CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb1119 Bijlage 1 behorende bij 21bb1071 - Heel de stad Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021 - 2026

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15.1 Het voorstel tot vaststelling van het Rotterdamse beleidsplan voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2021-2026 ‘Heel de stad’, alsmede de Lokale Agenda Toegankelijkheid.23.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

b. Met de schoolbesturen zorgen we ervoor dat de ondersteuningsstructuur op scholen eerdere en lichtere vormen van ondersteuning mogelijk maakt en de (preventieve) jeugdhulp daar beter op aansluit. Hierbij wordt extra aandacht gegeven aan nieuwkomers die ondersteuning nodig hebben. c. We stellen een breder palet aan preventieve interventies beschikbaar in de wijken, waaronder specifieke interventies voor kinderen in echtscheidingssituaties, kinderen van ouders met psychische problematiek of een licht verstandelijke beperking en kinderen met lichte gedragsproblematiek.

27

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Een stevige start De ontwikkeling van kinderen begint al ver voor de geboorte en de vraag of ze later wel of geen hulp en ondersteuning nodig hebben, wordt voor een belangrijk deel al in die fase beantwoord. Dat rechtvaardigt de ondersteuning van kwetsbare vrouwen die zwanger zijn of willen worden. Nog voordat hun kindje geboren is, kunnen zij terecht bij de wijkteams. De rol van Moeders van Rotterdam wordt door de wijkteams overgenomen. Er komt aanbod voor moeders met lichtere problematiek, waaronder een breed palet aan preventieve interventies en lichte vormen van ondersteuning. Daarnaast is er ook specialistische hulp voor meer kwetsbare vrouwen. We nemen tevens initiatieven voor het realiseren van betaalbare huisvesting.

Voorgestelde maatregelen:

1. De door Moeders van Rotterdam ontwikkelde ondersteuning wordt gefaseerd geïntegreerd in de wijkteams. 2. Er komt een stedelijk meldpunt voor kwetsbare zwangere vrouwen en kwetsbare moeders. 3. Binnen de bestaande initiatieven rond jongerenhuisvesting, flexwonen en maatschappelijke opvang houden we aandacht voor de doelgroep kwetsbare moeders. 4. Opvoedondersteuning en (preventieve) hulp aan kinderen wordt ingezet bij kwetsbare gezinnen die vanuit de Wmo-ondersteuning ontvangen. Hierbij is aandacht voor relatieondersteuning en stressreductie bij de ouders.

We willen ook gezinnen met ouders met psychische problematiek, een licht verstandelijke beperking of gezinnen waarin sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling meer ondersteuning bieden bij het opvoeden en opgroeien. Er komt meer aandacht voor de ontwikkeling van expertise op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling bij wijkteammedewerkers. Diagnostiek en traumascreening bij kinderen die te maken hebben gehad met een vorm van huiselijk geweld moet vanzelfsprekend worden. Zo gaan preventieve ondersteuning voor kinderen, specialistische hulp bij trauma en hulp aan ouders hand in hand, om zo intergenerationele overdracht van psychosociale problematiek een halt toe te roepen.

28

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

29

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Een onbelemmerde ontwikkeling De kwaliteit van de jeugdhulp en de mate waarin deze ‘passend’ is, verdient een verbeterslag. Dat willen we bereiken door enerzijds te werken aan een betere organisatie van de hulpverlening en anderzijds door te investeren in alternatieve vormen van hulp, zoals bijvoorbeeld gezinsarrangementen. Om te kunnen achterhalen waarom de hulpvraag voor sommige kinderen zich opstapelt en niet voldoende effectief is, zullen we meer informatie gaan verzamelen en onder meer data-analyse inzetten. Ondanks het vergroten van het jeugdhulpbudget ontstonden bij de jeugdhulporganisaties wachtlijsten en ook is gebleken dat we niet altijd snel genoeg kunnen handelen bij zaken waarin de veiligheid of ontwikkeling van kinderen ernstig wordt bedreigd. In de bestrijding van kindermishandeling en het beschermen van kinderen tegen onveilige opvoedsituaties zijn Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en de Gecertificeerde Instellingen onze belangrijkste partners. Natuurlijk willen we voorkomen dat kinderen in onveilige situaties terechtkomen en daarom zetten we met onder andere Stevige Start in op het voorkomen van stress en het verbeteren van hechting tussen ouders en kinderen. Helaas zijn kindermishandeling en huiselijk geweld op korte termijn niet uit te bannen en blijven het signaleren en oplossen van deze situaties de hoogste prioriteit.

Zowel Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) als de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) kampen met wachtlijsten en het aantal crisismeldingen is flink toegenomen. Het is belangrijk dat de wijkteams adequater kunnen handelen en dat de GI’s meer tijd krijgen om de wettelijke maatregelen inzake jeugdbeschermings-, jeugdreclasserings- en voogdijzaken op te pakken. Alleen op die manier kan de vereiste kwaliteit van hulpverlening worden geboden en kan voorkomen worden dat problemen zo groot worden dat een maatregel of crisisopvang nodig is.

Kinderen uit gezinnen met een complexe problematiek staan al met één-nul achter. Daarom willen we hen eerder (preventieve) hulp aanbieden, ook al zijn hun problemen nog niet significant. Denk hierbij aan de meest kwetsbare gezinnen voor wie stabiliteit op het gebied van huisvesting, financiën en onderwijs/dagbesteding/ werk geborgd wordt door de inzet van bijvoorbeeld traumabegeleiding of andere specifieke zorg. Hiermee hopen we te voorkomen dat kwetsbaarheid van generatie op generatie wordt overgedragen. Ondanks de aandacht die er de laatste tijd is voor verwaarlozing en mishandeling blijft veel onbesproken. We weten dat bescherming bieden aan slachtoffers niet voldoende is om de cirkel van geweld te doorbreken. Het is nodig om het hele gezinssysteem te betrekken bij de hulpverlening en daarbij de dynamiek tussen de gezinsleden en de onderliggende problematiek mee te nemen. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt van professionals dat zij kennis hebben van de dynamiek van geweld, over hoe patronen van geweld zich ontwikkelen in gezinnen en wat dit met alle leden van het gezin doet. Ze zijn in staat dit zo vroeg mogelijk te signaleren en weten wat dan het handelingsperspectief is. Ook moeten ze weten wat er nodig is om deze complexe situaties te doorbreken.

Het vraagt om expertise op het gebied van systemisch werken en het kunnen inzetten van hulp aan alle gezinsleden. Kortom, professionals die getraind en toegerust zijn om goed om te gaan met deze problematiek. Ook vraagt dit om een structuur waarin de professional zijn expertise toe kan passen en directe toegang heeft tot de hulp en voorzieningen die nodig zijn. In gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling kan daarbij snel een gelijktijdig hulpaanbod voor ouders én kinderen worden ingezet. We blijven verder monitoren of dit voldoende antwoord biedt op dit vraagstuk.

30

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

31

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

We weten uit de analyse van incidenten dat de samenwerking tussen partijen die elk een stukje van de puzzel in handen hebben, beter moet. Vertrouwen in elkaar is daarbij de sleutel. We faciliteren ontmoetingen en netwerkbijeenkomsten voor professionals om elkaar en elkaars werkwijze beter te leren kennen. En we blijven werken aan een beter gebruik van onze signaleringsinstrumenten SISA en Sluis. Daarnaast investeren we in voorlichting via welzijn en het onderwijs. Door professionals en ervaringsdeskundigen worden op het voortgezet onderwijs, het mbo en het hbo lessen gegeven over huiselijk geweld en kindermishandeling. We hebben de infrastructuur om meer kinderen te helpen, maar moeten wel daadwerkelijk zorgen dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. We werken hard aan de realisatie van het Centrum Huiselijk geweld en Kindermishandeling (CHG&K). In dit centrum wordt een aanpak ontwikkeld voor gezinnen met meervoudige en complexe problematiek, waarbij de reguliere hulpverlening ontoereikend is gebleken. Ook wordt hier een aanpak voor acuut geweld ontwikkeld waarbij nauw wordt samengewerkt met het Centrum voor seksueel geweld.

