CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb5580 Bijlage 1 behorende bij 21bb7555 over Ontwerpbestemmingsplan Bospolder - Tussendijken

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: a. tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Bospolder-Tussendijken’;41.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bospolder - Tussendijken Ontwerpbestemmingsplan

Opgesteld door:

datum:

16-07-2019

Stadsontwikkeling Ruimte & Wonen, Bureau Bestemmingsplannen

Vastgesteld d.d.:

........

Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Gekozen planopzet

5

1.3

Ligging en begrenzing

5

1.4

Geldende bestemmingsplannen

6

Beleid

8

2.1

Rijksbeleid

8

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

10

2.3

Gemeentelijk beleid

14

2.4

Gebiedsgericht beleid

21

Beschrijving van het plangebied

23

3.1

Ontstaansgeschiedenis en cultuurhistorie

23

3.2

Archeologie

34

3.3

Huidig gebruik

36

Planbeschrijving

40

4.1

Inleiding

40

4.2

Opzet van het plan

40

4.3

Ontwikkelingen

40

4.4

De verschillen tussen de oude plannen en het nieuwe plan

46

4.5

Juridische planbeschrijving

53

Water

61

5.1

Beleidskader

61

5.2

Samenwerking met de waterbeheerder

63

5.3

Huidige watersysteem

63

5.4

De wateropgave

65

Hoofdstuk 6

Milieu

70

6.1

Inleiding

70

6.2

Geluid

70

6.3

Milieu effectrapportage

81

6.4

Milieuzonering

82

6.5

Luchtkwaliteit

85

6.6

Bodem

87

6.7

Externe veiligheid

88

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

2

6.8

Natuur

90

Hoofdstuk 7

Handhaving

95

Hoofdstuk 8

Financiële uitvoerbaarheid

96

Hoofdstuk 9

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

97

Vooroverleg

97

9.1 Bijlagen

99

Bijlage 1

Onderzoekslocaties akoestisch onderzoek

100

Bijlage 2

Rekenresultaten akoestisch onderzoek

102

Bijlage 3

Aan te vragen hogere waarden

112

Regels

117

Hoofdstuk 1

INLEIDENDE REGELS

118

Artikel 1

Begrippen

118

Artikel 2

wijze van meten

124

BESTEMMINGSREGELS

125

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bedrijf - Nutsvoorziening

125

Artikel 4

Gemengd - 1

126

Artikel 5

Gemengd - 2

128

Artikel 6

Gemengd - 3

130

Artikel 7

Gemengd - 4

132

Artikel 8

Gemengd - 5

134

Artikel 9

Gemengd - 6

136

Artikel 10

Gemengd - 7

138

Artikel 11

Groen

139

Artikel 12

Horeca

140

Artikel 13

Kantoor

141

Artikel 14

Maatschappelijk - 1

142

Artikel 15

Maatschappelijk - 2

143

Artikel 16

Sport - Sport- en speelterrein

144

Artikel 17

Tuin

145

Artikel 18

Verkeer - Erf

147

Artikel 19

Verkeer - Garagebox

148

Artikel 20

Verkeer - Verblijfsgebied

149

Artikel 21

Verkeer - Wegverkeer

150

Artikel 22

Water

151

Artikel 23

Wonen

152

Artikel 24

Wonen - Berging

155

Artikel 25

Wonen - Bijzonder woongebouw

156

Artikel 26

Leiding - Hoogspanning

157

3

Artikel 27

Leiding - Water

159

Artikel 28

Waarde - Archeologie 1

161

Artikel 29

Waarde - Archeologie 2

163

Artikel 30

Waarde - Archeologie 3

165

Artikel 31

Waarde - Archeologie 4

167

Artikel 32

Waarde - Cultuurhistorie 2

169

Artikel 33

Waterstaat - Waterkering

170

Artikel 34

Waterstaat - Waterstaatkundige functie

171

Hoofdstuk 3

ALGEMENE REGELS

172

Artikel 35

Anti-dubbeltelregel

172

Artikel 36

Algemene bouwregels

173

Artikel 37

Algemene aanduidingsregels

175

Artikel 38

Algemene afwijkingsregels

177

Artikel 39

Overige regels

178

Hoofdstuk 4

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

179

Artikel 40

Overgangsrecht

179

Artikel 41

Slotregel

180

Bijlagen

181

Bijlage 1

Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria

182

Bijlage 2

Bedrijvenlijst

200

Bijlage 3

Dove gevels Koplocatie

203

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het huidige bestemmingsplan 'Bospolder - Tussendijken' is vastgesteld in 2007 (en is onherroepelijk geworden in 2009). In 2019 is het plan ca. 10 oud en aan actualisatie toe. Dit is één van de redenen dat dit plan nu opgepakt wordt. Het opstellen van het bestemmingsplan gebeurt in het kader van het Meerjarenprogramma actualisering bestemmingsplannen. Daarnaast spelen er in de directe omgeving van het plangebied ontwikkelingen die aanleiding geven tot herziening van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen. Het betreft de aanpak van de Mathenesserweg, die deels in het bestemmingsplan 'Bospolder – Tussendijken' valt en deels in het bestemmingsplan 'Spangen', en een programmatische wijziging van de ontwikkelingsmogelijkheden in het Vierhavensstraatgebied (het 'Dakpark'). Om die reden is een klein deel van het geldende bestemmingsplan 'Spangen' onderdeel geworden van het nieuwe bestemmingsplan, alsmede het gehele bestemmingsplan 'Vierhavensstraat e.o.'. Tenslotte is in 2012 een nieuw bestemmingsplan 'Mathenesserdijk e.o.' vastgesteld voor het gebied rondom de Mathenesserdijk, ook dit plan zal onderdeel worden van het nieuwe bestemmingsplan.

