CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb13888 Bijlage 1 behorende 21bb13887 - - Rapport Kwartiermaker Ook van Jou

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20. Het vervolgproces inzake de stadsmuseale functie30.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Capitulatievlag + Derek Otte = nieuwe blik op historie

Zie als voorbeeld de capitulatievlag, in principe niets anders dan een wit stuk stof en een bezem­steel. Weinig Rotterdammers hoorden ervan. Door een maker van nu - dichter en spoken word artiest Derek Otte - erop te laten reageren, zien we waar deze vlag voor staat. Elke Rotter­ dammer snapt bij het lezen van dit gedicht dat het gaat over WOII en het bombardement. Menigeen zal er kippenvel van krijgen. Een object als dit kan dienen voor het grotere verhaal dat voor deze stad zo allesbepalend is geweest. Daarnaast kan een persoonlijk verhaal als dit, over oorlog, wanhoop en moed, aanleiding zijn om in gesprek te gaan met Rotterdammers die daarmee zelf ervaringen hebben. De Stadscurator maakt inzichtelijk waar de Collectie Rotterdam uit bestaat en moedigt gast­ curatoren en makers aan zich onder te dompelen in deze collectie. Gastcuratoren wenden de collectie aan voor het agenderen van actuele thema’s via programmering. Thema’s komen bovendrijven uit de actualiteit, uit de kick-off meetings en worden gevraagd en ongevraagd aangedragen door een gemêleerde denktank die de stad representeert en optreedt als adviesorgaan van de Stadscurator.

Gastcuratoren wenden de collectie aan voor het ­agenderen van actuele thema’s via programmering Museum Rotterdam heeft een grote collectie WOII-objecten, maar ook een grote textielcollectie met meer dan 20.000 objecten. En dan hebben we het nog niet eens over de vele stads­ gezichten en portretten. Het stadsarchief heeft prachtig bewegend beeld, de stadsbibliotheek bezit de grootste Erasmuscollectie van de wereld en door de stad verspreid bevindt zich veel monumentaal Erfgoed. De Stadscurator opent de deuren van de Collectie Rotterdam en helpt de gastcuratoren op weg. Zij laten zich inspireren en delen hun bevindingen via programmering met hun eigen achterban en het brede publiek.

58

Ook van jou!

3

Programmaplan 2021-2024

De stad, de zon, de witte vlagdrager — Opgedragen aan Gerrit van Ommering

heen en weer gezwaaid vol overgave aan het begin van een nieuwe dag een bezemsteel en een beddenlaken aan elkaar gemaakt als witte vlag om te redden wat er te redden was terwijl de zon begon te schijnen op een bezette maar bestaande stad die even later zou verdwijnen de laatste strohalm, het zijden draadje het zweet, de tranen, de spetters bloed de schreeuw om genade mocht niet baten de stad ging haar noodlot tegemoet waanzin houd je met een vlag niet tegen de zon brak op die dag niet meer door de stofwolken na de bommenregen het lag niet aan die sergeant-majoor hij liep heldhaftig tussen de troepen voor hij zijn wereld zou zien vergaan hij bleef om mededogen roepen maar het kwaad heeft daar geen boodschap aan

zo daalde het duister neer op een stad die zoals het licht soms doet, verdween maar die, zoals de zon na elke nacht uiteindelijk toch weer verscheen, dus... de witte vlagdrager is tóch gehoord op die rampzalige dag in mei want steeds als hier een nieuwe ochtend gloort ligt zijn stad er ongenaakbaar bij

— Derek Otte

▲ Capitulatievlag, Museum Rotterdam. Gedicht door Derek Otte, 2021.

2021: kick-off

Het adviesrapport is de basis van de eerste kick-off bijeenkomst (2021), zoals eerder omschreven in dit plan. Meningen over het rapport en over de toekomst van de NSF worden tijdens deze bijeenkomst geventileerd en bediscussieerd. Het is tevens de start van het bouwen aan een netwerk en de inventarisatie van actuele thema’s. De kick-off moet gepaard gaan met het afgeven van een signaal naar alle Rotterdammers. Een signaal van work in progress en een uitnodiging tot participatie. Het Verhaal van de Stad en de Collectie Rotterdam zijn ook van hen!

2022: suggesties eerste programmering

De voorbereidingstijd voor programmering in 2022 is kort. De kick-off bijeenkomst in 2021 dient als belangrijke inspiratiebron voor de stadscurator, maar er zijn ook los daarvan al actuele thema’s aan te wijzen. Zo bestaat in 2022 de Nieuwe Waterweg 150 jaar en wordt de metrolijn naar Hoek van Holland opgeleverd. De Nieuwe Waterweg is te koppelen aan een belangrijk collectiestuk (volgens een oud-archivaris dé Nachtwacht van Rotterdam): het Diorama van Gidding, een schilderij van twintig bij vijf meter. De oplevering van de metro naar Hoek van Holland is te koppelen aan het feit dat Rotterdam de eerste metro van Nederland had. De collectie van de stichting RoMeO, de collectie van de RET, is hiervoor o.a. aan te wenden. Beide gebeurtenissen wijzen in ieder geval richting Hoek van Holland.

2023: 150 jaar afschaffing slavernij

In 2023 is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte. De gemeente Rotterdam liet onlangs een groot onderzoek verrichten naar het Rotterdamse koloniale en slavernij­ verleden. Diverse Rotterdamse culturele instellingen, zoals Museum Boijmans Van Beuningen, het Wereldmuseum, het Maritiem Museum, de Kunsthal, het Stadsarchief Rotterdam en de gemeente zelf, bereiden publieksprogramma voor. Aansluitende NSF-programmering kan hier een verbindende rol spelen. Naast een belangrijk en actueel thema is het een mooie kans om te onderzoeken of en op welke wijze samenwerking tot meerwaarde kan leiden.

2024: nader te bepalen

Gezien de koppeling van de collectie aan de actualiteit, is het nu nog lastig om thema’s te noemen voor 2024. Deze moeten voortvloeien uit de actualiteit.

3.5 Evaluatie en monitoring Evalueren, leren en bijsturen

Jaarlijks maakt de stadscurator een rapportage, vanaf 2023 voor het bestuur van de stichting. Deze jaarrapportage monitort op vaste punten: • Inhoudelijke bijdrage aan het Verhaal van de stad • Publieksbereik aantallen en doelgroepen • Samenwerkingsvormen • Samenwerkingspartners • Aanbevelingen voor volgend jaar Bij de evaluatie wordt de denktank actief betrokken.

60

Ook van jou!

3

Programmaplan 2021-2024

▲ Kelkglas 1735-1760, Museum Rotterdam

Organisatie en financiën fase 1: 2022-2024

4 De organisatie van een nieuwe start Investeren in een nieuw verhaal van ons allemaal

62

Ook van jou!

4

Organisatie en financiën fase 1: 2022-2024

Om een nieuwe organisatie soepel op te starten is een goede overgang en integratie van oud en nieuw noodzakelijk. Dit hoofdstuk beschrijft wat daarvoor inhoudelijk en organisatorisch nodig is van het kernteam, van externe partijen, van de stadscurator en kwartiermaker. Tot slot, een overzicht van de financiële benodigdheden voor de uitvoering van de stappen in fase 1 (2022-2024).

4.1

Opnieuw beginnen

Een nieuwe start, een nieuwe stichting

Opnieuw beginnen vraagt om een nieuwe organisatie die invulling geeft aan de Nieuwe Stadsmuseale Functie (NSF). De NSF zal zich moeten ontwikkelen tot een stevige organisatie die het Verhaal van Rotterdam museaal weet te ontsluiten en een spilfunctie vervult in de Rotterdamse museum- en erfgoedsector. De NSF is zowel overkoepelend als ondersteunend. Daarvoor is nodig dat de NSF als organisatie het vertrouwen heeft van de spelers in het veld. Dat vertrouwen moet stap voor stap worden opgebouwd. Het lijkt ons raadzaam de NSF te ontwikkelen vanuit een nieuwe stichting, waarin Museum Rotterdam dan kan worden ingevoegd. Beide stappen moeten eerst goed juridisch onderzocht worden.

