21bb5526 Raadsvoorstel over verordening tot woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021
Tekst van het document
Rotterdam, 18 mei 2021.
21bb005526
Aan: de gemeenteraad
Onderwerp: Vaststelling Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021.
Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: 1. De Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 vast te stellen. Onderdeel van het vaststellingsbesluit is de intrekking van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 (Gemeenteblad 2019, nummer 320422). 2. Het onderzoek Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad (met terugwerkende kracht) ten grondslag te leggen aan de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Waarom dit voorstelî/Waarom nu voorgelegd? Wij stellen voor een nieuwe Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 vast te stellen die wijzigingen bevat ten opzichte van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening zijn: E
Onderbouwing verordening Gemeenten kunnen op basis van de Huisvestingswet 2014 in een huisvestingsverordening regels stellen waarmee wijzigingen in de voorraad en de samenstelling van huur- en koopwoningen worden gereguleerd. Van deze bevoegdheden mag de gemeenteraad slechts gebruik maken indien dit noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Daarbij mag in de meeste gevallen ook rekening gehouden worden met leefbaarheidsaspecten. In verband met een betere aansluiting op de Huisvestingswet 2014 en bij beroepsprocedures noodzakelijk gebleken verbeteringen aan de inhoudelijke onderbouwing van de verordening hebben we in de tweede helft van 2020 onderzoek laten uitvoeren naar schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad. Om onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen wordt voorgesteld dit nieuwe onderzoek ten grondslag te leggen aan de nieuwe Verordening. Voor een zorgvuldige afronding van lopende procedures op grond van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019, wordt voorgesteld dit onderzoek mede ten grondslag te leggen aan die Verordening.
Z Effectuering maatregelen op grond van de Wbmgp (Rotterdamwet) Eind vorig jaar heeft uw raad besloten een aanvraag te doen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake het aanwijzen van straten voor het kunnen toepassen van selectieve woningtoewijzing ter beperking van crimineel en overlastgevend gedrag (artikel 10) en om voorrang te kunnen geven op grond van sociaal-economische kenmerken (artikel 9) (raadsstuk: 20bb017347). Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 1
Ook heeft u besloten per 1 januari 2021 in 830Zo van de straten waar artikel 8 (inkomenseis) van toepassing was niet meer uit te voeren. ţļ Aanscherping beleid samenstelling woningvoorraad In december 2020 heeft u de regels voor verlening van de vergunning kamerbewoning aangescherpt, onder andere door het invoeren van de eis van een minimale afstand van 50 meter tot een verleende vergunning en door het aanwijzen van buurten en straten waar helemaal geen vergunningen voor nieuwe kamerbewoning worden afgegeven (nulquotumgebieden) (raadsstuk 20bb01774). Bij de bespreking van dat voorstel heeft u het college opgeroepen ook met voorstellen te komen de norm voor kamerbewoning zonder vergunning aan te passen van 3 naar 2 (motie Verkameren? Niet zonder vergunning! raadsstuk 20bb19136). De verordening die wij u voorleggen bevat een dergelijk voorstel, alsmede een overgangsregeling voor bestaande situaties die hiermee vergunningplichtig worden. Daarnaast worden zes wijken tijdelijk aangewezen als nieuwe nulquotumgebieden. De aanwijzing geldt gedurende de looptijd van een overgangsregeling, waarin eigenaren van woningen die kamergewijs bewoond worden door 3 personen, de gelegenheid krijgen hier een vergunning voor aan te vragen.
In deze zes wijken is de druk op de woningmarkt echter zodanig hoog, dat er voor wordt gekozen gedurende de looptijd van deze regeling geen vergunningen te verstrekken voor nieuwe situaties. De reden om de mogelijkheden voor kamerbewoning verder te beperken is gelegen in de nijpende situatie op de Rotterdamse woningmarkt. De huidige mogelijkheden voor kamergewijze bewoning van woningen maken het aan particuliere verhuurders zo aantrekkelijk woningen als zodanig te verhuren, dat er een steeds groter tekort ontstaat aan zelfstandige woonruimte. 4. Toeristische verhuur van woonruimte Op 1 januari 2021 is de Wet Toeristische verhuur van woonruimte in werking getreden. Gemeenten krijgen met deze wet de mogelijkheid om maatregelen te nemen om ongewenste neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte te kunnen voorkomen of beperken. De verordening die wij u voorleggen beval het voorstel om een registratieplicht voor alle vormen van toeristische verhuur van woonruimte in te stellen Specifiek voor vakantieverhuur is het voorstel om aanvullend een nachtencnteríum van 60 nachten per jaar en een meldplicht per verhuring op te nemen. Wat betreft de meldplicht is het voorstel om het college de bevoegdheid te geven het tijdstip van inwerkingtreding van deze meldplicht te bepalen. 5.
Bestuurlijke boetes Met het voorliggende voorstel wordt de gelegenheid te baat genomen de bestuurlijke boetes die op grond van overtreding van de verordening kunnen worden opgelegd onderling meer op elkaar af te stemmen: de hoogte van de boetes worden meer gelijkgetrokken en het onderscheid tussen bedrijfsmatige overtreders en niet-bedrijfsmatige overtreders vervalt. Relatie met het coalitieakkoord/collegeprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Woonvisie Rotterdam 2030 en Addendum Woonvisie: Thuis in Rotterdam Nationaal Programma Rotterdam Zuid Actieplan Woonoverlast
Registratienummer diens!: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 2
Toezegging: Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 (20bb19263) Motie: Stadsacupunctuur met de Rotterdamwet (18bb876, eerder afgedaan met 18bb9093) Toezegging: Kunnen we AirBnB nu verbieden? (20bb1792, eerder afgedaan met 20bb005474) Motie: Verkameren? Niet zonder vergunning! (20bb19136) Motie: Legaal en illegale verkamering (19bb14492) Motie: Halt aan ongeremde verkamering van gezinswoningen (19bb25334) Toelichting: De Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningmarkt 2019 regelt in hoofdstuk 2 de bepalingen op grond van artikel 8 (inkomenseis), 9 (voorrang op sociaal economische gronden) en 10 (screening op overlast) van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (of: Rotterdamwet) en in hoofdstuk 3 de bepalingen op grond van de artikelen 21, 22 en 23 van de Huisvestingswet 2014 (de vergunningplicht voor woonruimteonttrekking, omzetten voor kamerbewoning, woningvorming, splitsing en toeristische verhuur van woonruimte). Ad.1 Onderbouwing verordening Het gemeentelijk woonbeleid is onder meer gericht op een betere aansluiting van de woningvoorraad bij de behoeften van de Rotterdamse woningzoekenden, en daarmee het tegengaan van schaarste in de woningvoorraad.
