CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[21bb003990] Bijlage behorende bij 21bb3989 over Onderzoek Een uurtje langer, een onderzoek naar sluitingstijden in de Rotterdamse horeca

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 28 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Economie31.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Helmond In 2013 is er in Helmond gestart met een pilot verruiming openingstijden voor de duur van een jaar. Door Helmondse afdeling van Koninklijke Horeca Nederland was het verzoek ingediend om de sluitingstijden 68

vrij te geven. De burgemeester heeft besloten om in plaats daarvan de sluitingstijden met 1 uur te verlengen op vrijdag- en zaterdagnacht voor de horeca in het centrum. Voor de horeca geldt op basis van de APV een algemene sluitingstijd van 03.00 uur. Van 1 juli 2013 tot 1 juli 2014 liep er een pilot waarbij aan de horeca in het uitgaansgebied van het centrum onder voorwaarden ontheffing wordt verleend om op zaterdag en zondag tot 04.00 uur geopend te zijn. Voor deze pilot zijn tijdelijke ontheffingen met voorschriften verleend. In mei 2014 heeft de evaluatie van deze pilot plaatsgevonden. Bij de start van de pilot is door het college aangegeven dat als de pilot leidt tot een beter functionerend uitgaansgebied waarbij de sluitingstijden de stappers verleiden vaker in Helmond uit te gaan, de pilot geslaagd is. Uit de evaluatie blijkt dat dit effect inderdaad gerealiseerd is. De pilot is daarom omgezet naar een structurele situatie (Gemeenteblad Helmond, nr 64242, 12-11-2014). Leeuwarden / West-Friesland In Leeuwarden zijn de openingstijden gedifferentieerd naar gebieden en soort horeca. Zo hebben natte horeca een toelatingsstop maar geldt dit niet voor de droge horeca. Er worden vier gebieden onderscheiden, waarbij de regels en sluitingstijden vrijer of juist strenger zijn naar gelang van de kenmerken van het gebied. A. Gebied 1(groen); (horecakerngebied) B.

Gebied 2 (oranje): (gebied met concentratie van gebiedsgerichte functies) C. Gebied 3 (blauw); (gebied prominente woonfunctie) D. Gebied 4 (geel) (gebied buiten de binnenstad) In regio West-Friesland is geëxperimenteerd met vervroegde toegangstijden. Ongeveer vier uur voor sluitingstijd, mocht de horeca niemand meer toelaten. Op die manier werden jongeren gedwongen eerder uit te gaan. De sluitingstijden bleven ongewijzigd. Een jaar na de invoering van de vervroegde toegangstijden in West-Friesland blijkt dat jongeren inderdaad vroeger uitgaan. Het beleid heeft iets minder effect op de tijd dat jongeren thuiskomen. Er is een geringe daling in de alcoholconsumptie onder jongeren. Of deze daling een toevallige schommeling is of het begin van een trend, is niet bekend. Er is geen effect gemeten op ervaren overlast en agressie door horecabezoekers en gezondheid. De maatregel is echter niet overal op dezelfde wijze uitgevoerd. Ook heeft een aantal gemeenten binnen de regio West-Friesland de vervroegde toegangstijden tussentijds teruggedraaid. Lisse (Bureau Beke, 2011) In november 2007 is de gemeente Lisse een proef gestart met verlengde sluitingstijden. Tot november 2007 waren horecazaken verplicht om 02:00 uur te sluiten. De proef hield in dat bezoekers tot 01:00 uur mochten worden toegelaten tot etablissementen. Tegelijkertijd mochten horecazaken langer dan 02:00 uur open blijven.