Gezocht: diverse samenstelling van goede, geïnformeerde bestuurders met groot Rotterdams hart Het opzetten van de nieuwe stichting NSF hoeft wat ons betreft niet stel op sprong. Juist een zorgvuldige voorbereiding is hier wenselijk. Gelet op de grote opgave van de toekomstige stichting NSF, is het noodzakelijk de juiste personen - ervaren, geïnteresseerd, ambitieus en goed ingewijd in de stof - te interesseren voor bestuur dan wel een Raad van Toezicht en mogelijk een Raad van Advies. We zoeken mensen met een groot Rotterdams hart, een stevig netwerk en uitstekende bestuurlijke kwaliteiten, in een diverse samenstelling die representatief is voor Rotterdam. Onze inschatting is dat die beter te vinden en interesseren zijn, wanneer er een frisse start is gemaakt met de nieuwe programmering. Wij stellen voor om in de loop van 2022 te beginnen met de voorbereidingen van een nieuw op te richten stichting NSF. De nieuwe stichting NSF zou dan met ingang 2023 operationeel kunnen zijn. Vanaf dat moment neemt de stichting NSF de verantwoordelijkheid van de experimenteerfase (fase 1) op zich. Dan heeft de stichting nog twee jaar om in overleg met de gemeente toe te werken naar een volgende fase (Cultuurplanperiode 2025-2028), met programmering vanuit een tijdelijke huisvesting.

En vanaf dan koerst de stichting NSF af op de uiteindelijke situatie waarin het ook een nieuwe museumaccommodatie in exploitatie kan nemen.

Ondertussen: programma in wording

De experimenteerfase is gestart, de eerste activiteiten zijn gepland voor eind 2021. Met ontwikkelen van programma voor 2022 moet eigenlijk nu worden begonnen. Dan is de nieuwe stichting NSF nog niet operationeel. We stellen voor tot aan het moment van oprichting te werken op de wijze zoals dat nu gebeurt:

63

Ook van jou!

4

Organisatie en financiën fase 1: 2022-2024

• De gemeente geeft opdracht en betaalt de sleutelfunctionarissen (nu: kwartiermaker en programmamaker); • Stichting Museum Rotterdam draagt zorg voor de administratie van out-of-pocket-kosten van programma-activiteiten, waarbij de gemeente een bedrag beschikbaar stelt binnen het budget voor de NSF. Deze pragmatische constructie biedt voor de korte termijn een oplossing, maar duurt idealiter niet te lang. Het is niet wenselijk om geldstromen via Museum Rotterdam te laten lopen terwijl deze organisatie geen inhoudelijke verantwoordelijkheid draagt.

4.2  O rganisatorische vormgeving ­experimenteerfase Flexibele organisatievorm en wisselende samenwerkingen

De voorgestelde programma-opzet, met een jaarlijkse ‘vuurpijl’, het uitrollen van een stadsbreed programma en een jaarlijkse kick-off, vraagt om een flexibele werkorganisatie. We stellen voor deze flexibele werkorganisatie met ingang van 2022 als volgt op te zetten: • Een klein NSF-kernteam, in beginsel voor de periode 2022-2024 • Een denktank • Een jaarlijks aan te stellen gastcurator • Op projectbasis: opdrachten aan (programma)makers en wisselende samenwerkingsvormen

NSF-kernteam (2022-2024)

Voor het in de benen houden van een goed functionerende projectorganisatie tijdens de zoektocht, stellen we voor om te werken met een kernteam dat bestaat uit: • Stadscurator (3 à 4 dagen p.w.). De stadscurator is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programmaplan 2022 en stelt op basis van de (jaarlijkse) kick-off bijeenkomst een (jaarlijks) programmaplan met programmabegroting op, vanaf 2022 ter vaststelling in het bestuur. De stadscurator is aanspreekpunt en spreekbuis van de NSF in de ­experimenteerfase. • Projectmedewerker (5 dagen p.w.). De projectmedewerker is de constante factor om alle projecten in de experimenteerfase – de Vuurpijl, het stadsbrede programma en de kick-off bijeenkomst – praktisch te organiseren. Deze doortastende organisator kan snel en efficiënt in teamverband projecten van de grond krijgen en zal ook de projectbudgetten bewaken. • Medewerker marketingcommunicatie (2,5 dag p.w.). Zorgt in samenwerking met betrokken partners voor de publiciteit van afzonderlijke projecten en is daarnaast verantwoordelijk voor de marketingcommunicatie van de NSF als zodanig. Zoekt de samenwerking met media als Omroep Rijnmond en Vers Beton om te participeren in NSF-projecten. Ontwikkelt een gerichte strategie voor het benaderen van doelgroepen die nu nog niet goed worden bereikt. Zoekt mogelijkheden voor het opzetten van online platforms.

De administratie van projectkosten (out-of-pocket kosten, inhuur op projectbasis) wordt verzorgd door Museum Rotterdam. De administratieve inzet van 1 à 2 dagen per week moet gevonden worden binnen de bestaande formatie van Museum Rotterdam. Denkbaar is dat het

64

Ook van jou!

4

Organisatie en financiën fase 1: 2022-2024

kernteam vanaf 2023 andere accenten krijgt en wordt uitgebreid, mogelijk met een educatief medewerker, fondsenwerver en/of een ontwikkelaar/beheerder van online platforms. De kernteamleden worden in 2022 op contractbasis ingehuurd door de gemeente. Vanaf 2023 lopen aanstellingen via de stichting NSF.

Diverse denktank

Kernteam c.q. de stadscurator zullen periodiek sparren met een diverse denktank. Deze zou een mix moeten zijn van (potentiële) partnerorganisaties, zoals Stadsarchief, Bureau Monumenten en/of Bureu Archeologie, musea die zich betrokken voelen bij het verhaal van de stad, mensen en organisaties die reflecteren op de stad, sociaal geëngageerde mensen en creatieve denkers en ondernemers vanuit verschillende culturele achtergronden. Met de denktank benoemt de stadscurator bijvoorbeeld het jaarthema, dat vervolgens wordt verkend op programmatische mogelijkheden in de jaarlijkse kick-off bijeenkomst.

De diverse denktank bestaat uit partnerorganisaties, sociaal geëngageerden en anderen die zich betrokken voelen bij het Verhaal van de Stad

Jaarlijkse gastcurator

We stellen voor elk jaar, op basis van thematiek, achtergrond en expertise, een andere gastcurator te betrekken. Deze maakt, daarbij geholpen door het kernteam, op basis van het jaarthema en de ideeën uit de jaarlijkse kick-off-bijeenkomst het inhoudelijk jaarprogramma. Dat betekent dat: • De gastcurator de curator is van de grote expo/event (vuurpijl); • De gastcurator richting geeft aan het stadsbrede programma, met kleinere exposities in de wijken, buitenexposities, een mediaprogramma (online, film, docu), een ‘collectie rubriek’ en een educatief programma. Voor de benoeming van een jaarlijks wisselende gastcurator wordt advies ingewonnen bij de denktank. Tijdens de jaarlijkse kick-off wordt de aanstaande gastcurator bekend gemaakt. In de periode 2022-2024 kunnen drie verschillende gastcuratoren aan de slag. Wanneer deze werkwijze bevalt, zetten we deze werkwijze in de volgende fase (2025-2028) door. We gaan er vanuit dat de gastcurator gemiddeld één dag per week nodig heeft, een jaar lang. Het kernteam ondersteunt de gastcurator en zet een projectorganisatie op.

(Programma)makers en wisselende samenwerkingsvormen

De stadscurator begeleid de gastcurator en werkt met het kernteam aan projecten die passen binnen het programma van de gastcurator. De samenwerkingsvoorstellen en opdrachten van de gastcurator aan programmamakers en samenwerkingspartijen worden via het kernteam overgebracht. Daarbij wordt expliciet gestuurd op diversiteit. Want juist via de aan te trekken (programma)makers en samenwerkingspartners kunnen nieuwe netwerken en doelgroepen worden bereiken. Per programmaonderdeel wordt een mogelijke partner/samenwerking nauwkeurig overwogen.

65

Ook van jou!

4

Organisatie en financiën fase 1: 2022-2024

Vanzelfsprekend wordt er samengewerkt met partijen als Echt Rotterdams Erfgoed, de gemeentelijke erfgoeddiensten, Erasmus MC Archief, Platform wederopbouw, Dig It Up, Verhalenhuis Belvedère, Roterodamum, Open Monumentendag Rotterdam en Stichting RoMeO. Maar juist ook met minder voor de hand liggende partijen als HipHophuis, Powwow, Spraakuhloos, De Wasserij, Music Matters, Rotterdam Festivals, de Dakendagen, Poetry en wijk- en bewoners­ organisaties en diverse ondernemers wordt samenwerking gezocht.

