CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb11840 Bijlage behorende bij 21bb10349 - Raadsvoorstel over vaststelling nota van uitgangspunten ontwikkeling RISE

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 14. Het voorstel tot vaststelling van de nota van uitgangspunten ten behoeve van de ontwikkeling van het project RISE36.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De werkgelegenheid in de binnenstad kan verder groeien mits voldoende gestuurd wordt op de kwaliteit van het interactiemilieu en de variatie aan werkgelegenheid.

Voorzieningen Winkels Commercieel programma kan in beperkte mate worden toegevoegd in de plint, daar waar het de branchering van het gebied versterkt, iets toevoegt aan de grandeur van de Coolsingel en Hofplein of bijdraagt aan het daily urban system voor de binnenstadsbewoner. Winkels dienen onderscheidend en niet-concurrerend te zijn met het bestaande winkelaanbod in het kernwinkelgebied. Grootschalige nieuwe toevoegingen van detailhandel, waaronder een supermarkt, zijn niet toegestaan.

·· ·· ··

Horeca Horeca is een belangrijke en onmisbare functie voor verblijven en ontmoeten op deze locatie. Het vastgestelde en vigerende horecabeleid en inpassing in het horeca gebiedsplan vormen uitgangspunten voor deze ontwikkeling. De voorgestelde horeca is een aanvulling op bestaand aanbod in de omgeving, en faciliteert de functies en programma in het gebied en het gebouw. De positionering van horeca kan op verschillende manieren zijn vormgegeven: aan het maaiveld, gekoppeld aan entrees en lobby’s, en op verdiepingen (met aandacht voor het

·· ·· ··

··

De ruimte voor nachthoreca staat onder druk in de binnenstad. RISE biedt kansen om nieuwe, zorgvuldig ingepaste ruimten voor nachthoreca toe te voegen aan het aanbod. In de ontwikkeling worden twee nachthorecavergunningen voortgezet. Indien deze niet kunnen worden voortgezet in de nieuwe ontwikkeling, dient een passende nieuwe locatie elders in de binnenstad te worden gezocht, in overleg met gemeente. In RISE zijn de twee ruimten voor avond- en nachthoreca aan de Coolsingel en/of Hofplein gesitueerd. De ruimten zijn bestemd voor hoogwaardige horeca, welke reuring geeft aan het stadsplein Hofplein. De nachthoreca is ruimtelijk zorgvuldig ingepast. De entree bevindt zich aan de Coolsingel/Hofplein in verband met bezoekersstromen. Nabij de nachthoreca wordt in de Rotterdamse laag geen woningbouwprogramma gesitueerd. Slaapkamers van woonprogramma binnen de ontwikkeling is zodanig gesitueerd dat geluidsoverlast van straatgeluiden wordt voorkomen. De nachthoreca bevindt zich niet nabij de entree van de

·· ··

Compact: Goede Groei. Door het slim stapelen van verschillende functies en flexibel te bouwen kunnen we efficiënter omgaan met de beschikbare ruimte in hoogstedelijke gebieden, en kunnen we werken aan het interactiemilieu in de binnenstad. Verschillende functies zijn geïntegreerd in het gebouw, wat leidt tot meervoudig ruimtegebruik. Ook in de tijd hebben ruimten een andere functie, zo kan een flexibele zaal ’s ochtends worden gebruikt voor seniorengym, ’s middags voor kinderopvang en ’s avonds als debatruimte.

·· ·· ·· ··

Ruimtelijke inpassing: Stedelijke voorzieningen aan Coolsingel, Hofplein en Pompenburg, buurtvoorzieningen aan de rustigere Doelstraat. 3. Ruimtelijke Uitgangspunten

··

voorkomen van overlast met woonfuncties). De horeca is een combinatie van bijzondere en lokale ondernemers met een branchering passend bij de ontwikkeling en de plek in de stad. Hiervoor is een gedifferentieerd aanbod aan kleinschalige en grote verhuurbare ruimten opgenomen. Er is sprake van een gebalanceerde combinatie tussen dag- en avond- en eventueel nachthoreca, waarbij afstemming tussen openingstijden en aanbod van belang zijn voor een levendig maaiveld. Horeca in de plint waar in de Rotterdamse laag woningen boven zijn gesitueerd zijn bestemd als daghoreca, eventueel met terrassen, en zijn tot 23 uur geopend. Horeca in de vorm van een skybar is wenselijk. Om overlast met woningbouw te voorkomen dient deze hoger te zijn gesitueerd dan omliggende woongebouwen/woonlagen. Daarnaast interfereert de ontsluiting niet met woningbouw en geldt als uitgangspunt bij een terras dat deze tot 23 uur is geopend.

··

september 2021

55

·· woningbouw. horeca is technisch goed ingepast. Er zijn maatrege·· De len getroffen om geluidsoverlast te voorkomen in het ge··

bouw met isolatiemaatregelen, nachtelijke bezoekersstromen, luchtafvoerinstallatie en inpandige opslag van vuilcontainers. In samenwerking met de gemeente Rotterdam (dir. Veilig) zal nachthoreca verder worden uitgewerkt (positionering, grootte, inrichting, uitbater). Hiervoor is eventueel aanvullend geluidsonderzoek nodig rekening houdende met de dichtstbijzijnde nieuwe woningen.

Bedrijven Bedrijfsruimten, gericht op bewoners van de binnenstad zijn voornamelijk geconcentreerd in de Rotterdamse laag, aan de zijde van de Doelstraat. De ruimten zijn flexibel indeelbaar, eventueel gesitueerd op meerdere bouwlagen. Er dient ten minste 1.000 m2 betaalbare (BVO, ca 125,€/m2 incl. servicekosten) bedrijfsruimte opgenomen te worden in RISE, onderverdeeld in verschillende units in Rotterdamse laag. De invulling is gericht op bedrijvigheid tot cat. 2 voor stadsbewoners, zoals ruimte voor ambachten, reparatieservices, uitleen en deeleconomie, kleine distributiecentra voor het afhalen van internetbestellingen en kleinschalige circulaire punten voor afvalstoffenscheiding. De precieze invulling is gebieds- en marktvraagafhankelijk waardoor er ruimte blijft voor maatwerk in overleg.

·· ·· ··

Overige voorzieningen Programma zoals de kappersacademie, een sportschool, dansschool of yogaruimte, zijn hierbij denkbaar. Hierbij is nadrukkelijk een koppeling te maken met gevraagd maatschappelijk programma. Kantoren Voor werken in RISE vormen het vigerende kantoren- en bedrijfsruimtebeleid (incl. kantorenkoersen en bedrijfsruimtekoersen) en de regionale kantorenprogrammering de belangrijkste uitgangspunten. Hoogwaardige, duurzame kantoren met bij voorkeur grotere verdiepingsvloeropper-

56

september 2021

vlakten (>1.500 m2) kunnen worden toegevoegd als een aantoonbare ruimtebehoefte niet elders in het CBD kan worden bediend (conform de ladder van duurzame verstedelijking). Het terugbouwen van maximaal het huidige kantoorprogramma van ca. 22.000 m2 BVO vormt het uitgangspunt. De ontwikkeling van een kantoorvolume groter dan 22.000 m2 is niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming van in ieder geval de provincie en de gemeente. De gemeente zal een verzoek tot een groter kantoorvolume beoordelen op basis van de doelgroep voor deze extra kantoren (onderscheidend ten opzichte van het andere kantoorvolume in de ontwikkeling, met een voorkeur voor het betaalbare segment), de ontwikkelingen in de Rotterdamse kantorenmarkt en de totale ontwikkeling van kantoorvolume in het centrum. Aan de ontwikkeling van een groter kantoorvolume wordt tevens de voorwaarde gekoppeld dat in het centrum (begrenzing nader te bepalen) verouderde m2 kantoorvolume van substantiële omvang aan de markt zal worden onttrokken. In de kantoorfunctie van de ontwikkeling wordt ingespeeld op de toenemende vraag naar flexruimtes, ontmoetingsplekken en co-working, welke wordt versterkt door COVID-19. Dit vraagt om een adaptieve en flexibele bouwkundige structuur zodat de ruimten kunnen transformeren naar verschillende kantoorconcepten en ander functioneel gebruik.

In het kantoorprogramma dient te worden ingespeeld op doorgroeimogelijkheden van bedrijven binnen het gebouw en een goede differentiatie in vloeroppervlak, kwaliteit en in prijsniveau. Denk aan positie van en toegang tot de kantoorruimtes, gedeelde faciliteiten etc. De lobby van de kantoren in de plint is onderdeel van het stedelijke interactiemilieu en eventueel van de Huiskamer van RISE. Bijvoorbeeld door een combinatie van functies, zoals flexplekken, espressobar, leestafel, verhuurbare vergaderkamers en ruimte voor tijdelijke exposities.

