CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb12770 Bijlage 1 behorende bij 21bb12773 - Nota van uitgangspunten Hart 010 - oktober 2021

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 23. Het voorstel tot vaststelling van de nota van uitgangspunten voor de ontwikkeling van Hart01032.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de directe omgeving van de ontwikkelingslocatie, in de

de toren, maar op een meer kleinschalige schaal.

ces.

sche staat is slecht. Enkele ramen zijn vervangen met glas in een andere kleur, aangezien de originele tint moeilijk le­ verbaar is.

Het langgerekte paviljoengebouw bestond uit twee delen die op de verdieping werden verbonden met een doorlo­ pende promenade langs de gehele westgevel. Kenmerkend

Noordoostelijke kwadrant

In 1992 realiseerde de Architecten Cie voor het entreegebied een geheel nieuwe hoekoplossing. Oorspronkelijk

waren het structuralistische voorkomen en de afgeschuinde hoeken die elk deelvolume accentueerde. Het kleurenpalet sloot aan bij de Coolse Poort, met gevels van roodpaars metselwerk, daken gedekt met eternit leien in 'avondroze'

rechtgetrokken Coolsingel van Van Traa. De onderbouw sluit tevens aan bij de bebouwing aan de Westblaak. De toren kreeg vanwege de paarsrode curtain wall van glas en aluminium bijnamen als 'Aubergine' en 'Rode Kroot'. Deze gevels zijn nog grotendeels origineel, maar de techni­

betrof dit een onder de grote betonkolommen, los van de bovenliggende kantoorverdiepingen gesitueerde, recht­ hoekig entreevolume met afgeschuinde hoeken, met zowel aan het Binnenwegplein als de Coolsingel draaideuren naar

bekleed en toonde op brutalistische wijze de afdruk van de bekisting in het oppervlak. Door de expressieve kleur, vorm- en materiaalbehandeling konden de paviljoens, die

waarbij het dak van het entreevolume omhoog wipt vanaf

slechts twee lagen hoog mochten zijn, tegenwicht bieden

de betonnen kern met de liften en trappen.

aan de forse Coolse Poort en de grote, open ruimte van het Churchillplein. Door de vergelijkbare architectuur vormden

Elke winkel op de begane grond aan de noordzijde (Bin­

hoogbouw en paviljoens samen bijna een organisch geheel.

voren kwamen. In 2011 zijn deze winkelgevels helemaal glad- en gelijkgetrokken naar ontwerp van Toba architec­ ten. De gevel van de winkelruimte aan de Coolsingel, gele­ gen tussen de entree en het naastgelegen gebouw aan de Westblaak, is echter nog in originele staat.

2. Plangebied.

65-gebouwen die van belang kunnen zijn voor het planpro-

Ten noordoosten van het Churchillplein, het gedeelte tus­ sen Coolsingel en Blaak, liggen twee rijksmonumenten, die beide ten opzichte van de Coolsingel een schuine rooilijn vertonen.

en rood gemoffelde stalen puien. Het glas was bruinrood getint maar doorzichtig. Het uitgewassen beton was on­

de entreehal. In het nieuwe ontwerp is de hele hoek van de onderbouw vervangen door een ovaal gekromde vliesgevel,

nenwegplein) was oorspronkelijk voorzien van een entree in een portiekje, waarbij aan weerszijden de etalages naar

vier kwadranten rondom het Churchillplein, bevinden zich een aantal beschermde monumenten en markante Post

Op de begane grond waren de paviljoens aan de Coolsingel gesloten vanwege het langsrazende verkeer, maar op de verdieping en aan het Binnenwegplein was de gevel grotendeels open en transparant beglaasd. In het zuide­ lijke gebouwtje was de hoofdentree naar het onderliggende metrostation Beurs geïntegreerd. De opvallende entree van

Overzicht kwadranten rond ChurchiLLpLein

December 2021

27

Schuin tegenover de Coolse Poort ligt op Coolsingel 104 het HBU-gebouw of Erasmushuis (1939) van architect W.M. Dudok. Het voormalige kantoor van de Hollandsche Bank-Unie

Zuidwestelijke kwadrant

heeft het bombardement overleefd. Aan de voorzijde is een ronde uitbouw uit 1986 zichtbaar naar ontwerp van Marja Haring van Kraaijvanger Architecten.

rijksmonument heeft het bombardement overleefd. Het is

Architect W.M. Dudok bouwde aan de verlengde stads­ boulevard het immense gebouw voor de Bijenkorf aan de gedempte Schiedamse Vest. Het werd gezien als een meesterwerk van glas, geglazuurde baksteen, met vor­

gelegen aan de Schiedamse Vest 2-40 en volgt de rooilijn van de straat. Deze zelfde lijn is terug te vinden in de plint

men en een schaal die doen denken aan lijnvliegtuigen en intercontinentale passagiersschepen. Het warenhuis was

Het HBU-gebouw wordt gekenmerkt door een 35 meter

van de Coolse Poort, waarmee dit volume aansluit op het

hoge toren en een lagere vleugel op zes meter hoge pilaren, waardoor een doorkijk van de Coolsingel naar de tuin van het achterliggende gebouw gehandhaafd bleef: het Schie-

verlengde van de Schiedamse Vest. De 54 meter lange flat was in eerste instantie tegen de oude Bijenkorf (1930) van

opgebouwd rond een groot met glas overdekt atrium. Het gebouw raakte zwaar beschadigd in de oorlog, waarbij al­ leen het voorste gedeelte nog bruikbaar was. In het Basis­

architect Dudok gebouwd; ook qua stijl waren de gebouwen verwant. Beide lagen in het verlengde van de Coolsingel. Tijdens het bombardement werd de oude Bijenkorf zwaar

plan Van Traa stond de oude Bijenkorf in de weg voor het te creëren 'Venster op de rivier', waarmee het contact tussen de stad en de rivier hersteld diende te worden. Het gebouw

beschadigd. Met de wederopbouw werd het tracé van de Coolsingel verschoven, waardoor de flat aan de huidige enigszins beschutte Schiedamse Vest kwam te liggen en niet meer aan de drukke verlengde Coolsingel.

werd uiteindelijk rond 1960 volledig gesloopt. De voorma­ lige Bijenkorf was gesitueerd op het voormalige Van Ho­ gendorpsplein, op de plek van het huidige Churchillplein. De

landshuis (1665). Dit in Hollands classicistische stijl vorm­ gegeven gebouw voor het Hoogheemraadschap van Schieland aan de Korte Hoogstraat 31 is het enige in het centrum nog resterende gebouw uit de 17de eeuw is. Het is een ont­ werp van de architecten Jacob Lois en Pieter Post.

In het gedeelte tussen Westblaak en Schiedamsedijk is de woonflat (1940) van architect Jan Wils van belang. Ook dit

Zuidoostelijke kwadrant Met de bouw van het Maritiem Museum (1986) aan de Leuvehaven in het gedeelte tussen Blaak en Schiedamsedijk

Met de bouw van De Nieuwe Veste (1981) op de hoek van het Churchillplein en Schiedamsedijk werd het zicht op de

is het in het Basisplan van Van Traa beoogde 'Venster op de rivier' alsnog dichtgezet. Het is een ontwerp van archi­

woonflat geblokkeerd. Dit appartementengebouw van 12 verdiepingen kwam tot stand op basis van het masterplan

tect W.G. (Wim) Quist.Het gebouw wordt gekenmerkt door zijn eenvoudige hoofdvorm, de gelijkbenige driehoek en zijn duidelijk zichtbare scherper te kadreren conform het

steen wordt geplaatst op een sokkel, zodat de afbeeldingen van twee kanten zichtbaar blijven. In het metrostation Beurs zijn nog twee kunstwerken (1968) aan te treffen. Deze zijn geplaatst op de kopwanden van de

Basisplan van Van Traa (1946). Anderzijds volgt de twee-

van architect Jan Hoogstad. Zijn bureaugenoot W. Schulze, van het bureau Hoogstad, Weeber, Schulze en Van Tilburg (HWST), tekende het ontwerp. Het is gebouwd op een Lvormig perceel, waarvan de lange zijde aan de Westblaak

laagse onderbouw de rooilijn uit het oorspronkelijke Plan Witteveen (1941), waardoor de as richting Schiedamse Vest

gedeeltelijk taps toeloopt. Het kavel bleef over na sloop van de oude Bijenkorf en de aanleg van de Westblaak.

