CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb12770 Bijlage 1 behorende bij 21bb12773 - Nota van uitgangspunten Hart 010 - oktober 2021

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 23. Het voorstel tot vaststelling van de nota van uitgangspunten voor de ontwikkeling van Hart01032.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

op het gebied van energie en klimaat, maar ook in de levens­ duur van het gebouw. Flexibiliteit in de inrichting en het ge­

i * i

Zie ook hoogbouwvisie, paragraaf plinten. Plinten sluiten aan op de gewenste peilmaten maaiveldhoogte. Plinthoogte van 2 of meer verdiepingen.

* m

Transparant glas (geen melkglas, folies o.i.d). Menselijke maat (geen te monotone grootschalige ge­

m

vels, maar detaillering en voldoende onderscheid). Ruimschoots entrees en kleine units (hoe meer entrees en kleinere units, hoe meer levendigheid gespreid).

m

Levendige functies zoals cultuur, leisure, maatschap­ pelijke of commerciele voorzieningen (detailhandel, horeca) en ruimte voor loopstromen en verblijf verster­

bruik is hierin bepalend. Gebouwen moeten met de stad en

Logistiek Zie hoofdstuk mobiliteit.

Zie hoofdstukken mobiliteit en beheer.

Buitenruimte behorende bij het gebouw m

Het Reclamebeleid is van toepassing, met daarbij voor

De ontwikkeling dient te voorzien in voldoende individuele en collectieve buitenruimte voor bewoners en overige ge­

reclame met verlichting de 'Nadere regels reclame met verlichting Rotterdam 2020'.

bruikers: i Buitenruimte dient ontworpen te worden als integraal

Entrees i i

Zie ook hoogbouwvisie, paragraaf plinten. De entrees zijn representatief ('adressen') en herken­ baar vanaf de openbare ruimte die de gebouwen om­ geeft: Coolsingel, Westblaak, Binnenwegplein, Keer-

m i

i

Dag- en nachtbeeld Bij de programmering moet rekening worden gehouden

bij aan verticale leidingtransport (nuts), energienetwerk, verdiepingshoogte, vluchtroutes, vloeroppervlaktes, bui­ tenruimte, overmaat van inpandige ruimtes, liften, et cetera. Met name voor het kantoor programma is de mogelijkheid tot segmentering (samenvoegen of scheiden) van ruimtes cruciaal voor voldoende flexibiliteit om het programma in verschillende units te verdelen door de tijd heen.

onderdeel te zijn van het (gevel)ontwerp (zie ook welstandscriteria). Individuele buitenruimte voor de woonfuctie mag niet uit de rooilijn steken in de Rotterdamse laag (inpandige

*

weer en de verlengde as van de Schiedamsevest. De entrees hebben een uitnodigende en hoogwaar­ dige uitstraling. De entrees sluiten direct aan op het programma in het gebouw (geen kruip-door, sluip-door routes in het ge­ bouw).

tijd mee kunnen groeien. Het moet in de toekomst mogelijk zijn om het gebouw een andere functie te geven zonder dat er majeure (en vaak te dure) ingrepen nodig zijn. Denk hier­

Ontsluiting

ken elkaar.

Reclame

Nieuwe ontwikkelingen dienen niet alleen duurzaam te zijn

oplossing). Collectieve buitenruimte voor de woonfunctie dient goed en direct toegankelijk te zijn vanaf de woonverdiepingen. De buitenruimte is bij voorkeur niet geclus­ terd op één verdieping maar verdeelt over verschillende

»

hoogtes. Collectieve buitenruimte voor ontmoeting van bewoners en bezoekers is bij voorkeur gesitueerd op de Rotter­ damse laag of in het binnengebied en is goed en direct toegankelijk vanaf alle programmaonderdelen en - via de centrale ontsluiting - vanaf het maaiveld.

met zichtlijnen en looproutes vanwege het dag- en nacht gebruik van de openbare ruimte rondom de locatie. In de avond en 's nachts moeten de plinten een open uitstraling

Inclusiviteit

hebben zodat ook dan de openbare ruimte rondom het ge­ bouw een aangename en veilige plek is.

formuleerd als een van de speerpunten van de ontwikkeling

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

In de hoogbouwvisie is het stimuleren van ontmoeting ge­ van hoogbouw. De ontwikkeling wordt hierop getoetst op

December 2021

59

3.2 Landschap en openbare ruimte 3.2.1 Maaiveld en hoogtes In 1968 opende metrostation Churchillplein (later Beurs) aan de (toen nog enige) noord-zuid metrolijn. Dit ging sa­ men met de komst van de autotunnel onder het Churchill­ plein. De Coolsingel kreeg daarmee voorrang en er ont­ stond een gezicht op de Maas. De relatief lage ligging van de metropassage en autotunnel werden in de openbare ruimte herkenbaar door een hoger opgebracht maaiveld. Al in een vroege fase lieten deze oplossing zijn sporen na met trappen en keerwanden in de openbare ruimte. Later met de komst van gebouw de Coolse Poort werd het verschil in opgebracht en origineel maaiveld door Groosman opgevangen met een kleiner bouwvolume (paviljoen De Veste) op het metrostation. Een gebouw in de menselijke schaal, met trapjes en hellingbanen om van de hogere Cool­ singel bij het hoofdgebouw Coolse Poort te kunnen komen. Dit principe van het opvangen van hoogteverschillen is tot

ïŕ -

-

-

1

^

.

1968 komst autotunnel en metrostation Ch urchillplein zorgt voor obstakels in de buitenruimte

op de dag van vandaag gehanteerd rond het metrostation. De rechter pagina geeft een inzicht in de problematiek. Er heeft een transformatie van de laagbouw plaatsgevonden, maar nog steeds is tussen het casino en metrostation een vervelende trap en hellingbaan te vinden. Net als aan de Westblaak, waar het klimmende maaiveld naar de Coolse Poort wordt opgevangen met een keerwand, trappen en hellingbaan. Deze oplossingen maken de buitenruimte on­

EPIDAI

aangenaam en slecht doorwaadbaar. Buitenruimtes zijn slecht met elkaar verbonden en het geheel voelt kruipdoor sluipdoor.

1981 tussen de Coolse Poort en het Metrostation, het paviljoen als keerelement

60

December 2021

HART 010 NvU

0,4

0,10 0,5 1,15

1

Overbrugging hoogteverschil

2 Keerwand Westblaak

1,45

0,4

C

Peilmaat boven NAP

0,8;

I- ^'ippo

I____ 3 Hellingbaan vanaf Coolsingel

4 Casino op een massief voetstuk

Peilmaat onder NAP Alle hoogteobstakels in de huidige situatie

5 Trappartij casino in gebruik 3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

61

■10,8-

Huidige situatie, paviljoens en betonwand ais kering

(■0,8-

Mogeiijke tussenfase, hoogtes parallel keren aan station Beurs

Wens eindbeeld, een toegankelijke buitenruimte

Het is absoluut het streven om de doorwaadbaarheid en toegankelijkheid van de openbare ruimte zo snel mogelijk te verbeteren. Zeker nu de Coolsingel gerenoveerd is wordt een goede aansluiting met het Binnenwegplein, en daarmee toegang tot de gerenoveerde Coolse Poort, uitgangspunt.

A

Dit geldt ook voor de relatie tussen het Binnenwegplein en de Westblaak. Met een toekomstige transformatie van deze drukke autoweg tot stadspark is een goede toegankelijk­ heid in deze richting ook van groot belang. Het maaiveld loopt in de toekomst geleidelijk op van Binnenwegplein tot de Westblaak. Het is van belang om de buitenruimte in een zo vroeg moge­ lijke fase te 'repareren'. In de eerste fase van de (her)ontwikkeling wordt de maaiveldsituatie al verbeterd. Dit vraagt om

DC

Profieiaanduiding

extra aandacht voor de toegankelijkehid van het metrosta­ tion en casino in een tussenfase.Bovenstaand schema laat een mogelijke oplossingsrichting zien. De volgende profie­ len weergeven een voor en na beeld.

