21bb14819 Bijlage 3 behorende bij 21bb14816 over rapport RADAR Discriminatie - ervaringen woningzoekenden in Rotterdam 2021
Tekst van het document
Sterke vermoedens, maar geen bewijs Discriminatie-ervaringen van woningzoekenden in Rotterdam
Met dank aan de respondenten die hun ervaringen met ons wilden delen.
RADAR, oktober 2021 Dit rapport is geschreven in opdracht van de gemeente Rotterdam. Tekst Inte van der Tuin en Milynn Koene
RADAR, bureau voor gelijke behandeling, tegen discriminatie Grote kerkplein 5, 3011 GC Rotterdam 010 411 39 11 | info-rotterdam@radar.nl www.radar.nl 1
Het lastige is dat het altijd vermoedens zijn. En omdat je het er dan met anderen over hebt, weet je wel dat het speelt. Maar van veel situaties kun je er niks van zeggen, omdat je het niet weet. De situaties waarover ik vertelde, waren echt wel heel concreet, maar tegelijkertijd was het heel lastig om aan te tonen omdat ze geen expliciete aanwijzing geven. Ze zeggen niet zoiets als: ‘We willen geen migranten of kinderen van migranten.’ Dat krijg je niet te horen. Respondent over discriminatie bij woningverhuur
2
Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................... 5 1.
Inleiding ............................................................................................................................................ 7 Recht op huisvesting ............................................................................................................................ 7 Toename ervaren discriminatie bij woningverhuur? ........................................................................... 7 Behoefte aan kennis over perspectief woningzoekenden ................................................................... 8 Doel- en vraagstelling van dit onderzoek............................................................................................. 9 Leeswijzer ............................................................................................................................................. 9
2.
Aanpak van het onderzoek ............................................................................................................ 10 Onderzoeksmethoden........................................................................................................................ 10 Werving respondenten ...................................................................................................................... 10 Representativiteit ............................................................................................................................... 11 Intersectionaliteit ............................................................................................................................... 11
3.
Literatuurstudie: discriminatie bij woningverhuur ........................................................................ 12 Directe en indirecte discriminatie bij woningverhuur ....................................................................... 12 Discriminatie door particuliere verhuurders ..................................................................................... 13 Discriminatie door woningcorporaties .............................................................................................. 14
4.
Theoretisch kader: discriminatie-ervaringen van woningzoekenden............................................ 16 Mensen die directe discriminatie bij woningverhuur ervaren .......................................................... 16 Vormen van directe discriminatie bij woningverhuur ....................................................................... 18 Mensen die indirecte discriminatie bij woningverhuur ervaren ....................................................... 19 Impact van discriminatie .................................................................................................................... 19 Omgaan met discriminatie ................................................................................................................. 20
5.
Resultaten vragenlijst: discriminatie-ervaringen van woningzoekenden ...................................... 22 Selectie voor deze analyse ................................................................................................................. 22 Kenmerken respondenten ................................................................................................................. 22 Discriminatiegronden ......................................................................................................................... 23 Copingstrategieën en meldingsbereidheid ........................................................................................ 24 Discriminatie op andere terreinen ..................................................................................................... 24 Algemene perceptie van discriminatie op de woningmarkt .............................................................. 24 Ervaringen van respondenten buiten de selectie .............................................................................. 25
6.
Resultaten interviews: analyse discriminatie-ervaringen op grond van migratieachtergrond ..... 26 Kenmerken respondenten ................................................................................................................. 26 Discriminatie-ervaringen van respondenten ..................................................................................... 27 Reacties op discriminatie-ervaringen................................................................................................. 31 Impact van discriminatie-ervaringen ................................................................................................. 33 3
Strategieën om toch een woning te vinden ....................................................................................... 34 7.
Resultaten interviews: voorbeelden discriminatie-ervaringen op andere gronden ..................... 35 Voorbeelden discriminatie-ervaringen vanwege fysieke beperking ................................................. 35 Voorbeeld discriminatie-ervaring vanwege psychische kwetsbaarheid ........................................... 36 Voorbeeld discriminatie-ervaring vanwege seksuele oriëntatie ....................................................... 36 Reflectie op geworven respondenten ................................................................................................ 37
8.
Conclusie ........................................................................................................................................ 38
9.
Literatuurlijst .................................................................................................................................. 40
Bijlage 1: online vragenlijst .................................................................................................................... 42 Bijlage 2: vragenlijst interviews.............................................................................................................. 46
4
Samenvatting Een woning vormt de basis om een bestaan op te bouwen. Mensen hebben het recht om gelijk te worden behandeld bij het zoeken naar een huis. Dat zij hierbij niet gediscrimineerd mogen worden, is vastgelegd in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Recent zijn diverse onderzoeken gepubliceerd die discriminatie op grond van etnische achtergrond door verhuurders en makelaars aantonen. Er is echter nog zeer weinig kennis over de concrete ervaringen van mensen die op zoek zijn naar een huurwoning in de sociale of de vrije sector en (vermoeden) te maken (te) hebben met discriminatie door makelaars en verhuurders. Dit was aanleiding voor RADAR om een verkennend onderzoek uit te voeren. Dit verkennende onderzoek naar discriminatie-ervaringen van woningzoekenden in Rotterdam draait om de vraag hoe ervaringen en vermoedens van discriminatie bij woningverhuur eruitzien en hoe woningzoekenden erop reageren. Om inzicht te geven in de ervaringen van woningzoekenden is literatuuronderzoek gedaan, een online vragenlijst uitgezet en zijn interviews uitgevoerd met 12 huurders die op zoek zijn of recent op zoek waren naar een huurwoning in Rotterdam en hierbij discriminatie (hebben) ervaren of vermoed(d)en. Het bleek een uitdaging om respondenten te vinden voor dit onderzoek.
Vermoedelijk heeft dit onder meer te maken met het feit dat discriminatie bij woningverhuur vaak lastig te herkennen en te bewijzen is. In de onderzoeksanalyse ligt de nadruk op discriminatie-ervaringen op grond van etniciteit, omdat slechts enkele woningzoekenden ervaringen deelden met discriminatie op grond van fysieke beperking, psychische kwetsbaarheid, seksuele oriëntatie en gender. Zowel in de resultaten van de vragenlijst als van de interviews komt naar voren dat met name woningzoekenden met een migratieachtergrond discriminatie ervaren op grond van hun etniciteit. Voor de analyse van de resultaten van de vragenlijst is een selectie gemaakt van 49 respondenten die de afgelopen twee jaar een sociale of vrijesectorhuurwoning zoeken of zochten in Rotterdam of de omgeving van Rotterdam. Van deze selectie hebben 39 respondenten (80%) weleens geen reactie gehad of zijn afgewezen voordat of nadat zij een huurwoning hadden bezichtigd, waarvan de meeste respondenten (36, gelijk aan 92%) vermoeden dat deze afwijzing te maken had met discriminatie. 26 (72%) van deze afgewezen respondenten ervaren discriminatie op grond van etniciteit. Respondenten onderbouwen hun vermoedens onder andere met zelf uitgevoerde praktijktesten, ervaringen tijdens bezichtigingen en met de beschrijving van een patroon dat ook in onderzoek in andere landen naar voren komt.