1.2

Gekozen planopzet

De basis voor het nieuwe plan wordt gevormd door de vier geldende bestemmingsplannen. De opzet van het nieuwe plan is dan ook in grote lijnen gelijk aan die van de geldende bestemmingsplannen. Dit betekent dat het grootste deel van het plangebied een gedetailleerde bestemming heeft wat betreft bouwmogelijkheden. De gemengde bestemmingen, die met name aan de doorgaande wegen liggen, bieden daarentegen flexibiliteit wat betreft gebruiksmogelijkheden. In de tussenliggende woongebieden wordt minder flexibiliteit geboden qua gebruik. Het gedeelte van het plangebied ter plaatse van het Dakpark kent een andere opzet omdat hier een brede bestemming is opgenomen in verband met ontwikkelingsmogelijkheden. Dit nieuwe plan is echter geen exacte kopie van de vorige plannen. Bepaalde zaken worden op een andere manier geregeld en op bepaalde locaties worden de mogelijkheden verruimd of juist beperkt. Ook zijn er verschillen met het vorige plan als gevolg van nieuw gemeentelijk, provinciaal en landelijk beleid ten aanzien van ruimtelijke ordening. De zaken die in dit plan op een andere manier geregeld zijn staan beschreven in Hoofdstuk 4, voor een beschrijving van de opzet van de vier geldende plannen wordt verwezen naar paragraaf 1.4.

1.3

Ligging en begrenzing

De noordelijke plangrens wordt gevormd door de achterste perceelgrens van de panden met een gemengde bestemming aan de noordzijde van de Mathenesserweg. Ter plaatse van de panden met een woonbestemming ligt de plangrens direct ten noorden van de Mathenesserweg. Deze panden (en percelen) maken dus geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan, maar blijven onderdeel van het bestemmingsplan 'Spangen'. De panden en percelen aan het Marconiplein 1 t/m 6 maken wel onderdeel uit van het nieuwe bestemmingsplan. De westelijke plangrens bestaat uit het Marconiplein, een klein stukje van het Hudsonpad en de Vierhavensstraat. Zowel het Marconiplein als de Vierhavensstraat vallen binnen het plangebied. De zuidelijke plangrens wordt gevormd door de Pelgrimsstraat. De Spanjaardstraat, Noordschans en het

5

hart van de Delfshavense Schie bepalen de oostelijke plangrens. Zie figuur 1.1.

Figuur 1.1: ligging plangebied

1.4

Geldende bestemmingsplannen

Binnen het plangebied gelden vier bestemmingsplannen, zie ook figuur 1.2: 'Bospolder – Tussendijken' (onherroepelijk geworden in 2009); 'Mathenesserdijk e.o.' (onherroepelijk geworden in 2012); 'Spangen' (deels) (onherroepelijk geworden in 2014); 'Vierhavensstraat e.o.' (onherroepelijk geworden in 2010);

6

Figuur 1.2: geldende bestemmingsplannen

7

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Vastgesteld op 13 maart 2012 Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Voor de middellange termijn (2028) kiest het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden: 1) Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur; 2) Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3) Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Daarnaast benoemt het Rijk 13 nationale belangen, waar het rijk verantwoordelijk voor is.

Het betreft: 1) Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4) Efficiënt gebruik van de ondergrond; 5) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening, en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10) Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming

bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur geeft de nationale belangen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is, geografisch weer. Op deze kaart in de structuurvisie is op hoofdlijnen aangegeven welke gebieden en structuren van nationaal belang zijn bij de geformuleerde rijksdoelen rond concurrentiekracht, bereikbaarheid en leefbaarheid en veiligheid, zodat een samenhangende ruimtelijke hoofdstructuur zichtbaar wordt. De structuurvisie infrastructuur en ruimte vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving.

8

2.1.1.1 Relevant beleid voor het plangebied De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is een beleidsdocument dat zich kenmerkt door een hoog abstractieniveau en zodoende alleen concreet beleid bevat voor grootschalige ontwikkelingen van nationale betekenis. Er worden met dit bestemmingsplan geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een raakvlak hebben met het beleid van de SVIR. Zodoende kan gesteld worden dat dit plan niet in strijd is met de SVIR.

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 5 juni 2014 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van het beleid uit de SVIR. Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang. 2.1.2.1 Relevant beleid voor het plangebied Net als de SVIR kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied.

2.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)

In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder. Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

2.1.3.1 Toetsing Nieuwe woningen Dit bestemmingsplan maakt op een aantal locaties nieuwe woningen mogelijk, door middel van nieuwbouw of transformatie. Het gaat om de volgende locaties: Nieuwbouwlocaties Dakpark, ca. 280 woningen (zie ook paragraaf 4.3.1 en 4.3.2); Nieuwbouwlocatie Kleine Visserijstraat, ca. 2 woningen (zie ook paragraaf 4.4.4); Transformatie van gemeentelijk vastgoed, maximaal ca. 37 woningen. (zie ook paragraaf 4.4.4); Transformatie van vrijkomende onderwijsgebouwen, maximaal ca. 65 woningen (zie ook paragraaf 4.4.3). Naast deze mogelijkheden bieden een aantal gemengde bestemmingen ook nog planologische mogelijkheden voor nieuwe woningen. Omdat in deze gemengde bestemmingen de functie 'woningen' is

9

toegestaan op alle bouwlagen, biedt dit plan de mogelijkheid om bestaande commerciële-, maatschappelijke of bedrijfsruimten te transformeren naar woningen. In dit geval is het echter niet mogelijk concrete aantallen te geven aangezien de transformaties zich moeilijk laten voorspellen. Verder zorgen de nieuwbouwlocaties Van Dorp A3 en The Hudsons voor ca. 180 woningen (zie ook paragraaf 4.4.2). Deze waren echter al mogelijk op basis van het vorige bestemmingsplan en zijn al vergund. De bovengenoemde mogelijkheden moeten voorzien in een actuele behoefte. De regiogemeenten van de toenmalige Stadsregio Rotterdam hebben de woonvisie 'Dat spreken we af! - Woningmarktstrategie Regio Rotterdam 2014-2020' (vastgesteld op 12 februari 2014 door de stadsregio Rotterdam) opgesteld ter uitwerking van het provinciale beleid. In april 2014 is deze woonvisie aanvaard door de provincie en daarmee als regionale woonvisie te beschouwen. Woningbouwplannen die overeenstemmen met de nota 'Dat spreken we af' voldoen op basis van de Verordening ruimte aan het onderdeel 'verantwoording van de behoefte' en 'regionale afstemming' van de Ladder. Uit de woonvisie blijkt dat er een substantiële behoefte is aan nieuwe woningen in de stad en regio: het gaat om 28.000 nieuwe woningen tot 2020. Daardoor voorzien de planologische mogelijkheden voor nieuwe woningen in overeenstemming in een behoefte.