Noordwestelijke kwadrant

behouden bleef. Deze rooilijn was reeds in 1949 door het

Met de bouw van De Nieuwe Veste werd het geamputeerde bouwblok afgerond. Vanwege de geringe diepte en de be­ nodigde ruimte voor het verkeer werd in samenspraak met

In het noordelijke deel tussen Westblaak en Coolsingel is met name het gebouw van de Rotterdamsche Bankvereeniging (1949), het latere Amro-bankgebouw, van belang. Dit

de gemeente het trottoir onder het gebouw geschoven,

rijksmonument is een ontwerp van architect H.F. Mertens. In de voorgevel van dit gebouw werd de rooilijn van Witteveen geïntroduceerd, afkomstig van de as richting de Schie­

nieuwe gebouw van de Rotterdamsche Bankvereeniging (de latere Amro-bank) ingezet. In het ontwerp zijn diverse verwijzingen naar de scheeps­ bouw opgenomen, zoals stalen trappen en hekwerken,

waardoor een arcade voor voetgangers ontstond. De punt van het gebouw is voor de monding van de Schiedamse Vest

gangways (loopplanken) en hijskranen. Aan de Leuveha-

doorgetrokken. De wigvormige grondvorm keert terug in de oplopende hoogte van het gebouw: zes verdiepingen aan de uiteinden van de L-vorm en tien op de hoek. Kenmerkende

venzijde is een lager vierkant bouwdeel asymmetrisch in­ geschoven.

het oorspronkelijke gebouw ontworpen door Frank Winter-

diagonale lijnen en afgeschuinde hoeken keren terug in betonnen kolommen van de arcade, uitkragende erkers en dakranden. Vanwege de verkeersintensiteit zijn de appar­ tementen niet voorzien van balkons, maar van afsluitbare

mans, de opvolger van Quist.

erkers.

In 2004 is het museum uitgebreid met een tweede kubus­ vormig bouwvolume. De uitbreiding is geheel in stijl met

28

originele gevelsteen van de vooroorlogse Bijenkorf (1930) is bewaard gebleven en zal worden herplaatst op de Coolsingel, zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke locatie. De

December 2021

onderdoorgang: 'De Lasser' van kunstenaar Henk de Vos (zijde Binnenwegplein/Westblaak) en een kinetisch kunst­ werk van Johan van Reede (zijde Coolsingel/Blaak).

damse Vest, die ook in de plint van de Coolse Poort is terug te vinden. Echter Van Traa ondersteunde niet het plan dat de Coolsingel zou afbuigen richting de Schiedamse Vest, waardoor het bankgebouw schuin was komen te staan ten opzichte van de door Van Traa gewenste richting. Deze rooilijnafwijking is uiteindelijk visueel verholpen door drie paviljoens op de restruimte tussen het gebouw en de Coolsingel te plaatsen.

HART 010 NvU

Ten noorden van het plangebied ligt het Binnenwegplein. Het voormalige meubelwarenhuis H.H. De Klerk (1954) is gelegen op de hoek Binnenwegplein en Lijnbaan. Het is

Beleid Post 65 Rotterdam

een ontwerp van architect Van den Broek en Bakema en be­

In het kader van de groeiende belangstelling voor Post

bieden zal van deze geschiedenis rekenschap moeten

schermd als gemeentelijk monument. In de periode 1988­ 2014 was hier boekhandel Donner gevestigd. In 2020-'21

65-erfgoed wordt binnen de gemeente Rotterdam na­ gedacht hoe behoud en herontwikkeling van iconische projecten en goed bewaarde gebouwen als voorbeeld-

worden gegeven. Aangetekend wordt dat het opstellen van cultuurhistori­

een volledige transformatie. Hierbij wordt een nieuwe rol­ trap aan de Lijnbaan-zijde geplaatst, zodat de monumen­ tale trapsgewijze rondom een vide naar boven oplopende

projecten kunnen worden ingezet die andere partijen inspireren.

sche waarderingen van relatief jonge gebouwen enigs­ zins precair is. Voor het erfgoed van na 1965 is een breder

tentoonstellingsvloeren behouden kunnen blijven. Rechts naast De Klerk, op de hoek Binnenwegplein/Coolsingel, was de voormalige porcelein- en glaswinkel van de

Ondanks de toenemende aandacht voor de architectuur uit de periode Post 65 wordt de gemeente Rotterdam

waarderingssystematiek nog in de steigers. Naarmate de tijd verstrijkt neemt de kennis over stromingen en ont­

veelvuldig geconfronteerd met ruimtelijke opgaven en

wikkelingen in de architectuur toe en zal reflectie hierop

firma Jungerhans (1953) gevestigd, een ontwerp van archi­ tectenbureau Kraaijvanger. Dit gebouw is in 2017 volledig

transformatieVsloopplannen voor dit jonge erfgoed. De in grote hoeveelheid gerealiseerde gebouwen van na 1965 zijn steeds vaker onderdeel van projectvoorstellen

makkelijker worden. In dit kader worden onafhankelijke opgestelde Cultuur­

ondergaat het kubusvormige gebouw met gesloten gevels

gesloopt en herbouwd in vergelijkbare vorm, als onderdeel van het nieuwe winkelcentrum Forum Rotterdam. Aan de Westblaak 19-61 staat het Grotiushuis of Westblaak II (1960), een gemeentelijk monument van architect H.D. Bakker. Het kantoorgebouw is gelegen aan de andere zijde van de Keerweer en ligt in het verlengde van Westblaak I, dat in 1984 werd hernoemd naar de Blaker. Het Grotiushuis is honderd meter lang en telt zes verdiepin­

toevoegen van nieuwe tijdlagen aan gebouwen en in ge­

historisch perspectief nog niet voorhanden en staat de

die door middel van sloop en nieuwbouw bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen voor meer verdichting of functiemix. De meeste van de karakteristieke gebouwen van na 1965 zijn echter nog niet beschermd. Voor gebou­

historische Verkenningen van het betreffende gebouw of plangebied dan ook steeds vaker verlangd. Grootschali­ ge ingrepen in bijzonder Post 65-erfgoed dienen op basis van deze onderzoeken te worden beargumenteerd, alvo­ rens hiermee kan worden ingestemd.

wen, die opmerkelijke vertegenwoordigers zijn van de tijdsgeest en het architectonisch vakmanschap van hun tijd, wordt ook steeds nadrukkelijker de vraag gesteld

Zie ook: 'Handboek opstellen en borgen Cultuurhistori­ sche Verkenningen', 2017

naar behoud en bescherming. Op basis van deze aanpak is de cultuurhistorische waar­

gen op een onderlaag van winkels. Het vormt één bouwblok met het winkelpand van Van Reeuwijk, de huidige Albert Heijn en Action. Dit pand was kort na de oorlog gebouwd, toen de plannen voor de doorbraak van de Westblaak nog

Binnen Rotterdam is het al geruime periode gangbaar dat stedenbouwkundige en architectonische kernwaarden

niet concreet waren. De Westblaak is als verbinding tussen de Blaak en de Rochussenstraat door het bestaande stra­ tenpatroon gesneden, waarmee een cruciale verbinding in het verkeerssysteem van het Basisplan is gerealiseerd. Ge-

geschiedenis goed in beeld dienen te worden gebracht, voordat een besluit tot sloop wordt genomen. Ook bij het

alsook het oorspronkelijke concept en de ontwikkelings­

destelling van Crimson (CHV) opgesteld. Deze waarde­ stelling is vervolgens vertaald naar uitgangspunten voor beeldkwaliteit voor elk gebouw(deel) van de ontwikke­ ling. Zie hoofdstuk 4.1 Beeldkwaliteit.

volgwas dat het gebouw van Van Reeuwijk aan de achter­ zijde bijna tot de Westblaak reikte. Vanwege de nog slechts 3,60 meter resterende ruimte heeft het Grotiushuis een merkwaardige smalle punt op de hoek van de Karel Doormanstraat (trappenhuis) en tot halverwege een wigvormige plattegrond. Op de 1ste etage is een glazen uitbouw ge­ maakt om het volume van de hoekwinkel te vergroten.

2. Plangebied.

December 2021

29

Beurstraverse

Amro Gebouw HBU

Schielandhuis

Allianz Coolse Poort Paviljoens Binnenwegplein

Paviljoens de Veste

;

Metro station Beurs De Blaker

Maritiem Museum De Nieuwe Veste

De Leuvenhaven

5«ľ*

'.įįäyįľ1

30

December 2021

HART 010 NvU

2.3 Huidige situatie Stedenbouwkundige structuur

valslocatie voor het diverse hoogstedelijke aanbod in de omgeving. De relatie tussen openbare ruimte en gebouwen loopt op veel aspecten mis:

het metrostation Beurs verscholen, de grootste overstap ov-knoop van Rotterdam. Het is opmerkelijk dat, ondanks de uitstekende ligging, de programmering van de locatie nu

Entree van het metrostation is krap en heeft geen allure . Plinten hebben een anonieme uitstraling. Programmering van de plinten ondersteunt de loopstro-

niet actief bijdraagt aan deze netwerken en dat de uitstra­ ling op ooghoogte behoorlijk generiek is.

