CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb1119 Bijlage 1 behorende bij 21bb1071 - Heel de stad Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021 - 2026

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15.1 Het voorstel tot vaststelling van het Rotterdamse beleidsplan voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2021-2026 ‘Heel de stad’, alsmede de Lokale Agenda Toegankelijkheid.23.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Onze maatregelen richten zich op het ontwikkelen van het juiste aanbod voor de juiste doelgroepen binnen een reeds gesteld budgettair kader. Onze sturing op organisatieniveau draagt bij aan de juiste zorg op de juiste plaats. Dit willen we laten zien in de jaarlijkse integrale rapportage en de eerste rapportage over de voortgang van de maatregelen Heel de Stad in 2021.

54

6

Tot slot. We hebben heel de stad nodig

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

6. Tot slot. We hebben heel de stad nodig We staan voor een grote opgave die vraagt om heldere keuzes en innovatieve werkwijzen. De keuzes in het beleidsplan, dat u zojuist hebt gelezen, zijn duidelijk: het stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp in onze stad ‘staat’, maar heeft tegelijkertijd aanpassing en vernieuwing nodig. De financiële beperkingen en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt dwingen ons om anders te gaan werken. Anders in de betekenis van meer integraal en vooral van (nog) beter samenwerken, maar ook van slimmer werken door het beter gebruik van data en van de mogelijkheden die de technologie ons biedt. Waarbij we nooit mogen vergeten dat het om mensen gaat en dat ook persoonlijk contact nodig is. Drie groepen Rotterdammers krijgen de komende jaren extra aandacht. Jonge Rotterdammers, omdat ze letterlijk de toekomst van onze stad zijn. Kwetsbare Rotterdammers, omdat ze het zonder professionele steun niet redden. En oudere Rotterdammers, omdat zij een onmisbare rol vervullen in de stad door de generaties met elkaar te verbinden. Heel de stad kan rekenen op passende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp op de plaatsen en de momenten waar dat nodig is. En om dat mogelijk te maken hebben we tegelijkertijd ook héél de stad nodig. Ook – of misschien wel: juist – de Rotterdammers die er zelf geen gebruik van hoeven te maken.

Of dat nou actief is, omdat je een alleenstaande oude buurvrouw een beetje in de gaten houdt en af en toe helpt. Of passief, door niet meteen in verzet te gaan tegen die nieuwe woonvorm die in de buurt wordt geopend. Samen zijn we verantwoordelijk voor een inclusieve stad waarvan de vooruitgang merkbaar is voor al zijn inwoners; een stad waarin niemand achterblijft.

56

1

Bijlage

Zorg in samenhang

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Bijlage 1: Zorg in samenhang Voor de komende jaren ligt de nadruk in het beleid op de meest kwetsbare Rotterdammers en op het voorkomen (of uitstellen) van kwetsbaarheid. Deze mensen hebben behoefte aan goed afgestemde en integrale ondersteuning. We zien in Rotterdam veel samenloop van hulpvragen op verschillende leefgebieden. En we zien binnen deze samenloop mogelijkheden om vroegtijdig en preventief te handelen, ook vanuit andere domeinen. Op die manier kunnen we de toenemende druk op (zwaardere) zorg en ondersteuning op termijn voorkomen, uitstellen of afschalen. Dit plan legt nadrukkelijk de verbinding met andere beleidskaders om zo het gemeentelijk beleid te versterken. Deze verbinding helpt de professionals bij het aanbrengen van meer samenhang in de ondersteuning van Rotterdammers. Hieronder gaan we in op de thema’s waar we de onderlinge verbindingen nadrukkelijker willen gaan leggen.

58

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Onderwijs

Sport en Cultuur

Veiligheid

Generatie zonder achterstanden Armoede en schulden

Taal

Werk en inkomen

Onderwijs: het programma Passend Onderwijs Omdat het realiseren van passend onderwijs een opgave is die voor zowel het onderwijsveld als de gemeente geldt, wordt het programma Passend Onderwijs vervolgd. Eerder is door de gemeente geïnvesteerd in Onderwijs Zorgarrangementen, Leerrechtvoorzieningen, de aanpak Thuiszitters en het organiseren van experimenten om de aansluiting tussen het jeugdhulpsysteem en het onderwijssysteem te verbeteren. Dit laatste is echter nog onvoldoende gelukt en vergt een nieuwe inrichting van de ondersteuningsstructuur op scholen. Daaraan moeten zowel de scholen zelf als de gemeente een bijdrage leveren. De gemeente werkt hiervoor nauw samen met de Samenwerkingsverbanden en zal door middel van de Sectorkamers aansluiting zoeken met de schoolbesturen.

Huisvesting

Omdat de toenemende vraag naar arbeid kansen biedt, maar wel een transformatie vraagt van het onderwijs, geeft de gemeente met behulp van leerwerkakkoorden en topacademies een impuls aan een nauwere verbinding tussen onderwijsinstellingen en werkgevers.