Het plangebied ligt volledig binnen het bestaand stedelijk gebied.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Vastgesteld op 20 januari 2019 door Provinciale Staten van Zuid-Holland, in werking getreden op 1 april 2019 Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen makenonderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De provincie zet in op een groenblauwe structuur als samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes met land en water routes die stad en land met elkaar verbinden. Opgave daarbij is om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Zes richtingsgevende ambities zijn daarbij relevant: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

klimaatbestendige delta; een nieuwe, circulaire economie; een levendige meerkernige metropool; energievernieuwing, geen fossiele brandstoffen meer; bereikbare provincie, geen files; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Het Omgevingsbeleid krijgt vorm via een opgave gerichte aanpak. Vanuit maatschappelijke opgaven wordt er, samen met belanghebbenden, bepaald welke onderdelen van het omgevingsbeleid worden toegepast. Op deze wijze wordt er een uitnodigend perspectief geboden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De ambities geven vorm aan de volgende provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit': 1. Landschap en cultuurhistorie: beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. 2. Gezondheid en veiligheid: zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; 3. Natuur en recreatie: behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende,

10

aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; 4. Ruimte en verstedelijking: zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; 5. Wonen: bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; 6. Bodem en ondergrond: zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; 7. Cultuurparticipatie en bibliotheken: ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken; 8. Klimaatadaptatie: bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; 9. Zoetwater en drinkwater: duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; 10. Bereikbaarheid: bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; 11. Regionale economie: versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; 12. Energievoorziening: bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen.

Het bovenstaande heeft betrekking op de fysieke leefomgeving in brede zin en anticipeert op de inwerkingtreding van de omgevingswet. Voor bestemmingsplannen is afdeling 6.2 van de omgevingsverordening (OV) relevant. De inhoud van deze afdeling is gelijk aan die van de Verordening Ruimte 2014, de voorloper van de Omgevingsverordening.

2.2.1.1 Relevant beleid voor het plangebied Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen De provinciale ladder voor duurzame verstedelijking is per 29 juni 2018 gelijk aan de ladder uit het Bro, voor zover het gaat om ontwikkelingen binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Voor een toetsing aan de ladder wordt dan ook verwezen naar paragraaf 2.1.3.

Artikel 6.11 Kantoren De OV bevat regels voor ontwikkelingen die uitgaan van nieuwe kantoorfuncties. Zo zijn nieuwe kantoorfuncties alleen toegestaan wanneer ze zijn aangeduid op de bij de OV horende kaart ten aanzien van kantoorlocaties. Er zijn echter een aantal uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld voor kleine zelfstandige kantoren met een b.v.o. van ten hoogste 1.000 m² per vestiging, kantoren met een lokaal verzorgingsgebied en bedrijfsgebonden kantoren met een b.v.o. dat minder bedraagt dan 50% van het totale bedrijfsoppervlak.

Toetsing Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe kantoorlocaties mogelijk die groter zijn dan 1.000 m² bruto per vestiging. De meeste kantoorfuncties binnen het plangebied bevinden zich in de plinten van de gemengde bestemmingen langs doorgaande wegen. Deze zijn gemaximeerd op 750 m² b.v.o. per vestiging. De planologische mogelijkheden voor kantoren in dit plan zijn vrijwel allemaal afkomstig uit de vorige bestemmingsplannen. Alleen op de staart/Diepenveenlocatie zijn nieuwe kleinschalige zelfstandige kantoren mogelijk die nog niet mogelijk waren op basis van het vorige bestemmingsplan. De oppervlakte is ook hier gemaximeerd op 750 m². Hierdoor is er geen strijdigheid met de OV. Overigens zijn deze plintruimten met meerdere functies in te vullen dus het is niet zeker of er ook daadwerkelijk kantoren gerealiseerd zullen worden. Verder is er ten opzichte van de vorige bestemmingsplannen sprake van een substantiële afname van planologische mogelijkheden voor kantoren. Op diverse locaties zijn mogelijkheden uit het vorige plan

11

komen te vervallen. Voorbeelden hiervan zijn de getransformeerde panden die voorheen een gemengde bestemming hadden en de koplocatie, waar een ongelimiteerd kantoorprogramma mogelijk was. Nu zijn daar alleen woningen toegestaan.

Artikel 6.13 Detailhandel In artikel 6.13 van de OV is bepaald dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in nieuwe detailhandel indien deze binnen een bestaande winkelconcentratie ligt of daar direct aan grenst. Verder is detailhandel uitsluitend toegestaan binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk of binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie. In het tweede lid is bepaald dat eventuele nieuwe detailhandel daarnaast in overeenstemming moet zijn met het ontwikkelingsperspectief dat is beschreven in het bij de OV horende Programma Ruimte (PR). Bij nieuwe detailhandel met een oppervlak van 4.000 m² b.v.o. of groter in de centra van Rotterdam of Den Haag dient te worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en is een advies nodig van de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. Tenslotte is in het derde lid opgenomen dat bepaalde typen detailhandel algemeen zijn toegestaan, zoals een gemakswinkel of detailhandel in ABC-goederen. Het provinciaal beleid ten aanzien van detailhandel is er op gericht ontwrichting van de detailhandelsstructuur zo veel mogelijk tegen te gaan. Ontwrichting van de detailhandelsstructuur kan structurele leegstand tot gevolg hebben. Structurele leegstand is ruimtelijk relevant omdat dit gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat.

Parallel aan het voorkomen van leegstand wordt beoogd duurzame ontwrichting van het voorzieningenaanbod te voorkomen. Duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau heeft als gevolg dat voorzieningen voor eerste levensbehoeften niet meer binnen een aanvaardbare afstand aanwezig zijn voor bewoners. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van detailhandel dat is vervat in de Nota detailhandel (zie ook 2.3.3) sluit aan bij het provinciaal beleid en pleit voor een evenwichtige detailhandelsstructuur. Een evenwichtige detailhandelsstructuur laat zich vertalen in het zo veel mogelijk voorkomen van leegstand enerzijds en zorgen voor voldoende winkelaanbod binnen een aanvaardbare afstand anderzijds. In de Nota worden winkelgebieden aangewezen die passen in de gemeentelijke detailhandelsstructuur en die om die reden toekomstbestendig zijn. Verspreid liggende detailhandel buiten deze winkelgebieden dient zoveel mogelijk tegengegaan te worden. Voor de winkelgebied die in de Nota aangewezen worden als niet-toekomstbestendig geldt een transformatieopgave.

