21bb14837 Bijlage behorende bij 21bb14831 over Nota van beantwoording zienswijzen en adviezen ontwerp omgevingsvisie en ROER
Tekst van het document
Verdichting maakt een duurzame stedelijke ontwikkeling waar wonen, werken en recreëren op korte afstand van elkaar mogelijk. In de Omgevingsvisie zijn verschillende belangen afgewogen. Onderdeel van de afweging is de wens voor meer en groen toe te voegen en wat er in het licht van de klimaatopgave wenselijk en verstandig is. We delen de conclusie niet dat er minder gebouwen moeten komen om meer ruimte te geven aan de zachte bodem en bomen. Wij zoeken de oplossing in klimaatbestendige combinaties van functies.
De hoofdkeuze Verstedelijken en Verbinden is gewijzigd.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
47
21
21
21
21
De omgevingsvisie kan geen vehikel zijn om huidige beleid “maximaal bouwen” voor de toekomst veilig te stellen. Dat lijkt nu wel het voornaamste doel van deze visie: alle plannen moeten door kunnen gaan onder de nieuwe omgevingswet. - Hoe komt het dat een politieke afspraak over het bouwen van 50.000 woningen met “Den Haag” zonder inspraak tot stand komt. Een afspraak die immense gevolgen heeft voor alle inwoners van Rotterdam en met name de inwoners van de binnenstad. De wethouder (B. Kurvers) staat prominent op de cover van de omgevingsvisie. Dezelfde wethouder is ook opdrachtgever voor stadsontwikkeling. De slager keurt zijn eigen vlees, zeg maar. Dit lijkt mij volstrekt onwenselijk. De kwaliteit, zeker op lange termijn, en het afwegen van alle belangen is dan niet meer zuiver. Hoe staat het college B&W hierin?
In de vastgestelde Woonvisie is reeds opgenomen om 50.000 woningen tot 2040 te bouwen. In het Addendum op de Woonvisie wat in 2019 door de Rotterdamse gemeenteraad is vastgesteld, is opgenomen om 42.000 tot 2030 te realiseren. Het is een afspraak in lijn met het huidige beleid. Er is geen sprake van een politieke afspraak die zonder inspraak tot stand is gekomen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
De Omgevingsvisie is een door de Raad vastgesteld beleidsdocument. Wethouder Kurvers coördineert namens het college van B&W het traject om te komen tot een gedragen visie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
De vijfde aanvulling: hoe wordt succes zichtbaar Door het ontbreken van toetsbare doelen en randvoorwaarden wordt het niet alleen lastig een nieuw plan te beoordelen voordat het start. Een veel belangrijkere consequentie is dat het ook niet mogelijk is om voortgang te herkennen per plan of “de som der plannen”. Dat betekent dat er met hagel wordt geschoten en dat er veel meer kans is dat Rotterdam op de langere termijn waarde vernietigt dan waarde creëert. Zoals hierboven al is genoemd lijkt de omgevingsvisie tot doel te hebben alle huidige plannen ongewijzigd te laten doorgaan. Dat betekent dat de visie impliciet bij moet dragen aan eenzijdig beleid: bouwen. Ook om deze reden kan de huidige omgevingsvisie niet worden gebruikt om succes voor Rotterdam als leefomgeving te duiden. Er kan alleen worden getoetst of voldoende woningen zijn gerealiseerd. Dat is erg mager en onwenselijk in tijden dat het klimaat en de leefbaarheid in de stad de meest urgente bedreigingen zijn voor de binnenstad van Rotterdam. De zesde aanvulling: context In de visie worden veel aannames gedaan. Begrijpelijk, het gaat over de toekomst. De aannames zijn echter eenzijdig (economie gedreven) en onvolledig. Dit maakt het ongeloofwaardig. Zie ook alle punten hierboven.
Een omgevingsvisie is zelfbindend en beschrijft de koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Tegelijkertijd moet het ruimte bieden om samen met "de stad" tot uitwerking te komen. Deze balans tussen kaderstelling en ruimte biedt zit voldoende in deze omgevingsvisie. De ambities zijn op diverse terreinen en middels de vijf perspectieven geformuleerd. Een goede monitoring en evaluatie, waarbij we willen aansluiten op het in het ROER gebruikte afwegingskader, moet een basis bieden om tijdig afwijkingen te constateren.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
De ontwerp omgevingsvisie is getoetst door een integraal PlanMER. Hiervoor is een evenwichtig toetsingskader opgesteld waarop ook een zienswijze procedure heeft plaatsgevonden. De aannamen in de omgevingsvisie zijn erkent en leveren in het ROER een overzicht van uitkomsten.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
48
21
Ik zou graag zien dat deze zienswijze wordt opgenomen in de omgevingsvisie. Ik zou er ook erg voor pleiten deze te voorzien van een referentie: zienswijze 1001, zoals ook in de aanhef wordt aangegeven.
Uw zienswijze is opgenomen in deze Nota van Beantwoording. Middels deze nota wordt u geïnformeerd hoe het college uw advies ter harte heeft genomen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
22
Het verbaast ons echter, dat u het streven naar voldoende en een goede kwaliteit natuur niet als kern voorwaarde stelt bij ontwikkelingen binnen uw vijf hoofdkeuzes. Dit is naar onze mening essentieel als u inzet op een goede groei en een duurzame stad. Van een duurzame ontwikkeling is namelijk pas sprake, als er een evenwicht is tussen people, planet en profit. Daarom vragen wij u, om alsnog het criterium ‘het realiseren, versterken en behouden van een basiskwaliteit natuur’ alsnog opneemt als randvoorwaarden voor ontwikkelingen binnen alle vijf hoofdkeuzes. Natuurwaardenkaart Ten eerste de natuurwaardenkaart die we graag opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie. Op deze kaart zijn de natuurkwaliteiten en waarden per gebied in kaart gebracht. Daardoor sluit deze aanpak naadloos aan op de gebiedsgerichte aanpak die in de omgevingsvisie gehanteerd is. In deze natuurwaardenkaart is concreet per gebied opgenomen: • welke soorten er al aanwezig zijn • welke soorten er in potentie kunnen zitten • hoe we de al aanwezige soorten beschermen en bij voorkeur stimuleren • hoe we ervoor zorgen dat de potentiële soorten zich in het gebied vestigen en hier langdurig blijven • hoe we ervoor zorgen dat soorten zich kunnen verplaatsen tussen voor hun belangrijke gebieden De door ons voorgestelde natuurwaardenkaart gaat dus uit van de bestaande natuurlijke kwaliteiten en de versterking hiervan.
Om op deze manier te kunnen werken, is er wel onderzoek nodig. Uiteraard werken wij hier als afdeling graag aan mee. Wij gaan dan ook graag met u in gesprek over onze mogelijke ondersteunende rol.
Het klopt dat er evenwicht tussen people, planet en profit moet zijn om duurzaam te ontwikkelen. Het criterium "het realiseren, versterken en behouden van een basiskwaliteit natuur" is impliciet in het perspectief gezonde stad opgenomen. Echter het concrete toepassen van criteria is de uitwerking op concreter niveau zoals een ontwikkeling of project, dan het strategisch niveau van de visie.
Hoofdkeuze Prettig leven in de Delta is gewijzigd.
