CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb17092 Bijlage 1 behorende bij 20bb17094 - ontwerpbestemmingsplan Cool

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 23. Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Cool’.37.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In het zuidwesten werd de Zalmhaven aangelegd waarvoor het meest zuidelijke van de twee bastions in de Schiedamse Vest werd vergraven. Door de beperkte ruimte binnen de stadsdriehoek zochten ook andere kleine bedrijven naar mogelijkheden om zich buiten de stadsvest te vestigen. De grond was hier bovendien goedkoper. Het ambacht Cool en de polder Rubroek, ten oosten van de stad, transformeerden zich tot het zogenaamde lanenkwartier. Vanaf de zeventiende eeuw vulde het lanengebied zich met blekerijen,

21

lijnbanen en enkele loodwitfabrieken. Behalve voor bedrijven waren de lanen ook in trek bij de beter gesitueerden die er nutstuinen, theehuizen en lusthoven aanlegden. In de eerste helft van de negentiende eeuw waren door de groei van de stad, de tuinen en erven in de lanen grotendeels bebouwd met kleine, schamele woonhuizen die vaak zonder voorschriften of regels waren opgetrokken. De Eendrachtslaan vormde een uitzondering en stond bekend als een herenlaan. Door deze ongeregelde groei van de stad liet de hygiënische situatie veel te wensen over. De choleraepidemie van 1832 tot 1834 noopte de stad maatregelen te nemen om ruimte te maken in de overvolle stad om verdere ophoping van mensen te voorkomen. Voor het probleem van de vervuilde stadswateren werd in 1854 door stadsingenieur Rose het 'waterproject' ontwikkeld, en de uitvoering werd vrijwel meteen opgepakt. Met de aanleg van de Westersingel werd in 1859 begonnen. Het singelparcours werd zo economisch mogelijk ingepast in de bestaande polderstructuur. Rose ging uit van een slingerende weg aan de westzijde van de singel geflankeerd door sierlijke landhuizen en aantrekkelijke villa's. Met de eigenaren van de percelen aan de Oostzijde werd uiteindelijk een compromis bereikt en werd in 1862 begonnen met de aanleg van de Eendrachtsweg als rechte, bestrate rijweg geflankeerd door hoge bomen aan de singelzijde.

Hierlangs verrees een aaneengesloten rij herenhuizen. Op basis van het Tweede Coolpolderplan, eveneens van stadsingenieur Rose (1858), werd een reeks nieuwe straten haaks op de 'laanstraten' aangelegd, daarbij bleef de structuur van de lanen grotendeels gehandhaafd. Met dit plan koppelde Rose de singels uit het Waterproject aan de bestaande stad. Met de uitvoering van het Coolpolderplan werd het gebied tussen de oude stad en de nieuwe singels bebouwd. Door het verschil in breedte tussen de 'laanstraten' en de nieuwe stadsstraten ontstond als vanzelf een hiërarchie in de bebouwing. De smalle straten werden door particuliere bouwers voorzien smalle woonpanden in 3 lagen met kap. De brede straten kregen meer voorname bebouwing met middenstandswoningen afgewisseld met enkele publieke voorzieningen, zoals scholen. Bij het bombardement van 14 mei 1940 bleef het zuidelijk deel van Cool grotendeels ongeschonden. De brandgrens van het verwoeste gebied valt min of meer samen met de huidige Hartmanstraat en William Boothlaan. Alleen het meest oostelijke deel van de Witte de Withstraat werd verwoest. Binnen enkele dagen na het bombardement werd in het verwoeste gebied het puin geruimd en op last van de Duitsers gebruikt om op verschillende plekken water te dempen. Een van de locaties was het laatste, nog niet gedempte deel van de Schiedamse Vest tot aan de Westzeedijk.

In de wederopbouw volgens het Basisplan van C. van Traa, werd Rotterdam voorgesteld als een functionele stad waarin overeenkomstige bestemmingen zoveel mogelijk bij elkaar in de buurt werden geplaatst. Zo ontstond een indeling in vakken, begrensd door brede boulevards en smalle winkelstraten. De verschillende verkeersstromen, zoals voetgangers, fietsers, automobielen en trams werden zoveel mogelijk van elkaar gescheiden. De orthogonale ordening van straten en blokken werd als een dambordpatroon over de vooroorlogse structuur gelegd met als gevolg dat niet alle straten op dezelfde plek terugkeerden. De Westblaak maakte deel uit van de grootstedelijke boulevards die Van Traa voor ogen stonden en werden belijnd met moderne kantoren en woningbouw passend in een zorgvuldig ontworpen profiel met gescheiden rijbanen en brede trottoirs. Met de aanleg van de Westblaak werd halverwege de jaren vijftig begonnen. Daarvoor werden ruim 200 woningen gesloopt, waaronder zo'n 15 panden aan de Eendrachtsweg. Het gedeelte van de Westblaak tussen Churchillplein en Hartmansstraat vormt een representatief en goed bewaard voorbeeld van de in het Basisplan geïntroduceerde boulevardtypologie. Vooral de zuidelijke gevelwand vertoont een bijzondere reeks kantoorgebouwen met een uniforme doorsnede en samenhangend gevelontwerp.