Hotel

is door de omvang van het programma en de ligging ·· RISE in het CBD geschikt voor toevoeging van een hotel, onder

··

·· ··

··

··

·· ··

voorwaarden conform het hotelbeleid. Het profiel moet passen bij de authenticiteit van het gebied en zorgen voor diversiteit met het overig aanbod in de omgeving. Daarnaast zijn ook Short Stay concepten denkbaar. Hoogwaardige tijdelijke huisvesting, met bijhorende voorzieningen en services, draagt bij aan het versterken van het interactiemilieu en sluit aan bij de behoeften in het gebied. De grootte van het hotel en/of Short Stay dient in balans te zijn met het overige programma in de ontwikkeling en is niet groter dan ca. 10% van het totale aantal BVO. Het bepalen van de omvang van een hotel en/of Short Stay dient tevens nader te worden onderbouwd met een marktonderzoek door RED Company. De lobby van het hotel dient onderdeel te zijn van het beoogde interactiemilieu op maaiveld en heeft een toegevoegde waarde voor niet-hotelgasten, bijvoorbeeld als onderdeel van Huiskamer van RISE door een gedeelde lobby, horeca, huiskamer, werkplekken of vergaderruimte.

Maatschappelijke voorzieningen RISE draagt bij aan een inclusieve binnenstad voor bestaande en nieuwe bewoners. Omwille van de lokale behoefte worden ten minste de volgende, verschillende maatschappelijke programma’s in de ontwikkeling ondergebracht. Voor de commerciële voorzieningen dienen de huurprijzen acceptabel te zijn (referentie met andere locaties). Gezondheidscentrum Meerdere zorgaanbieders onder een dak zoals huisartsen, apotheek, fysiotherapie, etc. Er liggen mogelijkheden om het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en de wijkteams aan te sluiten. Zorg en gezondheid is nadrukkelijk thema van de maatschappelijke invulling van RISE. Onderzocht wordt of het gezondheidscentrum kan worden aangevuld of uitgebreid met andersoortige voorzieningen voor bewoners

·· ··

RISE NvU

··

van RISE en uit de buurt, zoals sport- en fitnessruimte. Min. 1.000 m2 BVO.

Kinderdagopvang Min. 300 m2 BVO. De kinderopvang kan in de plint van de Rotterdamse laag worden ingepast, maar kan op het dak van de Rotterdamse laag worden gepositioneerd, met aangrenzende speelruimte op het dak.

·· ··

Tussenvoorziening voor beschermd wonen Rotterdam zet in op meer tussenvoorzieningen: kleinschalige huisvesting voor kwetsbare Rotterdammers. Met de juiste hulp en ondersteuning kunnen zij vervolgens doorstromen naar reguliere huisvesting. Hiervoor worden tenminste 24 zelfstandige units van ca. 25m2 BVO, een kantoorruimte voor de zorgaanbieder van ca 25-30 m2 en gemeenschappelijke ruimte van ca 50-70 m2 gerealiseerd. De tussenvoorziening heeft een eigen toegang in het gebouw. Deze kan op verschillende manieren worden gesitueerd: in een lobby, op een etage of op het maaiveld. Min. 700 m2 BVO. Vanwege de toenemende vergrijzing onderzoeken de ontwikkelende partijen de mogelijkheid om een (kleinschalige) zorgvoorziening onderdeel uit te laten maken van het complex. Gedachten gaan uit naar een voorziening in het verlengde van de woonfunctie, waarbij bewoners van RISE die niet meer zelfstandig kunnen wonen toch in het complex (in hun sociale omgeving) kunnen blijven.

·· ·· ·· ·· ··

Naast vaste maatschappelijke voorzieningen wordt er in RISE ook ruimte geboden voor (toevallige) ontmoetingen en activiteiten in collectieve voorzieningen, eventueel gecombineerd met ander (commercieel) programma, zoals het hotel, kantoor of horeca in de Huiskamer van RISE. Een programmeur ziet toe op de levendigheid, activiteiten en het beheer van de ruimten voor ten minste de volgende activiteiten: Ontmoetingsvoorzieningen voor (buurt)bewoners, ver-

··

3. Ruimtelijke Uitgangspunten

enigingen en sociaal- maatschappelijke ondernemers. zijn minimaal gemiddeld 50m2 GBO en nooit kleiner dan Ruimte voor kleinschalig cultuur. Bijvoorbeeld kunstin40m2 GBO. De woningen in het dure en topsegment kenstallatie, debat of lezing of tijdelijke kleinschalige pronen een grote differentiatie in woninggroottes en -types grammering. (Rotterdam kwaliteitsbeleid wonen). Tenminste de woSport & Speelruimte. Hierbij kan zowel gedacht worden ningen in het sociale en middenssegment zijn levensaan georganiseerde, als ongeorganiseerde sportvorloopbestendig. Voor het middensegment huur gelden de voorwaarden men. Sport kan in de openbare ruimte en in/op het geuit het Actieplan Middenhuur. bouw worden ingepast, waarbij eventuele faciliteiten in het gebouw zijn opgenomen. Voor de speelruimte is de Voorzieningen en ruimtelijke voorwaarden Buitenspeelnorm van toepassing. Het woonprogramma is met name gesitueerd boven de Wonen Rotterdamse laag, om zo een goede balans tussen rust Steeds meer mensen willen in het binnenstedelijk woonen reuring in het gebied te verkrijgen. Gedeelde voorziemilieu van de binnenstad wonen. Rotterdam wil deze beningen bevinden zich bij voorkeur wel in de Rotterdamse hoefte accommoderen, waarbij in de RISE kansen liggen laag.

Daarnaast biedt de ontwikkeling een hoog service- en voor een divers, onderscheidend stedelijk woonmilieu met voorzieningenniveau, onderdeel van het totaalconcept een aanzienlijk aantal woningen waar verschillende doelvoor het gebouw en passend bij de verschillende woongroepen zich thuis voelen. Diversiteit en flexibiliteit in het doelgroepen per gebouwdeel. woningaanbod is dan ook belangrijk om te kunnen volAlle woningen hebben een private buitenruimte, of toedoen aan de verschillende, veranderende woonwensen. Dit gang tot collectieve, hoogwaardige buitenruimten. vraagt om diversiteit in prijssegmenten, typologieën en serLobby’s van de woongebouwen zijn ingericht voor meerviceniveau, zodat doelgroepen waaronder bestaande binvoudige programmering (hoogbouwvisie 2019), eventunenstadbewoners, studenten, starters, ouderen, stedelijke eel gekoppeld aan de Huiskamer van RISE. koppels, gezinnen, internationale kenniswerkers en terugTen behoeve van de ouderenhuisvesting (55+) zijn enkerende empty-nesters met een metropolitaanse leefstijl kele voorzieningen in het plan opgenomen: hier hun thuis vinden. Ontmoetings-, sport- en recreatieruimten (zie ook maatschappelijke voorzieningen). Woonprogramma In de ontwikkeling zijn alle prijssegmenten opgenomen, Ruimte voor het stallen van scootmobiels. wat aansluit op de ambitie voor diversiteit.