De gemeente Rotterdam heeft een programma Biodiversiteit en een door de gemeenteraad vastgestelde Uitvoeringsagenda biodiversiteit waarin gewerkt wordt met de bedoelde natuurwaardenkaart. Deze is nog niet gereed en kan in een latere fase in de omgevingsvisie worden opgenomen. Wij stellen het aanbod op prijs en werken graag met u samen in het programma Biodiversiteit.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
22
49
22
22
23
Natuurparels benoemen, beschermen, verbinden en creeren Een ander belangrijk onderdeel van de door ons voorgestelde aanpak, is het benoemen van natuurparels. Rotterdam heeft namelijk al een aantal gebieden waar de natuurwaarde hoog is. Dit noemen wij de Rotterdamse natuurparels. Omgevingsvisie Rotterdam, KNNV Initiatiefgroep Natuurlijk Rotterdam, 9 september 2021 3 Wij willen dat deze parels benoemd worden en de beschermingsstatus krijgen die zij verdienen. Deze parels bieden namelijk een goede basis om de kwaliteit van onze Rotterdamse natuur verder op uit te bouwen. Naast het beschermen en waarderen van de parels, is het belangrijk om verbindingen tussen de verschillende parels tot stand te brengen. Door dat te doen, kunnen we deze parels nog mooier, robuuster en toekomstbestendiger maken. Tot slot is het natuurlijk ook van belang om waar nodig en mogelijk nieuwe parels te creëren. Wij beseffen ons, dat de omgevingsvisie enkel de richting bevat die we met elkaar op willen. De concrete uitvoering zal pas echt vorm krijgen in de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Daarom kijken wij graag al vooruit naar de uitvoering en geven wij een schot voor de boeg. Natuurlijk komen wij graag langs om nadere toelichting op onze voorstellen te geven.
We willen inderdaad de natuurparels beschermen, verbinden en creëren. Ze zijn belangrijk voor een gezonde stad. De visie biedt voldoende ruimte om de invulling voor natuur verder uit te werken in programma Biodiversiteit en om die ambitie natuur mooier, robuuster en toekomstbestendiger te verwezenlijken inclusief de nieuwe parels.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Uw constatering is terecht. De omgevingsvisie schetst de ambities en hun potentiële overlap. De uitwerking hiervan zal plaatsvinden in omgevingsprogramma's, gebiedsontwikkelingen, omgevingsplannen etc. Uw nadere toelichting zal te zijner tijd welkom zijn bij de verdere uitwerking en we nodigen u van harte uit betrokken te blijven.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Met de ontwerp omgevingsvisie heeft de gemeente Rotterdam een mooie en ambitieuze visie voor de stad gepresenteerd.
Wij danken de indiener voor de uitgesproken waardering
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
50
23
In de omgevingsvisie legt de gemeente nadruk op de compacte stad. De wens is om 50.000 tot 75.000 woningen te bouwen tot 2040. Dit zal tot gevolg hebben dat 100-300 extra MSR’n voor Rotterdam nodig zijn. Ondanks dat het huidige elektriciteitsnet in de gemeente Rotterdam robuust is, zal dit onvermijdelijk leiden tot uitbreiding van het elektriciteitsnet. Dit vergt ruimte zowel bovenals ondergronds.
Het bouwen van veel extra woningen met bijbehorende mobiliteitsgroei leidt, samen met de plannen voor schone opwek en gasloos verwarmen en koken, inderdaad tot een flinke extra elektriciteitsvraag. We brengen deze vraag en bijbehorende ruimteclaim graag samen met indiener in beeld en gaan daarvoor tijdig in overleg over welke oplossingen er mogelijk zijn om een betaalbaar en robuust energiesysteem voor de stad te ontwikkelen met zo min mogelijk ruimtelijke impact en tegen zo laag mogelijk maatschappelijke kosten.
Hoofdkeuze Schouders onder de energieen grondstoffentransitie is gewijzigd.
23
Ruimte voor kabel- en leiding tracés Op MSR-n en HS-stations zijn veel kabels aangesloten. Deze kabels liggen in ondergrondse kabeltracés. Het is vanuit veiligheid en betrouwbaarheid belangrijk dat indiener 24/7 toegang heeft tot deze tracés. Het uitgangspunt voor indiener is: tracés in openbare grond, voldoende werkruimte bovengronds en geen afgesloten verharding (zoals asfalt) boven kabels. Het laatste punt, zeer terughoudend zijn met asfalt, sluit goed aan bij de ambities voor klimaatadaptatie, maar wij zien ook risico’s. Hoogwaardigere buitenruimte en betere fietsvoorzieningen leidt vaak tot asfalteren van fietspaden en het gebruik van hoogwaardige bestrating. Wij vragen bij dit soort ontwikkelingen expliciete aandacht voor de bereikbaarheid van onze kabels en leidingen.
Het belang en de regels rond bekabeling in de openbare ruimte zijn de gemeente Rotterdam uiteraard bekend en spelen dan ook een belangrijke rol in onze planontwikkeling. Dit hoort echter niet thuis op het abstractieniveau van een omgevingsvisie maar komt zoals gezegd volop aan de orde bij omgevingsplannen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
51
23
Indiener stelt voor elke regio een zogenaamd Masterplan op. In een Masterplan is een eindvisie voor 2050 ontwikkeld voor het elektriciteitsnet. Het klimaatakkoord vormt de basis van het Masterplan. Lokale ontwikkelingen met betrekking tot woningbouw, wind, zon, elektrisch vervoer, warmtepompen en warmtenetten zijn ook meegenomen. Voor Rotterdam betreft het twee masterplannen. Het Masterplan Rotterdam-Zuid is gereed en is op 14 juni 2021 gepresenteerd aan een vertegenwoordiging van uw gemeente. In dit Masterplan is opgenomen dat ten zuiden van Rotterdam een nieuw 150/21 kV transformatorstation wordt voorzien. Ook is in Rotterdam-Zuid op korte termijn (<2030) in de omgeving Maas- Rijnhaven één nieuw HS-station nodig. Op 30 augustus 2021 hebben we een eerste gesprek gehad over de mogelijkheden in het zoekgebied. Op langere termijn (>2030) zullen naar verwachting twee stations (Gruttostraat en Putselaan) uitgebreid moeten worden op de huidige of op een nabijgelegen locatie. Het Masterplan Rotterdam-Noord is nog in studie en wordt naar verwachting begin 2022 opgeleverd. Als het Masterplan gereed is, zal indiener deze ook aan u presenteren.
We waarderen het dat indiener werkt aan masterplannen 2050 voor Rotterdam. Wij blijven graag nauw betrokken bij deze trajecten en gaan ook graag het gesprek aan n.a.v. de uitkomsten zodat we gezamenlijk kunnen zoeken naar oplossingen voor de uitbreiding van het energiesysteem.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
24
Onze complimenten voor het integraal meenemen en afstemmen met de hulpdiensten waar het gaat om de visie op bereikbaarheid en inrichting van de buitenruimte. We werken hierin steeds structureler samen en zien dat ook terug in dit document.
We danken de indiener voor de uitgesproken waardering
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
52
24
Benoemen Veiligheid bij planontwikkelingen Indiener wil graag als organisatie betrokken zijn bij de ontwikkelingen die op het beleidsterrein veiligheid betrekking hebben. De aanwezigheid en inzet van indiener in de stedelijke gebieden maar ook de fysieke ondersteuning van de collega’s dragen bij aan de veilig/ en leefbaarheid van de stad. Dat betekent dat er in planontwikkeling aandacht voor moet zijn en gebruik kan worden gemaakt van de informatie die de indiener hierbij kan leveren. Thema’s voor uw burgers zoals zichtbaar, herkenbaar, vindbaar en bereikbaar, et cetera en thema’s voor het effectief opereren van de Nationale Politie zoals logistiek (routing, ontsluiting, veiligheid, snelheid), capaciteit (gebouw, omgeving, parkeren), samenwerking (met de gemeente en andere partners zoals hulpdiensten, OM, Raad vd Kinderbescherming, Veiligheidshuis) en toepassing (dienstbaar, doelmatig voor gebruikers en bezoekers) willen we graag met u delen om te kijken of ze kunnen bijdragen aan uw omgevingsvisie. Integraal en samen Tenslotte zou misschien iets meer nadruk gelegd mogen worden op een collectieve integrale aanpak van de gemeente met betrokken stakeholders waarbij gestreefd wordt van het vertalen van verschillende individuele belangen en doelen van stakeholders naar collectieve doelen.
Het college herkent de oproep van indiener dat het thema sociale veiligheid een belangrijk aspect is in de fysieke leefomgeving voor ondernemers en bewoners. De uitwerking zoals gevraagd is meest passend bij de uitwerking van gebieds- en omgevingsplannen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
De omgevingsvisie stelt een werkwijze voor die integraal en samen als kernwaarden heeft. In de uitwerking op lokaal schaalniveau worden alle betrokkenen geacht dit in de praktijk te brengen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
24
Verder willen we graag ook periodiek op de hoogte worden gehouden en bij de 2jaarlijkse evaluatie betrokken zijn.