Toetsing Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe detailhandel mogelijk ten opzichte van de bestaande detailhandelsstructuur of ten opzichte van de vorige bestemmingsplannen. Een deel van de detailhandelsmogelijkheden uit de vorige plannen wordt overgenomen. Op veel locaties binnen het plangebied komen detailhandelsmogelijkheden echter te vervallen. Zie paragraaf 2.3.3. Ten opzichte van de vorige plannen is er dan ook sprake van een substantiële afname van planologische mogelijkheden voor detailhandel. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met het provinciale detailhandelsbeleid.

Artikel 6.25 Bescherming Molenbiotoop Aan de Voorhaven in historisch Delfshaven staat 'De Distilleerketel', een moutmolen die oorspronkelijk in 1899 is gebouwd (de huidige molen is herbouwd/gerestaureerd in 1986). Rondom deze molen ligt een molenbiotoop. De molenbiotoop is in het leven geroepen om de relatie tussen een molen en zijn omgeving te leggen. Bij de molenbiotoop is de ruimte die vrij wordt gehouden voor een goede windvang van belang. Ook staat de zichtbaarheid van de molen centraal. Dit is historisch zo gegroeid en maakt dat een molen vaak zo sfeerbepalend is. De molenbiotoopformule is een eenvoudige manier om de maximaal aanvaardbare hoogte van obstakels rond een molen te berekenen, dusdanig dat de molen hier geen onoverkomelijke hinder van ondervindt. De biotoopformule wordt dus vooral toegepast om te kunnen bepalen of een obstakel op een bepaalde afstand van de molen al dan niet 'te hoog' is. De eerste 100 meter dient in beginsel vrij te zijn van obstakels. Vanaf 100 tot 400 meter geldt een

12

oplopende lijn. Om de vrije windvang en het zicht op traditionele molens in het Zuid-Hollands landschap te garanderen is een molenbeschermingszone ingesteld met een straal van 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen. Binnen deze zone gelden de volgende voorwaarden: a. Binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. Binnen bestaand stadsgebied gelden de volgende voorwaarden binnen een straal van 100 tot 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen: de maximale hoogte van bebouwing/beplanting mag niet hoger zijn dan 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk/beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 30-regel). c. Buiten bestaand stadsgebied gelden de volgende voorwaarden binnen een straal van 100 tot 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen: de maximale hoogte van bebouwing/beplanting mag niet hoger dan 1/100 van de afstand tussen het bouwwerk/beplanting en het middelpunt van de molen gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 100-regel).

In afwijking van de regel onder a, b en c is het oprichten van nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk indien: er sprake is van een ontwikkeling waarin vrije windvang en het zicht op de molen al beperkt zijn door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd. Toetsing De molenbiotoop valt voor een deel over het plangebied en over de ontwikkellocatie staart/Diepeveenlocatie. Alleen deel 'b' van de hierboven beschreven regeling is relevant voor dit bestemmingsplan, de molen staat binnen bestaand stadsgebied en de eerste 100 m van de biotoop liggen buiten het plangebied. De molen staat op een stelling van 10 m, de afstand tussen de onderste punt van de verticaal staande wiek en de stelling bedraagt 0,9 m en het maaiveld ter plaatse ligt op 2,6 m +NAP. De onderste punt van de verticaal staande wiek bevindt zich dus op 13,5 m +NAP. De molen staat binnen het bestaand stads- en dorpsgezicht, waardoor de hoogtebeperking varieert van ca. 22 m +NAP ter plaatse van de meest oostelijke grens van de ontwikkellocatie tot ca. 27 m + NAP, ongeveer halverwege de ontwikkellocatie. De meest westelijke helft van de ontwikkellocatie kent geen beperkingen, deze ligt buiten de biotoop.

Verder ligt de molenbiotoop over de bestaande bebouwing in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Op de staart/Diepeveenlocatie mag in beginsel tot 35 m hoog bebouwd worden (gerekend vanaf het peil/maaiveld, dat ter plaatse varieert van ca. 3,5 tot 4 m +NAP), maar er dient rekening gehouden te worden met de beperkingen als gevolg van de molenbiotoop. Daarom is op de verbeelding de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' opgenomen. De regels uit de OV vormen voor zover relevant de regeling van deze gebiedsaanduiding, inclusief de afwijkingsmogelijkheid. Voor beplanting binnen de molenbiotoop is een vergunningenstelsel opgenomen. In de regels van de bestemming Wonen, die is opgenomen ter plaatse van de ontwikkellocatie, is een expliciete koppeling opgenomen met de regeling van de molenbiotoop. Bij het bebouwen/ontwikkelen van de locatie moeten de regels van de molenbiotoop dus in acht genomen worden. Wanneer er een concreet bouwplan is kan eventueel in overleg met de provincie afwijking worden verleend. Zie ook paragraaf 4.5.3.

Artikel 6.23 Buitendijks bouwen In artikel 6.23 van de OV is bepaald dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het buitendijks

13

gebied dat nieuwe bebouwing mogelijk maakt, een toelichting bevat op het slachtofferrisico bij een eventuele overstroming. Ook dient een afweging gemaakt te worden voor het toelaten van nieuwe bebouwing op deze gronden.

