CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb5580 Bijlage 1 behorende bij 21bb7555 over Ontwerpbestemmingsplan Bospolder - Tussendijken

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: a. tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Bospolder-Tussendijken’;41.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De woningen die hier rond 1910 verrezen waren dan ook voornamelijk het werk van particulieren of aannemers. De bebouwingstypologie rond de drie genoemde straten is onder andere het resultaat van de Rotterdamse bouwverordeningen en bouwpraktijk. De panden zijn gebouwd in gesloten bouwblokken op het stramien van het gemeentelijke stratenplan. Dit gebied hoort overigens bij (historisch) Delfshaven en ligt daarom buiten het plangebied.

23

Figuur 3.1: De situatie omstreeks 1910. De woningen aan de Schans- en Watergeusstraat zijn reeds gebouwd. De rode contour geeft globaal de ligging van het plangebied aan.

Bospolder, 1910-1940 De noordelijke grens van Bospolder wordt gevormd door de Schiedamseweg, aangelegd in 1910 als eerste directe verbinding tussen Rotterdam en Schiedam. Voor de aanleg van deze weg moest het verkeer tussen de beide steden over de smalle Mathenesserdijk. De eerste bebouwing aan de Schiedamseweg, eveneens gebouwd rond 1910, sluit aan op Delfshaven en werd uitgevoerd in retroarchitectuur geïnspireerd op de 17e eeuw. Verder richting het Marconiplein werd de architectuur moderner, wat resulteerde in langgerekte bouwblokken van drie of vier verdiepingen hoog met een sobere architectuur zoals die ook aan de Mathenesserweg te vinden zijn. Zie figuur 3.2. Eind 1920 was alle bebouwing ten zuiden van de Schiedamseweg voltooid. Een groot deel werd echter weer verwoest door het vergissingsbombardement van 1943.

24

Figuur 3.2: bebouwing in retroarchitectuur en modernere architectuur aan de zuidzijde van de Schiedamseweg. Ten zuiden van de Schiedamseweg verscheen de eerste bebouwing rond 1910 ter plaatse van het huidige woonbuurtje Le Medi, tussen de Schippersstraat en Zeilmakersstraat. Deze bebouwing sloot dus niet aan op Delfshaven. Hoewel op basis van het Uitbreidingsplan van De Jongh uit 1903 ook de tussenliggende gronden bestemd waren voor woningbouw, had de gemeente het voornemen om direct ten westen van de bebouwde kom van Delfshaven een modern slachthuis met bijbehorende veemarkt te bouwen. Het ging om een terrein van 15,5 hectare. De bewoners kregen hier lucht van en protesten volgden vanwege de overlast die de ontwikkeling zou veroorzaken. Uiteindelijk is het plan niet doorgegaan en is het slachthuis in Crooswijk gebouwd. In 1911 presenteerde de toenmalige directeur van Gemeentewerken A.C. Burgdorffer drie varianten voor een stedenbouwkundig ontwerp voor Bospolder. De uitgevoerde variant is te zien in figuur 3.3. Vanwege het driehoekige terrein, dat gevormd werd door de Schiedamseweg, de bestaande bebouwing van Delfshaven en de havenspoorlijn, bleek het niet makkelijk een monumentaal plan voor het gebied te maken. Ook moest rekening gehouden worden met het reeds gerealiseerde woonbuurtje.

De drie planvarianten gaan ieder uit van een centraal plein, het huidige Bospolderplein, met straalsgewijs naar buiten lopende straten. Aan de woonbebouwing rond het plein werden extra welstandseisen verbonden, en er werden twee monumentale bouwwerken aan het plein gebouwd: een Gemeentelijk Scholencomplex en een Gereformeerde kerk, beide gesloopt in 1978 om plaats te maken voor nieuwbouw. De monumentale werking van het plein is hierdoor sterk verzwakt. Overigens zijn de meeste scholen in Bospolder gebouwd op de binnenterreinen van de woonblokken, in Rotterdam destijds een gebruikelijke bouwwijze.

25

Figuur 3.3: Kaart van de uitgevoerde variant van Burgdorffer. Links is het buurtje te zien waar de eerste bebouwing gerealiseerd werd, ter plaatse van het huidige Le Medi.

De bebouwing van Bospolder was het resultaat van speculatiebouw. De grond werd door de gemeente uitgegeven (zie ook de grondprijzenkaart) en particuliere bouwondernemers bouwden er woningcomplexen van afwijkende grootte, soms een hele straatwand, vaak slechts een aantal panden. Het resultaat was een gefragmenteerd wijkbeeld. De complexen in Bospolder zijn van verschillende architectonische en bouwkundige kwaliteit. Aan de architectuur van hoekpanden werd vaak extra aandacht besteed net als aan gevelwanden langs verbindingswegen, zoals de Spanjaardstraat en de Schiedamseweg. De meeste plannen die ingediend werden bij de gemeente waren niet vernieuwend: gewoonlijk was er nog een alkoof in het ontwerp getekend, officieel verboden, maar in het Rotterdamse nog lange tijd toegepast.

Tussendijken, 1915-1940 Het eerste ontwerp voor Tussendijken is in 1913 door P. Verhagen gemaakt, in sterke samenhang met het ontwerp voor Spangen, dat ook van de hand van Verhagen is. Het ontwerp gaat onder andere uit van een monumentale as vanaf het Sparta-stadion naar de Mathenesserdijk, de grens tussen de wijken. De huidige Mathenesserbrug maakt onderdeel uit van het ontwerp. Vanaf hier ontspringt het hoofdwegenstelsel van Tussendijken. Dit gaat onder meer uit van een 27 m brede laan die uitkomt op een halfrond plein, van waaruit twee brede hoofdstraten richting Schiedamseweg leiden. Langs deze routes en het plein waren de voorzieningen bedacht. Ook is er een groot plein aanwezig is dit ontwerp, ongeveer ter plaatse van het huidige Grote Visserijplein. Opvallend is dat de Mathenesserweg geen onderdeel uitmaakt van het ontwerp; de oost-westverbinding wordt met name gevormd door de Mathenesserdijk. In 1915 is het ontwerp van Verhagen aangepast, onder andere vanwege omdat het lastig bleek het gewenste ontwerp te realiseren omdat de grond in Tussendijken niet in eigendom was van de gemeente. Overigens was de grond in Spangen wel nagenoeg geheel in eigendom van de gemeente waardoor deze wijk wel gebouwd kon worden volgens het plan uit 1913. Figuur 3.4 maakt de verschillen tussen beide ontwerpen inzichtelijk.

26

Figuur 3.4: links het ontwerp uit 1913, rechts het herziene ontwerp uit 1915

De opzet van het plan uit 1915 is rationeler, met minder openbare ruimtes. Ook is te zien dat er een nieuw element is toegevoegd: de Mathenesserweg. De weg verbindt de Mathenesserbrug met de overweg in de havenspoorlijn, nu het Marconiplein. Verder vervielen de geplande pleinen en de monumentale route naar het Sparta-stadion. Een deel van de in 1913 ontworpen route tussen de Mathenesserdijk en de Schiedamseweg is wel uitgevoerd, dit is nu de Grote Visserijstraat. Op de luchtfoto uit 1934 in figuur 3.5 is te zien dat Tussendijken uiteindelijk in grote lijnen is gebouwd volgens het ontwerp uit 1915. Te zien is dat de blokken van de Gemeentelijke Woningdienst (ontworpen door J.J.P. Oud) achter de vier blokken aan de Schiedamseweg anders uitgevoerd zijn. Ook het plein ter plaatse van het huidige Grote Visserijplein verschilt van het ontwerp uit 1915. Wat ook op te maken valt uit de luchtfoto is dat men het idee van scholen op binnenterrein losgelaten heeft in Tussendijken, anders dan in Bospolder, Spangen en vele andere Rotterdamse wijken. In Tussendijken koos men ervoor de scholen te bouwen op prominente plekken, als belangrijke stedenbouwkundige bouwstenen. Alle openbare scholen in de stad werden ontworpen door de subafdeling Stadsuitbreiding en gebouwen van de Dienst Gemeentewerken.

