21bb15202 Bijlage 1 behorende bij 21bb14364 over toelichting Ontwerpbestemmingsplan RottaNova
Tekst van het document
Ieder gebied kent zijn eigen dynamiek, uitdagingen en ontwikkelopgaven. Daarnaast is het ook nodig om te bekijken hoe de bestaande horeca aansluit op de behoeften en ambities van de stad als geheel. Veerkrachtige binnenstad: Rotterdam heeft een aantrekkelijke binnenstad voor winkelend publiek en een gevarieerd horeca-aanbod dat aansluit op de zakelijke markt, op de wensen van (buitenlandse) bezoekers en een belangrijke bijdrage levert aan een aantrekkelijke woonomgeving voor bewoners. Rotterdam ontwikkelt de binnenstad als een vitale kwaliteitsplek voor ontmoeting, verblijf en vermaak. Daarom zet de stad zich samen met haar partners in om de binnenstad nog gezelliger en levendiger te maken. Een belangrijk doel daarbij is dat mensen er langer willen verblijven, ook na het winkelen of werken. Verantwoord ondernemerschap: Van ondernemers verwachten wij dat zij, nog meer dan een groot aantal al deed, verantwoordelijkheid nemen voor de effecten die hun inrichting en publiek op de omgeving kunnen hebben. Deze verantwoordelijkheid houdt niet op bij de voordeur van de inrichting of de grens van het terras.
Verantwoord omgaan met alcohol, contact onderhouden met de wijkagent en de lokale ondernemersvereniging, het schoon houden van de stoep en het tijdig informeren van de buren wanneer er een feestje plaatsvindt is, naast goed fatsoen, de verantwoordelijkheid die we van Rotterdamse ondernemers verwachten. Het is de manier waarop we de schaarse ruimte van de stad met elkaar delen. Rotterdam als laboratorium: De gemeente moedigt experimenteren aan, ook als het niet succesvol
26
uitpakt. Het leren en opdoen van kennis en ervaring is essentieel om tot daadwerkelijk vernieuwende ideeën te komen. In de Horecanota 2017-2021 is de mogelijkheid opgenomen om tijdelijk af te wijken van bestaande wet- en regelgeving als dit experimenten in de weg staat. Uiteraard moet dit in goed overleg en mag de veiligheid en openbare orde niet in het geding komen. Aanpak Een bruisende stad voor bewoners en bezoekers is een belangrijk uitgangpunt. Dit bereiken we met een aantrekkelijk en elkaar versterkend aanbod aan consumentendiensten. Zowel horeca, leisure als detailhandel behoren tot deze categorie. Een duidelijk zichtbare trend is de ontwikkeling van gebieden als 'place to be'. Op deze plekken komen verschillende functies samen, die het voor consumenten de moeite waard maken om er te verblijven. Een goede relatie en wisselwerking met detailhandel en leisure is dan ook nodig. Een belangrijk onderdeel van de Horecanota 2017-2021 is een koppeling met het detailhandelbeleid. In de stedelijke Detailhandelsnota en de gebiedsgerichte uitwerking daarvan, wordt de gemeentelijke ontwikkelvisie op winkelgebieden beschreven en vastgesteld. In winkelgebieden, in het bijzonder de binnenstad en grote centra, zijn ook de horeca- en leisurefuncties van groot belang. De beleving en aantrekkelijkheid worden juist bepaald door een goede mix van functies, die elkaar versterken.
Om die reden is een aantrekkelijk horeca-aanbod als onderdeel van de toekomstbestendige winkelgebieden vaak zeer wenselijk. Relatie tot het bestemmingsplan De RottaNova sluit aan op dit beleid door een mix te bieden van horeca en winkels in de plint van het gebouw, waarbij horeca zich uitsluitend op de Grotemarkt zijde oriënteert. 2.4.11 Horecagebiedsplan Rotterdam 2019-2021 In het horecagebiedsplan Centrum 2019-2021 staat de gewenste koers van een gebied qua horeca-ontwikkeling voor minimaal de komende twee jaar. Om te zorgen dat Rotterdam een aantrekkelijke, veilige stad is en vooral blijft, wordt gebiedsgericht gewerkt. Dit is een van de uitgangspunten uit het en het programma Veilig@Rotterdam. Het horecagebiedsplan is niet het enige waaraan een aanvraag voor een exploitatievergunning getoetst wordt. Een aanvraag wordt ook nog getoetst aan onder meer de bestemming van het pand. De bestemming moet de horeca-activiteiten toestaan. Er dient dus wel een duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen een bestemmingsplan (waar horeca zich kan vestigen) en een horecagebiedsplan (wat voor horeca kan zich daar vestigen). Het opstellen van het horecagebiedsplan wordt gedaan door de gebiedscommissies van de Rotterdamse gebieden, onder leiding van de gebiedsadviseurs horeca.
Deze adviseurs fungeren binnen de gemeente Rotterdam als het (eerste) aanspreekpunt voor nieuwe en bestaande ondernemers. Voordat een specifieke invulling kan worden gegeven aan de gewenste ontwikkeling van horeca in een gebied, is het in de eerste plaats van belang wijken, buurten en/of straten binnen een gebied te karakteriseren. Dit vindt plaats aan de hand van een algemeen gebiedskader. Hierbij vormt het integrale gebiedsplan, dat door de gebiedscommissies wordt opgesteld, een belangrijk referentiekader. Het karakter, aard en functie van een wijk, buurt of straat bepaalt primair hoeveel en welke soort horeca gerealiseerd kan worden. In gemengde wijken, buurten en/of straten kenmerken zich door een mix van diverse functies zoals wonen, werken, winkelen, cultuur en horeca. Voorbeelden hiervan zijn de Witte de Withstraat, en het CS-kwartier. Uitbreiding van horeca is meestal mogelijk, waarbij expliciet wordt gekeken of dit ondersteunend is aan c.q. een positieve werking heeft op de andere functies en de straat en/of buurt als geheel. Tenzij anders bepaald zijn nieuwe inrichtingen mogelijk met ten hoogste een categorie 1 vergunning. Het moet in ieder geval niet leiden tot een te grote druk van de horeca op de openbare orde en het woon- en leefklimaat.
De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting wordt aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij
27
vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+.
Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswet en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de vergunningplicht mogen exploiteren; aangegeven als exploitatiecategorie 0. Het betreft:
Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basis voorwaarden verruimd en deels vervangen door onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk.
Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden.
28
Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden.
