CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb616 Bijlage 1 behorende bij 21bb619 - ontwerpbestemmingsplan Vaststellen bestemmingsplan Tarwewijk

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 12. Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Tarwewijk’.35.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

3.3

Ruimtelijke structuur

De stedenbouwkundige structuur van Rotterdam Zuid laat in het vooroorlogse deel een heldere opzet zien van lanen, met daaraan de voorzieningen, en daartussen de rustiger binnengebieden waar hoofdzakelijk wordt gewoond. De structuur volgt gedeeltelijk uit de landschappelijke onderlegger van dijken en komvormige polders. In de Tarwewijk is de landschappelijke structuur terug te vinden in de verkavelingsrichting van de bebouwing en enkele lange lijnen; het dubbellint van de Wolphaertsbocht en de Katendrechtselagedijk en de Dordtsestraatweg. De aanleg van de havens heeft de verdere verstedelijking van Rotterdam-Zuid gedomineerd: Grootschalige oost-west gerichte infrastructuur, bedrijvenzones en havenbekkens snoeren de woonwijken in. De Tarwewijk wordt aan de noordzijde begrensd door de Maashaven en de bedrijven die aan de Maashaven gesitueerd zijn. De Pleinweg, Brielselaan en Dordtselaan zijn de verkeersaders die de wijk omringen. De lanen in de Tarwewijk worden begeleid door hoge wandbebouwing. Deze randen omsluiten een luw en rustig binnengebied, waar voornamelijk gewoond wordt. Rand en binnengebied vormen tezamen het superblok. De Tarwewijk is in drieën gedeeld, met twee relatief kleine superblokken (Millinxbuurt en Verschoorbuurt) ter weerszijden van een groot superblok. De lanen langs de randen komen uit in een drietal knooppunten op de hoeken.

De interne structuur van de Tarwewijk is in aanzet helder. De wijk valt uiteen in drie delen, de Verschoorbuurt, de Millinxbuurt en een groter deel in het midden: Tarwebuurt, Mijnkintbuurt en Gaesbeekbuurt. In de Verschoorbuurt is het superblok teruggebracht tot een rand van bebouwing rondom een centrale buitenruimte. In de Millinxbuurt is eenzelfde structuur zichtbaar, alleen verbreedt deze zich naar het Zuidplein toe. Op deze plek wordt de structuur onduidelijk: er is een 'rafelrand' waar de metro van de Mijnsherenlaan afbuigt naar het Zuidplein.

22

In het middendeel is de structuur iets ingewikkelder. Twee verkavelingsrichtingen, de ene opgehangen aan de Maashaven en de andere aan de Pleinweg, ontmoeten elkaar in het midden van de wijk. Eén diagonaal, de Blankenburgstraat, verbindt de verschillende richtingen in het midden met elkaar. Aan de andere zijde worden de straten in de twee vlakken met de verschillende verkavelingsrichting verbonden door een doorgaande ring bestaande uit respectievelijk de Bas Jungeriustraat, de Bonaventurastraat, de Groepstraat, de Gaesbeekstraat en de Katendrechtselagedijk. De richtingsverandering en het indifferente systeem van straatjes zorgt ervoor dat de oriëntatie in de wijk gebrekkig is. De openbare ruimte in de wijk kent een duidelijke hiërarchie. Op stedelijk niveau zijn vooral de lanen van belang; Mijnsherenlaan, Dordtselaan, Brielselaan en Pleinweg. De recente herinrichting van de Dordtselaan maakt de potentie van de andere lanen duidelijk. Een groene middenberm, begeleiding van de weg door statige platanen en een samenhangende inrichting maken de Dordtselaan tot een mooie verbinding. Op buurtniveau is een aantal parkjes en pleintjes te onderscheiden. In principe heeft elk buurtje zijn eigen parkje. Op het niveau van de wijk ontbreekt echter een samenhangend systeem van buitenruimten.

3.4

Huidig gebruik

3.4.1

Wonen

De woonmilieus in Tarwewijk zijn in beginsel zeer divers. Een tuindorp, een paar rijtjes strokenbouw, oude en nieuwe vormen van het gesloten bouwblok, een enkele drie-onder-één-kapwoning bestaan naast elkaar. Het overgrote deel van de woningvoorraad is nog steeds van het type etagewoning in een gesloten bouwblok. Een deel daarvan wordt ontsloten met een Haags portiek. Op het eerste gezicht lijkt de Tarwewijk vooral een woonwijk. Toch is er ook een behoorlijke hoeveelheid economische functies te vinden. Soms zichtbaar aan de randen van de wijk, zoals aan de Brielselaan met de Creative Factory, of in het zuiden langs de Pleinweg, soms minder opvallend gecombineerd met het wonen zoals de ‘huiskamereconomie’ in de Bas Jungeriusstraat. De Tarwewijk is binnen Rotterdam de 4e wijk met het grootste aantal startende bedrijven. Vaak hebben het wonen en het werken echter niets met elkaar te maken. Het zijn gescheiden werelden. 3.4.2

Voorzieningen

De voorzieningen in de Tarwewijk zijn primair gericht op de bewoners van de Tarwewijk en zijn voornamelijk geconcentreerd aan de randen. Ze zijn vooral te vinden aan de Dordtselaan en aan de Pleinweg bij de kruising met de Wolphaertsbocht en bij de Hellevoetstraat. De buurtgerichte voorzieningen, zoals scholen liggen vooral in het binnengebied. Het voorzieningenaanbod is goed en divers. Scholen, kerken en verzorgingscentra liggen verspreid over de wijk. De wijk heeft twee buurthuizen aan de Wolphaertsbocht en de Millinxbuurt. Tevens bevinden zich een aantal kerkelijke organisaties in de wijk, zoals Youth for Christ, House of Hope en de Victory Outreach Church. Voor jonge kinderen zijn er speelmogelijkheden in de speeltuin, die gerund wordt door vrijwilligers van de Wijk- en Speeltuinvereniging Tarwewijk. Voor de kinderen in de middelbare schoolleeftijd en jong volwassenen is er niet veel te doen. De mogelijkheden beperken zich tot een paar trapveldjes. Voor jongeren is er een Jongeren Informatiepunt (JIP) en een Duimdroplocatie naast de tramlus aan de Gaesbeekstraat. De Sonnevanckschool en de kerken trekken mensen van buiten de wijk, net als het woon- en Arthotel the Queen of the South.

De ouderenactiviteiten concentreren zich rond de woningen voor ouderen in de Wevershoekflat, aan de Gaesbeekstraat en in het ontmoetingscentrum van de OvdB Tarwewijk (Organisatie van en door Bewoners Tarwewijk) aan de Zwartewaalstraat. In de Moerkerkestraat is een dagzorgvoorziening voor mensen met psychische klachten (Antes). Ook in de Moerkerkestraat is Hotel Thuispaleis gevestigd.

