21bb5526 Raadsvoorstel over verordening tot woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021
Tekst van het document
In enkele wijken bestaat het beeld dat de mogelijkheden voor kamergewijze verhuur zodanig bijdragen aan de prijsstijgingen op de woningmarkt, dat daar verdere verkamering vooralsnog in het geheel niet gewenst is. Er wordt voorgesteld deze wijken tijdelijk aan te wijzen als gebied waar geen vergunningen voor kamerbewoning meer worden verleend, een zogenaamde nulquotumgebied. Dit betreft de wijken die ook aangewezen zijn als werkgebied van het actieprogramma Goed huren verhuren, te weten Carnisse, Oud Charlois en Tarwewijk (in Charlois), Bloemhof en Hilllesluis (in Feijenoord) en Oud Mathenesse (in Delfshaven). De aanwijzing van deze gebieden als nulquotumgebied geldt gedurende de looptijd van een overgangsregeling, waarin eigenaren van woningen die kamergewijs bewoond worden door 3 personen, de gelegenheid krijgen hier een vergunning voor aan te vragen. Tenslotte wordt een overgangsregeling opgenomen om de rechtszekerheid te borgen van eigenaren en bewoners van woningen die momenteel met drie personen kamergewijs bewoond worden. Deze overgangsregeling heeft tevens tot doel een mogelijkheid te bieden tot legalisatie van situaties van kamerverhuur die met de wijziging van de verordening eind 2019 vergunningplichtig geworden waren, maar waar na de wijziging in 2020 geen mogelijkheid voor legalisatie meer bestond.
Deze overgangsregeling zorgt er voor dat niemand die nu legaal woont, zijn of haar woning moet verlaten door deze aanpassingen van regelgeving. Toeristische verhuur van woonruimte Sinds februari 2018 heeft Rotterdam regels voor vakantieverhuur van woningen vastgelegd in de Verordening Toegang woningmarkt en samenstelling Woningvoorraad. Deze regels voorzien erin dat negatieve effecten van vakantieverhuur worden voorkomen of beperkt. Mogelijke negatieve effecten zijn bijvoorbeeld afname van de beschikbaarheid van woningen door woningonttrekking en leefbaarheidsproblemen zoals overlast voor omwonenden en afnemende sociale cohesie in een buurt. Het uitgangspunt van de Rotterdamse regels vakantieverhuur is dat bewoners de ruimte krijgen om incidenteel hun woning aan toeristen te verhuren, maar dat frequente, bedrijfsmatige verhuur van woningen aan toeristen onwenselijk is.
Registraiienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 49
Het aantal adressen in Rotterdam dat op Airbnb -veruit het grootste platform voor vakantieverhuur van woningen- wordt aangeboden is de afgelopen periode toegenomen, van ongeveer 1.300 adressen eind 2017, naar 1.500 eind 2019 naar inmiddels 1.900 adressen eind 2020. Daarmee is vakantieverhuur van woningen via online platforms in Rotterdam de afgelopen járen een wezenlijk onderdeel van het overnachtingsaanbod voor toeristen geworden. Wet Toeristische verhuur van woonruimte Per 1 januari 2021 is de Wet Toeristische verhuur van woonruimte in werking getreden. Deze wet geeft gemeenten de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening aanvullende instrumenten op te nemen om beter te kunnen toezien en zo nodig handhaven op toeristische verhuur en om ongewenste effecten hiervan te kunnen voorkomen of beperken. Gemeenten kunnen per 1 januari 2021 alleen op basis van deze wet toeristische verhuur van woonruimte via de huisvestingsverordening reguleren. De wetgever geeft een brede definitie van toeristische verhuur. Het gaat om alle vormen van het tegen betaling bieden van verblijf in een woonruimte aan personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie zijn ingeschreven.