62

December 2021

HART 010 NvU

i

,'"v

Fase 1 Renovatie Coolse Poort

Fase 2 Toren en Blaker

Fase 3 Deelgebied twee

3.2.2 Fasering buitenruimte

Fase 1 Tijdelijke Coolsingel en Binnenwegplein

Fase 2 Keerweer en Westblaak

De fasering van de buitenruimte van Hart 010 zal in verschil­ lende fasen verlopen. De exacte volgorde is afhankelijk van

Bij renovatie van de Coolse Poort wordt het grootste deel

Bij ontwikkeling van de toren en de Blaker komen nieuwe stukken buitenruimte in handen. De keerweer en de West­

de renoverende en ontwikkelende volgorde. Uitgangspunt is dat in een vroege fase al zo veel mogelijk van de huidige knelpunten in de buitenruimte worden opgelost. Zo is het belangrijk om al in een vroege fase de hoogteproblematiek op te lossen. De eerste fase krijgt op die manier al snel de representatieve buitenruimte die het verdient. Bovendien kan er een lange periode tussen verschillende fasen zitten, het is van belang dat de buitenruimte ook in deze periode goed en representatief functioneert. Het scenario voor de fasering van de buitenruimte is als volgt opgebouwd;

van de toegankelijkheid van de buitenruimte verbeterd. Door ophoging van het maaiveld verdwijnen trappen en hel-

blaak kunnen worden opgeknapt. In deze fase worden ze

lingbanen. Niveaus van de Coolsingel worden overgenomen tot op de gevel van Hart 010. Er ontstaat een obstakelvrije doorgang tussen het metrostation en casino richting de

definitief gemaakt. De keerweer en Westblaak worden vol­ ledig ingericht conform Rotterdamse Stijl. In de Westblaak kan worden vergroend.

Coolse Poort en vanaf het Binnenwegplein is er een directe verbinding met het voetpad langs de Westblaak, keerwand en hellingbaan verdwijnen. De nieuwe maaiveldpeilen die

Fase 3 Definitief Coolsingel en Binnenwegplein

tegen de gevel van de ontwikkeling ontstaan worden in­ pandig opgelost. De materialisatie van het maaiveld wordt uitgevoerd conform uitstraling van het Binnenwegplplein (westzijde). Overige buitenruimte, stukjes Keerweer en Westblaak, worden in de oude staat teruggebracht.

Deelgebied twee komt in ontwikkeling. Het eindbeeld komt in zicht. Na voltooiing van de bouw kan het complete Bin­ nenwegplein definitief gemaakt worden. Het plein krijgt zijn definitieve inrichting, zitelementen, groen en andere speciale objecten kunnen worden geplaatst. Tevens kan de definitieve aanhechting aan de Coolsingel en Westblaak worden voltooid.

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

63

an; ana

I

Coolsingel

Binnenwegplein

,. tf Wensbeeld voor het maaiveld

—

rm

fe n--—A-

fct—i'

Binnenwegplein

Coolsingel

fi

mñ

'

___ L Huidige situatie

64

December 2021

HART 010 NvU

KEERWEER

^■1

ai Parkeergarage

Metrotunnel

I Keerweer

I

•3.40

I

I Coolsingel

Wensbeeld voor het maaiveld

KEERWEER ENTREE METRO

Keerweer

ļ

f ì

Huidige situatie

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

65

iľ

L

■3.40 J-5İ05

Westblaak

Binnenwegplein

mm

:

U- HU i-J p :j

Wensbeeld voor het maaiveld

«ENTREE METRO

Bį-BS

í

tt.

äelsäH

Westblaak

Binnenwegplein

îv

Z

. ...

Huidige situatie

66

December 2021

HART 010 NvU

+0.95

Westblaak

--------- V 1 Ižfor^i

A

------------------------------------- A Wensbeeld voor het maaiveld

Westblaak

Binnenwegplein

į " .

ï

WäÊĚĒ

Huidige situatie

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

67

3.2.3 Rotterdamse Stijl

Binnenwegplein

reeks van bijzondere buitenruimtes aan deze stadsboule­

Coolsingel

Het Binnenwegplein kenmerkt zich door een driedeling. Vanaf de Karel Doormanstraat gezien is het Binnenwegplein ingericht als een fraai groen stadsplein. Er ligt een mooi

vard. Het plein is voor een deel afgebakend door bestaande bebouwing (Forum, Coolse Poort en Donner) en het nieuwe

Met de herinrichting van de Coolsingel is deze boulevard weer kracht bijgezet als echte centrumboulevard. Er is een brede voetgangerszone met bomen aan de westzijde van het profiel verschenen, de promenade is vormgegeven met een bijzonder patroon in zandkleurig natuursteen. Naast de

natuursteen verhardingsvlak met grote opgetilde groenscherven die fungeren als zitranden. Het plein nodigt uit tot ontmoeten en verblijven. Daarna loopt de buitenruimte door en transformeert het plein ter hoogte van de Keerweer

metrostation. De Coolsingelzijde is open. Het nieuwe plein is een voortzetting van de materialisatie van het huidge Binnewegplein. Deze materialisatie zet de vorm van het plein extra aan, waardoor deze ook herkenbaar wordt wanneer

promenade ligt een robuust fietspad voor beide richtingen. Hiermee heeft het langzaam verkeer conform de Rotter­

in een trechtervormig 'straatje' met drie kiosken. Vanaf dit punt neemt de verblijfskwaliteit drastisch af. Er ligt een

het plein niet is gemarkeerd door bebouwing. Op het plein is ruimte voor vergroening, verblijven en ontmoeten. In een verdere uitwerking wordt onderzocht of de historische ge­

damse MobiliteitsAanpak flink aan terrein gewonnen, maar is er op dit asymmetrische profiel ten oosten van de tram ook nog ruimte voor een tweerichting rijbaan.

ratjetoe aan verschillende verhardingen. Verder wijkt het materiaal en meubilair af van de Rotterdamse Stijl. Daarna

velsteen, uit de door het bombardement verwoeste Bijen­ korf een plek kan krijgen in deze openbare ruimte.

opent de ruimte zich weer tot een plein opgesloten tussen bebouwing en paviljoens. Ook voor dit deel van het Binnen­

Het Binnenwegplein vormt de entree van de stad voor de metrogebruiker. Het Binnenwegplein geeft een hartelijk

Verder kenmerkt de Coolsingel zich door belangrijke en­

wegplein gelden dezelfde nadelen voor de openbare ruimte

trees en een scala aan bijzondere openbare ruimtes. De ruimtes zijn van noord naar zuid, het Hofplein, het Stad­ huisplein, de Beurstraverse, het Binnenwegplein en het Churchillplein. Het Binnenwegplein is verscholen achter het

als in het middenstuk. Verder ontbreekt vanaf dit punt een goede samenhang met de omliggende centrumboulevards

welkom aan deze reizigers en de metro heeft een ruime obstakelvrije toegang aan het plein. Het is van belang dat alle looplijnen over het plein goed geborgd worden. Net als

en knooppunt Churchillplein. De twee paviljoens zijn een barrière en zorgen voor een onoverzichtelijke openbare

zichtlijnen tussen Binnenwegplein en Coolsingel en tussen

casino en alleen kruipdoor-sluipdoor, met onaantrekkelijke hoogteverschillen, toegankelijk vanaf de Coolsingel. Verder

ruimte. Als entree van de binnenstad komende met de metro wordt men ontvangen in een onduidelijke, niet representa­

gaande obstakels. Het smalle stuk Binnenwegplein vormt een tussenstuk tus­

vormt de Coolsingel vanaf het Churchillplein een belangrij­ ke route tussen de Binnenstad en de Schiedamse dijk rich­ ting de rivier.

tieve openbare ruimte. In overeenstemming met de stedenbouwkundige visie komt het Binnenwegplein straks direct aan de Coolsingel te liggen. Het Binnenwegplein wordt onderdeel van een

sen de twee hoofdpleinen. Het wordt uitgevoerd in de Rot­ terdamse stijl. De straat heeft voldoende breedte om hoger groen te dragen. In het hart van de straat wordt een bomen­ rij in robuuste sierborders meegenomen.

