21bb6300 Bijlage 1 behorende bij 21bb6299 over Jaarverslag BOOR 2020
Tekst van het document
JAARVERSLAG 2020 Stichting BOOR
BOOR JAARVERSLAG 2020
2
BOOR JAARVERSLAG 2020
Inhoud Voorwoord
4
Infographic algemeen Infographic onderwijskwaliteit & personeel Infographic financiën
7
A.
10
Bestuursverslag 1. Het schoolbestuur 2. Verantwoording van het beleid
3. 4. 5. B.
C.
8 9
10 19
2.1
Onderwijs en kwaliteit
19
2.2
Personeel & professionalisering
37
2.3
Huisvesting & facilitaire zaken
47
2.4
Financieel beleid
52
2.5
Risico’s en risicobeheersing
58
Continuïteitsparagraaf Verantwoording van de financiën Verslag algemeen bestuur
62
Jaarrekening 6. Balans 7. Staat van baten en lasten 8. Kasstroomoverzicht 9. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 10. Toelichting op de balans 11. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen 12. Toelichting op de staat van baten en lasten Overige gegevens Bijlage 1 - Overzicht scholen per 31 december 2020 Bijlage 2 - Jaarverslag 2020 gemeenschappelijke medezeggenschapsraden
68 73 78 78 79 80 81 91 103 105 116 118 121
3
BOOR JAARVERSLAG 2020
Voorwoord We sluiten een bewogen jaar af: 2020 stond uiteraard voor een groot deel in het teken van de gevolgen van de corona-uitbraak. De crisis heeft sinds maart 2020 een zware wissel getrokken op onze scholen. Met man en macht is gewerkt om goed onderwijs te blijven bieden en om kinderen en jongeren ook in tijden van afstand alle ontwikkelingskansen te blijven bieden. Er is ongelooflijk veel gevraagd van onze mensen. De coronacrisis heeft ons echter ook iets gebracht. Het heeft een veerkracht en flexibiliteit in het onderwijs naar boven gehaald die we niet voor mogelijk hadden gehouden. Digitale vaardigheden hebben zich in een sneltreinvaart ontwikkeld. Het heeft ons ook doen beseffen hoezeer we elkaar nodig hebben; binnen de school, binnen de sector, binnen het bestuur. Het heeft een saamhorigheid gebracht in onze gelederen. En als het gaat over kwaliteit, heeft het ons nieuwe manieren gebracht om samen te werken en van elkaar te leren.
Maatschappelijke ontwikkelingen De coronacrisis heeft ook gevolgen gehad voor de uitvoering van onze doelen voor 2020. Fysiek contact was lastiger, dit had onder meer gevolgen voor audits op scholen en trainingen en workshops, bijvoorbeeld in het kader van HR en burgerschap. Ook heeft corona voor vertraging gezorgd in de uitvoering van onze plannen op het gebied van het project Jonge Kind, passend onderwijs en ons ICT-verbeterplan1. Op financieel gebied heeft corona eveneens invloed. We hebben stijgende kosten gezien voor schoonmaak, versnelde investeringen in ICT en investeringen in het binnenklimaat van gebouwen. Maar het meest zorgwekkende gevolg is uiteraard de vertraging die het onderwijs heeft opgelopen. We spannen ons uiteraard tot het uiterste in om dit tot een minimum te beperken, maar slagen hier door de aanhoudende beperkende maatregelen niet altijd in. Na de verslagperiode is bekend geworden dat er met het Nationaal Programma Onderwijs een landelijke subsidie beschikbaar komt om de vertraging in de leerresultaten en opgelopen achterstanden in de sociaal-emotionele ontwikkeling in te lopen. De planning voorziet erin dat alle scholen voor de zomer van 2021 een plan van aanpak maken. Ondertussen kampt het onderwijs ook met het lerarentekort. We hebben het afgelopen jaar fundamenten gelegd voor een effectieve bestrijding van het tekort.
Samen met andere schoolbesturen en de gemeente Rotterdam is het noodplan Slim Organiseren ontwikkeld. De minister van Onderwijs heeft hiervoor extra financiële middelen toegekend. Het basisonderwijs van stichting BOOR heeft de komende vier jaar circa 2 miljoen per jaar voor de toepassing van maatregelen uit het plan Slim Organiseren. Naast extra geld is er extra regelruimte: scholen in de G5 mogen het onderwijs Anders Organiseren. Inmiddels lopen er in het (s)bao meerdere projecten in samenwerking met diverse samenwerkingspartners. De implementatie hiervan verloopt voorspoedig. Er zijn inmiddels circa zestig BOOR-scholen (s)bao en (v)so) op enige wijze met anders organiseren gestart. Er is een directe relatie tussen de hoeveelheid vacatures en de inzet van anders organiseren. In de paragraaf HR (2.2) is meer te lezen over de aanpak van het lerarentekort, waar we onder andere ook preventief op inzetten middels de Opleidingsschool Rotterdam (OSR) en het project Beter Opleiden in Samenhang en Synergie (BOSS).
1
4
Hoewel het ICT-verbeterprogramma vertraging op heeft gelopen, zijn andere zaken juist versneld. Zo kreeg de digitalisering van onderwijs een impuls en is het draagvlak voor meer investeringen op gebied van ICT gegroeid.
BOOR JAARVERSLAG 2020
Koers Ons bestuur, de rectoren, de bovenschools directeuren en het MT van BOOR Services zijn verschillende keren bijeengeweest om over de waarden en betekenis van het openbaar onderwijs te spreken. Hieruit is een manifest voortgekomen, waarin deze betekenis treffend en kernachtig is verwoord: sta open. ‘Open staan’ ligt in het hart van onze organisatie, wij leren het de leerlingen, maar het geldt ook voor onszelf. Open voor het onbekende, open voor het nieuwe én het oude, open voor kennis, en bovenal: open voor de ander. Door open te staan en verschillen te waarderen, leveren we een bijdrage aan de samenleving van de toekomst. Sta open is het uitgangspunt dat richting geeft aan onze nieuwe koers, die we komende maanden met elkaar opstellen. Een gesprek met de raadsleden uit de subcommissie BOOR over de openbare identiteit is onderdeel van dit proces. BOOR had reeds een stelsel van kwaliteitszorg dat voorzag in objectieve dataverzameling, onderzoeken en audits en de dialoog over de weging van deze gegevens. In 2020 is de informatievergaring en –uitwisseling verder geobjectiveerd en versterkt. Dit is onder andere gebeurd door de verdere uitwerking van het 4D model (data, duiden, doelen, doen). Een belangrijke pijler daarin is het auditsysteem. Dit hebben we in het (s)bao en het vo verder ontwikkeld, in lijn met de auditsystematiek in het (v)so van BOOR.
We hebben hierdoor nog beter zicht op de onderwijskwaliteit van elke individuele school.
Leeswijzer Dit jaarverslag bestaat uit drie delen: het bestuursverslag, de jaarrekening en de overige gegevens. Het bestuursverslag start met een beschrijving van het bestuur (hst. 1). Het tweede hoofdstuk is de beleidsverantwoording. Hoofdstuk 3 geeft een financiële doorkijk en hoofdstuk 4 is de continuïteitsparagraaf. Het bestuursverslag sluit af met het verslag van ons algemeen bestuur (hst. 5). De jaarrekening beslaat de hoofdstukken 6 tot en met 20. De overige gegevens bestaan uit de statutaire regeling omtrent bestemming van het resultaat (hst. 21) en de controleverklaring van de onafhankelijke accountant (hst. 22). Tot slot zijn er twee bijlagen (overzicht van alle scholen en het verslag van de drie gmr’s).
Resultaten Het eerste deel van dit jaarverslag is ons bestuursverslag, dit is onze beleidsverantwoording. We gaan in op de 14 doelen die we in het jaarplan 2020 hadden gesteld. Daarnaast bespreken we andere relevante ontwikkelingen en thema’s. Verreweg de meeste doelen hebben we behaald. We kunnen hier niet anders dan zeer content mee zijn, zeker tegen de achtergrond van de coronacrisis. In het bestuursverslag is te lezen dat we op het gebied van sturing op onderwijskwaliteit en HR grote stappen hebben gezet. In 2020 is ook geïnvesteerd in de uitwisseling van kennis tussen collega’s onderling. Collega’s van andere BOOR-scholen in dezelfde sector, maar ook tussen de sectoren. De lancering van het sociale intranet BOORconnect in maart 2020 heeft hier een flinke impuls aan gegeven. Dit platform maakt het mogelijk dat collega’s van verschillende scholen elkaar rechtstreeks vinden en informatie en kennis delen. Het faciliteert het samenwerken in groepen en professionaliseren. BOORconnect is tijdens de afgelopen crisismaanden waar we elkaar fysiek moeilijker konden ontmoeten, van extra grote waarde gebleken.