Relatie tot bestemmingsplan Het plangebied behoort tot het deelgebied Stadsdriehoek. De Stadsdriehoek is het oorspronkelijke centrum van Rotterdam. De naam Stadsdriehoek verwijst naar de historische driehoekige vorm van de stad Rotterdam, die werd begrensd door de Coolvest en de Schiedamsevest in het westen, de Goudsevest in het noordoosten en de Nieuwe Maas in het zuiden. De Stadsdriehoek ligt in het stadshart van Rotterdam. Samen met de wijk Cool deelt Stadsdriehoek het winkelcentrum, waarin de Beurstraverse (of 'koopgoot') een prominente rol speelt. De Stadsdriehoek kan getypeerd worden als een wijk met verschillende karakters. De afgelopen jaren is er veel woningbouw gepleegd in het gebied. Dit heeft veel extra bewoners getrokken die aangenaam wonen in het centrum. Ook het uitgaan en recreëren is de laatste jaren toegenomen. In de Stadsdriehoek zijn veel restaurants en café's gevestigd. Veel daarvan zijn gelegen rond de Oude Haven, maar ook andere locaties ontwikkelen zich steeds meer tot uitgaanscentra, zoals het Laurenskwartier. Het streven naar een aantrekkelijker verblijfsklimaat moet resulteren in het aantrekken van meer bewoners, bezoekers en werkenden. Dit gebeurt onder meer door in te zetten op de levendigheid en gastvrijheid van het gebied.
Gezien het feit dat de Stadsdriehoek een groot gebied bestrijkt met een sterk wisselende uitstraling is ervoor gekozen om de diverse gebieden/straten apart te beschrijven.
Figuur 2.4.1 Locatie Stadsdriehoek
De locatie RottaNova is gelegen aan de Hoogstraat. De Hoogstraat is een van de oudste straten van Rotterdam. Het deel is een tamelijk smalle winkelstraat met woningen en horeca. Dit deel van de Hoogstraat heeft zich in de afgelopen jaren positief ontwikkeld en zeker met de ontwikkeling van het
29
industriegebouw is de verwachting dat deze ontwikkeling zich doorzet. Voor RottaNova wordt de volgende ontwikkelrichting aangegeven.
Er is besloten om ter plaatse van het plangebied horeca tot en met categorie 2 toe te staan, behoudens het feit dat terrassen tot 23.00 uur toegestaan zijn. Conclusie Indien rekening wordt gehouden met de uitgangpunten uit het horecagebiedsplan, past de voorgenomen ontwikkeling binnen het gebiedsbeleid. Het beleid vormt dan geen belemmering voor de vaststelling. 2.4.12 Nota van Uitgangspunten RottaNova Voor de ontwikkeling van het bouwplan RottaNova is op 21 november 2017 door het college van B&W een Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Deze Nota van Uitgangspunten is opgesteld naar aanleiding van initiatiefnemer om tussen de Hoogstraat en de Markthal een gemengd stedelijk bouwblok te ontwikkelen, RottaNova genaamd. In paragraaf 4.4 wordt de Nota van Uitgangspunten beschreven.
2.5
Conclusie beleid
Wonen De ontwikkeling van de RottaNova sluit aan op het beleid ten aanzien van wonen. Provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid is geraadpleegd. Er is behoefte aan een variatie aan woningen in het midden- en hoge segment in dit gebied. Zo draagt toevoeging van 270 appartementen bij aan de binnenstad als citylounge en voorziet het in de behoefte zoals geformuleerd in de woonvisie. De beoogde ontwikkeling is in lijn met zowel het provinciaal, regionaal als het gemeentelijk beleid. Detailhandel Op provinciaal niveau is Rotterdam centrum aangewezen als een te ontwikkelen centrum, waar wordt gestreefd naar een opwaardering van de detailhandelsfunctie in termen van kwaliteit, parkeren en bereikbaarheid en imago/beleving. Er kan onder voorwaarde van het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking sprake zijn van uitbreiding van het winkelareaal. Daarnaast is op regionaal niveau behoefte aan detailhandel op kwalitatief niveau dat een bijdrage kan leveren aan het regionaal onderscheidende en concurrerende vestigingsaanbod. Op gemeentelijk niveau zet Rotterdam in op kwaliteit van toekomstbestendige winkelgebieden dat concreet inhoudt: van meer naar betere detailhandel. De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, is lijn met het beleid. Horeca Ten aanzien van horeca ligt de nadruk op gebiedsgericht werken.
Het uitgangspunt is het bereiken van een aantrekkelijk en elkaar versterkend aanbod aan consumentendiensten. Zowel horeca, leisure als detailhandel behoren tot deze categorie. Een duidelijk zichtbare trend is de ontwikkeling van gebieden als 'place to be'. Op deze plekken komen verschillende functies samen, die het voor consumenten de moeite waard maken om er te verblijven. Door middel van voorliggend bestemmingsplan wordt een mix van functies gerealiseerd in de plint van het wooncomplex, waarbij wordt voorzien in detailhandel en horeca. Hierin voldoet de ontwikkeling aan het beleid. Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van zowel Rijks- als provinciale regelgeving is voor een stedelijke ontwikkeling het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking verplicht. In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied. Om die reden dient met name de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Zowel voor de woonfunctie als voor de detailhandels- en horecafunctie.
30
Wonen In dit hoofdstuk is onder meer de woningbehoefte in kaart gebracht. Zowel vanuit provinciaal, regionaal als gemeentelijk beleid is gebleken dat behoefte bestaat aan de ontwikkeling. Vooral het regionale beleid is bij het bepalen van de behoefte van belang. Gesteld is dat de komende jaren (tot 2021) de doelstelling bestaat in de gehele regio 50.000 woningen te realiseren. Dit door middel van transformatie en herstructurering, maar ook door toevoeging van nieuwbouw. Het plan voorziet in 270 woningen in het centrumgebied van Rotterdam. Dit betekent dat een goede bijdrage wordt geleverd aan het voorzien in de kwantitatieve behoefte aan woningen. Kwalitatief geldt dat behoefte bestaat aan woningen voor met name jonge en oudere huishoudens, omdat onder deze groepen de vraag aanzienlijk toeneemt. Het toevoegen van appartementen in het centrumgebied van Rotterdam sluit hier naadloos op aan, omdat de woningen geschikt zijn voor alle leeftijdsgroepen, en de locatie binnen de stad de woningen aantrekkelijk maakt voor jong en oud als gevolg van de vele voorzieningen in de directe omgeving van de RottaNova. Niettemin is naast de doelstelling ten aanzien van doelgroepen, ook de toekomstbestendigheid van de woningen van belang. De woningen dienen daarom eveneens duurzaam c.q. het plan dient toekomstbestendig te zijn.
Dit geldt niet alleen in toepassing van technieken ten aanzien van energie, maar ook voor de levensloopbestendigheid van de woningen. Door de woningen in de RottaNova levensloopbestendig uit te voeren, blijven de woningen beantwoorden aan de woonwensen van diverse leeftijdsgroepen, deze woonwensen veranderen immers door de jaren heen. Gelet op het bovenstaande wordt zowel in de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte voorzien in woningen. Detailhandel Op basis van het vigerende bestemmingsplan is detailhandel reeds mogelijk. De locatie ligt in een gebied waar winkels zijn toegestaan. Het aantal vierkante meters winkels is in het bestemmingsplan niet beperkt, de enige beperking bestaat uit het aantal supermarkten en de grootte daarvan. Planologisch voegt voorliggend bestemmingsplan daarom geen extra vierkante meters toe ten opzichte van de huidige situatie. Uit het aangehaalde beleid geldt bovendien dat de ontwikkeling daarop aansluit. De RottaNova is in lijn met provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, waarin de planlocatie is aangegeven als een gebied waarin detailhandel wenselijk is. Van ongewenste leegstand is daarom geen sprake. Horeca Op provinciaal en regionaal niveau is niks geregeld ten aanzien van horeca. Daarom wordt voor dit onderdeel aangesloten op het gemeentelijk beleid hieromtrent.