59

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Schulden en armoede aanpak

Sport en cultuur

Voor de aanpak van armoede en schulden maakt Rotterdam apart beleid, dat deels ook is gebaseerd op andere wetten, zoals de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Armoede en schulden leiden tot stress en zijn soms zo belastend dat mensen daar lichamelijke en psychische klachten van krijgen. Ook kunnen er opvoedproblemen ontstaan. Dit willen we voorkomen. Daarom investeren we vanuit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp in het signaleren en vroegtijdig doorverwijzen van Rotterdammers met schulden naar de Rotterdamse schuldenaanpak.

Sport en cultuur dragen belangrijke waarden in zich die bij kunnen dragen aan het behalen van onze doelen op maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Soms zetten we sport of cultuur in als middel om een doelgroep te bereiken. Veelal verwijzen we Rotterdammers echter naar bestaand structureel aanbod in de wijk.

Bij het analyseren van de hulpvraag van een Rotterdammer wordt goed onderzocht wat hij of zij nodig heeft op het gebied van financiën. Daarbij wordt in ogenschouw genomen dat het oplossen van schulden een echte expertise is. Als er sprake is van problematische schulden, dan wordt de Rotterdammer geholpen door het Expert Team Financiën. We evalueren de ondersteuning die we van zorg- en welzijnsaanbieders vragen bij het ondersteunen van Rotterdammers. Dit leidt mogelijk tot een andere afbakening van financiële ondersteuning op basis van de Wmo 2015 enerzijds en de schulddienstverlening anderzijds. Gebleken is dat een stress-sensitieve dienstverlening ruimte biedt om samen met Rotterdammers te werken aan een duurzame oplossing voor hun schulden. We stimuleren onze medewerkers in de toegang en de hulpverleners om deze andere manier van werken toe te passen.

Veiligheid Vanuit het zorg- en veiligheidsdomein wordt gezamenlijk gewerkt aan: • Jeugd (voorkomen overlast, criminaliteit en radicalisering) • Personen met verward gedrag (integrale aanpak op huisvesting, begeleiding en zorg) • Rotterdammers met een licht verstandelijke beperking (in de strafketen signaleren van LVB-problematiek, met daarna passende interventies) • Aanpak zorgfraude en ondermijnende criminaliteit Voor de bestrijding van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld is het beleidskader Bouwen aan een toekomst zonder geweld opgesteld. Dit beleidsplan voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp draagt bij aan deze ambitie door onder andere een verbeterde aanpak van huiselijk geweld in de wijkteams en de tweede lijn.

Rotterdam zet via de uitvoeringsplannen RESET en Uit de knoop stevig in op de aanpak van armoede en schulden. Er zijn diverse armoederegelingen, de Rotterdampas, de collectieve ziektekostenverzekering (met name bedoeld voor chronisch zieken en ouderen en mensen met een minimuminkomen), budgetbeheer en schulddienstverlening. Rotterdammers met hoge zorgkosten en een laag inkomen krijgen een maandelijkse bijdrage in de premie wanneer zij gebruik maken van de collectieve ziektekostenverzekering. Via al deze regelingen komt Rotterdam tegemoet aan haar bewoners die teveel geld kwijt zijn aan zorg. Wij kiezen er daarom voor om geen gebruik te maken van de mogelijkheid om een aanvullende tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten vanuit de Wmo 2015 te verstrekken. Dit is bovendien in het verleden ook inefficiënt gebleken.

60

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Onderwijs

Sport en Cultuur

Veiligheid

Rotterdammers in een kwestbare situatie Armoede en schulden

Taal

Werk en inkomen

Werk en inkomen Werk is de beste vorm van zorg. We werken daarom gezamenlijk aan de activering van de Rotterdammer op dit gebied. Deze samenwerking focust op de doelgroep Rotterdammers met GGZ-problematiek en/of een (licht) verstandelijke beperking. Voor kwetsbare Rotterdammers die (nog) niet in staat zijn te werken, is het belangrijk dat er snel bijstand beschikbaar is om schulden en dakloosheid te voorkomen. Met name kwetsbare jongeren tot 21 jaar verdienen de nodige aandacht, vanwege belemmerende wet- en regelgeving die financiële zelfredzaamheid praktisch onmogelijk maakt.

Huisvesting

Ook zetten we de samenwerking met het Leerwerkakkoord voor de zorgsector voort. Dit leerwerkakkoord is een samenwerking van 6 jaar in de regio Rotterdam Rijnmond tussen diverse partners uit onderwijs en bedrijfsleven, met als doel de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te doorbreken. Die samenwerking is georganiseerd langs drie pijlers: ‘van school naar werk’, ‘van werk naar werk’ en ‘(weer) aan het werk’. Het wordt uitgewerkt in deel-leerwerkakkoorden in kansrijke sectoren, waaronder de zorg.