Toetsing De gronden ten zuiden van de Hudsonstraat (het Dakpark e.o.) liggen buitendijks. Dit bestemmingsplan maakt nieuwe bebouwing mogelijk ter plaatse. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het slachtofferrisico bij een eventuele overstroming.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Stadsvisie Rotterdam: Ruimtelijke ontwikkelingsstrategie 2030

Vastgesteld op 29 november 2007 door de Rotterdamse gemeenteraad De Stadsvisie vormt het ruimtelijk kader voor alle investeringen, projecten en plannen die in de stad worden gerealiseerd. De Stadsvisie is een ontwikkelingsstrategie voor de stad Rotterdam, voor de periode tot 2030. De Stadsvisie heeft als missie een sterke economie en een aantrekkelijke woonstad. Deze missie is uitgewerkt in een aantal kernbeslissingen op de onderwerpen wonen en economie en deze bepalen wat er de komende jaren op deze gebieden gebeurt in de stad. Veel van de kernbeslissingen zullen de komende vijftien jaar worden omgezet in de uitvoering van een aantal (bouw) projecten in de stad, waardoor Rotterdam over pakweg vijftien jaar inderdaad een sterke economie heeft en aantrekkelijke woongebieden kent, ook voor haar hoogopgeleide bewoners. Op basis van effectmeting zijn dertien gebiedsontwikkelingen aangewezen die het belangrijkst zijn voor de realisatie van de doelen 'sterke economie' en 'aantrekkelijke woonstad', zogenoemde VIP-gebieden. Deze dertien grote gebiedsontwikkelingen krijgen prioriteit in de nabije toekomst (de komende 10 jaar).

2.3.1.1 Relevant beleid voor het plangebied Bospolder - Tussendijken en Spangen zijn in de Stadsvisie aangewezen als herstructureringsgebieden. Destijds scoorden de wijken slecht in de Grote Woontest en waren er veel 'kwetsbare' woningen in het gebied. In algemene zin wordt ingezet op sloop en nieuwbouw, investeringen in de buitenruimte, de aanpak van huisjesmelkers, gedwongen woningverbetering en interventie. In de Stadsvisie is niet beschreven welke maatregelen specifiek voor het plangebied van toepassing zijn. Wel zijn de afgelopen jaren op diverse locaties in het gebied woningen gesloopt en reeds vervangen door nieuwbouw, of de gronden worden op dit moment herontwikkeld met nieuwbouw. Het gaat onder andere om blokken aan de Hudsonstraat (The Hudsons), Medinastraat (Le Medi), Puntstraat en Mathenesserdijk/Bruijnstraat (Van Dorp-A3). Verder staat de aanleg van de Parklane (verleggen Vierhavensstraat) en het Dakpark genoemd om een impuls te geven aan de verdere ontwikkeling van Bospolder - Tussendijken. Net als de herstructureringsprojecten zijn deze projecten inmiddels al uitgevoerd. Dit bestemmingsplan draagt niet specifiek bij aan het verwezenlijken van het beleid uit de Stadsvisie, aangezien de bovengenoemde ontwikkelingen al mogelijk waren op basis van de vorige bestemmingsplannen. Het staat de uitvoering van het beleid echter ook niet in de weg.

2.3.2

Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020

Vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de

14

woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen sociale stijgers en young potentials te accommoderen; te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen donder druk staat; en woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad, ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden, en energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen. De basis op orde houden door: het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk, goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken, toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt, en woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning.

De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren.

2.3.2.1 Relevant beleid voor het plangebied Bospolder is aangewezen als één van de gebieden waar de herstructurering moet worden voortgezet. Het is de bedoeling dat er woningen uit het midden- en hogere segment worden toegevoegd. Het bestemmingsplan legt geen beperkingen op aan woningtype of -prijs dus in die zin is het in lijn met het beleid uit de woonvisie. Verder worden mogelijkheden geboden om winkel- of bedrijfsruimtes te transformeren naar woningen. Dit is ook milieutechnisch onderzocht, zodat de ruimtes zonder verdere onderzoeken of ruimtelijke procedure getransformeerd kunnen worden. Hierdoor kunnen nieuwe woningen ontstaan, wat bijdraagt aan de vraag naar nieuwe woningen binnen de stad.

2.3.3 Detailhandel Rotterdam 2017: stedelijke ambities en spelregels voor een toekomstbestendige detailhandelsstructuur Vastgesteld door de Raad op 29 juni 2017 De detailhandel is een belangrijke sector voor de stad. Het is echter ook een sector is met een hoge dynamiek. Om te komen tot een actueel en toepasbaar detailhandelsbeleid is de nota 'Detailhandel Rotterdam 2017: stedelijke ambities en spelregels voor een toekomstbestendige detailhandelsstructuur' vastgesteld. Deze nota is een update van de in 2013 vastgestelde Nota detailhandel. De nieuwe nota bevat de ambities en uitgangspunten ten aanzien van dit onderwerp voor de komende jaren en is opgesteld in samenwerking met ondernemers (verenigingen) en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Per Rotterdams deelgebied is daarnaast een Gebiedskoers vastgesteld waarin de keuzes ten aanzien van detailhandel per deelgebied beschreven staan. Er zijn vier stedelijke ambities ten aanzien van detailhandel geformuleerd: 1. een evenwichtige detailhandelsstructuur, waarbij de samenhang tussen de verschillende winkelgebieden essentieel is. Ingezet wordt op toekomstbestendige en geconcentreerde winkelgebieden en verspreid liggende winkels dienen zoveel mogelijk tegengegaan te worden. Per gebied heeft een uitwerking van deze ambitie plaatsgevonden. Deze zijn vastgelegd in de

15

Gebiedskoersen die onderdeel zijn van de nota; 2. meer flexibiliteit en dynamiek ter versterking van de detailhandelsstructuur door het geven van ruimte aan nieuwe concepten in toekomstbestendige winkelgebieden; 3. het detailhandelsbeleid als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen, bij nieuwe detailhandelsinitiatieven maar ook bij aanpassing of actualisatie van bestemmingsplannen. Dit betekent dat de gemeente de mogelijkheid heeft om bij actualisatie van bestemmingsplannen de detailhandelsbestemming van panden, buiten de gedefinieerde gebieden, te wijzigen (indien het pand geen detailhandelsfunctie meer heeft). Het stedelijk detailhandelsbeleid fungeert in deze context als voorzienbaar kader; 4. een bruisende binnenstad, in samenhang met andere voorzieningen zoals horeca, leisure, dienstverlening en een aantrekkelijke buitenruimte. Om de ambities te halen zijn een aantal spelregels opgesteld, zoals geen nieuwe winkels buiten de bestaande detailhandelsstructuur, geen detailhandel op bedrijventerreinen en strenge voorwaarden voor het creëren van nieuwe winkelgebieden.

2.3.3.1 Relevant beleid voor het plangebied Binnen het plangebied zijn drie grote gebieden aanwezig die functioneren als winkelgebied, of die in het verleden een functie hadden als winkelgebied. Zie figuur 2.1. Daarnaast zijn er op een aantal locaties in met name de woonbuurten solitaire winkels te vinden. Per (voormalig) winkelgebied is een koers bepaald.

