Gelukkig heeft Stichting BOOR in deze periode ook devices als gift of tegen lagere kosten mogen ontvangen. Ook in het lopende schooljaar is er al weer een periode geweest met thuisonderwijs. Aan de inkomstenkant zien we dat de coronacrisis weinig tot geen invloed heeft. De Rijksbekostiging en de gemeentelijke subsidies blijven in stand. Extra subsidiemogelijkheden om opgelopen leerachterstanden in te lopen zijn aangevraagd en ingezet. In februari 2021 heeft het Ministerie van OCW het Nationaal Programma Onderwijs aangekondigd, waarbij in de komende jaren in totaal 8,5 miljard in het onderwijs wordt geïnvesteerd. De extra middelen zijn gericht op het inhalen en compenseren van onderwijsachterstanden. Aan de kostenkant zien we dat de coronacrisis zorgt voor extra uitgaven, met name de kosten voor (extra) schoonmaak zijn fors. Tevens bestaat er nog onzekerheid over investeringen in ventilatie en luchtbehandelingssystemen. Zoals al eerder aangegeven is 2020 - net als 2019 - een bijzonder jaar in financiële zin.
Eind 2019 zijn extra baten ontvangen in het kader van afgesloten convenanten. Conform de regelgeving moesten deze baten in 2019 verantwoord worden, terwijl de lasten tegenover deze baten in 2020 vallen. Voor 2020 geeft het resultaat dan ook een sterk vertekend beeld. De extra baten uit 2019 zijn opgenomen in een bestemmingsreserve. In de financiële overzichten presenteren wij een genormaliseerd resultaat waarbij de gevormde bestemmingsreserve vrij valt, zodat een zuiver en vergelijkbaar resultaat wordt getoond.
Het lerarentekort is nog steeds actueel In de risicoanalyse van BOOR is het lerarentekort nog steeds een van de grootste benoemde risico’s. De huidige en geraamde lerarentekorten op de langere termijn zijn nog zorgelijk. Met name in de grote steden. De onderwijskwaliteit, werkdruk én exploitatie staan onder stevige druk. Het lerarentekort zien wij als een symptoom van een groter onderliggend probleem. Het huidige onderwijssysteem moet fundamenteel veranderen om beter aan te sluiten bij de eigentijdse behoeften van leerlingen en personeel. Dit is een uitdaging waar leerlingen, ouders, onderwijsprofessionals, onderwijsbesturen, opleidingen voor leraren en pedagogisch medewerkers, het ministerie én de gemeenten gezamenlijk voor staan. Zie voor de activiteiten en resultaten op dit thema Doel 12 – lerarentekort.
Meerjarige ontwikkeling Het meerjarige vooruitzicht van BOOR kan tot uitdrukking worden gebracht in een aantal kengetallen, cijfers en indicatoren. Hierna gaan we kort in op de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen, het aantal personeelsleden, de financiële resultaten, de kasstromen en de ontwikkeling van onze balans en financiële positie.
62
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Ontwikkeling leerlingenaantal De ontwikkeling van de leerlingenaantallen zoals ook vastgelegd in het jaarplan 2021 is per sector als volgt:
* = prognoses Bron: 2020 betreft het werkelijk aantal leerlingen per 1 oktober van het jaar ervoor, de aantallen 2021 t/m 2025 zijn gebaseerd op prognoses uit het jaarplan 2021. Voor de komende jaren verwacht BOOR dat de leerlingaantallen zullen toenemen. In het primair onderwijs is eerst sprake van een daling van de leerlingaantallen. Dit is onder meer het gevolg van het sluiten van de scholen Meridiaan en Andries van der Vlerk. Vanaf 2022 lijkt de ontwikkeling positief echter de exacte ontwikkeling is zeer onzeker en hangt af van demografische ontwikkelingen, ontwikkeling van het belangstellingenpercentages en het aantal scholen dat gaat samenwerken met andere scholen cq. dat gaat sluiten. Het leerlingaantal in de sector (voortgezet) speciaal onderwijs stijgt. Op een aantal scholen is gestart met de groepen ‘leerrecht-leerlingen’. Als gevolg van het in gebruik nemen van de nieuwbouw en uitbreiding in Lansingerland verwacht de sector vo een stijging van de leerlingaantallen. Voor het overige is het totaal aantal leerlingen (s)bao/(v)so/vo gebaseerd op toekomstige demografische ontwikkelingen Rotterdam-Rijnmond, bij een verondersteld gelijkblijvend marktaandeel.