Het gemeentelijk beleid in dezen is de Horecanota Rotterdam 2017 - 2021, waarbij gebiedsgericht wordt gewerkt. Specifiek voor dit gebied is het Horecagebiedsplan Rotterdam 2017 - 2019 en Horecagebiedsplan 2019 - 2021 van kracht. In het gemeentelijk beleid ten aanzien van horeca wordt uitgesproken dat een bruisende stad voor bewoners en bezoekers een belangrijk uitgangpunt is. Dit kan worden bereikt met een aantrekkelijk en elkaar versterkend aanbod aan consumentendiensten. Zowel horeca, leisure als detailhandel behoren tot deze categorie. Toevoeging van de RottaNova draagt bij aan het realiseren van de gestelde ambities ten aanzien van de invulling van de stad door de toevoeging van meer horecafuncties. Kantoren, maatschappelijke voorzieningen en lichte bedrijvigheid De functies kantoren, maatschappelijke voorzieningen en lichte bedrijvigheid zijn reeds mogelijk op basis van het bestemmingsplan Laurenskwartier 2002. Dit betreft dus een continuering van reeds toegestane functies in het plangebied. De beleidstoets is voor deze functies, vanwege het bestemmingsplan Laurenskwartier 2002, niet meer aan de orde en de behoefte aan de functies is hiermee tevens ingevuld. Conclusie De behoefte aan verschillende functies, die mogelijk zijn in het plangebied is aangetoond. De Ladder voor duurzame verstedelijking is met succes doorlopen.
31
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving van het plangebied
Archeologie
Beleidskader Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Landschap en bewoningsgeschiedenis Het plangebied RottaNova maakte vanaf de late prehistorie deel uit van een omvangrijk moerasgebied waar veenvorming plaats vond. Bewoningssporen uit de periode van het begin van de moerasvorming, de Bronstijd (2000-800 voor Christus) zijn uit het plangebied niet bekend.
De oudst bekende vondsten dateren uit de periode voorafgaand aan de veenvorming, het Neolithicum (5300-2000 voor Christus). In die periode werden gunstige plekken in het landschap zoals rivierduinen en rivieroevers door de mens uitgekozen om te verblijven. Aardewerk en vuurstenen werktuigen uit deze periode zijn aangetroffen tijdens het archeologisch onderzoek in het tracé van de Willemsspoortunnel in Rotterdam, tussen 1988 en 1992. De spoortunnel volgt min of meer de benedenloop van de gedempte Rotte tussen Pompenburg en Oude Haven. De Rotte is als afwateringsriviertje van het veengebied vermoedelijk ontstaan in de Ijzertijd (800 voor Christus - begin jaartelling). Op de oevers van het riviertje verbleven vanaf die tijd mensen. Bij archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied zijn vondsten en bewoningssporen ontdekt uit de Ijzertijd (verspoeld materiaal), de Romeinse tijd (resten van een huis en een crematiegraf langs de Rotte, tegenover de Laurenskerk) en de Middeleeuwen (verspoeld materiaal uit 8e – 9e eeuw, bewoningssporen op diverse plekken uit de 10e -12e eeuw). De vondsten en sporen uit de 8e-12e eeuw kunnen gerelateerd worden aan de in 1028 en 1050 historisch vermeldde nederzetting Rotte, die ook een kerk bezat.
De prestedelijke nederzetting, die langs beide oevers van de benedenloop van de Rotte lag, werd in de 12de eeuw verlaten na overstromingen, die tot diep landinwaarts reikten. In de 13e eeuw werd het overstroomde gebied door de aanleg van dijken van noord naar zuid stap voor stap weer bewoonbaar gemaakt. Op en langs de dijken concentreerde zich een groot deel van de bebouwing. Langs de Maas kwam uiteindelijk rond 1270 een gesloten dijkfront tot stand, doordat de Rotte ter plaatse van de Hoogstraat werd afgedamd. De dam verbond de dijken van wat nu heet de Korte Hoogstraat en de Oostzeedijk. De dam bevindt zich voor een gedeelte in het plangebied. In de dam werd tussen 1270 en 1870 een complex uitwateringssluizen in stand gehouden, waarvan de resten nog gedeeltelijk in de bodem aanwezig zijn. Rotterdam ontstond langs de dam (Hoogstraat) en langs twee straten parallel aan de binnenbedijkte Rotte (de Lombardstraat en de Oppert). In 1340 kreeg de nederzetting stadsrechten. In 1358 werd de stad al fors uitgebreid. Het huidige Laurenskwartier omvat de gehele oudste kern van de stad en een groot deel van de Middeleeuwse stad in de omvang van 1358. Het bestemmingsplangebied RottaNova is voor een gedeelte gelegen binnen gebied nummer 19 van de Archeologisch Belangrijke Plaatsen. In de ondergrond van de Hoogstraat bevinden zich de dam en de sluizen van de Rotte.
De houten sluizen, bestaande uit een reeks gebinten, waren tijdens de aanleg in 1270 aan de bovenzijde nog open. Later, nadat de bebouwing toenam en de dam werd verbreed, kwamen de sluizen geheel onder de straat te liggen. In de 16e eeuw werden de sluizen, met uitzondering van de vloer en de deuren, geheel uit steen opgetrokken. Momenteel zijn er tien sluizen, die overigens niet gelijktijdig hebben gefunctioneerd, in de Hoogstraat bekend.
32
Archeologische verwachting In een gedeelte van het plangebied bevindt zich een terrein waarvan bekend is dat er belangwekkende archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Dit terrein staat op de 'Lijst van Archeologisch Belangrijke Plaatsen in de gemeente Rotterdam' en is beschermd op grond van de Archeologieverordening Rotterdam 2009. Vóór 1942 zijn incidenteel waarnemingen en meldingen gedaan die betrekking hadden op de restanten van de sluizen in de Hoogstraat. Het vrijleggen en documenteren van zeven sluizen vond in 1942 en 1943 plaats tijdens het puinruimen en de egalisatiewerkzaamheden na het bombardement van mei 1940. Resten van de oudste delen van de sluizen en de dam zijn in de ondergrond bewaard gebleven. Tijdens archeologisch onderzoek in het tracé van de Willemsspoortunnel zijn door Bureau Oudheidkundig Onderzoek van de gemeente Rotterdam (BOOR) in 1991 de resten van een tot dan toe onbekende 13e-eeuwse sluis aangetroffen, die grotendeels uit hergebruikt scheepshout was vervaardigd. Ondanks de genoemde ingrepen, zo is door het archeologisch onderzoek aangetoond, kunnen dus vooral de dieper gelegen, in de slappe ondergrond weggezakte, ophogings- en bewoningslagen uit de stadsperiode nog intact in de bodem aanwezig zijn. Op sommige plaatsen bevinden die lagen zich tot wel 10 meter onder de oppervlakte.