Voorbeelden van schoolgebouwen met een beeldbepalend karakter zijn De Korf, De Driehoek en de Eloutschool.

27

Figuur 3.5: Luchtfoto van Tussendijken uit 1934

Speciale aandacht is uitgegaan naar de architectuur aan de Mathenesserweg, hiervoor werd de architect Michiel Brinkman (onder andere bekend van het Justus van Effenblok en de Meneba-fabriek aan de Maashaven) en later L.C. van der Vlugt aangetrokken. Wat bij de lange brokkelige lijn van de Schiedamseweg niet was gelukt, wilde de gemeente hier anders doen: het nieuwe Rotterdam moest op de doorgaande routes getuigen van een monumentale en ritmische stedelijkheid met op de knooppunten Mathenesserplein en Marconiplein beeldbepalende architectuur. Aan de route Mathenesserlaan, Mathenesserplein, Mathenesserbrug en Mathenesserweg werd het karakter van een moderne verkeerscorridor toegedicht. Vooral de architectuur langs de route moest aan hoge eisen voldoen, het streven van de gemeente was een uniform en voornaam straatbeeld. Brinkman maakte voor alle elf bouwblokken langs de weg gedetailleerde gevelontwerpen. Samenhang creëerde Van der Vlugt door een krachtige horizontale geleding, verlevendigd met balkons of erkers. Eenheid werd verkregen door doorlopende bakstenen borstweringen, witgepleisterde vloerbalken en grijze balkonranden en wit gepleisterde overstekken. De plattegronden en woningtypen achter de gevel waren de taak van particuliere bouwers die percelen aan de Mathenesserweg konden kopen.

Het is typerend voor deze periode dat de gemeente vooral de nadruk legde op het architectonische beeld, in plaats van zich zorgen te maken over goede woningplattegronden achter de gevel. Voor de andere zijde van de bouwblokken - aan de Korfmakersstraat en Mathenesserstraat, onzichtbaar voor het doorgaand verkeer – golden dergelijke voorschriften dan ook niet. De architectuur aan de zijstraten haaks op de Mathenesserweg en wél zichtbaar werd wel meegenomen. De bebouwing langs de route werd in jaren 1925-1928 voltooid. Een ander succes en icoon van de Gemeentelijke Woningdienst zijn de blokken J.J.P. Oud, direct achter de vier blokken aan de noordzijde van de Schiedamseweg. In 1920 kocht de gemeente de gronden met een oppervlakte van ca. 31 hectare aan en werd gestart met de bouw van de in totaal 1005

28

gemeentelijke woningen, destijds een complex van ongekende schaal. Blok IX uit Spangen was prototype voor het project. Oud paste een standaardtype toe (het 'normaaltype'), liet de gevels vlak en accentueerde de hoeken. De essentie van het ontwerp was dat de bewoner het idee had in een grote stad te wonen, maar tegelijk de veiligheid van het gesloten bouwblok ervaarde. Bijzonder waren de gemeenschappelijke binnenterreinen, waarvoor Oud zandbakken en schuurtjes ontwierp. Vanwege het bombardement in 1943 is alleen nog een restant van het complex overgebleven op de hoek Van Duylstraat - Rösener Manzstraat.

Figuur 3.6: De geaccentueerde hoeken en het binnenterrein van de blokken van J.J.P. Oud (boven) en de de Mathenesserweg nabij het Marconiplein, voor en na het bombardement (onder).

Ook in de rest van Tussendijken probeerde de Gemeentelijke Woningdienst een strakke regie te krijgen op de particuliere woningbouwers. Het uitbreidingsplan en de bouwverordening waren hierbij belangrijke instrumenten. Aanvragen van particuliere grondexploitanten werden niet alleen getoetst hygiënische aspecten zoals indeling, riolering en waterleiding, maar ook op gevelbeeld, harmonie met naastgelegen panden en het creëren van beeldbepalende hoeken. Een apart gebied binnen Tussendijken is de strook langs de Schie, ter plaatse van de Spangesekade en de Mathenesserdijk. De smalle strook langs de Schie was van oudsher ingericht met kleine bedrijven en industrie. Met de bouw van de woonwijk Tussendijken werd de strook gesaneerd. Het was echter wel de bedoeling hier de bestemming industrie te houden. Aan de westkant van de dijk verrees een complex van gelijke woningen, met bedrijfsruimte op de begane grond, waar voorheen veelal garages aanwezig waren (nu getransformeerd naar kantoor- en bedrijfsruimtes). Volgens het uitbreidingsplan Tusschendijken van 1915 was het smalle terrein tussen de Mathenesserdijk en de Spangesekade bestemd voor een lage bebouwing met pakhuisruimte langs het water. Door een geringe belangstelling voor dit soort bedrijfsruimte langs de Delfshavensche Schie waagden bouwondernemers het risico niet hier te bouwen. Pas in de jaren '30 veranderde dit.

De gemeente besloot de grond te verkopen met het recht op hoge bebouwing, waarop het complex Schiezicht werd gebouwd, in 1934 ontworpen door architect W. Th. H. ten Bosch. Het complex aan de Mathenesserdijk heeft een bijzondere

29

gebouwtypologie. Het heeft twee voorkanten: aan de Mathenesserdijk is het een monumentale straatwand, aan de Schie heeft het een pakhuisuitstraling. Beneden aan de kade kwam een ondergedeelte in beton, dat geheel als pakhuis of garageruimte bestemd was en dat in verschillende gedeelten kon worden gesplitst of geheel door één bedrijf kon worden gebruikt. Op het niveau van de Mathenesserdijk kwamen woningen. Tussendijken is in 1930 na 15 jaar bouwen 'af' en vormde een cruciaal leerproces voor gemeente, marktpartijen en architecten. Van de fouten en successen, processen en strategieën werd lering getrokken in de volgende fase van de Rotterdamse stedenbouw, waarbij veel geroemde wijken als Blijdorp, Dijkzigt en Bergpolder gestalte kregen, en, na 1945, in de grote uitbreidingen van de tuindorpzone op de zuidoever.

1940-1970 Bij een geallieerd bombardement op 31 maart 1943 werd niet het beoogde complex van de Kriegsmarine in het Vierhavengebied, maar bij vergissing een deel van de woonwijken Bospolder en Tussendijken getroffen. De verwoesting vond plaats in een 18 hectare groot gebied ter weerszijden van de Schiedamseweg. Totaal werden 769 panden verwoest, met 2661 woningen, 190 winkels, 89 bedrijven, werkplaatsen en pakhuizen, 9 cafés, 3 pensions, 13 rijwielstallingen, 1 Gereformeerde Kerk, 3 scholen en 2 kantoren. Direct na de oorlog werd begonnen met het ontwerpen aan een herbouwplan. Het hoofddoel van het plan was het open gooien van de dichtbebouwde wijken. Een eerste schetsontwerp uit 1947 gaat uit van zes flats van acht bouwlagen haaks op de Schiedamseweg, met bebouwing in twee tot vier lagen evenwijdig aan de Schiedamseweg en voorzieningen aan het Grote Visserijplein. In 1949 komt er een nieuw ontwerp dat uitgaat van hoge woonflats en een lage winkelstrook aan de noordzijde Schiedamseweg, wat doet denken aan het concept van de Lijnbaan. Aan de zuidzijde van de Schiedamseweg is bebouwing in vier woonlagen geprojecteerd. Tussen de Korfmakersstraat en de Mathenesserweg gaat het plan uit van vijf bouwlagen. Ter plaatse van het Grote Visserijplein moesten maatschappelijke voorzieningen komen.

Deze zijn er op het huidige wijkcentrum Pier 80 nooit gekomen, wat verklaart dat het plein geen duidelijke wanden heeft, het was immers nooit gepland als plein. Groenen recreatievoorzieningen spelen een prominente rol in het nieuwe ontwerp aangezien de hoeveelheid groen in Bospolder, Tussendijken en Spangen zeer schaars was. Door het groen tussen de woongebouwen bij het groen van Park 1943 te betrekken ontstond een maximum aan recreatieruimte bij een minimale opoffering van bouwrijpe grond. Dit is later deels weer teniet gedaan door de bouw van de woningblokken evenwijdig aan de Gijsinglaan, vrijwel haaks op de vijf hoge flats.