Ontwikkeling personele bezetting De personele bezetting binnen BOOR verloopt, zoals ook opgenomen in het jaarplan 2021, naar verwachting als volgt:
* = prognoses Bron: 2020 is gebaseerd op het werkelijk aantal fte’s per 31-12-2020, de aantallen 2021 t/m 2025 zijn gebaseerd op het jaarplan 2021. De verwachte personele bezetting in fte voor de komende jaren is afkomstig uit het Meerjarig Bestuursformatieplan. De verwachte aantallen fte zijn gebaseerd op de verwachte leerlingaantallen. Door de daling in met name het po zien we het aantal fte ook dalen, de groei van het vo kan (deels) opgevangen worden met het zittende personeel. Gezien de verwachte toename in leerlingaantallen wordt ook op de langere termijn een toename in fte personeel verwacht. In 2020 (zonder vervanging) komt het aantal medewerkers in het primaire proces uit op 2.026 fte en voor bestuur en ondersteuning op 1.037 fte.
Ontwikkeling financiële resultaten In het najaar van 2020 hebben wij de beleidsrijke begroting voor de komende jaren opgesteld. In deze begroting zijn we ervan uitgegaan dat door de genomen maatregelen en projecten er voor een deel passende oplossingen zijn voor het lerarentekort, wat tot uiting komt in lagere kosten voor externe inhuur.
63
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Voor de komende jaren verwacht Stichting BOOR een oplopend resultaat. De belangrijkste oorzaak van dit oplopende resultaat is de verwachte groei van het aantal leerlingen. Hierbij moet opgemerkt worden dat de verwachte groei bij het basisonderwijs onzeker is. Daarnaast zijn we in staat om de kosten te beheersen. Uitgangspunt hierbij is dat de genoemde initiatieven om het lerarentekort te verzachten succesvol zijn. De begroting 2021-2025 is als volgt:
Bron: jaarrekening 2020 en begroting 2021 – 2025. De meerjarenbegroting is opgesteld in het najaar van 2020. Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de door de schooldirecteuren ingeschatte ontwikkeling van de leerlingenaantallen, de meest recente informatie van het ministerie over de ontwikkeling van de rijksbijdragen, de ontwikkelingen in de arbeidsvoorwaarden en een indexering van lasten. De uitkomsten van dit overleg en de aangepaste rijksvergoedingen worden – samen met de nieuwe inschatting van de leerlingprognoses- verwerkt in de eerstvolgende meerjarenbegroting. De meest opvallende ontwikkelingen zijn: • Stijgende Rijksbekostiging De stijging is een gevolg van de stijgende leerlingenaantallen. • Dalende overige baten vanaf 2020 De daling wordt veroorzaakt door het niet meer realiseren van ESF-subsidies in de sector (v)so en lagere overige inkomsten in de sector (s)bao. • Ontwikkeling personele lasten De ontwikkeling van de personele lasten is in lijn met de ontwikkeling van het aantal fte. Uitgangspunt is dat de kosten voor externe inhuur beperkt zullen blijven. • Stijgende en dalende afschrijvingen De afschrijvingen stijgen eerst als gevolg van de huidige investeringen in het vo, waaronder de verbouw en nieuwbouw Wolfert Lansing. Later dalen de afschrijvingslasten als gevolg van lagere investeringen.
Ontwikkeling kasstromen Om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen is het noodzakelijk dat BOOR voldoende middelen beschikbaar heeft. Op ieder moment bestaat inzicht in onze liquide middelen en in de verwachte kasstromen op de korte en lange termijn. De verwachte ontwikkeling van kasstromen in de komende jaren is als volgt:
64
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Bedragen in € 1.000
Omschrijving Liquide middelen op 1 januari Operationele kasstroom Investeringskasstroom Financieringskastroom Liquide middelen op 31 december
2020 37.944 10.441 -13.907 -641 33.837
2021* 33.837 9.768 -16.368 -641 26.596
2022* 26.596 9.368 -10.203 -641 25.120
2023* 25.120 10.220 -5.434 -641 29.265
2024* 29.265 11.565 -1.458 -641 38.731
2025* 38.731 11.709 -796 -641 49.003
*=prognoses
Ten opzichte van 2019 is de kasstroom € 13 miljoen lager. De lagere operationele kasstroom kan worden verklaard doordat in 2019 een lening is opgenomen van € 4 miljoen en in 2019 van OCW circa € 7 miljoen vanuit extra Rijksbekostiging ontvangen is dat in 2020 uitgegeven is. De stijging in de investeringskasstroom in 2021 komt voort uit de bouwprojecten in de gemeente Lansingerland voor Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum. De financieringskasstroom vanaf 2020 is negatief doordat afgelost wordt op de lening voor de (ver)bouw van Wolfert.
