21bb6300 Bijlage 1 behorende bij 21bb6299 over Jaarverslag BOOR 2020
Tekst van het document
26
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
richten op het verstevigen van de basis met een focus op preventie en het beter toerusten van schoolleiders en locatiedirecteuren in het nemen van de regie in passend onderwijs (zie ook tweede voortgangsrapportage 2020). We zijn tevreden over de voortgang sindsdien. Hieronder meer over de focus die we in 2020 hebben aangebracht. De afgelopen periode zijn de krachten van team onderwijskwaliteit en het juridisch team gebundeld om scholen te ondersteunen door te adviseren bij casuïstiek en toe te werken naar het ontwikkelen van een preventief kwaliteitsbeleid op basis van de (klachten)casuïstiek die we hebben verzameld. Tevens zijn we bezig onze (digitale) systemen beter in te richten, goede afstemming en samenwerking met het samenwerkingsverband te realiseren en behouden, ons eigen dashboard verder in te vullen en te duiden en werken we aan een nieuw format voor het schoolondersteuningsplan. Dit format moet scholen helpen bij de juiste invulling van de zorgplicht. Ook zijn er factsheets ontwikkeld, is landelijk en regionaal onderzoek en beleid vertaald en toegankelijk gemaakt voor onze scholen en hebben we een handreiking ontwikkeld voor complexe situaties. Het project BOOR Past! (voorheen Passend BOOR), een samenwerking tussen de sectoren (v)so en (s)bao, heeft een vervolg gekregen in schooljaar 2020-2021.
Middels dit project zijn leerkrachten in het basisonderwijs verder toegerust in het versterken en borgen van de basisondersteuning, ten aanzien van het voorkomen en hanteren van moeilijk verstaanbaar gedrag en/of ernstige gedragsproblemen. In het vo is ten behoeve van deskundigheidsbevordering op het gebied van Passend onderwijs in 2020 een steekproef uitgezet bij de ondersteuningscoördinatoren, daar kwamen een aantal wensen uit voor kennis over: gedrag, hoogbegaafdheid en stress bij leerlingen. De ondersteuningscoördinatoren gingen in het kader van kennisontwikkeling naar oco-bijeenkomsten van Koers VO. Daarnaast is er in 2020 een netwerk van ondersteuningscoördinatoren gestart. Dit netwerk is aan het begin van het schooljaar bij elkaar geweest, maar heeft vervolgens door corona enige vertraging opgelopen. Tot slot: de sector (v)so zet zich actief in om het aantal thuiszitters te reduceren door het aanbieden van arrangementen en voorzieningen.8 De sector is bovendien bezig met de doorvertaling van de ontwikkelambitie, waarbij een verschuiving plaats vindt van de inrichting van het onderwijs op de locaties volgens een onderwijsmodel in plaats van een zorgmodel. Locaties zullen onderwijs verzorgen volgens de wettelijke indeling op uitstroombestemming dagbesteding, arbeid of vervolgonderwijs.
Binnen de ontwikkelambitie is de taakstelling om per schoollocatie 5% onder en 5% boven de uitstroombestemming af te mogen wijken zodat leerlingen met een andere onderwijs- en ondersteuningsbehoefte in te passen zijn. Hiermee wil de sector preventief beleid inzetten om te borgen dat deze leerlingen plaatsbaar zijn op de locaties.
2.1.3 Verantwoording maatschappelijke thema’s Passend onderwijs Bovenstaande tekst vormt de verantwoording over de beleidsdoelen. Over het thema Passend Onderwijs, aangewezen door de Minister van OCW, moeten schoolbesturen zich op grond van de Regeling jaarverslag artikel 4 lid 6 nader verantwoorden. In totaal ontving BOOR in 2020 circa € 3.645.000. In hier na volgende tabel wordt dit bedrag nader gespecificeerd.
8 Voorbeelden hiervan zijn de afdelingen B!TS en van het Passercollege VSO, ROM van de Recon VSO, de zmolk- en zmalkgroepen van de Piloot SO en de Hoge Brug VSO en de leerrechtgroepen van de Tyltylschool SO, de Willeboerschool SO en de Van Voorthuysenschool SO.
27
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Sector
Herkomst
Bedrag
VO
Koers VO
€ 1.401.253
Overig SWV
€ 156.125
Totaal VO (S)BAO
€ 1.557.378 Schoolbudget
€ 368.463
Overig PPO
€ 1.124.005
Totaal (S)BAO (V)SO Totaal (V)SO Totaal
€ 1.492.468 Pilot herstartplekken
€ 431.249
Overige projecten
€ 164.700 € 595.949 € 3.645.795
Doelen bestuur Behalve aan doel 10 (zoals hierboven beschreven) heeft het BOOR in het kader van Passend Onderwijs ingezet op de volgende zaken: • BOOR Past! (voorheen: Passend BOOR): professionaliseren door van- en met elkaar te leren. Het gaat om expertise-uitwisseling tussen het (v)so – (s)bao, met als doel het versterken en borgen van de basisondersteuning, ten aanzien van het voorkomen en hanteren van moeilijk verstaanbaar gedrag en/of ernstige gedragsproblemen. Door deze inzet kunnen wij kinderen nog beter en zo dicht mogelijk bij huis ondersteunen en de ondersteuning sneller en bij voorkeur binnen de school regelen, waarbij gebruik gemaakt kan worden van een breed scala aan specialisten; • Maatwerktrajecten (welke gedurende het jaar Schoolbudget zijn gaan heten); het doel is kinderen extra ondersteuning te bieden en te behouden voor het reguliere onderwijs en zo uitstroom naar het s(b)o te voorkomen; • Inclusief onderwijs: het doel van het samenwerkingsverband en de gezamenlijke schoolbesturen is om in de komende periode 25 scholen in Rotterdam zich te laten ontwikkelingen als inclusieve school. Het jaarlijkse bedrag dat hiervoor beschikbaar komt kan ingezet worden om die plannen in de praktijk te realiseren; • Leerrechtpilots op drie scholen voor het so en één in het vso.
Via deze pilots trachten we kinderen die een vrijstelling voor het onderwijs hebben ontvangen op basis van artikel 5 van de Leerplichtwet, toch een passende onderwijsplek te bieden. Dat doen we middels een combinatie van onderwijs en zorg, vanuit de visie: ‘ieder kind heeft recht op onderwijs en een passende plek in het onderwijs’. Het bestuur is, in samenwerking met stakeholders, als volgt tot de genoemde doelen gekomen: • Doel 10: In overleg met de gremia van de verschillende sectoren is in 2019 het jaarplan 2020 opgesteld. De gmr’s hebben hierop positief advies uitgebracht. Het jaarplan 2020 is vastgesteld door het college van bestuur en het algemeen bestuur. • BOOR Past! (voorheen: Passend BOOR): Dit programma is twee jaar geleden in afstemming met het veld opgezet. In het ondersteuningsplan van PPO (2016-2020 en nieuw ondersteuningsplan 2021-2024) is een aantal doelstellingen opgenomen waaronder het versterken van de basisondersteuning ten aanzien van het voorkomen en hanteren van moeilijk verstaanbaar gedrag en/of ernstige gedragsproblemen. Het is hierbij van groot belang dat de leerkrachtvaardigheden en kennis ten aanzien van het voorkomen en hanteren van probleemgedrag bij leerlingen worden vergroot.
Binnen BOOR is de expertise op verschillende plaatsen aanwezig en door intensieve samenwerking en uitwisseling tussen so, sbo en regulier basisonderwijs en de verschillende specialisten rondom onze scholen is Passend BOOR ontstaan. Het programma is primair gericht op preventie, maar ook op hanteren van gedragsproblemen. 28
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
• Maatwerktrajecten: de totstandkoming van dit doel is vastgelegd in het ondersteuningsplan (2016-2020) van het samenwerkingsverband. Per 1 augustus 2020 is het nieuwe ondersteuningsplan ingegaan en zijn er op basis van de evaluatie en ervaringen van de eerste planperiode bijstellingen gedaan. • Inclusief onderwijs: het budget inclusief onderwijs is er voor scholen die mogelijkheden zien om structureel een meer inclusieve werkwijze toe te passen. Het doel van het inclusieve budget is om de wachtlijstleerlingen cluster 3 en cluster 4 een passende onderwijsplek te bieden in de inclusieve reguliere school en ook om leerlingen te laten terugstromen vanuit cluster 3 of cluster 4 naar het reguliere onderwijs. De totstandkoming van het hierboven beschreven doel is vastgelegd in het nieuwe ondersteuningsplan (2020-2024) van het samenwerkingsverband en deels vanuit de schoolpraktijk zelf ontstaan, omdat scholen deze ontwikkeling zelf al ingezet hadden. • Leerrechtpilots: het initiatief van deze pilots komt vanuit de gemeente en het samenwerkingsverband. Omdat de doelstellingen van deze pilot aansluiten bij de visie van BOOR op passend onderwijs; zijn vier van onze scholen met een pilot gestart (drie so- en één vso-school). Zie ook deze link.