We continueren de samenwerking met RAAT-DAAD voor de instroom en behoud van personeel in de zorg. Daarbij onderzoeken we in het bijzonder hoe we de mogelijkheden van ‘jobcarving’ (op maat gesneden banen) beter kunnen benutten in deze sector. Ook ontwikkelen we samen met werkgevers, onderwijs en wetenschap, zorgverzekeraars en deRotterdamseZorg een (regionale) zorgvisie 2030: hoe ziet maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en zorg er in de toekomst uit? Vanuit deze stip op de horizon beredeneren we terug welke maatregelen nu (al) nodig zijn om hulp en ondersteuning ook in de toekomst organiseerbaar te houden.

61

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Wonen Er is sprake van krapte op de woningmarkt. Een dak boven het hoofd is een voorwaarde voor het bieden van goede, effectieve ondersteuning en voor het opbouwen van een nieuw bestaan. Ondanks een relatief hoge sociale woningvoorraad in de stad is de uitstroom naar een woning voor jongeren, daklozen en kwetsbare inwoners lastig. Daarnaast is de huidige woningvoorraad onvoldoende (geschikt) voor de groeiende groep ouderen om langer thuis te blijven wonen. In Rotterdam worden de komende jaren veel woningen vervangen of bijgebouwd. In totaal neemt de woningvoorraad toe met ruim 30.000 woningen tot aan 2030 (Addendum Woonvisie). Door een integrale aanpak vanuit het sociale en het fysieke domein: • Sluiten we aan bij de landelijk versnelde aanpak om het woningtekort aan te pakken. Er zijn vier grote versnellingslocaties in Rotterdam benoemd. Op basis van referentiewaarden wordt ook rekening gehouden met maatschappelijke voorzieningen. • Hebben we inzicht in alle kwetsbare Rotterdammers die een woning zoeken en nemen we weloverwogen besluiten in de doorstroom van deze doelgroep naar beschikbare woningen. • Continueren en monitoren we de prestatieafspraken met corporaties over de beschikbaarheid, de invulling en toewijzing van vastgoed (woningen en bouwlocaties) en richten we deze op de ambities uit dit plan (ouderen en kwetsbare rotterdammers).

• Werken we samen om flexwonen mogelijk te maken: een vorm waarbij er tijdelijke huisvesting wordt gecreëerd voor zowel studenten als kwetsbare Rotterdammers. • Onderzoeken we – in samenwerking met betrokken gemeenten – in hoeverre we de urgentiebepaling kunnen uitbreiden voor jeugdigen die uitstromen uit een residentiële jeugdzorgvoorziening. • Werken we, wanneer vanwege herstructurering of de energietransitie mensen (tijdelijk) hun woning moeten verlaten, met onze Rotterdamse partners samen om Rotterdammers daarbij tijdig de nodige zorg en ondersteuning te bieden.

• Werken we met Rotterdamse partners samen aan de uitvoering van het Langer Thuis Akkoord (voor ouderen). Daarin wordt de nadruk gelegd op voor ouderen geschikte woningen, nieuwe woon(zorg) concepten en zelfstandig wonen in de wijk. Uitgangspunt is dat ouderen zoveel mogelijk in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. We differentiëren het aanbod, zodat we verschillende groepen ouderen kunnen bedienen met uiteenlopende woonwensen, behoeften en portemonnees. Afzonderlijk wordt ook gesproken over de toekomst van de verpleeghuiscapaciteit en wat daarvoor nodig is. Hierbij gaat het om corporaties die blijven verhuren en investerend vermogen voor nieuwbouw.

Lokale agenda toegankelijkheid Voor de uitvoering van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap heeft Rotterdam de Lokale Agenda Toegankelijkheid (LAT) opgesteld. Doel van de LAT is het bevorderen van de inclusiviteit van mensen met een beperking en/of chronische ziekte. Dit is breed opgepakt op tien verschillende thema’s, waaronder buitenruimte, wonen en dienstverlening. In de LAT is weergegeven wat de gemeente heeft gedaan, doet en gaat doen op het gebied van fysieke, sociale en informatietoegankelijkheid.

62

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Onderwijs

Sport en Cultuur

Veiligheid

Langer thuiswonende ouderen Armoede en schulden

Taal

Werk en inkomen

Medisch domein De uitgangpunten in de startnotitie zorgen ervoor dat we in Rotterdam ook aandacht geven aan zorg en ondersteuning die niet gemeentelijk gefinancierd is én aan aanbod dat ongezondheid en instroom in Wmo en Jeugdzorg voorkomt. Beter samenwerken met nietgemeentelijk gefinancierde partners: • Draagt bij aan een klantvriendelijker en meer integraal aanbod voor Rotterdammers met een zorgbehoefte. • Voorkomt dubbel werk en dubbele financiering. • Draagt bij aan het aanpakken van het personeelstekort in de zorg. • Normaliseert en ontzorgt: het vermindert de instroom naar Wmo 2015 en Jeugdhulp en versterkt de wijkpreventieketen. In het doorontwikkelplan Zorg voor elkaar werd een betere samenwerking tussen het medische en sociale domein al als ambitie genoemd. Sindsdien zijn er stappen gezet om die verbinding te verstevigen. Deze inzet is van waarde en zal worden gecontinueerd. Daarbij willen we nu een volgende stap zetten. Dit doen we door: • Strategisch samen te werken met zorgverzekeraars en zorgkantoren VGZ en Zilveren Kruis bij het bieden van integrale ondersteuning en het bevorderen van de doorstroom in de keten. Deze samenwerking vindt ook plaats in regionaal verband voor de doelgroepen jeugd, ouderen en ggz en op preventie.

