21bb14837 Bijlage behorende bij 21bb14831 over Nota van beantwoording zienswijzen en adviezen ontwerp omgevingsvisie en ROER
Tekst van het document
Het laten participeren van 43 Volkstuinverenigingen als belanghebbenden in deze visie, (wij zijn hierin niet voldoende gehoord) 4. Opname van de Volkstuinverenigingen, hun rol en betekenis als structureel en essentieel onderdeel van de “goede groei’ binnen de Omgevingsvisie. 5. Onderzoek naar de rol van de Volkstuinen en de luchtkwaliteit van de stad. De gevolgen vaneen toename van de CO2 uitstoot, de stikstof-uitstoot, van fijnstof 5 en voor de klimaatbestendigheid, afgemeten aan de Europese wet- en regelgeving. 6. De gevolgen voor de waterkwaliteit en het waterpeil van de stad. De Volkstuinen leveren een belangrijke bijdrage
Wij herkennen de bijdrage die volkstuinen kunnen leveren aan de vijf perspectieven. De mogelijkheden hiertoe varieren per locatie. In de uitwerking van deze omgevingsvisie, gebiedsgericht of in thematisch beleid voor volkstuinen, kunnen we dit verder uitwerken.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
1. Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekenschap gegeven aan de rol en betekenis van Volkstuinverenigingen. Om deze reden is het belang van de volkstuin ook aan bod gekomen in zowel de gesprekken als ook in de omgevingsvisie zelf. 2. De opgaven die de omgevingsvisie schetst zijn talrijk en vinden plaatst in een stad met weinig ruimte. Dat vraagt in de toekomst om slimmer gebruik te maken van de ruimte die er is en in het ontwerp van gebieden rekening te houden met het samenbrengen van meerdere functies en het toepassen van oplossingen die meerdere doelen dienen. Uitgangspunt is daarbij dat veel plekken intensief en inclusief benut kunnen worden. 3. In het proces van de omgevingsvisie hebben vele soorten partijen en organisaties, waaronder SVIN en de AVVN en enkele volkstuinverenigingen, geparticipeerd. 4. Alle belangen komen samen in goede groei. Per volkstuin verschilt de betekenis en rol in het gebied en daarom hechten we belang aan nadere uitwerking op gebiedsniveau. 5. Hoewel groen onderdeel is van een prettige leefomgeving, leidt het niet tot een verbetering van de lokale luchtkwaliteit. Dit blijkt o.a. uit een onderzoek van de GGD Amsterdam i.s.m. het RIVM en Wageningen Universiteit van december 2020. Voor de effecten van stikstof is een passende beoordeling uitgevoerd.
Met betrekking tot klimaatbestendigheid geldt dat eventuele verhardingen van volkstuincomplexen op basis van de bestaande regelgeving dienen te worden gecompenseerd. 6. Volkstuinen bestaan inderdaad voor een groot deel uit
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
26
aan het creëren van een ‘Veerkrachtige stad’, door haar grote onverharde oppervlak houdt zij overvloedig regenwater langer vast dan een stedelijk gebied (Water retentie), waarmee overbelasting van het rioolsysteem/water afvoer systeem wordt tegen gegaan 7. De gevolgen voor de leefomgeving en de leefkwaliteit; 8. De gevolgen voor de biodiversiteit/soortenrijkdom op de terreinen
10
Het voeren van een gesprek met de AVVN, waarbij de helft van de tuinen niet is aangesloten geeft aan dat Gemeente Rotterdam een deel van belanghebbenden niet heeft gehoord en hierin zorgvuldigheid dient te betrachten. Wij dragen graag bij aan een constructieve ontwikkeling en herdefiniëring van de Omgevingsvisie.
onverhard gebied, in het algemeen levert dit geen belasting op van het riool-afvoersysteem. 7. Groen in de stad is belangrijk voor de leefomgevingskwaliteit. Mede afhankelijk van de toegankelijkheid van de volkstuinen. 8. In het ROER is de huidige en toekomstige staat van de biodiversiteit beschreven en de effecten van de hoofdkeuzes van de omgevingsvisie. Daarbij is tevens geconstateerd dat er over de ecologische kerngebieden en verbindingen in de stad nog onvoldoende data beschikbaar zijn voor een compleet stadsdekkend beeld van de biodiversiteit. Met de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit wordt daarom actief ingezet op monitoring en evaluatie. Zie ook de aanbevelingen in het ROER. Omdat de omgevingsvisie nog geen concrete keuzes maakt ten aanzien van volkstuinen is in de deelstudie natuur, landschap en cultureel erfgoed niet specifiek ingezoomd op biodiversiteit in volkstuinen. De omgevingsvisie zet wel in op nieuw beleid voor volkstuinen, waarbij ook vertegenwoordigers van volkstuinen zullen worden betrokken. In het proces om te komen tot een omgevingsvisie is met veel zorg gekeken naar belangen en partijen die deze belangen kunnen vertegenwoordigen. Ten aanzien van de volkstuinen zijn koepelorganisaties AVVN en SVIN uitgenodigd. Ook u bent in de gelegenheid deze zienswijze in te dienen en dat stellen wij op prijs.
Bij nadere uitwerking op wijkniveau of projectniveau is het betrekken van de daar gevestigde partijen een logische vervolgstap. Dit is ook verwoord onder de titel Samen Stad maken in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
27
11
11
11 11
Volkstuincomplexenvormen een wezenlijk onderdeel van de stedelijke structuur en cultuur. Deze nieuwe omgevingsvisie gaat o.a. over herinrichting van de ruimte en de rol van de verschillende actoren hierin. Ook de volkstuinverenigingen kunnen een functionele rol vervullen in die nieuwe toekomst. Dat daarin een heroverweging van de rol van de volkstuinverenigingen tot de mogelijkheden behoort, begrijpen de besturen van de volkstuinverenigingen. De besturen hopen dat zij met deze zienswijze ook iets in de melk te brokkelen hebben als het gaat om hun rol in de veranderingen die komen. Volkstuinvereniging zijn in ieder geval bereid om mee te bewegen met wat op het toekomstige pad komt. De behoefte aan volkstuinen is momenteel en in de toekomst groter dan het aanbod. Het aantal volkstuinen moet worden uitgebreid. Wanneer een volkstuincomplex als gevolg van stedelijke ontwikkeling moet wijken, dan zou dit volledig gecompenseerd moeten worden door op een andere plek in de stad een nieuw volkstuincomplex te realiseren. Volkstuinverenigingen spelen lokaal een belangrijke rol in de sociale cohesie en culturele diversiteit.
We danken u voor uw constructieve houding. Bij nadere uitwerking in de gebieden zullen de betrokken besturen uitgenodigd worden.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
In de uitwerking van de omgevingsvisie, gebiedsgericht of in thematisch beleid, komen deze vragen terug.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
In de uitwerking van de omgevingsvisie, gebiedsgericht of in thematisch beleid, komen deze vragen terug.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Al is dat per volkstuinvereniging marginaal op stedelijk niveau gezien: alle Rotterdamse volkstuinverenigingen tezamen dragen bij aan het beperken van temperatuurstijging (door meer groen, water en schaduw toe te voegen). Meer groen, water en schaduw is positief voor zowel het verminderen
Volkstuinen dragen bij aan groen en biodiversiteit in de stad en zijn waardevol. De bijdrage van volkstuinen aan het temperen van temperatuurstijging in de stad door water en schaduw is niet bekend. Ter plekke is dit effect wel merkbaar en daarom kan het minder 'extensief' maken van een locatie betekenis krijgen: dit effect kan het welzijn en comfort van meer Rotterdammers ten goede komen. Het is zoeken naar een balans in gebruik, dit gebeurt in vervolg op de Omgevingsvisie
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
28
11
Over de functie(s)en gebruik van de volkstuinparken dient niet alleen te worden overlegd met de betrokken vereniging maar ook in samenspraak te worden vastgesteld / ontwikkeld in samenspraak met de natuurlijke ketenpartners van de volkstuinverenigingen. Een holistische aanpak vormt het fundament voor een structurele door iedereen gedragen samenwerking en functie. Laat bijvoorbeeld bewoners en bedrijven participeren in het opstellen van visies op gemeentelijk en/of wijkniveau. Gebruik de aanwezige kennis en ervaring naast de eigen deskundigheid. Maak bijvoorbeeld een ‘klimaatsafari’ waar je samen met direct omwonenden, scholieren en tuinders maatregelen in kaart brengt om vervuiling te voorkomen en/of de leefomgeving verbeteren. De aanleg van nieuwe bebouwde gebieden of de transformatie van bestaand stedelijk gebied, zoals dat op enige schaal gaat plaatsvinden, zijn uitgelezen kansen om gebieden op een klimaatbestendige manier in te richten. Sterker nog, o.i. is het een must dit nu te doen.
