21bb14819 Bijlage 3 behorende bij 21bb14816 over rapport RADAR Discriminatie - ervaringen woningzoekenden in Rotterdam 2021
Tekst van het document
de aanbieder van de woning. 50 Moris, M., H.E. Awuh, J. Verstraete, F. Spijkers (2014). En: Wenyeve, G. (2014). En: A. Jones en C. Teixeira (2015). ‘Housing Experiences of Single Mothers in Kelowna's Rental Housing Market’. Canadian Journal of Urban Research. Vol. 24, Issue 2, p117-137. 51 Andriessen e.a. (2020). 52 Ieder(in) in samenwerking met de Woonbond (2021). Toegankelijke woningen: een verborgen wooncrisis. Uitkomsten van de enquête over toegankelijk wonen en woningaanpassingen.
19
algemeen een negatiever zelfbeeld hebben en dat ervaren discriminatie het risico op depressies vergroot.53 Het bekende, wetenschappelijke minderheidsstressmodel maakt inzichtelijk hoe discriminatie de gezondheid beïnvloedt. Dit model wordt oorspronkelijk toegepast op LHB-personen, maar geeft ook inzicht in de ervaringen van mensen die bijvoorbeeld vanwege hun etniciteit in de minderheid zijn. Het model legt uit op welke manier het deel uitmaken van een gestigmatiseerde groep, dus een groep waarover negatieve vooroordelen bestaan, leidt tot stress. Deze stress heeft vervolgens een negatieve invloed op de (geestelijke) gezondheid. De gezondheid van mensen die deel uitmaken van een gestigmatiseerde groep wordt negatief beïnvloed door ervaren discriminatie, de angst om discriminatie te ervaren en door een gevoel van minderwaardigheid ten opzichte van mensen die de meerderheid vormen.54 Verschillende wetenschappelijke onderzoekers beargumenteren dat de negatieve gevolgen van discriminatie groter zijn als mensen twijfelen of er wel of geen sprake was van discriminatie. Twijfelen kost (mentaal) energie en staat het maken van accurate inschattingen en handelen in de weg. 55 Juist bij discriminatie bij woningverhuur is vaak sprake van twijfel over het feit of er sprake is van discriminatie.
In het Belgische onderzoek naar discriminatie bij woningverhuur komt naar voren dat de impact van discriminatie verschilt tussen personen die incidenteel en structureel of chronisch met discriminatie geconfronteerd worden. Incidentele ervaringen zijn kwetsend, maar hebben kortdurend impact en worden minder belangrijk als de woningzoekende een andere woning heeft gevonden. Voor personen met een maatschappelijk kwetsbare positie die chronisch discriminatie ervaren, leiden discriminatieervaringen tot gevoelens van boosheid en vooral machteloosheid en moedeloosheid. In België hebben (op het moment dat het onderzoek werd uitgevoerd) met name alleenstaande ouders, moslims, mensen met een beperking en mensen met een uitkering een maatschappelijk kwetsbare positie en ervaren chronische discriminatie bij woningverhuur.56 Verder verschilt het concrete effect van ervaren discriminatie natuurlijk per persoon. Dit effect wordt onder andere beïnvloed door de manier waarop iemand met de ervaringen omgaat.
Omgaan met discriminatie Mensen gaan op allerlei verschillende manieren om met discriminatie, uitsluiting en stigmatisering. Socioloog Jurriaan Omlo deed onderzoek naar copingstrategieën van hoogopgeleide Nederlanders met een migratieachtergrond die discriminatie ervaren vanwege hun afkomst, nationaliteit, religie en huidskleur. De inzichten over copingstrategieën kunnen ook relevant zijn voor andere groepen die discriminatie ervaren. Omlo definieert copingstrategieën als ‘reacties om een stressvolle situatie, zoals discriminatie en daarmee gepaard gaande emoties te tolereren, te verminderen of te overwinnen’.57 Omlo maakt onderscheid tussen actieve en passieve copingstrategieën en daarmee verbonden copingtechnieken. Bij een passieve strategie proberen mensen niet om de discriminerende situatie te veranderen, maar proberen zij deze zoveel mogelijk uit de weg te gaan. De meest voorkomende passieve strategie is vermijding, waarbij mensen bijvoorbeeld bewust niet of terughoudend reageren of ervaringen verdringen of ontkennen. Een tweede passieve copingstrategie is conformeren aan de negatieve omstandigheden, wat mensen doen in de hoop dat zij op deze manier worden geaccepteerd en discriminatie kunnen voorkomen. Deze strategie uit zich bijvoorbeeld in extra hard werken, zich extra vriendelijk, voorbeeldig of grappig gedragen of zich cultureel aanpassen.
Bij actieve copingstrategieën proberen mensen de situatie juist wel te veranderen door invloed uit te oefenen op de persoon die discrimineert, op de omgeving of zelfs op de maatschappij. Een eerste actieve strategie 53 Andriessen e.a. (2020). 54 Meyer, I. H. (2003). ‘Prejudice, social stress, and mental health in lesbian, gay, and bisexual populations:
Conceptual issues and research evidence.’ Psychological Bulletin, 129(5), 674–697. 55 Andriessen e.a. (2020). 56 Moris, M., H.E. Awuh, J. Verstraete, F. Spijkers (2014). 57 Omlo, J. (2020). Verzetten, vermijden of veranderen? Reageren op discriminatie en stigmatisering. Rotterdam: Art.1 en RADAR.
20
is verbinden, waarbij toenadering wordt gezocht tot de persoon die discrimineert door een dialoog te voeren, gemeenschappelijkheden te benoemen of humor in te zetten. Een tweede actieve strategie is polariseren, wat een tegengesteld doel heeft en waarbij het conflict juist wordt opgezocht. Deze strategie wordt aanzienlijk minder vaak ingezet dan de vermijdende, conformerende en verbindende strategieën. Een derde actieve strategie is confronteren, waarbij mensen zich door middel van een inhoudelijke discussie verzetten tegen de discriminatie. Steun zoeken, bijvoorbeeld bij partner, familie en vrienden of bij een professional, is de vierde actieve strategie. De laatste actieve strategie is hervormen met als doel discriminatie te verminderen en bij te dragen aan een inclusieve samenleving, door activistisch of diplomatiek te handelen. In de praktijk kunnen mensen verschillende copingstrategieën en -technieken combineren en afwisselen.58 Het Belgische onderzoek naar discriminatie bij woningverhuur brengt de verschillende concrete reacties van respondenten op discriminatie in de zoekfase in beeld. De reacties van respondenten op discriminatie in de zoekfase beperken zich vooral tot kritische vragen stellen aan de verhuurder als de respondent het idee heeft dat er sprake is van een leugen waarmee hij/zij wordt afgewezen.
Over het algemeen voelen respondenten zich machteloos als het gaat om het bewijzen van discriminatie. Maar soms proberen zij dit toch, bijvoorbeeld door opnames te maken, een ander te laten bellen voor een bezichtiging of een getuige mee te nemen. Hun doel is dan vooral het vergroten van de eigen geloofwaardigheid en bevestiging krijgen dat er sprake is van discriminatie. De meeste respondenten vinden dat reageren op ervaren discriminatie geen zin heeft, omdat zij hun eigen problemen hiermee niet oplossen. Meestal doen respondenten dan ook geen melding van discriminatie bij bijvoorbeeld een antidiscriminatiebureau. Wel delen respondenten regelmatig hun ervaringen met racistische of discriminerende uitspraken van makelaars en/of verhuurders binnen hun eigen netwerk (mondeling of op sociale media), vanuit een gevoel van plichtsbewustzijn en om reputaties te schaden.59
58 Idem. 59 Moris, M. H. E. Awuh, J. Verstraete, F. Spijkers (2014)..
21
5. Resultaten vragenlijst: woningzoekenden
discriminatie-ervaringen
van
In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van de digitale vragenlijst over discriminatie bij woningverhuur die voor dit onderzoek is uitgezet. Het beschrijft de kenmerken van respondenten, de discriminatiegronden, de reacties op ervaren discriminatie en het algemeen beeld van respondenten van discriminatie bij woningverhuur.