5
BOOR JAARVERSLAG 2020
Financiën Over 2020 rapporteert BOOR in de jaarrekening een verlies van € 4,4 miljoen. Het resultaat is echter vertekend door de effecten van de extra Rijksbekostiging 2019, die voortvloeit uit de afspraken in het oktober-akkoord naar aanleiding van de stakingen en de nieuwe caoʼs voor het po en vo. Conform de richtlijnen is deze extra ontvangen bekostiging in het boekjaar 2019 verantwoord. De hier tegenoverstaande lasten drukken echter op het boekjaar 2020. Daarom hebben we in 2019 een bestemmingsreserve gevormd voor de incidenteel ontvangen middelen, die in 2020 is vrijgevallen. Als het resultaat met de vrijval uit deze bestemmingsreserve wordt gecorrigeerd is het genormaliseerde resultaat over 2020 € 1,5 miljoen positief. Dit resultaat is iets beter dan de in de tweede voortgangsrapportage aangegeven verwachting. De kengetallen ultimo 2020 blijven binnen de signaleringswaarden van de Onderwijsinspectie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de financiële positie van BOOR per balansdatum op orde is.
Rotterdam, 26 april 2021
College van bestuur, Huub van Blijswijk Voorzitter
6
Algemeen bestuur, Mariëtte Hamer Voorzitter
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020 Innovatieprogramma’s Spreiding van onderwijsvoorzieningen Sc Terugdringen ad ho lerarentekort vis oleri ng en ikkel Ontw leiden ge e en be articipati p ng leerli Herstelopdrachten Inspectie ICT-verbeterplan
Onderwijs in coronatijd
Verbeteracties tevredenheidspeilingen
Sc ho ov olte er a m id s en pr Op tit at eit e n vo en or h div ou er din sit g eit
ALGEMEEN
s ocu s e f rwij d w de ieu d On n r He ssen Pa
Verbetering HR-processen
Onderwijs aan het jonge kind
Kwaliteitsagenda’s sectoren
Focus uit het jaarplan 2020
Bao: 58 scholen en 82 schoollocaties Sbo: 4 scholen en 4 schoollocaties Vo: 16 scholen en 17 schoollocaties
Aantal scholen
(V)so: 7 scholen en 17 schoollocaties
Aandeel leerlingen Roerdam 2020 33% 33%
30% 30%
47% 48%
45% 43%
26% 25%
31% 31%
2019
Aantal leerlingen (Speciaal) basisonderwijs
Rotterdam basisonderwijs
Voortgezet onderwijs (Voortgezet) speciaal onderwijs
Totaal BOOR: 30.067 (2020)
30.362 (2019)
2020
speciaal basisonderwijs
2019
speciaal onderwijs voortgezet speciaal onderwijs voortgezet onderwijs (inclusief vavo leerlingen) Totaal
10.910 17.023
10.844 17.437
2.134
2.081
7
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
ONDERWIJSKWALITEIT & PERSONEEL Tevredenheid Leerlingen
2020
so vso vo (s)bao
8,1 7,9 6,6 7,9
Inspectiearrangementen 6,5 8,0
Medewerkers 2020 Categorie so vso vo (s)bao
2018
OP 7,6 7,5 7,0 7,4
OOP Dir. 7,5 7,8 7,2 7,8 7,3 7,3 7,7 7,7 2020 2018 8,0 8,0 7,5 7,6 7,1 7,0 7,5 7,3
Ouders so vso vo (s)bao
EXCELLENT 2 GOED 8 VOLDOENDE 106 ONVOLDOENDE 1
2019
OP
OOP Dir.
7,5
7,5
7,9
7,5
7,5
7,9
7,1
-
7,0
7,5
-
7,8
ZEER ZWAK 0
(s)bao 0
(v)so
0
vo
2
(s)bao 1
(v)so
0
vo
7
(s)bao 64
(v)so 14
vo
28
(s)bao 1
(v)so
0
vo
0
(s)bao 0
(v)so
0
vo
0
Vaste dienst
Tijdelijke dienst
2.532 fte
522 fte
Gemiddelde werktijdfactor (wtf) onderwijzend personeel (s)bao 0,80 (v)so 0,73 0,80 vo
Ziekteverzuim
Zij-instromers
25%
6,21%
5,86%
Totaal
2,92%
BOOR 3,06% Services
5,34%
vo 5,54%
7,17%
(v)so 5,65%
(s)bao 6,48%
Leeftijdsopbouw medewerkers
2019
6,72%
2020 8 7 6 5 4 3 2 1 0
942
Tot 20 jaar 20-30 jaar
2020 58 2019
34
30-40 jaar 40-50 jaar
Stageplaatsen (s)bao 381 vo 735 8
50-60 jaar 60-70 jaar 70+ jaar
75% 2.835
Totaal
3.777 5 / 0% 4 / 0% 9 / 0% 126 / 3% 450 / 12% 576 / 15% 231 / 6% 732 / 19% 963 / 25% 173 / 5% 656 / 17% 829 / 22% 220 / 6% 652 / 17% 872 / 23% 186 / 5% 336 / 9% 522 / 14% 1 / 0% 5 / 0% 6 / 0%
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
FINANCIËN Inkomsten en uitgaven 2020 Extra dotatie voorziening onderhoud
Voortgezet onderwijs
(Speciaal) basisonderwijs
(Voortgezet) speciaal onderwijs
101.115
119.471
48.753
8
-
269.347
Overige overheidsbijdragen en subsidies
3.265
11.090
1.448
403
-
16.206
Overige baten
7.102
2.467
1.766
600
-
11.935
Totaal baten
111.482
133.028
51.967
1.011
-
297.488
Personele lasten
84.316
106.264
42.646
11.776
-
245.002
Afschrijvingen
2.017
2.473
551
281
-
5.322
Huisvestingslasten
5.602
10.796
3.105
448
2.750
22.701
Overige lasten
14.572
8.335
3.058
1.619
-
27.584
Allocatie over de sectoren
2.900
7.574
2.739
-13.213
-
-
109.407
135.442
52.099
911
2.750
300.609
Financiële baten en lasten
-758
-410
-83
-9
-
-1.260
Saldo baten en lasten
1.317
-2.824
-215
91
-2.750
-4.381
Vrijval bestemmingsreserve
659
4.027
1.078
-
-
5.764
Genormaliseerd resultaat
1.976
1.203
863
91
-2.750
1.383
bedragen x € 1.000
ABB
Totaal
Baten Rijksbijdragen OCW
Lasten
Totaal lasten
Kengetallen
signaleringswaarde onderwijsinspectie
31-12-’20
31-12-’19
Solvabiliteit 1
26,86%
32,50%
Solvabiliteit 2
44,68%
48,29%
< 30%
Liquiditeit (current ratio)
108,51%
139,01%
< 75%
Weerstandsvermogen
9,80%
11,80%
< 5%
Kapitalisatiefactor
27,10%
27,30%
> 35%
Kosten Voortgezet onderwijs (Speciaal) basisonderwijs (Voortgezet) speciaal onderwijs Administratie,beheer en bestuur Extra dotatie voorziening onderhoud
35,7%
0,9% 4,6%
42,4%
16,4% 9
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
A. Bestuursverslag 1. Het schoolbestuur Profiel BOOR-scholen, 73 in getal2, zijn zo divers als de bevolking van Rotterdam. Scholen met hun eigen kenmerken en specifieke kwaliteiten, passend bij de omgeving waar ze staan en de kinderen die ze onderrichten. Tegelijk maken zij deel uit van het collectief van openbare scholen en hebben zij een gemeenschappelijke kern. Kwaliteitsonderwijs staat op alle scholen voorop. Waaraan kunnen ouders en leerlingen herkennen dat zij op een BOOR-school zijn? Een BOOR-school is de samenleving in het klein, een gemeenschap waar leerlingen en ouders zich onderdeel van voelen, waar het lerend vermogen van onze leerlingen en leraren wordt aangesproken, waar iedere leerling en iedere medewerker gelijkwaardig is, ertoe doet en dat ook ervaart en waar alle leerlingen kunnen groeien. Daarnaast is de school een plek waar leerlingen kunnen oefenen, fouten mogen maken en ervaren wat het betekent om in een pluriforme samenleving te leven. Omdat de school midden in de samenleving staat en er onlosmakelijk onderdeel van uitmaakt, verbindt ze zich met de maatschappelijke partners om zich heen. Op school leren kinderen met elkaar, maar is er ook oog voor de individuele behoeften van kinderen. Er wordt maatwerk geboden waar dat passend is, zodat leerlingen gelijke kansen krijgen en hun potentieel kunnen ontwikkelen en benutten.