Na veel kritiek op grootschalige plannen voor de oude wijken werd onder druk van de bewonersorganisaties in 1973 de Verordening Organisatie Stadsvernieuwing opgesteld die de organisatie van de stadsvernieuwing en de betrokkenheid van bewoners hierin regelde. Onderdeel van de verordening was niet alleen de renovatie van de bestaande woningvoorraad maar ook het bebouwen van lege plekken in de binnenstad in een hoge dichtheid en zoveel mogelijk voor lagere inkomens.

22

Na de politieke ommezwaai in 1974 kreeg ook het binnenstadsbeleid een andere wending. Er kwamen plannen om de monocultuur van kantoren en grootwinkelbedrijven in de binnenstad te doorbreken. Als gevolg van het gezelligheidsdenken werd ook het Churchillplein tegen het licht werd gehouden. De aanleg van de metrolijnen, die elkaar onder het plein kruisen, en de verkeerstunnel had de definitieve afronding van het kruispunt vertraagd. Jan Hoogstad ontwikkelde een masterplan voor de vier hoekpunten van het plein, waarbij deze tot leven worden geroepen met een mix van functies als musea, wereldhavencentrum en woningen. Halverwege de jaren tachtig kwam er aandacht voor de problematiek in en rond de Witte de Withstraat In 1990 ging de Rotterdamse Wijkontwikkelingsmaatschappij van start en binnen enkele jaren lukte het om de dominantie van overlast gevende functies als nachtclubs, drugshandel en prostitutie te doorbreken. En kreeg de straat een nieuw cultureel profiel met galeries, lifestylewinkels en kleinschalige horeca

3.4

Huidig gebruik

In Cool en omgeving zijn veel voorzieningen aanwezig: winkels, horeca, culturele voorzieningen, onderwijsinstellingen, maatschappelijke voorzieningen, etc. De ligging van de wijk in het centrum van Rotterdam maakt de wijk populair als woongebied en als vestigingsgebied voor diverse bedrijven. Het plangebied wordt omringd door stedelijke en regionale voorzieningen zoals het winkelhart van de stad: Beurstraverse, Lijnbaan en Binnenwegplein, het stedelijk uitgaanscentrum Schouwburgplein en omgeving, het Museumpark en het Rotterdamse Waterfront. De wijk Cool valt qua functioneren min of meer in drie delen uiteen: A. het gebied ten noorden van de Westblaak: tussen Westblaak, Mauritsweg, Schouwburgplein en Karel Doormanstraat (Mauritskwartier); B. het gebied ten zuiden van de Westblaak: tussen Westblaak, Eendrachtsweg, Schiedamse Vest en Vasteland (Witte de Withkwartier); C. het gebied tussen Westblaak, Schiedamse Vest, Vasteland en Schiedamsedijk (Baankwartier). Mauritskwartier Het Mauritskwartier kenmerkt zich door een vrij sterke scheiding van functies. In de Van Oldenbarneveltstraat, de Oude Binnenweg en de Karel Doormanstraat bevinden zich veel winkels en horecagelegenheden op de begane grond met daarboven woningen. De winkelstraten zijn de uitlopers/ aanloopstraten van het kernwinkelgebied en verschillen onderling van sfeer en karakter.