De grondslag van het gemeentelijk woonbeleid wordt gevormd door een situatie waarbij niet in alle segmenten van de Rotterdamse woningmarkt op eenzelfde manier sprake is van schaarste. Het meest sprekende voorbeeld hiervan is het sociale segment, waarin sprake is van zowel een statisch overschot als een dynamische schaarste. Statische schaarste of overschot gaat over de verhouding tussen de doelgroep en de daarvoor bestemde voorraad, dus over de balans in de voorraad. De dynamische schaarste of overschot gaat over de verhouding tussen de vraag naar en het aanbod van woningzoekenden in de voor hun bestemde voorraad en zegt vooral iets over de dagelijkse druk. Voor een genuanceerd en effectief woonbeleid is oog en inzet van beleid en maatregelen voor beide vormen van schaarste noodzakelijk. De Woonvisie 2030 en het Addendum Thuis in Rotterdam zijn gericht op het meer in balans brengen van de woningvoorraad door het aanpakken van de statische tekorten en overschotten in de verschillende woningmarktsegmenten (via onder meer het Actieplan Middenhuur, de Gebiedsatlas en het Woningbouwakkoord/Doorbouwmanifest), waarbij ook aandacht is voor de ontwikkeling van de dynamische schaarste namelijk door onder andere de door u vastgestelde ijkpunten.
Naar aanleiding van de ontwikkeling van deze ijkpunten heeft u in 2020 het Actieplan Beschikbaarheid vastgesteld en zijn er naar aanleiding daarvan afspraken gemaakt met de corporaties gericht op het aanpakken van enkel de dynamische schaarste in het sociaal-basis segment. De huisvestingsverordening, gebaseerd op de Huisvestingswet 2014, is een ander instrument dat de gemeente inzet om schaarste tegen te gaan en richt zich op de samenstelling van de woningvoorraad. Inzet van dit instrumentarium is van belang om te voorkomen dat woningen waar behoefte aan is aan de bestaande woningvoorraad worden onttrokken dan wel een andere functie krijgen.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226į Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 3
In een aantal rechtszaken rond de toepassing van de huisvestingsverordening is gebleken dat de onderbouwing een actualisatie en uitbreiding behoeft om blijvend te kunnen voldoen aan de vereisten uit de Huisvestingswet 2014. Dit omdat de verordening zich nu alleen baseert op onderzoek naar de situatie in de sociale huurvoorraad van corporaties, terwijl de toepassing nadrukkelijk breder gewenst is, namelijk ook woningen van particuliere verhuurders, in het koopsegment en ook woningen in het middensegment. Bovendien dateert dat onderzoek alweer van een aantal jaar geleden. In de tweede helft van 2020 heeft onderzoeksbureau RIGO ten behoeve van de onderbouwing voor de inzet van het instrumentarium uit de Huisvestingswet 2014 een onderzoek verricht en het rapport Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad opgeleverd (zie bijlage). Het onderzoek van RIGO naar schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad richt zich op de verhouding tussen vraag en aanbod (dynamische schaarste). Hieronder wordt nader ingegaan op de resultaten van het onderzoek van RIGO. Aansluitend wordt de noodzaak van het inzetten van het instrumentarium uit de Huisvestingswet 2014 in Rotterdam toegelicht. RIGO-onderzoek: schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad Het onderzoek van RIGO kijkt naar vraag en aanbod in de verschillende segmenten in de woningmarkt.
Geconcludeerd wordt dat in alle segmenten er sprake is van schaarste: In de koopsector komt de schaarste tot uiting doordat er veel meer huishoudens naar een koopwoning in Rotterdam willen verhuizen dan er aanbod is. Dit geldt voor koopwoningen van alle soorten en maten. De schaarste aan koopwoningen is ook terug te zien in de stijgende transactieprijzen van koopwoningen, waardoor steeds meer woningen verschuiven van het middensegment naar het hogere en topsegment. In de huursector lijkt het aantal huishoudens dat een woning in Rotterdam zou willen gaan huren en het aantal huishoudens dat uit een huurwoning zou willen verhuizen op het eerste gezicht grosso modo in evenwicht, maar een groot deel van het potentiële aanbod in de huursector komt alleen vrij als de huidige bewoners kunnen doorstromen. In de praktijk komt deze doorstroming vaak niet voldoende op gang. Dit leidt in de vrije huursector (waaronder het middensegment) tot gestegen gemiddelde huurprijzen. Dit is een indicatie dat er ook in dit segment sprake is van schaarste. Specifiek voor de sociale corporatiehuursector heeft RIGO gegevens uit de actuele Monitor Woonruimtebemiddeling gebruikt. Deze monitor is reeds eerder met uw raad besproken bij de vaststelling van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 in juni 2020 (20bb006632).
Uit deze cijfers blijkt een knelpunt in de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en dus een (dynamische) schaarste. In de sociale corporatiehuursector is de slaagkans van woningzoekenden sterk afgenomen. De gemiddelde wachttijd is wel licht gedaald, al is deze in 2019 nog altijd bijna drie jaar, hetgeen een signaal van schaarste is. De schaarste in het sociale corporatiehuursegment wordt met name veroorzaakt door het gebrek aan doorstromingsmogelijkheden vanwege de sterk stijgende prijzen in de vrije huur- en koopsector. Hierdoor kunnen huurders in het sociale segment niet verhuizen naar de vrije huur- of koopsector. Dat heeft vervolgens tot gevolg dat er ook weinig doorstroommogelijkheden voor de huurders in het sociaal-basis segment zijn.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M Metin, 010-4894871
pagina 4
RIGO- onderzoek: effecten schaarste Het onderzoek toont aan dat als gevolg van deze schaarste aan woonruimte in de koopen huursector veel huishoudens hun verhuiswensen niet kunnen realiseren. Dit geldt vooral voor woningzoekenden uit de (primaire en secundaire) doelgroep van corporaties en voor woningzoekenden met een middeninkomen. Het gaat bij deze laatste groep vooral om starters en (grote) gezinnen die de negatieve gevolgen van schaarste ervaren. Starters hebben meestal geen eigen vermogen waarmee ze op de koopmarkt kans maken en gezinnen zijn aangewezen op de grotere woningen die in het middensegment heel moeilijk te vinden zijn in Rotterdam. Omdat deze huishoudens hun verhuiswens moeilijk kunnen realiseren, blijft een deel van hen in de huidige woning wonen. Dit zijn vaak woningen in het goedkopere segment, waardoor deze woningen niet als aanbod voor andere woningzoekenden (waaronder woningzoekenden die zijn aangewezen op de goedkope voorraad) beschikbaar komen. De doorstroming komt daardoor onvoldoende op gang. Noodzaak inzetten instrumentarium Huisvestingswet Uit het onderzoek blijkt dus dat de schaarste zich voordoet in alle segmenten van de woningmarkt in Rotterdam. Er is bovendien een onderlinge negatieve beïnvloeding van de verschillende segmenten in de woningvoorraad, door het bestaan van die schaarste.
Doordat er schaarste in het ene segment speelt, zal een deel van de woningzoekenden noodgedwongen gaan uitwijken naar andere segmenten. Daardoor wordt de druk op die delen van de woningmarkt opgevoerd, hetgeen weer een van invloed is op de kansen voor de woningzoekenden die op dat segment zijn aangewezen. Door deze onderlinge beïnvloeding ervaren veel woningzoekenden onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van de schaarste. De omvang en samenstelling van de woningvoorraad is daarom in het bijzonder van belang, met het oog op de beschikbaarheid voor de verschillende doelgroepen. Tegelijkertijd functioneert de woningmarkt op (ten minste) gemeentelijk schaalniveau: als woningzoekenden in de ene wijk geen geschikte woning kunnen vinden maar in een andere wijk wel, zullen de meeste woningzoekenden kiezen voor verhuizing naar een andere wijk. Dit maakt het sturen met behulp van het instrumentarium uit de Huisvestingswet (artikelen 21, 22 en 23) op de gehele woningvoorraad op gemeentelijk niveau noodzakelijk, om te voorkomen dat het aanbod aan de nu al schaarse woningen nog verder afneemt en dit aanbod (nog) kleiner en duurder wordt.