23

Aan het Mijnsherenplein ligt het gezondheidscentrum Tarwezigt, waarin een huisartsenpraktijk, fysiotherapeut en apotheek gevestigd zijn. 3.4.3

Winkels en horeca

In de Tarwewijk zijn diverse winkelvoorzieningen, waarvan het grootste deel voor niet-dagelijkse goederen. De meeste winkels zijn gesitueerd aan de Dordtselaan en de Pleinweg. In de wijk is een supermarkt aanwezig en een enkele kruidenier. De laatste jaren neemt het aantal winkels in de wijk af. Het winkelaanbod in de Tarwewijk is daardoor niet meer aantrekkelijk en de meeste winkels leiden een marginaal bestaan. In de wijk zijn, naast enkele coffeeshops, enkele café's gevestigd. Bij metrostation Maashaven liggen het Arthotel en een uitgaanscentrum in de Maassilo. 3.4.4

Bedrijven

De noordrand van de wijk maakt onderdeel uit van het industrieterrein Rijn-/Maashaven. Hier bevinden zich meerdere grote industriële bedrijven die hier van oudsher gevestigd zijn. Het gebied is aan het veranderen. De zone tussen Maashaven en Brielselaan kenmerkt zich ondertussen door een mix aan functies, met o.a. de uitgaansgelegenheid en het bedrijfsverzamelgebouw in de Maassilo, voedingsmiddelenbedrijf Quaker Oats, bouwmarkt Karwei, sportcentrum Fit for Free, bedrijfsverzamelgebouw met ook het sportcentrum Cross-fit, scheepswerf Van Uden, graanverwerker Meneba, garagebedrijf KwikFit, warmtehub, opstapplaats Watertaxi, horeca Pavilioen aan het Water, Ingenieurs-op-Zuid met daarboven woningen en net buiten het plangebied Attractiepark Rotterdam. De rivieroever is niet alleen belangrijk voor de havengerelateerde bedrijven, maar wordt belangrijker als aantrekkelijk verblijfsgebied aan het water. Dwars door de wijk zijn er uiteenlopende kleinschalige bedrijven, praktijkruimten, horeca en dienstverleners te vinden. Meestal zijn deze gevestigd in hoekpandjes van woonblokken of verspreid over hele straatwanden op de begane grond, afgewisseld met ook woningen op de begane grond. Er is sprake van een levendige wijkeconomie, waarbij niet alle activiteiten even goed mengen met een woonbuurt.

De warmtehub aan de Brielselaan is verbonden met het warmtetransportnetwerk en krijgt havenwarmte van de Afval- en Energiecentrale van AVR in Rozenburg. De warmtehub heeft een warmtebuffer met een inhoud van ca. 5.000 m3. Dit biedt de mogelijkheid om vraag en aanbod van warmte nog beter op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast wordt ook op deze locatie via boosterpompen de drukhuishouding in het systeem geregeld. Het warmtetransportnetwerk splitst zich bij de warmtehub op in twee tracés. Een tracé loopt onder Katendrecht door naar de Wilhelminapier, waar de koppeling met het Eneco-netwerk plaatsvindt voor de distributie op de noordoever. Het andere tracé loopt naar Mijnsherenplein, waar Nuon de warmte afneemt. Na afname van de warmte zorgen Eneco en Nuon voor de verdere distributie naar de eindgebruikers in Rotterdam. Het warmtetransportnetwerk is sinds oktober 2013 in gebruik. 3.4.5

Verkeer en parkeren

De Tarwewijk ligt ingeklemd tussen de Dordtselaan, de Brielselaan en de Pleinweg. In het huidige verkeerssysteem is de Pleinweg een drukke verbinding op stadsniveau. De Dordtselaan en Brielselaan zijn iets rustiger stadswegen. De Dordtselaan heeft een aantal jaren geleden een herinrichting ondergaan waardoor de uitstraling van deze laan sterk is verbeterd. De ontsluiting van Tarwewijk verloopt op dit moment op een zeer onduidelijke en ingewikkelde manier. De waterkering langs de Brielselaan maakt afslaan richting Tarwewijk onmogelijk, zodat hier een parallelweg noodzakelijk is. Het Maastunnenplein, waar het verkeer de Maastunnel in- en uitgaat maakt de entree vanaf deze zijde verwarrend. De Pleinweg bundelt het doorgaande verkeer. Het bestemmingsverkeer dient op het juiste moment een parallelweg te kiezen. De Mijnsherenlaan vormt een redelijk duidelijk entree vanaf de Pleinweg, maar aan de noordzijde moet via een klein straatje de Dordtselaan of de Brielselaan worden bereikt. Het huidige verkeerssysteem bestaat uit hoofdwegen op het niveau van de stad, met parallelwegen voor

24

de ontsluiting van de wijk. De Pleinweg is op stadsniveau de belangrijkste bundel. De Dordtselaan, een deel van de Wolphaertsbocht en de Brielselaan zijn belangrijk op stadsdeelniveau. De parallelwegen langs de Pleinweg scheiden het bestemmingsverkeer van het doorgaande verkeer. De parallelweg langs de Brielselaan heeft meer het karakter van een woonstraat, ook omdat de waterkering tussen de twee wegen ligt. Omdat de aansluiting van de parallelwegen op de hoofdontsluiting vaak op drukke en ingewikkelde kruispunten gemaakt is, is niet goed duidelijk hoe je de wijk moet binnenkomen. In de wijk is de oriëntatie soms moeilijk. Dit heeft te maken met de ogenschijnlijke helderheid van de rechte straatjes die in het midden ongemerkt een knik maken. De Blankenburgstraat en de Katendrechtse Lagedijk/ Gaesbeekstraat verdelen in de huidige interne verkeersstructuur het verkeer over de zijstraatjes. In de Millinxbuurt is met eenrichtingsverkeer het verkeer gereguleerd, zodat het middengebied autoluw gehouden kan worden. Hetzelfde is in de Verschoorbuurt gebeurd. De Tarwewijk kent een 30-km regime. De parkeerdruk in de wijk is hoog. De Tarwewijk is goed bereikbaar met metro, tram en bus. De haltes liggen aan de randen en meestal bij de knooppunten (Maashavenplein, Zuidplein). Er lopen regionale fietsroutes langs de Brielselaan, Dordtselaan, Pleinweg en Mijnsherenlaan.