Dit patroon is als volgt: een respondent met een migratieachtergrond komt in aanmerking voor een woning en plotseling is de woning niet meer beschikbaar, maar deze wordt later nog steeds aangeboden. Omdat respondenten meestal niet kunnen bewijzen dat zij worden gediscrimineerd, maakt slechts een deel van hen dit bespreekbaar bij de betrokken makelaar en verhuurder. Het merendeel van de respondenten denkt dat particuliere verhuurders vaak of soms discrimineren en dat discriminatie in iets mindere mate voorkomt bij woningcorporaties. De analyse van de interviews met respondenten die discriminatie ervaren vanwege migratieachtergrond is gebaseerd op 8 interviews en 1 zeer uitgebreid beschreven ervaring van een respondent van de vragenlijst. Alle geïnterviewde respondenten hebben de Nederlandse nationaliteit. Relatief veel geïnterviewde respondenten zijn vrouw (9 van de 12) en hoogopgeleid (de helft is hbo- of wo-opgeleid). Op één na zijn de respondenten niet openlijk gediscrimineerd door makelaars en verhuurders. Zij hebben geen bewijs dat er sprake is van discriminatie, omdat zij geen inzicht krijgen in de afwegingen die worden gemaakt bij de selectie van kandidaat-huurders. Hun vermoeden dat zij worden gediscrimineerd is allereerst gebaseerd op het feit dat zij vaak geen reactie krijgen wanneer zij mailen of bellen over een aangeboden woning.
Daarnaast ziet een deel van de respondenten om zich heen dat witte woningzoekenden die op hen lijken (in veel opzichten, 5
behalve in etniciteit) veel gemakkelijker een woning vinden dan zijzelf. Een aantal respondenten heeft meegemaakt dat witte bekenden op een wachtlijst voor een huurwoning een voorkeursbehandeling kregen en andere respondenten merkten op dat witte woningzoekenden tijdens bezichtigingen meer positieve aandacht kregen van makelaars. Tenslotte komt het patroon uit eerder onderzoek naar voren in de ervaringen van woningzoekenden met een migratieachtergrond in Rotterdam. Een aantal van hen heeft meegemaakt dat een woning beschikbaar was, dat zij voldeden aan de voorwaarden en van de makelaar te horen kregen dat alles in orde zou komen. Vervolgens hoorden zij niets meer en/of werden totaal onverwacht afgewezen. Daarbij kregen zij geen duidelijke toelichting op de gang van zaken. Dit overkwam ook een aantal respondenten dat bovenaan de lijst van kandidaat-huurders stond. Omdat zij aan alle gestelde voorwaarden voldeden en geen duidelijke verklaring kregen voor de afwijzing, zijn zij ervan overtuigd dat er sprake is van discriminatie vanwege hun migratieachtergrond. Door het gebrek aan bewijs voor discriminatie kunnen geïnterviewde respondenten weinig doen om iets aan de situatie te veranderen. De ervaren of vermoede discriminatie leidt over het algemeen tot stress en gevoelens van machteloosheid.
Zeker wanneer er tijdsdruk is omdat een respondent de huidige woning moet verlaten, geeft het niet kunnen vinden van een geschikte woning veel spanning. Respondenten doen er dan ook alles aan om een woning te vinden en stoppen geen energie in het bewijzen van discriminatie. Geen enkele geïnterviewde respondent heeft de ervaren discriminatie gemeld bij een antidiscriminatiebureau. In de situaties waarin respondenten sterke aanwijzingen hadden dat er onrechtmatig werd gehandeld, ondernamen zij logischerwijs het vaakst actie. Verschillende respondenten hebben per telefoon of mail contact opgenomen met een makelaar of verhuurder om een toelichting te vragen op de procedure. Drie respondenten hebben een klacht of bezwaar ingediend na een afwijzing die zij als discriminatie ervoeren. De reacties van respondenten leverden in geen van de gevallen bewijs op dat discriminatie geen rol speelde. Het feit dat twee vasthoudende respondenten die in eerste instantie waren afgewezen alsnog een woning toegewezen kregen, lijkt te bevestigen dat er door de betreffende makelaars of verhuurders werd gediscrimineerd. Vaak hebben woningzoekenden echter geen andere keus dan doorgaan met zoeken.
6
1. Inleiding Recht op huisvesting ‘Housing is the cornerstone to life and human well-being. Home is so much more than four walls and a roof. It is somewhere to live in peace, security and dignity. Although it is increasingly being treated as a commodity, housing is a fundamental human right.’ Wonen is een grondrecht, benadrukt Leilani Farha, voormalig Speciaal rapporteur voor het recht op huisvesting van de Verenigde Naties, in bovenstaand citaat. Deze in Nederland relatief nieuwe visie wordt ook gedeeld en uitgedragen door het College voor de Rechten van de Mens. Huisvesting is een mensenrecht en de overheid is hiervoor verantwoordelijk.1 Daarnaast hebben mensen het recht om gelijk te worden behandeld bij het zoeken naar een huis. Zij mogen hierbij niet worden gediscrimineerd, welk recht in Nederland is vastgelegd in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Een woning vormt de basis om een bestaan op te bouwen. Dit betekent dat ongelijke kansen op de woningmarkt ook weer een negatieve invloed hebben op kansen op andere levensdomeinen, zoals de arbeidsmarkt en het onderwijs. De sociaaleconomische positie is zeer bepalend voor de kansen van woningzoekenden. Zeker in de huidige zeer krappe woningmarkt in Rotterdam (en de rest van het land), vinden woningzoekenden met een laag en middeninkomen moeilijk een geschikte huurwoning.
Dit heeft in eerste instantie te maken met (landelijk) woonbeleid en niet met discriminatie. Overal in het land is sprake van gentrificatie: de opwaardering van stadswijken door op verschillende manieren - groot- en kleinschalig - bewoners aan te trekken met een hogere sociaaleconomische positie. In samenspel met dit beleid zijn het makelaars en verhuurders die bepalen wie kans maakt op een huurwoning en wie niet. De gemeente Rotterdam investeert in de aanpak van discriminatie bij woningverhuur. Sinds 2018 staat dit onderwerp bij de gemeente op de agenda. Rotterdam maakt deel uit van een van de pilots van de Rijksoverheid rondom Goed Verhuurderschap, dat onder andere als doel heeft om stevig in te zetten op discriminatiebestrijding bij particuliere verhuur. Daarom is er in het Rotterdamse actieplan Goed Huren en Verhuren aandacht voor discriminatie en is de aanpak ervan ook een van de actiepunten in het intensiveringsplan ‘Rotterdam tegen Racisme 2020-2022’.2 Dit onderzoek is een onderdeel van de pilot Goed Verhuurderschap, fase 3/4 (2021).
Toename ervaren discriminatie bij woningverhuur? Recent zijn diverse onderzoeken gepubliceerd die discriminatie op grond van etnische achtergrond door verhuurders en makelaars aantonen. 3 Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS)
1 Farha signaleert echter dat overheden hun verantwoordelijkheid niet nemen en deze juist van zich
afschuiven. Huisvesting wordt regelmatig aan de markt overgelaten en woningen worden hierdoor handelswaar waaraan investeerders veel geld verdienen. Soudagar, R. (2021). ‘Elke huurder zou moeten uitzoeken wie zijn huis bezit.’ OneWorld. 2 Gemeente Rotterdam (2020). Rotterdam tegen Racisme 2020-2022. Intensiveringsplan Relax. Dit is Rotterdam en Black Lives Matter. En: Gemeente Rotterdam (2020). Actieplan Goed Huren en Verhuren in Rotterdam. 3 Hoogenbosch, A. en B. Fiere (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR. En: Hoogenbosch, A. en A. Dibbets (2020). ‘Normale verhuurders willen gewoon normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR. En: Dibbets, A., L. Jak en A. Hoogenbosch (2020). Discriminatie bij woningverhuur in Rotterdam: een praktijktest. Rotterdam: RADAR.