Richtinggevend voor de prijssegmentering is ten minste 50% betaalbare woningen. Daarbij bestaat tenminste 20% van het totaal uit sociale woningbouw en is maximaal 50% duur en topsegment. Daarbij blijven zowel het aantal sociale huurwoningen als ook het aantal m2 gebruiksoppervlakte voor sociale huurwoningen altijd ten minste gelijk aan de huidige situatie. Naast de hierboven genoemde prijsdifferentiatie dient het woonprogramma ook te bestaan uit voldoende diverse woningtypologieën met bijbehorende woningoppervlaktes. De woningen in het sociale en middensegment

·· ··

·· ·· ·· ·· ··

··

·· ·· ··

··

september 2021

57

4. Beeldkwaliteit 4.1 Architectuur 4.2 Landschap & openbare ruimte

58

september 2021

RISE NvU

4. Beeldkwaliteit

september 2021

59

1 Samenhangend hoogbouwensemble op een plint (Rotterdamse laag) met ruimte voor eigen identiteit voor elke toren. FOUR, Frankfurt, Duitsland - UN Studio

60

september 2021

2 Rotterdamse laag als podium voor terugliggende hoogbouw.

4 Collectieve ruimte op hoogte t.b.v. sociale interactie in hoogbouw.

ARC, Sydney, Australië - Koichi Takada Architects

Maasbode, Rotterdam - Van Bergen Kolpa architecten

3 Karakteristieke wederopbouwelementen uit Coolsingel 6 dienen zoveel mogelijk terug te komen.

5 Dak als vijfde gevel en collectieve buitenruimte. Daktuin Erasmus MC, Rotterdam

RISE NvU

4.1 Architectuur De ontwikkeling van RISE vindt plaats in het spanningsveld van de verdichtingsopgave in het centrum en de in de CHV Weena - Hofplein omschreven cultuurhistorische context. Hieronder zijn uitgangspunten voor de architectuur geformuleerd; voor het ensemble en per gebouw(deel):

Uitgangspunten ensemble De nieuwe bouwvolumes moeten logisch integreren in de bestaande stad door vorm, stijl, verbindingen, diversiteit, volume, structuur en korrelgrootte. Maximale individualisering in architectuur is geen ambitie, volledig opgaan in het geheel is eveneens ongewenst. De architectuur van de Rotterdamse laag dient aansluiting te vinden met de omgeving en te refereren naar de cultuurhistorische erfenis. Voor de torens is er meer ruimte voor een eigen architectuur en uitstraling, dankzij de terug liggende positie ten opzichte van de Rotterdamse laag (2). Het geheel dient te passen in de logica van de cultuurhistorische logica van het ensemble (1). Uitstraling als één ensemble met een logische integratie in de stad, waarbij voor elk gebouw een aandeel uniciteit mogelijk is. De Rotterdamse laag vormt een solide basis voor de torens/hoogbouw om op te landen. De torens zijn herkenbaar als losstaand element. De vormgeving van de plinten sluiten aan bij de plintenvisie, die opgesteld wordt na aanleiding van de CHV Weena - Hofplein. Een bijzondere dakvorm (ten behoeve van een speciale functie) in de hoogteaccenten vraagt om bijzondere aandacht in het (gevel)ontwerp.

De architectuur dient de uitermate prominente en zichtbare ligging in de stad te beantwoorden met een hoog ambitieniveau: met buitengewoon hoogwaardige architectuur met zuivere vormen in verhouding met monumenten in de omgeving met een tijdloos ontwerp met hoge kwaliteit van details en materiaal rekening houdende met de kernwaarden van de oorspronkelijke bebouwing (3).

toevoeging van het omvangrijke programma, dat vanuit de kernwaarden van het originele ·· De ·· Ontwikkelen door een groot aantal bewoners en bezoekers gebruikt gebouw (CHV en waardestelling gebouw).

··

·· ··

··

·· ·· ·· ·· ·· ··

4. Beeldkwaliteit

bouwwand en een Post 65 gezicht (kenmerk en kwaliteit van alle hoeken van het Hofplein). Mogelijke archeologische vondsten (in overleg met experts) goed zichtbaar integreren in het gebouw. De torens voegen gezamenlijk een nieuwe laag toe aan het ensemble, waarbij elke toren zijn eigen architectonische identiteit kan ontwikkelen.

deelprojecten worden ontwikkeld in samenwerking ·· De met verschillende architecten zodat de bouwmassa gedifferentieerd wordt in een gevarieerd gevelbeeld en architectuur. Leading architect is Powerhouse Company. De door Powerhouse Company te betrekken architecten voor deelprojecten worden met gemeente afgestemd.

·· ··

Specifiek Nachtbeeld sluit aan bij nachtbeeld Coolsingel en Hofplein en de monumentale gebouwen Stadhuis en Hilton.

··

Pompenburg Verschijningsvorm Het gevelbeeld van de Rotterdamse laag (oost-westas) contrasteert met de lichte architectuur van Coolsingel 6 (noord-zuid-as).

referentie naar de historische gelaagdheid ·· Duidelijke ·· van dit samengestelde bouwblok met een wederop-

·· ··

zal worden vraagt om bijzondere aandacht voor een kwalitatief hoogwaardig ontwerp en uitvoering van onder andere duurzaamheidsmaatregelen, collectieve ruimte (4) en de invulling van het dak als vijfde gevel (5). Het ontwerp wordt getoetst aan de welstandscriteria Centrumgebied - centrummix uit de Welstandsnota (2012) zoals opgenomen op de volgende pagina’s.

Uitgangspunten per gebouw(deel) Coolsingel 6 Verschijningsvorm Referentie naar de originele wederopbouw architectuur: transparante gevel, differentiatie in volume-opbouw, nadruk op horizontaliteit en verbijzondering entrees.

··

Gevelopbouw Driedeling gevelopbouw (plint, middenstuk, kroon) is alzijdig herkenbaar. Aandacht voor de door de sloop van Hofplein 33 vrijgelegde kopgevel aan het Hofplein. Materiaal, kleur en detaillering

·· ··

Gevelopbouw Als referentie aan het ontwerp van Carel Weeber wordt het grote gevelvlak van de Rotterdamse laag gedifferentieerd vormgegeven door een inspringende plintzone, loggia’s en balkons en verspringingen op de bovenste verdiepingen. Op deze manier wordt ook de relatie met het politiekantoor opnieuw geïnterpreteerd. Aandacht voor de nieuw vorm te geven kopgevel aan het Hofplein.

··

··

Materiaal, kleur en detaillering Kleur in contrast met de oorspronkelijke lichte en transparante wederopbouw architectuur van Coolsingel 6. Detaillering inzetten om het gevelvlak van de Rotterdamse laag te differentiëren en meer plasticiteit te geven.

·· ··

Windscherm Het windscherm is ondergeschikt aan de architectuur van de twee bouwdelen. Vormgeving is transparant, terughoudend en functioneel.

·· ··

september 2021

61

Welstandscriteria Centrumgebied - Centrummix Hieronder zijn de algemene criteria ‘Centrumgebied’ aangevuld met de gebiedscriteria ‘Centrummix’ (in vette letters). RISE

Ruimtelijke inpassing Bouwinitiatieven versterken de gelaagdheid en transparantie van ensembles en zijn afgestemd op de specifieke positie die het gebouw inneemt binnen het grotere geheel (wand, tribune, achter, voor, plint e.d.). Bouwinitiatieven houden de stedenbouwkundige structuur herkenbaar en verstoren deze niet. Bouwinitiatieven (waaronder hoogbouw) zijn in maat en schaal afgestemd op de omliggende bebouwing en de stad als geheel.

·· Hilton

Stadhuis

Monumentenkaart

Postkantoor

·· ··

Verschijningsvorm Hoofdvorm Bouwinitiatieven sluiten aan bij de omgeving een eigen vormentaal is daarbij goed mogelijk. Nieuwbouw heeft een bij de omliggende bebouwing passende hoofdvorm. Uitgangspunt voor bouwinitiatieven is de samenhang binnen de architectonische eenheid. Bijgebouwen zijn herkenbaar als op zichzelf staande volumes en zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Gevelopbouw Ingrepen aan de gevels behouden de karakteristieken van de oorspronkelijke gevelindeling (bijvoorbeeld ‘weefgevel’ met vervlochten horizontaliteit en verticaliteit). Het gevelontwerp is consequent en goed van verhouding, en qua indeling en plasticiteit afgestemd op de omliggende bebouwing. Ingrepen aan de gevel, waaronder nieuwe balkons en luifels of winkelpuien, passen binnen de structuur, maat en schaal van het hoofdgebouw. Overgangen privé-openbaar De begane grondverdieping past in maat en schaal bij het karakter van de straat. Entreegebieden van gebouwen, inclusief luifels en lo-

·· ·· ·· ·· ·· ·· ··

Ruimtetypen: wanden en tribunes. De huidige bebouwing op de ontwikkelingslocatie is getypeerd is als ‘wand’.

62

september 2021

·· ··

··

go’s, zijn uitnodigend en kwalitatief hoogwaardig vormgegeven. Beganegrondgevels aan de openbare ruimte hebben een bij de situatie passende openheid. In woon-, winkel-, en kantoorgebieden zijn dichte (bergings-)gevels aan de straat ongewenst.