Vanaf de Brielselaan is de entree naar de Tarwewijk vanwege het dijklichaam ook per fiets moeilijk. De slechte oversteekbaarheid van de Pleinweg is een hindernis in de fietsroute via de Mijnsherenlaan richting het Zuiderpark en in de route voor voetgangers en fietsers naar het Zuidplein. De Maashaven is voor langzaam verkeer alleen aan de oostzijde bereikbaar. In de Tarwewijk zelf maakt de fietser gebruik van de weg. 3.4.6

Openbare ruimte

De openbare ruimte van de Tarwewijk is op verschillende niveaus te lezen. Op het stedelijk niveau zijn vooral de lanen van belang: Mijnsherenlaan, Dordtselaan, Brielselaan en Pleinweg. Een groene middenberm, begeleiding van de weg door statige platanen en een samenhangende inrichting maken de Dordtselaan een mooie weg. Ook de Mijnsherenlaan heeft in aanzet een mooi groen profiel, maar wat versleten. De Pleinweg en de Brielselaan hebben daarentegen geen enkele uitstraling. Op het buurtniveau is een aantal parkjes en pleintjes te onderscheiden. In principe heeft elk buurtje zijn eigen parkje of pleintje. Op het niveau van de wijk ontbreekt echter een samenhangend systeem van buitenruimten. Hierdoor raakt de buitenruimte versnipperd. De aanwezigheid van de vele hekken rondom de parkjes en pleintjes draagt bij aan de versnippering. De structuur van gesloten bouwblokken in de Tarwewijk geeft in aanzet geen onveilige situatie. Er zijn woningen op straatniveau (geen anonieme bergingen of garages) en de scheiding tussen openbaar en privé is duidelijk afgebakend, op enkele binnenterreinen na. Toch wordt de Tarwewijk in sommige delen als onveilig ervaren.

3.5

Stadsgezichten en Monumenten

3.5.1

Algemeen

De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium – Erfgoedwet (2016) en Monumentenverordening Rotterdam 2010. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorie”. Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de Monumentenverordening Rotterdam 2010. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd

25

stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden van voor 1945. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen. Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam twee wederopbouwaandachtsgebieden van nationaal belang. Verder heeft de gemeente in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich in voor het behoud van de waarden. Beeldbepalende objecten (BO) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument, maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten.

Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. 3.5.2

Het plangebied

Hieronder zijn, op basis van gegevens van het gemeentelijke Bureau Monumenten en Cultuurhistorie, de gebouwen en gebieden genoemd die van cultuurhistorische waarde zijn binnen het plangebied. Binnen het bestemmingsplangebied liggen de volgende monumenten en/of beeldbepalende objecten: RM Scholencomplex Zwartewaalstraat (1925) ir A. van der Steur, Expressionisme RM Maastunnelcomplex (1937) ir A. van der Steur, Expressionisme GM Dordtselaanflat (1950) R.D. van Andel en S.J. van Embden Afbeelding uit de Cultuurhistorische verkenning:

26

Waarde op structuurniveau Op meerdere schaalniveaus is de Tarwewijk bijzonder. De kwaliteiten zijn te vinden in een bijzonder gebouw of complex, maar ook in structuren, rooilijnen en onbebouwde ruimten zoals een plein, een mooie waterloop of een langgerekte groenzone. Daarnaast kan kwaliteit zitten in de historische betekenis van een gebouw of groep gebouwen, bijvoorbeeld door het gebruik van een bijzonder bouwsysteem of een zeldzaam woningtype. Samen maken ze de Tarwewijk een herkenbare buurt. Typerend voor de Tarwewijk is de ruimtelijke samenhang van de randen in het zuidelijke deel van de wijk, de Dordtselaan, Mijnsherenlaan en Pleinweg. Deze randen bestaan uit middelhoge bebouwing met een hoge architectuurstandaard. Het noordelijke deel van de Tarwewijk is iets gefragmenteerd, met lagere woonbebouwing die onderbroken wordt door een groot scholen- en kerkcomplex. Op de waarderingskaart zijn een aantal rooilijnen aangemerkt als structurerend. Het gaat hier om wanden die routes of pleinen begrenzen en door hun situering en bouwhoogte het karakter van zo’n route of plein bepalen. Waarde op ensembleniveau I Zuidelijke oever Maashaven Dit deel van de Tarwebuurt is waardevol door de symbolische band met de rest van de wijk. De andere ensembles zijn (historische en ruimtelijk) niet los te zien van de Maashaven.

Blikvangers zijn de historische fabriekscomplexen van Meneba en de Maassilo. II Wolphaertsbuurt Hoewel dit ensemble te zien is als een ‘leftover’ en er ook veel vernieuwing heeft plaatsgevonden zit de kwaliteit en historische waarde in de leefkwaliteit van het centrale park, die de buurt ‘lucht’ geeft. Ook staan er enkele waardevolle complexen, hoekpanden met een hoogwaardige architectonische uitwerking. III Tarwebuurt De kwaliteit en historische waarde is te vinden in de tweedeling van de buurt, die herkenbaar is aan het luwe woonmilieu (met vrije huisjes en beneden en bovenwoningen) ten noorden van de Blankenburgstraat en het stedelijke woonmilieu ten zuiden (met portieketageflats). Waardevol is het hart van de buurt met school- en kerkcomplexen tussen de groene parken aan de Zwartewaalstraat en het Mijnsherenplein. IV Millinxbuurt De kwaliteit van de Millinxbuurt is te vinden in de ruimtelijke samenhang van het ensemble met randen van een hoge architectuurstandaard en in het binnenwerk een centraal park. Architectonische blikvangers bevinden zich op de hoeken in de vorm van wooncomplexen die de overgangen van de randen naar het binnenwerk markeren. Waarde op object- en detailniveau De rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten verankeren als historische ‘topstukken’ gezamenlijk een deel van de identiteit van de wijk.

Op deze kaart zijn aanvullend een aantal gebouwen of complexen aangemerkt als waardevol (‘de karakteristieke complexen’), omdat ze ‘het verhaal van de Tarwewijk’ aanvullen door hun architectonische, stedenbouwkundige en/of cultuurhistorische waarden. Dit zijn: de Maassilo, Quaker Oats B.V. (1915), architect M. Brinkman; het fabriekscomplex langs de Maashaven van Meneba uit 1914 (voorheen Meelfabriek ‘De Maas’); twee hoekpanden in de Wolphaertsbuurt die in architectuur gaaf zijn (Wolphaertsbocht 296 en Bas Jongeriusstraat 254) het metrostation Maashaven Brielselaan 5 (1968), architect C. Veerting (Gemeentewerken): OBS De Dubbeldekker Den Hertigstraat (1925) ir A. van der Steur, Amsterdamse School; blokjes ‘vrije woningen’ in de Tarwebuurt die niet zijn aangetast door stadsvernieuwingsingrepen;

27

twee voor- en twee naoorlogse woonblokken aan de Zwartewaalstraat; school- en kerkgebouwen die architectonisch en/of stedenbouwkundig de wijk verrijken. Dit zijn de scholen aan de Voetjesstraat, Blankenburgstraat, Bonaventurastraat, Mijnsherenplein en de Spijkenissestraat. De kerken zijn die aan het Mijnsherenplein, Blankenburgstraat en Bonaventurastraat; de hoekcomplexen aan het Mijnsherenplein, die de overgang van rand en binnenwerk markeren; het naoorlogs ensemble van woonblokken en een schoolpand tussen de Dordtselaan en Mijnsherenlaan en de Cillershoekstraat.