Rotterdamse stijl

Ontbrekende ruimte aan de Coolsingel

Coolsingel en Schiedamse vest, deze zijn vrij van hoge op­

De herinrichting van de Coolsingel dient binnen de projectgrenzen gerespecteerd te worden. Randen en aansluitingen op deze boulevard dienen conform het principe en de mate­ rialisatie van de Coolsingel te worden vormgegeven.

| Centrumboulevard Centrum | Knooppunten | Stadsstraten

68

December 2021

HART 010NvU

ai.N sap pi*'

47

\

1

Bestratingsverschillen

3 Afscheiding CooLse Poort

2

;x

MeubtàT poppentheater

4 Casino op een massief voetstuk

Uitgangspunten m

De projectgrenzen van het Coolsingelplan worden ge­

m

respecteerd, de inrichting van dit gebied wordt altijd conform DO Coolsingel ingericht. Aansluiting van maaiveld op plinten aan de Coolsingel

i *

ESİEİİb Uľ..n

jT

worden altijd volgens de inrichtingsprincipes van het DO Coolsingel gerealiseerd. Vanuit de Coolsingel komt er een vrij zicht door de open­ bare ruimte richting Binnenwegplein. De groenstructuur van de Coolsingel blijft zoals deze nu is. WM&mI 5

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

Bestrating Binnenwegplein

6

Expeditiehof

December 2021

69

De Westblaak

kan dan een frisse nieuwe invulling met grassen en vaste

Verlengde Schiedamse Vest

De huidige uitstraling van de Westblaak wordt vooral be­ paald door zijn functie als verkeersader. De auto heeft een

planten krijgen, die tevens worden doorgezet tegen de tunnelbak. Het scheidingsvlak dat hier op de kop van de borst­

In de huidige situatie is de inrichting van de Schiedamse Vest bijzonder matig. De materialisatie heeft niet de ge­

belangrijke rol in de boulevard. Het merendeel van de ruim­ te wordt in gebruik genomen door asfaltwegen, langsparkeren en laad- en losplaatsen. Ook de autotunnel benadrukt

wering ligt wordt onthard en meegenemomen in deze beplantingsstructuur.

wenste uitstraling passend bij het centrumgebied. De buitenruimte is verrommeld, slecht ontsloten en niet toe­ gankelijk. Tevens wordt het beeld gedomineerd door de fiet­

de dominantie van het gemotoriseerde verkeer. De tunnelbak zorgt voor een slechte oversteekbaarheid van de West-

Uitgangspunten

senstalling op maaiveld en geparkeerde scooters. De plek

Het nieuwe Binnenwegplein krijgt een eigen pleinontwerp en vormt hierdoor een sterke eigen identiteit.

voelt sociaal onveilig en de openbare ruimte is uit het zicht van de omgeving.

blaak. De ruimte voor de voetganger en fietser is beperkt, er is alleen een relatief smal trottoir en fietspad direct langs de gevel. De materialisatie van de Westblaak past niet bij de voorgeschreven soort in de Rotterdamse Stijl.

i

In het hart van het plein is ruimte voor een bijzonder her­ kenbaar (groen) element dat uitnodigt voor ontmoeten en verblijven.

Vanuit de stedenbouwkundige visie wordt de Schiedamse vest binnen het projectgebied hersteld, er komt weer vrij

m

Op het plein is altijd voldoende grondekking voor het planten van eerste grootte bomen en ligging van kabels en leidingen.

ader wordt getransformeerd tot Blaakpark. Een plek waar

m

Alle belangrijke loopstromen over het plein worden ge­

zicht tussen het stadhuis en de Westzeedijk. In de toekomst zou een fysieke verbinding ook van grote toegevoegde waarde zijn. Het straatje maakt een goede verbinding tus­ sen het Nieuwe Binnenwegplein en de Westblaak. Zeker in

de voetganger en de fietser meer plek krijgt. Tevens is ver­ groening een belangrijk onderdeel van de transformatie. De

m

borgd en niet gehinderd door obstakels. De Westblaak wordt goed en obstakelvrij toegankelijk

naar de toekomst is dit één van de belangrijke doorgangen naar het groene Blaakpark. Het straatje wordt uitgevoerd

vanuit de aansluitende straatjes.

conform Rotterdamse Stijl, is obstakel vrij en nodigt uit tot ontmoeten en bezoeken van de toegankelijke plinten van de beide plangebieden.

De Westblaak is één van de grote stadsprojecten waar Rot­ terdam op dit moment plannen voor maakt. De verkeers­

Westblaak wordt een langgerekt stadspark. In de toekomst ligt er een grote kans om het projectgebied beter te verbin­ den met Cool. Hiervoor is een fysieke verbindng, in lijn met

m i

de Schiedamse Vest, over de Westblaak en verdiepte rijweg nodig.

De Westblaak wordt ingericht volgens Rotterdamse Stijl Er wordt in het ontwerp geanticipeerd op de komst van het Blaakpark

»

Uitgangspunten

Het is belangrijk in dit stadium te anticiperen op de komst

i

Als 'teaser' voor het Blaakpark wordt er onthard en vergroend met representatieve sierborders. De kruising met de logistiek wordt op een veilige manier gedetailleerd met zo min mogelijk impact voor de fietser en de voetganger.

m

Het maaiveld voorziet in een goede obstakelvrije aan­ sluiting met de Westblaak.

Het smalle stuk Binnenwegplein vormt een tussenstuk

i

tussen de twee hoofdpleinen. Het wordt uitgevoerd in de Rotterdamse stijl. De straat heeft voldoende breedte om hoger groen te dragen. In het hart van de straat wordt

Het maaiveld krijgt voldoende dekking op ondergrondse bouwvolumes, t.b.v. verhardingsopbouw en ligging van kabels en leidingen.

i

De straat wordt overzichtelijk en sociaal veileig. Er ont­ staan geen hoeken die uit het zicht zijn van de omgeving.

van het Blaakpark. Een goed toegankelijke verbinding naar de Westblaak is daarmee onontbeerlijk. De vorige para­ graaf geeft goed aan hoe dit met de hoogteligging gedaan kan worden. Ook met de maaiveldinrichting kan nu al een aanzet gedaan worden. De verharding wordt weer conform de Rotterdamse Stijl en sluit in een zelfde materialisatie aan op de Verlengde Schiedamse Vest en Keerweer. De logistie­ ke entree die kruist met de voetgangers van de Westblaak

i

een bomenrij in robuuste sierborders meegenomen.

i

De Schiedamse Vest wordt ingericht volgens de Rotter­ damse Stijl.

wordt op een juiste manier gematerialiseerd en gedetail­ leerd, er ontstaan geen onveilige situaties en de impact op voetgangers is minimaal. In de tijdelijkheid, tot de komst van het Blaakpark wordt zo veel mogelijk verhard oppervlak vergroend, maar laden en losen moet kunnen blijven functioneren zoalang er geen defintieve oplossing is gerealiseerd in de ontwikkeling. Het

70

December 2021

HART 010 NvU

Keerweer Het straatje oogt nu anoniem. De verbindende noodzaak van de Keerweer is nu niet zo groot. De plinten zijn onaan­ trekkelijk en er zitten niet veel functies die bewoners, pas­ santen en bezoekers trekken. In de huidige situatie is het straatje gematerialiseerd volgens de Rotterdamse Stijl. De Keerweer wordt in de toekomst belangrijker en vormt een verbinding met het toekomstig Blaakpark. De verhar­ ding blijft conform Rotterdamse Stijl en sluit qua materiali­ satie aan op de het 'tussenstuk' Binnenwegplein en de Westblaak. De huidige lijn van de verlichting blijft gehandhaafd om aan één kant een goede doorgang voor calamiteiten te borgen, maar de fietsnietjes verdwijnen. De fiets wordt in­ pandig geparkeerd. Zo ontstaat er een betere toegang tot de transparante en open plinten. Deze zijstraat van de Westblaak naar Binnenwegplein krijgt een programmering die levendig in gebruik is, maar die on­ dergeschikt is aan het winkelgebied, bijvoorbeeld met en­ trees naar de woningen.

Uitgangspunten *

De Keerweer wordt ingericht volgens de Rotterdamse

m

Stijl. Er wordt in de inrichting geanticipeerd op een goede ver­ binding met het toekomstige Blaakpark.

i

De inrichting zorgt voor een goede toegankelijkheid tot de plinten van de ontwikkeling.

Schematische plattegrond toekomstige inrichting openbare ruimte

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

71

3.3 Programma Stedelijke functiemix in kosmopolitische stad

Ambities

De ontwikkeling Hart 010 is strategisch gelegen op het kruispunt van de stadsboulevards de Coolsingel en de Westblaak en ligt aan een van de belangrijkste OVknopen van de stad (Beurs/ Churchillplein). De locatie vormt zo een belangrijke positie in de Rotterdamse Bin­ nenstad als plek van aankomst, plek van verblijf en plek van herkenning. Dit uit zich ook in de diversiteit van de bezoekers van de plek: mensen komen hier thuis, komen om te winkelen, gaan naar hun werk, bezoeken cultuur of stappen op deze plek over op een andere modaliteit. De plek markeert daarmee ook een smeltkroes van verschil­ lende gebruikers en culturen.

In de binnenstad vertalen we de perspectieven gezond, in­ clusief, compact, productief en circulair uit de Rotterdamse

Productief: Banenmotor voor de economie.

