21bb1119 Bijlage 1 behorende bij 21bb1071 - Heel de stad Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021 - 2026
Tekst van het document
Heel de stad Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Heel de stad Rotterdam is een stad waarin veel dingen goed gaan. De stad groeit, trekt steeds meer bezoekers, bedrijven weten de stad te vinden en wijken bloeien op. De indrukwekkende skyline van Rotterdam is een handelsmerk geworden, een manifestatie van nieuw zelfbewustzijn. Rotterdam is de stad van de doeners, soms wat onbehouwen, maar altijd met lef. Een stad, waarin dingen worden uitgeprobeerd en mensen met ideeën en ambities worden aangetrokken. Het succes wordt niet altijd en overal bereikt. Hoewel onze inwoners niet snel bij de pakken neerzitten moeten we erkennen dat er ook nog veel te doen is. De ambitie reikt dan verder dan de praktijk, waarin ook wijken bestaan waar generaties mensen overmand zijn door problemen, tot stilstand gekomen door een gebrek aan perspectief. Of waar het lastiger oud worden is doordat de stad zo in beweging is. Waarin mensen wonen voor wie de skyline symbool staat voor een stad die zich van hen verwijdert. Uitdagingen die we als land kennen lijken in de stad groter. Aan de andere kant timmert Rotterdam als vanouds vroeg en stevig aan de weg. Als het even kan lopen we daarin voorop. Dat niet iedereen op eigen kracht meekomt, mogen we niet schouderophalend accepteren als een gegeven dat nu eenmaal hoort bij een zich ontwikkelende metropool. Onze stad is er niet alleen voor succesvolle mensen.
Of het nu gaat om kinderen die opgroeien in armoede, om Rotterdammers met psychische beperkingen of eenzame ouderen, de stad is van alle Rotterdammers.
Ook als het gaat om onze sociale aanpak nemen we geen halve maatregelen. Met heel de stad willen we vooruit. We werken daarom verder aan beloftevolle initiatieven en investeren in programma’s die de meest kwetsbaren steun biedt. De vraag naar hulp en ondersteuning neemt toe, terwijl we tegelijkertijd te maken hebben met schaarste. Niet alleen in financiële zin, maar ook en vooral op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om beleidswijzigingen. Er moeten keuzes worden gemaakt om hulp en ondersteuning van goede kwaliteit beschikbaar, organiseerbaar en betaalbaar te houden. We maken ons sterk om drie groepen hierin voorop te stellen: kinderen, Rotterdammers in een kwetsbare situatie en ouderen. ‘Heel de stad’ helpt als motto om oog te houden voor elkaar en te waken dat kwetsbare Rotterdammers ook meedoen. Het is ook een oproep, onder meer aan onze maatschappelijke partners, om andere vormen van hulp en ondersteuning gezamenlijk te ontwikkelen en meer digitale ondersteuningsvormen te benutten. We dragen hiermee bij aan de brede beweging van de Juiste Zorg op de Juiste Plek. Nieuwe vormen van samenwerking zijn afgelopen reeds jaren ontstaan en integrale verbindingen tussen domeinen, organisaties en wetten zijn nodig om ook in de toekomst de ondersteuning te bieden die onze burgers nodig hebben.
Daarbij investeren we in onderzoek en evaluatie, want ook wetenschappelijke inzichten zijn nodig om de juiste keuzes te kunnen maken. Innovatie, integraal werken en denken vanuit de Rotterdammer zijn de uitgangspunten voor onze plannen en onze oproep. Met heel de stad gaan wij vooruit!
2
Inleiding
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Dit plan in deze tijd Tijdens het ontwikkelen van dit beleidsplan heeft het COVID 19-virus toegeslagen. Dit had, en heeft nog steeds, invloed op de organisatie van hulp aan en ondersteuning van kwetsbare Rotterdammers, jong en oud. Ondanks de moeilijke omstandigheden is het de gemeente en haar partners gelukt om hen zo goed mogelijk van hulp en ondersteuning te blijven voorzien. Iedere partij heeft zich maximaal ingespannen het aanbod ook zo snel mogelijk weer op het oude niveau terug te brengen, rekening houdend met alle voorschriften. Er zijn bijvoorbeeld extra locaties voor de nachtopvang gecreëerd. Zorgaanbieders zijn doorbetaald, zodat zij hun medewerkers in dienst konden houden en de zorg zo snel mogelijk weer konden oppakken. Wijkteammedewerkers continueerden de begeleiding van gezinnen. Welzijnsaanbieders besteden extra aandacht aan kwetsbare bewoners en vooral ook onze inwoners zelf zorgen voor elkaar. Rotterdam is de stad van de opgestroopte mouwen en dat zien we ook in de saamhorigheid waarmee we de economie en samenhang proberen te herstellen. Met Rotterdam Sterker Door heeft het college het startsein gegeven voor een investeringsimpuls op het moment dat deze crisis een diep spoor van overbelasting in de zorg en stilvallende bedrijvigheid trekt. De zorg en het onderwijs faciliteren, zodat zij onze kinderen en kwetsbare Rotterdammers kunnen blijven ondersteunen.
Dat is onze grootste prioriteit en voorwaardelijk voor alle plannen die wij in Heel de Stad hebben opgeschreven. Daarnaast is dit ook de periode waarin ondernemerschap en innovatie nodig zijn om mensen weer actief te krijgen en Rotterdam voor jong en oud, draagkrachtig en behoeftig leefbaar en kansrijk te houden. De versneld ingezette vormen van technologie bij de ondersteuning van Rotterdammers is hier een goed voorbeeld van. Deze energie willen wij vasthouden.
2015: Decentralisaties NRJ
NRW
Wat de gevolgen ook zullen zijn, uitgangspunt van het beleid blijft dat iedereen de maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp krijgt die hij of zij nodig heeft. Dit plan geeft daarvoor de richting aan voor de komende jaren. Het bouwt voort op de weg die we in 2015 zijn ingeslagen. De doelstellingen uit het uitvoeringsprogramma Rotterdam Ouder en Wijzer en het plan van aanpak Kwetsbare Rotterdammers kunnen we hierdoor op lange termijn realiseren. Het beleidskader voor het terugdringen van huiselijk geweld Bouwen aan een toekomst zonder geweld is in mei 2019 al vastgesteld en moet als één geheel worden gezien met dit beleidsplan. Met dit plan voldoen we aan de wettelijke eis uit de Jeugdwet en de Wmo 2015, waarin wordt gesteld dat de gemeenteraad periodiek een beleidsplan opstelt. We beschrijven de hoofdlijnen van het lokale beleid en geven de gemeentelijke visie en doelstellingen weer op het gebied van preventie, jeugdhulp, sociale samenhang, maatwerkvoorzieningen en de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. We zetten hiermee een nieuw kader neer voor de periode 2021 - 2026. De uitgangspunten van het doorontwikkelplan Zorg voor Elkaar blijven gehandhaafd.
Om maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp toegankelijk te blijven houden voor wie dat nodig heeft, voegen we, gezien de uitdagingen waar we voor komen te staan, een aantal uitgangspunten toe. Zoals is aangegeven in de startnotitie die in 2019 is gemaakt, richten we ons beleid de komende jaren op drie groepen: een generatie Rotterdammers zonder achterstand, Rotterdammers in een kwetsbare situatie en oudere Rotterdammers die langer thuis wonen. In dit plan wordt nader toegelicht waarom we deze keuze maken en hoe we daar invulling aan geven.
2016: Zorg voor Elkaar
2019: Startnotitie
Integraal
1. Generatie zonder
Leefwereld centraal
2. Rotterdammers in een
Zorg dichtbij
3. Langer thuiswonende
achterstanden kwetsbare situatie
Wmo kader
R’dam Groeit
ouderen
4
Consultaties
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Inhoudsopgave Heel de stad
2
Dit plan in deze tijd
4
1.
Gelijke kansen voor alle Rotterdammers
7
2.
Ontwikkelingen en opgaven
10
3.