1970-heden Gedurende de stadsvernieuwingsperiode begin jaren '80 heeft er op een aantal locaties sloop en nieuwbouw plaatsgevonden. De cultuurhistorische waarden van de wijken zijn destijds niet onderzocht, waardoor de nieuwbouw op een aantal locaties contrasteert met de oorspronkelijke bebouwing. Ook is op een aantal locaties het gevelbeeld vervlakt. De oorspronkelijke karakteristieken kunnen enkel door verregaande restauratie teruggebracht worden of als uitgangspunt bij nieuwbouw worden genomen. Na de stadsvernieuwingsperiode heeft op nog meer locaties sloop en nieuwbouw plaatsgevonden, met name in Bospolder, zoals aan de Hudsonstraat en Puntstraat. Omstreeks 2006 is het woonbuurtje Le Medi ontwikkeld ter plaatse van de eerste woonbebouwing van Bospolder.

3.1.2

Cultuurhistorische waardering

In de CV is een waardering opgenomen voor de verschillende gebouwen en complexen binnen het plangebied. Voor de architectonische waardering is een onderscheid gemaakt tussen objecten met een reeds bestaande beschermde status (Rijksmonument, toekomstig monument en beschermd stadsgezicht) en overige bebouwing. De waardering (beeldbepalend, beeldondersteunend, indifferent of detonerend) is gebaseerd op een aantal criteria: de architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde van een object en de gaafheid of herkenbaarheid van het gebouw/ complex.

30

Beeldbepalend zijn vooral de gebouwen langs de voegen en de randen van Bospolder Tussendijken, zoals de complexen aan de Mathenesserweg. De bebouwing aan de Mathenesserdijk is beeldbepalend door de bijzondere gebouwtypologie en de architectonische uitstraling van de panden. De bebouwing aan de noordzijde van de Grote Visserijstraat en aan de zuidzijde van de Schiedamseweg zijn net beeldbepalend door de gaafheid en herkenbaarheid van de complexen. Een aantal gebouwen zijn beeldbepalend omdat ze van belang zijn voor het verhaal van de experimentele woningbouw in Rotterdam, zoals de complexen aan de Schans, de Watergeusstraat en de Spanjaardstraat. Bij de als beeldondersteunend aangegeven gebouwen gaat het vooral om het ontwerp en de architectonische uitstraling. Wanneer gebouwen als indifferent zijn aangeduid betekent dit dat vervanging eerder voor de hand ligt dan bij beeldbepalend of beeldondersteunend, maar dat dat altijd afhangt van de schaal en de maat van het bouwinitiatief en de architectonische uitwerking. Detonerend wil zeggen: qua architectuur of stedenbouwkundige situering niet passend in het weefsel. De waarderingskaart is opgenomen in figuur 3.7.

Figuur 3.7: Waardering van de gebouwen binnen het plangebied (blauwe contour)

Uit figuur 3.7 blijkt dat de volgende gebouwen en complexen beeldbepalend zijn (globaal van noord naar zuid, van west naar oost). Tussendijken: de bebouwing aan weerszijden van de Mathenesserweg die niet verloren is gegaan tijdens het bombardement in 1943; Nicolaasschool, Korfmakersstraat 127; Lucasschool, Korfmakersstraat 68-74;

31

Nicolaasschool, Korfmakersstraat 12; Grote Visserijstraat 1 t/m 33, 49 t/m 107, 4 t/m 34, 40 t/m 116; OBS De Driehoek (voormalig), Jan Kobellstraat 2; Mathenesserdijk 275 t/m 311, 315 t/m 367, 328 t/m 346 en 354 t/m 396; Spangesekade 150 t/m 200 / Mathenesserdijk 220 t/m 320 (dit blok heeft adressen aan zowel de Spangesekade als de Mathenesserdijk); het blok van J.J.P. Oud dat is omsloten door de Gijsingstraat, Jan Kobellstraat, Rösener Manzstraat en Van Duylstraat; het blok dat is omsloten door de Schiedamseweg, Grote Visserijstraat, Gijsingstraat en Van Duylstraat; Schiedamseweg 61 t/m 127 en Jan Kruijffstraat 35 t/m 51. In figuur 3.7 staat ook het blok tegenover Mathenesserdijk 284 t/m 320 aangeduid als beeldbepalend. Dit is echter een omissie aangezien het blok al enige jaren geleden gesloopt is. Inmiddels staat hier nieuwbouw.

Bospolder: Schippersstraat 10-20; Schiedamseweg 132 t/m 156 en Wattierstraat 7 t/m 15; Schiedamseweg 50 t/m 126; Rosier Frasenstraat 29-31 en 22; Rosier Frasenstraat 2-14 en Spanjaardstraat 9-11; Bospolderstraat 5 t/m 7; 1e Schansstraat 34 t/m 38 en Spanjaardstraat 47 t/m 109; 2e Schansstraat 34 t/m 50, Spanjaardstraat 111 t/m 151, Hudsonstraat 1 t/m 4 en Albregt Engelmanstraat 76-78; 2e Schansstraat 56 t/m 76, Albregt Engelmanstraat 65 t/m 99 en Hudsonstraat 9 t/m 31; Diepeveencomplex, Vierhavensstraat 5. Verder staan er nog vier toekomstige gemeentelijke monumenten aangegeven op de kaart in figuur 3.7. Deze vier gebouwen (OBS De Korf, voormalige School met den bijbel, politiebureau Marconiplein en Scholencomplex Gijsbert Karel van Hogendorp) zijn in 2012 aangewezen als gemeentelijk monument (zie ook paragraaf 3.1.3). Dit is vastgelegd in de eerder genoemde oplegnotitie die bij de CV hoort. Het niet-rijksmonumentale deel van het Diepeveengebouw is niet als beeldbepalend aangeduid in figuur 3.7. Dit komt omdat gebouw vanwege de ligging tussen Bospolder - Tussendijken en het Merwe-Vierhavensgebied per abuis niet is meegenomen in één van de CV'en voor deze gebieden.

Omdat herontwikkeling (zie 4.3.2) nu aan de orde is heeft er alsnog onderzoek plaatsgevonden naar de cultuurhistorische waarden van het complex, dat behalve het rijksmonumentale hoekgebouw bestaat uit de voormalige fabriekshal en kantoren. Uit het onderzoek blijkt dat het gehele Diepeveencomplex cultuurhistorische waarde heeft. Het representatieve hoekgebouw heeft de status rijksmonument. De rest van het complex is ondergeschikt hieraan aan maar heeft een beeldbepalend karakter. Elke toevoeging en verandering van het fabriekscomplex komt vort uit het blijven verbeteren van de functionaliteit van het bedrijf. De stapsgewijze verandering van het complex is goed afleesbaar en toont de ontwikkeling van het bedrijf Diepeveen.

3.1.3

Monumenten

Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een monument kan een gebouw, water, terrein of een ander object zijn dat van nationaal belang is (rijksmonument), of dat van algemeen belang is voor Rotterdam (gemeentelijk monument). Monumenten zijn van belang vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap en architectuur of de cultuurhistorische waarde. Dit is voor rijksmonumenten vastgelegd in de Erfgoedwet en voor gemeentelijke monumenten in de monumentenverordening Rotterdam 2010. Bij een monument gaat het

32

om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning.

Plangebied Naast de in de vorige paragraaf genoemde beeldbepalende gebouwen en complexen staat er een rijksbeschermd monument in het plangebied, dit is het Diepeveenkantoor aan de Pelgrimsstraat 1-3. Het pand is gebouwd in 1930 naar ontwerp van W. Kromhout Czn. in kubustisch expressionele stijl en diende als kanoor, woning en magazijn van de handelsmaatschappij W.B. Diepeveen & Co. In de huidige situatie is het in gebruik als kantoor- en atelierruimte. Verder staan er nog een aantal gemeentelijke monumenten in het plangebied: Politiebureau Marconiplein, Schiedamseweg 300, gebouwd in 1950; Openbare basisschool De Korf, Korfmakersstraat 80, gebouwd in 1926; Voormalige School met den Bijbel, Zoutziederstraat 18-20, gebouwd in 1926; Scholencomplex Gijsbert Karel van Hogendorp, Mathenesserdijk 455-457, gebouwd in 1925.