4.3 Positie Museum Rotterdam Organisatorische overgangsfase van MR naar NSF

Museum Rotterdam krijgt subsidie voor de periode 2021 - 2024, voor het collectiebeheer en de openstelling van museum ‘40 - ‘45 NU. We stellen voor toe te werken naar een overgang van middelen, menskracht en contracten per 2025, bij de nieuwe cultuurplanperiode, tevens startpunt van de volgende fase van de NSF. Mogelijk kan dit eerder. Met de overgang van Museum Rotterdam naar de nieuwe stichting borgen we dat specifieke kennis, faciliteiten, ­gegevens en systemen met betrekking tot de collectie beschikbaar komen in de nieuwe setting. Ook stellen we de museale presentatie van Museum ‘40 - ‘45 NU veilig voor een prominente plek in de vaste presentatie van een nieuwe museum accommodatie. De periode tot 2025 (of tot wanneer mogelijk) wordt benut om de overgang van Museum Rotterdam naar de stichting NSF zo goed mogelijk voor te bereiden.

4.4 Kwartiermaker Regie op totstandkoming nieuwe organisatie

De rol van stadscurator en kernteam - voor de uitvoering van het programmaplan - bespraken we hierboven. Daarnaast geeft de gemeente opdracht aan een kwartiermaker voor 1 tot 2 dagen per week. Deze opdracht heeft betrekking op: • Voorbereiding van de nieuwe stichting NSF; • Voorbereiding invoeging van Museum Rotterdam in de nieuwe stichting NSF; • Opzetten van duurzame samenwerking Collectie Rotterdam, met alle partijen die gemeentelijke collectie beheren; • Aansturing nader onderzoek huisvesting NSF, zowel eindbestemming als tijdelijke huisvesting; • Regie op uitvoering Programmaplan. Denkbaar is dat de kwartiermaker ook positie krijgt binnen de organisatie van Museum Rotterdam. Dit om de beoogde invoeging in de stichting NSF goed te laten verlopen en voor afstemming te zorgen tussen wat het NSF-programma van Museum Rotterdam als collectie­ beherende instelling vraagt.

66

Ook van jou!

4

Organisatie en financiën fase 1: 2022-2024

4.5 Meerjarenbegroting Fase 1: 2021-2024 Begroting

2022

2023

2024

Lasten 1

Personele kosten (kernteam + kwartiermaker)

225.000

225.000

225.000

2.

Gastcurator

45.000

45.000

45.000

3.

Organisatiebudget jaarlijkse event (vuurpijl)

100.000

150.000

200.000

4.

Organisatiebudget Stadsbreed programma

100.000

150.000

200.000

5.

Kosten jaarlijkse kick-off

25.000

25.000

25.000

6.

‘Corporate’ marketingcommunicatie NSF

50.000

75.000

75.000

7.

Kosten denktank

5.000

5.000

5.000

8.

Administratiekosten

PM

PM

PM

9.

Huisvesting

PM

PM

PM

550.000

675.000

775.000

500.000

500.000

500.000

50.000

100.000

Totaal lasten

Baten 1.

Subsidie gemeente Rotterdam

2.

Fondswerving

Totaal baten

500.000

550.000

600.000

Resultaat

- 50.000

-125.000

-175.000

Toelichting lasten:

• Ad 1: Personele kosten (kernteam en kwartiermaker): 2,5 fte x € 90.000,-. Gemiddelde personeelskosten in de museumsector bedragen € 80.000,- per fte, inclusief werk­ gevers­lasten, opleidingskosten, enzovoorts. In dit geval zitten we iets hoger omdat de benodigde functies aan de bovenkant van het functiegebouw zitten. • Ad 2: Gastcurator ca. 45 werkweken x 1 dag pw x uurtarief € 125,-. • Ad 3: Organisatiebudget jaarlijkse expo/event. We gaan uit van een budget van € 100.000,- in 2022 oplopend tot € 200.000,- in 2024. Voor dit bedrag wordt (programma) makers, productiemedewerkers, huur locatie, inrichtingskosten, verzekering, transport en publiciteit gerealiseerd. • Ad 4: Organisatiebudget Stadsbreed programma. Idem. • Ad 5: Organisatiekosten jaarlijkse kick-off bijeenkomst. Nodig voor locatiehuur, vergoeding sprekers, catering, enzovoorts.

67

Ook van jou!

4

Organisatie en financiën fase 1: 2022-2024

• Ad 6: Corporate marketingcommunicatie NSF. Een stevige positionering vraagt veel aan communicatie, marketing en branding. Gezond kengetal is 10% van totale begroting aan out-of-pocket-kosten (dus exclusief personele inzet). • Ad 7: Kosten denktank. Vacatiegeld a € 250,- x 2 vergaderingen x 10 leden. • Ad 8: Administratiekosten. We gaan er vanuit dat de projecten door Museum Rotterdam geadministreerd worden. • Ad 9: Huisvesting. Dit betreft alleen de kantoorhuisvesting van het NSF-kernteam. Huisvestingskosten voor huur programmalocaties maken deel uit van het organisatiebudget. We gaan er vanuit dat het kernteam van de NSF de eerste jaren kosteloos kantoor kan houden bij de gemeente of partnerorganisatie.

Toelichting baten:

• De RRKC adviseerde om € 700.000,- beschikbaar te stellen. We weten niet waar de RRKC dat op baseerde, maar ook wij komen tot de conclusie dat een gemeentelijke bijdrage oplopend tot zo’n € 700.000,- in fase 1 wenselijk is. Wij geven in overweging om het restant programmabudget van 2021 beschikbaar te stellen voor de komende periode. Hiermee kan in ieder geval het tekort over 2022 worden afgedekt en een deel van het tekort van 2023. Voor het resterend tekort 2023 en 2024 kan worden gezocht naar aanvullende middelen. • We gaan aan de batenkant ook uit van fondswerving. Dat zal nog niet lukken in 2022, maar wel vanaf 2023. • Denkbaar is – maar nu nog niet goed te overzien – dat bij sommige projecten ook entree wordt geheven. Omdat we in fase 1 nog niet over eigen huisvesting beschikken en projecten per definitie op locatie plaatsvinden, zullen ook de eventuele publieks­ inkomsten in beginsel aan die locatie toevallen.

Fase 2: 2025-2028

Een begroting voor fase 2 (volgende cultuurplanperiode) is nu moeilijk te presenteren. Wel kunnen we de hoofdbestanddelen van de NSF-begroting fase 2 benoemen: • Organisatie en programma NSF in het verlengde van fase 1 (€ 700.000,-); • Invoeging van Museum Rotterdam (€ 1,7 miljoen); • Tijdelijk-vaste huisvesting. Een kostenindicatie is hiervoor nog niet te geven.

68

Ook van jou!

4

Organisatie en financiën fase 1: 2022-2024

Huisvestingsscenario's

5 De Huisvesting van een goed verhaal Welk hoofdstuk voegen we toe aan het Verhaal van de Stad?

▶ Pagina 70 en 71 Illustraties Funs Janssen (Funzig), Stadstekenaar Rotterdam 2021

69

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

Het is tijd om verder te onderzoeken, te vergelijken en keuzes te maken over de huisvestingsscenario’s voor de NSF. Kiezen we voor efficiënt of voor identiteit? Efficiëntie past de pragmatische Rotterdammer en heeft de stad misschien zelfs deels gedefiniëerd. Toch moet zelfs de Rotterdammer weten - vóelen – dat de geschiedenis van de stad niet slechts te vatten is in een ‘oplossing’. Wij zijn die geschiedenis iets verschuldigd. Welke plek bieden wij onze geschiedenis en het Verhaal van de Stad?

5.1

Uitgangspunten en overwegingen

Scenario-overwegingen

De geschetste huisvestingsscenario’s van verkenner Johan Moerman vormen het vertrekpunt voor onze scenariostudie. In overleg met de stuurgroep besloten we de definiëring van de scenario’s wat aan te passen. De scenario’s Huis van de Geschiedenis en Huis van de Stad impliceren een afsplitsing van geschiedenis en stedelijke actualiteit. Een onwenselijke afsplitsing, aangezien het juist de essentie van de NSF is dat deze zowel de stadsgeschiedenis als stedelijke actualiteit behandelt. Idealiter in onderlinge samenhang. Ook de RRKC adviseerde een stadsmuseale functie die geschiedenis en stedelijke actualiteit bij elkaar brengt. De benchmark van stadsmusea in omringende landen toont eveneens dat juist de koppeling van geschiedenis en actualiteit van de stad zorgt voor relevantie van elk van deze musea. We maken dus geen onderscheid tussen Huis van de Geschiedenis en Huis van de Stad; elk scenario dient beide invalshoeken te verenigen.