Het betekent dat ook onder moderne gebouwen met kelders delen van het 'bodemarchief' intact in de bodem aanwezig kunnen zijn. Onder de middeleeuwse lagen met bewoningssporen vanaf de 8e eeuw kunnen zich in de diepe ondergrond bewoningssporen uit de Romeinse tijd of uit de prehistorie (met name de Ijzertijd en de Steentijd) bevinden. Binnen het plangebied bevinden zich de locaties van delen van vier van de nu bekende sluizen. Een vijfde sluis, de Dubbelesluis, bevindt zich direct ten oosten van het plangebied. De planlocatie is door middel van verkennende boringen archeologisch onderzocht (F.J.C Peters en A.J. Guiran 2007, Rotterdam Grotemarkt, BOORrapporten 376, m.n. pagina 40). Uit het onderzoek blijkt dat voor de gehele locatie geldt dat tenminste de bovenste 2 meter van de bodem is verstoord. Dit geldt niet voor de aan de oostkant van het plangebied gelegen resten van de Dubbelesluis, die dicht onder het oppervlak intact aanwezig kunnen zijn. Conclusie Naar aanleiding van het bovenstaande geldt voor dit bestemmingsplan één dubbelbestemming ten aanzien van de borging van archeologische waarden. Er wordt daarbij vanuit gegaan dat de Dubbelesluis binnen het plangebied valt. Bij de uitvoering van het bouwplan vindt archeologische begeleiding plaats. De begeleiding wordt als voorwaarde bij de omgevingsvergunning opgenomen.
Deze begeleiding is tevens opgenomen in de Vraagspecificatie voor het Archeologisch onderzoek RottaNova van het BOOR. Hierin is onder andere opgenomen dat de archeologische begeleiding plaatsvindt op basis van een opgesteld Programma van Eisen.
3.2
Cultuurhistorie
3.2.1
Beleid
3.2.1.1 Wettelijk kader Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in deze nota beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken. Monumentenwet (1988)
33
Een deel van het culturele erfgoed wordt beschermd via de Monumentenwet (1988). Deze wet geeft het Rijk de mogelijkheid om objecten met een leeftijd hoger dan 50 jaar aan te wijzen als rijksmonument. Rijksmonumenten worden wettelijk beschermd via het vergunningenstelsel en bij restauratie zijn financiële middelen beschikbaar. De 'Monumentenwet' geeft daarnaast de mogelijkheid tot aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten. Onder stads- en dorpsgezicht worden groepen van onroerende zaken bedoeld die een bijzondere eigenschap hebben en in welke zich een of meer monumenten bevinden. Erfgoedwet Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De Erfgoedwet vervangt bepaalde onderdelen van de Monumentenwet 1988. Zo geschiedt de aanwijzing van rijksmonumenten nu op basis van de Erfgoedwet. De bestaande praktijk en de criteria voor aanwijzing van rijksmonumenten blijven echter gelijk. Ook de bescherming van rijksmonumenten is momenteel geregeld in de Erfgoedwet. Deze wet vormt nu het nieuwe toetsingskader totdat de Omgevingswet in werking treedt. Dit geschiedt naar verwachting in 2022. 3.2.1.2 Gemeentelijk beleid Erfgoedagenda De Erfgoedagenda zet koers en schetst de concrete activiteiten rond het gebouwde en aangelegde cultuurhistorisch waardevolle erfgoed van Rotterdam tot 2020.
Met de Erfgoedagenda wordt hernieuwd en gestructureerd duiding gegeven aan de wijze waarop de gemeente de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige omgang met erfgoed de komende jaren op wil pakken. Monumentenverordening (2010) De gemeente Rotterdam hanteert de Monumentenverordening 2010. Deze verordening geeft regels over hoe om te gaan met gemeentelijke monumenten. De bescherming van de monumenten is geregeld in de Monumentenwet of de gemeentelijke verordening. 3.2.2
Cultuurhistorischeessentie directe omgeving plangebied
Ruim 70 jaar na het bombardement heeft de Rotterdamse binnenstad een verrassende historische gelaagdheid. Deze is dankzij de oorlogsschade onvergelijkbaar met andere Nederlandse binnensteden. Rotterdam heeft een jonge binnenstad met een lange geschiedenis. De constante economische dynamiek in de afgelopen decennia ging samen met wisselende visies op de stedelijke ontwikkeling. Het gevolg was dat er versneld nieuwe historische lagen in het Laurenskwartier ontstonden. Elke laag heeft een kenmerkende stedenbouwkundige en architectonische uitdrukking: de vooroorlogse stad, de wederopbouwstad, het Rotterdam van de jaren zeventig en tachtig, en de recente stad. Het plangebied is gelegen in het Laurenskwartier. Deze wijk heeft net als de hele stad Rotterdam een grote transformatie ondergaan. Het Laurenskwartier vormt het gebied dat globaal begrensd wordt door de Goudsesingel in het noorden, het Oostplein in het oosten, de Blaak in het zuiden en de Coolsingel in het westen. Dit deel van het Rotterdamse centrum vormde vanaf de aanleg van de dam in de Rotte in 1270 tot circa 1880 het middelpunt van de stad. De Hoogstraat, waar tot 1920 het gemeentehuis was gevestigd, vormde hierbij het hart. Het Laurenskwartier is vernoemd naar de Laurenskerk, die sinds de bouw in 1566 gezichtsbepalend is geweest. Tegenwoordig vormt het een van de laatst overgebleven klassieke oriëntatiepunten.
Door het bombardement in 1940 is een groot deel van Rotterdam en het Laurenskwartier verloren gegaan. De drie belangrijkste historische monumenten in het vooroorlogse Rotterdam waren de Laurenskerk, het Schielandshuis en de Delftse Poort. Opmerkelijk is dat twee ervan het bombardement hebben overleefd. De Delftse Poort ging verloren, maar werd jaren later als metalen kunstwerk gereconstrueerd. In het naoorlogse Rotterdam kreeg de Laurenskerk een enorm symbolisch gewicht: de kerk houdt de herinnering aan zowel de oude stad als het bombardement en de wederopbouw levend. Bovendien bleef de toren en het silhouet van de kerk een groots en dominant element in de moderne skyline van Rotterdam - als middelpunt, centrum en gemankeerd hart van de stad. De erfenis van het vooroorlogse Rotterdam bestaat uit de stedenbouwkundige structuur van het Laurenskwartier en twee bijzondere plekken: de doorbraak van Burgdorffer (Coolsingel, Meent) en de Laurenskerk.