Figuur 3.8: Gemeentelijke monumenten in het plangebied. Van linksboven met de klok mee het politiebureau Marconiplein, De Korf, School met den Bijbel en het scholencomplex G.K. van Hogendorp.

3.1.4

Vertaling in het bestemmingsplan

Beeldbepalende gebouwen en complexen In de vorige paragrafen zijn alle cultuurhistorisch waardevolle objecten en complexen binnen het plangebied beschreven. De beeldbepalende gebouwen en complexen worden in dit bestemmingsplan

33

beschermd door middel van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 2. Het opnemen van deze regeling volgt uit de aanbevelingen van de CV. Deze dubbelbestemming werpt een drempel op tegen sloop, in die zin dat een omgevingsvergunning voor het slopen alleen wordt verleend onder een aantal voorwaarden: sloop is noodzakelijk vanwege zwaarwegende maatschappelijke, technische of economische redenen, en; nieuwbouw mogelijk is, en; de aanvrager van de omgevingsvergunning aannemelijk heeft gemaakt dat de nieuwbouw op de plaats van het te slopen object gebouwd zal worden en dat bij het ontwerp van de nieuwbouw de vanuit cultuurhistorisch oogpunt van belang zijnde stedenbouwkundige, bouwkundige, architectonische en ensemble waarden in acht genomen worden, die onder andere gevormd worden door de situering, schaal, vorm en geleding van de bebouwing. Er zijn ook een aantal situaties waarin niet voldaan hoeft te worden aan deze voorwaarden, bijvoorbeeld als een gebouw door een calamiteit verloren is gegaan, of in geval van een aanschrijving van B&W op grond van de Woningwet. Het uitgangspunt is dat alle beeldbepalende gebouwen en complexen zoals aangeduid in figuur 3.7 beschermd worden door middel van de genoemde dubbelbestemming.

Per gebouw of complex heeft echter een afweging plaatsgevonden om deze dubbelbestemming wel of niet toe te kennen, met name omdat de dubbelbestemming redelijk zware eisen stelt aan de eventuele nieuwbouw in geval van sloop. Als vooraf al bekend is dat niet kan worden voldaan aan deze eisen zorgt de dubbelbestemming er voor dat een gebouw of complex in principe niet gesloopt kan worden. Dit kan in bepaalde situaties onwenselijk zijn, zeker als bekend is dat een complex of gebouw op termijn gesloopt zal moeten worden omdat het bijvoorbeeld vanwege de grootte of bouwtechnische staat niet meer geschikt is voor de huidige of toekomstige functie. De afweging heeft er toe geleid dat alle in figuur 3.7 aangeduide gebouwen of complexen (met inachtneming van de passages over de omissie en de toekomstige gemeentelijke monumenten) worden beschermd met de genoemde dubbelbestemming, behalve de Korfmakersstraat 127. Zoals in paragraaf 4.4.3 is beschreven, is hier in de toekomst mogelijk sloop en nieuwbouw aan de orde. Het opnemen van een dubbelbestemming die sloop verhinderd is daarom niet doelmatig.

Rijks- en gemeentelijke monumenten Rijksmonumenten zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet en hebben daarom geen aanvullende beschermde regeling gekregen in dit bestemmingsplan. Gemeentelijke monumenten zijn beschermd op basis van de monumentenverordening Rotterdam 2010. Deze monumenten hoeven daarom niet extra beschermd te worden tegen mogelijke sloop. Wel hebben gemeentelijke monumenten een strak bouwvlak gekregen en een specifieke maatvoering die aansluit bij de feitelijke situatie, afhankelijk van de wijze van afdekking. Indien een gebouw plat is afgedekt, is alleen een maximum bouwhoogte opgenomen, is een gebouw voorzien van een kap, dan is een maximum goot- en bouwhoogte opgenomen. Dit draagt er in combinatie met het strakke bouwvlak aan bij dat de oorspronkelijke bouwmassa blijft behouden in het geval van sloop/nieuwbouw.

3.2

Archeologie

3.2.1

Beleidskader

Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud

34

ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam heeft een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die deel uitmaakt van de gemeentelijke monumentenverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het “Verdrag van Malta” is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

3.2.2

Bewonersgeschiedenis

Het bestemmingsplangebied maakt deel uit van een klei-op-veen-gebied aan de rechteroever van de Nieuwe Maas. Hoewel archeologische locaties uit het bestemmingsplangebied vooralsnog niet bekend zijn, kan op grond van nabijgelegen vindplaatsen aangenomen wordt dat het gebied in de Romeinse tijd (begin jaartelling-350 na Christus) werd bewoond. Ook bewoning op het onderliggende veen uit de IJzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling) is mogelijk. Het gebied werd in 10e-11e eeuw ontgonnen. Ten gevolge van de ontwatering kwam het maaiveld lager te liggen, waardoor de overstromingskans toenam. Rond het midden van de 12e eeuw werd het gebied overstroomd en werd een kleipakket afgezet. In de 13e eeuw werden de Schielands Hoge Zeedijk en de Mathenesserdijk (huidige naam) aangelegd. Ten zuiden van de zeedijk werd vóór 1400 de Nieuw Mathenesserpolder gevormd, mede door de aanleg van de binnen het plangebied gelegen zuidelijke dijk van genoemde polder. Na de aanleg werden de dijken vaak als woonplaats benut. De dijk van de Nieuw-Mathenesserpolder en de Mathenessedijk komen in het midden-oostelijk deel van het plangebied samen, daar waar zich het noordelijk deel van historisch Delfshaven bevindt. Delfshaven ontstond aan de monding van de Delfshavense Schie, een vaart waarvan men met de aanleg begon in 1389.

Bewoningssporen van het middeleeuwse Delfshaven zijn in het genoemde deel van het plangebied aan te treffen, terwijl ook vestingwerken van de nederzetting zich op deze plaats bevonden.

3.2.3

Archeologische potentie

Vanwege een intacte geologische gesteldheid van het klei-op-veen-gebied zijn in het gehele plangebied bewoningssporen uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen te verwachten. Op en langs de dijktracés zijn laatmiddeleeuwse bewoningssporen te verwachten. Speciale aandacht verdient het zuidoostelijk deel van het plangebied, een gebied dat deel heeft uitgemaakt van de middeleeuwse nederzetting Delfshaven.

3.2.4

Vertaling in het bestemmingsplan

De beschermingswaardige zaken in de bodem binnen het plangebied worden door middel van vier dubbelbestemmingen beschermd. Zie figuur 3.9 en onderstaande tekst.

35

Figuur 3.9: dubbelbestemmingen archeologie

Waarde - Archeologie 1 Voor het gebied waar het noordelijk deel van historisch Delfshaven is gesitueerd (Waarde - Archeologie 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld, ongeacht de oppervlakte van de ingreep. Waarde - Archeologie 2 Voor het dijktracé van de Mathenesserdijk (Waarde - Archeologie 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 100 vierkante meter. Waarde - Archeologie 3 Voor de rest van het landgedeelte van het plangebied (Waarde - Archeologie 3) geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 2,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 100 vierkante meter. Waarde - Archeologie 4 Voor het binnen het plangebied gelegen water (Waarde - Archeologie 4) geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan de huidige onderwaterbodem en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 100 vierkante meter.

3.3

Huidig gebruik

Bospolder en Tussendijken zijn beide vooroorlogse stadswijken met een hoge dichtheid. Aan de doorgaande wegen vindt men een veelheid aan voorzieningen terwijl de binnengebieden overwegend een woonfunctie hebben, afgewisseld met maatschappelijke voorzieningen. Figuur 3.10 geeft een globale impressie van de functies die voorkomen binnen het gebied. Daar onder volgt een beschrijving per gebied.

