CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb14837 Bijlage behorende bij 21bb14831 over Nota van beantwoording zienswijzen en adviezen ontwerp omgevingsvisie en ROER

Gemeenteraad 2 december 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 11. Het voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie Rotterdam ‘De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen’38.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Indiener vindt het jammer om te moeten constateren dat kunst en cultuur in 'De Veranderstad' nog niet de plek heeft die het verdient. Indiener pleit ervoor de Omgevingsvisie hier op aan te passen.

Zie bovenstaande antwoord.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Zie eerdere antwoord.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

De beoordeling van de effecten van de omgevingsvisie vallen voor water positiever uit (van ‘matig’ naar ‘redelijk’), al blijkt dat het een kleine stap is (zie figuur 9.2). Gezien het feit dat de positieve onderdelen vaak bestaan uit kansen die ook niet uitgevoerd kunnen worden, zien we dit als een risico. In de samenvatting lijkt het positiever uit te vallen dan dat er in de werkelijkheid zal gebeuren. We verzoeken ofwel de beoordeling aan te passen ofwel een kanttekening toe te voegen in de conclusie.

Het is zo dat de positieve effecten op het watersysteem in de beoordeling afhankelijk zijn van kansen die onzeker zijn. Hier hoort een gevoeligheidsanalyse bij waar rekening wordt gehouden met deze onzekerheden. Uw opmerking hebben we verwerkt in het addendum ROER.

Addendum ROER

71

33

Klimaat; Als parameter bij de indicator hemelwater wordt enkel de verandering in verwerkingscapaciteit van hemelwater meegenomen. Echter dient in plannen ook rekening gehouden te worden met klimaateffecten (bijvoorbeeld hevigere regenbuien), hoe wordt dit meegenomen? Dit staat verderop in de beoordeling wel benoemd, maar lijkt nu niet meegenomen te worden in het beoordelingskader. Klimaat beïnvloedt ook droogte en waterkwaliteit. Niet meegenomen. Er staat ‘verwerkingscapaciteit hemelwater en hinder door wateroverlast’. Onze opmerking van klimaateffecten is niet meegenomen, wat is de reden hiervan?

Wij hebben de indruk dat deze zienswijze en alle hierin gestelde vragen betrekking hebben op eerdere, met waterbeheerders gedeelde concept versies van het ROER. Die opmerkingen hebben inmiddels geleid tot aangepaste teksten, die wij hieronder nader toelichten. Zo wordt bij de verschillende indicatoren voor bodem en water in de deelstudie bodem en water uitgebreid ingegaan op de samenhang met droogte en ook met neerslag, de hevigere regenbuien. Dit wordt beschreven in de Staat van de leefomgeving. Bij de beoordeling van de hoofdkeuzes staan de goede leefomgevingskwaliteit van bodem en water centraal en de effecten van de hoofdkeuzen daarop (grondwatersysteem, fysische bodemkwaliteit, oppervlaktewater en hemelwater). Om rekening te houden met gevolgen van klimaateffecten (hevige regenbuien en droogte) kiest Rotterdam voor meer berging voor hemelwater te creëren, de zogenaamde verwerkingscapaciteit van hemelwater. Die verwerkingscapaciteit bestaat uit infiltratie in de bodem (aanvulling van grondwater) of bergen van water op locatie (in bodem, in water of in gebouw etc.). Deze verwerkingscapaciteit is ingezet om overtollig hemelwater tijdens regen op te vangen om in tijd van droge en tekort weer in te zetten.

De verwerkingscapaciteit kan in verschillende vormen voorkomen afhankelijk van het gebied en keuzes van inrichting en draagt niet alleen bij het beperkt van overlast tijdens regen maar ook tijdens droogte. Dit zorgt voor veerkracht van de stad onder alle weersomstandigheden.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

72

33

27, H4.4.3 en 38, Afkoppelen en grondwaterkwaliteit Bij de autonome situatie op pagina 27 wordt geschreven dat de grondwaterkwaliteit afneemt door het afkoppelen van riolering. Op pagina 38 wordt geschreven dat de oppervlaktewaterkwaliteit toeneemt door het afkoppelen. Dit is tegenstrijdig. Wat wordt bedoeld?

33

31. H4.5.2 Oppervlaktewater Waarom staat hier het Volkerakzoommeer genoemd?

Dit is een reactie op een eerdere concept tekst en heeft inmiddels geleid tot diverse aanpassingen, die zijn verwerkt in het ROER. In de staat van de leefomgeving is aangegeven dat Rotterdam al langer uitgaat van het scheiden van schone en vervuilde waterstromen. In de Autonome Ontwikkeling zal met name als gevolg van rioolvervangingsprojecten in steeds meer gebieden hemelwater lokaal geïnfiltreerd worden in de bodem. Door afstroming van vervuilde verharde oppervlaktes kan dit lokaal mogelijk leiden tot achteruitgang van de grondwaterkwaliteit. Bij de effectbeschrijving is ingegaan op een andere afvoer van hemelwater en is daarbij aangegeven dat de risico’s op lokale grondwaterverontreiniging door de afvoer van hemelwater vanaf het dak en andere verharde oppervlakten via DIT-leidingen en hemelwatervoorzieningen zoals wadi’s, ondergrondse waterbergingen nu nog onvoldoende in beeld zijn. Daarom is bij aandachtspunten grondwaterkwaliteit aangegeven dat de meest effectieve maatregelen om afname van de kwaliteit van het grondwater te voorkomen worden getroffen door vóórkoming van intrede van verontreinigingen. Belangrijk is dus preventie en vroegtijdig signaleren van verontreinigingen. Een emissietoets voor een aantal veel voorkomende activiteiten waarin aangegeven wordt de risico’s op grondwaterverontreiniging en hoe deze te voorkomen, kan daarbij helpen.

Het Volkerakzoommeer komt aan de orde in de Staat van de leefomgeving, paragraaf 2.7 Aangegeven is in zijn algemeenheid wat in het Waterbeheerplan 2016-2021 van het Hoogheemraadschap van Delfland is aangegeven over de zoetwatervoorziening bij het beheer van het watersysteem. Daarin is aangegeven “De beschikbaarheid van zoetwater voor Delfland hangt op de langere termijn niet alleen af van de klimaatverandering. In dit verband zijn ook de beleidsbeslissingen over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer en de verdieping van de Nieuwe Waterweg van belang.” Deze tekst is vooral informerend bedoeld.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

73

33

31 Zoetwatervoorziening De beschrijving van de zoetwatervoorziening is niet helemaal actueel, maar er staan geen gekke dingen in. Wordt dit nog aangepast?

Zie tabel 3.1 overzicht beoordeling KRW-lichamen. Het ROER wordt op dit punt niet meer aangepast.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

33

36 Bergsluis Voor het project Beter Benutten Bergsluis, waarbij een 2-zijdige wateraanvoervoorziening bij de Bergsluis wordt gecreëerd door het aanleggen van een leiding met een nieuw gemaal heeft het algemeen bestuur van Delfland in november 2020 de benodigde financiën beschikbaar gesteld. Het project is in voorbereiding. Trekker is Delfland en er wordt samengewerkt met HHSK en het Deltaprogramma Zoetwater. Binnenkort zal verdere afstemming worden gezocht met de gemeente Rotterdam. Niet benoemd, waarom niet? 43, H4.6.3 Compensatie verhard oppervlak Genoemd wordt 10% compensatie van het verharde oppervlak. Dit is iets wat waarschijnlijk voor (één van de) andere waterschappen geldt. Vanuit Delfland gaan we uit van andere compensatieregelingen voor verhard oppervlak, dit kan ofwel berekend worden met de watersleutel, ofwel met uitgebreidere berekeningen voor complexe ontwikkelingen. Niet meegenomen. Waarom is dit niet opgenomen in het ontwerp?

