21bb5580 Bijlage 1 behorende bij 21bb7555 over Ontwerpbestemmingsplan Bospolder - Tussendijken
Tekst van het document
Gemengde bebouwing I (BoTu), nu Gemengd - 1 Deze bestemming is vrijwel één op één omgezet in Gemengd - 1. GB I komt in het vorige bestemmingsplan voor aan de Grote Visserijstraat, Mathenesserweg, het westelijk deel van de Schiedamseweg en ter plaatse van een aantal hoekpanden in de woonbuurten. Hoewel de oude regeling inhoudelijk vrijwel gelijk is aan de nieuwe, hebben er op de verbeelding wel een aantal wijzigingen plaatsgevonden met betrekking tot deze bestemming, met name om uitvoering te geven aan het in paragraaf 2.2.1.1 en 2.3.2 beschreven detailhandelsbeleid. Zo is met name aan de Grote Visserijstraat de oude GB-I bestemming vervangen door de nieuwe Gemengd - 6 bestemming en Wonen. Ook ter plaatse van een aantal hoekpanden met de bestemming GB-I waar de detailhandelsfunctie is verdwenen is deze omgezet in Gemengd - 2. Aan de Mathenesserweg is de gemengde bestemming in het kader van de aanpak Mathenesserweg komen te vervallen en overwegend vervangen door Wonen, in combinatie met maatbestemmingen voor afwijkende functies. Zie hiervoor paragraaf 4.3.3. Ter plaatse van de vier hoekpanden aan de zuidzijde van de Mathenesserweg is de GB-I bestemming vervangen door Gemengd - 4.
Gemengde bebouwing II (BoTu), nu Wonen en Gemengd - 2 GB II is één op één overgezet in Gemengd - 2. De functie 'dienstverlening' is toegevoegd omdat deze bestemming op een aantal locaties de oude GB I bestemming vervangt. In het oude plan is de GB II bestemming opgenomen op een aantal woningbouwontwikkellocaties aan de Hudsonstraat (ter plaatse van 'The Hudsons') en Schipperstraat (ter plaatse van 'Le Medi'). Er is destijds bewust een bredere bestemming opgenomen zodat er eventueel ook nog voorzieningen gerealiseerd kunnen worden. De gronden zijn of worden inmiddels ontwikkeld met uitsluitend woningen. Hier is de GB II bestemming dan ook omgezet in een woonbestemming. Op de overige GD II locaties uit het vorige plan is de bestemming gehandhaafd.
Gemengde bebouwing III (BoTu), nu vervallen Deze bestemming is in het vorige bestemmingsplan opgenomen ter plaatse van de Van Dorp-A3 locatie aan de Mathennesserdijk (zie ook paragraaf 4.4.2). Deze gronden zijn op een naschoolse opvang na ontwikkeld met uitsluitend woningen. De gemengde bestemming is hier vervangen door een woonbestemming. Aangezien GB III nergens anders voorkomt is deze bestemming komen te vervallen. De naschoolse opvang is geregeld met een functieaanduiding.
48
Winkels waarboven woningen (BoTu), nu Gemengd - 3 Winkels waarboven woningen is in het vorige plan opgenomen aan een deel van de Mathenesserweg, het begin van de Grote Visserijstraat en aan de Schiedamseweg tussen de oostelijke plangrens en het Grote Visserijplein. Inhoudelijk wordt de regeling één op één overgenomen en vertaald naar Gemengd - 3 maar op de verbeelding zijn er wel wijzigingen aangebracht. Aan de Grote Visserijstraat is de bestemming omgezet naar Gemengd - 6 zodat deze gebieden kunnen transformeren naar een meer gemengd gebied, één en ander in samenhang met het gemeentelijk detailhandelsbeleid. Nog aanwezige winkels worden positief bestemd door middel van een functieaanduiding 'detailhandel'. Aan de Schiedamseweg en ter plaatse van de kop van de Mathenesserweg is de in Gemengd - 3 omgezette bestemming gehandhaafd. Hier is immers geen sprake van een transformatieopgave. Wel is ter plaatse van een aantal panden aan de Schiedamseweg wonen mogelijk gemaakt op de begane grond, omdat de panden in de feitelijke situatie bewoond worden. Andere afwijkende functies zijn ook voorzien van een maatbestemming. De éénlaagse achterbouw bij Ww was bestemd als 'Winkels'. Dit is nu ook Gemengd - 3 geworden.
Gemengd - 1 (Spangen), nu Gemengd - 3 Deze gemengde bestemming is opgenomen aan de koppen van de Mathenesserweg. Algemeen zijn alleen dienstverlening en detailhandel mogelijk, maar met name op de kop bij de Mathenesserbrug zijn door middel van aanduidingen een aantal andere functies mogelijk. Deze bestemming is inhoudelijk gelijk aan de bestemming 'Winkels waarboven woningen' en dus ook vertaald naar de hierboven genoemde bestemming Gemengd - 3.
Gemengd - 2 (Spangen), nu Wonen, Gemengd - 2 en Gemengd - 4 Een groot deel van de panden aan de noordzijde van de Mathenesserweg is in het vorige plan bestemd als Gemengd - 2. In het kader van de aanpak Mathenesserweg is deze bestemming op een aantal locaties gewijzigd of komen te vervallen. Ter plaatse van de getransformeerde panden is de bestemming gewijzigd in Wonen. Op bepaalde andere locaties is de bestemming vervangen door Wonen met een aanduiding voor het feitelijk aanwezige gebruik. In de zes hoekpanden is de bestemming gewijzigd in Gemengd - 4, die ook detailhandel toestaat en op de overige locaties is de bestemming omgezet in de Gemengd - 2 bestemming uit bestemmingsplan Bospolder - Tussendijken. Op de mogelijkheid voor bedrijven t/m categorie 2 na zijn deze bestemmingen gelijk.
GD I en III (VHS), nu Wonen Beide bestemmingen maken diverse niet-woonfuncties mogelijk, respectievelijk detailhandel, bedrijven, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en horeca en bedrijven, maatschappelijk en horeca. De gronden zijn destijds aangemerkt als ontwikkellocatie maar de afgelopen planperiode is deze mogelijkheid niet benut. De gronden zijn onbebouwd en deels ingericht als onderdeel van het dakpark. In paragraaf 4.3.1 en 4.3.2 is beschreven dat de locaties herontwikkeld kunnen worden met woningen. De gemengde bestemmingen uit het vorige bestemmingsplan zijn daarom vervangen door de bestemming Wonen.
GD II (VHS), nu Gemengd - 5 Gemengde doeleinden II beslaat het deel van de Vierhavensstrip waar nu winkels aanwezig zijn. Het is een ontwikkelingsgerichte bestemming en voor een deel van de functies is een programma of specificatie ten aanzien van de toegestane functies opgenomen. bedrijven, kantoren (tot 750 m² per vestiging) en perifere detailhandel zijn algemeen toegestaan; horeca is toegestaan tot 2.500 m²; één supermarkt is toegestaan met een maximaal bvo van 3.000 m²; thematische detailhandel is toegestaan tot een maximum van 12.000 m² bvo, onderverdeeld in
49
dierenspeciaalzaken (maximaal 2.100 m²), sport- en /of kampeerzaken (maximaal 6.700 m²), speelgoedwinkels (maximaal 3.500 m²), rijwielhandel (maximaal 5.500 m²), muziekwinkels en bloemenwinkels. Voor bovengenoemde functies geldt dat een vestiging minimaal 1.000 m² moet zijn. In totaal is er ca. 22.500 m² winkelvloeroppervlak aanwezig. Vanwege ontwikkelingen in de retailsector is de feitelijke invulling anders geworden dan het hierboven beschreven programma. De thematische detailhandel bijvoorbeeld bleek moeilijk naar de strip te trekken. Hierdoor is het aanbod in het dagelijks segment groter dan in 2011 beoogd (nu ca. 3.600 m²), en is het aandeel thematische detailhandel beperkt gebleven tot ca. 2.300 m². Het aandeel perifere detailhandel daarentegen is substantieel: ca. 13.400 m². Er is ca. 2.700 m² detailhandel in huishoudelijke en luxe artikelen aanwezig. Verder is er ca. 600 m² horeca. Alle genoemde oppervlakten betreffen w.v.o. (winkelvloeroppervlak). De genoemde afwijkingen ten opzichte van het vorige bestemmingsplan zijn allemaal vergund. Hierbij geldt dat de afwijkingen voor het dagelijks segment en de detailhandel in huishoudelijke en luxe artikelen destijds gemotiveerd kon worden vanwege de verwachte bevolkingsgroei in het gebied als gevolg van de herontwikkeling van het M4H-gebied. De hierboven genoemde invulling was de situatie in mei 2018.
