[21bb003990] Bijlage behorende bij 21bb3989 over Onderzoek Een uurtje langer, een onderzoek naar sluitingstijden in de Rotterdamse horeca
Tekst van het document
Zij geven aan iets langer open te willen zijn dan momenteel kan, maar niet tot de vroege ochtend vanwege het publiek dat laat in de nacht nog op de been is Tevredenheid met vergunning en voorwaarden De respondenten is gevraagd in hoeverre zij tevreden zijn met de huidige 24-uursvergunning en de daaraan verbonden voorwaarden. Het overgrote deel van de ondernemers is (zeer) tevreden met de huidige vergunning en de daaraan gekoppelde voorwaarden (21 van de 26 ondernemers). Vijf van de 26 ondernemers zijn zeer ontevreden tot neutraal gestemd. Daarnaast geven alle ondernemers, op twee na, aan tevreden te zijn met de huidige sluitingstijden die zij hanteren voor hun onderneming. Hetzelfde beeld komt naar voren in de interviews met uitbaters van 24-uursvergunningen. De respondenten zijn over het algemeen (zeer) tevreden met de huidige vergunning. Het merendeel van de bevraagde ondernemers met een 24-uursvergunning vindt de eisen die door de gemeente verbonden zijn aan het uitbaten van een 24-uursvergunning redelijk tot zeer redelijk (21 van de 26 respondenten). Een enkeling geeft aan de eisen onredelijk te vinden. Vier respondenten zijn neutraal. Op de vraag welke voorwaarden de ondernemers zouden willen veranderen, antwoordt twee derde van de respondenten dat zij geen eisen willen veranderen.
Een klein aantal ondernemers (4 respondenten) wil de voorwaarde “het laten uitvoeren van een akoestisch onderzoek” veranderen. Dit komt overeen met de resultaten uit de vragenlijst onder ondernemers met een avondvergunning. Binnen die groep was het uit laten voeren van akoestisch onderzoek eveneens een voorwaarde waar een klein deel aan wilde voldoen. De interviews met ondernemers met een 24-uursvergunning bevestigen het beeld dat uit de vragenlijsten ontstaat dat deze ondernemers over het algemeen tevreden zijn met de bijbehorende voorwaarden en eisen. Eén van de ondernemers vertelt het soms wel lastig te vinden om alle eisen goed te begrijpen en heeft daarom iemand daarvoor ingehuurd. Een andere ondernemer is van mening dat het hebben van portiers niet altijd nodig en gewenst is.
48
Ik heb altijd zonder portiers gewerkt en de gemeente verplicht je om dat te doen. In het weekend is het goed. Maar doordeweeks heb je ze niet nodig. Ik wil ook niet iemand voor de deur. Bij mij loopt er iemand rond. Want als er iemand voor de deur staat, heeft dat ook een uitstraling over wat voor soort tent je bent. Beschouwing van het huidige horecabeleid op basis van interviews (24-uursvergunning) Over het algemeen zijn de gesproken ondernemers tevreden met het huidige horecabeleid van de gemeente Rotterdam. Desondanks komt er een aantal spanningsvelden naar voren. Deze spanningsvelden hebben voornamelijk betrekking op de houding van de gemeente ten opzichte van de horeca in het algemeen. Verschillende gesproken ondernemers hebben de indruk dat de belangen van ondernemers achtergesteld worden ten koste van die van burgers. Hoewel er begrip is voor het bewaken van de leefbaarheid en openbare orde, vinden meerdere geïnterviewde ondernemers dat het beleid nu dermate steng is dat het ondernemingsklimaat er onder lijdt. Dezelfde signalen kwamen naar voren in de interviews met ondernemers met een avondvergunning. Een ondernemer verwoordt het als volgt: Als je boven een kroeg gaat wonen, dan moet je niet zeuren over overlast. Desnoods moeten de huren omlaag voor deze mensen. Als de kroeg er komt en je woont er al, dan heeft de bewoner meer recht.
Andersom heeft de horeca meer recht. Er zou vanuit de gemeente meer begrip moeten komen voor de ondernemer. Sommige gesproken ondernemers vinden het horecabeleid “betuttelend”: er zouden te veel regels zijn, zoals bijvoorbeeld rondom het terras. Daarnaast zijn zij van mening dat er te weinig mensen betrokken zijn met verstand van zaken. Zij zouden graag zien dat er meer ervaringsdeskundigen bij het beleid betrokken zijn. Zo geeft een ondernemer als voorbeeld: […] de politie komt ons vaak de les lezen. En dan denk ik, iedereen moet zich bij zijn eigen werk houden. Wij weten heus wel hoe we het moeten doen. Maar dat is allemaal een indirect gevolg van het strengere horecabeleid. Bovendien, zo is de perceptie van één van de ondernemers, worden de regels van de horecanota ongelijk gehandhaafd. Zo zou er strenger worden gehandhaafd op bepaalde regels binnen “bekende” straten. Een aantal geïnterviewde ondernemers geeft aan dat de gemeente de ondernemers vrijer zou moeten laten, bijvoorbeeld bij het bepalen van de sluitingstijden. Eén van de gesproken ondernemers is van mening dat de gemeente “minder zeggenschap” zou moeten hebben wat betreft de horeca. Volgens deze respondent zou het goed zijn als de gemeente zich vooral bezighoudt met de veiligheid bewaken en anderen (mee)beslissen over de horeca.
Zo zou er meer maatwerk nodig zijn, gezien de grote hoeveelheid verschillende typen horecaondernemingen. Zo zegt een van de ondernemers: Aan de ene kant is er sprake van progressie voor wat betreft het luisteren naar ondernemers. Aan de andere kant zou er wel wat meer maatwerk mogen zijn en de gemeente zou soms sneller mogen handelen.
49
Net als bij de gesproken ondernemers met een avondvergunning, vindt ook een aantal ondernemers met een 24-uursvergunning dat de kosten voor onder andere vergunningen en bijvoorbeeld het bijschrijven van medewerkers op de vergunning moeten worden geminimaliseerd.
4.3 Animo alternatieve vergunningen Onderzocht is in hoeverre ondernemers met een 24-uursvergunning interesse hebben in een ander soort vergunning waarbij andere voorwaarden gelden. Mocht bijvoorbeeld een deel van deze ondernemers de 24-uurvergunning verruilen voor een ander soort vergunning dan zou hierdoor ruimte ontstaan voor andere ondernemers om in aanmerking te komen voor een 24-uursvergunning. Aan de respondenten is eerst gevraagd of zij van plan zijn hun 24-uursvergunning aan te houden. Alle ondervraagde ondernemers met een 24-uursvergunning, op één na, geven aan de vergunning te willen aanhouden. Eén van de 26 ondernemers weet niet of hij/zij zijn vergunning in de toekomst zal aanhouden. De ondernemers geven als voornaamste reden voor het willen aanhouden van de vergunning dat deze aansluit bij de behoeften (20 van de 26 respondenten). Een klein deel van de ondernemers houdt de vergunning aan omdat het financieel rendabel is voor de onderneming (8 van de 26 respondenten). Drie van de 26 respondenten geven aan de vergunning ook aan te houden omdat de onderneming daardoor meer waard is bij verkoop. Op de vraag onder welke voorwaarde(n) de respondenten de 24-uursvergunning zouden inleveren, antwoorden 22 van de 26 ondernemers dat zij dit onder geen voorwaarde(n) zullen doen.
Drie respondenten zouden dit overwegen wanneer bij een avondvergunning het aantal verlaatjes wordt verhoogd en/of bij inzet van een verlaatje ook direct de geldende geluidsnormen worden ontheven. Een enkele ondernemer overweegt de 24-uurvergunning voor een avondvergunning te verruilen indien er ruimere openingstijden in het weekend zouden bestaan. Uit de interviews blijkt ook dat de gesproken ondernemers met een 24-uursvergunning van plan zijn deze aan te houden. Zo vertelt een van de ondernemers dat het hebben van een 24-uursvergunning een gevoel van vrijheid met zich meebrengt. Een andere ondernemer wil daarnaast ook graag de vergunning aanhouden omdat het “geld waard” is. Een deel van de gesproken ondernemers zou daarom ook niet de 24-uursvergunning inleveren voor een andere vorm van een vergunning. Een tweetal gesproken ondernemers denkt hier anders over: zij zijn van mening dat een tussenvergunning voor hen ook zal volstaan, zolang er binnen deze vergunning ruimte is voor flexibiliteit. Zo geven beide aan dat een deel van de 24-uursvergunninghouders niet de volledige vergunning benut: Er zijn heel weinig zaken die een 24-uursvergunning hebben die 24 uur open zijn. De grote vraag is naar 4-5 uur open. Daar zou je een hele grote groep mee tevreden stellen. Je kunt een 3-deling maken tot 1 uur, tot 5 uur en 24 uur.
