CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb12770 Bijlage 1 behorende bij 21bb12773 - Nota van uitgangspunten Hart 010 - oktober 2021

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 23. Het voorstel tot vaststelling van de nota van uitgangspunten voor de ontwikkeling van Hart01032.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

m

De Coolse Poort en het gebouw op het metrostation vor­ men samen - net als in het oorspronkelijke ontwerp - een markant 'kopgebouw' dat zich als begin van de Coolsin­ gel manifesteert aan het Churchillplein. Kleurstelling en materiaal sluiten aan bij de uitstraling als 'organisch geheel' van het oorspronkelijke ontwerp.

Gevelopbouw m Duidelijk gedifferentieerde hoge en transparante plint sluit aan op plinten van de omgeving (Westblaak, Coolsingel, Churchillplein). a Afhankelijk van het gekozen scenario zorgen voor conti­

Om de verschillen inzichtelijk te maken zijn hieronder drie mogelijke scenario's geformuleerd. A. Continuiteit Coolsingel: a Het volume markeert het begin van de Coolsingel. m De architectuur sluit aan op materiaal- en kleurenpalet van de (Rotterdamse laag van de) Coolsingel. a Functie sluit aan bij programma en allure Coolsingel.

a

nuïteit van de Rotterdamse laag en een dakbeëindiging die goed aansluit op de context. De entree van het metrostation is goed zichtbaar geïnte­ greerd in het architectonisch ontwerp.

Materiaal, kleur en detaillering m Afhankelijk van het gekozen scenario ontwikkelen, zie referenties rechter pagina ter illustratie.

B. Publiekstrekker: a

Het volume markeert de hoek van het Lijnbaankwartier aan het Churchillplein.

m

Het volume vormt samen met het Maritiem Museum een cluster van stedelijke programmering aan het Churchill­ plein. De architectuur draagt met een passende allure bij aan de uitstraling van dit cluster.

Specifiek a Verlichtingsconcept ontwikkelen afhankelijk van het ge­ kozen scenario. a Bijzondere aandacht voor architectonische uitstraling en verlichting van het avond- en nachtprogramma. Huidige gebouwen aan het ChurchiLLpLein

86

December 2021

HART 010 NvU

aü B.

C.

L kñi W/- j

■ ■■H

aHHH

Materiaal en kleurstelling Coolsingel. (Bron: Mecanoo Architecten.)

4. Beeldkwaliteit.

Şaa*|IMf|

Tencent, Beijing China. OMA Architecten. (Beeld: Ossip van Duivenbode)

Coolse Poort en pavijoen De Veste in de jaren '70

December 2021

87

Welstandsnota

Centrumgebied

Het ontwerp wordt getoetst door de commissie Welstand en Monumenten op basis van:

(Welstandsnota, deel 1: Welstandsbeleid) 'Rotterdam heeft een voor Nederlandse begrippen bijzon­

m

dere binnenstad vooral vanwege de architectuur uit de

plan veel aandacht, evenals de beoogde functies. Wonen

wederopbouwperiode en de opvallende skyline. De binnen­ stad bestaat uit verschillende deelgebieden die sterk van elkaar verschillen voor wat betreft ontstaan, ontwikkeling

werd teruggedrongen; de dichtheid van het vooroorlogse centrum werd als veel te hoog gezien. Industrie werd zo

i

de Welstandsnota Rotterdam (2012), Welstandscriteria: Centrumgebied - Centrummix. De in de NvU geformuleerde uitgangspunten.

ingrijpende stedenbouwkundige transformatie in. Radicale vernieuwing vond met name in het gebied ten noorden van de (West)Blaak plaats. De verkeersstructuur kreeg in het

verschillende perioden, en valt als 'huiskamer van stad en

veel mogelijk uit de binnenstad geweerd. Winkels, kantoren en voorzieningen kwamen ervoor in de plaats. De binnen­ stad werd opgevat als centrum van de hele stad en de om­ ringende regio. De Leuvehaven werd verbreed en de Cool-

regio' onder het bijzondere welstandsniveau. In het cen­ trumgebied richt welstand zich met name op twee belang­

singel werd doorgetrokken langs de haven, zodat de stad een 'venster op de rivier' kreeg.

rijke aspecten van de stad: enerzijds het omgaan met speci­ fieke wederopbouwarchitectuur en anderzijds de kwaliteit van het permanente veranderingsproces - van opknapbeurt

De organisatie van het verkeer en de nagestreefde functie­ scheiding zijn in feite de dragers van het plan en de gerea­ liseerde wederopbouw-stad, met hoofdverkeerswegen als

tot algehele transformatie. Ten aanzien van beide aspecten geldt dat het welstandsbeleid is gericht op het voortbouwen op de aanwezige rijkdom en niet zozeer op het conserveren