De betreffende tekst opgenomen bij de Staat van de Leefomgeving, zie paragraaf 2.7 oppervlaktewater, huidige situatie bij het onderwerp waterkwantiteit, sub onderwerp stedelijke watervraag en -wateraanbod. In het ROER wordt het watersysteem beschreven en effecten van de keuzes uit de omgevingsvisie op het watersysteem (de huidige en toekomstige situatie), niet de werkprocessen en afspraken over specifieke projecten.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

De tekst die is opgenomen in de Staat van de Leefomgeving paragraaf 2.6 hemelwater, autonome ontwikkeling, is: “Bij nieuwbouw ontwikkelingen dient gelet op de waterbergingsopgave conform het Nationaal Bestuursakkoord Water de toename aan verhard oppervlak gecompenseerd te worden door aanleg van nieuw oppervlaktewater tot 10% van de toename van het verhard oppervlak en/of door alternatieve vormen van waterberging. Dit is afhankelijk van de locatie en/of het betreffende waterschap gebied”. In Rotterdam hebben we te maken met drie waterschappen, een nadere specificering van de berekeningswijze per waterschap, heeft in een effectrapportage voor een omgevingsvisie geen toegevoegde waarde. Het ROER beschrijft op hoofdlijn hoe het wordt omgegaan met water in nieuwe ontwikkeling en wat deze maatregelen voor effecten op de omgevingskwaliteit en watersysteem. Het gaat hierom de wijze van beoordelen van mogelijke maatregelen en niet over het specifieke beleid van afzonderlijke waterbeheerders.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

33

74

33

47 Bodemdaling In de beschrijving van bodemdaling mist de relatie daarvan met wateroverlast en droogte. (grond)wateroverlast komt eerder voor bij een lager maaiveld, veroorzaakt door bodemdaling. Ook leidt (langdurige) droogte tot versnelde bodemdaling en schade aan funderingen. Beide situaties vragen om meer ruimte voor infiltratie van water in de openbare en privé ruimte. Droogte wordt niet echt belicht in de rapportage. Waarom is dit niet opgenomen in de rapportage?

De relatie tussen bodemdaling en wateroverlast en droogte kom wel degelijk aan de orde. Zie ook het antwoord op uw eerdere vraag over klimaat. In paragraaf 2.3 fysische bodemkwaliteit wordt de relatie in algemene zin beschreven. De bodem in Rotterdam daalt, het maaiveld waarop we wonen, werken en bewegen komt steeds lager te liggen. Het gaat om gemiddeld ongeveer 1 cm per jaar. In Rotterdams stedelijk gebied is de hoofdoorzaak van bodemdaling zetting. Daarbij gaat het om de samendrukking van slappe bodemlagen onder invloed van belasting door vooral (zware) ophooglagen. Bodemdaling en -zetting heeft gevolgen voor het functioneren van de stad. Het leidt tot schade aan onder meer gebouwen, bovengrondse en ondergrondse infrastructuur en groen. Telkens zijn inspanningen nodig om de negatieve gevolgen van bodemdaling te beperken. Veelal betekent dit dat maatregelen worden genomen die zelf ook weer nieuwe bodemdaling veroorzaken. Zo is de werkwijze die in Rotterdam al eeuwenlang wordt gehanteerd, het periodiek aanbrengen van een nieuwe zandlaag om het maaiveld weer op niveau te brengen. Deze zandlaag zorgt ook voor afstand tussen maaiveld en grondwater, nodig voor draagkracht voor de wegconstructie e.d.

en het realiseren van voldoende gronddekking voor kabels en leidingen, de riolering, het benodigde afschot van vrijverval riolering en het is een laag waarin regenwater wordt opgevangen en door wordt afgevoerd. Maar het gewicht van die extra zandlaag zorgt voor nieuwe samendrukking van de holocene deklaag. Ook heeft klimaatverandering consequenties voor grondwaterstanden hetgeen weer invloed heeft op de fysische bodemkwaliteit.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

75

33

- 1.1.3: beleidskader van de waterschappen mist bij ‘algemeen’ en ‘hemelwater’

33

MAIL: Middels deze mail reageren wij op het ontwerp van de Omgevingsvisie Rotterdam. De meeste aandachtspunten van het indiener zijn meegenomen in het ontwerp. Echter zijn ook een aantal punten niet meegenomen of weggelaten. Bijgaand sturen wij onze reactie op het deelstudie ‘Bodem en water’. Wij zien graag onze aandachtspunten verwerkt. De beoordeling van de effecten van de omgevingsvisie vallen voor water positiever uit (van ‘matig’ naar ‘redelijk’), al blijkt dat het een kleine stap is (zie figuur 9.2). Gezien het feit dat de positieve onderdelen vaak bestaan uit kansen die ook niet uitgevoerd kunnen worden, zien we dit als een risico. In de samenvatting lijkt het positiever uit te vallen dan dat er in de werkelijkheid zal gebeuren. We verzoeken ofwel de beoordeling aan te passen ofwel een kanttekening toe te voegen in de conclusie.

Het beleid van de waterschappen is meegenomen als onderdeel van de huidige situatie en autonome ontwikkeling en als onderdeel van het nieuwe beleid, de omgevingsvisie zelf. In paragraaf 1.1.2 van de deelstudie bodem en water is het functioneren van het stedelijk watersysteem en de verantwoordelijkheden in een figuur schematisch aangegeven. In paragraaf 1.1.3. is aangegeven dat er een sterke verwevenheid is tussen het bodem en het watersysteem en het functioneren van de stad. De instandhouding en bescherming van de kwaliteit van bodem- en watersystemen en het duurzaam kunnen blijven gebruiken van deze systemen in relatie tot het functioneren van bovengronds- en ondergrondse ruimtegebruik in de stad is een gezamenlijk belang. De taken en bevoegdheden ingevolge wet- en regelgeving zijn verdeeld. En daarmee ook de ambities in het kader van deze bevoegdheden. In tabel 1.1 : Overzicht belangrijkste (wettelijke) beleidskaders en doelstellingen/ambities voor bodem en water is aangegeven waar de waterschappen een taak hebben gelet op wettelijke bevoegdheden. Dit betreft oppervlaktewater zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit en grondwaterkwaliteit. In de andere hoofdstukken van de deelstudie is waar nodig meer informatie over het (beleids)kader aangegeven. In paragraaf 9.4.2. van het ROER is aangegeven is dat een verbeterde situatie niet zondermeer tot stand komt.

Het ROER geeft aan dat de fysieke bodemkwaliteit (bodemdaling) van invloed is op het functioneren van het stedelijk watersysteem. In relatie tot stedelijke functies en de beoordeling van de hoofdkeuze verstedelijken en verbinden is de beoordeling negatief. De beoordelingstabel geeft ook een bandbreedte weer in mogelijke effecten. De bandbreedte is inderdaad klein. Er zijn onzekerheden waarmee de kansen die nu wordt gezien anders kan uitpakken. In de aanbevelingen woordt aangegeven dat meer borging nodig is, in de omgevingsvisie dan wel in de doorwerking.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Aanpassing in hoofdstuk 7 over het Hoe en het addendum ROER

76

34

Vroeg mij af of dit document de juridische duidelijkheid geeft waarmee toetsing kan plaatsvinden?

34

Concreet wordt een hoofdstuk aan Rotterdam Zuid gewijd (Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ), maar zonder aan te geven welke consequenties dit voor andere (aangrenzende) wijken gaat krijgen. · Moeten de bewoners de gevolgen ondergaan of hebben de gevolgen van de geschetste ontwikkelingen een meer concrete basis?

34

Op welke manier wordt de samenhang van de (vele) projecten en de toetsing met de omgevingsvisie uitgevoerd en gepubliceerd? Opgemerkt is dat delen van het programma adaptief zijn maar ook programma’s met een veel vaster karakter worden behandeld. In de praktijk hebben dit soort “vaste” programma’s al een voorbereiding gehad waarin de mening van de bewoners al geen of weinig invloed meer heeft en de toelichtingen slechts een informatief karakter hebben; geen inspraak dus. · Welke participatie procedures worden er bij de omgevingsvisie gehanteerd? Op welke manier wordt de overdracht van kennis bij de volksvertegenwoordigers en bestuurders gewaarborgd en wordt voorkomen dat bewoners geconfronteerd worden onverwachte wendingen van het beleid?