Internationalisering Er is bij BOOR geen overkoepelend bestuurlijk beleid voor internationalisering. Echter, veel BOOR-scholen zijn wel actief op dit gebied. Voorbeelden daarvan zijn de aandacht voor wereldburgerschap, online contacten en uitwisselingsprogramma’s met scholen in het buitenland en reizen naar het buitenland. Twee BOOR-scholen hebben een uitgesproken internationaal profiel, te weten Harbour Bilingual School (tweetalig primair onderwijs) en Wolfert Tweetalig (tweetalig vo voor havo en vwo). Daarnaast heeft BOOR twee internationale scholen: Harbour International School (Primary school; voorheen onderdeel van De Blijberg) en de Rotterdam International Secondary School (onderdeel van de Wolfert van Borselen scholengroep). Harbour en Wolfert werken nauw samen om een drempelloze overgang te bewerkstelligen van primair tweetalig en internationaal onderwijs naar voortgezet tweetalig en internationaal onderwijs. De belangstelling voor het tweetalige en internationale onderwijs groeit overigens sterk. In de regio Rotterdam zijn steeds meer internationale kenniswerkers woonachtig, die een belangrijke bijdrage leveren aan de economie van de stad. Om in de groeiende behoefte van het tweetalige en internationale onderwijs te voorzien is BOOR in nauw overleg met onder andere de gemeente Rotterdam plannen aan het ontwikkelen om te komen tot een internationale campus.
Deze campus wordt voorzien aan de Bentincklaan en geïntegreerd in de bestaande bebouwde omgeving. Naar verwachting zal de campus plaats bieden aan ongeveer 1.800 leerlingen voor het tweetalige onderwijs en ongeveer 1.250 leerlingen voor het internationale onderwijs.
Inspectie Er is in 2020 geen inspectiebezoek geweest op bestuursniveau. Wel is een groot aantal scholen bezocht in het kader van thema-, herstel- of reguliere vierjaarlijkse onderzoeken. Met uitzondering van de Kruidenhoek, die in december 2020 onvoldoende werd beoordeeld, zijn alle scholen momenteel voldoende (zie ook doel 1). In 2020 zijn in totaal 35 scholen bezocht door de Inspectie, voor thema-, herstel- en kwaliteitsonderzoeken.
Mid-term review (visitatie) In het kader van het verbetertraject naar aanleiding van het Inspectieoordeel in 2019, heeft BOOR oud-inspecteur Rick Steur gevraagd een mid-term review te doen halverwege 2020. De aanbevelingen uit de mid-term review hebben een plaats gekregen in de sectorjaarplannen, het jaarplan van BOOR 2021 en lopend (kwaliteits)beleid. Zie voor meer informatie over de voorbereidingen op het herstelonderzoek het kopje ‘toekomstige ontwikkelingen’.
Achterstanden onderwijs als gevolg van Corona & inzet subsidies wegwerken achterstanden Opgelopen achterstanden In 2020 hebben de scholen te maken gekregen met het coronavirus en als gevolg daarvan de sluiting van scholen en onderwijs op afstand. BOOR heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen daarvan. 29
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
(S)bao Uit een enquête die is uitgezet in het najaar van 2020 bleek dat de achterstanden van degenen die al achterliepen op het gebied van taal, verder zijn vergroot, ondanks het feit dat er extra opvang en hulp op school is geweest voor de meest kansarme leerlingen tijdens de lockdown. De kopgroep heeft bij taal nauwelijks achterstanden opgelopen. De opgelopen achterstanden wisselen per school, zelfs per groep. Dat maakt het moeilijk een eenduidig beeld te schetsen. Vo In het voortgezet onderwijs bleek in het najaar dat het percentage leerlingen met opvallend lagere prestaties varieert van nul tot 50%. Er is geen groep leerlingen die opvalt in de hele sector, het verschilt per school. De eerste schoolexamens van de examenkandidaten zijn dit schooljaar (2020-2021) minder goed gemaakt en scholen ervaren problemen met de motivatie en leerhouding van leerlingen. Scholen besteden extra aandacht aan de bepaling van het onderwijsniveau, op een manier die aansluit op reguliere activiteiten van de vo-scholen om de prestaties van leerlingen te monitoren. Voor meer activiteiten, zie onder bij ‘subsidie’. (V)so Scholen hebben op leerlingniveau goed zicht op de ontwikkeling van leerlingen, de bereikte doelen in de OPP’s (Ontwikkeling Perspecief Plan) zijn voor de zomervakantie geëvalueerd.
In het (v)so is een enquête uitgezet onder locatiedirecteuren en vervolgens is een sectoroverleg ingepland om ervaringen te delen en om eventuele achterstanden te signaleren en te bespreken hoe deze te bestrijden. Intern begeleiders binnen professionele leerteams analyseren per uitstroomgebied en aan de hand van de OPP’s de opbrengsten op groeps- en schoolniveau.
Subsidie Binnen BOOR is door bijna alle scholen subsidie aangevraagd voor het inhalen en wegwerken van achterstanden die zijn opgelopen tijdens de coronacrisis. De scholen kunnen met deze subsidie inhaal- en ondersteuningsprogramma’s vormgeven om kinderen met achterstanden extra begeleiding te geven. Scholen zijn vrij om zelf invulling te geven aan het ondersteuningsprogramma en mogen daarbij gebruik maken van externe partijen. Deze ondersteuningsprogramma’s kunnen tot eind augustus 2021 worden uitgevoerd. Een deel van de (v)so-scholen heeft aanvullende digitale lesmethoden aangeschaft om leerlingen thuis extra te laten oefenen. Daarnaast hebben ze ondersteunende materialen aangeschaft die leerlingen bij thuiswerken kunnen gebruiken (zoals rekenrekjes). Om het ‘leren van elkaar’ te stimuleren zijn intern begeleiders binnen professionele leerteams, per uitstroomgebied en aan de hand van de OPP’s de opbrengsten aan het analyseren op groeps- en schoolniveau. De meeste scholen in het (s)bao gebruiken de aangevraagde subsidie om extra in te zetten op opgelopen achterstanden op het gebied van taal. Verschillende scholen zetten een (extra) onderwijsassistent in. Een aantal scholen koopt ook aanvullende expertise in. Ook worden extra digitale middelen aangeschaft.
Een deel van de (s)bao-scholen hebben deelgenomen aan de ‘Zomercampus010’, een door de gemeente Rotterdam georganiseerde zomerschool. Voor deelname aan deze zomercampus is per leerling een deel van de subsidie afgedragen aan de gemeente om de kosten te dekken. Het resterende subsidiebedrag wordt door scholen ingezet voor de eigen inhaal- en ondersteuningsprogramma’s (zie hiervoor ook hoofdstuk 2.4, inzet achterstandsmiddelen). Ook een deel van de vo-scholen heeft deelgenomen aan de Zomercampus010. Vo-scholen besteden speciale aandacht aan het volgen van de leerlingen in het eerste leerjaar. De aanpak om opgelopen achterstanden aan te pakken varieert. Veel voorkomende aanpakken zijn extra programma’s (zoals herfst/winter/lente/zomerscholen) en extra lessen binnen schooltijd. De aangevraagde subsidie wordt benut voor het realiseren hiervan.
30
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Onderzoek In opdracht van het ministerie van OC&W doen onderzoekers van het LEARN! onderzoeksinstituut van de VU Amsterdam onderzoek naar inhaal- en ondersteuningsprogramma’s gericht op het inhalen van eventuele leerachterstanden door de COVID-19 maatregelen. Zij streven ernaar om de eerste resultaten van het lopende onderzoek eind van dit schooljaar te delen met scholen. Landelijk zal Oberon in opdracht van OCW maandelijks de effecten van corona peilen onder scholen in het funderend onderwijs. We gaan onderzoeken of de resultaten uit dit onderzoek bruikbaar zijn voor BOOR zelf. De VO-raad heeft een werkgroep ingesteld die geleerde lessen in relatie tot corona in kaart brengt. De commissie zal binnenkort een advies uitbrengen.