28

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Opzet van het plan

De doelstelling van het nieuwe bestemmingsplan is een (nieuw) planologisch en juridisch kader voor de Tarwewijk voor de komende jaren. De basis voor het nieuwe bestemmingsplan is het bestemmingsplan Tarwewijk uit 2010, de parapluherzieningen voor horecaterrassen, parkeren en biologische veiligheid, en het nieuwe beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het bestemmingsplan zal net als het bestemmingsplan uit 2010 gedetailleerd van aard zijn.

4.2

De verschillen tussen het oude en het nieuwe plan

Het uitgangspunt voor het nieuwe plan is het zo veel mogelijk overnemen van de geldende rechten uit de vorige bestemmingsplannen. Dit plan is vanzelfsprekend geen exacte kopie van het vorige plan Tarwewijk. Bepaalde zaken worden op een andere manier geregeld. Er gelden enkele stedelijke herzieningen op onderdelen (parapluherzieningen). Ook zijn er verschillen met de vorige plannen als gevolg van nieuw gemeentelijk, provinciaal en landelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening. Vergunde projecten De afgelopen planperiode is een aantal projecten in afwijking van het bestemmingsplan uit 2010 vergund. Deze projecten kunnen nu gedetailleerd worden bestemd in overeenstemming met de vergunning. Begrenzing In de Mijnkintbuurt blijven drie blokken buiten het plangebied. Ook het deel met Attractiepark Rotterdam en de zone langs de Doklaan blijft buiten het plan.

4.3

Ontwikkelingen

4.3.1

Beperken vestigingsmogelijkheden geluidzone industrie

De verkleining van het 'gezoneerde industrieterrein Maas- en Rijnhaven' is alleen mogelijk op het moment dat voor het hele gebied duidelijk is op welke wijze het industrieterrein de komende jaren gebruikt zal worden. Op dat moment kunnen de akoestische effecten van een wijziging inzichtelijk gemaakt worden en kan beoordeeld worden of er aanvullende akoestische maatregelen vereist zijn. De planvorming voor Maashaven zuidzijde (Oud Charlois en Tarwewijk) is op dit moment nog niet zo ver gevorderd dat een adequaat inzicht kan worden gegeven in het toekomstige gebruik van het gebied en de akoestische gevolgen daarvan. Om deze reden is ervoor gekozen om met dit bestemmingsplan het gezoneerde industrieterrein nog niet te wijzigen. De hieronder gegeven afbeelding dient ter illustratie van de eigendomssituatie op de zuidzijde van de Maashaven. Daarmee biedt dit een inzicht in de fasering van mogelijk toekomstige ontwikkelingen.

29

De wijziging van het gezoneerde industrieterrein zal op een later moment via een daartoe vereiste procedure plaatsvinden. Op dat moment zal ook een aanpassing van de geluidzone behorende bij het industrieterrein plaatsvinden. Dat met dit bestemmingsplan het gezoneerde industrieterrein (nog) niet wordt gewijzigd, neemt niet weg dat de planologische regeling die het bestemmingsplan biedt wel op de voorziene wijziging voorsorteert. De bestemmingsregeling is zo opgesteld dat 'geluidzoneringsplichtige bedrijven' alleen zijn toegelaten ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf - 4'. Hiermee wordt voorkomen dat 'geluidzoneringsplichtige bedrijven' zich buiten het beoogde, verkleinde gezoneerde industrieterrein kunnen vestigen. Het verkleinen en op termijn dezoneren van het industrieterrein volgt op de visie met woningbouwontwikkeling die voor dit gebied geldt en anticipeert op de uitvoering daarvan op de langere termijn. Zoals aangegeven in de gebiedsgerichte uitwerking van de Nota Bedrijfsruimte 2020 verandert Bedrijventerrein Maashaven (Brielselaan – Doklaan) naar een gemengd woon-werkmilieu. Daarbij wordt het principe gehanteerd van ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’ met als doel intensief en multifunctioneel ruimtegebruik.

Niet-passende bedrijvigheid en de daaraan gekoppelde werkgelegenheid worden voor de stad behouden op een alternatieve locatie die past in de omgeving en meer uitbreidingsmogelijkheden biedt. De programmering van de herontwikkeling van de Maashaven-Zuidzijde zal een dusdanige hoeveelheid aan bedrijfsruimte bevatten, dat voldoende werkgelegenheid wordt geboden aan Rotterdammers van alle opleidingsniveaus en de omliggende wijken (de Tarwewijk en Afrikaanderwijk). Bij de nieuw-te-creëren bedrijfsruimte gaat het onder meer om kleinschalige, flexibele bedrijfsruimten voor stadsgebonden bedrijven. Bedrijven die passen in, en in het bijzonder, geïnteresseerd zijn in vestiging in een intensief stedelijk gemengd woon-werkmilieu. Klimaatadaptatie is een integraal onderdeel van het toekomstprofiel van de Maashaven. 4.3.2

Concentratie detailhandel

Het beleid van de gemeente Rotterdam is erop gericht om detailhandel zo veel mogelijk te concentreren in winkelcentra en winkelstraten, en niet in woonwijken. Buiten de concentratiegebieden worden de mogelijkheden voor detailhandel beperkt en worden meerdere mogelijkheden geboden als alternatief, zoals kleinschalige bedrijvigheid, maatschappelijke voorzieningen en diverse soorten dienstverlening. In het kader van het bestemmingsplan is onderzocht of locaties tevens voor transformatie naar wonen geschikt zijn. In de Tarwewijk zijn winkels aanwezig, maar deze horen niet tot de benoemde winkelgebieden. Ook de winkels aan de randen van de Tarwewijk, zoals de Brielselaan, Wevershoekstraat, Pleinweg en Dordtselaan horen niet tot de benoemde winkelgebieden. Buiten de aangewezen winkelgebieden is geen detailhandel meer toegestaan, tenzij reeds aanwezig in de huidige situatie. De aanwezige detailhandel is op maat bestemd. Op de locaties buiten de benoemde winkelgebieden zijn wel andere

30

functies toegestaan, zoals kleinschalige bedrijvigheid en dienstverlening. Ook transformatie tot woningen is veelal toegestaan, waaronder het samentrekken van de begane grond met de erboven gelegen woningen. Op deze manier krimpt de potentiële hoeveelheid voor detailhandel en wordt de concentratie tot de winkelstraten gestimuleerd. Er is echter geen actief uitsterfbeleid opgenomen. 4.3.3