Coolsingel en Blaak, knooppunten als Hofplein, Beursplein

van het verleden, hoewel dat laatste wel deel kan uitmaken van het welstandsbeleid. Dit zal zeker het geval zijn voor de Aandachtsgebieden Wederopbouw en de panden en

woon-en expeditiehoven. De hoofdverkeerswegen werden

en huidig karakter. Het centrumgebied is een staalkaart van verschillende architectuurstijlen en handschriften uit

en Churchillplein, voetgangerswinkelstraten, gemengde verkeers-Minkelstraten en expeditiestraten, pleinen en

ensembles die zijn aangewezen als gemeentelijk- of rijks­

uitgevoerd als boulevards, met aparte verkeersstroken en brede trottoirs. Winkels werden vanaf de straatzijde toegankelijk gemaakt

monument zoals bijvoorbeeld het Lijnbaanensemble. Bij vernieuwing bestaat de rol van welstand met name uit toet­

voor publiek en via expeditiehoven aan de achterzijde voor leveranciers. Er ontstond daardoor een 'dubbelstructuur',

sing van de wijze waarop nieuwbouw 'zich gedraagt' in het

met een voorkant met winkels en publieksfuncties en een

betreffende straatbeeld en van de positie van nieuwe ge­ bouwen in de verschillende ensembles waartoe ze kunnen

achter- en binnenkant met bevoorrading, ambachtelijke bedrijvigheid, etc. In verticale zin: beneden winkels, bo­

behoren. Het gaat daarbij om de balans tussen verschil en

ven woningen. De hoven vormen een zeer kenmerkend on­

overeenkomst in vorm, schaal en textuur. Bij het ruimtetype 'tribune' is het van groot belang dat bij de welstandstoets niet alleen wordt gekeken naar de plek van het gebouw in

derdeel van de Rotterdamse wederopbouw; ze dienen ter bevoorrading e.d. en voor parkeren (expeditiehof), maar

het betreffende straatbeeld, maar ook naar de positie die het in verschillende ensembles - vaak gevormd door gebou­ wen uit verschillende periodes en heel uiteenlopend van

woningen (woonhof). De woningen worden meestal aan de straatkant ontsloten. De hoven zijn afwisselend toeganke­ lijk via poorten in de gevelwand of via openingen tussen

karakter -inneemt. Bij het ruimtetype 'wand' moet vooral worden gelet op de samenhang binnen de ensembles.'

de bouwblokken. Op deze wijze zijn zowel gesloten bouw­ blokken ontstaan als open en halfopen verkavelingen. Naar

zorgen ook voor licht en lucht voor de omringende etage-

verschijningsvorm zijn de gesloten blokken (plint met drie

Centrummix Ruimtetypen: wanden en tribunes. De huidige bebouwing aan de Keerweer en de Westbiaak (inclusieve hoekbebouwing) is getypeerd is ais 'wand'. De bebouwing aan het Binnenwegplein en de Cooisingei is getypeerd ais 'tribune'.

88

December 2021

(Welstandsnota, deel 2: Rotterdam Karakteristiek) "In het Basisplan uit 1946 bleef de grondvorm van de histo­ rische binnenstad gehandhaafd. Tegelijk hield het plan een

lagen en hoger) als wanden te typeren, die de straatruimte strak begrenzen, en de vaak open blokken (composities met afwisseling tussen laag en hoog) als tribunes."

HART 010 NvU

Welstandscriteria Het ontwerp wordt getoetst aan onderaan staande wel­ standscriteria. Hieronder zijn de algemene gebiedscriteria 'Centrumgebied' weergegeven naast de gebiedscriteria (in vette letters) 'Centrummix', die van toepassing zijn in de deelgebieden Laurenskwartier, Lijnbaankwartier, Central

Ruimtelijke inpassing m Bouwinitiatieven versterken de gelaagdheid en transparantie van ensembles en zijn afgestemd op de specifieke positie die het gebouw inneemt binnen het grotere geheel (wand, tribune, achter, voor, plint e.d.).

m

i

Bouwinitiatieven houden de stedenbouwkundige struc­ tuur herkenbaar en verstoren deze niet.

Materiaal, kleur en detaillering

m

Bouwinitiatieven (waaronder hoogbouw) zijn in maat en schaal afgestemd op de omliggende bebouwing en de

Algemeen m Toepassing van hoogwaardige materialen en detail­

stad als geheel.

lering in overeenstemming met de hoge centrumambities. m Materiaal en detaillering zijn afgestemd op die van de oorspronkelijke bebouwing en van gelijke kwa­ liteit (vervanging van gevelonderdelen conform het origineel).

District en Omgeving Coolsingel.

Verschijningsvorm Hoofdvorm i Bouwinitiatieven sluiten aan bij de omgeving, een ei­

straat ongewenst.

gen vormentaal is daarbij goed mogelijk.