Selectie voor deze analyse In totaal hebben 241 respondenten de vragenlijst ingevuld, waarvan 76 respondenten (32%) de vragenlijst hebben afgerond. De inhoud van de vragenlijst is te vinden in Bijlage 1. Helaas hebben niet alle respondenten die de vragenlijst hebben afgerond deze volledig ingevuld. Om de drempel voor het invullen van de vragenlijst zo laag mogelijk te maken, waren er geen verplichte vragen. Respondenten konden dus vragen overslaan. Voor deze analyse zijn enkel respondenten geselecteerd die de vragenlijst volledig hebben ingevuld. Daarnaast zijn alleen respondenten geselecteerd die de afgelopen twee jaar een huurwoning zoeken of zochten in Rotterdam of de omgeving van Rotterdam. Dit heeft geresulteerd in een selectie van 49 respondenten.
Kenmerken respondenten Van de 49 respondenten die een woning zoeken in Rotterdam of de omgeving van Rotterdam, geven 39 respondenten (80%) aan weleens te zijn afgewezen voor- of nadat zij een huurwoning hadden bezichtigd of Afwijzing of nongeen reactie te hebben ontvangen van de makelaar of respons heeft te maken verhuurder. De meeste respondenten (36, gelijk aan 92%) met discriminatie vermoeden dat deze afwijzing of het niet ontvangen van een reactie te maken had met discriminatie. Van deze 36 respondenten was meer dan de helft vrouw 3 (21), een derde man (12) en 8% (3) identificeerde zich als anders. Het hoofdinkomen komt bij meer dan twee derde 15 21 van de respondenten (25) uit hun werk in loondienst. Bij de overige respondenten komt het hoofdinkomen uit hun werk als zelfstandige zonder personeel (2), uitkering (3), studiefinanciering (2) en pensioen (2) of anders (2)60. Als ja ik twijfel nee het gaat om de hoogte van het inkomen, geeft 72% (26) van de respondenten aan dat deze lager is dan de inkomensgrens voor sociale huurwoningen, die is vastgesteld op €40.024 bruto per jaar. Ruim twee vijfde (44%) van de respondenten was op zoek naar een huurwoning in de stad Rotterdam, inclusief Hoek van Holland, Pernis en Rozenburg.
De rest van de respondenten (56%) waren op zoek naar een huurwoning in de omgeving van Rotterdam, bijvoorbeeld in Vlaardingen, Schiedam, Capelle aan den IJssel en Barendrecht. Bijna twee vijfde van de respondenten (14) zocht enkel naar een sociale huurwoning en bijna een vijfde (7) zocht enkel naar een vrijesectorwoning. Twee vijfde van de respondenten (15) zocht naar beide type huurwoningen. De respondenten zochten op verschillende manieren naar een huurwoning. Een groot deel van hen maakt hierbij gebruik van advertenties op het internet, zoals op websites als WoonnetRijnmond en Pararius (33). Een respondent merkt hierover op dat zij het ‘lastig’ vindt dat bijna alles digitaal moet, aangezien zij niet zo digitaal vaardig is. Daarnaast zochten de respondenten via sociale media (17) en via familie, vrienden en andere bekenden (12). Ook schakelden sommige respondenten een huurmakelaar in (11). 60 Respondenten konden hun andere inkomstenbron toelichten. In beide gevallen gaat het om werk op
uitzendbasis.
22
Discriminatiegronden Respondenten die vermoeden te zijn gediscrimineerd ervaren het vaakst discriminatie op grond van etnische achtergrond (26, gelijk aan 72%), wat in lijn is met de literatuur over het onderwerp. Een respondent beschrijft de non-respons die zij ervaart: Als ik reageer op woningen met mijn Turkse naam krijg ik altijd ‘helaas’ als antwoord. Zodra ik reageer met de Nederlandse naam van mijn verloofde krijg ik een mail dat ik binnenkort word opgeroepen voor een bezichtiging. De meeste respondenten lichten toe dat zij vermoeden te worden gediscrimineerd, omdat zij aan de inkomenseisen voldoen, maar toch telkens niet worden uitgenodigd voor een bezichtiging. Een respondent schrijft:
Discriminatiegrond 11
3 8 26
etniciteit
geloof
geslacht
leeftijd
seksuele gerichtheid
Ik zocht het afgelopen jaar een woning via een makelaar en ben het hele jaar geen enkele keer uitgenodigd voor een bezichtiging, heel frustrerend. Ik ben geneigd om mijn achternaam niet te gebruiken bij inschrijvingen. Andere respondenten hebben de indruk dat er een patroon is als zij reageren op een woning. Dit is het patroon dat ook is beschreven in eerder onderzoek naar discriminatie bij woningverhuur: wanneer zij in aanmerking lijken te komen voor de woning, is deze woning plotseling niet meer beschikbaar. Omdat de woning dan regelmatig later weer wordt aangeboden, denken zij dat er sprake is van discriminatie. ‘Vaak krijg ik te horen dat de woning waarop ik reageer niet meer te huur is, terwijl deze nog steeds wordt aangeboden op Woonnetrijmond.nl’, aldus een respondent. Een ander legt uit waarom zij denkt dat er sprake is van discriminatie: ‘Omdat er in principe telefonisch werd aangegeven dat er nog een appartement beschikbaar was. Na het invullen van een formulier bleek dit niet meer zo te zijn, terwijl ik op Facebook zag dat hetzelfde appartement later is verhuurd aan een iemand met westers voorkomen.’ Sommige respondenten hebben in dit soort situaties contact opgenomen met de makelaar en/of verhuurder om een toelichting te vragen over de gang van zaken.
Hun vermoeden van discriminatie werd dan bevestigd, omdat zij geen contact kregen met de aanbieder van de woning of een in hun ogen onduidelijke uitleg kregen. Sommige respondenten (3) voelden zich tijdens de groepsbezichtiging van een huurwoning gediscrimineerd. Deze respondenten met een migratieachtergrond gaven aan dat de verhuurmakelaars minder interesse in hen toonden en hen minder vriendelijk behandelden dan witte kandidaat-huurders. Een respondent schrijft: ‘Mijn partner met wie ik zoek heeft een buitenlandse achternaam. Vaak merk ik dan een reserve of afstand bij makelaars.’ Een andere respondent had de indruk dat de papieren extra kritisch bekeken werden: ‘Er werd meerdere keren door mijn papieren gebladerd alsof ze aan het zoeken waren naar een foutje, terwijl dit niet gebeurde bij de witte Nederlanders die bij de bezichtiging waren.’ Sommige respondenten vermoeden niet alleen gediscrimineerd te zijn vanwege hun etnische achtergrond, maar noemen daarnaast andere persoonskenmerken zoals geloof (8), geslacht (3), leeftijd (1) en seksuele gerichtheid (1). Zo vermoedt een respondent te zijn gediscrimineerd, omdat hij en zijn partner homoseksueel zijn en zijn vriend een donkere huidskleur heeft.
23
Verder zijn er vier respondenten die denken te zijn gediscrimineerd vanwege hun fysieke beperking, bijvoorbeeld omdat zij of hun partner in een rolstoel zitten. Een respondent vertelt dat er maar weinig woningen worden aangeboden die passend zijn voor rolstoelgebruikers. Daarnaast denkt een respondent te zijn gediscrimineerd op grond van zijn/haar/hun psychische kwetsbaarheid en één vanwege zijn/haar/hun leeftijd. Twee respondenten denken vanwege hun geslacht en/of seksuele gerichtheid te zijn gediscrimineerd. Een van deze respondenten vermoedt dat er ook best wat verhuurders zijn die alleen aan mannen verhuren, omdat deze ‘minder moeilijk zijn’. Daarnaast denken sommige respondenten (3) indirect te worden gediscrimineerd vanwege hun inkomen en/of sociale klasse. Een respondent vindt bijvoorbeeld dat de Rotterdamwet en de huisvestigingsvergunningen discriminerend zijn op basis van inkomen.