Materiaal, kleur en detaillering Algemeen Toepassing van hoogwaardige materialen en detaillering in overeenstemming met de hoge centrumambities. Materiaal en detaillering zijn afgestemd op die van de oorspronkelijke bebouwing en van gelijke kwaliteit (vervanging van gevelonderdelen conform het origineel). Kleuren zijn terughoudend en afgestemd op de omliggende bebouwing. Materiaal, kleur en detaillering ondersteunen de verschijningsvorm op samenhangende wijze. Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk. Specifiek Daken die zichtbaar zijn vanuit de omliggende bebouwing krijgen dezelfde kwaliteit als de gevel en worden ingericht als groene daken (of op andere wijze aantrekkelijk vormgegeven). Het nachtbeeld is onderdeel van de ontwerpopgave en gaat uit van richtlijnen zoals verwoord in het Lichtplan Rotterdam. In woon-, kantoor- en winkelgebieden zijn detaillering en materiaalgebruik van de beganegrondgevel aan de straatzijde (met name rond de entree) van hoge kwaliteit (rijker en expressiever). Erfafscheidingen zijn van hoogwaardig materiaal en worden zorgvuldig gedetailleerd. Zonwerend glas of folie op glas verhinderen de visuele relatie tussen binnen en buiten niet. Ventilatieroosters zijn niet zichtbaar of architectonisch ingepast in het gevelontwerp.

·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ··

Bron: Welstandsnota Rotterdam RISE NvU

Welstand en monumenten Het ontwerp wordt beoordeeld door de welstandscommissie Rotterdam op basis van de op de pagina hiernaast genoemde criteria uit de Welstandsnota Rotterdam (2012) en het monumentenbeleid: Gebiedstype (Welstandsnota Rotterdam): Centrumgebied Welstandsniveau (Welstandsnota Rotterdam): Bijzonder (Centrummix en grenst aan hoofdwegenstructuur) Beschermd stadsgezicht: nee Aandachtspunt is de nabijheid van de ontwikkeling tot de rijksmonumenten stadhuis, Hilton Hotel, Thalia en Postkantoor.

Centrumgebied (Welstandsnota, deel 1: Welstandsbeleid) ‘Rotterdam heeft een voor Nederlandse begrippen bijzondere binnenstad vooral vanwege de architectuur uit de wederopbouwperiode en de opvallende skyline. De binnenstad bestaat uit verschillende deelgebieden die sterk van elkaar verschillen voor wat betreft ontstaan, ontwikkeling en huidig karakter. Het centrumgebied is een staalkaart van verschillende architectuurstijlen en handschriften uit verschillende perioden, en valt als ‘huiskamer van stad en regio’ onder het bijzondere welstandsniveau. In het centrumgebied richt welstand zich met name op twee belangrijke aspecten van de stad: enerzijds het omgaan met specifieke wederopbouwarchitectuur en anderzijds de kwaliteit van het permanente veranderingsproces - van opknapbeurt tot algehele transformatie. Ten aanzien van beide aspecten geldt dat het welstandsbeleid is gericht op het voortbouwen op de aanwezige rijkdom en niet zozeer op het conserveren van het verleden, hoewel dat laatste wel deel kan uitmaken van het welstandsbeleid. Dit zal zeker het geval zijn voor de Aandachtsgebieden Wederopbouw en de panden en ensembles die zijn aangewezen als gemeentelijk- of rijksmonument zoals bijvoorbeeld het Lijnbaanensemble.

Bij vernieuwing bestaat de rol van welstand met name uit toetsing van de wijze waarop nieuwbouw ‘zich gedraagt’ in het betreffende straatbeeld en van de positie van nieuwe ge-

4. Beeldkwaliteit

bouwen in de verschillende ensembles waartoe ze kunnen behoren. Het gaat daarbij om de balans tussen verschil en overeenkomst in vorm, schaal en textuur. Bij het ruimtetype ‘tribune’ is het van groot belang dat bij de welstandstoets niet alleen wordt gekeken naar de plek van het gebouw in het betreffende straatbeeld, maar ook naar de positie die het in verschillende ensembles - vaak gevormd door gebouwen uit verschillende periodes en heel uiteenlopend van karakter -inneemt. Bij het ruimtetype ‘wand’ moet vooral worden gelet op de samenhang binnen de ensembles.’

Centrummix (Welstandsnota, deel 2: Rotterdam Karakteristiek) “In het Basisplan uit 1946 bleef de grondvorm van de historische binnenstad gehandhaafd. Tegelijk hield het plan een ingrijpende stedenbouwkundige transformatie in. Radicale vernieuwing vond met name in het gebied ten noorden van de (West)Blaak plaats. De verkeersstructuur kreeg in het plan veel aandacht, evenals de beoogde functies. Wonen werd teruggedrongen; de dichtheid van het vooroorlogse centrum werd als veel te hoog gezien. Industrie werd zo veel mogelijk uit de binnenstad geweerd. Winkels, kantoren en voorzieningen kwamen ervoor in de plaats. De binnenstad werd opgevat als centrum van de hele stad en de omringende regio. De Leuvehaven werd verbreed en de Coolsingel werd doorgetrokken langs de haven, zodat de stad een ‘venster op de rivier’ kreeg. De organisatie van het verkeer en de nagestreefde functiescheiding zijn in feite de dragers van het plan en de gerealiseerde wederopbouw-stad, met hoofdverkeerswegen als Coolsingel en Blaak, knooppunten als Hofplein, Beursplein en Churchillplein, voetgangerswinkelstraten, gemengde verkeers-/winkelstraten en expeditiestraten, pleinen en woon-en expeditiehoven. De hoofdverkeerswegen werden uitgevoerd als boulevards, met aparte verkeersstroken en brede trottoirs.

Winkels werden vanaf de straatzijde toegankelijk gemaakt voor publiek en via expeditiehoven aan de achterzijde voor leveranciers. Er ontstond daardoor een ‘dubbelstructuur’,

met een voorkant met winkels en publieksfuncties en een achter- en binnenkant met bevoorrading, ambachtelijke bedrijvigheid, etc. In verticale zin: beneden winkels, boven woningen. De hoven vormen een zeer kenmerkend onderdeel van de Rotterdamse wederopbouw; ze dienen ter bevoorrading e.d. en voor parkeren (expeditiehof), maar zorgen ook voor licht en lucht voor de omringende etagewoningen (woonhof). De woningen worden meestal aan de straatkant ontsloten. De hoven zijn afwisselend toegankelijk via poorten in de gevelwand of via openingen tussen de bouwblokken. Op deze wijze zijn zowel gesloten bouwblokken ontstaan als open en halfopen verkavelingen. Naar verschijningsvorm zijn de gesloten blokken (plint met drie lagen en hoger) als wanden te typeren, die de straatruimte strak begrenzen, en de vaak open blokken (composities met afwisseling tussen laag en hoog) als tribunes.”

september 2021

63

Beeld: www.zuidas.nl & www.rots-maatwerk.nl

Beeldwww.archdaily.com

Beeld: www.struykverwoinfra.nl

64

september 2021

RISE NvU

4.2 Landschap & openbare ruimte 1 De omliggende hoofdstructuren

3 Het centrale hart

Uitgangspunten

Voor de omliggende structuren wordt het beeld van de nieuwe inrichtingsplannen aangehouden (Coolsingel en Hofplein). Voor de Pompenburg is er op korte termijn een aantal ingrepen mogelijk. De groenstructuur wordt afgemaakt, een aantal platanen kan worden bijgeplant en het trottoir wordt vrijgemaakt van de keerranden. Hoogteverschillen worden vloeiend opgevangen. Het Haagseveer wordt de aangeheeld conform de huidige situatie en in de Rotterdamse Stijl.

Naar mate men verder het binnengebied inloopt intensiveert het formaat en de invulling van groenvakken. Aangekomen op deze plek is er vanuit de plinten is ruimte om het groen in te lopen over smallere paden die op centrale zitplekken landen, hier zijn de zitranden naar binnen toegekeerd en markeren kleine intieme verblijfsplaatsen in het groen. Naast verblijfsplaats kunnen deze plekken ook geprogrammeerd worden, denk bijvoorbeeld aan kleinschalige evenementen of markten. Één van de zitplekken is gelegen onder het windscherm en biedt ook in koudere seizoenen een verblijfsplaats. Dit geldt ook voor terrasfuncties in het gebied. Het scherm biedt een mooie kans om de buitenruimte meer seizoenrond of in tijd van regen te kunnen gebruiken. Bijzonder belangrijk aandachtspunt is een goede kunstmatige beregening van het groen onder het windscherm. De kwaliteit van het groen mag in kwaliteit niet afwijken van het groen buiten het scherm.

Rotterdamse Stijl Coolsingel en Hofplein vormen qua inrichting de specials materialisatie is conform deze inrichtingsplannen. Overige aangrenzende straten worden ontworpen conform de Rotterdamse Stijl en kennen een verbijzondering in groen en zitranden. De buitenruimte is obstakel vrij, er zijn geen keerranden, alle hoogteverschillen worden vloeiend overbrugd.