34

34

De omgevingsvisie is zelfbindend. Dat wil zeggen dat de gemeente Rotterdam zelf gebonden is aan de uitspraken die in de omgevingsvisie worden gedaan. Hoofdstuk 7 is aangepast om meer duidelijkheid te verschaffen in hoe de omgevingsvisie werkt en samenhangt met ander beleid. Voor Rotterdam-Zuid wordt het ontwikkelperspectief de komende tijd nog vormgegeven. In de omgevingsvisie is hier een eerste aanzet voor gedaan. Bij het opstellen van dit ontwikkelperspectief wordt vanzelfsprekend de samenwerking opgezocht met bewoners, zoals ook volgt uit het principe 'samen stadmaken'

Aanpassing in hoofdstuk 7 over het Hoe

In de definitieve omgevingsvisie is hoofdstuk 7 aangepast. Hierin staat de samenhang tussen de omgevingsvisie en ander beleid nader toegelicht. In de definitieve omgevingsvisie is hoofdstuk 7 aangepast. Hierin staat ons principe van samen stadmaken nader toegelicht

Aanpassing in hoofdstuk 7 over het

In de definitieve omgevingsvisie is hoofdstuk 7 aangepast. Hierin staat nader toegelicht hoe we de omgevingsvisie actueel houden. De omgevingsvisie is een adaptief instrument dat nu en dan wordt geactualiseerd. Het is aan het college van B&W en de gemeenteraad om hierover te besluiten.

Aanpassing in hoofdstuk 7 over het

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Aanpassing in hoofdstuk 7 over het

77

34

De ontwikkelingen hebben invloed binnen een gebied groter dan Rotterdam. In de ontwikkeling van de haven staat Rotterdam niet alleen. Gemeld wordt dat “Er intensieve samenwerkingen met de haven- en industriecomplexen in Schiedam, Dordrecht en Moerdijk” aanwezig zijn. · Waarom niet met andere omliggende gemeenten als Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Ridderkerk, enz?

De samenwerking met regiogemeenten is inderdaad breder. We werken met Barendrecht en Ridderkerk aan Agrobusinesspark Nieuw Reijerwaard. Vanuit maritiem hebben we een programma met inbreng van bedrijven uit Alblasserdam tot de 2e Maasvlakte/LMO gemeenten, En de gemeente participeert in de gebiedsontwikkeling Zuidplas. Op regionale schaal werken we ook samen in allerlei verschillende verbanden, waaronder de MRDH (21 gemeenten).

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

34

· Hoe wordt de voortgang van dergelijke samenwerkingen gepubliceerd? De visie meldt expliciet: “Bij een gezonde en aantrekkelijke regio horen grotere natuur- en recreatiegebieden buiten de stad” · Waarom niet OOK binnen de stad als Kralingse Bos en De Esch; Groene Corridor

Dat is afhankelijk per samenwerkingsverband. Daarover doet de omgevingsvisie geen uitspraken Dat geldt inderdaad ook voor de bestaande grotere groengebieden ín de stad, dit staat nader toegelicht in de hoofdkeuze 'prettig leven in de delta'. De tekst waarnaar u verwijst komt uit hoofdstuk 4 waarin het expliciet gaat over de regio.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

De stelling: “Om verstedelijking in het oostelijk deel van de stad mogelijk te maken en voor een betere integratie tussen noord en zuid, kiest Rotterdam voor een nieuwe multimodale oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde. Deze moet er bovendien voor zorgen dat de bereikbaarheid van werk, onderwijs en voorzieningen wordt verbeterd”. · Waarom multimodaal en niet alleen HOV met de auto buiten de stad om? · Welke concrete gegevens onderbouwen de stelling of zijn dit aannames?

In de Preverkenning Oeververbinding Regio Rotterdam zijn er meerdere locaties onderzocht voor een nieuwe oeververbinding in Rotterdam of net daar buiten. Op basis van deze Preverkenning is gekozen voor een oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde. De onderzoeken in de preverkenning laten o.a. zien dat een oeververbinding op deze locatie het meest bijdraagt aan de verstedelijkingsopgave en het vergroten van de bereikbaarheid van werk, onderwijs en voorziening voor het oostelijk en zuidoostelijk deel van de stad. Mede op basis van deze Preverkenning zijn de doelstellingen van de lopende MIRT-verkenning Oeververbinding Rotterdam vastgesteld.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

34

34

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

78

34

Ook wordt de bovenstaande stelling gebruikt bij een conclusie: “leiden tot een betere bereikbaarheid van banen en voorzieningen voor bewoners op de twee oevers en tot kansen voor verstedelijking. Daarnaast leidt het tot een afname in de verkeersknelpunten op de A16 en in het metro- en tramnetwerk”. · Ook hier is behoefte aan concrete gegevens die de stelling zouden moeten onderbouwen of zijn dit aannames? · Bij een afname van het verkeer op de A16 komen dan de binnenstad (woonwijken) met milieuvervuilende voertuigen te zitten?

· Is dit niet in tegenspraak met het vigerende beleid van de gemeente om auto’s een minder prominente positie binnen de stad te geven?

· Spelen bepaalde toezeggingen op financieel terrein een rol?

Zie ook het vorige antwoord. De onderzoeken uit de Preverkenning en de resultaten van de eerste fase van de lopende MIRT-verkenning onderbouwen deze conclusies.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Het oplossen van het bereikbaarheidsknelpunt op de A16 (Brienenoordcorridor) is ook een van de doelstellingen van de lopende MIRT-verkenning Oeververbindingen Rotterdam. Momenteel wordt onderzocht welk effect verschillende bereikbaarheidsmaatregelen hebben op het wegennet in de stad en op de A16 zelf. Op basis van deze onderzoeken zal eind 2022 een afweging worden gemaakt welk pakket van maatregelen het beste bijdraagt aan de doelstellingen. Een van de doelstellingen van de MIRT-verkenning Oeververbindingen Rotterdam is het streven naar een verbetering van de stedelijke leefkwaliteit. Dat betekent dat onder invloed van de ingrepen de situatie op sommige plaatsen in Rotterdam iets zou kunnen verslechteren, maar dat de situatie op de stad als geheel verbeterd. In die zin wordt tegemoet gekomen aan het stedelijk beleid. De gezamenlijke opdrachtgevers voor de MIRT-verkenning Oeververbindingen Rotterdam, ministerie van IenW, MRDH, Provincie Zuid-Holland en gemeente Rotterdam, hebben bij de start van de verkenning afspraken gemaakt over de doelstellingen voor de MIRT-verkenning en hebben daarvoor ook een startbudget aan middelen beschikbaar gesteld. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over de verdeling van dit budget over de uiteindelijke maatregelen die worden gekozen. Deze afspraken zullen eind 2022 worden gemaakt bij het vaststellen van het voorkeursalternatief.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

79

34

Tenslotte wordt gemeld dat het plan A-Z inzet op het verbeteren van de bereikbaarheid van banen en voorzieningen vanaf en naar Zuid, een her- en opwaardering van Oost, verlichting van de druk op het centrum en de stadswijken en het benutten van de recreatieve potentie van de Maas. Ook wordt de “oplossing” al gegeven: “Dat is te bereiken door een nieuwe, multimodale oeververbinding, die het hele gebied koppelt aan station Stadionpark op de Oude Lijn”. · Op grond van welke redenering kan met een dergelijke “oplossing” de gewenste doelstellingen worden gerealiseerd? · Is het niet andersom: Meer woningen (Verstedelijking) meer behoefte aan HOV (en niet een multimodale verbinding)? (Oost EN Zuid worden met meer auto’s zeker niet “opgewaardeerd”).