Wij waarderen het aanbod en zullen u waar relevant bij de evaluatie betrekken.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
24
In de definitieve omgevingsvisie zouden we graag de politie als maatschappelijk partner en fysiek onderdeel zien van de stedelijke ontwikkeling. We zullen dit als onderwerp meenemen in het reguliere overleg tussen de eenheid Rotterdam, en de sector Veilig en Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam.
Wij waarderen de suggestie en staan open voor vervolggesprekken op basis van deze visie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
24
53
25
25
Indiener wil haar waardering uitspreken voor deze breed opgezette, integrale visie op de fysieke ontwikkeling van de stad. Een evenwichtige en aansprekende visie is vereist om de noodzakelijke stappen te zetten en om partners, die de toekomst mede gestalte kunnen geven, daarin mee te nemen Waar wij ons zorgen over maken is dat de economische betekenis van de binnenstad in de Concept Omgevingsvisie onderbelicht is. Er is (terecht) veel aandacht voor de leefomgeving, voor milieu- en duurzaamheidsthema’s en voor ‘transities’ die de komende jaren nodig zijn. Ook ‘nieuwe’ economie krijgt veel aandacht. Maar grote delen van de ‘huidige’ economie zoals bestaande arbeidsplaatsen, de dienstverlening aan consumenten en bezoekers zullen niet wezenlijk veranderen. Wij missen aandacht voor die realiteit en we missen een visie op hoe die bestaande economie in een nieuwe tijd met andere accenten een rol blijft spelen voor bewoners en bezoekers. Dat heeft immers een breder effect, ook op bereikbaarheid.
Wij danken uw uitgesproken waardering
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
De term nieuwe economie lijkt het beeld op te roepen dat het bestaande verdwijnt of geen aandacht krijgt. De ambitie gaat ook om doorontwikkeling en moderniseren van het bestaande (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaam, circulariteit en digitalisering). Momenteel werkt de gemeente aan een uitwerking van het gebied ‘Binnenstad’ in de vorm van een koers. De bestaande economie behouden en versterken van de identiteit en sterktes van het huidige winkelgebied en de winkelstraten is daarin een belangrijk uitgangspunt. Hoe we dit gaan doen wordt beschreven in het bijbehorende Uitvoeringsprogramma. De gemeente stelt deze vanaf het najaar van 2021 samen met haar partners, waaronder indiener, op.
Hoofdkeuze Vernieuwen verdien vermogen is gewijzigd.
54
25
Er wordt meerdere malen gewezen op de balans tussen rust en reuring. Er is zorg over gebrek aan rust in de binnenstad terwijl tegelijk intensivering met wonen wordt nagestreefd. Dat spreekt elkaar tegen: intensivering met woonprogramma kost ruimte en leidt tot extra mensen en bewegingen. Indiener maakt zich er zorgen over dat de behoefte aan rust bij toenemende woondruk kan leiden tot beperkingen voor commerciële functies, voorzieningen en overige activiteiten en evenementen in de binnenstad. Voor horeca ervaart de indiener dit al enige jaren. Hierbij twee aanvullende opmerkingen: 1) Er is meer maatwerk nodig. In horeca is er groot verschil tussen dag-, avond- en nachthoreca. Overlast (reuring) doet zich vooral voor in de nacht, maar ook ruimte voor dag- en avondhoreca leidt onder de inperking van nachthoreca. 2) Niet alle problemen laten zich oplossen door visies en plannen. Veel horeca zou geen of minder problemen geven als ondernemers consequent alle afspraken (maatregelen) nakomen. Waar dit te niet gebeurt is handhaving vereist en die moet eenvoudig zijn. Het belang van een goede en gezonde leefomgeving onderschrijven wij maar onjuiste en te ver gaande inperking van levendigheid en activiteit tast de essentie van de binnenstad aan. Dit heeft gevolgen voor bedrijven, voor bezoekers en voor arbeidsplaatsen.
Door maatwerk (en een visie hierop) kunnen veel problemen voorkomen worden.
We onderschrijven dat het vinden van de juiste balans tussen rust en reuring per locatie maatwerk moet zijn. En we onderkennen het belang van activiteiten en evenementen voor het kernwinkelgebied en de economische aantrekkingskracht van de binnenstad. Momenteel werkt de gemeente aan een uitwerking van het gebied ‘Binnenstad’ met een Koers en bijbehorend Uitvoeringsprogramma. We zullen het onderscheid tussen dag- avond- en nachthoreca in relatie tot rust en reuring dat u in uw zienswijze maakt meenemen in deze producten. In het Uitvoeringsprogramma beschrijven we de maatregelen om tot een goede balans te komen. Handhaving is er daar één van. De gemeente stelt het uitvoeringsprogramma vanaf het najaar van 2021 samen met haar partners, waaronder indiener, op.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
55
25
Meermalen gaat het over groen in plaats van infrastructuur: verkeerspleinen zullen worden omgezet naar verblijfspleinen. Terugdringen van de auto en tegelijk toename van programma (wonen) kan niet zonder een schaalsprong in het OV-systeem: dat gaat verder dan intensivering op het huidige netwerk. En voor bepaalde activiteiten en doelgroepen blijft de auto essentieel. Onjuiste aanpak van dit doel kan het functioneren van de binnenstad ernstig aantasten; groot risico is bijvoorbeeld dat ingrepen aan de rand van de stad voor ontlasting van verkeer in de binnenstad, niet tijdig gereed zijn. De opmerking dat het ‘Hofplein ontwikkeld zal worden tot een aantrekkelijke en dynamische ruimte voor verblijven en ontmoeten’ valt op. Daarmee wordt een indruk gewekt die in de praktijk niet realiseerbaar is. Hierover spraken wij met de gemeente hetgeen tot verheldering leek te leiden: maar de oude formulering blijft hardnekkig rondzingen. Wij verwijzen voor onze inhoudelijke onderbouwing met betrekking tot bereikbaarheid kortheidshalve naar de bij de gemeente Rotterdam bekende zienswijze van indiener op het Programma van Eisen voor het Hofplein. Tevens verwijzen wij naar het overleg dat wij over het VerkeersCirculatiePlan voor de binnenstad met diverse medewerkers van de gemeente Rotterdam hadden.
In de Rotterdamse Mobiliteit Aanpak is meer ruimte voor fietsers, voetgangers en het openbaar vervoer een belangrijk uitgangspunt. De auto heeft nog steeds ruimte in de toekomstige binnenstad, maar minder dan in de huidige situatie. In het Verkeerscircualtieplan binnenstad is dit verder uitgewerkt op welke routes en verbindingen dit plaatsvindt. Het Hofplein is een belangrijke plek in de stad waar deze verandering in mobiliteit (meer ruimte voor fietsers, voetgangers en het OV) zichtbaar wordt. Het Hofplein draagt bij aan het versnellen van de mobiliteitstransitie en het huidige OV-systeem kan deze korte termijnontwikkeling aan. Het versterken van het verblijfsklimaat in de binnenstad, zal niet ten koste gaan van de bereikbaarheid van de binnenstad, omdat er grotere schaal nieuwe investeringen plaatsvinden, zoals snel en nieuw regionaal OV, ombouw van de Oude lijn en ook de fiets meer ruimte krijgt. In de verdere uitwerking van de visie en het meer groen ipv infrastructuur worden in de planvorming gezamenlijk en zorgvuldig met de partners in de binnenstad samengewerkt.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
56
25
Indiener onderkent het belang van de Concept Omgevingsvisie en onderschrijft de grote lijnen van de perspectieven en de hoofdkeuzes daarin. Desalniettemin willen wij onze zorg met de gemeente delen en rekenen erop dat hiermee bij verdere afronding van de Omgevingsvisie rekening wordt gehouden. Met voorlopig deze twee belangrijke aandachtspunten: • De economische betekenis van de binnenstad is onderbelicht; dat betreft onder meer de huidige typen bedrijvigheid die ook in de toekomst grotendeels onveranderd van betekenis blijven; • Keuzes voor een richting in de visie laat onverlet dat later alsnog planvorming met zorgvuldige afweging moet plaatsvinden voor concretisering. Dit geldt bijvoorbeeld voor de ‘balans tussen rust en reuring’ en voor ‘groen in plaats van infrastructuur. Maatregelen in de binnenstad raken vele belangen en kunnen grote gevolgen hebben. Indiener is thuis in de binnenstad en vervult daar een rol voor veel ondernemers en eigenaren van vastgoed. Vanuit die hoedanigheid wordt indiener graag betrokken bij de uitwerking van plannen voor de binnenstad, ook bieden we aan om onze kennis en netwerk in te zetten en zo bij te dragen aan planvorming in de binnenstad.