Omgevingsvisie naar concrete ambities. (Vaststelling Binnenstadplan naar verwachting 2021.) In Hart 010 worden de thema's geïntegreerd in de ontwikkeling. We kiezen niet

stad, waar internationaal en lokaal samenkomen. De verou­

voor het vastleggen van de oplossing, maar dagen de ont­ wikkelende partij uit innovatieve en passende oplossingen

wensen van ondernemers en werknemers. De werkgelegen­ heid in de binnenstad kan verder groeien mits voldoende gestuurd wordt op de kwaliteit van het interactiemilieu en

Deze plek vraagt om een rijke stedelijke functiemix die bijdraagt aan het binnenstedelijk interactiemilieu; een plek waar verblijven en ontmoeten centraal staat. Dat betekent voor de ontwikkeling dat niet één programma(onderdeel) domineert maar dat het een samenspel is van verschillende programma's. Ruimten voor wonen, werken, verblijven, retail, cultuur, sport, spel, ontspanning zijn in het ontwerp zo ondergebracht dat ruimten worden gedeeld door de uiteenlopende ge­ bouwgebruikers én mensen in de stad. Op deze manier verankert het gebouw zich in het stedelijk leven van de Rotterdamse binnenstad. De levendigheid toont zich onder meer op maaiveld door publieke functies in de plinten aan alle zijden van het blok, maar ook in ruimten en maaivelden op andere etages onder en boven het straatniveau. Publieke toegankelijke routing tussen deze verschillende maaivelden (en daken) versterkt de onder­ linge synergie tussen de verschillende programma's en draagt bij aan Hart 010 als huiskamer voor de stad.

aan te dragen voor de volgende thema's:

Hart 010 draagt bij aan de economisch weerbare binnen­ derde leegstaande werkgebouwen op deze locatie worden vervangen door nieuwe werkruimtes die weer voldoen aan

de variatie aan werkgelegenheid.

Gezond: Groen en Schoon. De druk op de openbare ruimte is groot. Deze neemt verder toe door verdichting en veranderde behoeften. Dit vraagt om een hogere inrichtingskwaliteit en meer variatie in open­ bare ruimtes, maar ook in semi-openbare ruimtes in- en op gebouwen, voor diverse typen gebruik. De aansluiting van het gebouw met de boulevards Coolsingel en Westblaak en het voetgangersgebied aan het Binnenwegplein en de Keerweer kent een hoge ruimtelijke en programmatische kwali­ teit. Maar ook in het gebouw zijn groen en gezond leidende

Compact: Goede Groei. Door het slim stapelen van verschillende functies en flexibel te bouwen kunnen we efficiënter omgaan met de beschik­ bare ruimte in hoogstedelijke gebieden, en kunnen we wer­ ken aan het interactiemilieu in de binnenstad. Verschillende functies zijn geïntegreerd in het gebouw, wat leidt tot meer­ voudig ruimtegebruik. Zo draagt Hart 010 aan het toevoe­ gen van stedelijke voorzieningen én de nabijheid van lokale

worden ingezet voor uiteenlopende vormen van gebruik zo­

voorzieningen. Ook in de tijd kunnen ruimten een andere functie hebben, zo kan een flexibele ontmoetingsruimte 's ochtends worden gebruikt voor een kleinschalig ochtend-

als sport & spel, verblijven, ontmoeten en ontspannen. Een groene invulling van deze ruimten is van cruciaal belang en

concert voor bezoekers en bewoners, 's middags voor een kindervoorstelling en 's avonds als debatruimte.

principes. Daken, hoven, atria en gevels van de ontwikkeling

draagt bij aan een gezondere en klimaatbestendige ontwik­ keling.

Inclusief: een huiskamer van en voor Iedereen.

De concrete ambities omtrend circulairiteit zijn terug te le­ zen in hoofdstuk 7.2 Duurzaamheidscompas - II. Circulair op bladzijde 103.

De binnenstad is de ontmoetingsplek voor iedereen. Hier bieden we ruimte voor subculturen, zonder dat verdringing optreedt. Hart 010 als plek van aankomst, plek van verblijf en plek van herkenning speelt hierop in. Zowel de buiten­ ruimte als de plinten bieden ruimte voor levendigheid en geprogrammeerde activiteiten voor de stad. Er is aandacht in de ontwikkeling voor de ontmoetingsfunctie in publieke ruimtes welke uitnodigend zijn voor iedereen om te werken, studeren, ontmoeten of ontspannen. Daarnaast is er ook aandacht voor lokale voorzieningen, cultuur en maatschap­ pelijke ondernemers die de identiteit van het gebied verder versterken.

72

December 2021

HART 010 NvU

Ruis, Reuring en Rust in HART010

, İÌ 1

Ruis

Binnen de ontwikkeling van Hart 010 tot een kosmopoĮitisch, gemengd gebied kunnen enkele programmatisch clusters worden benoemd. Met de principes van de zoge­ noemde 'metro-mix' wordt een doelmatige verdeling van rust, ruis en reuring in de ontwikkeling nagestreefd. Reu­ ring biedt stedelijke levendigheid met levendige plinten en een mix aan voorzieningen. De Ruis-zone biedt ruimte aan bedrijvigheid, mobiliteit en logistiek maar ook ruimte voor interactie in het avond- en nachtleven. Rust-zones ten slotte bieden juist plek om te wonen en verblijven, in de nabijheid van Reuring en Ruis. Zodat er te midden van deze dynamiek ook ruimte is voor rust en ontspanning.

tttt 1, 1 Ml ft

Aan de hand van deze programmatische driedeling zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:

Plinten Met de ligging aan een drukke OV-knoop is de locatie een belangrijke plek om gebruikers en bezoekers van de stad welkom te heten. In de ondergrond en op het maaiveld con­ centreert de stedelijke ruis zich. De duizenden bezoekers van het gebied per dag gebruiken de diverse programma's welke nabij metrostation Beurs gesitueerd zijn. Deze heb­ ben een sterke focus op service, grap-and go en retail. Het gaat om aan OV-station gekoppelde functies zoals een mobiliteitshub voor fietsenstalling en deelconcepten (ov-fietsen), een RET-huiskamer (als tegenhanger van de NS-huiskamer) waar men vergaderruimtes kan huren/ ge­ bruiken, een parcelstation (kluisjes voor particulieren en/of bedrijven), openbare toiletten. Maar denk ook aan de ver­ huur van leenbuggy's, snelladers voor de mobiel, een sto­ merij en schoenmaker. Winkels kunnen worden toegevoegd, daar waar het de

KEERWEER

branchering van het Binnenwegplein versterkt, iets toe­ voegt aan de grandeur van de Coolsingel, of bijdraagt aan het daily urban system voor de binnenstadsbewoner. Win­ kels dienen onderscheidend te zijn met het bestaande win­ kelaanbod in het kernwinkelgebied. De ontwikkeling van de

.

mobiliteitshub Beurs en de publieke fietsenstalling een van de belangrijkste aanjagers van de reuring. De integratie

,

van station Beurs met de ontwikkeling vindt plaats in een nader te bepalen proces tussen MRDH, RET, ontwikkelaar en gemeente.

Horeca i

n i

w."i

m

Daarnaast is horeca is een belangrijk en onmisbaar pro­

L. Rust Reuring Ruis

gramma voor deze locatie als een schakel in de binnenstad. De ontwikkeling is kansrijk voor een bundeling van horeca gericht op dag en avondprogramma. Hiervoor is ruimte bij zowel aan de zuidelijke entree van de Coolsingel, de door­ gaande verbinding Westblaak bij het Binnenwegplein, maar ook aan de de Keerweer, waar momenteel al enkele horecafuncties zijn gevestigd. Horeca in de ontwikkeling dient te voldoen aan een aantal uitgangspunten:

Schematische doorsnede rust, reuring, ruis (Mecanoo)

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

73

i

m

m

Het vastgestelde en vigerende horecabeleid en inpas­ sing in het horeca gebiedsplan vormen uitgangspunten voor deze ontwikkeling. De voorgestelde horeca is een aanvulling op bestaand

m

*

kelder) dient in samenwerking met gemeente verder te worden onderzocht, rekening houdend met woning­ bouw, loopstromen, etc.

aanbod in de omgeving, en faciliteert de functies en pro­ gramma in het gebied en het gebouw. De positionering

gebied. Hart 010 biedt kans om het bestaande nachthoreca aanbod zorgvuldig in te passen en te vernieuwen

van horeca kan op verschillende manieren zijn vorm­ gegeven: aan het maaiveld, gekoppeld aan entrees en

om het aanbod in de Binnenstad te versterken. Hierbij

Nabij de nachthoreca wordt in de Rotterdamse laag geen woonprogramma gesitueerd. Slaapkamers van woonprogramma binnen de ontwik­

lobby's, en op verdiepingen (met aandacht voor het voor­

wodt rekening gehouden met het woonprogramma in de directe omgeving zodat een goed woon-en leefklimaat

keling zijn zodanig gesitueerd en ingepast dat geluids­ overlast van straatgeluiden wordt voorkomen, door bijvoorbeeld een situering aan een rustige zijde of de

komen van overlast met woonfuncties). De horeca is een combinatie van bijzondere en lokale on­ dernemers met een branchering passend bij de ontwik­

gegarandeerd kan worden. Het huidige avondprogram­ ma komt zoveel mogelijk terug in de ontwikkeling. Daar­ mee draagt Hart 010 bij aan de culturele diversiteit van

toepassing van loggia's. De nachthoreca bevindt zich niet nabij de entree van de woningbouw.