2 De verbindende stadsstraatjes Vanuit het omliggend gebied is er op een drietal punten toegang tot het centrale hart van de buitenruimte. Vanuit deze drie toegangen is er een aantrekkelijke groene buitenruimte zichtbaar. Vooral vanuit het stadhuis geeft dit een enorme kwalitatieve impuls. Er komt zicht op een kwalitatief hoogwaardige groene buitenruimte in plaats van op een stenige restruimte. Passanten worden getriggerd om het gebied in te lopen. Het gebied is goed toegankelijk langs de actieve plinten, er is een robuuste vrije maat aanwezig om over te wandelen. De vloer bestaat uit natuursteen volgens de Rotterdamse stijl. Knippen in materialisatie kom je dus alleen tegen aan de randen van het projectgebied. De verhardingsvloer lig a niveau, hoogteverschillen worden vloeiend opgevangen. In de straatjes is er een eerste aanzet van de groeninrichting. Een kleine maat aan ‘scherven’ openbaart zich. De vlakken zijn ingevuld met weelderig bloeiende vaste planten, heesters en een bijzonder assortiment aan uitgesproken bomen. Op sommige plekken klimt de rand van de plantvakken uit het maaiveld en transformeert naar een zitrand. De zitranden zijn gekoppeld aan entrees of plinten met een publieke functie. De oostkant van de Doelstraat doet ook dienst als fietszone, calamiteitenverbinding en opstelplek voor ME bussen.

Deze gebruikers zijn ondergeschikt aan de voetganger en de buitenruimte is hier ook zodanig op ingericht.

4. Beeldkwaliteit

Kunstwerk Tor und Stele speelt een belangrijke rol in de buitenruimte. Als uit een andere tijd is er vanuit alle richtingen zicht op het Kunstwerk Tor und Stele, het kunstwerk sluimert in het groen, maar vormt toch een baken in de buitenruimte. Markante assen zijn vrij van hoog groen. Zo wordt het kunstwerk te midden van het groen vanuit Hofplein, stadhuis en Haagseveer een interessant markeringspunt.

·· ·· ··

Groen en ecologie Bestaande bomen worden gehandhaafd en beschermd tijdens bouwwerkzaamheden. De groenstructuur aan de Pompenburg (platanen) wordt compleet gemaakt richting Hofplein. Het binnengebied ken een verbijzondering aan groen. Het groen bestaat uit een patroon van sierborders met, vaste planten, heesters en bomen. Op plaatsen van kelders is voldoende dekking voor het planten van vaste planten, heesters en bomen van de derde grootte. Het middengebied blijft vrij van kabels en leiding, zodat tweede en eerste grootte bomen in de volle grond kunnen worden aangeplant. Op plaatsen van het windscherm wordt er voorzien in een robuust irrigatiesysteem om het groen ten alle tijden van voldoende water te kunnen voorzien. Het irrigatiesysteem wordt gekoppeld aan waterbuffers op hoger gelegen dakvlakken en zo veel mogelijk gevoed door regenwater.

·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ··

september 2021

65

5. Mobiliteit 5.1 Bereikbaarheid 5.2 Parkeren 5.3 Duurzame mobiliteit 5.4 Personen en goederenvervoer 5.5 Aan-/afrijroutes politie

66

september 2021

RISE NvU

5. Mobiliteit

september 2021

67

Legenda Ontsluiting/routing parkeerkelder

Autoverkeer Coolsingel/Haagseveer

Versterken fietsas Haagseveer Verbeteren fijnmazig netwerk (Hofplein/Doelstraat/Raamplein) Langzaam-verkeerszone Doelstraat Geen aansluiting gemotoriseerd verkeer vanuit hoofdstructuren Coolsingel, Hofplein en Pompenburg (nieuwe contour Hofplein)

Kaart uitgangspunten mobiliteit

68

september 2021

RISE NvU

Mobiliteit staat in dienst van een goede bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, energietransitie, kwaliteit openbare ruimte en de ruimtelijke verdichting. Het aantrekkelijk houden van Rotterdam voor alle diverse gebruikers van de stad is steeds belangrijker. Dit betekent dat we de fiets, voetganger en openbaar vervoer meer ruimte geven en minder ruimte wordt geboden aan het autoverkeer. Er wordt in Rotterdam ingezet op nieuwe schone vervoersmiddelen en ander reisgedrag.

5.1 Bereikbaarheid RISE is gelegen op een bijzondere locatie van de stad. Als verbindende plek sluiten belangrijke stadsassen aan op het Hofplein. Waarbij de Coolsingel momenteel wordt afgerond met meer ruimte voor de voetganger en de fiets zijn er vergelijkbare plannen voor het Hofplein. De verkeersfunctie wordt daarbij ter discussie gesteld ten faveure van langzaam verkeer en de verblijfsfunctie. Op termijn heeft dit ook gevolgen voor de verkeersfunctie van Pompenburg. Deze ontwikkelingen in het achterhoofd houdende zijn er mogelijkheden om de RISE aan te laten sluiten op de ambitie van meer fietsers en voetgangers in het Rotterdamse centrummilieu. Waar het Hofplein de ruimte probeert te bieden verwachten we dat de RISE de katalysator kan zijn om de fietser en voetganger te lokken. Ruimte, attractiviteit en het benutten van de locatie zullen tot een diverse openbare ruimte leiden. Verkeersstructuur (voetganger, fiets, auto, vrachtwagens/touringcars, overige) De Coolsingel is een centrumstadsas. Dit betekent dat gemotoriseerd verkeer de weg niet mag verlaten om te laden/lossen. Eenzelfde onmogelijkheid om gemotoriseerd het openbaar gebied te betreden geldt voor het kruispunt Hofplein en Pompenburg. Gemotoriseerd verkeer betreedt daarmee via de erftoegangswegen aan de zuid (Rodezand/Doelstraat) en oostzijde (Haagseveer) de ontwikkelingslocatie.

De ontsluiting van auto en fietsparkeren vanuit de ontwikkeling mag evenals de bevoorrading geen negatief effect hebben op het onderliggend wegennet. De ontsluiting voor het gemotoriseerd verkeer van en naar RISE vindt plaats via een in- en uitgang aan Doelstraat (zijde Haagseveer) en een uitgang aan de Doelstraat (zijde Coolsingel). De koppeling tussen de twee bouwdelen vindt plaats in de ondergrondse parkeergarage. Er is hiervoor geen mogelijkheid op maaiveld. Alle weggebruikers moeten verkeersveilig kunnen kruisen op met name de punten bij de in-/uitgangen van de parkeergarage.

·· ·· ·· ·· ·· ·· 5. Mobiliteit

Haagseveer vormt een centrumfietsas in noord-zuid ·· De richting en daarom dient gemotoriseerd verkeer goed in-

·· ·· ··

gepast te worden rondom deze ontwikkeling. De Doelstraat is op dit moment niet beschikbaar voor doorgaand gemotoriseerd verkeer. Vanwege de locatie in het netwerk dient dit in stand te worden gehouden, om sluipverkeer te weren dat het Hofplein wil mijden. Het gebruik van de openbare ruimte door gemotoriseerd verkeer in de Doelstraat wordt zover mogelijk richting de Haagseveer geconcentreerd. Dit volgt de ambitie van de Rotterdamse MobiliteitsAanpak die de voetganger en fietser zoveel mogelijk ruimte wil bieden. De Doelstraat kent op dit moment een pleinfunctie die beperkt in gebruik is door langzaam verkeer en wordt gebruikt als opstelplaats voor de politie/ME. Met de komst van extra programma is de verwachting dat het openbaar gebied voornamelijk van nut wordt voor voetganger en fietser. De inrichting dient hierin te voorzien, zodat deze locatie als stepping stone fungeert tussen binnenstad richting Hofplein, Pompenburg en Meent.

Lopen Station Rotterdam Centraal is op 600 meter gelegen van de ontwikkeling. Dit betekent dat de ontwikkeling in de nabijheid ligt van een belangrijke openbaar vervoershub. Nabij de ontwikkeling liggen de tramhaltes Pompenburg, Weena en Stadshuis. Ook metrostation Stadhuis ligt op een steenworp afstand. Ook de rest van de stad is goed beloopbaar. Een lopende levensstijl wordt gepromoot door een logische routering in het pand, gevoel van thuiskomen bij de bezoekers, rustpunten onderweg naar de woning. Het gebouw dient te zorgen voor een aangenaam windklimaat voor voetgangers en fietsers. De vormgeving en programmering van de plintzone zorgt voor een voor voetgangers aantrekkelijke openbare ruimte.