Het Rotterdamse ondersteuningsstelsel
16
4.
Extra aandacht voor drie groepen
24
4.1 Investeren in de jonge generatie Rotterdammers
24
4.2 Meer aandacht voor Rotterdammers in een kwetsbare positie
35
4.3 M eer aandacht voor oudere Rotterdammers die langer thuis wonen
40
Reflecteren en leren
49
5.1 De (door)ontwikkeling van het stelsel
49
5.2 Innovatie
50
5.3 Monitoring en sturing
52
Tot slot. We hebben heel de stad nodig
55
Bijlage 1: Zorg in samenhang
57
Bijlage 2: Opdrachtgeverschap en contracteren
65
Bijlage 3: Financiële paragraaf Heel de stad
71
5.
6.
5
1
Gelijke kansen voor alle Rotterdammers
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
1. Gelijke kansen voor alle Rotterdammers Het lukt de meeste Rotterdammers om op eigen kracht een gelukkig en betekenisvol leven op te bouwen. Maar niet iedereen groeit op onder dezelfde omstandigheden. De een heeft al vanaf z’n geboorte de wind in de rug, een ander krijgt te maken met een minder gunstige start en tegenslagen. En ook wanneer je een groot deel van je leven prettig en in goede gezondheid hebt doorgebracht, kan er op een gegeven moment door ouderdom of tegenslag kwetsbaarheid en afhankelijkheid ontstaan. Dan is er een netwerk van professionals en vrijwilligers die klaar staan om je te ondersteunen, te adviseren en op weg te helpen. Hiervoor maakt de gemeente Rotterdam zich sterk en in dit beleidsplan onderscheiden we daarin drie belangrijke doelgroepen: • We maken ons hard om een generatie zonder achterstanden te laten opgroeien. Door kinderen de juiste kansen te bieden en hun ouders te ondersteunen, kunnen zij een sprong maken van achterstand naar voorspoed. • Sommige Rotterdammers bevinden zich in een kwetsbare situatie door psychische problemen, een verstandelijke beperking of lichamelijke belemmeringen. Als we voor hen een brug maken blijken ze vaak heel goed in staat mee te doen in onze Rotterdamse samenleving. • De laatste jaren hebben we hard gewerkt om de langer thuiswonende ouderen zo prettig mogelijk te laten leven in onze stad.
Nederland is aan het vergrijzen. Ook in Rotterdam zal in de nabije toekomst het aantal ouderen aanzienlijk toenemen. Daar bereiden wij ons met de maatregelen in dit plan op voor.
De cijfers laten zien dat we steeds toegankelijker en bereikbaarder zijn voor Rotterdammers met een hulpvraag, we meer mensen ondersteunen en dat de meesten van hen tevreden zijn over de hulp die zij krijgen. Het uitgangspunt is en blijft dat we er als stadgenoten voor elkaar zijn en dat ieders eigen kracht versterkt moet worden. Er zit ook veel kracht in de gemeenschap die we kunnen benutten. Met preventieve maatregelen proberen we de tegenslagen waar mensen mee te maken kunnen krijgen te voorkomen of verzachten. En daar waar het functioneren en participeren van mensen echt niet (meer) lukt, reiken we een hand uit en wordt er ondersteuning geboden. Dat organiseren we op maat en dichtbij, zoveel mogelijk in de eigen wijk en aansluitend op de leefwereld van onze bewoners. Het doel is duurzaam herstel en perspectief voor de toekomst voor wie dat haalbaar is. Een deel van de Rotterdammers zal altijd hulp of ondersteuning nodig hebben. Voor hen is er een kwalitatief goed zorgaanbod beschikbaar. We realiseren ons ook dat mogelijkheden voor ontwikkeling en ontspanning belangrijk zijn. Werk, sportbeoefening, cultuur en andere vormen van participatie dragen bij aan het geluk van mensen en maakt ze weerbaarder. Vanuit de stevige basis die onze Rotterdamse ondersteuningsstructuur nu is, werken we verder om voorbereid te zijn op de ontwikkelingen die we hierna schetsen.
7
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Veerkracht vereist De problemen in onze stad zijn niet gering. Ongeveer 200.000 inwoners van onze stad lijden aan een chronische ziekte. Ongeveer 100.000 Rotterdammers hebben een licht verstandelijke beperking. Bijna evenveel mensen leven in armoede. 165.000 Mensen hebben geen startkwalificatie. 240.000 Rotterdammers zijn eenzaam. En ruim 90.000 mensen zijn laaggeletterd. Kwetsbaarheid op het ene vlak gaat vaak gepaard met kwetsbaarheid op het andere. Beperkte opleiding vergroot de kans op werkloosheid; werkloosheid vergroot de kans op schulden; schulden vergroten de kans op sociaal isolement, enzovoort. Het maakt de problematiek in onze stad gecompliceerd en het betekent ook dat simpele oplossingen niet voorhanden zijn. Die kwetsbaarheid wordt nog schrijnender als er kinderen bij betrokken zijn. Kinderen die opgroeien in een gezin met (meervoudige) problemen lopen een grote kans die problemen zelf later ook te krijgen. Daarnaast worden we geconfronteerd met een dubbele vergrijzing van de Rotterdamse bevolking. Wat we voor ons zien, is een scala aan individuele vraagstukken, die vaak nauw samenhangen, maar toch elk om een eigen oplossing vragen. Het stelsel zal dan ook veerkrachtig moeten zijn, het moet ruimte bieden voor maatwerk en voor vroeg en geïntegreerd kunnen ingrijpen.
Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) is in 2011 ontstaan vanuit deze behoefte. De afgelopen jaren is hard gewerkt om met name kinderen die in minder gunstige omstandigheden opgroeien extra kansen te bieden. De verbinding tussen, school, thuis en de straat wordt verstevigd, waardoor we de intergenerationele problematiek van het ‘doorgeven’ kunnen doorbreken. Het is een kwestie van ‘al doende leren’ en lang niet alle problemen zijn snel oplosbaar. Met behulp van experimenten en datagestuurd werken, blijven we (ook) op Zuid doorwerken aan kansen voor iedereen. Wij vinden dat iedere Rotterdammer een eerlijke kans verdient op een gezond, veilig en betekenisvol leven. In dit plan staan maatregelen genoemd die bijdragen aan dit doel. De maatregelen richten zich op het organiseerbaar houden van kwalitatief goede hulp en ondersteuning en op het voorkomen, verplaatsen en/of vervangen van (duurdere) hulp en ondersteuning. Aanbieders van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp worden op basis van dit nieuwe beleid gevraagd (deels) andere diensten te gaan verlenen, meer gericht op preventie. Ook zullen ze doelmatiger en innovatiever moeten gaan werken, met name door meer gebruik te maken van e-health. Tot slot is verdere verbetering nodig in het aanbrengen van samenhang tussen de verschillende vormen van hulp en ondersteuning die Rotterdammers krijgen.
Dit alles is noodzakelijk om ook de komende jaren passende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp te kunnen blijven bieden aan en organiseren voor Rotterdammers die dat nodig hebben. In het volgende hoofdstuk gaan wij dieper in op de noodzaak tot deze verandering.
8
2
Ontwikkelingen en opgaven
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
2. Ontwikkelingen en opgaven Maatschappelijke verhoudingen veranderen. De gemeente gaat tegenwoordig over meer zaken die invloed hebben op het leven van mensen. Maar ook zien we dat de traditionele verhoudingen tussen markt, burger en overheid als het gaat om bepaalde domeinen aan het veranderen zijn. Zo nemen burgers steeds vaker het initiatief om bepaalde activiteiten op zich te nemen en houden sportclubs en culturele instellingen zich meer en meer bezig met de ontwikkeling van mensen, al dan niet in achterstandssituaties. Rotterdammers organiseren zich rondom (informele) zorg, in bijvoorbeeld buurtnetwerken en wijkvoorzieningen. We zien talloze mooie innovaties.