Geen uitbreiding horeca in woongebied van de Tarwewijk

De bestemmingsregelingen rond horeca zijn de laatste jaren flink in beweging geweest. Het horecagebiedsplan bepaalt het type horeca en de gewenste ontwikkelrichting. Die ontwikkelrichting wordt mogelijk gemaakt binnen het bestemmingsplan. Zoals gebruikelijk legt het bestemmingsplan niet het type horeca vast. Naast het bestemmingsplan dient het horecagebiedsplan als toetsingskader voor de exploitatievergunning. De nieuwe bestemmingsregelingen rond horeca vragen om een herijking van bestemmingsregels in het bijzonder ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen, waaronder buurthuizen en verenigingsgebouwen. Op steeds meer locaties in de stad opereren verenigingsgebouwen en buurthuizen feitelijk als horeca. Hun publiek aantrekkende werking geeft druk op de omgeving. De horeca in de Tarwewijk ligt voornamelijk aan de buitenranden van de wijk, waaronder het Siloplein en de Bas Jungeriusstraat. De aanwezige horeca in dit gebied voldoet aan de vraag. Vanwege de kwetsbaarheid van het gebied geldt voor de gehele wijk de ontwikkelrichting "consolideren". Daarnaast wordt horeca die is vrijgesteld van de vergunningplicht in de gehele wijk niet toegestaan. Het aantal horeca-inrichtingen in de straat of grenzend aan de zijstraten van de Bas Jungeriusstraat, alsook aan de Dordtselaan vermindert in het Horecagebiedsplan.

De locaties waar horeca is toegestaan zijn met een functieaanduiding op de verbeelding aangegeven. Maatwerk voor horecaontwikkeling geldt ten noorden van de Brielselaan, eigenlijk de zone aan de Maashaven. 4.3.4

Beschermen beeldbepalende objecten cultuurhistorie

Uit de cultuurhistorische verkenning blijkt dat een aantal objecten cultuurhistorisch waardevol is en als beeldbepalend is te beschouwen. De beeldbepalende objecten krijgen een dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie 2. Deze dubbelbestemming werpt een drempel op tegen sloop. Sloop is in principe niet mogelijk. Alleen indien maatschappelijke, technische of economische overwegingen zwaarwegend genoeg zijn om een uitzondering te maken, kan er een sloopvergunning worden verleend. Verder leidt de dubbelbestemming ertoe dat in geval van nieuwbouw voldoende rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden van de locatie. Gymzaal Zwartewaalstraat is inmiddels gesloopt en krijgt dus geen dubbelbestemming. Een serie panden aan de Blankenburgstraat is gefundeerd op staal (geen paalfundering) en zijn daarom op afzienbare tijd eind levensduur. In geval van sloop nieuwbouw zal hier vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet eenzelfde volume worden teruggebouwd, maar eerder een wat groter volume. Dit in relatie tot de maat en schaal van de openbare ruimte en de gebogen ronde wand aan de Polslandstraat en de toekomstige kopblokken in de Mijnkintbuurt. De stedenbouwkundige situatie aan de Blankenburgstraat is van invloed op de Stoppelstraat en binnenterrein Polslandstraat.

In geval van sloop/nieuwbouw (op welke termijn dan ook) kan niet worden voldaan aan onderstaande verplichting uit het artikel 'Waarde - Cultuurhistorie 2' om een sloopvergunning te krijgen: b. nieuwbouw mogelijk is en aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat op de plaats van het (gedeeltelijk) te slopen bouwwerk nieuwbouw zal plaatsvinden met inachtneming van de vanuit cultuurhistorisch oogpunt van belang zijnde stedenbouwkundige, bouwkundige, architectonische en ensemble waarden, die onder andere worden gevormd door de situering, schaal, vorm en geleding van de bebouwing. Daarom hebben de panden aan de Blankenburgstraat, Stoppelstraat en op het binnenterrein aan de Polslandstraat geen dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 2 gekregen.

31

Het pand aan het Rijsoordpad heeft geen dubbelbestemming gekregen, vanwege de reeds opgenomen wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan uit 2010. 4.3.5

Geen nieuwe garagebedrijven in woonwijk

Garagebedrijven zijn onderdeel van de buurtgebonden bedrijvigheid en derhalve nodig voor de lokale economie. Maar garagebedrijven zijn niet op alle locaties geschikt. De klusters met garagebedrijven aan de Wolphaertsbocht, Katendrechtse Lagedijk en Maastunnelplein zijn vrij goed ingepast en postitief bestemd. Maar binnen de woonwijk / woonbuurten van de Tarwewijk zijn vier garagebedrijven minder passend binnen de visie op het gebied. De huidige bedrijven zijn toegestaan, maar nieuwe garagebedrijven niet meer. De aanwezige garagebedrijven zijn met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Mocht de exploitatie van een van de vier minder passende bedrijven ophouden, dan is een nieuw garagedrijf op die locatie niet langer toegestaan (er geldt een uitsterfregeling voor die vier garagebedrijven). 4.3.6

Binnenterrein rond Rijsoordpad

Deze locatie is gelegen tussen de Rijsoordstraat en de Wevershoekstraat. Op dit moment is deze plek een half afgesloten binnenterrein. In het vorige bestemmingsplan is de bebouwing rond het Rijsoordpad bestemd voor gemengde doeleinden. Het meest westelijke deel is bestemd als groen en is in gebruik als speelplek. Er geldt een wijzigingsbevoegdheid waarbij het mogelijk is dat binnen de totale vlek woningen en/of maatschappelijke voorzieningen en/of groen gerealiseerd kan worden. Indien hier woningen zullen worden ontwikkeld is het mogelijk om aan de oostzijde van het Rijsoordpad maximaal 5 eengezinswoningen in 2 bouwlagen te realiseren. Dit is even hoog als de huidige bebouwing van opslagruimten aan deze zijde van het Rijsoordpad. Aan de westzijde is het mogelijk om een appartementengebouw te realiseren met maximaal 3 bouwlagen en maximaal 13 appartementen. Parkeren dient op eigen terrein gerealiseerd te worden. Overige stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn: 1. Grondgebonden typologie, woningdiepte maximaal 12m. 2. Een afsluitbare doorgang in het bouwblok is waardevol, Rijsoordpad opwaarderen tot luwe woonstraat met daarop gerichte bebouwing. 3. Heldere scheiding openbaar-privé, grondgebonden typologie in hof. 4. Doorgaande plint met woningen en voordeuren aan de straatzijde. 5.