36

Figuur 3.10: functies binnen het plangebied

Schiedamseweg De Schiedamseweg scheidt de wijken Bospolder en Tussendijken en verbindt de Nieuwe Binnenweg via de Lage Erfbrug en het Marconiplein met Schiedam. Het is een levendige straat die overwegend een winkelfunctie heeft, aangevuld met dienstverlening en horeca. Deze functies zijn aanwezig in de plint, daarboven wordt gewoond (overwegend in meerdere lagen). Ten westen van de Grote Visserijstraat is de winkelfunctie minder aanwezig, daar zijn ook woningen op de begane grond. Een deel van de bebouwing aan de Schiedamseweg is naoorlogs als gevolg van het bombardement van 1943. Een voorbeeld hiervan is het voormalige klooster nabij het Marconiplein, dat recentelijk getransformeerd is naar woongebouw. Beide metrostations (Marconiplein in het westen en Delfshaven in het oosten) hebben in- en uitgangen aan de Schiedamseweg. Ook zijn er meerdere tramhaltes aanwezig.

Vierhavensstraat en Vierhavensstrip/Bigshops De Vierhavensstraat is een belangrijke doorgaande weg die de Westzeedijk met het Marconiplein verbindt. De Vierhavensstraat ontsluit de grootschalige detailhandel in de Vierhavensstrip (ook wel Big Shops Dakpark genoemd). In dit winkelcentrum, met daar bovenop het Dakpark, zijn een aantal grote landelijke ketens te vinden zoals Beter Bed, Mc Donalds, Jysk, Action en Pets Place XL. Achter de winkels ligt een grote parkeergarage die via de ventweg op de Vierhavensstraat ontsloten wordt. Het winkelcentrum is samen met het Dakpark gebouwd tussen 2004 en 2011 ter plaatse van het voormalige rangeerterrein. De Vierhavensstraat is destijds ook heringericht en verlegd.

Dakpark Het Dakpark is prominent aanwezig in het zuiden van het plangebied. Het is gebouw op het dak van de onderliggende winkels en loopt schuin af richting de Hudsonstraat. Ter plaatse van de winkels ligt het park op 9 meter hoogte ten opzichte van het aangrenzende maaiveld. Het heeft een belangrijke

37

recreatieve functie voor de wijk, aangezien groen en speelvoorzieningen daar schaars zijn. Ook vormt het een barrière tussen het woongebied en het gezoneerde industrieterrein Merwe-Vierhavens. In het Dakpark zijn een restaurant, een buurttuin met schapen, speeltuin, watertrap, barbecueplaatsen en een aantal bijzondere tuinen aanwezig. Met een lengte van 1.200 m en een breedte van 85 m is het het grootste dakpark van Europa. Het Dakpark is in 2013 geopend en bij het ontwerp heeft de inbreng van bewoners een grote rol gespeeld.

Mathenesserweg De Mathenesserweg en aangrenzende bebouwing is tussen 1925 en 1928 aangelegd. De weg verbindt de Rotterdamse binnenstad via de West-Kruiskade, Middellandstraten, Vierambachtsstraat en het Marconiplein met Schiedam. De bebouwing langs de weg is onder strenge regie van de gemeente ontworpen. Vroeger was de Mathenesserweg dan ook een winkelstraat met allure. In 1943 is een deel van de oorspronkelijke bebouwing vernietigd door het vergissingsbombardement. Tegenwoordig is de allure van vroeger minder zichtbaar, en zijn veel van de winkels verdwenen. Op de koppen zijn nog wel winkels te vinden. Verspreid door de straat zijn ook nog andere voorzieningen aanwezig, met name dienstverlening en horeca. Veel voormalige winkelpanden zijn echter getransformeerd naar woningen. De bebouwing bestaat uit vier of vijf bouwlagen en op de verdiepingen wordt gewoond. De straat heeft een periode van verloedering en veiligheidsproblematiek gekend, via een intensief traject is de situatie echter aanzienlijk verbetert en uiteindelijk is het de bedoeling dat de straat zijn vroegere allure weer terugkrijgt. Zie ook paragraaf 4.3.3.

Grote Visserijstraat Ook de Grote Visserijstraat is van oudsher een winkelstraat waar de winkelfunctie in behoorlijke mate verdwenen is. Ter plaatse van de aansluiting met de Mathenesserbrug zijn nog wel winkels aanwezig, alsmede dienstverlening en bedrijfjes. Verder heeft de straat overwegend een woonfunctie, met hier en daar een winkel, horeca of bedrijfje. De bebouwing bestaat uit vier of vijf bouwlagen, al dan niet afgedekt met een kap. Op de verdiepingen wordt gewoond. Vrijwel alle bebouwing heeft nog de oorspronkelijke opzet en uitstraling, anders dan in de rest van het plangebied heeft de stadsvernieuwing uit de jaren '80 hier geen ingrijpende veranderingen veroorzaakt.

Visserijplein en Park 1943 Centraal in het plangebied ligt het Visserijplein, waar twee keer per weekt een markt aanwezig is met ca. 175 kramen. Het plein heeft daarom een belangrijke functie voor de omgeving. Aan de noordzijde van het plein staat het gebouw van de bibliotheek Delfshaven en het Huis van de Wijk 'Pier 80'. Het gebouw heeft een belangrijke maatschappelijke functie voor de wijk. Ten westen van het Visserijplein ligt het Park 1943, vernoemd naar en ter plaatse van het vergissingsbombardement uit 1943. Een deel van het park is ingericht als sport- en speelterrein.

Woongebied De rest van het plangebied bestaat overwegend uit woongebied. Vrijwel alle bebouwing bestaat uit meergezinswoningen in vier of vijf bouwlagen, waarvan slechts 5% is voorzien van een lift. Eengezinswoningen zijn alleen aanwezig in het buurtje Le Médi en ter plaatse van de nieuwbouw in de omgeving van de Hudsonstraat. Circa 55% van de woningen bestaat uit de oorspronkelijke bebouwing, de rest is vlak na de oorlog gebouwd (ter plaatse van het bombardement), gedurende de stadsvernieuwing (met name in Bospolder) of recentelijk (nieuwbouw Hudsonstraat en omgeving). Ongeveer 15% van de woningen bestond in 2018 uit koopwoningen, de rest is overwegend sociale huur. Door de nieuwbouw in de omgeving van de Hudsonstraat is het aandeel koopwoningen is echter toegenomen. Op sommige locaties binnen het woongebied is een winkel, dienstverlening, horeca of bedrijf aanwezig, met name in de hoekpanden. Opvallend is het hoge aantal basisscholen in het gebied. Ten slotte staat er nog een groot woonzorgcomplex aan de Jan Kruijfstraat.

38

Figuur 3.11 geeft een impressie van het plangebied. Vanaf linksboven met de klok mee: Park 1943 met op de achtergrond de flats aan de Gijsinglaan, de Schiedamseweg ter plaatse van het metrostation Delfshaven, de markt op het Visserijplein, het Dakpark met op de achtergrond de Europoint-torens en het Merwe-Vierhavensgebied en tot slot de Grote Visserijstraat.

Figuur 3.11: impressies van het plangebied

39

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft het nieuwe bestemmingsplan Bospolder - Tussendijken. In paragraaf 4.2 wordt de opzet van het plan beschreven en in paragraaf 4.3 de concrete ontwikkelingen die door middel van dit plan mogelijk gemaakt worden. In paragraaf 4.4 worden de zaken beschreven die in dit plan anders geregeld zijn ten opzichte van het vorige plan. Deze zaken hebben betrekking op systematiek of op ontwikkelingen die planologisch mogelijk gemaakt worden, maar die nog niet concreet of zeker zijn. Paragraaf 4.5 tenslotte betreft de juridische planbeschrijving, waarin de Regels uitgelegd worden.

4.2

Opzet van het plan

De doelstelling van het nieuwe bestemmingsplan is een nieuw planologische en juridisch kader voor het gebied voor de komende tien jaar. De basis voor het nieuwe bestemmingsplan zijn onder andere de oude bestemmingsplannen en het nieuwe beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het bestemmingsplan zal conform het vorige bestemmingsplan gedetailleerd van aard zijn, met zoveel mogelijk informatie op de verbeelding van het plan. Een meer specifieke beschrijving van de opzet is te vinden in de volgende paragrafen.