De stad groeit en wordt meer divers De verwachting is dat onze stad in 2035 met zo’n 60.000 nieuwe Rotterdammers is gegroeid tot een stad met 690.000 inwoners. Niet alleen het aantal inwoners neemt toe, ook de samenstelling verandert. Tot 2030 verwachten we ongeveer 82.000 migranten; voornamelijk arbeidsmigranten uit de Europese Unie. Het aantal eenpersoonshuishoudens groeit met zo’n 25.000; met name alleenstaande ouderen.
Als gemeente stellen we ons open op. We realiseren ons dat we het niet alleen kunnen en dat we als stad samen met burgers, bedrijven, zorgaanbieders en maatschappelijke partners moeten werken aan de ondersteuning van Rotterdammers die dat nodig hebben.
Het algemene beeld is dat de stad nog meer divers zal worden. Diversiteit zit al lange tijd in het DNA van Rotterdam en we maken er steeds meer onze kracht van. Maar we zien ook een risico. We moeten ons realiseren dat door de grotere complexiteit van de samenleving en de economische veranderingen (denk aan het toenemend aantal tijdelijke contracten) de verschillen tussen kansarme en kansrijke groepen in onze stad snel kunnen toenemen.
Er is een aantal maatschappelijke ontwikkelingen aan te wijzen – al dan niet specifiek voor Rotterdam – die zorgen voor aanscherping en nieuwe accenten in het beleid. We zetten de belangrijkste op een rij.
Er zijn grote verschillen in gezondheid. Vooral in de wijken met een grotere groep Rotterdammers met een lagere sociaaleconomische status is sprake van een minder goede ervaren gezondheid.
We leven langer De groei van de Rotterdamse bevolking komt voor een belangrijk deel omdat we langer leven. We zijn nog steeds een relatief jonge stad, maar het aantal 65-plussers zal de komende 15 jaar stijgen van 15% naar 19%. Bijna de helft daarvan is ouder dan 75 jaar. Deze Rotterdammers blijven langer thuis wonen en hebben dan ook meer ondersteuning nodig. Omdat ze ook vaker alleen zijn, neemt de kans op eenzaamheid toe. Tegelijkertijd neemt het aantal potentiele mantelzorgers juist af. Het RIVM schat dat deze ontwikkeling ervoor zal zorgen dat de uitgaven voor ouderenzorg in 2040 in Nederland zullen zijn verdubbeld. Voor Rotterdam is dat niet anders. Het stelt ons voor zowel een grote financiële als organisatorische uitdaging.
10
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
We krijgen meer technologische mogelijkheden De zorg van de toekomst zal sterk worden beïnvloed door technologie. Dankzij technologische innovaties kunnen mensen beter en efficiënter worden ondersteund. Technologie zal ook bepaalde vormen van zorg vervangen en het zal steeds gemakkelijker worden om meer plaats- en tijdonafhankelijke zorg te krijgen. Denk aan beeldbellen en ‘slimme brillen’, waardoor specialisten op afstand kunnen meekijken en mensen niet meer op en neer naar het ziekenhuis hoeven te worden gebracht. Op die manier kunnen ouderen beter en langer zelfstandig functioneren; vaker in nieuwe woonvormen met gemeenschappelijke voorzieningen. Daarnaast kan aan de hand van data veel worden gedaan aan preventie en kunnen mensen meer regie over hun eigen zorg nemen. Dit laatste is overigens niet voor iedereen even gemakkelijk. Het betekent dat we de mogelijkheden van technologie zorgvuldig moeten verkennen.
Gekwalificeerd personeel wordt schaars In een groeiende, welvarende stad neemt ook de concurrentie toe. Niet alleen als het gaat om het verkrijgen van geld, maar vooral om personeel en ruimte. Personeel voor de (semi)publieke sector wordt daarmee schaarser, dus ook in zorg, welzijn en onderwijs. Terwijl de vraag naar personeel daar juist toeneemt. In 2022 verwachten we in de regio Rijnmond een tekort van bijna 1.300 medewerkers. Tegelijkertijd wordt het werk complexer, waardoor er ook hogere eisen aan de mensen worden gesteld. Vanuit een gezamenlijke zorgvisie 2030 werken we er met onze partners aan dat er voldoende mensen in de zorg willen (blijven) werken, zodat het verlenen van hulp en ondersteuning aan kwetsbare Rotterdammers nu en in de toekomst mogelijk blijft.
Dat geldt ook voor passende huisvesting In een groeiende stad moet ook de ruimte opnieuw worden verdeeld. Rotterdam speelt hierop in met de Woonvisie 2030, waarin groei, balans en kwaliteit van wonen centraal staan. We willen een veelzijdige woonstad zijn, die een fijn thuis biedt aan uiteenlopende soorten mensen. Sommigen hebben extra ondersteuning nodig om hun plek in de Rotterdamse samenleving te behouden of te verkrijgen. De groeiende groep ouderen die langer thuis blijft wonen vraagt om andere woonvormen. En vooral jongeren met een relatief laag inkomen lopen tegen een tekort aan beschikbare woonruimte aan. De gemeente staat voor de ingewikkelde uitdaging om in een onevenwichtige woningmarkt voldoende ruimte vrij te laten komen en te creëren voor zowel zelfredzame als kwetsbare jonge en oudere Rotterdammers. Naast woningen moeten er ook bereikbare plekken komen om te werken, leren en te recreëren. Maar ook plaatsen waar je hulp en ondersteuning kunt krijgen. Dat vraagt om slimme combinaties van functies in één gebouw, die tegemoetkomen aan de vertrouwelijke aard van de zorg en ondersteuning en waar Rotterdammers die ondersteuning tegelijkertijd zo dichtbij mogelijk kunnen vinden.
11
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Ontwikkelingen leiden tot opgaven Ons huidige beleid biedt de basis om te anticiperen op de ontwikkelingen die we verwachten. We hebben afgelopen jaren met onze partners geïnvesteerd in een stevige structuur die voor de diverse doelgroepen toegankelijk is en waarin de hulpvraag breder wordt bekeken, maar met maatwerk kan worden opgepakt. De uitgangspunten van nu, ondersteuning dichtbij, kijken vanuit het perspectief van de Rotterdammer en integraal werken, blijven onze leidende principes. We hebben succesvol geëxperimenteerd in het tegengaan van eenzaamheid onder ouderen, aan het verminderen van de babysterfte en het organiseren van hulp voor ouders én kinderen en bouwen graag verder op deze ervaringen. Om de juiste middelen in de juiste vormen van ondersteuning te investeren moeten we keuzes maken. Het mooiste beleid resulteert in het voorkomen van problemen. Preventie is een inmiddels ingeburgerd begrip, maar biedt nog veel ruimte en kansen om verder uitgebreid te worden, zowel voor kinderen als voor ouderen. Zowel op het gebied van lichamelijke gezondheid als op het gebied van welzijn en geestelijke gezondheid. Daar waar zorg niet leidt tot duurzame verbeteringen moeten we kritisch zijn en op zoek gaan naar alternatieven die effectiever zijn. Daarbij hebben we informatie en analyse nodig, om goed te kunnen bepalen wat werkt en wat niet, ook op de langere termijn.
Soms is hulp wel degelijk effectief, maar is het niet efficiënt georganiseerd. Dan gaan we op zoek naar andere manieren om deze hulp te organiseren, zodat het meer mensen bereikt met dezelfde middelen. Kortom, we investeren daarom in het voorkomen, vervangen of verplaatsen van hulp en ondersteuning. Zo investeren we bijvoorbeeld in meer collectieve voorzieningen en activeren en ondersteunen we vrijwilligers en mantelzorgers. Hiermee willen we bereiken dat uiteindelijk minder mensen een maatwerkvoorziening nodig hebben en dat maatwerkvoorzieningen tegelijkertijd beschikbaar blijven voor Rotterdammers die dat het meest nodig hebben.