De 24-uursvergunningen zouden ook wel op de schop kunnen, omdat daar niet heel vaak gebruik van wordt gemaakt in de zin van 24 uur open zijn. Een andere ondernemer sluit hierop aan. Deze ondernemer is van mening dat er voldoende nachthoreca is en er zeker niet meer bij hoeft te komen, aangezien het publiek meestal vertrekt rond 3 uur. Er lijkt dus weinig animo onder de respondenten om een ander soort vergunning in overweging te nemen. Het is de vraag of dit komt door huidige uiterste sluitingstijden die gelden bij een avondvergunning of 50
omdat er andere redenen zijn. Om daar inzicht te krijgen, is de respondenten gevraagd in hoeverre een avondvergunning zou voldoen, enkel gelet op openings- en sluitingstijden. Het blijkt dat voor bijna driekwart van de respondenten de sluitingstijden van een avondvergunning (totaal) niet voldoen (19 van de 26 respondenten). Twee respondenten reageren neutraal en vijf van de 26 geven aan dat de sluitingstijden (volledig) voldoen. Voor een (klein) deel van de ondernemers is de sluitingstijd dus niet de belangrijkste reden om een 24-uurvergunning aan te houden. Op dit moment is het mogelijk om bij het uitbaten van een avondvergunning, een incidentele ontheffing te ontvangen zodat de onderneming tot uiterlijk 06:00 open kan blijven (een zogenaamd verlaatje). De respondenten met een 24-uursvergunning is gevraagd in hoeverre dit systeem voor hun bedrijfsvoering praktisch zou zijn. De helft van de ondervraagde ondernemers met een 24-uursvergunning geeft aan het verlaatje een praktisch instrument te vinden, de andere helft vindt dit niet. Het grootste gedeelte van de respondenten dat verlaatjes niet praktisch vindt, vindt dit omdat het uitbreiden van de sluitingstijden zonder geluid te mogen produceren niet interessant is voor hun bedrijfsvoering (10 van de 13 respondenten).
Daarnaast geeft een klein deel aan dat het aantal verlaatjes te beperkt is om een structurele programmering op te maken (4 van de 13). Een deel van de respondenten met een 24-uursvergunning geeft aan dat een avondvergunning interessant kan zijn indien het systeem met verlaatjes wordt verruimd.
4.4 Conclusie In dit hoofdstuk stond de vraag centraal in hoeverre ondernemers met een 24-uursvergunning tevreden zijn met de huidige vergunning en op welke wijze zij de 24-uursvergunning gebruiken. Ook was er aandacht voor mogelijke interesse in alternatieve vergunningen. De respondenten zijn over het algemeen (zeer) tevreden met de huidige vergunning en de huidige sluitingstijden. Het merendeel van de bevraagde ondernemers met een 24-uursvergunning vindt de eisen die door de gemeente verbonden zijn aan het uitbaten van een 24-uursvergunning redelijk tot zeer redelijk. Op basis van de sluitingstijden kan geconstateerd worden dat er twee groepen ondernemers te onderscheiden zijn. Een groep ondernemers die elke dag tot laat openblijft en een groep ondernemers die ervoor kiest om alleen in het weekend langer open te blijven dan mogelijk is met een avondvergunning. Over het algemeen liggen de gehanteerde sluitingstijden, vooral op de uitgaansavonden, liggen buiten de uiterste sluitingstijden van de avondvergunning. Daarnaast gebruiken ondernemers de mogelijkheid om tot later open te blijven wanneer het bijvoorbeeld druk is of bij speciale gelegenheden. Er lijkt op dit moment weinig animo onder de respondenten om een ander soort vergunning in overweging te nemen.
Nagenoeg alle ondernemers zijn van plan hun vergunning in de toekomst aan te houden en zouden hun vergunning onder geen enkele voorwaarde inruilen. Voor een groot deel van de respondenten komt dit voornamelijk door de beperking in openingstijden die gelden bij een avondvergunning. Voor een (klein) deel van de respondenten zouden de sluitingstijden zoals die gelden bij een avondvergunning, wel voldoen.
51
Concluderend kan gesteld worden dat de kans klein lijkt dat de gemeente ondernemers met een 24uursvergunning kan overhalen om te kiezen voor een avondvergunning onder de bestaande voorwaarden. Tegelijkertijd lijkt een avondvergunning voor circa tien procent van de respondenten aan te sluiten bij hun bedrijfsvoering. Mogelijk dat deze respondenten andere redenen hebben om hun vergunning aan te houden. Zo is mogelijk dat zij vasthouden aan hun 24-uursvergunning omdat zij in de toekomst hun exploitatieplan willen veranderen of omdat de onderneming meer waard is met een 24-uursvergunning bij verkoop. Het beeld bestaat dat er een relatief beperkt aanbod aan 24-uursvergunningen is. Hierdoor zijn ondernemingen met een 24-uursvergunning relatief veel waard. Ondernemers lijken daardoor terughoudend te zijn om hun vergunning in te ruilen omdat het onzeker is of ze in de toekomst weer aanspraak kunnen maken op een 24-uursvergunning.
52
5
Conclusie en aanbevelingen
5.1 Conclusie De aanleiding van dit onderzoek kwam voort uit de behoefte binnen de Rotterdamse Gemeenteraad om een breder inzicht te verkrijgen in het bestaande vergunningsstelsel en de behoefte van horecaondernemers ten aanzien van openings- en sluitingstijden. Na het indienen van verschillende moties door de gemeenteraad over het Rotterdamse nachtleven (e.g. “Pomp levendigheid in het Rotterdamse nachtleven”), is besloten onderzoek te laten uitvoeren naar het gebruik van de horecavergunningen. In dit onderzoek staat de behoefte onder de horecaondernemers centraal. Daarbij gaat het vooral om welke behoeften er bestaan bij horecaondernemers met een avond-/24-uursvergunning ten aanzien van openings- en sluitingstijden en in hoeverre het Rotterdamse vergunningsstelsel aansluit op deze behoeften. Tevens heeft dit onderzoek als doel inzicht te verkrijgen in het gebruik van 24uursvergunningen door horecaondernemers. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gebaseerd op interviews en een online vragenlijst. In totaal is er met 21 ondernemers met een avondvergunning gesproken en hebben er 261 de vragenlijst volledig ingevuld. De uitkomsten over de 24-uursvergunningen zijn gebaseerd op zes interviews en 26 ingevulde vragenlijsten.
Tevredenheid en gebruik van vergunningen Uit het onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de ondernemers (avond- en nachthoreca) tevreden is met de gehanteerde sluitingstijden en huidige vergunning. Het minst tevreden zijn uitbaters van een bar/café of snackbars/fastfood restaurant met een avondvergunning. Dit zijn ook de horecazaken die het vaakst gebruik maken van de uiterste sluitingstijden die mogelijk zijn met een avondvergunning. Hoewel een deel van de ondernemers doordeweeks eerder dichtgaat dan hun sluitingstijden aangeven, geldt dit in mindere mate voor ondernemers met een café, bar, snackbar of fastfood-restaurant. Dit duidt erop dat deze horecaondernemingen relatief veel klandizie hebben later op de avond rondom de opgestelde sluitingstijden. Met name op donderdag, vrijdag en zaterdag worden relatief het minst vaak de deuren gesloten vanwege een gebrek aan klandizie. Ondernemers met een 24-uursvergunning lijken deze op grofweg twee manieren te gebruiken. Ongeveer de helft van de respondenten kiest ervoor om elke dag de mogelijkheden van de vergunning te gebruiken om tot laat open te blijven. De andere groep kiest ervoor om voornamelijk in het weekend langer open te blijven dan mogelijk is met een avondvergunning. Bij deze laatste groep liggen de sluitingstijden doordeweeks rond die van een avondvergunning.