In het proces om te komen tot een omgevingsvisie is met veel zorg gekeken naar belangen en partijen die deze belangen kunnen vertegenwoordigen. Ten aanzien van de volkstuinen zijn koepelorganisaties AVVN en SVIN uitgenodigd. Bij nadere uitwerking op wijkniveau of projectniveau is het betrekken van de daar gevestigde partijen een logische vervolgstap. Dit is ook verwoord onder de titel Samen Stad maken in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Wij onderschrijven dat stedelijke ontwikkeling kansen biedt om gebieden klimaatbestendig in te richten. Bij de toekomstige uitwerking van de verschillende gebiedsontwikkelingen nemen we dit nadrukkelijk mee.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
11
Koppel ruimtelijke aanpassingen aan geplande investeringen in vervanging, beheer en onderhoud. Van bijvoorbeeld riolering, groen, wegen, etc.-dan hoeven klimaatbestendige maatregelen geen extra investering te vergen.
De gemeente koppelt klimaatbestendige maatregelen zo veel als mogelijk is aan groot beheer en onderhoudsplannen zoals de vervanging van riolering, wegen en groen en of investeringsplannen zoals de 7 stadsprojecten. Het combineren van ingrepen is uiteindelijk goedkoper en levert minder overlast op. .
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
11
Stel een aanjaagteam of ambassadeursgroep samen, met mensen van verschillende pluimage.
Dank voor uw suggestie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
11
Harmoniseer eisen en maatregelen per tak. Dus voor alle volkstuinverenigingen hetzelfde en stuur aan op naleving van wat is afgesproken. Vorm een handhavingskader om besturen betaalbaar te kunnen ondersteunen.
Dit voert te ver voor het abstractieniveau van de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
11
29
11
Maak voldoende middelen vrij voor besturen om nieuw beleid en nieuwe functies van verenigingen te kunnen waarborgen.
De omgevingsvisie is een ruimtelijk afweegkader op stedelijke schaal. Toewijzing van financiële middelen is daar geen direct onderdeel van.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
12
Bij de Elektriciteitswet 1998 (de "E-wet") is indiener aangewezen als beheerder van het landelijk hoogspanningsnet, welke aangeduid is als vitale infrastructuur. Zij is daarmee verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net om daarmee de levering van elektriciteit zo goed mogelijk te kunnen garanderen. In dat kader is het optimaal beheren, onderhouden en veiligstellen van nieuw te realiseren en gerealiseerde assets ten behoeve van een ongestoorde ligging en aanwezigheid daarvan gedurende de gehele levensfase een zeer belangrijke kerntaak van indiener. Uitgangspunt daarbij is dat deze vitale infrastructuur een gepaste bescherming verkrijgt en behoudt in ruimtelijke plannen en besluiten die worden open vastgesteld voor zowel de onder- als bovengrond. Dit alles met als doel deze infrastructuur niet te verstoren en deze op een effectieve en efficiënte manier in stand te kunnen houden en beheren. Het bovenstaande brengt met zich mee dat indiener u verzoekt om op een passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van deze bestaande vitale infrastructuur in uw gemeente en eventuele doorwerking naar een omgevingsplan. Door de aanwezigheid van de verschillende hoogspanningsverbindingen en/of hoogspanningsstations vormt indiener namelijk één van de ruimtevragers en belanghebbenden binnen uw gemeente.
Deze bestaande assets wensen wij op een juiste manier planologisch te borgen en te behouden ten behoeve van de leveringszekerheid.
Gemeente Rotterdam erkent indiener als één van de ruimtevragers en belanghebbenden binnen de gemeente. Een goed functionerend elektriciteitsnet zien ook wij van vitaal belang voor de levering van elektriciteit. We werken op dit vlak graag nauw met indiener samen. Hoogspanningstracés worden nu en in de toekomst planologisch geborgd. Nu in bestemmingsplannen en straks in het omgevingsplan. Het vroegtijdig afstemmen en oplossingen zoeken hoort hierbij.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
30
12
Zonne-energie In de visie wordt globaal gesproken over zonne-energie. Aangezien deze ontwikkelingen mogelijk van invloed kunnen zijn op onze hoogspanningsverbindingen en/of hoogspanningsstations sluiten wij graag zo vroeg mogelijk aan om u van advies te kunnen voorzien en onnodige vertraging te voorkomen
Voor zonne-energie is een goed functionerend elektriciteit netwerk cruciaal, en daarom hechten wij belang aan het onderhouden van goede relaties en contacten met netbeheerders, zo ook met indiener. Ten behoeve van de grote opgave van de energietransitie overleggen we graag periodiek met onze netbeheerders. Tijdens dit overleg kunnen ook de plannen voor ontwikkeling van zonne-energie en de impact hiervan op de vitale infrastructuur besproken worden.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
12
Windturbines Windturbines kunnen van invloed zijn op de hoogspanningsverbindingen van indiener. Wanneer windturbines in de buurt van een hoogspanningsverbinding worden opgericht, dan verzoeken wij u om bij het aanwijzen van gebieden hiervoor rekening te houden met het Handboek Risico Zonering Windturbines. Indiener acht het risico van windturbines op hun infrastructuur aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de afstanden zoals vermeld in het handboek. Wij verzoeken tevens uw medewerking dat bij het toestaan van locaties voor kleinschalige windturbines (tot 15 meter) er rekening wordt gehouden met een werpafstand van 2x nominaal toerental. Deze afstand dient aangehouden te worden ten opzichte van een bovengrondse hoogspanningsverbinding.
Wij houden als gemeente rekening met het Handboek Risicozonering Windturbines. Voor locatie-specifieke aandachtspunten werken we waar nodig op dit vlak graag nauw met indiener samen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
12
Overige ontwikkelingen Hiernaast wordt in de aandachtspunten gesproken over de energietransitie, warmtenetten en groeiende bedrijventerreinen. Aangezien ook deze punten van invloed kunnen zijn op onze hoogspanningsverbinding sluiten wij graag zo vroeg mogelijk aan om in overleg te treden, u van advies te kunnen voorzien en onnodige vertraging te voorkomen.
Ten behoeve van de grote opgave van de energietransitie overleggen we graag periodiek met onze netbeheerders. Tijdens dit overleg kan ook besproken worden welke effecten de uitrol van het warmtenet en groeiende bedrijventerreinen mogelijk hebben op de hoogspanningsverbindingen zodat onnodige vertraging voorkomen wordt.
Hoofdkeuze Schouders onder energie- en grondstoffentransitie is gewijzigd.
31
12
Middels deze inspraakreactie willen wij u eveneens vragen om samen met ons op te trekken in toekomstige trajecten waarbij mogelijk onze hoogspanningsverbindingen/-stations een rol gaan spelen. Graag zouden wij uw gemeente eveneens ondersteunen bij een verdere uitwerking van een Omgevingsplan, zeker ook met het oog op een juiste borging van onze bestaande assets.
Ten behoeve van de grote opgave van de energietransitie overleggen we graag periodiek met onze netbeheerders. Tijdens dit overleg kunnen de plannen van de gemeente en de impact hiervan op de vitale infrastructuur besproken worden. Graag maken we gebruik van uw aanbod ons te ondersteunen bij een verdere uitwerking van het Omgevingsplan.
Hoofdkeuze Schouders onder energie- en grondstoffentransitie is gewijzigd.