·· ·· ·· ·· ··

september 2021

69

Fietsen De fiets moet worden gezien als het standaard vervoersmiddel voor RISE. Een kwalitatieve aankleding en de interne routering (vanuit de liften) dient dit te benadrukken. Fietsvoorziening komt uit op een logische wijze in de openbare ruimte. De fietsvoorziening wordt op een bereikbare en veilige plek het pand in geleid. Wildstallen van fietsen dient te worden voorkomen door voor de verschillende woontorens toegankelijke voorzieningen te creëren op korte afstand. De fietsenstalling is ook bereikbaar, toegankelijk en aantrekkelijk voor bezoekers van RISE. De fietsenstalling wordt ingericht vanuit een menselijke maat, in plaats van de gedachte achter een parkeergarage. Dit betekent dat ontwerpprincipes vanuit de voetganger ook worden toegepast in de fietsenstalling. De fietsenstalling geeft antwoord op verder elektrificeren van het fietsenpark. De fietsenstalling moet voorbereid zijn op buitenmodelfietsen. De fietsenstalling heeft een ruimte waar duurdere (race) fietsen veilig kunnen staan. Vanuit de appartementen en liften is het fietsparkeren via een directe route bereikbaar.

·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ··

Openbaar vervoer Naast een goede beloopbaarheid van Rotterdam Centraal is de ontwikkeling gelegen aan tram- en metrohaltes. Deze verbindingen zorgen voor een uitstekende bereikbaarheid binnen de stad en regio.

··

Mobiliteitsconcept Het mobiliteitsconcept is gebruiksvriendelijk. Dit betekent dat het concept aansluit op het mobiliteitsprofiel van de gebruikers. Door gebruik te maken van Mobility as a Service ontstaat een volledige match tussen de mobiliteitsvraag van gebruiker en de mobiliteitsaanbieder via het gebouw. Bouwontwikkelingen in de omgeving (Post) benutten deze mogelijkheid waardoor verdere

··

70

september 2021

·· ·· ··

mobiliteitsefficiëntie kan worden gevonden in de stad. Routering richting het mobiliteitsconcept is helder benoemd in het pand en kent een logische, directe verbinding. De mobiliteitshub(s) moet(en) voor alle gebruikers een realistische optie zijn. Dit betekent dat het mobiliteitsconcept goed bereikbaar is en via een aantrekkelijk route kan worden benaderd vanuit alle torens. De gebruiksvriendelijkheid van het mobiliteitsconcept kan worden verhoogd door middel van valetparking of een mobiliteitsmeester.

5.2 Parkeren Voor ontwikkeling van RISE geldt de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 of diens opvolger. In deze beleidsregeling staat exact omschreven waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. De regeling waarborgt dat initiatiefnemers voldoende parkeercapaciteit realiseren voor auto en fiets bij ontwikkelingen, met als doel om de stad te verduurzamen in een aantrekkelijke, leefbare en gezonde stad. De Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 is leidend. De benodigde parkeerplaatsen voor auto’s dienen in principe op eigen terrein ingepast te worden. Afwijkingen zijn mogelijk binnen de kaders die zijn gesteld in de betreffende beleidsregeling. Vrijstellingen op de parkeernorm zijn mogelijk binnen de kaders die zijn gesteld in de betreffende beleidsregeling. Voor deze locatie is een maximale vrijstelling mogelijk tot 90% van de oorspronkelijke parkeernorm. N.B. Bij gebruik van de vrijstelling zijn geen parkeervergunningen mogelijk voor de bewoners en bedrijven. De entree van de parkeergarage is zo direct mogelijk bereikbaar vanaf de omliggende verkeersstructuur. De opzet van de parkeergarage volgt de NEN-normen voor parkeergarages.

·· ·· ·· ··

De rol van onder andere de fiets wordt ter vervanging van de auto steeds belangrijker. Het faciliteren van de fietser in Rotterdam verdient om die reden de aandacht, zowel in de uitbreiding van fietspaden als ook in de fietsparkeerfaciliteiten. In het parkeerbeleid wordt hierop ingespeeld en worden er naast een parkeernorm voor de fiets ook eisen gesteld aan de stalling voor fietsen. De Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 is leidend. De benodigde parkeerplaatsen voor fietsers dienen op eigen terrein ingepast te worden. Voor de (collectieve) fietsenstalling is van belang dat deze goed gepositioneerd wordt en daarmee goed bereikbaar, maar ook aantrekkelijk en veilig wordt vormgegeven. Er is behoefte aan een toegankelijke fietsenstalling voor bezoekers van RISE. Deze parkeervoorziening is fysiek afgescheiden van de fietsenstalling voor bewoners en personeel van RISE. Er is geen behoefte aan een openbare fietsenstalling voor algemeen gebruik. De entree van de parkeergarage is zo direct mogelijk bereikbaar vanaf de omliggende verkeersstructuur. De opzet van de parkeergarage volgt de NEN-normen voor parkeergarages. In de openbare ruimte worden geen fietsparkeerplaatsen gerealiseerd.

·· ·· ·· ·· ·· ·· ·· ··

·· ··

RISE NvU

5.3 Duurzame mobiliteit

5.4 Personen en goederenvervoer

Duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd in de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018. Bewoners, forenzen en bezoekers worden gestimuleerd gebruik te maken van duurzame vervoersmiddelen zoals (elektrische) fiets, OV en elektrische auto. Het autobezit (van 2e of 1e auto) wordt overbodig gemaakt door bieden van alternatieven in de vorm van (elektrische) deelauto’s. De groei van elektrische auto’s wordt gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur, zowel in de openbare ruimte als bij parkeren op eigen terrein. Voor de parkeergelegenheid op eigen terrein geldt de EV Ready eis uit de beleidsregeling; De parkeerplaats dient bouwkundig voorbereid te zijn op de plaatsing van laadpunten voor elektrische auto’s. Volgens beleid dient de netaansluiting van parkeergarage/-gelegenheid voorbereid te zijn op het gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplaatsen. Hierbij mogen smart charging oplossingen toegepast worden om dit mogelijk te maken. In het licht van de recente (en de te verwachten) technische ontwikkelingen ligt het voor de hand voor te sorteren op een hoger percentage. RED Company dient hiervoor een EV-plan te kunnen overleggen. De netaansluiting voor collectieve voorzieningen dient EV ready te zijn.

Alle expeditie dient dicht bij de hoofdentrees van de woontorens gesitueerd te worden. Aangezien dit niet haalbaar/ wenselijk is op maaiveld (in de openbare ruimte), dient deze laad/losreservering goed ingepast te worden in de parkeergarage, waarbij het veilig aanrijden van belang is. Er ontstaat zodoende een ondergrondse straat (of plein) waar elke reis vanuit RISE start. Dit omvat naast het parkeren ook mobiliteit voor ouderen en (hotel)gasten via busjes en taxi’s. Aanvullend is het de locatie waar logistiek, bedrijfsafval, pakketten en verhuizingen worden afgehandeld. De plaatsing van de entree met brievenbussen dient op een goed bereikbare locatie te zijn voorzien. De aflevering van de pakketdiensten vindt plaats in de (parkeer-)kelder. Er moet onderzocht worden of een opstelplek voor compacte en duurzame bezorgdiensten in de buitenruimte kan worden ingepast. Gelet op de verwachte groei van pakketdiensten dient een efficiënte afleverwijze ingepast in het pand. Een centraal punt voor pakketdiensten versnelt de bezorging en daarmee is er minder kans dat een bezorger terug moet komen. Logistiek kenmerkt zich doorgaans door grotere voertuigen. Vanuit verkeersveiligheidsoogpunt dienen zwaar verkeer en langzaam verkeer (voetgangers en fietsers) zoveel mogelijk te worden gescheiden via ruimte of inrichting.

Als de Doelstraat naar verwachting slechts beperkt in gebruik is voor gemotoriseerd verkeer zal de openbare ruimte mogelijkheden moeten bieden om op een veilige wijze te keren. Op twee locaties, te weten aan het Haagseveer en aan Doelwater/Doelstraat, komen locaties voor ondergrondse containers. Op de locatie Haagseveer moet dit worden voorzien met een parkeerhaven voor de ophaaldienst. Bedrijfsafval moet aangeboden/opgehaald worden via de entree van de parkeergarage, waardoor dit geen extra ruimte in beslag neemt in de plint of in de openbare ruimte.