*

m

Nieuwbouw heeft een bij de omliggende bebouwing pas­ sende hoofdvorm.

i

i

Uitgangspunt voor bouwinitiatieven is de samenhang

i

binnen de architectonische eenheid. Bijgebouwen zijn herkenbaar als op zichzelf staande vo­

m

Ingrepen aan de gevels behouden de karakteristie­ ken van de oorspronkelijke gevelindeling (bijvoor­ beeld 'weefgevel' met vervlochten horizontaliteit en verticaliteit).

m

Het gevelontwerp is consequent en goed van verhou­ ding, en qua indeling en plasticiteit afgestemd op de om­ liggende bebouwing.

m

Ingrepen aan de gevel, waaronder nieuwe balkons en lui­ fels of winkelpuien, passen binnen de structuur, maat en

m *

De begane grondverdieping past in maat en schaal bij het karakter van de straat.

Specifiek

Daken die zichtbaar zijn vanuit de omliggende bebou­ wing krijgen dezelfde kwaliteit als de gevel en wor­ den ingericht als groene daken (of op andere wijze aantrekkelijk vormgegeven). * Het nachtbeeld is onderdeel van de ontwerpopgave en gaat uit van richtlijnen zoals verwoord in het Licht­ plan Rotterdam.

i

m

gegeven.

4. Beeldkwaliteit.

i

In woon-, kantoor- en winkelgebieden zijn detaillering en materiaalgebruik van de beganegrondgevel aan de straatzijde (met name rond de entree) van hoge kwaliteit (rijker en expressiever). Erfafscheidingen zijn van hoogwaardig materiaal en

m

worden zorgvuldig gedetailleerd. Zonwerend glas of folie op glas verhinderen de visuele relatie tussen binnen en buiten niet.

*

Ventilatieroosters zijn niet zichtbaar of architectonisch

Entreegebieden van gebouwen, inclusief luifels en lo­ go's, zijn uitnodigend en kwalitatief hoogwaardig vorm­

Materialen en detaillering worden zo gekozen dat verou­ dering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen heb­ ben voor het uiterlijk.

schaal van het hoofdgebouw. Overgangen privé-openbaar

Kleuren zijn terughoudend en afgestemd op de omlig­ gende bebouwing. Materiaal, kleur en detaillering ondersteunen de ver­ schijningsvorm op samenhangende wijze.

m

lumes en zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Gevelopbouw

Beganegrondgevels aan de openbare ruimte hebben een bij de situatie passende openheid. In woon-, winkel-, en kantoorgebieden zijn dichte (bergings-)gevels aan de

ingepast in het gevelontwerp.

December 2021

89

4.2 Landschap Å openbare ruimte Leesbaarheid van de openbare ruimte Het centrumgebied kent een afwijking als het gaat om de standaardmaterilaisatie Rotterdamse Stijl. Speciale plekken kunnen vormgegeven worden met een eigen invulling van materialisatie. Het Binnenwegplein en de net opgeleverde Coolsingel zijn hier een voorbeeld van. Om ruimtes en structuren helder en leesbaar te houden is er voor gekozen in te zetten op de reeds bestaande vormgeving van Coolsingel en Binnewegplein. Overige inrichtingen maken gebruik van de Rotterdamse Stijl.

Binnenwegplein De materialisatie van het Binnewegplein wordt op een heldere manier voortgezet richting de Coolsingel. De

A

verhardingsvloer is herkenbaar als één en dezelfde. Net als het gebruik van de natursteen zittranden, die ook opsluiting vormen voor groenvakken. Het plein is overwegend groen. Het groen is uitbundig en staat in verhoogde groenvakken,

C

bestaande uit sierbeplanting en bomen van de tweede en derde grootte. De beplanting heeft jaarrond een hoge sierwaarde en zeizoenen zijn afleesbaar.

C

Coolsingel De coolsingel wordt ingericht conform principes en materialisatie zoals vastgelegd in het DOIP Coolsingel.

C\

Rotterdamse Stijl

C C

De overige buitenruimte wordt ingericht volgens de Rotterdamse Stijl. De keerweer en het stuk openbare ruimte tussen de twee delen van het Binnenwegplein worden hiermee uitgevoerd in natuursten 'centrum'. Aan de Westblaak kan gewerkt worden met het huidige materiaal van deze Boulevard, tot dat er andere uitspraken worden gedaan in het IP Blaakpark.

A B C

90

December 2021

Vormgeving Binnenwegplein Vormgeving Coolsingel Vormgeving Rotterdamse Stijl

HART 010 NvU

MkjfcB

■■■■a •■■■a imumm immmn

ļļĮĮWWK İ./-V ■■■■■■I ■■■■■■I

!»»« I

fc MWM&

IP!