Copingstrategieën en meldingsbereidheid Uit de vragenlijst blijkt dat slechts een derde van de 36 respondenten die denken te zijn gediscrimineerd dit bespreekbaar heeft gemaakt bij de makelaar en/of verhuurder. Sommige respondenten geven aan het gevoel te hebben dat ze weinig kunnen doen, omdat ze niet zeker weten of ze te maken hebben gehad met discriminatie. Een paar respondenten lichten dit toe met een opmerking als: ‘Wat voor harde bewijzen heb je dan? Niets. Het blijft een vermoeden.’ Ook blijkt de meldingsbereidheid van vermoedens van discriminatie laag onder de respondenten. Minder dan een tiende van de respondenten (3, gelijk aan 8%) geeft aan een melding te hebben gedaan bij een discriminatiemeldpunt en/of de politie. Het merendeel van de respondenten (25, gelijk aan 69%) heeft hun ervaring wel met familie of vrienden besproken. Hiervan geven vijf respondenten (14%) aan contact te hebben opgenomen met een belangenorganisatie voor huurders. Zes respondenten (17%) hebben met niemand over hun ervaring(en) gesproken.
Discriminatie op andere terreinen Het grootste deel (30, gelijk aan 83%) van de 36 respondenten die denken te zijn gediscrimineerd bij het zoeken naar een woning ervaart ook op andere momenten discriminatie. Discriminatie bij het zoeken naar werk wordt het vaakst genoemd (20), gevolgd door discriminatie in de openbare ruimte (17), discriminatie door instanties zoals gemeente, rijksoverheid, politie of UWV (15) en in het onderwijs (10). Een respondent licht toe: ‘Het gaat niet alleen om een huurwoning: het begint al op school, dan met werk of stageplek en dan met een huurwoning.’ Uit de vragenlijst blijkt dat voornamelijk respondenten die zich vanwege hun etnische achtergrond gediscrimineerd voelen bij het zoeken naar een huurwoning hier ook op andere terreinen mee te maken krijgen. Er waren ook respondenten die niet denken te zijn gediscrimineerd bij het zoeken naar een woning, maar wel op andere momenten discriminatie ervaren (11, gelijk aan 85%). Zo zegt bijna twee vijfde van de dertien respondenten (5, gelijk aan 38%) discriminatie door instanties en in de openbare ruimte te ervaren. Ook ervaren vier respondenten (31%) discriminatie bij het zoeken naar werk en ervaren twee respondenten (gelijk aan 15%) discriminatie in het onderwijs.
Algemene perceptie van discriminatie op de woningmarkt Van de 36 respondenten die vermoeden te zijn gediscrimineerd bij het zoeken naar een huurwoning, denkt het merendeel van de respondenten (29, gelijk aan 81%) dat discriminatie door particuliere verhuurders vaak voorkomt. Met name respondenten die denken vanwege hun etnische achtergrond gediscrimineerd te zijn bij het zoeken naar een huurwoning zijn deze mening toegedaan (23, gelijk aan 88%). Iets meer dan een kwart van de 36 respondenten (6, gelijk aan 17%) denkt dat discriminatie door particuliere verhuurders soms voorkomt. 61 De dertien respondenten die niet denken te zijn gediscrimineerd bij het zoeken naar een huurwoning of niet zijn afgewezen, denken hier vergelijkbaar 61 Eén respondent heeft ingevuld dat dit nooit voorkomt. Vermoedelijk is dit een vergissing, want deze Poolse
respondent, die de Nederlandse taal mogelijk beperkt beheerst, heeft ingevuld dat hij discriminatie ervaart vanwege zijn fysieke beperking bij het zoeken naar een sociale huurwoning.
24
over. Acht van hen vermoeden dat discriminatie door particuliere verhuurders vaak voorkomt en de overige vijf dat dit soms gebeurt. De respondenten blijken een iets minder negatief beeld te hebben van het voorkomen van discriminatie door woningcorporaties. De respondenten die vermoeden te zijn gediscrimineerd bij het zoeken naar een huurwoning denken dat deze vorm van discriminatie vaker voorkomt dan respondenten die geen discriminatie hebben ervaren bij het zoeken naar een huurwoning. Van de 36 respondenten die vermoeden te zijn gediscrimineerd, denkt twee derde dat discriminatie door woningcorporaties vaak voorkomt terwijl van de 13 respondenten die niet zijn afgewezen of gediscrimineerd slechts 23% dit denkt.
Ervaringen van respondenten buiten de selectie Een aantal respondenten dat buiten de selectie valt, deelt nog andere argumenten voor hun vermoeden van discriminatie dan de respondenten uit de selectie. Deze respondenten vallen buiten de selectie omdat zij geen woning zoeken in de omgeving van Rotterdam, een koopwoning zoeken of omdat zij de vragenlijst niet volledig hebben ingevuld. Eén van deze respondenten heeft de indruk dat zij wordt ontmoedigd als zij interesse toont in een woning: ‘Soms werd er op voorhand al verteld: weet je wel hoe duur deze woning is? Kun je het wel betalen?’ Een ander schrijft de procedures bij vrijesectorhuurwoningen niet transparant te vinden en de ervaring te hebben sneller een uitnodiging te krijgen bij het gebruik van een andere naam. Een respondent die een koopwoning zoekt in Rotterdam heeft ook de indruk dat haar naam veel invloed heeft op de mogelijkheden: ‘Zodra ik mijn achternaam gaf, kreeg het gesprek een andere wending. En binnen een uur werd ik gebeld dat de woning helaas niet beschikbaar was. Heel vreemd.’ Tenslotte valt op dat één andere respondent juist aangeeft te maken te hebben gehad met positieve discriminatie vanwege haar witte/Nederlandse etnische achtergrond.
Deze respondent vertelt dat zij en haar man en dochter (naar eigen zeggen wit en hoogopgeleid) tijdens hun zoektocht naar een huurwoning regelmatig impliciet opmerkingen kregen waaruit bleek dat zij ‘gewilde huurders’ waren, nog voordat zij überhaupt iets hadden gezegd. Zo hadden zij een huurwoning via een makelaar gekregen met de woorden: ‘Jullie zijn zo'n leuk gezinnetje, ik gun de woning aan jullie!’
25
6. Resultaten interviews: analyse discriminatie-ervaringen op grond van migratieachtergrond In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van de interviews met respondenten die ervaren en/of vermoeden dat zij worden gediscrimineerd vanwege hun migratieachtergrond door makelaars en verhuurders in Rotterdam. In dit en in eerder onderzoek komt duidelijk naar voren dat met name discriminatie vanwege etniciteit regelmatig wordt ervaren. Het grootste deel van de interviews gaat dan ook over discriminatie-ervaringen op deze grond. Hieronder bespreken we de kenmerken van de respondenten, de verschillende discriminatie-ervaringen van respondenten, hun reacties op ervaren of vermoede discriminatie, de individuele impact van discriminatie-ervaringen en de strategieën die respondenten inzetten om toch een woning te vinden.
Kenmerken respondenten De analyse van discriminatie-ervaringen van woningzoekenden met een migratieachtergrond is gebaseerd op de ervaringen van negen respondenten. Voor dit onderdeel van het onderzoek zijn in totaal acht respondenten geïnterviewd over ervaringen en/of vermoedens van discriminatie op basis van etniciteit bij woningverhuur. Voor de interviews is gezocht naar respondenten die in de afgelopen twee jaar op zoek waren of zijn naar een huurwoning in Rotterdam. Dit geldt voor zes van de geïnterviewde respondenten die discriminatie (hebben) ervaren vanwege etniciteit. Twee respondenten zijn geïnterviewd over discriminatie-ervaringen die maximaal vier jaar geleden plaatsvonden. Daarnaast is in de analyse de reactie meegenomen van één respondent die de afgelopen twee jaar zocht naar een huurwoning in Rotterdam en haar ervaringen zeer uitgebreid heeft beschreven in de digitale vragenlijst die voor dit onderzoek is uitgezet.62 Twee van de negen respondenten zoeken of zochten naar een sociale huurwoning en zeven respondenten zoeken of zochten (met name) naar een particuliere huurwoning. Er zijn zeven vrouwen en twee mannen geïnterviewd. De respondenten zijn geboren tussen 1968 en 1999. Op één na zijn de respondenten tussen de 20 en 40 jaar oud. Vijf respondenten zijn geboren in Nederland en drie respondenten zijn in een ander land geboren.