Bedrijven en kantoren waren toen niet aanwezig. In het nieuwe bestemmingsplan wordt overwegend vastgehouden aan het programma uit het vorige bestemmingsplan in combinatie met de vergunde afwijkingen. Het programma in dit bestemmingsplan ziet er als volgt uit: perifere detailhandel (niet gemaximeerd); thematische detailhandel - vrije tijd: maximaal 12.000 m² w.v.o. (zonder nadere onderverdeling); detailhandel in het dagelijks segment: maximaal 3.600 m² w.v.o.; detailhandel in huishoudelijke en luxe artikelen: maximaal 2.700 m² w.v.o.; horeca: maximaal 2.500 m² w.v.o. Bovenstaand programma kan in als volgt gemotiveerd worden. Ten eerste zijn alle afwijkingen vergund en dienen daarom positief bestemd te worden. In algemene zin moet ook voorkomen worden dat vigerende rechten komen te vervallen. Het dagelijks segment en detailhandel in huishoudelijke en luxe artikelen is gemaximeerd vanwege de nabijheid van het winkelgebied aan de Schiedamseweg, zoals ook beschreven in de Nota detailhandel. Bovendien lenen de grote bedrijfsruimten in de strip zich niet voor kleinere speciaalzaken.
Gemengd - 6 (nieuw) Deze bestemming is nieuw en opgenomen aan weerszijden van het noordelijk deel van de Grote Visserijstraat. Zoals in paragraaf 2.3.3 beschreven is moet dit voormalige winkelgebied transformeren naar een meer gemengd gebied en dient nieuwe detailhandel hier zo veel mogelijk tegengaan te worden. De nog aanwezige detailhandel is positief bestemd door middel van een aanduiding 'detailhandel'. Maatschappelijke functies zijn hier niet gewenst en daarom zijn deze niet mogelijk op basis van de gemengde bestemming.
Gemengd - 7 (nieuw) Deze bestemming is bedoeld voor een aantal schoolgebouwen die in de huidige situatie nog als zodanig in gebruik zijn, maar die in de toekomst wellicht getransformeerd worden naar woongebouwen. Zie ook de uitleg in paragraaf 4.4.3. Naast het wonen zijn ook tuinen mogelijk binnen deze bestemming. Bij het pand Taanderstraat 121 is ook nog de aanduiding 'bedrijf' opgenomen, zie ook paragraaf 4.4.4. In de huidige situatie wordt het pand gebruikt voor bedrijvigheid met een maatschappelijk oogpunt. Dit gebruik zal blijven voortbestaan, maar wellicht dat het pand in de toekomst breder gebruikt zal worden. Daarom worden hier naast de maatschappelijke doeleinden ook mogelijkheden geboden voor kleinschalige bedrijfjes of transformatie naar woningen.
50
4.4.2
The Hudsons en Van Dorp-A3
Het vorige bestemmingsplan bied op verschillende locaties mogelijkheden voor nieuwe woningen. Het gaat onder andere om Le Médi ten zuiden van de Blokmakersstraat (reeds gerealiseerd), een aantal gronden ten noorden van de Hudsonstraat (project The Hudsons) en de gronden in de oksel van de Mathenesserdijk en Van Duijlstraat (project Van Dorp-A3). In 2011 is het woningblok gesloopt dat ontsloten werd door de Mathenesserdijk, Rösener Manzstraat, Bruijnstraat en Van Duylstraat. In de jaren daarna is op een deel van de gronden nieuwbouw verrezen, maar ca. 1/3 van de plot is tot 2018 braak blijven liggen, onder andere in verband met de crisis. Nu is men begonnen met het afmaken van het woningblok door de bouw van 40 vrije sector huurappartementen in vier en vijf bouwlagen. De eerder gereedgekomen nieuwbouw gaat eveneens uit van woningen in vier en vijf bouwlagen en een naschoolse opvang in de plint aan de zijde van de Rösener Manzstraat. Toen het vorige bestemmingsplan is vastgesteld was het nog niet volledig duidelijk hoe het nieuwbouwprogramma eruit zou zien. Daarom is in de dat plan een gemengde bestemming opgenomen waarbinnen woningen en maatschappelijke voorzieningen op alle verdiepingen toegestaan zijn, en bedrijven en kantoren op de begane grond aan de zijde van de Mathenesserdijk en op de hoekpunten.
Nu duidelijk is dat de nieuwbouw vrijwel volledig uit woningen bestaat, en er evenmin behoefte is aan de andere functies die mogelijk waren op basis van het oude plan, is een woonbestemming opgenomen en is de oude gemengde bestemming komen te vervallen. De naschoolse opvang is door middel van een functieaanduiding mogelijk gemaakt. Het tweede nieuwbouwproject dat de afgelopen planperiode nog niet gerealiseerd is zijn The Hudsons. Ook bij dit project hebben de gronden lang braak gelegen, maar recentelijk is vergunning aangevraagd voor de bouw van het project. Zoals de naam het al zegt staan The Hudsons aan de Hudsonstraat in het zuidelijk deel van het plangebied, tegen het Dakpark aan. De nieuwbouw bestaat uit vijf half gesloten blokken met in totaal 142 woningen in een mix van grondgebondenwoningen en appartementen. Een deel van de woningen krijgt privé-tuinen, bij de andere woningen wordt een gemeenschappelijke tuin aangelegd. Aan de Hudsonstraat varieert de bouwhoogte van drie tot vijf bouwlagen, aan de Punt- en Medinastraat is dit drie of vier bouwlagen. De huidige verbinding van de Haspel- en Schippersstraat naar de Hudsonstraat blijft behouden. In grote lijnen past de nieuwbouw in het vorige bestemmingsplan, alleen werd in dat plan de eis gesteld dat er in totaal negen onbebouwde doorzichten gebouwd moesten worden met een afzonderlijke breedte van tenminste 19 m.
Het project The Hudsons gaat uit van vijf doorzichten. Om die reden wordt een Wabo-(kruimel)procedure gevolgd om af te wijken van het vorige bestemmingsplan. Omdat de vergunning voor The Hudsons op het moment van terinzagelegging van dit bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is, zijn vooralsnog de globalere bestemmingsvlakken uit het vorige bestemmingsplan opgenomen. Tussen ontwerp en vaststelling van dit bestemmingsplan zal de bestemmingslegging afgestemd worden op de vergunde situatie. Overigens was ook hier in het vorige bestemmingsplan een bredere bestemming opgenomen. Net als bij Van Dorp-A3 is daarom een woonbestemming opgenomen. Omdat beide projecten al mogelijk waren op basis van het vorige bestemmingsplan en al geheel vergund zijn worden deze in de rest van dit bestemmingsplan niet als een nieuwe ontwikkeling beschouwd. Om die reden komen deze locaties ook niet terug in de milieuonderzoeken in Hoofdstuk 6.