Met name op vrijdag en zaterdag blijven ondernemers veel langer open. De meeste ondernemingen sluiten op de deze avonden uiterlijk om 06:00. Logischerwijs kan dit verklaard worden doordat dit uitgaansavonden zijn waarop meer publiek op de been is en het lucratief is voor ondernemers met een 24-uursvergunning om later te sluiten. Het aantal ondernemingen met een 24-uursvergunning dat daadwerkelijk 24 uur open is, is zeer beperkt. Een andere manier waarop de 24-uursvergunning ingezet wordt, is door langer open te blijven wanneer het druk is. Verschillende 53
ondernemers met een 24-uursvergunning benoemen de flexibiliteit van de vergunning als een groot voordeel. Dit stelt hen in staat om een uurtje langer open te blijven wanneer gewenst. Behoeften ondernemers avondvergunning Onder de avondhorecaondernemers is gepolst in hoeverre zij behoefte hebben aan andere sluitingstijden of een ander type vergunning. Het merendeel van de ondernemers geeft aan tevreden te zijn met de huidige vergunning en geen wijzigingen te wensen. Een klein deel geeft aan wel behoefte te hebben aan aangepaste sluitingstijden. Vanzelfsprekend zijn ondernemers die wijzigingen willen aanbrengen in de sluitingstijden over het algemeen ook minder tevreden met de huidige sluitingstijden van de onderneming. Ondernemers die wel behoefte hebben aan aangepaste sluitingstijden, zijn vaak uitbater van cafés/bars en/of eetcafés. Zij zouden het liefst de sluitingstijden verruimen, dit geldt in het bijzonder voor de uitgaansavonden (donderdag, vrijdag en zaterdag). Binnen het bestaande systeem hebben ondernemers met een avondvergunning de optie om vijftien keer per jaar een verlaatje en/of geluidje in te zetten, om zo de reguliere sluitingstijden en/of geldende geluidsnormen incidenteel te verruimen.
Hoewel het verlaatje onder een groot deel van de ondernemers met een avondvergunning bekend is, komt uit het onderzoek naar voren dat ongeveer een derde deze ook inzet om incidenteel langer open te blijven. Bars en (eet)cafés maken het meest gebruik van deze mogelijkheden binnen het bestaande systeem. Dit komt overeen met de bevinding dat bars en cafés tot later openblijven dan andere ondernemingen met een avondvergunning en daarom vaker gebruik zullen maken van incidentele ontheffingen dan horeca-inrichtingen die eerder dichtgaan. Ook zien we dat ondernemers die verlaatjes en geluidjes inzetten, vaker ontevreden zijn met de huidige vergunningen of iets zouden willen veranderen aan het beleid. Het lijkt er dus op dat de ondernemers die ontevreden zijn, al relatief vaak gebruik maken van mogelijkheden binnen het beleid. Het merendeel van de ondernemers met een avondvergunning vindt de verlaatjes en geluidjes echter een praktisch instrument. Een relatief klein deel vindt dit niet en geeft hiervoor variërende redenen zoals dat het aantal verlaatjes te beperkt is, verlaatjes inzetten niet interessant is zonder geluidsontheffing, dat er ruimere geluidsnormen bij het gebruik van geluidjes zouden moeten gelden of er structureel meer geluid moet kunnen worden gemaakt.
Interesse in 24-uursvergunning Het grootste deel van de horecaondernemers met een avondvergunning heeft geen interesse in een 24uursvergunning, overeenkomstig met het grote aantal ondernemers dat geen behoefte heeft aan wijzigingen in de sluitingstijden. Iets meer dan een kwart (27,8%) van de ondernemers zou echter graag een 24-uursvergunning hebben. Dit geldt vooral voor uitbaters van fastfoodrestaurants en bars en cafés. Deze ondernemers geven aan dat zij een 24-uursvergunning zouden willen omdat zij verwachten dat het rendabel voor hen is om een 24-uursvergunning uit te baten. De behoefte aan 24-uursvergunningen lijkt iets groter bij ondernemers die in het Centrum of Rotterdam-Zuid gevestigd zijn. Ondernemers die geen behoefte hebben aan 24-uursvergunning geven aan dat zij verwachten onvoldoende publiek te kunnen trekken om het financieel rendabel te maken of dat het niet aansluit bij hun onderneming. Het merendeel van de ondernemers (avond- en nachthoreca) vindt de eisen gebonden aan het uitbaten van een 24uursvergunning redelijk. Toch is er een deel dat aangeeft niet aan de voorwaarde “het laten uitvoeren van een akoestisch onderzoek” te willen voldoen of deze te willen veranderen.
54
Peiling animo voor alternatieve vergunningen bij de nachthoreca Nagenoeg alle ondernemers zijn van plan hun vergunning in de toekomst aan te houden en zouden hun vergunning onder geen enkele voorwaarde inruilen. Een groot deel van deze respondenten geven aan dat de uiterste sluitingstijden zoals deze gelden binnen de avondvergunning niet voldoen voor hun onderneming. Voor een (klein) deel van de respondenten zouden de sluitingstijden zoals die gelden bij een avondvergunning, wel voldoen. Voornaamste reden waarom de ondernemers de vergunning willen aanhouden is omdat deze aansluit bij hun behoeften. Daarnaast is volgens een klein deel van de ondernemers het aanhouden van de vergunning financieel rendabel voor de onderneming en is de onderneming meer waard bij verkoop. Aan de ondernemers is gevraagd of een avondvergunning in combinatie met de bestaande regeling voor verlaatjes een alternatief zou zijn voor een 24-uursvergunning. Voor de meerderheid van de ondernemers met een 24-uursvergunning voldoen de openings- en sluitingstijden geldende bij een avondvergunning (totaal) niet. Tegelijkertijd is er een klein aantal ondernemers dat aangeeft dat deze openings- en sluitingstijden wel (gedeeltelijk) voldoen. Op basis van dit gegeven zou voor een deel van de ondernemers een vergunning die tussen de huidige avond- en 24-uursvergunning valt, dus mogelijk interessant zijn.
Deze ondernemers willen graag flexibel zijn, maar hebben niet de behoefte om tot in de late uurtjes open te zijn. Echter hebben ook deze ondernemers aangegeven niet open te staan voor een ander soort vergunning. Het is mogelijk dat deze ondernemers hun vergunning niet willen inleveren omdat het opnieuw in bezit komen van een 24-uursvergunning lastig kan zijn. Daardoor bestaat het beeld dat er een schaarste is aan dit type vergunningen waardoor deze als waardevol worden beschouwd. De verlaatjes zijn volgens de helft van de ondernemers met een 24-uursvergunning geen praktisch instrument, vooral omdat het uitbreiden van de sluitingstijden zonder geluid te produceren voor hen niet interessant is. Daarnaast geeft een klein deel aan dat het aantal verlaatjes te beperkt is om een structurele programmering op te maken. Tot slot Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat voor het overgrote deel van de ondernemers dat actief is in de horeca, het huidige vergunningensysteem voldoet. Dit geldt zowel voor ondernemers met een 24-uursvergunning als met een avondvergunning. Ook het systeem met verlaatjes en geluidjes, is voor het grootste gedeelte van de ondernemers afdoende. Tegelijkertijd zou ruim een kwart van de ondernemers met een avondvergunning een 24-uursvergunning willen.