13
Als eerste willen wij benadrukken dat we de Omgevingsvisie met veel instemming hebben gelezen. Het accent dat wordt geplaatst op de noodzaak van verdere vergroening van de stad, de nadruk op grotere duurzaamheid, op meer biodiversiteit en een meer circulaire economie, en de aandacht voor uitdagingen als klimaatverandering, overstromingsrisico’s en bodemdaling spreken ons zeer aan. Wat indiener ook waardeert, is dat naast aandacht voor groen in de stad de Omgevingsvisie ook de noodzaak van betere verbindingen voor de Rotterdamse bevolking met groen en natuur buiten de stad benadrukt; een standpunt dat indiener ook bij onze inbreng voor de gemeenteraadsverkiezingen 2022 hebben bepleit. Hierbij merkt u terecht op dat veel van de voor Rotterdammers belangrijke natuuren recreatiegebieden buiten de gemeentegrenzen van Rotterdam liggen. Betere bereikbaarheid van het landschappelijk gebied buiten de gemeentegrenzen wordt daarom terecht als prioriteit gezien; dit in samenhang met het belang van groen (en blauw) voor behoud en versterking van biodiversiteit en het tegengaan van (de gevolgen van) klimaatverandering. Wij roepen u op om waar mogelijk dit beleid (nog) verder te intensiveren door middel van gerichte investeringen in het vergroten van de bereikbaarheid, met name voor fietsers en wandelaars; dit in samenwerking met externe partners.
Wij danken de indiener voor de uitgesproken waardering.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Wij danken de indiener voor de uitgesproken waardering.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Hoofdkeuze 'prettig leven in de delta' draagt bij aan de wens om de bewegingsruimte voor fietsen en wandelaars te vergroten en sport, natuur en recreatie in en buiten de stad binnen bereik te brengen. In onze agenda voor het regionale landschap werken we dit ook uit.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
13
13
32
13
13
Kortom, bij alle waardering missen wij in de concept-Omgevingsvisie een meer integraal en inclusief perspectief op de relatie stad en natuur/platteland en op de bredere rol en inzet van de gemeente Rotterdam. Ons verzoek is dan ook of u in de finale versie van de Omgevingsvisie zo’n breder perspectief op de relatie stad – platteland – natuur zou willen opnemen. Waar het de bescherming van vitale natuur betreft is, tot slot, voor ons een groot punt van zorg dat u in de Omgevingsvisie blijft vasthouden aan de optie om in de polder Schieveen een bedrijventerrein te ontwikkelen. Eerder hebben wij al laten weten dat deze ruimtelijke reservering onnodig is en bovenal buitengewoon schadelijk is voor de aanwezige natuur, in het bijzonder de zich herstellende weidevogelpopulatie. Dat herstel is het resultaat van gedane investeringen, die teniet zouden worden gedaan bij realisatie van dit bedrijventerrein. Een ongewenste vorm van ecologische kapitaalvernietiging. Wij doen dan ook een dringend beroep op u om af te zien van deze optie en om bij de concrete uitwerking van deze visie de gehele polder Schieveen definitief te bestempelen tot natuur- en recreatiegebied met ruimte voor agrarisch medegebruik.
De aandacht voor relatie stad - platteland - natuur is terug te vinden zowel onder hoofdstuk 4 Rotterdam in de wereld, de regio en het landschap en in de structuren op de kaart prettig leven in de delta.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
In de Omgevingsvisie Rotterdam wordt voor het ruimtegebruik van polder Schieveen uitgegaan van het huidige gebruik (natuur en agrarisch). Eerder heeft de gemeenteraad van Rotterdam besloten om de optie tot de ontwikkeling van deze ruimte als bedrijventerrein op de lange termijn open te houden. Omdat de druk op de bestaande ruimte voor bedrijven in de stad de komende jaren naar verwachting verder zal toenemen, zal in de komende periode de behoefte aan een ruimtelijk-economische invulling van een deel van dit gebied worden onderzocht en uitgewerkt. De uitkomsten hiervan worden met oog voor efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik meegenomen in een integrale afweging voor het toekomstige gebruik van polder Schieveen. De gemeenteraad zal hier uiteindelijk over besluiten.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
33
14
Een diverse woningvoorraad en verdichting passend bij De Esch Bewoners van De Esch zijn trots op de unieke kwaliteiten die de wijk bezit. Maar er zijn ook uitdagingen. Zo vergrijst de wijk en staan voorzieningen onder druk. Er is een urgentie om deze uitdagingen aan te pakken. In de ontwerp-omgevingsvisie worden het gebrek aan diversiteit in de woningvoorraad enerzijds en de wens tot verdichting anderzijds benoemd als kans om wijken leefbaar te houden. De ontwerp-omgevingsvisie is echter niet specifiek over wat voor verdichting en wat verstaan wordt onder een goede mix. Het is van belang dat de verdichting past bij het karakter van de verschillende wijken; in dit geval de rust, de ruimte en het groene karakter van De Esch zoals beschreven in de unieke kernwaarden. De mix van huishoudens kan beter met plek voor gezinnen. Verdichten kan, niet in de dichtheid van het centrum, maar wel in balans met natuur, rust en ruimte, want daarom wonen mensen graag in de Esch. We moedigen de gemeente aan om in de omgevingsvisie concreet te worden over verdichting en woningdifferentiatie in De Esch.
De Esch is onderdeel van het strategische gebied Alexander tot Zuidplein. Komend jaar zal de omgevingsvisie voor dit gebied verder worden uitgewerkt, in samenhang met de MIRT-verkenning naar een nieuwe oeververbinding en hoogwaardig OV-lijn tussen Kralingse Zoom en Zuidplein. Op hoofdlijnen zal in de uitwerking ook een voorstel worden gedaan over de mate van verdichting en woningdifferentiatie in de Esch.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
34
14
14
14
Pagina 57 van de ontwerp-omgevingsvisie geeft in het kader van het thema ‘landschap, klimaat en biodiversiteit’ terecht prioriteit aan het zoveel mogelijk herstellen, behouden en verbeteren van groenblauwe verbindingen. De huidige en toekomstige infrastructuur, zoals verkeersader Abram van Rijckevorselweg en een slecht ingepaste oeververbinding, staan deze ambitie in de weg. Wij pleiten daarom voor een verder gaande ambitie. Een stad die in zijn bestaande contour wil verdichten zal om de leefbaarheid te vergroten een intensiever gebruik van de openbare ruimte moeten faciliteren. Het potentieel van dubbel ruimtegebruik van infrastructuur én groen om barrières te slechten, verblijfskwaliteit toe te voegen en de leefbaarheid te verhogen, is onderbelicht in de huidige ontwerp-omgevingsvisie. Wij roepen het college van B&W op aandacht te schenken aan de kansen van dubbelruimtegebruik van groen en infrastructuur, in het bijzonder de (overkluizing van de) Abram van Rijckevorselweg en rondom de toekomstige oeververbinding. Overkluizingen zouden ook een kans kunnen bieden voor uitbreiding of verplaatsing van de sportfaciliteiten. Dat mes snijdt aan twee kanten, want daardoor komt er ook grond vrij voor woningbouw die niet belast is met een milieucontour.
Wij roepen de gemeente op voorrang te geven aan groene verbindingen gecombineerd met langzaam verkeer, boven bestaande en nieuwe auto infrastructuur. Daarbij moet dubbelruimte gebruik door overkluizing onderzocht worden
Wij delen uw analyse over het belang van groen, natuur en leefbaarheid. Dit komt ook nadrukkelijk terug in de hoofdkeuzes van de omgevingsvisie én in de gebiedskeuzes voor Alexander tot Zuidplein. Dubbel grondgebruik sluit aan bij onze ambities voor goede groei. Ook wij herkennen de opgave om barrièrewerking tegen te gaan, geluidsoverlast terug te dringen en de oversteekbaarheid van infrastructuur te verbeteren. We willen wijken graag beter verbinden en leefbaarder maken. Er zijn meerdere methoden en oplossingsrichtingen om deze doelen te bereiken en de ruimte in de stad slimmer te benutten. Overkluizing of ondertunneling van wegen is er daar slechts één van. Dit is nadrukkelijk geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken. Daarbij is een belangrijk aspect dat ondertunneling of overkluizing van infrastructuur flinke kosten met zich meebrengen, die afgewogen moeten worden tegen andere investeringen.