7
concludeert dan ook dat er in Nederland sprake is van institutioneel racisme4 op de woningmarkt. Het rapport Ervaren discriminatie in Nederland II, een representatief onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), laat een grote toename van ervaren discriminatie op de huurwoningmarkt zien. Veel meer mensen die een huurwoning zochten ervoeren in 2018 discriminatie dan vijf jaar daarvoor: maar liefst één op de drie vermoedt dat er sprake was van discriminatie bij het selectieproces. Mensen met een migratieachtergrond ervaren vaker discriminatie bij woningverhuur dan mensen zonder migratieachtergrond. Verder heeft één op de vijf mensen die contact hadden met een woningcorporatie of een andere woningverhuurder het vermoeden te zijn gediscrimineerd door deze instantie.5 In de speeches die werden gehouden tijdens de protesten van Black Lives Matter in 2020 wordt discriminatie op de woningmarkt ook vaak genoemd, in combinatie met discriminatie op de arbeidsmarkt. Ondanks de aandacht voor het onderwerp en de ervaren discriminatie is het aantal meldingen bij antidiscriminatiebureaus over discriminatie op de woningmarkt laag. In 2020 steeg het aantal meldingen over discriminatie bij huisvesting landelijk wel, maar slechts een deel hiervan gaat over discriminatie bij woningverhuur.
De meldingen hierover betreffen vaak afwijzingen voor een sociale of vrijesectorhuurwoning vanwege migratieachtergrond, seksuele oriëntatie of een ander kenmerk. Soms ging het om expliciete discriminatie en in andere gevallen om een vermoeden van de melder. 6 Een mogelijke verklaring voor de lage meldingsbereidheid is dat het moeilijk is om discriminatie bij de selectie voor een woning te herkennen en te bewijzen. Vaak vermoeden woningzoekenden dat zij worden gediscrimineerd, maar kunnen zij dit niet hard maken.7
Behoefte aan kennis over perspectief woningzoekenden Tot op heden is er weinig (kwalitatief) onderzoek uitgevoerd naar discriminatie-ervaringen van woningzoekenden. In Nederland is er zeer weinig kennis over de ervaringen van mensen die op zoek zijn naar een huurwoning in de sociale of de vrije sector en (vermoeden) te maken (te) hebben met discriminatie door makelaars en verhuurders. Terwijl inzicht in het perspectief van (kandidaat)huurders noodzakelijk is voor het vormen van een compleet beeld van (mogelijke) discriminatie bij woningverhuur. Daarom heeft RADAR voorliggend verkennend onderzoek uitgevoerd naar discriminatie-ervaringen van woningzoekenden in Rotterdam. Het onderzoek vormt een eerste verkenning van de ervaringen van woningzoekenden en is gericht op de gehele huursector in Rotterdam. Discriminatie-ervaringen van mensen op zoek naar een sociale én naar een particuliere huurwoning zijn in het onderzoek meegenomen. De focus van het onderzoek ligt op discriminatie in de zoekfase. Huurders kunnen ook op andere momenten worden gediscrimineerd door een verhuurder, bijvoorbeeld in de periode dat zij een woning huren of bij het vertrek uit een woning, maar dit onderzoek gaat niet in op deze ervaringen. Tenslotte draait het onderzoek om ervaren discriminatie. De discriminatie-ervaringen van woningzoekenden en hun onderbouwingen hiervoor staan centraal.
De juistheid van de ervaringen is niet getoetst bij andere betrokkenen en het is niet 4 Felten e.a. (2021). Institutioneel racisme in Nederland. Literatuuronderzoek naar de aanwijzingen voor
institutioneel racisme op de domeinen arbeidsmarkt, woningmarkt, onderwijs en politie. Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving. Institutioneel racisme wordt door KIS als volgt gedefinieerd: ‘De term ‘institutioneel racisme’ heeft betrekking op racisme dat is ingebed in instituten: dat kunnen concrete organisaties zijn (zoals een bedrijf, een school, of een uitkeringsinstantie), maar ook een institutioneel veld, zoals de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg of het onderwijs. Institutioneel racisme betekent dat de processen, het beleid en de (geschreven en ongeschreven) regels van instituten leiden tot structurele ongelijkheid tussen mensen met verschillende achtergrond, huidskleur of religie.’ 5 Andriessen, I. e.a. (2020). Ervaren discriminatie in Nederland II. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. 6 Bon, S. van, B. Fiere en N. de Wit (2021). Discriminatiecijfers in 2020. Een rapport over registraties van discriminatie-incidenten door de politie, en meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen en andere organisaties in Nederland. 7 Andriessen, I. en K. Wittebrood (2021). Discriminatie op de woningmarkt. Een praktijkgericht onderzoek naar de aanpak van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
8
bekend of er ook in juridische zin sprake is van discriminatie (mocht er bewijs gevonden kunnen worden).8
Doel- en vraagstelling van dit onderzoek Dit onderzoek heeft twee doelen: 1) Inzicht geven in discriminatie-ervaringen en vermoedens van discriminatie van woningzoekenden op de huurwoningmarkt in Rotterdam; 2) Copingstrategieën van woningzoekenden en individuele impact van discriminatie bij woningverhuur inzichtelijk maken. Dit onderzoek geeft hiermee antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 1) 2) 3) 4)
Op welke gronden ervaren woningzoekenden discriminatie bij woningverhuur? In welke vormen komt discriminatie bij woningverhuur voor? Welke copingstrategieën zetten woningzoekenden in die discriminatie ervaren? Welke individuele impact heeft discriminatie bij woningverhuur?
Leeswijzer In hoofdstuk 2 lichten wij de aanpak van dit onderzoek naar discriminatie-ervaringen van woningzoekenden toe. In hoofdstuk 3 besteden wij aandacht aan wat er bekend is over discriminatie bij woningverhuur. Hoofdstuk 4 vormt het theoretisch kader van dit onderzoek, waarin wij beschrijven wat bekend is over de ervaringen van woningzoekenden met discriminatie. In hoofdstuk 5 bespreken we de resultaten van de digitale vragenlijst over discriminatie bij woningverhuur. In hoofdstuk 6 staat de analyse centraal van de interviews met respondenten die discriminatie ervaren vanwege hun migratieachtergrond. In hoofdstuk 7 bespreken we de discriminatie-ervaringen van respondenten die discriminatie ervaren op een andere grond dan etniciteit. Tenslotte ronden wij af met een conclusie.
8 In Ervaren discriminatie in Nederland II (2020) reflecteren Andriessen e.a. op het belang van onderzoek naar
ervaren discriminatie en het verschil tussen ervaren discriminatie en feitelijke discriminatie, zie: p.21-24.
9
2. Aanpak van het onderzoek Dit onderzoek is gebaseerd op literatuuronderzoek, de resultaten van een digitale vragenlijst die online is uitgezet en interviews met 12 huurders die op zoek zijn of recent op zoek waren naar een huurwoning in Rotterdam en hierbij discriminatie (hebben) ervaren of vermoed(d)en. Hieronder wordt de onderzoeksaanpak toegelicht.