·· ··

··

··

5.5 Aan-/afrijroutes politie

Haagseveer vormt de standaard ontsluiting voor het ·· De wegrijden van de politie en zal ruimtelijk worden voorbe-

··

reid zodat men te allen tijde kan uitrukken. De Doelstraat is tevens opstelplaats voor de Mobiele Eenheid (ME). Bij het ontwerp van de buitenruimte dient hier rekening mee te worden gehouden.

·· ·· ·· ·· ·· ·· ··

5. Mobiliteit

september 2021

71

6. Duurzaamheid 6.1 Integrale duurzaamheid 6.2 Sociale duurzaamheid 6.3 Duurzaamheidskompas I. Energietransitie II. Circulair III. Klimaatbestendig IV. Gezonde leefomgeving 6.4 Smart City 6.5 Resilience

72

september 2021

RISE NvU

De binnenstad van Rotterdam zal ook in de toekomst één van de meest logische plekken blijven om de groei van de stad te blijven accommoderen om het hoogstedelijke interactiemilieu (op twee oevers van de Nieuwe Maas) te versterken, met een grote functiemix, hoge dichtheid, intensief en meervoudig ruimtegebruik, levendigheid en goed openbaar vervoer. De RISE-ontwikkeling bestaat uit een programma van ongeveer 200.000 m2 bvo. Met de ontwikkeling van RISE ontstaat een gemengder woonmilieu waarmee het programmaaanbod wordt versterkt en daarmee het interactiemilieu voor bedrijven en ondernemers. Door een kwaliteitsslag in de openbare ruimte draagt de ontwikkeling bij aan gezondere en schonere verplaatsingen te voet, te fiets en met het openbaar vervoer. Voor Havensteder biedt de ontwikkeling de kans om meer passende en beter geschikte woningen voor hun doelgroep te realiseren, waarmee de woningvoorraad toekomstbestendiger wordt dan bij renovatie. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de duurzaamheidsambities en prestatieafspraken voor deze ontwikkeling. De integrale benadering en de sociale duurzaamheid staan centraal. Op basis van het Rotterdams Duurzaamheidskompas wordt specifiek ingegaan op aanvullende ambities, randvoorwaarden en eisen voor de thema’s: energie, circulariteit, klimaatbestendigheid en gezonde leefomgeving.

Daarnaast gaat dit hoofdstuk ook in op de thema’s ‘resilience’ en ‘smart city’. In een steeds digitaler en verbondener wereld maken we de stad weerbaarder en op de toekomst voorbereid.

Prestatie- en procesafspraken Voor onze duurzaamheidsambities zijn prestatieafspraken opgenomen om de vaak algemene beleidsdoelstellingen te concretiseren voor deze ontwikkeling. De gemeente en RED Company komen tot voor beide partijen acceptabele afspraken om een duurzame ontwikkeling te realiseren binnen de technische en financiële haalbaarheid. In de samenwerkingsovereenkomst (SOK) zijn alle afspraken geconcretiseerd en opgenomen. Niet alle prestatieafspraken kunnen ten tijde van de SO-fase geconcretiseerd worden; voor een aantal uitgangspunten geldt dat meer gegevens bekend moeten zijn om tot concrete prestatieafspraken te komen. Daarom zijn voor een aantal duurzaamheidsambities onderzoeksvragen of plannen van aanpak geformuleerd als prestatieafspraak. Voor deze onderdelen is een proces afgesproken, waarbij de prestatieafspraken op basis van de onderzoeken of plannen later overeen worden gekomen. Deze worden, afhankelijk van aard en toepassing van het onderzoek, aan het begin of in de loop van de VO-fase aangeleverd voor goedkeuring door het DARO (onderdeel van de afdeling Duurzaam van de gemeente Rotterdam). Voor de te sluiten SOK (planning is eind 2021) zijn de onderzoeken en plannen van aanpak uitgevoerd en opgesteld. Voor alle duurzaamheidsambities zijn bindende en concrete afspraken gemaakt over het desbetreffende toetsingskader voor het DO.

Onderstaande figuur illustreert het proces in relatie tot het vastleggen van de prestatieafspraken.

onderzoek SO-fase

prestatieafspraken VO-fase

NvU

Q3 2021

6. Duurzaamheid

De technische duurzaamheidsopgaven als de energietransitie, circulair bouwen, klimaatadaptatie, gezondheid en binnenmilieu vragen om een integrale benadering. BREEAM-NL is een certificeringsmethode waarmee projecten op integrale duurzaamheid beoordeeld worden. Prestatieafspraak: Een BREEAM-NL (met Beoordelingsrichtlijn BREEAM-NL Nieuwbouw (2020)) ontwerp- en oplevercertificaat met als streefwaarde ‘Excellent’ (4 sterren) en een minimale prestatie van ‘Very Good’ (3 sterren) wordt voor de nieuwbouw RISE behaald. De certificering ‘Excellent’ vormt het uitgangspunt. Hiervan kan enkel gemotiveerd afgeweken worden met goedkeuring van de gemeente (DARO).

6.2. Sociale duurzaamheid De sociale duurzaamheidsopgaven komen terug in een breed spectrum van aspecten zoals efficiënt ruimtegebruik, toekomstbestendige bebouwing, een veelzijdig aanbod van woningen, werkgelegenheid, voorzieningen en mobiliteit, een levendige en aantrekkelijke buitenruimte bij de woning en in de openbare ruimte, een goede woonkwaliteit en de mogelijkheid tot participatie in het proces. Deze aspecten zijn gewaarborgd in de ruimtelijke uitgangspunten (stedenbouw, openbare ruimte, programma) en het hoofdstuk vervolg en participatie. Bovendien is ook hier een integrale benadering wenselijk om te beoordelen hoe de onderdelen elkaar optimaal kunnen versterken. Prestatieafspraak: De sociale duurzaamheid wordt aan de hand van een integrale kwalitatieve beoordeling gemonitord door het planteam, RED Company en Havensteder.

6.3. Duurzaamheidskompas

DO-fase SOK

6.1. Integrale duurzaamheid

controle SOK Q4 2021 en verder

I. Energietransitie Voor alle gebouwen in een gebied is het duurzamer om een gebiedsoplossing te gebruiken dan wanneer elk gebouw afzonderlijk een eigen energie-oplossing te bouwen. Het energieconcept dat wordt gekozen is passend voor de gehele

september 2021

73

ontwikkeling én bij voorkeur voor het omliggende gebied. Het gebiedsgebonden energieconcept houdt rekening met de huidige en (zo mogelijk) toekomstige ontwikkelingen in de omgeving ten aanzien van duurzame mobiliteit, nieuw vastgoed en vergelijkbare afnemers van duurzame warmte en koude levering. Het energieconcept van het gebouw bestaat uit energietechnieken met een lage CO2-uitstoot. De ontwikkeling heeft een zo laag mogelijk energievraag en -verbruik en maakt gebruik van zoveel mogelijk duurzame energiebronnen. Het energiesysteem houdt rekening met vraag van verschillende gebruikers binnen en buiten het gebouw en stemt vraag en aanbod slim op elkaar af, ook in de tijd, namelijk: Thermische energie kan worden uitgewisseld doordat er 24 uur activiteit is in het gebouw. De elektriciteit die overdag wordt opgewekt wordt direct op het moment gebruikt. In dal uren wordt elektrisch geladen van het elektriciteitsnet.

·· ··

Onder het energieconcept wordt warmte, koeling en elektriciteit verstaan. Randvoorwaarden zijn dat de ontwikkeling geheel aardgasvrij is en dat er een aansluitplicht geldt op stadsverwarming. Voor de locatie is Eneco de concessiehouder voor warmtelevering. Het energieconcept mag niet bijdragen aan het verhogen van hittestress op deze locatie in de stad. Er wordt geen gebruik gemaakt van woning gebonden energieoplossingen als (lucht)warmtepompen. Voor elektriciteit geldt dat zo min mogelijk gebruik gemaakt wordt van het elektriciteitsnet. Prestatieafspraken: RED Company doet onderzoek naar potentiele energieconcepten passend voor de gehele ontwikkeling én voor het omliggende gebied en brengt de consequenties en kansen in kaart ten aanzien van techniek, financiën en CO2-emissie. Proces: In afstemming met DARO wordt het definitieve energieconcept gekozen en opgenomen in de SOK. II. Circulair De impact van de bouwketen in zowel de bebouwde omge-

74

september 2021

ving als openbare ruimte is groot; door het steeds schaarser worden van primaire grondstoffen, door de milieu-impact van bouwmaterialen in de hele keten en door het waardeverlies zoals we nu met waardevolle grondstoffen omgaan. Doelen voor circulair bouwen zijn dan ook: 1. Reduceren gebruik primaire grondstoffen 2. Reductie milieu-impact in de keten 3. Sturen op waarde-behoud en reduceren van verspilling De bestaande gebouwen op deze locatie worden gesloopt om plaats te maken voor de nieuwbouw. Het slopen gebeurt op slimme en circulaire wijze, waarbij gestuurd wordt op waarde-behoud en het beperken van afval. Voor de nieuwe ontwikkeling geldt dat het gebruik van primaire grondstoffen wordt beperkt. Bouwmaterialen worden gebruikt met een zo laag mogelijke milieubelasting. De nieuwe ontwikkeling is met een circulaire strategie ontworpen en gebouwd met als doel een flexibel en toekomstbestendig gebouw te realiseren. De ontwikkeling is multifunctioneel, aanpasbaar en veranderbaar voor verschillende gebruiksscenario’s gedurende het gebruik. Demontage en hoogwaardig hergebruik na einde gebruiksduur is mogelijk gemaakt voor relevante gebouwonderdelen. Prestatieafspraak: Een Plan van Aanpak wordt opgesteld over op welke manier wordt gestuurd op waarde-behoud van de bestaande materialen en het reduceren van sloop-/bouwafval.