Uit onderzoek naar de invloed van de verlengde sluitingstijden op het alcoholgebruik van het uitgaanspubliek blijkt dat dit nauwelijks effect heeft gehad. In de nulmeting voorafgaand aan de wijziging in de sluitingstijden gaf 41 procent van de bezoekers aan de intentie te hebben meer te gaan drinken wanneer de sluitingstijden verlengd zouden worden. Achteraf blijkt dat 28 procent van de mensen meer is gaan drinken. Kijkend naar het gemiddeld aantal glazen dat genuttigd werd, bleek er echter nauwelijks verschil te zijn opgetreden (respectievelijk van gemiddeld 7,4 glazen naar 7,2 glazen). Lisse heeft geen horecaconcentratiegebied. Maastricht In 2013 is in Maastricht gestart met een proef waarbij een uitloopuur is ingesteld voor nachtzaken. Doel van deze proef was om uitgaanspubliek naar sluitingstijd meer verspreid, rustiger en beheersbaarder het centrum te laten verlaten. Nachtzaken die tot zes uur open mogen blijven, mochten vanaf vijf uur geen 69

nieuwe klanten meer binnenlaten. Tegelijkertijd werd de openingstijd van de droge horeca met een half uur verlengd. De ervaringen met de proef zijn positief. Het stadsbestuur geeft aan dat als gevolg van de proef het uitgaanspubliek meer gespreid naar huis gaat en het uitgaansgeweld nagenoeg verdwenen is, aldus het stadsbestuur. Er zijn echter geen cijfers beschikbaar die dit effect aantonen. De opzet van de proef is overgenomen in de APV en is zodoende onderdeel geworden van het reguliere beleid. Nijmegen (Bureau Beke, 2011) In Nijmegen hanteert men geen vaste sluitingstijden, maar wel venstertijden. Daarvoor is een bepaling is in de APV opgenomen: Invoering van een venstertijd tussen 04.00 uur en 08.00 uur geldend zeven dagen in de week voor alle ‘natte’ horeca en door de politie gehandhaafd. Doel van deze maatregel is het voorkomen dat mensen zich na 04.00 uur nog onnodig op straat begeven en wordt het voor horecabezoekers uit andere steden onaantrekkelijk om na sluitingstijd in eigen stad nog naar Nijmegen af te reizen. In Nijmegen blijkt dat in de praktijk relatief weinig horecaondernemers te maken hebben met de regeling van de venstertijden. Het merendeel sluit zijn zaak voor 04.00 uur. Een deel daarvan sluit al om 02.00 uur. De venstertijden kunnen niet direct in verband gebracht worden met overlastreductie of veiligheidsvergroting.

Wel zou er voor de politie een veel overzichtelijkere werksituatie zijn ontstaan, wat een preventief effect zou hebben op uitgaansgerelateerde criminaliteit en overlast. Nijmegen heeft geen horecaconcentratiegebied. Noordwijk (Bureau Beke, 2011) Ook Noordwijk heeft van februari 2007 tot en met februari 2008 een proef gedraaid met verlengde sluitingstijden. De nieuwe sluitingstijden zijn een variant op het zogenaamde 1-2-3-stappenplan; stap 1 gaat in om 02.30 uur en betekent dat in elke horecagelegenheid de tap dicht, de muziek uit en het licht aan gaat. Stap 2 wordt om 03.00 uur gezet en dan sluiten alle horecagelegenheden en uiterlijk om 03.15 uur, stap 3, moet de laatste bezoeker het pand verlaten. Onderzoek laat zien dat bewoners in 2008 iets positiever oordelen over de aanpassing van de sluitingstijden dan in 2007. Wanneer een onderscheid wordt gemaakt naar bewoners van uitvalwegen en bewoners van het uitgaansgebied blijkt dat veel bewoners in het uitgaansgebied negatief oordelen over de aanpassing van de sluitingstijden. Ten aanzien van de overlast concluderen de onderzoekers dat de overlast door jongeren niet is afgenomen als gevolg van de verlengde sluitingstijden. Het resultaat van de verlengde sluitingstijden is nog steeds dat jongeren op hetzelfde moment naar buiten gaan. Noordwijk heeft een klein horecaconcentratiegebied.