Ontwikkeling balans Rekening houdend met de verwachte financiële resultaten, de ontwikkeling van de kasstromen en de investeringen, verwachten we de volgende ontwikkeling van onze balans: Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen Totaal activa Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden Totaal passiva
Bedragen in € 1.000 per 31 december 2023* 2024* 2025*
2020
2021*
2022*
61.046 65
71.414 65
74.689 65
73.934 1.565
69.439 1.565
64.590 1.565
13.936 33.837 108.884
13.360 26.596 111.435
13.337 25.120 113.211
13.500 29.265 118.264
13.558 38.731 123.293
13.682 49.003 128.840
2020
2021*
2022*
2023*
2024*
2025*
27.674 1.575
29.768 0
30.627 0
32.075 0
33.807 0
36.030 0
19.395 16.216 44.024 108.884
16.840 15.575 49.252 111.435
18.126 14.934 49.523 113.211
19.565 14.293 52.331 118.264
22.253 13.652 53.581 123.293
24.543 13.011 55.256 128.840
*=prognoses
De meest opvallende ontwikkelingen zijn: • De toename van de materiele vaste activa, vanwege de verwachte nieuwbouw van Wolfert Lansing in de gemeente Lansingerland. De gebouwen in Lansingerland staan op de balans van BOOR en zijn eigendom van BOOR, de gebouwen in de gemeente Rotterdam zijn economisch eigendom van de gemeente Rotterdam en staan dus niet op de balans van BOOR. • Het eigen vermogen is het afgelopen jaar gedaald als gevolg van de besteding van middelen die in 2019 zijn ontvangen. Vanaf 2021 verwachten we positieve resultaten op de exploitatie waardoor de eigen vermogenspositie verbeterd. • BOOR heeft personele voorzieningen gevormd voor de kosten van langdurig blijvend zieken, jubilea, wachtgelduitkeringen en duurzame inzetbaarheid. De ontwikkeling van deze voorzieningen is stabiel. De kosten van het groot onderhoud worden via een voorziening geëgaliseerd. Voor het groot onderhoud is een extra voorziening gevormd (in 2020 € 2,75 miljoen) met het oog op de veranderende toepassing van de regels van de Raad voor de Jaarverslaglegging. • De langlopende schulden nemen af door de aflossing van financiering.
65
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Ontwikkeling vermogenspositie Zoals zichtbaar in de balans zorgen de verwachte positieve resultaten voor een verbetering van vermogenspositie van BOOR. Een tweetal verwachte ontwikkelingen ondermijnen deze positieve vermogensontwikkeling: • Een commissie doet onderzoek naar de verwerking van de voorziening groot onderhoud in de jaarrekening van onderwijsbesturen. Conform de RJ zouden schoolbesturen een voorziening groot onderhoud moeten opbouwen conform de “componentenmethode” (d.w.z. per component per pand, over de gehele onderhoudscyclus). Momenteel gebruiken de meeste schoolbesturen, net als Stichting BOOR, een methode waarbij de toekomstige uitgaven voor groot onderhoud gemiddeld worden over de totale looptijd. Er vindt een zekere egalisatie plaats over de jaren. Als deze “componentenmethode” gebruikt moet gaan worden (naar verwachting vanaf 2023) betekent dit voor Stichting BOOR een forse stijging van de voorziening groot onderhoud. • Met ingang van 2023 is het plan om een nieuwe bekostigingssystematiek in te voeren voor het primair onderwijs. Er is sprake van dat de vordering op OCW, die ontstaat doordat het ministerie een afwijkend betaalritme hanteert, komt te vervallen. Op dit moment is onduidelijk of en welke compensatie daarvoor gegeven wordt. Als er geen compensatie komt betekent dit een verslechtering van de vermogenspositie.