Het realiseren van een nieuwe oeververbinding is een van de maatregelen die bijdraagt aan het realiseren van de ambities voor het gebied Alexander-Zuidplein. Daarnaast biedt het realiseren van nieuwe woningen kansen om de woningvoorraad in de wijken in balans te brengen en zijn er investeringen in o.a. de Maasoevers voorzien.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Hoogwaardig openbaar vervoer en verstedelijking gaan samen op: goede bereikbaarheid is een voorwaarde om meer woningen, arbeidsplaatsen of voorzieningen te kunnen bouwen, maar tegelijkertijd zorgen nieuwe bewoners, bezoekers en werknemers ook voor meer draagvlak voor het openbaar vervoer.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

80

35

OPMERKING Vele andere partijen hebben een zienswijze op de omgevingsvisie van de gemeente opgestuurd, waarin al wordt gewezen op de volgende bijdragen van volkstuinparken aan de stedelijke omgeving: Ik ga daar om die reden niet verder op in, maar ik wil nog iets toevoegen in reactie op de beschrijving van volkstuinparken als ‘extensief’ grondgebruik. Het feit is dat de gemeente wat onderhoud van groenvoorzieningen betreft in de volkstuinparken voor een dubbeltje op de eerste rang zit. Er gaat heel veel vrijwilligerswerk zitten in het onderhoud van de publieke delen en de tuintjes. Dat intensieve onderhoud resulteert in een hoge sierwaarde met uitstraling naar de wandelaars, en een hoge biodiversiteit met meerwaarde voor de fauna in de omgeving. Dit niveau is kostentechnisch niet realiseerbaar in het ‘gewone’ door de gemeente onderhouden openbaar groen, waar je meestal overwegend gemaaid gras en bomen en heesters ziet. De inzet die nodig is voor deze hoge kwaliteit wordt geleverd doorvrijwilligers (i.h.a. de leden en hun gezinsleden), die hun motivatie grotendeels halen uit het eigenaarschap dat zij voelen voor deze omgeving.

Volkstuinen dragen bij aan groen en biodiversiteit in de stad en zijn waardevol. We vinden elkaar daarom in het belang van volkstuinen. Uit oogpunt van goede groei staat exclusief gebruik van ruimte wel onder druk. In de hoofdkeuze vitale wijken staat het belang van recreatieve voorzieningen zoals volkstuinen benoemd. De uitdaging is onder andere dat ze door meer mensen kunnen worden benut, juist vanwege hun belang voor een prettig leefklimaat. De afwegingen hiervoor werken we uiteraard uit met betrokken partijen.

Geen wijziging in de omgevingsvisie

Pas er daarom voor op met de beschrijvingen van volkstuinparken als ‘extensief’ ruimtegebruik. Misschien moet er (nog) beter worden gekeken naar inpassing in de groene buitenruime van de volkstuinparken, met bijvoorbeeld doorlopende wandelroutes en verblijfsplekken zoals picknicktafels. Maar gooi het kind niet met het badwater weg: bij een overgang van een intensief onderhouden volkstuinpark naar een regulier plantsoen (met wat je extensief onderhoud zou kunnen noemen), zoals de Omgevingsvisie nu nog lijkt voor te stellen, gaat veel kwaliteit verloren.

81

36

36

36

37

Kijkend naar de spanning op de woningmarkt en de veronderstelde woningnood gaat het ons inziens niet alleen om de aantallen, maar ook om de oppervlakte van woningen en de betaalbaarheid van wonen. Woningcorporaties kunnen relatief grote woningen kunnen opsplitsen. Zo kan bijvoorbeeld relatief snel, eenvoudig en binnen bestaande bestemmingsplannen tegemoet gekomen worden aan de vraag naar betaalbare woningen voor ouderen. De vrijgekomen ruimere woning kan dan weer worden verhuurd aan bijvoorbeeld een gezin, dat nu heel moeilijk een geschikte en betaalbare woning kan vinden in de stad. Een andere oplossingsrichting dat het beschikbaarheidsvraagstuk raakt alsmede rekening houdt met het beperkte aantal bouwlocaties in Rotterdam betreft ‘optoppen’. Hierbij kunnen circulair woningen worden toegevoegd aan bijvoorbeeld bestaande ouderencomplexen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de opgave op het gebied van voldoende betaalbare ouderenhuisvesting met voorzieningen in de buurt en wordt tevens invulling gegeven aan circulair bouwen. Op pagina 52 wordt de woningbouwopgave omschreven. Met betrekking tot de sociale woningvoorraad wordt vooral gesproken over spreiding over de regio. We vragen nadrukkelijk aandacht voor het toevoegen van betaalbare voor ouderen geschikte en bestemde woningen.

Er is momenteel namelijk geen specifieke doelstelling voor wat betreft het toevoegen van woningen die ook daadwerkelijk zullen worden toegewezen en bewoond door ouderen. Er zijn alleen afspraken gemaakt over het realiseren van voor ouderen geschikte woningen. Als categorale woningcorporatie benadrukken wij deze opgave die natuurlijk een plek verdient in de inclusieve stad die Rotterdam wil zijn.

Het beter benutten van de bestaande voorraad is inderdaad een mogelijkheid om een de woningnood op te lossen. Juiste betaalbare woningen voor gezinnen zijn schaars. Daarom is het van belang voldoende nieuwbouwwoningen te realiseren zodat de doorstroming (bv van ouderen naar voor hen geschikte woningen) op gang komt.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

We herkennen dat het 'optoppen' kansen biedt om in de vraag naar extra woningen te voorzien en om gezinnen in de stad te houden, voor wie de huidige woning te klein wordt. Op plekken waar het wenselijk is bieden we daarvoor de ruimte, bijvoorbeeld in bestemmingsplannen of met subsidies voor vergroten van woningen. Dit is echter een niche in de markt met beperkte aantallen woningen.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Zoals verwoord in de Ontwerp Omgevingsvisie streven wij naar een inclusieve stad, waar iedereen een plek heeft om zijn/haar thuis te vinden of te maken. De focus in het huidige bouwprogramma ligt - in lijn met het Addendum Woonvisie en het Langer Thuis akkoord - dus ook bij ouderen. Wij onderschrijven dus de door u gevraagde aandacht voor betaalbare woningen voor ouderen. Het in de Omgevingsvisie opnemen van een specifiek doelstelling voor voor ouderen bestemde woningen gaat vooralsnog te ver. Het is immers een koersdocument, waarin dergelijke concrete uitwerkingen niet worden benoemd.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

De omgevingsvisie Rotterdam “de Veranderstad” is een brede studie geworden, goed leesbaar en mooi vormgegeven. Alle voor de provincie relevante thema’s worden genoemd, en op veel punten sluit de visie ook aan op het provinciaal omgevingsbeleid. Onze complimenten daarvoor.

Dank voor het compliment

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

82

37

37

37

37

Verstedelijking (vanuit herziening provinciaal omgevingsbeleid 2021) · Verdichting: In de kaartjes op blz. 72 en 87 staan de OVknopen aangegeven waarlangs u denkt aan verdichting. De vlekken die daarbij zijn aangegeven zijn nogal specifiek en lijken hele gebieden niet aan te geven waar mogelijk nog kansen liggen. Wij vragen ons af waarom er geen bredere gebieden zijn aangewezen waar verdicht kan worden. Bijvoorbeeld met een aanduiding rond de stations die zich hiervoor lenen. · Fietsstad en voetgangersstad. Uw gemeente profileert zich de laatste jaren als beiden, maar op de kaartjes zien wij deze ambitie maar beperkt terug. Het kaartje op blz. 74 laat wel een aantal binnenstedelijke assen zien waar de fietser en de voetganger ruim baan krijgen, maar die ambitie lijkt nu beperkt tot de vooroorlogse centrumgebieden. Wij vragen ons af waarom we dit maar beperkt terugzien in de naoorlogse gebieden. · Pagina 86: Er staat dat “…Rotterdam kiest voor een nieuwe multimodale oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde.” Deze passage wekt de indruk dat dit een zelfstandige keuze van de gemeente Rotterdam is. In de context van de MIRT-verkenning is dat niet het geval. Wij verzoeken u om in uw Omgevingsvisie aan te geven dat dit “samen met partners” wordt verkend. Het is namelijk een gezamenlijk traject en keuze.

Overigens wordt op pagina 4 wel tekstueel verwezen naar partners van Rotterdam in deze context · Pagina’s 87 en 88: Op de kaart staat “een” tracé getekend van de nieuwe HOV-verbinding Kralingse Zoom - Zuidplein. Op dit moment zijn er nog meerdere tracés mogelijk en wekt deze figuur wellicht de verkeerde indruk (namelijk dat er al een tracé bepaald is). Dit geldt ook voor de locatie van de nieuwe oeververbinding zelf. Op de kaart staat “een” mogelijke locatie, maar er zijn momenteel nog meer locaties mogelijk. Wij verzoeken u om in uw Omgevingsvisie toe te lichten in de legenda en/of op de kaart dat het opgenomen tracé “een mogelijk tracé”, “nog nader te besluiten” of

De gebieden die zijn aangegeven zijn de gebieden waar de meeste grootschalige verdichtingskansen liggen. Dat wil niet zeggen dat in andere gebieden geen kansen zijn voor verdichting langs OV, maar deze zullen vanwege andere functies en bestaande bebouwing beperkt zijn. Op basis van uw opmerking hebben we de legenda van de stedelijke kaart aangepast.