We gaan uit van diversiteit en inclusiviteit, juist ook bínnen de school, en streven deze actief na. Diversiteit is een kracht van onze organisatie. We denken niet allemaal hetzelfde en dat hoeft ook niet. Op een BOOR-school zijn schoolleider, leraren, eigenlijk alle medewerkers in de school, ouders en leerlingen in staat om opvattingen en denkbeelden met elkaar te confronteren via de dialoog. Sterker nog, dat vinden we vanzelfsprekend. Onze leerlingen van nu zijn immers de burgers van morgen!
Missie Maximale kansen creëren voor kinderen en jongeren in Rotterdam en omgeving. Zij worden volwassen wereldburgers die bijdragen aan een rechtvaardige samenleving en weten hoe zij hun talenten daarvoor kunnen benutten.
Visie Wij dragen zorg voor onderwijs dat bijdraagt aan de talentontwikkeling van iedere leerling.
Strategisch beleidsplan De ambities uit ons aangescherpte koersdocument hebben betrekking op de drie prioriteiten van stichting BOOR: Kwaliteit, Identiteit en Samenwerken.
2 10
De telling van de Inspectie betreft 76 brinnummers, omdat sommige scholen meerdere brinnummers hebben.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Toegankelijkheid en toelating Op de scholen van BOOR zijn alle kinderen welkom en zal er, indien nodig, voor iedere leerling gezocht worden naar een passende school. BOOR beschikt over een zeer breed aanbod, zodat dit in verreweg de meeste gevallen zal slagen.Toch kan het voorkomen dat vanwege onvoldoende ruimte in het schoolgebouw soms de eerste keuze van ouders/leerlingen niet worden gehonoreerd. In uitzonderlijke gevallen maken scholen gebruik van wachtlijsten. In het speciaal onderwijs is dit vaker het geval dan in de andere sectoren. Voor de toelating van leerlingen bij overinschrijving volgen we de afspraken die zijn gemaakt in de Rotterdamse plaatsingswijzer en de OverstapRoute. De toelating tot een school is nooit afhankelijk van de vrijwillige ouderbijdrage. De hoogte en bestemming van de vrijwillige ouderbijdrage wordt op schoolniveau door de oudergeleding van de medezeggenschapsraad vastgesteld.
Organisatie Contactgegevens Naam instelling
Stichting BOOR
KvK nummer
24424572
Bestuursnummer
41775
Postadres
Postbus 23058 3001 KB Rotterdam
Bezoekadres
Schiekade 34 3032 AJ Rotterdam
Telefoon
010-2540800
info@stichtingboor.nl
Website
www.stichtingboor.nl
Contactpersoon
Rozemarijn van der Lee, bestuurssecretaris
E-mailadres contactpersoon
rozemarijn.vanderlee@stichtingboor.nl
Overzicht scholen Onder stichting BOOR vallen 58 reguliere basisscholen (bao), vier scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo), zeven scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) en vijf scholengemeenschappen voor voortgezet onderwijs (vo). De scholen zijn verdeeld over 127 locaties. Een overzicht van alle scholen, met een link naar hun eigen website en de website Scholen op de kaart, is te vinden in bijlage 1.
11
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Juridische en organisatiestructuur De juridische structuur is een stichting. In onderstaand organogram is de organisatiestructuur schematisch weergegeven.
Bestuur
BOOR Services
concerncontroller
bovenschools directeuren (s)bao
(speciaal) basisonderwijs
algemeen bestuur college van bestuur
bovenschools directeuren (v)so
(voortgezet) speciaal onderwijs
bestuurssecretaris
rectoren vo
voortgezet onderwijs
Scholen BOOR bestuur Het dagelijks bestuur van BOOR bestaat uit drie leden. Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden en fungeert als intern toezichthouder. Voor het verslag van het algemeen bestuur, zie hoofdstuk 5. Het algemeen bestuur en het college van bestuur vormen samen het bestuur van BOOR. Zie paragraaf 1.3 en 1.4 voor de samenstelling van het bestuur van BOOR.
Scholen De scholen in het (speciaal) basisonderwijs zijn verdeeld in vier scholengroepen, met elk een bovenschools directeur. De scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vormen een aparte scholengroep die ook wordt geleid door een bovenschools directeur. De bovenschools directeuren vormen samen de bovenschoolse directie. Elke scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs heeft een rector. De rectoren zijn verenigd in het college van schoolleiders. Het college van bestuur, de bovenschools directeuren, de rectoren en de MT-leden van BOOR Services ontmoeten elkaar een aantal keer per jaar in de managementgroep om samen te spreken over strategische en sectordoorsnijdende onderwerpen, zoals doorlopende leerlijnen en de Koers.
BOOR Services Voor het optimaal kunnen functioneren van scholen, management en bestuur is een goede ondersteuningsstructuur noodzakelijk. Daarin vervult BOOR Services een belangrijke rol. Het servicebureau heeft een breed en divers serviceaanbod op verschillende expertisegebieden, zoals algemene beleidsondersteuning, kwaliteit van het onderwijs,
12
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
communicatie, financiën, HR, ICT, juridische zaken, medezeggenschap, huisvesting en inkoop. BOOR Services wordt aangestuurd door een directeur.
Medezeggenschap Elke school heeft een medezeggenschapsraad (mr). Via de medezeggenschapsraad hebben ouders, medewerkers en eventueel leerlingen invloed op het schoolbeleid. De rector of schooldirecteur overlegt regelmatig met de medezeggenschapsraad op zijn/haar school over onderwerpen die de school betreffen. Op elke school worden leden voor een termijn van drie jaar gekozen. BOOR heeft naast de medezeggenschapsraden op scholen, ook drie gemeenschappelijke medezeggenschapsraden (gmr) voor het (speciaal) basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Deze raden bespreken in overleg met het college van bestuur en/of de bovenschools directeur de voorstellen en plannen van het bestuur over bovenschoolse zaken. Volgens de Wet medezeggenschap op scholen hebben de gmr’s adviesen instemmingsrecht over een tal van onderwerpen die een groot deel of alle scholen betreffen, zoals de BOOR begroting, voordracht van nieuwe bestuursleden en strategische beleidsplannen van de stichting. Elk personeelslid of ouder mag zich verkiesbaar stellen en een gmr-lid hoeft niet per se lid te zijn van de mr van een school. Het jaarverslag van de gmr’s bevindt zich in bijlage 2.
Gemeente Aangezien BOOR openbaar onderwijs verzorgt, heeft de gemeente Rotterdam ook een aantal wettelijke toezichthoudende taken. De gemeenteraad van Rotterdam is verantwoordelijk voor de goedkeuring van het strategisch beleidsplan, de jaarlijkse begroting, het jaarverslag met jaarrekening, benoeming van de bestuursleden en wijziging van de statuten. Verder is de gemeenteraad verantwoordelijk voor de instandhouding van het openbaar onderwijs met betrekking tot spreiding en toegankelijkheid. Ten slotte kan de gemeenteraad ingrijpen bij ernstige taakverwaarlozing.
Governance In de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs van PO-Raad en de code Goed onderwijsbestuur VO van de VO-raad zijn basisprincipes vastgelegd voor de professionaliteit van bestuurders, toezichthouders en managers in respectievelijk het primair en het voortgezet onderwijs. Het bestuur handhaaft deze codes en wijkt hier niet van af. BOOR is lid van beide organisaties. De horizontale dialoog met belanghebbenden is ingericht via medezeggenschap. De honorering van onze interne toezichthouders is opgenomen in hoofdstuk 14. Jaarlijks wordt een uitvraag van verbonden partijen gedaan aan de bestuursleden. Hieruit is geen belangenverstrengeling gebleken. Er zijn geen veranderingen geweest op het gebied van governance in het verslagjaar. De interne (algemeen bestuur) en externe toezichtstructuur (gemeenteraad) is ongewijzigd. Meer informatie over de governance van stichting BOOR is te vinden op stichtingboor.nl/bestuur.