Een oeververbinding onder de Maas en multimodaliteit In de ontwerp-omgevingsvisie wordt gesproken over een “multimodale” oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde inclusief een HOV-verbinding tussen de Kralingse Zoom en Zuidplein. “Multimodaal” wordt gedefinieerd als “geschikt voor meerdere typen vervoermiddelen”. Daarmee staat de deur open voor een oeververbinding geschikt voor autoverkeer. Dit staat haaks op de ambitie voor A-Z als beschreven op pagina 145: “De bijdrage van A-Z aan de vitaliteit van de omliggende wijken is veelzijdig. Nieuw ov en goede fietsen voetgangerswegen
Het oplossen van het bereikbaarheidsknelpunt op de A16 (Brienenoordcorridor) is ook een van de doelstellingen van de lopende MIRT-verkenning Oeververbindingen Rotterdam. Momenteel wordt onderzocht welk effect verschillende bereikbaarheidsmaatregelen hebben op het wegennet in de stad en op de A16 zelf. Op basis van deze onderzoeken zal eind 2022 een afweging worden gemaakt welk pakket van maatregelen het beste bijdraagt aan de doelstellingen, waarvan het verbeteren van de stedelijke leefkwaliteit er ook een is. Verder voelen wij ons gesterkt in onze ambities omdat u andere onderdelen van de visie wel onderschrijft.
Op dit moment is het nog te vroeg om uitspraken te doen over het type oplossingen dat nodig is om dit belang richting de toekomst voldoende te borgen. In de uitwerking van het gebied Alexander tot Zuidplein zal hier nader op worden ingegaan. Zie antwoord vorige punt.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
35
verbinden deze wijken aan elkaar… […] …Met de nieuwe oeververbinding vergroten we de kansen voor mensen doordat we de bereikbaarheid van Zuid verbeteren. De auto wordt minder dominant.” Wij onderschrijven de ambitie van het college om in te zetten op het verbinden van wijken in de A-Z corridor met wandel-, fiets- en OV-verbindingen en om de auto minder dominant te maken. Het versterken van de langzaam verkeerroutes langs de Maas èn door De Esch juichen we toe en biedt kansen voor het versterken van de voorzieningen de wijk. Daarnaast is, om barrièrewerking te voorkomen, een ondergrondse oeververbinding de enige goede oplossing. In de ontwerp-omgevingsvisie worden op pagina 145 de bestaande barrières van wegen en spoor genoemd als factoren die de leefbaarheid verminderen in de A-Z corridor. Wij sporen het college aan om de daad bij woord te voegen, te leren van het verleden en geen nieuwe barrières te creëren in De Esch.
14
Wij roepen het College op de waarde van volkstuinen in De Esch te erkennen en de volkstuinen de gelegenheid bieden zich inclusiever te ontwikkelen en in plaats van verplaatsen in te zetten op het slim opnemen van de volkstuinen in groene netwerken en eventuele toekomstige woningbouwprojecten.
14
Opmerkingen over het document en de tekenwijze. De ontwerp-omgevingsvisie wordt rijkelijk geïllustreerd met diverse kaarten die de tekst ondersteunen. Deze zijn echter moeilijk leesbaar. Lang niet alle symbolen, kleuren, pijlen worden verklaard in de legenda’s of een legenda ontbreekt in zijn geheel. Het lijkt alsof sommige kaarten elkaar niet logisch opvolgen, achtereenvolgens wordt nieuwe informatie toegevoegd, maar soms valt er weer informatie vanaf. Dat maakt het voor de lezer onnavolgbaar en óf dit zo bedoeld is, leidt het tot giswerk. Op deze wijze is het lastig een
Op dit moment kunnen wij nog geen keuze maken voor de exacte vorm en locatie van de nieuwe oeververbinding. In de MIRT-verkenning Oeververbindingen Rotterdam worden nog diverse mogelijkheden voor de nieuwe oeververbinding onderzocht, zoals een multimodale brug, een multimodale tunnel en een geboorde metrotunnel. Eind 2022 zullen de betrokken partijen gezamenlijk een afweging maken over het voorkeurspakket van maatregelen en bijbehorende bekostiging. Op basis van dit besluit zal een (partiele) herziening plaatsvinden van de Omgevingsvisie Rotterdam. Wij herkennen de recreatieve en ecologische waarde van de volkstuinen in de Esch. Echter, vanuit het oogpunt van goede groei van de stad staat exclusief gebruik van ruimte in het stedelijk gebied onder druk. Om hierin de juiste afwegingen te maken worden de gebiedskeuzes voor het gebied Alexander-Zuidplein komende periode verder uitgewerkt tot een ontwikkelvisie die we met een uitgebreid participatieproces met belanghebbenden, zoals bewoners en gebiedscommissies, zullen opstellen. De kaarten zijn bedoeld als verduidelijking van de tekst en andersom. Daarbij is de legenda een belangrijk instrument voor het lezen van de kaarten. Hierin wordt zoveel mogelijk duiding gegeven aan hetgeen er op de kaart afgelezen kan worden. De opbouw van de legenda volgt ook zoveel mogelijk de opbouw van het betreffende hoofdstuk.
Daarom moet het kaart- en beeldmateriaal altijd samen met de begeleidende teksten in het hoofdstuk worden opgevat. Er zijn namelijk ook onderwerpen waarbij opgemerkt moet worden dat zij niet geografisch op een kaart te duiden zijn. Alleen
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
36
reactie te geven op het kaart – en beeldmateriaal. In de huidige weergave zijn de kaarten dan ook uitsluitend illustratief en kunnen daarmee niet als richtinggevend beschouwd worden.
tezamen, tekst en kaart- en beeldmateriaal, beschouwen we dit als richtinggevend.
15
Ondergrondse systemen als ‘warmte- en koudeopslag’ (wko’s) en ‘urban water buffers’ (UWB) kunnen negatieve gevolgen hebben voor grondwatersystemen en de grondwaterwaterkwaliteit. Dergelijke systemen horen bij een duurzame en klimaatadaptieve toekomst maar moeten wel worden aangelegd zonder het grondwatersysteem negatief te beïnvloeden. Wij verzoeken u bij de paragraaf “ondergrond” op pagina 91 toe te voegen dat in het afwegingskader voor de ondergrond naast ruimtebeslag ook rekening wordt gehouden met de grondwaterkwaliteit.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
15
De ruimtelijke doorwerking van de belangen van de afvalwaterketen heeft een plek in de omgevingsvisie en omgevingsplannen. Het functioneren van de afvalwaterzuiveringen, rioolhoofdgemalen en rioolpersleidingen zijn essentieel voor de stad. Daarom mogen toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen de bedrijfsvoering van deze assets niet belemmeren. We vragen u bij de verstedelijking van de oostflank (pagina 146), onderdeel gebied Alexander tot Zuidplein, de belangen van afvalwaterzuivering Kralingse Veer en bijbehorende infrastructuur goed te borgen in de planvorming.
Het is waard dat ondergrondse energiesystemen heeft gevolgen voor grondwatersystemen en grondwaterkwaliteit in de stad. De hoofdkeuze verstedelijken en verbinden geeft aan dat gemeente Rotterdam met de 3D ordeningsprincipe werkt. 3D-ordening is de afwegingskader waarmee dergelijke systeem wordt getoetst. Deze kader weegt niet alleen de ruimtebeslag in de ondergrond af maar ook de impact voor de bodem inclusief grondwatersysteem en grondwaterkwaliteit. Daarnaast moet de concrete bodemenergiesysteem met een uitgewerkte plan conform de provinciale verordening door de milieutoetsing voor de beoordeling op impact van water-bodemsysteem. Afvalwaterzuivering en de bijbehorende infrastructuur behoren tot de vitale infrastructuur in de stad. In de uitwerking van het gebied Alexander-Zuidplein zal de verstedelijking in de Oostflank verder uitgewerkt worden. Graag gaan we met u in gesprek hoe we de afvalwaterzuivering en bijbehorende infrastructuur op een goede manier kunnen borgen.
