21bb5526 Raadsvoorstel over verordening tot woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021
Tekst van het document
radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht. 4. Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Indien de in dat wetsartikel bedoelde woonverklaring van de burgemeester negatief is, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd. 5. Indien aan deze woonverklaring voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften opgenomen in de huisvestingsvergunning. Bij overtreding van deze voorschriften kan het college een bestuurlijke boete opleggen. Artikel 2.6 Voorrang op sociaal-economische gronden als bedoeld in artikel 9 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek 1. Een aanvrager van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte, gelegen in eén van de straten die op deel 3 van de lijst in bijlage 1 bij deze verordening staan, krijgt voorrang op andere aanvragers als hij voldoet aan één of meer van de volgende kenmerken: a. het aantoonbaar verrichten van betaald werk. ongeacht het aantal uren per week dat daaraan besteed wordt; b. het aantoonbaar verrichten van vrijwilligerswerk, ongeacht het aantal uren per week dat daaraan besteed wordt; c. het hebben van een opleidingsniveau van ten minste middelbaar beroepsonderwijs; d.
het beoefenen van het beroep van beeldend kunstenaar, blijkend uit een portfolio van voldoende omvang en kwaliteit; e. het hebben van een beroep in het onderwijs, in een zorginstelling of bij een politieeenheid genoemd in bijlage 2 bij deze verordening. 2. Het college kan besluiten om voor straten waarin woonruimte is gelegen als bedoeld in het eerste lid, geen toepassing te geven aan dit artikel.
Registratienummer dienst: BS21/00620 j21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 19
Artikel 2.7 Aanvraag huisvestingsvergunning De aanvraag van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening, b. de naam en het adres van de aanvrager, c. de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken, d. het adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft, e. een schríftelijke verklaring van of namens de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager van de huisvestingsvergunning te verhuren, behoudens in de gevallen, bedoeld in de artikelen 267, zesde lid, 268, derde lid en 270, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, f. een verklaring omtrent de bron en de hoogte van het inkomen van het huishouden van de aanvrager en g. een verklaring omtrent de verblijfsstatus van de aanvrager, indien deze niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Artikel 2.8 Beslissing huisvestingsvergunning 1. Het college beslist op een aanvraag van een huisvestingsvergunning binnen zes weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. 2. Het college kan de termijn eenmaal met zes weken verlengen en doet hiervan mededeling aan de aanvrager.
Artikel 2.9 Intrekken huisvestingsvergunning Het college kan een huisvestingsvergunning intrekken, indien de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen één maand na verlening van de huisvestingsvergunning in gebruik heeft genomen, tenzij in de vergunning een afwijkende termijn is opgenomen waarbinnen de woonruimte in gebruik moet worden genomen. HOOFDSTUK 3 Wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad als bedoeld in de Huisvestingswet 2014 Paragraaf 3.1 Onttrekkingsvergunning Artikel 3.1.1 Toepassingsgebied 1. Het verbod bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing op alle woonruimten gelegen in de gemeente Rotterdam. 2. Onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, van de Huisvestingswet 2014, wordt niet verstaan het slopen of samenvoegen van woonruimten. Artikel 3.1.2 Criteria voor verlening onttrekkingsvergunning Het college verleent een onttrekkingsvergunning, indien: a. het belang dat is gediend met het onttrekken aan de bestemming tot bewoning groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad: en b. het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend.
Artikel 3.1.3 Tijdelijke onttrekkingsvergunning Het college kan een onttrekkingsvergunning vooreen beperkte periode van ten hoogste vijfjaar verlenen, indien de aanvrager aantoont dat een situatie bestaat die een tijdelijke onttrekking rechtvaardigt en waarbij vaststaat dat die situatie niet langer dan vijf jaar zal duren_______________ ________ __ ___________________________ Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 20
Artikel 3.1.4 Aanvraag onttrekkingsvergunning De aanvraag om een onttrekkingsvergunning wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening b. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van de te onttrekken woonruimte; c. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van eventuele andere belanghebbenden; d. straat en huisnummer van de te onttrekken woonruimte; e. een duidelijke omschrijving van de aanvraag en de gronden waarop deze berust; f. de namen van eventuele huidige bewoners van de te onttrekken woonruimte; en g. een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw.
Paragraaf 3.2 Vergunning voor kamerbewoning Artikel 3.2.1 Toepassingsgebied Deze paragraaf is van toepassing op alle woonruimten gelegen in de gemeente Rotterdam. Artikel 3.2.2 Verbod voor kamerbewoning zonder vergunning Het verbod bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing, indien de zelfstandige woonruimte wordt bewoond door: a. drie of meer kamerbewoners; b. één uit meer personen bestaand huishouden en twee of meer kamerbewoners; of c. meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens. Artikel 3.2.3 Criteria voor verlening vergunning voor kamerbewoning Het college verleent een vergunning voor kamerbewoning, indien wordt voldaan aan de volgende criteria: a. het betreft kamerbewoning door studenten; b. de kamerbewoning leidt naar het oordeel van het college niet tot aantasting van het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt; c. in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig; d. de woonruimte bevindt zich op minimaal 50 meter afstand van een andere woonruimte waarvoor reeds een vergunning voor kamerbewoning is verleend; e. op het adres van de woonruimte is niet in de 24 maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag van de vergunning een vergunning ingetrokken door toepassing van artikel 3.2.4; en f.
de woonruimte is niet gelegen in één van de gebieden genoemd in bijlage 5, deel 1 of 2. Artikel 3.2.4 Intrekken vergunning voor kamerbewoning Het college kan een vergunning voor kamerbewoning intrekken, indien de kamerbewoning naar het oordeel van het college leidt tot aantasting van het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 21
Artikel 3.2.5 Vervallen vergunning voor kamerbewoning Na beëindiging van het gebruik van de woonruimte voor kamerbewoning vervalt de verleende vergunning voor kamerbewoning. Artikel 3.2.6 Aanvraag en beslissing vergunning voor kamerbewoning De aanvraag om een vergunning voor kamerbewoning wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening; b. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van de om te zetten woonruimte; c. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van eventuele andere belanghebbenden; d. straat en huisnummer van de om te zetten woonruimte; e. een duidelijke omschrijving van de aanvraag en de grond(en) waarop deze berust; f de namen van eventuele huidige bewoners van de om te zetten woonruimte; g. het aantal personen dat de om te zetten woonruimte in gebruik zal nemen; en h. een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw. Artikel 3.2.7 volgorde behandeling vergunningaanvraag 1. Vergunningaanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. 2. Als de volgorde van binnenkomst niet kan worden bepaald, wordt de volgorde van behandeling bepaald door loting. 3. Het college stelt de aanvragers in de gelegenheid bij de loting aanwezig te zijn.