Daarmee omvat toeristische verhuur met alleen vakantieverhuur van woningen (het toeristisch verhuren van woonruimte tijdens de afwezigheid van de hoofdbewoner, bijvoorbeeld vanwege vakantie), maar ook Bed Breakfasts (waarbij een deel van de woning verhuurd wordt en de hoofdbewoner tijdens de verhuur aanwezig is) alsook andere vormen van tijdelijke verhuur van woningen aan personen die niet ingeschreven staan in de basisregistratie. De wet biedt de mogelijkheid om voor elk van deze vormen van toeristische verhuur een reeks instrumenten die oplopen in zwaarte in te stellen: een eenmalige registratieplicht, een nachtencriterium, een meldplicht per verhuring en -indien voorgaande instrumenten onvoldoende soelaas bieden- een vergunningplicht voor vakantieverhuur. Voorstel toepassing wet Toeristische verhuur van woonruimte Het voorstel is om op basis van de Wet Toeristische verhuur woonruimte de volgende instrumenten in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 op te nemen: a. Registratieplicht voor alle vormen van toeristische verhuur b. Nachtencriterium en meldplicht per verhuring voor vakantieverhuur c. De mogelijkheid voor het college om een digitaal platform een verbod op te leggen op het publiceren van een aanbieding van een woonruimte waar het maximum van 60 nachten bereikt is. d. Bestuurlijke boetebedragen toeristische verhuur.
Daarnaast wordt voorgesteld om geen vergunningplicht voor vakantieverhuur in te voeren. Een vergunningplicht kan alleen worden ingesteld als de druk op de leefbaarheid en de woningmarkt als gevolg van deze toeristische verhuur aantoonbaar ernstig zijn en een registratie- of meldplicht geen soelaas bieden of niet effectief zijn. Gezien de Rotterdamse-praktijk van vakantieverhuur achten we dit een te zwaar instrument, die bovendien een grotere regeldruk voor burgers en extra kosten voor de gemeente betekenen. Indien uit de ervaring met de registratie- en meldplicht blijkt dat een zwaarder instrumentarium noodzakelijk is, kan op een later moment tot invoering van een vergunning besloten worden. a. Registratieplicht voor toeristische verhuur van woonruimte Om beter inzicht te krijgen in waar, door wie en welke woonruimte wordt aangeboden voor toeristische verhuur en dus de omvang van toeristische verhuur van woonruimte in Rotterdam, wordt voorgesteld om een registratieplicht in te voeren. Zonder de registratieplicht beschikt de gemeente immers niet over de adressen waar woonruimte Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871 ___________________
pagina 50
voor toeristische verhuur wordt aangeboden omdat verschillende online platforms deze informatie niet bij de advertentie vermelden. Het voeren van de registratieplicht in de verordening is verder een voorwaarde om überhaupt instrumenten zoals een nachtencriterium in de verordening te kunnen opnemen. Met een registratieplicht is het aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur op bijvoorbeeld een (internet)platform verboden zonder vermelding van een registratienummer. Dit registratienummer wordt eenmalig digitaal bij de gemeente aangevraagd wordt door degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur. Hiervoor zal de gemeente geen kosten in rekening brengen. Deze registratieplicht geldt zowel voor vakantieverhuur (het verhuren van woonruimte tijdens de afwezigheid van de hoofdbewoner, bijvoorbeeld vanwege vakantie) als voor Bed  Breakfasts (B&B) waarbij een deel van een woning wordt verhuurd en de hoofdbewoner tijdens de verhuur aanwezig is in de woning. Omdat naast toeristen ook andere groepen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie, zoals als buitenlandse (exchange)studenten, expats en seizoensarbeiders, veelvuldig gebruik maken van het aanbod dat valt onder de definitie van toeristische verhuur, is het noodzakelijk om voor al deze vormen van verhuur de registratieplicht in te stellen.