Onderzoeksmethoden Allereerst is literatuuronderzoek gedaan om meer inzicht te krijgen in discriminatie bij woningverhuur en de ervaringen van woningzoekenden. De resultaten van dit literatuuronderzoek vormen het theoretisch kader dat ingaat op wat bekend is over de kenmerken en discriminatiegronden waarop woningzoekenden discriminatie kunnen ervaren, hoe discriminatie tot uiting komt en hoe woningzoekenden erop reageren. Daarnaast is een digitale vragenlijst uitgezet, gericht op woningzoekenden in Rotterdam. Door middel van deze vragenlijst zijn woningzoekenden bevraagd over onder andere of discriminatie (mogelijk) een rol speelde bij afwijzingen voor een huurwoning die zij hebben meegemaakt, op basis van welke kenmerken zij mogelijk zijn gediscrimineerd, hoe zij met deze ervaring(en) zijn omgegaan en hoe vaak zij denken dat discriminatie bij woningverhuur voorkomt. Ten derde zijn er semigestructureerde interviews uitgevoerd met woningzoekenden in Rotterdam die vermoed(d)en of (hebben) ervaren dat zij worden gediscrimineerd door makelaars en/of verhuurders. Tijdens de interviews zijn respondenten bevraagd over onder andere de manieren waarop zij zoeken naar een huurwoning, hun discriminatie-ervaringen en/of vermoedens en hoe zij reageren op en omgaan met ervaren of vermoede discriminatie.
De geluidsopnamen van de interviews zijn getranscribeerd en vervolgens geanalyseerd met behulp van het kwalitatieve softwareprogramma NVivo.
Werving respondenten Het bleek een uitdaging om respondenten te vinden voor dit onderzoek. Vermoedelijk heeft dit onder andere te maken met het feit dat discriminatie bij woningverhuur vaak niet te bewijzen is. Over het algemeen hebben woningzoekenden geen of weinig zicht op de selectie van kandidaat-huurders voor een woning en hierdoor kunnen zij niet met zekerheid zeggen welke criteria wel en geen rol spelen bij toewijzing. Overigens zullen lang niet alle woningzoekenden zich bewust zijn van de (mogelijke) discriminatie waarmee zij te maken krijgen. En als dit wel het geval is, is de kans alsnog groot dat zij liever energie steken in het vinden van een geschikte huurwoning dan in het bewijzen van discriminatie. Uiteindelijk is het in samenwerking met een aantal partnerorganisaties gelukt om voldoende mensen te vinden die hun ervaringen wilden delen. De digitale vragenlijst is in de maanden maart en april 2021 door RADAR uitgezet op verschillende socialemediakanalen en gedeeld door onder andere Huurteam Rotterdam en de Woonbond. Deze is ook gepromoot door middel van een betaalde advertentie op Facebook en Google. Daarnaast heeft het Huurteam de vragenlijst in de nieuwsbrief onder de aandacht gebracht, heeft er een oproep gestaan op de website van de Vereniging van Gehandicaptenorganisaties Rotterdam (VGR) en op www.weetwatjehuurt.nl van de gemeente Rotterdam.
De interviews vonden plaats in de periode van april tot en met augustus 2021. Respondenten voor de interviews zijn geworven via de digitale vragenlijst9, via de organisaties SKIN Rotterdam en SPIOR, via het team klachtbehandeling van RADAR en via wervingsoproepen die vanuit RADAR zijn uitgezet op verschillende socialemediakanalen en werden gedeeld door partners zoals SKIN Rotterdam, SPIOR, het COC, GayRotterdam en Transgender Netwerk Nederland (TNN). Daarnaast is een artikel geplaatst op de website GayRotterdam. 9 Hierin was de vraag opgenomen of de respondent uitgebreider geïnterviewd wilde worden over discriminatie-
ervaringen bij het zoeken naar een huurwoning.
10
Representativiteit Dit onderzoek is verkennend van aard. In combinatie geven de resultaten van de digitale vragenlijst en de interviews een beeld van de meest voorkomende discriminatie-ervaringen van woningzoekenden in Rotterdam. De respondenten van dit onderzoek vormen echter geen representatieve afspiegeling van de grote en zeer diverse groep woningzoekenden in Rotterdam. Een digitale vragenlijst heeft een relatief groot bereik, alleen sluit ook (indirect) mensen uit. Zo heeft niet iedere woningzoekende in Rotterdam toegang tot internet, is niet iedereen digitaal even vaardig en kan een beperkte beheersing van de Nederlandse taal ook een belemmering zijn om de vragenlijst voor dit onderzoek in te vullen. Ten aanzien van de interviews is bewust gekozen voor de selectie van respondenten met de Nederlandse nationaliteit. De reden hiervoor is dat de problematiek van woningzoekenden zonder Nederlandse nationaliteit vaak (sterk) afwijkt van die van (kandidaat)huurders met de Nederlandse nationaliteit.10 Door deze beslissing zijn mensen uitgesloten. Verder zijn relatief veel geïnterviewde respondenten vrouw (9 van de 12) en hoogopgeleid (de helft is hbo- of wo-opgeleid). Het grootste deel van deze respondenten ervaart of vermoedt directe discriminatie vanwege migratieachtergrond.
Naar alle waarschijnlijkheid is dit te verklaren door het feit dat etniciteit de grond is waarop het meeste wordt gediscrimineerd in Nederland.11 Hierdoor geeft dit onderzoek echter geen duidelijk beeld van (indirecte) discriminatie op grond van beperking en van discriminatie-ervaringen van LHBTIQ+woningzoekenden.12
Intersectionaliteit In dit onderzoek staat een intersectionele benadering centraal. Een intersectionele benadering maakt inzichtelijk hoe verschillende dimensies van de identiteiten van mensen, zoals etniciteit, gender en sociaaleconomische positie, van invloed zijn op hun specifieke ervaringen in de maatschappij. 13 De maatschappelijke positie van ieder mens is een complex samenspel van deze dimensies en het geeft veel inzicht wanneer er niet naar één, maar naar meerdere dimensies tegelijk gekeken wordt. Oorspronkelijk draait de theorie om de drie dimensies die hierboven zijn genoemd, maar het is mogelijk om te verbreden met discriminatiegronden als seksuele oriëntatie, geslacht/genderidentiteit, handicap en chronische ziekte en religie. In dit onderzoek kijken wij naar de verschillende dimensies die van invloed zijn op de mogelijkheden en ervaringen van woningzoekenden. De dimensie sociaaleconomische positie, die iemands mogelijkheden op de huurwoningmarkt grotendeels bepaalt, is concreet gemaakt door te kijken naar factoren als opleidingsniveau, inkomstenbron, hoogte van het inkomen en samenstelling van het huishouden.
10 Uit discriminatieregistraties van RADAR blijkt dat discriminatie vanwege nationaliteit vaak wordt gemeld
door arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa bij wie er een koppeling is tussen werk en huisvesting. 11 Andriessen e.a. (2020). 12 Deze afkorting staat voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender personen, intersekse personen en queer personen. 13 De theorie over intersectionaliteit werd in 1989 geïntroduceerd in de Amerikaanse wetenschap: Crenshaw, K. (1989). Demarginalizing the intersection of race and sex: a black feminist critique of antidiscrimination doctrine, feminist theory, and antiracist politics. University of Chicago Legal Forum. In Nederland is intersectionaliteit onder de aandacht gebracht door wetenschappers Gloria Wekker en Helma Lutz, zie: Wekker, G. en H. Lutz (2001). ‘Een hoogvlakte met koude winden. De geschiedenis van het gender- en etniciteitsdenken in Nederland’. M. Botman, N. Jouwe en G. Wekker (red.), Caleidoscopische visies: de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwenbeweging in Nederland. Amsterdam: Koninklijk Instituut voor de Tropen.
11
3. Literatuurstudie: discriminatie bij woningverhuur In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan wat in de literatuur bekend is over discriminatie bij woningverhuur. Het gaat in op het wettelijke kader, het verschil tussen directe en indirecte discriminatie, wat bekend is over discriminatie door particuliere verhuurders en wat bekend is over discriminatie door woningcorporaties.