keling en de plek in de stad. Hiervoor is een gedifferen­

de binnenstad

tieerd aanbod aan kleinschalige en grote verhuurbare ruimten opgenomen. *

i

Daarnaast interfereert de ontsluiting niet met woning­ bouw en geldt als uitgangspunt bij een terras dat deze tot 23 uur is geopend. Ook in de avonduren concentreert zich hier de ruis in het

De horeca is technisch goed ingepast. Er zijn maatrege­ len getroffen om geluidsoverlast te voorkomen in het ge­

Het vertrekpunt is het behoud van ten minste twee ruimten

bouw met isolatiemaatregelen, nachtelijke bezoekers­ stromen, luchtafvoerinstallatie en inpandige opslag van vuilcontainers In samenwerking met de gemeente Rotterdam (dir.

zijn voor een levendig maaiveld.

voor nachthoreca in de totale ontwikkeling. De twee huidige nachtvergunningen in het gebied kunnen daarmee terugke­ ren in de nieuwe situatie. Indien deze niet kunnen worden voortgezet in de nieuwe ontwikkeling, dient een passende

Horeca in de plint waar in de Rotterdamse laag woningen boven zijn gesitueerd zijn bestemd als daghoreca, even­

nieuwe locatie elders in de binnenstad te worden gevonden, in overleg met gemeente.

tueel met terrassen, en zijn tot 23 uur geopend. Bij horeca 'op hoogte', zoals een skybar, wordt overlast met woningbouw voorkomen door deze hoger te zijn ge­

De nachthoreca is ruimtelijk zorgvuldig ingepast: i De positionering van de ruimten aan de Keerweer, West-

situeerd dan omliggende woongebouwen/woonlagen.

blaak of Coolsingel en locatie in het gebouw (maaiveld,

Er is sprake van een gebalanceerde combinatie tussen dag- en avond- en eventueel nachthoreca, waarbij af­ stemming tussen openingstijden en aanbod van belang

Veilig) zal nachthoreca verder worden uitgewerkt (po­ sitionering, grootte, inrichting, uitbater). Hiervoor is eventueel aanvullend geluidsonderzoek nodig rekening houdende met de dichtstbijzijnde nieuwe woningen.

Referentiebeelden: District E, Eindhoven I& Piazza Liberty, Milan

74

December 2021

HART 010 NvU

het ontwikkelproces op een nader moment een beoorde­

Maatschappelijke Voorzieningen

lingsmoment plaats om de haalbaarheid en invulling van het culturele programma te bepalen. Deze zal plaatsvinden voordat de definitieve overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente ondertekend wordt.

Hart 010 draagt bij aan een inclusieve binnenstad voor be­ staande en nieuwe bewoners. Daarbij voorziet de ontwik­

Daarnaast wordt in Hart 010 ruimte geboden voor (toeval­ lige) ontmoetingen en activiteiten in collectieve voorzienin­ gen, eventueel gecombineerd met andere (commerciële)

voor maatschappelijke voorzieningen. Het vertrekpunt voor

programma's, zoals het hotel, kantoor of horeca. Er wordt publieke ruimte geboden voor een unieke en onderschei­ dende plek waar geprogrammeerde en ongeprogrammeer­

tal woningen in de ontwikkeling is hiervoor bepalend.

de stad en als huiskamer van de stad.

Cultuur

de activiteiten, levendigheid en ontmoeting voor ten minste

De ontwikkeling neemt een zeer centrale en zichtbare loca­ tie in, in het hart van de Binnenstad. Daarmee is deze loca­ tie zeer geschikt om invulling te geven aan de Rotterdamse

de volgende activiteiten kunnen worden georganiseerd. i Ruimte voor kleinschalige cultuur en leisure. Informeel ontworpen, flexibele ruimten voor bijvoorbeeld een kunstinstallatie, debat of lezing dragen bij aan de mix

Reuring Voorzieningen De Rotterdamse laag van Hart 010 is levendig, actief, open en inclusief. De plint reageert op de omringende straten, het metrostation Beurs en het toekomstige stadsproject Westblaak. In deze laag is de toegang tot de woningen, kantoren en het metrostation geregeld. Bovenal fungeert het hart van de ontwikkeling als semiopenbare ruimte voor ontmoetin­ gen, als showroom van activiteiten en ondernemerschap in

ambitie voor een inclusieve en culturele bestemming, zodat de ontwikkeling kan bijdragen aan een binnenstad als huis­

tussen grootschalig en kleinschalig programma voor een

kamer van en voor iedereen. Deze bestemming kan op deze locatie maximaal profiteren van de diverse bezoekers in het gebied en kan aansluiten op het bestaande cultuurcluster in het centrumgebied. Met de ingeslagen koers voor een aan­

m *

inclusief interactiemilieu. Ontmoetingsvoorzieningen voor (buurt)bewoners, ver­ enigingen en sociaal- maatschappelijke ondernemers.

keling ook aan voldoende ruimte voor maatschappelijke voorzieningen in de binnenstad. Bij een toevoeging van wo­ ningen in de ontwikkeling, wordt ook ruimte gerealiseerd het type en de grootte van de voorzieningen volgt uit de re­ ferentiewaarden maatschappelijke voorzieningen. Het aan­

Proces bepalen definitief maatschappelijk programma Wanneer de ontwikkeling in een verder stadium is kan tot maatwerk worden gekomen, waarbij de lokale behoefte en de afstemming met nabije ontwikkelingen wordt meegeno­ men. Er vindt in het ontwikkelproces op een nader moment een beoordelingsmoment plaats om tot een definitieve bepaling van het maatschappelijke programma te komen. Deze zal plaatsvinden voordat de definitieve overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente ondertekend wordt. Werkruimte

trekkelijk binnenstad met de vernieuwde Coolsingel en de toekomstige ontwikkelingen aan het metrostation en stads­ project Westblaak als stadspark, biedt deze ontwikkelloca-

Sport & Speelruimte. Hierbij kan zowel gedacht worden aan georganiseerde, als ongeorganiseerde sportvormen. Sport kan in de openbare ruimte en in/op gebouw worden ingepast, waarbij eventuele faciliteiten in het

tie als culturele bestemming de kans om te transformeren tot een aantrekkelijk, inclusief, gezond en dynamisch stede­

gebouw zijn opgenomen. Voor de speelruimte is de Buitenspeelnorm van toepassing.

het CBD in de periode tot 2030 groeit. Gezien de ontwik­ keling in type kantoorgebruikers en de verwachte effec­

Ruimte voor stedelijke, culturele voorziening.

ten van COVID-19 (vraag naar zelfstandige flexruimtes, ontmoetingsplekken, co-working, vergaderruimtes) moet gekeken worden hoe middels vernieuwende for­ mules op deze plek invulling gegeven kan worden aan de

lijk hart van de binnenstad.

Proces bepalen definitief cultureel programma In Hart 010 wordt een reservering opgenomen voor een culturele bestemming aan de zijde van het Churchillplein. Het programma kan nog verschillende vormen aannemen, waarbij kan worden gedacht aan een grote, culturele trek­ ker, zoals een museum of stadszaal. Maar ook kan worden gedacht aan een samengesteld programma van meerdere sociale- en maatschappelijke ondernemingen welke samen in één huis zijn gevestigd. Voor de precieze invulling en omvang van het programma zullen de gemeente en de ont­ wikkelaar de komende periode gebruiken om verschillende varianten te verkennen en partners te zoeken. Er vindt in

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

i

*

Kennisas. Het is de ambitie dat de voorraad kantoren in

Niet alleen indoor, maar ook de buitenruimte en een moge­ lijk nieuw stationshalconcept worden ingezet als publieks­ trekker. Om deze diverse type programma's te huisvesten is de ruimte flexibel en adaptief ontworpen (hoge vloeren,

i

flexibiliteit in plattegronden) om in de toekomst een blij­ vend kloppend hart in de stad te kunnen blijven.

vormgegeven.

veranderende behoefte. Voor Hart 010 dient minimaal ca. 15.000 m2 kantoor­ ruimte terug te komen. Het is de ambitie om in de ge­ hele ontwikkeling ca. 30.000 m2 gedifferentieerde werkruimte aan te bieden, verspreid over verschillende

Het precieze profiel, invulling en de samenstelling van het programma in de buik van Hart 010 zal gedurende het ont­ werpproces met stakeholders, culturele en maatschappe­ lijke instellingen, ontwikkelaar en gemeente verder worden

De locatie Hart 010 ligt centraal in het Central Business District (CBD) en op een belangrijke OV-knoop aan de