In onze stip op de horizon gaan ook wij uit van een sterk eigen museumgebouw De verkenner geeft in zijn rapportage verder aan dat de huisvestingsscenario’s voor een NSF van elkaar verschillen in de mate waarin ze vaste of flexibele huisvesting bieden. Met aan het ene uiterste van de lijn de mogelijkheid van een groot iconisch museum en aan het andere uiterste de optie van een footloose stadsmuseale functie. Dit is een organisatie zonder vaste huisvesting, die op tal van locaties bij andere organisaties projecten organiseert. De verkenner vindt de footloose-optie niet wenselijk: een NSF heeft een eigen, herkenbare plek nodig. Dat kan een grote of minder grote plek zijn, maar een museumgebouw is noodzakelijk. Wij onderschrijven dit uitgangspunt en gaan - in onze stip op de horizon - ook uit van een sterk eigen museumgebouw.

Stadsmusea uit de benchmark zuigen met hun ­outreach programma’s de stad juist het museum in

72

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

De verkenner geeft aan dat de optie van een groot, iconisch museumgebouw Rotterdam goed past, maar het risico van afzondering in zich draagt, met nadelige gevolgen voor samenwerking en verbinding. Wij onderschrijven de urgentie van een outgoing NSF, een organisatie die actief verbinding zoekt met partners in de stad. Wij geloven echter niet dat de grootte van het gebouw hierin bepalend is. De benchmark naar stadsmusea toont dat elk van deze musea succesvol de verbinding weet te leggen met (allerlei doelgroepen en samenwerkingspartners in) de stad. Sommigen (Museum of Liverpool, MAS Antwerpen of MuCEM Marseille) doen dat binnen een grootse, iconische accommodatie met veel multifunctionele ruimten voor ontmoeting, projecten, debat en presentaties. Deze zuigen met hun outreach programma’s de stad het museum in. Anderen (Amsterdam Museum) maken evenzeer de verbinding met de stad, maar vanuit een compacter (doch eveneens iconisch) gebouw. Verbinding gebeurt hier meer in de wijken en bij andere musea. Voor Rotterdam zijn beide opties interessant. Of A) een groot, iconisch museumgebouw waar veel in eigen huis gebeurt of B) een minder groot maar evenzeer iconisch museumgebouw waarvan het museum zich ook op andere locaties manifesteert.

Twee scenario’s: Anker van de Stad en Thuishaven

Op basis van bovenstaande overwegingen onderzochten we in deze onderzoeksfase de volgende scenario’s: 1. Scenario Anker van de Stad Invulling van de NSF in een iconisch gebouw met een dijk van een museale presentatie van het Verhaal van Rotterdam, volop ruimten voor wisseltentoonstellingen en voor een divers publieksprogramma waar iedereen het Verhaal van Rotterdam tot zich kan nemen en waar elke organisatie podium krijgt om daaraan bij te dragen. 2. Scenario Thuishaven Invulling van de NSF in een kleiner, maar evenzeer iconisch gebouw met een dijk van een museale presentatie van het Verhaal van Rotterdam. Wisseltentoonstellingen en de diversiteit aan publieksprogramma’s vinden hier niet alleen in eigen huis plaats, maar ook en vooral bij externe partners op verschillende plekken in de stad, binnen en buiten. De scenario’s Anker van de Stad en Thuishaven hebben we in deze rapportage nader uitgewerkt en vervolgens geprojecteerd op mogelijke huisvestingslocaties, waaronder Hoogstraat 110. Hoewel pas in een volgende fase uitwerking van organisatie en exploitatie aan de orde is, geven wij op voorhand aan dat de scenario’s onderaan de streep elkaar niet veel zullen ontlopen qua exploitatiebegroting en subsidieniveau. Beide scenario’s gaan uit van een stevig ambitieniveau.

Bij scenario Anker van de Stad zullen de gebouwgebonden exploitatie­lasten lager liggen dan bij scenario Thuishaven, maar daar staat tegenover dat in scenario Thuis­haven meer budget opgenomen moet worden voor huur en het geschikt maken van wisselende locaties. Ook qua formatie en organisatiekosten doen beide scenario’s niet voor elkaar onder; de omvang van programmering en publieksactiviteiten is vergelijkbaar. Met dien verstande dat deze bij Anker van de Stad overwegend in eigen huis plaatsvinden en bij Thuishaven vooral ook op locatie. Waarmee maar gezegd is dat een keuze tussen een van deze scenario’s niet op financiele gronden genomen wordt.

73

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

Eventuele relatie tussen depot en nieuwe locatie

Er loopt een oriënterend onderzoek naar een nieuwe depotvoorziening voor Rotterdam. Dit onderzoek wordt eind 2022 afgerond. Eén van de scenario’s is een nieuwe ­depotvoorziening op een nieuwe locatie, waarbij het gebouw aan de Metaalhof wordt afgestoten. De studie onderzoekt ook of het depot een publieks- en algemene onderzoeksfunctie moet krijgen. In deze lijn ligt een relatie met de NSF voor de hand. Vanwege de spilfunctie die de NSF moet krijgen in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld en ten aanzien van de Collectie Rotterdam, is het denkbaar dat een nieuwe depotvoorziening deel uitmaakt van de ­NSF-accommodatie. Beide functies kunnen op elkaar aansluiten en elkaar versterken.

Steeds vaker worden depots gebruikt en opengesteld zodat de schatten die ze herbergen niet ongezien en onbenut blijven De mogelijke combinatie van de NSF met een depotvoorziening sluit aan op een trend. Steeds vaker worden depots opengesteld voor publiek, als een soort schatkamer en al dan niet gecombineerd met tentoonstellingsfaciliteiten. Zo kent het Centre de Conservations en Resource (CRR) van het nieuwe MuCEM in Marseille een groot depot met tentoonstellingsruimte. Aansprekende voorbeelden zijn ook dichtbij te vinden: het Depot van Boijmans Van Beuningen of het MAS in Antwerpen. Een andere trend is de openbare onderzoeksfunctie van depots: iedereen die meer wil weten van bepaalde collectiestukken kan onder begeleiding toegang tot de collectie krijgen. Het Universiteitsmuseum van Glasgow met The Hunterian Collections Study Centre is een interessant voorbeeld hiervan. We zien aanvullend een trend waarbij kennis en expertise van de betreffende organisatie beschikbaar wordt gesteld aan professionals en vrijwilligers in de museum- en erfgoedsector. Zo organiseert het Victoria and Albert Museum in London trainingen voor collega-­professionals. Barberini Corsini National Galleries in Rome kent een uitgebreid aanbod educatieve programma’s en onderzoeksactiviteiten om op locatie de kennis over de collectie te ontsluiten voor een breed publiek.

En het Deense Nationale Museum heeft een restauratieafdeling waar ook andere collectiebeheerders terecht kunnen met hun restauratiebehoefte, zowel facilitair als qua expertise. Door openstelling worden depots steeds vaker daadwerkelijk gebruikt, zodat de schatten die ze herbergen niet ongezien en de kennis die ze vertegenwoordigen niet onbenut blijven. De mogelijkheid tot een NSF met depotvoorziening en openbare functies in Rotterdam is afhankelijk van de locatie. Op een binnenstedelijke locatie (bijvoorbeeld Hoogstraat 110) is dit niet mogelijk. Sommige andere locaties bieden wel deze optie. De optie van een combinatie van NSF met depotvoorziening hebben we niet opgenomen in de onderhavige huisvestings­ scenario’s, c.q. de pve’s: daarvoor is het te vroeg. Wel is het raadzaam om in de scenariostudie voor de depotvoorziening de optie van gecombineerde huisvesting met het museum mee te nemen.

74

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

5.2

Scenario Anker van de stad

Voor anker gaan?

Het scenario Anker van de Stad is het centrale punt voor het Verhaal van Rotterdam. Een podium waar iedereen en elke organisatie welkom is het Verhaal van Rotterdam te beleven en te verrijken.

Hoe ziet dat eruit?