4.4.3
Onderwijsgebouwen
Bospolder - Tussendijken kent een dermate hoog aantal schoolgebouwen, dat er sprake is van een overaanbod. Sommige gebouwen staan daardoor deels leeg, andere gebouwen zijn juist te krap en er zijn gebouwen die bouwtechnisch verouderd zijn. Daar komt bij dat er een aantal scholen zijn die meerdere panden hebben in het gebied. De gemeente is met een aantal scholen in het gebied in gesprek gegaan om een plan te maken om vestigingen samen te voegen, vestigingen af te stoten of eventueel bestaande bebouwing te vervangen door nieuwbouw. De volgende schoolgebouwen zijn hierbij betrokken: Sint Nicolaasschool, locaties Schiedamseweg 227 en 282 en Korfmakersstraat 12 en 127/129; De Korf, Korfmakersstraat 80; Lucasschool, Korfmakersstraat 68;
51
Shri Saraswatieschool, Blokmakersstraat 46. Het proces van samenvoegen, afstoten en sloop en nieuwbouw is complex en kent meerdere scenario's en zal daarom naar verwachting niet op korte termijn voltooid zijn. Wanneer er besloten is over een scenario zal hiervoor een aparte ruimtelijke procedure gevolgd worden. In dit bestemmingsplan is daarom overwegend de wijze van bestemmen uit het vorige bestemmingsplan overgenomen. Wel is in dit bestemmingsplan geanticipeerd op het mogelijk vrijkomen van een aantal van de bovengenoemde locaties. Indien de locatie van de Shri Saraswatieschool (Blokmakersstraat 46) vrijkomt, is deze geschikt voor transformatie. Daarom heeft het gebouw de bestemming Gemengd - 7 gekregen, die zowel geluidgevoelige maatschappelijke doeleinden toestaat (voor het huidige gebruik) als wonen. Het schoolgebouw aan de Korfmakersstraat 12 is ook geschikt is voor transformatie, ook hier is de bestemming Gemengd - 7 opgenomen. Mocht er op de locaties daadwerkelijk een transformatie initiatief komen dan hoeft hiervoor geen ruimtelijke procedure gevolgd te worden. Het bestemmings- en bouwvlak is ongewijzigd gebleven. Ook voor de gebouwen aan de Korfmakersstraat 68 en 80 is transformatie naar woningen denkbaar, en daarom is ook bij deze gebouwen de bestemming verbreed met deze functie.
Op basis van de footprints en bouwhoogte van de gebouwen zouden er in de Korfmakersstraat 12 ca. 13 appartementen gerealiseerd kunnen worden, in de Korfmakersstaat 68 eveneens ca. 13 appartementen, in de Korfmakersstraat 80 ca. 17 appartementen en in de Blokmakersstraat 46 ca. 22 appartementen. Bij de bovenstaande oppervlaktes is uitgegaan van 100 m² per appartement (waarvan 85 m² woonvloeroppervlak). In totaal kan het dus om maximaal 65 appartementen gaan indien alle vier de gebouwen getransformeerd worden. Dit is echter afhankelijk van de uitkomsten van het lopende proces. Ruimtelijk gezien bestaan er geen bezwaren tegen eventuele transformatie aangezien scholen vanwege de schoolpleinen en verkeersaantrekkende werking een grotere ruimtelijke impact hebben op de omgeving dan woningen. Omdat het nadrukkelijk de bedoeling is dat het gaat om transformatie en niet om sloop en nieuwbouw zijn de strakke bouwvlakken uit het vorige bestemmingsplan overgenomen. Verder zijn de gebouwen aan de Korfmakersstraat 12 en 68 aangewezen als 'beeldbepalend' (zie paragraaf 3.1.2) en om die reden voorzien van een dubbelbestemming die bescherming biedt tegen sloop. Kormakersstraat 80 is aangewezen als gemeentelijk monument en mag daarom ook niet gesloopt worden.
4.4.4
Gemeentelijk vastgoed
Er staan gemeentelijke panden in het plangebied die (mogelijk) verkocht worden als transformatiepand. Kopers zijn verplicht te transformeren naar woningen. Het gaat om de Zoutziedersstraat 18-20 (voormalige School met den Bijbel, nu in gebruik als antikraak woon- en werkruimte), Jan Kobellstraat 2-3 (voormalige OBS de Driehoek, nu leegstaand) en Taandersstraat 121. Van de twee eerstgenoemde panden is zeker dat ze verkocht worden als transformatiepand. Om die reden is de maatschappelijke bestemming in dit bestemmingsplan gewijzigd in 'Wonen' en 'Tuin'. Het pand aan de Taanderstraat is momenteel nog in gebruik als cateringbedrijf met maatschappelijk oogpunt, en de mogelijkheid bestaat dat hier in de toekomst uitbreiding van de sociaal-maatschappelijke functie gaat plaatsvinden. Dit is echter nog onzeker, en daarom is de mogelijkheid dat het pand verkocht wordt als transformatiepand niet uit te sluiten. Daarom heeft dit pand de bestemming Gemengd - 7 met aanduiding 'bedrijf' gekregen waarbinnen zowel het huidige als het mogelijk toekomstige gebruik mogelijk is. Het aantal nieuwe woningen dat ontstaat uit deze transformaties is niet bekend, aangezien er op dit moment nog geen sprake is van een concreet initiatief. Wel kunnen aannames gedaan worden op basis van de footprint en hoogte van de gebouwen.
Uitgaande van 100 m² per woning, waarvan 85 m² daadwerkelijk woonvloeroppervlak (de overige 15 m² bestaat uit verkeersruimte, gemeenschappelijke ruimte, facilitaire ruimtes etc.) kunnen in de Zoutziederstraat 18-20 ca. 14 appartementen gerealiseerd worden, in de Jan Kobellstraat 2-3 ca. 7 en in de Taandersstraat 121 ca. 16. In totaal gaat het om maximaal 37 appartementen. Naast de mogelijkheden voor nieuwe woningen als gevolg van transformatie bij de Zoutziedersstraat
52
18-20, biedt dit bestemmingsplan ook nog mogelijkheden voor nieuwe woningen in de vorm van nieuwbouw. In de huidige situatie is het oude schoolplein aan de Kleine Visserijstraat afgesloten met een hoog hek met daarop puntenkammen, en het schoolgebouw aan deze straat is voorzien van een blinde muur. Dit levert een matige beeldkwaliteit op en bovendien een onderbreking van de bebouwingswand aan de Kleine Visserijstraat. De onbebouwde ruimte, ca. 9 m breed, biedt mogelijkheden om nieuwbouw te realiseren. Hoewel er nog geen concreet initiatief is valt te denken aan twee woningen met een beukmaat van 4,5 m en een hoogte die aansluit bij het schoolgebouw en het naastgelegen woningcomplex. Een terugliggende derde laag behoort ook tot de mogelijkheden. Om die reden is op deze locatie een bestemmingsvlak 'wonen' opgenomen met een footprint van 9 m (breedte) bij 10 m (diepte) en een maximum bouwhoogte van 13 m. Dit plot is voldoende groot om twee ruime stadswoningen te bouwen, met als gevolg een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en een bijdrage aan de Rotterdamse behoefte aan nieuwe woningen.
4.5
Juridische planbeschrijving
4.5.1
Parkeerregeling (geldt voor meerdere bestemmingen)
Dynamische verwijzing Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan in artikel 39.1 een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde “dynamische verwijzing”.
Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Beleidsregeling De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” is via de volgende link te raadplegen: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Rotterdam/486392/486392_1.html De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen.
Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is.
53
In de regels van de vrije kavels is, los van het parkeerbeleid, expliciet bepaald dat er per woning twee parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd moeten worden.
4.5.2
Bouwregels (geldt voor meerdere bestemmingen)
Maximum aantal bouwlagen Voor de meeste gemengde bestemmingen, de woonbestemmingen en de bestemming Kantoor geldt dat de maximale bouwhoogte wordt uitgedrukt in aan maximum aantal bouwlagen. Het maximum toegestane aantal bouwlagen is aangeduid op de verbeelding. Ongeacht het aantal bouwlagen is bovenop het maximum aantal bouwlagen nog een kap, vliering of zolderverdieping toegestaan (een dakopbouw is niet toegestaan). Ook een souterrain wordt niet als afzonderlijke bouwlaag gezien.
Maximum bouwhoogte Bij de bestemmingen Bedrijf, Horeca, Gemengd - 5, Gemengd - 7, Maatschappelijk - 1, - 2 en SportSport en Speelterrein is de maximum bouwhoogte in meters aangegeven op de verbeelding. Dit geldt ook voor de kop- en staart/Diepeveenlocatie met de bestemming Wonen. De maximum bouwhoogte in meters voor de overige bestemmingen is bepaald in de regels.
Bouwvlak en bebouwingspercentage Sommige bestemmingsvlakken zijn voorzien van een bouwvlak. Indien er een bouwvlak opgenomen is moet de bebouwing binnen dat vlak opgericht worden. Indien er geen bouwvlak opgenomen is geldt het bestemmingsvlak als bouwvlak, dat volledig bebouwd mag worden. Hierop is één uitzondering: bij de bestemming Sport - Sport en speelterrein is een bebouwingspercentage opgenomen.
Onderdoorgang Binnen diverse bestemmingen komt de bouwaanduiding 'onderdoorgang' voor. Ter plaatse van deze aanduiding moet een vrije doorgang in acht genomen worden van minimaal 2,5 m hoog. Dit om het achterliggende terrein bereikbaar te houden.
Parkeergarages Op meerdere locaties zijn boven- en ondergrondse parkeergarages toegestaan en aanwezig. Deze locaties zijn aangeduid met 'parkeergarage'. Garages mogen op deze locaties ondergronds of tot 1 m boven maaiveld gebouwd worden. Op gesloten binnenterrein mogen parkeergarages ter plaatse van deze aanduiding tot 3 m boven maaiveld gebouwd worden, mits ze zijn afgedekt met groenvoorzieningen of een tuin.
Metrotunnel Het ondergrondse tracé van de metro is geregeld met de aanduiding 'tunnel'. Ook de twee stations met bijbehorende voorzieningen en gebouwen zijn mogelijk binnen deze aanduiding. De vrijwaringszone 'spoor' is opgenomen omdat de gronden boven en nabij de tunnel niet bebouwd mogen worden.
4.5.3
Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen (algemeen)
Dubbelbestemmingen Een zogenaamde dubbelbestemming regelt een medegebruik van gronden naast het primaire gebruik. Een dubbelbestemming kan meerdere enkelbestemmingen overlappen. Vaak is dit een niet-tastbaar
54
gebruik of een beschermende regeling zoals een archeologische verwachtingswaarde of de beschermingszone van een waterkering. Ook is er sprake van een rangorde tussen de enkel- en dubbelbestemming. In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Waarde - Archeologie 1 t/m Waarde - Archeologie 4 zijn opgenomen ten behoeve van de bescherming van eventuele archeologisch waardevolle resten in de bodem. De regeling gaat uit van een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek wanneer er vanaf een bepaalde diepte onder NAP bodemverstorende werkzaamheden met een bepaalde oppervlakte worden uitgevoerd. Deze onderzoeksverplichting geldt ter plaatse van Waarde - Archeologie 1 voor bodemverstorende werkzaamheden dieper dan 1,0 meter beneden NAP, ongeacht de oppervlakte. Voor Waarde Archeologie 2 geldt de verplichting voor werkzaamheden van 100 m² of groter én dieper dan 1,0 meter beneden NAP, voor waarde - Archeologie 3 geldt een oppervlakte van 100 m² of groter én een diepte van 2,0 meter beneden NAP en voor Waarde - Archeologie 4 geldt de verplichting voor alle ingrepen dieper dan de huidige onderwaterbodem met een oppervlakte van 100 m² of meer. Om de cultuurhistorische waarden van een aantal gebouwen en complexen te beschermen is op een aantal locaties de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 2 opgenomen. Zie hiervoor paragraaf 3.1.4.
Waterkeringen zijn bestemd als Waterstaat - Waterkering. Evenwijdig aan de Schie ligt een onderhoudsstrook van 5m breed. Hier is Waterstaat - Waterstaatkundige functie opgenomen. In de regels van beide bestemmingen is opgenomen dat er niet gebouwd mag worden zonder vergunning. Tenslotte zijn er nog twee dubbelbestemmingen opgenomen voor ondergrondse leidingen: Leiding Hoogspanning voor ondergrondse hoogspanningsleidingen en Leiding - Water voor waterleidingen. Nieuwe bebouwing is in beginsel niet toegestaan (tenzij het ter vervanging van bestaande bebouwing is) tenzij het belang van de hoogspanningsleiding hierdoor niet wordt geschaad. Daarnaast is voor bepaalde werkzaamheden een vergunning nodig, zoals het aanbrengen van diepwortelende beplanting of het wijzigen van het maaiveldniveau. Bij de ontwikkeling van de kop- en staartlocatie zal daarom overlegd worden met Tennet, de beheerder van de hoogspanningsleidingen ter plaatse.
Gebiedsaanduidingen Er komen drie gebiedsaanduidingen voor in dit plan. De aanduiding vrijwaringszone - dijk is opgenomen ter plaatse van de beschermingszone van de hierboven genoemde waterkeringen. Deze sluit aan op de dubbelbestemmingen ten behoeve van de waterkering en bevat een bouwverbod waar bij vergunning van kan worden afgeweken. De aanduiding vrijwaringszone - spoor bevat eveneens een bouwverbod en ter plaatse van de ondergrondse metro. Binnen de vrijwaringszones mag wel gebouwd worden ten behoeve van de waterkering cq. de metro en bijbehorende voorzieningen, zoals stations. Verder is de aanduiding vrijwaringszone - molenbiotoop opgenomen rondom de molen in historisch Delfshaven. Deze is relevant voor de staart/Diepeveenlocatie. Alleen de provinciale regeling voor de zone tussen de 100 en 400 m is opgenomen, de zone tussen de 0 en 100 m ligt geheel buiten het plangebied. De gebiedsaanduiding bepaalt hoe hoog gebouwd mag worden zonder dat de windvang van en het zicht op de molen belemmerd wordt. De maximale bouwhoogte voor gebouwen en de maximale hoogte van beplanting op de gronden binnen de aanduiding volgt uit de formule 13,5 + de afstand in meters van de bebouwing tot aan het hart van de molen vermenigvuldigd met 0,033. De uitkomt is de maximale bouwhoogte of maximale hoogte van beplanting ten opzichte van het NAP.
Er dient dus ook rekening gehouden te worden met het maaiveld ter plaats. In figuur 4.3 is schematisch weergeven hoe hoog gebouwd mag worden of hoe hoog beplanting mag worden binnen de molenbiotoop.