4.3

Ontwikkelingen

4.3.1

Koplocatie Vierhavensstrip

Het vorige bestemmingsplan biedt ontwikkelingsmogelijkheden op de zogenaamde kop- en staartlocatie van het Dakpark. De koplocatie betreft de meest noordelijke punt van de Vierhavensstrip, hier zijn op basis van het vorige bestemmingsplan bedrijven, kantoren, maatschappelijke voorzieningen (met de nadruk op onderwijs), horeca en detailhandel mogelijk (de twee laatsgenoemde functies zijn gemaximeerd op 500 m²). Aan de zijde van het Marconiplein mag tot 70 m hoog gebouwd worden, aan de zijde van het Dakpark tot 25 m. De locatie is de afgelopen planperiode niet ontwikkeld en is onbebouwd. Het pad dat de noordelijke grens van de ontwikkellocatie vormt is de opgang van het Dakpark.

40

Figuur 4.1: begrenzing van de koplocatie

De kantorenmarkt is sinds de vaststelling van het vorige bestemmingsplan drastisch veranderd. In algemene zin kan gesteld worden dat er een overschot aan kantoormeters is in Rotterdam. Om die reden zijn veel kantoorgebouwen getransformeerd naar bijvoorbeeld woningen. Nieuwe kantoormeters zijn in beginsel alleen toegestaan op bepaalde locaties binnen de stad, bijvoorbeeld nabij het Centraal Station. Het Dakpark is in ieder geval geen aangewezen kantoorlocatie. Ook aan nieuwe onderwijsvoorzieningen of maatschappelijke voorzieningen anderszins is hier geen behoefte. Hetzelfde geldt voor detailhandel en een grootschalig programma met bedrijvigheid. In Rotterdam is wel een grote behoefte aan nieuwe woningen (zie ook paragraaf 2.2.1.1). Daarom is de koplocatie in dit bestemmingsplan bestemd ten behoeve van wonen. In de plint is ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid, horeca, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige kantoren. Het bestemmingsvlak in dit bestemmingsplan is in grote lijnen gelijk aan het vlak uit het oude plan, maar er zijn enkele verschillen. De begrenzing is afgestemd op de aanwezige paden, het trottoir van de Vierhavensstraat en het toegangspad van het Dakpark, en de westelijke entree van de parkeergarage.

Toen het vorige bestemmingsplan vastgesteld werd was deze infrastructuur nog niet aanwezig, vandaar dat het bestemmingsvlak in dat plan wat globaler is. Ten opzichte van het vorige bestemmingsplan is er een beperking van de bouwhoogte en -massa. De maximum bouwhoogte is nu 25 m, waarbij de helft van de plot bebouwd mag worden tot een hoogte van 50 m. De locatie van dit hoogteaccent ligt nog niet vast, hier is in de regels rekening mee gehouden. Vanwege de aanwezigheid van de Europoint-torens nabij de koplocatie is een bouwhoogte van 50 m hier stedenbouwkundig acceptabel. Een hoogteaccent op deze locatie kan ook dienen als 'eyecatcher' voor het op korte termijn te herontwikkelen Merwe-Vierhavensgebied en geeft ruimte voor een bijzonder gebouw op de kop van Bospolder en Tussendijken zelf. De footprint van de koplocatie is ongeveer 5.000 m². De woonbestemming houdt rekening met het waterstaatswerk ter plaatse, er worden geen bouwmogelijkheden geboden binnen het waterstaatswerk. Parkeren wordt opgelost in een gebouwde voorziening, al dan niet onder maaiveld. Het benodigde aantal parkeerplaatsen volgt uit het geldende

41

parkeerbeleid. Er is nog geen concreet initiatief bekend op het moment van vaststellen van dit bestemmingsplan. Wel zijn er woningaantallen voor de locaties bekend op basis van het gemeentelijke nieuwbouwprogramma en massastudies. Op de koplocatie zijn maximaal 140 nieuwe woningen beoogd. Dit aantal is vastgelegd als maximum in de regels. Verder is bepaald dat de gevels waar de maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder overschreden worden (zie paragraaf 6.2.2.3) moeten worden uitgevoerd als dove gevels, of dat anderszins voldaan moet worden aan de Wet geluidhinder. In samenwerking met een ontwikkelaar zal nagedacht worden over de exacte woningaantallen en -types, prijsklasse en inrichting van de buitenruimte. Op basis van het gemeentelijke beleid 'Kwaliteitsbeleid kleine woningen' zullen hier in ieder geval geen woningen kleiner dan 50 m² gerealiseerd worden. Tot slot ligt de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' over een klein deel van de ontwikkellocatie. Om die reden zal de beheerder van de hoogspanningsleiding (Tennet) betrokken worden bij de verdere uitwerking van deze locatie. Vanwege de nabijheid van de waterkering zal ook het Hoogheemraadschap van Delfland betrokken worden bij de verdere uitwerking.

4.3.2

Staartlocatie Vierhavensstrip en Diepeveenpand

De meest zuidelijke punt van het Dakpark is de zogenaamde staart/Diepeveenlocatie. De staartlocatie was in het vorige bestemmingsplan ook een ontwikkellocatie. Hier is het zelfde programma mogelijk als bij de koplocatie, met uitzondering van detailhandel en kantoren. Op basis van het vorige plan mag tot 10 m hoog gebouwd worden. De staartlocatie is onbebouwd en maakt geen onderdeel uit van het Dakpark. Direct ten oosten van de staartlocatie staat het Diepeveencomplex, dat in dit bestemmingsplan ook onderdeel uitmaakt van de ontwikkellocatie. Het Diepeveencomplex bestaat uit een rijksmonumentaal kantoor uit 1930 (het Diepeveenpand, zie ook paragraaf 3.1.3) en bijbehorende fabrieksgebouwen uit 1914, die zijn aangewezen als beeldbepalend object. Het gebouw is in het vorige bestemmingsplan bestemd als Bedrijf en huisvest nu kantoren. In figuur 4.2 is de begrenzing van de gehele ontwikkellocatie te zien.

42

Figuur 4.2 begrenzing van de staartlocatie met Diepeveenpand

Het programma van de staartlocatie op basis van het vorige bestemmingsplan is om dezelfde reden als bij de koplocatie niet meer wenselijk. Ook voor deze ontwikkellocatie zijn woningen voorzien. Ter plaatse van het L-vormige gedeelte direct naast het Dakpark (aangeduid met 'A') wordt een opgang naar het Dakpark aangelegd die aansluit op de bestaande opgang aan de Bospolderzijde. Zo ontstaat er een verbinding tussen de Vierhavensstraat en Bospolder. Onder de opgang is ruimte voor technische installaties en dergelijke. Het middelste gedeelte, aangeduid met 'B', is bedoeld voor nieuwbouw. Hier mag tot 35 m hoog worden gebouwd. Te denken valt aan een losse of geschakelde blokken met 5 tot 7 bouwlagen, rondom een gemeenschappelijk binnenterrein waarbij een verbinding met de openbare ruimte van het Dakpark wordt gemaakt. Ook bij deze ontwikkellocatie wordt het parkeren opgelost in een gebouwde voorziening onder de nieuwbouw, al dan niet onder maaiveld. In de plinten is ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid, horeca, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige kantoren. In de huidige situatie zijn het rijksmonumentale Diepeveenpand (D) en de bijbehorende magazijngebouwen (C) niet goed onderhouden en er is redelijk wat leegstand in het gebouw.

Vanwege de locatie en de beeldbepalende uitstraling kan er door herontwikkeling een goede entree voor het achterliggende M4H-gebied gecreëerd worden. Om die reden is besloten het Diepeveencomplex bij de ontwikkellocatie te voegen. Het rijksmonumentale deel kan getransformeerd worden naar woningen met eventueel voorzieningen in de plint. Sloop en nieuwbouw is hier niet aan de orde omdat het een rijksmonument betreft. Ook voor het fabrieksgebouw deel is behoud het uitgangspunt, wel kan hier bovenop een volume van twee of drie bouwlagen toegevoegd worden. Om een duidelijk onderscheid te waarborgen tussen het bestaande gebouw en de nieuwbouw is op de verbeelding van dit bestemmingsplan bepaald dat de nieuwbouw iets terug moet liggen.