Functiescheiding De Governance Codes benadrukken de verplichte scheiding van de functies van bestuur en intern toezicht binnen organisaties voor onderwijs. Er zijn verschillende manieren om de functiescheiding uit te werken.3 Op stichting BOOR is de organieke scheiding van toepassing (one-tier board).
3
Wij hanteren de definities uit de Code Goed Bestuur primair onderwijs.
13
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
College van bestuur Het college van bestuur bestond in 2020 voor een groot deel van het jaar uit twee leden: Huub van Blijswijk als voorzitter en Renata Voss als lid college van bestuur. Het derde lid college van bestuur, Anne de Visch Eybergen, heeft per 1 maart 2020 afscheid genomen van BOOR. Op 26 november 2020 benoemde de gemeenteraad van Rotterdam een nieuw lid college van bestuur voor een periode van vier jaar, te beginnen per 1 december 2020: Bob de Baedts. De portefeuilleverdeling tijdens de vacatureperiode was als volgt: Huub van Blijswijk beheerde de portefeuilles algehele strategie en verbinding, voortgezet onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, innovatie, financiën en bedrijfsvoering. Renata Voss heeft de portefeuilles (speciaal) basisonderwijs, doorgaande leerlijnen, passend onderwijs, identiteit, HRM en onderwijskwaliteit. De portefeuilles voortgezet onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, passend onderwijs en identiteit werden tot haar vertrek beheerd door Anne de Visch Eybergen. Met de komst van Bob de Baedts per 1 december zijn de portefeuilles bedrijfsvoering, financiën en ICT in het onderwijs van Huub van Blijswijk op het nieuwe lid college van bestuur overgegaan.
Hoofd- en nevenfuncties leden college van bestuur De leden van het college van bestuur hadden in 2020 de volgende hoofd- en nevenfuncties: Naam
Hoofdfunctie in 2020
Nevenfuncties in 2020
De heer Bob de Baedts
Lid college van bestuur BOOR (vanaf 1 december 2020)
• Bob de Baedts heeft momenteel geen nevenfuncties.
Mevrouw Anne de Visch Eybergen
Lid college van bestuur BOOR (tot 1 maart 2020)
• Lid bestuur van LECSO (Landelijk • Lid raad van toezicht Koers VO • Lid bestuur EIC Mainport Rotterdam • Voorzitter voordrachtscommissie VO-raad
Mevrouw Renata Voss
Lid college van bestuur BOOR
• Lid algemeen bestuur PO-Raad • Lid raad van toezicht ROC West-Brabant (Curio) • Lid adviescommissie kwaliteitsafspraken MBO • Lid raad van toezicht Platform Talent voor Technologie • Lid bestuur Stichting Bijzondere Leerstoel Onderwijsrecht op pluriforme grondslag • Voorzitter stuurgroep CZ NPRZ
De heer Huub van Blijswijk
Voorzitter college van bestuur BOOR
• Voorzitter Sivon • Lid Pettelaaroverleg • Lid bestuursraad OSR • Lid bestuur EIC Mainport Rotterdam
Jaarlijks wordt een uitvraag van verbonden partijen gedaan aan de bestuursleden. Hieruit is geen belangenverstrengeling gebleken.
14
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Algemeen bestuur Samenstelling algemeen bestuur in 20204: Naam
Functie
Aandachtsgebied
De heer Philip Geelkerken
Voorzitter algemeen bestuur, lid remuneratiecommissie
HRM, aanspreekpunt gemeente
De heer Mohamed Acharki
Lid auditcommissie
Huisvesting
Mevrouw Marianne van den Anker
Lid onderwijscommissie
Onderwijskwaliteit, communicatie
De heer Hamit Karakus (vanaf 1 maart 2020)
Lid onderwijscommissie
Onderwijskwaliteit
Mevrouw Miriam Scha (tot en met 29 februari 2020)
Voorzitter remuneratiecommissie, lid onderwijscommissie
HRM, onderwijskwaliteit
De heer Focco Vijselaar
Voorzitter auditcommissie
Financiën, ICT
Mevrouw Jessica van Wingerden (vanaf 1 maart 2020)
Voorzitter remuneratiecommissie, voorzitter onderwijscommissie
HRM
De heer Paul Zevenbergen (tot en met 29 februari 2020)
Voorzitter onderwijscommissie, voorzitter auditcommissie
Onderwijskwaliteit, financiën
Hoofd- en nevenfuncties leden algemeen bestuur De zes leden van het algemeen bestuur hadden in 2020 de volgende hoofd- en nevenfuncties: Naam
Hoofdfunctie
Nevenfuncties
De heer Mohamed Acharki
Bestuurder woningcorporatie Zayaz
• Lid algemeen bestuur Aedes vereniging van woningcorporaties
Mevrouw Marianne van den Anker
Zelfstandig ondernemer
De heer Philip Geelkerken
4
Bestuurder/directeur CAOP
• Voorzitter bestuur stichting Expertisecentrum Oefenen.nl
• Voorzitter bestuur Open Rotterdam (bedrijf: Ankerpunt), onder • Ambassadeur eenzaamheid voor ministerie meer gespreksleiding, VWS werkzaamheden radio (NTR) • Lid raad van toezicht Onderwaterproducties • Lid raad van toezicht Capri Rotterdam • Lid bestuur van de stichting Vrienden van het IJsselland Ziekenhuis
Februari 2021 hebben de heer Philip Geelkerken en mevrouw Marianne van den Anker volgens het rooster van aftreden het algemeen bestuur verlaten. De gemeenteraad heeft op 18 februari 2021 een nieuwe voorzitter voor het algemeen bestuur en een nieuw lid algemeen bestuur benoemd, te weten mevrouw Mariëtte Hamer als voorzitter en de heer Leen Paape als lid.
15
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Naam
Hoofdfunctie
Nevenfuncties
Mevrouw Miriam Scha (tot en met 29 februari 2020)
Gepensioneerd
Lid bestuur Orchest-Vereeniging Dordrecht
De heer Focco Vijselaar
Directeur-generaal bedrijfsleven en innovatie bij het ministerie van economische zaken en klimaat
Bestuurslid bij de koninklijke vereniging voor staatshuishoudkunde
Mevrouw Jessica van Wingerden (vanaf 1 maart 2020)
Executive Vice-President bij de Rabobank
Research fellow vakgroep Arbeids- en Organisatie Psychologie Erasmus University Rotterdam
De heer Paul Zevenbergen (tot en met 29 februari 2020)
Voorzitter bestuur a.i. Grotius College
Member Board of Directors World Association for Cooperative and Work-integrated Education (WACE) Lid raad van toezicht Handicap en Studie Voorzitter college Deskundigheid Financiële Dienstverlening DGA van Management Matters BV Lid raad van toezicht stichting Pieter van Foreest Lid College van Deskundigen Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland Voorzitter Commissie Onderwijsbevoegdheden, ministerie van OCW Lid Begeleidingscommissie onderzoek toereikendheid, doelmatigheid en kostentoerekening in mbo, hbo en wo; ministerie van OCW
De heer Hamit Karakus (vanaf 1 maart 2020)
Directeur Platform 31 en algemeen directeur onderzoeksinstituut IVO
Lid Raad van Commissarissen Eigen Haard (sinds 1-11-2020) Bestuurslid stichting Wijkverbetering Rotterdam Zuid Bestuurlijk regisseur Vestia namens minister Ollongren Lid Raad van Toezicht Stichting Nederlands Register Vastgoed Taxateur Lid Raad van Toezicht Hogeschool Rotterdam Lid bestuur VNO-NCW regio Rotterdam Lid regiegroep Retailagenda Lid Raad van Toezicht VerDus Bestuurslid stichting Vrienden van het Maasstad Ziekenhuis
Jaarlijks wordt een uitvraag van verbonden partijen gedaan aan de bestuursleden. Hieruit is geen belangenverstrengeling gebleken.
16
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
Dialoog Belanghebbenden Met onder andere de volgende belanghebbenden heeft het bestuur regelmatig contact: Belanghebbende organisatie of groep
Beknopte omschrijving van de samenwerking of dialoog
Ouders, leerlingen medewerkers via de gmr’s (s)bao, vo en so/vso
Zie bijlage 2 voor het jaarverslag van de gmr’s.
Gemeenten
Met alle gemeenten waarin wij scholen hebben (Rotterdam Gouda, Nieuwerkerk aan den IJssel en Lansingerland), is regelmatig contact over zaken als huisvesting, leerlingzorg en de maatschappelijk positie van het onderwijs in de betreffende gemeente. Met de gemeente Rotterdam heeft BOOR ook een subsidierelatie. De gemeente Rotterdam is bovendien de externe toezichthouder van de stichting.