Figuur 2.1: huidige en voormalige winkelgebieden en de gekozen koers

Het Mathenesserkwartier in het noorden van het plangebied bestaat uit de Mathenesserweg en Grote Visserijstraat. In het verleden was dit een gebied met concentratie aan detailhandel en functioneerde het als boodschappencentrum. In veel ruimtes zijn de winkels verdwenen en vervangen door bedrijfjes of dienstverlening, of de ruimtes zijn getransformeerd tot woning. Doordat veel winkels zijn verdwenen is het aanbod niet compleet genoeg om te functioneren als winkelgebied. Aanhaking op het

16

Mathenesserplein is door de afstand en barrière met de Delfshavense Schie niet kansrijk. In dit gebied ligt een transformatieopgave, waardoor de winkelfunctie op termijn steeds verder zal afnemen. Dit geldt overigens in iets mindere mate voor de blokken aan weerszijden van de Mathenesserweg direct nabij de Mathenesserbrug en het blok nabij het Marconiplein, de 'koppen' van de Mathenesserweg. Hier is nog sprake van een redelijke winkelconcentratie. In deze blokken blijft detailhandel daarom algemeen mogelijk. Ook in de hoekpanden aan de Mathenesserweg blijft detailhandel mogelijk. In het kader van de aanpak Mathenesserweg (zie paragraaf 4.3.3) is het namelijk wenselijk dat deze panden een publieksaantrekkende werking behouden. In deze panden zijn overigens ook andere publieksaantrekkende functies mogelijk. Voor het meest noordelijke deel van de Grote Visserijstraat (ten noorden van de Zoutziedersstraat) geldt dat de detailhandel in de huidige situatie grotendeels is verdwenen. Op basis van het vorige bestemmingsplan was hier uitsluitend detailhandel en dienstverlening mogelijk. Die bestemming is omgezet in een nieuwe bestemming Gemengd - 6 waarbinnen dienstverlening, bedrijven, kantoren, praktijkruimten en wonen zijn toegestaan. De nog aanwezige detailhandel is positief bestemd door middel van een aanduiding 'detailhandel'.

In het deel van de Grote Visserijstraat ten zuiden van de Zoutziederstraat zijn de winkels vrijwel geheel verdwenen. Op basis van het vorige plan was binnen de gemengde bestemming ter plaatse overal detailhandel mogelijk. Deze mogelijkheid is komen te vervallen. Circa de helft van de panden is getransformeerd naar woning of heeft nooit een niet-woonfunctie gekend. Deze panden zijn als Wonen bestemd. Voor de andere panden is de bestemming Gemengd - 2 opgenomen. De invulbaarheid van de panden is hiermee gewaarborgd. Nog aanwezige detailhandel is positief bestemd met de aanduiding 'detailhandel'. Centraal in het plangebied ligt de Schiedamseweg, wat zowel van oudsher als tegenwoordig één van de belangrijkste winkelgebieden van Delfshaven is. Op basis van de omvang, het aanbod en het bezoekdoel, is de Schiedamseweg te typeren als zogenaamd 'easyshopping' winkelgebied. De consument kiest voor dit soort complete winkelgebieden voor gemak en nabijheid. Er zijn veel verschillende branches vertegenwoordigd, maar het aanbod is in dit type winkelgebied gemiddeld genomen niet zodanig dat de consument met een recreatief doel komt. Efficiënt winkelen voor zowel dagelijkse als niet-dagelijkse artikelen staat centraal. De wekelijkse warenmarkt op het Grote Visserijplein fungeert als publiekstrekker voor het winkelgebied.

De Schiedamseweg valt op te delen in twee gebieden: het deel tussen de Lage Erfbrug en het Grote Visserijplein en het deel verder richting het Marconiplein. Voor het eerstgenoemde deel geldt dat het echt moet functioneren als winkelgebied, voor het andere deel geldt dat ook andere functies wenselijk zijn. Om die reden is voor het eerste deel een bestemming opgenomen waarbinnen op de begane grond alleen detailhandel en dienstverlening toegestaan zijn (Gemengd - 3), voor het tweede deel is een ruimere bestemming opgenomen (Gemengd - 1). Deze wijze van bestemmen is één op één overgenomen uit het geldende plan. In het zuiden van het plangebied ligt de Vierhavensstrip, ook wel Bigshops Parkboulevard genoemd. Dit is een relatief nieuw winkelgebied dat gebouwd is op de plaats van het voormalige rangeerterrein. Het wordt gekenmerkt door een combinatie van perifere branches en winkels met het thema branche vrije tijd in de grootschalige variant. Naast winkels in de woonbranches zijn enkele aanvullende branches, zoals speelgoed, woonwarenhuis en zijn er een supermarkten gevestigd. Voor de toekomst is het belangrijk dat wordt ingezet op een duidelijk profiel en positie in de Rotterdamse structuur. Uitbreiding van het winkelaanbod in het dagelijks segment (levensmiddelen en persoonlijke verzorging) is hier niet gewenst vanwege de nabijheid van de Schiedamseweg.

Voor het overige moet de branchering thematisch/perifeer gehandhaafd blijven. Het toegestane programma is daarom herijkt. Zie ook paragraaf 4.4.1 onder 'Gemengd - 5'. Tenslotte is op basis van de vorige bestemmingsplannen op een aantal locaties op pandniveau nog detailhandel mogelijk. Voor deze verspreid liggende detailhandel geldt dat deze niet bijdraagt aan een versterking van de gemeentelijk detailhandelsstructuur. Onbenutte planologische mogelijkheden voor detailhandel op dergelijke locaties zijn in het nieuwe plan dan ook zo veel mogelijk te vervallen.

17

2.3.4

Horecanota Rotterdam 2017-2021

Vastgesteld op 1 november 2016 door College van burgemeester en wethouders In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De nota beschrijft het instrumentarium dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen.