Tot slot hebben we aandacht voor jongere Rotterdammers (16-27 jaar). Veel kwetsbare jongvolwassenen zijn nog onvoldoende in staat om zonder ondersteuning zelfstandig te wonen. Die ondersteuning moet langer mogelijk zijn. Volwassen en zelfstandiger worden is een proces, waarbij begeleiding in de complexe wet- en regelgeving van de Participatiewet, Wmo 2015 en Jeugdwet voor deze doelgroep noodzakelijk is. Verlengde jeugdhulp was al mogelijk, maar vooral schuldenproblematiek en huisvesting blijken hardnekkig en vragen om extra inzet vanuit de gemeente. Dat kan alleen in gezamenlijkheid met woningcorporaties en zorgaanbieders.

Jeugdreclasseringsmaatregelen worden uitgevoerd door de Gecertificeerde Instellingen, waarbij aansluiting op de directe omgeving van de jongere van groot belang is. We werken aan een betere aansluiting van zorg en ondersteuning op maatregelen die door de jeugd- en familierechter of de strafrechter zijn uitgesproken. Dit vraagt aan de ene kant om het organiseren van doorlopende zorg (ondanks verschillende financieringsstromen), maar ook om meer samenwerking tussen professionals in de strafrechtketen en zorgprofessionals.

32

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Voorgestelde maatregelen:

1. We bevorderen de kwaliteit en passendheid van jeugdhulp. a. We, kopen extra Basis GGZ-hulp in. Hiermee bieden we kinderen de mogelijkheid om snel en laagdrempelig hulp te krijgen en verminderen we een deel van de instroom in de specialistische jeugdhulp. b. We zorgen voor voldoende verblijfsfuncties voor jeugdigen waarbij we focussen op kleinschalige woonvormen, begeleid wonen en pleegzorg. We vergroten bovendien de uitstroom uit de jeugdhulp door afspraken te maken over (nieuwe vormen van) jongerenhuisvesting. Pleegzorg en gezinshuizen worden ook toegankelijk voor jongvolwassenen tot 21 jaar. 2. We verbeteren de ondersteuning van jongeren (16-27 jaar) a. Wij sluiten aan bij de programma’s en acties die vanuit het fysieke domein worden opgepakt voor voldoende aanbod van betaalbare en beschikbare woningen voor jongeren, zodat dakloosheid wordt voorkomen en de uitstroom uit de residentiële jeugdhulp wordt vergroot. b. Voor jongeren en jongvolwassenen die in detentie zitten starten we de ondersteuning op het gebied van psychische problematiek, onderwijs, huisvesting en inkomen al tijdens de detentie en zorgen dat deze wordt gecontinueerd zodra de jongere vrij komt. c. In de regio Rijnmond wordt een kleinschalige voorziening ontwikkeld, waarin jongeren met een strafrechtelijke maatregel worden geplaatst.

Deze alternatieve vorm van detentie stelt jongeren in de gelegenheid om bijvoorbeeld regulier onderwijs te blijven volgen en maakt de overstap naar een constructieve leefstijl na detentie minder groot. d. We gaan meer doen voor jongeren met psychische problematiek, zoals depressies en verslaving. Het is noodzakelijk dat ondersteuning en advies laagdrempelig is via de scholen. Naast de aanwezigheid van zorgprofessionals met expertise op het gebied van bijvoorbeeld verslaving en depressies, zorgen we ook voor de beschikbaarheid van buddy’s: mentoring is een laagdrempelige vorm van begeleiding, die heel waardevol kan zijn voor jongeren die zich onvoldoende gesteund voelen of de weg in de ingewikkelde wet- en regelgeving rondom maatschappelijke ondersteuning niet kunnen vinden. Ook wordt geïnvesteerd in e-health voor deze doelgroep.

3. We bieden meer integrale ondersteuning aan gezinnen. a. De integrale gezinsarrangementen worden doorontwikkeld door deze uit te breiden met zowel preventie als jeugdhulp voor de doelgroepen: gezinnen met een HGKM-geschiedenis en ouders met LVB en psychiatrische problematiek. b. We gaan de expertise en het handelingsperspectief van de wijkteams op het signaleren en doorbreken van huiselijk geweld en kindermishandeling verder versterken. c. In Rotterdam komt een Centrum voor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling voor gezinnen met een complexe problematiek die nu onvoldoende kunnen worden geholpen. d. De gecertificeerde instellingen krijgen meer tijd voor de uitvoering van de wettelijke maatregelen op het gebied van jeugdbescherming, jeugdreclassering en voogdijzaken en gaan de wijkteams ondersteunen bij situaties waar de veiligheid van kinderen in het gedrang is, zodat escalatie kan worden voorkomen. Om deze maatregelen budgetneutraal te kunnen treffen, streven we ernaar de noodzaak tot instroom richting de specialistische GGZ te beperken en zullen we de welzijnsopdracht voor jeugdwerk inhoudelijk herijken.

33

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

34

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

4.2 Meer aandacht voor Rotterdammers in een kwetsbare situatie Het aantal Rotterdammers in een kwetsbare positie neemt toe. Op landelijk niveau is de zorg voor deze mensen de afgelopen jaren sterk veranderd. Het uitgangspunt is: herstellen doe je zoveel mogelijk thuis, in je eigen omgeving. Nederland beschikt echter over relatief veel intramurale GGZ-voorzieningen. Als gevolg hiervan is in Rotterdam door de GGZ onder meer het aantal klinische bedden afgebouwd en werkt de sector veel meer vanuit ambulante ondersteuning. In de landelijke afspraken voor de komende periode wordt deze lijn onverkort doorgezet. Voor onze stad heeft dat grote consequenties. Een toenemend aantal mensen in een kwetsbare situatie klopt aan bij de gemeente. Bijvoorbeeld na

Definitie van kwetsbaarheid

Het begrip kwetsbaarheid kent verschillende definities. In essentie gaat het om mensen die verminderde regie op het eigen leven hebben en die in combinatie met een complexe situatie maken dat er een behoefte is aan ondersteuning. Fysieke, psychische en sociale factoren maken dat iemand meer of minder kwetsbaar is. Het gaat om mensen die het alleen niet redden en om die reden ondersteuning nodig hebben om regie te houden op hun leven en om te kunnen te functioneren in de maatschappij.

het verlaten van de kliniek. Of om te voorkomen dat problemen verergeren en er later weer een beroep moet worden gedaan op zwaardere vormen van zorg. Daarbij verandert de samenleving sterk, waarbij niet iedereen makkelijk daarin mee kan. Om kwetsbare Rotterdammers een gelijke kans te geven om mee te doen is een aantal structurele acties nodig. Rotterdam wil een inclusieve stad zijn, waarin alle bewoners een plek hebben om te wonen, te leven en om zich veilig te voelen – ook degene die kwetsbaar zijn. Deze visie is ook neergelegd in het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers zoals in de inleiding is opgenomen. Dit plan van aanpak vormt de basis voor de komende jaren waarbij doelstellingen en ambities uit dit plan een meerjarige inzet vragen vanuit verschillende partijen. Om die reden is het van belang dat deze vereiste inzet goed wordt geborgd en voorgezet in het nieuwe beleid.

Hoeveel Rotterdammers bevinden zich in een kwetsbare situatie?

In dit hoofdstuk ligt de focus op Rotterdammers die vanwege een licht verstandelijke beperking en/of psychische/psychiatrische problematiek dan wel huiselijk geweld in een kwetsbare situatie terecht zijn gekomen. In onderstaande tabel staat een inschatting van het aantal Rotterdammers (op jaarbasis) in een kwetsbare situatie ingedeeld naar problematiek.