Alleen op deze wijze kunnen we goed inzicht in toeristische verhuur van woonruimte in Rotterdam krijgen. Met ingang van 1 juli 2021 geldt de registratieplicht voor nieuwe aanbieders van woonruimte voor toeristische verhuur. Voor aanbieders die voor de inwerkingtreding van de registratieplicht reeds een aanbieding hadden geplaatst geldt een wettelijke overgangsperiode van zes maanden. Dit betekent dat per 1 januari 2022 bij iedere aanbieding van woonruimte voor toeristische verhuur een registratienummer vermeld moet worden. Ten behoeve van de registratieplicht is er een landelijk registratiesysteem ontwikkeld in opdracht van de gemeente Amsterdam, in samenwerking met de VNG en de G4+ gemeenten. Rotterdam zal per 1 juli 2021 op dit systeem aansluiten. b. Nachtencriterium en meldplicht voor vakantieverhuur van woonruimte Onderdeel van het meeromvattende begrip toeristische verhuur is vakantieverhuur Vakantieverhuur is in de voorliggende verordening gedefinieerd als het verhuren van woonruimte tijdens de afwezigheid van de hoofdbewoner. Specifiek voor vakantieverhuur van woningen stelt het college twee aanvullende maatregelen voor: een nachtencriterium van maximaal 60 nachten per kalenderjaar en een meldplicht per verhuring. Dit houdt in dat het aantal nachten van iedere verhuring voorafgaand aan die verhuring digitaal wordt gemeld bij de gemeente.
Deze voorwaarden aan vakantieverhuur worden gesteld om te voorkomen dat de verhuur aan niet-ingezetenen in een zodanige frequentie plaatsvindt dat de woonfunctie niet meer overheersend is en dus de woonfunctie in het geding is. Gezien de schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad is dit een onwenselijke ontwikkeling. De enige manier om zicht te krijgen in welke mate dit aan de orde is en indien nodig hierop te kunnen handhaven is door ook een nachtencriterium vast te leggen en daarop toe te kunnen zien middels een meldplicht. Alleen met deze gecombineerde inzet van instrumenten is sturing mogelijk vanuit het gemeentelijke uitgangspum dat bewoners de ruimte krijgen om incidenteel hun woning aan toeristen te verhuren, maar dat frequente, bedrijfsmatige verhuur van woningen aan toeristen wordt tegengegaan. Gezien de schaarste in de woningvoorraad is het voorkomen van langdurige, structurele verhuring van woningen aan toeristen noodzakelijk. De begrenzing op 60 nachten betekent tevens een inperking van het risico op overlast voor omwonenden en op afnemende sociale cohesie, en daarmee het risico op aantasting van de leefbaarheid in een woonblok of buurt.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 51
Met een nachtencriterium van maximaal 60 nachten kiest het college om vast te houden aan het sinds 2018 gehanteerde maximum. In 2018 is besloten dit maximum omdat het op dat moment de meest gangbare grens was die in meerdere Nederlandse gemeenten werd gehanteerd, uitgaande van het aantal vakantiedagen, feestdagen en een aantal weekenden dat mensen gemiddeld genomen maximaal tot hun beschikking hebben om op vakantie te kunnen gaan. De grens van 60 nachten is in de handhaving een werkbare grens voor Rotterdam gebleken. De ontwikkeling van vakantieverhuur in Rotterdam geeft bovendien vooralsnog geen aanleiding om tot een ander maximum -lager of hoger- over te gaan. Omwille van de eenduidigheid en het benodigde inzicht in de feítelijke verhuringen, wordt voorgesteld om de meldplicht in heel Rotterdam in te voeren. Voor het invoeren van een meldplicht per verhuring is een goed werkend meldings systeem vereist. De realisatie en ingebruikname van het meldsysteem is naar verwachting mogelijk vanaf begin 2022. Het voorstel is om het college de bevoegdheid te geven de meldplicht op een nader te bepalen tijdstip in te laten gaan. c. Publicatieverbod na overschrijding nachtencriterium.