Dit vraagt op de eerste plaats wat van de wijk. Kwetsbare burgers leven in deze stad samen met meer draagkrachtige burgers. Dit samenleven willen wij zo goed mogelijk vormgeven, zodat Rotterdam een meer inclusieve stad wordt. Een stad waarin iedereen op ontspannen manier met elkaar samenleeft. Een stad waarin niet wordt gediscrimineerd. En dus ook een stad waarin geen gemarkeerde gebieden voor kansrijke, dan wel hulpbehoeftige burgers meer bestaan. Het uitgangspunt hierbij is dat ieder gebied zijn steentje bijdraagt in de opvang en ondersteuning van burgers die dat nodig hebben. Gezinnen zijn de voedingsbodem voor latere zelfstandigheid én voor latere kwetsbaarheid. De jeugd heeft de toekomst en we willen de huidige generatie zoveel mogelijk kansen geven om op te groeien tot burgers met perspectief. Dat betekent dat we investeren in gezinnen waarin dit niet vanzelfsprekend is en samen met het onderwijs werken aan gelijke kansen. De wetenschap biedt ons belangrijke informatie over risicofactoren en beschermende factoren, die we nog niet altijd in ons beleid betrekken. Het door ons ontwikkelde factorenmodel – dat we doorontwikkelen tot een model voor álle leeftijden – kan ons helpen bij het bepalen van de juiste maatregelen en ombuigingen. Met als doel: meer impact met dezelfde middelen. Voor sommige vormen van ondersteuning werken we constructief samen met de regiogemeenten.
Op die manier kunnen we de kwaliteit van bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg en hoog-specialistische vormen van zorg behouden en kunnen partijen investeren in nieuwe vormen van hulp voor mensen met een ingewikkelde problematiek.
12
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Dit alles leidt tot de volgende opgaven op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp voor de komende periode: • Optimaliseren van het bestaande stelsel met goed opdrachtgeverschap, waarbinnen maatwerk en innovatie mogelijk is; • Experimenteren met nieuwe integrale, domeinoverstijgende manieren van werken ten behoeve van complexe vragen van kwetsbare gezinnen en alleenstaande Rotterdammers; • Het ontwikkelen van meer collectieve voorzieningen, om zo voldoende geld en capaciteit beschikbaar te houden voor de groep kwetsbaren voor wie maatwerk onontbeerlijk is; • Het investeren in effectieve vormen van preventie, voor zowel kinderen als potentieel kwetsbaren, zoveel mogelijk in de wijk en in samenwerking met onderwijs en zorg; • Ontsluiten van de kracht van Rotterdammers ten behoeve van de (informele) zorg en ondersteuning, onder meer via buurtnetwerken; • Zorgvuldig verkennen van technologische innovaties in de zorg en ondersteuning; • Bijdragen aan het terugdringen van gezondheidsverschillen in de stad; • Samen met onderwijs en (zorg)werkgevers werken aan het vraagstuk van voldoende geschoold personeel in deze sectoren; • Vanuit het fysieke en het sociale domein zorgen voor voldoende (betaalbare) huisvesting voor kwetsbare groepen.
Nota Bene 1 Met dit beleidsplan willen we de samenhang tussen andere gemeentelijke (beleids) plannen vergroten om zo de ondersteuning op maatschappelijk gebied effectiever te maken. Het gaat hierbij onder andere om: De Woonvisie, Gezond010: het akkoord, Mensenwerk, Uit de knoop, RESET, Relax, dit is Rotterdam, de Sportnota, De Taalspiraal, De Lokale Agenda Toegankelijkheid en Gelijke Kansen voor Elk Talent.
13
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Nota Bene 2 Er is een aantal wetsvoorstellen aanhangig of in voorbereiding dat juridische implicaties heeft voor de (uitvoering van) de Wmo2015 en voor de Rotterdamse Wmo-regelgeving. Het gaat om een wetsvoorstel resultaatgericht beschikken en vereenvoudigen geschilbeslechting, een voorziene wetswijziging rond gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein en een wetsvoorstel ter bevordering van samenwerking en rechtmatige zorg. Daarnaast verwachten we ten tijde van het schrijven van dit plan nog de contourennota waar VWS mee bezig is. De precieze implicaties van deze wetsvoorstellen en de nota zijn nog niet duidelijk, maar kunnen, gedurende de looptijd van dit plan, leiden tot andere dan de voorgestelde keuzes. Verschillende van de hierboven beschreven ontwikkelingen leiden tot extra cliënten en kosten voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Rotterdam verwacht, net als andere gemeenten, voor de komende jaren substantiële verschillen tussen de middelen die er voor Wmo 2015 en Jeugdhulp zijn vanuit rijksmiddelen en de verwachte uitgaven. Oorzaken zijn bijvoorbeeld de al eerdergenoemde vergrijzing en bevolkingsgroei, maar ook het meer of langer bieden van zorg en ondersteuning thuis. De personele tekorten in de zorg en loonontwikkeling in de cao’s werken eveneens door.
De budgetten die we van het Rijk ontvangen, stijgen niet evenredig met het groeiend aantal cliënten en de toenemende kosten.
Om de kostengroei op te vangen hebben wij de afgelopen jaren tijdelijk extra middelen vrijgemaakt in de begroting, naast een eenmalige Rijksbijdrage voor de periode van 3 jaar. Dat is geen structurele oplossing. Wij vinden dat het Rijk ons financieel beter in staat moet stellen om passende zorg en ondersteuning te kunnen blijven bieden aan Rotterdammers die dat nodig hebben. Verder kiezen we in dit nieuwe beleidsplan voor beleidsverbeteringen die een dempende werking hebben op de uitgaven of leiden tot efficiency. Uiteraard met behoud van kwalitatief goede hulp en ondersteuning. Landelijk lopen er op dit moment verschillende onderzoeken en trajecten. Het is onze overtuiging dat dit structureel tot extra budget moet leiden voor de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp en dat de financiële risico’s die gemeenten hier nu op lopen worden verkleind. Daarnaast hebben we in een bestuursopdracht het meerjarig financieel kader voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp in beeld gebracht. Dit is terug te zien in de voorjaarsbrief 2020 en de begroting 2021, evenals in de financiële paragraaf van Heel de stad.
14
3
Het Rotterdamse ondersteuningsstelsel
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
3. Het Rotterdamse ondersteuningsstelsel Sinds 2015 kan iedere Rotterdammer een beroep doen op een vernieuwd stelsel van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. De decentralisatie van de zorg bood ons als gemeente de kans om de hulp en ondersteuning dichter bij de (leefwereld van) Rotterdammers te organiseren. Sindsdien wordt er continu aan gewerkt om het stelsel te optimaliseren. Dat doen we op basis van de evaluaties van onder meer de Rotterdamse Rekenkamer en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, landelijke en lokale onderzoeken en van onze consultaties met aanbieders en uitvoerders.
Het factorenmodel Het factorenmodel vormt de basis voor de (door)ontwikkeling van alle onderdelen van het Rotterdamse stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Het is in eerste instantie ontwikkeld voor de doelgroep jeugd, maar wordt nu doorontwikkeld voor de toepassing op alle leeftijden en doelgroepen. Het model helpt ons om inzicht te krijgen in de complexiteit van en de samenhang tussen de verschillende factoren die invloed hebben op gezond, kansrijk en veilig opgroeien en leven. Deze factoren kunnen zowel positieve als negatieve invloed hebben. Denk aan armoede en werk, opvoeding, leefomgeving, stress en taalontwikkeling. Alle belangrijke thema’s en dwarsverbanden komen er overzichtelijk in terug. Dit kunnen we vervolgens gebruiken om het stelsel te optimaliseren en meer impact te hebben.