Respondenten hebben de volgende etnische achtergronden: Nigeriaans, Surinaams, Marokkaans, Turks en Kameroens. Alle geïnterviewde respondenten hebben de Nederlandse nationaliteit. Vijf respondenten hebben een hbo-opleiding afgerond of zijn hiermee bezig, twee respondenten een mbo-opleiding, één respondent is wetenschappelijk opgeleid en voor één respondent is het voortgezet onderwijs de hoogst afgeronde opleiding. Bij zeven respondenten is de bron van hun hoofdinkomen werk in loondienst. Eén respondent leeft van een inkomen uit werkzaamheden als zelfstandige zonder personeel en één uit studiefinanciering. Vijf respondenten hebben een huishoudinkomen dat lager is dan de inkomensgrens voor sociale huurwoningen van € 40.024 bruto per jaar en vier respondenten een inkomen dat hoger is. Drie respondenten zoeken of zochten een woning met een partner, drie alleen, twee met één of twee kinderen en één met een partner en kinderen. De respondenten zoeken op verschillende manieren naar een huurwoning: via advertenties op internet op websites als WoonnetRijnmond, Pararius, Marktplaats, Funda, via sociale media, door familie, vrienden en bekenden te vragen het door te geven als er een geschikte woning wordt aangeboden en soms door het inschakelen van een huurmakelaar(skantoor).
Een aantal respondenten noemt in de context van de zoektocht naar een huurwoning dat mensen van wie de ouders en/of zijzelf niet in Nederland geboren zijn over het algemeen minder kennis hebben over hoe je in Nederland effectief kunt zoeken naar een huurwoning. Dit verkleint hun kansen op het vinden van een geschikte
62 In de analyse van de vragenlijst zijn haar gegevens ook meegenomen. De voorbeelden van toelichtingen van
respondenten in de tekst over de analyse van de vragenlijst zijn afkomstig van andere respondenten.
26
huurwoning. Zo wist één Nigeriaans-Nederlandse respondent bijvoorbeeld niet dat je ook een makelaar kunt inschakelen voor het zoeken naar een huurwoning (dus niet alleen een koopwoning).
Discriminatie-ervaringen van respondenten Openlijke discriminatie door verhuurders en makelaars komt weinig voor. Vermoedelijk weten de meeste makelaars en verhuurders dat discriminatie wettelijk verboden is. Als zij toch willen discrimineren geeft het toewijzingsproces, dat vaak zeer ontransparant is, hen voldoende ruimte om dit te doen zonder dit openlijk te communiceren.63 Slechts één respondent heeft te maken gekregen met openlijke discriminatie. Haar ervaringen vonden vier jaar geleden plaats. Deze wo-opgeleide Turks-Nederlandse respondent was samen met haar vriend op zoek naar een particuliere huurwoning in Rotterdam. Zij zijn allebei in Nederland geboren en getogen, maar hebben een naam die niet Nederlands klinkt. De eerste keer dat de respondent dacht dat zij werden gediscrimineerd, was toen zij van de makelaar de volgende toelichting kreeg op de afwijzing voor een woning in Charlois: Hij zei: Vanuit de gemeente is er de wens om bepaalde bevolkingsgroepen hier niet meer te plaatsen, vanwege de demografische verdeling. Er waren al te veel mensen met een migrantenachtergrond, dus wij mochten daar niet komen wonen. Qua inkomen pasten wij prima. We hadden allebei een baan en zaten niet meer in de proeftijd, dus we konden het betalen. Maar wij hadden een migrantenachtergrond en daarvan waren al te veel mensen in die wijk.
Hierna kregen zij opnieuw te maken met openlijke discriminatie. De respondent en haar vriend zochten verder en werden opnieuw afgewezen voor een huurwoning die zij graag wilden hebben. De redenen die de makelaar hiervoor gaf, riepen toen al vragen bij hen op. De betreffende woning werd een maand later weer aangeboden en de respondent reageerde (opnieuw) per mail op de woning. Toen zij geen reactie kreeg, belde zij de makelaar op, die vrijwel meteen zei: ‘Deze woning wordt verhuurd door een particuliere verhuurder en hij wil niet verhuren aan buitenlanders.’ De openlijke discriminatie die deze respondent heeft ervaren lijkt een uitzondering. Vaak is er bij respondenten enige twijfel of er sprake is van discriminatie door makelaars en verhuurders. Het is dan de combinatie van verschillende ervaringen die maakt dat zij er na verloop van tijd van overtuigd raken dat zij worden gediscrimineerd. Enkele respondenten noemen in hun onderbouwing ook het ondoorzichtige selectieproces waarbinnen volgens hen ruimte is voor discriminatie. Zij noemen bijvoorbeeld dat er regelmatig om een foto wordt gevraagd en dat je als woningzoekende over het algemeen totaal geen inzicht krijgt in de wijze waarop afwegingen worden gemaakt. Precies de vinger leggen op door wie en waarom er wordt gediscrimineerd kunnen respondenten hierdoor niet.
Dat maakt het juist zo lastig, legt een hbo-opgeleide Marokkaans-Nederlandse respondent uit, met een hoog inkomen uit loondienst, die samen met haar partner en kinderen een woning zocht: Aan ons inkomen ligt het niet. We waren ook bereid om steeds meer aan een woning uit te geven. Ik weet niet of het een persoonlijk iets is of beleid, maar dat het niet klopt is evident. Dat die ruimte in ieder geval gegeven wordt om dit soort taferelen uit te halen [discrimineren op basis van etniciteit]. Aan ons inkomen ligt het echt niet, want alleen op mijn inkomen konden we die woningen betalen. En dan voel je wel dat er verschil wordt gemaakt tussen de Rotterdammers. Dus dat er ergens... uitgeschreven zal het niet zijn... maar dat er ergens beleid is waarin staat dat bepaalde groepen minder welkom zijn. Zij en een paar andere respondenten noemen de discriminerende aspecten van het gemeentebeleid dat is gericht op gentrificatie. Het valt hen op dat er op grote schaal sociale huurwoningen worden 63 Andriessen, I. en K. Wittebrood (2021).
27
gesloopt en worden vervangen door duurdere huur- of koopwoningen, waarbij het vaak bewoners met een migratieachtergrond zijn die moeten verhuizen en bewoners zonder migratieachtergrond die in de nieuwe woningen trekken. Een Nigeriaans-Nederlandse respondent die is opgegroeid in een dorp in de omgeving van Rotterdam benadrukt hoe discriminerend hij dit vindt: Ik vind het eigenlijk heel makkelijk om te zeggen dat er discriminatie plaatsvindt door makelaars en verhuurders. Het zijn vaak de gemeenten die buurten slopen waar meer achterstanden zijn, meer betaalbare woningen, waar bepaalde mensen wonen, want dat hangt samen met hun inkomen. Wij hebben dat bijvoorbeeld hier in het dorp meegemaakt. Er was een buurt waar een goede combinatie was van verschillende culturen. En natuurlijk, die mensen hadden altijd een beetje bonje en het was wat luidruchtiger dan aan de andere kant van het dorp waar villa’s stonden, maar het was wel een leuke buurt. Ik vind de sloop van zo’n buurt ook een vorm van discriminatie, want de gemeente weet heel goed dat als ze die huizen slopen en er nieuwe huizen bouwen, dat er een ander soort mensen gaat wonen. De mensen die daar woonden zijn vaak niet in staat om in een nieuwbouwwoning te gaan wonen, want dat kost meer. Van die oude buurt is niets meer over, want nu wonen daar voornamelijk witte mensen. Ik geloof echt dat dit bewust gebeurt.