De inzet van de volgende instrumenten achten wij noodzakelijk en geschiki: Vergunningplicht woningonttrekking Met het verbod op het onttrekken van woonruimte zonder vergunning, wordt voorkomen dat bestaande woonruimte wordt onttrokken aan de woningvoorraad, en wordt omgezet naar een niet-woonfunctie, zonder dat aandacht is voor het belang van de woonruimtevoorraad. Vanwege de schaarste aan woonruimte in Rotterdam, is het belangrijk voorwaarden te stellen aan het onttrekken van woonruimte aan de woningvoorraad, terwijl die zo hard nodig is om huisvesting te bieden aan mensen die woonruimte zoeken in Rotterdam. Vergunningplicht omzetten voor kamerbewoning Met het verbod op het omzetten van woonruimte voor kamerbewoning behoudens vergunning kunnen criteria worden gesteld aan de omzetting van woonruimte voor kamerbewoning. Kamerbewoning is een wijze van gebruik van woningen waar met name onder studenten behoefte aan is. Er is op dit moment sprake van een zodanige schaarste aan woonruimte dat de marktwerking eigenaar-verhuurders ertoe verleidt hun huurwoningen kamergewijs te verhuren, in plaats van die voor bewoning door gezinnen ter beschikking Registratienummer dienst: BS21/00620 Ļ21bb005226; Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 5
te houden. Een te grote mate van omzetting van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige kamerbewoning heeft tot gevolg dat de woningen die geschikt zijn voor bewoning door een gezin nog schaarser worden. Vergunningplicht woningvorming Door de vergunningplicht voor woningvorming kan voorkomen worden dat grotere woningen zonder meer worden verbouwd tot kleinere woningen en daarmee niet meer bewoonbaar zijn door gezinnen. Gezinnen zijn een belangrijke doelgroep van het woonbeleid van de gemeente, zoals dat is vastgelegd in de Woonvisie. Zonder deze vergunningplicht zou elke woning verbouwd kunnen worden tot meerdere woningen, met als enige ondergrens de minimale eisen uit het Bouwbesluit. In een woningmarkt met schaarste, zoals nu het geval is, zou de marktwerking tot gevolg hebben dat er te veel grote woningen zouden verdwijnen en verbouwd zouden worden tot meerdere kleine woningen, te klein voor gezinnen. Splitsingsvergunning Met de splitsingsvergunning kan vooral grip worden gehouden op de verhouding koopversus huurwoningen. In Rotterdam is het alleen met een vergunning toegestaan om het recht van eigendom op een gebouw met daarin woonruimte, zoals bijvoorbeeld huurwoningen kadastraal te splitsen in appartementsrechien. Na splitsing Kunnen de appartementsrechten individueel worden verkocht.
De splitsingsvergunning wordt alleen verleend als het gebouw zich voor wat betreft de staat van onderhoud of indeling niet tegen splitsing verzet. Registratieplicht toeristische verhuur en meldplicht vakantieverhuur Nieuw is het instrumentarium in artikel 23 in de Huisvestingswet: een registratieplicht, een meldplicht en -indien deze instrumenten onvoldoende soelaas bieden - een vergunningplicht voor de toeristische verhuur van woonruimte. In Rotterdam is deze vorm van verhuur van woningen de afgelopen járen gestaag gegroeid. Op het moment dat een woning langdurig en/of structureel verhuurd wordt aan toeristen, is de woning niet of slechts beperkt beschikbaar voor reguliere bewoning en draagt deze vorm van toeristische verhuur bij aan schaarste in de woningvoorraad. Inzicht in waar en met welke frequentie dergelijke verhuur plaatsvindt, alsmede het vaststellen van een grens aan deze frequentie, is dus cruciaal om te voorkomen dat toeristische verhuur doorslaat in woningonttrekking. Een registratieplicht en een meldplicht zijn daardoor voor Rotterdam noodzakelijke en geschikte instrumenten om schaarste tegen te gaan en om inzicht te verkrijgen of mogelijk een zwaarder instrument zoals de vergunningplicht ingezet moet worden.
Ad.2 Effectuering maatregelen op grond van de Wbmgp (Rotterdamwet) De grondslag voor hoofdstuk 2 van de verordening is niet gelegen in de Huisvestingswet 2014, maar heeft zijn wettelijke grondslag in de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). Vanwege het inhoudelijke verband tussen het verlenen van toegang tot de woningmarkt en het beïnvloeden van de samenstelling van de woningvoorraad (met name bij kamerbewoning is dat verband heel direct) wordt nu voorgesteld om beide onderwerpen in één verordening onder te brengen. In de Wbmgp is de bevoegdheid van de gemeenteraad opgenomen om in een huisvestingsverordening te bepalen dat, kort benoemd, er een inkomenseis, voorrang en/of screening geldt voor een huisvestingsvergunning.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 6
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft bij besluiten van 8 maart 2018, 5 april 2018 en 12 februari 2021 aanwijzingen gedaan, zodat de regels over een inkomenseis, voorrang en screening gesteld kunnen worden in de huisvestingsverordening Ten opzichte van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 bevat de voorliggende verordening de volgende wijzigingen: Inkomenseis (artikel 8 Wbmgp) Ten opzichte van de huidige situatie komt artikel 8 van de Wbmgp (de inkomenseis) in 83 o/o van de straten te vervallen. In plaats van wijken worden de straten waar artikel 8 blijft gelden opgenomen in de bijlage in deze verordening. Alleen in die straten blijft de inkomenseis gelden en wordt gevraagd om de huisvestingsvergunning. De inkomenseis vervalt per 1 april 2022, wanneer de gebiedsaanwijzing van de minister verloopt. Voorrang op grond van sociaal-economische kenmerken (artikel 9 Wbmgp) De minister heeft op 12 februari 2021 straten aangewezen (raadstuk. 21bb2301) waar op grond van artikel 9 van de Wbmgp voorrang aan woningzoekenden op basis van sociaaleconomische kenmerken zoals werk, vrijwilligerswerk, studie of woningzoekenden met beroepen uit de maatschappelijke sector (docenten, zorgmedewerkers en politieagenten) kan worden verleend.