We zijn het eens met de zienswijze dat de binnenstad van groot belang is voor de economie van Rotterdam. Vanaf het najaar van 2021 werkt de gemeente aan het uitvoeringsprogramma Binnenstad. Dit doen zij in goed overleg met de belangrijkste partners in het gebied, waaronder indiener. Jullie worden t.z.t. uitgenodigd voor de bijeenkomst(en). Doel van het uitvoeringsprogramma is beschrijven hoe we samen met onze partners de opgaven en doelstellingen voor de binnenstad waar kunnen maken.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
26
Allereerst complimenten voor de Ontwerp-Omgevingsvisie Rotterdam. Het is een mooie, complete en integrale visie op de ontwikkeling van de stad. Wij herkennen hierin ook veel van de maatschappelijke opgaven waaraan wij met u samenwerken, zoals de inzet op vitale wijken, de inclusieve stad en het blijven benutten van kansen binnen het NPRZ.
Wij danken u voor dit compliment
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
57
26
De betaalbaarheid van het wonen komt ook aan de orde in de Ontwerp-Omgevingsvisie, waarbij de focus vooral ligt op jongeren, ouderen en starters. De behoefte aan betaalbare huurwoningen is echter ook groot onder de andere groepen woningzoekenden. Wij vragen blijvende aandacht voor de ontwikkeling van voldoende sociaal huuraanbod voor alle Rotterdammers die hierop aangewezen zijn.
De focus in het huidige bouwprogramma ligt voor wat betreft het sociale segment - in lijn met het Addendum Woonvisie - op ouderen, jongeren en studenten. Wij zijn het echter met u eens dat de betaalbaarheid van wonen voor een breed scala aan doelgroepen een opgave is. Wij zullen de teksten hierop nuanceren
Hoofdkeuze Vitale Wijken is gewijzigd
26
U noemt de visie een adaptief instrument waarover u continu in gesprek blijft met alle belanghebbenden. Woningcorporaties zijn belangrijke partners in de ontwikkeling van de stad. Wij praten daarom graag met u verder over de vertaling van deze visie naar integrale uitvoeringsprogramma’s en projectontwikkeling, zodat we daadwerkelijk samen kunnen “stadmaken”.
Dank voor uw aanbod.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
27
Ons belangrijkste bezwaar tegen de Ontwerp Omgevingsvisie is dat ecologie niet leidend is voor het beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling. De aandacht lijkt vooral te gaan naar demografie, economie (inclusief energie-economie en de fossiele industrie) en de daarvan afgeleide energietransitie, klimaat en helemaal achteraan, in bijzinnen en sub-paragrafen, eindelijk biodiversiteit. Dat is precies de omgekeerde volgorde. Het daaruit volgende ruimtelijke beleid kan dus niet anders dan verkeerd gericht zijn en uiteindelijk in potentie desastreus voor onszelf, onze kinderen en kleinkinderen, onze stad en onze planeet. ii De focus op economie blijkt al direct uit de titel: Goede Groei. Maar goede groei bestaat niet (meer), heeft in zekere zin nooit bestaaniii.
Uw zienswijze met veel aandacht voor ecologie wordt gewaardeerd. Rotterdam staat voor een aantal zeer grote uitdagingen, waartoe een ecologisch verantwoorde, biodiverse, natuurinclusie ontwikkeling zeker behoort. Tegelijkertijd zien wij ons genoodzaakt ook andere belangrijke uitdagingen voldoende aandacht te geven, die ook cruciaal zijn voor Rotterdam. Een tekort aan woningen en een transitie naar een duurzame economie zijn in onze ogen echter uitdagingen die evenzoveel aandacht verdienen. Deze omgevingsvisie is in onze optiek daarmee een visie die een verschillende doelen in balans probeert na te streven.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
58
27
Desondanks denkt Rotterdam nog steeds dat groei ook ‘goed’ kan zijn. De noodzaak tot groei stellen wij ter discussie: dat is in onze visie helemaal niet de prioriteit voor Rotterdam. Alle aandacht moet naar kwaliteit gaan en niet naar kwantiteit. En stellen voor om de titel te wijzigen in: Goede Stad, een veel natuurinclusiever en daarmee ook humaner uitgangspunt. En vervolgens – uiteraard – om het beleid dus ook vanuit die nieuwe titel en dat nieuwe perspectief te herzien. 2 Biodiversiteit en de stedelijke ecologische hoo
27
2.1 De grenzen van ons handelen De ontwerp Omgevingsvisie geeft geen – of in elk geval niet voldoende, of met verkeerde focus – rekenschap van de enorme uitdaging waar de planeet voor staat. Deze zijn onder meer in kaart gebracht door het Stockholm Resilience Centre, dat onder de noemer Planetary Boundaries de stand van zaken van de planeet monitort.
Rotterdam is in trek als stad en op basis van demografische prognoses groeit het aantal inwoners en de vraag naar woningen in Rotterdam sterk. Dat het aantal inwoners zal groeien is in de eerste plaats een gegeven. Een trend die wij als Rotterdam kennen, maar ook samen met andere gemeentes, provincies en het Rijk als gezamenlijke opgave onderkennen. Hoe we met een zekere mate van groei om willen gaan als Rotterdam en hoe we dit in onze stad goed vorm kunnen geven is wel een keuze. Om Rotterdam beschikbaar en toegankelijk te houden voor alle Rotterdammers realiseren we nieuwe woningen, zodat we aan de vraag kunnen voldoen. Het niet bouwen van nieuwe woningen leidt tot nog meer excessieve prijsstijgingen en daarmee een verminderde toegankelijkheid van Rotterdam. Daarnaast leidt het realiseren van nieuwe woningen binnen de stad tot kansen om de stad aantrekkelijker te maken en om invulling te geven aan de grote transitieopgaven op het gebied van klimaat, mobiliteit en energie. De noodzaak om te groeien levert synergie op met andere ruimtelijke opgaven zoals de transformatie van verouderde haven- en bedrijventerreinen en maakt het mogelijk om hoogwaardige openbare ruimte toe te voegen. Het zorgt ook voor meer draagvlak voor voorzieningen en het behoud van het open landschap en natuur om de stad.
Verdichting maakt een duurzame stedelijke ontwikkeling waar wonen, werken en recreëren op korte afstand van elkaar mogelijk. In de omgevingsvisie is een veelheid aan uitdagingen gebundeld. De Rotterdamse omgevingsvisie geeft naar ons inzicht rekenschap van de uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie en andere mondiale opgaven. Met onder meer de hoofdkeuzen "Prettig leven in de delta' en "Schouders onder de energie- en grondstoffen transitie' geeft de omgevingsvisie richting aan het handelen.