34
Kenmerkend voor de wederopbouw van de binnenstad is dat de verschuiving van het centrum naar het westen werd doorgezet. Voor de oorlog was dit proces begonnen met de verplaatsing van de belangrijkste openbare gebouwen naar de Coolsingel en de transformatie van Station D.P. tot Centraal Station. Het zwaartepunt van de binnenstad lag toen evenwel nog bij de Binnenrotte en het oude Beursplein (bij het tegenwoordige station Blaak). Met de bouw van het Groothandelsgebouw, de Lijnbaan en later de Weenakantoren verschoof het zwaartepunt naar de Coolsingel en het Hofplein. Tussen de Coolsingel en de Binnenrotte werd de cityvorming doorgezet in de vorm van winkelstraten, kantoren en bedrijfsruimten. Het naoorlogse Laurenskwartier combineert twee ruimtelijke concepten. De oude structuur van de stadsdriehoek werd in grote lijnen gereconstrueerd, maar tegelijk ging het gebied op in een groter centrum, met allerlei functionele zones. Het Laurenskwartier viel als het ware uiteen in verschillende gebieden, zoals kantoorboulevards (Coolsingel, Blaak) en winkelstraten (Meent en Hoogstraat). Het oude hart van de stad, in de omgeving van de Laurenskerk, kwam geïsoleerd tussen de stromen van de moderne stadsdynamiek te staan.
Door deze ontwikkeling bleef de vooroorlogse stad herkenbaar, maar ontstonden er verschillende sferen voor wat betreft de schaal, de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. De Binnenrotte (waar lange tijd het hoogspoor was) markeert de grens van het wooncentrum (oostelijk deel) en het werkcentrum (westelijk deel). In het oostelijk deel werd na de oorlog wonen de hoofdfunctie, aangevuld met bedrijven en commercie in de plinten en de binnenhoven. Iconen en andere gebouwen De Laurenskerk raakte in de oorlog zwaar beschadigd en werd ingrijpend gerestaureerd. Als monument is de betekenis voor de stad veel belangrijker dan de bouwkundige betekenis van het object op zich. De Laurenskerk is het symbool van de oude, verwoeste stad en markeert bovendien het historische hart van het moderne Rotterdam. In het straatbeeld en het stadsbeeld heeft de kerk opmerkelijk goed zijn dominante positie behouden (met name vanaf de rivier). Daarbij gaat het om drie aspecten: het zicht op de toren (icoon), het zicht op de contour van de kerk (kloek gebouw) en het zicht op het koor vanaf de Binnenrotte (pleinwand). Ook de gebouwen uit de tijd van Burgdorffer horen tot de beeldmerken in het huidige Rotterdam. In het stadsbeeld is de toren van het stadhuis goed zichtbaar. Aan de Coolsingel gaat het om de monumentale opeenvolging van stadhuis, postkantoor en beurs.
Het belang van het Schielandshuis voor het stadsbeeld is afgenomen door latere bebouwing in de directe omgeving. Het monument is 'verdwergd' en verscholen, als zodanig heeft het grote betekenis op lokaal niveau: een historische verrassing in een modern centrumgebied.
3.2.3
Monumentale gebieden en gebouwen
De gemeente Rotterdam heeft een groot aantal objecten en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd volgens de Erfgoedwet en de Monumentenverordening Rotterdam 2010. De gemeente Rotterdam maakt onderscheid tussen de volgende gebieden en gebouwen: Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam heeft alleen rijksbeschermde stadsgezichten. Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden die ouder zijn dan vijftig jaar. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht door de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in overleg met de minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu, dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten van het rijksbeschermd gezicht en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen. Voor alle bouwwerkzaamheden in een beschermd stadsgezicht is een bouwvergunning vereist. Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten heeft Rotterdam in de binnenstad een aantal
35
wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen juridische status op grond van de Erfgoedwet of de Monumentenverordening Rotterdam 2010. Wel heeft B&W in 1998 vastgesteld dat de historische kwaliteiten van deze waardevolle ensembles onderdeel uitmaken van het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan. Hiervoor kan het nodig zijn een Cultuurhistorische Verkenning (CV) te maken om de historische kwaliteiten in kaart te brengen. Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Rotterdam heeft zowel rijks- als gemeentelijke monumenten. Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is (rijksmonument), of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet en de Monumentenverordening Rotterdam 2010. Bij een monument gaat het om een bouwwerk of complex, zowel buiten als van binnen. Als vanzelfsprekend is het verboden zonder vergunning wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument.
Beeldbepalende objecten (BO) en Beeldbepalende gevelwanden (BG) In Rotterdam is een groot aantal objecten te vinden die geen status hebben als gemeentelijk monument, maar wel karakteristiek voor de stad of een wijk zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten. Ook heeft Rotterdam monumentale karakteristieke gevelwanden. Beeldbepalende objecten en gevelwanden hebben geen juridische status op grond van de Erfgoedwet en de Monumentenverordening Rotterdam 2010. Cultuurhistorische Verkenningen (CV) De inzet van cultuurhistorisch erfgoed en architectuur bij ontwikkelingen van de stad is één van de kernbeslissingen uit de Stadsvisie Rotterdam 2030. Hiermee is cultuurhistorie, het opsporen van bestaande kwaliteiten die de geschiedenis heeft voortgebracht en het voortbouwen erop bij de actuele opgaven van de stad, een structureel onderdeel van de Rotterdamse ruimtelijke planvorming. Om dit in de praktijk tot uitvoering te brengen is sinds eind 2007 het B&W besluit van toepassing dat bij gebiedsontwikkeling een Cultuurhistorische Verkenning (CV) wordt opgesteld als blijkt dat er cultuurhistorische waarden in een gebied aanwezig zijn. In een CV worden de cultuurhistorische waarden van een gebied benoemd, geanalyseerd en gewaardeerd. Opdrachtgever voor een CV is de gemeente (Stadsontwikkeling) of een combinatie van gemeente, corporatie/ontwikkelaar en deelgemeente.
Een CV wordt vastgesteld door het college van B&W of het DB van de betreffende deelgemeente, samen met het (stedenbouwkundig of master-) plan waarvoor het is gemaakt. De keuzes in het plan over de cultuurhistorische waarden worden hierbij gemotiveerd afgewogen. Vervolgens worden de cultuurhistorische waarden die in het betreffende plan zijn opgenomen ook verankerd in het bestemmingsplan. 3.2.4
Relatie tot het plangebied
Het college heeft op 13 november 2007 het rapport 'Cultuurhistorische Verkenning Laurenskwartier' vastgesteld en besloten dat de uitkomsten van de cultuurhistorische verkenning als onderlegger dienen voor de visies, masterplannen, stedenbouwkundige plannen, buitenruimteplannen en bouwplannen, die voor het Laurenskwartier worden gemaakt.