De voorrangsbepaling zal van toepassing zijn op huurwoningen van woningcorporaties in de voor artikel 9 Wbmgp aangewezen gebieden. Dit geldt vanaf 1 september 2021. In de wijken Bloemhof en Hillesluis waar artikel 9 van de Wbmgp reeds geldt op woningen in het bezit van de woningcorporatie Woonstad Rotterdam geldt de gebiedsaanwijzing tot 1 april 2022. Gefaseerd effectueren in de particuliere voorraad Het verlenen van voorrang in de particuliere sector op grond van artikel 9 Wbmgp is geheel nieuw. Ook in andere gemeenten is hiermee nog geen ervaring opgedaan. De uitvoering van deze maatregel vereist grote zorgvuldigheid om tot een kwalitatief goed resultaat te komen. Deels omdat het nieuw is in de particuliere sector en deels omdat deze werkwijze financiële, personele en juridische consequenties kan hebben stellen wij voor de maatregel in de particuliere sector gefaseerd in te voeren. Wij stellen voor de voorrang te starten in de particuliere sector in de aangewezen straten in Tarwewijk omdat wij samen met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid een meerwaarde zien voor het gebied. Voorrang aan mensen uit de maatschappelijke sectoren (zorg, onderwijs, veiligheid, etc.) kan in deze straten een positief effect hebben op de sociaaleconomische positie van de straat en balans brengen in een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling.
Daarnaast zit de meerwaarde om te starten in Tarwewijk ook in het feit dat woningcorporatie Woonstad bezit heeft in die straten en ervaring heeft met het verlenen van voorrang aan maatschappelijke beroepen in andere straten. De kennis en ervaring van woningcorporatie Woonstad kunnen we goed gebruiken bij het ontwikkelen van een werkwijze in de particuliere sector. In deze eerste fase zal in samenwerking met het ministerie onderzoek gedaan worden naar de meest effectieve werkwijze. Nadat op grond hiervan een effectieve werkwijze is ontwikkeld kan het werkproces uitgebreid worden in de particuliere sector in andere aangewezen straten.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 7
Wij stellen voor in de verordening op te nemen dat de voorrangsbepaling van toepassing is op alle huurwoningen in de aangewezen straten. Daarnaast wordt in de verordening opgenomen (artikel 2.8, lid 2) dat het college kan besluiten tot het niet toepassen van de voorrangsmaatregel op het particulier bezit in de aangewezen straten die zijn opgenomen in de verordening. Op deze manier kan de voorrangsmaatregel gefaseerd worden uitgevoerd. Een zelfde uitwerking in de verordening is eerder toegepast bij het gefaseerd invoeren van screening (artikel 10 Wbmgp). Om de implementatie zorgvuldig voor te bereiden stellen wij voor per 1 september 2021 te starten met de uitvoering in de particuliere sector voor Tarwewijk. Het college zal een besluit nemen dat per 1 september 2021 de voorrangsmaatregel nog niet wordt toegepast in de particuliere sector in de overige aangewezen straten die zijn opgenomen in de verordening. Bij de start met de uitvoering van de voorrangsmaatregel in de particuliere sector in de overige straten wordt uw raad geïnformeerd. Screening op overlastverleden en crimineel gedrag (artikel 10 Wbmgp) Op 12 februari 2021 heeft de minister 71 straten aangewezen voor toepassing van artikel 10 van de Wbmgp.
De lijst van straten die door de minister zijn aangewezen en waar artikel 10 van de Wbmgp vanaf 1 juli 2021 zal worden toegepast, is nu in bijlage 1 bij de verordening opgenomen. Ad.3 Aanscherping beleid samenstelling woningvoorraad Het voorraadbeleid van de gemeente Rotterdam richt zich op het behoud en het beheer van een kwalitatief goede woningvoorraad met toekomstwaarde. Zie hiervoor de Woonvisie Rotterdam 2030 en het Addendum Woonvisie - Thuis in Rotterdam. Tegen de achtergrond van de bestaande schaarste aan woonruimte in Rotterdam en de Rotterdamse regio, is de samenstelling van de woningvoorraad in het bijzonder van belang met het oog op de beschikbaarheid voor de verschillende doelgroepen, maar ook in relatie tot de leefbaarheid in de kwetsbare wijken van de stad. De samenstelling van de woningvoorraad wordt beïnvloed door tal van factoren. Vanuit de gemeente gezien zijn het nieuwbouwprogramma, het programma voor de aanpak van de particuliere voorraad en de samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties van groot belang, maar ook de inzet van de volgende vier publiekrechtelijke instrumenten: 1. de onttrekkingsvergunning 2. de vergunning voor kamerbewoning 3. de vergunning voor woningvorming en 4. de splitsingsvergunning De inzet van deze vergunningen blijft in deze verordening in grote lijnen gelijk aan de inzet van deze vergunningen onder de Verordening 2019.
De belangrijkste wijziging betreft de inzet van de vergunning voor kamerbewoning. Huidige beleid: vergunning voor kamerbewoning Het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten behoeve van kamerbewoning is vergunningplichtig. De regels voor het verlenen van de vergunning voor kamerbewoning zijn gebaseerd op artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 en vastgelegd in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019.
Registratienummer diensi. BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 8
Het huidige beleid bevat (kort samengevat) de volgende elementen: » Een vergunning voor kamerbewoning is vereist, wanneer een woning wordt bewoond door meer dan 3 personen die niet met elkaar een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren » In de door ons aangewezen nulquotumgebieden (kwetsbare wijken waar een uitbreiding van vergunningplichtige kamerbewoning ongewenst is) wordt deze vergunning niet verleend. * Buiten nulquotumgebieden wordt de vergunning verleend als voldaan wordt aan de volgende criteria: o Alle bewoners zijn student; o In de woning is ten minste gemiddeld 18 m2 gebruiksoppervlak per persoon aanwezig; o Er is niet binnen 50 meter afstand van de woning waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, reeds een vergunning voor kamerbewoning verleend; o De omzetting van de woning naar kamerbewoning heeft naar verwachting van het college geen negatief effect op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt. Ook binnen de huidige regelgeving blijft het mogelijk voor volwassenen die geen gezin vormen een woning te bewonen zonder dat daar een vergunning voor kamerbewoning voor vereist is. Een voorwaarde is dat zij kunnen aantonen dat zij een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren.
Toezegging 20bb19263 In uw vergadering op 17 december 2020 heeft wethouder Bouwen, wonen en energietransitie gebouwde omgeving u toegezegd nadere informatie te geven over de wijze van handhaving bij woongroepen. Deze wijze van bewoning wordt vaak gecontroleerd. In Rotterdam wordt elke woning waar 4 of meer bewoners ingeschreven staan, zonder dat er een vergunning voor kamerbewoning is verleend, (na mutatie) bezocht om de bewoning te controleren. Bij een dergelijke controle beoordeelt de toezichthouder aan de hand van de wijze van bewoning en de onderbouwing die de bewoners aanleveren, of er sprake is van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden. Indicaties die hierbij gehanteerd worden staan beschreven in de toelichting op de verordening. Wij stellen voor de toezegging 20bb19263 hiermee als afgedaan te beschouwen Voorstel wijziging norm kamerbewoning Er is een groeiend tekort aan woningen geschikt om te bewonen door alleenstaanden, samenwonenden of gezinnen (zelfstandige woningen). Daarom wordt gezocht naar maatregelen om het minder gemakkelijk te maken woningen kamergewijs te verhuren, waardoor dit tekort verder toeneemt nemen. Er wordt voorgesteld door middel van deze verordening te bepalen dat een vergunning voor kamerbewoning reeds vereist is, wanneer een woning bewoond wordt door meer dan 2 personen die niet met elkaar een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren.