Paragraaf 3.3 Vergunning voor woningvorming Artikel 3.3.1 Toepassingsgebied Het verbod bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing op alle woonruimten die zijn gelegen in de gemeente Rotterdam. Artikel 3.3.2 Criteria voor verlening vergunning voor woningvorming 1. Het college verleent een vergunning voor woningvorming, indien door de verbouwing twee of meer woonruimten worden gevormd waarvan de kleinste een gebruiksoppervlak van ten minste 50 vierkante meter heeft. 2. Indien de woonruimte is gelegen in één van de gebieden die zijn genoemd in bijlage 3 bij deze verordening, verleent het college een vergunning voor woningvorming, als door de verbouwing twee of meer woonruimten worden gevormd waarvan de kleinste een gebruiksoppervlak van ten minste 85 vierkante meter heeft. Artikel 3.3.3 Aanvraag vergunning voor woningvorming De aanvraag om een vergunning voor woningvorming wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening; b. naam. voornaam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van de te onttrekken woonruimte; c. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van eventuele andere belanghebbenden; d. straat en huisnummer van de te verbouwen woonruimte; e.
een duidelijke omschrijving van de aanvraag en de gronden waarop deze berust: f. de namen van eventuele huidige bewoners van de te verbouwen woonruimte; Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 22
g. een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw; en h. een opgave van de gebruiKsoppervlakten in vierkante meters van de te vormen woonruimten.
Paragraaf 3.4 Splitsingsvergunning Artikel 3.4.1 Toepassingsgebied Deze paragraaf is van toepassing op alle gebouwen gelegen in de gemeente Rotterdam. Artikel 3.4.2 Verbod recht op een gebouw te splitsen, zonder splitsingsvergunning 1. Het verbod bedoeld in artikel 22, eerste lid van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing, indien: a. één of meer van de appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van één of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte, b. het gebouw ouder is dan 25 jaar en c. de appartementsrechten onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren met minder dan 25 appartementsrechten. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van deelnemingsof lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste lid. Artikel 3.4.3 Aanvraag splitsingsvergunning Een aanvraag om een splitsingsvergunning wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening; b. naam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van het in appartementsrechten te splitsen gebouw; c. straat en huisnummer van het gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; d.
een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; e. bouwjaar van het gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; f. het aantal appartementsrechten waarin het recht op het gebouw zal worden gesplitst; g. de tegenwoordige en toekomstige bestemming van de te vormen appartementsrechten; h. de namen en adressen van de bewoners van het gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; i. een splitsingsplan dat voldoet aan artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; j. het ontwerp van de akte van splitsing waarvoor het meest recente Modelreglement bij Splitsing in Appartementsrechten van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie als uitgangspunt heeft gediena of waarin dit Modelreglement van toepassing is verklaard, waarbij kenbaar wordt gemaakt wat de ten opzichte van het Modelreglement toegepaste veranderingen zijn, als het reglement van splitsing deel uitmaakt van de akte van splitsing. k. een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, opgemaakt door een beëdigd taxateur en dat in elk geval een beschrijving en een beoordeling van de onderhoudstoestand van het gebouw bevat.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 23
Artikel 3.4.5 Aanhouden wegens gebreken 1. Het college kan de beslissing op een aanvraag van een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor gestelde redelijke termijn de weigeringsgronden, bedoeld in artikel 3.4.6, met het oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen. 2. Indien het college de beslissing op een aanvraag van een splitsingsvergunning aanhoudt, vermeldt het college in het besluit tot aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn. Artikel 3.4.6 Weigeren wegens toestand van het gebouw Het college kan een splitsingsvergunning weigeren, indien: a. de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet; en b de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende verzekerd is dat die gebreken zullen worden opgeheven. Artikel 3.4.7 Intrekken splitsingsvergunning 1.
Het college kan een splitsingsvergunning intrekken, indien niet binnen de in de splitsingsvergunning gestelde termijn waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt kan worden, nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot inschrijving in de openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of is overgegaan tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten. 2. Het college doet van de intrekking van een splitsingsvergunning schríftelijk mededeling aan de bewoners van het gebouw waarvoor de splitsingsvergunning was aangevraagd.
Paragraaf 3.5 Toeristische verhuur Artikel 3.5.1 Registratieplicht Het verbod, bedoeld in artikel 23a van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing op alle woonruimten die zijn gelegen in de gemeente Rotterdam voor alle vormen van toeristische verhuur. Artikel 3.5.2 Nachtencriterium en meldplicht 1. Het is verboden woonruimte gelegen in de gemeente Rotterdam voor meer dan 60 nachten per kalenderjaar in gebruik te geven voor vakantieverhuur. 2. Het is verboden woonruimte gelegen in de gemeente Rotterdam in gebruik te geven voor vakantieverhuur zonder het aantal nachten van iedere verhuring vooraf bij het college te melden. 3. Het is degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, verboden om een aanbieding voor toeristische verhuur te tonen gedurende de rest van het kalenderjaar, indien diegene door het college ervan in kennis is gesteld dat de woonruimte die wordt aangeboden reeds voor 60 nachten in dat jaar in gebruik is gegeven voor vakantieverhuur.
Registratienummer dienst: 3S21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: 3.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 24
HOOFDSTUK 4 Overige bepalingen Artikel 4.1 Hardheidsclausule Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze verordening zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening. Artikel 4.2 Uitvoering Het college kan nadere regels vaststellen voor de uitvoering van artikel 2.6. Artikel 4.3 Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college op grond van artikel 33, eerste lid, van de Huisvestingswet aangewezen ambtenaren. Artikel 4.4 Bestuurlijke boete 1. Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van: a. de artikelen 2.2, tweede lid, 2.5, vijfde lid, 3.5.2 van deze verordening, artikel 21, eerste lid, onderdeel a, c en d, artikel 22, eerste lid en artikel 23a, eerste lid van de Huisvestingswet 2014 en b. de artikelen 23a, derde lid en 23d van de Huisvestingswet 2014. 2. De in het eerste lid bedoelde boete bedraagt: a. voor de eerste overtreding van de artikelen 2.2, tweede lid, 3.1.1, 3.2.2, 3.3.1, 3.4.2, 3.5.2 en 3.5.3 van deze verordening en de artikelen 23a derde lid en 23 d van de Huisvestingswet de bedragen die in de tabellen 1 tot en met 11 in bijlage 4 zijn opgenomen in de kolom 'eerste overtreding’; b.
voor de tweede en volgende overtreding van de in onderdeel a genoemde artikelen de bedragen die in de tabellen 1 tot en met 11 in bijlage 4 zijn opgenomen in de kolommen ‘tweede overtreding’, 'derde overtreding’ en vierde overtreding en verder; c. voor iedere overtreding van artikel 2.5, vijfde lid, het bedrag dat in tabel 12 in bijlage 4 is opgenomen. 3. Als tweede en volgende overtreding als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt aangemerkt de overtreding die volgt op een eerdere overtreding van hetzelfde verbod of voorschrift, geconstateerd door een ambtenaar als bedoeld in artikel 4.3, binnen een tijdvak van vier járen nadat voor die eerdere overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd. HOOFDSTUK 5 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 5.1 Intrekking verordening De Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 wordt ingetrokken. Artikel 5.2 Overgangsbepaling 1. Na inwerkingtreding van deze verordening blijven de onder de eerder geldende regels verstrekte huisvestingsvergunningen, onttrekkingsvergunningen, vergunningen voor kamerbewoning, vergunningen voor woningvorming en splitsingsvergunningen of daaraan gelijkgestelde vergunningen van kracht.