De wet biedt de mogelijkheid aan het college om een publicatieverbod voor de rest van het jaar op te leggen aan een online platform, indien het maximum van aantal nachten is overschreden en het platform hierover door hei college in kennis is gesteld. Het voorstel is om deze bevoegdheid in de Verordening vast te leggen, zodat ook de online platforms op hun verantwoordelijkheid kunnen worden aangesproken om te publiceren in lijn met de gemeentelijke regels. d. Bestuurlijke boetes toeristische verhuur van woonruimte Het college heeft op grond van artikel 35 van de Huisvestingswet 2014 de bevoegdheid om overtredingen van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad te sanctioneren met een bestuurlijke boete. De gemeenteraad bepaalt in de Verordening de maximale hoogte van de boetes, met inachtneming van de kaders daarvoor uit de Huisvestingswet 2014. Met het uitbreiden van de artikelen in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 vanwege de Wet Toeristische verhuur, wordt voorgesteld ook het overtreden van deze nieuwe voorschriften met een bestuurlijke Doete te kunnen sanctioneren. Het gaat dan om het overtreden van de registratieplicht, het nachtencriterium en de meldplicht. Tevens gaat het om drie boetes gericht op overtredingen door online platforms.
Het gaat als eerste om het hierboven genoemde publicatieverbod indien het maximaal aantal nachten bereikt is. Daarnaast is in de wet een verbod opgenomen op publiceren zonder registratienummer en een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet -en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur. Dit verbod en deze verplichting treden per 1 juli 2021 in werking en de wet biedt gemeenten de mogelijkheid om in de verordening de overtreding hiervan beboetbaar te stellen. De voorgestelde maximumhoogtes van de boetes die kunnen worden opgelegd voor het overtreden van de voorschriften in verband met toeristische verhuur, staan vermeld in de tabellen 6 tot en 11 van bijlage 4 van het ontwerp-besluit. Bestuurlijke boetes Met het voorliggende voorstel wordt de gelegenheid te baat genomen de bestuurlijke boetes die op grond van overtreding van de verordening kunnen worden opgelegd onderling meer op elkaar af te stemmen.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 52
Met inachtneming van de kaders van de Huisvestingswet 2014, bepaalt de gemeenteraad in de Verordening de maximale hoogte van de bestuurlijke boetes die voor overtredingen uit de Verordening kunnen worden opgelegd. Inmiddels zijn de wettelijk op te leggen maximumbedragen door middel van indexering verhoogd. Daarnaast biedt de Huisvestingswet 2014 met ingang van 1 januari 2021 voor recidive van overtredingen binnen vier jaarde mogelijkheid voor het opleggen van een hogere boete dan tot dan toe het geval was. Onder de bestaande verordening wordt voor de hoogte van de op te leggen boete een onderscheid gemaakt of de overtreding vanuit een bedrijfsmatige exploitatie wordt begaan of vanuit een niet-bedrijfsmatige exploitatie. Omdat in de praktijk vrijwel altijd sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie dan wel een exploitatie met een winstoogmerk wordt voorgesteld in de nieuwe verordening het onderscheid niet meer te maken. Verder wordt voorgesteld de boete die het college kan opleggen bij een eerste overtreding voor het zonder vergunning onttrekken van woonruimte, bijvoorbeeld in het geval van exploitatie van een hennepkwekerij in een woning, te laten aansluiten bij de maximale hoogte van de boete bij gelijksoortige overtredingen van de verordening. De voorgestelde op te leggen maximum boetes zijn opgenomen in de tabellen 1 tot en met 11 van bijlage 4 van deze verordening.
Artikelsgewijze toelichting bij de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 Artikel 1.1 definitie van huishouden De bewijslast om 'ten genoegen van het college’ aan te tonen dat sprake is van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding ligt nadrukkelijk bij de eigenaar/verhuurder en/of de huurders/bewoners. De gemeente beoordeelt of de aangevoerde bewijzen voldoende zijn om af te zien van het eisen van een huisvestingsvergunning en/of een vergunning voor kamerbewoning bij het gaan wonen op een reeds door anderen bewoond adres. Dit kan zich o.a. voordoen bij het beoordelen van verzoeken tot inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP) en bij controles van feítelijke bewoningssituaties door de gemeente.