We zien het beroep dat Rotterdammers doen op de gemeente de laatste jaren stijgen. De Vraagwijzers zien jaarlijks 180.000 Rotterdammers. In 2019 zijn 10.679 casussen afgerond door de wijkteams en eind 2019 waren er 7.973 actieve casussen in behandeling bij de wijkteams. Ruim 50.000 volwassen Rotterdammers hebben een indicatie voor een Wmo-maatwerkvoorziening en bijna 10.000 kinderen en jongeren een indicatie voor jeugdhulp. De tevredenheid van cliënten is hoog: in 2018 kregen de wijkteams van en een 7,7, jeugdhulp een 7,3 en de Wmo-arrangementen een 7,9. Het wordt gewaardeerd dat professionals in hun handelen waarden als gelijkwaardigheid, empathie en vertrouwen centraal stellen. En een werkwijze toepassen die als eerste de stressfactoren aanpakt en aansluit bij de individuele hulpvrager. We realiseren ons tegelijkertijd dat het stelsel nooit af zal zijn. De dynamiek van de stad, de veranderende bevolkingssamenstelling en steeds wijzigende regelgeving maken dat we ons voortdurend moeten blijven aanpassen. In dit hoofdstuk beschrijven we de Rotterdamse ondersteuningsstructuur vanaf 2021 en benoemen we alle loketten en ingangen die daarin een sleutelrol spelen. In het volgende hoofdstuk (4) gaan we in op specifieke keuzes die we daarbij maken voor de drie groepen Rotterdammers.
16
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Ondersteuning dichtbij
De Ingang naar Ondersteuning en Hulp
Deze stad heeft de ondersteuning en hulp aan zijn bewoners zo veel mogelijk dichtbij, in de eigen buurt of wijk geregeld. Hulpverleners werken vanuit waarden als zorgzaamheid, empathie, respect, vertrouwen, zingeving en gelijkwaardigheid. Een stevig wijknetwerk en welzijnsaanbod, waaronder de inzet van levensbeschouwelijke organisaties en Huizen en Huiskamers van de Wijk, bieden bescherming en dragen bij aan een kansrijke, veilige buurt en opvoedomgeving voor kinderen en jongeren. In het wijknetwerk zitten veel maatschappelijke organisaties en verenigingen die zorgen voor een veerkrachtige samenleving. Te denken valt hierbij aan partijen als CJG, scholen en huisartsen. Welzijn heeft hierin een unieke, zelfstandige rol en positie. Het is in het stelsel de ‘vooruitgeschoven post’ waarbij de nadruk ligt op (collectieve) preventie. Welzijn signaleert en stuurt door naar passende hulp en ondersteuning. Welzijn stimuleert onderlinge samenwerking tussen partijen uit het wijknetwerk.
Er zijn verspreid over de stad 14 VraagWijzers en 21 Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Mensen kunnen hier terecht voor informatie en vragen voor hulp en ondersteuning. Ook de 48 Huizen en Huiskamers van de Wijk bieden een belangrijke ingang voor mensen met vragen. Voor meldingen en advies over situaties rond huiselijk geweld en kindermishandeling kan men terecht bij het meldpunt Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond.
Naast de extra aandacht voor de drie specifieke doelgroepen uit dit plan (zie hoofdstuk 4), investeert welzijn in collectieve voorzieningen en het activeren en ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers. Rotterdammers met een lichtere hulpvraag krijgen zo veel mogelijk in hun directe leefomgeving de nodige hulp en ondersteuning. Zodat zij niet of in mindere mate gebruik hoeven maken van geïndiceerde hulp en ondersteuning. De middelen voor welzijn verdelen we over de wijken. Wijken met een zwakkere sociale structuur vragen om meer inzet en krijgen dus een groter deel van het welzijnsbudget.
De professionals van deze loketten en meldpunten geven informatie en advies en verhelderen de vraag. Zij denken met bewoners mee, betrekken het sociale netwerk, brengen beschermende factoren en risicofactoren in beeld en verkennen de noodzaak en mogelijkheden om wat te doen. Zij verwijzen of zetten de vraag rechtstreeks door naar professionele ondersteuning. Waar nodig grijpen zij in. In elk deel van de stad zijn meerdere locaties waar Rotterdammers met een hulpvraag terecht kunnen. Ook huisartsen en andere medische specialisten kunnen kinderen en hun ouders doorverwijzen naar een door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. Hiermee houden we de ingang naar hulp en ondersteuning laagdrempelig. Wanneer Rotterdammers vastlopen in het vinden van de juiste hulp, kunnen zij (gratis) een onafhankelijk cliëntondersteuner inschakelen. De onafhankelijk cliëntondersteuner geeft informatie en advies, brengt de situatie en mogelijkheden in kaart, verwijst naar passende hulp en ondersteuning, biedt desgewenst ondersteuning bij een gesprek met de gemeente of een aanbieder en kan bemiddelen en belangen behartigen.
Mantelzorgers en vrijwilligers In aanvulling op de bovengenoemde ondersteuning door welzijn in de gebieden kunnen mantelzorgers en vrijwilligers met specifieke vragen of behoefte aan steun terecht bij het Mantelzorgsteunpunt dat 24 uur per dag telefonisch bereikbaar is. Er zijn voor hen ook trainingen en cursussen beschikbaar, evenals Advies op Maat voor vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties. Daarnaast kent Rotterdam een online platform, zorgzaam010.nl, dat Rotterdammers met een hulpvraag en Rotterdammers die iets voor een ander willen betekenen, met elkaar in contact brengt.
17
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
werk sport
wijkagent
scholen
huis van de wijk
geloofshuizen
kinderopvang
woningbouw
vrijwilligers
wijkverpleegkundige
Specialistische/ langdurige zorg
Rotterdammers
Zorg in samenhang huisvesting
werk en inkomen
veiligheid
sport en cultuur medisch armoede en schulden
CJG taal
onderwijs
? Website
18
Centraal Onthaal
14010
Vraagwijzer
Wijkteam Jongerenloket
Huisarts
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Wijkteam en professionele ondersteuning
Jeugdhulp en jeugdbescherming
Professionele ondersteuning in de buurt wordt geboden door de 43 Wijkteams in Rotterdam. De wijkteams verlenen basishulp en bieden op die manier integraal en tijdig professionele ondersteuning aan Rotterdammers met (complexe) problemen in de wijk waar ze wonen en leven. De professionals van de wijkteams hebben als doel de mogelijkheden van Rotterdammers duurzaam te versterken, zodat zij weer zoveel mogelijk op eigen kracht kunnen leven in hun wijk.
Voor inkoop van de tweedelijns Jeugdhulp werkt de gemeente Rotterdam samen met de omliggende gemeenten (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond). Het gaat dan om pleegzorg, kortdurende opname, langdurig verblijf in een residentiële instelling, daghulp op locatie, ambulante hulp of crisishulp. Een deel van de ondersteuning koopt de gemeente zelfstandig in, namelijk ambulante begeleiding van kinderen met een beperking en kortdurende trajecten basis GGZ.
De wijkteams nemen een centrale positie in binnen het Rotterdamse ondersteuningsstelsel. Zij vormen de verbinding tussen bewoner, informele zorg, het wijknetwerk en geïndiceerde hulp en ondersteuning. Elke wijk in Rotterdam heeft een eigen wijkteam dat de wijk goed kent: de problemen, maar ook de plekken waar de mogelijke oplossingen te vinden zijn. Zowel opschalend als afschalend. In het wijkteam zitten verschillende soorten hulpverleners. Ze bieden basishulp bij opvoeden, financiën en schulden, huiselijk geweld, geestelijke gezondheidszorg en aan volwassenen en kinderen met een beperking en ouderen. Dit doen zij samen met de bewoner of het gezin zelf. Hun werkwijze gaat uit van het aanpakken van stressfactoren en het aansluiten bij de competenties, motivatie en drijfveren van individuele Rotterdammers. Ze gaan samen met mensen aan de slag om de regie op het eigen leven (terug) te krijgen. De Vraagwijzers, huisartsen en schoolmaatschappelijk werkers kunnen, net als de medewerkers van het CJG, Rotterdammers doorverwijzen naar deze wijkteams. Op de momenten dat er hulp nodig is die het wijkteam zelf niet kan bieden, onderzoekt het team samen met de bewoner of het gezin wat er aan de hand is, wat er moet gebeuren en welke gecontracteerde aanbieder deze hulp het best kan bieden. Daarbij wordt met een brede blik gewerkt.