Toetsing en examinering vo Voorafgaand aan de start van het schooljaar 2019-2020 is de BOOR-brede plg ‘Examensecretarissen’ opgericht, waaraan alle examensecretarissen van alle schoollocaties van de scholen voor voortgezet onderwijs en voorgezet speciaal onderwijs van stichting BOOR deelnemen. De werkgroep stelt zich ten doel het examenreglement jaarlijks te actualiseren. Dit is een nadrukkelijke intensivering van het beleid na het vorige bestuursonderzoek van de Inspectie. Uitgangspunten: • Binnen de sector door de scholen heen per examenrichting samenwerken en van elkaars kennis gebruik maken, oftewel: leren van elkaar; • Medewerkers van dezelfde examenrichtingen op BOOR scholen voor voorgezet onderwijs verbinden; • Betrokkenheid van de vso-scholen bij de werkgroep helpt deze scholen met relatief weinig leerlingen en minder examen-expertise, de processen goed op orde te houden; • Samen werken aan een BOOR-breed kader waarin elke school(locatie) ruimte heeft om school-specifieke accenten aan te brengen in het belang van hun examenleerlingen; • Gezamenlijk (middels een kerngroep) ervoor zorgdragen dat het Examenreglement van BOOR voldoet aan de wettelijke eisen die het Examenbesluit voortgezet onderwijs eraan stelt. Dit heeft geresulteerd in een geactualiseerd en gemoderniseerd examenreglement.
Tijdens het afgelopen jaar zijn verdiepende thema’s opgepakt: • Inhoudelijke discussie over aantal herkansingen om kansen van leerlingen te vergroten, en tegelijk recht te doen aan de kwaliteit van hun diploma’s; • Oog voor aansluiting van het stichtingsbrede Examenreglement op het schoolspecifieke Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA); • De examencommissie zoals het ministerie van OC&W die vanaf 2021-2022 voor ogen heeft is uitgewerkt in het Examenreglement 2020-2021. De plg Examensecretarissen is tevens een groep op het sociale bedrijfsnetwerk van stichting BOOR, BOORconnect. Leden delen hier kennis en ervaring met elkaar.
VMBO-Techniek In het jaar 2020 is voor de landelijke subsidieregeling Sterk Techniek Onderwijs het project Tech op Zuid van start gegaan. Voor dit project is een subsidie van € 8,3 mln. verkregen (te besteden in de jaren 2020 t/m 2023). RvC de Hef is voor dit project penvoerder. Er is gestart met 8 projecten die ieder een deelgebied bestrijken van de te realiseren doelen: verbeteren van het vmbo-techniekonderwijs. In dit programma wordt samengewerkt met vijf andere vmbo-scholen, een vso-school en met drie mbo-scholen. Het jaar 2020 heeft vooral in het teken gestaan van het inrichten van de projecten, het scherp krijgen van de aanpak, de planning en het plan van inzet van de docenten. Daarnaast is er een start gemaakt met de aanschaf van machines en andere technische leermiddelen. Ook is het ondersteunen van
31
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
basisscholen op Rotterdam Zuid al een eind gevorderd. Het versterken van techniekonderwijs op basisscholen heeft als doel om in een vroeg stadium leerlingen enthousiast te maken voor een opleiding in de techniek en de beeldvorming over techniek te verbeteren. In 2021 zijn alle projecten aan de slag en zullen de eerste resultaten zichtbaar zijn. Op de Noordoever doet het Libanon Lyceum mee met Sterk Techniek Onderwijs Noord, daar is LMC de penvoerder.
2.1.4 Toekomstige ontwikkelingen Herstelbezoek Inspectie Herstelbezoek Inspectie (zie ook doel 1 en 2 onder 2.1.2): Minstens één keer in de vier jaar onderzoekt de Onderwijsinspectie ieder schoolbestuur in Nederland. Van november 2018 tot en met maart 2019 is dit vierjaarlijks onderzoek uitgevoerd bij het bestuur van Stichting BOOR. De Inspectie beoordeelde de kwaliteitszorg als onvoldoende. Op de overige onderdelen scoorde BOOR voldoende. De opmerkingen van de Inspectie over de kwaliteitszorg op bestuursniveau hebben betrekking op het zicht en de sturing op onderwijskwaliteit: de doorwerking van het kwaliteitsbeleid tot in de klas en gerichte sturing op basis van expliciete normen die verder gaan dan de normen voor basiskwaliteit in het inspectiekader behoeven verdere versterking. Daarbij moet niet alleen naar de onderwijsopbrengsten, maar ook naar de kwaliteit van het onderwijsproces worden gekeken. In maart 2021 is de Inspectie teruggekomen voor een herstelonderzoek. In de 3-maandsrapportage is hier meer over te lezen. In 2020 is hard gewerkt om de kwaliteitszorg naar een hoger plan te tillen, volgens vier noodzakelijke elementen: • eigen doelen en ambities en bijbehorende normen; • een vastgestelde kwaliteitscyclus in de drie sectoren; • duidelijke gedefinieerde interventies; • doorwerking van het kwaliteitsbeleid tot op klassenniveau.
Doelen en ambities zijn geformuleerd in de jaarplannen op BOOR-, sector- en schoolniveau. De sectorplannen komen samen in het BOOR-jaarplan en waar van toepassing gezamenlijke doelen zijn geformuleerd. De mate waarin het bestuur zicht heeft op de kwaliteit van de scholen en afdelingen van BOOR is een belangrijk onderdeel van het onderzoek in maart. De doorwerking van de sturing op kwaliteit tot in de klas is hierbij grootste uitdaging. De Inspectie heeft aangekondigd in haar gesprekken met zowel bestuur, staf, scholen en docenten/leerkrachten en in hun observaties te onderzoeken of die doorwerking doelmatig en doeltreffend is. Er zijn systemen ingericht zodat elke laag inzicht heeft in het detailniveau passend bij zijn of haar positie binnen de sturings- en verantwoordingslijn.
Corona Zie uitgebreider onder 2.1.3 bij ‘Achterstanden onderwijs als gevolg van Corona & inzet subsidies wegwerken achterstanden’.
2.1.5 Onderwijsresultaten Eindtoetsen basisonderwijs Als gevolg van de coronacrisis en het sluiten van de scholen in een deel van schooljaar 2019-2020 heeft de minister op 18 maart 2020 besloten dat er in het schooljaar 2019-2020 geen eindtoets zou worden afgenomen in het basisonderwijs. Om die reden zijn er geen resultaten weer te geven voor verslagjaar 2020.