55
Figuur 4.3: maximale hoogte van bebouwing en beplanting binnen de molenbiotoop (blauwe onderbroken lijn)
4.5.4
Bedrijven
Bedrijven t/m categorie 2 zijn mogelijk in de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2, Gemengd - 4 en Gemengd - 6. Er zijn een aantal garagebedrijven in de wijk gevestigd in de plinten van de bebouwing met een gemengde of woonbestemming. Grotere nutsvoorzieningen zijn bestemd als Bedrijf Nutsvoorziening Kleinere nutsvoorzieningen zijn algemeen mogelijk binnen de verkeers- en groenbestemmingen. Garagebedrijven zijn niet algemeen mogelijk gemaakt binnen de bedrijfsbestemming van dit plan vanwege hun grotere impact op het woon- en leefklimaat. Dit is gedaan door de betreffende sbi-codes te schrappen uit de bedrijvenlijst in de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Dergelijke bedrijven zijn in het grootste deel van het plangebied uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'garage'. Deze aanduiding is alleen toegekend aan de bestaande garages binnen het gebied. Uitbreiding van het aantal garages binnen het gebied is dus niet mogelijk. Daarnaast zijn de garagebedrijven belast met een uitsterfconstructie, deze is overgenomen uit de vorige bestemmingsplannen. Wanneer een garagebedrijf vertrekt en het pand daarna gebruikt wordt voor een andere functie die mogelijk is op basis van de bestemming, is een garagebedrijf in de toekomst niet meer mogelijk.
De uitsterfconstructie is overgenomen omdat het gemeentelijk beleid ten aanzien van garagebedrijven in de woongebieden niet veranderd is. In het oosten van het plangebied, nabij de Mathenesserdijk, zijn garages en aanverwante bedrijven zeer specifiek bestemd op basis van hun bedrijfsactiviteiten. Deze regeling is één op één overgenomen uit het vorige bestemmingsplan. Hier zijn dergelijke bedrijven ook mogelijk gemaakt door middel van de functieaanduiding 'garage'. In de regels is echter verder gespecificeerd welk type garagebedrijf is toegestaan, bijvoorbeeld een autobandenservicebedrijf of handel in personenauto's. In de regels is verder de wijzigingsbevoegdheid uit het vorige plan overgenomen om de aanduiding 'garage' te verwijderen wanneer de bedrijfsvoering is beëindigd of onderbroken voor een langere periode dan 8 weken.
Hoog-risico biologische laboratoria Binnen bedrijfsbestemmingen en maatschappelijke bestemmingen zijn in principe ook laboratoria toegestaan. Voorheen waren binnen deze bestemmingen dus ook hoog-risico biologische laboratoria toegestaan. Dit is vanuit het oogpunt van veiligheid niet wenselijk, daarom zijn hoog-risico biologische laboratoria nu in beginsel niet toegestaan binnen de maatschappelijke bestemmingen en bedrijfsbestemmingen (met inbegrip van de gemengde bestemmingen). Daartoe is in de regels van het bestemmingsplan een verbodsbepaling opgenomen. Het betreft hoog-risico biologische laboratoria die onder de werking van het bij dit plan gevoegde beleidskader “Beleidskader hoog-risico biologische
56
laboratoria Rotterdam-Rijnmond” vallen en genoemd zijn in artikel 4.4 onder k, categorie 4, onderdeel C van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. In geval van het werken met genetisch gemodificeerde organismen zijn dat alle categorieën van fysische inperking op inperkingsniveaus III en IV, zoals genoemd in Bijlage 4 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013. Kort gesteld zijn het laboratoria met biologische veiligheidsklasse 3 of hoger. Na nadere afweging is het wel mogelijk om een hoog-risico laboratorium toe te staan. Burgemeester en wethouder kunnen daarvoor bij omgevingsvergunning afwijken. Ook daartoe is in de regels een bepaling opgenomen. Bij de afweging wordt een advies van de GGD/VRR betrokken. Deze instanties geven een advies op basis van het “Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond”. Aan de hand van het beleidskader kan worden beoordeeld of de risico's van een hoog-risico biologisch laboratorium voldoende beheersbaar zijn bij calamiteiten en of een hoog-risico biologisch laboratorium al dan niet wenselijk is op de voorgenomen locatie.
4.5.5
Belwinkels
De aanwezigheid van belwinkels (belhuizen) wordt in Rotterdam in menig deelgebied in toenemende mate als problematisch ervaren. Voor belwinkels die alleen de mogelijkheid bieden om (goedkoop) te telefoneren geldt de Winkeltijdenwet niet en dat betekent dat die dienst 24 uur per dag, 7 dagen in de week, mag worden aangeboden. Dit kan leiden tot overlast door het komen en gaan van klanten op late uren in straten waar wonen en detailhandel van oudsher worden gecombineerd. Via de inmiddels vervallen leefmilieuverordening Belhuizen, is een beperkt aantal belhuizen gelegaliseerd onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zodra het gebruik als belwinkel definitief is beëindigd of vervangen door een andere toegelaten functie, een belwinkel niet langer is toegestaan. De planologische inzichten hierover zijn niet gewijzigd, zodat deze belhuizen dienovereenkomstig in het bestemmingsplan zijn opgenomen. In de vorige bestemmingsplannen waren elf belhuizen positief bestemd. Op het moment van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan zijn er nog zeven van deze belhuizen aanwezig. Deze belhuizen krijgen een positieve bestemming door middel van de functieaanduiding 'belwinkel' op de betreffende adressen, maar behouden de hierboven genoemde 'uitsterfconstructie'.
Het gaat om de volgende adressen: Mathenesserweg 131; Rösener Manzstraat 54; Schiedamseweg 52; Schiedamseweg 81; Schiedamseweg 159; Schiedamseweg 199. De adressen waar geen belwinkel meer aanwezig is zijn bestemd conform het huidige gebruik. Een belwinkel is hier niet meer mogelijk.
4.5.6
Detailhandel, dienstverlening en kantoren
Binnen detailhandel zijn winkels mogelijk die goederen verkopen, leveren of verhuren. Op de meeste locaties maakt het bestemmingsplan geen onderscheid tussen het type winkels (branchering), behalve bij het Dakpark. Bij dienstverlening moet men denken aan kappers, nagelstudio's, reisbureaus en dergelijke. Bij dienstverlening wordt het publiek rechtstreeks te woord gestaan, al dan niet via een balie. Het verschil met kantoren is dat het publiek bij kantoren niet of in zeer beperkte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan. Deze drie functies zijn op een groot aantal locaties mogelijk, met name binnen de gemengde bestemmingen (zie hiervoor de matrix in paragraaf 4.4.1). Binnen de woonbuurten zijn deze functies incidenteel ook aanwezig en mogelijk gemaakt met een functieaanduiding. Op één locatie is de bestemming Kantoor opgenomen, dit betreft het torentje nabij het Marconiplein. Binnen deze bestemming is het kantoorvloeroppervlak niet gemaximeerd, binnen de overige bestemmingen die kantoren mogelijk is een maximum
57
4.5.7
Gemengde bebouwing
In totaal zijn er zeven gemengde bestemmingen. Zie hiervoor paragraaf 4.4.1. Voor alle gemengde bestemmingen geldt dat op de verdiepingen uitsluitend gewoon mag worden (niet van toepassing bij Gemengd - 5). Bij de meeste gemengde bestemmingen is wonen ook toegestaan op de begane grond. Bij de woonbestemming op de staart/Diepeveenlocatie is de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd 1' opgenomen, hier zijn naast het wonen ook kantoren, horeca, maatschappelijke voorzieningen en bedrijfjes toegestaan in de plint. Binnen de woonbestemming aan de Mathenesserdijk/Spangesekade is de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2' opgenomen. Ter plaatse zijn naast het wonen kantoren (tot 750 m²), maatschappelijke voorzieningen en bedrijven t/m categorie 2 (met uitzondering van autobedrijven) toegestaan in de plint die is ontsloten via de Spangesekade.