Huiselijk geweld

8.700

GGZ-problematiek (met indicatie)

12.000

Licht verstandelijke beperking

Dakloosheid

4.000

1.700

35

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Woonvormen De meest kwetsbare Rotterdammers zijn personen of complete gezinnen die te maken hebben met een combinatie van een licht verstandelijke beperking en een vorm van psychosociale problematiek. Daarnaast hebben we het over de mensen die betrokken zijn bij of slachtoffer zijn van huislijk geweld en kindermishandeling. Naast de integrale zorg in de vorm van gezinsarrangementen zoals beschreven in paragraaf 4.1, willen we voor deze groepen vooral investeren in (nieuwe) woonvormen. Waaronder tussenvoorzieningen, waarbij kwetsbare Rotterdammers meer geclusterd wonen mét ambulante ondersteuning dicht in de buurt. Daarnaast investeren we in meer diversiteit en spreiding van het aanbod aan woonvormen voor kwetsbare doelgroepen. Een stabiele eigen woonplek is een beschermende factor voor het leiden van een veilig, gezond en kansrijk leven. Het doel van tussenvoorzieningen is het verkleinen van de voor de cliënt grote stap van een intramurale setting (opvang/beschermd wonen) naar volledig zelfstandig thuis met begeleiding. Belangrijk element hierin is het creëren van een steunstructuur rondom de kwetsbare cliënt, waar hij of zij op kan terugvallen. We verkennen of we het aantal plekken voor beschermd wonen kunnen transformeren naar plekken voor geclusterd wonen mét ambulante ondersteuning.

Daarvoor moet energie gestoken worden in het vergroten van de acceptatie, het draagvlak en de draagkracht van de omwonenden in de wijk. Laagdrempelige, preventieve ondersteuning, zo veel mogelijk in de eigen buurt en leefomgeving (bijvoorbeeld in het Huis van de Wijk), is hierbij cruciaal. We zien twee varianten van tussenvoorzieningen voor ons: tijdelijk wonen op een gemeenschappelijke locatie en geclusterd zelfstandig wonen in de nabijheid van een zorglocatie. De doelgroep ontvangt begeleiding en een bepaalde vorm van toezicht. Hierbij gaat het om kwetsbaren die doorstromen uit de opvang en/of een intramurale setting en die te ‘zwaar’ zijn om zelfstandig te wonen en te ‘licht’ voor volledig beschermd wonen. Het gaat om de groep met voldoende herstelpotentieel of mensen bij wie het herstel zo ver is gevorderd dat de stap naar zelfstandig wonen op korte termijn te maken is. Gevoeligheid voor psychische problematiek is vaak iets blijvends, waarbij het herstelproces met vallen en opstaan gaat. Het is daarom zinvol om cliënten niet (volledig) uit het oog te verliezen, zodat bij terugval weer snel ondersteuning kan worden geboden. Dit doen we op dit moment in de vorm van een waakvlamarrangement waarbij de ondersteuning in een lage frequentie wordt voortgezet, zodat vinger aan de pols kan worden gehouden. Voor de toekomst willen we hierin verder stappen zetten.

Een belangrijke randvoorwaarde voor bovenstaande ambities is dat er voldoende aanbod van betaalbare huisvesting is (zowel flexibel/tijdelijk als structureel, denk aan kamerbewoning). Daarom sluiten we aan bij de programma’s en acties die vanuit het fysieke domein worden opgepakt. Specifiek gaan we hierbij kijken naar de mogelijkheden om ‘spreiding’ van doelgroepen in de stad meer mogelijk te maken c.q. bepaalde complexe/ gebieden iets meer te ontlasten (via route van urgentie SUWR).

Voorgestelde maatregelen:

1. Er komen tussenvoorzieningen voor de kwetsbare doelgroep. 2. We creëren een steunstructuur rondom kwetsbare cliënten in de wijk met meer regie en aandacht voor (vroeg)signalering van kwetsbare Rotterdammers en mensen met onbegrepen gedrag.

Aandacht voor vroeg-signalering en passende ondersteuning Niet iedere kwetsbare Rotterdammer is in staat om de hulpvraag bij het juiste loket neer te leggen, zoals mensen met een (licht) verstandelijke beperking en ‘zorgmijders’. Hier zijn we alert op. Zo ontwikkelen we een stedelijke aanpak voor een betere dienstverlening aan Rotterdammers met een licht verstandelijke beperking. Voor ex-gedetineerden en andere Rotterdammers wiens hulpvraag zit op het snijvlak van zorg en veiligheid is het belangrijk dat er stabiele, passende hulp en ondersteuning wordt geboden om recidive en overlast te voorkomen. Voor jongvolwassenen betekent dit dat we onderwijs en (jeugd)hulp organiseren die wordt gecontinueerd zodra ze vrijkomen. De domeinen zorg en veiligheid hebben een sterke samenwerking ontwikkeld voor deze doelgroepen. Dit gebeurt voor een belangrijk deel vanuit het Zorg en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond. Met de combinatie van zorg en straf kan een delinquent hulp en zorg in een gedwongen kader ontvangen.

Voorgestelde maatregelen:

1. Er wordt geïnvesteerd in een betere herkenning van een (licht) verstandelijke beperking bij de loketten ende vindplaatsen en in het verder ontwikkelen en inzetten van bemoeizorg. 2. We kiezen voor een persoonsgerichte aanpak voor de doelgroep nazorg na detentie en de complexe doelgroep op het snijvlak van zorg en veiligheid,

36

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

37

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Aandacht voor stabiliteit en het voorkomen van terugval

Bevorderen van meedoen in de maatschappij

Voor wie daartoe in staat is, wordt maatschappelijke ondersteuning ingezet om hem meer zelfredzaam te maken. Zelfredzaamheid is echter niet voor iedereen een haalbaar perspectief. De meest kwetsbaren zijn gebaat bij een levenslange vorm van ondersteuning, zodat ook zij kunnen blijven meedoen in de stad. We laten hen niet los en ontwikkelen hier specifieke arrangementen voor. Met behulp van ervaringen die we hebben opgedaan met waakvlamarrangementen, de aanpak van Exit en de ondersteuning aan de meest kwetsbare groepen werken we deze arrangementen verder uit.

Uit onderzoek van o.a. Burdorf (EUR) blijkt dat mensen met een baan gezonder en vitaler zijn. Zij zijn zelfredzamer (zowel in sociaal als in financieel opzicht), hebben een betere dagstructuur, eigenwaarde en zingeving en minder last van eenzaamheid of psychische klachten. Een passende baan is belangrijk om zo mee te doen en een zinvolle bijdrage te leveren aan de maatschappij. Het hebben van werk is een beschermende factor. Het draagt bij aan herstel van kwetsbaren. Het geeft mensen eigenwaarde en de mogelijkheid tot het weer innemen van een sociale rol in de maatschappij. Werk is daarmee de beste zorg die er is. Het groeiende besef van werkgevers om een meer inclusief beleid te voeren moet hierbij helpen. Niet alleen vanuit moreel besef, maar ook vanwege de toegenomen druk op de arbeidsmarkt.

Voorgestelde maatregelen:

1. We geven meer aandacht aan terugval preventie (herstelgerichte zorg) en werken aan het duurzaam oplossen van problematiek. Dit doen we via het stabiliteitsarrangement. 2. We gaan toewerken naar specifiek aanbod om de stabiliteit van de meest kwetsbare doelgroepen (denk aan nazorg na detentie met risico op terugval) op langere termijn te waarborgen.