32
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Slagingspercentages vo In het examenjaar 2019-2020 is de wijze van examinering anders geweest dan gebruikelijk als gevolg van de coronacrisis. De schoolexamens vormden de basis voor het diploma en er zijn geen centrale examens geweest. In plaats van herkansingen zijn er resultaatverbeteringstoetsen geweest. Dit heeft landelijk geleid tot hogere slagingspercentages. Dat zien we ook terug bij BOOR; de gemiddelden komen in 2020 nagenoeg overeen met de landelijke gemiddelden voor 2020. Alleen vmbo-b en vmbo-k liggen iets onder de landelijke gemiddelden. Landelijk is het beeld dat leerlingen via de schoolexamens vaker het voordeel van de twijfel hebben gekregen. Er waren daarnaast meer herkansingsmogelijkheden in het landelijke beleid rondom examinering in 2019-2020 via de resultaatverbeteringstoetsen (rv-toetsen). Een nieuw verschijnsel waarmee leerlingen hun resultaten konden verbeteren. Daarnaast zien we ook dat de wijze van examinering in 2019-2020 beter aansluit bij veel leerlingen. Leerlingen die moeite hebben met schriftelijke taalvaardigheden hebben baat gehad bij het mondeling examineren. Slagingspercentages BOOR 2020 Afdeling
2018
2019
2020
Aantal kandidaten 2020
Leerlingen examen behaald 2020
Leerlingen Cum Laude 2020
vmbo-b
97,7%
95,0%
94,2%
86
81
6
vmbo-k
98,4%
90,1%
97,8%
134
131
3
vmbo-(g)-t
94,3%
92,7%
99,6%
450
449
0
Havo
85,5%
81,9%
97,7%
576
563
0
Vwo
91,6%
92,7%
98,8%
589
582
42
Totaal
91,5%
89,4%
98,4%
1835
1806
51
Slagingspercentages BOOR en landelijk 2020 Niveau
BOOR 2018 Landelijk 2018
BOOR 2019 Landelijk 2019
BOOR 2020 Landelijk 2020
vmbo-b
97,7%
99,8%
95,0%
97,9%
94,2%
99,4%
vmbo-k
98,4%
95,2%
90,1%
95,7%
97,8%
99,5%
vmbo-(g)-t
94,3%
92,5%
92,7%
92,9%
99,6%
99,2%
Havo
85,5%
87,7%
81,9%
88,2%
97,7%
97,5%
Vwo
91,6%
91,5%
92,7%
90,7%
98,8%
99,0%
Slagingspercentages benchmark
33
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Slagingspercentages vso Er zijn voor vso-leerlingen verschillende manieren om eindexamen te doen en een diploma te halen. Voor de BOORscholen geldt dat leerlingen als extraneus examen doen bij een reguliere school voor voortgezet onderwijs of staatsexamen doen. In het examenjaar 2019-2020 zijn de schoolexamens de basis voor het diploma. Er zijn dit jaar geen centrale examens geweest vanwege de coronacrisis. Omdat er dit jaar geen herkansingen kunnen plaatsvinden, zijn er resultaatverbeteringstoetsen geweest. Er zijn drie vso-locaties waar leerlingen deelnemen aan het centraal examen. Slagingspercentages vso 2020 Afdeling
2020
Aantal kandidaten 2020
Leerlingen examen behaald 2020
vmbo-b/k
100%
26
26
vmbo-(g)-t
93,55%
31
29
havo
100%
15
15
vwo
100%
2
2
totaal
97,3%
74
72
2.1.6 Belangstellingspercentage Onderstaande tabel laat het belangstellingspercentage van BOOR in Rotterdam zien (dus BOOR-locaties buiten Rotterdam niet meegerekend). Het belangstellingspercentage van BOOR is over de laatste jaren min of meer stabiel. Het totaal aantal leerlingen in Rotterdam is in 2020 nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2019 (een daling van 0,2%). Het BOOR-aandeel in Rotterdam is licht gedaald van 30,7% naar 30,6%. Het belangstellingspercentage van het bao en het so zijn gedaald met respectievelijk 0,4% (van 33,1 naar 32,7%) en 0,6% (van 47,6% naar 47%). De andere sectoren stegen: het sbo met 0,5% (van 29,7% naar 30,2%), het vso met 2,4% (van 42,8% naar 45,2%) en het vo met 0,2% (van 25,4% naar 25,6%). De gemeentelijke prognose geeft aan dat het aantal leerlingen in de basisschoolleeftijd ten opzichte van 2014 met ruim 2,7% is gegroeid. BOOR heeft daar niet van geprofiteerd, ons leerlingenaantal is ten opzichte van 2014 juist gedaald en zal naar verwachting van de gemeente nog verder dalen. Het is een trend in Rotterdam dat de grote po-schoolbesturen leerlingen verliezen. Daarnaast is in heel Rotterdam in 2020 sprake van daling van leerlingen in het basisonderwijs. Een deel van de krimp in het bao van BOOR is te verklaren door de aanpak van kleine scholen.
Die ontwikkelingen komen grotendeels voort uit de afspraken in het kader van het Integraal Huisvestingsplan met de gemeente en andere schoolbesturen. BOOR heeft relatief veel kleine scholen. Kleine scholen zijn over het algemeen kwetsbaar, omdat ze minder financiële mogelijkheden hebben om tegenslagen op te vangen. Om gezonder scholen te creëren, wordt er soms gekozen voor fusie, sluiting of samenwerking met een ander schoolbestuur. Dit heeft vaak leerlingverlies als onbedoeld gevolg. In de periode 2014 tot en met 2020 zijn zes BRIN-nummers opgeheven en in totaal 29 locaties gesloten.
34
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Belangstellingspercentage in Rotterdam (peildatum 1 oktober)
2016
2017
2018
2019
20209
Basisonderwijs
34%
33%
33%
33%
33%
Speciaal basisonderwijs
33%
30%
31%
30%
30%
Speciaal onderwijs
51%
49%
49%
48%
47%
Voortgezet speciaal onderwijs
41%
43%
43%
43%
45%
Voortgezet onderwijs (inclusief vavo-leerlingen)
25%
26%
25%
25%
26%
Totaal
31%
31%
31%
31%
31%
Bron: Onderwijsdata op duo.nl.
Onderstaande tabel laat het aantal leerlingen van BOOR buiten Rotterdam zien. BOOR-leerlingen buiten Rotterdam (peildatum 1 oktober)
Sector
2018
2019
2020
Zuidplas
vo
372
375
395
Lansingerland
vo
1.295
1.334
1.328
(v)so
37
38
46
Gouda
2.1.7 Tevredenheidspeilingen Elk jaar doet BOOR een tevredenheidsmeting. Het ene jaar is dat alleen onder leerlingen, het andere jaar onder leerlingen, ouders OP, OOP en management. In 2020 is er een uitgebreide meting geweest onder de genoemde vijf doelgroepen. De respons is voor alle doelgroepen voldoende om representatieve uitspraken op sectorniveau te doen.
Resultaten (s)bao tevredenheidspeiling 2020 We zien over het algemeen slechts minimale verschillen ten opzichte van de vorige peilingen van 2018 en 2019. De scores wijken niet tot nauwelijks af van de landelijke benchmark. Tevredenheidspeiling (s)bao Doelgroep
2018
2019
2020
Management
7,8
-
7,7
OP
7,5
-
7,4
OOP
-
-
7,7
Ouders
7,5
-
7,3
Leerlingen
8
8
7,9
Resultaten vo tevredenheidspeiling 2020 Bij het gemiddelde van de rapportcijfers die de vijf doelgroepen hebben toegekend aan de scholen is te zien dat over de gehele linie de rapportcijfers iets, maar niet opvallend, lager liggen dan bij andere middelbare scholen in Nederland. Bij leerlingen zien we daarentegen een iets hoger gemiddeld rapportcijfer dan in 2019, maar de leerlingtevredenheid ligt
9
Voorlopige cijfers
35
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
onder ons streefniveau. Hier is aandacht voor. Scholen voeren gesprekken over de resultaten met (afvaardigingen) van leerlingen, ouders en medewerkers om de resultaten te kunnen duiden. Indien de bevindingen hier aanleiding toe geven, worden deze verbonden aan verbeterdoelstellingen die opgenomen worden in (locatie)jaarplannen van de scholen. Voortgang en evaluatie is onderdeel van de reguliere kwaliteitscyclus van de scholen en tevens is hier aandacht voor in de bovenschoolse kwaliteitscyclus (bijv. in de P&C-gesprekken tussen bestuurder en rector of een schoolbezoek). Tevredenheidspeiling vo Doelgroep
2018
2019
2020
Management
7,7
-
7,3
OP
7,1
-
7
OOP
-
-
7,3
Ouders
7,1
-
7,0
Leerlingen
6,7
6,5
6,6
Resultaten so en vso tevredenheidspeiling 2020 De sector (v)so doet het in algemeenheid goed en laat een positieve stabiele lijn zien in de tevredenheidsonderzoeken. De sector scoort voor alle categorieën – met uitzondering van vso OOP - gelijk of hoger dan de externe benchmark. Tevredenheidspeiling so Doelgroep
2018
2019
2020
Management
7,8
-
7,8
OP
7,3
-
7,6
OOP
7,5
-
7,5
Ouders
8
-
8
Leerlingen
-
-
8,1
Doelgroep
2018
2019
2020
Management
7,9
-
7,8
OP
7,5
-
7,5
OOP
7,5
-
7,2
Ouders
7,5
-
7,6
Leerlingen
-
-
7,9
Tevredenheidspeiling vso
36
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
2.2
Personeel & professionalisering
2.2.1 Doelen en resultaten in 2020 Doel 11 – HR beleid10 In 2020 voeren ons strategisch HR beleid uit en werken we aan de verbetering van administratieve infrastructuur van HR-processen. We hebben ons in 2020 bij de uitvoering van het strategisch HR-beleidskader stevig ontwikkeld. We verzamelen data, duiden deze en weten daardoor steeds beter wat ons te doen staat. We hebben de organisatie in stelling gebracht om structureel te blijven onderzoeken waarom medewerkers BOOR verlaten. Door middel van acties en inzet van mensen op het thema werkdrukvermindering ondersteunen we medewerkers steeds beter. Door het ontwikkelen van trainingen maken we veiligheid bespreekbaar op onze scholen.