Directe en indirecte discriminatie bij woningverhuur Discriminatie is het ongelijk behandelen van een persoon op basis van kenmerken die in de betreffende situatie niet relevant zijn. Bijvoorbeeld iemand afwijzen voor een woning omdat deze persoon tot een bepaalde groep behoort of tot een bepaalde groep wordt gerekend door anderen. De AWGB verbiedt discriminatie op basis van een aantal persoonskenmerken (discriminatiegronden) en op een aantal maatschappelijke terreinen, zoals het ‘leveren van en toegang tot goederen en diensten bij wonen’. Makelaars en verhuurders (die worden beschouwd als aanbieders) mogen geen onderscheid maken tussen woningzoekenden (hun klanten) op basis van etniciteit, geslacht (genderidentiteit), seksuele gerichtheid, politieke overtuiging, godsdienst, levensovertuiging, burgerlijke staat en nationaliteit. Daarnaast verbiedt de Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) onderscheid op basis van deze gronden. Het maken van onderscheid bij het toewijzen van een woning is wel toegestaan als een woning een privékarakter heeft en als er voor dit onderscheid een gegronde reden is. Dan is er sprake van een objectieve rechtvaardiging. Wanneer een verhuurder bijvoorbeeld een kamer in de eigen woning verhuurt, kan onderscheid toegestaan zijn.
Direct onderscheid maken op grond van ras is echter nooit toegestaan, enkel onderscheid op de andere gronden.14 Er kan direct en indirect gediscrimineerd worden. Bij directe discriminatie wordt een persoon bijvoorbeeld niet uitgenodigd voor een woningbezichtiging vanwege zijn of haar etniciteit. Er is sprake van indirecte discriminatie als een op het eerste gezicht neutraal kenmerk, bedoeld of onbedoeld, een discriminerende werking heeft. Het kan gaan om bepaalde regels, praktijken en procedures die systematisch in het nadeel werken van bepaalde groepen.15 Een concreet voorbeeld van verboden indirect onderscheid dat door het College voor de Rechten van de Mens is beoordeeld, is het handelen van een vereniging die woningen uitsluitend aanbiedt aan kinderen van leden. In 2010 oordeelde het College dat het kindlidmaatschap personen met een niet-Nederlandse afkomst bijzonder treft, omdat de overgrote meerderheid van de leden van de vereniging van Nederlandse afkomst is, en dat de vereniging indirect onderscheid maakt op grond van afkomst.16 Recent beargumenteerden vijf speciale mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties in een brief aan de Rijksoverheid dat het gemeentelijk woonbeleid in Rotterdam-Zuid mogelijk indirect discriminerend is.
De sloop van betaalbare woningen, waardoor bewoners worden gedwongen om te verhuizen, raakt migranten en mensen met een migratieachtergrond waarschijnlijk extra hard. 17 In Nederland is het, in tegenstelling tot sommige andere landen, niet verboden om onderscheid te maken op grond van inkomen of inkomstenbron. Onderscheid op basis van inkomen is dus geen directe discriminatie, maar kan wel leiden tot indirecte discriminatie. 18 Bijvoorbeeld omdat mensen met een beperking in de praktijk vaker een laag inkomen of een uitkering hebben dan mensen zonder beperking.
14 Hoogenbosch, A. en B. Fiere (2021). 15 Idem. 16 College voor de Rechten van de Mens. 6 juni 2017. Vereniging die huizen verhuurt discrimineert personen
van niet-Nederlandse afkomst door het lidmaatschap te beperken tot kinderen van leden. Oordeelnummer 2017-67. 17 https://spcommreports.ohchr.org/TMResultsBase/DownLoadPublicCommunicationFile?gId=26359 18 Er hebben zich verschillende respondenten gemeld die zich gediscrimineerd voelen op basis van hun (lage) inkomen en zij hadden willen meewerken aan dit onderzoek.
12
Discriminatie door particuliere verhuurders Bijna één derde van de huurwoningen in Rotterdam is in het bezit van particuliere verhuurders, bedrijven en institutionele beleggers.19 Het aantal woningen dat deze verhuurders in bezit hebben loopt zeer uiteen. Verhuurders kunnen de verhuur van een woning zelf regelen of hiervoor een makelaar inschakelen. Een verhuurmakelaar plaatst advertenties, organiseert bezichtigingen, verzorgt huurcontracten en controleert de documenten die kandidaat-huurders aanleveren. Makelaardij is een vrij beroep is en er is geen opleiding of vergunning nodig om te werken als makelaar. Er zijn wel brancheverenigingen van makelaars die kwaliteitseisen stellen aan leden en hiermee garanderen dat makelaars die lid zijn een bepaalde basiskwaliteit leveren. Over het algemeen is er binnen de toewijzingsprocedure van particuliere huurwoningen relatief veel ruimte voor willekeur. Er is meestal geen transparante toewijzingsprocedure waarin een huurder op basis van objectieve criteria wordt geselecteerd.20 Kleine particuliere verhuurders hebben de woningtoewijzing vaak meer in eigen hand. Bij bedrijven en institutionele beleggers die een groot aantal woningen bezitten, is het toewijzingsproces meer geformaliseerd en gestandaardiseerd.21 Bij de selectie van kandidaten voor een huurwoning zijn inkomen, betaalgedrag en woongedrag belangrijke criteria.
Alle particuliere verhuurders willen de zekerheid dat een kandidaat-huurder de huur kan (blijven) betalen, netjes omgaat met de woning en er geen illegale activiteiten uitvoert.22 Door de krapte op de verhuurmarkt (meer vraag naar betaalbare huurwoningen dan dat er aanbod is) is het aantal kandidaat-huurders voor een woning vaak groot. Een verhuurder heeft dan een ruime keuze uit potentiële huurders, waardoor de kans op discriminatie toeneemt. Het aantal kleine particuliere verhuurders (met 1 tot 9 woningen in bezit) neemt toe in Nederland en ook in Rotterdam. De inschatting is dat het risico op discriminatie bij woningtoewijzing het grootst is bij particuliere verhuurders die één of een paar woningen bezitten voor de verhuur. Deze verhuurders hebben (financieel) het meest te verliezen bij problemen en neigen daardoor meer naar risicomijding als zij een keuze maken voor een huurder. 23 Onderzoek met praktijktesten laat een wisselend beeld zien. Een praktijktest die RADAR in 2020 in Rotterdam heeft uitgevoerd toont aan dat het nadelen kan hebben in de zoektocht naar een huurwoning in Rotterdam als je een niet-Nederlands klinkende naam hebt. Voor deze praktijktest is met een profiel met een Marokkaans klinkende naam en een profiel met een Nederlands klinkende naam gereageerd op beschikbare woningen op Pararius, een veel gebruikt landelijk verhuurplatform.
De resultaten laten zien dat een kandidaat-huurder met een Marokkaans klinkende naam in 18% van de gevallen nadelig wordt behandeld ten opzichte van een kandidaat-huurder met een Nederlands klinkende naam. Er zijn dus makelaars in Rotterdam die huurkandidaten met een niet-Nederlands klinkende naam anders behandelen. Op basis van de praktijktest is niet te zeggen hoe vaak makelaars dit doen, waarom zij dit doen en of zij dit bewust doen.24 Een praktijktest die een jaar later in Rotterdam is uitgevoerd toonde geen statistisch significante verschillen in de reacties tussen beide profielen aan, net zomin als een landelijk onderzoek.25 Dit betekent echter niet dat er geen discriminatie voorkomt.