Hoogte sluit aan bij het gewenste rustig stedelijk woonmilieu: de bebouwing aan het Rijsoordpad is drie lagen hoog in verband met de bezonning van erachter gelegen woningen en tuinen. De locatie is niet meegenomen in het akoestisch onderzoek dat voor het bestemmingsplan is uitgevoerd. Bij realisatie van geluidgevoelige functies, waaronder wonen, is aanvullend akoestisch onderzoek noodzakelijk vanwege de nabijheid van verkeerswegen. De omliggende bebouwing zorgt voor een afschermende werking. Afhankelijk van de uitkomst dient mogelijk een hogere waarden besluit genomen te worden. 4.3.7

De Globe, Zwartewaalstraat 28

Voor het (deels) leegstaande schoolgebouw aan de Zwartewaalstraat 28 is een nieuwe gebruiker in beeld. Het betreft een kunst- / dansconcept dat past in de geldende bestemming maatschappelijk. Omdat dit plan past binnen de geldende regels is het planologisch gezien geen ontwikkeling en is geen nader onderzoek noodzakelijk. 4.3.8

Mijnkintbuurt

Voor de aanpak van de eerste twee blokken is een projectbestemmingsplan opgesteld en afgerond. Het gebied blijft buiten het nieuwe bestemmingsplan. Dit geldt ook voor het derde blok dat aangepakt wordt. Voor de daarop volgende blokken wordt gewerkt aan een andere aanpak. De aanpak is gericht op het versterken van onderhoud en beheer van de particuliere voorraad. Ook wordt gewerkt aan plannen om woningen samen te laten voegen door marktpartijen. De plannen passen in principe binnen de regels

32

van het bestemmingsplan uit 2010 en zijn in die zin dus geen planologische ontwikkeling te noemen.

Schematische weergave per blok en type aanpak in Mijnkintbuurt

4.4

Juridische planbeschrijving

4.4.1

Bedrijven

De bestemming 'Bedrijf - 2' is gebruikt voor het verdeelstation van KPN aan Moerkerkestraat 89. De bestemming 'Bedrijf - 3' is gebruikt voor bedrijven aan de Brielselaan waar een milieucategorie is toegestaan tot en met categorie 3.2 van de lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten. De bedrijfscategorie is overgenomen uit het vigerend plan en geldt voor de zone tussen Quaker Oats en Meneba en tevens voor de bedrijven ten westen van Meneba. Verder is een aanduiding gebruikt om aan te geven waar bovendien een reparatiewerf voor schepen is toegestaan en een aanduiding voor de huidige bouwmarkt en de twee sportcentra: De reparatiewerf voor schepen op Brielselaan 69-77, de bouwmarkt op het adres Maashaven Zuidzijde 100, De sportcentra op de adressen Brielselaan 69 en Maashaven Zuidzijde 102. De bestemming 'Bedrijf - 4' is gebruikt voor bedrijven aan de Brielselaan waar een milieucategorie is toegestaan tot en met categorie 4.2 van de lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten. Binnen deze bestemming heeft een bedrijf een maatbestemming gekregen voor de huidige activiteiten. Dit betreft voedingsmiddelenbedrijf Quaker Oats b.v. op het adres Brielselaan 7. Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding opgenomen voor de geluidcontour van twee gezoneerde industrieterreinen. Zowel de zone van het industrieterrein Waal- en Eemhaven als die van Maas- en Rijnhaven.

De ontwikkelingen binnen deze geluidcontouren zijn getoetst aan wetgeving en beleid. Kleine gebouwen voor voorzieningen van openbaar nut, zoals elektriciteitsvoorziening (trafohuizen), watervoorziening, riolering, zijn toegestaan binnen verkeersbestemmingen en groenbestemmingen. Het gaat hierbij om gebouwtjes met een inhoud van minder dan 80 m3. Grotere gebouwen zijn in dit bestemmingsplan als "Bedrijf - Nutsvoorziening" bestemd. Hoog-risico biologische laboratoria Binnen bedrijfsbestemmingen en maatschappelijke bestemmingen zijn in principe ook laboratoria toegestaan. Voorheen waren binnen deze bestemmingen dus ook hoog-risico biologische laboratoria toegestaan. Dit is vanuit het oogpunt van veiligheid niet wenselijk. Daarom zijn hoog-risico biologische laboratoria nu in beginsel niet toegestaan binnen de maatschappelijke bestemmingen en bedrijfsbestemmingen (met inbegrip van de gemengde bestemmingen). Daartoe is in de regels van het

33

bestemmingsplan een verbodsbepaling opgenomen. Het betreft hoog-risico biologische laboratoria die onder de werking van het bij dit plan gevoegde beleidskader “Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond” vallen en genoemd zijn in artikel 4.4 onder k, categorie 4, onderdeel C van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. In geval van het werken met genetisch gemodificeerde organismen zijn dat alle categorieën van fysische inperking op inperkingsniveaus III en IV, zoals genoemd in Bijlage 4 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013. Kort gesteld zijn het laboratoria met biologische veiligheidsklasse 3 of hoger. Na nadere afweging is het wel mogelijk om een hoog-risico laboratorium toe te staan. Burgemeester en wethouder kunnen daarvoor bij omgevingsvergunning afwijken. Ook daartoe is in de regels een bepaling opgenomen. Bij de afweging wordt een advies van de GGD/VRR betrokken. Deze instanties geven een advies op basis van het “Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond”. Aan de hand van het beleidskader kan worden beoordeeld of de risico's van een hoog-risico biologisch laboratorium voldoende beheersbaar zijn bij calamiteiten en of een hoog-risico biologisch laboratorium al dan niet wenselijk is op de voorgenomen locatie. 4.4.2

Gemengde bebouwing

Een aantal panden binnen het plangebied heeft de bestemming "Gemengd" gekregen. Er is een onderscheid gemaakt in Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Gemengd - 3. Net als het bestemmingsplan uit 2010 staat de bestemming Gemengd - 1 op de begane grond uiteenlopende functies toe, waaronder detailhandel, dienstverlening, kleinschalige bedrijvigheid, (maatschappelijke) voorzieningen en ook woningen (ter plaatse van de functieaanduiding). Op enkele aangewezen locaties is horeca toegestaan. Op de verdiepingen is alleen de woonfunctie toegestaan. De bestemming is gegeven aan locaties in het woongebied van de Tarwewijk waar detailhandel nog aanwezig is, eventueel naast lichte bedrijvigheid en overige lichte activiteiten. De gemengde bestemming staat een ander gebruik of transformatie van de begane grond toe, waarmee verspreide bewinkeling beleidsmatig wordt tegengegaan. De bestemming Gemengd - 2 staat op de begane grond dezelfde functies toe Als Gemengd - 1, behalve detailhandel. (Ook hier de functie wonen op de begane grond ter plaatse van de aanduiding.) Op de verdiepingen is alleen de woonfunctie toegestaan. De bestemming is gegeven aan locaties in het woongebied waar lichte bedrijvigheid en activiteiten aanwezig zijn, maar waar detailhandel niet of niet langer wenselijk is. Hiermee wordt verspreide bewinkeling tegengegaan. De bestemming Gemengd - 3 is gebruikt voor de Maassilo.