2.Op een aanvraag om een vergunning krachtens hoofdstuk 3 van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 die is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening, wordt, totdat de beslissing daarop onherroepelijk is, beslist overeenkomstig het ten tijde van de indiening geldende recht.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 25
3. Voor aanbieders die reeds voor 1 juli 2021 woonruimte aanboden voor toeristische verhuur, gelden de verboden bedoeld in de artikelen 3.5.2 en 3.5.3, eerste lid, met ingang van 1 januari 2022. 4. Indien de aanvrager van een vergunning voor kamerbewoning naar het oordeel van het college heeft aangetoond dat er op 31 december 2019 reeds sprake was van kamerbewoning door ten minste hetzelfde aantal kamerbewoners als op het moment van de vergunningaanvraag, zijn de criteria, bedoeld in artikel 3.2.3, onderdelen d en f, niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning voor kamerbewoning voor: a. vier of meer kamerbewoners; b. één uit meer personen bestaand huishouden en drie of meer kamerbewoners; of c. meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens, waarvan het kleinste huishouden uit drie of meer personen bestaat. 5. Indien de aanvrager van een vergunning voor kamerbewoning naar het oordeel van het college heeft aangetoond dat er op 30 juni 2021 reeds sprake was van kamerbewoning door ten minste hetzelfde aantal kamerbewoners als op het moment van de vergunningaanvraag, zijn de criteria, bedoeld in artikel 3.2.3, onderdelen a, c, d en f, niet van toepassing op een aanvraag voor een vergunning voor kamerbewoning voor: a. drie kamerbewoners; b. één uit meer personen bestaand huishouden en twee kamerbewoners; of c. drie uit meer personen bestaande huishoudens.
Artikel 5.3 Horizonbepaling 1. Artikel 2.8 vervalt met ingang van 1 april 2022. 2. Artikel 5.2, vierde en vijfde lid en deel 2 van de lijst in bijlage 5 vervallen met ingang van 1 september 2022. Artikel 5.4 Inwerkingtreding en geldigheidsduur van de verordening 1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2021, met uitzondering van: a. artikel 3.5.2, tweede en derde lid, dat in werking treedt op een door het college te bepalen tijdstip en b. artikel 4.4, eerste lid, onderdeel o dat in werking treedt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, artikelen 23a, derde lid, en 23d, en onderdeel Ib van de Wet toeristische verhuur. 2. Deze verordening geldt voor de duur van vier jaar. Artikel 5.5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,
De voorzitter,
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 26
Bijlage 1. Aangewezen straten als bedoeld in hoofdstuk 2 Lijst van straten waar hoofdstuk 2 van deze verordening van toepassing is. Deze lijst bestaat uit 3 delen Deel 3 bestaat uit 2 onderdelen: deel 3a en deel 3b. Deel 1 Lijst van straten in de wijken Bloemhof (CBS-buurt 1081), Carnisse (CBS-buurt 1572), Hillesluis (CBS-buurt 1082), Oud-Charlois (CBS-buurt 1574) en Tarwewijk (CBS-buurt 1571), die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek tot 1 april 2022 zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 8 van genoemde wet (inkomen uit werk) en waarvoor daadwerkelijk toepassing gegeven wordt aan laatstgenoemd artikel:
Straten in de wijk Bloemhof (CBS-buurt 1081) - Pimpernelstraat - Ericaplein - Lavendelstraat - Salviahof - Stokroosstraat - Oleanderstraat - Odastraat - Abcoudestraat - Marentakstraat - Putsebocht - Geraniumstraat - Narcissenstraat - Sint-Andriesstraat - Lobeliastraat
Straten in wijk Hillesluis (CBS-buurt 1082) - De la Reystraat - Wielerstraat - Kegelstraat - Schildstraat - Wapenstraat - Kokerstraat - Christiaan de Wetstraat - Noordpolderstraat - Dahliastraat
Straten in wijk Carnisse (CBS-buurt 1572) - Quintstraat - Wolphaertsbocht - Utenhagestraat - Meester Arendstraat - Zandblokstraat - Ebenhaëzerstraat - Carnisselaan Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226; Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 27
-
1e Carnissestraat Kruizemuntstraat Bevelandsestraat Carnissesingel
Straten in wijk Oud-Charlois (CBS-buurt 1574) - Gouwstraat - Frans Bekkerstraat - Pendrechtstraat - Bas Jungeriusstraat - Brielselaan Straten in wijk ĩarwewijk (CBS-buurt 1571) - Polslandstraat - Moerkerkestraat - Blankenburgstraat - Wolphaertsbocht - Stoppelstraat - Roggestraat - Tarwestraat - Hekelingenstraat - Wieldrechtstraat - Borselaarstraat - De Manstraat - Verschoorstraat - G reepstraat - Heenvlietstraat - Spijkenissestraat - Rijsoordstraat
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 28
Deel 2 Lijst van straten die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek tot 1 april 2025 zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 10 van genoemde wet (beperking van overlastgevend en crimineel gedrag) en waarvoor daadwerkelijk toepassing gegeven wordt aan laatstgenoemd artikel: Straten in wijk Afrikaanderwijk - Transvaalstraat Straten in wijk Bloemhof - Heer Daniëlstraat - Cillershoekstraat - Lavendelstraat - Dubbelstraat - Lijnzaadstraat - Boekweitstraat - Marentakstraat - Hyacintstraat Straten in wijk Hillesluis - Strijensestraat - Wielerstraat - 2e Rosestraat Breeplein Straten in wijk Vreewijk - Jan Ligthartstraat - Disselstraat B reeweg Straten in wijk Carnisse - Schoklandsestraat - Van Oestendestraat - Van Eversdijckstraat - Quintstraat - De Buijserlaan Straten in wijk Oud Charlois - Gouwstraat - Charloisse Kerksingel - Schilperoortstraat - Boergoensestraat - Doklaan Straten in wijk Pendrecht - Stellendamhof - Halsterenstraat - Slinge Sommelsdijkstraat Middelharnishof - Abbenbroekweg Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 29
Straten in wijk Tarwewijk - Wuysterstraat - Polslandstraat Blankenburgstraat - Mijnsherenplein - Hellevoetstraat Staten in wijk Zuidwijk - Menenkamp - Merxveld - Hietkamp - Hulkestein - Roselo - Harkulo - Bronkhorst - Havikhorst Straten in wijk Hoogvliet Zuid - Forelstraat - Horsweg Straten in wijk Beverwaard - Sandenburgbaan Straten in wijk Groot IJsselmonde - Koppeldijk - Abrikozentuiri - Schoordijk Indische tuin - Erfdijk - Prinsenplein - Hooghagen Straten in wijk Lombardijen - Terentiusstraat - Rousseaustraat - Petrarcastraat Straten in wijk Bospolder - 3e Schansstraat - Corverstraat - Rosier Faassenstraat Straten in wijk Oud Mathenesse - Pinasplein - Letlandsestraat Wijk Tussendijken - Schiedamseweg
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller. M. Metin, 01ũ-t894871
pagina 30
Wijk Oud-Crooswijk - Koeweide Marnixstraat - Wijk Rubroek - Boezemsingel Wijk Schiebroek - Hamakerstraat - De Pintostraat Wijk Kleinpolder - Patijnstraat Wijk Het Lage Land De Klerkstraat
Deel 3 A Artikel 2.6 is van toepassing op de zelfstandige woonruimten in bezit of beheer van woningcorporatie Woonstad Rotterdam in onderstaande straten. Deze woonruimten zijn alle gelegen in de straten die door de minister op grond van artikel 5 van Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek tot 1 april 2022 zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 9 van genoemde wet (voorrang op sociaal-economische gronden).