Uitgaande van 1.237 Rotterdamse ondernemingen met een avondvergunning betekent dit dat er circa 340 ondernemers interesse hebben in een 24-uursvergunning. Dit is meer dan een verdubbeling van het huidige aantal uitgegeven 24uursvergunningen. We zien echter ook dat de bereidheid om aan alle voorwaarden van een 24uursvergunning te voldoen, beperkt is. Naar verwachting zullen daarom lang niet alle ondernemers met interesse ook daadwerkelijk overgaan tot het indienen van een verzoek voor een 24-uursvergunning, indien dat mogelijk zou zijn. Met name maatregelen rondom geluid en het uitvoeren van akoestisch onderzoek lijken struikelpunten. Desondanks is de vraag vele malen groter dan het aanbod. Het is echter de vraag of deze ondernemers daadwerkelijk interesse hebben in een 24-uursvergunning of dat zij op zoek zijn naar meer flexibiliteit op uitgaansavonden. Verschillende ondernemers hebben aangegeven dat zij graag in het weekend één of twee uur langer open zouden willen blijven maar geen behoefte hebben om nog later te sluiten. 55
Onder ondernemers die al over een 24-uursvergunning bezitten is er, op een kleine groep na, geen enkele interesse in een alternatieve vergunning. Tegelijkertijd blijkt dat de 24-uursvergunningen voornamelijk benut worden tijdens uitgaansavonden op vrijdag- en zaterdagnacht. Ondernemers geven aan hun 24uursvergunning aan te willen houden omdat het aansluit bij hun behoeften, financieel rendabel is en dat de onderneming er door in waarde stijgt. Het beeld bestaat dat er een relatief beperkt aanbod aan 24uursvergunningen is. Hierdoor zijn ondernemingen met een 24-uursvergunning relatief veel waard. Ondernemers die hun vergunning niet volledig benutten zouden daardoor terughoudend kunnen zijn om hun vergunning in te ruilen omdat het onzeker is of ze in de toekomst weer aanspraak kunnen maken op een 24-uursvergunning.
5.2 Aanbevelingen Gekeken naar de uitkomsten van de vragenlijst en de ervaringen in andere steden in Nederland kunnen er verschillende aanbevelingen gedaan worden waarmee het Rotterdamse horecabeleid beter aansluit bij de behoeften van ondernemers, een sterker uitgaansleven ontstaat en de openbare orde gehandhaafd kan worden. Desondanks zal er altijd sprake blijven van een spanningsveld tussen bewoners en uitgaanspubliek en tussen leefbaarheid en een levendige horeca. Gekeken naar de uitkomsten van de vragenlijst en de ervaringen in andere steden in Nederland kunnen er verschillende aanbevelingen gedaan worden waarmee het Rotterdamse horecabeleid beter aansluit bij de behoeften van ondernemers, een sterker uitgaansleven ontstaat en de openbare orde gehandhaafd kan worden. De aanbevelingen staan in willekeurige volgorde. 1. Overweeg een nieuwe tussenvergunning of een verruiming van de avondvergunning tijdens uitgaansavonden. Het onderzoek toont aan dat veel ondernemers behoefte hebben aan meer flexibiliteit, maar niet 24-uur open willen blijven en de voorwaarden voor een 24-uursvergunning te zwaar vinden. Deze ondernemers zouden vermoedelijk geholpen zijn wanneer zij op donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond tot 03:00 of 04:00 uur ’s nachts open zouden kunnen blijven. 2. Differentieer binnen de vergunningen nog meer naar uitgaansavonden en niet-uitgaansavonden.
We zien dat ondernemers met name gebruik maken van de uiterste sluitingstijden die de vergunning toelaten in het weekend. De verschillen tussen de sluitingstijden tijdens uitgaansavonden en niet-uitgaansavonden lijken relatief klein. Indien deze aanbeveling via een pilot getest wordt, dan ligt het voor de hand om de sluitingstijden op vrijdag- en zaterdagnacht te verruimen van 02:00 tot 03:00 of 04:00 uur. 3. Overweeg om bij een verruiming van de openingstijden een venstertijd in te stellen. Geef bijvoorbeeld ondernemers met een avondvergunning de mogelijkheid om in het weekend tot 03:00 open te blijven maar laat na 01:00 geen nieuwe klanten meer toe. Op deze manier kunnen gasten gespreid vertrekken en hebben ondernemers de flexibiliteit om langer open te blijven wanneer het druk is. Wel ontstaat de kans op grotere verkeersstromen vlak voor de venstertijd ingaat. 4. Bars, cafés, snackbars en fastfood-restaurants zijn vaker ontevreden over hun vergunning dan bijvoorbeeld restaurants, overweeg om binnen het vergunningenbeleid ook te differentiëren naar soort horeca. Indien er uitbreiding plaatsvindt van de sluitingstijden zoals bij 1, 2 en 3 staat beschreven dan zal het differentiëren naar type horeca naar verwachting overbodig zijn.
56
5. Ontwikkel het systeem van verlaatjes en geluidjes verder door. Enerzijds kan gedacht worden aan het vergroten van de bekendheid van de mogelijkheden (inclusief het afkoelhalfuurtje), anderzijds kan er gekeken worden of de gebruiksvriendelijkheid verbeterd kan worden. Bijvoorbeeld door het aanvragen via een app en door te kijken of het mogelijk is om de verlaatjes/geluidjes tot later op de avond zelf aan te vragen. 6. De gemeente Rotterdam zou meer kunnen sturen op levendige horeca en het stimuleren van specifieke soorten (hoogwaardige) horeca in aangewezen gebieden. In verschillende steden is ervoor gekozen om op bepaalde plekken meer ruimte te geven voor zware horeca en op andere plekken vooral voor lichtere horeca te kiezen. Hoewel Rotterdam een aantal uitgaansgebieden heeft zouden hierin mogelijk sterkere keuzes gemaakt kunnen worden. In Amsterdam is bijvoorbeeld een proef met hoogwaardige nachthoreca aan de randen van de stad positief beoordeeld. 7. Denk na over manieren waarop een 24-uurvergunning minder waard wordt. Op dit moment lijkt een klein deel van de ondernemers met een 24-uursvergunning deze aan te houden vanwege het beperkte aanbod en de moeite die het kost om een 24-uursvergunning te krijgen. Dit zorgt ervoor dat er een gevoel van schaarste is waardoor het bezitten van een 24-uursvergunning relatief veel waard is.
Het is mogelijk dat een klein deel van de ondernemers qua bedrijfsuitvoering uit de voeten kan met een avondvergunning maar dat zij dit niet doen om eerdergenoemde reden. Op deze manier houden zij een 24-uursvergunning ‘bezet’. Het zal echter niet eenvoudig zijn om dit te veranderen. 8. Blijf in gesprek met ondernemers en werk aan een gelijkwaardige relatie. Hoewel vanuit de gemeente door bevlogen ambtenaren grote inspanningen worden gedaan om ondernemers te bereiken en te betrekken, constateren wij dat een deel van de ondernemers de verhouding met de gemeente als negatief beoordeelt. Deze ondernemers voelen zich betutteld en hebben het gevoel dat het beleid in de stad een goed ondernemingsklimaat in de weg staat. Hoofdzaak blijft dat er beleid wordt gemaakt dat aansluit bij de behoeften van betrokkenen waarbij vanuit de gemeente een afweging gemaakt kan worden welke belangen prioriteit krijgen. Daarvoor is het noodzakelijk dat goed in beeld wordt gebracht wat de behoeftes en wensen van de verschillende betrokkenen zijn. Het is duidelijk dat de baten en lasten per actor variëren. De horeca heeft baat bij meer omzet, de gemeente bij een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bewoners en toeristen, handhavers bij minder ordeproblemen, terwijl de omwonenden minimale overlast verwachten.
Het afwegen van deze verschillende belangen vereist een zorgvuldige afweging door de gemeente, rekening houdend met de lokale context.
57
Literatuur Atkinson, J.A., Prodan, A., Livingston, M., Knowles, D., O'Donnell, E., Room, R., Indig, D., & Wiggers, J. (2018). Impacts of licensed premises trading hour policies on alcohol-related harms.Addiction, 113(7), 1244-1251. Bliek, R. (2016). Evaluatie Horecanota. Linkin Business i.o.v. Gemeente Alkmaar. Giordano, E., Nofre, J.N. & Crozat, D. (2018). La touristification de la vie nocturne : une nouvelle frontière pour la recherche sur la nuit urbaine.Cybergeo: European Journal of Geography, https://journals.openedition.org/cybergeo/29473 geraadpleegd op 07-05-2020. Graham K., Leonard K. E., Room R., Wild T. C., Pihl R. O., Bois C., & Single, E. (1998). Current directions in research on understanding and preventing intoxicated aggression. Addiction; 93(5), 659–76. Green, C.P., Hollngsworth, B. & Navarra, M. (2015). Longer Opening Hours, Alcohol Consumption and Health, Economics Working Paper Series.Lancaster University, Department of Economics, Lancaster. Hahn, R. A., Kuzara, J. L., Elder, R., Brewer, R., Chattopadhyay, S., Fielding, J., ... & Task Force on Community Preventive Services. (2010). Effectiveness of policies restricting hours of alcohol sales in preventing excessive alcohol consumption and related harms. American journal of preventive medicine, 39(6), 590-604. Hinnosaar, M. (2016). Time inconsistency and alcohol sales restrictions.