Huisvesting

• De samenwerking tussen de Wmo-adviseurs van de VraagWijzer en de wijkverpleegkundigen in gebieden te versterken. We faciliteren overleg en contact tussen de indicatiestellers. Indicaties vanuit de Zvw en de Wmo 2015 en eventuele grensvlakken daartussen worden daardoor beter op elkaar afgestemd, met inen toestemming van de cliënt zelf. • Te onderzoeken welke slimme communicatiemiddelen zorg- en welzijnsprofessionals kunnen gebruiken rondom een cliënt en zijn/haar mantelzorger(s) om zo op digitale wijze de samenwerking te verbeteren. • De toegang tot de Wijkteams en de VraagWijzer eenduidiger vorm te geven met heldere (korte) meldingsprocedures en afspraken over terugkoppeling naar de huisarts. De samenwerking met huisartsen en wijkverpleging gaan we vanuit de gemeente steviger organiseren. • Een wijkpreventieketen te realiseren. Daarbij is behoefte aan een structurerend mechanisme, waarmee er overzicht ontstaat in het beschikbare preventieve aanbod in een wijk. En er is helderheid nodig over de rol en verantwoordelijkheid van betrokken (sociale en para/medische) professionals in een wijk en hoe die ondersteund kunnen worden.

63

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Taal Wie geen Nederlands spreekt, ervaart een enorme belemmering bij het krijgen van de juiste ondersteuning. Met behulp van het beleidskader De Taalspiraal kunnen we kwetsbare, laaggeletterde Rotterdammers naar een passend aanbod verwijzen. Dit zal hun rol op de arbeidsmarkt, hun participatie en zelfredzaamheid vergroten.

64

2

Bijlage

Opdracht­geverschap en contracteren

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Bijlage 2: O  pdrachtgeverschap en contracteren De gemeente Rotterdam werkt met vele gespecialiseerde aanbieders samen om de opgaven in het sociaal domein te realiseren. Via opdrachtverlening voeren aanbieders een deel van de gemeentelijke (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden uit. Vaak staan aanbieders van zorg en ondersteuning dichter bij bewoners en cliënten dan de gemeente zelf. Dat maakt aanbieders een verlengstuk van de gemeente richting onze bewoners. Tegelijkertijd blijft de gemeente eindverantwoordelijk en aanspreekbaar op de kwaliteit en de resultaten. Het goed invullen van onze rol als opdrachtgever is dus cruciaal om onze verantwoordelijkheden te kunnen dragen en de beleidsdoelen in het sociaal domein te realiseren. In de volgende paragrafen geven wij weer hoe wij aankijken tegen onze rol als opdrachtgever, welke ontwikkelingen wij – samen met aanbieders – willen doormaken, waar wij aanbieders op aanspreken en waar aanbieders ons op mogen aanspreken.

Leidende principes voor goed opdrachtgeverschap Via het opdrachtgeverschap geven we invulling aan de afspraken en relaties met onze aanbieders. De manier waarop we dat doen kan verschillen per domein en per opgave. Aanbieders kunnen daarin dus verschillen merken. Wel zijn er 11 leidende principes te formuleren die voor ons altijd zullen gelden. Dit zijn ze: 1. Goede dienstverlening voor Rotterdammers staat voorop. 2. We sturen op effectiviteit (doen wat werkt) en het bereiken van haalbare resultaten. 3. Vertrouwen is onze basishouding; we stellen ons op als betrouwbaar partner, we zijn aanspreekbaar en spreken ook aan, we scheppen duidelijkheid over ieders rol, verantwoordelijkheid en taken en we hebben oog voor elkaars belangen en risico’s. 4. We maken ons hard voor een duurzame regionale samenwerking waarin stabiel opdrachtgeverschap leidt tot een duurzaam specialistisch aanbod voor complexe problematiek. 5. We bevorderen goede onderlinge samenwerking tussen aanbieders in wijk- en zorgnetwerken. 6. De financiële totstandkoming en afwikkeling van de opgave is doelmatig, rendabel en financierbaar voor alle betrokkenen.

7. We verlangen een integere en professionele bedrijfsvoering van onze partners. 8. We beperken administratieve lasten voor alle betrokkenen. 9. We stimuleren het lerend vermogen van onszelf als opdrachtgever, van professionals in de uitvoering en van de samenwerking in het stelsel als geheel. 10. We bieden ruimte voor innovatie en verbeteringen. 11. De contracteringsvorm en de gekozen manier van samenwerken zijn gericht op het doel van de opgave. We benutten daarbij de ruimte in de (aanbestedings) wet.