Kinderopvangorganisaties en vve-instellingen
Zowel op bestuurs- als op individueel schoolniveau is contact met deze organisaties. Er worden mede afspraken gemaakt over een goede overdracht van kinderen.
Jeugdzorg
Vooral individuele scholen hebben contact met jeugdzorgorganisaties. In veel gevallen gaat dit via de wijkteams. Op bestuursniveau is er onder meer contact over het verbeteren van de samenwerking tussen onderwijs en zorg.
Collega-schoolbesturen
Met collega-besturen is regelmatig contact. Het gaat om het delen van informatie, het maken van (samenwerkings)afspraken en het gezamenlijk optrekken in kwesties als het lerarentekort en het opstellen van de IHP’s.
Belangenorganisaties (onder meer VO-
Er is met name contact op strategisch niveau.
raad en PO-Raad) Leveranciers, aannemers en uitzendbureaus
Het gaat in dit geval vooral over contact op uitvoeringsniveau. Deze contacten worden in toenemende mate gecentraliseerd.
Ministeries
Er is met name contact op bestuurlijk en strategisch niveau.
Onderwijsinspectie
Houdt toezicht op de kwaliteit op bestuurs- en schoolniveau.
Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ)
In NPRZ, werken Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, schoolbesturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan een gezonde toekomst voor Rotterdam Zuid.
Samenwerkingsverbanden BOOR maakt onderdeel uit van de volgende samenwerkingsverbanden: Samenwerkingsverband
Beknopte omschrijving
Koers VO
Het samenwerkingsverband passend voortgezet onderwijs Koers VO wordt gevormd door 18 schoolbesturen met 110 vestigingen voor voortgezet (speciaal) onderwijs in de regio Rotterdam.
PPO Rotterdam
Primair Passend Onderwijs Rotterdam is een samenwerkingsverband van 20 schoolbesturen, met ruim 200 scholen.
17
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Klachtenbehandeling Bij BOOR is een klachtenregeling van kracht. Deze is in 2020 geactualiseerd met als doel voor iedereen die met een klacht te maken krijgt meer inzichtelijk te maken welk type klacht waar ingediend kan worden. Ouders, leerlingen, personeelsleden en verder iedereen die deel uitmaakt van stichting BOOR en de aangesloten scholen kunnen een beroep doen op de klachtenregeling. In de schoolgidsen van de scholen staat beschreven waar de regeling gevonden kan worden, wie op school- en op bestuursniveau optreden als contactpersoon, wie de klachtenfunctionaris van BOOR is, wie de externe vertrouwenspersonen zijn en hoe deze functionarissen te bereiken zijn. Hierna volgt een overzicht van het aantal klachten dat aan de Stichting Onderwijsgeschillen is voorgelegd. Aan deze stichting kunnen zowel bejegeningsklachten, als klachten over het passend onderwijs worden voorgelegd. Daarbij hanteert de Landelijke Klachtencommissie (LKC) het uitgangspunt dat de klager zo mogelijk eerst wordt terugverwezen naar de school en/of het schoolbestuur om te proberen de klacht op te lossen. De commissies die zijn ingesteld ten behoeve van het passend onderwijs, de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT) en de Geschillencommissie Passend Onderwijs (GPO), hanteren dit uitgangspunt niet. Onderwijsgeschillen
2016
2017
2018
2019
2020
Aantal klachten5
15
9
8
11
12
In 2020 zijn twaalf klachten voorgelegd aan de Stichting Onderwijsgeschillen: • Eén klacht (vo) is (op 17 december 2020) aan de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaringen (LBT) voorgelegd. Deze klacht loopt nog. • Eén klacht (so/vso) is (op 2 december 2020) voorgelegd aan de Geschillencommissie Passend Onderwijs (GPO). Deze klacht is ingetrokken nadat er geld en een leerkracht zijn gevonden om een nieuwe kleutergroep te starten, als gevolg waarvan de leerling vanaf een wachtlijst op de door ouders gewenste BOOR-school kon worden geplaatst. • Van de tien klachten die zijn voorgelegd aan de Landelijke Klachtencommissie (LKC), waren er twee afkomstig uit het voortgezet onderwijs. Eén is ongegrond verklaard. De andere is op verzoek van partijen middels mediation behandeld. Dit traject loopt nog. • In de sector primair onderwijs zijn acht klachten voorgelegd aan de LKC. Eén daarvan is gegrond verklaard, één is deels gegrond, deels ongegrond verklaard, vier klachten zijn ongegrond verklaard, één klacht bleek bij nader inzien niet te zijn gericht tegen BOOR, maar betrekking te hebben op een ander schoolbestuur. Op verzoek van beide partijen wordt getracht één klacht middels mediation op te lossen. Dit traject loopt nog. • In de sector so/vso is in het geheel geen klacht voorgelegd aan de LKC.
5
18
Tot en met 2018 telden we klachten bij de LBT en de GPO nog niet mee.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
2. Verantwoording van het beleid In dit hoofdstuk verantwoordt het bestuur het gevoerde beleid op de volgende beleidsterreinen: Onderwijs & kwaliteit, Personeel & professionalisering, Huisvesting, Inkoop en facilitaire zaken, en Financieel beleid. De doelen die in het strategisch beleidsplan gesteld zijn, staan centraal. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk gaat in op het beleid rond risico’s en risicobeheersing.
2.1
Onderwijs en kwaliteit
Onderwijskwaliteit bij BOOR De kwaliteit van ons onderwijs is topprioriteit, we streven naar voortdurende verbetering. Kwaliteit is geen statisch begrip: het betekent dat je voldoet aan eisen en verwachtingen die aan het onderwijs worden gesteld. Dat betreft de eisen die de overheid stelt (via wet- en regelgeving), maar minstens zo belangrijk is de optelsom van de verwachtingen die ouders, leerlingen, het vervolgonderwijs en de lokale gemeenschap hebben van het onderwijs. Deze verwachtingen veranderen voortdurend. De kern van kwaliteit is dat scholen voortdurend streven naar borging van wat goed gaat en naar planmatige verbetering: elke school formuleert haar ambitie(s) en werkt daar aantoonbaar aan. Het behoort tot de professionele ruimte van scholen om, gelet op de specifieke situatie van en verwachtingen die gesteld worden aan de school (wijk, stad, samenstelling populatie, omgeving, voedingsgebied), eigen keuzes te maken in profilering van kerndoelen en eindtermen. Kortom: op al onze scholen bestaat een cultuur van permanente kwaliteitsontwikkeling. BOOR heeft een kwaliteitshandboek waarin we ingaan op wat we binnen BOOR verstaan onder kwaliteit en waarin we de kwaliteitscyclus hebben beschreven. In een tweede deel staan de kwaliteitsinstrumenten en het normenkader binnen de verschillende sectoren beschreven en toegelicht.
Visie op onderwijskwaliteit Wij dragen zorg voor onderwijs dat bijdraagt aan de talentontwikkeling van iedere leerling. Wij vinden de kwaliteit van het onderwijs in onze scholen goed als er door deskundig personeel zodanig les wordt gegeven dat de leerlingen daardoor de kennis verwerven en de vaardigheden ontwikkelen die passen bij hun niveau en talent. Dit betekent dat goed onderwijs aansluit op de mogelijkheden, behoeften en talenten van iedere leerling.
Basis op orde BOOR heeft vier uitgangspunten: 1. De basiskwaliteit van alle scholen is in orde; 2. Elke school brengt de eigen aanpak jaarlijks helder in beeld via een analyse; 3. Elke school werkt met een hierop gebaseerd school(jaar)plan met doelen; 4. Op het niveau van de school, de sector en het bestuur wordt gewerkt aan de hand van het 4D model: data-duiden-doelen-doen.
19
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Ambitie Onze koers kent drie prioriteiten te weten kwaliteit, identiteit en samenwerking. In de koers is vastgelegd dat iedere school tenminste moet voldoen aan de basiskwaliteit zoals beschreven in wettelijke deugdelijkheidseisen en het toetsingskader van de Inspectie. En dat elke school daarenboven eigen ambities formuleert die passen bij de context van de school. Deze context wordt in hoge mate bepaald door de wijk waar de school staat en door de kenmerken van de gezinnen waaruit de leerlingen van de school afkomstig zijn. Op deze manier is gewaarborgd dat de ambities passen bij de ontwikkelmogelijkheden en talenten van de leerlingpopulatie van elke school.