Dit voorstel is een volgende stap in een langere reeks van aanpassingen met dit doel. Al sinds 2017 kunnen vergunningen voor kamerbewoning alleen nog maar worden verleend voor kamergewijze huisvesting van studenten. In december 2019 heeft uw raad de vergunningeisen hiervoor verder aangescherpt. In juli 2020 heeft uw raad door het nemen van een voorbereidingsbesluit in 6 gebieden in de stad de komst van nieuwe kamerbewoning voorkomen. Dit is in december 2020 ook in de voorganger van deze verordening bekrachtigd door hen daarin aan te wijzen als nulquotumgebied.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 9
Tevens is toen bepaald dat buiten deze gebieden nieuwe vergunningen alleen verleend worden als er voldoende afstand is tot verleende vergunningen. In enkele wijken bestaat het beeld dat de mogelijkheden voor kamergewijze verhuur zodanig bijdragen aan de prijsstijgingen op de woningmarkt, dat daar verdere verkamering vooralsnog in het geheel niet gewenst is. Et wordt voorgesteld deze wijken tijdelijk aan te wijzen als gebied waar geen vergunningen voor kamerbewoning meer worden verleend, een zogenaamde nulquotumgebied. Dit betreft de wijken die ook aangewezen zijn als werkgeoied van het actieprogramma Goed huren verhuren, te weten Carnisse, Oud Charlois en Tarwewijk (in Charlois), Bloemhof en Hilllesluis (in Feijenoord) en Oud Mathenesse (in Delfshaven). De aanwijzing van deze gebieden als nulquotumgebied geldt gedurende de looptijd van een overgangsregeling, waarin eigenaren van woningen die kamergewijs bewoond worden door 3 personen, de gelegenheid krijgen hier een vergunning voor aan te vragen. Ten slotte is een overgangsregeling opgenomen om de rechtszekerheid te borgen van eigenaren en bewoners van woningen die momenteel met 3 personen kamergewijs bewoond worden.
Deze overgangsregeling heeft tevens tot doel een mogelijkheid te bieden tot legalisatie van situaties van kamerverhuur die met de wijziging van de verordening eind 2019 vergunnmgplichtig geworden waren, maar waar na de wijziging in 2020 geen mogelijkheid voor legalisatie meer bestond. Deze overgangsregeling zorgt er voor dat niemand die nu legaal woont, zijn of haar woning moet verlaten door deze aanpassingen van regelgeving. Motie Legaal en illegale verkamering (19bb14492) In uw vergadering op 4 april 2019 heeft uw raad de motie Legaal en illegale verkamering aangenomen Hiermee roept u het college op te onderzoeken wat mogelijkheden zijn om te voorkomen dat eengezinswoningen in focuswijken verkamerd worden en zo onttrokken worden aan de voorraad eengezinswoningen. In dit voorstel wordt een vergunning voor kamerbewoning al vereist bij kamergewijze verhuur aan 3 personen. Daarnaast worden zes focuswijken tijdelijk aangewezen als nulquotumgebied. Wij zijn van mening dat hiermee het maximale gedaan wordt om verdere verkamering van eengezinswoningen in focuswijken tegen te gaan. Wij stellen u daarom voor de motie Legaal en illegale verkamering (19bb14492) hiermee als afgedaan te beschouwen. Motie Verkameren? Nier zonder vergunning! (20bb19136) In uw vergadering op 17 december 2020 heeft uw raad de motie Verkameren? Niet zonder vergunning! aangenomen.
In deze motie roept u het college op te onderzoeken onder welke voorwaarden een vergunning voor kamerbewoning al verplicht gesteld kan worden bij bewoning van 3 personen, niet behorend tot 1 huishouden, en hierover een voorstel te doen. Uit ons onderzoek is gebleken dat het mogelijk is. De voorwaarden hiervoor zijn in het Rotterdamse wat ons betreft tweeledig. Enerzijds dient een overgangsregeling de rechtszekerheid te borgen van eigenaren en bewoners van woningen waar op dit moment 3 personen wonen. Anderzijds dient de handhaving op kamerbewoning versterkt te worden. Het uitgangspunt voor de handhaving van de nieuwe norm zal zijn dat er niet meer gekeken zal worden, maar dat er wel meer geconstateerd zal worden. Dit voorstel omvat de genoemde aanpassing van de norm voor de vergunningplicht bij kamerbewoning. Tevens omvat dit voorstel een overgangsregeling zoals hierboven beschreven. Voor de vereiste versterking van de handhaving is dekking gevonden, in elk geval tot eind 2023. Wij stellen u daarom voor de motie Verkameren? Niet zonder vergunning! (20bb19136) hiermee als afgedaan te beschouwen. Registratienummer dienst: B321/00620 (21 bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 10
Motie Halt aan de ongeremde verkamerinç van gezinswoningen (19bb25334) In uw vergadering op 12 december 2019 heeft uw raad de motie Halt aan de ongeremde verkamering van gezinswoningen aangenomen. Hiermee roept u het college op te onderzoeken welke maatregelen ze kan treffen om op korte termijn bovenmatige en ongeremde verkamering van appartementen en gezinswoningen een halt toe te roepen en hierbij onorthodoxe maatregelen niet uit de weg te gaan. Sinds december 2019 is het regime ten aanzien van kamerverhuur diverse keren aangescherpt. Dit voorstel werpt nog meer drempels op voor de omzetting van reguliere woningen naar kamerverhuur. Wij zijn van mening dat er onder de nieuwe verordening geen sprake meer is van “bovenmatige” en “ongeremde” verkamering. Wij stellen u daarom voor de motie Halt aan de ongeremde verkamering van gezinswoningen (19bb25334) hiermee als afgedaan te beschouwen. Ad. 4 Toeristische verhuur van woonruimte Sinds februari 2018 heeft Rotterdam regels voor vakantieverhuur van woningen vastgelegd in de Verordening Toegang woningmarkt en samenstelling Woningvoorraad. Deze regels voorzien erin dat negatieve effecten van vakantieverhuur worden voorkomen of beperkt.
Mogelijke negatieve effecten zijn bijvoorbeeld afname van de beschikbaarheid van woningen door woningonttrekking en leefbaarheidsproblemen zoals overlast voor omwonenden en afnemende sociale cohesie in een buurt. Het uitgangspunt van de Rotterdamse regels vakantieverhuur is dat bewoners de ruimte krijgen om incidenteel hun woning aan toeristen te verhuren, maar dat frequente, bedrijfsmatige verhuur van woningen aan toeristen onwenselijk is. Het aantal adressen in Rotterdam dat op Airbnb -veruit het grootste platform voor vakantieverhuur van woningen- wordt aangeboden is de afgelopen periode toegenomen, van ongeveer 1.300 adressen eind 2017, naar 1.500 eind 2019 naar inmiddels 1.900 adressen eind 2020 Daarmee is vakantieverhuur van woningen via online platforms in Rotterdam de afgelopen járen een wezenlijk onderdeel van het overnachtingsaanbod voor toeristen geworden. Wet Toeristische verhuur van woonruimte Per 1 januari 2021 is de Wet Toeristische verhuur van woonruimte in werking getreden. Deze wet geeft gemeenten de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening aanvullende instrumenten op te nemen om beter te kunnen toezien en zo nodig handhaven op toeristische verhuur en om ongewenste effecten hiervan te kunnen voorkomen of beperken.