36
Figuur 3.2.1 Uitsnede monumenten in Laurenskwartier, plangebied globaal met groen omcirkeld
Binnen het plangebied zijn geen rijks- en gemeentelijke monumenten gelegen. In de nabijheid van het plangebied in de wijk Laurenskwartier zijn verschillende monumenten gelegen, waaronder de Laurenskerk. De plot van RottaNova valt buiten de zone rond de Laurenskerk, waarbinnen geen torens zijn toegestaan. Ten aanzien van de Laurenskerk is in de Nota van Uitgangspunten vastgelegd dat het gebouw van RottaNova een U-vorm dient te krijgen met een tussenruimte. Op de verbeelding is tussen de twee torens een tussenruimte opgenomen met veel lagere maximale bouwhoogtes, variërend van 24 tot 32 meter. Hierdoor wordt het zicht op de Laurenskerk vanuit de Markthal en andere locaties ten zuiden van het plangebied zoveel mogelijk behouden. De ontwikkeling van RottaNova heeft geen invloed op overige monumenten rondom het plangebied. Ten slotte heeft de ontwikkeling van RottaNova geen invloed op het aandachtsgebied wederopbouw in het Laurenskwartier en beeldbepalende objecten binnen dit wederopstandingsgebied, daar de ontwikkeling niet binnen dit gebied is gelegen. Conclusie Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
3.3
Huidig gebruik
Het plangebied is gelegen binnen het Laurenskwartier en is het oude hart van Rotterdam dat gemarkeerd wordt door de Laurenskerk aan het Grotekerkplein. Het gebied dat na de oorlog opnieuw opgebouwd moest worden is in de luwte komen te liggen van het nieuwe centrumgebied rondom de Lijnbaan. Door transformaties die de afgelopen jaren zijn ingezet begint het gebied echter weer aan belang te winnen. Het aantal woningen en de diversiteit aan overige functies neemt toe. De Hoogstraat (tot aan de Binnenrotte) is de uitloper van het kernwinkelgebied van de binnenstad, autovrij en vooral voor massa winkelen. De kwaliteit van de straat is de afgelopen jaren verbeterd door het in ere herstellen van onder andere de karakteristieke wederopbouwgebouwen de Huf en het Blokkerpand en het kioskvrij maken van de Vlasmarkt. Vanuit o.a. deze straat is een uitstapje te maken naar het heringerichte Grotekerkplein dat een podium voor kunsten aan het water heeft. De Laurenskerk aan dit plein vormt een rustpunt binnen de hectische binnenstad. De Binnenrotte is het centrale plein in het gebied met daaraan o.a. de openbare bibliotheek. Meerdere
37
dagen van de week is hier de markt voor de dagelijkse boodschappen. Ook op andere dagen is er steeds meer activiteit, doordat de verschillende horecazaken zich aan het plein gevestigd hebben. Deze beweging is verder versterkt sinds de komst van de Markthal. Het bouwplan RottaNova draagt eveneens bij aan deze intensivering. Aan het plein is verder het trein- en metrostation Blaak gelegen. De spoortunnel voor de trein ligt onder de Binnenrotte en de metrotunnel ligt onder de Blaak / Burgemeester van Walsemweg / Groenendaal. Het huidige plangebied voor RottaNova is momenteel tijdelijk ingericht als groenzone. De voormalige bebouwing is reeds gesloopt, vooruitlopend op de nieuwbouw om verpaupering van het gebied te voorkomen. De kelder en de funderingsresten zijn nog aanwezig en bevinden zich onder het tijdelijke grasveld.
38
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Inleiding
De programmatische verbinding tussen de Hoogstraat en het Grote Marktplein wordt gemaakt door het RottaNova gebouw met een volledig publiek geprogrammeerde plint. In plaats van het voormalige woonen winkelpand aan de zuidzijde van de Hoogstraat, dat met de achterzijde naar de Grote Markt staat, komt een dieper, tweezijdig gebouw. Op deze manier wordt de open ruimte die ontstaat tussen de markthal en RottaNova een nieuw plein wat herinnert aan de functie van voor de oorlog als marktplaats van Rotterdam. Het opnieuw inrichten van het plein zal hieraan bijdragen. Het project RottaNova in Rotterdam is een compact multifunctioneel stadsblok met een geraffineerde vorm. Door uiteenlopende woningtypes te combineren, ontstaat een grote diversiteit binnen één gebouw. Geterraseerde huizen, penthouses, appartementen aan een atrium, hoekappartementen met twee of drie oriëntaties; de combinatie van al deze woningtypes vormen samen een uniek nieuw silhouet tegen de Rotterdamse skyline. Retail en horeca in de plint zorgen voor een goede integratie van het gebouw in de nieuwe levendige Grotemarkt buurt. De oostelijke toren bestaat uit koopwoningen en creëert een attractief adres met uitzicht op de wijde Binnenrotte. De westelijke toren bestaat uit huurwoningen.
Samen met een aantal andere evenzo ambitieuze projecten in de directe omgeving, blaast RottaNova nieuw leven in dit gedeelte van het centrum van Rotterdam. De gevels van het complex bestaan grotendeels uit metselwerk in een lichte kleur: Horizontale banden in staand tegelverband en verticale penanten in liggend tegelverband. De gevel is rationeel en modulair van opzet. Hierdoor is er een beperkt aantal afmetingen gevelopeningen. Buitenruimtes manifesteren zich in 3 categoriën: dakterrassen, hoekbalkons en volledig uitkragende balkons.
4.2
Programma
Binnen RottaNova worden verschillende functies gerealiseerd. Te weten: horeca, detailhandel, wonen, kantoren en bedrijvigheid. Het nieuwbouwproject bestaat uit een wooncomplex met een parkeergarage die plaats heeft voor 96 parkeerplaatsen. In de naastgelegen Markthal worden tevens 32 parkeerplaatsen gereserveerd voor de ontwikkeling. Er bestaat de mogelijkheid dit aantal uit te breiden tot 70 parkeerplaatsen. Het gebouw bestaat uit twee torens van maximaal 64,5 en 70 meter hoog. Deze gebouwen zijn onderling verbonden middels laagbouw met een maximale bouwhoogte van 24 meter. Deze U-vorm is gekozen om het zicht op de Laurenskerk te behouden en om te voldoen aan de Nota van Uitgangspunten. Het plan voorziet in 270 woningen. De woningen worden aangeboden voor zowel de koop- als de huursector en in verschillende prijscategorieën. In totaal zullen volgens het bouwplan 259 appartementen worden gerealiseerd verdeeld over huur- en koopappartementen in diverse prijsklassen. Daarnaast is er op de begane grond ruimte voor circa 2.600 m2 aan commerciële ruimten. Om flexibiliteit aan te houden wordt een maximum van 270 woningen en voor de commerciële functies in de plint een maximum van 1.500 m2 aangehouden. De onderzoekslast is op de maximale planologische mogelijkheid gebaseerd.