-ŵ «KrifcSRS ;-r-SK-

■PV'

PIE! ..... .

nN

A

Vormgeving Binnenwegplein

4. Beeldkwaliteit.

B

Vormgeving Coolsingel

C

Vormgeving Rotterdamse Stijl December 2021

91

5. Mobiliteit. 5.1 Ruimtelijke eisen 5.2 Publieke fietsenstalling 5.3 Parkeereisen 5.4 Duurzame mobiliteit

92

December 2021

HART 010 NvU

5.1 Ruimtelijke eisen Bij de ontwikkeling van Hart 010 ligt de focus, eendachtig de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak, op het goed faciLiteren van voetgangers en fietsers en benutten van het nabije OV, zodat automobiliteit nauwelijks noodzake­ lijk is. De ligging van de locatie leent zich hier goed voor: gelegen aan OV-knooppunt Beurs en aan het kruispunt van grote fietsroutes in de stad. Voor de Logistiek wordt een slim systeem uitgewerkt, zodat de openbare ruimte minimaal wordt belast met verkeersbewegingen.

m

fietsenstalling aanwezig te zijn; in de directe omgeving is in de openbare ruimte geen plaats voor fietsparkeer­ *

i m

mag niet achteruit gereden worden door auto/vrachtver­ i

plaatsen. Niet gelijklopende ontwikkelingen tussen de 2 plandelen en apart de onderdoorgang van de tunnel Churchillplein

i

kunnen de beschikbare capaciteit voor fiets parkeren in gevaar brengen. Sturen op tijdige realisatie van vol­

i

Het plangebied bevat voldoende ruime looproutes en voldoet aan de toegankelijkheidseisen van de openbare ruimte.

den opgelost, wordt naar een gelijkwaardige oplossing gezocht, welke in overleg met gemeente tot stand dient te komen. De Paviljoens en kiosken worden vanuit binnenhof deel­ gebied 1 bevoorraad.

de orde.

i

Er wordt ruimte gereserveerd voor een logistieke verbin­ ding tussen Deelgebied 1 en Deelgebied 2. De technische haalbaarheid en wenselijkheid van de ver­ binding wordt in gezamenlijkheid met gemeente en ove­

Het gebouw dient voor zo min mogelijk windhinder bij

OV-knooppunt Beurs

voetgangers en fietsers te zorgen. De vormgeving en programmering van de plintzone zorgt voor een voor voetgangers aantrekkelijke open­ bare ruimte.

Station Beurs is het meest gebruikte metrostation van Ne­ derland. De MRDH heeft recentelijk het station aangewezen als metropolitaan project om het station aan te pakken en op meerdere fronten te verbeteren. De MRDH wil de entree

i

i

Fietsen maakt onze steden gezonden en duurzamer. Hart

gekeken naar uitbreiding van het aanbod aan fietsparkeer­ plaatsen. i De ontwikkelingen binnen Hart 010 mogen de ambities van de MRDH voor station Beurs niet in de weg staan en

i

voorbeeld met douches in kantoren om vervoer per fiets naar werk te stimuleren.

moeten de ambities daar waar mogelijk helpen realise­ ren (zie ook hoofdstuk OV-knooppunt Beurs).

m

Er worden een of meerdere inpandige fietsenstallingen gerealiseerd; voor het bezoekersdeel wordt in samen­

Auto

werking met de gemeente een publieke fietsenstalling

*

m m

*

trees. De ligging van de fietsvoorzieningen is nabij de entrees van de verschillende gebouwen in het plangebied. De fietsenstalling geeft antwoord op het verder elektri­

*

rage van de Coolse Poort opgelost. Een eventuele uitbreiding van de parkeergarage Coolse Poort mag niet leiden tot een extra in/uitrit op straat. Autoparkeren wordt ontsloten via de Westblaak, gecom­

i

bineerd met de logistieke entree;. Zie verder specifieke eisen onder logistiek.

ficeren van het fietsenpark en moet voorzien in plekken voor buitenmodelfietsen. i

De fietsenstalling heeft een ruimte waar duurdere (race) fietsen veilig kunnen staan.

5. Mobiliteit.

dient zowel voor leveringen als vuilophaal; voorziet ook in verhuisbewegingen voor de woningen; biedt de mogelijkheid aan pakketdiensten om leverin­

gen te doen; bevat een ophaalpunt voor pakketten voor het gehele plangebied. Regulering van vervoersbewegingen door middel van *

venstertijden en 'logistiek management'; Er komt één compacte toegang voor alle logistieke be­ wegingen vanaf de Westblaak. De inpassing ervan in de openbare ruimte vindt plaats in afstemming met de plan­ vorming IP Westblaak (Blaakpark). De toegang is geïnte­

Autoparkeren wordt voornamelijk in de bestaande ga­

De fietsvoorzieningen zijn zowel binnen als buiten lo­ gisch gekoppeld aan fiets- en looproutes, liften en en­

rige betrokkenen onderzocht. De logistieke voorziening: * m *

010 stimuleert en faciliteert gezonde keuzes. Zeker op het kruispunt van grote fietsroutes van de stad. Deze ambitie kan daarbij ook worden vorm krijgen in het vastgoed: bij­

ontwikkeld.