Dus ik vind dat eigenlijk een grotere vorm van discriminatie in vergelijking met een makelaar die iemand niet toelaat. De gemeente doet het op grotere schaal. Omdat deze analyse niet is gericht op het beleidsniveau, maar op concreet ervaren discriminatie door makelaars en verhuurders, gaan wij verder niet in op het gemeentebeleid. Belangrijk om te benadrukken is dat er in de ervaringen van respondenten verschillende aanwijzingen zitten dat er een duidelijke samenhang is tussen beleid en het handelen van makelaars en verhuurders. Alle respondenten hebben meegemaakt dat zij aan de voorwaarden voor een woning voldeden en werden afgewezen. In veel gevallen waren er dan meerdere kandidaten en hebben de respondenten geen idee welke afwegingen er zijn gemaakt. Over het algemeen roept dit geen gevoel van discriminatie op. Respondenten vermoeden wel discriminatie wanneer hun ervaringen overeenkomen met een patroon dat in eerder onderzoek en in de ervaringen van respondenten van de vragenlijst naar voren komt. Het patroon is als volgt: de woning is beschikbaar, de woningzoekende voldoet aan de voorwaarden en krijgt van de makelaar te horen dat alles in orde zal komen. Vervolgens hoort de woningzoekende niets meer en/of wordt totaal onverwacht afgewezen.
Vermoedelijk wordt een leugen gebruikt bij de afwijzing, want de kandidaat-huurder voldoet aan de voorwaarden die eerder zijn gecommuniceerd en de precieze reden voor de afwijzing blijft onduidelijk. Vijf respondenten hebben één of meerdere ervaringen die passen in dit patroon, zowel in contact met particuliere als sociale verhuurders. Zo past het voorbeeld van de respondent die openlijk werd gediscrimineerd in dit patroon. In eerste instantie werd zij afgewezen met een leugen en pas toen zij vasthoudend was, kreeg zij te horen dat de verhuurder bewust discrimineerde. Ook de Marokkaans-Nederlandse respondent die in het citaat hierboven haar vermoedens toelicht, heeft meerdere keren een soortgelijke ervaring gehad. Zij vertelt over de eerste keer dat zij dit meemaakte: Wij hadden op een woning in het centrum gereageerd en wij waren het geworden. Wij waren de enige kijkers. Degene die met ons bezichtigde, zei: “Als jullie willen dan hebben jullie de woning.” Dus wij dachten dat we de woning hadden. Maar toen we onze gegevens op hadden gestuurd, was het ineens van: er wordt naar een afspiegeling gekeken en werden er allemaal van die vage argumenten gebruikt. Dat je niet gelijk kunt zeggen: het is discriminatie. Maar het is gewoon heel raar als je feitelijk wordt afgewezen... op basis van welke gronden? Niet op basis van inkomen, want de papieren waren in orde.
Dan kan het alleen op basis van afkomst zijn, want alle feitelijke zaken waren in orde. Dat was heel raar. 28
Ook een laagopgeleide Surinaams-Nederlandse respondent met twee kinderen, die op zoek was naar een sociale huurwoning, vermoedt dat zij op basis van haar huidskleur is afgewezen voor een woning. Zij was nummer 1 op de lijst voor de woning in een kleine gemeente onder de rook van Rotterdam. Zij dacht dat zij de woning zou krijgen, maar werd telefonisch afgewezen met de volgende toelichting van de verantwoordelijke medewerker: ‘Ik denk niet dat je de woning kunt betalen, omdat je voor deze woning geen huursubsidie krijgt.’ De respondent werkt als zelfstandige en van een jaar ontbraken haar jaarcijfers omdat zij in het buitenland was, maar zij is ervan overtuigd dat haar huidskleur bepalend is geweest voor de afwijzing: Ze wilde het mij gewoon niet geven. Omdat ze mijn foto had gezien, want daarvoor moest ik alleen die papieren sturen. Pas nadat ik een kopie van mijn paspoort had gestuurd, kreeg ik te horen: je kan het niet betalen. Want dat ziet ze kennelijk op mijn voorhoofd geschreven staan. Het is echt niet normaal. Opvallend is dat het in deze gevallen die passen binnen het patroon niet alleen gaat om kleine particuliere verhuurders (met 1 tot 9 woningen in bezit) die naar verwachting sneller zullen discrimineren om risico’s te vermijden omdat zij (financieel) kwetsbaarder zijn dan grote(re) verhuurders.
In ten minste twee gevallen gaat het om nieuwbouwwoningen die werden aangeboden door grote verhuurders met een breed aanbod van sociale, particuliere en koopwoningen. Kandidaten die vermoedelijk op basis van hun etniciteit zijn afgewezen voor een nieuwbouwwoning van een grote verhuurder vermoeden dat het gaat om bepaald beleid vanuit de gemeente en/of de verhuurders. Soms verwijzen makelaars hier ook naar (zoals in bovenstaande citaten over afwijzingen voor een woning in Charlois en in Centrum). Twee andere respondenten hebben ervaren dat witte woningzoekenden die zij kennen, werden voorgetrokken bij het toewijzen van woningen. Beide respondenten stonden op een wachtlijst voor woningen die werden aangeboden door een grote verhuurder, net als een bekende die lager op de lijst stond. Hoe hoger je op de lijst stond, hoe eerder je een beschikbare woning toegewezen zou krijgen. De witte bekenden van beide respondenten kregen echter een woning toegewezen en zij hoorden niets van de verhuurder. Een mbo-opgeleide Surinaams-Nederlandse respondent met een inkomen uit loondienst, die al jaren op zoek is naar een sociale huurwoning voor haarzelf en haar kind, vertelt: Je hebt ook nog clusterwoningen, dat betekent dat er een x aantal mensen op kunnen reageren. En elke keer als er een woning vrijkomt in de wijk - zeggen ze - bieden ze de woning aan de mensen op de ranglijst aan.
Maar daar klopt ook helemaal niets van. Ik ben een keer op 43 geëindigd en een witte vriendin van mij stond boven de 100 op de lijst. En zij heeft nu een huis met een tuin en mij hebben ze nooit iets laten horen. Toen ik belde en die mevrouw van de woningbouw mogelijke redenen gaf waarvan ik wist dat die niet aan de orde waren, dacht ik: is dit dan het bewijs dat er echt wordt gediscrimineerd? Ook respondenten die niet zo’n concrete ervaring hebben, zien wel om zich heen dat witte kennissen veel sneller een woning vinden dan zijzelf. Terwijl deze respondenten op allerlei manieren zoeken naar een woning en reageren op woningen waarvoor zij aan de voorwaarden voldoen. Respondenten ervaren dit zo vaak dat zij denken dat het geen toeval kan zijn. Zij zien het als een bevestiging dat makelaars en verhuurders discrimineren. Een hbo-opgeleide Nigeriaans-Nederlandse respondent met een inkomen uit loondienst, die samen met haar partner op zoek is naar een woning, vertelt: Kortgeleden wilde een nieuwe collega uit de andere kant van het land in Rotterdam komen wonen. Hij heeft letterlijk binnen twee weken een huisje gevonden. En ik ben al een jaar aan het zoeken, hè. Dan denk ik: hoe is dat mogelijk? Hij heeft een 29
vergelijkbaar inkomen als ik. Dat zet je wel aan het denken. Ik heb geen bewijs dat ik zelf gediscrimineerd word, maar ik vind het wel heel grappig hoe dan een witte jongen binnen twee weken wel een huisje vindt in Rotterdam waar zogenaamd een wooncrisis is. En gewoon een hele mooie woning ook. Een andere aanwijzing voor discriminatie die ook in vergelijkbaar onderzoek naar voren komt, is dat respondenten vaak geen reactie krijgen op hun mails of telefoontjes naar makelaars en verhuurders. Een Nigeriaans-Nederlandse respondent die een mbo-opleiding doet, vertelt: Als ik reageerde was het heel vaak: geen reactie. Dat was het vooral. Dan kreeg ik geen antwoord op mijn mail. Ik reageerde soms wel twee of driedubbel, omdat ik dacht: dit is echt perfect voor mij. Maar ik hoorde gewoon niets terug. Enkele respondenten zagen dan, opnieuw in lijn met ander onderzoek, dat de woning nog steeds werd aangeboden of opnieuw beschikbaar kwam. De Marokkaans-Nederlandse respondent die met haar gezin zocht naar een woning in het hogere huursegment wist in een specifiek geval zeker dat zij werd gediscrimineerd: Regelmatig reageer ik op woningen en dan krijg ik geen reactie. Ik word niet uitgenodigd voor een bezichtiging, maar de woningen blijven nog wel een tijdje op de website staan. Bij één woning was het echt pijnlijk. Die werd al lang aangeboden en ik bleef de website checken.