Enkele passages in hoofdkeuze Verstedelijken & verbinden zijn gewijzigd.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
59
27
27
2.3 … en stel eerst de beoogde, toekomstige ecologische hoofdstructuur vast Onze belangrijkste aanbeveling (en daarmee onze belangrijkste kritiek), in zeker opzicht zelfs de enige, is daarom: Stel eerst de gewenste ecologische hoofdstructuur van de stad vast, inclusief beleid ten aanzien van biodiversiteit, stikstof-fosfor en natuurwaarden. Baseer daarop alle overige ruimtelijk gewenste ontwikkelingen en maak de uitgangspunten en netwerken van de stadnatuur daarbij tot leidende waarden. Het is denkbaar dat de vaststelling van de Omgevingsvisie daardoor vertraagd wordt, maar ja wie te laat begint met het besef dat het nu toch echt anders moet, loopt de kans achter de feiten aan te lopen. De Omgevingsvisie is te belangrijk en te verstrekkend om dergelijke risico’s te lopen. De door onszelf veroorzaakte problemen zijn té acuut om niet direct, gisteren nog, het roer drastisch om te gooien. Het hoeft ook niet moeilijk te zijn, het is zelfs binnen de termijn op te lossen. Verander de titel (dat is essentieel; het toont een aangepaste intentie) en voeg een nieuw hoofdstuk in. Noem het Hoofdstuk 0: De ecologie als uitgangspunt (het getal o is in zekere zin de basis van de mathematica, en daarom van alle wetenschap, zelfs van de economische wetenschap). Doen we dat niet, dan geraken we voorbij ‘the point of no return’.
Wij behoeven hopelijk niet meer uit te leggen dat dit geen alarmistische, loze kreet is. Het is een wetenschappelijk feit, dat inmiddels wordt ondersteund door een keur aan internationale onderzoeken, organisaties en afspraken. Stel vervolgens vast dat dit leidende uitgangspunt als eerste gaat worden uitgewerkt en dat daarmee alle toekomstige planvorming allereerst dient te worden getoetst aan deze ecologische hoofdstructuur en de daarmee samenhangende doelen ten aanzien van biodiversiteit en natuurwaarde.
Zie bovenstaande antwoord.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Zie eerdere antwoord.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
60
28
Kom in contact met de individuele volkstuin, blijf niet hangen met het uitnodigen aan de SVIN, slechts een verhuur/onderhouds-vehikel, daal af tot de kern. Daarnaast is het uiteraard goed ook het totaal te zien, alle 45 volkstuinen. Ga met alle volkstuinen in gesprek, informeren en betrek ze bij de plannen. Niet alle volkstuinen zijn aangesloten bij de avvn, momenteel totaal 25 van 45 volkstuinen.Dus een inclusieve stad voor alle bewoners, inclusief volkstuinders.
De koepel van volkstuinverenigingen heeft goed geparticipeerd in de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Ook u bent in de gelegenheid deze zienswijze in te dienen en dat stellen wij op prijs. We vinden elkaar in het belang van volkstuinen. Uit oogpunt van goede groei staat exclusief gebruik van ruimte onder druk. Blz. 102 staat het belang van recreatieve voorzieningen zoals volkstuinen benoemd. Wel moeten ze door meer mensen kunnen worden benut, juist vanwege hun belang voor een prettig leefklimaat. De afwegingen hiervoor werken we uiteraard uit met betrokken partijen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
29
Over het algemeen blij met de 5 perspectieven compact, gezond, inclusief, circulair en productief.
Dank voor uw compliment
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
29
Het zou interessant zijn om deze perspectieven/hogere doelstellingen ook praktisch toepasbaar te maken voor de verschillende projecten en programma's in de stad. Hoe toegankelijk en inclusief is de voorgestelde Rotterdamse Omgevingseffectrapportage ROER? Wat betekenen deze 5 begrippen in de praktijk? Zodat iedereen die werkt aan de stad bij iedere belangrijke beslissing kan toetsen aan deze 5 criteria. Woningbouwopgave (p. 52) De term woningbouwopgave is een te eendimensionale benadering; het gaat om de Woonopgave. Die gaat verder dan alleen woningen bouwen.
Wij nemen uw opmerking ter harte en delen uw wens om de perspectieven gehanteerd te zien in de gesprekken in de praktijk. De vijf perspectieven zijn te hanteren als ambities, met de hoofdkeuzes heeft het college een eerste vertaalslag gemaakt.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Deze pagina gaat specifiek over de bouwopgave in de metropoolregio. De Woonopgave is inderdaad breder. Hier besteedt het onderdeel 'urbanisatie en trek naar de stad' in hoofdstuk 3 aandacht aan. We delen u mening dat het meer dan alleen om bouwen van woningen gaat De aandacht voor relatie stad - platteland - natuur is terug te vinden zowel onder hoofdstuk 4 Rotterdam in de wereld, de regio en het landschap en in de structuren op de kaart prettig leven in de delta.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
29
29
Landschap en Recreatie (p. 56) De omgevingsvisie zou actief moeten inzetten op het verbinden van de verschillende Rotterdamse natuur- en recreatiegebieden rondom de stad. Alleen zo ontstaat er een landschap, natuur en biodiversiteit van betekenis. Door de versnippering van het landschap tegen te gaan -en te herstellen- wordt de stad ook aantrekkelijker.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
61
29
29
De titel zegt Samen Stadmaken maar de tekst zegt iets anders: "We (i.e.: de gemeente) bepalen de koers en bewaken de grote lijn, maar nodigen u en anderen uit om mee te denken en te doen." Dit is niet Samen Stadmaken maar klassieke participatie op uitnodiging op bepaalde thema's die de gemeente aanwijst. Het bepalen van de koers in gebieden en rondom projecten in de stad is juist iets dat je samen in een vroegtijdig met stakeholders doet. Hierin heeft een gemeenteraad het laatste woord als hoogste orgaan van de stad. Maar wel pas nadat de doelstellingen op hoofdlijnen van het college, de expertise van ambtenaren over de lange lijnen, de creativiteit en realiteit van marktpartijen en de lokale belangen, energie en ideeën van bewoners, ondernemers en wijknetwerken in kaart zijn gebracht zodat deze tegen elkaar gewogen kunnen worden. De nog niet volledig afgedane motie Samen Stadmaken biedt hiervoor aanknopingspunten. Er worden 5 hoofdkeuzes voorgesteld waarbij in kaart, logo en tekst '(inter)nationaal verbonden' gelijkgesteld wordt met het RTHA vliegveld. (Inter)natinonale verbondenheid anno 2021 is meer dan alleen de klassieke luchtvaart maar gaat ook over de haven, het spoor en digitale verbindingen. De toegevoegde waarde van een vliegveld bij Rotterdam met Schiphol op kleine afstand wordt steeds meer met cijfers betwijfeld.
Gezien te energietransitie en veranderende mobiliteitsopgave zou het een goed idee zijn om te onderzoeken of sluiting van het vliegveld en ontwikkeling tot woongebied niet een grotere meerwaarde voor de stad als geheel oplevert. Iets dat bij uitstek de kern zou moeten zijn van een omgevingsvisie
De omgevingsvisie kent een lange aanloop en begint bij vele verkennende gesprekken. Zo vormt het 'gesprek met de stad' uit 2017 een belangrijk vertrekpunt waarin ruim 9.000 bewoners en ondernemers zich hebben geuit over hun toekomstig Rotterdam. Hun uitingen vormen de basis voor de latere gespreksagenda. De uitnodiging aan elke stadsmaker is om belangen die onvoldoende aanbod komen aan te kaarten. Het Samen stad maken gaat verder dan alleen het instrument omgevingsvisie en biedt dus ook mogelijkheden bij onder meer initiatieven en omgevingsplan.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
RTHA is een luchthaven die door haar gebruikers - overwegend reizigers uit de regio - wordt gewaardeerd vanwege de nabijheid en het reiscomfort. Het reismotief is meestal recreatief maar ook zakelijk of men vliegt naar familie of vrienden. Daarnaast zorgt de luchthaven voor werkgelegenheid en is het de uitvalsbasis voor de mobiele traumaeenheid en politiehelikopter. De gemeente Rotterdam hecht daarom belang aan de luchthaven RTHA. De gemeente Rotterdam heeft niet het voornemen en bovendien niet de instrumenten om de luchthaven te sluiten. De minister van infrastructuur en waterstaat is bevoegd gezag voor het aanwijzingsbesluit wat de aanwezigheid en het gebruik van de luchthaven vastlegt. De gemeente dient haar bestemmingsplannen hier wettelijk op aan te passen. De minister van infrastructuur en waterstaat heeft evenmin het voornemen om de luchthaven te sluiten. In de luchtvaartnota 2020 – 2050 is opgenomen dat Rotterdam The Hague Airport een regionale luchthaven van nationale betekenis is. Gezien voorgaande ziet de gemeente Rotterdam daarom geen aanleiding een onderzoek uit te voeren naar een andere ruimtelijke invulling van het luchthavengebied. Op basis van verschillende opmerkingen hebben we in de hoofdkeuze
Hoofdkeuze Vernieuwen verdienvermogen is gewijzigd.