Er wordt niet alleen gekeken naar de actuele hulpvraag maar er kan ook worden verwezen naar aanbod dat toekomstige problemen voorkomt.
Sommige kinderen hebben jeugdbescherming nodig om veilig te kunnen opgroeien. In Rotterdam zijn drie gecertificeerde instellingen aangewezen om deze zorg te verlenen of toe te kennen. De wijkteams kunnen de situaties waarin hun ondersteuning niet voldoende blijkt, voorleggen op het Jeugdbeschermingsplein waar de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond adviseren over eventuele opschaling als een maatregel noodzakelijk is. De gecertificeerde instellingen voeren ook de door een rechter opgelegde maatregelen in het kader van jeugdreclassering uit.
19
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Wmo-maatwerkvoorzieningen Voor volwassenen die langdurige professionele ondersteuning nodig hebben om (langer) zelfstandig te kunnen blijven of juist weer te gaan wonen, kan (al dan niet na kortdurende inzet van het wijkteam) de VraagWijzer een stedelijk loket of het wijkteam doorverwijzen naar een Wmo-maatwerkvoorziening. De hoofdcategorieën van Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn: hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen en Wmo-arrangementen. Vanuit een Wmo-arrangement kan ambulante begeleiding en ondersteuning thuis, dagbesteding, toezicht en beschermd wonen worden geboden. De indicatiestellers anticiperen bij de doorverwijzing ook op risicofactoren die kunnen leiden tot een toename van de vraag in de toekomst. De gemeente contracteert deskundige aanbieders die met hun dienstverlening aan de bewoners bijdragen aan (zo lang mogelijk of weer opnieuw) zelfstandig kunnen blijven wonen. Het beschermd wonen organiseert de gemeente vanaf 2022 samen met de zes andere gemeenten uit de centrumregio Rotterdam. Voor jongeren met vragen over school, werk of schulden heeft Rotterdam een eigen plek waar zij terecht kunnen: het Jongerenloket.
Casusregie We vinden het belangrijk dat Rotterdammers zo veel mogelijk eigen regie voeren over de hulp en ondersteuning die zij krijgen. Het ondersteuningsplan en het leveringsplan zijn instrumenten die hen hierbij helpen. Hierin staat weergegeven wat de ondersteuningsbehoefte is van een cliënt, aan welke doelen en resultaten er wordt gewerkt om de situatie te verbeteren en op welke wijze daarin kan worden voorzien (ondersteuningsplan). Wanneer (ook) geïndiceerde zorg wordt ingezet staat in het leveringsplan beschreven wat de zorgaanbieder aan hulp en begeleiding biedt om de gestelde doelen en resultaten te behalen.
Cliënten die hulp nodig hebben bij het voeren van regie, kunnen rekenen op ondersteuning. Deze kan worden geboden door verschillende professionals: onafhankelijke cliëntondersteuners, de wijkteammedewerkers, VraagWijzermedewerkers, Wmo-indicatiestellers of tweedelijns zorgaanbieders. Zij voeren in de verschillende fases van het ondersteuningsproces samen met cliënten de casusregie. Vanaf de intake en de start van de basishulp tot aan het moment van het verstrekken van een opdracht voor geïndiceerde hulp en ondersteuning is de wijkteammedewerker of Wmo-indicatiesteller de casusregisseur voor de cliënt. Bij de start van de fase van levering van hulp en ondersteuning kan de casusregie worden overgeheveld naar de aanbieder van die hulp en ondersteuning. Dat is echter niet altijd aan de orde. Wanneer er sprake is van een indicatie voor specialistische jeugdhulp of een cliënt een combinatie van geïndiceerde Wmo-ondersteuning en basishulp van het wijkteam krijgt, blijft het wijkteam de casusregie houden. De casusregisseur is verantwoordelijk voor de coördinatie van de geboden hulp aan en ondersteuning van een cliënt of een gezin. Hij doet dit door deze hulp en ondersteuning (samen met de cliënt of het gezin) te evalueren en te monitoren. N.B.: Momenteel wordt gewerkt aan een wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS).
Dit voorstel is gericht op het bieden van een wettelijk kader voor de uitwisseling van gegevens tussen professionals die zijn betrokken bij een cliënt of gezin. Dat kader ontbreekt namelijk momenteel in de Jeugdwet en de Wmo2015. De verwachting is dat door de WAMS specifieke eisen worden gesteld aan het voeren van casusregie. Dit leidt mogelijk tot een aanpassing aan de Rotterdamse invulling van casusregie.
20
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Persoonsgebonden budget
Meldpunten
Rotterdammers maken gebruik van de netwerken van bewoners, het wijknetwerk en het welzijnsaanbod. De gecontracteerde aanbieders bieden professionele ondersteuning (zorg in natura), maar mensen kunnen de zorg ook zelf organiseren via een persoonsgebonden budget (pgb). Met behulp van een pgb houden Rotterdammers volledig zelf de regie op de ondersteuning die zij krijgen. Zij hebben ook een ruimere keuzevrijheid, omdat ze niet zijn gebonden aan de door de gemeente gecontracteerde aanbieders. Bij de toekenning van een pgb zien we erop toe dat een cliënt of zijn vertegenwoordiger de verantwoordelijkheden die een pgb met zich meebrengt, op zich kan nemen en de ondersteuning die wordt ingekocht van voldoende kwaliteit is. Met behulp van een toets wordt vastgesteld of de voorgestelde invulling van de ondersteuning past bij de ondersteuningsbehoefte van de Rotterdammer. En na een half jaar wordt samen met de cliënt geëvalueerd of de keuze voor een pgb en de invulling ervan leidt tot tevredenheid en resultaat.
In Rotterdam zijn verschillende meldpunten actief (waarvan er een aantal is samengevoegd en gebruik maakt van hetzelfde telefoonnummer) waar (bezorgde) bewoners terecht kunnen met hun (hulp)vragen en signalen: • Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond • Meldpunt isolement • Meldpunt personen met verward gedrag • Meldpunt onverzekerden • Meldpunt wet verplichte geestelijke gezondheidszorg • Meldpunt verborgen vrouwen • Meldpunt zorgsignalen en fraude Rotterdam
Maatschappelijke opvang Naast de hierboven beschreven vormen van hulp en ondersteuning, organiseert de gemeente ook specifieke voorzieningen voor Rotterdammers in een kwetsbare situatie. Denk aan de nachtopvang voor dak- en thuislozen en de crisisopvang voor slachtoffers van huiselijk geweld. De toegang tot deze voorzieningen verloopt via de stedelijke loketten Centraal Onthaal Volwassenen (23+), Centraal Onthaal Jongeren (18-23) en Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. Ook is er een stedelijk daklozenteam voor de verwijzing van de zorgwekkende en zorg mijdende buitenslapers naar passende zorg en ondersteuning. Ook voor deze maatschappelijke opvang werkt Rotterdam samen met de gemeenten uit de centrumregio.
Toezicht Alle Rotterdammers met een hulpvraag hebben recht op ondersteuning die kwalitatief voldoet. De Inspectie gezondheidszorg en jeugd en het Regionaal Toezicht Wmo (uitgevoerd door GGD Rotterdam Rijnmond) houden toezicht op de kwaliteit van de uitvoering van respectievelijk de Jeugdwet en de Wmo 2015. Ook de rechtmatigheid van de geboden ondersteuning wordt getoetst. Het gemeentelijk meldpunt Zorgsignalen en Fraude Rotterdam zet stevige preventieve maatregelen in om de kans op onvoldoende kwaliteit van ondersteuning, fraude of onrechtmatigheden te verkleinen. Aan individuele signalen en meldingen wordt door het Regionaal Toezicht Wmo en het Meldpunt Zorgsignalen en Fraude Rotterdam naar vermogen opvolging gegeven.