European Economic Review, 87, 108-131. Hough, M. & Hunter, G. (2008). The impact of the Licensing Act 2003 on levels of crime and disorder: an evaluation. Crimonology & Criminal Justice, 8(3), 239-260. Kypri, K., Jones, C., McElduff, P., & Barker, D. (2010). Effects of restricting pub closing times on night-time assaults in an Australian city. Addiction, 106(2), 303-310. Marcus, J., & Siedler, T. (2015). Reducing Binge Drinking? The Effect of a Ban on Late-Night Off-Premise Alcohol Sales on Alcohol-Related Hospital Stays in Germany. Journal of Public Economics, 123, 55-77. Norström T. (1998). Effects on criminal violence of different beverage types and private and public drinking. Addiction, 93(5), 689–699. Room R., & Rossow I. (2001). Share of violence attributable to drinking. Journal of Substance Use, 6(4), 218-228. Rossow I. (1996). Alcohol-related violence: the impact of drinking pattern and drinking context. Addiction, 91(11), 1651–1661. Rossow, I., & Norstrom, T. (2011). The impact of small changes in bar closing hours on violence. The Norwegian experience from 18 cities. Addiction, 107(3), 530-537.
59
Snowdon, C. (2015). Drinking Fast and Slow. Ten years of the Licensing Act. Institue of Economic Affairs, London Stockwell, T., & Chikritzhs, T. (2009). Do relaxed trading hours for bars and clubs mean more relaxed drinking? A review of international research on the impacts of changes to permitted hours of drinking. Crime Prevention and Community Safety, 11(3), 153-170. Stockwell, T. & Gruenewald, P. (2001). Controls on the physical Availability of Alcohol. International Handbook of Alcohol Dependence and Problems. Newcastle: John Wiley & Sons. Vingilis, E., McLeod, A. I., Seeley, J., Mann, R. E., Beirness, D., & Compton, C. P. (2005). Road safety impact of extended drinking hours in Ontario. Accident Analysis & Prevention, 37(3), 549-556. Wells S., & Graham K. (2003). Aggression involving alcohol: relationship to drinking patterns and social context. Addiction, 98, 33–42. Wickham, M. (2012). Alcohol consumption in the night-time economy. Greater London Authority: London. Beleidsstukken Bureau Beke. Goede tijden, slechte tijden, duidelijke tijden? Sluitingstijden Arnhemse horeca in perspectief. Maart 2011. Gemeente Alkmaar. Onderzoeksrapportage “Evaluatie Horecanota”. Versie 1.1. Almaar september 2016. Gemeente Amsterdam, Evaluatie nachthoreca. Juli 2017.
Gemeente Amsterdam: Besluit vaststellen procedure vijfde ronde aanvraagnachtexploitatievergunning op tijdelijke basis voor horecabedrijven,gemeente Amsterdam. Gemeenteblad Amsterdam, nr. 117375. 15 mei 2019. Gemeente Breda: Evaluatie openingstijden horeca Breda. Oktober 2010. Gemeente ’s-Hertogenbosch. Evaluatie Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan 2016. September 2016. Gemeente Den Helder: Evaluatierapport Veilig uitgaan regel je samen! , december 2012. Gemeente Deventer: Pilot vrije openingstijden horeca. Deventer binnenstad 2016. 2016. Gemeente Helmond. Beleidsregel ontheffingen sluitingstijden horeca Helmond 2014. Gemeente blad Helmond Nr 64242. 12 november 2014. Gemeente Maastricht: Nota wijzigen APV sluitingstijden horeca. 19 juli 2016, nr 2016-23704. Gemeente Venray: Raadsbesluit Sluitingstijden horeca, inclusief voorstel en bijlagen, 12 februari 2008. Gemeente Zwolle: Eindevaluatie Pilot Vrije Sluitingstijden. Augustus 2017.
60
Bijlage 1
Onderzoeksopzet en -verantwoording
Op basis van de wensen van de gemeente Rotterdam is een onderzoeksopzet ontwikkeld waarmee inzicht verkregen kan worden in de behoeften van horecaondernemers ten aanzien van openings- en sluitingstijden en mogelijke alternatieve systemen. In deze bijlage worden eerst de onderzoeksvragen toegelicht en vervolgens wordt ingegaan op de onderzoeksopzet en -verantwoording.
Onderzoeksvragen De gemeente Rotterdam wenst met dit onderzoek inzicht te krijgen in verschillende aspecten van het openings- en sluitingstijden beleid en wenst daarnaast te polsen hoe groot de behoefte aan 24uursvergunningen is. Om een antwoord op de vragen te kunnen formuleren zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd. Welke behoeften ten aanzien van openings- en sluitingstijden zijn er bij horecaondernemers die beschikken over een avond- of 24-uursvergunning in de gemeente Rotterdam en op welke wijze kan het vergunningenstelsel daarop aansluiten? Daarnaast is er een tweede onderzoeksvraag geformuleerd die betrekking heeft op het vergunningengebruik: Op welke wijze en in welke mate worden verstrekte 24-uursvergunningen gebruikt en wat zijn de redenen hiervoor? Deze hoofdvragen zijn vervolgens uitgesplitst naar verschillende categorieën en subvragen. Behoeften (avond-/nachthoreca) • In hoeverre zijn horecaondernemers met een avondvergunning tevreden met hun huidige vergunning en de mogelijkheden die door de gemeente geboden worden? • Aan welke openings- en sluitingstijden hebben horecaondernemers met een avondvergunning behoefte? a. Waar zijn deze behoeften op gebaseerd? b. In hoeverre komen de behoeften overeen met de mogelijkheden in het bestaande vergunningenstelsel? (i.e.
is er behoefte aan een type vergunning tussen 24-uursvergunning en avondvergunning in?) • In hoeverre hebben ondernemers met een avondvergunning behoefte aan een 24-uursvergunning? a. Waarom hebben zij wel of geen behoefte aan een 24-uursvergunning? b. Wat zijn voorziene obstakels bij het uitbaten van een 24-uursvergunning? • Aan welke openings- en sluitingstijden is bij de ondernemers nachthoreca behoefte? En waarom? a. In hoeverre komen de behoeften overeen met de mogelijkheden in het bestaande vergunningenstelsel? (e.g. is er behoefte aan een type vergunning tussen 24-uursvergunning en avondvergunning in?) Gebruik 24-uursvergunning • Wat zijn de hoofdactiviteiten van de horeca die nu een 24-uursvergunning hebben? • Op welke wijze worden de 24-uursvergunningen in Rotterdam gebruikt? a. Door welk soort ondernemingen/ondernemers? 61
•
b. Op welke momenten en tot hoe laat? c. In hoeverre willen ondernemers met een 24-uursvergunning deze in de toekomst behouden? Wat zijn de achterliggende redenen voor het wel/niet volledig gebruik van een 24-uursvergunning? a. Bij niet volledig gebruik: wat zijn factoren die het optimaal benutten van 24-uursvergunningen in de weg staan? b. Hoe staan ondernemers tegenover de extra voorwaarden die de gemeente stelt aan een 24uursvergunning ten opzichte van een avondvergunning?
Vergunningenstelsels • Welke alternatieve vergunningsstelsels en openingstijden worden in andere steden (nationaal en internationaal) gehanteerd? • Welke impact (risico’s en kansen) hebben deze alternatieven op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in grootstedelijke context?
Opzet en verantwoording Het onderzoek heeft een drieledige onderzoeksopzet en bestaat uit een korte literatuurverkenning, enquête onder ondernemers met een avond- en 24-uursvergunning en verdiepende gesprekken met horecaondernemers. Literatuurstudie Op basis van bestaande wetenschappelijke en beleidsmatige onderzoeken is gekeken naar verschillende vergunningenstelsels in binnen- en buitenland en wat de gevolgen hiervan zijn. De focus ligt daarbij op grootstedelijke gebieden die qua context enigszins vergelijkbaar zijn met Rotterdam. Zodoende is getracht om een vergelijking te maken tussen verschillende systemen en om voor- en nadelen in kaart te brengen. Enquête Op basis van de onderzoeksvragen is een online enquête ontwikkeld. Ondernemers zijn in eerste instantie door de gemeente Rotterdam via een brief benaderd. Omdat geen contactgegevens zoals emailadressen en telefoonnummers in het bestand van de gemeente staan genoteerd, zijn via een online zoekopdracht zoveel mogelijk emailadressen van de ondernemingen achterhaald. Deze emailadressen zijn benaderd met rappels om alsnog aan de vragenlijsten deel te nemen. Daarnaast is geëxperimenteerd met de mogelijkheid om meer emailadressen te krijgen door te bellen met de horeca-inrichting en te vragen of ze benaderd mogen worden voor deelname aan het onderzoek.