Belang voor de stad Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, een balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Bovendien levert de horecasector werkgelegenheid op en stimuleert het de lokale economie. De aantrekkingskracht van de stad is de afgelopen jaren toegenomen. Er wordt weer geld uitgegeven door bezoekers, Rotterdam voert de goede lijstjes aan en is in 2015 uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijkertijd verdicht de bewoning en is ruimte schaars. Het is dus van belang alles in goede banen te leiden en deze schaarse ruimte optimaal te benutten. De positieve ontwikkelingen van Rotterdam weten sommige delen van de stad onvoldoende te bereiken vanwege de aanwezigheid van malafide ondernemingen, georganiseerde criminaliteit en overlast. Dit vraagt om extra aandacht en stevig optreden.

Visie en ambities Met dit horecabeleid borduurt Rotterdam voort op de goede ontwikkelingen in onze stad. Met oog voor ondernemerschap en aandacht voor een prettig woon- en leefklimaat voor onze bewoners zijn aan de hand van een aantal uitgangspunten vier ambities bepaald waarmee Rotterdam invulling geeft aan de visie op horeca voor de komende jaren. De Horecanota 2017-2021 geeft invulling aan de visie van Rotterdam ten aanzien van de horeca voor de komende vijf jaar. De horecanota staat niet op zichzelf. Het is een kader dat samen met andere gemeentelijke kaders en visies moet zorgen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te verblijven. Op basis van de visie en aan de hand van onderstaande uitgangspunten realiseert Rotterdam de ambities van balans in de wijk, een veerkrachtige binnenstad, verantwoord ondernemerschap en de stad als laboratorium.

Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen) In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken.

Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel.

18

Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0.

Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk.

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)

19

Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Dit gebeurt door middel van een aanwijzingsbesluit dat voor bepaalde of onbepaalde tijd van kracht is. De aanwijzing wordt genomen op basis van het Horecagebiedsplan (zie ook paragraaf 2.4.1) dat ter plaatse van kracht is, waarin ook gemotiveerd is waarom het gebied wordt aangewezen. In die gevallen is altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren, ook al is er sprake van één van de hierboven beschreven situaties.

Exploitatievergunning en exploitatiecategorieën Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie).

Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z'n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd.

2.3.4.1 Relevant beleid voor het plangebied Het voor het plangebied relevante horecabeleid is vervat in het Horecagebiedsplan Delfshaven. Zie hiervoor paragraaf 2.4.1.

2.3.5

Convenant huisvesting bijzondere doelgroepen Rotterdam

In werking getreden op 15 december 2015 De Rotterdamse samenleving kent een aantal mensen die om verschillende redenen (soms tijdelijk) minder goed in staat om in de maatschappij goed te functioneren. In de praktijk van zorg en huisvesting hebben wordt dan gesproken over bijzondere doelgroepen. Zorgorganisaties, woningcorporaties en de gemeente Rotterdam hebben de afspraak gemaakt samen te werken bij de huisvesting van bijzondere

20

doelgroepen. De samenwerking is vastgelegd in het zogenoemde Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen. Het convenant is uitsluitend van toepassing wanneer het gaat om personen met een psycho/sociale problematiek waarvan bepaald is dat er een reëel risico op overlastgevend gedrag is dat zich in het openbaar en in de directe omgeving kan manifesteren. Het convenant is op deze groep mensen van toepassing voor zover zij niet zelfstandig wonen in een open woon/zorgvoorziening of zelfstandig wonen met een huurzorgcontract. Het Platform Huisvesting Bijzondere Doelgroepen is het gremium waar partners de gezamenlijke verantwoordelijkheid delen voor het bij elkaar brengen van vraag en aanbod in de huisvesting van bijzondere doelgroepen, gezamenlijk de regie voeren en betrokken bestuursorganen adviseren over beleidskwesties. Alle aan het convenant deelnemende partijen hebben de plicht initiatieven tot het realiseren van een nieuwe voorziening voor bijzondere doelgroepen te melden aan het Platform. Ook initiatieven van partijen die het convenant niet hebben ondertekend worden volgens het zoneringskader in het convenant gewogen. Het zoneringskader is bedoeld om een evenwichtige verdeling van open woon/zorgvoorzieningen en zelfstandige woonruimte met huurzorgcontract over de stad te bewerkstelligen.

Het zoneringskader bestaat uit: een protocol voor de realisatie van nieuwe open woon/zorgvoorzieningen (opgenomen in het convenant); de zoneringskaart, een afwegingskader voor de realisatie van nieuwe open woon/zorgvoorzieningen; de buurtsignaleringskaart, een afwegingskader voor de toewijzing van zelfstandige woonruimte met een huurzorgcontract. Op de zoneringskaart zijn wijken aangegeven, waar de draagkracht onvoldoende is om blijvend te voorzien in een goede sociale omgeving voor huisvesting van mensen uit de doelgroep, zowel gehuisvest in voorzieningen als zelfstandig wonend. In deze wijken wordt door alle partijen naar verdunning gestreefd.

2.3.5.1 Relevant beleid voor het plangebied Het plangebied is op de zoneringskaart aangeduid als 'beperkte ruimte'. Er is beperkte ruimte voor nieuwe voorzieningen. Ze worden bij voorkeur niet gerealiseerd in die delen van de wijk die in de Buurtsignalering negatief scoren ten opzichte van het stedelijk gemiddelde.

2.4

Gebiedsgericht beleid

2.4.1

Horecagebiedsplan Delfshaven 2019-2021

Vastgesteld door B&W op 25 juni 2019 Algemene ontwikkelrichting Op 6 oktober 2018 is Delfshaven door de burgemeester aangewezen als veiligheidsrisicogebied. Dit houdt in dat in Delfshaven sprake is van een verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van (vuur)wapens, dan wel van een ernstige vrees voor het ontstaan daarvan en dat er een dringende maatschappelijke behoefte bestaat om tegen het bezit en het gebruik van (vuur)wapens op te treden. Ervaring leert dat de verstoring ook vanuit openbare inrichtingen, dus ook horeca-inrichtingen, kan worden veroorzaakt. Gezien het feit dat Delfshaven ruim 200 horeca-inrichtingen telt (circa één horeca-inrichting per 375 inwoners) draagt de nadrukkelijke aanwezigheid van het grote aantal aan horeca-inrichtingen in sterke mate bij aan het beeld en de veiligheidsbeleving van de bewoners van Delfshaven. Ook de vele niet vergunningplichtige (maatschappelijke) inrichtingen zoals stichtingen en verenigingen draagt hier aan bij. Daarnaast zijn de meeste panden in Delfshaven voornamelijk vooroorlogse panden, panden die niet heel goed zijn geïsoleerd en vaak bestaan uit grotendeels houten constructies. Al met al brengt vorenstaande met zich mee dat bepaalde categorieën horeca niet zonder meer overal gevestigd kan worden, zonder rekening te houden met het woon- en leefklimaat van de

21

bewoners in de directe omgeving. Alsook dat terrassen op binnenterreinen en achtertuinen niet wenselijk zijn, omdat deze veel (geluids)overlast kunnen veroorzaken voor de directe omgeving.