Gemeenten kunnen per 1 januari 2021 alleen op basis van deze wet toeristische verhuur van woonruimte via de huisvestingsverordening reguleren. De wetgever geeft een brede definitie van toeristische verhuur. Het gaat om alle vormen van het tegen betaling bieden van verblijf in een woonruimte aan personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie zijn ingeschreven. Daarmee omvat toeristische verhuur niet alleen vakantieverhuur van woningen (het toeristisch verhuren van woonruimte tijdens de afwezigheid van de hoofdbewoner, bijvoorbeeld vanwege vakantie), maar ook Bed å Breakfasts (waarbij een deel van de woning verhuurd wordt en de hoofdbewoner tijdens de verhuur aanwezig is) alsook andere vormen van tijdelijke verhuur van woningen aan personen die niet ingeschreven staan in de basisregistratie. De wet biedt de mogelijkheid om voor elk van deze vormen van toeristische verhuur een reeks instrumenten die oplopen in zwaarte in te stellen: een eenmalige registratieplicht, een nachtencriterium, een meldplicht per verhuring en -indien voorgaande instrumenten onvoldoende soelaas bieden- een vergunningplicht voor vakantieverhuur.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 11
Voorstel toepassing wet Toeristische verhuur van woonruimte Het voorstel is om op basis van de Wet Toeristische verhuur woonruimte de volgende instrumenten in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 op te nemen: a. Registratieplicht voor alle vormen van toeristische verhuur b. Nachtencriterium en meldplicht per verhuring voor vakantieverhuur c. De mogelijkheid voor het college om een digitaal platform een verbod op te leggen op het publiceren van een aanbieding van een woonruimte waar het maximum van 60 nachten bereikt is. d. Bestuurlijke boetebedragen toeristische verhuur. Daarnaast wordt voorgesteld om geen vergunningplicht voor vakantieverhuur in te voeren. Een vergunningplicht kan alleen worden ingesteld als de druk op de leefbaarheid en de woningmarkt als gevolg van deze toeristische verhuur aantoonbaar ernstig zijn en een registratie- of meldplicht geen soelaas bieden of niet effectief zijn. Gezien de Rotterdamse praktijk van vakantieverhuur achten we dit een te zwaar instrument, die bovendien een grotere regeldruk voor burgers en extra kosten voor de gemeente betekenen. Indien uit de ervaring met de registratie- en meldplicht blijkt dat een zwaarder instrumentarium noodzakelijk is, Kan op een later moment tot invoering van een vergunning besloten worden. a.
Registratieplicht voor toeristische verhuur van woonruimte Om beter inzicht te krijgen in waar, door wie en welke woonruimte wordt aangeboden voor toeristische verhuur en dus de omvang van toeristische verhuur van woonruimte in Rotterdam, wordt voorgesteld om een registratieplicht in te voeren. Zonder de registratieplicht beschikt de gemeente immers niet over de adressen waar woonruimte voor toeristische verhuur wordt aangeboden omdat verschillende online olatforms deze informatie niet bij de advertentie vermelden. Het voeren van de registratieplicht in de verordening is verder een voorwaarde om überhaupt instrumenten zoals een nachtencriterium in de verordening te kunnen opnemen. Met een registratieplicht is het aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur op bijvoorbeeld een (internet)platform verboden zonder vermelding van een registratienummer. Dit registratienummer wordt eenmalig digitaal bij de gemeente aangevraagd door degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur. Hiervoor zal de gemeente geen kosten in rekening brengen. Deze registratieplicht geldt zowel voor vakantieverhuur (het verhuren van woonruimte tijdens de afwezigheid van de hoofdbewoner, bijvoorbeeld vanwege vakantie) als voor Bed ã Breakfasts (B&B’s) waarbij een deel van een woning wordt verhuurd en de hoofdbewoner tijdens de verhuur aanwezig is in de woning.
Omdat naast toeristen ook andere groepen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie, zoals als buitenlandse (exchange)studenten, expats en seizoensarbeiders, veelvuldig gebruik maken van het aanbod dat valt onder de definitie van toeristische verhuur, is het noodzakefijk om voor al deze vormen van verhuur de registratieplicht in te stellen. Alleen op deze wijze kunnen we goed inzicht in toeristische verhuur van woonruimte in Rotterdam krijgen. Met ingang van 1 juli 2021 geldt de registratieplicht voor nieuwe aanbieders van woonruimte voor toeristische verhuur. Voor aanbieders die voor de inwerkingtreding van de registratieplicht reeds een aanbieding hadden geplaatst geldt een wettelijke overgangsperiode van zes maanden. Dit betekent dat per 1 januari 2022 bij iedere aanbieding van woonruimte voor toeristische verhuur een registratienummer vermeld moet worden.
Registratienummer dienst: BS21/00320 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 12
Ten behoeve van de registratieplicht is er een landelijk registratiesysteem ontwikkeld in opdracht van de gemeente Amsterdam, in samenwerking met de VNG en de G4+ gemeenten. Rotterdam zal per 1 juli 2021 op dit systeem aansluiten. b. Nachtencriterium en meldplicht voor vakantieverhuur van woonruimte Onderdeel van het meeromvattende begrip toeristische verhuur is vakantieverhuur. Vakantieverhuur is in de voorliggende verordening gedefinieerd als het verhuren van woonruimte tijdens de afwezigheid van de hoofdbewoner. Specifiek voor vakantieverhuur van woningen stelt het college twee aanvullende maatregelen voor: een nachtencriterium van maximaal 60 nachten per kalenderjaar en een meldplicht per verhuring. Dit houdt in dat het aantal nachten van iedere verhuring voorafgaand aan die verhuring digitaal wordt gemeld bij de gemeente. Deze voorwaarden aan vakantieverhuur worden gesteld om te voorkomen dat de verhuur aan niet-ingezetenen in een zodanige frequentie plaatsvindt dat de woonfunctie niet meer overheersend is en dus de woonfunctie in het geding is. Gezien de schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad is dit een onwenselijke ontwikkeling. De enige manier om zicht te krijgen in welke mate dit aan de orde is en indien nodig hierop te kunnen handhaven is door ook een nachtencriterium vast te leggen en daarop toe te kunnen zien middels een meldplicht.
Alleen met deze gecombineerde inzet van instrumenten is sturing mogelijk vanuit het gemeentelijke uitgangspunt dat bewoners de ruimte krijgen om incidenteel hun woning aan toeristen te verhuren, maar dat frequente, bedrijfsmatige verhuur van woningen aan toeristen wordt tegengegaan. Gezien de schaarste in de woningvoorraad is het voorkomen van langdurige, structurele verhuring van woningen aan toeristen noodzakelijk. De begrenzing op 60 nachten betekent tevens een inperking van het risico op overlast voor omwonenden en op afnemende sociale cohesie, en daarmee het risico op aantasting van de leefbaarheid in een woonblok of buurt. Met een nachtencriterium van maximaal 60 nachten kiest het college om vast te houden aan het sinds 2018 gehanteerde maximum. In 2018 is besloten tot dit maximum omdat het op dat moment de meest gangbare grens was die in meerdere Nederlandse gemeenten werd gehanteerd, uitgaande van het aantal vakantiedagen, feestdagen en een aantal weekenden dat mensen gemiddeld genomen maximaal tot hun beschikking hebben om op vakantie te kunnen gaan. De grens van 60 nachten is in de handhaving een werkbare grens voor Rotterdam gebleken. De ontwikkeling van vakantieverhuur in Rotterdam geeft bovendien vooralsnog geen aanleiding om tot een ander maximum lager of hoger- over te gaan.