»

gebouw(delen) en in de tijd. Kantoorruimte kan zich onderscheiden ten opzichte van huidige aanbod in het CBD en sluit aan bij de ambities uit het Rotterdams kantorenbeleid 2019 en regionale kanto­ renprogrammering;

December 2021

75

m

Rust

Een grote mate van differentiatie van gebruikers is het uitgangspunt. Vernieuwende concepten voor kantooren bedrijfsruimten met een zekere kleinschaligheid ge­

locatie mogelijk. Uitgangspunt is dat het hotelconcept een versterking is van de stedelijke mix op deze locatie. Gedacht kan worden aan combinaties met conferenties, vergade­

richt op starters en scale-ups passen bij de ambitie het

ringen en events die ook het kantoorconcept/ co-working concept kunnen verrijken. Ook gedeelde voorzieningen die door bijvoorbeeld bewoners kunnen worden gebruikt zijn

Verspreid door het gebouw zijn collectieve voorzieningen

hierbij denkbaar.

beeld (groene) dakterrassen of bijvoorbeeld afsluitbare werkplekken.

kosmopolitische met het lokale te verbinden. Hier kan creativiteit en lokaal ondernemerschap tot bloei komen. In de ontwikkeling dient een deel van het programma te worden gereserveerd voor deze gebruikers. De invulling

Collectieve voorzieningen gesitueerd waar bewoners of werknemers zich terug kun­ nen trekken en rust kunnen vinden. In de vorm van bijvoor­

hiervan is gebieds- en marktvraagafhankelijk, en er blijft m

i

ruimte voor maatwerk.

Wonen

Voor de kantoorfunctie is het gebouw bouwkundig flexi­ bel en adaptief, zodat er vrij geschakeld kan worden tus­ sen verschillende kantoorconcepten en het faciliteren

Steeds meer mensen willen in het binnenstedelijk woonmilieu van de binnenstad wonen. Rotterdam wil deze behoefte accommoderen, waarbij in Hart 010 kansen liggen voor een

van ontmoetingen en samenwerken een centrale positie inneemt bij het kantoorconcept.

divers, stedelijk woonmilieu met een aanzienlijk aantal wo­ ningen waar verschillende doelgroepen zich thuis voelen.

Een deel van de werkruimte heeft een gemaximeerde huurprijs. Deze ruimtes kunnen ook ingezet worden voor

Diversiteit en flexibiliteit in het woningaanbod is dan ook belangrijk om te kunnen voldoen aan de verschillende, ver­ anderende woonwensen. Dit vraagt om diversiteit in prijs­

maatschappelijke voorzieningen. Op deze wijze wordt een gedifferentieerde samenstelling van gebruikers ge­ garandeerd. De omvang en huurprijs zal in een verder stadium in de ontwikkeling worden bepaald.

Hotel Binnen het nieuwe hotelbeleid 'Wakker worden in een we­ reldstad (2021)' is de ontwikkeling van een hotel op deze

segmenten, typologieën en serviceniveau, zodat doelgroe­ pen met een metropolitaanse leefstijl hier hun thuis vinden. Rotterdam heeft op deze locatie grote behoefte aan kwalita­ tief hoogwaardige woningen voor de juiste doelgroepen in de juiste stedelijke mix. Er dient, conform de hoogbouwvisie (12 december 2019), differentiatie te zijn qua doelgroepen, woninggrootte en prijssegment. i In de ontwikkeling zijn alle prijssegmenten opgenomen, wat aansluit op de ambitie voor diversiteit. Richtingge­ vend voor de prijssegmentering is tenminste 20/6 soci­ aal, 30/6 middensegment en maximaal 50/6 in duur en »

topsegment. Naast de hierboven genoemde prijsdifferentiatie dient het woonprogramma ook te bestaan uit voldoende diver­ se woningtypologieën met bijbehorende woningoppervlaktes. De woningen in het sociale en middensegment zijn minimaal gemiddeld 50m2GBO en nooit kleiner dan 40m2 GBO (Rotterdam kwaliteitsbeleid wonen). De wo­ ningen in het dure en topsegment zijn gemiddeld 70m2 GBO en nooit kleiner dan 60m2GBO.

i

Een mogelijkheid is om de 20/6 sociaal in te vullen voor studentenhuisvesting door middel van co-living en

Referentiebeelden: WTC Den Haag (beeld: www.bouwinvest.ni) ã LocHai Tilburg (beeld: www.tiiburg.ni)

76

December 2021

HART 010 NvU

(maximaal 50^.) studio's. De co-living studentenhuisves­ ting is betaalbaar (prijs onder kwaliteitskortingsgrens, C442,- prijspeil 2021) en omvat per unit drie kamers (on­ zelfstandige wooneenheden, met elk een eigen huurcon­

m

Verder dient aandacht te zijn voor: * m

Royale entrees bij appartementen, Ruime verdiepingshoogten per appartement,

i

Een hoog afwerkingsniveau,

tract) en een gezamenlijke keuken en badkamer. De stu­ dio's hebben een prijs onder de eerste aftoppingsgrens

*

Een structuur die mogelijkheid biedt tot samen voegen,

(C633, prijspeil 2021). De verhuur is exclusief verhuur aan studenten (ingeschreven bij onderwijsinstelling) en vanaf eerste verhuurperiode minimaal 15 jaar volgens

i

Lichtinval en (meerzijdige) oriëntatie van de woningen en het tegengaan van hittestress (o.a. ventilatie en verduurzaming).

deze voorwaarden verhuurd te worden. Alle studenten

*

hebben toegang tot een gezamenlijke binnen- en/of bui­ tenruimte voor ontmoeting en evt. sport; een gemeen­

Als een deel van de woningen voor co-living bestemd zijn, dan zijn de uitgangspunten:

schappelijke buitenruimte, bij gebrek aan individuele buitenruimte; een overdekte fietsenstalling; een wasmachineruimte. De studentenhuisvesting komt bij voorkeur

i

in beheer of bezit van een (studenten)corporatie die ac­ tief is in Rotterdam. Het streven is om in middensegment 2/3 middenhuur te realiseren en 1/3 middeldure koopwoningen met een zelfbewoningsplicht en antispeculatie van 5 jaar. Wan­ neer deze woningen na enige tijd niet verkocht worden,

i

Gebouw: Het gebouw biedt differentiatie in woningtypes en woningoppervlaktes. De woonfunctie moet zichtbaar zijn in de uitstraling van de gevel, plint en entreepartij. Het gebouw biedt een hoog service- en voorzieningen­ niveau, onderdeel van totaalconcept voor het gebouw en de doelgroep. Woning: alleen in appartementen met gelijkwaardige slaapkamers (2 of 3) en/ of eigen badkamers.

kunnen ze aangeboden worden zonder zelfbewoningsplicht. Voorzieningen en ruimtelijke voorwaarden m

i m * i

Het woonprogramma is met name gesitueerd boven de Rotterdamse laag, voor een goede balans tussen rust en reuring in het gebied. Gedeelde voorzieningen bevinden zich bij voorkeur wel in de Rotterdamse laag. De ontwikkeling biedt een hoog service- en voorzienin­ genniveau, passend bij de beoogde doelgroep. Alle woningen hebben een private buitenruimte, of toe­ gang tot collectieve, hoogwaardige buitenruimten. Lobby's van de woongebouwen zijn ingericht voor meer­ voudige programmering (hoogbouwvisie 2019). De nieuwe hoogbouwvisie zet vooral in op het maken van ontmoeting en creëren van gemeenschappen. Uit­ gangspunt is dat anonimiteit begint achter de voordeur. Welke zaken in het gebouw dragen bij aan het gebouw die (voor het woondeel) anonimiteit, ondermijning en

-

eenzaamheid tegengaan? Referentiebeelden: Wintertuin, Karel Doormanstraat I& Daktuin kantoren Timmerhuis

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

77

4. Beeldkwaliteit. 4.1 Architectuur 4.2 Landschap Å openbare ruimte

78

December 2021

HART 010 NvU

tal

2ÿUV* ‘ľ- ,VĶr*\

ŵ

‘r: ~-

Í’S

’ ďŕ:ŵ

—S

j-

1

ngp K'tžfc'SĩŴ ‘V -

lm IffipN' ®“- -i. ļfeįäftįţ įy-rtS&J

r ■

^ - ; - m«ē: -y ^ŗ.ç

4. Beeldkwaliteit.

December 2021

79

I ■■■a

! aan

1. Jaren '70: Door de vergelijkbare architectuur vormden de Cooise poort en de paviljoens oorspronkelijk samen bijna een organisch geheel met een duidelijke uitstraling aan de Cooisingei en het Churchiiipiein. De bebou­ wing aan de Westbiaak was duidelijk onderdeel van de architectuur taal van de Westbiaak.