Hierin is concreet uitgewerkt hoeveel van de uitkomende materialen uit sloop en bouw minimaal wordt hergebruikt, gerecycled en maximaal wordt gestort. Proces: Met goedkeuring van het DARO zijn de prestatieafspraken definitief en worden in de SOK opgenomen. Een Plan van Aanpak wordt opgesteld over de manier waarop invulling wordt gegeven aan de doelen voor circulair bouwen. Hierin is concreet uitgewerkt welke ontwerpen uitvoeringsmaatregelen worden toegepast, zoals het aandeel van secundaire en biobased materialen, de mate van losmaakbaarheid en indelingsflexibiliteit (BREEAM

··

··

·· ··

credit WST 06 (BRL versie 2020 V1.0)). Proces: Met goedkeuring van het DARO zijn de prestatieafspraken definitief en worden in de SOK opgenomen. De totale schaduwprijs van de gehele ontwikkeling (MPG) is maximaal € 0,75 per m2 BVO per jaar; Bij oplevering van de nieuwe ontwikkeling wordt een materialenpaspoort (digitaal dossier) aangeleverd aan belanghebbende met alle toegepaste materialen en bijhorende eigenschappen, zoals Madaster of gelijkwaardig.

III. Klimaatbestendig Klimaatadaptatie In de binnenstad van Rotterdam wordt veel bijgebouwd. Om nu en in de toekomst te zorgen voor een aangenaam woon-, werk-, en verblijfsklimaat en in te spelen op klimaatveranderingen moeten maatregelen op gebied van klimaatadaptatie toegepast worden. In het Rotterdamse Weerwoord worden de thema’s neerslag, grondwater, hitte, droogte, overstroming en bodemdaling behandeld. Op deze binnenstedelijke locatie spelen met name de thema’s wateroverlast en hittestress. De binnenstad van Rotterdam kent een verhoogde mate van hittestress. Dit deel van de stad wordt gemiddeld 6 graden warmer dan omliggend gebied. Nieuwe ontwikkelingen mogen het risico op hittestress niet verhogen. Op het ensemble dragen vergroening en verdamping bij aan het verminderen van hittestress. Er worden zonwerende maatregelen genomen om warmtetoetreding in woningen en kantoren te minimaliseren. Rotterdam wil voorbereid zijn op steeds vaker voorkomende hevige regenbuien. Het rioleringsstelsel wordt zoveel mogelijk ontlast. Het Gemeentelijk Rioleringsplan schrijft voor dat op eigen terrein 50 mm hemelwater per uur en 70 mm per 24 uur geborgen wordt.

Een slim systeem zorgt voor vertraagde afvoer zodat er voldoende ruimte in de buffer is als een nieuwe regenbui wordt verwacht.Bij voorkeur wordt opgevangen hemelwater zoveel mogelijk hergebruikt voor bijvoorbeeld het bewateren van groenvoorzieningen. In het kader van het IP Hofplein wordt onderzocht of ondergrondse waterberging mogelijk is. In overleg met RED Company wordt onderzocht of een aansluiting van de RISE-

RISE NvU

ontwikkeling op deze waterberging technisch en financieel haalbaar is als aanvaardbaar alternatief voor de opvang van hemelwater op eigen terrein. De massaopbouw van RISE bestaat uit een drietal torens op een onderbouw. Uitgangspunt is dat alle daken multifunctioneel worden ingericht met minimaal twee functies. In Rotterdam spreken we over de invullingen groen, water, opwekking energie en verblijfsfuncties. Bij de invulling zal rekening gehouden worden met de mate waarop woningen zicht hebben op de lager gelegen daken. Hierbij worden de lager gelegen daken ingericht voor bijv. vergroening, waterberging en sociaal gebruik. Hogere daken worden bij voorkeur gebruikt voor energieopwekking en waterberging. Op de vergroende daken wordt een voldoende dik substraat toegepast zodat bomen van de derde orde grootte kunnen worden geplant.

Figuur 1. - Beoogde ecologische verbinding tussen het Noorderkanaal en de Nieuwe Maas.

Figuur 2. - 'Steppingstones' in netwerk van kleine leefgebieden om bestaande leefgebieden te vergroten. Bron: www.greendealgroenedaken.nl

6. Duurzaamheid

Ecologie en biodiversiteit Biodiversiteit is de basis van een gezonde leefomgeving. Plaagdierbestrijding, het voorkomen van ziektes in planten en bomen, een goede waterhuishouding, CO2 vermindering en fijnstof vermindering zijn allemaal terug te leiden naar een goede biodiversiteit in de stad. Het belang van biodiversiteit voor een gezond en evenwichtig ecosysteem in de stad is onderdeel van de Visie Openbare Ruimte van de gemeente Rotterdam. Doel is om een volledig en robuust ecosysteem in de stad te realiseren. Dit is mogelijk door sterke verbindingen te creëren, waardoor uitwisseling kan plaatsvinden tussen ecologisch waardevolle gebieden. De RISE-ontwikkeling kan bijdragen aan de ecologische verbinding tussen het Noorderkanaal, via de Hofbogen, de Westersingel en Het Park naar de Nieuwe Maas. De juiste combinatie van groene ‘stepping stones’ (figuur 2) in de ontwikkeling en de omgeving is van groot belang om de structuur dusdanig te versterken dat deze daadwerkelijk functioneert als verbinding voor de uitwisseling van planten en beesten tussen verschillende groengebieden.

ten de volgende functies aanwezig dienen te zijn in iedere (deel)projectlocatie om een lokaal ecosysteem te faciliteren: Voortplantingslocatie (vleermuiskasten, nestkasten voor vogels en dichte, rustige struiken) Veiligheid (verschuilplekken, zoals struiken, bomen, takkenrillen) Voedsel (planten en bomen met bloemen, zaden en bessen) Verbinding (bijvoorbeeld bomenrijen, hagen of gevelgroen gericht op omringend groen)

·· ·· ·· ··

Er dient met een aantal zaken rekening te worden gehouden, zoals het toevoegen van zoveel mogelijk functioneel groen op straat, daken en gevels; plantensoorten afgestemd op de soorten die er voorkomen; een mix van rust en reuring, want elke soort heeft andere behoeftes waarvoor doelgericht fourageerplekken moeten worden ingericht. Concrete aanbevelingen voor een succesvolle bijdrage aan de biodiversiteit zijn: Daken Daken onder de 30 meter hoogte beplanten met zo veel mogelijk inheemse beplanting die varieert in hoogte en dichtheden om te voorzien in bloemen, zaden of bessen. Een oppervlak van ten minste 20m2 binnen het projectgebied bestaat uit bomen en/of struikvegetatie van ten minste 2 meter hoog en geeft rust en verblijfsfunctie voor een grote groep soorten. Ieder dak dient ten minste in één vorm van verblijfplaats voor insecten te voorzien. Dit kan bijvoorbeeld een insectenhotel, dood hout of een stenenhoop zijn. Bij groene daken hoger dan 30 meter, dient een verbinding te worden gemaakt met lagere daken, zodat diersoorten op deze daken terecht kunnen komen. Dit kan in de vorm van gevelgroen overgaand in dakgroen. Daken zonder groene functie dienen ten minste nestgelegenheid aan te bieden voor de slechtvalk. Er dienen rustige locaties ingericht te worden waar dieren kunnen verblijven zonder grote verstoring door de aanwezigheid van mensen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e44991b8-3fd0-4eb3-9760-fbeed3e4d723