Sectorplannen Het strategisch HR-beleidskader is in 2020 vertaald naar HR-sectorplannen. In samenwerking met de commissies personeel van de sectoren wordt hieraan gewerkt en eventueel bijgestuurd. Hiermee heeft het een plek gekregen in de dagelijkse interactie tussen medewerkers en leidinggevenden op de scholen.
BOOR Werkt Binnen de HR-afdeling is het afgelopen jaar de subafdeling BOOR Werkt verder ingericht. Onder BOOR Werkt vallen de interne vervangingspool, de recruiters voor tijdelijke en vaste medewerkers, de administratieve verwerking van de externe inhuur, de zij-instroom (po) en de arbeidsmarktcommunicatie. Bovenstaande dienstverlening wordt gedaan voor de sectoren (s)bao en het (v)so. In het vo is het probleem tot nog toe minder groot, is er de succesvolle inzet van de OSR (zie doel 12) en wordt er meer op schoolniveau opgepakt. Op dit moment werkt deze afdeling aan de ontwikkeling van een arbeidsmarktcampagne (live: omstreeks april 2021). Deze campagne is gericht op alle doelgroepen die een bijdrage leveren aan het geven van onderwijs op onze scholen en is voor heel BOOR en daarmee ook voor de werving van medewerkers op onze vo-scholen. BOOR Werkt heeft zich het afgelopen jaar steeds meer als kenniscentrum voor de instroom van onze medewerkers en het inzetten van tijdelijke (externe) medewerkers ontwikkeld. De afdeling heeft de data-aanvoer geoptimaliseerd. Hierdoor is het management van de sectoren (s)bao en het (v)so goed geïnformeerd en kan er tijdig worden bijgestuurd. In 2021 zal de afdeling zich richten op de doorontwikkeling van de kwaliteit van deze onderwerpen.
Administratie Het afgelopen jaar is intensief gewerkt aan de optimalisatie van de administratieve processen binnen de afdeling HR van BOOR Services. De wijze van inrichten van de centrale administratie ondersteunt de implementatie van de processen en de administratieve verantwoordelijkheden die voortkomen uit de gezamenlijke aanbesteding van externe inhuur. Doordat we de administratie centraal regelen, worden scholen ontzorgd.
10
Middels de tekst bij dit doel verantwoorden we ons ook over het verplichte onderdeel strategisch HR-beleid.
37
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Naast het bovenstaande zijn de volgende resultaatgebieden succesvol uitgevoerd voor alle sectoren. • Het aangepaste verzuimbeleid is verder geïmplementeerd (de verzuimcijfers dalen en het verzuimbeleid is in alle drie de sectoren geïmplementeerd); • De WNRA is geïmplementeerd; • Exitinterviews en/of exitonderzoeken zijn structureel ingevoerd, inclusief monitoring; • Uitvoering RI&E, analyse en maatregelen; • Mede door de uitbreiding en inzet van een nieuwe functioneel beheerder is de digitalisering van de administratieve infrastructuur van de HR-processen, instrumenten en het personeelssysteem vorig jaar verbeterd; • Implementatie en procesvoering van online assessments. Dit wordt ingezet bij talentontwikkelingsvraagstukken binnen de gehele organisatie. Voor het (s)bao en het (v)so zijn de volgende resultaatgebieden succesvol uitgevoerd. • De gesprekkencyclus is aangescherpt en wordt komende schooljaar al toegepast binnen de sector (s)bao; • Duurzaam inzetbaarheidsbeleid is geïmplementeerd in het (s)bao en het (v)so, dit leidt tot een verlaging van het aantal WIA-uitkeringen; • De herwaardering van de functies in het (s)bao en het (v)so zijn zonder enige noemenswaardige obstakels goed uitgevoerd. De drie verzoeken tot heroverweging zijn intern opgelost.
Verzuimontwikkeling • Binnen alle sectoren zien we een daling in het verzuimcijfer vanaf april 2020. Mogelijke oorzaak is het vele thuiswerken; • Binnen alle sectoren zien we een stijging van het verzuimcijfer vanaf oktober. Enerzijds omdat medewerkers zich meer ziekmelden, anderzijds omdat medewerkers afwezig zijn in afwachting van de uitslag van een coronatest of door corona-gerelateerde quarantaine; • De ziekteverzuimcijfers van BOOR gaan naar beneden. BOOR totaal laat in 2020 een daling zien, van 6,21% in december 2019 en 5,86% in december 2020. In de sectoren (s)bao en (v)so is het afgelopen jaar een duidelijke afname van het verzuim te zien. In het (v)so is sinds januari 2020 een re-integratie adviseur ingezet en het verzuimbeleid binnen het (v)so is geoperationaliseerd, wat heeft bijgedragen aan de afname van het ziekteverzuim. In het (v) so lag het verzuim nog op 7,17% in december 2019 waar dit in december 2021 is gedaald naar 5,56%. Daar waar het verzuim in het (s)bao in december 2019 nog op 6,72% lag, is dit in december 2020 gedaald naar 6,08%. • In het vo laat het verzuim een meer platte lijn zien, hier is het verzuim het afgelopen jaar ligt gestegen ten opzichte van het verzuimcijfer in december 2019 van 5,34% naar de in december 2020 5,54%. In het vo is, sinds januari 2021, een re-integratie adviseur ingezet.
• Het landelijke ziekteverzuimcijfer van het po in 2019 (2020 is pas per september 2021 beschikbaar)11 is 5.8%. Hier valt op dat het ziekteverzuim van het po van BOOR ((s)bao 5,86% en het (v)so 5,56%) gelijkwaardig is aan het landelijk gemiddelde. Dit laat zien dat de ingezette daling van het ziekteverzuimpercentage doorzet en het ziekteverzuim beleid in beide sectoren zijn vruchten op levert. Dit is een mooi resultaat. • Het landelijke ziekteverzuimcijfer in het vo in 2019 is 5,6% (2020 is pas per september 2021 beschikbaar)12. Het verzuimpercentage van het vo van BOOR is 5,54% en ligt onder het landelijk gemiddelde van het vo.
11 12
38
De verzuimcijfers zijn waarschijnlijk beïnvloed door corona in 2020. De vergelijking met landelijke cijfers 2019 gaat dus enigszins mank. Idem.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Verzuimpercentage BOOR totaal
Verzuimpercentage (s)bao
39
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Verzuimpercentage (v)so
Verzuimpercentage vo
40
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
In 2020 heeft het inzetbaarheidsteam zich gericht op het nader onderzoeken en duiden van eventuele risico’s in relatie tot het ziekteverzuim. We hebben in 2020 een verdieping in de rapportage aangebracht en de ziekteverzuimcijfers verbonden aan de schoolresultaten van een school/sector. Dit proces wordt in 2021 nader uitgewerkt. We willen met deze werkwijze tijdig eventuele risico’s in de verzuimrapportages signaleren en/of voorkomen. Met ingang van het schooljaar 2019/2020 is er een nieuwe arbodienstverlening (Perspectief) gestart. Dit naar aanleiding van een succesvolle pilot in het (s)bao in schooljaar 2018/2019, die een daling van het verzuimpercentage liet zien. Er is gekozen voor een verlengde armconstructie. Dit houdt in dat de verzuimconsulent van Perspectief vanaf dag vijf van het verzuim in contact treedt met zowel de leidinggevende als de medewerker. Het doel hiervan is goed in te kunnen schatten of het verzuim langdurig zal zijn en welke interventies er eventueel nodig zijn om het herstel te bevorderen. Deze werkwijze, in combinatie met de inzet van re-integratieconsulenten in het (s)bao en het (v)so, heeft in 2020 succes geboekt. De optimalisatie van de verzuimbegeleiding blijft een van de speerpunten in de bestrijding van het lerarentekort en de werkdrukvermindering.
Deze aanpak is eind 2020 op maat ingezet in het vo en laat ook daar resultaat zien: kosten dalen en het verzuim wordt steeds schoner13. Dat het verzuim schoner wordt is geen doel op zich. De kern is dat het onderscheid tussen verzuim als gevolg van ziekte en werk-gerelateerd verzuim sneller in beeld komt, waardoor eerder een aanpak die past bij de situatie wordt ingezet. Dit draagt bij aan bij de uitvoering van goed werkgeverschap.