Regionale samenwerking Sommige vormen van hulp en ondersteuning zijn zo specialistisch dat het verstandig is om voor de contractering ervan samen te werken met andere gemeenten. Daarom werkt de gemeente voor een deel van de gespecialiseerde, tweedelijns jeugdhulp (bijvoorbeeld de residentiële zorg) samen met de omliggende gemeenten (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond). Vanaf 2022 wordt het Beschermd Wonen verder gedecentraliseerd van de centrumgemeenten naar alle afzonderlijke gemeenten. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor het bieden van een passende plek voor kwetsbare mensen straks niet meer alleen bij centrumgemeente Rotterdam ligt, maar bij de regiogemeenten gezamenlijk. Ook hier vindt intensieve samenwerking plaats. Ons uitgangspunt is de kwaliteit en beschikbaarheid van noodzakelijke zorgfuncties te borgen, zodat we onze inwoners de hulp kunnen bieden die ze nodig hebben. Daarbij is het steeds de vraag welke schaalgrootte het beste werkt. Het ministerie van VWS en de VNG zijn bezig met het ontwikkelen van een norm voor opdrachtgeverschap in de regionale samenwerking. De uitkomst daarvan zal richtinggevend zijn voor de onderlinge samenwerking en de toekomstige inkoop.

66

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Uitgangspunten voor contracteren Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp realiseren we voornamelijk via diverse subsidies en inkoopcontracten. Onze instrumenten daarvoor zijn aanbesteden, (quasi-)inbesteden, subsidiëren en het ‘openhouse-systeem.’ Ook al zouden we minder gebruik willen maken van het instrument aanbesteden, we voorzien hierin voorlopig geen aanzienlijke wijzigingen. Vanwege wettelijke voorschriften zullen keuzes voor subsidiëren of inkopen dus nagenoeg gelijk blijven. Wel is het onze ambitie om het toepassen van deze instrumenten te verbeteren en vernieuwen, zodat ze nog meer bijdragen aan het bereiken van onze beleidsdoelstellingen. Daarover gaat deze paragraaf. Ons voornemen is om In 2022 de nieuwe contractperiode te laten beginnen voor de grotere opdrachten voor welzijn, Wmo-maatwerkvoorzieningen (m.u.v. hulpmiddelen en vervoer) en voor de lokale basis GGZ-jeugdhulp. Voor wijkteams en de lokale hulp voor jeugdigen met een beperking beogen we een start van de nieuwe contractperiode in 2023. Deze ingangsperiodes zijn nog voorlopig en mede afhankelijk van de keuzes die samen met de regiogemeenten worden gemaakt ten aanzien van de gezamenlijke inkoop van de specialistische jeugdhulp en het beschermd wonen. De inkoop van 2022/2023 biedt de kans om goede elementen te bestendigen en om onze nieuwe ambities te realiseren.

Hieronder volgen de belangrijkste uitgangspunten op het gebied van contracteren: • Kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp staat voorop. • We hechten veel waarde aan sterke en langdurige samenwerkingsrelaties. Dat laat onverlet dat een periode van (her)contracteren kan betekenen dat nieuwe aanbieders toetreden tot het stelsel van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp en dat bestaande aanbieders uittreden. Dit trekt een wissel op bestaande samenwerkingsrelaties in wijk- en zorgnetwerken. We doen ons best om de nadelige effecten van periodieke contractering te beperken. Voorop staat dat Rotterdammers zo weinig mogelijk nadeel ondervinden van eventuele wisselingen van aanbieders.

• Wanneer langdurige samenwerking tussen partijen onontbeerlijk is om de doelen van de opgave te bereiken, sluiten we langer lopende contracten. Daarbij creëren we waar mogelijk ruimte in de contracten om gemaakte afspraken tussentijds bij te stellen, zodat we in kunnen spelen op ontwikkelingen. Ook verkennen we voor welke opdrachten tussentijdse toe- en uittreding een passende werkwijze is. We bekijken mogelijkheden om de momenten waarop we aanbieders zoeken voor de verschillende opdrachten, te spreiden. Zo willen we de werklast voor aanbieders en de gemeente binnen de perken houden. We hebben oog voor de onderlinge verwevenheid van verschillende opdrachten en we stemmen opdrachten op elkaar af. • Keuzevrijheid is geen doel op zich, kwaliteit van dienstverlening wel. We willen de beste en passende zorg en ondersteuning voor Rotterdammers organiseren. In relatie daartoe maken we keuzes in welk aanbod we realiseren. Soms bieden we daarom meer keuzeruimte voor Rotterdammers tussen aanbieders, en soms minder. Daarbij hebben we er ook oog voor dat het aanbod past bij diverse godsdienstige gezindten, levensovertuigingen en de diversiteit in culturele achtergronden van Rotterdammers. • Om samenhangende hulp en ondersteuning te stimuleren, onderzoeken we hoe we meer gebiedsgerichte opdrachten kunnen verstrekken.