Ja (legenda stedelijke kaart)

Op de in de omgevingsvisie gepresenteerde kaarten zijn inderdaad alleen een aantal hoofdpaden voor fietsers en voetgangers aangegeven. Het bleek om praktische redenen (leesbaarheid van het kaartmateriaal) niet doenlijk alles in kaart te brengen. De fiets- en wandelinfrastructuur komt echter ook in de na-oorlogse wijken voor.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Het klopt dat deze keuze samen met de partners wordt gemaakt. De Omgevingsvisie schetst echter de ambities die de gemeente wil realiseren. De Rotterdamse inzet in de MIRT-Verkenning is dat deze multimodale oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde er komt. Wij zijn er ons van bewust dat de uitkomst van het keuzeproces een andere kan zijn dan onze ambitie. Op basis van uw opmerking is deze zin aangepast.

Ja (verstedelijken en verbinden)

U heeft gelijk dat de oeververbinding nog in een verkenningsfase zit en er nog geen keuze is gemaakt voor een definitief tracé. Op basis van uw opmerking is de legenda van deze kaart aangepast.

Ja (legenda kaart pg. 88)

83

“in verkenningsfase” is. Dit geldt eveneens voor de locatie van de nieuwe oeververbinding zelf.

38

38

38

Pagina 108. Graag de bestaande Buisleidingenstraat en de Leidingenstroken uit de Structuurvisie Buisleidingen 20122030 welke beide in de gemeente Rotterdam liggen of aansluiten op de gemeentelijke kabel- en leidingenstroken weergeven op de kaart. de 55 meter vrijwaringszone aan weerskanten van de Busleidingenstraat Rotterdam - Antwerpen is niet weergegeven in de verbeelding. Wij verzoeken u om de 55 meter vrjwaringszone weer te geven in de verbeelding of te vermelden in het tekstuele deel van de omgevingsvisie.

De kaart verbeeldt de energie- en grondstoffentransitie. De Buisleidingenstraat en Leidingenstroken worden expliciet in de tekst opgenomen in de Hoofdkeuze Verdienvermogen Vernieuwen. Op basis van uw opmerking is deze tekst aangepast. Deze vrijwaringszone wordt tekstueel verwerkt in de Woordenlijst.

Hoofdkeuze Verdienvermogen Vernieuwen is aangepast

Een 175 meter brede zone aan weerskanten van de Busleidingenstraat Rotterdam - Antwerpen waarin hetongewenst is dat er zich mensen bevinden die niet zelfredzaam zijn (ziekenhuizen, (basis)scholen, verzorgingstehuizen, bejaardenhuizen, etc.) is niet weergegeven un de verbeelding. Wij verzoeken u om de 175 meter brede zone weer te geven in de verbeelding of te vermelden in het tekstuele deel van de omgevingsvisie.

Deze vrijwaringszone wordt tekstueel verwerkt in de Woordenlijst.

Ja, woordenlijst is aangepast.

Ja, woordenlijst is aangepast.

84

38

Pagina 124. Hier wordt gesproken over een leidingencorridor. Echter de Busleidingenstraat en de Leidingenstroken uit de Strucutuurvisie Busleidingen 2012-2030 worden niet genoemd. Het vermelden van deze modaliteiten met de juiste naamgeving is een must wat indiener betreft aangezien zij aansluiten op de gemeentelijke kabel- en leidingenstroken. In de Busleidingenstraat liggen niet alleen busleidingen met gevaarlijke stoffen, maar ook drink- en afvalwater leidingen, hoogspanningsverbindingen en (internationale) glasvezelverbindingen.

Wij zijn het met u eens dat het goed is om de juiste naamgeving te gebruiken voor de leidingencorridor. Op basis van uw opmerking is de tekst in de hoofdkeuze verdienvermogen vernieuwen aangepast.

Ja, pagina 124 en uitleg in Woordenlijst op pagina 169.

38

Tevens wordt hier verwezen naar de Betuwelijn, maar dit dient Betuweroute te zijn.

Wij zijn het eens met uw opmerking, de tekst wordt aangepast

Ja, pg. 124

38

Pagina 128. Hier dient ook naar de externe veiligheid van busleidingen gekeken te worden.

De kaart op pagina 128 is niet volledig. Externe veiligheid van buisleidingen wordt standaard meegenomen in planvorming en uitvoering. De omgevingsvisie maakt nog geen concrete keuzes over het wijzigen van bestaande of het aanleggen van nieuwe buisleddingen.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

39

Zijn er eigenlijk wel statistici betrokken bij het vormen van deze visie? Het Ontwerp Omgevingsvisie Rotterdam 2021 wordt een 'levend' document genoemd, toch blijkt het document op de belangrijkste punten voor de inwoners van Rotterdam verre van dynamisch te zijn, zoals 'het belang' van het alsmaar door blijven gaan met het verdichten van de stad in tégenstelling tot de uitkomsten van het CBS uit 2020 hierover en daar is een muterende pandemie niet eens in meegenomen. Met welk instrument, met welke parameters uit de visie is het belang van verdichten gemeten? Waar kunnen we de numerieke uitkomst van deze meting vinden? Mijn visie is dat het Ontwerp Omgevingsvisie Rotterdam 2021 zo ingericht dient te zijn dat het transparant is en meetbaar: welke 'we' hebben kunnen participeren en op

De omgevingsvisie voor Rotterdam is een koers en ambitiedocument dat inzicht geeft in de diverse invalshoeken die van belang zijn voor onze gemeente en welke ruimtelijke vertaling daaruit voortkomt. Uitspraken in de vorm van meetbare targets is (in dit stadium) niet het doel van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie zet namelijk in op een balans van alle door indiener en in de omgevingsvisie genoemde belangen. De omgevingsvisie is in dat geval geen optelsom van gekwantificeerde doelstellingen, maar betreft op elke plek een zorgvuldige afweging. De effecten van de omgevingsvisie op stedelijke schaal zijn onderzocht in de omgevingseffectrapportage, welke ook bij de ontwerp omgevingsvisie is bijgevoegd.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

85

wat voor manier. Dat het meet- en controleerbaar is hoe daarop een besluit is gevormd en wie daar bij zijn betrokken. En dat numeriek aantoonbaar is voor welke groep belanghebbenden een plan gemaakt wordt. Een Ontwerp Omgevingsvisie dient bestand te zijn tegen ondemocratisch misbruik (opportunistische interpretatie die enkel het eigen belang dient) door een politicus, ambtenaar of vastgoedbelegger. Alleen dan kan er met recht van vertrouwen gesproken worden. En tot slot wil ik zeggen dat het Ontwerp Omgevingsvisie Rotterdam 2021 door bovengenoemde hiaten onveilig wordt en juist schadeveroorzakend is in foute handen voor milieu, natuur, burgers, cultuur, specifieke kenmerken, identiteit van een gebied, door afwentelen op nieuwe generaties en daardoor niet aansluit op- en niet in overeenstemming is met de NOVI waarin expliciet gepleit wordt voor het vooropstaande belang van het klimaat en de burgers, het hart van de democratie. 40

In de ontwikkelingsvisie zien we plekken benoemd voor mogelijke verstedelijking in het Roel Langerak Park en bij Vreelust, waarbij het groen juist in de knel komt en de mogelijkheden om te bewegen, spelen en sporten zouden kunnen worden ingeperkt. En de kansen voor meer de biodiversiteit in die gebieden verkleint. Verstedelijkingsopties rond de Van Nellefabriek (tot aan de A20) in een parkachtige setting zien wij juist als kans om Spangen met dit Unesco Erfgoed te verbinden en ook om de mentale afstand naar het open landschap van MiddenDelfland te verkleinen. En dit kan ons Unesco Erfgoed versterken, dat in de visie nauwelijks aandacht krijgt. Vanaf daar een stevige, aantrekkelijke groene corridor door de Spaanse Polder om per fiets of lopend naar Midden-Delfland te komen, zou mensen meer motiveren om naar buiten te gaan en de aantrekkelijkheid van de wijk verbeteren.