39
Tabel 4.1 Voorlopig programma ontwikkeling RottaNova
40
Figuur 4.1 Impressie bouwplan
41
Figuur 4.2 Impressie bouwplan vogelvlucht
Horeca De horecafunctie wordt op de begane grond gerealiseerd en oriënteert zich enkel op de Grote Markt, horeca aan de Hoogstraatzijde is uitgesloten. Ten aanzien van het type horeca dat maximaal beoogd wordt, wordt aangesloten bij de definitie van horeca in het omliggende bestemmingsplan 'Laurenskwartier'. Op grond van dit bestemmingsplan wordt het volgende onder horeca verstaan: "Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie". In artikellid 3.1 onder c is bepaald dat horeca categorieën tot en met 2, zoals opgenomen op de Staat van horeca-activiteiten zijn toegestaan. De horecafunctie's kunnen bestaan uit restaurants of café's. Dit zijn horecafunctie's, die behoren tot de reguliere variant van horeca en die gelet op hun activiteiten en de aard en omvang zich hoofdzakelijk richten op de verstrekking van dranken al dan niet in combinatie met het verstrekken van etenswaren, maaltijden. In artikellid 3.4.2 is opgenomen dat terrassen toegestaan zijn vanaf 07.00 tot 23.00 uur. Een hogere categorie horeca (denk aan discotheek) ten behoeve vaneen bruisend uitgangsleven wordt hier echter niet beoogd en is dan ook uitgesloten. Detailhandel De retailfuncties worden eveneens gesitueerd op de begane grond van het complex. De functies kunnen zowel op de Hoogstraat als de Grote Markt georiënteerd worden.
Wonen Er worden 259 appartementen gerealiseerd, bestaande uit koop- en huurwoningen. In bovenstaande tabel is het programma van de woningen weergegeven. Om flexibiliteit aan te houden is een maximum van 270 opgenomen in de regels. De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op dit aantal. Functies zoals toegestaan in het bestemmingsplan Laurenskwartier 2002 Het bestemmingsplan 'Laurenskwartier 2002' is vastgesteld op 7 september 2000 en gedeeltelijk goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 10 april 2001. Het bestemmingsplan is onherroepelijk geworden op 24 december 2002. Binnen dit bestemmingsplan waren de gronden bestemd voor onder
42
andere kantoren, lichte milieubelastende bedrijven en culturele en maatschappelijke voorzieningen. Er is gekozen om deze functies met het oog op gewenste flexibiliteit binnen het bestemmingsplan RottaNova voort te zetten. Dit betreft dus een continuering van reeds toegestane functies in het plangebied. De beleids- en ruimtelijke toets is voor deze functies, vanwege het bestemmingsplan Laurenskwartier 2002, niet meer aan de orde en de behoefte aan de functies is hiermee tevens ingevuld.
4.3
Verkeersgeneratie en afwikkeling verkeer
In totaal zal de ontwikkeling een verkeersgeneratie van 1.492 verkeersbewegingen per etmaal met zich meebrengen. Er wordt op basis van CROW-kengetallen ervan uitgegaan dat daarvan per woning 0,02 vrachtverkeer betreffen. Daarnaast wordt uitgegaan van 5 vrachten per etmaal ten behoeve van de commerciële ruimten, wat gezamenlijk neerkomt op circa 16 vrachtwagenbewegingen per etmaal. Het resterende deel van de totale verkeersgeneratie (1.476) is licht verkeer. De afwikkeling zal plaatsvinden in de routing - Hoogstraat - Mariniersweg - Overblaak - André van der Louwbrug - Boompjes - Maasboulevard - Abraham van Rijckevorselweg - aansluiting op A16. Deze routing worden geacht voldoende capaciteit te hebben om de verkeersgeneratie op te kunnen nemen in de verkeersstromen. Buiten deze wegen wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld omdat het verkeer zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.
4.4
Nota van Uitgangspunten
Voor de ontwikkeling van de RottaNova is op 21 november 2017 door het college van B&W een Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Met het oog op deze Nota van Uitgangspunten is het project ontwikkeld. Op de locatie tussen de Hoogstraat/Binnenrotte/Grotemarkt/Ds. Jan Scharpstraat zal een wooncomplex gerealiseerd worden met in de plint ruimte voor horeca en detailhandel. De woningen zijn een combinatie van huur en koop, in verschillende prijscategorieën. In de Nota van Uitgangspunten zijn randvoorwaarden uitgangspunten en voorwaarden meegegeven voor de ontwikkeling ten aanzien van het type woningen, het volume, het stedenbouwkundig matenplan, de plint, de buitenruimte, het parkeren en het expeditieverkeer. Daarnaast is de ontwikkeling in de Nota van Uitgangspunten getoetst aan geldend beleid, zoals het Masterplan Laurenskwartier. In het Masterplan Laurenskwartier wordt de bouw van RottaNova al benoemd. Voor deze plek is de 'principe bebouwing Laurenskwartier' van toepassing. Dat betekent een plint tussen 18 en 22 meter, een setbackzone tot 35 meter en torens waar de hoogste vloer maximaal op 70 meter ligt. De plot van RottaNova valt buiten de zone rond de Laurenskerk, waarbinnen geen torens zijn toegestaan. Deze uitgangspunten, inclusief bouwhoogte, zijn door het college in de Randvoorwaarden 2014 bevestigd.
In de Randvoorwaarden 2014 wordt verwezen naar het Voorlopig Ontwerp van Klunder architecten. In dit Voorlopig Ontwerp heeft de toren aan de Binnenrottezijde een nokhoogte van 70 meter en de toren aan de Drs J. Scharpstraat een nokhoogte van 64,08 meter. Het uiteindelijke ontwerp is op basis van het ontwerp van Klundert Architecten nader uitgewerkt en is als grens aangehouden. Rotterdam heeft grote behoefte aan kwalitatief uitstekende woningen, om midden- en hoge inkomens en hoger opgeleiden vast te houden en aan te trekken. De gemeente ziet hier graag een gemengd woonprogramma. Het gebouw biedt een differentiatie in woningtypes en woninggroottes: kleine, middelgrote en grote woningen. Het getrapte volume met terrassen vergroot de levendigheid van het blok en cultiveert een aantrekkelijkere visuele relatie van de straat met het programma boven de grond. Daarnaast vergoot het de mogelijkheden voor een goede oriëntatie, ventilatie en belichting van de woningen. Om rekening te houden met de omgeving in het kader van onder andere bezonning dient het gebouw gebouwd te worden in een U-vorm. Hierdoor wordt tevens het zicht vanuit de Markthal op de Laurenskerk zoveel mogelijk behouden.
43
Conclusie De randvoorwaarden uit de Nota van Uitgangspunten zijn verwerkt in het uiteindelijke ontwerp, de toegestane functies en de hoogtematen van voorliggend bestemmingsplan.