Tegelijkertijd is aan (betaald) werk gaan én blijven niet voor iedereen even makkelijk. Voor kwetsbare Rotterdammers is het moeilijk om zonder ondersteuning aan het werk te gaan. Om die reden willen we voor hen extra bemiddeling en begeleiding zodat ook deze groep weer perspectief krijgt op een betere toekomst. Voorstel is om arbeidsmatige dagbesteding vanuit de Wmo 2015 meer om te buigen naar inzet van instrumenten uit de participatiewet. Hierbij willen we juiste prikkels inbouwen in de “maatschappelijke ladder” zodat de kwetsbare Rotterdammer – waar mogelijk – stap voor stap van dagopvang en andere vormen van dagbesteding richting beschut en betaald werk gaat.

Voorgestelde maatregelen:

1. We bevorderen het meedoen van de doelgroep in de samenleving. 2. We gaan de mogelijkheden voor kwetsbare Rotterdammers om via regulier werk deel te nemen aan het arbeidsproces beter benutten. 3. Voor de meest kwetsbare Rotterdammers voor wie regulier werk voor langere termijn te hoog gegrepen is, wordt gestreefd naar participatie (vrijwilligerswerk) in de eigen buurt/wijk, in bijvoorbeeld het Huis van de Wijk. Om deze maatregelen budgetneutraal te kunnen treffen, zet de gemeente – naast het gefaseerd transformeren van de financiering van arbeidsmatige dagbesteding – in op het transformeren van een aantal plekken voor beschermd wonen naar woonplekken in een tussenvoorziening.

38

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

39

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

4.3 Meer aandacht voor oudere Rotterdammers die langer thuis wonen

zal het beroep op de zorg zo veel mogelijk beperken. Dit vraagt om geschikte woningen en innovatieve woon(zorg)concepten. En natuurlijk om passende zorg en ondersteuning waar dat nodig is.

De bevolkingssamenstelling van onze stad verandert. Al in hoofdstuk twee hebben we vastgesteld dat het aantal oudere Rotterdammers groeit. Tot 2035 neemt het aantal inwoners van 65 jaar en ouder met ruim 30.000 toe. Zij vormen tegen die tijd een vijfde deel van de totale bevolking. Het aantal ouderen met een migratieachtergrond stijgt ook, evenals het aantal ouderen met dat alleen woont. Ook krijgen we te maken met fors meer Rotterdammers die lijden aan dementie. Hier staat tegenover dat het aantal mantelzorgers juist afneemt. Nu staan er nog 15 potentiële mantelzorgers klaar voor iedere 85-plusser, in 2040 zijn dat er nog maar 6.

Zoals al in de inleiding is aangegeven heeft het College samen met veel partners in de stad een stevig programma opgezet: Rotterdam Ouder en Wijzer. De missie en doelen uit het programma vragen een meerjarige inspanning vanuit wonen, welzijn en zorg. Daarom is het belangrijk dat hetgeen vanuit dit programma tot stand wordt gebracht goed geborgd en voortgezet wordt in het reguliere beleid van de komende jaren. De nieuwe opdrachten aan zorg- en welzijnspartijen zijn daarin van groot belang.

Dat betekent dat bij ongewijzigd beleid het aantal mensen dat een beroep gaat doen op zorg en ondersteuning enorm zal toenemen. Omdat verzorgingshuizen de afgelopen jaren zijn afgebouwd, wonen oudere Rotterdammers met een stijgende zorgvraag steeds langer zelfstandig. De afgelopen jaren zien wij deze ontwikkeling al terug in de stijging van het aantal mensen dat een beroep doet op maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wmo 2015. In de eerste helft van 2019 hadden 3,9% meer Rotterdammers een indicatie voor een Wmomaatwerkvoorziening dan in de eerste helft van 2018. Het aantal Rotterdammers met een indicatie voor een Wmo-arrangement steeg in die periode zelfs met 6,6%. Deze groei in cliënten gaat gepaard met eveneens stijgende kosten. Naast de opgave om de kostengroei te beheersen, vraagt de ondersteuning van thuiswonende ouderen met een stijgende zorgvraag om inzet van meer professionals, terwijl de zorgsector kampt met een groot personeelstekort. Het goed organiseren van de zorg en ondersteuning die vanuit verschillende zorgdomeinen en vanuit verschillende organisaties wordt geboden, is een belangrijke opgave. We zullen daarbij domein-overstijgend moeten denken en handelen om versnippering tegen te gaan. Het uitgangspunt is dat Rotterdamse ouderen prettig, zoveel mogelijk in hun eigen wijk in de stad oud kunnen worden.

We zien de vergrijzing óók als een kans: we hebben het over een groep inwoners die meer tijd heeft om hun ervaring en talenten te investeren in de stad. We hebben er als stad belang bij dat deze groep zo lang mogelijk zelfstandig, zelf- en samen-redzaam en in goede gezondheid blijft. Dat is voor henzelf prettiger en

Ook vanuit de Rijksoverheid wordt op basis van de programma’s Langer Thuis en De Juiste Zorg op de Juiste plek gewerkt aan een toekomstbestendig zorgstelsel. In januari 2020 is het voorlopige rapport van de commissie Bos verschenen. Daarnaast stelt VWS ten tijde van het schrijven van dit beleidsplan een contourennota op waarin aanpassingen aan het zorgstelsel worden verwacht om aan de (toekomstige) zorgvraag te kunnen blijven voldoen. De commissie Bos bepleit in haar rapport onder andere om meer prikkels in te bouwen om gemeenten te belonen naarmate de instroom in de Wlz lager is en om zorgkantoren meer ruimte te geven om te investeren in activiteiten die deze instroom ook verkleinen. Ook benadrukt de commissie het belang van samenwerking tussen gemeente en zorgverzekeraars en de sturing op domein-overstijgende samenwerking tussen professionals. De commissie Bos adviseert verder een ‘stelselverschuiving’ die forse gevolgen kan hebben: om alle ondersteuning aan zelfstandig wonende ouderen uit de Wlz over te hevelen naar de Wmo 2015/Zvw en alleen de intramurale zorg onder de Wlz te houden. Ook adviseert de commissie om hulp bij het huishouden ‘over te hevelen’ naar de bijzondere bijstand. Deze aanbevelingen bieden kansen én risico’s voor de gemeente Rotterdam en onze partners, afhankelijk van belangrijke politieke keuzes die nog moeten worden gemaakt.

We zullen in ons beleid en onze opdrachten rekening moeten houden met deze door dit of het volgend kabinet nog te maken keuzes.

40

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

80.000 70.000

74.473

77.027 67.203

60.000 50.000

54.881

40.000

43.515

30.000 30.610 20.000 18.521

10.000 13.037 0 55 t/m 64 jaar

65 t/m 74 jaar

75 t/m 84 jaar

85 jaar en ouder

2019 prognose 2035

Ouderen zo lang mogelijk vitaal We willen graag een stad zijn waar Rotterdammers samen met anderen gezond en vitaal oud kunnen worden. En waar ouderen passende ondersteuning kunnen krijgen wanneer dat nodig is. Om dat ook op langere termijn organisatorisch en financieel mogelijk te maken, moeten we maatregelen nemen die bijdragen aan het vergroten of behouden van vitaliteit, welbevinden, zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Zodat het beroep op professionele zorg en ondersteuning wordt beperkt. Dat betekent vooral dat we moeten werken aan het versterken van beschermende factoren (zie het factorenmodel) zoals: geschikte woningen, een steunend sociaal netwerk, een prettige en veilige woonomgeving en een zinvolle dagbesteding. Het welzijnswerk vervult een belangrijke rol in het organiseren van laagdrempelige ontmoeting in Huizen van de Wijk en preventieve dagbesteding, en in het uitvoeren van de 75+ huisbezoeken (tijdig informeren en activeren van ouderen).