43

Voor de concrete invulling van de ontwikkelocatie is een nota van uitgangspunten in opstelling. Om ontwerpvrijheid te bieden zijn de mogelijkheden in het bestemmingsplan iets ruimer dan de te verwachten uiteindelijke invulling. De maximum bouwhoogte is daarom 35 m, maar er dient rekening gehouden te worden met de beperkingen van de molenbiotoop. Eventueel kan ontheffing gevraagd worden bij de provincie als dit voor de uitwerking noodzakelijk is. Uitgangspunt is daarbij ook dat de toren van Diepeveen het hoogste punt blijft. De ontwikkellocatie is als volgt bestemd in dit bestemmingsplan. Ter plaatse is een ruim bestemmingsvlak 'Wonen' opgenomen, waarbinnen woningen, groen, verkeer- en verblijfsgebied, parkeervoorzieningen (al dan niet onder maaiveld) en water mogelijk zijn. Het aantal woningen is gemaximeerd op 140. De positionering van de toekomstige blokken ligt door het ruime bestemmingsvlak niet vast. In de plint zijn de hierboven genoemde voorzieningen mogelijk gemaakt. De maximum bouwhoogte voor de nu onbebouwde gronden bedraagt 35 m, maar met dien verstande dat rekening gehouden moet worden met de molenbiotoop. Ter plaatse van het beeldbepalende fabrieksgebouw is de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 2 opgenomen en een bouwhoogte van 16 m. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid de bestaande bebouwing met twee of drie lagen op te hogen.

Om een duidelijk onderscheid tussen de bestaande bouw en nieuwbouw te waarborgen moet de nieuwbouw terugliggend uitgevoerd worden. Hiervoor zijn maatvoeringsaanduidingen opgenomen. Veder is door middel van een aanduiding bepaald dat de gevel aan de zijde van de inrit van de parkeergarage vanaf een hoogte vanaf een hoogte van 25 m boven maaiveld uitgevoerd moet worden als dove gevel. Hiervan kan afgeweken worden indien afspraken gemaakt worden met het nabijgelegen bedrijf HIWA, zie ook paragraaf 6.2. Verder ligt ook hier de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' over een klein deel van de ontwikkellocatie. Om die reden zal de beheerder van de hoogspanningsleiding (Tennet) betrokken worden bij de verdere uitwerking van deze locatie. Ook het Hoogheemraadschap van Delfland zal betrokken worden vanwege de ligging nabij de dijk.

4.3.3

Aanpak Mathenesserweg

Aanleiding De Mathenesserweg in Delfshaven kent een lange geschiedenis van problematiek en daaruit volgende projecten en interventies. De straat heeft in de decennia na de Tweede Wereldoorlog haar functie als winkelstraat steeds meer verloren, mede omdat de middenstand steeds meer weg trok. De opening van de tippelzone aan de Keileweg en de sluiting van Perron 0 in de jaren '90 zorgden voor een verdere toename van problematiek en overlast. De Mathenesserweg ligt op de route tussen de tippelzone en Spangen, destijds berucht vanwege de drugsproblemen. Zodoende kreeg de straat te maken met forse drugsproblematiek, die het woon- en leefklimaat ernstig onder druk zette. Ongeveer 20 jaar gelden begonnen de eerste interventies door politie en gemeente: drugspanden werden ontruimd, malafide cafés werden dichtgetimmerd en drugsrunners en prostituees werden aangepakt. In 1997 startte de gemeente met de aankoop van ca. 100 panden aan de kop van de Mathenesserweg om deze op te knappen en zo de leefbaarheid te verbeteren, het project Loper I. In die tijd is ook de Wijk Ontwikkelings Maatschappij (WOM) ontstaan waarin vastgoed van gemeente en woningcorporaties is samengevoegd om zo tot andere bewoning te komen. Hierna volgde het opknappen van de panden in het middengedeelte van de straat (Loper II).

In 2001 werd het Mathenesserplein aan de andere zijde van de Delfshavense Schie echter opgeknapt, wat er voor zorgde dat een aantal ketens uit de Mathenesserweg naar dit plein vertrokken, met langdurige leegstand tot gevolg. Pandeigenaren werden na een lange periode van leegstand minder kritisch op eventuele nieuwe huurders van de panden. Hierdoor kwam er kwalitatief minder goede detailhandel naar de straat, alsmede pseudo-maatschappelijke functies en horeca die het woon- en leefklimaat onder druk zetten. Alle interventies van de afgelopen jaren hebben op zichzelf steeds wel verbetering gebracht, maar enige tijd later was er toch weer sprake van overlast en moest opnieuw (extra) inzet plaatsvinden.

Huidige aanpak Na de derde schietpartij op klaarlichte dag in 2015 en de toenemende overlast op straat, mede

44

veroorzaakt door bezoekers van winkels en de vele verenigingen/stichtingen, hebben bewoners van de Mathenesserweg de publiciteit gezocht. Burgemeester en Wethouder Veiligheid brachten een werkbezoek. Dit heeft geleid tot een opdracht van de driehoek (burgemeester, politiechef en hoofdofficier van justitie) aan de stadsmarinier Bospolder-Tussendijken om maatregelen (te laten) uitvoeren om de overlast te verminderen en het woon-leefklimaat structureel te verbeteren. De aanpak bestaat met name uit het bestuursrechtelijk aanpakken van misstanden en eventueel sluiten van panden waar malafide functies aanwezig zijn. Deze maatregel heeft echter telkens slechts tijdelijk effect. Om het woon- en leefklimaat structureel te verbeteren is het noodzakelijk om nieuwe ongewenste functies te weren en zoveel mogelijk panden te transformeren naar woning, aangezien woningen geen negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat en de woonfunctie al in grote mate aanwezig is in de bebouwing. De ruime gebruiksmogelijkheden van de panden op basis van de vorige bestemmingsplannen zorgen er echter voor dat er telkens opnieuw onwenselijke functies in de panden ontstaan. Door de veelheid aan functies die bij recht is toegestaan binnen de gemengde bestemmen uit de vorige bestemmingsplannen is er geen sprake van een afwegingsmoment waarmee ongewenste nieuwe initiatieven geweerd kunnen worden.

Nieuwe (onwenselijke) functies kunnen zich nu zonder ruimtelijke procedure in de panden vestigen als de betreffende functie is toegestaan in het bestemmingsplan. Het is daarom noodzakelijk dat de aanpak ook juridisch-planologisch doorwerking krijgt zodat ongewenste functies op basis van het bestemmingsplan geweerd kunnen worden, en de aanpak op die manier voor de lange termijn geborgd is. Concreet betekent dit dat een deel de gemengde bestemmingen aan de Mathenesserweg in dit bestemmingsplan verengt worden of komen te vervallen. Aanvragen voor initiatieven die niet binnen de verengde bestemming passen kunnen dan geweigerd worden. Eventuele aanvragen voor initiatieven die wel wenselijk zijn kunnen met een ruimtelijke (kruimel) procedure alsnog vergund worden. Ook de aanpak om zoveel mogelijk pandeigenaren te enthousiasmeren om hun bezit naar woning te transformeren is nog in volle gang. Hierover wordt intensief gecommuniceerd met de pandeigenaren, onder andere via bijeenkomsten. De aanpak is redelijk succesvol, de afgelopen twee jaar zijn 17 bedrijfspanden getransformeerd naar woning, en in de jaren daarvoor ook een behoorlijk aantal. Wanneer een eigenaar wil transformeren kan een beroep gedaan worden op advies van gespecialiseerde bureaus. De gemeente neemt de advieskosten voor haar rekening.

Tegelijk met het veiliger en rustiger maken van de straat bestaat de ambitie de straat weer de vroegere allure terug te geven, alleen dan als overwegend woongebied in plaats van winkelgebied. Hiervoor is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd, dat handvaten geeft voor de herinrichting van het openbaar gebied en het gewenste gevelbeeld na renovatie. Als praktisch vervolg hierop is er een handleiding opgesteld voor het gevelonderhoud van de vooroorlogse panden op de Mathenesserweg. Het heeft als doel pandeigenaren te stimuleren om het onderhoud van hun gevels op een gelijke manier uit te voeren. Zowel het cultuurhistorisch onderzoek als de handleiding zijn onderdeel van de verbeteringsaanpak op gebied van leefbaarheid.