Indien een deel van de logistiek niet inpandig kan wor­

m

Fiets

m

De logistieke voorziening biedt ruimte aan alle bebou­

plan. De inzet van Toezicht en Handhaving m.b.t. de APV (zgn. weesfietsen) is en blijft vooralsnog van kracht. Dus extra inzet m.b.t. het 'wegknippen' van fietsen is niet aan

naar de stad, de capaciteit en kwaliteit van het station en de lokale ontsluiting verbeteren. Daarnaast wordt er ook nog

i

keer over het fietspad. De maximale lengte van voertuigen bedraagt 12m; wing en functies in het plangebied als ook de paviljoens en kiosken aan de Coolsingel en Binnenwegplein;

doende inpandig fiets parkeren is noodzakelijk voor dit

Voetganger m

In het gebouw dient een ruime en makkelijk te bereiken

greerd in het gevelontwerp.

Voorrijdfunctie personen m

Het plangebied is alzijdig omgeven door voetgangers­ gebied. Na de realisatie van Blaakpark geldt dat ook aan de Westblaak. Er is om die reden geen sprake van een voorziening voor voorrijden van bussen, taxi's of K&R in

Logistiek i

Logistiek wordt inpandig georganiseerd in de 1ste West­ blaak hof en wordt ontsloten via de Westblaak;

m

Veiligheid voor fietsers en voetgangers staat voorop. Er

de openbare ruimte. Indien deze functie gewenst is, zal dit inpandig (logistieke hof) voorzien moeten worden en gelden hiervoor dezelfde eisen als voor logistiek.

December 2021

93

Legenda Plangrens

Autoverkeer Westblaak I Coolsingel

Verbeteren fijnmazig netwerk voetgangers

Contouren Pleinruimte

Ą............ ^

0

Versterken fietsas Westblaak - Blaak

Metro station Beurs

Zoekgebied volume boven metrostation

Interne verbindingen t.b.v expeditie, interne afvalverzameling & parkeren ä

Q

Parkeren intern Interne fietsenstalling Zoekgebied openbare fietsenstalling Entree fietsenstalling Entree metrostation Zoekgebied stadsproject Westblaak

Indicatie stadsproject Westblaak

Kaart uitgangspunten mobiliteit

94

December 2021

HART 010NvU

5.2 Publieke fietsenstalling

*

kaders die zijn gesteld in de betreffende beleidsregeling. N.B. Bij gebruik van de vrijstelling zijn geen parkeervergunningen mogelijk voor de bewoners en bedrijven.

ligt aan twee hoofdfietsroutes (oostwest en noordzuid) én gunstig in de aanloop naar het winkelgebied. Het gebied is daarmee aantrekkelijk als locatie voor een publieke fietsen­ stalling. Er is op dit moment al een publieke fietsenstalling aanwezig. Uitbreiding hiervan is noodzakelijk. Het nieuwe

De entree van de parkeergarage is zo direct mogelijk be­ reikbaar vanaf de omliggende verkeersstructuur.

Duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd in de Beleidsre­

i

De opzet van de parkeergarage volgt de NEN-normen

geling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam

voor parkeergarages .

2018. Bewoners, forenzen en bezoekers worden gestimu­ leerd gebruik te maken van duurzame vervoersmiddelen

De rol van de fiets wordt steeds belangrijker. Het faciliteren van de fietser in Rotterdam verdient om die reden de aan­ dacht, zowel in de uitbreiding van fietspaden als ook in de

programma kent zelf ook een fietsparkeeropgave, waarbij er een kans ligt om een koppeling met het publieke fietsparkeren te maken. Directe en comfortabele toegang vanaf zowel Blaak als Coolsingel en directe koppeling met het

fietsparkeerfaciliteiten. In het parkeerbeleid wordt hierop ingespeeld en worden er naast een parkeernorm voor de fiets ook eisen gesteld aan de stalling voor fietsen. i

De Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets ge­

metrostation wordt geambieerd. Wat een publieke fietsvoorziening betreft zijn de ervaringsgetallen dat een fiet­

m

meente Rotterdam 2018 is leidend. De benodigde parkeerplaatsen voor fietsers dienen op eigen terrein ingepast te worden; voor bezoekersparke-

senstalling vanaf ca. 400/500 fietsparkeerplaatsen goed exploitabel is (inclusief beheer). De exacte wens t.a.v. aan­

ren kan aansluiting gezocht worden bij de publieke fiet­ senstalling die in het gebied wordt ontwikkeld. Hierover dienen nadere afspraken gemaakt te worden.

tallen dient in het vervolg nader te worden gespecificeerd. *

5.3 Parkeereisen Voor de ontwikkeling van Hart 010 geldt de Beleidsregeling

i

Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 (of diens opvolger). In deze beleidsregeling staat omschreven waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. Er wordt op getoetst bij de afgifte van de omgevingsvergunning. De regeling waarborgt dat initiatiefnemers voldoende parkeercapaciteit realiseren voor auto en fiets bij ontwikkelingen,