4.5.8
Groen en speelterrein
Structurele groengebieden zijn bestemd als Groen. Binnen deze bestemming zijn ook voet- en fietspaden en speeltoestellen toegestaan. Ook is de aanleg van nieuwe waterpartijen, watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming). Op het Dakpark is in deze bestemming een aanduiding opgenomen om de bebouwing van de speeltuin daar mogelijk te maken. Deze aanduiding is overgenomen uit het vorige bestemmingsplan. In het westelijk deel van park 1934 is een speeltuinvereniging aanwezig met enige bebouwing. Deze gronden zijn bestemd als Sport - Sport- en speelterrein.
4.5.9
Horeca
In de Horecanota Rotterdam 2017-2021 worden de hoofdlijnen van het horecabeleid in de gemeente Rotterdam beschreven. Dit beleid is, voor zover ruimtelijk relevant, vastgelegd in dit bestemmingsplan. Voor een nadere uitleg over het horecabeleid op gebiedsniveau wordt verwezen naar paragraaf 2.4.1.
Terrassen Binnen de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied zijn ongebouwde terrassen toegestaan aangrenzend aan bestemmingen die horeca toelaten.
Horeca binnen het bestemmingsplangebied Eén locatie heeft de bestemming Horeca. De meeste horeca binnen het plangebied is echter aanwezig in de plint van de bebouwing met een gemengde bestemming. Op enkele locaties komt horeca voor binnen de woonbestemming. Ongeacht de bestemming, is exploitatievergunningplichtige horeca in dit bestemmingsplan uitsluitend toegestaan waar de functieaanduiding 'horeca' op de verbeelding is opgenomen, of de bestemming Horeca. Uitsluitend horeca waarvoor een exploitatievergunning is afgegeven is positief bestemd. De betreffende adressen zijn ook genoemd in de regels.
4.5.10 Maatschappelijke voorzieningen Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening verstaan. Deze voorzieningen kunnen wel of niet geluidsgevoelig zijn volgens de Wet geluidhinder. Geluidgevoelige voorzieningen zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, terwijl buurthuizen of kerkgebouwen niet geluidsgevoelig zijn.
58
Geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen zijn in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt met de bestemmingen Maatschappelijk - 1 en Gemengd - 7. Deze bestemmingen zijn opgenomen voor de schoolgebouwen en de schoolgebouwen die op termijn mogelijk gaan transformeren naar woningen (zie paragraaf 4.4.3). Op twee locaties zijn zelfstandige kinderdagverblijven aanwezig. Deze maken dus geen onderdeel uit van een school. Hier is de aanduiding 'kinderdagverblijf' opgenomen. Niet-geluidgevoelige bestemmingen zijn mogelijk binnen Maatschappelijk - 2. Deze bestemming is bijvoorbeeld opgenomen voor het politiebureau, het buurthuis Pier 80 en de gymzalen binnen het gebied. Verder zijn niet-geluidgevoelige voorzieningen op een groot aantal locaties mogelijk binnen de gemengde bestemmingen, zie hiervoor paragraaf 4.4.1. Binnen een aantal gemengde bestemmingen zijn geen maatschappelijke doeleinden toegestaan, maar wel gezondheidszorg of praktijkruimten. Praktijkruimten kunnen worden gebruikt voor maatschappelijke doeleinden, die gericht zijn op gezondheidszorg, zoals een tandartsenpraktijk of fysiotherapie. Het ontmoetings- en reactiveringscentrum van Pameijer aan de Mathenesserweg 26-32 heeft een specifieke aanduiding gekregen die alleen deze specifieke maatschappelijke functie mogelijk maakt. Andere maatschappelijke functies zijn hier niet gewenst.
Verder is er binnen de woonbestemming aan de Mathenesserdijk 421-423 nog een naschoolse opvang aanwezig. Deze is geregeld met de gelijknamige functieaanduiding. Verder zijn op twee locaties op pandniveau nog maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt door middel van de aanduiding 'maatschappelijk'.
4.5.11 Seksinrichtingen Het schrappen van het algemene bordeelverbod uit het Wetboek van Strafrecht maakt het mogelijk de exploitatie van seksinrichtingen aan gemeentelijke regelgeving te onderwerpen. In de 'Nota prostitutie en seksbranche, Rotterdam 2015' staat hoe dit in de gemeente Rotterdam is geregeld. Het beleid is gericht op het tegengaan van misstanden en mensenhandel in de seksbranche, op een beheersbare vergunde sector, op het versterken van de positie van de sekswerker en op het beschermen van het woon- en leefklimaat. Het vergunningstelsel wordt als middel gebruikt om de grip op de vergunde branche te behouden en te verbeteren. Het vormt daardoor een barrière voor mensenhandel. De gestelde voorwaarden en vereisten worden streng gecontroleerd en bij nieuwe vergunningaanvragen worden exploitanten gescreend op grond van de Wet Bibob. Het nieuwe vergunningstelsel sluit beter aan bij de verschillende activiteiten die in de seksbranche worden aangeboden. Daarnaast kunnen vergunningen voor nieuwe seksbedrijven worden aangevraagd via een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan. Het vergunnen van seksbedrijven dient niet ten koste te gaan van de veiligheid en aantrekkelijkheid van de stad.
Overlastgevende seksbedrijven worden aangepakt en nieuwe vergunningen worden alleen verleend wanneer aan de strikte vestigingsvoorwaarden voor seksinrichtingen wordt voldaan. Binnen dit bestemmingsplan is één seksinrichting vergund en aanwezig aan de Mathenesserweg 15. Deze is bestemd met de aanduiding 'seksinrichting'.
4.5.12 Uitbreiding/bebouwing op het achtererfgebied Op 1 november 2014 is Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bijlage II Bor) gewijzigd. In dit besluit is onder meer het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied geregeld. De wijziging van 1 november 2014 heeft ertoe geleid dat het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied (op grond van artikel 2 van Bijlage II Bor) is verruimd ten opzichte van de oude regeling. Dat betekent dat er bij een woning of ander hoofdgebouw meer aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen vergunningvrij mogen worden gebouwd dan voorheen het geval was. De verruiming is mede het gevolg van een andere benadering voor het berekenen van de oppervlakte van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Hoeveel er op grond van de nieuwe regeling aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken mag worden opgericht, is afhankelijk van de oppervlakte van het bebouwingsgebied. Het bebouwingsgebied maakt
59
onderdeel uit van het achtererfgebied. Hoe groter het bebouwingsgebied, hoe groter de oppervlakte aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het komt erop neer dat maximaal 150 m² aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken kan worden gebouwd. Dat is het geval bij grote percelen. Bij een doorsnee perceel zal deze oppervlakte veel beperkter zijn. Het vergunningvrije bouwen moet in samenhang gezien worden met de regels in het bestemmingsplan. Dat leidt ertoe dat het bestemmingsplan in beginsel geen invloed heeft op het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken op grond van artikel 2 Bijlage II Bor. Het bestemmingsplan kan alleen maar regelen wat er méér is toegestaan dan wat de regeling uit artikel 2 toelaat. In dit bestemmingplan zijn de aanvullende bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied uit het vorige bestemmingsplan overgenomen.