Toen kwam er op een gegeven moment een ‘eerste maand gratis’-actie, terwijl ik gewoon op die woning had gereageerd. Dus ik word niet uitgenodigd en zij zijn actief op zoek naar andere mensen. Klaarblijkelijk had dus niemand gereageerd, maar ik wel, en dan zijn ze zelfs bereid om een maand gratis te geven voor iemand anders. Geen van de respondenten heeft in Rotterdam zelf een praktijktest gedaan om te onderzoeken of er bij non-respons sprake zou kunnen zijn van discriminatie. Eén Nigeriaans-Nederlandse respondent heeft een aantal jaar eerder wel een soort praktijktest gedaan toen zij op zoek was naar een kamer in een andere stad. Zij kreeg nul reacties op haar oproep op pagina’s voor woningzoekenden op sociale media. Toen een witte vriendin precies dezelfde post plaatste, stroomden de reacties binnen enkele minuten binnen. Dit vond zij een hele nare ervaring, die haar vermoeden versterkt dat er ook in Rotterdam wel gediscrimineerd zal worden. Verder hebben drie respondenten discriminatie ervaren tijdens één of meerdere bezichtigingen. Zij werden niet openlijk gediscrimineerd, maar het viel hen op dat witte kandidaten veel meer positieve aandacht kregen van de aanwezige makelaar dan zijzelf en eventuele andere kandidaten van kleur.
Als zij een vraag stelden werd er kortaf gereageerd en er werden soms zelfs kritische vragen gesteld over het al dan niet voldoen aan de voorwaarden. Een alleenstaande hbo-opgeleide MarokkaansNederlandse respondent met een bovenmodaal inkomen uit loondienst voelde zich zeer gediscrimineerd toen zij tijdens een bezichtiging onverwachts door de makelaar werd uitgesloten als kandidaat: De makelaar sprak zeer uitgebreid met de witte kandidaten. Met een stel praatte ze zeker 20 minuten. Het opvallende was dat het stel de woning niet wilde vanwege de kindonvriendelijke trappen, maar ik hoorde hoe de makelaar uit zichzelf aanbood dat het complex 154 woningen heeft en dat ze hen zou benaderen als er een andere geschikte woning zou vrijkomen. Ze had hun dossier en het zou goed komen. Toen de Poolse meneer aan haar vroeg op welk nummer hij stond en dat hij geïnteresseerd was in de woning hoorde ik de makelaar tegen hem zeggen dat hij op nr. 9 stond en dat het geen zin had om zijn dossier in te dienen. De makelaar was kortaf en klonk bot, heel anders dan bij het Nederlandse stelletje. Ik liep toen naar haar toe en wilde mijn 30
interesse voor de woning kenbaar maken. De makelaar vroeg mij daarop heel serieus of ik de woning wilde, wat ik vreemd vond aangezien ik dit al had aangegeven. Ze keek in haar mapje en vertelde dat ik op nr. 6 stond. Ik vond dit vreemd en geloofde het niet, omdat ik direct na de plaatsing van de advertentie had gereageerd. Ik wilde, zoals de regels voorschreven, mijn dossier aan haar overhandigen. Het was immers een vereiste om een compleet dossier mee te nemen en deze in te dienen tijdens de bezichtiging. De makelaar weigerde!!! Ze gaf aan dat ze haar handen vol had met haar eigen mappen en nog een stuk moest lopen naar de auto, en dat het waarschijnlijk toch geen zin had. In de literatuur over discriminatie bij woningverhuur komt naar voren dat verhuurders ook kunnen discrimineren door extra eisen te stellen aan een kandidaat-huurder met een migratieachtergrond. Zij doen dit vermoedelijk om de kandidaat-huurder te ontmoedigen. Slechts één Kameroens-Nederlandse respondent heeft hier een concreet voorbeeld van gegeven. Toen hij op 18-jarige leeftijd naar een kamer zocht, werd de borg ineens verdubbeld. Een witte vriend die een kamer huurde bij dezelfde aanbieder had 500 euro betaald, wat ook in de advertentie stond, en hijzelf moest ineens een borg betalen van 1000 euro. Hij denkt dat dit gebeurde met als doel hem ervan te weerhouden de kamer te accepteren.
Een mogelijke verklaring voor het feit dat het patroon van extra eisen stellen niet vaak voorkomt onder Rotterdamse respondenten is dat zij al eerder in het selectieproces worden uitgesloten, bijvoorbeeld door niet op hun mails te reageren of door de eisen die in een advertentie worden gesteld. Het valt een alleenstaande hbo-opgeleide Nigeriaans-Nederlandse respondent met een inkomen uit loondienst, die langdurig zeer actief op zoek was naar een huurwoning voor zichzelf, op dat er bij een relatief betaalbare woning vaak een zeer hoge borg wordt gevraagd (bijvoorbeeld 3000 euro borg voor een woning met een huurprijs van 700 euro). Zij vraagt zich af of deze eis bedoeld is om mensen met een migratieachtergrond, die vaak geen vermogende ouders hebben die hen financieel kunnen ondersteunen, uit te sluiten. Zij signaleert ook nog een andere manier waarop mensen met een migratieachtergrond worden ontmoedigd om op een woning te reageren: in woningadvertenties op sociale media staat regelmatig ‘no internationals’, wat op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden.
Reacties op discriminatie-ervaringen Zoals hierboven is beschreven, hebben respondenten over het algemeen (sterke) vermoedens en geen bewijzen dat discriminatie een rol speelt bij de toewijzing van huurwoningen in Rotterdam. Meestal zorgt een optelsom van ervaringen ervoor dat de indruk ontstaat dat zij worden gediscrimineerd door makelaars en/of verhuurders. Door het gebrek aan bewijs kunnen respondenten weinig doen om iets aan de situatie te veranderen. Geen enkele respondent heeft dan ook melding gedaan van discriminatie. In de concrete situaties waarin respondenten sterke aanwijzingen hadden dat een afwijzing onrechtmatig was, ondernemen zij logischerwijs het vaakst actie. Een aantal respondenten kiest in die situatie(s) voor een actieve copingstrategie, maar dit doen zij niet allemaal. De Turks-Nederlandse respondent die te maken kreeg met directe discriminatie door een verhuurder via een makelaar (‘deze verhuurder wil niet verhuren aan buitenlanders’), reageerde op een passieve manier en koos (bewust of onbewust) voor vermijding. Zij legt uit: Ik was toen zo flabbergasted, dat ik gewoon zei: ‘Oh, oké, ik hoor het graag als er andere woningen zijn.’ En dat was toen het einde van het gesprek. Naderhand besefte ik pas dat het echt best wel gek was dat dat de reden was dat we niet in aanmerking konden komen voor die woning, want we voldeden aan alle eisen.
Daarna waren we het eigenlijk wel heel erg zat om iets te zoeken in Rotterdam, dus toen zijn we in Schiedam gaan zoeken. Die ervaring was een beetje de laatste druppel. Terugkijkend vindt deze respondent dat zij haar discriminatie-ervaring ergens had moeten melden. Maar zij vertelt dat zij en haar vriend op dat moment veel stress hadden, omdat zij op korte termijn 31
haar woning uit moest, en volledig gefocust waren op het vinden van een woning. Daarbij denkt ze dat zij vier jaar geleden ook niet wist dat je discriminatie kon melden. Een alleenstaande Marokkaans-Nederlandse respondent beschrijft ook dat zij ‘verdwaasd’ was op het moment dat zij door een makelaar werd gediscrimineerd. De makelaar weigerde haar dossier in ontvangst te nemen tijdens een bezichtiging en sloot haar zo uit als kandidaat voor de woning. Haar eerste reactie was weglopen uit de situatie. (Pas later koos zij alsnog voor een actieve copingstrategie en diende een uitgebreide klacht in bij de verhuurder.) Twee mannelijke Nigeriaans-Nederlandse en Kameroens-Nederlandse respondenten kiezen vrij standaard voor een vermijdende strategie. Als zij vermoeden te maken te hebben met discriminatie, kiezen zij ervoor om zich terug te trekken uit de situatie. Eén van hen is zelfs tijdelijk gestopt met zoeken om ‘te voorkomen’ dat hij ‘nog meer momenten van discriminatie’ zou ervaren en last zou krijgen van de gevoelens die dit bij hem oproept. Twee respondenten besloten uiteindelijk om een woning te zoeken buiten Rotterdam, wat ook een vorm van vermijding is. Wanneer het voor respondenten duidelijk was dat makelaars en/of verhuurders afweken van de gebruikelijke toewijzingsprocedure, kozen de meesten voor een actieve copingstrategie.