Het scenario Anker van de Stad voorziet in een groot en iconisch gebouw van ca. 10.000 m2 bvo. Een vloeroppervlak van ca. 10.000 m2 komt in de buurt van de sterke stadsmusea van Hamburg (7000 m2), Liverpool (11.000 m2) en Antwerpen (14.500 m2). Het museumgebouw biedt ruimte aan: • Een goed geoutilleerd museaal deel met een groots en meeslepende vaste opstelling van het Verhaal van Rotterdam, interactieve labs voor kinderen en jongeren en volop ruimte voor wisseltentoonstellingen (Experience). • Een social space met uiteenlopende publieksvoorzieningen voor ontmoeting, presen­ taties, uitwisseling en debat (Forum). Het museumgebouw in Anker van de Stad wordt een plek met veel dynamiek en een grote aanzuigende werking op inwoners en bezoekers van de stad. Een publieksbereik van 150.000 tot 200.000 bezoekers per jaar lijkt ons realistisch. We hebben het dan over museumbezoekers. Het aantal bezoekers van de vrij toegankelijke social space ligt aanzienlijk hoger.

Ruimtebeslag museale deel ‘Experience’

Vaste opstelling het Verhaal van Rotterdam (totaal 2.500 m2): • 5 grote presentaties van de hoofdthema’s van het Verhaal van Rotterdam; gemiddeld 250 m2 per hoofdthema; totaal 1.250 m2: − Veelkleurige, multimediale tentoonstelling over het Rotterdam van nu als super­diverse stad. − Ontstaan en opkomst van Rotterdam, Dam in de Rotte, enzovoorts. − Expansie van de haven in de 19e en 20e eeuw tot grootste havenstad. − Verwoesting WO II. Het trauma van 14 mei 1940 als keerpunt in de geschiedenis van Rotterdam. − Wederopbouw. Stad van opnieuw beginnen. Nieuwe gebouwen, moderniteit, eigen­ zinnige architectuur. Nieuwe wijken, stadsuitleg. • Vijf focus presentaties op typisch Rotterdamse thema’s (gemiddeld 150 m2 per thema; totaal 750 m2), zoals: − Rotterdamse portretten: bekende en onbekende Rotterdammers door de eeuwen heen. − De Metro: Rotterdam was de eerste Nederlandse stad met een metro. − Erasmus en wetenschap: de essentie van zijn denkbeelden en invloed op de hedendaagse samenleving. − Rotterdam in de wereld, de wereld in Rotterdam: de impact als internationale havenstad en aantrekkingskracht op nieuwe bevolkingsgroepen. − Stad in beeld: Rotterdam door de eeuwen heen, van het oudste (bewegende) beeld tot nu en daarna. Historische foto’s, film en kaartcollectie in combinatie met nieuwe mapping-technieken, 3D-kaarten en virtual reality.

− Persoonlijke verhalen: oral history met ooggetuigenverslagen en interviews op beeld en geluid. Mensen maken van Rotterdam Rotterdam, het meest inclusieve erfgoed dat er is.

75

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

• Interactieve labs (250 m2 per lab; totaal 500 m2): − Medialab voor jongeren van 13-24 jaar oud − Een lab voor kinderen van 5-12 jaar oud Naast de vaste opstelling biedt het museale deel ruimte voor wisseltentoonstellingen. In ­Anker van de Stad gaan we uit van in totaal 2.250 m2 aan ruimte hiervoor: • Grote zaal: 1.250 m2 • Middelgrote zaal: 500 m2 • Kleine zalen/kabinetten: totaal 500 m2

Ruimtebeslag publieksvoorzieningen ‘Forum’

De NSF krijgt ook een vrij toegankelijke deel. Hier kun je terecht voor ontmoeting, debat, inspiratie en presentaties. Dit is bedoeld voor een algemeen publiek, maar ook voor v­ rijwilligers, studenten en professionals die van doen hebben met het verhaal van de stad. In scenario Anker van de Stad biedt het Forum een groot volume aan uiteenlopende ruimten: • Entreegebied (totaal 600 m2): − Ontvangsthal met eyecatcher − Ticketbalie museum − Museumwinkel − Garderobe • Horeca (totaal 450 m2) • Etalagefunctie gemeentelijke erfgoeddiensten Stadsarchief, Bureau Archeologie, Bureau Monumenten (totaal 450 m2): − Informatiedesk − Actuele mini-expo’s − Open werkruimte/studieplekken • Evenementenruimtes (totaal 2.000 m2): − Educatieruimten − Filmzaal − Auditorium − Vergaderruimtes

5.3

Scenario Thuishaven

Samen uit, samen thuis

Ook scenario Thuishaven voorziet in een iconisch museumgebouw, maar minder groot dan Anker van de Stad. Het scenario Thuishaven kent eveneens een museaal deel (Experience) en een vrij toegankelijk deel (Forum) voor publieksprogramma’s. Anders dan bij Anker van de Stad worden in dit scenario de wisseltentoonstellingen en de publieksprogramma’s van Forum overwegend op andere locaties in de stad georganiseerd. Scenario Thuishaven kent een museumgebouw waarin het museale fundament van het Verhaal van Rotterdam wordt gelegd. Dit dient als uitvalsbasis om met wisselende tentoonstellingen, debatten, doelgroep-programma’s en ontmoetingen her en der in de stad op te duiken. We gaan uit van een museum-accommodatie van ca. 5.000 m2. Min of meer vergelijkbaar met de omvang van Amsterdam Museum en op hoofdlijnen vergelijkbaar met het generieke programma van eisen dat voor de optie Hoogstraat 110 is opgesteld.

76

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

Hoe ziet dat eruit?

Het museumgebouw in Thuishaven zal minder publiek in eigen huis trekken dan Anker van de Stad, maar altijd nog zo’n 100.000 tot 150.000 bezoekers per jaar. Ook de horeca en de vrij toegankelijke activiteiten in het Forum zullen minder publiek trekken dan Anker van de Stad. Naast de bezoekersaantallen in eigen huis trekt het scenario Thuishaven meer bezoekers op andere locaties in de stad. Per saldo gaan we er van uit dat de bezoekersaantallen van de twee scenario’s elkaar niet veel ontlopen.

Ruimtebeslag museale deel ‘Experience’

De vaste opstelling van het Verhaal van Rotterdam is in scenario Thuishaven gelijk aan dat van Anker in de stad: totaal 2.500 m2. Ook dit scenario biedt dus een dijk van een vaste museale presentatie van het Verhaal van Rotterdam. Het volume aan wisseltentoonstellingen is in dit scenario aanzienlijk kleiner. Hier wordt uitgegaan van ca. 400 m2 in eigen huis. In dit scenario worden wel degelijk veel wisseltentoonstellingen georganiseerd, maar op locaties elders. Wisseltentoonstellingen die veel vragen van museale klimatisering kunnen een plek krijgen in bijvoorbeeld de Laurenskerk of de Kunsthal. Minder kwetsbare tentoonstellingen vinden op uiteenlopende locaties plaats, binnen en buiten. Ook de buitengebieden worden daarbij actief betrokken: de bunkers van Museum Atlantikwall in Hoek van Holland is erg relevant wanneer het over een WOII-programma gaat.

Ruimtebeslag publieksvoorzieningen ‘Forum’

In scenario Thuishaven is het volume aan publieksvoorzieningen (Forum) substantieel kleiner dan in Anker van de Stad. Weliswaar wordt voorzien in een behoorlijke basis aan publieke ruimte, maar een substantieel deel van de publieksactiviteiten vindt elders in de stad plaats. Het Forum-deel van scenario Thuishaven bestaat uit: • Ontvangst/entreegebied: 400 m2 • Horeca: 230 m2 • Etalagefunctie gemeentelijke erfgoeddiensten: 300 m2 • Evenementenruimtes: 400 m2

5.4 Overzicht programma's van eisen Eisen + ervaringsgegevens = vertrekpunt

Adviesbureau BBN heeft in opdracht van de gemeente een ‘generiek programma van eisen’ opgesteld voor eventuele huisvesting van de NSF in/bij de centrale vestiging van Bibliotheek Rotterdam. Wij hebben dit programma bestudeerd en op basis van onze eigen ervaringsgegevens vastgesteld dat het voldoende compleet is om als vertrekpunt te dienen voor de scenario’s Anker van de Stad en Thuishaven. Daarnaast keken we naar het ruimtebeslag van de musea in de benchmark en stelden vervolgens voor beide scenario’s een eigen PVE op. In het onderstaande schema specificeerden we dit op hoofdonderdelen en vergeleken het met het door BBN voor de locatie Hoogstraat 110 opgestelde ‘generieke programma van eisen’.