Aan de noordkant ligt het Binnenwegplein als onderdeel

* m i

van het winkel- en voetgangersgebied Lijnbaankwartier. De belangrijke looproute naar het metrostation Beurs

men onvoldoende (visueel en qua levendigheid). Fietsenstalling is weliswaar bewaakt, maar té klein en vormt een obstakel in de openbare ruimte.

Bereikbaarheid & Ontsluiting

m

Het plangebied is multimodaal bereikbaar. Gelegen naast OV-knoop Beurs, met een metrostation, tramhalte en bus­

De ontwikkellocatie grenst aan het Churchillplein, het kruis­ punt van de belangrijke stedelijke assen Coolsingel en Westblaak. De openbare ruimtes in en om het plangebied verschillen sterk in uitstraling en gebruik: m

loopt over het plein. m

Aan de westkant ligt de Coolsingel. Deze stadsboule­ vard is een van de beste adressen van de stad en is recent hoogwaardig ingericht als chique wandelpromenade van het Centrum naar de Maas.

*

Oriëntatie tussen openbaar vervoer, het winkelgebied en de aangrenzende wijken is moeiljik omdat de zichtassen geblokkeerd worden door de paviljoens.

haltes is de OV-bereikbaarheid hoog. Het OV-knooppunt kent een uitbreidings- en kwaliteitsopgave. De zichtbaarheid en de looproutes naar de entrees

i

*

Aan de zuidkant ligt de Westblaak. Deze stadsboulevard zal in de toekomst groener een aantrekkelijker ingericht

i

Toegankelijkheid in het gebied wordt bemoeilijkt door hoogteverschillen in het maaiveld. Transitiegebied, zonder verblijfskwaliteit.

zijn matig tot slecht en de koppeling van de verschillende OV-soorten is beperkt. Voor fietsers is het plangebied goed bereikbaar via de cen-

worden in het kader van de "de 'Zeven Stadsprojecten'".

m

Aan de oostkant ligt de Keerweer. Deze zijstraat van het winkelgebied is niet aantrekkelijk door dicht geplakte

i

Onvoldoende allure en uitstraling aan de stadsboule­ vards Coolsingel en Westblaak en Churchillplein. 's nachts is het gebied niet levendig en aantrekkelijk en de looproutes naar het openbaar vervoer voelen onveilig.

trumboulevards West blaak-Blaak en Coolsingel. De Coolsingel is recent heringericht met een riant fietspad en op de Westblaak is er behoefte aan meer ruimte voor de fiets.

*

gevels en de onsamenhangende programmering. m

Tussen de paviljoens en het bouwblok ligt in het verleng­ de van de Schiedamse Vest een 'appendix' van de Coolsingel. De naam verwijst naar de historische ruimtelijke samenhang die niet meer duidelijk ervaarbaar is door de barrière van de Westblaak tunnel.

m

m

In het bouwblok ligt de 1ste Westblaakhof. Het open­ baar toegangelijk hof is in gebruik voor expeditie, vuil­ nisophaal en toegang naar de ondergrondse garage. Het Metrostation Beurs is via twee entrees op de Coolsingel(appendix) bereikbaar. Onder de grond is het station via de perrons verbonden met de uitgangen aan

Bebouwing

De openbare, bewaakte fietsenstalling (ca 175 plaatsen) naast de Coolse Poort biedt ruimte aan bezoekers, maar kent ook een uitbreidingsopgave. Het gebouw Coolse Poort

De bebouwing op de ontwikkelingslocatie bestaat uit een gesloten bouwblok, twee grote paviljoens aan de Coolsingel en vier kleine paviljoens op het Binnenwegplein. Het bouw­ blok vormt een stedenbouwkundig en historisch divers

beschikt over een autoparkeergarage (ca 116 parkeerplaat­ sen) en in de 1ste Westblaakhof is een logistieke voorzie­ ning voor de direct aangrenzende panden, waar intern ge­

ensemble. Het bestaat uit de circa 70m 'Coolse Poort', een bijzondere vertegenwoordiger van de kantoorarchitectuur

Na de herinrichting van de Coolsingel is de laad- en loszone langs de Westblaak uitgebreid. Deze wordt gebruikt voor de

uit de jaren '70; de lagere kantoorbebouwing 'De Blaker' en

paviljoens in het plangebied en de kiosken langs de Coolsingel. De loszone zet druk op de kwaliteit van de boule­ vards en overlast voor fietsers en voetgangers.

een aantal lage wederopbouwpanden aan de Keerweer (zie ook paragraaf historie).

keerd kan worden.

de overkant van de Coolsingel en in de Koopgoot.

Programma Openbare ruimte Het ontwikkelingsgebied vormt een belangrijke schakel in de openbare ruimte als entree naar het Lijnbaankwartier en als markering van het begin van de Coolsingel en de Westblaak aan het Churchillplein. Het gebied is naast het cen­ traal station de belangrijkste OV-knoop (metro, tram, bus), ligt aan doorgaande fietsroutes en het voetgangers netwerk in het centrum. Overdag en 's nachts gebruiken duizenden bezoekers, toeristen, en bewoners de locatie als in- en uit-

2. Plangebied.

Het huidige programma op de locatie bestaat voornamelijk uit plinten die in gebruik zijn voor detailhandel, horeca en een nachthoreca zaak. Het programma boven de plintzone bestaat uit kantoren, in de Blaker en de Coolse Poort. Het woonprogramma bestaat uit 3 panden gelegen aan de Keerweer. De kleine paviljoens zijn in gebruik als horeca, detailhandel en poppentheater. De grote paviljoens zijn in gebruik als casino, fast food restaurant en opticien en in het zuidelijke paviljoen ligt de meest bezochte entree van

December 2021

31

Zwaktes en kansen 1. Zichtlijnen ZWAKTES: In de huidige situatie zijn de zichtlijnen van het Binnenwegplein naar het Schielandhuis en van de Schieamse Vest naar de Coolsingel onderbroken door de grote en kleine paviljoens 1a. KANSEN: Door sloop van de paviljoens kunnen de zichtlij­ nen hersteld worden 1b.

'Hoekstuk' van de Cootsinget en Westblaak vormt geen entree naar de binnenstad

1a.

32

December 2021

HART 010 NvU

Zwaktes en kansen 2. Volumes ZWAKTES: De continuiteit van de openbare ruimte is ver­ stoord omdat de grote paviljoens lager zijn dan de overige bebouwing aan de Coolsingel en de rooilijnen niet aanslui­ ten op de omgeving 2a.

Paviljoens keren ri gel S Churchillpleii

KANSEN: Een volume dat aansluit op de rooilijnen van de aangrenzende gebouwen en op de hoogte van de Rotter­ damse laag kan zorgen voor duidelijke gevelwanden om de openbare ruimte te begeleiden en leesbaar te maken 2b.

íACDoįį

Rooilijn sluit niet aan op ‘Venster op rivier”

'Hoekstuk' van de Coolsingel en Westblaak vormt geen entree naar de binnenstad

2. Plangebied.

December 2021

33

Zwaktes en kansen 3. Looproutes en oriëntatie ZWAKTES: Doordat de huidige paviljoens de zichtlijnen blokkeren zijn de routes in het gebied moeilijk te vinden van en naar het winkelgebied, het metrostation, de tram, het Schielandhuis. De route naar de Schiedamse Vest is geblok­ keerd door de autotunnel op de Westblaak 3a.

Tunnelbak vormt bariére voor langzaam verkeer

ĒÌŜŜÏ ÈSş!|

KANSEN: Met de herschikking van de rooilijnen kan de ruimte voor de looproutes vergroot worden en kunnen de looproutes uitgericht worden op de zichtlijnen. Daarnaast komt de programmering van de plinten beter in het zicht en

1

kan wederom ertoe bijdragen om de oriëntatie in het gebied verbeteren 3b.

Ingang tot hét OV-knooppunt van Rot­ terdam ligt verscholen.

Paviljoens maken achterkant van Churchillplein geen entree van Dé Coolsingel.

Hoekstuk van de Coolsingel en Westblaak vormt geen entree naar de binnenstad

34

December 2021

HART 010 NvU

Zwaktes en kansen 4. Openbare ruimte ZWAKTES: Grote en kleine paviljoens, trappen, hellingbanen en een keermuur vormen barrières in het plangebied Hart 010. Het plein is niet waarneembaar binnen het sys­ teem van pleinen in de omgeving 4a. KANSEN: Als de paviljoens verdwijnen kan de openbare ruimte barrièrevrij ingericht worden. Daarnaast kan op het Binnenwegplein een nieuwe pleinruimte ontstaan aan de Coolsingel, waar alle looproutes en zichtlijnen op een over­ zichtelijke manier bij elkaar komen. Vergelijkbaar met de pleinruimte aan de Karel Doormanstraat, kan deze nieuwe pleinruimte werken als verblijfs- en ontmoetingsplek dat aansluit op het winkelgebied van de Lijnbaan 4b. Paviljoens, trappen en hellingbanen vormen bariére in de openbare ruimte

Paviljoens nemen zicht weg naar Schielandshuis.