4.5.13 Verkeer De hoofdwegen in het plangebied hebben de bestemming Verkeer - Wegverkeer gekregen. Deze bestemming is bedoeld voor verkeerswegen met de bijbehorende bruggen, viaducten en parkeerplaatsen, en daarnaast ook voor wandel- en fietspaden en gebouwtjes en bouwwerken ten behoeve van deze functies. Binnen deze bestemming zijn doorgaans de 50-km wegen opgenomen. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is opgenomen voor de ontsluitingswegen met de bijbehorende trottoirs en voor pleinen, snippergroen, speeltoestellen en dergelijke. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen en watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming). Verkeer - Garagebox is opgenomen voor de garageboxen nabij de Gijsinglaan. Verkeer - Erf is opgenomen voor het semi-publieke binnenterrein van Le Médi.
4.5.14 Wonen Wonen is de meest voorkomende bestemming en het meest voorkomende gebruik binnen het plangebied. Ook binnen alle gemengde bestemmingen behalve Gemengd - 5 is deze functie mogelijk, maar in een aantal gemengde bestemmingen alleen op de verdiepingen. Er staan twee complexen voor seniorenhuisvesting binnen het plangebied, al dan niet met ondersteunende maatschappelijke voorzieningen. Deze zijn bestemd als Wonen - Bijzonder woongebouw. Bergingen die geen onderdeel uitmaken van de wooncomplexen, zoals aan de Mathenesserweg, zijn bestemd als Wonen - Berging. Hier mag niet in gewoond worden. Bij alle bestemmingen waar wonen is toegestaan is een regeling voor werken aan huis opgenomen. Deze regeling gaat uit van een zo groot mogelijke flexibiliteit in toegestane bedrijfsactiviteiten, mits de omgeving geen gevaar loopt en geen onevenredige hinder ondervindt van de activiteit. De bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in alle woningen, ongeacht het type woning of het gebied waar de woning staat. De belangrijkste voorwaarden zijn dat maximaal 30% van de woning voor beroeps-/bedrijfsactiviteiten mag worden gebruikt en dat de woning er aan de buitenkant als woning uit blijft zien. Reclame-uitingen aan de buitenzijde van de woning zijn niet toegestaan.
Verder worden zelfstandige detailhandelsactiviteiten en bedrijfsmatige reparatie en onderhoud aan motorvoertuigen nadrukkelijk uitgesloten.
60
Hoofdstuk 5
Water
5.1
Beleidskader
5.1.1
Rijksbeleid
5.1.1.1 Waterwet en Nationaal Waterplan In 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Nationaal Waterplan (2016-2021) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Op 1 januari 2017 zijn nieuwe normen voor de primaire waterkeringen opgenomen in de Waterwet. In het nieuwe waterveiligheidsbeleid, dat opgenomen is in het Nationaal Waterplan 2016-2021 staat de bescherming van mensen en economische waarde centraal. Dit is vertaald in de volgende twee doelen: 1. Dat iedereen die in Nederland achter een primaire waterkering woont uiterlijk per 2050 kan rekenen op een beschermingsniveau van ten minste 10-5 per jaar (d.w.z. dat de kans op overlijden als gevolg van een overstroming voor een individu niet groter is dan 1 op 100.000 per jaar); 2. Dat meer bescherming wordt geboden op plaatsen waar sprake kan zijn van grote groepen dodelijke slachtoffers, grote economische schade of ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang.
Met de nieuwe waterveiligheidsaanpak krijgt iedere bewoner van Nederland die woont achter een primaire kering een vergelijkbaar beschermingsniveau. Waterkeringen die nu al het gewenste beschermingsniveau bieden, worden goed op orde gehouden. Waar de waterkeringen een hoger beschermingsniveau moeten bieden, vindt dijkversterking of rivierverruiming plaats. Een deel van het plangebied, het Dakpark, ligt buitendijks. Op basis van de normspecificatie van de primaire waterkering ter plaatse (de Delflandsedijk) is de kans op overlijden van een individu als gevolg van een overstroming 1 op 100.000 per jaar. Verder is de Delflandsedijk getypeerd als 'Sterke Urbane Dijk'. In de tussentijdse wijziging van het Waterplan [is opgenomen dat de ruimte rond deze dijken intensief en voor verschillende functies wordt gebruikt. Daarom vraagt de uitwerking van opgaven en oplossingen om een brede blik op de verschillende vormen van ruimtegebruik. Bij een urbane dijk is vaak sprake van integratie van dijkversterking met stadsontwikkeling rond de dijk.
5.1.1.2 Buitendijks gebied Voor bouwen en aanleggen in het rivierbed (het buitendijks gebied) van de grote rivieren is, op grond van de Waterwet en het bijbehorende Waterbesluit, een vergunning nodig van Rijkswaterstaat. Nieuwe (bouw)werken in het rivierbed mogen geen afbreuk doen aan de waterhuishoudkundige functie van de rivier. In het Waterbesluit zijn een aantal (vooral stedelijke) gebieden aangewezen waarop de vergunningplicht niet van toepassing is aangezien die gebieden rivierkundig van minder belang zijn. Het buitendijks gebied van dit bestemmingsplan behoort tot het gebied waar geen vergunning van Rijkswaterstaat is vereist. Buitendijks gebied kan bij hoog water overstromen. Eigenaren in het buitendijks gebied zijn zelf aansprakelijk voor schade door hoog water en zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om zich tegen potentiële schade te beschermen. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid in openbaar gebied. Bij bestaande situaties kan de gemeente bijdragen aan een goede veiligheidssituatie door het opstellen van evacuatieplannen, bij nieuwe situaties kan dit ook door het opnemen van bepalingen in het ruimtelijk plan.
61
5.1.1.3 Barro Rijksvaarwegen (titel 2.1) Om een vlotte en veilige doorvaart op de bestaande rijksvaarwegen te handhaven zijn in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening regels opgenomen over zogenoemde vrijwaringzones langs de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas. In de vrijwaringszone moet rekening gehouden worden met het voorkomen van belemmeringen voor: de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten; het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg. De vrijwaringszone is voor een Zeehaventoegang 40 m gerekend vanaf de begrenzing van de vaarweg en voor een splitsing 50 m. Gaat het alleen om een vaarweg waar de grootste schepen mogen varen dan is de vrijwaringszone 25 m. Ter hoogte van het plangebied is de vrijwaringszone 25 meter (IJsselhaven).
Grote rivieren (titel 2.4) In deze titel worden algemene eisen gesteld aan de inhoud van nieuwe bestemmingsplannen die betrekking hebben op gronden gelegen in het rivierbed. Hiermee wordt voorkomen dat zonder meer werken worden toegestaan die een bedreiging vormen voor de waterafvoer.
Primaire waterkeringen buiten het kustfundament (titel 2.11) Deze titel legt vast dat primaire waterkeringen de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering krijgen in het bestemmingsplan. De beschermingszone krijgt de gebiedsaanduiding vrijwaringszone - dijk. Voor nieuwe bestemmingen binnen de zones van de waterkering geldt dat deze geen nadelige invloed mogen hebben op de waterkering.
5.1.2
Provinciaal beleid
Waterverordening Zuid-Holland Normen voor regionale keringen in het plangebied zijn vastgelegd in de waterverordening van de Provincie.
Buitendijk se gebieden De provincie ziet het als haar rol om te zorgen dat gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede afweging maken van de hoogwaterrisico's. Gemeenten moeten bij nieuwe ontwikkelingen en herstructureringen in buitendijkse gebieden een inschatting maken van het slachtofferrisico bij overstromingen en verantwoorden hoe zij daarmee zijn omgegaan. Het beleidskader is opgenomen in de Provinciale Visie ruimte en mobiliteit en in de Provinciale Verordening Ruimte (VR). De provincie heeft een Risico Applicatie Buitendijks (RAB) ontwikkeld, die de gemeenten hierbij kunnen gebruiken en raadplegen. De oriëntatiewaarde van het risico op individueel overlijden (LIR) die in deze methodiek wordt gebruikt, bedraagt 1x10-5.