Doelen De doelen die wij nastreven op het gebied van onderwijskwaliteit staan jaarlijks beschreven in ons BOOR jaarplan. Voor het jaar 2020 wordt hieronder per doel weergegeven wat de stand van zaken was aan het einde van het kalenderjaar. Vanaf 2021 maken drie sectorplannen onderdeel uit van het stichtingsbrede jaarplan. In de onderliggende activiteitenplannen zijn de doelen per sector nader uitgewerkt.
Kwaliteitsbeleid Ons kwaliteitsbeleid bestaat uit een voortdurend proces van sturing, monitoring, leren en verbeteren gericht op het behalen van de kwaliteitsdoelstellingen die op bestuurs-, sector- en schoolniveau zijn gesteld. Het gaat bij deze kwaliteitsdoelstellingen om de gestelde wettelijke eisen in de relatie tot onze eigen doelen en ambities. De onderwijskwaliteit omvat niet alleen het effectief aanleren van kennis en vaardigheden, maar ook het vormen van kinderen tot zelfstandige, zelfverantwoordelijke personen.
Kenmerken van kwaliteitsbeleid bij BOOR Het kwaliteitsbeleid bij BOOR is a. Cyclisch Het kwaliteitsbeleid is gerelateerd aan de beleidscyclus van data, duiden, doelen en doen; b. Dynamisch Wij bewegen weloverwogen en op basis van geduide data mee met de ontwikkelingen en verwachtingen in de samenleving en met de keuzes die daartoe moeten worden gemaakt; c. Integraal Ons kwaliteitsbeleid is in samenhang met en in afstemming op de verschillende deelprocessen en sectoren in onze organisatie; d. Meetbaar en Merkbaar Wij handelen data-geïnformeerd met als doel inzicht en kennis om gefundeerde beslissingen te kunnen nemen en om te kijken of doelen en resultaten zijn behaald; e. Procesmatig Kwaliteitsbeleid is eerst en vooral een proces. Een proces waarin voortdurende aanscherping plaatsvindt op basis van data, duiden, doelen en doen; f. Ambitieus Wij streven continu naar aanscherping en verbetering waarbij we oog hebben voor de context en ontwikkelingen.
Kwaliteitszorg en 4D-model Het bestuur draagt zorg voor een stelsel van kwaliteitszorg op de scholen. Vanuit dit stelsel bewaakt en bevordert het bestuur de kwaliteit van het onderwijsproces en de leerresultaten. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen bestuur en scholen maakt een functionerend stelsel van kwaliteitszorg mogelijk. Het bestuur beschikt voor alle sectoren over een data-dashboard. We hebben als onze PDCA-cyclus gekozen voor de cyclische aanpak van het 4D-model: Data, Duiden, Doelen, Doen. Het 4D-model houdt in dat we data over de onderwijsresultaten en het onderwijs-
20
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
proces verzamelen, ontsluiten en duiden. Op basis daarvan bepalen we onze doelen en acties, die de scholen uitvoeren (doen). Evaluatie vindt plaats op basis van data, waardoor een cyclisch proces ontstaat. Dit doen we op school-, sector en bestuursniveau. In het (s)bao en (v)so is deze werkwijze eerder ingestart en reeds praktijk. Het vo is als sector bezig met een proces hier naartoe te groeien. Op het niveau van de school betekent het werken volgens het 4D-model gegevens verzamelen, duiden en op basis daarvan doelen en acties formuleren. Deze acties evalueren de scholen op basis van data waardoor er een cyclisch proces ontstaat. Dit proces vormt de belangrijkste basis voor het school(jaar)plan en de visieontwikkeling van de school. Elke school formuleert schooleigen ambities onder andere op basis van de missie en visie van zowel BOOR, de sector als de school. Het kwaliteitsbeleid, de planvorming en de verantwoording op schoolniveau staan in nauwe verbinding met de plannen op sectorniveau en de plannen op stichtingsniveau. Hier is sprake van een wisselwerking: de doelen op bestuursniveau geven richting aan de sectoren en scholen, terwijl de ontwikkelingen op scholen richting geven aan de doelen op scholengroep -, sector- en bestuursniveau.
Wederom geldt hiervoor dat dit op de scholen van het (s)bao en (v)so in de praktijk wordt gebracht, in het vo zijn scholen bezig zich hier naartoe te ontwikkelen.
Vroegsignalering Binnen BOOR is een systeem van vroegsignalering ingericht om scholen die niet aan onze normstelling voldoen te detecteren. De inspanningen zijn erop gericht om door een gerichte verbeteraanpak scholen met risico’s door een verbeteraanpak zo snel mogelijk naar het gewenste niveau te begeleiden. Op basis van de beschikbare data voortvloeiend uit de audits, collegiale visitatie, gesprekkencyclus, jaarlijkse zelfevaluatie, opbrengstengesprekken etc. wordt jaarlijks een risicoanalyse uitgevoerd. De uitkomst daarvan kan zijn dat de school, altijd in afstemming met de schoolleiding, een herstelopdracht krijgt waarin staat aangegeven op welke punten verbeteringen moeten worden gerealiseerd.
Verantwoording Het bestuur verantwoordt zich een aantal keer per jaar op formele wijze over de onderwijskwaliteit. Dit doet het bestuur door elk jaar in het jaarverslag en twee voortgangsrapportages te rapporteren aan de interne en externe toezichthouders op de doelen uit het jaarplan. Daarnaast wordt er jaarlijks een Staat van het BOOR Onderwijs en een risicoanalyse van elke sector gemaakt met een verzameling van alle data over onderwijskwaliteit, die wordt besproken met het algemeen bestuur. Tussentijds wordt bij de interne toezichthouder regelmatig gerapporteerd over op dat moment beschikbare data, zoals schoolresultaten en tevredenheidspeilingen.
2.1.2 Doelen en resultaten 2020 Doel 1 – Herstelopdracht Inspectie De herstelopdrachten van de Onderwijsinspectie zijn succesvol afgerond. Alle herstelonderzoeken naar aanleiding van het onderzoek van de Inspectie op onze scholen zijn inmiddels succesvol afgerond; de scholen die in 2019 een onvoldoende kregen zijn inmiddels weer voldoende. Twee vo-scholen kregen in 2019 een herstelopdracht zonder dat daar een herstelonderzoek op volgde: Libanon Lyceum en TVO Nieuwerkerk. Beide scholen hebben naar tevredenheid van bestuur en schoolleiding verbeteringen tot stand gebracht.6
6
Zowel het Libanon Lyceum als TVO Nieuwerkerk zijn opnieuw door de Inspectie bezocht in maart 2021. Beide scholen zijn toen weer als voldoende beoordeeld.
21
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
De opmerkingen van de Inspectie over de kwaliteitszorg op bestuursniveau hebben betrekking op het zicht en de sturing op onderwijskwaliteit: de doorwerking van het kwaliteitsbeleid tot in de klas en gerichte sturing op basis van expliciete normen behoeven verdere versterking. Het gaat hierbij om normen die verder gaan dan de normen voor basiskwaliteit in het inspectiekader. Daarbij moet niet alleen naar de onderwijsopbrengsten, maar ook naar de kwaliteit van het onderwijsproces worden gekeken. Hier is de afgelopen periode aan gewerkt, door de jaarlijkse ‘doorloopdagen’ in het (s)bao door te ontwikkelen naar audits in alle sectoren, waarbij op basis van een zelfevaluatie van de school en de gegevens uit het datadashboard een auditteam een onderzoek uitvoert, waardoor de school periodiek wordt beoordeeld en feedback ontvangt. Normaal gesproken zijn dit fysieke audits, waarbij ook elke klas wordt bezocht. Als gevolg van corona was dat in 2020 niet altijd mogelijk en zijn er ook audits digitaal gehouden. De audits in alle sectoren vinden plaats op basis van BOOR-normen. Er wordt gebruik gemaakt van het 4D-model als PDCA-cyclus voor het stellen van doelen en het gericht uitvoeren van acties. Het 4D-model houdt in dat op schoolniveau data wordt verzameld, ontsloten en geduid. Op basis daarvan worden doelen en acties bepaald, die de scholen uitvoeren (doen).