MoeijLijke oriëntatie en toegangelijkeheid door paviljoens, hoogteverschillen en obstakels.

2. Plangebied.

December 2021

35

Zwaktes en kansen 5. Mobiliteit ZWAKTES: Belevingskwaliteit en functionaliteit van de OVknoop laten te wensen over. Onvoldoende publiek fietsparkeren zorgt voor verrommeling in de openbare ruimte. De logistiek aan de Westblaak geeft overlast voor fietsers en voetgangers 5a. KANSEN: Met de verbetering van de OV-knoop krijgt het grootste metrostation van Nederland niet alleen een goede entree. De verbetering kan ruimtelijk en kostentechnisch

Fietsparkeren zorgt voor verrommleing in de openbare ruimte.

gekoppeld worden aan de ontwikkeling Hart 010, de routes naar het winkelgebied en andere OV-vormen en een publie­ ke fietsenstalling. Laden en lossen wordt geïntegreerd in de bebouwing, zodat overlast in de openbare ruimte verdwijnt 5b. Ingang tot hét OV-knooppunt van Rotterdam ligttoerscholen.

Fietsenstalling te klein en obstakel in de openbare ruimte.

36

December 2021

HART 010 NvU

Zwaktes en kansen 6. Programma ZWAKTES:

Het programma in het plangebied zorgt niet

voor een aantrekkingskracht die past bij een van de belang­ rijkste stadspleinen in het hart van de stad 6a. KANSEN: In een nieuwe ruimtelijke configuratie kan het programma zo gesitueerd worden dat op de juiste plekken

Dicht geplakte gevels zor­ gen voor anonieme plinten,

levendigheid ontstaat of ruimte voor rustig verblijf en ont­ moeting en krijgt elk programmaonderdeel een goed her­ kenbaar 'adres' aan de openbare ruimte 6b.

Situering van het plintprogramma zorgt voor eentonig straatbeeld.

Anonieme plinten (Keerweer)

2. Plangebied.

December 2021

37

(å 3

38

December 2021

HART 010 NvU

2.4 (Toekomstige) ontwikkelingen In de directe omgeving van het ontwikkelingsgebied Hart 010 staan een groot aantal projecten op stapel die naar verwachting over tien jaar gerealiseerd zullen zijn. Het gaat zowel om vastgoedprojecten als ook om de herinrichting van de openbare ruimte. Gezamenlijk met reeds gerealiseerde projecten zullen deze projecten in de toekomst bijdragen aan de verlevendiging en kwaliteits­ verbetering van het centrum, zoals:

Vastgoed

Openbare ruimte

Een aantal bouwprojecten in de omgeving zorgt in de ko­ mende jaren voor de toename van woningen, werkgelegen­

Met de Rotterdamse Mobiliteits Aanpak (RMA) wordt het doorgaand autoverkeer in de binnenstad verminderd en

heid en overig programma. Met de nieuwe bewoners en

komt op de grote boulevards ruimte vrij voor meer groen en

bezoekers zal ook de vraag naar maatschappelijke voorzie­ ningen en het mobiliteitsaanbod toenemen en zal er meer

langzaam verkeer. Minder gemotoriseerd verkeer betekent ook minder milieu-eisen voor geluid en fijnstof. Hierdoor

gebruik gemaakt worden van het fijnmazige fiets- en voetgangersnetwerk in de omgeving.

zijn opeens ook woningen en maatschappelijke voorzienin­ gen mogelijk aan de grote boulevards en kan de interactie tussen de gebouwen en openbare ruimte versterkt worden.

i

een betere balans van wonen, werken en voorzieningen

1. Woontorens

»

meer levendigheid overdag en 's nachts met in acht name van de balans tussen rust en reuring

Aan de Coolsingel en in de wijk Cool Zuid worden een aantal grote woontorens voltooid waardoor er veel nieuwe bewo­

5. Coolsingel

i

verbetering van de uitstraling, het gebruik en de lees­

ners bij komen in dit deel van het centrum.

i

baarheid van de openbare ruimte verbetering van het leefklimaat en de milieueisen

2. Forum en voormalige Donner locatie

door het landschapsbureau West8 ontworpen bijzondere bestrating, de zogenoemde 'loper', markeert niet alleen de Coolsingel maar ook de route die via de Schiedamse Dijk

De herinrichting van de Coolsingel is in 2021 afgerond. De

De in 2021 voltooide Forum ontwikkeling en de herontwik-

langs de Leuvehaven doorloopt tot aan de Nieuwe Maas.

De integrale ontwikkeling Hart 010 heeft een sleutelpositie in het krachtenveld van al deze ontwikkelingen doordat het

keling van het HH-de Klerk en het Jungerhans pand zorgen voor de opwaardering van het zuidelijke gedeeldte van het

6. Stadsproject Westblaak

grenst aan drie grote herinrichtingsprojecten voor de open­

winkelgebied van de Lijbaan aan het Binnenwegplein. Het

In 2020 is de Westblaak aangewezen als een van de 'Zeven

bare ruimte en de herontwikkeling van het metrostation on­ derdeel uitmaakt van de ontwikkeling.

oorspronkelijk voornamelijk commerciele programma is ge­ mengd met kantoren en woningen. Op het dak van de lage

Stadsprojecten'. In navolging van de Coolsingel zal de door auto's gedomineerde Westblaak veranderen in een groene

bebouwing komt een openbaar toegankelijk terras als rus­ tig contrast tot de reuring van de winkelstraat.

en fietsers.

3. Maritiem Museum

7. Beurstraverse & metrostation Beurs

Met de renovatie van de entreezone in 2018 staat het ste­ delijk programma beter in verbinding met het Churchillplein

De eigenaren aan de Beurstraverse zijn bezig met plannen voor de herinrichting van de openbare ruimte en herontwik-

en draagt het bij aan de uitstraling van de plek als belangrijk

keling van de 'Koopgoot'. De ambitie hiervoor komt voort uit eerdere initiatieven, die in de 'Actualisatie Lijnbaanvisie 2017' al genoemd zijn als concreet actiepunt. Ook de open­

plein van de binnenstad. In 2021 is aan de Leuvehaven de nieuwe werkplaats van het museum geopend. Samen met een nieuwe inrichting van de openbare ruimte draagt de lo­

boulevard met veel aantrekkelijke ruimte voor voetgangers

catie bij aan meer levendigheid, allure en verblijfskwaliteit aan het 'venster op de rivier'.

bare ruimte met vier horeca paviljoens tussen de Coolsingel en het monumentale gebouw waarin nu boekhandel Donner is gevestigd en het metrostation Beurs zijn onderdeel van

4. Nieuwe Donner locatie

een studie naar mogelijke locaties voor een (ondergrondse) openbare fietsenstalling.

Met de vestiging van de boekhandel Donner in het monu­ mentale pand van de Rotterdamsche Bank (ABN-Amro) is de gevel van het pand geopend naar het Binnenwegplein. Grotere ramen en een nieuw entree zorgen voor meer leven­ digheid en interactie in het voetgangersgebied.

8. Binnenwegplein, Schielandhuis en Coolsingeltoren In de omgeving van de integrale ontwikkeling is de open­ bare ruimte recent nieuw ingericht op het Binnenwegplein (tussen de Karel Doormanstraat en de Lijnbaan) en rondom het Schielandshuis en de Coolsingeltoren.

2. Plangebied.

December 2021

39

3. Ruimtelijke Uitgangspunten. 3.1 Stedenbouw 3.2 Landschap Å openbare ruimte 3.3 Programma

40

December 2021

HART 010 NvU

mm

-

SSIjN SísìS!

vnsmm ^

Foto: Paul Starink

vaņHar#fl «UHI4*|

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

41

VĮ 1 t * HART 010

HART 010

|

Cootsinget-as (Cootsinget - Schiekade)

|

Weena-as (Weena - Pompenburg)

|

Westbtaak

I

Btaak

I

Schiedamsedijk

O Verbinding voetgangers bestaand

4.-} Verbinding voetgangers potentieel ^

Kopgebouw Cootsinget

^

Hoogbouw Pteinwanden

Huidige stedenbouwkundige structuur in de context van de stedetijke assen

42

December 2021

Toekomstige stedenbouwkundige structuur in de context van de stedetijke assen. Op het Hofplein is een vergelijkbare verandering gaande.