62
5.1.3
Regionaal beleid
De gemeenteraad van Rotterdam heeft op 18 september 2007 het Waterplan2 Rotterdam vastgesteld. Het Waterplan 2 is een gezamenlijk en integraal product van alle waterbeheerders in de regio. In het Waterplan 2 staat in hoofdlijnen beschreven hoe de gemeente Rotterdam en de waterschappen de komende tijd willen omgaan met het water in de stad. Hierbij wordt met name gekeken naar drie cruciale ontwikkelingen: Een hogere waterstand door de stijging van de zeespiegel. In buitendijkse gebieden ontstaan risico's op overstromingen. Versterking van waterkeringen is onvermijdelijk; Wateroverlast door toenemende neerslag. Door klimaatsverandering kan er in korte tijd veel neerslag vallen. Om dat water te verwerken is opvang en berging nodig; Strengere eisen aan de kwaliteit van het water. Rotterdam wil een aantrekkelijke waterstad zijn, met schoon, helder en plantrijk water. De stad moet bovendien voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Er worden voor alle wateren in de stad kwaliteitsbeelden opgesteld volgens die eisen. Het Waterplan 2 biedt tevens een perspectief voor Rotterdam als waterstad in 2030. De gemeente en de andere waterbeheerders hebben op 5 juni 2013 de herijking van het Waterplan 2 vastgesteld. Dit betreft een herijking van de realisatiestrategie en de introductie van een nieuw uitvoeringsprogramma 2013-2018.
5.2
Samenwerking met de waterbeheerder
De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders (ter plaatse van het plangebied het Hoogheemraadschap van Delfland) aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets en de waterparagraaf. Conform de Watertoets heeft de gemeente in algemene zin overleg gevoerd met de waterbeheerder. De gemeente Rotterdam (Stadsbeheer, afdeling Water) is de rioolbeheerder. Op basis van de Keur verlenen de waterschappen vergunningen voor werken op, in en rond watergangen en waterkeringen en voor werken die de waterhuishouding beïnvloeden.
5.3
Huidige watersysteem
5.3.1
Oppervlaktewater
Behalve ter plaatse van de meest oostelijke strook van het plangebied, de Delfshavense Schie, is er geen oppervlaktewater aanwezig in het plangebied. De plangrens loopt over het midden van dit oppervlaktewaterlichaam. In het zuidwesten grenst het plangebied aan de IJsselhaven. Het plangebied valt grotendeels binnen de boezem, peilgebied GPG2007BZM I (-0,43 m t.o.v. NAP). In het noorden valt een deel van het plangebied in peilgebied GPG2013OME II (-2,30 m t.o.v. NAP).
5.3.2
Grondwater
Voor grondwatermonitoring liggen er veel peilbuizen in het plangebied. De gemiddelde ontwateringsdiepte is in het plangebied bij elke peilbuis groter dan de vereiste 0,80 meter. In het plangebied staan een groot aantal huizen met houten paalfunderingen. Grondwateronderlast en paalrot zijn hier daarom zeker aandachtspunten. In de delen van het plangebied met vooroorlogse bebouwing is er bij 5 tot 30% van de panden sprake van een funderingsrisico.
5.3.3
Waterkeringen en waterveiligheid
Waterkeringen
63
In het plangebied ligt een primaire waterkering, de Delflandsedijk. Het waterstaatswerk zelf heeft een breedte van ca. 26 m. De breedte van de beschermingszone en het profiel van de vrije ruimte in noordoostelijke richting is ca. 33 m, in zuidoostelijke richting reikt de beschermingszone tot aan de plangrens, hier is geen sprake van een profiel van de vrije ruimte. Beide afstanden zijn gemeten vanuit de grens van het waterstaatswerk. Het waterstaatswerk zelf is bestemd met de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering en de beschermingszone en het profiel van de vrije ruimte zijn beiden voorzien van de gebiedsaanduiding vrijwaringszone - dijk. Ter plaatse van de Spangesekade ligt een regionale waterkering van de polder Schiedam Oost. De waterkering zelf heeft een breedte van ca. 14 m. De beschermingszone heeft een breedte van ca. 15 m in beide richtingen. De Mathenesserdijk is een secundaire binnenwaterkering (de Maasdijk). De breedte van de waterkering is ca. 25 m en de beschermingszone is ca. 15 m breed. Er is geen sprake van een profiel van de vrije ruimte bij deze waterkeringen. De wijze van bestemmen is gelijk aan die van de primaire waterkering.
Waterveiligheid binnendijks Het plangebied ligt voor een groot deel binnendijks, binnen de primaire waterkeringen. De primaire waterkeringen worden zo ontworpen dat iedereen die achter de waterkering woont, kan rekenen op een beschermingsniveau van ten minste 10-5 per jaar (d.w.z. dat de kans op overlijden als gevolg van een overstroming voor een individu niet groter is dan 1 op 100.000 jaar). Dit uitgangspunt is vertaald in een norm per dijktraject. Voor de primaire waterkering in het plangebied/die het plangebied beschermt, betekent dit dat de kans op overstromen per jaar vastgesteld is op 1:100000. De gevolgen van een overstroming binnendijks zijn afhankelijk van meerdere aspecten, zoals de locatie waar de overstroming plaatsvindt, de afstand tot de waterkering en de maaiveldhoogtes in het gebied. Om een indicatie van de risico's te krijgen is er een landelijk informatie systeem overstromingen. Bij een eventuele overstroming als gevolg van de doorbraak van een primaire waterkering zal vrijwel het gehele plangebied droog blijven. Alleen nabij de Mathenesserdijk bestaat de kans dat het er gronden overstromen. Het water komt dan 1,5 tot 2,5 m hoog te staan. Dit beperkt zich echter tot de kades omdat het maaiveld in het plangebied een stuk hoger ligt (zo'n 4 tot 5 m boven NAP).
De kans op slachtoffers is in het geval van een dijkdoorbraak van de primaire kering daarom klein binnen dit plangebied.
Waterveiligheid buitendijks Een klein deel van het plangebied ligt in buitendijks gebied, dit betreft de Vierhavensstrip met het Dakpark en de aangrenzende Vierhavensstraat. Buitendijks betekent dat hoog water niet wordt tegengehouden door een waterkering. De kans dat een buitendijks gelegen locatie last krijgt van hoog water, wordt bepaald door de terugkeertijden van hoge waterstanden in de Nieuw Waterweg en de Nieuwe Maas en de maaiveldhoogte van het plangebied ten opzichte van dat hoge water. Door de doorgaans relatief hoge ligging van het buitendijks gebied is de kans op grote waterdieptes relatief klein. De kans op slachtoffers in het buitendijks gebied is dan ook gering. Bovendien gaat het overstromen van buitendijks gebied in het algemeen langzaam en is het goed voorspelbaar. De kans op verdrinking is daardoor klein. Materiele schade en maatschappelijke ontwrichting zijn beiden afhankelijk van de waterdiepte die optreedt en de functies en objecten die hier last van hebben. Op basis van de huidige maaiveldhoogtes bij maatgevende waterhoogtes van 1/4.000 jaar blijkt dat er nauwelijks wateroverlast in het gebied ontstaat. Alleen in het westen van het plangebied kan heel lokaal wateroverlast met maximaal 0 tot 0,2 m water op straat ontstaan. De twee woningbouwlocaties op het Dakpark liggen zo'n 6 m boven NAP. De kans op slachtoffers of wateroverlast is hier vrijwel nihil.