Evaluatie vindt plaats op basis van data, waardoor een cyclisch proces ontstaat. Dit is praktijk in het (s)bao en (v)so en doen we in die sectoren ook op sectorniveau. De sector vo en de individuele vo-scholen groeien hier naartoe. In het vo is daarvoor een kaderregeling voor de bovenschoolse kwaliteitszorg vastgesteld. Die beschrijft de gewenste situatie. De scholen werken gezamenlijk en ieder afzonderlijk daar naartoe. Dit is een groeiproces, gedurende het werk wordt bekeken of het toekomstbeeld bijstelling behoeft. In het (s)bao en (v)so worden de leerkrachtvaardigheden gemonitord via ‘Mijn schoolteam’ en Bardo. In het vo zijn inmiddels alle scholen gestart met het werken met de DOT (Digitale Observatie Tool). Het bestaande vo-dashboard is aangevuld met trendgegevens. De informatie uit de audits in het (s)bao en (v)so en de opbrengstgesprekken (P&C-gesprekken in het vo) vormen de basis voor sturing en bijsturing op het bereiken van de gestelde doelen. Op deze wijze is sprake van een onderbouwd cyclisch kwaliteitsproces waarbij via opbrengstgesprekken en audits zicht en sturing op de onderwijsresultaten en het onderwijsproces is vormgegeven.
Doel 2 – Kwaliteitsagenda’s De kwaliteitsagenda’s van de drie sectoren worden in 2020 uitgevoerd. De kwaliteitsagenda (s)bao is begin 2020 aangescherpt om de focus nog explicieter te richten op de twee prioriteiten voor 2020, versterking van de kwaliteit en de continuïteit (bestrijden lerarentekort). Om deze twee pijlers in de organisatie te faciliteren, te implementeren en te borgen is, naast de afdeling Onderwijskwaliteit, de HR-afdeling van BOOR Services betrokken om gewenste veranderingen te begeleiden. De kwaliteitsagenda is leidend bij alle activiteiten zoals de gesprekkencyclus van de bovenschools directeuren met de directeuren en bij de audits. Vanaf 2021 wordt binnen BOOR gewerkt met sectorjaarplannen. Het sectorplan voor (s)bao borduurt voort op de kwaliteitsagenda. Het sectorplan is nader uitgewerkt in een activiteitenagenda. Ook het (v)so heeft de ontwikkelambitie, die de sector jaarlijks vaststelde en hanteerde, in 2020 ontwikkeld tot een sectorjaarplan voor 2021. In het vo is de uitvoeringsagenda 2019-2021 leidend geweest voor de uitvoering van het kwaliteitsbeleid op sectorniveau. Belangrijk was de focus op de interne audits en de aanscherping van de P&C-gesprekken. De uitvoeringsagenda 2019-2021 vo is in de loop van 2020 doorontwikkeld tot een sectorplan vo voor de periode medio 2020-einde 2021.
De eerdergenoemde kaderregeling bovenschoolse kwaliteitszorg heeft eveneens een sturende werking op de werkzaamheden van de scholen en de sector.
22
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
De sectorjaarplannen zijn onderdeel van het jaarplan 2021 op stichtingsniveau. Zodoende zijn de consistentie en het alignment van het beleid op het gebied van onderwijskwaliteit in de drie sectoren verbeterd. De sectorjaarplannen zijn uitgewerkt in concrete activiteitenplannen, die periodiek worden gemonitord.
Doel 3 – Tevredenheidspeilingen In februari 2020 worden op alle scholen tevredenheidspeilingen afgenomen onder leerlingen, ouders en personeel. De peilingen worden geanalyseerd op school- en sectorniveau. We zien erop toe dat alle scholen in hun jaarplan voor schooljaar 2020/2021 verbeteracties opnemen die voortvloeien uit de uitkomsten van de peilingen. Begin 2020 is de peiling uitgevoerd onder leerlingen, ouders en personeel. De scores zijn niet veel veranderd ten opzichte van de vorige meting. Het beeld voor BOOR is vergelijkbaar met het landelijk beeld. De uitkomsten zijn besproken op schoolniveau, in de GMR en op sectorniveau. De peilingen zijn betrokken bij het opstellen van de jaarplannen. Een nadere analyse van de peilingen is verwerkt in de Staat van het BOOR Onderwijs, voorheen de sectoranalyse. In 2021 wordt een ‘light’ onderzoek uitgezet, enkel onder leerlingen. Daarvoor wordt in het vo voor de eerste keer gewerkt met de module SchoolEnqueteTool (SET) van E-Loo, in het (s)bao en het (v)so wordt gewerkt met de mogelijkheden die Vensters op dit gebied biedt. In 2021 wordt ook voor de andere peilingen onderzocht welk instrumentarium goed aansluit bij de doelen en welke partij dit kan aanbieden, op basis van een evaluatie van de huidige peiling.
Doel 4 – Het jonge kind In 2020 wordt het projectplan onderwijs aan jonge kinderen bij Stichting BOOR uitgevoerd. De realisatie van het projectplan heeft enige vertraging opgelopen, als gevolg van de coronacrisis. Het project zou aanvankelijk voor een schooljaar worden ingericht, maar is nu ontwikkeld tot een vierjarig project. Het projectplan is inmiddels voltooid en met enthousiasme ontvangen binnen de organisatie. Tevens is de gemeenteraad in een brief (15 december 2020)7 geïnformeerd over het projectplan. BOOR wil middels dit projectplan extra aandacht besteden aan het spelend leren van het jonge kind in de leeftijd van 4 tot 6 jaar. Er is internationaal consensus over de opvatting dat investeren in de eerste levensjaren van een kind cruciaal zijn voor de verdere ontwikkeling, mits er sprake is van de juiste intensiteit en juiste voorwaarden gesteld worden. Bij de invoering van het basisonderwijs in 1985, was de inzet om juist in groep 3 meer adaptief te gaan werken en de sterke aspecten van het kleuteronderwijs te benutten in de rest van de groepen. Het tegendeel is echter gebeurd. Om kinderen gericht voor te bereiden op groep 3, wordt in groep 1 en 2 wordt steeds meer systematisch en methodisch gewerkt. Hierdoor is steeds minder ruimte voor spelend en ontdekkend leren.
Deze constateringen sluiten aan bij diverse recente onderzoeksgegevens van de Onderwijsinspectie (2020). Om die redenen investeert stichting BOOR de komende jaren in het onderwijs aan het jonge kind in de groepen 1 en 2 van de basisschool. De concrete uitvoering van het plan is na de zomer van start gegaan. De uitvoering bestaat in deze fase van het project voor een groot deel uit het afleggen van schoolbezoeken en afnemen van interviews met de onderbouwteams van
7
Kenmerk: 19bb24800.
23
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
scholen met een schoolgewicht van 35 of hoger, en door het ondersteunen van scholen bij het verder vormgeven van een intensivering van de samenwerkingsrelatie met hun voorschoolse voorziening door middel van advies, coaching en werkbijeenkomsten. De uitvoering van het plan kan ook de komende maanden wellicht nog bemoeilijkt worden door de (nieuwe) landelijke maatregelen. Om die reden wordt tevens veel energie gestoken in informatievoorziening, het toegankelijk maken van onderzoek, wet- en regelgeving en contact dat wel door kan lopen, bijvoorbeeld via BOORconnect. De projectleider is namens BOOR op dit onderwerp eveneens actief in verschillende stedelijke en landelijke netwerken. Zo is de projectleider onder andere betrokken bij de totstandkoming van het kwaliteitskader Vroegschool en bij de werkgroep Doorgaande lijn.
Doel 5 - Dialoog Schoolteams voeren een dialoog over hun identiteit als leidraad voor hun visie op burgerschapsvorming. Alle scholen hebben de praatplaat ‘Wereldburger worden’ ontvangen. Deze praatplaat is een ondersteuningshulpmiddel voor docenten en leerkrachten om de dialoog aan te gaan met leerlingen. Daarnaast geeft de plaat een aanzet voor dialoog in een aantal schoolteams. De plaat is positief ontvangen en wordt gebruikt. Dit gebeurt op verschillende manieren, bijvoorbeeld bij klassengesprekken en bij visieontwikkeling in teams. Sommige scholen voeren een dialoog met hun leerlingen op andere wijze, bijvoorbeeld naar aanleiding van de actualiteit, denk daarbij aan het coronavirus of de moord op Samuel Paty. Ten aanzien van het voeren van dialoog is verder te melden dat een aantal basisscholen trainingen filosofie en debatteren georganiseerd heeft, zowel om de deskundigheid van de leerkrachten daarin te vergroten, als ook om dit leerlingen aan te leren. Andere methodieken waarmee dialoog wordt aangeleerd zijn het spel ‘Terra Nova’, het programma de ‘Vreedzame School’ van de CED-groep en de trainingen voor leraren van ‘Het Kan’.