HART 010 NvU

3.1 Stedenbouw De integrale ontwikkeling Hart 010 beoogt de herontwikkeling van de bebouwing tussen de Coolsingel, de Westblaak, de Keerweer en het Binnenwegplein. Op de volgende pagina's zijn uitgangspunten geformuleerd voor de stedenbouwkundige inpassing op vier schaal­ niveaus:

3.1.1 Stedenbouwkundige structuur

met een 'richtingloosheid' in de openbare ruimte rondom het Churchillplein als resultaat: De boulevards botsen op

b. Netwerk van pleinruimtes versterken

»

Het stedelijk niveau en de versterking van de steden­ bouwkundige structuur van stadspleinen en -boulevards.

volgebouwd, liggen verstopt achter het Churchillplein en profiteren programmatisch niet van de prominente ligging

i m

De context van de ontwikkelingen in de hoogbouwzone. De stedenbouwkundige inpassing van het ensemble door middel van een ruimtelijk raamwerk voor de gehele

elkaar met verschillende architectuur, bouwhoogtes en re­ latie met de openbare ruimte. De pleinruimte is verplaatst naar secundaire pleintjes in de omgeving en de tunnelbak

ontwikkeling m

Uitgangspunten voor de ontwikkeling van de deelgebie­ den binnen het ensemble.

Churchillplein is een belangrijk stadsplein in het netwerk van de boulevards Coolsingel, Schiekade, Blaak en Westblaak. In de loop van de tijd is de heldere opzet uit het Ba­ sisplan van van Traa vertroebeld (zie hoofdstuk historie),

van de Westblaak-Blaak en paviljoens vormen barrières voor voetgangers en fietsers. De projecten Hart 010, Cool­ singel en stadsproject Westblaak bieden de kans om de ste­ denbouwkundige structuur te verhelderen, de pleinruimtes te versterken en het fijnmazige netwerk te herstellen:

van de westkant van de Coolsingel, versterkt de samenhang van de Westblaak en draagt met een architectonisch gebaar bij aan het ensemble van de vier eigenzinnige hoekstenen van het Churchillplein.

De in de jaren '80 aangelegde secundaire pleinruimtes zijn

in de stad. Met de ontwikkeling van Hart 010 komt de pleinruimte op het Binnenwegplein terug en kan programma­ tisch aansluiten op de herstelde loop- en zichtroutes. In het kader van het stadsproject Westblaak ligt een vergelijkbare aanpak voor de hand voor Plein 1940.

c. Fijnmazig netwerk herstellen a. Heldere en robuuste stedenbouwkundige structuur De nieuwe bebouwing verheldert de in het Basisplan geïn­ troduceerde verbinding naar de Schiedamsedijk, de Leu-

De tunnelbak van de Westblaak-Blaak en de paviljoens op het Binnenwegplein en het Maritiem Museum blokkeren de

vehaven en verder naar de rivier. De openbare ruimte van de stedelijke assen Coolsingel en Westblaak-Blaak worden

loop- en fietsroutes in dit centrale deel van het centrum. Het verwijderen van de paviljoens in het integraal plangebied Hart 010 en het verwijderen of overkappen van de tunnel­

met duidelijke wanden doorgezet tot aan het Churchillplein. De gebouwdelen van het integraal project sluiten aan op de verschillende structuren van deze assen: De bebouwing

waterverbindingen in het centrum te herstellen en de wijken beter te verbinden.

bak biedt de kans om het fijnmazig netwerk van loop- en

voegt zich met een 'kopgebouw' in de morfologische logica

\

j'Tn

TV

a. Heldere en robuuste stedenbouwkundige structuur

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

b. Netwerk van pleinruimtes versterken

c. Fijnmazig netwerk herstellen

December 2021

43

Projectvoorstel Hart 010 in hoogbouwzone Rotterdam

HART010

Lijnbaanensemble

SP Baankwartier

Legenda B < 100m B 101 - 130m Zalmhaven B 131 - 160m B > 160m

Disclaimer: deze tekening betreft een combinatie van bestaande vhoogbouw en (potentiële) toekomstige ontwikkelingen.

44

December 2021

Kop van Zuid

3.1.2 Hoogbouwvisie

Bouwvolume

De integrale ontwikkelingslocatie Hart 010 ligt in de hoogbouwzone 'binnenstad' op de 'hoogbouw-as' en wordt ge­

» m

Plint, Rotterdamse laag, bovenbouw Inbedding van hoogbouw in stad en straat (ooghoogte).

toetst aan de Hoogbouwvisie op de volgende aspecten:

m

Het ontwerpvoorstel past binnen de regels voor de ver­ schijningvorm van hoogbouw.

vraag omgevingsvergunning ook wordt getoetst. 2. Het ontwerp wordt getoetst aan de bezonningsregels voor de openbare ruimte uit de Hoogbouwvisie (december 2019): m

Kwaliteitseisen *

*

Op het gebied van collectiviteit, flexibiliteit en gebruik (afval, daken etc.) van het gebouw.

Beursplein en het westelijke Binnenwegplein = 'sun­ spot': geen verslechtering toegestaan binnen de aan­ gegeven tijden. Lijnbaan en het Churchillplein = 'representatieve ruimte': geringe verslechtering toegestaan binnen de aangegeven marges.

Inclusiviteit i m

m

Ontwerp inzetten om anonimiteit tegen te gaan, ontmoe­

Overige = 'plekken met basiskwaliteit': verslechtering van maximaal 2 uur toegestaan.

ting te stimuleren en ondermijning te voorkomen.

3. Bezonning staat los van daglichttoetreding, dat in alle

Een centrale ruimte voor uitwisseling van personen en functies waar alle routes (ook van en naar het parkeren)

gevallen dient te voldoen aan daglicht regels uit het Bouw­ besluit.

op uit komen.

Wind Hoogwaardige vormgeving i

Van de hele ontwikkeling, met bijzondere aandacht voor de gemeenschappelijke ruimtes.

Milieu m

Nadrukkelijke aanbeveling om vroegtijdig rekening te houden met de milieuaspecten die getoetst worden in het kader van de bestemmingsplanprocedure en de omgevingsvergunningsaanvraag zoals bezonning en wind.

Bezonning 1. Bezonning op de woning kan een positieve bijdrage le­ veren aan een prettig woon-en-leef klimaat, maar is door haar subjectieve beleving niet goed te vatten in een harde norm. De waardering van bezonning op bestaande woningen dient onderzocht en afgewogen te worden te­ gen de positieve effecten van het verdichte nieuwbouw programma, tegen wijk-specifieke woonkwaliteiten, te­ gen eventuele negatieve beleving van bezonning (zoals oververhitting in de zomer), en dient in proportie te zijn

proces om bij te dragen aan een aangenaam windklimaat in de openbare ruimte, voor alle gebruikers: voetgangers, be­ zoekers, fietsers en uiteraard ook voor zitgelegenheden in het groen en voor de horecaterrassen. Een acceptabel wind­ klimaat van collectieve ruimte op de daken is noodzakelijk. De ontwikkelende partij is verantwoordelijk voor het oplos­ sen van probleempunten die door de ontwikkeling worden veroorzaakt. Eventuele ingrepen in openbaar gebied zijn in afstemming met de gemeente. Windhinder beperkende maatregelen moeten integraal worden meegenomen in het ontwerp van het gebouw.

Geluid De ontwikkelende partij dient een geluidsonderzoek uit te voeren gedurende het planproces om een aangenaam en 'rustig' woonklimaat te waarborgen in de 'reurige' omgeving van de binnenstad (verkeer, nacht horeca...). i Keuze van de programmering.

tot het aantal nieuwbouwwoningen. i Om deze kwalitatieve afwegingen te kunnen maken

m

Positie van de programmering in zichtlijnen en aanlooproutes.

is een nieuw afwegingskader bezonning (2021) opge­

i

Dag- en nacht gebruik van de openbare ruimte rondom de locatie.

steld, waaraan het ontwerp en de uiteindelijke aan­

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

De ontwikkelende partij dient in de fase van het schetsont­ werp een windonderzoek uit te voeren gedurende het plan-

December 2021

45

» « ï

1. Stadsreparatie

46

December 2021

2. Urgentie OV Knooppunt

3. Kwaliteit op ooghoogte verbeteren

HART 010 NvU

3.1.3 Ruimtelijk raamwerk

1. Stadsreparatie

Het oorspronkelijk idee om de ontwikkeling aan te sturen aan de hand van één masterplan blijkt in de praktijk

Rooilijnen herschikken De twee grote paviljoens worden vervangen door één nieuw

baar in de volumeopbouw: * Tweelaagse levendige plintzone (wederopbouw) m Rotterdamse laag (wederopbouw)

weerbarstig. De realisatie van de integrale ontwikkeling

gebouw met nieuwe rooiljinen, zodat het gebouw in de toe­

m

Hoogbouw tot 70m (jaren '70)

vraagt om grootschalige ingrepen in bestaande gebouwen, ondergrond en openbare ruimte. En- tTerwijl de initiatief­ nemer snel wil beginnen hanteren de overige partijen in

komst de openbare ruimte met duidelijke wanden begleidt: m De rooilijn aan de Coolsingel wordt parallel aan de Cool-