2.4.1.1 Relevant beleid voor het plangebied Ontwikkelrichting Bospolder en Tussendijken (algemeen) Bospolder-Tussendijken is een wijk met potentie maar ook met een aantal flinke uitdagingen rondom veiligheid, werk en wonen. De aanwezigheid van bepaalde soorten horeca, ondernemers in combinatie met de bebouwing van de wijk zorgt voor overlast. Dit moet als mogelijk voorkomen worden. Totdat de situatie is gestabiliseerd, is verdere uitbreiding van het aantal horeca-inrichtingen in algemene zin niet wenselijk. Op een aantal locaties binnen het plangebied is nieuwe horeca (uit een specifieke categorie) echter wél wenselijk omdat dit de wijk aantrekkelijker kan maken. Het gaat om het Vrouwen Empowerment Center in Pier 80 (het Huis van de Wijk) en de staart/Diepeveenlocatie. Op de eerstgenoemde locatie is horeca mogelijk binnen de maatschappelijke bestemming omdat het horeca betreft die ondergeschikt is aan de vereniging. Op de staart/Diepeveenlocatie is de toekomstige horeca mogelijk gemaakt door middel van een aanduiding. Verder is in dit bestemmingsplan alleen de bestaande en vergunde horeca bestemd.

2.4.2

Herijkt gebiedsplan Delfshaven 2016-2018

Vastgesteld op 15 maart 2016 door de Gebiedscommissie Delfshaven Het Gebiedsplan Delfshaven beschrijft op hoofdlijnen de gewenste ontwikkelrichting van de voormalig deelgemeente voor de komende jaren. Het gebiedsplan is samen met de bewoners van het gebied tot stand gekomen.

2.4.2.1 Relevant beleid voor het plangebied Voor de wijken Bospolder en Tussendijken zijn drie doelstellingen geformuleerd: de onderwijs- en arbeidsmarktpositie van jongeren moet beter, het gevoel van veiligheid en waardering van de openbare ruimte moet verbeteren en het woonmilieu moet aantrekkelijker worden. De bijbehorende aanpak heeft vooral een sociaal component, zoals het vergroten van de zelfredzaamheid en het aanpakken van criminaliteit, en minder een fysiek component. Er zijn daarom maar beperkt raakvlakken met dit bestemmingsplan. Wel draagt dit bestemmingsplan door de veelheid aan brede bestemmingen bij aan het tegengaan van leegstand. De keuze ten aanzien van detailhandelsmogelijkheden kunnen bijdragen aan een versterking van het winkelgebied aan de Schiedamseweg, dat een belangrijke functie heeft voor de wijken. De mogelijkheden voor nieuwe woningen door middel van nieuwbouw en transformatie kunnen bijdragen aan de ambitie om meer kansrijke bewoners naar het gebied te trekken.

22

Hoofdstuk 3 3.1

Beschrijving van het plangebied

Ontstaansgeschiedenis en cultuurhistorie

Ten behoeve van dit bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Hiervoor is een zogenaamde Cultuurhistorische Verkenning (hierna: 'CV') op- en vastgesteld, waarin door middel van historisch onderzoek en een ruimtelijke analyse een uiteenzetting wordt gegeven over de ontstaansgeschiedenis en de cultuurhistorisch waardevolle zaken binnen het plangebied. Ook geeft de CV aanbevelingen op het gebied van stedenbouw, openbare ruimte en architectuur. De inhoud en afbeeldingen van deze paragraaf komen voort uit de CV. De CV is opgeleverd in 2009 en is samen met een aantal andere CV'en vastgesteld op 27 juni 2017. In september 2017 is er nog een oplegnotitie opgesteld omdat een aantal in de CV genoemde toekomstige gemeentelijke monumenten inmiddels definitief aangewezen zijn als gemeentelijke monumenten. Dit is relevant omdat toekomstige gemeentelijke monumenten in beginsel beschermd worden door middel van een dubbelbestemming in het bestemmingsplan, en gemeentelijke monumenten beschermd worden door de gemeentelijke monumentenverordening.

3.1.1

Ontstaansgeschiedenis

1900-1910 Uit de topografische kaart van 1911 (zie figuur 3.1) blijkt dat het plangebied destijds overwegend uit polders, doorsneden door dijken, spoorlijnen en kanalen bestond. In het landschap waren ook elementen als een boerderij, industrie en de tol bij Delfshaven te vinden. Opvallend is het tracé van de elektrische tram van Rotterdam naar Schiedam, de rijbaan die hier bij hoort werd pas later (in 1911) aangelegd. De oudste en tevens belangrijkste structurerende lijn op de kaart is de 12e eeuwse Schielandse Hoge Zeedijk, die op de kaart staat als Schiedamsche Zeedijk en voorbij het Marconiplein de Mathenesserdijk heet. De zeedijk loopt van Schiedam tot Gouda en is één van de belangrijkste dijken van Nederland, die een gebied met 3 miljoen inwoners in Zuid-Holland tegen overstromingen beschermt. Andere opmerkelijke elementen nabij het plangebied waren de molens in het tegenwoordige historische Delfshaven. Rond 1910 werd het gebied direct ten westen van de grachtenpanden aan de Aelbrechtskolk en Schans aangelegd. De gemeente legde hier de Schans, Watergeusstraat en Spanjaardstraat aan, alsmede riolering en waterleidingen, waarna particuliere bouwers en grondeigenaren binnen de gemeentelijke rooilijnen huizen moesten bouwen. In de (overwegend liberale) politieke en ambtelijke kring leefde in Rotterdam een sterke voorkeur voor particulier bouwondernemerschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ed5d0e99-7bd0-4cfd-b924-5852bcdf8bca