Veel ouderen zijn eenzaam. We hebben hier de afgelopen jaren al veel aan gedaan en willen dat blijven doen. Samen met de Coalitie Erbij Rotterdam, prof.dr. Anja Machielse en de verschillende kenniscentra willen wij het model van Anja Machielse, dat bedoeld is om vormen van eenzaamheid te herkennen en de passende interventies toe te passen, integreren in het werk van vrijwilligers en zorg- en welzijnsprofessionals. Het welzijnswerk vervult ook een belangrijke rol in de samenwerking met partners op het thema gezondheid van ouderen. Dit is zowel gericht op een gezonde leefstijl als op de vroeg-signalering van kwetsbaarheid en eenzaamheid, in samenwerking met zorgprofessionals. Het beleidsterrein van gezondheidsbevordering en secundaire preventie en het preventieakkoord Gezond010 levert ook een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit van oudere Rotterdammers.

41

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

42

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

De komende jaren lijden steeds meer Rotterdammers aan dementie. Leven met dementie betekent dat de persoon met dementie en zijn naasten, naast de veranderingen door de ziekte zelf, moet leren omgaan met alle veranderingen die dat met zich meebrengt in het dagelijks leven, maar ook op psychisch en sociaal vlak. Met ondersteuning op het vlak van sociale relaties, zingeving en het behoud van betekenisvolle activiteiten, wordt de persoon met dementie zoveel mogelijk aangesproken op de eigen competenties en interesses. En worden mantelzorgers vroegtijdig en laagdrempelig ontlast en ondersteund. Ook de samenwerking in het fysieke domein op basis van het Langer Thuis Akkoord 2020-2025 en de daarin verwoordde ambitie om in de toekomst te beschikken over voldoende geschikte woningen en te komen tot innovatieve woon(zorg)concepten, draagt bij aan vitaal en zelfstandig kunnen blijven wonen. De samenleving digitaliseert in hoog tempo. Steeds meer voorzieningen en diensten zijn alleen digitaal toegankelijk en ook sociale communicatie verloopt steeds meer digitaal. Daarom is het van groot belang dat de digitale inclusiviteit 55+, die in het programma Ouder en Wijzer is gestart, ook de komende periode wordt voortgezet. Daarnaast kunnen e-health toepassingen bijdragen aan vitaliteit, zelfregie en zelfredzaamheid en kunnen ze mantelzorgers ondersteunen.

In de Comfortwoningen en in Zorg van Nu 010 kunnen ouderen en (informele) zorgverleners op een laagdrempelige manier kennismaken met thuiszorgtechnologie die gemak, comfort en veiligheid bieden. Deze aanpak is afgelopen periode succesvol gebleken. In de periode van coronaquarantaine is het gebruik van digitale communicatiemiddelen voor en door ouderen in een versnelling geraakt. Daar willen we hier de komende jaren op verschillende manieren mee doorgaan. De mogelijkheden voor technologische toepassingen in de zorg en thuisondersteuning nemen toe. Je kunt hierbij denken aan stofzuigerrobots, valdetectie, sensoren, automatische omgevingsbesturing en ook aan de informatie- en communicatietechnologie (beeldbellen en beeldhorloges). Dit maakt het mogelijk de (mantel) zorg op een andere manier te organiseren. Technologie kan wezenlijk bijdragen aan het voorkomen, beperken of versterken van de professionele inzet. Technisch is er heel veel mogelijk en worden snel nieuwe oplossingen ontwikkeld. Toch worden technologische toepassingen nog te beperkt ingezet in de praktijk.

Door te investeren in de vitaliteit van ouderen kunnen zij langer zelfstandig wonen en de mogelijkheden benutten om zo lang mogelijk zelfredzaam of samen-redzaam te blijven. Er zijn in de nabije omgeving meer mogelijkheden voor ontmoeting en samen eten. Het welzijnswerk is voor ouderen zichtbaar aanwezig in de wijk.

Voorgestelde maatregelen:

1. We ondersteunen vitale woongemeenschappen. Met de hulp van welzijnsorganisaties kan het zelf organiserend vermogen van bewoners in seniorencomplexen worden vergroot. Daarmee wordt de leefbaarheid in het complex en de zelfen samen-redzaamheid en het welbevinden van ouderen versterkt. Vanuit de visie op ‘Rotterdammers eten samen’ wordt op diverse manieren samen eten gestimuleerd. 2. We stimuleren activiteiten rondom zingeving en rouwverwerking. Binnen het programma Rotterdam Ouder en Wijzer wordt met inzet van preventieve interventies voorkomen dat ouderen bij verlies (partner, gezondheid) structureel eenzaam worden en helpen we ouderen er toe te blijven doen. Het gaat hierbij om activiteiten rondom zingeving en rouwverwerking en om het organiseren van de juiste hulp op het juiste moment. Deze interventies willen we voortzetten. 3. We stimuleren ouderen om een gezonde leefstijl te omarmen. Denk hierbij aan bewegen en gezonde voeding. Succesvolle projecten met inzet van welzijn worden samen met partners, zoals zorgverzekeraars, geïnitieerd vanuit het programma Rotterdam Ouder en Wijzer. nuit het programma Rotterdam Ouder en Wijzer. 4. We werken aan de sociale benadering van dementie.

Het gaat hierbij onder meer om niet geïndiceerde vormen van dagbesteding zoals DemenTalent en Geheugenpaleizen, maar ook om ondersteuning door vrijwilligers en het vergroten van de expertise van welzijns- en zorgprofessionals. Dit alles past binnen de bredere aanpak ‘Rotterdam Dementievriendelijk’. 5. We stimuleren het gebruik van e-health toepassingen voor en digitale vaardigheid van alle Rotterdammers met hulpvragen. Daarbij hebben we oog voor de specifieke behoeftes van en mogelijkheden voor oudere Rotterdammers. 6. We investeren in e-health in de Wmo-maatwerkondersteuning. Door het gebruik van e-health in de ondersteuningsmix, kan een deel van de fysieke ondersteuning worden vervangen.

43

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Van individueel naar collectief en algemeen Om als oudere Rotterdammer zo lang mogelijk vitaal en zelfstandig te kunnen blijven wonen is er op wijk/gebiedsniveau een sociale en fysieke infrastructuur van wonen, welzijn en zorg nodig. Als er voldoende mogelijkheden zijn voor ontmoeting, maaltijdvoorziening, inloop en activiteiten in Huizen van de Wijk, woon(zorg)complexen en tussenvoorzieningen, dan zal naar verwachting een kleiner deel van de ouderen een individueel beroep doen op de Wmomaatwerkvoorzieningen. Voor een kwetsbare groep ouderen is het gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis te groot geworden. Het zijn vaak ouderen met fysieke problemen en geen of een zeer klein sociaal netwerk, waardoor zij dreigen te vereenzamen en hun gezondheid snel verslechtert. Juist deze meest kwetsbare groep ouderen heeft baat bij een woonvoorziening met zorg en verschillende voorzieningen en diensten nabij die hen een beschut gevoel geven en hen in staat stellen veilig en sociaal te wonen. Zorg en welzijnsdiensten (sociale activiteiten, samen eten, samen bewegen, alarmopvolging etc.) worden in deze tussenvoorzieningen door één aanbieder georganiseerd. Door voldoende collectieve en algemene voorzieningen in de buurt kunnen ouderen in hun eigen wijk wonen of binnen de wijk verhuizen naar een geschikte, aangepaste of aanpasbare woning of woon(zorg)complex.

Ondersteuning past beter bij hun behoefte en die van mantelzorgers, is sneller inzetbaar en professionals stemmen deze ondersteuning beter op elkaar af. Soms zal de oudere ervaren dat hij of zij wordt verwezen naar ondersteuningsaanbod dat hij zelf niet had bedacht of dat misschien niet zijn eerste keuze was. Zoals verhuizen naar een geschikte(re) woning bijvoorbeeld, maar ook deel-scootmobielen, e-health of het gebruik van het welzijnsaanbod in plaats van een maatwerkvoorziening. Dat vraagt om heldere uitleg en soms praktische of financiële steun voor wie dat nodig heeft.