Zij namen dan telefonisch contact op en vroegen om toelichting. Dit deden de twee respondenten die op een lijst stonden voor een woning, waarna zij ontdekten dat een witte bekende die lager op de lijst stond een woning toegewezen had gekregen. Dit leverde echter geen duidelijke verklaring op, waarna zij zich allebei neerlegden bij de situatie. Drie andere respondenten die op nummer 1 stonden voor een woning, aan de eisen voldeden en deze toch niet kregen toegewezen, hebben een klacht of bezwaar ingediend bij de verhuurder. Zij kozen hiermee voor een polariserende en/of confronterende strategie. De Surinaams-Nederlandse alleenstaande moeder legde zich er vrij snel bij neer dat het indienen van een bezwaar bij de woningcorporatie niets opleverde. Maar de twee hoogopgeleide MarokkaansNederlandse respondenten die voor de tweede of derde keer meemaakten dat zij totaal onverwacht werden afgewezen, besloten om de gang van zaken aan te vechten. Eén van hen kreeg de eerste keer dat zij dit deed een toelichting die haar vermoeden dat zij werd gediscrimineerd alleen maar bevestigde: Na die afwijzing was ik echt over de zeik en heb ik gebeld en gezegd: ik wil nu iemand spreken van het management, die uitlegt hoe dit werkt.
Ik voldoe aan alle eisen [en ik sta op nummer 1], waarom ben ik het niet geworden? Nou, lang verhaal kort, kwam het erop neer dat zij aangaven dat zij bij vrijesectorwoningen mogen beslissen wie een woning krijgt toegewezen en dat zij niet transparant hoeven te zijn over de afweging die zij hebben gemaakt. Zij zeiden gewoon: ‘Het kan zijn dat jij de eerste was en dat we toch iemand anders hebben gekozen en we hoeven daar geen reden voor op te geven. Dit is dus het beleid. Eigenlijk gaven ze gewoon aan: ‘Het is heel subjectief, wij bepalen wie hier komt wonen.’ Toen zij dit nog eens meemaakte, heeft ze opnieuw gebeld en benadrukt dat zij ‘de onderste steen boven zou halen’. Ook de andere respondent heeft na zo’n ervaring telefonisch gecommuniceerd dat zij zich niet bij de beslissing zou neerleggen en bewijs zou verzamelen dat er niet rechtmatig was gehandeld. Opvallend en een mogelijke bevestiging dat er sprake was van discriminatie is dat beide respondenten vervolgens geen werk hoefden te maken van de klachtenprocedure. De één kreeg de betreffende woning alsnog toegewezen en de ander kreeg een vergelijkbare woning aangeboden. Een actieve copingstrategie die een groot deel van de respondenten inzet, is het zoeken van steun bij bekenden. Tenminste vijf respondenten delen hun ervaringen bijvoorbeeld met andere woningzoekenden en met vrienden.
De helft van de respondenten geeft hierbij wel aan dat discriminatie een onderwerp is waarover zij niet veel praten, ook al weten zij dat ook anderen hiermee te maken krijgen. Redenen die zij hiervoor noemen zijn dat zij met vrienden liever praten over ‘luchtigere’ onderwerpen en dat dit soort ervaringen niet passen bij hun zelfbeeld van succesvolle 32
Rotterdammer/Nederlander. Tenslotte zetten respondenten door deel te nemen aan dit onderzoek (indirect) de actieve strategie hervormen in. Zij willen bijdragen aan de aanpak van discriminatie bij woningverhuur, omdat zij vinden dat er (hoognodig) verandering moet komen en het wel of niet hebben van een migratieachtergrond geen rol zou moeten spelen bij de toewijzing van huurwoningen.
Impact van discriminatie-ervaringen Respondenten die binnen een bepaalde tijd een woning moesten vinden en hier vermoedelijk onder invloed van discriminatie niet in slaagden, ervoeren veel stress. Twee respondenten hadden te maken met deze tijdsdruk en een andere respondent had door persoonlijke omstandigheden geen eigen woonruimte. Zij vertellen dat zij in die periode zeer gefocust waren op het vinden van een geschikte woning. Andere geïnterviewde respondenten hadden al woonruimte en stonden minder onder druk bij het zoeken. In een aantal gevallen was er wel sprake van een financiële druk om een nieuwe woning te vinden, omdat de woonlasten van de huidige woning te hoog waren om langdurig te kunnen betalen. In onderzoek komt naar voren dat juist de twijfel over of er wel of geen sprake is van discriminatie veel mentale energie kost, omdat mensen niet weten waar ze aan toe zijn. De Marokkaans-Nederlandse respondent met een gezin beschrijft de onzekerheid die vermoedens van discriminatie bij woningverhuur met zich meebrengt: Er worden zulke hoge eisen gesteld en mensen bepalen dan over jouw lot, zonder dat je ergens op kunt terugvallen. Je kunt niks. Dat maakt best wel onzeker ook. Het is niet makkelijk om in Rotterdam een woning te vinden. Bij haar en een aantal andere respondenten leidt deze afhankelijkheid tot gevoelens van machteloosheid.
Wanneer respondenten in een specifieke situatie het idee of de zekerheid hadden gediscrimineerd te worden, riep dit bij allemaal ook boosheid op. Zeker respondenten die in Rotterdam zijn geboren ervaren het als zeer onrechtvaardig dat zij geen woning kunnen vinden in de stad. De respondent die direct werd gediscrimineerd en vervolgens een woning ging zoeken in Schiedam beschrijft het verschil tussen haar en haar vriend: ‘Mijn vriend werd naderhand heel boos. Hij dacht op een gegeven moment: ik ben opgegroeid in Rotterdam, waarom kan ik geen woning vinden hier?!’ Positief aan gevoelens van boosheid is dat die kunnen aanzetten tot actie. De twee respondenten die besloten werk te maken van een afwijzing die zij als discriminerend ervoeren, noemen dat hun boosheid over de onrechtvaardige gang van zaken een stimulans was om de situatie niet te accepteren. Na of gelijktijdig met de gevoelens van boosheid ervaren de meeste respondenten gevoelens van teleurstelling. Het ervaren of vermoeden van discriminatie doet pijn. In de woorden van een hbo-opgeleide NigeriaansNederlandse respondent: ‘Als mensen niet verder kijken dan mijn kleur, is dat gewoon pijnlijk. Ze geven mij geen kans.’ Alle respondenten ervaren naast discriminatie bij het zoeken naar een huurwoning in meer of mindere mate ook discriminatie in andere situaties.
Respondenten vertellen dat zij onder andere discriminatie ervaren bij het zoeken naar werk, op de werkvloer, in het onderwijs en op straat. Enkele zwarte respondenten zeggen dat zij zich niet meer laten raken door discriminatie en racisme in het dagelijks leven. Zij hebben hier zo vaak mee te maken gekregen dat het in de woorden van één van hen is ‘genormaliseerd’. Een Surinaams-Nederlandse alleenstaande moeder die zocht naar een sociale huurwoning legt dit uit: ‘Je let er niet meer op en stoort je er niet meer aan. Dat is alles wat je kunt doen. Anders word je gek. Dan kun je alleen maar boos worden, en dat is zonde.’ Een NigeriaansNederlandse studerende respondent vertelt dat hij inmiddels weet dat racisme niets over hemzelf zegt: ‘Daarom doet het me ook niet zoveel meer. Vroeger wel heel erg, toen ging ik denken: is er iets mis met mij ofzo? Maar tegenwoordig heb ik dat niet meer.’