Venray (Bijlage 4, Helmond) In februari 2008 heeft de gemeenteraad in Venray besloten de vrije sluitingsuren, die golden vanaf 2001, weer af te schaffen, met uitzondering van een discotheek, zij het dat die na 03.00 uur geen publiek meer mag binnenlaten. Besloten is voor het compromis voor de gehele horeca (nat en droog en elk gebied) een sluiting tussen 04.30-9.00 uur op vrijdag- en zaterdagnacht in te stellen en op de overige nachten tussen 02.00-9.00uur. De redenen waren dat de omwonenden van het centrum de hele nacht overlast ervoeren (geen eindpunt) en dat de politie bij sommige zaken een aanzuigende werking vanuit de regio constateerde laat in de nacht (horecatoerisme). Wel bleven er vrijesluitingstijden op algemeen erkende feestdagen zoals Oud-op-Nieuw, beide kerstdagen etc. en met carnaval en kermis, nader omschreven in een beleidsregel.

70

Zwolle In Zwolle is in de periode 2016-2017 een pilot uitgevoerd waarbij horecabedrijven vrije sluitingstijden kregen. Tijdens de proef gold een venstertijd tussen vier en acht uur ’s ochtends waarna geen nieuwe klanten meer binnengelaten mochten worden. Ook moesten deelnemende horecabedrijven na drie uur ’s nachts een portier bij de deur hebben staan. Met de pilot werden een betere spreiding van het vertrekkend uitgaanspubliek, een betere beheersbaarheid van het nachtleven en minder regelgeving voor ondernemers beoogd. Uit de evaluatie van de pilot komt naar voren dat alle drie de doelen behaald zijn. Er vindt een betere spreiding van het uitgaanspubliek plaats, en het uitgaansleven wordt als levendiger ervaren. Bewoners ervaren echter langer en later (geluids)overlast van het uitgaanspubliek. Daarnaast vindt de overlast meer verspreid over de nacht plaats. De politie geeft aan dat het aantal incidenten in de binnenstad is toegenomen tijdens de pilot. Het gaat hierbij vooral om incidenten van ‘eenvoudige mishandeling’, belediging en openbare dronkenschap. Ook concludeert de politie dat de uitgaanstijden zijn opgeschoven naar later in de nacht. Er wordt echter de kanttekening gemaakt dat een verdiepende analyse nodig is om het toegenomen aantal incidenten te verklaren. Deze zijn mogelijk niet rechtstreeks toe te schrijven aan de langere openingstijden.

71

Bijlage 3

Voorbeelden en onderzoeken horecabeleid internationaal

Australië In 2008 is in Australië onderzoek gedaan naar de effecten van het verkorten van de sluitingstijden in een district in de stad Newcastle (530.000 inwoners), New-South Wales. De onderzoekers hebben gekeken of er een verband was tussen het eerder sluiten van de cafés en het aantal overvallen ’s nachts. Als gevolg van de maatregelen moesten veertien cafés om 3 uur sluiten in plaats van 5 uur. Daarbij gold een uiterste toelatingstijd van 1 uur (venstertijd). Tegelijkertijd werd vergunningshouders verplicht een managementplan te ontwikkelen, een alcoholtoezichthouder aanwezig te hebben vanaf 11 uur, werden zij extra gecontroleerd, mochten zij geen alcohol schenken vanaf 30 minuten voor sluitingstijden, mochten zij geen opeenstapeling van drank toestaan, moesten zij gezamenlijke communicatieprocedures instellen en moest het personeel worden ingelicht. De hypothese van de onderzoekers was dat een restrictie van de sluitingstijd zou leiden tot een afname van de overvallen in vergelijking met een controlegebied waar geen maatregelen waren getroffen (Kypri et al., 2010). Tijdens de periode met verkorte sluitingstijden daalde het aantal overvallen van 99 naar 67,7 per kwartaal. In het controlegebied bleef daling uit. Op basis van statisch onderzoek concluderen de onderzoekers dat de interventie leidt tot een daling van 37 procent van het aantal overvallen.