We onderkennen het belang dat indiener schetst waarin aansluiting gezocht wordt met de ambities van de NOVI. Het college is ervan overtuigd dat de Rotterdamse omgevingsvisie expliciet invulling geeft aan het belang van klimaat en participatie. Dit is terug te vinden in onder meer de hoofdkeuzen ‘prettig leven in de delta’ en ‘schouders onder de energie- en grondstoffentransitie’. Naast het centraal stellen van het Samen Stadmaken stelt het college in het kader van de Omgevingswet een participatie leidraad op.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Zowel Roel Langerak Park als de omgeving van de Van Nelle fabriek maken deel uit van hetzelfde zoekgebied voor verstedelijking. Dit betekent dat hier kansen liggen voor verstedelijking. De mate waarin verstedelijking plaatsvindt, op welke locaties precies en hoe zich dat verhoudt tot bestaande functies is in de omgevingsvisie nog niet uitgewerkt. Het verbeteren van de stad-land verbindingen is ook een opgave. Uw suggestie zullen we bij de verdere uitwerking van dit gebied betrekken.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

86

40

In de Spaanse Polder zelf zou veel meer aandacht voor de energietransitie kunnen zijn en voor groene gevels. Het leggen van zonnepanelen op de daken en natuur-inclusief bouwen als voorwaarde om er überhaupt te kunnen (ver)bouwen. Dit is ook voor andere bedrijventerreinen relevant.

"De groene longen van de Rotterdamse economie" is een gebiedsvisie 2030-2035 gezamenlijk opgesteld door ondernemers en gemeente. Met deze visie als basis wordt de komende jaren extra aandacht gegeven aan duurzaamheid, vergroening, veiligheid, arbeid en branding. De gemeentelijke aanpak verduurzamen van bedrijventerreinen loopt inmiddels op diverse terreinen in de stad.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

40

In de visie mist het benoemen van het belang van de culturele sector in de productieve stad, terwijl die Rotterdam zo aantrekkelijk maakt en een belangrijke bijdrage aan de economie levert. Ook kunst in de openbare ruimte is een wezenlijk onderdeel van Rotterdam. En tot slot staat er nog een klein foutje op pagina 77: De Rotte stroomt van oorsprong tot dam. Er is geen bron, zoals ook op de markeringen langs de Rotte is toegelicht.

Wij zijn het met u eens dat de culturele sector van groot belang is voor Rotterdam. De omgevingsvisie geeft een strategische koers op hoofdlijnen. De omgevingsvisie is per definitie (op grond van de a.s. Omgevingswet) een visie op de fysieke leefomgeving. De praktische en gedetailleerde uitwerking met betrekking tot kunst en cultuur zit in het vastgestelde beleid van de afdeling Cultuur, maar ook in de initiatieven die via de vele subsidieregelingen van afdeling Cultuur worden ondersteund.

Tekst is aangepast in hoofdkeuze prettig leven in de delta hoofdstuk 5 Koers van Rotterdam

Wij zijn het eens met uw opmerking over de Rotte die geen bron, maar een oorsprong kent. De tekst is hierop aangepast.

87

41

Complimenten met uw Concept Omgevingsvisie.

Dank voor het compliment

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

41

Indiener wil u vragen om in de tekst over ‘A tot Z’ (blz. 140 – 148) ergens op te nemen dat het breed gedragen initiatief Kralingen aan de Maas onderdeel is van de ontwikkeling. Kralingen aan de Maas draagt bij aan heel veel van de doelen van ‘A tot Z’.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

41

Stedelijke opgaven worden steeds integraler. Immer meer belangen moeten bediend worden met steeds minder ruimte. Met name de vraag 'met wie' en 'hoe' verbeteren we de stad, zal een bottleneck blijken in het tempo en ambitieniveau voor uitwerking van opgaves.

We zijn bekend met Kralingen aan de Maas en zijn gecharmeerd van het initiatief. Binnen de gebiedsuitwerking A-Z wordt onderzoek gedaan naar verbetering van de leefkwaliteit in Kralingen-Oost en de Esch, waarbinnen uw initiatief onderdeel van de mogelijke oplossingen is. Omdat er nog geen besluitvorming over is genomen wordt uw initiatief op dit moment niet opgenomen in de omgevingsvisie. Samen stadmaken is een van de principes van goede groei die centraal staan in deze omgevingsvisie. In de definitieve omgevingsvisie is hoofdstuk 7 aangepast, waarbinnen dit principe verder wordt uitgelicht.

Wij delen uw zorgen omtrent betaalbaarheid van wonen. Met onder meer het Actieplan Middenkoop i.o., het Actieplan Middenhuur en het Akkoord Studentenhuisvesting zetten we in op het langjarig borgen van het aanbod en de beschikbaarheid van woningen voor doelgroepen als starters en studenten.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

We zouden daarom aanbevelen dat de gemeente Rotterdam stuurt op 'energie', en dit opneemt in de Omgevingsvisie. Met andere woorden: Prioriteit geven aan plekken waar bewoners, lokale partijen en andere belanghebbenden warmlopen en zich organiseren rondom gedeelde belangen. 42

Student en starter in de stad. In Rotterdam is er een tekort aan woningen voor deze doelgroepen (studenten en starters), maar in het bijzonder ook te weinig betaalbare woningen. Betaalbaarheid is een grotere zorg voor degene die wonen buiten het bezit van een woningcorporatie. Daarom willen ook de gemeente vragen om in de samenwerking met ontwikkelaars van nieuwe panden bestemd voor student en starter, ook goed te kijken naar de betaalbaarheid.

88

42

Prettig leven in Rotterdam. Indiener is voorstander van het voornemen van de gemeente om samenwerkingen aan te gaan in het kader van verduurzaming. Wij willen aangeven dat we de verduurzamingsuitgave graag gekoppeld zien worden aan het verbeteren van het woonklimaat. indiener ontvangt veel signalen van studenten die last hebben van hittestress, waardoor zij vlak voor de zomervakantie, de periode waarin het hardst gestudeerd moet worden, in een te warme kamer zitten. Groen in de stad. Wij waarderen dat de omgevingsvisie ook constateert dat groen nodig is en verzoeken u bij de verdichtsopgave voldoende verblijfruimte over te houden of door slim gebruik van bezorgd daktuinen en parken juist kwalitatief verblijfsgroen te creëren waar studenten en starters kunnen sporten en recreëren in de omgeving van complexen voor deze doelgroepen.

Zoals omschreven in de hoofdkeuze 'prettig leven in de delta' zetten we in op een verbetering van het leefklimaat in de stad en daarmee het tegengaan van hittestress. Daarnaast zetten we in op gezonde woningen. Op basis van uw opmerking hebben we de teksten onder 'verbeteren kwaliteit leefomgeving' aangepast.

Tekst hoofdkeuze Prettig leven in de delta is aangepast.

Fijn dat het waarderen van groen en verblijfsruimte in de stad in de Omgevingsvisie wordt opgemerkt. De hoofdkeuze 'prettig leven in de delta' markeert en zet het belang van kwaliteit van groen in alle vormen van buitenruimte op de kaart voor alle doelgroepen.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

43

• Een thema dat in deze ontwerp-omgevingsvisie naar ons oordeel onderbelicht gebleven is, is het thema ‘veiligheid’. Dit is een serieuze omissie.

Het onderwerp omgevingsveiligheid is toegevoegd in tekst bij hoofdkeuze 'prettig leven in de delta'.

Tekst hoofdkeuze Prettig leven in de delta is aangepast.

43

In juli 2020 heeft de gemeente Rotterdam een zienswijze ingebracht bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat op de concept Luchtvaartnota 2020-2050. In deze zienswijze, die in de Raad behandeld is, heeft de alle huidige en toekomstige ontwikkelingen op en rond de luchthaven beschreven die relevant zijn voor de gemeente Rotterdam. Echter, in deze ontwerp-omgevingsvisie lijkt de luchthaven, bewust of onbewust, grotendeels over het hoofd gezien te worden. Dat is onuitlegbaar. Wij bevelen u daarom aan om in deze omgevingsvisie Rotterdam The Hague Airport explicieter te markeren door op de relevante plaatsen in het stuk de betekenis en de invloedssfeer van de luchthaven - zowel de gunstige als ongunstige kanten - voor de toekomstige ontwikkeling van de stad duidelijker tot uitdrukking te brengen.