77

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

BBN

Thuishaven

Anker Toelichting vd Stad

Ontvangst, entreegebied, publieksvoorzieningen, museumwinkel, ­ticketbalie

216

400

600

In het generieke PVE is een substantieel aantal m2 toegerekend aan m2 in de Bibliotheek. Voor het concept van een NSF achten we het essentieel dat deze zich “zelfstandig” kan presenteren/profileren.

Etalagefunctie gemeentelijke erfgoeddiensten

0

300

450

Informatiedesk en etalage erfgoed­ organisaties, studiezaal (werk­ plekken + erfgoedbibliotheek).

Horeca

0

230

450

Integratie met benodigde m2 voor ontvangst, entree en etalage erfgoeddiensten is goed denkbaar. Dit is in de eerste plaats een ontwerpopgave.

Museale ruimte semi-permanente ­presentatie

1.850

2.500

2.500

Inclusief verkeersoppervlak. Uitgangspunt is dat Thuishaven en Anker van de Stad allebei voorzien in een substantieel oppervlak voor een (semi)permanente opstelling van de Rotterdam Collectie.

Museale ruimte wisseltentoonstellingen

1.230

400

2.250

Inclusief verkeersoppervlak. Uitgangspunt voor het scenario Thuishaven is dat het grootste deel van de wisseltentoonstellingen elders in de stad wordt georganiseerd.

Evenementenruimtes o.a. educatieruimten, auditorium, filmzaal

794

500

2.000

Idem voor evenementenruimtes.

Logistieke ruimtes exposities

330

330

650

Kantoorruimtes (inclusief vergader­ ruimtes).

340

420

500

Dienstruimtes

197

175

225

Subtotaal

4.956

5.255

9.625

Extra toe te voegen

1.650

Totaal

6.606

78

Ook van jou!

In generiek PVE wordt een ­sub­stantieel aantal werkplekken gedeeld met de Bibliotheek.

Compensatie voor creëren hoge museale ruimten binnen de ­bestaande bouwkundige kaders. 5.255

9.625

bvo

5

Huisvestingsscenario’s

Het scenario Thuishaven kent een min of meer vergelijkbaar vloeroppervlak als het scenario voor huisvesting in de Bibliotheek. Beide scenario’s gaan uit van medegebruik van bepaalde type ruimtes zoals auditorium, educatieruimten en vergaderfaciliteiten. De programma’s van eisen van deze twee scenario’s kennen ook verschillen: Thuishaven gaat uit van meer m2 voor de vaste opstelling, wel eigen horeca, maar minder ruimte voor wisseltentoonstellingen en events, want die vinden vaker op locatie plaats.

5.5 Projectie scenario's op mogelijke locaties Locatiestudie: waar woont straks het Verhaal van de Stad?

Na het opstellen van de PVE’s voor de scenario’s Anker van de Stad en Thuishaven, startten we een oriënterend onderzoek naar locaties in Rotterdam die passend en/of kansrijk zijn voor de (uiteindelijke) vestiging van een NSF. En waar de volumes van beide scenario’s (respectievelijk 10.000 m2 en 5.000 m2 bvo) inpasbaar zijn. Tevens bekeken we of een locatie tijdelijk kan worden gebruikt, in de aanloop naar een definitieve vestiging. Hieronder de belangrijkste uitkomsten van het locatieonderzoek op een rij.

Mogelijke locaties

We stelden in afstemming met Vastgoed, Cultuur en Gebiedsontwikkeling een groslijst van locaties op die mogelijk in aanmerking komen voor de vestiging van een NSF. Deze lijst is besproken en aangevuld in het Strategieteam Maatschappelijk Vastgoed en in het Afstemmings­ overleg Gebiedsontwikkeling van de gemeente Rotterdam. De volgende locaties zijn onderzocht, zoveel mogelijk in samenhang met voorgenomen stedenbouwkundige ontwikkelingen: • Hoogstraat 110 (herontwikkeling CBR) • Een plot of herbestemming bestaand gebouw binnen de herontwikkeling Rijnhaven • Een plot binnen de herontwikkeling Churchillplein • Maritiem Museum (in samenhang met eventuele vernieuwing) • Mauritsstraat 36 • Oogziekenhuis, locatie Schiedamse Vest 180 (in relatie tot voorgenomen verhuizing) • Cultuurcampus i.o. (Charloisse Hoofd) • De Hef/Stieltjesstraat • Alexanderknoop • Zuidplein

Beoordeling van de locaties

Om de wenselijkheid en haalbaarheid van een mogelijke vestiging vast te stellen, stelden we een aantal beoordelingscriteria op. Omdat deze niet allemaal even zwaar wegen, kenden we de criteria een waarde/wegingsfactor toe: factor 3 (belangrijk/zwaarwegend), factor 2 (gemiddeld belangrijk/zwaarwegend) en factor 1 (minder belangrijk/zwaarwegend). Of een NSF qua ruimte­ beslag überhaupt inpasbaar is op een bepaalde locatie of in een bestaand gebouw weegt immers zwaarder dan of de locatie of het gebouw gemeentelijk dan wel privaat eigendom is.

79

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

Beoordelingscriteria (met wegingsfactor): • Mogelijkheid om eigen identiteit van NSF te tonen (WF 3) • Aantal m2 globaal beschikbaar (WF 3) • Aansluiting in algemene zin aan bij de varianten Anker van de Stad en Thuishaven: logische plek in de stad, historische waarde enz. (WF 2) • Bestaande vastgoed sluit in algemene zin aan bij de varianten Anker van de Stad en Thuishaven: markant gebouw, aansprekende architectuur, historische waarde vastgoed enz. (WF 2) • Te verwachten effect op de bezoekaantallen (WF 2) • Realisatie mogelijk binnen bestaande bouwkundige kaders (WF 2) • Kwaliteit bereikbaarheid, logistiek (WF 2) • Tijdelijke of definitieve huisvesting (WF 2) • Beschikbaarheid korte, middellange en/of lange termijn (WF 2) • Relevante beleidskaders en uitgangspunten (WF 2) • Sluit aan bij bredere gebiedsontwikkeling (WF 1) • Sluit aan op gemeentelijk beleid om toeristen over de stad te spreiden en/of de ­‘stadsranden’ aantrekkelijker te maken voor bezoek (WF 1) • Eigendomsverhoudingen (WF 1)

Deze locaties bieden de mogelijkheid tot prominente profilering op een aansprekende locatie en in ­samenhang met een bredere gebiedsontwikkeling Vanzelfsprekend is een beoordeling op deze criteria per definitie arbitrair. Dat geldt ook voor het toekennen van een wegingsfactor. Niettemin konden we op deze manier de verschillende potentiële locaties met elkaar vergelijken en in relatief korte tijd een goed beeld vormen van de mogelijkheden en kansen die er liggen voor een juiste positionering van de NSF in de stad. Onze beoordeling is uitgevoerd op basis van aan ons beschikbaar gestelde documenten, gesprekken met de betreffende gemeentelijke projectleiders, gebiedsaccountsmanagers en locatiebezoek. Bij de mogelijke vastgoedontwikkeling keken we zowel naar de herontwikkeling van bestaande gebouwen als naar nieuwbouw en naar combinaties van herontwikkeling en nieuwbouw. Uit de beoordeling van de geselecteerde locaties komen wij tot onderstaande top vijf aan mogelijke locaties. In willekeurige volgorde: • Rijnhaven (plot of herbestemming bestaand gebouw) • Oogziekenhuis • De Hef / Stieltjesstraat • Cultuurcampus i.o. • Plot Churchillplein Deze locaties komen op basis van de globale beoordeling als meest kansrijk naar voren voor de realisatie van de NSF.

Ze onderscheiden zich omdat ze de mogelijkheid bieden tot prominente profilering op een aansprekende locatie en in samenhang met een bredere gebiedsontwikkeling. Afrondend nog een relativerende opmerkingen bij de beoordeling van de locaties: het lijstje van potentiële locaties betreft een momentopname. Denkbaar is dat over een jaar nieuwe potentiële locaties in beeld komen en/of dat locaties afvallen.