Omwille van de eenduidigheid en het benodigde inzicht in de feítelijke verhuringen, wordt voorgesteld om de meldplicht in heel Rotterdam in te voeren. Voor het invoeren van een meldplicht per verhuring is een goed werkend meldings systeem vereist. De realisatie en ingebruikname van het meldsysteem is naar verwachting mogelijk vanaf begin 2022. Het voorstel is om het college de bevoegdheid te geven de meldplicht op een nader te bepalen tijdstip in te laten gaan. c. Publicatieverbod na overschrijding nachtencriterium. De wet biedt de mogelijkheid aan het college om een publicatieverbod voor de rest van het jaar op te leggen aan een online platform, indien het maximum van aantal nachten is overschreden en het platform hierover door het college in kennis is gesteld. Het voorstel is om deze bevoegdheid in de Verordening vast te leggen, zodat ook de online platforms op hun verantwoordelijkheid kunnen worden aangesproken om te publiceren in lijn met de gemeentelijke regels.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 13
d. Bestuurlijke boetes toeristische verhuur van woonruimte Het college heeft op grond van artikel 35 van de Huisvestingswet 2014 de bevoegdheid om overtredingen van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad te sanctioneren met een bestuurlijke boete. De gemeenteraad bepaalt in de Verordening de maximale hoogte van de boetes, met inachtneming van de kaders daarvoor uit de Huisvestingswet 2014. Met het uitbreiden van de artikelen in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 vanwege de Wet Toeristische verhuur, wordt voorgesteld ook het overtreden van deze nieuwe voorschriften met een bestuurlijke boete te kunnen sanctioneren. Het gaat dan om het overtreden van de registratieplicht, het nachtencriterium en de meldplicht. Tevens gaat het om drie boetes gericht op overtredingen door online platforms. Het gaat als eerste om het hierboven genoemde publicatieverbod indien het maximaal aantal nachten bereikt is. Daarnaast is in de wet een verbod opgenomen op publiceren zonder registratienummer en een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet -en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur. Dit verbod en deze verplichting treden per 1 juli 2021 in werking en de wet biedt gemeenten de mogelijkheid om in de verordening de overtreding hiervan beboetbaar te stellen.
De voorgestelde maximumhoogtes van de boetes die kunnen worden opgelegd voor het overtreden van de voorschriften in verband met toeristische verhuur, staan vermeld in de tabellen 6 tot en 11 van bijlage 4 van het ontwerp-besluit. Ad. 5 Bestuurlijke boetes Met het voorliggende voorstel wordt de gelegenheid te baat genomen de bestuurlijke boetes die op grond van overtreding van de verordening kunnen worden opgelegd onderling meer op elkaar af te stemmen. Met inachtneming van de kaders van de Huisvestingswet 2014, bepaalt de gemeenteraad in de Verordening de maximale hoogte van de bestuurlijke boetes die voor overtredingen uit de Verordening kunnen worden opgelegd. Inmiddels zijn de wettelijk op te leggen maximumbedragen door middel van indexering verhoogd. Daarnaast biedt de Huisvestingswet 2014 met ingang van 1 januari 2021 voor recidive van overtredingen binnen vier jaar de mogelijkheid voor het opleggen van een hogere boete dan tot dan toe het geval was. Onder de bestaande verordening wordt voor de hoogte van de op te leggen boete een onderscheid gemaakt of de overtreding vanuit een bedrijfsmatige exploitatie wordt begaan of vanuit een niet-bedrijfsmatige exploitatie. Omdat in de praktijk vrijwel altijd sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie dan wel een exploitatie met een winstoogmerk wordt voorgesteld in de nieuwe veroroening het onderscheid niet meer te maken.
Verder wordt voorgesteld de boete die het college kan opleggen bij een eerste overtreding voor het zonder vergunning onttrekken van woonruimte, bijvoorbeeld in het geval van exploitatie van een hennepkwekerij in een woning, te laten aansluiten bij de maximale hoogte van de boete bij gelijksoortige overtredingen van de verordening. De voorgestelde op te leggen maximum boetes zijn opgenomen in de tabellen 1 tot en met 11 van bijlage 4 van deze verordening. Alle in het voorafgaande aangegeven onderwerpen zijn verwerkt in de in ontwerp bijgevoegde Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021. In bijlage 1 bij de verordening is een uitgebreide artikelsgewijze toelichting opgenomen, waarin onderdelen van de regels zijn verduidelijkt.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 14
Financiële en juridische consequenties/aspecten: Financieel Maatregelen op grond van de Wbmgp (Rotterdamwet) De inzet van de maatregelen uit de Wbmgp is een samenwerking tussen verschillende clusters (Stadsontwikkeling, Dienstverlening, Directie Veilig, Stadsbeheer en Maatschappelijke Ontwikkeling). De dekking vindt plaats binnen de begroting van de verschillende clusters. Aanscherping beleid samenstelling woningvoorraad De aanscherping ten aanzien van de samenstelling van de woningvoorraad (aanpassing norm voor de vergunning voor kamerbewoning) heeft gevolgen voor de capaciteit bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van het cluster Stadsontwikkeling. Hiertegenover staat een verhoging van inkomsten uit te ontvangen leges. De financiële consequenties van één en ander worden gedekt binnen de begroting van cluster Stadsontwikkeling. Toeristische verhuur van woonruimte De dekking voor de inzet van de maatregelen uit de Wet Toeristische verhuur van woonruimte vindt plaats binnen de begroting van het cluster SO. De inzet van handhaving blijft op basis van signalen. Met deze lijn is vooralsnog geen uitbreiding van de handhavingscapaciteit nodig. Indien de gegevens uit de registratieen meldsystemen aanleiding geven om de handhavingscapaciteit uit te breiden zal een voorstel hiertoe aan uw raad worden voorgelegd.