* i

Hoogbouw tot 150m (jaren '90) Hoogbouw boven 150m (tegenwoordige tijd)

het gebied een langere planningshorizon. Om ondanks de verschillende snelheden te kunnen beginnen en om alsnog

*

het gewenste eindresultaat te kunnen bereiken is in dit hoofdstuk een ruimtelijk raamwerk geformuleerd als kader waaraan alle partijen in het gebied zich moeten conforme­

singel en manifesteert de door van Traa in het Basisplan geintroduceerde richtingswijziging van de boulevard. Op het Binnenwegplein verdwijnen de paviljoens om

2. Urgentie OV-knooppunt Beurs

ruimte te maken voor zichtlijnen, looproutes en de nieu­

m

De capaciteit van het ondergronds station, dat ook ver­ takt is met meerdere openbare ruimtes rondom de ont­

we pleinruimte. De rooilijn van de Coolse Poort aan het Binnenwegplein wordt doorgezet tot aan de Coolsingel.

wikkeling Hart 010, wordt vergroot en het station wordt klaargestoomd voor de toekomst zodat het kwaliteitsni­ veau, de gastvrijheid en het gebruiksgemakt past bij de belangrijkste ov-knooppunt van de stad. De entree naar het metrostation Beurs binnen de ontwik­

ren en waarin de projecten op hun eigen tempo gereali­ seerd kunnen worden:

i

De historische verbinding van de Coolsingel naar de Schiedamse Vest wordt ingekaderd door de bebouwing van het bouwblok en het gebouw op het metrostation.

Concept SMP Het ruimtelijk raamwerk is vertaald naar het concept ste­ denbouwkundig matenplan (Concept SMP). Het Concept SMP (zie bijlage 04) dient als onderlegger voor het bouw-

i

De rooilijnen aan de Westblaak en de Keerweer worden

keling Hart 010 wordt vergroot, comfortabeler toegang-

behouden om de ruimtelijke samenhang te bewaren.

kelijk en vanaf de openbare ruimte goed zichtbaar geintegreerd in de bebouwing.

Ensemble versterken

planproces in de initiatieffase van de verschillende projec­ ten binnen het plangebied. Naast harde uitgangspunten zijn

De gebouwen in het ensemble reageren aan elke zijde be­ hoedzaam op de stedenbouwkundige situatie. Deze kwali­

Met de inpassing van de metro-entree worden de loopstromen op maaiveld geoptimaliseerd van en naar het overige mobiliteitsaanbod: tram- en bushaltes en open­

daarin ook marges en zoekgebieden aangegeven waarin de

teit behouden waar nodig en door de nieuwbouw versterkt:

bare fietsenstallingen.

definitieve uitwerking vorm kan krijgen. Op basis van het definitief ontwerp (DO) wordt het Voorlopig Stedenbouw­ kundig Matenplan (VO-SMP) opgesteld, dat na afstemming

m

*

Het gebouw op het metrostation wordt een nieuw 'kop­ gebouw' aan de Coolsingel en het Churchillpein. Met een

3. Kwaltiteit op ooghoogte verbeteren

stedelijke functie sluit het aan in het gezelschap van be­

*

langrijke 'adressen' aan de Coolsingel en toont het zich trots aan het Churchillplein en de Coolsingel.

Op de nieuwe pleinruimte aan de Coolsingel komen de zichtlijnen naar het Schielandhuis en de Schiedamsevsest en de looproutes van het openbaar vervoer naar het

i

De Coolse Poort wordt zorgvuldig gerenoveerd en be­ houden als vertegenwoordiger van 'post '65 architctuur. Een nieuwe hoogbouw toren voegt zich tot 70m behoed­

winkelgebied en de omgeving bij elkaar. Een prominent en handig gelegen locatie om elkaar te ontmoeten. De nieuwe ruimtelijke opzet zorgt voor heldere zichtlij­ nen en goede oriëntatie op de looproutes vanuit de me­ trohalte naar het winkelgebied, naar het Churchillplein en de Leuvehaven, naar het tramstation op de Coolsingel

i

zaam in de compositie van de Coolse Poort en ontwikkelt zich daarboven als telg van de nieuwe hoogbouwgeneratie in de hoogbouwzone en de skyline van de stad. De architectonische samenhang van de Westblaak en de Keerweer wordt versterkt door de ontwikkeling.

versterkt door de juiste programmering op de juiste plek in de gebouwen en de openbare ruimte.

met alle betrokkenen partijen wordt vastgesteld als Defi­ nitief SMP. i

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

i

i

en naar de omliggende wijken. De looproutes worden

Historische gelaagdheid versterken In de bouwhoogtes van de gebouwen in de binnenstad ma­ nifesteren zich de tijdslagen van de stedelijke ontwikkeling

i

sinds de wederopbouw. De ontwikkeling Hart 010 ligt op het snijvlak van alle aanwezige tijdslagen en maakt deze zicht-

i

De hoogteverschillen in het maaiveld worden aange­ heeld en zodat de Coolsingel, de Westblaak en de en­ trees in het gebied barrièrevrij bereikbaar zijn. De openbare ruimte wordt opnieuw ingericht met de kwaliteit die hoort bij de allure van de locatie in de stad.

December 2021

47

200 m

Ro

Churchillplein

HART010

Rotterdamsche Bank (ABN-AMRO)

Hart 010 - aansluiting op de historische tijdslagen in de omgeving - aanzicht vanaf Cooisingei

48

December 2021

HART 010 NvU

150 m

100 m

CL

u

jLjt

Rotterdamse laag

L. Westblaak

HART010

Coolsingel

Hart 010 - aansluiting op de historische tijdslagen in de omgeving - aanzicht vanaf Westblaak

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

49

Deelgebieden Plangrens Rooilijn Rotterdamse laag Huidige bebouwing Hart 010

Rotterdamse laag (max. bouwhoogte = 26 meter) Zoekgebied hoogbouw tot 70m Contouren Coolsepoort hoogbouw

Min set-back hoogbouw t.o.v Rotterdamse laag Indicatie hoogbouw vanaf 70m Plint ligt terug om ruimte te maken voor entree en/of verblijf op maaiveld Zoekgebied volume boven metrostation Beurs

^ ^ ^

Afstand in meters

Verbinding langzaamverkeer

)-------<

Zichtlijnen

13 lm

Contouren pleinruimte

tl

Interne verbindingen t.b.v expeditie, interne afvalverzameling & parkeren

ļãŵļ

Zoekgebied openbare fietsenstalling

(ŵļiĝBsi

Auto Z fietsparkeren intern

, r

Entree commercieel programma Hoofd Entree

^

,

Entree Metro

Architectonische verbijzondering Ruimtelijk raamwerk Hart 010

50

December 2021

HART 010 NvU

A Ruimtelijk raamwerk - Doorsnede A - A

■XI—LU i

METRO

B’

Ruimtelijk raamwerk - Doorsnede B - B'

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

December 2021

51

52

3.1.4 Deelgebieden

Integrale ontwikkeling van de deelgebieden

Het integraal plangebied is ingedeeld in drie deelgebieden: 1. Bouwblok 2. Boven- en ondergrondse bebouwing metrostation

Voorafgaand aan de omschrijving van de deelgebieden zijn

3.

Openbare ruimte.

In het vervolg zijn uitgangspunten opgenomen om de integraliteit van de ontwikkeling te waarborgen en de ontwik­ keling van de deelgebieden te begeleiden. Voor deelgebied 1 zijn, waar mogelijk, op basis van de vooronderzoeken concrete uitgangspunten benoemd per deelproject. Voor de deelgebied 2, waarvoor nog nader onderzoek moet worden verricht, zijn onderzoeksvragen geformuleerd.

hieronder aspecten uit andere hoofdstukken weergegeven die randvoorwaardelijk zijn om de integraliteit van de ont­ wikkeling te waarborgen, zodat: 1. Alle drie de deelgebieden tijdens de bouw en in de eind­ situatie onderling zo optimaal mogelijk functioneren. 2. Een ontwikkeling niet de volgende belemmert. 3.

a

De technische en financiele haalbaarheid van de verbin­ ding moet in beeld gebracht zijn als basis voor een financeringsafspraak tussen de betrokken partijen.

Ontsluiting parkeren en expeditie a Alle partijen moeten ten alle tijden via een interne direc­ te toegang gebruik kunnen maken van de centrale par­ keer- en expeditievoorzieningen in deelgebied 1.

Uiteindelijk een kloppend geheel ontstaat.