5.4 Duurzame mobiliteit

m Er is in zijn algemeenheid behoefte aan grote publieke fietsparkeervoorzieningen in de binnenstad. Het studie-gebied

Vrijstellingen op de parkeernorm zijn mogelijk binnen de

Het autobezit (van 2e of 1e auto) wordt overbodig gemaakt door bieden van alternatieven in de vorm van (elektrische) deelauto's. De groei van elektrische auto's wordt gestimu­ leerd door voldoende laadinfrastructuur, zowel in de open­ bare ruimte als bij parkeren op eigen terrein. Voor de par­ keergelegenheid op eigen terrein geldt de EV Ready eis uit de beleidsregeling; m m

De parkeerplaats dient bouwkundig voorbereid te zijn op de plaatsing van laadpunten voor elektrische auto's. Volgens beleid dient de netaansluiting van parkeergarage/-gelegenheid voorbereid te zijn op het

Voor de (collectieve) fietsenstalling is van belang dat deze goed gepositioneerd wordt en daarmee goed be­ reikbaar, maar ook aantrekkelijk en veilig wordt vormge­

gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplaatsen. Hier­ bij mogen smart charging oplossingen toegepast wor­ den om dit mogelijk te maken. In het licht van de recente

geven. Er is behoefte aan een toegankelijke fietsenstalling voor

(en de te verwachten) technische ontwikkelingen ligt het voor de hand voor te sorteren op een hoger percentage.

bezoekers. Deze parkeervoorziening is fysiek afgeschei­ den van de fietsenstalling voor bewoners en werkne­ mers. m

zoals (elektrische) fiets, OV en elektrische auto.

i

Ontwikkelaars dienen hiervoor hun EV-plan te kunnen overleggen. De netaansluiting voor collectieve voorzie­ ningen dient EV ready te zijn.

In de openbare ruimte worden geen fietsparkeerplaat­ sen gerealiseerd.

met als doel om de stad te verduurzamen in een aantrekke­ lijke, leefbare en gezonde stad. i De Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets ge­ * i

meente Rotterdam 2018 is leidend. De benodigde parkeerplaatsen voor auto's dienen in principe op eigen terrein ingepast te worden. Afwijkingen zijn mogelijk binnen de kaders die zijn ge­ steld in de betreffende beleidsregeling.

5. Mobiliteit.

December 2021

95

6. OV-Knooppunt Beurs. 6.1 OV-visie Rotterdam 2040 6.2 Ambitie MRDH 6.3 Opgave Metrostation Beurs - uitgang Binnenwegplein

96

December 2021

HART 010 NvU

6.1 OV-visie Rotterdam 2040 Het knooppunt Beurs is het hart van het metronetwerk daar waar de noord-zuidverbinding en oost-westverbinding elkaar kruisen. Het station wordt dan ook door alle metrolijnen aangedaan, meerdere tramlijnen en een buslijn en betreft het grootste overstappunt in het OV-netwerk van de regio Rotterdam. Met gemiddeld 120.000 instappers per dag is het ook het drukste me­ trostation van heel Nederland. Dit is vergelijkbaar met de reizigersaantallen op de knooppunten Rotterdam Centraal en den Haag Centraal. Het knooppunt Beurs bestaat uit een ondergronds metrostation, een tramhalte op de Coolsingel en bus­ haltes in de nabijheid op de Blaak en Westblaak. Het metrostation is ontstaan door realisatie van een diep ondergronds noord-zuidstation onder de Coolsingel in 1968 en een hoger kruisend oost-weststation onder Churchillplein in 1982, verbonden via de stationshal en ondergrondse corridors. Vanwege de toegenomen rei­ zigersaantallen zijn de perrons van het noord-zuidstation in 2000 verbreed.

Knelpunten stedelijk OV-systeem Rotterdam

lasten en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en de daaruit

Onder invloed van de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de Rotterdamse regio, de veranderende mobiliteitsbe­

voortkomende mobiliteitsvraag te kunnen faciliteren.

hoefte en de grote verstedelijkingsopgave ontstaan er op termijn structurele knelpunten in het stedelijk openbaar vervoerssysteem. De Nationale Markt- en Capaciteitsana-

Op de middellange termijn (voor 2030) zorgt een nieuwe oostelijke oeververbinding inclusief een hoogwaardige OV-lijn tussen Zuidplein, Stadionpark en Kralingse Zoom

lyse (N MCA) van het ministerie van IenW laat zien dat zowel

voor ruimte in de huidige, druk belaste centrale delen van

bij hoge als bij lage groei de centrale delen van het Rotter­ damse metronet - in oost-westrichting en noord-zuidrichting, m.n. rondom Beurs (metrokruis) - en de tramverbin-

het metronet. Voor de lange termijn (vanaf 2040) kan de in­ troductie van een zelfrijdende metro een verdere frequen­ tieverhoging van het metrosysteem mogelijk maken. Op

dingen op de Erasmusbrugcorridor rond 2028 te kampen krijgen met capaciteitsknelpunten. Deze knelpunten in