Het is echter de vraag in hoeverre deze daling enkel op het eerder sluiten van de cafés kan worden toegeschreven. Het is niet ondenkbaar dat de andere voorwaarden een even groot aandeel hebben gehad (bijvoorbeeld het toezicht houden op de hoeveelheid alcohol die wordt gedronken). Atkinson et al. (2018) hebben via een simulatiestudie de impact van verschillende beleidsscenario’s met betrekking tot de alcoholverkoopuren onderzocht. Daarbij hebben zij gekeken naar alcohol-gerelateerde problemen in New South Wales, Australië. De resultaten van het onderzoek waren consistent met de bestaande literatuur, waarin restrictie van verkoopuren wordt geassocieerd met een vermindering van het aantal alcoholgerelateerde incidenten. Op basis van het onderzoek wordt gesteld dat er 12,3 procent minder alcoholgerelateerde incidenten plaatsvinden wanneer horecagelegenheden om 3 uur ’s nachts sluiten in plaats van 5 uur. Bij een nog eerdere sluitingstijd werden de effecten groter. De grootte van de effecten waren echter kleiner dan in andere studies, mogelijk door het feit dat het ging om een simulatie en het onderzoek uitgaat van de effecten in de gehele staat in plaats van in gelokaliseerde context.

Duitsland Uit onderzoek van Marcus & Siedler (2015) komt naar voren dat het inperken van de tijdstippen waarop het toegestaan is alcohol te kopen buiten de horeca (zogenaamde ‘off-premise’8) een effectief middel kan zijn bij het tegengaan van alcoholgerelateerde ziekenhuisopnames bij jongeren en jongvolwassenen. Zij zagen een afname van zeven procent alcoholgerelateerde ziekenhuisopnames nadat buiten de horeca (supermarkten, nachtwinkels e.d.) tussen 10 uur ’s avonds en 5 uur ’s ochtends geen alcohol meer verkocht mocht worden. Ander onderzoek suggereert echter dat het verhogen van de accijns op alcohol een groter en positiever effect heeft gehad (Hinnosaar, 2012). Frankrijk/Spanje In 2018 verscheen een vergelijkende studie waarbij is gekeken naar een combinatie van het uitgaansleven en toerisme. De onderzoekers vergelijken de situatie in een aantal Franse steden met de situatie in Barcelona (Giordana et al., 2018). Zij concluderen dat de aanwezigheid van een dynamisch en 8

In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen alcoholgebruik on-premise en off-premise, oftewel alcoholgebruik ter plaatse, zoals bij horecavoorzieningen, of plekken waar alcohol voor latere consumptie verkocht wordt (bv. supermartken).

73

levendig nachtleven tegenwoordig een noodzakelijk element lijkt bij het ontwikkelen van een aantrekkelijk en kosmopoliet stadsimago. Het bieden van een nachtelijke vrijetijdsbesteding heeft positieve gevolgen voor de lokale economie, waardoor steden de ontwikkeling van zulke activiteiten stimuleren om buitenlandse studenten en toeristen aan te trekken. Een onderzoek in Barcelona toont aan dat dit type toerisme voor achttien procent van de toeristen de primaire reden van bezoek is. De onderzoekers concluderen dat de ontwikkeling van het nachtleven afhankelijk is van de welwillendheid van publieke en private actoren om “city breakers” aan te trekken, hiermee worden vaak jonge toeristen bedoeld die veel uitgeven tijdens een korte reis of zakenreizigers. Hoewel deze toeristen de economie een impuls kunnen geven, kan een te sterk ontwikkelt nachtleven het culturele imago van het gebied schaden. Om deze reden is beleid in steden als Barcelona gericht op het concentreren van bepaalde typen nachtelijke gelegenheden en toeristen (city breakers / dronkenschapstoerisme) op bepaalde plekken en tegelijkertijd op het verplaatsen van traditionele nachtelijke activiteiten.