Respons Het totale bestand met vergunninghouders bestaat uit 1.726 ondernemingen met een horecavergunning. In het onderzoek maken we onderscheid tussen ondernemers met een 24-uursvergunning en een avondvergunning. Op basis van gegevens van de gemeente is bekend dat op het moment van uitvoeren 146 24-uursvergunningen vergeven zijn. Van deze groep ondernemers hebben er 35 (23,9%) de vragenlijst ingevuld waarvan 26 ondernemers volledig. Dat is een valide respons van 17,8 procent. De potentiele populatie ondernemers met een avondvergunning bedraagt 1.580 ondernemingen (1726 minus 146 geregistreerde 24-uursvergunningen). We weten echter op basis van het veldwerk dat een deel van het bestand vervuild is. Een steekproef onder 340 respondenten leidde tot 26 ondernemingen die niet meer bestaan (10,9 procent). We schatten daarom dat circa 10 procent van het bestand vervuild is. 62
De potentiele populatie komt daarmee op 1.422 ondernemingen met een avondvergunning (1580 minus 158). Aanvullend hebben we een selectie gemaakt van ondernemingen die, hoewel zij over een horecavergunning beschikken, niet relevant lijken voor dit onderzoek. Het betreft ondernemingen waarbij horeca niet het hoofddoel is van de onderneming. Denk bijvoorbeeld aan tuindersverenigingen en speeltuinen. Deze selectie bestaat uit 205 ondernemingen. Analyse van de respondenten die deelgenomen hebben, leert ons dat dit soort ondernemingen ook nagenoeg niet gereageerd hebben op de vragenlijst. Om deze reden rekenen we ook deze groep niet mee voor de totale onderzoekspopulatie. Wanneer we corrigeren voor de verwachte vervuiling van 10 procent binnen deze groep dan blijven er ca. 185 ondernemingen over. De totale populatie ondernemingen met een avondvergunning komt daarmee op 1.237 (1422 minus 185). In totaal hebben er 308 respondenten met een avondvergunning aan het onderzoek deelgenomen, dit is een respons van 24,9 procent. Van deze respondenten hebben er 261 de vragenlijst volledig ingevuld. De valide respons komt daarmee op 21,1 procent. Representativiteit Om een goed beeld te krijgen van de behoeften van de horecaondernemers is er uitgebreid veldwerk verricht.
Alle ondernemers met een horecavergunning hebben op verschillende manieren de mogelijkheid gehad om aan het onderzoek deel te nemen. Zij zijn meerdere keren per brief benaderd en indien mogelijk ook per e-mail. Daarnaast is zoveel mogelijk bekendheid aan het onderzoek gegeven door via verschillende horecabelangenbehartigers oproepen te plaatsen om de vragenlijst in te vullen. Ondanks deze inspanningen is het moeilijk vast te stellen in hoeverre alle relevante subgroepen horecaondernemers in het onderzoek hebben geparticipeerd en is het onzeker of de groep horecaondernemers die aan het onderzoek hebben meegewerkt een goede representatieve afspiegeling is van de totale groep horecaondernemers in Rotterdam. Om dit te kunnen stellen is het in de eerste plaats van belang dat de samenstelling van de totale populatie bekend is. Hoewel de gemeente bijhoudt welke ondernemingen wat voor type vergunning hebben en waar deze gevestigd zijn, is er verder weinig bekend over de ondernemers. We weten daarom niet of een bepaalde groep over- of ondervertegenwoordigd is. Denk bijvoorbeeld aan jonge of oude ondernemers, maar ook aan ondernemers met of zonder een migratie-achtergrond. Het ontbreken van deze gegevens maakt dat we niet kunnen toetsen in hoeverre de respondenten een goede afspiegeling vormen van de ondernemers in Rotterdam.
Duidelijk is wel dat alle ondernemers de mogelijkheid is geboden om aan het onderzoek deel te nemen en dat zij desgewenst hun mening over de onderwerpen in de vragenlijst hebben kunnen geven. De dataverzameling heeft plaatsgevonden tussen begin oktober 2020 en eind januari 2021. Vanwege de corona-maatregelen en de grote impact die dit had op de horeca, is de veldwerkperiode verlengd en zijn er extra inspanningen verricht om ondernemers de kans te geven deel te nemen aan het onderzoek. Onderstaand een overzicht van de manieren waarop ondernemers zijn benaderd in chronologische volgorde. 1) Op 5 oktober 2020 zijn alle ondernemers met een horecavergunning in Rotterdam (n=1736) door de gemeente benaderd met een brief om deel te nemen aan het onderzoek.
63
2) Verzamelen van emailadressen via openbare bronnen van de ondernemers die nog niet gereageerd hebben, resulterend in 705 emailadressen. Naar deze ondernemers is een verzoek tot deelname aan het onderzoek waarna met een interval van een week, twee rappels zijn verstuurd. 3) Vervolgens heeft er een verkenning plaatsgevonden om te beoordelen of het mogelijk was om ondernemers per telefoon te benaderen. Daarbij werd hen de keuze voorgelegd om direct de enquête in te vullen of om een emailadres op te geven waarnaar een link naar de vragenlijst gestuurd kon worden. Uit deze verkenning kwam naar voren dat de inspanningen niet in verhouding stonden tot de te verwachten resultaten. Vaak werd de telefoon niet opgenomen omdat de onderneming dicht was en wanneer er wel opgenomen werd gaven veel ondernemers aan niet te willen deelnemen. 4) De gemeente heeft via verschillende kanalen het onderzoek bekend gemaakt aan ondernemers. Zo hebben de horecagebiedsadviseurs aandacht geschonken aan het onderzoek bij hun contacten en heeft de gemeente verschillende belangenbehartigers van de (Rotterdamse) horeca gevraagd om aandacht te besteden aan het onderzoek. 5) 20 januari 2021 is er een tweede brief verstuurd aan alle ondernemers die nog niet gereageerd hebben. Verdiepende gesprekken In totaal zijn er 26 interviews uitgevoerd.
Van deze interviews waren er 21 met ondernemers met een avondvergunning en zes met een 24-uursvergunning. Deze respondenten zijn geworven via de vragenlijst en via contacten van de gemeente. In de vragenlijst konden ondernemers zelf aangeven of zij mee wensten te werken aan een interview. Ondernemers die dit wensten, zijn telefonisch benaderd waarna een interview afspraak is gemaakt. Van de interviews zijn verslagen op hoofdlijnen gemaakt. Een deel van de respondenten is aangedragen door de gemeente. Horecagebiedsadviseurs hebben aan de bij hun bekende ondernemers gevraagd of zij wilden deelnemen aan een interviews ten behoeve van dit onderzoek. Indien hiervoor toestemming werd gegeven, zijn zij telefonisch benaderd en is er een afspraak gemaakt voor afname van het interview. Tijdens de gesprekken is gebruik gemaakt van een interviewleidraad. De gesprekken hebben telefonisch plaatsgevonden en varieerden in lengte tussen de 10 en 40 minuten.