Straten in Bloemhof Hortensiastraat Zwijndrechtseplein Rozemarijnstraat Sleutelbloemstraat Egelantierstraat Korte Heinlantstraat Dahliastraat Narcissenstraat Lobeliastraat Heer Arnoldstraat Sandelingplein Schiltmansstraat Hyacintstraat Hendrik Idostraat Hillevliet Violierstraat Lindtstraat 1e Pioenstraat Lange Hilleweg Korenbloemstraat Oudelandstraat Oostendam Groene Hilledijk Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb0u5226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 31
-
Sandelingstraat Dortsmondstraat Meerdervoortstraat 1e Balsemienstraat Heerjansweg Oost Pietermanstraat Asterstraat Kleine Lindtstraat Oostendamstraat Jasmijnstraat Heinlantstraat Hendrik Idoplein Heer Daniëlstraat Develstraat Marentakstraat Seringenstraat 2e Kiefhoekstraat Heerjanstraat Putsebocht West-Pietermanstraat 2e Balsemienstraat Dubbelstraat Resedastraat Kamperfoeliestraat Adriaan Pieterstraat Ridderspoorstraat Boekweitstraat Heidestraat Grote Lindtstraat Eemstein Dordtselaan Geraniumstraat 1e Kiefhoekstraat Nederhovenstraat Schobbelantstraat Sneeuwbalstraat Anemoonstraat Zwijndrechtsestraat Goudenregenstraat
Straten in Hillesluis - Noord polderstraat - Brabantsestraat - Putsestraat - Janne Bouwensstraat - Kokerstraat - Kegelstraat - Rand straat Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 32
-
Hendrick Croesinckstraat Wapenstraat Pantserstraat Klosstraat Adriaen Niemantsstraat Riederstraat Wielerstraat Randweg West-Varkenoordseweg Overijsselsestraat Zaadakkerstraat Polderstraat Van Haeftenstraat Immobilialaan Slaghekstraat Maliestraat Beverstraat Zeeuwsestraat Van Malsenstraat Utrechtsestraat Laantjesweg Donkerslootstraat Friesestraat Zuidpolderstraat B reeweg Riederlaan Beijerlandsestraat Vlasakkerstraat Drentsestraat Hollandsestraat Westerbeekstraat Immobiliastraat Beijerlandselaan Schildstraat Walravenstraat Blokweg
Straten in Oud-Charlois - Gouwstraat - Wolphaertstraat
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bbU05226) Portefeuillenouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 33
Deel 3 B Artikel 2.6 is van toepassing op de zelfstandige woonruimten in onderstaande straten. Deze woonruimten zijn alle gelegen in de straten die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek tot 1 april 2025 zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 9 van genoemde wet (voorrang op sociaal-economische gronden).
Straten in Feijenoord - Persoonskade Feijenoordhaven - Zinkerweg - Damstraat - Persoonsdam - Feijenoorddijk Persoonshaven - Oranjeboomstraat Straten in Oud- Mathenesse - Pinasplein - Kraaierstraat - Finsestraat - Galjootstraat - Hoekersingel - Portugesestraat - Engelsestraat - Bulgaarsestraat - Roemeensestraat Straten ir, Schiemona Indrapoerastraat - Dempostraat - Slamatstraat - Westkousdijk - Pelgrimsstraat - Sibajakstraat Straten in Tussendijken - Haringpakkersstraat - Taandersstraat - Kleine Visserijstraat Straten in Carnisse - Quintstraat - Wolphaertsbocht - Utenhagestraat - Meester Arendstraat - Zandblokstraat - Ebenhaëzerstraat - Carnisselaan - 1 e Carnissestraat Kruizemuntstraat - Bevelandsestraat r__ Carnissesingel_______________________________________________________ Registratienummer diensi: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871______________________________________________ pagina 34
Straten in Oud-Charlois - Gouwstraat - Frans Bekkerstraat - Pendrechtstraat Bas Jungeriusstraat - Brieiselaan Straten in Pendrecht - Wagenbergstraat - Dirkslandstraat - Stellendamstraat Straten in Tarwewijk - Polslandstraat - Moerkerkestraat - Blankenburgstraat - Wolphaertsbocht - Stoppelstraat - Roggestraat - Tarwestraat - Hekelingenstraat - Rij soord straat - Wieldrechtstraat - Borselaarstraat - De Manstraat - Verschoorstraat - Groepstraat - Heenvlietstraat - Spijkenissestraat Straten in Beverwaard - Radboudplein - Biljoenstraat - Lunenburgdam - Blitterswijkstraat
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 35
Bijlage 2. Kenmerken van beroepen als bedoeld in artikel 2.6 Onderwijs Docent met de volgende kenmerken: a. heeft een bruto-inkomen van niet meer dan C 42.436, op jaarbasis per huishouden; b. is werkzaam in het primair onderwijs of speciaal onderwijs binnen de gemeente Rotterdam; c. heeft minimaal een 1-jarig contract met zicht op een vaste baan op een school die gevestigd is binnen de gemeente Rotterdam en waarvoor een werkgeversverklaring wordt afgegeven; d. heeft minimaal een werkweek binnen het onderwijs van 20 uur per week; en e. werkt mee aan een klein tevredenheidsonderzoek/enquête over de woonbeleving. Zorgverlening Verpleegkundige niveau 4/ doktersassistent niveau 4 of verzorgende niveau 3 met de volgende kenmerken: a. heeft een bruto-inkomen van niet meer dan C 42.436, op jaarbasis per huishouden; b. heeft minimaal een 1-jarig contract met zicht op een vaste baan voor een zorginstelling gevestigd binnen de gemeente Rotterdam en waarvoor een werkgeversverklaring wordt afgegeven; c. heeft minimaal een werkweek binnen de zorgsector van 24 uur per week; en d. werkt mee aan een klein tevredenheidsonderzoek/enquête over de woonbeleving. Politie-eenheid Politieagent met de volgende kenmerken: a. heeft een bruto-inkomen van niet meer dan 6 42.436, op jaarbasis per huishouden; b. is werkzaam binnen de politie-eenheid Rotterdam; c.
heeft een minimale werkweek van 32 uur per week; en d. werkt mee aan een klein tevredenheidsonderzoek/enquête over de woonbeleving.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 36
Bijlage 3. Gebieden waar geldt dat bij woningvorming de kleinste woning een gebruiksoppervlakte heeft van ten minste 85 vierkante meter als bedoeld in artikel 3.3.4.