De gemeente hanteert de volgende (niet-limitatieve) lijst van indicaties voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding: * alle bewoners staan op dit adres ingeschreven in de BRP of hebben zich aangemeld voor inschrijving op dit adres in de BRP; * er is in de woonruimte gemiddeld ten minste 12 m2 gebruiksoppervlak per bewoner aanwezig; « alle ruimten zijn toegankelijk voor alle bewoners, er zijn geen individueel afsluitbare ruimten; * er is een verblijfsruimte die voldoende gelegenheid biedt voor alle bewoners om als gezamenlijke woonkamer gebruikt te worden, met voldoende oppervlakte, voldoende zitplaatsen en deze kamer is feitelijk ook als zodanig in gebruik; * er is in de woonruimte slechts één keuken; « een meerderheid van de bewoners is geen student;
Registratienummer dienst. BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 53
*
de gemeentelijke controleur heeft geen contra-indicaties voor een duurzaam gemeenschappelijke huishouding geconstateerd, zoals: o de bewoners lijken door de verhuurder geïnstrueerd te zijn om een feítelijke situatie van kamerbewoning te verhullen; o de gezamenlijke delen van de woning (zoals de keuken en de woonkamer) lijken niet als zodanig (gezamenlijk) gebruikt te worden; o de bewoners kennen elkaar niet goed, ze weten bijvoorbeeld eikaars naam niet en wat hun bezigheden zijn; o de bewoners zijn gehuisvest via een tussenpersoon of een uitzendbureau; o het initiatief voor de samenwoning is uitgegaan van de verhuurder en niet van de bewoners zelf.
Artikel 1.1 definitie van kamerbewoning en kamerbewoner Het is voor de toepassing van de regels voor kamerbewoning in deze verordening niet van belang of de kamerbewoners al dan niet daadwerkelijk huur betalen. Ook het ‘om niet bewonen van onzelfstandige woonruimte valt onder de regels voor kamerbewoning. Wanneer bij controle van de bewoningssituatie door de gemeente geconstateerd wordt, dat een zelfstandige woonruimte feítelijk bewoond wordt door meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens, is er eveneens sprake van kamerbewoning. Ook dan is immers sprake van omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. Of vervolgens ook een vergunning voor kamerbewoning vereist is, is afhankelijk van het aantal bewoners en hun onderlinge relatie. Zie hiertoe het bepaalde in artikel 3.2.2. en de definitie van het begrip huishouden. Artikel 2.1 toepassingsgebied Het hoofdstuk Toegang tot de woningmarkt is uitsluitend van toepassing op door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek aangewezen straten. Deze aanwijzing kan de toepassing van artikel 8 (inkomen uit werk), artikel 9 (voorrang op sociaal-economische gronden) en/of artikel 10 (beperking van overlastgevend en crimineel gedrag) van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek betreffen.
Op de lijst van straten staan de door de minister aangewezen straten waarvan de aanwijzingstermijn niet op grond van artikel 5, lid 4, van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek is verlopen en waarvan de aanwijzing niet op grond van artikel 7 van genoemde wet is ingetrokken. Door nieuwe aanwijzingsbesluiten, het verlopen van aanwijzingstermíjnen en het intrekken van aanwijzingsbesluiten kan de geldende lijst in de toekomst wijziging ondergaan. In dat geval wordt de gewijzigde lijst als nieuwe bijlage 1 bij deze verordening in het Gemeenteblad gepubliceerd. Het hoofdstuk Toegang tot de woningmarkt is uitsluitend van toepassing op alle te huur aangeboden woonruimten. Hiermee wordt bedoeld woningen niet zijnde koopwoningen, het is hierbij niet van belang of er daadwerkelijk “huur” iin geldelijke vorm) wordt betaald. Bij voorzieningen voor beschermd of begeleid wonen waarin op basis van een indicatiestelling begeleiding met tijdelijk verblijf wordt verleend, is geen sprake van bewoning op basis van een huurovereenkomst. Voor aergelijk verblijf is geen huisvestingsvergunning vereist.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 54
Artikel 2.2 vergunningvereiste huisvestingsvergunning Als een huurder zonder huisvestingsvergunning in een woning is gaan wonen, zijn zowel de huurder als de verhuurder in overtreding. Door middel van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom wordt hieraan een einde gemaakt. De verhuurder krijgt bovendien een bestuurlijke boete. Het is de verhuurder niet alleen verboden om de woning in gebruik te geven aan een huurder die niet over een huisvestingsvergunning beschikt, de verhuurder is ervoor verantwoordelijk de huurder van tevoren te informeren over de gevolgen, als hij de woning toch zonder vergunning betrekt.