62
'verdienvermogen vernieuwen' meer tekst besteed aan de luchthaven.
29
In plaats van alles door het prisma van de woningbouwopgave te bekijken moet een omgevingsvisie uitgaan van de samenhangende stad. En die is gediend bij een combinatie van verschillende functies in plaats van monoculturen. Dus groene scheggen de stad in waar publiek-, sportief- en privaat groen gecombineerd wordt. En de enkele plekken waar sport- of natuurfuncties in de stad toch moeten wijken voor woningen kunnen ingezet worden om in het buitengebied de verbindingen tussen te verschillende natuurgebieden te maken.
De omgevingsvisie zet in op een gebalanceerde groei met kwaliteit voor een gezonde stad. Combineren van functies, multifunctionaliteit is een noodzaak. Om de weerbaarheid van de stad te vergroten zowel tegen klimaatverandering als verstedelijking is gezocht naar de balans tussen bebouwd, groen en blauw in de stad bij de inrichting niet in alleen publiek buitenruimte maar ook op privaat terrein. Het is een opgaven voor alle betrokkenen in de stad van initiatiefnemers tot gebruikers.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
63
29
29
Vitale wijken (p. 95) De zinsnede "Maar in een aantal wijken en gebieden zijn rigoureuze keuzes nodig om dezelfde kansen te kunnen bieden aan huidige en toekomstige Rotterdammers die daar wonen." lijkt te verwijzen naar een woonvisie die inmiddels van alle kanten achterhaald blijkt. Menging van verschillende functies en lagen van de samenleving in de wijken van Rotterdam is een goed streven, maar niet met de botte bevolkingspolitieke bijl van onnodige sloop-nieuwbouw en verplaatsing van problemen. En zeker niet in tijden van stijgende woonlasten en een wooncrisis. Nieuw Energiesysteem (p. 111) Op zich goede duurzame energiemix, maar op welke manier komt onze toekomstige energie-infrastructuur tot stand? Het eigenaarschap van de opwek met zon en wind moet niet alleen langs commerciële wegen vormgegeven worden. Juist gedeeld eigenaarschap zorgt voor een goed borging van maatschappelijk belang en het voorkomen van energie-armoede. Zeker bij monopolistische grootschalige oplossingen als een warmtenet. Energie (en zeker het netwerk voor warmte en stroom) is een publieke nutsvoorziening. De landelijke afspraak van 50% lokaal eigenaarschap zorgt ook stedelijk voor draagvlak en steun voor burgercollectieven die de meerwaarde ook weer terug laten vloeien naar de gemeenschap in plaats van aandeelhouders.
Ontwerpend onderzoek van IABR (onder andere in de Rotterdamse wijk Bospolder Tussendijken) biedt aanknopingspunten en alternatieven. Klimaatneutrale en circulaire wijken vragen ook een sociale component. Hoe werken we samen aan bewustwording, activering en handelingsperspectief. Deze sociale transitie -die misschien wel belangrijker is dan de technische transitie- ontbreekt in deze omgevingsvisie.
Wij zijn blij te lezen dat u het idee van menging ondersteunt. Tegelijkertijd blijft er in bepaalde wijken een grote kwaliteitsopgave om de woningvoorraad toekomstbestendig te maken. Wij zien het als onze opgave in de aanpak van deze wijken de menselijke maat op te zoeken en de bewoners centraal te zetten. U leest dit deels ook terug in de teksten over participatie. Voor het overige verwijzen wij u graag naar ons voornemen rond Stadsvernieuwing 2.0
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Het energiesysteem van de toekomst maken we samen. Daarom trekken we gezamenlijk op met partners en zorgen we voor een goede afstemming. We onderzoeken bij onze keuzes hoe de omgeving mee kan denken, mede-eigenaar kan worden of anderzijds voordeel kan halen uit de ontwikkelingen. Zonder acceptatie en draagvlak vertraagt de transitie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
We bieden ruimte voor bewonersinitiatieven met heldere kaders. In de gebiedsaanpakken aardgasvrij worden bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden gevraagd mee te denken over de transitie in hun wijk. Initiatieven buiten de gebiedsaanpakken beoordelen we en ondersteunen we vanuit het 'ja, mits' principe.
64
29
Werkwijze: hoe werken we aan de fysieke leefomgeving? (p.158) Er is niet zoiets als een fysieke leefomgeving. Er is een leefomgeving, en die heeft sociale, culturele, economische, ecologische en ja, ook fysieke aspecten. Hierin klinkt de dominantie en verkokering van het cluster Stadsontwikkeling door. Het is fijn dat het stuk concludeert dat papier alleen niet volstaat: "De gemaakte keuzes in de omgevingsvisie vragen om vervolggesprekken over de uitvoering.". Als de stad een dynamisch, adaptief en integraal verhaal moet worden kunnen deze gesprekken niet alleen ad-hoc plaatsvinden, dat moet staande praktijk worden en blijven. Dat vraagt om sterke wijknetwerken en duurzaam beschikbare lokale ontmoetingsplekken waarin verschillende belangen en groepen samenkomen.
De omgevingsvisie is de visie van de stad op de fysieke leefomgeving. Eens met uw opmerking dat daar ook andere aspecten in terugkomen, die we in de omgevingsvisie ook zo goed en passend mogelijk hebben verwerkt. De kern van de visie blijft echter de fysieke leefomgeving.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
30
Zoals ook eerder in een zienswijze benadrukt, is indiener méér dan een recreatief gebied met extensief ruimtegebruik door relatief weinig mensen. Immers, de ecologische, sociale en educatieve meerwaarde zijn minstens zo belangrijk voor een groen en prettig woon- en leefklimaat in de wijk en omgeving. Het gaat er dan om dat de volkstuinen slim opgenomen worden in groene netwerken en eventuele woningbouwprojecten. Indiener is daarom van mening dat zij van de gemeente mogen vragen om bij de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsplannen hiermee terdege rekening te houden.
We vinden elkaar in het belang van volkstuinen. Uit oogpunt van goede groei staat exclusief gebruik van ruimte onder druk. In de hoofdkeuze vitale wijken staat het belang van recreatieve voorzieningen zoals volkstuinen benoemd. Wel moeten ze door meer mensen kunnen worden benut, juist vanwege hun belang voor een prettig leefklimaat. De afwegingen hiervoor werken we uiteraard uit met betrokken partijen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
31
In de ontwerp-omgevingsvisie Rotterdam worden wat betreft fysieke veiligheid, de onderwerpen externe veiligheid, verkeersveiligheid en waterveiligheid beschouwd. Wij zijn blij om deze onderwerpen in de ontwerp-omgevingsvisie Rotterdam terug te vinden.
Wij danken u voor uw compliment.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
31
Wel constateert de indiener dat het bredere concept fysieke veiligheid op dit moment nog onvoldoende aan de ontwikkelingen in uw visie gekoppeld is. Wij dienen deze zienswijze in om meer invulling te geven aan de koppeling met fysieke veiligheid.