(NB: Deze vordering bedraagt ultimo 2020 € 7,4 miljoen) Beide ontwikkelingen zijn nog niet verwerkt in de meerjarenbegroting omdat de uitkomsten nog te onzeker zijn. Toch kunnen ze op termijn van grote invloed zijn op de vermogenspositie van Stichting BOOR.
Huisvestingsbeleid In het Integraal Huisvestingsplan Rotterdam zijn afspraken gemaakt over welke schoolgebouwen gerenoveerd worden en voor welke scholen er vervangende nieuwbouw gerealiseerd wordt. Dit betreft voor BOOR 27 scholen, verspreid over de drie sectoren. Voor deze bouw- en renovatieprojecten is begonnen met het opstellen van businesscases. Het doel van deze businesscases is om heldere afspraken met de gemeente te maken over met name budget (beschikking) en tijd. Voor de businesscases die reeds in 2018 gestart zijn geldt dat deze na accordering van de gemeente verder gedefinieerd zijn. Dat houdt in, dat per school de businesscase wordt uitgewerkt in een programma van eisen en dat er een architect geselecteerd wordt die dit vertaalt in een ontwerp. Op 1 januari 2021 zijn er 12 projecten in de fase Businesscase, 9 in de fase Voorlopig ontwerp, 6 in de fase aanbestedingsgereed ontwerp en 1 in de fase Realisatie. Het vernieuwde Integraal Huisvestingsplan (IHP) is op 31 maart gepresenteerd aan het college van B en W en akkoord bevonden. Vervolgens is dit ter besluitvorming naar de gemeenteraad gestuurd. Voor de zomervakantie van 2020 is dit document geagendeerd en akkoord bevonden. Ook in dit IHP zijn er voor BOOR weer een aantal nieuwbouw en renovatieprojecten bij gekomen.
BOOR zal ook in 2021 veel regulier onderhoud uitvoeren, voor de drie sectoren bij elkaar gaat het om ruim € 6 miljoen. BOOR heeft de meerjaren onderhoudsplanning in de periode 2018-2019 herijkt door alle schoolgebouwen te schouwen, de onderhoudsplannen aan te passen op basis van de uitkomsten van deze schouw en de financiële vertaling te maken. Voor alle schoolgebouwen wordt, op basis van concrete vragen van schooldirecteuren, gekeken waar er functionele aanpassingen gedaan kunnen worden aan de gebouwen, om ze beter te laten aansluiten bij de onderwijskundige visie van de betreffende school. Functionele aanpassingen zijn ook duurzaamheidsmaatregelen die zich in 10 jaar kunnen terugverdienen door het verlagen van het energieverbruik.
Investeringsbeleid Er is een Meerjarig Inventarisplan (MIP) waarin de verwachte investeringen in inventaris voor de komende jaren zijn opgenomen. Bij de uitvoering van het MIP is het van belang dat scholen opdrachten plaatsen bij de uit een centrale aanbesteding gegunde partijen of bij de leveranciers, waarmee centraal raamcontracten zijn afgesloten. Daarnaast
66
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
vragen scholen in het (speciaal) basisonderwijs en (voorgezet) speciaal onderwijs voor investeringen boven € 2.500 incl. btw, advies bij Huisvesting & Facilitair en goedkeuring bij de bovenschools directeur.
Financieringsbehoeften De financiering van huisvestingsprojecten gebeurt vanuit de exploitatie en eventuele geoormerkte subsidies. Alleen de nieuwbouw van Wolfert Lansing en de uitbreiding van Wolfert Lyceum is extern gefinancierd door de BNG.
Ontwikkeling financiële positie (ratio’s) De financiële positie van BOOR kan worden uitgedrukt in diverse ratio’s. Op basis van bovenstaande cijfers en prognoses, zien we de volgende ontwikkeling van ratio’s in de komende jaren: Omschrijving Weerstandsvermogen (1) Solvabiliteit 1 (2) Solvabiliteit 2 (minimaal 30%) (2) Liquiditeit (minimaal 75%) (3) Kapitalisatiefactor (maximaal 35%) (4) Huisvestingsratio (maximaal 10%) (5) * = prognoses