4.5
Juridische planbeschrijving
4.5.1
Planvorm
Het voorliggende bestemmingsplan betreft grotendeels een globaal bestemmingsplan waarmee kaders worden geboden voor geplande ontwikkelingen binnen het plangebied. Een dergelijk plan wordt vaak aageduid met de (niet-juridische) term 'postzegelbestemmingsplan' of 'ontwikkelbestemmingsplan'. Het bestemmingsplan is in casu opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van de geplande woningen. Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Het bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, namelijk: 1. de verbeelding, met zoveel mogelijk relevante informatie wat betreft de (dubbel)bestemmingen, aanduidingen, afmetingen en verklaringen van de betreffende gronden; 2.
de regels, hierin wordt per bestemming een zo eenduidig mogelijke omschrijving van het gebruik en bouwmogelijkheden van de betreffende bestemming gegeven; 3. de toelichting, hierin worden de beweegredenen weergegeven die hebben geleid tot het geven van een bepaalde bestemming aan een stuk grond, als mede een interpretatie en uitleg van de gebruikte bestemmingen. De verbeelding en de bijbehorende regels vormen de enige juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan. 4.5.2
Regels
4.5.2.1 Inleidende regels De inleidende regels bevatten de begrippen en de wijze van meten. Artikel 1 geeft een toelichting op begrippen die in het normale spraakgebruik niet voorkomen en dus zonder uitleg voor interpretatie vatbaar zijn. Het artikel 'wijze van meten' beschrijft hoe de maatvoeringen zoals deze in de regels voorkomen moeten worden gemeten. 4.5.2.2 Bestemmingsregels 4.5.2.2.1
Centrum
Het plangebied heeft één centrumbestemming. In het vorige bestemmingsplan Laurenskwartier zijn binnen de bestemming centrum alle soorten centrumfuncties (o.a. wonen, kantoren, detailhandel, dienstverlening, horeca, maatschappelijk) toegestaan. Binnen dit bestemmingsplan zijn onder de bestemming Centrum de functies horeca, detailhandel, wonen met daarbij behorende parkeervoorzieningen toegestaan. Tevens worden kantoren, bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 en maatschappelijke voorzieningen toegestaan om aan te sluiten bij het vigerend bestemmingsplan "Laurenskwartier". Vanwege een uitgevoerd windhinderonderzoek is besloten om een verbrede luifel met afhangende schermen in het ontwerp en op de verbeelding op te nemen. In artikel 3.2.2 onder e is opgenomen dat ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - luifel' een luifel tot 5 meter uit het bouwvlak mag uitsteken. Hiermee kan een grotere luifel mogelijk gemaakt worden om het windklimaat te verbeteren aan de zuidwestzijde van het gebouw.
44
4.5.2.2.2
Verkeer - Verblijfsgebied
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' bedoelde gronden zijn bestemd voor voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen, zoals trottoirs, voetpaden en trappen maar ook ondergrondse garages en groenvoorzieningen. 4.5.2.2.3
Waarde - Archeologie
Voor het hele plangebied geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden dieper dan 1 m – maaiveld, danwel dieper dan de huidige keldervloer, ongeacht de oppervlakte. 4.5.3
Algemene regels en overige regels
4.5.3.1 Algemene regels Een aantal zaken is algemeen van aard of heeft niet zozeer betrekking op een specifieke bestemming uit hoofdstuk 2 van de regels. Deze zaken zijn geregeld in hoofdstuk 3 Algemene regels. Voor wijzigingsbevoegdheden schrijft de Wet ruimtelijke ordening de algemene voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht voor (afdeling 3.4 Awb) met een aantal aanvullende vereisten inzake de kennisgeving en de beschikbaarstelling. 4.5.3.2 Overgangsregels en slotregel Tot slot zijn in hoofdstuk 4 de regels ondergebracht met betrekking tot het overgangsrecht (overgangsregels) en de slotregel. 4.5.4
Parkeerregeling
Dynamische verwijzing Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan in artikellid 9.1 en bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde “dynamische verwijzing”.
Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Beleidsregeling De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” is via de volgende link te raadplegen: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Rotterdam/486392/486392_1.html De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de
45
omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is. Relatie tot het project In Rotterdam is het beleid erop gericht dat de parkeereis in beginsel volledig op eigen terrein wordt opgelost.
Figuur 7. Gebiedsindeling "Beleidsregeling Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2018", plangebied rood omlijnd
46
Op bovenstaande kaart is te zien dat het plangebied is gelegen in zone A Hoogstedelijk gebied. RottaNova kent een gemixt programma van verschillende woningtypen en commerciële voorzieningen. Het programma van de woningen ziet er als volgt uit: Met het plan worden 259 woningen gerealiseerd. Deze woningen bestaan uit huur- en koopwoningen en er zal sprake zijn van een gemixt woonprogramma. 40-50 m2
50-65 m2
65-85 m2
85-120 m2
> 120 m2
Huur
17
8
77
36
7
Koop
0
4
41
43
26
In de regels wordt flexibiliteit geboden door een maximum van 270 woningen aan te houden. De 11 woningen bovenop het beoogde programma komen in de plaats voor grotere woningen (meer woningen van kleinere omvang). Om uit te gaan van een theoretische worst-case situatie worden de 11 woningen daarom gerekend in de hoogste categorie van boven de 120 m2. Tevens is er in totaal plek aan circa 2.600 m2 horeca/commerciële voorzieningen in de plint. Om meer ruimte te geven aan eventueel meer horeca in de plint, wordt per functie een maximum van 1.500 m2 aangehouden. De normatieve parkeerbalans voor woningen is als volgt:
40-65 m2
65 - 85 m2
85-120 m2
> 120 m2
Parkeernorm
0,40
0,60
1,00
1,20
Aantal woningen
29
118
79
44 (33 bouwplan)
70,8
79
52,8 (39,6)
Parkeerbehoef 11,6 te
De parkeernormering voor de detailhandelsfunctie en de horecafunctie betreft het volgende. Detailhandel
Horecafunctie (café/bar horeca III) 2
Parkeernorm
0,38 per 100 m bvo
0,4 per 100 m2 bvo
Beoogd programma
1.500 m2 bvo
1.500 m2 bvo
Parkeerbehoefte
5,7
6
In totaal is er een normatieve parkeerbehoefte van 225,9 parkeerplaatsen. Dit zijn er afgerond 226 parkeerplaatsen. Op basis van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 zijn om meer flexibiliteit in de parkeernormen aan te brengen bijzondere vrijstellingen mogelijk. Eén van deze bijzondere vrijstellingen betreft de nabijheid van een OV-station. Het plangebied is op circa 150 meter afstand gelegen van het station Blaak. Hierdoor mag de parkeerbehoefte met maximaal 40% verlaagd worden. Daarnaast geldt de vrijstelling in het geval het realiseren van extra fietsparkeerruimte. Als een ontwikkeling in betaald parkeergebied voorziet in extra fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein, wordt de autoparkeereis met maximaal 10% verlaagd in de verhouding twee fietsparkeerplaatsen in plaats van één autoparkeerplaats. Deze extra fietsparkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werkers, studenten). De parkeerbehoefte wordt dan 225,9 x 0,6 = 135,54 parkeerplaatsen. Dit zijn afgerond 136 parkeerplaatsen. Op eigen terrein worden er 96 parkeerplaatsen gemaakt. Daarnaast zijn er tot 70 parkeerplaatsen gereserveerd in de naastgelegen Markthal. In totaal zijn 166 autoparkeerplaatsen voor de ontwikkeling voorzien. Hierdoor wordt aan de parkeerbehoefte voldaan.
In de regels is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om tot ten hoogste 10% aan b.v.o.