Doel 6 - Diversiteit Ons doel is dat open houding ten opzichte van diversiteit is verweven in het pedagogisch klimaat van de school. Scholen werken de houding ten opzichte van diversiteit uit binnen de leergebieden burgerschapsonderwijs en kunst- en cultuuronderwijs en maken confrontatie van opvattingen bespreekbaar door ontmoeting en uitwisseling. Een deel van onze scholen is al actief aan de slag met dit doel. In het vo geldt dit voor alle locaties, in het (v)so alleen voor de locaties die het passend vinden bij de doelgroep. In het (s)bao geldt dit voor ruim een derde van de scholen. Op een aantal scholen is men bezig met een heroriëntatie op onderwijskundige en pedagogische visie. Twintig (s)bao-scholen die in hun jaarplan hadden genoemd dat ze met het ontwikkelen van een of meerdere aspecten van burgerschapsonderwijs bezig zijn, zijn benaderd voor eventuele ondersteuning bij uitwerking van de houding ten opzichte van diversiteit op het gebied van identiteit en burgerschapsonderwijs. Tien scholen hebben dit ondersteuningsaanbod vanuit BOOR Services aangevraagd en die trajecten lopen nog dit schooljaar. De andere
24
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2020
tien scholen konden het zonder verdere ondersteuning af. Vanuit drie invalshoeken wordt de ondersteuning opgepakt: burgerschapsonderwijs, kunst- en cultuuronderwijs en levensbeschouwelijke stromingen. In 2020 is een doorstart gemaakt met het project ‘Wereldburger worden’. Dit project, dat voorziet in geïntegreerde lessen levensbeschouwing in het (s)bao door speciaal daarvoor opgeleide leerkrachten, is in 2019 tijdelijk stopgezet vanwege onvoldoende beschikbaarheid van daarvoor gekwalificeerd personeel. In de vorm van een pilot met drie basisscholen wordt deze aanpak getest en in 2021 wordt gestart met de eerste tranche van tien scholen waar dit project wordt ingevoerd. De maatregelen om het coronavirus tegen te gaan, bemoeilijken helaas ook de uitvoering van dit doel. Ontmoeting en uitwisseling met leerlingen van andere scholen en mensen in de wijk is gestagneerd. Schoolreizen en werkweken in het vo die in teken stonden van diversiteit, hebben ook geen doorgang kunnen vinden.
Doel 7 – Democratische vaardigheden In 2020 organiseren we trainingen voor leerkrachten waarin zij houding, kennis en vaardigheden verwerven voor het ontwikkelen en begeleiden van leerlingenparticipatie. De bedoeling was om in 2020 op vijf vo-locaties trainingen te verzorgen voor zestig mentoren/docenten/leerkrachten om met leerlingen in gesprek te blijven, ook over controversiële onderwerpen, met als doel de leerlingen bij het onderwijs te blijven betrekken. Eén training is uitgevoerd, de overige vier zijn verschoven naar 2021. In 2020 hebben onder meer de basisscholen de Vier Leeuwen, Dakpark, Finlandia, de Boog en de Waterlelie zich geschoold om hun leerlingenraad verder te ontwikkelen.
Doel 8 - Innovatie Vanuit het innovatieprogramma gaan we drie projecten een stap verder brengen in 2020. Voor elk van de projecten voeren we met de belanghebbenden een verkenning uit naar de knelpunten in de huidige situatie en ontwikkelen we scenario’s voor een nieuw ontwerp. In 2020 bereiken we een go/no-go-moment voor de daadwerkelijke inrichting van de bijbehorende pilot. De voortgang op dit doel is beschreven in de tweede voortgangsrapportage 2020. In het kort: in het oorspronkelijke doel zijn drie specifieke projecten benoemd: een ontschottingspilot (s)bao, in- en doorstroom van anderstalige nieuwkomers (s)bao en de Job Academie vso. Ten aanzien van deze projecten is de voortgang goed. Er zijn diverse successen geboekt (passende bso de Piloot, onderzoek met gemeente en PPO naar verduurzaming van de financiën van het Pluspunt en de vorming van kindcentra). De voortgang is dan ook breder dan alleen deze drie projecten. In de praktijk zien we dat innovatie steeds beter verankerd raakt in de organisatie, we spreken daarom inmiddels ook niet meer van een programma. Steeds meer ontstaat er een voedingsbodem voor innovatie, gefaciliteerd door diverse activiteiten die binnen ons bestuur plaatsvinden. Het programma Anders organiseren in het (s)bao en het organiseren van afstandsonderwijs tijdens de lockdown geeft een impuls aan de veranderkracht van scholen.
25
BOOR JAARVERSLAG 2020 - BESTUURSVERSLAG
Doel 9 – Schooladvisering vervolgonderwijs In 2020 werken we met afspraken over de schooladvisering voor vervolgonderwijs op maat. Hiertoe participeren we in een NRO onderzoek en een project van de gemeente. Ook implementeren we de checklist speciaal onderwijs voor leerlingen uit het speciaal onderwijs die naar het regulier onderwijs gaan. Met vertegenwoordigers van de sectoren (s)bao, (v)so en vo is een werkgroep schooladvisering geformeerd. De werkgroep beoogt de voorspellende waarde van het schooladvies te vergroten door afspraken te maken over betere uitwisseling van kennis en ervaring tussen basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Ook vindt er tussen de Rotterdamse besturen in de sectorkamer po-vo afstemming plaats. Eén van de concrete afspraken die hieruit volgt is het vormen van een interbestuurlijke plg. Deze bestaat uit een aparte plg voor het po en het vo. Na verdere analyse in de eigen sector komen de plg’s bij elkaar. Daarnaast is afgesproken jaarlijks een po-vo conferentie te organiseren waarin onder andere de bevindingen van de interbestuurlijke plg gepresenteerd worden. Door de inzet op de onderzoeksagenda van BOOR hebben we een subsidie toegekend gekregen voor de startaanvraag van een onderzoek in samenwerking met de Universiteit van Maastricht, onderzoeksbureau Sardes en FOKOR.
Dit onderzoek richt zich op de volgende hoofdvraag: (Hoe) kunnen we ervoor zorgen dat de sociaaleconomische status van leerlingen een minder grote rol speelt in het basisschooladvies, initiële plaatsing en verdere determinatie in de onderbouw van het vo? Nu de volledige subsidie wordt toegekend kunnen we de komende twee jaar vanuit de onderzoeksagenda inzetten op dit onderzoek. Onderdeel van het onderzoek is het opzetten van vijf plg’s waaraan zowel leerkrachten uit het (s)bao en het vo deelnemen. In het (s)bao benutten we interne data om het niveau van de schooladviezen te monitoren en maken hierbij aanvullend gebruik van externe bronnen, zoals de rapportages van het NCO en data van DUO. Daarnaast is in het dashboard van het (s)bao de over- en onderadvisering opgenomen als indicator om te signaleren of scholen een passend advies geven. Een bijstelling van het advies is door het wegvallen van de eindtoets dit jaar niet mogelijk geweest. In het vo wordt in het eerste jaar van deze leerlingen extra aandacht geschonken aan de vraag of de leerling op het juiste niveau zit, onder andere door het gebruik van methode-onafhankelijke toetsen en het bieden van extra ondersteuning(smogelijkheden).
Doel 10 - Passend onderwijs In 2020 ondernemen we een aantal acties op basis van de prioritering van geconstateerde knelpunten in thuiszitterssituaties: a. We rusten leraren beter toe om leerlingen met (extra) ondersteuningsbehoeften goed te begeleiden door expertise-uitwisseling op gebied van leerlingenzorg binnen de drie sectoren te versterken b. We brengen bestaande ondersteuningsmogelijkheden beter onder de aandacht van leraren en ouders Verschillende (landelijke) ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat het oorspronkelijk doel is losgelaten. Zo konden er als gevolg van corona geen fysieke bijeenkomsten georganiseerd worden. In mei was er een landelijke evaluatie Passend Onderwijs, in de zomer het nieuwe ondersteuningsplan PPO, ook presenteerde de minister van Onderwijs zijn 25 maatregelen om passend onderwijs te verbeteren en is er wetwijziging in voorbereiding waardoor het school-ondersteuningsplan onderdeel van de schoolgids zal worden. Op basis van deze ontwikkelingen is een nieuw jaarplan Passend Onderwijs 2020-2021 binnen BOOR geformuleerd. In plaats van het oorspronkelijk doel zijn we ons gaan