64
Bijlage 2
Voorbeelden openingstijdenbeleid gemeenten Nederland
Een deel van onderstaande voorbeelden zijn afkomstig uit een notitie uit 2011 die opgesteld is als input voor het debat over sluitingstijden in de gemeente Arnhem (Bureau Beke, 2011). Alkmaar In 2015 is een nieuwe horecanota vastgesteld. Onderdeel van deze nota is het vrijgeven van de sluitingstijden voor de horeca en het toestaan van nieuwe horeca in twee aangewezen gebieden (Binnenstad en Overstad). Bij vaststelling van de nota is afgesproken dat de resultaten geëvalueerd worden met bewoners, bezoekers en ondernemers. Op basis van enquêtes wordt geconcludeerd dat bijna twee derde van de ondervraagden de keuzemogelijkheden in de horeca verbeterd vindt (Bliek, 2016). Dit resulteert ook in meer gebruikmaken van de horeca door bijna de helft van de respondenten. Ondernemers geven aan met name in het weekend gebruik te maken van vrije sluitingstijden. Zowel ondernemers als bewoners geven aan dat de veiligheid onveranderd is in de periode voor en met vrije sluitingstijden. Wel wordt er (veel) meer overlast ervaren door bewoners. Vier op de tien bewoners die rondom het uitgaansgebied leven geeft aan meer overlast te ervaren terwijl dit gemiddeld voor de hele stad iets meer dan één op de vijf is. Tot slot wordt opgemerkt dat bewoners positiever staan ten opzichte van de horecanota naar mate zij verder van het stadscentrum wonen.
Arnhem In Arnhem zijn in 2012 vrije sluitingstijden ingevoerd voor de horeca in het centrum. Argument voor verruiming van de openingstijden was om op die manier een verdere ontplooiing van het Arnhems uitgaansleven te faciliteren. Hoewel er geen officiële evaluatie openbaar is, heeft de gemeenteraad in 2019 besloten dat het uitgaansgebied rond de Korenmarkt vrije sluitingstijden behoudt. Toch lijkt de verruiming van de openingstijden geen onverdeeld succes. In 2017 werden de vrije sluitingstijden door het college van B&W ter discussie gesteld omdat er een toename was van incidenten die na vijf uur ’s ochtends plaatsvonden (De Gelderlander, 06-06-2017). Er wordt geconcludeerd dat sinds de invoering van de vrije sluitingstijden het uitgaansgeweld is afgenomen, maar dat dit mede veroorzaakt wordt door extra aandacht van politie en justitie. De politie heeft aangegeven dat zij het liefst de horecazaken om drie of vier uur zien sluiten. Er zou veel politiecapaciteit ingezet worden in de late uren. Daarbij zou ruim 70 procent van de mensen die worden aangehouden in de vroege uren van buiten de stad komen. Zij zouden naar de stad trekken nadat de cafés in de dorpen sluiten (De Gelderlander, 07-09-2019).
Een van de redenen van het gemeentebestuur om de vrije sluitingstijden te behouden is dat het goed gewaardeerd wordt door ondernemers (90% van de ondernemers is tevreden) en dat het gemeentebestuur veel belang hecht aan een goede samenwerking met de ondernemers. Zo zou door de ondernemers ook veel initiatief worden genomen om de veiligheid te verbeteren. Asten In de gemeente Asten is op 9 februari 2019 besloten om een pilot uit te gaan voeren waarin de sluitingstijd van de natte horeca met 1 uur verlengd wordt. Deelnemers aan de pilot dienen een convenant te ondertekenen waarmee zij verplichten aan de voorwaarden voor de pilot te houden. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd over onder andere wie er deel mag nemen aan de pilot, welke inspanningen de horecaondernemer, de gemeente en de politie moet/zal verrichten alsmede voorwaarden voor de verruiming van de sluitingstijden. Daarnaast zijn er afspraken opgenomen over handhaving en evaluatie. In de gemeente Asten mogen de cafés voortaan vrijdag- en zaterdagnacht open blijven tot 3 uur in plaats van 2 uur. Daarnaast mogen ondernemers vijf keer per jaar ontheffing vragen om op andere dagen langer 65
open te blijven. Overtreders van de voorwaarden worden direct uitgesloten voor verdere deelname aan dit project. Doel van de pilot is om jongeren uit Asten zoveel mogelijk in het eigen dorp houden. Door de natte horeca langer open te houden, wordt getracht te voorkomen dat zij naar omliggende gemeenten als Deurne, Helmond en Eindhoven trekken. De pilot is in juni 2019 gestart. Uit de tussentijdse evaluatie (februari 2020) blijkt dat de verruimde openingstijden niet tot extra overlast leiden. Zowel politie, ondernemers en ambtelijk betrokkenen zijn vooralsnog positief over de pilot. Breda In 2009 zijn in de binnenstad van Breda de sluitingstijden voor het horecaconcentratiegebied aangepast. Er is een vaste sluitingstijd, zowel doordeweeks als in het weekend, van horecazaken om 02.00 uur. Er is echter een mogelijkheid om een ontheffing te krijgen om tot 04.00 uur open te blijven. Bij een ontheffing dient er tussen 22:00 uur en 04:00 uur gecertificeerd beveiligingspersoneel aanwezig te zijn in de horecagelegenheid. De ontheffing blijft geldig zolang er geen herhaaldelijke (geluids)overtredingen worden begaan. De ervaringen met het ontheffingenmodel zijn overwegend positief. De gemeente vindt het systeem praktisch en goed uitvoerbaar. Zij geeft aan dat de bedrijfsvoering is aangepast op basis van het nieuwe model en daardoor kostenbesparend is.
De politie geeft aan dat de inzet en kosten onveranderd zijn gebleven. Daarbij staat zij overwegend positief tegenover de invoering van het ontheffingenmodel. Doordat het uitgaanspubliek meer verspreid naar huis gaat, is het aantal incidenten af- en de veiligheid toegenomen. Daarnaast zijn incidenten minder ernstig van aard. Bewoners zijn echter negatief over het nieuwe beleid. Zij ervaren een toename van de overlast, een meer grimmige sfeer en een eenzijdiger horeca-aanbod. Onder de ondernemers bestaat geen eenduidig beeld. Wel hebben zij het idee dat de binnenstad veiliger is geworden (ook door beter toezicht) en dat er sprak is van iets meer spreiding van vertrekkend publiek, hoewel er nog steeds een piek bestaat om twee uur ’s nachts. Bussum In 2011 is in Bussum begonnen met een proef waarin de horeca op vrijdag en zaterdag zelf kon bepalen wanneer zij zouden sluiten. Daarbij is een venstertijd ingevoerd: na 02.00 mochten nieuwe bezoekers een horecagelegenheid niet meer betreden (Bussums Nieuws, 2011). De burgemeester heeft aangegeven na de pilot weer de reguliere sluitingstijd van 02.00 te willen gaan hanteren, omdat burgers een grote mate van overlast ervaarden van uitgaand publiek (Bussums Nieuws, 2011). Opvallend aan deze casus is echter dat de politie een groot voorstander was van het flexibele sluitingsbeleid, omdat er slagvaardiger opgetreden zou kunnen worden.
Hoewel dit in het artikel niet wordt gespecificeerd, is het aannemelijk dat de politie het prefereert wanneer uitgaand publiek een gelegenheid geleidelijk verlaat in plaats van in een keer op een vast tijd. Hoewel de evaluatie van destijds niet beschikbaar is, hanteert de gemeente Gooise Meren momenteel ook/weer een flexibel sluitingsbeleid (Gemeente Gooise Meren, 2019). Dit beleid schrijft voor dat horecazaken uiterlijk om 04.00 gesloten moeten zijn, ook hier geldt de venstertijd van 02.00. Den Helder In Den Helder werd sinds de invoering van vrije sluitingstijden vanaf 2004 de gehele nacht meer onrust ervaren (vrije sluitingsuren donderdag t/m zaterdag, zowel voor natte als droge horeca). Het nieuwe regime vanaf mei 2012 werd: 04.00 uur dicht en vanaf 02.00 uur geen publiek meer toelaten; droge horeca 3.30 uur dicht en niet meer blijven hangen na sluiting natte horeca. Uit de tussenevaluatie eind 2012 bleek dat dit leidde tot minder geweldsincidenten en dat het eerder rustig werd. Het nieuwe regime ging wel gepaard met andere maatregelen zoals intensiever toezicht op straat en maatregelen t.a.v.