'microniveau' liggen er opgaven voor metrostation Beurs op het vlak van de bereikbaarheid en vindbaarheid voor voet­

directe samenhang met de woningbouwopgave, stedelijke leefkwaliteit en kansen voor mensen, vormden aanleiding

gangers en fietsers, kwaliteit van looproutes en overstappunten en fietsstallingscapaciteit. De dagelijkse potentie van station Beurs

voor de uitwerking van oplossingsrichtingen in het kader van de OV-visie Rotterdam 2040 (gemeente Rotterdam en MRDH, vastgesteld februari 2018), het MIRT-onderzoek Be­ reikbaarheid Rotterdam Den Haag (Rijk, PZH, MRDH, Den Haag en Rotterdam, vastgesteld in juli 2017) en de lopende preverkenning oeververbindingen regio Rotterdam (Rijk, PZH, MRDH en gemeente Rotterdam).

bestaat - naar verwachting - in 2040 uit 70.000 autonome in- en uitstappers en 69.000 in- en uitstappers (OV-pakket). In de Rotterdamse binnenstad zal in 2040 36^. van de totale dagelijkse mobiliteit plaatsvinden met openbaar vervoer.

HOV ambities Op basis van deze onderzoeken zetten Rotterdam en MRDH

In 2007 is het OV-chipsysteem geïntroduceerd en is het gehele station afgesloten met toegangspoortjes, waarbij de looproutes onder de Coolsingel zijn vrijge­ houden. Het noord-zuidstation is aan de noordelijke zijde verbonden met de Beurstraverse (Koopgoot). Aan de zuidzijde is een ondergrondse traverse met toegan­ gen tot beide stations en stijgpunten naar het oosten (Blaak), zuidoosten (Maritiem museum) en westen (Lijnbaan, Binnenwegplein). In deze traverse zijn di­ verse winkels en een servicepunt van RET aanwezig. Naast dat het metrostation een zeer groot overstappunt is, is het ook gelegen in het hart van het centrum van Rot­ terdam met directe verbinding naar de Beurstraverse en verder Hoogstraat, Lijnbaan, Binnenwegplein, Maritiem museum en kantoren aan de Blaak. Metrostation Beurs is zowel als overstappunt en bestemmingslocatie de groot­ ste en belangrijkste voor het OV-netwerk van de regio Rotterdam en daarom van grote invloed op reizigers.

6. OV-Knooppunt Beurs.

Opgave OV-knooppunt Churchillplein is zeer goed ontsloten met OV vanwege de halte Beurs waar de Rotterdamse metrolijnen elkaar krui­ sen en de aantakking op het tram- en busnetwerk. In totaal reizen, inclusief RandstadRail lijn E, zo'n 310.000 reizigers per dag met de metro in Rotterdam (RET-lijnen). Mede door de goede verknoping met de trein is de metro de backbone van het openbaar vervoer in de regio Rotterdam. Berekenin­

in op een hoogwaardige openbaar vervoer (HOV)-verbinding op de lijn Zuidplein-Stadionpark-Kralingse Zoom, via een nieuwe oeververbinding, gecombineerd met een per­ manent treinstation bij Stadionpark en een HOV-verbinding tussen Zuidplein, Erasmus MC en Rotterdam Centraal op de Maastunnelcorridor. De HOV-assen dienen tevens als dragers van de verstedelijkingsopgave tot 2040 (+50.000 woningen).

gen uit de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) laten zien dat de metro op de centrale delen in de binnen­ stad, zowel noord-zuid als oostwest, tegen zijn capaciteit loopt. Op deze delen komen ook meerdere lijnen samen. Op de E-lijn, tussen Slinge en Pijnacker, is nu al sprake van een capaciteitsprobleem. Hier worden extra ritten ingezet. In het MIRT-onderzoek en in de OV-visie blijkt dat op de korte en middellange termijn nog een frequentieverhoging moge­ lijk is op de bestaande metro, maar wordt tevens geconsta­ teerd dat voor 2030 OV-netwerkuitbreiding noodzakelijk is om de bestaande overbelaste delen van het netwerk te ont­

December 2021

97

-O

.-O'

OV en ruimtelijk ecomomische ontwikkelingen 2040 Alexundei

Schieiidni Kei hel

-•er Koltei Kralinase NellMabri

Schiedam Centrum

LEGENDA

OV-Visie Rotterdam

Lntrepot

Regionale Rail

Stedelijke H0V-verbinding Stedelijke HOV bus

Planontwikkeling

Fevenoord

\ City

Zoeklocaties OV-knooppunt Hart van

toplocatie

OV en ruimtelijk economische ontwikkelingen t/m 2040

98

December 2021

HART 010 NvU

6.2 Ambitie MRDH De MRDH heeft een overzicht gemaakt van de opgaven voor het knooppunt Beurs, het hele station wordt opge­ pakt door de MRDH en de gemeente, maar de uitgang aan de kant van het binnenwegplein valt ook onder het Project Hart 010:

m

i

1.