MÉü WĒĚÍ

rcŝSssīSš RSÎŴriiÜ-

fes-

'■■«I

«Sļjįjļtåįţ

2. Huidige situatie: De relatie van de Cooise Poort en de bebouwing aan de Westbiaak met de Cooisingei en de Westblaak is door verbouwingen verstoort.

80

December 2021

3. Toekomstige situatie: De onderdelen van de integrale ontwikkeling worden niet in één stiji ontwikkeld maar versterken de samenhang van de context. De herkenbare uit­ straling van de Coolse Poort als post-'65 gebouw blijft behouden. De samenhang van de 'familie van de Westblaak wordt versterkt in de Rotterdamse iaag. De toren is 'familie' van de Westbiaak, maar ontwikkelt ais 'nieuwe generatie' een eigen karakter. Het gebouw op het metrostation versterkt de uitstraling van het (nader te bepaien) programma aan de Cooisingei en het Churchiiipiein.

HART 010NvU

4.1 Architectuur De ontwikkeling bevindt zich op een hoogstedelijke locatie waar meerdere historische tijdslagen bij elkaar komen. De opgave van de architectuur is om deze gelaagdheid zicht­

Uitgangspunten ensemble

m

De samenhang van de Keerweer met het winkelgebied

De gebouwen op de locatie zijn in de loop van de wederop­ bouwperiode tot in de jaren '70 gerealiseerd. Elk gebouw is

m

Lijnbaan wordt bewaard; De Rotterdamse laag aan de Westblaak wordt duidelijk

baar te houden en er binnen deze context een hedendaagse

ontworpen in relatie tot de toen bestaande gebouwen en in

'laag' aan toe te voegen. De ontwikkeling wordt stapsgewijs gerealiseerd. Elk project doorloopt, indien nodig, een eigen

het perspectief van de toen geldende opvattingen over ste­ denbouw en openbare ruimte. Dit heeft geleid tot een hete­

bestemmingsplanprocedure en wordt getoets aan de vol­ gende uitgangspunten: m Algemene uitgangspunten

rogeen ensemble dat met duidelijk 'verschillende gezichten'

m

Uitgangspunten uit de NvU voor het ensemble en de per

*

gebouw(deel). Welstandscriteria Centrumgebied - centrummix uit de

In de wederopbouwperiode heerste een sterke samenhang tussen de gebouwen aan de Westblaak. Aan de Coolsingel zorgde het kopgebouw voor een stedenbouwkundig en ar­

Welstandsnota (2012) (opgenomen in het vervolg).

weer onderdeel van de architectonische 'familie' van de i

reageert op zijn context. i

Westblaak; De nieuwe toren is verwant met 'architectonische familie' van de Westblaak, maar ontwikkelt een eigen karakter als telg van de huidige 'hoogbouw generatie'; De bebouwing boven het metrostation versterkt de uit­ straling van het (nader te bepalen) programma aan de Coolsingel en het Churchillplein. Een kader voor de na­ dere uitwerking is opgenomen op de volgende pagina's.

Algemene uitgangspunten

chitectonisch accent en de goede aansluiting op het toen nog aanwezige vooroorlogse buurpand. Achter de Westblaak zorgde de lagere bebouwing in de Keerweer weder­

i

Bouwvolumes moeten logisch integreren in de bestaan­

om voor samenhang met de wederopbouw architectuur van het Lijnbaan winkelgebied.

toepassing zijn deze gebaseerd op de aanbevelingen uit de cultuurhistorische waardestelling van Crimson (CHV) (zie

m

de stad door vorm, stijl, verbindingen, diversiteit, volu­ me, massa, structuur en korrelgrootte. Versterken van een optimale stad op ooghoogte door

In de jaren '70 werd de vooroorlogse hoek van het bouwblok aan het Binnenwegplein gesloopt om de nieuwbouw van de Coolse Poort te realiseren. Het gebouw introduceerde een nieuwe hoogte en duidelijke nieuwe architectuur, en werd

bijlage).

openheid van plinten, een levendig programma, vol­ doende entrees en een architectuur die in schaal en maat m *

aansluit bij de menselijke maat. Buitengewoon hoogwaardige architectuur met zuivere vormentaal en hoge kwaliteit van details en materiaal. Circulair materiaalgebruik, beplanting, duurzaamheid, de collectieve ruimte en het dak als 'vijfde gevel zijn inte­ grale ontwerpopgaves.

i i

De architectuur versterkt de leesbaarheid van de histori­ sche gelaagdheid van het ensemble. De gebouwen worden ontwikkeld door verschillende ar­

tegelijkertijd zorgvuldig ingebed in de bestaande context. Door middel van de parallel aan de Coolsingel uitgerichte overkragende torens en de bijzondere architectuur werd het gebouw duidelijk gesitueerd aan de Coolsingel. De sa­ men met de Coolse Poort ontworpen paviljoens moesten de uitstraling aan de Coolsingel versterken en zorgen voor menselijke maat en 'gezelligheid' aan het Churchillplein, zie 1. In de huidige situatie is de leesbaarheid van het ensemble

chitecten zodat variatie ontstaat in de architectuur. Uitvraag en architectenselectie vindt plaats in afstem­ ming tussen de initiatiefnemer en de gemeente.

vertroebeld door ingrijpende verbouwingen van de de pa­ viljoens en het gebouw aan de Westblaak, zie 2.

i

De originele gevelsteen van het vooroorlogse Bijenkorf pand - in verwijzing naar de oorspronkelijke locatie goed zichtbaar integreren in de ontwikkeling.

In de integrale ontwikkeling Hart 010 speelt de architectuur opnieuw een belangrijke rol om de historische gelaagdheid van het ensemble te versterken en de nieuwe stedenbouw­

i

Mogelijke archeologische vondsten (in overleg met ex­ perts) goed zichtbaar integreren in het gebouw.

kundige situatie en de relatie met de openbare ruimte te verhelderen, zie 3: m De Coolse Poort blijft, met haar sterke uitstraling aan

*

Uitgangspunten per gebouw(deel) Op de volgende pagina's zijn de uitgangspunten voor beeld­ kwaliteit geformuleerd voor elk gebouw(deel). Waar van

de Coolsingel, behouden als vertegenwoordiger van de post '65 architectuur;

4. Beeldkwaliteit.

December 2021

81

De Coolse Poort Coolsingel 139 - Groosman Partners, 1972-1979 Verschijningsvorm *

Behoud van het bestaande gebouw op basis van de aan­ bevelingen in de CHV: "De Coolse Poort is een illustratieve vertegenwoordiger van de jaren zeventig-architectuur midden in het centrum en vormt een markante 'historische laag' in de verzame­ ling gebouwen aan de Coolsingel en Blaak/Westblaak.

rO .

De hoge architectonische kwaliteit dient behouden te worden: 1. de opbouw van de verschillende volumes, 2. de detaillering van de gevel (texturen, verticale ribben, afgeschuinde hoeken, materiaal en kleur) en 3) het zicht­ bare betonnen onderstel. In het geval van restauratie, vervanging of aanpassing van de oorspronkelijke gevel is een zorgvuldige eigentijdse interpretatie van de ge­ noemde kenmerken van belang." '0 E Gevelopbouw i Betonnen vuisten en pijlers zichtbaar laten zoals in het

1.

2.

oorspronkelijke ontwerp. 1

Materiaal, kleur en detaillering m

Oorspronkelijke gevel en kleur behouden. Bij té slechte technische staat voor één kleur gevelbekleding kiezen zoals in het oorspronkelijke ontwerp, en de bestaande variatie in texturen terugbrengen.

1

.

,

1 ļ

mm

Specifiek i

Onderzoek doen naar nog originele interieur elementen die speciaal voor het gebouw zijn ontworpen (mogelijk in de kantine of elementen met geïntegreerde luchtbehan­ deling en lichtarmaturen). Originele elementen behou­

Ui

*

den en restaureren/hergebruiken omdat zij illustratief zijn voor de ontwerpstijl van de ontstaansperiode. i

De in 1992 verbouwde entree 3. heeft geen samenhang meer met het geheel. Een nieuwe entree sluit logisch aan op materiaal, kleur en detaillering van het geheel.

i

Winkelunits aan het Binnenwegplein als units herken­

;

baar, met uniforme reclame strategie 4. 3.