De omgevingsvisie geeft een strategische koers op hoofdlijnen, de precieze invulling volgt bij de nadere uitwerking. Dit geldt ook voor aspecten op het gebied van de fysieke veiligheid. Wij maken graag gebruik van uw aanbod om ons daarbij te helpen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
65
31
31
31
In het RRP worden de fysieke veiligheidsrisico’s beschreven voor de gehele regio, waaronder de gemeente Rotterdam. Door de koppeling te maken tussen de omgevingsvisie Rotterdam en het RRP kunnen de risico’s worden meegenomen in de visie van de gemeente, waardoor de verdere ontwikkeling van Rotterdam veilig kan plaatsvinden en er goede gebiedskeuzes gemaakt kunnen worden. Wij zien dan ook graag een verwijzing naar het RRP terugkomen in de visie. Onze ervaring is dat de meeste winst wordt geboekt door veiligheidsvraagstukken aan de voorkant op te lossen in plaats van aan de achterkant te repareren. Gelet hierop is ons advies om de Kernwaarden fysieke veiligheid uit bijlage 2 op te nemen in uw omgevingsvisie. Fysieke veiligheid en zorgcontinuïteit worden daarmee thema’s waarover in het begin van het proces is nagedacht. Door het opnemen van de kernwaarden (1 t/m 4) ontstaat in de visie een richtinggevend kader voor het omgevingsplan en toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen. Duurzaamheid In het kader van de energietransitie wordt in de ontwerpomgevingsvisie Rotterdam vaak verwezen naar de regionale energiestrategie (RES). De RES richt zich met name op ruimte voor wind- en zonne-energie. Beide kennen specifieke veiligheidsrisico’s voor de omgeving. De ontwikkelingen binnen de energietransitie zijn echter veel breder dan enkel wind en zonne-energie.
Wij zien graag dat deze bredere ontwikkelingen, zoals het gebruik van alternatieve brandstoffen (waaronder waterstof) of de toepassing van geothermie, ook worden meegenomen in de omgevingsvisie Rotterdam. Zonder deze toevoegingen kan er geen totaaloverzicht van de energietransitie gemaakt worden, waardoor tevens de inzichtelijkheid in eventuele veiligheidsrisico’s voor de inwoners niet sluitend is.
De omgevingsvisie is gebaseerd op vele onderliggende beleidsdocumenten. In de visie zelf verwijzen we zo min mogelijk naar ander beleid, dat wel degelijk de basis vormt van de inhoud van de visie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Wij onderschrijven het belang om veiligheidsvraagstukken aan de voorkant op te lossen. We benoemen het belang hiervan ook in het onderdeel 'omgevingskwaliteit en leefomgeving blijven aandacht vragen'. Over het verwerken van de kernwaarden fysieke veiligheid in het gemeentelijk beleid gaan we graag in gesprek met indiener.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Omdat de opslag en het gebruik van waterstof op grote schaal nog veel onduidelijkheden kent, moet nog bepaald worden wat de ruimtelijke impact van de waterstofontwikkeling is. In het kader van de voorlopige aanwijzing van Rotterdam als NOVI-gebied wordt gezamenlijk opgetrokken met Rijk, provincie, Havenbedrijf Rotterdam en indiener om de ruimtelijke impact te onderzoeken. Daarbij wordt ook gekeken naar bestaande wet- en regelgeving. Naast de opslag en industriële toepassing van waterstof in het havencomplex zal waterstof ook toegepast worden in de diverse modaliteiten. Over de ruimtelijke impact van waterstof op het gebied van mobiliteit worden stappen gezet. Voor de modaliteiten die deels op waterstof gaan rijden (niches) zullen voldoende vulpunten aanwezig moeten zijn, zowel langs de autowegen als de vaarwegen. Tankstation locaties kunnen hier een rol in spelen, als dit past binnen de veiligheidsregelgeving. De ruimtelijke impact zal onder andere ruimte vergen voor alle compressietanks die naast de vulpunten moeten komen. Waterstofvulpunten verwachten we niet direct in bewoond gebied, maar er zijn zeker waterstofvulpunten nodig op Rotterdams grondgebied. Uit een eerste
Hoofdkeuze Energie- en grondstoffentransitie is gewijzigd.
66
quickscan blijkt dat er weinig locaties geschikt zij voor waterstof mede vanwege de bestaande veiligheidsvoorschriften. Momenteel formuleren we beleid ten aanzien van tankstations en waterstof vulpunten. Mede op basis van uw opmerking is er in de hoofdkeuze schouders onder de energie- en grondstoffentransitie meer tekst gewijd aan waterstof in relatie tot veiligheid.
31
In de ontwerp-omgevingsvisie Rotterdam wordt meerdere malen verwezen naar eisen uit de wetgeving als het gaat om het creëren en in standhouden van veiligheid. In de huidige tijd gaan de ontwikkelingen dermate hard, dat de wetgeving vaak achterhaald en niet toereikend is om een veilige omgeving te creëren. Nieuwe innovaties leiden tot nieuwe, soms onbekende risico’s die we nu nog niet (volledig) kunnen overzien. De opgave van mitigatie zal leiden tot nieuwe technologieën en daarmee tot nieuwe veiligheidsvraagstukken waarmee (nog) geen of weinig ervaring bestaat en geen regelgeving voor is geschreven. Wij zien daarom graag dat in de visie wordt opgenomen dat de wetgeving niet altijd toereikend is. Waar sprake is van nieuwe ontwikkelingen waarmee in wet- en regelgeving geen rekening is gehouden, zal gebruik worden gemaakt van de meest recente inzichten in samenwerking met de veiligheidspartners.
Wij onderkennen dat de regelgeving soms kan achterlopen op ontwikkelingen. Wij hechten daarom aan de rol van de indiener als ketenpartner voor het uitwisselen van de meest recente inzichten.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
31
in de ontwerp-omgevingsvisie Rotterdam staat beschreven dat de opwekking van elektriciteit meer op gebouwniveau gaat plaatsvinden. Dit valt samen met het multifunctioneel gebruik van daken, door het plaatsen van energieopwekkers te combineren met het vergroenen van daken. Dit vraagt om extra aandacht, aangezien de incidenten die hierdoor kunnen plaatsvinden op moeilijk bereikbare plaatsen kunnen ontstaan. Dit zorgt enerzijds voor toenemende risico’s op het gebied van brandveiligheid en anderzijds een complexere inzet voor de hulpdiensten. Wij zien graag dat daar in de visie ook aandacht voor is.
Multifunctioneel gebruik van daken (en gevels) dient altijd te gebeuren binnen de (landelijke/Europese) normen, onder andere voor brandveiligheid. Voor energieopwekkers zijn verschillende normen (in de maak), ook voor groene daken bestaat normering voor brandveiligheid. Tegelijkertijd werkt de gemeente in projecten nauw samen met private en publieke partijen om de eventuele risico’s op gebouwniveau op een aanvaardbaar veiligheidsniveau te houden. Op basis van uw opmerking hebben we de tekst in hoofdkeuze 'schouders onder de energie- en grondstoffentransitie' aangepast
Hoofdkeuze Energie- en grondstoffentransitie is gewijzigd.
67
31
31
31
Klimaatverandering. Een van de beschreven uitgangspunten in de ontwerp-omgevingsvisie Rotterdam is het vergroenen van de buitenruimte en het realiseren van waterbergingen. Dit is noodzakelijk om met de gevolgen van klimaatverandering om te kunnen gaan. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is, ook met het oog op de duurzaamheidsopgave, dat de bereikbaarheid van de hulpdiensten geborgd blijft. Wij zien graag dat daar in de omgevingsvisie aandacht voor is. Een beschreven uitwerking van een klimaatadaptieve maatregel in de ontwerp-omgevingsvisie Rotterdam is de overlast van hevige neerslag verminderen in het landschap. Het is belangrijk om de kwetsbare objecten en inwoners van de gemeente als eerst te beschermen tegen de overlast van hevige neerslag en overstromingen in het algemeen. Wij zien daarom ook graag dat de focus in de omgevingsvisie komt te liggen op de kwetsbare gebieden en doelgroepen.
Het plaatsen van zonnepanelen is derhalve alleen mogelijk, mits dit veilig kan. Wij zien deze nuancering graag terug in de omgevingsvisie.