16
Een prachtig document wat ik nooit onder ogen zou hebben gekregen als een kennis me er niet op geattendeerd had. Dus vraag ik mij af hoeveel van mijn stadgenoten kennis hebben kunnen nemen van dit lijvige werk.
Dank voor dit compliment. Wij hopen dat veel Rotterdammers er kennis van hebben kunnen nemen, we hebben gepoogd het via verschillende wegen te verspreiden.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
37
16
16
16
16
Voor een gewone Rotterdammer is het nogal moeilijk te lezen vanwege het nogal ambtelijke taalgebruik, bijvoorbeeld op blz. 4: ‘Door deze aandachtspunten vroegtijdig mee te nemen in de uitwerking kunnen risico’s worden gemitigeerd’ of op blz. 112 ‘Aanleg van een open access waterstof backbone die lokale productie importterminals en doorvoer richting achterland integreert’. Dit taalgebruik is voor mij geen alledaagse kost en ik durf te beweren ook niet voor een groot deel van mijn stadgenoten. Ik zou het op prijs gesteld hebben als er een kleinere begrijpelijkere samenvatting zou zijn gemaakt. In de Omgevingsvisie wordt naar mijn mening nog veel te weinig rekening gehouden met de voetganger. Ik zou willen opmerken dat het lijkt alsof het document ‘Rotterdam loopt 2025’ en deze omgevingsvisie niet op elkaar afgestemd zijn. Voor wat betreft het onderwerp Duurzaamheid heb ik ook nog wel wat opmerkingen; Rotterdam zou veel meer druk kunnen uitoefenen op woningcorporaties die veel platte daken onder hun bezit tellen; platte daken zijn uitstekend geschikt voor beplanting met sedum of voor het plaatsen van zonnepanelen. Ik heb begrepen dat het in Basel zelfs verplicht is om het dak ‘groen’ in te richten.
Wellicht zou het College weer eens kunnen overwegen om de autoloze zondag een paar keer per jaar in te voeren waarbij het OV dan gratis is.
We erkennen dat de omgevingsvisie een complex en veelomvattend document is. Ook hebben vele partijen meegewerkt aan het document en worden er daarom termen gebruikt die gangbaar zijn in een bepaalde sector. Uw reactie nemen wij desalniettemin over en na vaststelling door de gemeenteraad zal een publieksvriendelijkere versie gemaakt worden.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
De hoofdkeuze Prettig leven in de Delta betreft onder andere meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Ook bij vitale wijken benadrukken we deze. Rotterdam loopt 2025 is betrokken bij deze omgevingsvisie
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Gemeente Rotterdam gebruikt momenteel de gesprekken met 'prestatieafspraken' om multifunctioneel dakgebruik door corporaties te agenderen. Momenteel is verplichtstelling van zaken als multifunctioneel dakgebruik in Nederland nog niet mogelijk. Met de invoering van de omgevingswet (nu gepland voor 1 juli 2022) ontstaat die mogelijkheid mogelijk wel, naar verwachting via het BBL of via Omgevingsplannen/ -programma's. Daarnaast verplicht de hemelwaterverordening (vastgesteld in 2020) alle vastgoedeigenaren om water vast te houden op eigen terrein en gebouw.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Wij nemen kennis van deze suggestie. Hij ligt buiten de scope van deze omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
38
17
Vragen De ontwerp-omgevingsvisie roept tenslotte nog enkele prangende vragen op, waarop wij graag antwoord willen in het debat: ● hoe is het mogelijk dat de volks- en nutstuincomplexen niet gehoord werden in de vele (ronde tafel) gesprekken die in de ontwerp-fase van de omgevingsvisie zijn gevoerd; ● waarom is de rol die de complexen kunnen spelen bij het realiseren van ‘goede groei’ niet geanalyseerd en wordt deze niet nadrukkelijk genoemd; ● hoe staat het met de biodiversiteit, lucht-, water- en bodemkwaliteit op en rond de complexen nu en in de toekomst; ● hoe verhoudt de omgevingsvisie zich tot de hiervoor genoemde Nota Beheerkader Volkstuinen uit 2017.
De koepel van volkstuinverenigingen heeft goed geparticipeerd in de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Ook u bent in de gelegenheid deze zienswijze in te dienen en dat stellen wij op prijs. We vinden elkaar in het belang van volkstuinen. Uit oogpunt van goede groei staat exclusief gebruik van ruimte onder druk. Blz. 102 staat het belang van recreatieve voorzieningen zoals volkstuinen benoemd. Wel moeten ze door meer mensen kunnen worden benut, juist vanwege hun belang voor een prettig leefklimaat. De afwegingen hiervoor werken we uiteraard uit met betrokken partijen.
18
Volkstuinparken moeten beschouwd worden als essentieel onderdeel van stedelijke sociale structuur en cultuur. De parken kunnen niet gezien worden als ‘tijdelijke’ invullingen van de ruimte die dus te allen tijde een nieuwe functie kunnen krijgen. De volkstuinparken helpen voorkomen dat de mensen uit de stad wegtrekken naar de meer perifere delen van het land en dragen bij aan een grotere diversiteit van bewoners in de oudere, dichtbevolkte wijken De volkstuinparken zijn een integraal onderdeel van de ecologische hoofdstructuur van de stad. Tezamen dragen zij substantieel bij aan het beperken van temperatuurstijging, wateroverlast, droogte en hittestress. De behoefte aan volkstuinen is momenteel en in de toekomst groter dan het aanbod. Het aantal volkstuinen moet worden uitgebreid. Wanneer het onvermijdelijk is dat een volkstuinpark ten gevolge van stedelijke ontwikkeling moet wijken, dan moet dit volledig gecompenseerd worden door op een andere plek een nieuw park op te richten.
Zie antwoorden hierboven en bij zienswijzen 10 en 11. Wij waarderen uw bijdrage en het veelal eenduidige, positieve houding die we in alle zienswijzen vanuit de volkstuinders terugzien.
18
18
18
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Zie antwoorden hierboven en bij zienswijzen 10 en 11.
Zie antwoorden hierboven en bij zienswijzen 10 en 11.
Zie antwoorden hierboven en bij zienswijzen 10 en 11.
39
18
De volkstuinparken hebben grote potentie om inclusiever ingezet te worden, niet alleen op recreatief gebied, maar ook in sociaal maatschappelijk en educatief opzicht. Functie en gebruik van de volkstuinparken kunnen zich ontwikkelen in samenspraak tussen de verenigingen, gemeente en potentiële partners.
Zie antwoorden hierboven en bij zienswijzen 10 en 11.
19
In de ontwerp omgevingsvisie lezen wij als hoofddoel dat Rotterdam een aantrekkelijke stad voor alle Rotterdammers moet zijn. U spreekt ook de ambitie uit voor een inclusieve stad. Dat betekent dus ook voor de circa 100.000 Rotterdammers die in armoede leven. Voor de meer dan 50.000 huishoudens met schulden en voor de 15% van de Rotterdamse jongeren met schulden (landelijk gemiddelde 8%). Maar in uw visie staat de fysieke leefomgeving los van maatschappelijke ontwikkelingen. Bij de beschrijving van de trends richt u zich voornamelijk op economische ontwikkelingen in de stad en veel te weinig op maatschappelijke ontwikkelingen. Wanneer die wel genoemd worden blijft het bij niet uitgewerkte constateringen zoals: ‘de verdrukking van kwetsbare groepen licht op de loer’, ‘toenemende verschillen tussen groepen’ en de opgave ‘iedereen doet mee’. Dit is nietszeggend. Het is een gemiste kans dat er te weinig aandacht is voor maatschappelijke ontwikkelingen in deze ontwerp omgevingsvisie.