Ook Rotterdammers die in de ‘buitengebieden’ wonen willen we voldoende hulp en ondersteuning dichtbij kunnen bieden. Hier gaan we over in gesprek met omliggende gemeenten. • Per opgave kunnen verantwoordelijkheden en de rolverdeling tussen partijen verschillen. In sommige opgaven gaat de gemeente meer regie nemen om goede samenwerkingen tussen partijen in wijk- en zorgnetwerken in de verschillende onderdelen van het stelsel te faciliteren c.q. tot stand te brengen. In andere opgaven ligt de regie op samenwerking juist weer bij andere partijen. In de opdrachtverstrekking scheppen we duidelijkheid over ieders rol, verantwoordelijkheid en taken. • Bij aanbestedingen benutten we de wettelijke ruimte om tot de best passende procedure te komen (zie kader). Bij het inrichten van de aanbestedingsprocedure zijn doelmatigheid en beperking van administratieve lasten voor ons belangrijke uitgangspunten. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in het hanteren van een haalbare planning voor aanbieders en gemeente en in het hanteren van een logische indeling en reikwijdte van de opdrachten. We toetsen onze inkoopstrategieën bij aanbieders en gaan waar nodig in dialoog.

67

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

SAS-aanbestedingsprocedure Voor de inkoop van 2018 is vooral voor de reguliere openbare Europese aanbestedingsprocedure gekozen. Voor de aankomende contracteringsronde 2022/2023 zijn wij van plan om gebruik te maken van de Europese aanbestedingsprocedure die specifiek bedoeld is voor het sociaal domein (de zogenaamde SAS-procedure). Deze procedure kent minder vaste regels en kan meer naar eigen inzicht worden vormgeven. Zo is er meer ruimte voor dialoog met de markt, hoeven de Europese standaardtermijnen niet gehanteerd te worden en gelden de regels voor gunningscriteria, geschiktheidseisen of uitsluitingsgronden niet. Uiteraard moeten wij ons bij de inrichting van de procedure wel houden aan de (algemene) regels voor gelijkheid, non-discriminatie, transparantie en proportionaliteit. Een beperking van de ruimere mogelijkheden van de SAS-procedure is dat in de Jeugdwet en de Wmo 2015 de verplichting is opgenomen om te gunnen op basis van gunningscriteria. De minister van VWS bereidt een wetswijziging voor om deze verplichting te laten vervallen.

• We streven een zo groot mogelijk maatschappelijk effect na en stellen inhoudelijke effectiviteit centraal in de inkoopmodellen, opdrachtbeschrijvingen, contracten en KPI’s. Ook steken we energie in de verdere ontwikkeling van de instrumenten waarmee we kunnen sturen, zoals data, heldere en doelmatige KPI’s, monitoring en prikkels. Die instrumenten zijn zodanig gedefinieerd dat de uitvoering, de aanbieders en het contractmanagement er goed mee uit de voeten kunnen. • Onze basishouding is vertrouwen. Wij kweken vertrouwen door ons gedrag en bieden onze partners ruimte om hun intrinsieke professionaliteit te tonen. Zo wordt wederzijds vertrouwen verdiend en bestendigd. Toezicht, controles en verantwoording zijn ondersteunend, maar niet het uitgangspunt. • We doen ons best om onbedoelde neveneffecten van het werken met hoofd- en onderaannemers te beperken en te voorkomen. Zo willen wij eerlijke tarieven betalen; ook onderaannemers moeten daarvan op aan kunnen. En we zorgen ervoor dat ook kleinere specialisten een plek behouden in het Rotterdamse stelsel. • Bij de contractering houden we er rekening mee dat ook kleinere, lokaal gewortelde partijen (zoals wijk- en zorgcoöperaties en sociaal ondernemers) een rol moeten kunnen spelen in het stelsel van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.

Daar waar de schaalgrootte van de opdrachten voor kleine partijen een probleem is, stimuleren we samenwerking. • We leren van eerdere trajecten. Het proces dat voorafging aan de contractering van 2018 was zeer arbeidsintensief en zorgde voor een roerige en onzekere tijd voor aanbieders en gemeente. Dit proces is uitgebreid geëvalueerd, ook samen met de aanbieders. De leerpunten daaruit zijn verwerkt in dit hoofdstuk. We passen de leerpunten zo veel mogelijk toe in de aankomende processen van inkopen en subsidiëren.

68

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Doorontwikkeling arrangementenmodel Het arrangementenmodel is operationeel vanaf 2015 voor de Wmo 2015 en vanaf 2018 voor jeugd. Een belangrijk doel bij dit model is het bevorderen van een integrale werkwijze (integrale regie op de casus, integrale leveringsplicht voor aanbieders). In de komende periode blijft het arrangementenmodel voor jeugd en volwassenen behouden. Voor zowel jeugd als volwassenen evalueren we de werking en opbouw van het arrangementenmodel en op onderdelen ontwikkelen we het model door: we bekijken welke resultaatgebieden binnen de integrale opdracht blijven vallen en welke niet meer. Daarnaast voegen we mogelijk nieuwe resultaatgebieden toe, gericht op integrale hulp aan gezinnen (gezinsarrangement(en)), met name op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Tot slot willen we onze wijze van sturing op door aanbieders bij individuele cliënten te behalen resultaten verbeteren. Voor het arrangementenmodel van volwassenen (Wmo 2015) kunnen nu al de volgende uitgangspunten benoemd worden: • We behouden de integrale leveringsplicht, het integrale karakter en de flexibele inzet die mogelijk worden gemaakt door het arrangementenmodel. • We houden vast aan het principe van persoonsvolgende bekostiging (voor alle huidige en toekomstige onderdelen van het arrangementenmodel).