Wij zijn het met u eens dat de luchthaven in de concept omgevingsvisie te weinig aan bod komt. Op basis van uw opmerkingen hebben we een toevoeging gedaan aan de hoofdkeuze 'verdienvermogen vernieuwen'.

Tekst hoofdkeuze Verdienvermogen vernieuwen is aangepast.

42

89

43

• De vijf hoofdkeuzes zoals opgenomen in hoofdstuk 5 zijn qua thematiek goed gekozen en zijn ook tot op zekere hoogte ook uitgewerkt. Echter, op onderdelen staan ze op gespannen voet met elkaar, mede gegeven de schaarste aan ruimte in de stad. De confrontatie tussen die onderdelen wordt in de ontwerp-omgevingsvisie niet gemaakt.

43

Lang niet alle geformuleerde beleidsvoornemens hebben een concrete doorvertaling gekregen in meerjarige uitvoeringsprogramma’s met gedekte financiering. Dat maakt het tamelijk arbitrair in hoeverre en op welke wijze die onderdelen de autonome ontwikkeling bepalen. Daardoor is het vervolgens lastig om aan te geven wat dan de te verwachten veranderingen in leefomgevings-waarden zullen zijn als gevolg van die autonome ontwikkeling.

Dit klopt. Niet in alle gebieden komen de confrontatie tussen de onderdelen en de urgenties zijn ook verschillend. Hoe de schaarste aan ruimte in de stad wordt opgelost bij confrontatie wordt in hoofdstuk 7 beschrijven in principes en proces. De concrete keuzes vindt plaats in de gebieden afhankelijk van de urgentie van de opgaven ter plaats via gebiedsgerichte afweging in stedelijke context. In het ROER worden in de autonome ontwikkeling alleen de reeds vastgestelde beleidsdocumenten, ruimtelijke plannen en vergunningen meegenomen, voor zover de uitvoering daarvan al heeft plaatsgevonden, of met zekerheid zal plaatsvinden (ontwikkelingen die onomkeerbaar zijn en waarover definitief besloten is: beleid in uitvoering). In de autonome ontwikkeling worden bijvoorbeeld veel lopende, reeds financieel gedekte woningbouwprojecten meegenomen, zowel in de stad Rotterdam als in de regio (conform basismodel V-MRDH, 2016, het regionale verkeersmodel). In de stad gaat het daarbij onder meer om bouwprojecten als Hart van Zuid, Stadionpark, Parkstad, Zalmhaven, Maritiem District, Rotterdam Central District, Nieuw Kralingen en Park Zestienhoven. Relatief veel bouwprojecten liggen in de binnenstad.

Sinds de Verkenning Omgevingsvisie in 2018 is met nieuw beleid al volop ingezet op de toen vastgestelde doelen of perspectieven voor Rotterdam: een compacte stad, een inclusieve stad, een circulaire stad, een productieve stad en een gezonde stad. Daarom zijn beleidskaders, die een nadere invulling geven aan die doelen van de Omgevingsvisie, en waarvoor nog geen concrete uitvoeringsbesluiten zijn genomen, of die met de Omgevingsvisie nog zijn te beïnvloeden, onderdeel van de effectbeschrijving van de omgevingsvisie. Zoals de Rotterdamse Mobiliteit Aanpak. Dit staat uitvoeriger beschreven in de bijlagen 1 en 2 van het hoofdrapport ROER. Aldus is toch een zorgvuldige en onderbouwde effectbeschrijving mogelijk gebleken.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

90

43

En als daardoor de grens niet scherp te trekken is tussen wat tot de autonome ontwikkeling behoort en wat tot de ontwerp-omgevingsvisie behoort, kan het ROER de facto geen zuivere effectenvergelijking tussen de twee situaties presenteren. Met als mogelijk gevolg dat onjuiste conclusies getrokken worden. Doordat verzuimd is om ons advies van 15 september 2020 te betrekken in de Nota van Beantwoording over de NRD, is onze zorg op dit punt nog niet weggenomen

Met de aanpak zoals in het vorige antwoord beschreven is toch een zorgvuldige en onderbouwde effectbeschrijving mogelijk gebleken. De juistheid van de aanpak en van de conclusies zijn getoetst door de DCMR, namens bevoegd gezag, en door de landelijke, onafhankelijke Commissie voor de m.e.r..

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

44

Er wordt natuurlijk al jaren verdicht in de binnenstad, zoals de in ontwikkeling zijnde bouwplannen voor de Westblaak (o.a. nr 230) ook laten zien. Daarvan zijn we op de hoogte. Maar met deze Omgevingsvisie wordt het zoekgebied voor verdergaande verdichting verder doorgezet naar het westen. Die gearceerde zone heeft een bandbreedte van al gauw een paar honderd meter ter weerszijden van de weg of OV-lijn. Die aanduiding op de tekening is mij veel te grof en getuigd naar mijn mening ook niet van zorgvuldig stedenbouwkundig vooronderzoek.

Eens met deze reactie. Deze zone is per abuis op de kaart gekomen. De kaart wordt aangepast door de gele arcering weg te halen vanaf Eendrachtsplein, aan weerszijden van de Rochussenstraat.

Ja (kaart binnenstad is aangepast)

44

1. De bebouwing ter weerszijden van de Westersingel en rondom het Eendrachtsplein is met zijn monumenten een beschermd (Rijks)Stadsgezicht. Een deel valt onder de aanduiding “zoekgebied verdichting”. 2. De “zoekgebied voornaamste verdichting” aanduiding is ook getekend over de huidige bebouwing aan de noordzijde van de Eendrachtsplein en Rochussenstraat. Dat is nu woonbebouwing, compact, zeer gewild en van goede kwaliteit. De zuidzijde binnen de “(zoekgebied) voornaamste verdichting” wordt gevormd door het Museumpark (wordt momenteel net vernieuwd), Bilderberghotel en monumenten zoals Huis Sonneveld, Chabotmuseum etc. De zone bij het Erasmus MC is inmiddels bijna helemaal verdicht

Zie reactie hierboven.

Ja (kaart binnenstad is aangepast)

Zie reactie hierboven.

Ja (kaart binnenstad is aangepast)

Zie reactie hierboven.

Ja (kaart binnenstad is aangepast)

44

44

91

44

4. Communicatie door gemeente: Er is geen overleg of mening gevraagd van de vele betrokken vastgoedeigenaren/bewoners in de aanloop naar de gemaakte keuze in de ontwerp Omgevingsvisie. Terwijl het voor die groep toch gaat om een mogelijk ingrijpende ruimtelijke beleidswijziging tot “(zoekgebied) voornaamste verdichting” met onduidelijke gevolgen.

Vanaf begin 2019 heeft op verschillende momenten particpatie plaatsgevonden met ondernemers, bewoners en belanghebbenden in de binnenstad. Via een Binnenstadssymposium, digitale peilingen over het gebruik en de waardering van de openbare ruimte, rond nieuw sectoraal beleid (Hoogbouwvisie, RMA, etc) of grote projecten en in de vorm van een aantal digitale werksessies rond deze koers. Daarnaast zijn het toekomstperspectief en de zes gebiedskeuzes onderdeel van het participatietraject van de Omgevingsvisie geweest. Zie eerdere antwoord.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

44

Tot slot: Het zal u duidelijk zijn dat ik verwacht dat de aanduiding als “(zoekgebied) voornaamste verdichting” voor het gebied tussen Westblaak en ‘s Gravendijkwal en ter weerszijden van Eendrachtsplein en Rochussenstraat uit de ontwerp Omgevingsvisie wordt verwijderd.

45

In dit kader vragen we specifiek aandacht voor de lange termijn inzet voor de westelijke oeververbinding en de verstedelijking van delen van de Sluisjesdijk-pier en zone Waalhaven – Rotterdam-Zuid. Dit vereist nadrukkelijk nader overleg. Wij zien op dit moment geen realistische mogelijkheden voor woningbouw in (delen van) de Waalhaven. Wel zien wij kansen voor het versterken van de sociaaleconomische relatie van de Waalhaven met Rotterdam-Zuid.