19 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2020). 20 Andriessen, I. en K. Wittebrood (2021). 21 Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). Discriminatie bij de verhuur van woningen? Een verkennend
onderzoek naar verklaringen en de mogelijke aanpak. Nijmegen: Radboud Universiteit. 22 Idem. 23 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2020). 24 Dibbets, A., L. Jak en A. Hoogenbosch (2020). 25 Hoogenbosch, A., Fiere B. en Koene M. (2021). “Alles is bespreekbaar” Discriminatie bij woningverhuur:
resultaten correspondentietesten en mystery calls in Rotterdam. Rotterdam: RADAR. En: Hoogenbosch, A. en B. Fiere (2021).
13
Discriminatie door woningcorporaties Ruim twee derde van de huurwoningen in Rotterdam is in het bezit van woningcorporaties.26 Een woningcorporatie voert taken uit zoals beschreven in de Woningwet: deze organisaties zijn verantwoordelijk voor het zorgen voor betaalbare en goede huisvestiging voor mensen met een laag inkomen of mensen die door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van een passende woning. Woningcorporaties bouwen, beheren en verhuren woningen. Het grootste deel van het woningaanbod van woningcorporaties bestaat uit huurwoningen met een lage(re) huur, ook wel sociale huur genoemd. Het toewijzingssysteem van woningcorporaties is transparant. In de regio Rotterdam-Rijnmond bieden woningcorporaties hun woningen aan via een gezamenlijk woonruimteverdeelsysteem, net als in veel andere regio’s. Er is sprake van een aanbodmodel, wat betekent dat woningzoekenden zelf reageren op advertenties met aangeboden woningen. Vervolgens worden deze woningen op basis van inschrijfduur toegewezen aan woningzoekenden van wie het inkomen en de grootte van het huishouden passend zijn voor de aangeboden woning.27 Naast de toewijzing volgens het Inschrijfduurmodel, waarvan bij ruim de helft van de woningen sprake is, worden er nog drie andere modellen gehanteerd waarbij inschrijfduur niet doorslaggevend is.
Het gaat om het WoningLotingzoekmodel, waarbij de corporatie alle reacties verzamelt in een bepaalde periode en vervolgens via loting een kandidaat selecteert (in 2018 ging dit om 10% van de woningen), het DirectKans-zoekmodel, waarbij degene die het eerst reageert op een woning bovenaan de lijst komt te staan (in 2018 ging dit om 7% van de woningen) en het Wens&Wacht-zoekmodel, waarbij de inschrijving gaat op basis van een wachtlijst (in 2018 ging dit om 4% van de woningen). Zowel bij het Inschrijfduurmodel als het WoningLoting-zoekmodel hebben mensen met een urgentieverklaring, die verkeren in een persoonlijke noodsituatie, voorrang.28 Onderzoekers achten de kans klein dat er bij woningcorporaties discriminatie voorkomt bij toewijzing van woningen.29 Dit betekent niet dat iedere woningzoekende dezelfde kansen heeft. Zo hebben mensen die goed begrijpen hoe het systeem werkt bijvoorbeeld meer kans op het vinden van een woning die aan hun wensen voldoet, dan mensen die het systeem minder goed begrijpen.30 Ook in een recent onderzoek in opdracht van de Autoriteit Woningcorporaties over de risico’s bij woningtoewijziging door corporaties komt dit punt naar voren.
Zowel een deel van de medewerkers van woningcorporaties, huurdersorganisaties als woningzoekenden zijn van mening dat toewijzingsregels niet altijd begrijpelijk (genoeg) zijn.31 Daarnaast brengt dit onderzoek een aantal kwetsbaarheden in het proces van woningtoewijzing in beeld. Het toewijzingsproces kent verschillende stappen waarbij er risico is op fouten, willekeur of misbruik. Op deze momenten is er ook ruimte voor discriminatie. Een kwetsbaarheid is bijvoorbeeld het feit dat medewerkers aanpassingen kunnen doen in de inschrijfgegevens van woningzoekenden. Bij de meeste woningcorporaties zijn de verwerking van reacties van woningzoekenden op aangeboden woningen en de selectie van de kandidaat-huurder aan wie de woning wordt toegewezen geautomatiseerde processen, maar er is soms de mogelijkheid om af te wijken en de woning niet toe te wijzen aan de kandidaat die als hoogste op de lijst staat. Kandidaten kunnen gepasseerd worden als een woningcorporatie dit wenselijk acht vanuit het oogpunt van leefbaarheid (wanneer de kandidaat volgens de corporatie niet goed past in het betreffende complex of de betreffende buurt) of vanwege eerdere problemen zoals een huurachterstand, overlast of criminele activiteiten. Met name de beoordeling of een kandidaat wel of niet in een buurt of een complex past, is subjectief. Vooroordelen en discriminatie kunnen hierbij een 26 Hoogenbosch, A.
en Dibbets, A. (2020). 27 Idem. 28 Idem. 29 Idem. En: Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). 30 Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). 31 Companen (2021). Risico’s bij woningtoewijzing. Arnhem.
14
rol spelen. Dit is dus een belangrijke kwetsbaarheid, met name als er onvoldoende wordt toegezien op de onderbouwing van de beslissing. Verder is de bezichtiging van de woning een kwetsbare stap, omdat op dat moment beïnvloeding kan plaatsvinden door de corporatiemedewerker of door eventuele andere aanwezigen. In het onderzoek komen geen voorbeelden van directe discriminatie naar voren. Misstanden waarbij medewerkers van woningcorporaties betrokken zijn, betreffen situaties waarin een kandidaat wordt gepasseerd in het voordeel van een andere kandidaat, meestal een familielid van de medewerker.32
32 Companen (2021). Risico’s bij woningtoewijzing. Arnhem.
15
4. Theoretisch kader: woningzoekenden
discriminatie-ervaringen
van
In dit hoofdstuk beschrijven wij wat bekend is over de ervaringen van woningzoekenden met discriminatie. Het gaat in op welke kenmerken ervoor zorgen dat woningzoekenden risico lopen om te maken te krijgen met discriminatie, hoe discriminatie bij woningverhuur tot uiting komt, wat de impact is van discriminatie en hoe slachtoffers erop reageren en ermee omgaan.
Mensen die directe discriminatie bij woningverhuur ervaren Het eerdergenoemde grootschalige onderzoek Ervaren discriminatie in Nederland van het SCP geeft een representatief beeld van ervaren discriminatie in Nederland. In dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen pervasive discrimination, wat wordt vertaald als chronisch ervaren discriminatie of terreinoverstijgende discriminatie, en discriminatie op één maatschappelijk terrein. De resultaten laten zien dat met name mensen met een migratieachtergrond veel discriminatie ervaren op verschillende terreinen en dus te maken hebben met chronisch ervaren discriminatie. Bij het zoeken naar een huurwoning ervaren Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond ook vaker discriminatie dan mensen met een westerse of zonder migratieachtergrond. 33 Dit is in lijn met de resultaten van het onderzoek naar institutioneel racisme in Nederland van KIS, dat eerder is aangehaald. Uit deze literatuurstudie blijkt dat er op de woningmarkt sprake is van institutioneel racisme, wat betekent dat mensen met een migratieachtergrond structureel minder kans maken op het vinden van een woning in Nederland.34 Racisme is - in simpele bewoordingen - het denken dat de ene groep mensen op basis van uiterlijke kenmerken beter is dan de andere groep mensen.