Artikel 2.7, onder f aanvraag huisvestingsvergunning Als verklaring omtrent de bron en de hoogte van het inkomen wordt geaccepteerd: - bij inkomen uit dienstbetrekking: de loonspecificatie van de werkgever(s) van de laatste drie maanden voorafgaande aan de aanvraag en de bankafschriften van deze maanden, waaruit blijkt dat dit loon op de bankrekening van de aanvrager is bijgeschreven - bij inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf: de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en de meest recente winst- en verliesrekening, voorzien van een stempel en handtekening van de boekhouder/accountant - bij inkomen uit studiefinanciering: in verband met de wijzigingen in het stelsel van studiefinanciering kan niet meer alleen afgegaan worden op een recent betaaloverzicht van de Dienst Uitvoering Onderwijs. In aanvulling daarop wordt thans ook een studieverklaring van een instelling voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs in Nederland geaccepteerd. Een buitenlandse student dient eveneens een studieverklaring van een instelling als bedoeld in de vorige zin te overleggen.
Artikel 2.4 inkomen uit arbeid De definitie van inkomen uit arbeid en de bepaling dat de eis van het hebben van inkomen uit arbeid van toepassing is op mensen die minder dan zes jaar voorafgaand aan de aanvraag van de huisvestingsvergunning ingezetene van de regio Rotterdam is geweest, staan in de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek zelf. Houders van een urgentieverklaring dan wel herhuisvestingsverklaring die op grond van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 zijn afgegeven en conform artikel 2.1.1. van die verordening van toepassing is op de woning waarvoor een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd, komen ook in aanmerking voor een huisvestingsvergunning. Artikel 2.5 (beperking van overlastgevend en crimineel gedrag) De in het derde lid onder a. tot en met i. genoemde gedragingen zijn alle gedragingen die genoemd worden in artikel 10a van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Bij het onderzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan uitsluitend rekening gehouden worden met deze gedragingen uit de politiegegevens. De in het vijfde lid van artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek genoemde voorschriften kunnen bijvoorbeeld een gedragsaanwijzing ínhouden Artikel 3.1 .Ivergunningvereiste onttrekkingsvergunning Woonruimte is bedoeld om te worden bewoond.
Onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning wordt verstaan het slopen of het gebruiken, in gebruik geven of doen gebruiken van een woonruimte voor een ander doel dan bewoning.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226j Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pag.na 55
Artikel 3.2.2 vergunningvereiste vergunning voor kamerbewoning Voor het bepalen van de vergunningplicht telt één meerpersoonshuishouden in de zelfstandige woonruimte mee als één. De overige bewoners tellen elk individueel, ongeacht of zij onderling één of meerdere huishoudens vormen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de eigenaar-verhuurder met zijn gezin meetelt als één, als die eveneens in de betreffende woning woont. Ook als er een huurder met onderhuurders is, telt de huurder met zijn eigen huishouden mee als één en tellen de onderhuurders elk voor één ongeacht of de onderhuurders onderling één of meerdere huishoudens vormen. Onderstaande illustraties dienen ter verduidelijking:
De vergunning voor kamerbewoning is vereist voor de volgende bewoningssituaties per woning: kamerbewoning door drie (of meer) personen
©©©
duurzaam gemeenschappelijk huishouden met twee of meer kamerbewoners meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens
(MĒ)
©
s één persoon
(ffi)
s duurzaam gemeenschappelijk huishouden
De vergunning voor kamerbewoning is niet vereist voor de volgende bewoningssituaties per woning: kamerbewoning door twee (of minder) personen
©©
duurzaam gemeenschappelijk huishouden met één kamerbewoner
= één persoon o o
= duurzaam gemeenschappelijk huishouden
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 56