Veiligheid Onderstaande informatie geeft inzicht in hoe medewerkers van BOOR hun veiligheid ervaren en welke acties wij hebben ondernomen om de veiligheid die onze medewerkers ervaren, positief te beïnvloeden. In april 2020 is door B&T organisatieadvies een rapportage opgesteld met de resultaten van de tevredenheidspeilingen die zijn uitgevoerd op alle scholen in het (s)bao, (v)so en vo van BOOR. De tevredenheidspeiling is afgenomen bij vijf doelgroepen: leerlingen, ouders, onderwijsondersteunend personeel (OOP), onderwijspersoneel (OP) en management. In deze rapportage is oog voor de sociale veiligheid die ons personeel ervaart. De tabel hieronder geeft de score per doelgroep weer op een vijfpuntsschaal:
Sociale veiligheid personeel
Management
Onderwijzend personeel
Onderwijs ondersteund personeel
3,7
3,7
3,9
De rapportage van B&T stelt dat de scholen van BOOR door het personeel gewaardeerd worden op het gebied van het ontbreken van (seksuele) intimidatie en ongewenste omgangsvormen. Aandachtspunt voor het management is dat er in sommige gevallen sprake is van ongewenste omgangsvormen van zowel leerlingen als ouders. Dit onderwerp is essentieel voor medewerkers om zich op de langere termijn te willen blijven verbinden aan een organisatie. In het schooljaar 2019/2020 is er in de drie sectoren een RI&E afgenomen. De resultaten van de RI&E in het (s)bao en het (v)so lieten een toenemende ervaring van onveiligheid zien als gevolg van agressie van ouders en leerlingen. Naar aanleiding van deze uitkomsten is aangekondigd dat er trainingen voor medewerkers zullen worden aangeboden om hen te ondersteunen hiermee om te gaan. Momenteel staan de trainingen stil als gevolg van corona, wanneer het weer kan bieden wij de workshops weer aan (het ‘live’ bijeenkomen heeft bij deze workshops meerwaarde). In het schooljaar 2020/2021 wordt ook gewerkt aan het ontwikkelen en uitvoeren van integriteitstrainingen. Deze trai-
13
Onderscheid tussen de verschillende soorten verzuim is beter zichtbaar in de systemen.
41
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
ningen moeten bijdragen aan het verder ontwikkelen van de sociale veiligheid. Ambitie is om alle leidinggevenden met hun teams deze training te laten volgen. De uitrol van deze training is tevens afhankelijk van de ontwikkelingen rondom corona. Mogelijk wordt deze training digitaal gegeven. Naast de bovengenoemde onderzoeken kan ook het verzuimcijfer een indicator zijn van de veiligheid die mensen ervaren. Wanneer een medewerker weinig veiligheid ervaart, kan dit zowel fysieke als mentale klachten tot gevolg hebben. Het jaarverslag van Perspectief laat zien dat er binnen de sector vo nog veel mentaal verzuim te zien is. Op dit moment wordt daar actie op genomen door ook in het vo structureel een re-integratie consulent in te zetten.
Doel 12 - Lerarentekort In 2020 werken we door verschillende acties aan het terugdringen van het lerarentekort, zowel voor de korte als de lange termijn.
Anders organiseren Er is in 2020 een projectorganisatie Anders organiseren ingericht voor de sturing op de vermindering van het lerarentekort in het basisonderwijs. In dit project komen drie lijnen samen: de sturing op continuïteit, de sturing op kwaliteit en een veranderkundige lijn (ondersteuning bij implementatie). Er zijn inmiddels circa zestig BOOR-scholen ((s)bao en (v)so) op enige wijze met anders organiseren gestart. Er is een directe relatie tussen de hoeveelheid vacatures (en verborgen vacatures die een school heeft) en de inzet van anders organiseren. Samen met andere schoolbesturen en de gemeente Rotterdam is het noodplan Slim Organiseren ontwikkeld. De minister van Onderwijs heeft hiervoor extra financiële middelen toegekend. Het basisonderwijs van stichting BOOR heeft de komende vier jaar circa 2 miljoen per jaar voor de toepassing van maatregelen uit het plan Slim Organiseren.14 Naast extra geld is er extra regelruimte om het onderwijs anders te organiseren. Inmiddels lopen er in het (s)bao meerdere projecten in samenwerking met diverse samenwerkingspartners. We zien dat er, zowel op het gebied van begeleiding vanuit de afdeling HR als vanuit de afdeling Onderwijskwaliteit, maatwerk geleverd moet worden, omdat elke school een eigen inzet heeft van de middelen.
Hiervoor is de inzet van de adviseurs van meerwaarde, evenals de hulp van de inspiratiegroep anders organiseren. Deze bestaat uit schooldirecteuren van het (s)bao die als voorlopers kunnen worden beschouwd.
Integraal ontwikkeltraject po Ter ondersteuning van de schoolleiders en hun teams bij de invulling van anders organiseren is in 2020 een integraal ontwikkeltraject ontworpen. Dit is de veranderkundige lijn in het project anders organiseren. Het ontwikkeltraject moet bijdragen aan het vestigen van een open cultuur (gericht op ontwikkeling, leren en experimenteren) en aan een professionele cultuur. Hiermee zorgen we dat we als organisatie wendbaar kunnen (blijven) werken aan de opgaven waar het onderwijs voor staat. De bedoeling is het leren en professionaliseren te faciliteren door een digitaal platform te ontwikkelen met relevante opleidingen en trainingen waar 10% van het leren kan plaatsvinden. Daarnaast gaat een leiderschapstraject van start waar 20% intervisie en coaching in zit om het vakmanschap in leiderschap te bevorderen.
14
42
Bijlage Slim organiseren po en so Rotterdam een plan voor actie in perspectief | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
De andere 70% van het leren en ontwikkelen is in het leiderschapstraject vormgegeven door de veranderingen met elkaar daadwerkelijk in de praktijk te brengen.
Exit-analyses Om meer inzicht te krijgen in het waarom medewerkers op eigen verzoek onze organisatie verlaten, vragen wij hen om hun beweegredenen, zodat we adequate interventies kunnen inzetten. Ook hebben werknemers op deze manier de mogelijkheid om feedback te geven. We hebben aan het einde van het schooljaar sectoroverstijgend een enquête uitgezet. De bevindingen, de manier waarop we de bevindingen positief willen beïnvloeden en de continuïteit van het onderzoek zijn verwerkt in exit-analyses. Kort samengevat is de uitkomst dat de belangrijkste vertrekredenen op dit moment te maken hebben met: gebrek aan uitdaging en plezier, lange reistijd en beperkt loopbaanperspectief. Het uitgevoerde onderzoek geeft ons meer inzicht in welke acties we kunnen ondernemen om medewerkers aan onze organisatie te binden, zoals het verbeteren van loopbaanperspectief. Het proces is in 2020 gestandaardiseerd en geautomatiseerd, zodat we dit soort informatie structureel tot onze beschikking blijven krijgen. Als vervolg op dit traject willen we ook voor onze AOW-gerechtige medewerkers een exit-enquête opstellen. Wij willen graag weten hoe deze vertrekkende groep medewerkers ons als werkgever, en het vak als docent, heeft ervaren.
Zij-instroom voor het (s)bao en het (v)so Het kwantitatief en kwalitatief optimaliseren van het proces en de uitvoering omtrent zij-instroom is in volle gang. Dat geldt ook voor de kwalitatieve samenwerking met de hogescholen over het curriculum van de zij-instromers. Er is in 2020 overzicht over de aantallen en de kwaliteit van de zij-instroom ontstaan. Vanuit de laatste data en inzichten wordt organisatiebreed invulling gegeven aan de benodigde beleidsvorming op dit terrein. Eind 2020 hebben we 82 zij-instromers aan het werk en is de instroom voor de lichting van september 2021 in volle gang. Voor de begeleiding van startende docenten en zij-instromers hebben we een begeleidingsteam opgericht. Voor de sector vo wordt de zij-instroom niet centraal gecoördineerd, maar gebeurt dit op schoolniveau.