21
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Kleine doelgroepen Rotterdam is een zeer diverse stad met inwoners van verschillend pluimage. Levensovertuiging, genderidentiteit, culturele achtergronden en andere persoonskenmerken maken deel uit van de identiteit van deze Rotterdammers en zijn soms bepalend voor de vorm van ondersteuning die nodig is. Daarom is het belangrijk dat bij de bepaling van de juiste hulp en ondersteuning of bij het uitvoeren van rechterlijke maatregelen rekening wordt gehouden met deze kenmerken en een bepaalde mate van keuzevrijheid mogelijk is. Bij het bieden van hulp is cultuursensitief werken dan ook een eis die we opnemen in de overeenkomsten met zorgaanbieders en ook toepassen op de medewerkers van de gemeente die cliëntcontacten hebben. Ook in de samenstelling van de wijkteams wordt rekening gehouden met de diversiteit van het gebied waarin wordt gewerkt.
Meest relevante landelijke zorgwetten In het landelijke stelsel van zorg en welzijn spelen nog vier andere wetten een belangrijke rol bij de ondersteuning van Rotterdammers: de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet publieke gezondheid en de Wet forensische zorg. Medisch-geneeskundige, paramedische en verpleegkundige hulp en behandeling valt onder de Zvw. Deze wordt gecontracteerd door de zorgverzekeraars. Ook persoonlijke verzorging en verpleging in de thuissituatie is onderdeel van de Aanspraak wijkverpleging binnen de Zvw. Voor jeugdigen vallen de GGZ-behandeling en gespecialiseerde zorg (Jeugd met beperking, Jeugd ggz) onder de Jeugdwet en dus de verantwoordelijkheid van de gemeente. Wie permanent 24-uurs zorg dichtbij nodig heeft, kan voor zorg in een instelling of thuis een beroep doen op de Wlz.
Vanuit de Wet forensische zorg wordt zorg geboden aan mensen met een psychische of psychiatrische stoornis als onderdeel van een (voorwaardelijke) straf of maatregel. De Dienst Justitiële Inrichtingen is verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan.
Wijkpreventieketen Vanuit het kader van de Wet publieke gezondheid, de Wmo 2015 en de Jeugdwet werken we in Rotterdam aan een infrastructuur in de wijk die zodanig is georganiseerd dat hij preventief werkt, gezondheidsverschillen aanpakt, ontzorgt en/of normaliseert waar mogelijk en daarnaast doorverwijst naar de juiste en passende zorg en ondersteuning als dat nodig is. Daarom investeren we in een sterke wijkpreventieketen. Daarin werken partijen in de wijk samen aan een goed afgestemd aanbod en samenwerking van preventie naar zorg en ondersteuning (en weer terug) tussen 0e en 3e lijn. Belangrijke partners in deze keten zijn sportverenigingen, zorgaanbieders, scholen, levensbeschouwelijke, culturele en vrijwilligersorganisaties. De gemeente doet dit bijvoorbeeld door toepassing van de methodiek wijkprogrammering. Effectieve en efficiënte samenwerking tussen wijknetwerken, zorg- en welzijnspartijen en gemeente is essentieel voor het bieden van passende hulp en ondersteuning. Er zijn goede voorbeelden van lokale samenwerkingsverbanden, maar in veel wijken in de stad moet de samenwerking worden verbeterd.
Voorgestelde maatregel:
1. We werken aan een nieuw regiemodel dat moet zorgen voor betere samenwerking in de wijken. De ontwikkeling van dit model loopt parallel aan het inkoopproces dat volgt op dit beleidsplan.
In de uitvoering en afbakening van deze wetten zijn er in de praktijk grensvlakken. Landelijk loopt hierover een aantal discussies. De gemeente Rotterdam werkt samen met zorgverzekeraars Zilveren Kruis en VGZ om de grensvlakken goed in beeld te krijgen en een goede afstemming te realiseren van de indicering en de inzet van behandeling en ondersteuning in de thuissituatie.
22
4
Extra aandacht voor drie groepen
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
4. Extra aandacht voor drie groepen Het Rotterdamse stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp werkt voor het merendeel van de Rotterdammers. De in het vorige hoofdstuk beschreven uitgangspunten borduren daarom voor een belangrijk deel voort op het doorontwikkelplan Zorg voor elkaar uit 2016. Een aantal groepen Rotterdammers heeft extra aandacht nodig. Dat zijn de jonge Rotterdammers die door de omgeving waarin ze opgroeien het risico lopen op meerdere gebieden langdurig in de problemen te komen, Rotterdammers die zich om verschillende redenen in een kwetsbare positie bevinden en de langer thuiswonende oudere Rotterdammers. In dit hoofdstuk beschrijven we hun positie en de concrete maatregelen die de komende periode zullen worden getroffen.
4.1 Investeren in de jonge generatie Rotterdammers De kloof tussen kansarme en kansrijke Rotterdammers ontstaat vaak al op hele jonge leeftijd, in veel gevallen al voor de geboorte. Bijna 20% van de Rotterdamse kinderen groeit op in armoede. De afgelopen jaren is het gebruik van jeugdhulp in onze stad toegenomen. Zo’n 15% van de Rotterdamse kinderen krijgt een of andere vorm van ondersteuning. De groei van het aantal neemt weliswaar langzaam af, maar we zien wel een flinke kostenstijging per kind dat ondersteuning krijgt. Met het oog op de toekomst is extra aandacht voor de jongste generatie dan ook absoluut noodzakelijk. We investeren nog meer dan voorheen in de jonge generatie, zodat een generatie Rotterdammers zonder achterstand kan gaan opgroeien. De opgave om alle Rotterdamse kinderen kans op een goede toekomst te bieden en tegelijkertijd ook voldoende en effectieve jeugdhulp beschikbaar te hebben voor degenen die het ’t hardst nodig hebben, gaan we aan door nog meer te investeren in gezinnen. We zetten het gezin centraal, omdat we weten dat de problemen die ouders hebben van grote invloed zijn op de ontwikkeling van hun kinderen. In de hulpverlening aan gezinnen is, naast de aanpak van de problemen van de ouders, ook een goede begeleiding van de kinderen belangrijk. Die problemen - van wat voor aard ook - worden vaak van generatie op generatie doorgegeven.
Een spiraal die hoe dan ook doorbroken moet worden. Armoede is een voorbeeld van zo’n spiraal. Onderzoek toont aan dat armoede veel stress oplevert in gezinnen. Stress heeft al tijdens de zwangerschap invloed op hoe het kind zich mentaal en lichamelijk ontwikkelt. Daarnaast kan je in een arme buurt opgroeien waar je minder toegang hebt tot speel- of sportactiviteiten en dus minder kansen op ontwikkeling. Een vroege achterstand is lastig in te halen. Kinderen die opgroeien in armoede krijgen vaker te maken met gevolgen zoals schooluitval en psychosociale problemen en komen zelf op volwassen leeftijd weer eerder in armoede terecht. Tegelijk laat het model zien dat negatieve gevolgen van armoede te beperken zijn, bijvoorbeeld door het versterken van sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen.
24
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Het doel van de inspanningen in de jeugdhulp, de jeugdbescherming en de welzijnssector is om er eerder bij te zijn, te voorkomen dat situaties escaleren of compliceren. Wijkteams en zorgprofessionals zien meer gezinnen dan vroeger, men is tevreden over de geboden hulp en er is meer aandacht voor hulpvragen op verschillende leefgebieden. Maar, we hebben nog steeds te maken met wachtlijsten en het lukt nog niet altijd om de verschillende beleidsdomeinen goed samen te brengen. Uit verschillende inspectierapporten blijkt dat de samenwerking tussen de betrokken professionals niet altijd goed verloopt. De transformatie van de jeugdhulp is daarom ook nog niet af; maar we zetten flinke stappen. We zien het als een belangrijke taak om samen met uitvoerende organisaties lering te trekken uit voorgekomen incidenten. De focus in onze aanpak komt te liggen op gezinnen waar een psychiatrische problematiek en/of een licht verstandelijke beperking een rol speelt. Uit onderzoek weten we dat juist kinderen uit dit soort gezinnen grote risico’s lopen op het ontwikkelen van eigen problemen en dat ze die problematiek vaak een leven lang met zich meedragen. Een speciale doelgroep wordt gevormd door alleenstaande ouders. Voor hen is het verwerven van een betere sociaal-economische positie vaak nog moeilijker, doordat zij de zorg voor de kinderen niet kunnen delen.