Het vergunningvereiste heeft niet alleen betrekking op het moment van de omzetting zelf, maar ook op het naderhand in stand laten van die situatie. Dat betekent dat ook op de rechtsopvolger van degene die een woonruimte eerder, zonder de vereiste vergunning, heeft omgezet, de verplichting rust een vergunning voor kamerbewoning aan te vragen. Als hij dit niet doet, is hij in overtreding en kan hem een sanctie worden opgelegd. Voor de toepassing van het vergunningvereiste is het niet van belang wie de zelfstandige woonruimte feitelijk in onzelfstandige woonruimte heeft omgezet. Of het de eigenaar, de hoofdhuurder of de kamerbewoners zijn: in alle gevallen is een vergunning voor kamerbewoning nodig. Artikel 3.2.3 criteria voor verlening vergunning voor kamerbewoning Voor kamerbewoning door 3 of meer kamerbewoners per zelfstandige woonruimte is een vergunning voor kamerbewoning vereist (zie het bepaalde in artikel 3.2.2). Deze vergunning wordt alleen in specifieke situaties verleend. Voldaan moet worden aan alle in artikel 3.2.3 genoemde criteria. In bepaalde gebieden kan sprake zijn van leefbaarheidsproblemen die niet toestaan dat die leefbaarheid verder onder druk komt te staan. Als hiervan naar het oordeel van het college sprake is, kan de vergunning voor kamerbewoning door studenten worden geweigerd.
Door het stellen van de eis van minimaal 18 m2 gebruiksoppervlak per kamerbewoner wordt rekening gehouden met de grotere behoefte aan wederzijdse privacy en het intensiever gebruik van gezamenlijke voorzieningen bij kamerbewoning dan bij zelfstandige bewoning. Ten overvloede wordt hier opgemerkt dat als er sprake is van bewoning zoals bedoeld in artikel 3.2.2. onder b of c, alle leden van alle huishoudens worden meegeteld om te bepalen of voldaan wordt aan deze oppervlakte-eis. Artikel 3.2.4 verlening onder voorwaarden De vergunning voor kamerbewoning wordt altijd verleend onder de voorwaarde dat er door de kamerbewoning geen aantasting plaatsvindt van het woonmilieu en de leefbaarheid van de buurt waarin de woning is gelegen. De vergunning kan worden ingetrokken, indien de kamerbewoning leidt tot overlast in de directe omgeving van de woning. Van de verhuurder van de woning wordt overigens verwacht dat hij de verhuur zodanig inricht dat hij de huurovereenkomst kan en zal ontbinden bij constatering van overlast door de huurder. Op die manier zal alleen sprake zijn van intrekking van de vergunning in gevallen waarbij de verhuurder zijn verantwoordelijkheid niet neemt. De mogelijkheid van intrekking van de vergunning werkt ten opzichte van de verhuurder als een stok achter de deur.
Artikel 3.2.5 (vervallen vergunning voor kamerbewoning) Het gebruik van de woonruimte voor kamerbewoning wordt in ieder geval geacht te zijn beëindigd, nadat de eigenaar/verhuurder dit aan de gemeente heeft medegedeeld, of nadat de gemeente geconstateerd heeft dat de woonruimte weer als zelfstandige woonruimte in gebruik is, voor een ander doel wordt gebruikt, of langer dan drie maanden leeg staat.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 57
Artikel 3.3.2 vergunningvereiste vergunning voor woningvorming Voor de verbouwing van een woonruimte tot twee of meer woonruimten is vrijwel altijd ook een omgevingsvergunning - werkzaamheden bouwen - nodig, aangezien de brandcompartimentering vrijwel altijd verandert. Artikel 3.3.2 criteria voor verlening vergunning voor woningvorming Uitgangspunt van dit artikel is, dat de kleinste van de door verbouwing gevormde woonruimten altijd een gebruiksoppervlak van meer dan 50 vierkante meter moet hebben. In een aantal gebieden binnen Rotterdam geldt een strengere eis: daar moet de kleinste van de door verbouwing gevormde woonruimten een gebruiksoppervlak van 85 m2 of meer hebben. Deze gebieden zijn genoemd in bijlage 3 bij de verordening. De aangewezen gebieden zijn deels kwetsbare gebieden, waar de leefbaarheid onder druk staat, en deels gebieden die in het bijzonder geschikt zijn voor de huisvesting van gezinnen en waar een overschot aan kleine woningen en een tekort aan grote woningen bestaat. Artikel 3.5.1 (registratieplicht) Het aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur mag alleen met een uniek registratienummer voor een specifiek adres.