Opleiden in de school De Opleidingsschool Rotterdam (OSR), is een samenwerkingsverband van veertien scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in de regio Rotterdam en drie instituten voor lerarenopleiding. De OSR biedt aan studenten en docenten goed begeleide opleidingsplaatsen voor opleiden in de school (OidS), zowel in het tweede graad gebied als het eerste graad gebied. De OSR is een door de overheid erkende opleidingsschool. BOOR-school Wolfert van Borselen Scholengroep is de penvoerder en de rector van Wolfert van Borselen is voorzitter van de OSR. Door de regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt. Deelnemende scholen voor BOOR in 2020 waren: Wolfert van Borselen Scholengroep, Scholengroep Nieuw Zuid en TVO Thorbecke. In totaal zijn 200 opleidingsplaatsen ‘categorie OSR-studenten’ gerealiseerd door de deelnemende BOOR-scholen. Daarnaast zijn er in totaal 44 opleidingsplaatsen gerealiseerd voor de ‘categorie studenten niet-OSR’. Dit zijn studenten die langer dan 5 jaar studeren en studenten die niet studeren bij een opleidingsinstituut van het samenwerkingsverband (ICLON, HR, TU/SEC). OSR-breed zijn in 2019-2020 in totaal 591 opleidingsplaatsen gerealiseerd voor studenten OSR.
43
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Verdeling gerealiseerde opleidingsplaatsen over de BOOR-scholen aan afgezet tegen OSR totaal15 Wolfert van Borselen
Nieuw Zuid
TVO Totaal aandeel Thorbecke BOOR-scholen
Totaal OSR
Studenten OSR
108
69
23
200
591
Studenten categorie niet OSR
14
22
8
44
144
In het project beter opleiden in samenhang en synergie (BOSS) participeren vijftien basisscholen van BOOR. Het project is een samenwerking met de pabo van de hogeschool Rotterdam en twee andere besturen voor primair onderwijs. BOSS is erop gericht om studenten in nauwe samenwerking tussen pabo en stageschool op de meest passende manier op te leiden, te begeleiden en te beoordelen in de praktijk. In 2019 is BOSS na visitatie door de NVAO geaccrediteerd, waarna in schooljaar 2019-2020 alle acht aspirant-opleidingsscholen officieel opleidingsschool zijn geworden. Deze scholen ontvangen blijvend subsidie voor het aantal beschikbare opleidingsplaatsen. Zeven scholen doen als samenwerkingsverbandscholen zonder subsidie mee met het programma. Op termijn volgt voor hen ook visitatie en mogelijk accreditatie. In totaal hadden onze scholen in 2020 174 stageplaatsen. Daarnaast zijn ook nog 207 opleidingsplaatsen op niet-BOSS-scholen.
2.2.2 Verantwoording maatschappelijke thema’s Uitkeringen na ontslag BOOR kent geen boventalligheid aan medewerkers. Wel komt het voor dat het functioneren als onvoldoende wordt beoordeeld. Gezien de tekorten op de arbeidsmarkt, in het bijzonder het lerarentekort, is ontslag veelal de laatste optie. Toch komt het voor dat vervroegd afscheid wordt genomen van medewerkers. Het streven is om dit in goed overleg met betrokkene te doen. De kosten van ontslag onder de cao primair onderwijs zijn doorgaans voor rekening van het Participatiefonds. Wel is BOOR gehouden bij gedwongen vertrek een transitievergoeding te betalen. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband. Onderstaande tabel geeft de uitgaven aan kosten voor uitkeringen na ontslag weer voor de afgelopen drie jaar.
Uitkeringen na ontslag
2018
201916
2020
€ 1.348.000
€ 1.398.000
€ 1.546.000
In de sectoren (s)bao en (v)so gaan we te maken krijgen met de modernisering van het participatiefonds. Hierin wordt het ‘van-werk-naar-werk’-traject een bepalende factor of iemand uiteindelijk in de WW beland. Het voorkomen van een WW-uitkering is het uitgangspunt.
Aanpak werkdruk In februari 2018 sloten vakbonden, PO-Raad en het kabinet het Werkdrukakkoord Primair Onderwijs. Met ingang van het schooljaar 2018-2019 krijgen scholen in het po € 237 miljoen om werkdruk aan te pakken. Vanaf het schooljaar 2021-2022 loopt dit bedrag op tot structureel € 430 miljoen. Voor het schooljaar 2019-2020 was het bedrag per leerling € 229,21. Voor 2020-2021 is dit € 251,38 per leerling in het (s)bao en € 487,72 per leerling in het (v)so. In totaal hebben onze scholen in 2020 circa € 4,8 miljoen ontvangen.
15 16
44
Bron: OSR Telformulier 2019-2020, versie juli 2020 In het jaarverslag 2019 staan andere bedragen bij 2018 en 2019; er waren ten onrechte kosten niet meegerekend.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Over de inzet van werkdrukmiddelen is besloten door voorstellen vanuit de sectoren en/of de afdeling HR te bespreken in de verschillende commissies personeel, het management van de sectoren en het college van bestuur. De middelen zijn grotendeels ingezet op interne formatie. De eerste lijn is de inzet van de werkdrukverlagingsmiddelen van OCW die rechtstreeks naar de teams gaan en voornamelijk worden ingezet voor extra onderwijsassistenten. Daarnaast worden uit de bovenschoolse begroting extra onderwijsassistenten gefinancierd om de extreme werkdruk te verminderen. Daarnaast is sprake van extra subsidies van de gemeente Rotterdam voor werkdrukvermindering in alle sectoren. Op basis hiervan is vorig schooljaar iemand aangesteld om met de scholen samen in kaart te brengen welke aanpak zou helpen. Uitkomst daarvan is dat er veel administratieve last wordt ervaren door scholen. Dit is aangepakt door de verantwoordingsverplichtingen van scholen te stroomlijnen, waardoor alle aanvragen van subsidies via het jaarplan van de scholen en alle verantwoordingen via het jaarverslag van de scholen verlopen. Ook worden de scholen beter ondersteund door BOOR Services bij het opstellen van dergelijke verslagen. De subsidie van de gemeente kan door scholen ook worden gebruikt voor inzet van administratieve ondersteuning in de school.
Ook is er de mogelijkheid onderdelen van het plan Slim organiseren in te zetten om tot werkdrukvermindering te komen. En tenslotte wordt veel vermindering van werkdruk verwacht als gevolg van het verbeteren van de inzet van ondersteuningsvoorzieningen in het kader van passend onderwijs.
Begeleiding startende docenten Een ander onderwerp dat bijdraagt aan de werkdrukvermindering als ook aan het lerarentekort is het goed begeleiden van startende docenten. We willen (startende) docenten boeien en binden aan de organisatie. Op sommige scholen zien we, ook in 2020, dat startende docenten het lastig hebben en vaker uitvallen. Vaak zijn dit scholen met een complexe leerlingenpopulatie. Het is belangrijk dat in dit soort situaties de startende docent extra begeleid wordt. Voor deze extra begeleiding is op school zelf vaak onvoldoende tijd. We organiseren de begeleiding daarom op sectorniveau door middel van een aangescherpt inwerktraject. Hierdoor houden we het werk leuk, ervaart de startende docent minder snel last van werkdruk en ontwikkelt hij/zij zich sneller van start- naar basisbekwaam. Op dit moment draait er een intensief kleinschalig programma voor startende leraren binnen het (s)bao, De effecten daarvan zijn veelbelovend. De intentie is om een inwerkprogramma met een bereik voor alle startende docenten op te starten binnen de gehele sector (s)bao en (v)so. Na een evaluatie van het huidige traject, zal deze vorm van begeleiding en inwerken breder worden doorgevoerd. Voortgezet onderwijs Voor het vo zijn de volgende activiteiten over werkdrukvermindering op één scholengroep en één school toegepast (scholengroep Nieuw Zuid en TVO).