In het programma Rotterdam Ouder en Wijzer is veel aandacht voor cultuursensitiviteit. Radar Rotterdam en IDEM hebben voor 2020 en 2021 de opdracht om cultuursensitief werken binnen het sociaal domein op de agenda te zetten en Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM) voert in diverse gebieden project Sociaal Vitaal in Kleur uit. We verwachten van de gemeentelijke uitvoering en van zorg- en welzijnsaanbieders inzet op cultuursensitiviteit, als onderdeel van vraaggerichte en passende ondersteuning. VWS heeft NOOM de opdracht te geven om een leidraad voor cultuurspecifieke intramurale zorg op te stellen. We denken dat deze leidraad ook voor extramurale ondersteuning handvatten geeft om te gebruiken in onze opdrachten aan zorg- en welzijnspartijen.

Voorgestelde maatregelen:

1. We gaan niet-geïndiceerde vormen van dagbesteding verder ontwikkelen. Daardoor kunnen meer ouderen gebruik maken van laagdrempelige vormen van dagbesteding. 2. We ontwikkelen tussenvoorzieningen. 3. We gaan meer algemene en flexibele vormen van respijtzorg ontwikkelen voor mantelzorgers. De respijtzorg zoals dit nu binnen de Wmoarrangementen is vormgegeven, willen we meer passend maken voor mantelzorgers die (tijdelijk) ontlast moeten worden. Ook het nieuwe steunpunt mantelzorg en het online Platform Zorgzaam 010 kunnen hieraan de komende jaren een belangrijke bijdrage leveren.

44

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

45

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Passende zorg en ondersteuning Rotterdammers worden ouder en wonen steeds langer zelfstandig, ook als zij gezondheidsproblemen krijgen. Dit betekent dat zij soms complexe zorg- en ondersteuning thuis nodig hebben, waarbij hulp door diverse professionals vanuit verschillende domeinen geboden moet worden. Op dit moment is de zorg hier nog onvoldoende voor toegerust. De samenwerking en afstemming tussen professionals onderling en met informele hulpverleners in de wijk is nog niet goed genoeg. En ouderen weten niet altijd waar zij de juiste hulp en ondersteuning kunnen krijgen, ook omdat het aanbod van zorg en ondersteuning te versnipperd is. In het samenwerkingsverband Samen voor Kwetsbare Ouderen 010 werkt de gemeente samen met de Stichting Samenwerkende Rijnmond Ziekenhuizen (SRZ), ConForte (de koepel van de Verpleeg- en verzorgingshuizen en de Thuiszorgorganisaties), de samenwerkende welzijnspartijen in Rotterdam, de eerstelijnscoalitie (het samenwerkingsverband van huisartsen) en Zilveren Kruis. Doel is om te komen tot integrale zorg voor ouderen, het verbeteren van de doorstroom en samenwerking in de keten, het verbeteren van de samenwerking tussen het medische en sociale domein en de doorontwikkeling van de dementiezorg in Rotterdam.

Ook vanuit de strategische samenwerkingsverbanden met VGZ en Zilveren Kruis werken we aan integrale zorg en ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en de Zvw.

Om zorg aan kwetsbare thuiswonende ouderen goed te kunnen organiseren, moet er een goede samenwerkingsstructuur zijn. Soms op wijkniveau, soms wijk-overstijgend, waarin professionals vanuit het medische en sociale domein en informele hulpverleners in het wijknetwerk elkaar rondom een cliënt kunnen vinden en snel kunnen verwijzen waar nodig. In aansluiting op het landelijk beleid werken we aan herkenbare en aanspreekbare zorgteams in de wijk, waarbij ook de maatschappelijke ondersteuning goed aansluit. Zie ook het kopje ‘medisch domein’ in bijlage 1 over Zorg in samenhang. We onderzoeken welke slimme communicatiemiddelen zorg- en welzijnsprofessionals kunnen gaan gebruiken rondom een cliënt en zijn/ haar mantelzorger(s) om zo mogelijk digitaal de samenwerking te verbeteren. We doen er alles aan om dit binnen de kaders van de privacywetgeving mogelijk te maken. Daarnaast onderzoeken we mogelijkheden voor een integrale indicatiestelling met vormen van mandatering naar andere zorgprofessionals, zoals de wijkverpleegkundige. In het Experiment Integraal Budget (geïnitieerd door VWS) experimenteren we in 2020 al met een gezamenlijke indicatiestelling voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Voorgestelde maatregelen:

1. We ontwikkelen de wijkgerichte samenwerking vanuit centrale ouderenvoorzieningen in de wijk door, op basis van de ervaringen die zijn opgedaan in de ouderenhubs. 2. We werken aan integrale indicatiestelling voor meest kwetsbare groepen in de ketenzorg van kwetsbare ouderen. Om deze maatregelen budgetneutraal te kunnen treffen, wil de gemeente door middel van een goed collectief aanbod het beroep op geïndiceerde Wmo-ondersteuning laten afnemen en innovatie op het gebied van e-health actief stimuleren.

46

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

47

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

48

5

Reflecteren en leren

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

5. Reflecteren en leren Het stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zoals we dat in 2015 hebben ingericht staat stevig en werkt voor de meeste Rotterdammers goed. In het licht van de maatschappelijke ontwikkelingen (zoals geschetst in hoofdstuk 2) zullen we de komende jaren voor uitdagingen komen te staan, die vragen om continu te reflecteren. Doen we de goede dingen en doen we de dingen goed? Gaan we nog steeds zo slim en verstandig mogelijk om met onze schaarse middelen (menskracht en geld)? We willen met en van uitvoerende professionals leren hoe we binnen onze mogelijkheden meer impact kunnen hebben. Hierbij kan innovatie, zowel technische innovatie als sociale innovatie, ons enorm helpen.

5.1 De (door)ontwikkeling van het stelsel Sinds 2015 kent onze stad een nieuwe infrastructuur van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. We ontwikkelen dit stelsel voortdurend door en de beleidskeuzes in dit plan zijn ook voor een belangrijk deel gebaseerd op inzichten uit onderzoeken naar en rapporten over maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp en ervaringen met pilots en projecten zoals in de gebieden van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid en de wijk Bospolder-Tussendijken. Er lopen al verscheidene ontwikkeltrajecten rondom bijvoorbeeld vakontwikkeling en casuïstiek bespreking. We willen onze impact als lerende organisatie verder ontwikkelen en vergroten. Daarmee richten we ons specifiek op drie aspecten:

Experimenteren met samenwerken Wanneer er sprake is van meervoudige problematiek lopen professionals tegen een aantal knelpunten aan: verschillen in wetgeving, verkokerde financiering en privacy-issues. Het verwachte wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein gaat bijdragen aan het oplossen van privacyknelpunten. Om professionals verder te ondersteunen om op casusniveau goed met elkaar samen te werken, ontwikkelen we een kader voor het aanbrengen van meer samenhang in de ondersteuning van Rotterdammers met een meervoudige problematiek.

We gaan experimenteren met effectievere en efficiëntere vormen van samenwerken. We beginnen in Hillesluis en Spangen, waarin we binnen de gemeente (en waar mogelijk ook met externe partners) vanuit de verschillende domeinen meer integraal werken aan de ondersteuning van kwetsbare bewoners. Op basis van opgedane ervaringen kunnen de experimenten later worden verbreed naar andere wijken.