-
Geheel gebied Delfshaven (CBS-wijk 3), met uitzondering van de winkelstraten West (Nieuwe Binnenweg, West Kruiskade, 1ste Middellandstraat, Middellandplein (huisnummers 16 tot en met 35), 2de Middellandstraat en Vierambachtsstraat).
-
Geheel gebied Noord (CBS-wijk 5), met uitzondering van de Noorderboulevard (Noordmolenstraat en Zwart Janstraat).
-
Geheel gebied Kralingen-Crooswijk (CBS-wijk 8), met uitzondering van wijk De Esch (CBS-buurt 0845).
-
In het gebied Charlois (CBS-wijk 15) de wijken Oud Charlois (CBS-buurt 1574), Carnisse (CBS-buurt 1572) en Tarwewijk (CBS-buurt 1571).
-
In het gebied Feijenoord (CBS-wijk 10) de wijken Katendrecht (CBS-buurt 1085), Noordereiland (CBS-buurt 1088), Feijenoord (CBS-buurt 1087), Kop van ZuidEntrepot (CBS-buurt 1079), Afrikaanderwijk (CBS-buurt 1086), Hillesluis (CBS-buurt 1082), Bloemhof (CBS-buurt 1081) en Vreewijk (CBS-buurt 1080).
Registratienummer dienst. BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 37
Bijlage 4. Bedragen bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 4.4 Tabel 1: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 2.2, tweede lid
In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
ë 4.000
ë 8.000
ë 16.000
ë 21.750
Tabel 2: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 21, eerste lid. onderdeel a, van de Huisvestingswet 2014.
Onvergund onttrekken van woonruimte
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
ë 8.000
ë 12.000
ë 18.500
ë 21.750
Tabel 3: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van de Huisvestingswet 2014.
Onvergund omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
ë 8.000
ë 12.000
ë 18.500
ë 21.750
Tabel 4: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van de Huisvestingswet 2014.
Onvergund verbouwen van woonruimte tot twee of meer woonruimten
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
ë 4.000
ë 8.000
ë 16.000
ë 21.750
Registratienummer aienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 38
Tabel 5: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 22, eerste lid van de Huisvesnngswet 2014.
Onvergund splitsen van het recht op een gebouw in appartementsrechten
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
6 4.000
6 8.000
616.000
6 21.750
Tabel 6: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 23a, eerste lid van de Huisvestingswet 2014.
Aanbieden voor toeristische verhuur zonder het daarbij vermelden van het registratienummer
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
6 2.000
6 4.000
6 6.ooo
6 8.700
Tabel 7: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 3.5.2, eerste lid
Overtreden nachtencriterium vakantieverhuur
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
6 4.000
6 8.000
6 16.000
6 21.750
Tabel 8: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 3.5.2, tweede lid
Niet voldoen aan meldplicht
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
6 2.000
6 4.000
6 6 000
6 8.700
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 39
Tabel 9: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 3.5.2, derde lid
Publiceren door platform terwijl bekend is gemaakt dat nachtencriterium is overschreden
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtreding
Vierde overtredina en verder
6 2.000
6 4.000
6 6.ooo
6 8.700
Tabel 10. Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 23a, derde lid Huisvėstingswet 2014
Overtreden van verbod op publiceren door platform zonder vermelding registratienummer
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
6 2.000
6 4.000
6 6.000
6 8.700
Tabel 11: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 23d Huisvestingswet 2014
Overtreden van plicht tot informeren door platform van aanbieders van woonruimten over de verboden ex art. 23a lid 1 en art. 23b, lid 1 en 2 Huisvestingswet
Eerste overtredina
Tweede overtredina
Derde overtredina
Vierde overtredina en verder
6 2.000
6 4.000
6 6.000
6 8.700
Registratienummer dienst BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 40
Tabel 12 Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 2.5, vijfde lio. Iedere overtredina Niet naleven van de in de huisvestingsvergunning opgenomen voorschriften
C 435
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 41
Bijlage 5. Gebieden waar geen vergunning voor kamerbewoning wordt afgegeven als bedoeld in artikel 3.2.3, onderdeel f Deel 1 De wijken - Middelland (CBS buurt 0325) - het Nieuwe Westen (CBS buurt 0324) - Kralingen West (CBS buurt 0841) - Kralingen Oost (CBS buurt 0842) - Struisenburg (CBS buurt 0847) De straat: * Mathenesserweg
Deel 2 Lijst van gebieden waar artikel 3.2.5, onderdeel f, van de verordening van toepassing is, in acht genomen hetgeen bepaald is in artikel 5.3 onderdeel 2. - Oud Mathenesse (CBS buurt 0327) - Bloemhof (CBS buurt 1081) - Hillesluis (CBS buurt 1082) - Tarwewijk (CBS buurt 1571) - Carnisse (CBS buurt 1572) - Oud Charlois (CBS buurt 1574)
Registratienummer dienst. BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 42
Algemene toelichting De Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningmarkt 2019 regelt in hoofdstuk 2 de bepalingen op grond van artikel 8 (inkomenseis), 9 (voorrang op sociaal economische gronden) en 10 (screening op overlast) van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (of: Rotterdamwet) en in hoofdstuk 3 de bepalingen op grond van de artikelen 21, 22 en 23 van de Huisvestingswet 2014 (de vergunningplicht voor woonruimteonttrekking, omzetten voor kamerbewoning, woningvorming, splitsing en toeristische verhuur van woonruimte). Onderbouwing verordening Het gemeentelijk woonbeleid is onder meer gericht op een betere aansluiting van de woningvoorraad bij de behoeften van de Rotterdamse woningzoekenden, en daarmee het tegengaan van schaarste in de woningvoorraad. De grondslag van het gemeentelijk woonbeleid wordt gevormd door een situatie waarbij niet in alle segmenten van de Rotterdamse woningmarkt op eenzelfde manier sprake is van schaarste. Het meest sprekende voorbeeld hiervan is het sociale segment, waarin sprake is van zowel een statisch overschot als een dynamische schaarste. Statische schaarste of overschot gaat over de verhouding tussen de doelgroep en de daarvoor bestemde voorraad, dus over de balans in de voorraad.