Net als in het bestemmingsplan uit 2010 mag het hele pand gebruikt worden als bedrijf en kantoor. Horeca is slechts toegestaan in de kelder en op de begane grond. 4.4.3

Groen

Structurele groengebieden zijn bestemd als "Groen". Binnen deze bestemming zijn ook voet- en fietspaden en speeltoestellen toegestaan. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen, watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder herziening van het bestemmingsplan (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming). 4.4.4

Horeca

Horeca definitie en afbakening In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar

34

pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel. Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft.

Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0.

Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk.

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten: muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en

35

sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)

Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. In die gevallen is dus altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0).

Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie). Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z'n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd. Terrassen Binnen de bestemmingen 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Verkeer - Wegverkeer' zijn tevens ongebouwde terrassen toegestaan aangrenzend aan bestemmingen die horeca toelaten. De regeling is overgenomen uit het bestemmingsplan Parapluherziening terrassen. 4.4.5

Hotels

In de regels van het bestemmingsplan is de definitie gegeven voor een hotel (het bedrijfsmatig verstrekk en van nachtverblijf en bijbehorende voorzieningen, zoals ter plaatse nuttigen van voedsel en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie). De bestemming is gebruikt voor een locatie in het bestemmingsplan. Te weten voor de locatie aan de Mijnsherenlaan 9. Op deze locatie is tevens op de begane grond (op zichzelf staande) horeca toegestaan en reeds aanwezig. Op de locatie van het hotel aan Pleinweg 205 is niet langer een hotel aanwezig en is begonnen met de bouw van nieuwe woningen.

36

4.4.6

Leidingen

Langs de Brielselaan ligt een drinkwatertransportleiding ten behoeve van de watervoorziening. Deze leiding is planologisch relevant en de ligging is inclusief een beschermende zone van 5 meter aan weerszijden met de dubbelbestemming 'Leiding - Water' opgenomen op de verbeelding. In de regels is aangegeven welke werkzaamheden verboden zijn. Ook is aangegeven voor welke werkzaamheden een vergunning verleend kan worden na een positief advies van de leidingbeheerder. De warmtehub aan de Brielselaan is verbonden met het warmtetransportnetwerk en krijgt havenwarmte van de Afval- en Energiecentrale van AVR in Rozenburg. Het warmtetransportnetwerk splitst zich bij de warmtehub op in twee tracés. Een tracé loopt onder Katendrecht door naar de Wilhelminapier, waar de koppeling met het Eneco-netwerk plaatsvindt voor de distributie op de noordoever. Het andere tracé loopt via de Bas Jungeriusstraat, Spruytstraat en Blankenburgstraat naar het Mijnsherenplein. Daar neemt Nuon de warmte af. Na afname van de warmte zorgen Eneco en Nuon voor de verdere distributie naar de eindgebruikers in Rotterdam. 4.4.7

Maatschappelijke voorzieningen

Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening verstaan. Deze voorzieningen kunnen wel of niet geluidgevoelig zijn volgens de Wet geluidhinder. Geluidgevoelige voorzieningen zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, terwijl buurthuizen, kerkgebouwen, maar ook een buitenschoolse opvanglocatie niet geluidgevoelig zijn. De aanwezige geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen zijn bestemd als 'Maatschappelijk - 1', maar in de bestemming 'Maatschappelijk - 1' zijn zowel geluidgevoelige als niet-geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Dit betekent dat een functie die past in deze definitie zonder planwijziging vervangen kan worden door een andere functie binnen deze definitie. In de bestemming 'Maatschappelijk - 2' zijn alleen de niet-geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan. 4.4.8

Parkeerregeling

Dynamische verwijzing Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde “dynamische verwijzing”.

Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning.

37

Beleidsregeling De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” is via de volgende link te raadplegen: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Rotterdam/486392/486392_1.html De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is. 4.4.9

Seksinrichtingen

Het schrappen van het algemene bordeelverbod uit het Wetboek van Strafrecht maakt het mogelijk de exploitatie van seksinrichtingen aan gemeentelijke regelgeving te onderwerpen. In de "Nota prostitutie en seksbranche, Rotterdam 2015" staat hoe dit in de gemeente Rotterdam is geregeld. Het beleid is gericht op het tegengaan van misstanden en mensenhandel in de seksbranche, op een beheersbare vergunde sector, op het versterken van de positie van de sekswerker en op het beschermen van het woon- en leefklimaat. Het vergunningstelsel wordt als middel gebruikt om de grip op de vergunde branche te behouden en te verbeteren. Het vormt daardoor een barrière voor mensenhandel. De gestelde voorwaarden en vereisten worden streng gecontroleerd en bij nieuwe vergunningaanvragen worden exploitanten gescreend op grond van de Wet Bibob. Het nieuwe vergunningstelsel sluit beter aan bij de verschillende activiteiten die in de seksbranche worden aangeboden. Daarnaast kunnen vergunningen voor nieuwe seksbedrijven worden aangevraagd via een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan. Het vergunnen van seksbedrijven dient niet ten koste te gaan van de veiligheid en aantrekkelijkheid van de stad. Overlastgevende seksbedrijven worden aangepakt en nieuwe vergunningen worden alleen verleend wanneer aan de strikte vestigingsvoorwaarden voor seksinrichtingen wordt voldaan.

Binnen dit bestemmingsplan is op de volgende adressen een seksinrichting toegestaan en op de verbeelding aangegeven met een functieaanduiding "seksinrichting". Dordtselaan 81c; Mijnsherenlaan 113a; Pleinweg 185a; Wevershoekstraat 29c. Wolphaertsbocht 323b Tevens is voor de (bestaande) seksinrichtingen een uitsterfregeling opgenomen in dit plan. Dit houdt in dat een seksinrichting niet langer is toegestaan zodra het gebruik als seksinrichting is vervangen door ander gebruik dat op basis van de geldende bestemming is toegestaan. 4.4.10 Uitbreiding/bebouwing op het achtererfgebied Op 1 november 2014 is Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bijlage II Bor) gewijzigd. In dit besluit is onder meer het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied geregeld. De wijziging van 1 november 2014 heeft ertoe geleid dat het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied (op grond van artikel 2 van Bijlage II Bor) is verruimd ten opzichte van de oude regeling. Dat betekent dat er bij een woning of ander hoofdgebouw meer aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen vergunningvrij mogen worden gebouwd dan voorheen het geval was. De verruiming is mede het gevolg van een andere benadering voor het berekenen van de oppervlakte van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken.