Right to Cooperate In meerdere gebieden tonen ondernemende Rotterdammers initiatieven voor het ondersteunen van hulpbehoevende medebewoners. Dit juichen wij van harte toe. Bewoners weten bij uitstek wat er in de buurt speelt en waar behoefte aan is. Wanneer deze initiatieven een beroep doen op de gemeente of op door de gemeente gecontracteerde aanbieders, blijkt dat het in gezamenlijkheid ondersteunen en helpen van kwetsbare Rotterdammers in de praktijk niet zo makkelijk is. We vinden het belangrijk de kracht van de stad te benutten. Bewonersinitiatieven moeten voor advies, kennis en begeleiding terecht kunnen bij de gemeente. We willen leren hoe we voor onderdelen van het welzijn op een goede manier invulling kunnen geven aan het Right to Cooperate. We onderzochten daarom samen met bestaande bewonersinitiatieven en Erasmus Universiteit Rotterdam hoe we deze nieuwe manier van samenwerken het beste vorm kunnen geven. Onder de titel ‘Van Recht naar Reden’ is dit onderzoek recent verschenen. We betrekken de uitkomsten van dit onderzoek in de uitwerking van Right to Cooperate. In de uitwerking betrekken we ook andere vormen van ondersteuning van initiatieven van bewoners, zoals Couleur Locale, CityLab010, bewonersinitiatieven en Opzoomer Mee. Het is onze intentie om binnen het beschikbare Welzijnsbudget voldoenderuimte te creëren voor initiatieven van (groepen) bewoners.

50

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

In de inkoop welzijn gaan we daarom voldoende budget reserveren of oormerken voor de ondersteuning van lokale initiatieven. Deze ondersteuning kan op twee manieren vorm krijgen: 1. Lokaal budget: Op dezelfde wijze als nu al in een aantal gebieden vormgegeven is aan de besteding van lokaal budget. Dus de welzijnspartij ondersteunt financieel een lokaal initiatief. 2. Right to Cooperate: De bewoners(groep) of sociaal ondernemer, die een idee heeft voor Right to Cooperate werkt dit met de welzijnspartij uit, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoe de inzet (geld, gebruik Huis van de Wijk, uren professional) wordt geregeld om het initiatief uit te voeren. De concrete invulling van Right to Cooperate wordt op basis van een gelijkwaardige positie tussen welzijn en de initiatiefnemers vormgegeven. De plannen komen jaarlijks in een jaarplan dat de welzijnspartij samen met bewoners opstelt.

Reflectie op beleid en uitvoering Het derde aspect voor de doorontwikkeling van ons stelsel is gericht op reflectie op ons beleid en de uitvoering daarvan. Om deze reflectie periodiek te waarborgen, stellen we een Begeleidingscommissie maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp in. Deze zal bestaan uit wetenschappers, deskundigen van kennisinstituten en andere gemeenten. Ook zullen we regelmatig samen met ervaringsdeskundigen onderzoeken hoe zij het beste geholpen kunnen worden. Daarnaast worden er diverse onderzoeken en evaluaties uitgevoerd om na te gaan of we de juiste dingen doen. De doelstellingen waarover wij de komende jaren willen leren, zijn het vergroten van de impact én het innoveren van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Deze hebben wij geformuleerd in een Kennisagenda Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. De kennisagenda is ons startpunt om van én met de praktijk, de wetenschap en andere gemeenten continu te blijven leren en ontwikkelen. In de Kennisagenda zijn zes kennisthema’s geformuleerd. Met behulp van onderzoek en evaluaties op deze thema’s kunnen we het stelsel monitoren en verfijnen. Met gerichte vragen en experimenten stimuleren we innovatie en bereiden we ons voor op de vragen van de toekomst.

5.2 Innovatie We ontwikkelen het huidige stelsel door en zetten tegelijkertijd een volgende stap. De maatschappij verandert snel en continu. Om te kunnen blijven inspelen op toekomstige ontwikkelingen is het van belang om voortdurend te blijven innoveren. We richten ons specifiek op de ontwikkeling van het factorenmodel, het gebruik van data om beter zicht te krijgen op hoe de ondersteuningsbehoefte van Rotterdammers zich ontwikkelt en we gaan de mogelijkheden en toepassingen van e-health onderzoeken.

Doorontwikkeling van het factorenmodel Het factorenmodel helpt ons om inzicht te krijgen in de complexiteit van en de samenhang tussen de verschillende factoren die invloed hebben op gezond, kansrijk en veilig opgroeien en leven. Deze factoren kunnen zowel positieve als negatieve invloed hebben. Denk aan armoede en werk, opvoeding, leefomgeving, stress en taalontwikkeling. We krijgen zo zicht op welke thema’s en dwarsverbanden de meeste impact hebben op de ontwikkeling van kinderen. Door maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp op deze thema’s te richten en (zo veel mogelijk) effectief bewezen interventies hierop toe te passen, worden gezinnen effectief ondersteund. Het factorenmodel wordt doorontwikkeld tot een model dat toepasbaar is voor alle leeftijden. Het is nu een investering om op termijn een basis te kunnen bieden voor beleidsontwikkeling op alle terreinen. Beschikbare data en het gebruik ervan speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het factorenmodel. Door het analyseren van grote databestanden kunnen we op lange termijn ook modellen ontwikkelen waarmee we zorggebruik kunnen voorspellen. Dat geeft ons de mogelijkheid om aan de ‘voorkant’ meer preventieve maatregelen in te zetten om een grotere zorgvraag te voorkomen. Daarom is datagedreven werken een instrument dat we zullen gebruiken om onder andere de preventie te verbeteren.

Met de in Heel de stad geschetste koers vragen we van aanbieders van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp (deels) andere dienstverlening, meer gericht op preventie. Het factorenmodel biedt hier handreikingen toe. Om de beweging naar meer preventieve ondersteuning te stimuleren ontwikkelen we, in navolging van het jeugddomein, een subsidiekader preventie voor volwassenen. We reserveren hiervoor 1% van het budget van Wmo-maatwerkondersteuning.

51

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

In het beleidsplan staan verschillende extra te nemen preventiemaatregelen genoemd die zich richten op het voorkomen, verplaatsen en/of vervangen van (zwaardere) hulp en ondersteuning. We sommen ze op hoofdlijnen nogmaals op: De jongste generatie Rotterdammers • Uitbreiding POH’s Jeugd en Gezin • Verbeterde ondersteuningsstructuur op scholen • Meer preventieve interventies in de wijken • Integratie ondersteuning Moeders van Rotterdam in de wijkteams • Opvoedondersteuning en preventieve hulp aan kwetsbare gezinnen met een Wmo-indicatie Rotterdammers in een kwetsbare situatie • Laagdrempelige, preventieve ondersteuning in de wijken met meer regie en aandacht voor vroegsignalering • Terugvalpreventie • Activeren van kwetsbare Rotterdammers naar regulier werk of vrijwilligerswerk Langer thuiswonende ouderen • Ondersteunen van vitale woongemeenschappen • Stimuleren van activiteiten gericht op zingeving en rouwverwerking • Stimuleren gezonde leefstijl • Sociale benadering van dementia • Stimuleren van gebruik van e-health toepassingen • Doorontwikkelen van niet geïndiceerde vormen van dagbesteding

Ook de indicatiestelling kan verbeteren dankzij datagestuurd werken. Op grond van voorspelling van de verwachte vraag kunnen indicaties beter passend worden gemaakt. Hierdoor zal er efficiënter kunnen worden ingekocht en doorverwezen, wat op termijn de kostenstijging intoomt. Er wordt meer onderzoek gedaan naar de effectiviteit van interventies, zodat bewezen methodieken en ondersteuning in de toekomst kunnen worden uitgebreid. Bewezen effectiviteit kan in de nieuwe contractering als eis worden opgenomen.