80

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

5.6  Advies wel/niet museum bij centrale vestiging Bibliotheek NSF niet bij vestiging Bibliotheek Rotterdam

Alles overwegend adviseren wij om af te zien van de optie van huisvesting van een NSF in/ bij de centrale vestiging van Bibliotheek Rotterdam ( Hoogstraat 110). De onderstaande zes argumenten motiveren ons advies. 1. Huisvestingsconcept NSF nog te wankel De ambitie en het huisvestingsconcept van een NSF voor Rotterdam liggen nog niet vast. Wordt het Anker van de Stad, Thuishaven of iets daar tussenin? Er is meer tijd nodig om de ambitie te bepalen en een goed doordacht huisvestingsconcept met een programma van eisen te bepalen. De aanstaande experimenteerfase kan daarbij verhelderend werken. Voor Museum Rotterdam zijn in het verleden slecht doordachte huisvestingsbeslissingen genomen; een fout die we niet nog een keer mogen maken. Zoals we bij de Stip op de horizon aangeven: doe het goed of doe het niet!

Er is meer tijd nodig voor een goed ­doordacht ­huisvestingsconcept De combinatie met een mogelijk nieuwe depotvoorziening heeft potentie, maar moet nader onderzocht worden. Een verkennend onderzoek naar de toekomst van de depotvoorziening is net gestart en levert input voor een scenariostudie medio 2022. Duidelijk is dat een eventuele combinatie ‘NSF + depot’ grote gevolgen heeft op de locatiekeuze, het huisvestingsconcept én het programma van eisen. Wij adviseren om in de scenariostudie de mogelijkheid van gecombineerde huisvesting met een NSF op te nemen. Ook hier geldt: meer tijd is nodig om het huisvestingsconcept beter te doordenken. 2. NSF in Bibliotheek niet bevorderlijk voor eigen identiteit Een NSF in of bij de centrale vestiging van Bibliotheek Rotterdam gaat ten koste van de identiteit van het museum. Het is een architectonische opgave om hiervoor juist wel te zorgen binnen de herontwikkeling van Hoogstraat 110, maar de mogelijkheden daartoe zijn - vooral in vergelijking met andere huisvestingsopties - beperkt. Fysiek maar voor veel mensen ook psychologisch zal het museum onderdeel uitmaken van een groter geheel en dus niet op zichzelf staan. Daarbij komt dat het plan Hoogstraat 110 uitgaat van gedeelde voorzieningen: gezamenlijke entree, gedeelde horeca, gedeelde en tevens te verhuren eventruimtes.

Het delen van ruimten is efficiënt, maar gaat ten koste van de herkenbaarheid en de eigen museum identiteit.

Gedeelde voorzieningen zijn efficiënt, maar doen afbreuk aan de eigen identiteit die we n ­ astreven voor een NSF

81

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

In het scenario voor Hoogstraat 110 wordt de horeca commercieel verhuurd. Het is in de eerste plaats een autonome plek en daarnaast ondersteunend voor bezoekers van bibliotheek en museum. Dat is positief voor de horecaondernemer, maar draagt niet bij aan de eigen identiteit van zowel museum als bibliotheek. Het biedt zodoende geen perspectief op de horeca die wij adviseren bij de museale stip op de horizon, namelijk: horeca als ontmoetingsplek voor het Verhaal van de Stad, waar erfgoed en stedelijke actualiteit integraal onderdeel zijn, in het verlengde van de NSF-programmering. De steden van de benchmark kennen zonder uitzondering een stand alone en iconisch ­stadsmuseum. Dat wil zeggen: met een eígen identiteit. 3. Analyse: grote, onaanvaardbare risico’s Voor de optie van een NSF in de Bibliotheek Rotterdam is door de gemeente een risicoanalyse gemaakt. Deze geeft aan dat er grote risico’s kleven aan de herontwikkeling van het gebouw Hoogstraat 110 wanneer aan het programma ook de NSF wordt toegevoegd. Het ‘generieke programma van eisen’ kent nog te veel onzekerheden; naar verwachting zullen er verschuivingen in het programma van eisen plaatsvinden. Het risico op een vertraging van de hele her­ontwikkeling van Hoogstraat 110 is daarmee te groot, net als het hoger uitvallen van de bouw­kosten dan geraamd (of nog erger: dan gemanaged kan worden).

De risicoanalyse wijst uit dat opname van een NSF in de herontwikkeling van Hoogstraat 110 grote, onaanvaardbare risico’s in tijd en geld met zich meebrengt.

Het risico op vertraging en hoger uitvallende ­bouwkosten is groot 4. Hoogstraat 110: nu nog verre van geschikt voor museale bestemming Een museale bestemming vraagt om hoge ruimten voor goede tentoonstellingszalen. Je wil hier de bezoeker verrassen en overweldigen met het Verhaal van de Stad en de Collectie Rotterdam! Dat gebeurt eerder in een indrukwekkende, grote zaal dan in een stoffig kamertje. Grote zalen zijn in Hoogstraat 110 alleen te realiseren door verdiepingen open te werken. Om het opgestelde generieke programma van eisen van 4.956 m2 te realiseren moet 1.650 m2 vloeroppervlak worden bijgebouwd om ruimten met de vereiste hoogte re realiseren. In totaal rekent BBN met 6.606 m2 om een programma van 4.956 m2 te kunnen realiseren. Dat maakt realisering van een museum in/bij het gebouw Hoogstraat 110 tot een relatief duur scenario. 5. Locatiestudie: er zijn aantrekkelijke alternatieven Uit de locatiestudie blijkt dat er verschillende reële huisvestingsopties zijn die wel voldoen aan de eisen en wensen. Ze dragen bij aan een eigen identiteit, zijn aantrekkelijk gelegen en leveren een bijdrage aan gebiedsontwikkeling. Het waarschijnlijk vrijkomende gebouw van het Oogziekenhuis, een plot of herbestemming van een bestaand gebouw in de herontwikkeling van de Rijnhaven, De Hef/Stieltjesstraat, Cultuurcampus i.o. en de plot Churchillplein zijn daar voorbeelden van.

Wijkt de investeringslast voor de realisering van een NSF op een van deze locaties erg af van de geraamde kosten voor de optie Hoogstraat 110? Nee, zo blijkt. De kosten van realisering van een museum in de herontwikkeling van Hoogstraat 110 zijn door bureau BBN geraamd op € 48 miljoen (excl. inrichtingskosten, excl. btw), met de kanttekening dat de risicoanalyse aangeeft dat deze kosten verder kunnen oplopen.

82

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

We vroegen BBN een eerste kostenindicatie te geven voor de alternatieve locaties. Voor nieuwbouw van het scenario Thuishaven, dat qua volume vergelijkbaar is aan huisvesting van de NSF in/bij de bibliotheek, geeft BBN de volgende bandbreedtes aan investeringslast: € 42 - 49 mil­joen. Deze indicatieve investeringslast gaat uit van grond in gemeentelijk eigendom (bijvoorbeeld De Hef of Cultuurcampus), waarbij rekening is gehouden met gronskosten tegen maatschappelijk waarde, conform het gemeentelijk vastgoedbeleid. De kosten van het scenario Thuishaven als herbestemming van een bestaand gebouw (bijvoorbeeld het Oogziekenhuis of een gebouw in de herontwikkeling van de Rijnhaven) zijn in dit stadium lastig te geven omdat deze mede afhankelijk zijn van specifieke omstandigheden en kwaliteiten van het gebouw en wat de verwervingskosten zijn in geval het gebouw geen gemeentelijk eigendom is. In zijn algemeenheid geldt dat herbestemming van een bestaand gebouw minder kost dan nieuwbouw. Met de inzichten die we vanuit BBN aangereikt hebben gekregen kunnen we stellen dat huisvesting van de NSF op een alternatieve locatie qua investering vergelijkbaar of zelfs gunstiger lijkt uit te pakken dan het bibliotheekscenario. 6.

Geen draagvlak in het veld In opdracht van de gemeente onderzocht Sander de Iongh in hoeverre de uitgangspunten van het visiedocument de Schatten van Rotterdam (2017) nog actueel zijn. Daartoe sprak hij met een groot aantal sleutelpersonen en organisaties in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld. Hoewel zijn onderzoek betrekking heeft op de Collectie Rotterdam, blijkt uit de rapportage dat steevast ook de toekomst en de huisvesting van de NSF in de gesprekken aan de orde kwam. Met als gedeelde boodschap: zie af van de huisvestingsoptie in de bibliotheek en ga eerst aan de slag met de experimenteerfase. Overeenkomstig met ons eerste argument luidt de boodschap: neem de tijd om je verder op het huisvestingsvraagstuk te oriënteren.

Gedeelde boodschap uit het veld: zie af van de huisvestingsoptie in de bibliotheek Zijn er dan helemaal geen pluspunten?