33
Strategieën om toch een woning te vinden Respondenten blijven grotendeels zoeken naar een woning op de gebruikelijke manieren. Zeker respondenten die op zoek zijn naar een sociale huurwoning hebben geen keus dan op de reguliere manier te blijven reageren in de hoop dat hun zoektocht op een gegeven moment toch een woning oplevert. In de verhalen van respondenten die zoeken naar een particuliere huurwoning komt naar voren dat zij de verbindende copingstrategie inzetten om daarmee discriminatie in de vorm van nonrespons te proberen te voorkomen. Een aantal respondenten dat accentloos Nederlands praat, vertelt dat zij bewust telefonisch contact opnemen met makelaars in plaats van mailen. Daarmee denken zij de kans te vergroten dat zij een woning mogen bezichtigen. Een Nigeriaans-Nederlandse vrouwelijke respondent die in een callcenter heeft gewerkt, legt uit: Toen zeiden mensen altijd van: wat praat je goed Nederlands of ABN of je hebt geen sterk accent. Dat vinden ze dan fijn. En dat maakt het voor de mensen wat toegankelijker ofzo. Terwijl als ze alleen een foto van mij zouden zien en niet mijn stem zouden horen, dan komen er allerlei soorten vooroordelen naar voren. En dat is hetzelfde in contact met makelaars. Dus als ik een organisatie die woningen verhuurt spreek dan wordt mijn kans ietsje vergroot.
Maar als ik ze niet spreek en alleen een formulier moet invullen of een foto moet sturen met een motivatie, dan hoor ik of helemaal niks terug of ik word niet uitgenodigd. Verder vertellen de meeste respondenten dat zij via bekenden in contact proberen te komen met verhuurders. Vrienden of kennissen bevelen hen dan aan als huurders, soms als nieuwe huurders voor de woning van die contacten, en dan lukt het vaker om ertussen te komen. Daarnaast zegt één mannelijke respondent dat hij van plan is om bij het zoeken naar een volgende huur- of koopwoning te gaan reageren met de Nederlands klinkende naam van zijn vriendin. Tenslotte hebben twee respondenten in reactie op sterke vermoedens van discriminatie de confronterende copingstrategie ingezet, zoals hierboven is beschreven. Tot hun eigen verbazing bleek dit een succesvolle manier om alsnog een woning toegewezen te krijgen.
34
7. Resultaten interviews: voorbeelden discriminatie-ervaringen op andere gronden In dit hoofdstuk bespreken we de discriminatie-ervaringen van respondenten die discriminatie ervaren op een andere grond dan etniciteit. Er zijn slechts een aantal respondenten geïnterviewd die discriminatie ervaren op andere gronden: twee over discriminatie op grond van fysieke beperking, één over discriminatie vanwege een psychische kwetsbaarheid en één over discriminatie op grond van seksuele oriëntatie. Vanwege het kleine aantal interviews is het niet mogelijk om deze interviews apart te analyseren. Om toch enig inzicht te geven in de discriminatie-ervaringen van deze respondenten beschrijven wij hun ervaringen hieronder.
Voorbeelden discriminatie-ervaringen vanwege fysieke beperking Twee geïnterviewde respondenten ervaren indirecte discriminatie vanwege hun fysieke beperking. Het gaat in beide gevallen om witte vrouwen en de combinatie van inkomen en beperking is (op een zeer verschillende manier) bepalend voor hun mogelijkheden. Ook de samenstelling van het huishouden en leeftijd spelen in één geval een duidelijke rol. De eerste respondent met een beperking is een witte hbo-opgeleide vrouw. Zij zit in een rolstoel. Zij is alleenstaand en leeft van een inkomen uit een uitkering. Haar sociale huurwoning wordt gerenoveerd en zij kan na renovatie niet terugkeren, omdat de huurprijs dan aanzienlijk hoger zal zijn (de sociale huurwoning wordt een vrijesectorhuurwoning). Zij heeft de urgentiestatus, maar slaagt er niet in om een sociale huurwoning te vinden die geschikt is voor haar als rolstoelgebruiker. Zij vroeg haar verhuurder (tevergeefs) om hulp bij het zoeken naar een geschikte woning, omdat woningcorporaties in advertenties niet alle informatie delen die voor rolstoelgebruikers noodzakelijk is om te beoordelen of een woning toegankelijk is of niet. Zij ervaart discriminatie op grond van haar beperking in combinatie met haar inkomen. Zij heeft verschillende woningen aangeboden gekregen, maar deze zijn niet geschikt voor iemand met een rolstoel.
Bij alle aangeboden woningen zouden er een groot aantal aanpassingen gedaan moeten worden om deze toegankelijk te maken. De opsomming van aanpassingen is lang: onder andere het verhogen van de stoep voor het portiek, de buitendeur elektrisch maken, een aantal bellen lager plaatsen, de liftdeur langer open laten blijven, de galerij verbreden, een invalidenheuvel plaatsen voor de woning, de intercom verlagen, de gangen en deurposten in de woning verbreden en aanpassingen doen in de keuken, wc, badkamer en slaapkamer. Als rolstoelgebruiker heeft deze respondent een relatief grote woning nodig, alleen er worden geen geschikte woningen aangeboden met een huurprijs die zij kan betalen. Bij woningcorporaties betekent passend toewijzen dat kandidaat-huurders aan de inkomensvoorwaarden voldoen, waarbij geen rekening wordt gehouden met factoren zoals een beperking die iemands (financiële) mogelijkheden beïnvloeden. Er is tijdsdruk, want de woningcorporatie heeft haar laten weten dat zij haar woning binnen zes maanden moet verlaten. Ten tijde van het interview is zij al ruim vijf maanden aan het zoeken. De tweede respondent met een beperking is een witte mbo-opgeleide vrouw, die samenwoont met haar partner en volwassen zoon. Zij werkt in loondienst. Deze respondent heeft een chronische ziekte en haar mobiliteit neemt in hoog tempo af.
Zij heeft een scootmobiel nodig en een (trap)lift, maar dit is niet mogelijk in haar huidige woning. Zij ervaart discriminatie op grond van haar beperking, omdat het haar niet lukt om een nieuwe woning te vinden. Deze respondent heeft de indruk dat er geschikte woningen beschikbaar zijn, maar de uiteenlopende voorwaarden om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning en/of een particuliere huurwoning zijn in haar 35
geval het knelpunt. Met het gezamenlijke inkomen van haar en haar vriend kunnen zij een vrijesectorhuurwoning betalen, alleen door een financiële schuld van haar vriend voldoen zij niet aan de voorwaarden. Voor een sociale huurwoning verdienen zij samen te veel. De respondent zou alleen wel in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar zij krijgt geen urgentiestatus omdat een chronische ziekte hier geen aanleiding voor is. Mocht zij wel kunnen reageren op een sociale huurwoning dan is een mogelijk knelpunt dat regelmatig alleen mensen van 55 jaar en ouder zonder thuiswonende kinderen in aanmerking voor woningen met een lift en ruimte voor een scootmobiel.
Voorbeeld discriminatie-ervaring vanwege psychische kwetsbaarheid Een geïnterviewde respondent ervaart directe discriminatie vanwege haar psychische kwetsbaarheid. Het gaat om een witte vrouw, bij wie vermoedelijk haar inkomen uit een uitkering en alleenstaand moederschap naast haar beperking invloed hebben op haar ervaring. De respondent met een psychische kwetsbaarheid is een witte mbo-opgeleide alleenstaande moeder. Zij leeft van een inkomen uit een uitkering. Deze respondent heeft een psychische kwetsbaarheid en als ondersteuning een assistentiehond. Zij heeft gereageerd op een sociale huurwoning die aan haar wensen voldoet en staat op nummer 1. Zij voldoet aan alle eisen om in aanmerking te komen voor de woning. Tijdens het intakegesprek met een woonconsulent van een kleinschalige woningcorporatie kreeg zij te maken met directe discriminatie. Nadat zij open was geweest over haar psychische problematiek weigerde de woningcorporatie om haar de woning toe te wijzen. De woonconsulent probeerde haar tijdens het intakegesprek met allerlei mogelijke praktische bezwaren te ontmoedigen om de woning te accepteren en vroeg om extra informatie over haar woonverleden en haar psychische kwetsbaarheid. De respondent was bang dat zij de woning niet zou krijgen als zij niet zou toestaan dat de woningcorporatie de aanvullende informatie kreeg.