Woningbouw in de Waalhaven is op dit moment niet aan de orde. Op de lange termijn hebben we het wel over verstedelijking, die nog verschillende vormen aan kan nemen. We blijven graag constructief met Havenbedrijf en andere partners in gesprek - zoals we dat nu al zijn rondom de Sluisjesdijkpier - over hoe we de relatie tussen Waalhaven en Rotterdam Zuid de komende jaren verder kunnen versterken.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

46

Ons advies is dat er continu rekening gehouden wordt met de toegankelijkheid bij zowel bestaande als nieuwe gebouwen, woningen en openbare ruimte en andere onderwerpen in de omgevingsvisie inclusief de ROER.

Toegankelijkheid van vastgoed en openbare ruimte is een belangrijk aandachtspunt dat wij in de uitwerking conform ons beleid betrekken

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

47

Wij lezen een focus op de beschikbaarheid van woningen voor jongeren, senioren en middenhuur. Deze vinden wij te eenzijdig. Als wij kijken naar woningzoekenden en slaagkansen in de sociale voorraad ligt er juist ook een grote behoefte om te bouwen voor de sociale huurder met de leeftijd tussen 23 en 65 jaar. Wij vragen u om deze grote groep ook zeker mee te nemen.

Wij zijn het met u eens dat de tekst in de concept omgevingsvisie een te eenzijdige weergave van de opgave is. Op basis van uw opmerking hebben we deze tekst in de hoofdkeuze 'verstedelijken en verbinden' aangepast.

Tekst hoofdkeuze Verstedelijken & verbinden is aangepast.

Ja (kaart binnenstad is aangepast)

92

47

47

48

Zuid NPRZ wordt expliciet omschreven in de visie. Daar trekken we al jaren gezamenlijk op en we zien positieve ontwikkelingen. Echter blijft het nodig om komende jaren hier in te blijven investeren en ook steeds kritisch naar onszelf te kijken of we daar de juiste investeringen doen. Zo vragen wij ons af OF en HOE de aanwijzing van Zuid tot “moderniseringslocatie” hier bij aansluit en wat dit in de praktijk betekent. ons verzoek is: kijk niet alleen naar focuswijken, ook naar de wijken die dreigen te kantelen richting een (toekomstige) focuswijk. Zo willen wij ook dat de kwaliteit en de duurzaamheid van vastgoed op peil blijft en waar nodig vergroot. Dit mag echter niet ten koste gaan van de betaalbaarheid van onze woningen. En de transitie van wijken en buurten kan ook een risico vormen voor de beleving en leefbaarheid van de buurt.

In de definitieve omgevingsvisie hebben we de moderniseringslocaties gelijkgetrokken met de focuswijken, zoals die benoemd worden in de hoofdkeuze 'vitale wijken'. De tekst bij de gebiedsuitwerking Zuid is ook hierop aangepast

Tekst hoofdkeuze Vitale wijken en tekst gebied Rotterdam Zuid is aangepast.

Alle doelstellingen die u noemt vinden wij belangrijk. We proberen uitdagingen als betaalbaarheid, verduurzaming en leefbaarheid in balans en in samenhang op te pakken.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Aangegeven wordt dat het hoofdwegennet in en rondom Rotterdam, de Ruit, moet blijven functioneren. De doorstroming van de Ruit is hierbij een belangrijke opgave. Binnen de metropoolregio en op regionaal niveau wordt met betrokken partners samengewerkt aan een nieuw plan voor de toekomst van de Ruit dat aansluit bij de goede groei van de stad en regio. Wij onderkennen zeker de noodzaak om voor de mobiliteitsproblematiek in de Noordrand tot een duurzame oplossing te komen. De vraag is echter of, wanneer en waar de voorgestelde inzet de beoogde effecten zullen hebben.

Het goed functioneren van de Ruit is en blijft van economisch belang voor Rotterdam. De omgevingsvisie onderschrijft dit.

Hoofdkeuze Verdienvermogen vernieuwen; (Inter)nationale connectiviteit: stad, haven en achterland bereikbaar houden, is gewijzigd.

93

48

48

48

De milieugezondheidskaart laat de huidige milieucontouren zien, met in de huidige situatie beperkingen voor woningbouw. Deze beperkingen bevinden zich ook in de zone A tot Z zien (zie betreffende kaart onder paragraaf Binnenstad). Belangrijke aandachtspunten zijn de geluids- en risicocontouren langs de A16, de A20, de Oude (spoor) Lijn en de spoorlijn naar Gouda’. Met betrekking tot het vorenstaande past nog de volgende kanttekening. In sommige delen van ons gebied hebben bewoners te maken hebben met cumulatie van geluid vanuit verschillende bronnen zoals vliegverkeer, wegverkeer en railverkeer. We denken daarbij onder meer aan buurten in het noordwestelijk deel van Schiebroek (drie bronnen) en in HillegersbergZuid (rail en wegververkeer). Verstedelijken & verbinden. Op blz. 87 van de omgevingsvisie is op de kaart in geel aangeven wat ‘zoekgebieden voor verstedelijking’ zijn. Voor ons gebied is dat in SchiebroekZuid langs de RandstadRail en in het Kleiwegkwartier het gebied langs de Ceintuurbaan. Beide ‘zoekgebieden’ kunnen onze instemming hebben. Voor het gebied langs de Ceintuurbaan hebben wij herhaalde malen verzocht om een ontwikkelvisie te maken. De verdere uitwerking voor beide zoekgebieden zullen we met buitengewone belangstelling volgen. Blz. 45. ‘Een klein percentage van de Rotterdammers ondervindt hinder van vliegverkeer.

Uit de gezondheidsmonitor 2016 blijkt echter dat de lokale situatie anders kan zijn. In Overschie en Hillegersberg-Schiebroek geeft respectievelijk 8,4 en 8,5% van de bewoners aan ernstige hinder te ondervinden van vliegtuiglawaai. Hiermee is dit een van de meest voorkomende bronnen van hinder voor deze wijken’. Bij vorenstaand citaat is het goed om aan te tekenen dat genoemd percentage voor Hillegersberg-Schiebroek uitgedrukt in aantallen betekent dat 3782 bewoners ernstige hinder ondervinden. Overigens betreft het daarbij dan nog ‘slechts’ bewoners die ernstige hinder ondervinden.

De milieugezondheidskaart is slechts indicatief bedoeld. Bij bouwplannen worden de relevante geluidbronnen en cumulatie nauwkeurig in beeld gebracht.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Goed om te horen dat u uw instemming geeft met de zoeklocaties verstedelijking uit de concept omgevingsvisie. Wij betrekken u graag in het vervolgproces.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

Het percentage inwoners dat ernstige hinder ervaart door vliegverkeer komt voort uit een steekproef van de Gezondheidsmonitor. Een exact getal vermelden is daarom minder geschikt. Dat het om ernstige hinder gaat wordt reeds in de tekst aangeduid.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie.

94

48

48

49

Vitale wijken. In de omgevingsvisie is m.b.t. vitale wijken op blz. 96 een kaart opgenomen. Op die kaart is een deel van de wijk Schiebroek gemarkeerd / ingekleurd als ‘focuswijken stedelijke vernieuwing’. Op zich zijn we het eens met die kwalificatie. Echter, het betreft op die kaart maar een ‘fragment’ van het deel van de wijk dat onder de naam Schiebroek-Zuid al vele jaren aandacht vraagt en waarvoor in april van dit jaar het Buurtverbeterplan Schiebroek-Zuid gereed is gekomen. Wij stellen dan ook voor om in nader overleg met betrokken partijen waaronder de beide in Schiebroek-Zuid actieve woningcorporaties te bezien of een nauwkeuriger inkleuring van de kaart van de kaart moet worden gegeven. Balans in de woningvoorraad. De komende jaren zullen op enkele locaties in Schiebroek-Zuid inderdaad nieuwe woningen worden gebouwd. De vraag is of die aantallen nieuwe woningen voldoende zullen zijn om zelfs de sterke disbalans in Schiebroek-Zuid op te heffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=eef36fcd-75e0-4db8-a086-80cbc95e43e3