66
alcoholverstrekking elders e.d. De horeca claimde dat de maatregel tot minder bezoekers leidde maar diverse andere factoren die het bezoek konden beïnvloeden werden daarbij niet meegerekend. Deventer In de periode van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 is in Deventer een pilot uitgevoerd met vrije openingsuren voor horecagelegenheden op vrijdag-, zaterdagnacht en op de vastgestelde feestdagen. Voor de zondagtot en met donderdagnacht geldt een maximale openingstijd tot 04.00 uur. Doel van de pilot was het vergroten van de tevredenheid van ondernemers, bewoners en bezoekers in combinatie met een reductie van het aantal incidenten. De politie-inzet moest minimaal gelijk blijven of afnemen. Andere beoogde effecten waren het creëren van meer flexibiliteit voor ondernemers en het versterken van het uitgaansgebied. Uit de evaluatie ontstaat een overwegend positief beeld, met name op het gebied van ondernemersvrijheid en openbare orde & veiligheid. Het hanteren van vrije openingstijden is positief ervaren door de horecaondernemers. Zij ervaren een grotere mate van flexibiliteit. Ook zijn de omzet, de bezoekersaantallen en het veiligheidsgevoel onder ondernemers en personeel toegenomen. Daarnaast zouden bezoekers meer verspreid vertrekken.
Een relatief veel genoemd negatief effect van de vrije openingstijden is geluidsoverlast van vertrekkende bezoekers, rokende bezoekers op de terrassen, pleinen en doorgaande straten. Deze overlast werd ook ervaren voor de start van de pilot. Echter tijdens de pilot houdt de ervaren overlast langer aan en betreft het een groter gebied. Uit de cijfers van de politie bleek dat het aantal incidenten nagenoeg onveranderd is. Daarnaast ervaart de politie minder overlast en zorgt het verspreidde vertrek voor een afname van conflicten. De resultaten van een bewonersenquête tonen een diffuus beeld. Het bewonerspanel is echter overwegend positief over de proef. Op basis van de evaluatie is besloten om de vrije sluitingstijden te behouden en onderdeel te maken van het beleid. Het gebied waarvoor vrije sluitingstijden gelden is tegelijkertijd uitgebreid. Doetinchem (Bureau Beke, 2011) Voor alle horecagelegenheden in de gemeente Doetinchem gelden de volgende openingstijden: van maandag tot en met donderdag van 06.00 tot 01.00 uur, van vrijdag tot en met zondag van 06.00 tot 02.00 uur. Voor een permanente ontheffing van de sluitingstijden van vrijdag tot en met zondag moet men het Horecaconvenant ondertekenen.
Het Horecaconvenant is een overeenkomst tussen de gemeente Doetinchem, de politie, de horecavereniging en de taxibedrijven waarin diverse afspraken zijn gemaakt ter bevordering van de kwaliteit en de veiligheid van het uitgaan. Na ondertekening van dit convenant en ontvangst van de ontheffing van het sluitingsuur geldt een sluitingstijdstip van 04.30 uur waarbij na 02.00 uur geen bezoekers meer mogen worden binnengelaten. De droge horeca mag tot 04.00 uur nieuwe bezoekers toelaten. In Doetinchem speelt momenteel de vraag of de sluitingstijden vervroegd dienen te worden. Doetinchem heeft geen horecaconcentratiegebied. Enkhuizen (Bureau Beke, 2011) In Enkhuizen is de uiterste toegangstijd ingesteld op 00:00. Dit heeft als doel de jongeren te stimuleren eerder op stap te gaan en zo minder in te drinken. Op basis van afspraken kan een horecagelegenheid vervolgens tot 02.00 uur of 04.00 uur geopend zijn. Uit de eerste kwalitatieve evaluatie blijkt dat de politie kort voor de uiterste toegangstijd meer drukte op straat ervaart. Jongeren komen vlak voor 00.00 uur, waardoor er lange rijen ontstaan voor de cafés. Tussen 00.00 en 02.00 uur ervaren zowel politie als omwonenden meer rust op straat. Tussen 02.00 en 04.00 uur verlaten de bezoekers de cafés, en dat gaat gepaard met dezelfde onrust als voor het invoeren van de maatregel.
Uitgaansgerelateerde onveiligheid en overlast zijn licht afgenomen in vergelijking met dezelfde maanden in een ander jaar, blijkt uit cijfers van politie en ervaring van omwonenden en horecaondernemers. Horecaondernemers ervaren zowel voor- als nadelen van de nieuwe toegangstijden. De bezoekers komen eerder naar binnen en gaan ook 67
eerder weer naar huis. Dat wordt gezien als een positieve ontwikkeling. Als neveneffecten geven de horecaondernemers aan dat er rond middernacht grote wachtrijen ontstaan. Kleinere cafés zien juist alle bezoekers om 23.30 uur vertrekken omdat ze dan nog binnen kunnen komen bij andere gelegenheden. Enkhuizen heeft geen horecaconcentratiegebied. Groningen (Bureau Beke, 2011) Groningen heeft al jaren vrije sluitingstijden. Uit onderzoek blijkt dat ondanks de vrije sluitingstijden de meeste (goed bezochte) horecagelegenheden tussen 04.00 en 06.00 uur sluiten. Hiermee is het probleem van grote groepen op straat niet helemaal verdwenen. Uit de analyse van geweldsincidenten blijkt dat de meeste incidenten plaatsvinden tussen 04.00 en 06.00 uur, het tijdstip waarop de meeste kroegen gaan sluiten. Op het eerste gezicht is er dus ook in Groningen, net zoals in steden met vaste sluitingstijden, een samenhang tussen uitgaansgeweld en het tijdstip waarop de horeca sluit. Groningen heeft geen horecaconcentratiegebied. ’s-Hertogenbosch De gemeente ’s-Hertogenbosch is op 1 juli 2015 begonnen met een pilot gericht op het verruimen van de venstertijden van de nachtzaken in de gemeente ’s-Hertogenbosch.
De achterliggende reden was, dat de indruk bestond dat doordat de venstertijden van de nachtzaken en van de reguliere alcohol schenkende ‘vier-uurszaken’ hetzelfde waren, er regelmatig discussies aan de deur ontstonden als bezoekers na drie uur niet (meer) naar binnen mochten waardoor vaak incidenten ontstonden. Als onderdeel van de pilot is de venstertijd van de nachtzaken verruimd naar half vier. Op die manier hebben bezoekers ná drie uur nog de mogelijkheid een nachtzaak te bezoeken. De pilot had dus vooral betrekking op het reguleren van de mensenstroom in de binnenstad. De sluitingstijden zijn niet gewijzigd. Sinds de start van de pilot is het uitgaansgeweld op zaterdagavond tussen drie en vier uur met 11 procent afgenomen. Op de vrijdagavond daalde het aantal geweldsincidenten op dit tijdstip met 45 procent. Ook in de uren ervoor en erna nam het aantal geweldsincidenten af of bleef het ongeveer gelijk. In totaal daalde het aantal geweldsincidenten op de vrijdagavond met 33 procent en op zaterdagavond met 13 procent. In de evaluatie wordt geconcludeerd dat het verruimen van de venstertijden meer rust in het uitgaansgebied brengt; het uitgaanspubliek is minder gehaast om op tijd naar een nachtzaak te gaan en gaat meer gespreid naar huis. De politie ervaart geen negatieve effecten van het verruimen van de venstertijden van de nachtzaken.
Bewoners uit het centrum geven aan zich minder vaak onveilig te voelen rondom uitgaansgelegenheden. Ook geven centrumbewoners aan dat er in het uitgaansgebied minder vaak sprake is van discriminatie, seksuele intimidatie, bedreiging, beroving en dronken mensen op straat. Wel wordt er meer overlast ervaren door bewoners, zowel van uitgaanspubliek als van horecagelegenheden. Volgens de politieregistraties heeft de pilot geen negatief effect op de geluidsoverlast. Klaarblijkelijk is er sprake van een discrepantie tussen de gemeten (objectieve) geluidsoverlast en de ervaren (subjectieve) beleving van geluidsoverlast door burgers. In 2016 heeft de gemeenteraad gevraagd om onderzoek uit te voeren naar het vrijgeven van de sluitingstijden voor de horeca. Een inventarisatie van de behoeften bracht aan het licht dat er weinig animo voor de plannen was onder politie, horeca en bewoners. De politie vreesde een toename van incidenten. De horeca verwachtte dat er niet genoeg animo was onder publiek waardoor langer open blijven niet rendabel zou zijn. Bewoners vreesden voor meer overlast. Ook was slechts een deel van de ondervraagde jongeren (40%) geïnteresseerd. De meeste jongeren die behoefte hadden aan langere openingstijden gaven aan dat een uur langer (van vier naar vijf uur) genoeg was.