• Vernieuwingen van Wmo-voorzieningen worden zoveel mogelijk binnen het arrangementenmodel gerealiseerd. Wanneer een (gedeeltelijke) omzetting van maatwerkvoorzieningen in algemene voorzieningen wordt overwogen, beoordelen we de wenselijkheid hiervan op minimaal de volgende criteria: a. Preventie: de inzet van de algemene voorziening voorkomt aantoonbaar dat in een latere fase de inzet van een maatwerkvoorziening nodig is. b. Substitutie: de omzetting van een maatwerkvoorziening naar een algemene voorziening leidt tot substitutie. Dat wil zeggen dat cliënten die voorheen een maatwerkvoorziening zouden krijgen nu gebruik maken van de algemene voorziening, en daarnaast ontstaat er geen nieuwe (lichtere) doelgroep van gebruikers van de algemene voorziening. c. Stapeling: de inzet van de algemene voorziening leidt (op termijn) niet tot stapeling met (alsnog) een maatwerkvoorziening, en daarmee niet tot stapeling van kosten. d. Kostprijs: de kostprijs van een algemene voorziening ligt gelijk aan of is lager dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening. e. Verantwoording: een heldere productomschrijving en verantwoording op cliëntniveau is mogelijk, waarbij het duidelijk is of de levering behoort tot de betreffende algemene voorziening of de maatwerkvoorziening. Voor het arrangementenmodel van jeugd volgt de evaluatie op een later moment.

Dan zullen ook specifieke ontwikkeldoelen nader worden bepaald. Vooruitlopend daarop zien wij als gewenste verbeteringen nu al: • Het uitbreiden van mogelijkheden om arrangementen tussentijds bij te stellen, bijvoorbeeld door de intensiteitstreden naar beneden bij te stellen of een ondersteuningselement (verblijf of dagopvang) uit te zetten. • Het uitbreiden van de mogelijkheden om bepaalde arrangementen (Pleegzorg en Langdurig Verblijf) met behandeling te kunnen verrijken.

69

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Beperken administratieve lasten

E-health stimuleren

We blijven onverminderd ons best doen om de administratieve lasten voor de gemeente en de zorgaanbieders zo veel mogelijk te beperken. Na de schrapsessies voor de Wmo-arrangementen en de wijkteams gaan we nu ook schrapsessies organiseren voor de jeugdhulparrangementen. De maatregelen die voortkwamen uit eerdere schrapsessies nemen we mee in nieuwe opdrachten en in onze eigen bedrijfsvoering.

Zoals beschreven in hoofdstuk 5 stimuleren we toepassingen van e-health. Dit doen we vanuit drie rollen: een faciliterende, een dienstverlenende en een opdrachtgevende rol. Die rollen definiëren we als volgt: • In de faciliterende rol spant de gemeente zich in om de inzet en acceptatie van e-health te vergroten onder zowel de (kwetsbare) bewoners als zorg- en welzijnsprofessionals. • In de dienstverlenende rol gaat het om de toepassing van e-health in onze eigen dienstverlening aan onze burgers. • In de opdrachtgevende rol willen we de inzet van e-health door zorg- en welzijnsorganisaties stimuleren. We willen dit doen door specifieke voorwaarden te stellen voor de verlening van opdrachten en subsidies. Het uitgangspunt is niet dat de gemeente technologische innovaties als ‘extra’ producten gaat inkopen, maar dat de huidige zorg en ondersteuning waar mogelijk (gedeeltelijk) wordt vervangen, verplaatst of voorkomen door e-health toepassingen die bewoners en professionals helpen. Het doel is dat aanbieders e-health daadwerkelijk gaan gebruiken om de zorg en ondersteuning beter, toegankelijker en/of goedkoper te maken. De eerste twee rollen vervullen we in relatie tot e-health al. Nieuw is dat we nu ook onze opdrachtgevende rol benutten om de toepassing van e-health te vergroten.