De gemeente heeft aandacht voor crisisbeheersing en omgang met gevolgen van klimaatverandering. In de hoofdkeuze 'prettig leven in de delta' benoemen we het belang van een goede bereikbaarheid van nood- en hulpdiensten. Ook in het onderdeel 'omgevingskwaliteit en leefomgeving blijven aandacht vragen' benoemen we het belang van een goede bereikbaarheid van nood- en hulpdiensten (specifiek voor gebieden die onder druk staan van omgevingsveiligheid) In onderdeel "droge voeten" binnen de hoofdkeuze Prettig leven in de delta is gesproken over de drie manieren om voor droge voeten te zorgen waarbij aandacht wordt besteed aan objecten en gebieden met andere kenmerken. Daarnaast is dit al geborgd in het gemeentelijk beleid waarbij vitale en kwetsbare functies in overstromingsgevoelige locaties bij hoogwater. Hierin wordt geadviseerd met een hogere beschermingsnorm te bouwen. Zie ook de deelstudie Overstromingen, onderdeel van Veiligheidsrisico’s in het ROER. Voor energieopwekkers zijn verschillende normen (in de maak). In het kader van het Rotterdams Klimaat Akkoord wordt o.a. al ingezet op het onderzoeken van de mogelijkheden voor opschaling van zonne-energie op bedrijfsdaken.
In deze zoektocht wordt ook nadrukkelijk aandacht besteed aan het onderzoeken van de eventuele veiligheidsrisico’s voor zonnepanelen op bedrijfsdaken van loodsen met gevaarlijke stoffen en binnen welke randvoorwaarden deze aanleg van zonnepanelen kan worden gerealiseerd met een aanvaardbaar veiligheidsniveau. Op basis van uw opmerking is de hoofdkeuze 'schouders onder de energie- en grondstoffentransitie' aangepast.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Hoofdkeuze Energie- en grondstoffentransitie is gewijzigd.
68
31
31
31
Leven in de delta Bij prettig leven in de delta weegt onder andere mee hoe wordt omgegaan met de kansen en bedreigingen van het water. De omgevingsvisie besteedt aandacht aan de manier waarop de stad gezond en leefbaar blijft onder veranderende klimaatomstandigheden. Deze veranderende klimaatomstandigheden kunnen ook gevolgen hebben voor de industrie in het havengebied. Een overstroming, bijvoorbeeld, kan in het industriegebied óók het vrijkomen van gevaarlijke stoffen tot gevolg hebben. Wij zien in de omgevingsvisie graag terug dat de gemeente zich hier bewust van is. Ontwikkelopgaven per (haven)gebied De omgevingsvisie schetst een beeld van de ontwikkelopgaven per (haven)gebied. Een omgevingsvisie zien wij als een uitgesproken kans om hierin een stapje verder te gaan en duidelijk te maken waar de grotere risico’s wel, en waar niet wenselijk zijn. Als voorbeeld valt te denken aan bedrijven die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo), maar ook bedrijven waar de meest toxische stofcategorieën aanwezig kunnen zijn Samenwerking Samen stadmaken is in de ontwerp-omgevingsvisie omschreven als een belangrijk aandachtpunt. Wij zien dat ook als een belangrijk uitgangspunt. Indiener kan u helpen bij het maatschappelijke doel van de Omgevingswet; het creeren en behouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.
Daarom zien wij graag dat de indiener wordt benoemd als ketenpartner binnen de integrale samenwerking zoals beschreven staat in hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie, zoals ook het Havenbedrijf Rotterdam is genoemd op bladzijde 91.
De gemeente is zich bewust van de risico's van overstromingen in het havengebied. Om die reden zijn ook samen met het Havenbedrijf en het havenbedrijfsleven adaptatiestrategieën ontwikkeld, die momenteel ook worden toegepast.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Het haven- en industriegebied is, naast een aantal andere plekken, de locatie waar we bedrijven met een hoge milieucategorie, zoals BRZO-bedrijven, willen intensiveren en concentreren. Deze inzet is in lijn met het nationale en provinciale beleid inzake de Rotterdamse haven. Zware bedrijvigheid is ook op droge bedrijventerreinen gevestigd, soms ook dicht bij de stad.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Wij gaan graag in op uw aanbod om onze inzet voor een veilige en gezonde leefomgeving voort te zetten. In de definitieve omgevingsvisie benoemen we geen specifieke partners meer bij het onderdeel samen stadmaken.
Aanpassing hoofdstuk 5
69
32
Opwaarderen van de eigenstandige culturele dimensie Wij stellen vast dat de creatieve en culturele sector in het ambitieuze en uitvoerige ontwerpdocument summier aan bod komen. Er wordt melding gemaakt van het belang van culturele hotspots en creatieve bedrijvigheid maar dat wordt niet nader toegelicht. Ook worden evenementen, culturele en toeristische attracties genoemd. Ze worden echter alle beschreven als instrumenteel voor ontwikkelingen in de stad (als voorziening) zonder dat wordt ingegaan op de eigenstandige waarde ervan voor de fysieke ruimte in de stad.
32
De culturele dimensie van deze ruimte is op zichzelf waardevol en zou het vertrekpunt in de Omgevingsvisie moeten zijn. Dat leidt tot een bredere blik op de creatieve en culturele sector dan alleen een instrumentele. De fysieke ruimte in de stad bepaalt in hoge mate de identiteit van stad en bewoners. Typerend voor het Rotterdam van nu is dat deze ruimte niet alleen wordt benut om te leven en te werken, maar ook om kunst en cultuur te maken én te beleven. De International Advisory Board (IABx) adviseerde al in 2017 dat kunst en cultuur door het gemeentebestuur moeten worden omarmd en gewaardeerd als strategische pijler in de stadsontwikkeling. Dit zien wij in dit concept onvoldoende terug en wij pleiten ervoor dit op te nemen.
Dank voor uw zienswijze waarin u aangeeft dat kunst en cultuur een prominente(re) rol moeten krijgen in de Omgevingsvisie. Wij zijn het met u eens dat kunst, cultuur en de vele verschijningsvormen daarvan een belangrijke rol spelen in de stad en de samenleving, ook in de buitenruimte. Het is een essentiële meerwaarde, bepaalt mede de identiteit van en vergroot de leefbaarheid in deze stad. De Omgevingsvisie geeft een strategische koers op hoofdlijnen. De Omgevingsvisie is per definitie (op grond van de a.s. Omgevingswet) een visie op de fysieke leefomgeving. De praktische en gedetailleerde uitwerking met betrekking tot kunst en cultuur zit in het vastgestelde beleid van de afdeling Cultuur, maar ook in de initiatieven die via de vele subsidieregelingen van afdeling Cultuur worden ondersteund. Een voorbeeld van een recente koppeling van kunst en cultuur met de fysieke leefomgeving betreft het “Stadsakkoord Rotterdam. Sterker door 7 Stadsprojecten”. Onlangs hebben RF, AIR, CBK/BKOR, Cultuur Concreet en de RCB dit medeondertekend. De partijen hebben onder andere afgesproken met elkaar dat ze de komende jaren samen gaan optrekken, zich beschouwen als ambassadeur en de 7 Stadsprojecten samen mee gaan realiseren. Zie bovenstaande antwoord.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
70
32
32
33
Ontmoeting en uitwisseling met kunst en cultuur We zagen in de afgelopen jaren de opkomst in de stad van creatieve hubs, kunstenaarsinitiatieven, semi openbare studie- en vergaderplekken, gedeelde werkplekken, debatcentra, beurzen en manifestaties. De sleutel is creëren van nabijheid en het stimuleren van de onverwachte ontmoetingen. Er zou meer moeten worden ingezet op een infrastructuur die stimuleert dat mensen elkaar tegen komen; o.a. door een actief beleid t.a.v. openbare ruimtes. Dat is temeer wenselijk nu deze ruimte in Rotterdam steeds meer onder druk komt te staan, met name in het centrumgebied dat steeds meer 'verdicht' door een explosie van woontorens. Het is positief dat initiatieven en organisaties voor kunst en cultuur in wijken en buurten weer meer aandacht krijgen en worden meegenomen in het gebiedsgericht werken. De stedelijke ontwikkeling met creativiteit, kunst en cultuur neemt een steeds grotere vlucht, alle reden om uw Omgevingsvisie op dit aspect te versterken. Indiener draagt graag bij aan een sterke Omgevingsvisie met een scherpe blik op kunst en cultuur. Dit aspect is door de indiener zelf en anderen, waaronder het DirecteurenOverleg en de IABx, in de afgelopen periode regelmatig onder de aandacht gebracht bij de gemeentelijke afdeling Stadsontwikkeling.