82

December 2021

HART 010 NvU

Bebouwing aan de Keerweer Keerweer 4-14, architect en bouwjaar onbekend Verschijningsvorm « Zoveel mogelijk behoud van de bestaande gevel op basis van de aanbevelingen in de CHV:

fïR/STÍ

“Aan de Keerweer maakt het gebouw [De Blaker] een overgang naar de pandsgewijze wederopbouwbebouwing van de binnenstad zoals deze gerealiseerd is aan delen van het Binnenwegplein maar ook aan de Karel Doormanstraat en de Hoogstraat bijvoorbeeld (in tegen­ stelling met de Lijnbaan waarin de afzonderlijke panden als één object zijn ontworpen). Hier wordt het Blakergebouw voortgezet met zes lagere en kleinere winkelpan­ den met daarboven enkele woningen, die met name op in de verdiepingen duidelijk als een ander bouwdeel is vormgegeven 1. Dit rijtje winkel-woonpanden voegt zich in de schaal van de bestaande bebouwing op de hoek Keerweer - Binnenwegplein (oorspronkelijk schoenen­ winkel “De Kaplaars", nu Van Haren)." "Aangezien de architectuur van de gevels nog zo goed als gaaf is (afgezien van achterstallig onderhoud en en­ kele aanpassingen) draagt deze bebouwing bij aan de ervaarbaarheid van de historische gelaagdheid in het gebied." Gevelopbouw m Behoud van de gevelindeling: hoge plint met winkels op de begane grond, ander programma (woningen) in terug­ springende laag op de verdieping 1. Materiaal, kleur en detaillering m Nader onderzoek uitvoeren om de originele gevelele­ menten (dakrand, kozijn indeling, tegelwerk, kolommen, inspringingen en uitkragingen, vormgeving plint etc) zorgvuldig te kunnen integreren in het ontwerp 2. V.

4. Beeldkwaliteit.

December 2021

83

Bebouwing Westblaak - Rotterdamse laag Westblaak 5-13, Herman D. Bakker, 1955-1958

■ Uil

Verschijningsvorm m

■■■■■■■in.

111111111111111111111

In de nieuwbouw komen de in de CHV genoemde kern­ waarden van het oorspronkelijke ontwerp van De Blaker

mimmiiiiiiimi

(Westblaak 5-13 - Herman D. Bakker, 1955-1958) terug

llliillllllllllllllll

om de samenhang te bewaren met de architectuur van de Westblaak en de in omgeving gelegen monumenten: "Het gebouw heeft [ondanks de in de jaren '70 gewij­ zigde gevel] nog wel visueel een belangrijke rol aan de Westblaak als een van de katoor/winkelschijven die de

nwmmiMmm ^flnnnnniHm

ļ

Ęäăsm 1 .

straat flankeren en conform de typologie voor de zaken­ boulevard van het Basisplan bestaat uit een plint met winkels met daarop een aantal kantoorlagen. Het vormt als zodanig een onderdeel van het stedenbouwkundige

■ lm

.

Huidige situatie: Contrast tussen de monumentale wederopbouw be­ bouwing aan de noordzijde van de Westblaak en de De Blaker.

Oorspronkelijk ontwerp de kantoorschijf aan de Westblaak. De Blaker, H.D.Bakker

ensemble van kantoorgebouwen aan weerszijden van de Westblaak. De bebouwing volgde de bijpassende ty­ pologie van een aantal standaard kantoorverdiepingen op een plint met winkels en bekroond met een terugleg­ gende dakopbouw. De gevels van de schijven kregen een horizontaal karakter maar hierin werden verticale elementen vervlochten zodat een ritmiek en plasticiteit van horizontale en verticale lijnen en banden ontstond, zogenaamde 'weefgevels'." ““T33HWI

Gevelopbouw i m

De hoogte/het volume van De Blaker en de horizontale geleding van de gevel behouden. Driedelige opbouw (plint, verdiepingen, terugliggende

*

dakopbouw) sluit aan op de architectonische samenhang van de Westblaak en het originele ontwerp. Verbijzondering van entree en verticale ontsluiting in het

.“jTiīĩiTĵ'ľ rj Iľ

--nì:İ'^Fïlķiì*r!

IT*

ļ

fcĤŕ-ļ rnjfrrtLsnviïiar

. . . . . . . .. ., ..Jļaiaaiarr«iii'iř -

gevelbeeld.

mm

I I M I I İíiiiiiiri:::sïľil

ÏÏMĒÊ

is i I

t'- SH

Materiaal, kleur en detaillering i

Iñõl

Ontwikkelen vanuit het originele ontwerp en/of bestaan­ de (met name wederopbouw-) panden aan de Westblaak.

Architectonische samenhang bebouwing Westblaak

84

December 2021

HART 010 NvU

bovenbouw +1OOm bovenbouw 70m -10Om bovenbouw ^Om Rotterdamse laag plint

Bebouwing Westblaak - Toren Verschijningsvorm a De toren (vanaf 70 m) en de onderbouw van de toren

hoogbouw

(vanaf de Rotterdamse laag tot 70 m) hebben een duide­ lijke relatie met de kleurstelling en de gevelindeling van de Westblaak, maar ontwikkelen, net als de de Coolse Poort in de jaren '70, ook een eigen karakter als verte­ genwoordiger van de nieuwe 'hoogbouw generatie' in de hoogbouwzone. Gevelopbouw a

De gevelopbouw is verwant aan die van de Coolse Poort. De verticale volumes verspringen in hoogte en ten op­ zichte van elkaar. De verspringingen worden benadrukt door snedes in het volume 1. De verticale snedes refe­ reren naar de volumeopbouw van de Coolse Poort. De horizontale snedes versterken de samenhang met be­ langrijke tijdslagen in de binnenstad 2.: De winkelplint, de Rotterdamse laag en de hoogbouwperioden in het centrum (70m, 100m, 150m).

a

laagbouw

rotterdamse laag

plintzone

1.

2..

Indien de 'snedes' gebruikt worden als collectieve ruimte moet de gehele hoogte van de 'snede' open en zichtbaar blijven in het gevelbeeld 4.

Materiaal, kleur en detaillering a

Ontwikkelen vanuit het originele ontwerp en/of bestaan­

a

de panden Westblaak (met name wederopbouw). Kleurstelling binnen het kleurenpallet van de Westblaak,

a

onderscheidend ten opzichte van Rotterdamse laag. De verticale en horizontale 'snedes' in de gevel onder­ scheiden zich in materiaal en/of kleur en/of detaillering en sluiten daarmee aan op de logica van de materiaal toepassing van de Coolse Poort 3.

Specifiek a

OB

Lichtconcept voor de snedes i.v.m. nachtbeeld.

3. Prince Plaza, OMA Architecten (Beeld: Seth Powers)

4. Beeldkwaliteit.

4. Binck Blocks, LEVS architecten

December 2021

85

Bebouwing op het metrostation

i

Voor de nieuwe bebouwing op het metrostation is een zoekgebied opgenomen in het ruimtelijk raamwerk (1). Wat de programmering betreft is alleen zeker dat het metrostation

a

in het gebouw geintegreerd wordt, het overige programma is nog niet concreet. De uitwerking van het volume en de ar­ chitectuur hangt in grote mate af van het programma dat in het gebouw gehuisvest wordt. Een hoogstedelijk program­ ma zou op een andere manier en uitstraling op de locatie ingepast worden dan een kantoor- of woonfunctie. Hiervoor zijn verschillende denkrichtingen mogelijk: m

In het Coolsingelplan van West-8 wordt ingezet op sa­ menhang en kwaliteit in het beeld van de gevels en de openbare ruimte. De materialisering van het stadhuis, het postkantoor en het ABN gebouw zijn hiervoor de bron van inspiratie. In de uitwerking van het nieuwe inrichtingplan van de Coolsingel en in het nieuwbouwpro­

a

a

ject voor Coolsingel 63 is dit principe gehanteerd. Kijkend naar het Churchillplein valt de diversiteit van de vier kopgebouwen op. Het nieuwe volume boven het me­ trostation kan zich aan het Churchillplein manifesteren als een uniek object. In de CHV wordt de mogelijkheid genoemd om aanslui­ ting te zoeken bij het ontwerp van de Coolsepoort: de ori­ ginele samenhang wordt hiermee teruggebracht.

Iconografische architectuur die past bij het programma en het Churchillplein. Bijzondere stedelijke programmering (publiekstrekker):

C. Samenhang Coolsepoort: Functie sluit aan bij de programmering van de Coolse Poort (huiskamer van de stad) en het oorspronkelijk ontwerp zo­ als beneomd in de CHV. "Origineel vormden de Coolse Poort en de paviljoens [zoge­ noemd De Veste, Coolsingel 139 - Groosman Partners, 1972­ 1979], als ondergroei van de hoogbouw, een bijna organisch

1 ^^ ^

geheel. Doordat de paviljoens zijn vervangen is de samen­ hang tussen de trottoirbebouwing en de Coolse Poort ge­ heel verdwenen." a

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=977b1f9e-0d8b-4ecc-9db0-e601f38020fd