De Omgevingsvisie is per definitie (op grond van de a.s. Omgevingswet) een visie op de fysieke leefomgeving. Het is dus geen algehele stadsvisie. In vergelijking met structuurvisies uit het verleden is er met deze eerste omgevingsvisie een grote stap gezet in het samen met het sociale domein en sociale partners in de stad ontwikkelen van de visie. Rotterdam gaat voor "goede groei" (zie blz 60 en verder). Dat betekent dat onder andere inclusiviteit ('de inclusieve stad') bij alle fysieke ontwikkelingen aandacht krijgt. Zo wordt meer dan voorheen duidelijk in welke mate Rotterdammers kunnen delen in de voordelen van mogelijke ruimtelijke alternatieven en kunnen meer afgewogen keuzes worden gemaakt.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Zie antwoord hierboven
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Rotterdam legt zich neer bij de tweedeling in de stad en bevordert deze ook. Door de sterke sectoren te stimuleren en de mismatch met de lager opgeleide beroepsbevolking te vergroten. Er liggen 30.000 arbeidsplaatsen in het verschiet. Waar en voor wie dan? Kortom: in de ontwerp omgevingsvisie staan de inwoners van Rotterdam niet centraal maar de toekomstige bewoners van de Zalmtorens. De gentrificatie van de stad wordt met deze visie ruimhartig gefaciliteerd.
In de gebiedsontwikkeling A-Z aan de oostkant van Rotterdam worden inderdaad 20 - 30.000 nieuwe arbeidsplaatsen nagestreefd, voor diverse doelgroepen (blz 142). Wij zien wel degelijk kansen ook voor lager opgeleiden. Ook zetten we in op goede aanhaking van scholen op de arbeidsmarkt. Op blz 42 staat nadrukkelijk dat behoefte is aan praktisch geschoolde mensen en dat hen perspectief geboden kan worden. Sterke sectoren bieden ook arbeidsruimte voor lagere opgeleiden. Tegelijk beseffen we dat niet iedereen hierin mee kan veranderen en dat dit op maatschappelijk vlak inzet vraagt die buiten de scope van een omgevingsvisie valt.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
19
19
40
19
‘Het college neemt de ingezonden zienswijzen mee in haar afweging en scherpt op basis daarvan de ontwerp omgevingsvisie aan’ schrijft u. Warm Rotterdam rekent er dan ook op dat de volgende ontwerp omgevingsvisie een warm karakter heeft. Waarmee wij bedoelen dat de huidige bewoners centraal staan, dat de plannen er op gericht zijn dat zij kunnen blijven wonen en werken in Rotterdam. Daarmee realiseert u tevens de doelstelling van een inclusieve stad.
Een omgevingsvisie heeft focus op nieuwe fysieke ontwikkelingen die nodig zijn voor goede groei van de stad. Met het perspectief van de inclusieve stad en de gezonde stad heeft de Omgevingsvisie het belang van de huidige bewoner in al zijn diversiteit meer centraal willen stellen. Wij vragen u samen met ons bij de uitwerking van en het vervolg op de Omgevingsvisie alert te blijven dat dit gedachtengoed daarin landt.
Hoofdkeuze Vitale wijken en de tekst bij Gebied Zuid zijn gewijzigd.
20
Om het wonen in Rotterdam in overeenstemming te brengen met wettelijke vastgelegde en morele standaarden, zullen de intenties en uitvoering op een aantal punten moeten veranderen. • Uitgangspunt van het gemeentelijk beleid moet zijn dat wonen een grondrecht is en dat mensen niet uitgesloten worden op basis van een laag inkomen, afkomst of woonduur.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
20
Het vergroten van de (betaalbare) woningvoorraad en terugdringen van dak- en thuisloosheid moeten topprioriteiten zijn.
20
Mensen kunnen niet hun huis uit worden gezet vanwege armoede of schulden. • Om discriminatie en institutionele vernedering van mensen met een laag inkomen uit te bannen wordt niet langer gentrificatiebeleid gevoerd via stedenbouwkundige ingrepen. Daarom wordt het omstreden idee van ‘wijken in balans’ vervangen door ‘wijken voor iedereen’. Om dezelfde reden schrapt Rotterdam de toepassing van de
Zoals verwoord in de Ontwerp Omgevingsvisie streven wij naar een inclusieve stad, waar iedereen een plek heeft om zijn/haar thuis te vinden of te maken. Dit geldt voor alle bewoners van Rotterdam en staat los van iemands afkomst/achtergrond, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht of welke andere discriminatoire grond. Graag verwijzen we daartoe ook naar ons actieprogramma Integratie & Samenleven ‘Relax. Dit is Rotterdam’. In dit actieprogramma is onder meer opgenomen dat we overal ingrijpen waar de Grondwet in het geding komt, we zijn ons als college zeer bewust van onze voorbeeldfunctie en op respectvolle wijze werken aan de verbeteringen in de stad. Zoals omschreven in de Omgevingsvisie ligt er inderdaad een grote opgave om de woningvoorraad meer betaalbaar te maken. Binnen de hoofdkeuze vitale wijken wordt dat nader uitgewerkt. De preventie en het terugdringen van dakloosheid loopt concreet via het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers, dit plan van aanpak blijft voortbestaan onder de Omgevingsvisie, met dien verstande dat er ook veel ingrepen in dat plan van aanpak staan die niet fysiek van aard zijn en dus ook niet terugkomen of een kapstok kennen in de Omgevingsvisie. Zie antwoord hierboven Zoals verwoord in de Ontwerp Omgevingsvisie streven wij naar een inclusieve stad, waar iedereen een plek heeft om zijn/haar thuis te vinden of te maken.
Daarbij vinden we het van belang dat mensen wooncarrière in de eigen wijk moeten kunnen maken, binnen het huidige netwerk. Wij streven dus juist ook naar wijken voor iedereen. Dit lukt echter nog
Hoofdkeuze Vitale wijken is gewiizigd.
20
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
41
‘Rotterdamwet’ en worden geen leefbaarheidsmonitors gebruikt waarin bepaalde bevolkingsgroepen en woningtypen als negatieve indicatoren worden geoormerkt.
20
• Bewoners worden bij de visie- en besluitvorming over de wijkontwikkeling betrokken en zij worden gefaciliteerd om zich met voldoende middelen en kennis actief te organiseren op buurt- en wijkniveau. Een rechtvaardige en zorgzame overheid zal buurten nooit sociaal destabiliseren.
20
• Mensen kunnen niet hun huis worden uitgezet om een andere sociaaleconomische samenstelling van de bevolking te realiseren of vanwege stedenbouwkundige plannen. Onderhoud en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad is uitgangspunt. Bij legale gedwongen beëindiging van de huurovereenkomst moet geschikte herhuisvesting gegarandeerd zijn. Primair dient gegarandeerd te worden dat, indien gewenst, terugkeer op de vertrouwde plek in een geschikte betaalbare woning mogelijk is. Indien terugkeer niet gewenst is, dient een gelijkwaardige woning aangeboden te
niet in alle wijken even goed, omdat de woningvoorraad in sommige wijken qua segmenten en typologieën erg eenzijdig is en sommige woningzoekenden uit de wijk gedwongen worden ergens anders in hun woonbehoefte te voorzien, dit kan gaan om de sociale stijgers van Zuid, maar ook de starters in wijken met een overwegend duurder segment. Van daaruit komt het streven naar meer balans op wijkniveau als onderdeel van de hoofdkeuze Vitale Wijken, mede vanuit het perspectief inclusieve stad. Uw opmerkingen over de Rotterdamwet en de toepassing van leefbaarheidsmonitors nemen wij voor kennis aan, aangezien dit geen onderwerpen zijn die terugkomen in de Omgevingsvisie. Voor ons standpunt daarover verwijzen wij u graag naar onder meer de correspondentie inzake de brief van de VN special rapporteurs on adequate housing en daarmee samenhangende correspondentie met de gemeenteraad. In de Ontwerp Omgevingsvisie is in hoofdstuk 5 toegelicht wat wordt verstaan onder Samen Stadmaken. Kort samengevat: wij bewaken de koers en de lijn en nodigen iedereen uit om mee te denken en doen en nemen daarvoor de tijd (bij vormgeven visie en uitvoering) – mede gezien de levendige praktijk van stadsmakers in Rotterdam in alle vormen en maten. Wel is in de Ontwerp Omgevingsvisie benadrukt dat voor thema’s die te maken hebben met grote transitieopgaven, we als gemeente de leiding nemen en de regie houden.