Programmatische en ruimtelijke synergie m De deelgebieden en -projecten versterken elkaar pro­ grammatisch en ruimtelijk met bijvoorbeeld gezamen­ lijke entrees, lobby's en een expeditie hub. Openbare ruimte a In alle projecten moet rekening gehouden worden met

Technische installaties a In alle projecten moet rekening gehouden worden met mogelijke consequenties voor de gronddekking van ka­ bels en leidingen in het hele plangebied. a In alle ontwikkelingen is rekening te houden met ingrale duurzaamheidsaspecten en de daarvoor nodige geza­ menlijke technische installaties om het gewenste ambi­ tieniveau te kunnen bereiken.

de toekomstige peilmaten, voldoende ruimte voor loopstromen en de gewenste kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte (zie hoofdstuk landschap).

Deelg' Deelgebied 1.

Openbare fietsenstalling m In het projectgebied moet een openbare fietsenstalling gerealiseerd worden, ter vervanging van de huidige (be­ waakte) fietsenstalling en voor extra capaciteit voor de groeiende vraag in het gebied. a

De bestaande openbare fietsenstalling mag pas opgehe­ ven worden als een alternatieve stalling gerealiseerd is. a Per deelproject moet aangetoond worden dat realisatie ervan de ontwikkeling van een openbare fietsenstalling binnen de plangrens niet belemmert. Deelg' Deelgebied 2.

Logistieke verbinding tussen deelgebied 1 en 2 a In alle deelprojecten, die raken aan de verlengde as van de Schiedamsevest, wordt een bouwkundige reserve­ ring opgenomen voor een (bij voorkeur) ondergrondse

Deelgebied 3.

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

logistieke verbinding tussen deelgebied 1 en 2 tot dat een definitive oplossing gerealiseerd is. a Partijen moeten afspraken maken over het maximaal te bevooraden programma van deelgebied 2 om de verbin­ ding te kunnen dimensioneren.

December 2021

53

Deelgebied 1

1a. Coolse Poort

1b. De Blaker

Deelgebied 1 omvat het gesloten bouwblok tussen de stra­ ten Westblaak, Keerweer, Binnenwegplein en de verlengde

Het gebouw wordt zoveel mogelijk gehandhaafd als bijzon­ dere vertegenwoordiger van de post '65 gebouwen. Waar

Het gebouw wordt gesloopt en herbouwd binnen de huidige contour. De gevelopbouw van het oorspronkelijke wederop­

as van de Schiedamsevest.

vernieuwig nodig is, wordt nauwkeurig rekening gehouden

Voorafgaand aan de masterplanstudie zijn vooronderzoe­ ken (fundering, bezonning, cultuurhistorie) verricht voor

met de kwaliteit van het bestaande gebouw of de oorspron­ kelijk ontwerpgedachten (zie hoofdstuk beeldkwaliteit).

bouw pand wordt teruggebracht om de architectonische sa­ menhang met de gebouwen op de Westblaak te versterken (zie hoofdstuk beeldkwaliteit).

Bebouwingslijnen en rooilijnen i De rooilijnen en bebouwingslijnen handhaven.

Bebouwingslijnen en rooilijnen * Rooilijn aan de Westblaak handhaven.

i

Afwijking van de bestaande rooilijn (BG) op de hoek Bin-

m

nenwegplein/Coolsingel kan worden toegestaan i.v.m. het renovatieplan Coolse Poort en de inpassing van de nieuwe peilmaten. Er moet rekening gehouden worden

*

dit deelgebied op basis waarvan is gekozen voor behoud van de Coolse Poort. Doorslaggevend hiervoor waren de cultuurhistorische waarde van het post '65 gebouw en de beperking voor nieuwbouw door de aanwezige funderings­ palen. Het behoud van ongeveer de helft van de bebouwing in het bouwblok betekent technische en ruimtelijke uitdagingen voor de inpassing van een toren binnen het ensemble en voor de realisatie van de nieuwe peilmaten in de openbare ruimte. De gebouwen en samenhangende gebouwdelen in het deel­ gebied zijn benoemd als de Coolse Poort, De Blaker en de gebouwen aan de Keerweer en worden naar verwachting als deelprojecten ontwikkeld: la. Coolse Poort m Renovatie bestaand gebouw * Aanpassing plintzone i.v.m. nieuwe peilmaten i

Volume m Behoud van het bouwvolume.

Volume m De bouwhoogte sluit aan op de bouwhoogtes van de Westblaak van 26 meter. m

De bovenste verdieping wordt over de volle hoogte ont­ worpen als dakrand (zie overige gebouwen Westblaak).

Plinten

i

m i

Behoud van de gevelindeling van de plinten. Verwijderen van de lage luifel aan verlengde as van de

i

De bouwhoogte verspringt van acht lagen aan de West­ blaak naar de lagere bebouwing aan de Keerweer. De bouwhoogte verspringt tussen de nieuwbouw aan de

i

Schiedamsevest is toegestaan om de gevel te openen en de vuisten van de kolommen beter zichtbaar te maken. De gevelindeling van de plintzone aan het Binnenweg­

Plinten

plein wordt gehandhaafd (smalle units met eigen entree).

m

Mogelijk combinatie met toren ontwikkeling

lb. De Blaker * Sloop-nieuwbouw De Blaker m

met voldoende ruimte voor loopstromen.

Rooilijn aan de Coolsingel zijde (verlengde as Schiedam­ sevest) handhaven. Rooilijn in de Keerweer handhaven.

Westblaak en het bestaande Coolse Poort gebouw.

Entrees i

Combinatie met toren ontwikkeling i

De hoofdentree wordt gesitueerd aan het Binnenweg­ plein. Behoud van het huidig adres 'Coolsingel'. De afmeting van de ronde entreehal kan worden gewij­

Hoogte en verticale indeling van de plint sluiten aan op de te handhaven gebouwen in het bouwblok en de be­ bouwing in de aangrenzende straten.

Entrees i Handhaven van de bestaande positie van de onderdoor­

lc. Gebouwen aan de Keerweer

zigd i.v.m. de inpassing van de nieuwe peilmaten, waar­

m

bij voldoende ruimte voor loopstromen in de tijdelijke en uiteindelijke situatie gegarandeerd moet zijn.

*

Entree fietsenstalling is apart, compact, goed bereikbaar en goed zichtbaar in te passen aan de Westblaak.

De winkelunits in de plint hebben een eigen entree aan de openbare ruimte.

i

De winkelunits in de plint hebben een eigen entree aan de openbare ruimte.

Gebouwen kunnen worden behouden of onderdeel gaan vormen van de toren ontwikkeling. i

ld. Toren ontwikkeling i Nieuwbouw van de toren is ruimtelijk in te passen op een

gang naar het hof i.v.m. de peilmaten van de Westblaak.

kavel of in combinatie van meerdere kavels binnen het zoekgebied.

54

December 2021

HART 010 NvU

1c. Gebouwen aan de Keerweer

1d. Hoogbouw

De volumeopbouw en achitectonische elementen van de 'beeldondersteunende' gebouwen uit de wederopbouw pe­ riode te bewaren. De gebouwen vormen een ensemble dat,

Hoogbouw kan ruimtelijk op verschillende manieren inge­

net als de lage bebouwing van de Coolse Poort, aansluit op de lage panden in het winkelgebied Lijnbaan (zie hoofdstuk beeldkwaliteit).

technische mogelijkheden en de integraliteit van de ontwik­ keling.

past worden in het ensemble. De uiteindelijke inpassing

verticale 'snede' opgedeeld in twee elementen, waarvan er één terug springt uit de rooilijn. De mate van inspringing en de breedte van de 'snede' zijn gerelateerd aan de

hangt af van de relatie tot de bestaande bebouwing, de

compositie van het geheel. Verbindingen i

De sokkel van de toren kan met de Coolse Poort worden verbonden door middel van een atrium, bruggen of door­ lopende verdiepingen.

i

Indien de gebouwen worden verbonden moet de 'snede'

Zoekgebied Bebouwingslijnen en rooilijnen

Om zoveel mogelijk vrijheid te geven voor nader onderzoek

*

en tot samenwerking tussen de verschillende eigenaren is

Rooilijn en bebouwingslijnen handhaven.

Volume

een ruim zoekgebied gedefineerd, waarin het volume aan de hand van aantal principes moet worden ontworpen:

i

m

5m setback op de Rotterdamse laag aan de Westblaak.

* m

3m setback op de Rotterdamse laag aan de Keerweer. 3m setback op de Coolse Poort aan het Binnenwegplein.

m

circa 8m afstand tot de Coolse Poort aan de Coolsingel.

Volumeopbouw handhaven (in- en uitspringende gebouwdelen).

Plinten »

ertussen zo diep zijn (ca. 4 m), dat de scheiding tussen bestaande en nieuwe bebouwing duidelijk zichtbaar m

blijft in het gevelbeeld (zie principe volumeopbouw). De 'snedes' worden aan de binnenkant van het gebouw benut als ruimte voor ontmoeting, zichtrelatie met de stad, luchtcirculatie en daglichttoetreding (zie principe volumeopbouw - doorsnede ensemble).