Het vergunningvrije bouwen moet in samenhang gezien worden met de regels in het bestemmingsplan. Dat leidt ertoe dat het bestemmingsplan in beginsel geen invloed heeft op het vergunningvrij bouwen van

38

bijbehorende bouwwerken op grond van artikel 2 Bijlage II Bor. Het bestemmingsplan kan alleen maar regelen wat er méér is toegestaan dan wat de regeling uit artikel 2 toelaat. Hoeveel er op grond van de nieuwe regeling aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken mag worden opgericht, is afhankelijk van de oppervlakte van het bebouwingsgebied. Het bebouwingsgebied maakt onderdeel uit van het achtererfgebied. Hoe groter het bebouwingsgebied, hoe groter de oppervlakte aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het komt erop neer dat maximaal 150 m2 aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken kan worden gebouwd. Dat is het geval bij grote percelen. Bij een doorsnee perceel zal deze oppervlakte veel beperkter zijn. 4.4.11 Uitbreiding/bebouwing dakterrassen In dit bestemmingsplan is geen algemene bouwregel opgenomen voor de realisatie van dakterrassen en/of een gebouwde voorziening voor een toegang tot dakterrassen op daken van gebouwen. Het creëren van extra buitenruimte voor bovenwoningen is een positieve ontwikkeling. Het goed inpassen in de omgeving vergt echter maatwerk, waar een algemene bouwregel onvoldoende op in kan gaan. 4.4.12 Uitsterfregeling belwinkels De aanwezigheid van belwinkels wordt in Rotterdam in menig gebied in toenemende mate als problematisch ervaren.

Voor belwinkels die alleen de mogelijkheid bieden om (goedkoop) te telefoneren geldt de Winkeltijdenwet niet en dat betekent dat die dienst 24 uur per dag, 7 dagen in de week, mag worden aangeboden. Dit kan leiden tot overlast door het komen en gaan van klanten op late uren in straten waar wonen en detailhandel van oudsher worden gecombineerd. Overeenkomstig het vorige bestemmingsplan legt dit bestemmingsplan de realisatie van belwinkels aan banden. Het bestemmingsplan bestemt hiertoe dergelijke bestaande belwinkels positief. Op de plankaart en in de planregels wordt hiertoe op adres de nadere aanduiding 'belwinkel' opgenomen. In het overige plangebied is verder geen belwinkel toegestaan. Het plangebied Tarwewijk kent momenteel nog 1 belwinkel op het adres Groepstraat 55a. 4.4.13 Verkeers- en verblijfsgebied De hoofdwegen in en rond het plangebied, zoals de Pleinweg, Brielselaan, Dordtselaan en Wolpaertsbocht hebben de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'. Deze bestemming is bedoeld voor verkeerswegen met de bijbehorende bruggen, viaducten, trambanen en parkeerplaatsen. En daarnaast natuurlijk ook voor wandel- en fietspaden en gebouwtjes en bouwwerken ten behoeve van deze functies. De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is opgenomen voor de ontsluitingswegen met de bijbehorende trottoirs. En daarnaast voor pleinen, snippergroen, speeltoestellen en dergelijke.

Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen en watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming). De bestemming 'Verkeer - Erf' is gebruikt voor enkele (gemeenschappelijke) binnenterreinen. De bovengrondse metro door de Mijnsherenlaan en omgeving is aangegeven met een aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - viaduct'. In de onderliggende bestemmingen is bepaald dat het viaduct is toegestaan en welke bouwregels er gelden. In de verkeersbestemmingen zijn tevens kleine gebouwtjes van openbaar nut toegestaan. Het gaat dan om gebouwtjes kleiner dan 80 m3. Grotere voorzieningen zijn bestemd als Bedrijf - Nutsvoorziening. Deze bestemming is toegekend aan gebouwen ten behoeve van bijvoorbeeld de elektriciteitsvoorziening (trafohuizen) of stadsverwarming. 4.4.14 Voorzieningen van openbaar nut Deze bestemming is toegekend aan gebouwen ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening (trafohuizen). Kleine bouwwerken van openbaar nut zijn niet bestemd en kunnen in principe overal worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om gebouwtjes met een inhoud van minder dan 80 m3.

39

In dit bestemmingsplan is een aantal voorzieningen van openbaar nut als "Bedrijf - Nutsvoorziening" bestemd. 4.4.15 Waarde - Cultuurhistorie 2 Uit de cultuurhistorische verkenning blijkt dat meerdere gebouwen cultuurhistorisch waardevol zijn en als beeldbepalend object te beschouwen zijn. Deze objecten hebben een dubbelbestemming gekregen. De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 2' gaat uit van behoud van de objecten en werpt een drempel op tegen sloop. Sloop is in principe niet mogelijk. Alleen indien maatschappelijke, technische of economische overwegingen zwaarwegend genoeg zijn om een uitzondering te maken, kan er een sloopvergunning worden verleend. Verder leidt de dubbelbestemming ertoe dat in geval van nieuwbouw voldoende rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden van de locatie. 4.4.16 Wonen en werken aan huis Het bestemmingsplan gebruikt verschillende bestemmingen voor woningen. Woningen komen voor in gemengde bebouwing en in de bestemming 'Wonen' en 'Wonen - Bijzonder woongebouw': Op de verbeelding zijn de bouwregels voor de maximale goot- en/of bouwhoogte gegeven. In de regels is een regeling voor werken aan huis opgenomen. Deze regeling gaat uit van een zo groot mogelijke flexibiliteit in toegestane bedrijfsactiviteiten, mits de omgeving geen gevaar loopt en geen onevenredige hinder ondervindt van de activiteit.

De bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in alle woningen, ongeacht het type woning of het gebied waar de woning staat. De belangrijkste voorwaarden zijn dat maximaal 30% van de woning voor beroeps-/bedrijfsactiviteiten mag worden gebruikt en dat de woning er aan de buitenkant als woning uit blijft zien. Reclame-uitingen aan de buitenzijde van de woning zijn niet toegestaan. Verder worden detailhandelsactiviteiten en bedrijfsmatige reparatie en onderhoud aan motorvoertuigen nadrukkelijk uitgesloten. Voor woningen geldt de werken-aan-huisregeling. Voor bepaalde activiteiten is met een functieaanduiding aangegeven dat deze tevens op een bepaald adres binnen de bestemming 'Wonen' zijn toegestaan. De bestemming 'Wonen - Berging' is gebruikt voor bergingen of bijgebouwen bij woningen die groter zijn dan toegestaan volgens de regeling voor uitbreiding van bebouwing, al dan niet vergunningvrij. De bestemming 'Verkeer - Garagebox' is gebruikt voor garageboxen. 4.4.17 Water, waterstaat en waterkeringen In het plangebied is de Maashaven het enige oppervlaktewater. Het plangebied kent verder geen oppervlaktewater. De Maashaven heeft de bestemming 'Water - 2' gekregen, welke bestemming aansluit bij de waterbestemmingen van de naastgelegen bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e41f314f-ec6f-4d78-a3f8-11477400f980