De dynamische schaarste of overschot gaat over de verhouding tussen de vraag naar en het aanbod van woningzoekenden in de voor hun bestemde voorraad en zegt vooral iets over de dagelijkse druk. Voor een genuanceerd en effectief woonbeleid is oog en inzet van beleid en maatregelen voor beide vormen van schaarste noodzakelijk. De Woonvisie 2030 en het Addendum Thuis in Rotterdam zijn gericht op het meer in balans brengen van de woningvoorraad door het aanpakken van de statische tekorten en overschotten in de verschillende woningmarktsegmenten (via onder meer het Actieplan Middenhuur, de Gebiedsatlas en het Woningbouwakkoord/Doorbouwmanifest), waarbij oòk aandacht is voor de ontwikkeling van de dynamische schaarste namelijk door onder andere de door de raad vastgestelde ijkpunten. Naar aanleiding van de ontwikkeling van deze ijkpunten heeft u in 2020 het Actieplan Beschikbaarheid vastgesteld en zijn er naar aanleiding daarvan afspraken gemaakt met de corporaties gericht op het aanpakken van enkel de dynamische schaarste in het sociaal-basis segment. De huisvestingsverordening, gebaseerd op de Huisvestingswet 2014, is een ander instrument dat de gemeente inzet om schaarste tegen te gaan en richt zich op de samenstelling van de woningvoorraad.
Inzet van dit instrumentarium is van belang om te voorkomen dat woningen waar behoefte aan is aan de bestaande woningvoorraad worden onttrokken dan wel een andere functie krijgen. In een aantal rechtszaken rond de toepassing van de huisvestingsverordening is gebleken dat de onderbouwing een actualisatie en uitbreiding behoeft om blijvend te kunnen voldoen aan de vereisten uit de Huisvestingswet 2014. Dit omdat de verordening zich nu alleen baseert op onderzoek naar de situatie in de sociale huurvoorraad van corporaties, terwijl de toepassing nadrukkelijk breder gewenst is, namelijk ook woningen van particuliere verhuurders, in het koopsegment en ook woningen in het middensegment. Bovendien dateert dat onderzoek alweer van een aantal jaar geleden. In de tweede helft van 2020 heeft onderzoeksbureau RIGO ten behoeve van de onderbouwing voor de inzet van het instrumentarium uit de Huisvestingswet 2014 een onderzoek verricht en het rapport Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad opgeleverd. Het onoerzoek van RIGO naar schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad richt zich op de verhouding tussen vraag en aanbod (dynamische schaarste). Hieronder wordt nader ingegaan op de resultaten van het onderzoek van RIGO. Registratienummer dienst: BS21/0062Ü (21bb005226; Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 43
Aansluitend wordt de noodzaak van het inzetten van het instrumentarium uit de Huisvestingswet 2014 in Rotterdam toegelicht. RIGO-onderzoek: schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad Het onderzoek van RIGO kijkt naar vraag en aanbod in de verschillende segmenten in de woningmarkt. Geconcludeerd wordt dat in alle segmenten er sprake is van schaarste In de koopsector komt de schaarste tot uiting doordat er veel meer huishoudens naar een koopwoning in Rotterdam willen verhuizen dan er aanbod is. Dit geldt voor koopwoningen van alle soorten en maten. De schaarste aan koopwoningen is ook terug te zien in de stijgende transactieprijzen van koopwoningen, waardoor steeds meer woningen verschuiven van het middensegment naar het hogere en topsegment. In de huursector lijkt het aantal huishoudens dat een woning in Rotterdam zou willen gaan huren en het aantal huishoudens dat uit een huurwoning zou willen verhuizen op het eerste gezicht grosso modo in evenwicht, maar een groot deel van het potentiële aanbod in de huursector komt alleen vrij als de huidige bewoners kunnen doorstromen. In de praktijk komt deze doorstroming vaak niet voldoende op gang. Dit leidt in de vrije huursector (waaronder het middensegment) tot gestegen gemiddelde huurprijzen. Dit is een indicatie dat er ook in dit segment sprake is van schaarste.
- Specifiek voor de sociale corporatiehuursector heeft RIGO gegevens uit de actuele Monitor Woonruimtebemiddeling gebruikt. Deze monitor is reeds eerder besproken bij de vaststelling van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 in juni 2020 (20bb006632). Uit deze cijfers blijkt een knelpunt in de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en dus een (dynamische) schaarste In de sociale corporatiehuursector is de slaagkans van woningzoekenden sterk afgenomen. De gemiddelde wachttijd is wel licht gedaald, al is deze in 2019 nog altijd bijna drie jaar, hetgeen een signaal van schaarste is. De schaarste in het sociale cörporatiehuursegment wordt met name veroorzaakt door het gebrek aan doorstromingsmogelijkheden vanwege de sterk stijgende prijzen in de vrije huur- en koopsector. Hierdoor kunnen huurders in het sociale segment niet verhuizen naar de vrije huur- of koopsector. Dat heeft vervolgens tot gevolg dat er ook weinig doorstroommogelijkheden voor de huurders in het sociaal-basis segment zijn. RIGO- onderzoek: effecten schaarste Het onderzoek toont aan dat als gevolg van deze schaarste aan woonruimte in de kooperi huursector veel huishoudens hun verhuiswensen niet kunnen realiseren. Dit geldt vooral voor woningzoekenden uit de (primaire en secundaire) doelgroep van corporaties en voor woningzoekenden met een middeninkomen.
Het gaat bij deze laatste groep vooral om starters en (grote) gezinnen die de negatieve gevolgen van schaarste ervaren. Starters hebben meestal geen eigen vermogen waarmee ze op de koopmarkt kans maken en gezinnen zijn aangewezen op de grotere woningen die in het middensegment heel moeilijk te vinden zijn in Rotterdam. Omdat deze huishoudens hun verhuiswens moeilijk kunnen realiseren, blijft een deel van hen in de huidige woning wonen. Dit zijn vaak woningen in het goedkopere segment, waardoor deze woningen niet als aanbod voor andere woningzoekenden (waaronder woningzoekenden die zijn aangewezen op de goedkope voorraad) beschikbaar komen. De doorstroming komt daardoor onvoldoende op gang. Noodzaak inzetten instrumentarium Huisvestingswet Uit het onderzoek blijkt dus dat de schaarste zich voordoet in alle segmenten van de woningmarkt in Rotterdam. Er is bovendien een onderlinge negatieve beïnvloeding van de verschillende segmenten in de woningvoorraad, door het bestaan van die schaarste. Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 44
Doordat er schaarste in het ene segment speelt, zal een deel van de woningzoekenden noodgedwongen gaan uitwijken naar andere segmenten. Daardoor wordt de druk op die delen van de woningmarkt opgevoerd, hetgeen weer een van invloed is op de kansen voor de woningzoekenden die op dat segment zijn aangewezen. Door deze onderlinge beïnvloeding ervaren veel woningzoekenden onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van de schaarste. De omvang en samenstelling van de woningvoorraad is daarom in het bijzonder van belang, met het oog op de beschikbaarheid voor de verschillende doelgroepen. Tegelijkertijd functioneert de woningmarkt op (ten minste) gemeentelijk schaalniveau: als woningzoekenden in de ene wijk geen geschikte woning kunnen vinden maar in een andere wijk wel, zullen de meeste woningzoekenden kiezen voor verhuizing naar een andere wijk. Dit maakt het sturen met behulp van het instrumentarium uit de Huisvestingswet (artikel 21, 22 en 23) op de gehele woningvoorraad op gemeentelijk niveau noodzakelijk, om te voorkomen dat het aanbod aan de nu al schaarse woningen nog verder afneemt en dit aanbod (nog) kleiner en duurder wordt.