Deze manier van denken hangt samen met structurele machtsverschillen in de samenleving en houdt deze in stand of vergroot deze zelfs. Er zijn verschillende vormen van racisme, waaronder anti-zwartracisme, anti-moslimracisme (ofwel moslimdiscriminatie of islamofobie) en antisemitisme. 35 Het SCP gebruikte het begrip racisme niet, maar benoemt wel dat de verschillen in de mate van ervaren discriminatie tussen mensen met en zonder migratieachtergrond samenhangen met de waardering van groepen in de samenleving. De beeldvorming over mensen met een migratieachtergrond is negatiever dan die over mensen zonder migratieachtergrond en die beeldvorming bepaalt de mate waarin mensen te maken krijgen met discriminatie.36 Racisme speelt een rol op de woningmarkt, maar ook op allerlei andere maatschappelijke terreinen. Net als in Nederland is er in andere landen relatief weinig onderzoek gedaan naar de concrete discriminatie-ervaringen van woningzoekenden. Verschillende inzichten uit de onderzoeken die er zijn, zijn relevant voor dit onderzoek. Een belangrijk verschil tussen de situatie in Nederland en in andere landen is het feit dat het in Nederland niet verboden is om onderscheid te maken op basis van inkomen of inkomstenbron.
In bijvoorbeeld België en Canada is inkomen een discriminatiegrond en mogen verhuurders kandidaat-huurders niet afwijzen vanwege inkomen (bijvoorbeeld omdat iemand leeft van een uitkering). In het onderzoek dat in Canada en de Verenigde Staten is gedaan komt nadrukkelijk naar voren dat er sprake is van racisme bij woningverhuur.37 De conclusie van een Canadees onderzoek naar discriminatie-ervaringen van nieuwkomers bij woningverhuur is dat voor woningzoekenden van 33 Andriessen e.a. (2020). De standaardindeling westers/niet-westers is niet meer gangbaar in onderzoek en
beleid. In deze publicatie is dit onderscheid nog wel gebruikt. Daarom is het niet mogelijk om deze begrippen in de lopende tekst te vervangen door een alternatief. 34 Felten e.a. (2021). 35 Idem. 36 Andriessen e.a. (2020). 37 Wenyeve, G. (2014). Newcomers’ perceptions of how housing discrimination affected their health and sense of wellbeing. Toronto: York University. En: Roscigno e.a. (2009). ‘The complexities and processes of racial housing discrimination.’ Social Problems, Vol. 56, No.1, pp. 49-69.
16
kleur discriminatie de grootste barrière is voor toegang tot een particuliere huurwoning en voor witte woningzoekenden de hoge huurprijzen de voornaamste barrière zijn.38 In het Belgische onderzoek wordt dit niet expliciet benoemd, maar hierin komt wel naar voren dat naast een laag inkomen de volgende kenmerken woningzoekenden kwetsbaar maken voor discriminatie: ‘een fysiek kenmerk dat geassocieerd wordt met onwenselijke gedragspatronen’ en ‘een voertaal, accent of woordenschat met eenzelfde connotatie’.39 De verschillende onderzoeken laten zien dat woningzoekenden met een migratieachtergrond het meeste last hebben van negatieve stereotypen op basis waarvan zij het stempel van ongewenste huurder krijgen. Op basis van hun naam en/of uiterlijk worden zij geassocieerd met onbetrouwbaarheid, het niet of te laat betalen van de huur en het veroorzaken van overlast. In de onderzoeken in Canada en de Verenigde Staten komt naar voren dat in het bijzonder alleenstaande vrouwen met een migratieachtergrond, zeker wanneer zij thuiswonende kinderen hebben, risico lopen om discriminatie te ervaren. Hierbij spelen racisme, discriminatie vanwege gender/geslacht, sociaaleconomische positie en gezinssamenstelling een rol.40 Het stereotiepe beeld van een alleenstaande moeder met een laag inkomen en een migratieachtergrond valt precies samen met de kenmerken van een ongewenste huurder.
Discriminatie op grond van migratieachtergrond versterkt in dit geval discriminatie op grond van gender, sociaaleconomische positie en gezinssamenstelling. In het landelijke Ervaren discriminatie komt naar voren dat LHB-personen vaker discriminatie ervaren dan heteroseksuelen en ook vaker discriminatie op verschillende terreinen meemaken. Zij ervaren vooral discriminatie in het onderwijs, op het werk en in de publieke ruimte. Discriminatie bij het zoeken naar een woning komt in dit onderzoek niet naar voren als iets dat (relatief) veel voorkomt. Er is weinig bekend over concrete discriminatie-ervaringen van LHBTIQ+-woningzoekenden. In Nederland zijn verschillende correspondentietesten uitgevoerd om te onderzoeken of makelaars en verhuurders discrimineren op grond van seksuele gerichtheid. Hierbij werden de reacties van aanbieders van woningen op berichten van een homoseksueel stel en een heteroseksueel stel vergeleken. De resultaten van correspondentietesten in Nederland lopen uiteen. Zo werd er in Utrecht discriminatie van homoseksuele stellen ten opzichte van heteroseksuele stellen aangetoond. 41 In een landelijk onderzoek werden echter geen aanwijzingen gevonden voor discriminatie van homoseksuele stellen. 42 Opvallend is dat in een Belgisch onderzoek naar voren kwam dat homoseksuele stellen juist werden bevoordeeld ten opzichte van heteroseksuele stellen.
43 In de Nederlandse onderzoeken gericht op seksuele oriëntatie is alleen getest met Nederlands-klinkende mannennamen en niet met vrouwennamen of met namen die niet Nederlands klinken. In België bleek het lastig om LHB-personen te bereiken voor het onderzoek naar discriminatieervaringen van woningzoekenden. De onderzoekers vermoeden dat deze groep bij het zoeken naar een huurwoning weinig te maken krijgt met directe discriminatie, omdat zij vaker een gunstige sociaaleconomische positie hebben en een woning zoeken in het hogere segment van de huurmarkt. Verder gaven enkele lesbische koppels in dit onderzoek aan dat zij op basis van hun profiel juist gewenste huurders zijn, omdat aanbieders verwachten dat zij zorgzaam en betaalkrachtig zijn en geen kinderen hebben.44
38 Wenyeve, G. (2014). 39 Moris, M., H. E. Awuh, J. Verstraete, F. Spijkers (2014). Ervaringen uit de vraagzijde van de private huurmarkt.
In het kader van de Diversiteitsbarometer Huisvesting. Brussel: Interfederaal Gelijkekansencentrum. 40 Wenyeve, G. (2014). En: Roscigno e.a. (2009). 41 Gielkens, D. en Wegkamp, F. (2019) Onderzoeksrapport: Discriminatie op de Utrechtse woningmarkt. Utrecht: Academie van de Stad & Gemeente Utrecht. 42 Hoogenbosch, A. en B. Fiere (2021). 43 Verhaeghe, P.P. (2018). Discriminatie van homoseksuele en lesbische koppels op de huurwoningmarkt in Gent. Brussel: Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel. 44 Moris, M., H. E. Awuh, J. Verstraete, F. Spijkers (2014).
17
Verder kunnen mensen met een beperking directe discriminatie ervaren en vanwege hun beperking geweigerd worden als huurder. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat een verhuurder iemand met een beperking weigert omdat deze persoon gebruikmaakt van een scootmobiel die bij de woning gestald moet worden of vanwege het gedrag van een kandidaat-huurder, dat voortkomt uit een stoornis in het autistisch spectrum.45 Vermoedelijk ervaren met name mensen met een psychische kwetsbaarheid regelmatig directe discriminatie wanneer zij op zoek zijn naar een huurwoning. Plannen voor het vestigen van een opvang en/of woonlocatie voor mensen met deze problematiek stuiten vaak op (sterke) weerstand van buurtbewoners. Mensen met een psychische klacht hebben relatief veel last van vooroordelen, stigmatisering en discriminatie, omdat het stereotiepe beeld bestaat dat zij onvoorspelbaar en onbetrouwbaar zijn.46 Er is echter geen onderzoek gedaan naar discriminatieervaringen van mensen met een psychische kwetsbaarheid bij het zoeken naar een huurwoning.