De huisvestingsvariant NSF in/bij de Bibliotheek Rotterdam voorziet in een efficiencyvoordeel van gedeelde ruimtes. Zoals gezegd is de keerzijde dat dit ten koste gaat van de eigen identiteit. Van belang is aan te geven dat eenzelfde efficiencyvoordeel zich voordoet in het scenario Thuishaven, maar dan met behoud van eigen identiteit. Dit scenario gaat uit van een sterke thuisbasis met eigen smoel, in combinatie met programmering van wisseltentoonstellingen en publieksprogramma’s op verschillende (bestaande) ruimtes en plekken in de stad. In geval van co-producties met de betreffende partnerlocaties is er geen of beperkt sprake van kosten voor dit ruimtegebruik. Wanneer het gaat om eigen programmering van de NSF op een partnerlocatie, wordt waarschijnlijk een vergoeding/huur betaald. Hetzelfde is waarschijnlijk het geval bij het scenario van Hoogstraat 110. Een ander pluspunt dat genoemd wordt bij dit scenario, is dat het museum kan meeprofiteren van de grote publieksstromen naar het bibliotheekcomplex. Wij onderschrijven dat dit een pluspunt is, maar plaatsen hier ook kanttekeningen bij:

83

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

• Bezoekers van de bibliotheek kunnen gemakkelijk aanwaaien bij publieksactiviteiten van het museum in het vrij toegankelijke deel (Forum). Het is echter de vraag of zij ook de stap zetten naar de koop van een museumkaartje voor het Experience-deel. Bezoekers aan de bibliotheek komen doorgaans met een ander motief (flexwerken, informatie halen) dan museumbezoekers. • De grote groep toeristen die nu al naar het gebied van de Binnerotte, de Markthal en de Kubuswoningen komt, is in potentie interessant als museumpubliek, dus ook voor het Experience-deel. Belangrijk is dan wel dat het totale gebouw een iconische uitstraling krijgt en dat het museumgedeelte een herkenbare eigen identiteit kan krijgen, wat vermoedelijk onvoldoende het geval zal zijn.

5.7

Voorstel verdere uitwerking huisvesting

Bezinnen en beginnen!

Wij adviseren om af te zien van de optie van huisvesting van een NSF in/bij de centrale vestiging van de bibliotheek. Het is belangrijk de tijd te nemen om tot een weloverwogen programma van eisen te komen en de locatiekeuze daarop te baseren. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat het huisvestingsvraagstuk binnen afzienbare tijd opgepakt moet worden. Wanneer besluit­ vorming hierover nog jaren wordt uitgesteld, kan een nieuwe vaste plek zo maar meer dan tien jaar op zich laten wachten. Dat is onwenselijk. Ons advies? Pak het vraagstuk aan de hand van onderstaande stappen op. Ook het vraagstuk van de beoogde tijdelijke huisvesting - voor de periode vanaf 2025 - wordt hierin meegenomen.

Meer dan tien jaar op een nieuwe vaste plek ­wachten is onwenselijk! Stap 1: Uitwerken huisvestingsconcept scenario Thuishaven Als eerste stap moet het huisvestingsconcept worden aangescherpt. Wij hebben nu twee scenario’s op hoofdlijnen geschetst en adviseren nader onderzoek te doen naar het scenario Thuishaven. Voor Rotterdam achten wij dit scenario meer passend dan Anker van de stad. Waarom? Scenario Thuishaven speelt nadrukkelijker in op de Rotterdamse behoefte c.q. kans om de NSF de verbindende schakel te laten zijn in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld. In dit onderzoek is het belangrijk om in te zoomen op de vraag wat het gewenste programma van eisen is voor de ruimtes voor wisseltentoonstellingen en voor de publieksprogramma’s in het Forum-deel. Bij Thuishaven is het volume hiervoor zeer beperkt (want: zoveel mogelijk op locatie organiseren). In scenario Anker van de Stad zijn deze onderdelen juist groot opgenomen (want: zoveel in eigen huis organiseren). Denkbaar is dat een tussenvariant het meest wenselijk is.

84

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

Stap 2: Verdiepingsslag locatiestudie Onze locatiestudie was een eerste verkenning. Nu is het nodig een verdiepingsslag te maken. Daartoe worden de vijf kansrijke locaties nader onderzocht op haalbaarheid. Voor de locaties die haalbaar zijn, wordt aangegeven wat de investeringlast is en tot welke structurele huisvestingslasten dit leidt. Daarmee kan een voorkeurslocatie worden aangewezen. Stap 3: Opstellen businesscase Met een verder uitgewerkt scenario Thuishaven én zicht op een voorkeurslocatie, kan een business­case worden opgesteld. In de businesscase wordt het scenario Thuishaven ook op organisatie en exploitatie uitgewerkt: zo wordt inzichtelijk welk subsidiebedrag nodig is. De businesscase toont daarnaast hoe Museum Rotterdam kan worden ingevoegd in de ­NSF-organisatie. Een businesscase is nodig om een besluit over de definitieve huisvesting te nemen, omdat daarbij ook de effecten op exploitatie en subsidie meewegen. Stap 4: Onderzoek combinatie nieuw depot Wij adviseren om de combinatie van een NSF met depotvoorziening te onderzoeken: hoe kan dit eruit zien en wat zijn de voor- en nadelen? Bij dit onderzoek wordt ook inzichtelijk gemaakt in hoeverre gecombineerde huisvesting effect heeft op organisatie en exploitatie van de NSF. Onderzoek naar de depotvoorziening staat gepland voor medio 2022. Het is wenselijk het huisvestingsvraagstuk van de NSF parallel op te pakken.

Stap 5: Voorstel tijdelijke huisvesting Op basis van een eerste jaar experimenteren en de inzichten naar aanleiding van nader huisvestingsonderzoek, is er voldoende input voor een voorstel voor tijdelijke huisvesting (vanaf 2025 tot het moment van definitieve huisvesting). In die fase is ‘vaste tijdelijke huisvesting’ belangrijk, zoals ook het Stedelijk Museum Amsterdam had met Post CS. De insteek? Een stevige tijdelijke behuizing met voldoende ruimte voor een semi-permanente opstelling van het Verhaal van Rotterdam, ruimte voor wisseltentoonstellingen en ruimte voor debat en ontmoeting, het liefst gecombineerd met horeca. Hoe groot deze ‘vaste tijdelijke huisvesting’ moet zijn en welke eisen er verder worden gesteld is nu nog lastig te zeggen. Aan de hand van eerste praktijkervaringen met programmeren ontstaat een programma van eisen. Op basis daarvan worden mogelijke locaties verkend. Hiervan worden vervolgens de investeringslast en jaarlijkse huisvestingslasten vastgesteld. Stap 6: Ja of Nee? Op basis van de uitkomsten van het verdiepend onderzoek dient de gemeenteraad eind 2022/begin 2023 een besluit nemen, zowel ten aanzien van de definitieve huisvesting als ten aanzien van de tijdelijke huisvesting. Wat gaan we doen? Tegen welke scenario’s zeggen we Ja of Nee? Welk hoofdstuk voegen we toe aan het Verhaal van de Stad?

Onze geschiedenis verdient een mooi huis, Rotterdam verdient een sterk cultuurhistorisch hart

85

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

De Rotterdamse geschiedenis zoekt een huis. Dat huis kan het cultuurhistorisch hart van de stad worden. Juist nu het stedelijke en metropolitane hart van de stad steeds harder klopt, is het tijd voor een sterk cultureel hart dat voedt, verwarmt en verbindt. Door ervoor te zorgen dat het bloed óveral stroomt. Onze geschiedenis verdient een mooi huis, Rotterdam verdient een sterk cultureel hart. De NSF kan dat hart zijn. Tijdspad

Verdere uitwerking huisvesting NSF 2022 Q1

2023 Q2

Q3

Q4

Q1

Uitwerken huisvestingsconcept Nader onderzoek voorkeurslocaties Opstellen businesscase Onderzoek mogelijke combinatie nieuw depot Voorstel tijdelijke huisvesting Go-/no go besluit definitieve + tijdelijke huisvesting

▲ Tegeltableau schip “Rotterdam” zeilend op de Maas ter hoogte van het veer te Katendrecht, 1720-1750, Museum Rotterdam

86

Ook van jou!

5

Huisvestingsscenario’s

Benchmark stadsmuseale functie

Rapport | 30 september 2021

Partners in verbetering

Benchmark stadsmuseale functie Rapport Gemeente Rotterdam

| 2 | Benchmark stadsmuseale functie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=753bee2b-c58d-41c6-9c99-aaaeb392976e