Verschillende door de auteurs bekeken studies tonen aan dat de ontwikkeling van het nachtleven samengaat met een exponentiële groei in temporele conflicten tussen partijen die dezelfde ruimte gebruiken (werkenden, slapenden en feestvierders). Dit zorgt voor spanningen, met name rondom geluidsoverlast en alcoholconsumptie in de publieke sfeer, conflicten die vaak leiden tot geweld en vandalisme. Toerisme zou deze problemen versterken: normaal gesproken zijn de conflicten gemarkeerd door een werkweek/weekend-ritme, door het toerisme worden de conflicten intenser en uitgebreid naar de gehele week. Noorwegen Rossow en Norstrom (2011) hebben onderzocht tot welke effecten kleine wijzigingen in de sluitingstijden in Noorwegen leidden. In deze quasi-experimentele studie zijn achttien steden onderzocht waarvan de ‘natte’ horeca tussen 1 en 3 uur ’s nachts sloot. In het onderzoek zijn alleen steden onderzocht waarbij de openingstijden van de horeca zijn gewijzigd met maximaal twee uur. In de studie is gekeken naar het aantal geweldgerelateerde incidenten voor en na de wijziging van de openingstijden. Hierbij is in de periode 2000-2010 gekeken naar politieverslagen van incidenten die zich tijdens uitgaanstijd voordeden. Rossow en Norstrom concluderen dat per 1 uur verlenging van de sluitingstijd er een significante toename van het aantal geweldincidenten plaatsvindt.

Volgens hen leidt een uur langer open zijn tot een stijging van 4,8 geweldincidenten per 100.000 inwoners per kwartaal. In de Noorse context is dit een toename van zestien procent. Het beperken van de sluitingstijden leidt tot het tegenovergestelde effect, namelijk een afname van de geweldsincidenten. Groot-Brittanië Er is veel onderzoek verricht in Groot-Brittanië. Dit is een gevolg van het drastisch wijzigen van het beleid voor de horeca. In Engeland en Wales zijn in 2005 de openingstijden uitgebreid van 11 uur ’s avonds naar 5 uur ’s ochtends. Doel van deze verruiming was om overmatig alcoholgebruik tegen te gaan. Het idee was dat er sprake zou zijn van overmatig alcoholgebruik als gevolg van de beperkte openingstijden. Het bestaande beleid zou leiden tot excessief alcoholgebruik doordat bezoekers zoveel mogelijk drank tot zich namen omdat ze maar beperkt de tijd hadden. In het Engels wordt hiervoor de zegswijze ‘Drinking to beat the clock’ gehanteerd. De grotere vrijheid voor ondernemers leidde niet direct tot een explosie van het aantal horecagelegenheden dat veel langer open bleef (Hough & Hunter, 2008). Slechts een kleine minderheid van horecagelegenheden vroeg een 24-uursvergunning aan. Twintig procent hield vast aan 23:00 uur als sluitingstijd. De helft verlengde de openingstijd tot middernacht en circa 30 procent van de horeca breidde uit tot 01:00 uur.

Er werd geen (grote) verandering in frequentie van cafébezoek waargenomen door de British Crime Survey (BCS) en drankgebruik zou op basis van zelfrapportage voor 80 procent niet zijn veranderd. Er wordt geconcludeerd dat over het algemeen de veranderingen als gevolg van de 2003 74

Licensing Act in het eerste jaar slechts kleine effecten op de openingstijden van horecagelegenheden, op alcoholconsumptie en op alcohol-gerelateerde problemen m.b.t. criminaliteit en wanorde heeft gehad. Wel wordt een mogelijke kleine vermindering van serieuze geweldsdelicten als gevolg van de veranderingen genoemd. Samengevat waren er minder problemen dan pessimisten vreesden en minder voordelen dan optimisten verwachtten. Humphreys et al. (2013) hebben het effect van het geliberaliseerde vergunningsbeleid in Engeland en Wales op het aantal geweldincidenten bestudeerd. De vraag die zij zichzelf hierbij stelden was: leidt de liberalisering van het vergunningsbeleid ten opzichte van de horeca tot meer of minder geweld in de steden? De auteurs hebben via een natuurlijk experiment bevonden dat dit beleid niet leidt tot een vermindering van het gepleegde geweld. Deze bevinding komt overeen met de uitkomsten van vergelijkbaar onderzoek (e.g. Durnford et al., 2008; Babb, 2007; Hough & Hunter, 2008). Humphreys et al. constateren tegelijkertijd dat er ook geen significante toename van het geweld heeft plaatsgevonden. Dit is enigszins opvallend, omdat andere studies dit effect wel leken te observeren (Rossow & Norström, 2012; Chikritzhs & Stockwell, 2002; Kypri et al., 2011). Green et al.