De inzet van de volgende instrumenten achten wij noodzakelijk en geschikt: Vergunningplicht woningonttrekking Met het verbod op het onttrekken van woonruimte zonder vergunning, wordt voorkomen dat bestaande woonruimte wordt onttrokken aan de woningvoorraad, en wordt omgezet naar een niet-woonfunctie, zonder dat aandacht is voor het belang van de woonruimtevoorraad. Vanwege de schaarste aan woonruimte in Rotterdam, is het belangrijk voorwaarden te stellen aan het onttrekken van woonruimte aan de woningvoorraad, terwijl die zo hard nodig is om huisvesting te bieden aan mensen die woonruimte zoeken in Rotterdam. Vergunningplicht omzetten voor kamerbewoning Met het verbod op het omzetten van woonruimte voor kamerbewoning behoudens vergunning kunnen criteria worden gesteld aan de omzetting van woonruimte voor kamerbewoning. Kamerbewoning is een wijze van gebruik van woningen waar met name onder studenten behoefte aan is. Er is op dit moment sprake van een zodanige schaarste aan woonruimte dat de marktwerking eigenaar-verhuurders ertoe verleidt hun huurwoningen kamergewijs te verhuren, in plaats van die voor bewoning door gezinnen ter beschikking te houden. Een te grote mate van omzetting van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige kamerbewoning heeft tot gevolg dat de woningen die geschikt zijn voor bewoning door een gezin nog schaarser worden.
Vergunningplicht woningvorming Door de vergunningplicht voor woningvorming kan voorkomen worden dat grotere woningen zonder meer worden verbouwd tot kleinere woningen en daarmee niet meer bewoonbaar zijn door gezinnen. Gezinnen zijn een belangrijke doelgroep van het woonbeleid van de gemeente, zoals dat is vastgelegd in de Woonvisie. Zonder deze vergunningplicht zou elke woning verbouwd kunnen worden tot meerdere woningen, met als enige ondergrens de minimale eisen uit het Bouwbesluit In een woningmarkt met schaarste, zoals nu het geval is, zou de marktwerking tot gevolg hebben dat er te veel grote woningen zouden verdwijnen en verbouwd zouden worden tot meerdere kleine woningen, te klein voor gezinnen. Splitsingsvergunning Met de splitsingsvergunning kan vooral grip worden gehouden op de verhouding koopversus huurwoningen. In Rotterdam is het alleen met een vergunning toegestaan om het recht van eigendom op een gebouw met daarin woonruimte, zoals bijvoorbeeld huurwoningen kadastraal te splitsen in appartementsrechten. Na splitsing kunnen de Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226; Portefeuillehouder S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 45
appartementsrechten individueel worden verkocht. De splitsingsvergunning wordt alleen verleend als het gebouw zich voor wat betreft de staat van onderhoud of indeling niet tegen splitsing verzet. Registratieplicht toeristische verhuur en meldplicht vakantieverhuur Nieuw is het instrumentarium in artikel 23 in de Huisvestingswet: een registratieplicht, een meldplicht en -indien deze instrumenten onvoldoende soelaas bieden - een vergunningplicht voor de toeristische verhuur van woonruimte. In Rotterdam is deze vorm van verhuur van woningen de afgelopen járen gestaag gegroeid. Op het moment dat een woning langdurig en/of structureel verhuurd wordt aan toeristen, is de woning niet of slechts beperkt beschikbaar voor reguliere bewoning en draagt deze vorm van toeristische verhuur bij aan schaarste in de woningvoorraad. Inzicht in waar en met welke frequentie dergelijke verhuur plaatsvindt, alsmede het vaststellen van een grens aan deze frequentie, is dus cruciaal om te voorkomen dat toeristische verhuur doorslaat in woningonttrekking. Een registratieplicht en een meldplicht zijn daardoor voor Rotterdam noodzakelijke en geschikte instrumenten om schaarste tegen te gaan en om inzicht ie verkrijgen of mogelijk een zwaarder instrument zoals de vergunningplicht ingezet moet worden.
Effectuering maatregelen op grond van de Wbmgp (Rotterdamwet) De grondslag voor hoofdstuk 2 van de verordening is niet geiegen in de Huisvestingswet 2014, maar heeft zijn wettelijke grondslag in de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). Vanwege het inhoudelijke verband tussen het verlenen van toegang tot de woningmarkt en het beïnvloeden van de samenstelling van de woningvoorraad (met name bij kamerbewoning is dat verband heel direct) wordt nu voorgesteld om beide onderwerpen in één verordening onder te brengen. In de Wbmgp is de bevoegdheid van de gemeenteraad opgenomen om in een huisvestingsverordening te bepalen dat, kort benoemd, er een inkomenseis, voorrang en/of screening geldt voor een huisvestingsvergunning. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft bij besluiten van 8 maart 2018, 5 april 2018 en 12 februari 2021 aanwijzingen gedaan, zodat de regels over een inkomenseis, voorrang en screening gesteld kunnen worden in de huisvestingsverordening Ten opzichte van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 bevat deze verordening de volgende wijzigingen: Inkomenseis (artikel 8 Wbmgp) Ten opzichte van de huidige situatie komt artikel 8 van de Wbmgp (de inkomenseis) in 83 0Zo van de straten te vervallen.
In plaats van wijken worden de straten waar artikel 8 blijft gelden opgenomen in de bijlage in deze verordening. Alleen in die straten blijft de inkomenseis gelden en wordt gevraagd om de huisvestingsvergunning. De inkomenseis vervalt per 1 april 2022, wanneer de gebiedsaanwijzing van de minister verloopt. Voorrang on grond van sociaal-economische kenmerken (artikel 9 Wbmgp) De minister heeft op 12 februari 2021 straten aangewezen (raadstuk: 21bb2301) waar op grond van artikel 9 van de Wbmgp voorrang aan woningzoekenden op basis van sociaaleconomische kenmerken zoals werk, vrijwilligerswerk, studie of woningzoekenden met beroepen uit de maatschappelijke sector (docenten, zorgmedewerkers en politieagenten) kan worden verleend.
Registraiienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 46
De voorrangsbepaling zal van toepassing zijn op huurwoningen van woningcorporaties in de voor artikel 9 Wbmgp aangewezen gebieden. Dit geldt vanaf 1 september 2021. In de wijken Bloemhof en Hillesluis waar artikel 9 van de Wbmgp reeds geldt op woningen in het bezit van de woningcorporatie Woonstad Rotterdam geldt de gebiedsaanwijzing tot 1 april 2022. Gefaseerd effectueren in de particuliere voorraad Het verlenen van voorrang in de particuliere sector op grond van artikel 9 Wbmgp is geheel nieuw. Ook in andere gemeenten is hiermee nog geen ervaring opgedaan. De uitvoering van deze maatregel vereist grote zorgvuldigheid om tot een kwalitatief goed resultaat te komen. Deels omdat het nieuw is in de particuliere sector en deels omdat deze werkwijze financiële, personele en juridische consequenties kan hebben stellen wij voor de maatregel in de particuliere sector gefaseerd in te voeren. Wij stellen voor de voorrang te starten in de particuliere sector in de aangewezen straten in Tarwewijk omdat wij samen met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid een meerwaarde zien voor het gebied. Voorrang aan mensen uit de maatschappelijke sectoren (zorg, onderwijs, veiligheid- etc) kan in deze straten een positief effect hebben op de sociaaleconomische positie van de straat en balans brengen in een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling.
Daarnaast zit de meerwaarde om te starten in Tarwewijk ook in het feit dat woningcorporatie Woonstad bezit heeft in die straten en ervaring heeft met het verlenen van voorrang aan maatschappelijke beroepen in andere straten. De kennis en ervaring van woningcorporatie Woonstad kunnen we goed gebruiken bij het ontwikkelen van een werkwijze in de particuliere sector. In deze eerste fase zal in samenwerking met het ministerie onderzoek gedaan worden naar de meest effectieve werkwijze. Nadat op grond hiervan een effectieve werkwijze is ontwikkeld kan het werkproces uitgebreid worden in de particuliere sector in andere aangewezen straten. Wij stellen voor in de verordening op te nemen dat de voorrangsbepaling van toepassing is op alle huurwoningen in de aangewezen straten. Daarnaast wordt in de verordening opgenomen (artikel 2.8, lid 2) dat het college kan besluiten tot het niet toepassen van de voorrangsmaatregel op het particulier bezit in de aangewezen straten die zijn opgenomen in de verordening. Op deze manier kan de voorrangsmaatregel gefaseerd worden uitgevoerd. Een zelfde uitwerking in de verordening is eerder toegepast bij het gefaseerd invoeren van screening (artikel 10 Wbmgp). Om de implementatie zorgvuldig voor íe bereiden stellen wij voor pei 1 september 2021 te starten met de uitvoering in de particuliere sector voor de Tarwewijk.
Het college zal een besluit nemen dat per 1 september 2021 de voorrangsmaatregel nog niet wordt toegepast in de particuliere sector in de overige aangewezen straten die zijn opgenomen in de verordening. Bij de start met de uitvoering van de voorrangsmaatregel in de particuliere sector in de overige straten wordt uw raad geïnformeerd. Screening op overlastverleden en crimineel gedrag (artikel 10 Wbmgp) Op 12 februari 2021 heeft de minister 71 straten aangewezen voor toepassing van artikel 10 van de Wbmgp. De lijst van straten die door de minister zijn aangewezen en waar artikel 10 van de Wbmgp vanaf 1 juli 2021 zal worden toegepast, is nu in bijlage 1 bij de verordening opgenomen.
Registratienummer dienst: BS21/00620 t21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 47
Aanscherping beleid samenstelling woningvoorraad Het voorraadbeleid van de gemeente Rotterdam richt zich op het behoud en het beheer van een kwalitatief goede woningvoorraad met toekomstwaarde. Zie hiervoor de Woonvisie Rotterdam 2030 en het Addendum Woonvisie - Thuis in Rotterdam. Tegen de achtergrond van de bestaande schaarste aan woonruimte in Rotterdam en de Rotterdamse regio, is de samenstelling van de woningvoorraad in het bijzonder van belang met het oog op de beschikbaarheid voor de verschillende doelgroepen, maar ook in relatie tot de leefbaarheid in de kwetsbare wijken van de stad. De samenstelling van de woningvoorraad wordt beïnvloed door tal van factoren. Vanuit de gemeente gezien zijn het nieuwbouwprogramma, het programma voor de aanpak van de particuliere voorraad en de samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties van groot belang, maar ook de inzet van de volgende vier publiekrechtelijke instrumenten: 1. de onttrekkingsvergunning 2. de vergunning voor kamerbewoning 3. de vergunning voor woningvorming en 4. de splitsingsvergunning De inzet van deze vergunningen blijft in deze verordening in grote lijnen gelijk aan de inzet van deze vergunningen onder de Verordening 2019. De belangrijkste wijziging betreft de inzet van de vergunning voor kamerbewoning.
Huidige beleid: vergunning voor kamerbewoning Het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten behoeve van kamerbewoning is vergunningplichtig. De regels voor het verlenen van de vergunning voor kamerbewoning zijn gebaseerd op artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 en vastgelegd in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het huidige beleid bevat (kort samengevat) de volgende elementen: * Een vergunning voor kamerbewoning is vereist, wanneer een woning wordt bewoond door meer dan 3 personen die niet met elkaar een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren. » In de door ons aangewezen nulquotumgebieden (kwetsbare wijken waar een uitbreiding van vergunningplichtige kamerbewoning ongewenst is) wordt deze vergunning niet verleend. * Buiten nulquotumgebieden wordt de vergunning verleend als voldaan wordt aan de volgende criteria: o Alle bewoners zijn student; o In de woning is tenminste gemiddeld 18 m2 gebruiksoppervlak per persoon aanwezig; o Er is niet binnen 50 meter afstand van de woning waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, reeds een vergunning voor kamerbewoning verleend; o De omzetting van deze woning naar kamerbewoning heeft naar verwachting van het college geen negatief effect op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt.
Ook binnen de huidige regelgeving blijft het mogelijk voor volwassenen die geen gezin vormen een woning te bewonen zonder dat daar een vergunning voor kamerbewoning voor vereist is. Een voorwaarde is dat zij kunnen aantonen dat zij een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226j Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 48
Voorstel wijziging norm kamerbewoning Er is een groeiend tekort aan woningen geschikt om te bewonen door alleenstaanden, samenwonenden ot gezinnen (zelfstandige woningen). Daarom wordt gezocht naar maatregelen om het minder gemakkelijk te maken woningen kamergewijs te verhuren, waardoor dit tekort verder toeneemt nemen. Er wordt voorgesteld door middel van deze verordening te bepalen dat een vergunning voor kamerbewoning reeds vereist is, wanneer een woning bewoond wordt door meer dan 2 personen die niet met elkaar een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Dit voorstel is een volgende stap in een langere reeks van aanpassingen met dit doel. Al sinds 2017 kunnen vergunningen voor kamerbewoning alleen nog maar worden verleend voor kamergewijze huisvesting van studenten. In december 2019 heeft uw raad de vergunningeisen hiervoor verder aangescherpt. In juli 2020 heeft uw raad door het nemen van een voorbereidingsbesluit in 6 gebieden in de stad de komst van nieuwe kamerbewoning voorkomen. Dit is in december 2020 ook in de voorganger van deze verordening bekrachtigd door hen daarin aan te wijzen als nulquotumgebied. Tevens is toen bepaald dat buiten deze gebieden nieuwe vergunningen alleen verleend worden als er voldoende afstand is tot verleende vergunningen.