Voor nieuwe docenten is een handboek nieuwe docenten ontwikkeld door de begeleider nieuwe docenten en de schoolleiding. Er is een introductieprogramma voor nieuwe docenten met daarin aandacht voor kennismaking met elkaar en alle aspecten van de nieuwe school, intervisie, scholing en coaching. Dit wordt verzorgd door de begeleider nieuwe docenten. Daarnaast is er werkplekbegeleiding door ervaren collega’s en/of collega’s uit de sectie. Er is een uitgebreide variant van de gesprekscyclus, omdat het bij nieuwe collega’s altijd om een beoordelingsjaar gaat. Daarbij zijn minimaal twee lesbezoeken ingepland met nabesprekingen, een tussenevaluatie en een beoordelingsgesprek. Op maat is er nog additionele coaching mogelijk via de schoolcoach. We zien dat de uitval van nieuwe docenten enorm is gereduceerd na het invoeren van deze aanpak (waarbij uiteraard nooit exact te achterhalen is in hoeverre dit succes te danken is aan de aanpak). Evenals de frequentie van het ziekteverzuim. Ook zijn alle nieuwe collega’s die een positieve beoordeling hebben gekregen en waar begeleidingsuren voor beschikbaar waren in dienst gebleven van de school. Het programma heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van een
45
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
interne academie waarin (beginnende) docenten terecht kunnen met hun leervragen waarop scholing wordt ingezet. Ook is er een handboek voor (nieuwe) docenten ontwikkeld op basis van de feedback van het afgelopen jaar. Daarnaast wordt er nu structureel coaching geboden en wordt intervisie ook een onderdeel van de teambegeleiding. Daarnaast is binnen het vo (scholengroep Nieuw Zuid en het TVO) het afgelopen schooljaar als extra middel een externe coach ingezet met als doel om verzuim van medewerkers te voorkomen, extra begeleiding te bieden aan arbeidsongeschikte medewerkers om hun werkzaamheden weer te kunnen hervatten en medewerkers te ondersteunen bij de ervaren werkdruk. Deze coach schakelt via zowel de medewerker, leidinggevende, verzuimconsultant als de HR-adviseur om de coaching zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de ondersteuningsvraag. Ook is er een coach ingezet om teams/secties waarbij de samenwerking niet optimaal verliep te begeleiden, met als doel om conflictsituaties en daarbij toekomstig verzuim te voorkomen of ervaren werkdruk te verminderen. Deze coach heeft in het afgelopen schooljaar 22 coachingstrajecten ingezet en zes medewerkers (preventief) doorverwezen naar eerstelijnshulpverlening. In een aantal gevallen vindt er voorafgaand aan eerstelijnshulpverlening coaching plaats om de langere wachttijd te overbruggen.
Dit gaat altijd in overleg met de verzuimconsultant. Tot slot biedt de coach ook werkbegeleiding, waardoor er contact gehouden wordt met de werkvloer en leidinggevende en de medewerker niet onnodig thuis is.
2.2.3 Toekomstige ontwikkelingen Corona brengt behoorlijk wat teweeg in de maatschappij en ook bij onze medewerkers. Er ligt een grote druk op de schouders van onze medewerkers om het onderwijs op een kwalitatieve en duurzame wijze binnen de huidige context draaiende te houden. Het missen van collega’s door ziekte en of corona-gerelateerde absentie, afwezige kinderen en de onzekerheid wat de dag van morgen brengt, brengt een behoorlijke werkdruk met zich mee. Voor een (behoorlijk) aantal collega’s speelt angst om te werken omdat zij in een risicogroep vallen een grote rol in het dagelijkse leven. Zij ervaren een grote mentale belasting. Daarnaast hebben we tijdens de tweede golf gezien dat medewerkers die besmet zijn vaker en ernstiger gezondheidsklachten hebben, die ook vaker langdurige gevolgen hebben. Kortom, de huidige context vraagt veel van onze medewerkers. Daarnaast vraagt de corona dat de docenten zich in een rap tempo in zaken als digitaal onderwijs bekwamen, maar ook hoe ze om moeten gaan met leerlingen en de ouders binnen deze context. Met groot respect en veel waardering bekijken wij de inzet en flexibiliteit van onze mensen. Hun loyaliteit richting de leerlingen is bewonderenswaardig. Binnen de afdeling HR hebben we een aantal zaken ingericht om te helpen bij de reductie van de mentale belasting en het inzetbaar houden van onze medewerkers.
Wij hebben het afgelopen jaar een coronatestteam ingericht. Zij stonden dagelijks (ook in het weekend) van 8.00 tot 21.00 klaar om testen aan te vragen zodat medewerkers snel de uitslag hadden van een test. Hierdoor werden zij snel weer uit onzekerheid gehaald en waren ook sneller weer inzetbaar waren op de scholen. Wij boden en bieden medewerkers mentale coaching over hoe ze om kunnen gaan met de onzekerheden en vragen over corona. Er is een inzetbaarheidsteam ingericht bij de afdeling HR dat dagelijks in contact staat met onze arbodienst om opvallende absentie te bespreken en te duiden met de medewerker en de leidinggevende zodat zij, wanneer wenselijk, direct hulp krijgen. Gezien het gegeven dat corona dit schooljaar nog volop aanwezig zal zijn, wordt het belangrijk de groep medewerkers die door corona-gerelateerde absentie niet in staat is tot werk, nader te faciliteren. Dit doen we in beleid en kaders over de wijze van de administratieve registratie, door het managen van de wederzijdse verwachting en een passende begeleiding vanuit de werkgever. Het ontwikkelen van beleid voor deze doelgroep is op dit moment gaande. Tevens zien we dat een aantal van onze collega’s die corona hebben gehad een lange herstelperiode doorlopen. Een flink aan-
46
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
tal collega’s is na het ziekbed nog lang niet hersteld van de gevolgen. Ook dit zorgt voor een druk binnen de scholen. Medewerkers die ziek werden zijn vaak langere tijd afwezig. Inmiddels hebben we collega’s die weken, soms maanden niet meer inzetbaar zijn. Dit zorgt voor een negatief effect op het al bestaande lerarentekort en vormt ook een risico voor het komende jaar.
2.3
Huisvesting & facilitaire zaken
2.3.1 Doelen en resultaten in 2020 Doel 13 – Spreiding onderwijsvoorzieningen BOOR maakt, samen met de gemeente en andere schoolbesturen, werk van een optimalisering van de spreiding van onderwijsvoorzieningen in de stad. In 2020 werken we voor het (s)bao aan uitvoering en monitoring van de voor 2020-2023 geplande besluiten ten aanzien van spreiding, fusie, sluiting en extra inzet voor scholen. Zodra de IHP voorstellen voor het (s)bao en (v)so worden vastgesteld, werken we aan de uitvoering en monitoring van de onderliggende projecten voor 2020-2023. Voor het vo geven we uitvoering aan en monitoren we de besluiten uit het IHP vo Noord. BOOR streeft naar sterke scholen in de hele stad, scholen met onder meer goede onderwijskwaliteit, adequate huisvesting en voldoende leerlingen. Om dit te bereiken werken we samen met onder andere de gemeente en andere schoolbesturen. Binnen BOOR kijken we stadsbreed en per gebiedsdeel naar de spreiding van ons openbaar onderwijs. Sinds 2019 heeft BOOR deelgenomen aan de IHP-gesprekken met de gemeente en onze collega-besturen. Voor het (s)bao gaat het om plannen per gebiedsdeel en voor het (v)so en vo om stadsbrede plannen. Binnen het bao nemen we nadrukkelijk de opgaven die er liggen voor kleine scholen mee. Op 28 mei 2020 is het IHP vastgesteld door de gemeenteraad.
Daarnaast is het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) 2021-2026 in oktober 2020 vastgesteld. Ook is tussen gemeente en besturen afgesproken dat naast de projecten uit de vierde tranche, ook de voorbereidingen voor alle overige in het IHP 2020-2023 genoemde aandachtspanden in de periode 2020-2023 kunnen worden gestart. Dat heeft tot gevolg dat er een groot aantal nieuwe projecten de komende jaren worden opgestart. Dit geldt voor alle drie de sectoren. In juni 2020 hebben de gezamenlijke schoolbesturen vo en de gemeente Rotterdam overeenstemming bereikt over de spreiding van het vo-aanbod op de noordoever van Rotterdam, ook wel ‘VO op Noord’. Zij committeren zich aan een aantal uitgangspunten en hebben afspraken gemaakt over de uitvoering. De Rotterdamse vo-schoolbesturen streven naar levensvatbaar, kwalitatief goed en onderscheidend onderwijs en scholen met een logische spreiding over Rotterdam. Zij gaan kansenongelijkheid tegen door goede opstroom- en doorstroommogelijkheden voor alle kinderen te garanderen en zetten zich in tegen segregatie zodat kinderen tijdens hun schoolloopbaan leerlingen uit verschillende sociaal economische lagen van de bevolking en vanuit verschillende achtergronden en levensovertuigingen elkaar ontmoeten.