Voor het overige verwijzen wij u graag naar Stadsvernieuwing 2.0, waarin onze voornemens t.a.v. participatie rond herstructurering nader zijn toegelicht. De participatieaanpak voor het stelsel van instrumenten van de omgevingswet is in voorbereiding. Wij nemen uw opmerkingen voor kennisgeving aan, deze passen qua detailniveau niet bij de Omgevingsvisie. Voor het overige verwijzen wij u graag naar Stadsvernieuwing 2.0, waarin onze voornemens t.a.v. herhuisvesting en bewonersbegeleiding nader zijn toegelicht inclusief het voornemen om met corporaties en huurdersorganisaties te komen tot een Sociaal Statuut.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
42
20
worden in de wijk waar de vertrekkende bewoner naar toe wenst te verhuizen. Om herhuisvesting te realiseren zullen sociale huurwoningen moeten worden bijgebouwd. Uitgangpunt is dat zittende bewoners niet worden belast met de gevolgen van renovatie of vernieuwing. • Mensen, wijken en steden ontwikkelen zich. Om sociale stijgers vast te houden en hogere inkomensgroepen te huisvesten worden op geschikte en beschikbare locaties voldoende middenhuur- en koopwoningen gerealiseerd. Als er duurdere woningen worden gebouwd in wijken met voornamelijk sociale woningen zal dit niet ten koste gaan van het recht op wonen van de bewoners van de sociale woningen.
20
• Een rechtvaardige en zorgzame overheid biedt haar burgers bescherming. De gemeente beperkt de ‘financialisering’ van wonen, ook in haar eigen denken en doen rond grondbeleid en vastgoed. De overheid spant zich maximaal in om bewoners te beschermen tegen de uitwassen van marktwerking en averechtse effecten van beleidskeuzes.
21
Na het lezen en bestuderen van de concept omgevingsvisie Rotterdam kom ik tot de conclusie dat dit document onvoldoende handvatten biedt voor een gebalanceerd en controleerbaar beleid voor de fysieke ruimte. De belangrijkste reden hiervoor is het ontbreken van transparante en concrete criteria, randvoorwaarden, kengetallen en doelen (ambitie). Hoe denkt de gemeente zonder deze “toetsingscriteria” plannen te kunnen beoordelen en succes te kunnen monitoren? De eerste aanvulling: Transparant kunnen toetsen Hoe kan een omgevingsplan worden “afgewogen” aan de visie op het gebied van verdichting, vergroening,
21
Zoals opgenomen in de Ontwerp Omgevingsvisie streven we naar het vergroten van de betaalbaarheid van wonen, daartoe behoort zeker ook het toevoegen van woningen in het middenhuur en -koopsegment. Met het oog op de hoofdkeuze vitale wijken, kunnen we niet uitsluiten dat duurdere woningen gebouwd worden op plekken waar nu nog sociale woningen staan. Bij noodzakelijke verhuizingen respecteren de rechten van de huidige bewoners, zoals vastgelegd in onder meer het Huurrecht. Graag verwijzen wij u daarvoor naar het Kader Herhuisvesting zoals eerder vastgesteld. Het is conform de grondwet onze zorgplicht om te zorgen voor voldoende, betaalbare woningvoorraad van kwaliteit. Dit vormt ook het gedachtengoed achter de keuzes in de Ontwerp Omgevingsvisie. Waar nodig grijpen wij dan ook binnen de mogelijkheden van vigerende regelgeving - in de vrije marktwerking en beperken wij het eigendomsrecht. Graag benadrukken wij ook dat de inkomsten uit grondbeleid en vastgoed ook hard nodig zijn om onrendabele kwaliteits/maatschappelijke vraagstukken te bekostigen.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Een omgevingsvisie is zelfbindend en beschrijft de koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Tegelijkertijd moet het ruimte bieden om samen met "de stad" tot uitwerking te komen. Deze balans tussen kaderstelling en ruimte biedt zit voldoende in deze omgevingsvisie. Een goede monitoring en evaluatie, waarbij we willen aansluiten op het in het ROER gebruikte afwegingskader, moet een basis bieden om tijdig afwijkingen te constateren.
Hoofdstuk 7, Instrumenten en werkwijze, is gewijzigd
De doorwerking van deze omgevingsvisie betreft de combinatie van de vijf hoofdkeuzes als de wijze waarop we aan goede groei werken. Dit betekent oa het betrekken van de
Hoofdstuk 7, Instrumenten en werkwijze, is gewijzigd.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
43
21
leefbaarheid, mobiliteit, inclusiviteit en economie als deze termen in de visie betekenisloos en zonder kaders blijven? Als deze visie de paraplu wordt waaronder alle omgevingsplannen gaan vallen, dan voorzie ik een onmogelijkheid deze plannen te toetsen op een transparante manier. Alleen de ROER heeft nog een soort van scorebord, maar ook daar ontbreekt een ambitie en de relatie tot kernkwaliteiten, criteria, randvoorwaarden en kengetallen. Het kan misschien de bedoeling zijn dat toetsen van plannen aan de visie onmogelijk dient te zijn. Indien toetsen inderdaad niet wenselijk is, mogen alle belanghebbenden in Rotterdam verwachten dat dit in de omgevingsvisie wordt toegelicht en beargumenteerd. Of maak een begin een stad brede dialoog over wat “leefbaarheid” nu precies inhoudt, welke kernkwaliteiten de stad de komende jaren moet nastreven en hoe je dit kunt meten en volgen, met name in tijden van versnellende klimaatverandering. De tweede aanvulling: Borgen van participatie In de visie wordt veel gesproken over participatie. Logisch ook omdat de omgevingswet verplicht stelt dat inwoners, organisaties en bedrijven inspraak hebben in de invulling van de fysieke omgeving. In de huidige tekst wordt echter niet duidelijk op welke wijze de inbreng van inwoners, (belangen) organisaties en bedrijven terugkomt in de visie.
Zonder duiding van de link tussen werkgroepen en gesprekken aan de ene zijde en de inhoud van de visie aan de andere zijde is niet controleerbaar of gewenste en noodzakelijke participatie zijn weg heeft gevonden naar de visie. Niet in deze eerste versie, maar ook niet op een later moment. De visie wordt immers gepresenteerd als een levend document.
vijf perspectieven bij de uitwerking. De monitoring en evaluatie van de voortgang uitvoering moet zicht geven op het behalen van de vastgestelde doelen. Het is een goede suggestie om daarbij het afwegingskader ROER te betrekken.
Bij het opstellen van de omgevingsvisie heeft het college een zo transparant mogelijk proces opgezet. Hierbij is een uitvoeringsplan voor participatie opgesteld en zijn op meerdere momenten de uitkomsten van de participatie openbaar gemaakt. De huidige Nota van Beantwoording is daar een voorbeeld van. Wij delen de mening van indiener dat zowel de uitwerking als de herijking van de visie betrokkenheid vergt van alle belanghebbenden. Onder "Samen stadmaken" benadrukken we de participatie bij de uitwerking. Bij vervolgbesluiten zal duidelijk moeten worden gemaakt op welke wijze invulling is gegeven aan dit principe. In het kader van de Omgevingswet zal ook een participatie beleid worden opgesteld.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
44
21
21
21
Daarnaast wordt niet duidelijk hoe de visie blijvend wordt verbeterd door participatie of inspraak van inwoners, organisaties en bedrijven. Hoe is de afstemming met waterschappen bijvoorbeeld? Mijn observatie dat bij het Webinar van 31 augustus 2021 nagenoeg alleen organisaties en bedrijven aanwezig waren doet mij vermoeden dat het niet is gelukt om inwoners van Rotterdam breed te informeren en te betrekken bij de ontwikkeling van deze visie. Het gebrek aan aantoonbare participatie en de resultaten hiervan alleen al is een reden om de ontwikkeling van de visie voor een belangrijk deel opnieuw te doen. Om deze reden zou er ook geen begrenzing mogen zitten, zowel in tijd als inhoud, op het indienen van zienswijzen als deze: de genoemde 9 september 2021 als deadline verdwijnt. Het wordt een daadwerkelijk levend document zoals ook genoemd in het webinar, en zienswijzen kunnen te allen tijde worden ingestuurd en worden opgenomen in de visie. De derde aanvulling: Suggesties voor kernkwaliteiten, criteria en ambities Om omgevingsplannen te kunnen toetsen zijn randvoorwaarden essentieel. Ik heb een bestuurlijke achtergrond in de richting van milieu en energievoorziening en ik kan wel wat suggesties bedenken die een onderzoek of overweging waard zijn. “Rotterdam kiest voor goede groei” is het vertrekpunt van de visie.