We willen hen beter in staat stellen weer aan het werk te gaan. Het hebben van werk is een belangrijke randvoorwaarde voor financiële onafhankelijkheid.
Waar we naar moeten zoeken, is het juiste evenwicht tussen specialistische hulp bieden aan kinderen met ‘zware’ problematiek enerzijds en het ‘normaliseren’ van vaak voorkomende opvoedproblemen, die met laagdrempelig advies kunnen worden opgelost anderzijds. Kwetsbare kinderen moeten de hulp krijgen die ze verdienen, terwijl andere gezinnen met lichtere problemen op school en in de wijk terecht kunnen. Het onderwijs en de kinderopvang vormen samen belangrijke leefwerelden van kinderen en daarmee ook de meest logische plekken om verbinding te leggen tussen de thuissituatie, talentontwikkeling en ondersteuning op maat. Dat vraagt om een betere organisatie van de aansluiting tussen school en jeugdhulp via de wijkteams en het CJG. Dan kunnen we eerder hulp bieden en verergering van problemen voorkomen. Deze plannen krijgen vorm in de werkagenda Passend Onderwijs.
Preventie is cruciaal. Partners in de wijk spelen een belangrijke rol in de (vroeg)signalering van mogelijke kwetsbaarheden en kunnen expertise van de schoolmaatschappelijk werker of het CJG inschakelen. Het is belangrijk om ook oplossingen te kunnen bieden en daarvoor organiseren we passend preventief aanbod per gebied. Dat doen we onder andere met behulp van de methodiek Wijkprogrammering. Hier werken we samen met partners aan het versterken van de beschermende factoren bij kinderen uit kwetsbare gezinnen. Per wijk of per gebied kan er een andere mix van preventie, ondersteuning en specialistische hulp worden aangeboden, aansluitend op de behoefte die daar is. Het verenigingsleven voor sport, cultuur en andere vrijetijdbesteding levert hier een onmiskenbare bijdrage aan.
25
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Voorkomen en versterken We gaan dus investeren in kwetsbare kinderen en jongeren, kwetsbare gezinnen en kwetsbare zwangere vrouwen. Door met name op scholen, via de CJG’s en bij huisartsen ondersteuning beschikbaar te stellen, zorgen we ervoor dat de zorgvragen niet onnodig groter worden en ouders zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen als het om niet ernstige problematiek gaat.
Scholen zijn onze meest logische partner als het gaat om kinderen met een ondersteuningsvraag. Daarom organiseren we expertise en hulp zoveel mogelijk in en om het onderwijs. Afgelopen jaren hebben we al geïnvesteerd in onderwijs zorgarrangementen, tussenvoorzieningen in het kader van leerrecht en de aanpak van thuiszitters. Een goede monitoring van de effecten van deze nieuwe vormen van samenwerking zijn belangrijk om de toekomstige aanpakken hierop te kunnen bepalen. Daarnaast is de inzet van leerplichtambtenaren en het snel opvolgen van frequent verzuim belangrijk om nieuwe thuiszitters te voorkomen. Helaas is het aantal thuiszitters en de instroom in de jeugdhulp (nog) niet afgenomen en blijven er problemen rond de aansluiting van het onderwijssysteem met het jeugdhulpsysteem bestaan.
26
Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026
Daarom leggen we de focus de komende jaren op ‘de basis’: de ondersteuningsstructuur in het onderwijs die wij samen met de scholen opnieuw willen vormgeven, zodat er kwalitatief betere ondersteuning op de scholen zelf kan plaatsvinden. Op dit moment wordt er geëxperimenteerd met deze structuur en we willen de lessen hieruit meenemen in de nieuwe aanpak. De rollen van de schoolmaatschappelijk werkers en de zorgonderwijsspecialisten worden hierin betrokken. De samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs en de schoolbesturen zijn onze belangrijkste partners. Op basis van het factorenmodel vinden we het ook nodig om te investeren in een breder palet van preventie en vroeg-signalering. Met preventie bedoelen wij interventies in situaties waarin er nog geen grote problemen zijn, maar het wel al duidelijk is dat ze kunnen ontstaan. Ouders en ook leraren spelen hierbij een belangrijke rol. Zij krijgen bijvoorbeeld vaardigheden aangeleerd waardoor zij ervoor kunnen zorgen dat positief gedrag van hun kind vaker optreedt, en negatief gedrag juist minder vaak. Naast ouders en scholen stimuleert welzijn in buurten en op straat in positief gedrag van kinderen en jongeren en naleven van gedragsregels. De preventieve aanpak is ook gericht op de kinderen of jongeren zelf.
Zij krijgen bijvoorbeeld vaardigheden aangeleerd, waardoor ze zich gemakkelijker aan regels kunnen houden en op een goede manier om kunnen gaan met hun boosheid. Soms is lichte hulp nodig, wanneer er al wel signalen zijn maar deze nog hanteerbaar zijn. Uit onderzoeken blijkt dat ernstig probleemgedrag vaak al duidelijke voorlopers in de vroegere jeugd kent. Wanneer echtscheiding plaatsvindt is bekend dat kinderen verhoogde kans lopen op psychische problematiek en lagere schoolprestaties. Ook kinderen die opgroeien in armoede of ouders die kampen met psychische problematiek of een licht verstandelijke beperking vergroten het risico op gedragsproblemen, voortijdig schoolverlaten etc. Daarop moeten wij dus eerder en gerichter gaan handelen, om zo veel zwaardere problematiek, zoals schooluitval en criminaliteit te voorkomen. Een goede samenwerking met politie en justitie is hierbij essentieel. Het jeugdwerk heeft een belangrijke taak in het voorkomen deze zwaardere problematiek. De focus op jonge kinderen is in delen van de stad verdwenen, maar zou juist een belangrijke rol in vroegsignalering kunnen spelen. Omdat jongeren zich steeds flexibeler door de stad bewegen, moet jongerenwerk daarin
kunnen volgen. In buurten en op straat is een stevig pedagogisch klimaat belangrijk. Jeugdwerk draagt hieraan bij door middel van Positive Behaviour Support. Al deze uitdagingen vragen om nieuwe vormen van jeugdwerk.
Voorgestelde maatregelen:
1. We investeren in nieuwe vormen van jeugdwerk die aansluiten op de leefwereld van kinderen en jongeren: thuis, op straat, online en op school. Daarbij: a. Richten we ons minder op individuele begeleiding en meer op preventieve en grenzen stellende programmering. Jeugdwerk dat meer zichtbaar, meer ‘vindplaatsgericht’ (offline én online) en meer gericht is op samenhang tussen Jeugd, Veiligheid en Onderwijs. b. Brengen we kinderwerk terug in alle gebieden. Kinderwerk dat impact heeft in een wijk, dat bijdraagt aan subjectieve veiligheid bij ouders en kinderen, dat al vroeg signaleert en toegerust is op het opschalen naar passende (opvoed)hulp. c. Geven we naast gebiedsopdrachten ook ruimte voor gebiedsoverstijgende inzet met focus op grote hang- en ontmoetingsplekken. d. Maken we de Huizen van de Wijk toegankelijker voor jeugd. 2. We organiseren meer preventie en lichte hulp in de wijken: a. Het aantal Praktijkondersteuners Jeugd en Gezin bij huisartsen wordt uitgebreid. Ze bieden lichte hulp bij veelvoorkomende psychische problematiek en gedragsproblematiek, zodat er niet onnodig naar de jeugdhulp hoeft te worden doorverwezen. En ze helpen de huisarts bij het verwijzen naar de juiste vorm en intensiteit van zorg in de gevallen waar dat wel nodig is.