Planologie vorige bestemmingsplannen In totaal golden er op basis van de vorige bestemmingsplannen vijf verschillende bestemmingen aan weerszijden van de weg. Aan de zuidzijde zijn dat Winkels waarboven wonen (detailhandel en dienstverlening) en Gemengde Bebouwing I (detailhandel, dienstverlening, bedrijven t/m categorie 2, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en wonen). Aan de noordzijde gaat het om Gemengd – 1 (detailhandel en dienstverlening) en – 2 (dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en wonen). De bestemming Wonen komt voor aan beide zijden van de weg. In totaal gaat het om 165 panden, waarvan er 126 een gemengde bestemming hebben.

Gewenste eindsituatie De winkel- en publieksaantrekkende functie van het middendeel van de straat moet zoveel mogelijk afgebouwd worden zodat er een rustig woon- en leefklimaat ontstaat. Met 'middendeel' wordt het gedeelte van de weg bedoeld met de huisnummers 34 t/m 128 (zuidzijde) en 33 t/m 181 (noordzijde), minus de tien hoekpanden van de vijf blokken. In de drie blokken op de koppen (nummers 2 t/m 32 aan de zuidzijde, 1 t/m 29 en 197 t/m 217 aan de noordzijde) is nog wel ruimte voor publieksaantrekkende

45

functies, in hoofdzaak winkels en dienstverlening. Ook in de tien hoekpanden van de blokken blijft ruimte voor publieksaantrekkende functies. Voor de hoekpanden geldt dat het niet overwegend om dienstverlening of detailhandel hoeft te gaan, er is ook ruimte voor bedrijfjes en gezondheidszorg. Eventueel kan er ook gewoond worden in de hoekpanden. De publieksaantrekkende functies zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan, daarboven wordt gewoond. Op het moment van terinzagelegging van dit bestemmingsplan zijn een deel van de panden in het middendeel nog gevuld met publieksaantrekkende functies zoals winkels, dienstverlening, gezondheidszorg of maatschappelijke voorzieningen. Het gaat met name om kappers, afhaalzaakjes en kleine winkels. Er worden geen zittende functies wegbestemd. Wel heeft er per pand een afweging plaatsgevonden die er toe heeft geleid dat de gemengde bestemming op bepaalde locaties in het middendeel is komen te vervallen en vervangen is door een woonbestemming plus een aanduiding voor het huidige gebruik. Bij de afweging is gekeken naar de potentie als transformatieobject, eigendomssituatie, huidige invulling en financiële uitvoerbaarheid. De 31 panden met een gemengde bestemming in het middendeel die de afgelopen jaren zijn getransformeerd naar woningen hebben een woonbestemming gekregen zonder nadere aanduiding.

De hoekpanden in het middendeel behouden wel een brede gemengde bestemming. Het afbouwen van de winkelfunctie wordt ook onderschreven door de gemeentelijke detailhandelsnota. Het Gebiedsplan Delfshaven, het Horecagebiedsplan en de Woonvisie onderschrijven het creëren van een zo rustig mogelijk woon- en leefklimaat. Een groot aantal panden is in eigendom van de Wijk Ontwikkelings Maatschappij (WOM), die bestaat uit een grote particuliere vastgoedeigenaar, Havensteder en Woonbron De WOM is opgericht om de hier boven beschreven gewenste eindsituatie zoveel mogelijk te verwezenlijken. Verder worden ondernemers, overige pandeigenaren en bewoners intensief betrokken bij het lopende traject, onder andere door informatieavonden, een speciale website en nieuwsbrieven. De aanpak kan rekenen op veel draagvlak en er sprake van een hoge mate van participatie.

4.4

De verschillen tussen de oude plannen en het nieuwe plan

4.4.1

Gemengde bestemmingen

De vorige bestemmingsplannen bevatten in totaal negen gemengde bestemmingen: 'Gemengde bebouwing I t/m III' en 'Winkels waarboven wonen' (Bospolder - Tussendijken), Gemengd - 1 en - 2 (Spangen) en 'Gemengde Doeleinden I t/m III' (Vierhavensstraat e.o.). Vanwege de voorschriften uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn deze bestemmingen omgezet in zogenaamde SVBP-bestemmingen. Maar ook inhoudelijk en op de verbeelding zijn er verschillen tussen de bestemmingen uit het oude plan en dit plan. In tabel 4.1 is inzichtelijk gemaakt hoe de bestemmingen zijn omgezet. Ook zijn er twee nieuwe gemengde bestemmingen ontstaan. Voor alle bestemmingen geldt dat zowel op basis van de vorige plannen als op basis van het nieuwe plan op de verdiepingen uitsluitend woningen zijn toegestaan. Onder de tabel volgt een uitleg van de veranderingen.

Vorige plan

Bestem ming

Toegestane functies begane grond

Nieuwe plan

Toegestane functies begane grond

BoTu

GB I

-detailhandel -dienstverlening -bedrijven -maatschappelijk -kantoren -wonen

Gemengd - 1

-detailhandel -dienstverlening -bedrijven -maatschappelijk -kantoren -wonen

46

BoTu

GB II

-bedrijven -maatschappelijk -kantoren -wonen

Gemengd - 2

-dienstverlening -bedrijven -maatschappelijk -kantoren -wonen

BoTu

GB III

-maatschappelijk -wonen

Wonen

wonen

BoTu

Ww en Wi

-detailhandel -dienstverlening

Gemengd - 3

-detailhandel -dienstverlening

Spangen GD-1

-detailhandel -dienstverlening

Gemengd - 3

-detailhandel -dienstverlening

Spangen GD-2

-dienstverlening -maatschappelijk -kantoren -wonen

Gemengd - 2

-dienstverlening -bedrijven -maatschappelijk -kantoren -wonen

Spangen GD-2

-dienstverlening -maatschappelijk -kantoren -wonen

Gemengd - 4

-detailhandel -dienstverlening -bedrijven -gezondheidszorg -wonen

VHS

GD I

-detailhandel -bedrijven -maatschappelijk -kantoren -horeca

Wonen

wonen, met voorzieningen in de plint

VHS

GD II

Vanaf begane grond tot aan Gemengd - 5 niveau Dakpark: -bedrijven -kantoren -perifere detailhandel -thematische detailhandel -horeca -één supermarkt waarvan één en ander gemaximeerd/gespecificeerd

Vanaf begane grond tot aan niveau Dakpark: -perifere detailhandel -thematische detailhandel -detailhandel in dagelijks segment -detailhandel in huishoudelijke en luxe artikelen -horeca waarvan één en ander gemaximeerd/gespecificeerd

Vanaf het niveau van het Dakpark: -park en kinderboerderij en bijbehorende voorzieningen; -één (commerciële) publieksvoorziening; -één horecavoorziening.

Vanaf het niveau van het Dakpark: -groen; -horeca (ter plaatse van aanduiding) -een speelvoorziening met bijbehorende gebouwen (ter plaatse van aanduiding)

VHS

GD III

-bedrijven -maatschappelijk -horeca

Wonen

wonen, met voorzieningen in de plint

47

n.v.t.

-

-

Gemengd - 6

-bedrijven -kantoren -dienstverlening -praktijkruimten -wonen

n.v.t.

-

-

Gemengd - 7

-maatschappelijk (geluidgevoelig) -wonen -tuin

Tabel 4.1: omzetting gemengde bestemmingen

Nb. In de tweede kolom staat 'GB' staat voor Gemengde bebouwing, 'Ww' voor Winkels waarboven woningen, 'Wi' voor Winkels en 'GD' voor Gemengde doeleinden. In de vierde kolom staat 'GD' voor Gemengd. Waar 'kantoren' staat worden kleinschalige kantoren met een maximum b.v.o. van 750 m² bedoeld. Waar 'bedrijven' staat worden bedrijven t/m categorie 2 bedoeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ed5d0e99-7bd0-4cfd-b924-5852bcdf8bca