70

3

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Bijlage

Financiële paragraaf Heel de stad

71

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Bijlage 3: Financiële paragraaf Heel de stad In de tabel hieronder staat het meerjarig budget voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp weergegeven. 2021

2022

2023

2024

Jeugdbudget (Lokaal, GR-JR, CJG, welzijn en preventie)

€

239.100.000

€ 239.700.000 €

241.300.000 €

244.300.000

Wmo-budget (Arrangementen (incl. budget voor regionale MO en BW), overige Wmomaatwerkvoorzieningen, welzijn en preventie)

€

348.200.000

€ 312.100.000 €

313.800.000 €

315.000.000

Integraal budget Jeugd en Wmo (Wijkteams, HG-KM en loketten)

€

108.300.000 €

103.800.000 €

103.200.000 €

103.200.000

Totaal

€

695.500.000 €

655.700.000 €

658.300.000 €

662.500.000

Toelichting 1. In de meerjarenfinanciering van het zorgdomein is gekozen voor een omslag in het financieel kader door uit te gaan van een realistische begroting die past bij de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen. Hiermee ontstaat een stabiele aanpak voor de komende jaren. Dit bestaat uit het blijven actualiseren van het financieel beeld, inzet op extra geld vanuit het Rijk, 2 tot 3 jaar vooruitkijken en het budget verder herijken op basis van de laatste landelijke en Rotterdamse ontwikkelingen. In die zin is de huidige begrotingsstand ‘slechts’ een momentopname. 2. Rotterdam wil zekerheid bieden aan werkgevers in het sociaal domein door meerjarig ruimte te bieden om de lonen te laten stijgen. Dagelijks zetten duizenden zorgmedewerkers zich in voor goede zorg. Vanaf 2021 committeert Rotterdam zich daarom aan indexatie van de tarieven voor zorgaanbieders met het OVA-percentage.

3. In 2022 is sprake van een kantelmoment: a. Het nieuwe beleidsplan Heel de stad wordt geïmplementeerd. b. Na de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021 is er nieuwe kabinet aangetreden. c. In maart 2022 zijn ook de gemeenteraadsverkiezingen en heeft Rotterdam een nieuw college. Met de hierboven geschetste stabiele aanpak met telkens 2 tot 3 jaar vooruitkijken kunnen deze ontwikkelingen in de prognoses worden verwerkt.

72

Heel de stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026

Intensiveringen en ombuigingen De in Heel de stad voorgestelde koers noodzaakt tot een aantal intensiveringen. In 2035 is één op de vijf Rotterdammers ouder dan 65+. Met tussenvoorzieningen, ouderenhubs en levensloopbestendige woningen anticiperen we op de vergrijzing en zorgen we ervoor dat Rotterdammers prettig ouder kunnen worden in de stad. Door slimmere inzet van preventie, innovatie en digitalisering wordt constant gezocht naar oplossingen om de zorg ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden. Het realiseren van deze inhoudelijke beweging is nodig om op langere termijn het groeiende aantal Rotterdammers van passende zorg en ondersteuning te kunnen blijven voorzien en tot stabilisering of afvlakking van de groei van kosten te komen. In de herijking van het meerjarig financieel kader voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp is hier rekening mee gehouden. Met dien verstande dat de investeringen worden bekostigd door

het doen van een aantal ombuigingen, opdat het budgettair kader niet nog meer hoeft te worden verruimd.

Overige wijzigingen De hieronder beschreven intensiveringen en ombuigingen zijn niet de enige veranderingen die staan beschreven in Heel de stad. Er zijn ook maatregelen opgenomen die geen intensivering vragen en dus budgetneutraal plaatsvinden. Voorbeelden hiervan zijn de nieuwe vormen van jeugdwerk die beter aansluiten op de leefwereld van kinderen en jongeren, meer aandacht voor het huisvesten van kwetsbare groepen, beter benutten van mogelijkheden voor kwetsbare Rotterdammers om via regulier werk deel te nemen aan het arbeidsproces, meer aandacht voor een gezonde leefstijl en mentale weerbaarheid en het vergroten van de toepassing van e-health.

Intensiveringen Jonge generatie Rotterdammers - Meer preventieve ondersteuning in de wijken en op scholen - Stevige Start (voor kinderen van kwetsbare moeders) - Uitbreiden gezinsarrangementen

€ 7.000.000

Rotterdammers in een kwetsbare situatie - Tussenvoorzieningen doelgroep kwetsbaren - Terugvalpreventie

€ 2.000.000

Langer thuiswonende ouderen - Bevorderen van vitaliteit, preventie en collectieve ondersteuning - Tussenvoorzieningen doelgroep ouderen - Meer flexibele respijtzorg

€ 4.000.000

Totaal

€ 13.000.000

Ombuigingen Herijkingen jeugd lokaal

€ 1.500.000

Beperken instroom geïndiceerde hulp en ondersteuning door groter aanbod niet-geïndiceerde/ laag specialistische hulp en ondersteuning: - GR-JR - Wmo-maatwerkvoorzieningen Bevorderen participatie

€ 9.500.000

Transformeren van een aantal plekken beschermd wonen naar eenzelfde aantal plekken in tussenvoorzieningen (doelgroep kwetsbaren)

€ 2.000.000

Totaal

€ 13.000.000

73

Colofon Tekst Gemeente Rotterdam Ontwerp Awareness+zootz Jaar van uitgave 2021

Rotterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d491ec95-aba8-437c-bbf5-453e329ddaf5