Vormen van directe discriminatie bij woningverhuur De onderzoeken naar discriminatie bij woningverhuur die zijn uitgevoerd in België, Canada en de Verenigde Staten laten zien dat directe discriminatie op verschillende manieren tot uiting kan komen. De uitingsvormen komen grotendeels overeen in de verschillende landen. In de meeste gevallen discrimineren makelaars en/of verhuurders niet openlijk, maar zijn woningzoekenden er desondanks van overtuigd dat discriminatie een rol speelt. In het Belgische onderzoek baseren woningzoekenden hun vermoeden of overtuiging dat zij discriminatie ervaren op het feit dat zij heel vaak geen reactie krijgen op hun e-mails. Ook als zij telefonisch contact proberen te krijgen ervaren zij deze non-respons. Zij trekken de conclusie dat er sprake is van discriminatie door hun ervaringen te vergelijken met die van anderen en testen dit soms door een bekende ook een e-mail te laten sturen. Zeker als zij op meerdere terreinen discriminatie ervaren, hebben respondenten geen bewijs nodig om de conclusie te trekken dat zij discriminatie ervaren. 47 Wanneer het Belgische respondenten die discriminatie ervaren wel lukt om contact te krijgen met een makelaar en/of verhuurder, dan zien zij een veelvoorkomend patroon.
Alles lijkt in orde tijdens het contact via e-mail of telefoon, maar het verhaal verandert zodra de aanbieder aan de telefoon hoort (door een accent) of tijdens een ontmoeting ziet dat de woningzoekende een migratieachtergrond heeft. De aanbieder wijst de kandidaat-huurder dan niet direct af als huurder, maar verzint een leugen. Geregeld krijgt een respondent onverwacht te horen dat de woning niet meer beschikbaar is. Het is zeldzaam dat een aanbieder iemand rechtstreeks discrimineert. Respondenten onderbouwen hun vermoeden dat deze leugen over beschikbaarheid (regelmatig) wordt gebruikt om te discrimineren met voorbeelden van woningen die daarna nog (soms langdurig) werden aangeboden. 48 In Nederland komt het ook voor dat aanbieders proberen om meer inzicht te krijgen in kenmerken die niet relevant (zouden moeten) zijn voordat zij iemand uitnodigen voor een bezichtiging. Op die manier creëren zij ruimte voor subjectieve oordeelsvorming en daarmee voor discriminatie. In de landelijke Monitor discriminatie bij woningverhuur is onderzocht hoe vaak makelaars en/of verhuurders vragen om aanvullende informatie voordat iemand wordt uitgenodigd voor een bezichtiging. Uit deze kwalitatieve analyse van de reacties van aanbieders van woningen op de berichten van (fictieve) kandidaat-huurders blijkt dat bijna een derde van de aanbieders om extra informatie vraagt.
In driekwart van deze gevallen werden er directe vragen aan de kandidaat gesteld, zoals leeftijd, beroep
45 Dit zijn voorbeelden uit oordelen van het College voor de Rechten van de Mens (met oordeelnummers 2021-
27 en 2017-105). 46 De Goei, L., A. Plooy en J. van Weeghel (2006). Handreiking voor de bestrijding van stigma en discriminatie wegens een psychische handicap. Utrecht: Trimbos-instituut. En zie ook: https://samensterkzonderstigma.nl/invloed-van-stigma/ 47 Moris, M., H. E. Awuh, J. Verstraete, F. Spijkers (2014). 48 Idem. En: Wenyeve, G. (2014).
18
of om “iets meer over jezelf te vertellen” of werd gevraagd om een kopie van een identiteitsbewijs, arbeidscontract of een huurdersverklaring. 49 Woningzoekenden ervaren ook tijdens bezichtigingen discriminatie. Het komt in België een enkele keer voor dat een kandidaat-huurder niet wordt binnengelaten in de aangeboden woning, maar vaker wordt de discriminatie verbloemd. Zo worden woningzoekenden in verschillende landen gediscrimineerd door het stellen van extra eisen aan een kandidaat-huurder. Het komt bijvoorbeeld voor dat een aanbieder ineens een hogere huurprijs of borg vraagt of nieuwe en strengere toetsingscriteria hanteert voor de toewijzing van de woning.50
Mensen die indirecte discriminatie bij woningverhuur ervaren In het landelijke rapport Ervaren discriminatie komt naar voren dat mensen met een beperking vaker discriminatie ervaren dan mensen zonder beperking en ook vaker discriminatie op verschillende terreinen meemaken. Het gaat in dit onderzoek om een brede groep: mensen met een langdurige ziekte, lichamelijke beperking of psychische klacht. Deze mensen met een beperking geven aan vooral discriminatie te ervaren bij het zoeken naar werk, op het werk en in het onderwijs. Bij het zoeken naar een huurwoning ervaren mensen met een beperking niet meer discriminatie dan mensen zonder een beperking.51 Het was interessant geweest als er was uitgesplitst naar type beperking, want vermoedelijk verschillen de ervaringen van mensen met een fysieke en een psychische beperking duidelijk van elkaar. Onderzoek en publicaties van Ieder(in) en de Woonbond geven meer inzicht in de manieren waarop mensen met een fysieke beperking discriminatie (kunnen) ervaren bij het zoeken naar een huurwoning. Zoals hierboven is genoemd, kunnen deze mensen directe discriminatie ervaren. Maar op grotere schaal is er sprake van indirecte discriminatie van mensen met een fysieke beperking door wet- en regelgeving. Een groot deel van de bestaande woningvoorraad is namelijk niet toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking.
En (sociale) huurwoningen zijn al schaars. Hoewel in Nederland de WGBH/CZ en het VN Verdrag Handicap van kracht zijn, voldoet ook niet alle nieuwbouw aan de toegankelijkheidseisen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat mensen met een fysieke beperking er kunnen wonen (en op bezoek kunnen gaan). Hierdoor is er een groot tekort aan beschikbare woningen voor mensen met een beperking. Uit een recente peiling van Ieder(in) en de Woonbond blijkt dat vooral jongeren en gezinnen met een beperking geen geschikte woning kunnen vinden. Een groot deel van de toegankelijke woningen zijn namelijk aangewezen als 55+ woning, wat betekent dat jongeren en gezinnen niet in aanmerking komen voor deze woningen. Verder is het geregeld moeilijk om een woning te laten aanpassen als dit nodig is om er te kunnen blijven wonen. Woningaanpassingen zijn niet mogelijk of aanvragen worden afgewezen door verhuurders. In het onderzoek komt naar voren dat woningen van particuliere verhuurders vaker dan die van woningcorporaties ongeschikt zijn voor mensen met een beperking en bewoners woningaanpassingen niet geregeld krijgen.52
Impact van discriminatie Ervaren discriminatie heeft negatieve effecten op de (geestelijke) gezondheid en het welzijn van mensen. Zo tonen studies in het buitenland aan dat mensen die discriminatie ervaren over het 49 Hoogenbosch, A. en B. Fiere (2021). In de overige gevallen werd de kandidaat gevraagd zich in te schrijven bij