Mogelijkheden en toepassingen e-health De ontwikkeling en gebruik van e-health is een lang gekoesterde wens. E-health is de toepassing van zowel digitale informatie als communicatie om de gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen en/of te verbeteren. Er zijn steeds meer vormen van digitale ondersteuning die kunnen worden ingezet om de gezondheid en gezondheidszorg te verbeteren en efficiënter te maken. De toepassing ervan in de praktijk blijft echter achter. Het ministerie van VWS kent een Subsidieregeling e-health thuis (SET), die vanwege COVID-19 bovendien tijdelijk was verruimd, om e-health toepassingen te stimuleren. Wij willen dat e-health toepassingen de norm worden en ingebed zijn als regulier onderdeel van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, in combinatie met traditionele vormen daarvan. In sommige gevallen kunnen deze toepassingen traditionele zorg en ondersteuning zelfs geheel vervangen. De toepassing van e-health moet de zorg en ondersteuning voor Rotterdammers beter, toegankelijker en/of goedkoper maken. Hierbij wordt een zorgvuldige afweging gemaakt welke e-health toepassingen goed inzetbaar zijn in de ondersteuning zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de ondersteuning en de behoefte van Rotterdammers aan face-to-face contact.

De inzet van e-health wordt aangepast op de mogelijkheden van de Rotterdammers; zowel bezien vanuit het perspectief van de cliënt als van de professionals die de e-health moeten integreren in hun dienstverlening.

52

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Door de toepassing van e-health kan de vitaliteit van Rotterdammers verbeteren, zowel op het gebied van (publieke) gezondheid, participatie en welzijn als bij zorg en ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan technologische hulpmiddelen in de huishoudelijke ondersteuning en ‘blended care’ (een combinatie van face-to-face en digitale vormen in de begeleiding). Daarnaast kan e-health het werk van professionals ondersteunen en hen daardoor ontlasten. De hulpverlening is in de periode van COVID-19 al meer gebruik aan het maken van deze vorm van ondersteuning. Ervaringen die hiermee worden opgedaan, kunnen in de post-COVID-19 periode zeker ook gebruikt worden. Acceptatie bij hulpverleners en cliënten voor andere vormen van hulpverlening, al dan niet op afstand, neemt sterk toe in deze periode. Het gebruik en de acceptatie van e-health moet worden vergroot onder zowel de (kwetsbare) bewoners, de zorgprofessionals als de verschillende welzijns- en zorgaanbieders. Dit gebeurt onder meer door de zichtbaarheid van e-health te vergroten en de digitale (gezondheids)vaardigheden bij deze groepen te verbeteren. Maar ook door e-health een plek te geven in het opdrachtgeverschap, zoals u kunt lezen in bijlage 2. De verwachting is dat we met e-health de doorstroom naar zwaardere zorg kunnen uitstellen of voorkomen. We willen het gebruik ervan volgen met behulp van een monitor.

5.3 Monitoring en sturing Het uitvoeren van de maatregelen uit Heel de stad doen wij samen met onze maatschappelijke partners. Wij vervullen daarin verschillende rollen. We zijn regisseur van het Rotterdamse ondersteuningsstelsel, partner van een scala aan maatschappelijke organisaties in de stad en in het land, opdrachtgever van zorg- en welzijnsaanbieders en soms ook uitvoerder van beleid. Als opdrachtgever kiezen wij voor een duidelijke koers in onze sturing. We verwachten dat opdrachtnemers opvolging geven aan alle afspraken die wij met hen hebben gemaakt in het inkooptraject. Je zou kunnen zeggen dat we het hele contract dat we met hen afsluiten beschouwen als een KPI (kritische prestatie indicator). Zo kunnen we maximale maatschappelijke impact bereiken. Met aanbieders maken we heldere afspraken over hun rol daarin. We werken samen aan het continu verbeteren van de ondersteuning. Samen reflecteren, leren en verbeteren is de norm om de beste hulp en ondersteuning voor Rotterdammers te bieden: dit betekent dat onze gesprekken zich richten op leren van het verleden en van anderen. Het betekent ook dat we optreden zodra aanbieders onvoldoende laten zien dat ze leren en presteren. We brengen daarbij diversiteit aan in de sturing tussen diensten en groepen.

Hoe complexer de gevraagde resultaten en maatschappelijke impact, hoe groter de behoefte om samen te reflecteren en leren. Bij minder complexe opgaven gaan we strakker sturen. De aanbieders van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp en de Gecertificeerde Instellingen krijgen resultaatverplichtingen op het gebied van bijvoorbeeld doelrealisatie, uitvalpercentages en cliënttevredenheid. Dit is conform de landelijke richtlijnen. In de contracten staan daarnaast nog veel meer afspraken over onder andere kwaliteit, capaciteit en monitoring. Inzicht door informatie is essentieel om te kunnen bepalen of we de juiste ontwikkeling doormaken en maatschappelijke impact bereiken: transparantie over en weer over de kwaliteit is daarbij uitgangspunt.

53

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Maatschappelijke impact aansluiting op trends in de stad en maatschappij Vraag en aanbod in de wijk, kwaliteit en impact van (welzijns)aanbieders en wijkteam op wijkniveau (gebiedsregie en CM)

‘Heel de Stad’ Systeem Wijkniveau Organisatie

Kwaliteit, effectiviteit en rechtmatigheid geleverde ondersteuning, behalen doelen (uitvoering)

Effectiviteit ingekochte ondersteuning en eigen inzet gemeente, aansluiting tussen onderdelen Impact, kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van zowel zorgaanbieder als keten (contractmanagement)

Cliënt

Ons beleid is gericht op het bereiken van maximale maatschappelijke impact. Om impact te bereiken is de input, throughput en output van belang: onder andere het resultaat van de maatregelen in Heel de Stad. Wij sturen op de voortgang en de uitkomst van deze maatregelen, maar ook op de hoeveelheid, snelheid en kwaliteit van de geboden ondersteuning. Onze sturing richt zich op verschillende niveaus: op het stelsel en de maatschappelijke impact daarvan, op organisaties en de rol die zij spelen in het bereiken van onze doelen, en op de ondersteuning aan individuele cliënten. Samen met onze partners zetten we in op continu leren en verbeteren van de ondersteuning, zodat we samen de impact van wat wij doen en wat wij vragen van onze partners vergroten. Dit vraagt een proactieve, leergierige houding van onze partners en een sterke informatiepositie van en stevig contractmanagement door de gemeente.

We willen de Raad zo integraal mogelijk informeren over de effecten van ons beleid op het welzijn van Rotterdammers, alsook de context waarin deze impact wordt bereikt en de voortgang op de maatregelen. Wij zullen jaarlijks een rapportage uitbrengen waarin de voortgang van de maatregelen wordt weergegeven. Maar omdat de voortgang van deze maatregelen lang niet alles zegt over de impact ervan willen wij werken aan een integrale rapportage op outcome- en maatregelenniveau. Deze Sociale Staat van de Stad omvat diverse outcome-indicatoren op de genoemde doelgroepen, als ook cijfers over het gebruik van de diverse vormen van ondersteuning, de kwaliteit van de zorg en de cliënttevredenheid. Op deze manier wordt een completer beeld geschetst van de sociale staat van Rotterdam en kunnen outputindicatoren van zorgaanbieders in de context van maatschappelijke ontwikkelingen en demografische trends worden geplaatst.

In onze sturing gaan we ervan uit dat er niet één indicator of één uitkomst is die een goede weerspiegeling geeft van de werkelijkheid, maar dat we altijd meerdere aspecten in samenhang moeten bekijken. Ook is er een grens aan de ‘maakbaarheid’ van de maatschappij en de invloed van de gemeente en partners hierin. Maatschappelijke impact is slechts gedeeltelijk te verklaren door beleidsmatige inzet. Exogene ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld COVID-19 kunnen eveneens een grote impact hebben en maken dat er geen rechtstreekse verantwoording mogelijk is op de bereikte impact.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d491ec95-aba8-437c-bbf5-453e329ddaf5