Opbouw en indeling (kleine units) plinten handhaven. Volume

Entrees

Het volume rust met een 'sokkel' op de Rotterdamse laag en

Architectonisch accent

m

Behoud van de entree van de nachthoreca in de kelder om conflict met entree en ligging van het woonprogram-

verjongt zich vanaf 70 meter in een slanke toren.

m

ma te voorkomen.

Sokkel

schap van daken, dat geaccentueerd kan worden met

De winkelunits in de plint hebben een eigen entree aan de openbare ruimte.

De sokkel sluit aan op de hoogte (ca. 70m) en de compositie van de Coolse Poort. In het ensemble van de Coolse Poort verspringen verticale en horizontale volumes in hoogte en

groene, programmatische en architectonische accenten.

Toren

afstand ten opzichte van elkaar. De compositie wordt ver­ sterkt door afstanden tussen de volumes, die zich in het

De principes van de volumeopbouw en de 'snedes' worden vertaald in de vormgeving van de toren.

gevelbeeld aftekeken als 'snedes'. De 'snedes' markeren een overgang in het programma (kantoor - kern), de dieptewer­ king wordt versterkt door contrasterend materiaalgebruik.

i m

De Hoogbouwvisie is van toepassing. De toren is slank en verjongt zich op een logische manier als verticaal element vanuit de compositie van de sokkel.

i

De toren grenst maximaal met twee rooilijnen aan de grenzen van het zoekgebied. De toren is goed zichtbaar gepositioneerd in de aanloop-

m

'Snedes' i De compositie van de in elkaar geschoven volumes is aan

m

de buitenkant duidelijk afleesbaar door horizontaal en m

m

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

Door het in elkaar schuiven van de volumes ontstaat aan de buitenkant van het gebouw een afwisselend land­

routes op maaiveld en in de skyline van de stad. De compositie van de in elkaar geschoven volumes komt terug in de vormgeving van de dakbeeindiging.

verticaal gesitueerde 'snedes'. De verticale 'snede' tussen de Coolse Poort en het sokkel volume is circa 8m breed, zorgt voor voldoende daglicht

m

toetreding en refereert naar de afstand tussen de verti­ cale volumes aan Coolsingel zijde (zie principe volume-

'Snedes' i De hoogteontwikkeling legt in stappen van 70 meter en

opbouw). Aan de Westblaak wordt het volume door middel van een

150 meter de relatie met de kenmerkende 'tijd-lagen' van de hoogteontwikkeling in het centrum van Rotterdam.

December 2021

55

H—H

ca.8m

ca. 8m

Principe volumeopbouw - doorsnede sokkel (70m)

principe volumeopbouw - doorsnede toren (185m)

w"\

: Opbouw van volumes en tusserruimte

Accen ten groei en .lichter tuut

zicht e on tmoetug

Licht en lucht

Principe volumeopbouw - doorsnede ensemble

56

December 2021 HART 010 NvU

a

i

m

Deelgebied 2

m

door tot aan de Coolsingel. Coolsingel:

De horizontale 'snedes' zijn minimaal 2 verdiepingen

Deelgebied 2 omvat de poppenkast, de twee grote pavil­ joens, de entree naar het metrostation Beurs en de onder­ grondse bebouwing van het metrostation. De gebouwen op

hoog en bevinden zich op de Rotterdamse laag, op circa 70m en op circa 150m en zorgen voor een visuele relatie

maaiveld worden gesloopt en verplaatst (poppenkast) om de aanpak van het metrostation, de nieuwbouw binnen de

met de tijdslagen van de hoogbouw in de binnenstad.

nieuwe contouren en de aanleg van de nieuwe pleinruimte op het Binnenwegplein mogelijk te maken. Er wordt uitge­ gaan van de ontwikkeling van de volgende deelprojecten:

In de toren worden drie horizontale 'snedes' toegepast om de tijdslagen zichtbaar te maken in de volumeopbouw.

De horizontale 'snedes' worden geprogrammeerd met collectief programma voor of bewoners, of overige ge­

m

m

m m

De entree van de toren op de begane grond is duidelijk gerelateerd aan de positie van de toren in het ensemble Idealiter sluit de positie van de 'snede' in het sokkel vo­

m

lume aan op de positie van de hoofdentree van de toren op de begane grond.

2a Bovengrondse bebouwing metrostation m Sloop van de grote paviljoens * Verplaatsing van het driehoek paviljoen m *

De rooilijn ligt parallel aan de 'loper' (inrichtingspatroon) van de Coolsingel en op voldoende afstand van de bomen.

bruikers of bezoekers.

Entrees

De in het bouwblok gedefineerde rooilijnen lopen

Verlengde as Schiedamsevest: m

De rooilijn houdt voldoende afstand voor een aange­ name route en een goede plint programmering.

m

De rooilijn houdt gepaste afstand tot de uitkragende hoogbouw van de Coolse Poort. De rooijlijn zorgt voor de goede begeleiding van de

m

zichtas en de (mogelijk toekomstige) looproute naar de Schiedamse Vest.

Nieuwbouw gebouw op metrostation Aanleg nieuwe pleinruimte

Volume 2b Ondergronds bebouwing metrostation i Modernisering en capaciteitsuitbreiding metrostation

* i

Het gebouw vormt een van de vier hoekstenen van het

i

Churchillplein. De vormgeving (ingetogen of expressief) hangt af van de toekomstige programmering.

Zoekgebied In het kader van het masterplan is een bouwkundige

Het volume vormt als kopgebouw aan de Coolsingel het begin van de Coolsingel aan het Churchillplein.

quickscan gedaan voor een mogelijk bouwvolume op het metrostation. Daarnaast zijn door de MRDH uitgangspun­ ten benoemd voor een toekomstig metrostation (zie hoof-

*

De maximale bouwhoogte (26m) sluit aan op de hoogte van de Rotterdamse laag van Westblaak en Coolsingel.

stuk OV-knooppunt Beurs). In afwachting van nader onder­

i

Het gebouw is duidelijk gedifferentieerd in een plint en bovenbouw.

zoek van het ondergronds metrostation en het stadsproject Westblaak is een zoekgebied gedefinieerd waarbinnen het ontwerp voor het gebouw op het metrostation nader uitge­ werkt moet worden. Nader onderzoek is vereist voor o.a.: i De technische randvoorwaarden.

Architectonisch accent

i

De programmering van het bouwvolume op het station.

m

De integratie van de entree(s) naar het metrostation in de boven- en ondergrondse bebouwing en de loopstromen

i m

Het volume wordt geaccentueerd door architectonische ac­ centen aan het Churchillplein en de Coolsingel om de zichtbaarheid van de metroentree(s) te benadrukken. het gebouw als een van de vier hoekstenen aan het Churchillplein te accentueren.

op maaiveld.

Entrees Bebouwingslijnen en rooilijnen m

3. Ruimtelijke Uitgangspunten.

m

Het gebouw begeleidt de aangrenzende openbare ruim­ te met duidelijke wanden langs de rooilijnen. De plint springt terug op plekken waar ruimte nodig is

m

voor looproutes op maaiveld. Binnenwegplein en Westblaak:

m

Entree(s) van het metrostation Beurs integreren op de

m

begane grond volgens de uitgangspunten van de RET. De winkelunits in de plint hebben hun eigen entree aan de openbare ruimte.

December 2021

57

Deelgebied 3 De openbare ruimte in het hele plangebied wordt (zie para­ graaf landschap en openbare ruimte) in afstemming met de ontwikkeling van de gebouwen gerealiseerd:

58

»

Tijdelijke en definitieve inrichting in afstemming met de ontwikkeling van de gebouwen in deelgebied 1 en 2.

i

De in de kleine paviljoens gevestigde kleinschalige com­ merciële ruimten vinden een onderkomen elders in het plangebied om ruimte te maken voor de definitieve in­ richting van de openbare ruimte.

December 2021

HART 010 NvU

Algemene uitgangspunten

Daken

Plinten

Het dak wordt in Rotterdam gezien als de vijfde gevel en wordt met zorg vormgegeven. Daarnaast wordt het dubbel

basis van de hoogbouwvisie. Naast het aanbieden van ge­ schikte ruimte om ontmoeting te stimuleren, is een differen­ tiatie van de woningtypes en -groottes wenselijk ten behoe­

gebruik van het dak gestimuleerd, bijvoorbeeld als groene

ve van de gewenste inclusiviteit (zie paragraaf programma).

buitenruimte, waterbuffer en/of energiebron. Om deze dy­ namische programmering van het dak te faciliteren, is het

Flexibiliteit

uitgangspunt voor de dakvorm platte daken. Bij de hoogteaccenten is er ruimte voor een afwijkende dakvorm t.b.v. de architectonische expressie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=977b1f9e-0d8b-4ecc-9db0-e601f38020fd