(2015) hebben onderzoek gedaan naar de effecten van verlenging van de sluitingstijden in Engeland en Wales in 2005 met betrekking tot de consumptie en gezondheid. Een eerste conclusie van de onderzoekers is dat de grotere beschikbaarheid van alcohol leidt tot meer alcoholconsumptie. Green et al. constateren dat een toename van 1.000 openingsuren (dit zijn alle verruimde openingsuren in een regio bij elkaar opgeteld) leidt tot een toename van 0,1 gedronken alcoholeenheid per bezoeker op de avond dat er het meest gedronken wordt. Daarnaast maten zij een toename van 0,77 alcoholeenheid per extra verstrekte alcoholvergunning op 1.000 personen. Ook vonden zij dat de grotere beschikbaarheid ertoe leidde dat mensen vaker naar de kroeg of café gingen. Er vond een significante toename van 3 procentpunt plaats van de mate waarin mensen van de horeca gebruik maakten. Tot slot wordt vastgesteld dat er een verband is tussen opgegeven alcoholgebruik en fysieke en mentale gezondheid. Voor elke alcoholeenheid die een persoon drinkt neemt dat kans toe dat hij of zij ook last heeft van fysieke of mentale klachten. In 2015 is een studie verschenen waarbij de lange termijneffecten van het liberale beleid zijn onderzocht (Snowdon, 2015). In het artikel wordt beargumenteerd dat de Licensing Act de situatie niet erger heeft gemaakt, zoals werd gevreesd.

Het onderzoek toont geen sterk positief noch negatief effect aan op geweldpleging, alcohol-gerelateerde gezondheidsproblemen, openbare orde en Eerste Hulpgevallen; het is echter onmogelijk te controleren of vermindering van alcoholconsumptie, binge-drinking en geweldpleging het gevolg zijn van de wetswijziging. Het is niet duidelijk wat de daadwerkelijke oorzaak is van de afname in drankgebruik: de recessie, een wijziging in de accijns en het rookverbod vinden in dezelfde periode plaats. De auteurs claimen dat de theorie dat een grotere alcoholtoename door een grotere beschikbaarheid kan worden verworpen. Hoewel werd verwacht dat minder strenge wetgeving zou leiden tot toename van alcoholconsumptie, binge-drinking, geweldpleging en alcohol-gerelateerde bezoeken aan de Eerste Hulp, bleek dit niet het geval. Per capita verminderde de alcoholconsumptie met 17 procent sinds de introductie van de Licensing Act. Alcoholconsumptie in horecagelegenheden daalde zelfs met 26 procent. Binge-drinking verminderde onder alle leeftijdsgroepen, vooral onder 16-24 jarigen. Hoewel er een stijging is in geweldplegingen tussen 03:00 en 06:00 uur, weegt een grotere afname van geweldplegingen tussen 23:00 en 02:00/03:00 uur (oude sluitingstijden) hier tegenop. Dit lijkt de enige consistente trend te zijn die kan worden toegeschreven aan de wet.

In totaal is de mate van gewelddadige criminaliteit met 40 procent afgenomen, overtredingen van de openbaarde orde met 9 procent , doodslag (homicide) met 44 procent , huiselijk geweld met 28 procent en het aantal incidenten met criminele schade met 48 procent. Alcoholgerelateerde ziekenhuisopnamen nemen sinds de wetswijziging minder toe, en er is geen stijging in alcohol-gerelateerde mortaliteit. Tot slot wordt opgemerkt dat weinig horecagelegenheden gebruik maken van 24-uursvergunningen. Veel gelegenheden gaan nog steeds om 75