Juridisch Met de vaststelling van de Verordening Toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 wordt de Verordening Toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 en de daarop vastgestelde wijzigingen ingetrokken. Deze Verordening treedt in werking op 1 juli 2021 en geldt voor de duur van maximaal vier jaar. ende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De burge neëšf
outaleb
ozen
Bijlage(n): 1. Rigo: Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad 2. 21bb2301 - Brief gebiedsaanwijzing van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 15
Ontwerpbesluit: Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 mei 2021 (raadsvoorstel nr. "Dit vult griffie later in"); gelet op artikel 156 van de Gemeentewet, de artikelen 8, 9 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek en artikel 4, eerste lid van de Huisvestingswet 2014; besluit:
HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen ArtiKel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder; basisregistratie personen: de basisregistratie als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam; gebruiksoppervlak: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; huishouden: alleenstaande, of twee of meer personen die naar het oordeel van het college hebben aangetoond, dat zij een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren; huisvestingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8 van de Huisvestingswet 2014; ingezetene: degene die in de basisregistratie personen van één van de gemeenten in de regio is opgenomen en feítelijk aldaar hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte; inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, onder i van de Wet op de huurtoeslag; kamerbewoner: bewoner van onzelfstandige woonruimte of bewoner die behoort tot meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens die zelfstandige woonruimte bewonen; kamerbewoning: bewonen van onzelfstandige woonruimte of het bewonen van zelfstandige woonruimte door meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens; minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; onttrekkingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en
onder a, van de Huisvestingswet; - onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken, toilet, en badkamer; regio: grondgebied van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorņe; registratienummer: registratienummer als bedoeld in artikel 23a van de Huisvestingswet 2014:_________________________ — Registratienummer dienst: B321/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin 010-4894871____________________
pagina 16
-
student: ingeschrevene aan een opleiding voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs in Nederland; vakantieverhuur: vorm van toeristische verhuur van woonruimte tijdens afwezigheid van de hoofdbewoner van die woonruimte, waarbij onder hoofdbewoner wordt verstaan de persoon die in de basisregistratie personen staat ingeschreven op een adres en daar zijn feítelijk hoofdverblijf houdt; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet; zelfstandige woonruimte: woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken, toilet en badkamer.
Artikel 1.2 Intrekking van vergunning 1. een vergunning kan in ieder geval worden ingetrokken indien: a. de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; b. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; c. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; d. de houder dit verzoekt.
HOOFDSTUK 2 Toegang tot de woningmarkt op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek Artikel 2.1 Toepassingsgebied 1 Dit hoofdstuk ís van toepassing op alle te huur aangeboden zelfstandige en onzelfstandige woonruimten die zijn gelegen in de straten, genoemd in bijlage 1 bij deze verordening. 2. In bijlage 1 bij deze verordening staan de straten die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek zijn aangewezen voor de toepassing van de artikelen 8, 9 en 10 van deze wet. 3. Artikel 2.6 is alleen van toepassing op te huur aangeboden zelfstandige woonruimten. Artikel 2.2 Vergunningvereiste 1. Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 2.1 voor bewoning in gebruik te nemen zonder een huisvestingsvergunning. 2. Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 2.1 voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning. Artikel 2.3 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning 1. Het college verleent de huisvestingsvergunning indien wordt voldaan aan de volgende criteria: a.
de aanvrager bezit de Nederlandse nationaliteit, of wordt op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld, of is vreemdeling en houdt rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000; b. de aanvrager is 18 jaar of ouder of is het hoofd van een huishouden met één of meer minderjarige kinderen, tenzij artikel 2.5, tweede iid van toepassing is, in welk geval de aanvrager 16 jaar of ouder is;
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bbC05226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 17
c.
er is sprake van een vergunning voor kamerbewoning als bedoeld in artikel 3.2.2 en de woonruimte een onzelfstandige woonruimte is waarvoor een vergunning voor kamerbewoning is vereist, d. de aanvrager voldoet aan artikel 2.4, 2.5 of 2.6 voor zover dat artikel van toepassing is, en e. de aanvrager komt op grond van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 in aanmerking voor verlening van de huisvestingsvergunning in het geval dat de woonruimte een zelfstandige woonruimte van een woningcorporatie is. 2. Indien op de aanvraag twee of meer van de in het eerste lid, onder b tot en met e genoemde criteria van toepassing zijn, vindt beoordeling van deze criteria plaats in de in het eerste lid weergegeven volgorde. Artikel 2.4 Inkomenseisen als bedoeld in artikel 8 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek 1.
In het geval dat de woonruimte waarvoor een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd is gelegen in één van straten die op deel 1 van de lijst in bijlage 1 bij deze verordening staat, komt de aanvrager die minder dan zes jaar voorafgaand aan de aanvraag van een huisvestingsvergunning onafgebroken ingezetene is van één van de gemeenten van de regio slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning, indien hij voldoet aan een van de in artikel 8, eerste lid, oi iderdeel a tot en met f van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek genoemde eisen of beschikt over een urgentieverklaring dan wel een herhuisvestingsverklaring als bedoeld in artikel 2.3.8 van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020, mits de woonruimte wordt aangemerkt als een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1. van die verordening en gebruik wordt gemaakt van de urgentieverklaring of de herhuisvestingsverklaring. 2. Indien het inkomen afkomstig is van de in artikel 8. eerste lid, onderdeel a. of b. van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek genoemde bronnen, is de hoogte van het inkomen ten minste gelijk aan de voor de aanvrager geldende bijstandsnorm, bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 van de Participatiewet.
Artikel 2.5 Beperking van overlastgevend en crimineel gedrag als bedoeld in artikel 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek 1. Een huisvestingsvergunning wordt niet verleend, indien: a. de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd is gelegen in één van de straten, genoemd in deel 2 van de lijst in bijlage 1 bij deze verordening; b. uit het onderzoek op basis van politiegegevens, bedoeld in artikel 10a van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in de woonruimte willen huisvesten, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit 'n die straat. 2. Een persoon van 16 jaar en ouder die zich op een later tijdstip bij de houder van een huisvestingsvergunning wil huisvesten in de woonruimte die is gelegen in één van de straten die in deel 2 van de lijst in bijlage 1 bij deze verordening staat, dient over een huisvestingsvergunning te beschikken. Zulk een huisvestingsvergunning wordt niet verleend, indien op grond van het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde onderzoek blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat zijn huisvesting zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in de straat waarin de woonruimte van de houder van de huisvestingsvergunning is gelegen.
Registratienummer dienst: BS21/00620 (21bb005226) Portefeuillehouder: S.A. Kurvers Steller: M. Metin, 010-4894871
pagina 18
3. Bij een onderzoek als bedoeld in het eerste, onderdeel b, en het tweede lid kan uitsluitend rekening worden gehouden met de volgende gedragingen uit de politiegegevens: a. het veroorzaken van overlast dię hinderlijk of schadelijk is voor personen of een gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen door: 10. geluid of trillingen; 20. het plaatsen, werpen of hebben van stoffen of voorwerpen; 30. het verrichten van handelingen waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm, stof, stank of irriterend materiaal wordt verspreid; 40. vervuiling, verontreiniging of schadelijk of hinderlijk gedierte in de woning of de directe omgeving ervan; b. onrechtmatig gebruik van een woning; c. gebruik van beledigende of discriminerende taal of uitingen jegens of intimidatie van omwonenden of bezoekers; d. gewelddadigheden of openlijke geweldpleging tegen, dan wel bedreiging of mishandeling van omwonenden of bezoekers; e. activiteiten die strafbaar zijn gesteld op grond van de Opiumwet in of in de omgeving van de woning; f. openbare dronkenschap in de omgeving van de woning; g. het plegen van vermogensdelicten met een directe relatie tot de woonomgeving; h. brandstichting, vernieling en vandalisme in de omgeving van de woning; i.