Entree naar de stad

Het metrostation moet een belangrijke entree worden naar het stadshart van Rotterdam. De toegang van het Binnen­

De ontwikkeling van Hart 010 biedt goede mogelijkheden om deze opgaven voor station Beurs verder te helpen en

biedt dat ook mogelijkheden om deze ruimte bij de func­

samen met alle betrokken partijen te ontwikkelen tot een

ties van het ov-knooppunt te betrekken. De verbeteringen van de ontsluiting voor voetgangers bij

gebied met een uitstraling die past bij het meest gebruikte metrostation van Nederland.

voorkeur bovengronds realiseren. *

wegplein moet een herkenbaar en aantrekkelijk marke­ ringspunt worden, zodat duidelijk onderstreept wordt dat

Het verbeteren van de overstap op bus en tram, met name de overstap op de bus wordt als vrij slecht gezien. De afstand bus-metro is groot (ca. 300m) en de overstap tram-metro omslachtig. De doorstroming van de ver­ schillende vervoersmodaliteiten is hier belangrijk. Met

de metro bij uitstek een vervoerwijze is om op deze plek in de stad geraken - of van hieruit te vertrekken.

2.

richting Waterstad. De tunnel onder het Churchillplein is nu nog in gebruik door autoverkeer. Wanneer deze functie zou veranderen,

de ontwikkelingen rondom Blaakpark wordt de verbin­ ding tussen de bus 32 en het metrostation mogelijk be­

Capaciteits- en kwaliteitsbeleving

moeilijkt. Er dient te worden voorkomen dat de inrich­

Het perspectief is dat voor de nieuwe bewoners het open­ baar vervoer een belangrijke drager van hun dagelijkse mobiliteit wordt. De opgave voor capaciteit en kwaliteitsbe­ leving moeten daarin hand in hand gaan. Het station moet

ting van het Blaakpark de doorstroming van de bus te i

gegarandeerd zijn, waaronder bereikbaarheid van alle niveaus van het station met liften.

voor bewoners (en bezoekers) van de binnenstad zodanig herkenbaar en aantrekkelijk zijn, dat de metro de vanzelf­ sprekende keuze is. Een keuze waarin zij zich welkom voelen en zichzelf herkennen. Uitstraling en allure zijn dan geen luxe maar een harde functionele vereiste. De huidige

veel belemmert. Toegankelijkheid voor mensen met een beperking moet

4.

Fietsparkeren

opzet van het station zal dan volstrekt niet meer voldoen.

Er is behoefte aan meer fietsparkeerplekken in het zuide­ lijke deel van het centrumgebied. De precieze opgave moet benoemd worden na een verdiepend onderzoek. Waar­

Bij het bepalen van de benodigde capaciteit voor loopstromen gaat het niet alleen om aankomende en vertrekkende reizigers maar vooral ook de overstap tussen de kruisende

schijnlijk moet dit een inpandige oplossing worden van­ wege de beperkte beschikbare openbare ruimte. Er moet onderzocht worden of de fietsparkeerplekken zich moeten

metrolijnen. Dit knooppunt moet in staat zijn grote piekmo­ menten goed af te wikkelen zonder afbreuk te doen aan het comfort van de reiziger.

richten op winkelende gebruikers of ov-gebruikers. In het hoofdstuk mobiliteit wordt dieper ingegaan op het vraag­ stuk fietsparkeren.

3.

5.

Lokale ontsluiting

De lokale ontsluiting kan worden verbeterd. Specifieke on­ derwerpen aandacht vragen: i Het verbeteren van het overzicht rondom de ingangen

i

van de metro; wanneer je de metro ingang uitkomt aan de kant van het Churchillplein en Binnenwegplein. Het verbeteren van de toegankelijkheid voor voetgan­ gers. De kwaliteit op maaiveld, met name de oversteekbaarheid van Blaak. Dit is vooral een barrière vanuit de

Kwaliteitsbeleving

De herkenbaarheid van de toegang, de overzichtelijkheid en uitstraling van de ingangen en het metrostation zelf moet verbeterd worden. De toegang van de entree is onvol­ doende herkenbaar en moet sterk verbeteren. De ingang aan de kant van het Binnenwegplein (McDonalds, Casino) is rommelig en donker. Het nodigt niet uit om daar naar bin­ nen te gaan. De eerste verdieping heeft ook geen prettige uitstraling. Knelpunten OV-systeem

6. OV-Knooppunt Beurs.

December 2021

99

Technische ondergrond Metrostation ondergrondse bebouwing ----- Ondergronds bouwen (tot -3 lagen) K&L

Huidige situatie

100 December 2021

Verkenning ambities

Logistiek en ambities

CONCEPT HART 010 NvU

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=977b1f9e-0d8b-4ecc-9db0-e601f38020fd