23:00 uur dicht, omdat er na dit tijdstip te weinig vraag is om aanbod te leveren. Als er meer vraag was, zouden meer locaties (veel) langer openblijven. Vooral op bepaalde dagen (weekend) en door bepaalde locaties wordt gebruikgemaakt van de vergunningen. Ander onderzoek richt zich op de theoretische relatie tussen het geliberaliseerde vergunningsbeleid en de mate waarin een beroep wordt gedaan op hulpdiensten ten gevolge van dit beleid. Jones & Goodacre (2010) hebben bijvoorbeeld een casestudy uitgevoerd bij een ziekenhuis. Daaruit is gebleken dat er geen significant verschil bestaat tussen de situatie voor de liberalisering van het vergunningsbeleid en erna wat betreft het aantal alcoholgerelateerde ziekenhuisopnamen. Er is wel een toename waargenomen, maar dat is niet significant. Dit een onderzoeksresultaat dat niet strookt met ander onderzoek. Newton et al., (2007) hebben namelijk een soortgelijk onderzoek uitgevoerd waarbij er wel een significante stijging van het aantal ziekenhuisopnames werd gevonden in de periode voor en na de liberalisering van het vergunningsbeleid. Verenigde Staten In 2010 is door Hahn et al. een meta-studie gedaan naar de effectiviteit van beleid gericht op de beperking van het aantal uren dat alcohol verkocht mag worden.

De auteurs concluderen dat uitbreiding van de uren waarin alcohol verkocht mag worden geschonken op plekken met een vergunning, leidt tot een toename in alcohol-gerelateerde incidenten en overlast. Hoewel het aannemelijk is dat een verkorting van de schenktijden leidt tot een afname van alcohol-gerelateerde incidenten, is hier nog geen direct bewijs voor gevonden.

76

Bijlage 4

Aanvullende figuren enquête avondvergunning

Figuur b3.1: soort onderneming (meerdere antwoorden mogelijk) naar gebied van onderneming (n & %) Bron Risbo (eigen bewerking)

Figuur b3.2: Tevredenheid met de huidige sluitingstijden naar gebied onderneming (n & %) (Bron: Risbo, eigen bewerking)

77

Figuur b3.3a: Frequentie van eerder sluiten dan reguliere sluitingstijd, naar type horeca (n & %) Bron: Risbo, eigen bewerking

Figuur b3.3b: Frequentie van eerder sluiten dan reguliere sluitingstijd, naar gebied onderneming (n & %) (Bron: Risbo, eigen bewerking)

78

Figuur b3.4: Tevredenheid met huidige sluitingstijden, naar frequentie van eerder sluiten dan reguliere sluitingstijd (n & %) (Bron: Risbo, eigen bewerking)

Figuur b3.5a: Bekendheid met mogelijkheden afkoelhalfuurtje, naar type onderneming (n & %) Bron: Risbo, eigen bewerking

79

Figuur b3.5b: Bekendheid met mogelijkheden verlaatje, naar type onderneming (n & %) Bron: Risbo, eigen bewerking

Figuur b3.5c: Bekendheid met mogelijkheden geluidje, naar type onderneming (n & %) Bron: Risbo, eigen bewerking

80

Figuur b3.6: Redenen waarom de verlaatjes niet praktisch gevonden worden (meerdere antwoorden mogelijk) Bron: Risbo, eigen bewerking

Figuur b3.7: Gewenste veranderingen omtrent verlaatjes (meerdere antwoorden mogelijk), naar wel / geen gebruik verlaatjes (n & %) Bron: Risbo, eigen bewerking

81

Figuur b3.8: gewenste wijzigingen sluitingstijden (meerdere antwoorden mogelijk) naar type horeca (n & %) Bron: Risbo, eigen bewerking

Figuur b3.9: gewenste wijzigingen sluitingstijden (meerdere antwoorden mogelijk) naar tevredenheid huidige sluitingstijden (n & %) Bron: Risbo, eigen bewerking

82

Figuur b3.10: Interesse in een 24-uursvergunning naar gebied (aantallen) Bron: Risbo (eigen bewerking)

83

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e5d8b84f-d5cc-4b1f-86f1-dfed54b27a01