Op grond van artikel 23a van de Huisvestingswet 2014 wordt het registratienummer eenmalig aangevraagd door degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur, middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier. Dit geldt zowel voor vakantieverhuur als voor Bed  Breakfasts (B&B’s) en voor overige vormen van kortstondige verhuur aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen (zoals bijvoorbeeld expats, arbeidsmigranten en buitenlandse exchange-studenten). Aan het afgeven van het registratienummer worden geen voorwaarden verbonden. In het Besluit registratie toeristische verhuur van woonruimte staat welke gegevens moeten worden ingevuld, voordat het registratienummer per e-mail aan de aanvrager wordt toegezonden. Met een registratieplicht krijgt de gemeente inzicht in waar, door wie en welke woonruimte wordt aangeboden voor toeristische verhuur. Hiermee wordt inzichtelijk wat de omvang van toeristische verhuur van woonruimte in de gemeente is. Het hebben van en adverteren met een registratienummer betekent niet dat daarmee het toeristisch verhuren van woonruimte zonder meer is toegestaan. Andere regelgeving, zoals het bestemmingsplan of het Bouwbesluit kan het toeristisch verhuren van woonruimte in de weg staan.
Indien van toepassing moet ook worden voldaan aan de regels over het nachtencriterium en de meldplicht. Artikel 3,5.2 (nachtencriterium en meldplicht vakantieverhuur) Het verhuren van woonruimte tijdens de afwezigheid vanwege bijvoorbeeld vakantie van de hoofdbewoner die op het adres van die woonruimte in de Basisregistratie personen staat ingeschreven (vakantieverhuur), is binnen de voorwaarden van dit artikel mogelijk. Voorwaarden zijn dat het om maximaal 60 nachten per kalenderjaar mag gaan en dat het aantal nachten van iedere verhuring middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier voorafgaand aan die verhuring wordt gemeld bij de gemeente. De melding wordt gedaan door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor toeristische verhuur. De meldplicht geldt met ingang van een door het college te bepalen datum.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 58
Op het moment dat degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, zoals bijvoorbeeld een digitaal platform, door burgemeester en wethouders in kennis is gesteld van een overschrijding van het maximum aantal nachten, mag dit platform gedurende de rest van het jaar geen aanbiedingen van de desbetreffende woonruimte meer tonen. Voor overige vormen van toeristische verhuur geldt het nachtencriterium en de meldplicht niet. Dat betekent niet dat daarmee het toeristisch verhuren van woonruimte zonder meer is toegestaan Andere regelgeving, zoals het bestemmingsplan of het Bouwbesluit kan het toeristisch verhuren van woonruimte in de weg staan. Artikel 4.4 (bestuurlijke boete) De op te leggen boetes nemen in hoogte toe wanneer binnen vier jaar eenzelfde overtreding wordt begaan. Artikel 5.2 (overgangsrecht) Voor aanvragen om besluiten krachtens hoofdstuk 2 van deze verordening is geen specifieke overgangsbepaling opgenomen. Dit betekent dat deze verordening van toepassing is op aanvragen krachtens hoofdstuk 2 die vóór inwendngtreding van deze verordening zijn ingediend.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kuiers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 59
Ontwerpbesluit:
De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 mei 2021 (raadsvoorstel nr. "Dit vult griffie later in"); gelet op : - de Gemeentewet; - artikel 2 van de huisvestingswet 2014. besluit: Het onderzoek Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad (met terugwerkende kracht) ten grondslag te leggen aan de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,
De voorzitter,
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 60