Waar is deze keuze gemaakt en op gebaseerd? Wat zijn de ambities? Hoe komen zij in balans? Welke participatie procedure heeft geleid tot dit inzicht? Is “groei” zonder opsomming van kernkwaliteiten en meetpunten een geldig uitgangspunt? “Krimp” is mogelijk voor veel kernkwaliteiten net zo gewenst of zelfs noodzakelijk. De vierde aanvulling: Andere punten In de omgevingsvisie zou duidelijk moeten worden hoe de gemeente vooruit wil komen op een aantal belangrijke uitdagingen. Vragen die hierbij een antwoord verdienen zijn: - Hoe gaat Rotterdam ervoor zorgen dat een woning weer wordt gebouwd of overgedragen om in te wonen, en niet (primair) als belegging dient?
De Omgevingsvisie is een document dat door de Raad wordt vastgesteld. Het betreft het vinden van de balans tussen een koers voor de lange termijn en het tevens inspelen op veranderende behoefte, het levende karakter. De omgevingsvisie zal periodiek geëvalueerd en gemonitord worden wat leidt tot een nieuwe vaststelling. In dit proces zal net als in het huidige proces gesprekken plaatsvinden. Daarnaast is juist het gesprek dat de gemeente dagelijks heeft op allerlei onderwerpen de ideale bron om te polsen of er onderwerpen zijn die vragen om aanpassing van de omgevingsvisie. Het bereiken van Rotterdammers is daarmee niet alleen gebonden aan de Omgevingsvisie, maar juist aan alle momenten wanneer concrete keuzes in de omgeving van hen ter tafel komen.
Hoofdstuk 7, Instrumenten en werkwijze, is gewijzigd.
In de uitwerking van het monitorings- en evaluatieprogramma komen deze vragen die worden gesteld in de zienswijzen terug. Graag gaan we het gesprek aan om van deze ervaringen en suggesties te leren bij de uitwerking van dit monitorings- en evaluatieprogramma.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
In Rotterdam is behoefte aan huurwoningen, zowel in het goedkope als het middensegment. Tegelijkertijd zien we dat er ook een behoefte is aan koopwoningen. Hier sturen we op via ons nieuwbouw programma met een zelfbewoningsplicht- en anti- speculatiebeding, maar ook door in een aantal gebieden in de stad voor de bestaande voorraad de tijdelijke regeling opkoopbescherming te implementeren.
Hoofdkeuze Vitale Wijken is gewijzigd.
45
21
- De relatie met het VN klimaatrapport (van IPCC panel) ontbreekt. Daarin staan de bedreigingen heel concreet uitgelegd. Hoe gaat Rotterdam deze bedreigingen stuk voor stuk adresseren? Ook in samenwerking met NL, EU en de wereld? Ook hier weer criteria, kengetallen, randvoorwaarden etc. En maat voortgang (succes) meetbaar. Nergens in de omgevingsvisie komt de enorme urgentie uit dit rapport naar voren.
21
- De relatie met de nota gezondheidsbeleid 2020-2024 ontbreekt. Dit beleidsdocument bevat (veel) meer visie, inclusief concrete criteria, kengetallen, onderzoek en randvoorwaarden, dan de omgevingsvisie van Rotterdam, terwijl de tijdshorizon korter is.
Wij voelen de urgentie van het IPCC rapport. Volgend jaar verschijnen deel twee en drie, over de gevolgen van klimaatverandering en over de mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk te verlagen. Al behoorlijke tijd werken wij samen met Rijk, provincie, regio en de stad aan deze opgave, bijvoorbeeld via het Rotterdams Klimaat Akkoord en het Rotterdam Climate Initiative. In de omgevingsvisie wordt de urgentie nogmaals benadrukt als één van de hoofdkeuzes: Schouders onder de energie- en grondstoffentransitie. Deze transitie staat dus centraal in de Rotterdamse Omgevingsvisie. De urgentie om aan te passen aan het veranderend klimaat wordt vooral geschetst in de eerste hoofdkeuze: prettig leven in de delta. Sinds 2013 werkt Rotterdam al aan een strategie voor klimaatadaptatie met partners. Om tempo te maken met daadwerkelijk ruimtelijk aan te passen zet Rotterdamse Weerwoord in op een concrete aanpak en agenda met samenwerkende partners in de regio van publiek en privaat tot het Rijk. Ook internationaal participeert Rotterdam al jaren in C40 netwerk, een netwerk van wereldsteden die werken aan het voorkomen en beperken van de gevolgen van het klimaat, om kennis en ervaringen uit te wisselen en meer impact te maken. Dank voor de complimenten voor deze nota "Gezond 010: het akkoord", die met veel partners in de stad tot stand is gekomen.
De gezondheidsnota gaat over meer dan de mogelijkheden die de fysieke leefomgeving biedt voor het verbeteren van de gezondheid en vitaliteit van Rotterdammers. "Gezond010: het akkoord" beslaat ook andere factoren die van invloed zijn op de gezondheid en de inzet die hierbij nodig is. De fysieke voorwaarden voor gezondheid uit de nota zijn verwerkt in de Omgevingsvisie. In de uitwerking van en het vervolg op de visie zal dit meer concreet kunnen worden.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
Geen aanpassing in de omgevingsvisie.
46
21
- Verdichting is echt een heel slecht onderbouwd ankerpunt in de visie. Verder verdichten levert alleen maar meer uitdagingen op: gezondheid, leefbaarheid, mobiliteit en biodiversiteit. En dat allemaal ten koste van de huidige inwoners (en ook de nieuwe, maar die kennen niet altijd de oude situatie). Wat is de echte reden dat er tegen alle feiten en kennis in toch (veel) meer mensen in de binnenstad van Rotterdam moeten wonen? Aan deze vraag mag wel een heel hoofdstuk worden gewijd. Want ik snap hem niet. En ik sta niet alleen. Initiatieven als deze (klik hier) zijn van levensbelang, maar niet persé om verdichting goed te praten.
21
Als blijkt dat door breed gedragen en onderbouwde criteria en randvoorwaarden de conclusie is dat Rotterdam voorlopig niet meer maar juist minder gebouwen kan huisvesten en meer ruimte moet geven aan zachte bodem en bomen moet, dan is dat ook een uitkomst.
Rotterdam is in trek als stad en op basis van demografische prognoses groeit het aantal inwoners en de vraag naar woningen in Rotterdam sterk. Dat het aantal inwoners zal groeien is in de eerste plaats een gegeven. Een trend die wij als Rotterdam kennen, maar ook samen met andere gemeentes, provincies en het Rijk als gezamenlijke opgave onderkennen. Hoe we met een zekere mate van groei om willen gaan als Rotterdam en hoe we dit in onze stad goed vorm kunnen geven is wel een keuze. Om Rotterdam beschikbaar en toegankelijk te houden voor alle Rotterdammers realiseren we nieuwe woningen, zodat we aan de vraag kunnen voldoen. Het niet bouwen van nieuwe woningen leidt tot nog meer excessieve prijsstijgingen en daarmee een verminderde toegankelijkheid van Rotterdam. Daarnaast leidt het realiseren van nieuwe woningen binnen de stad tot kansen om de stad aantrekkelijker te maken en om invulling te geven aan de grote transitieopgaven op het gebied van klimaat, mobiliteit en energie. De noodzaak om te groeien levert synergie op met andere ruimtelijke opgaven zoals de transformatie van verouderde haven- en bedrijventerreinen en maakt het mogelijk om hoogwaardige openbare ruimte toe te voegen. Het zorgt ook voor meer draagvlak voor voorzieningen en het behoud van het open landschap en natuur om de stad.