De Mauritsweg past niet bij de benoeming winkelstraten. Deze straat is gemengd van karakter en wordt vooral gedomineerd door horeca. De winkels en restaurants maken hier een sprong over de Westersingel. De bebouwing aan de Van Oldenbarneveltstraat bestaat uit een mix van stijlen. Panden van voor 1900, uit de wederopbouwperiode (1940-1965) en uit het stadsvernieuwingstijdperk staan hier naast elkaar. In de straat bepalen de winkels het beeld. Horeca is in beperkte mate aanwezig. De straat wordt getypeerd als chic of exclusief en vormt daarmee één geheel met de Karel Doormanstraat. De Oude Binnenweg bestaat voor een groot deel uit bebouwing van voor 1900, wat de straat een historisch karakter geeft. De winkels bevinden zich in vrijwel alle mogelijke branches, afgewisseld met zowel dag- als avondhoreca. De Karel Doormanstraat bestaat grotendeels uit bebouwing uit de wederopbouwperiode. Het type winkels in deze straat bevindt zich ook steeds meer in het chique, duurdere segment. De Westblaak is te omschrijven als een kantorenboulevard met op enkele plaatsen publieksfuncties op de begane grond. De Westblaak wordt vaak gezien als een barrière tussen Cool noord en Cool zuid, mede door de functie als verkeersboulevard maar ook doordat zich weinig publiek programma bevindt in de plint. Het skatepark heeft de barrièrewerking al voor een groot deel geslecht.

De achterkant van de bebouwing aan de Westblaak staat in schril contrast met de oudere bebouwing daaromheen, waardoor ondefinieerbare plekken ontstaan, zoals de Boomgaardhof en de Kromme Elleboog. Deze plekken bevorderen ook de wisselwerking tussen Cool noord en zuid niet. Naast de genoemde winkelstraten en de kantorenboulevard bevinden zich in de rest van Cool noord vooral rustige woongebieden. Voorbeelden zijn de Jacobusstraat, de Mauritsstraat en de Mauritsplaats.

23

In deze straten bevinden zich vrijwel geen andere functies dan het wonen. Slechts op enkele plaatsen gaat het programma uit de drukkere winkelstraten de hoek om. Witte de Withkwartier Het Witte de Withkwartier is zeer gevarieerd qua functies en verschijningsvorm. De noordrand van het gebied wordt, net als het Mauritskwartier, begrensd door grootschalige kantoorpanden aan de Westblaak. De grootste mate van functiemenging is te vinden in de Witte de Withstraat, de Hartmansstraat, William Boothlaan en de Eendrachtsweg. Deze straten hebben veelal publieksfuncties op de begane grond met woningen daarboven. Het karakter van de Witte de Withstraat is gebaseerd op het thema kunst en cultuur. Er bevindt zich een behoorlijk aantal galeries afgewisseld met horecagelegenheden en winkels. De inrichting van de buitenruimte is afgestemd op het kunst/cultuurthema. Steeds vaker zijn ook de zijstraten van de Witte de Withstraat als vestigingsgebied in trek. In functioneel opzicht vertoont het gebied de kenmerken van een centrumrandzone. Naast de winkel- en uitgaansstraten in het Witte de Withkwartier bevindt zich ook nadrukkelijk een maatschappelijk cluster van voorzieningen in dit gebied. Langs de Schiedamse Vest en Schiedamse singel komen de bovenwijkse voorzieningen in beeld.

Voorbeelden hiervan zijn een tweetal scholen, diverse kinderdagverblijven, de Schotse kerk en de Russisch Orthodoxe kerk. Aan de oostkant van de Schiedamse Vest liggen ook nog een school, een kerk, het Oogziekenhuis. Naast de genoemde drukke, publieke straten bevinden zich ook in dit deel van Cool rustigere woongebieden, zoals de Eendrachtsstraat, Boomgaardstraat, Van Brakelstraat en Zwarte Paardenstraat. Het grootste deel van de woningen in dit gebied stamt uit de stadsvernieuwingsperiode. Baankwartier Het gebied tussen Westblaak, Schiedamse Vest, Vasteland en Schiedamsedijk wordt ook wel het Baankwartier genoemd. Het is qua karakter een totaal ander gebied dan de overige deelgebieden van Cool. Aan de noordzijde van het gebied, omgeving Schiedamse Vest en Schilderstraat, is de branchering vergelijkbaar met de Witte de Withstraat. De zuidkant wordt voornamelijk bepaald door dominante woongebouwen. In het Baankwartier zijn tevens enkele bovenwijkse voorzieningen gevestigd, zoals het Oogziekenhuis, de GGD, de Waalse kerk.

3.5

Stadsgezichten en Monumenten

Algemeen De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium. In het bestemmingsplan zijn geen nadere planologische regelingen opgenomen behoudens (indien aan de orde) de planologische bescherming die overeenkomstig de Erfgoedwet (2016) dient te rusten op een beschermd dorps- of stadsgezicht. Gemeente Rotterdam maakt onderscheid tussen de volgende gebieden en gebouwen: Beschermde stadsgezichten Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden die ouder zijn dan vijftig jaar. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen.

Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen juridische of

24

formele status: Een specifiek onderdeel van de historische structuur van Cool is het tot aandachtsgebied benoemde gebied van de Witte de Withstraat en de Schiedamsedijk. Dit gebied onderscheidt zich door een hoge concentratie van waardevolle ensembles van wederopbouwarchitectuur. De bedoeling van een dergelijk aandachtsgebied is dat behoud en instandhouding centraal staan, maar gecombineerd kunnen worden met zorgvuldige vernieuwing door inpassing in of transformatie van de bestaande bebouwing. De nadruk dient gelegd te worden op de samenhang tussen de bebouwing en de stedenbouwkundige structuur. Het gebied van de Witte de Withstraat en de Schiedamsedijk omvat in feite twee belangrijke ensembles. Deze liggen in elkaars nabijheid en worden omringd door waardevolle bebouwing uit de wederopbouwperiode, waardoor ook de directe omgeving van belang is. Het eerste ensemble is het bouwblok tussen de Witte de Withstraat, Schiedamse Vest, Westblaak en Hartmansstraat. Dit bouwblok wordt gekenmerkt door een reeks bijzonder vormgegeven woningbouwcomplexen met winkels, en aan de Westblaak door een reeks 'hoge' kantoorgebouwen als begeleiding van deze verkeersboulevard. De Witte de Withstraat vormt één van de lange lijnen uit het Basisplan die een sterke relatie hebben met de vooroorlogse structuur.

De woningbouw in het bouwblok wordt gekenmerkt door traditionele bouwtrant met baksteen gevels, pannendaken en ornamenten. De kantoorgebouwen hebben een meer moderne uitstraling met een overeenkomstige opbouw met terugliggende dakverdiepingen. Het tweede ensemble wordt gevormd door de Schiedamsedijk met een bijzondere reeks gebouwen als begeleiding van het Leuvehavenbekken. De gebouwen huisvesten woningen en winkels, hebben een zeer levendige vormgeving met over de gehele lengte vooruitgeschoven etalages en vormen tezamen een krachtige, langgerekte wand langs de Schiedamsedijk. De achterliggende bebouwing, bestaat uit een mix van kleinschalige bedrijfsgebouwen en openbare voorzieningen, zoals de voormalige Rotterdamse Melkinrichting, het Oogziekenhuis, een brandweerkazerne en een onderstation van het energiebedrijf. De relatief ruime begrenzingen van het aandachtsgebied zijn getrokken om de relatie tussen de ensembles en de omringende bebouwing te kunnen versterken, met de Schilderstraat en de Schiedamse Vest als verbinding tussen de ensembles. Niet zozeer de individuele architectonische waarde van panden is van belang in het wederopbouwaandachtsgebied als wel de stedenbouwkundige structuren. In het Baankwartier gaat het vooral om de lineaire structuur, zowel wat betreft de straatrichting als de bebouwing langs de Schiedamsedijk.

Rijksmonumenten en Gemeentelijk e monumenten Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de monumentenverordening Rotterdam 2010. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Voor een Rijksmonument geldt dat het object ten minste vijftig jaar oud moet zijn. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Beeldbepalende objecten en Beeldbepalende gevelwanden In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als gemeentelijk monument, maar wel van monumentale waarde zijn, zogenoemde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. Ook kent Rotterdam monumentale gevelwanden. Deze komen zelden in aanmerking voor een monumentstatus, maar zij bepalen voor een belangrijk deel wel het karakter van de stad.

Deze wanden versterken de ruimtelijke kwaliteit en instandhouding wordt dan ook gestimuleerd: De Schiedamse Vest met het open gebied ter hoogte van de Kortenaerstraat, waarin de gebogen vorm van de voormalige veste herkenbaar is, geflankeerd door een rijke bebouwing van herenhuizen. Deze plek is de enige plek waar de voormalige stadswal nog voelbaar is, maar de huidige inrichting van het gebied draagt niet bij aan de historische betekenis. Het plangebied Rijkbeschermd stadsgezicht: het Waterproject

25

Het stadsgezicht Waterproject bestaat uit een serie weteringen die aan weerszijden bebouwd zijn met representatieve architectuur. Het Waterproject omvat twee singeltrajecten door Rotterdam: Westersingel, Eendrachtsweg, Eendrachtsplein, Mauritsweg / Spoorsingel, Provenierssingel; Boezemsingel, Crooswijksesingel, Noordsingel, Bergsingel. De singeltrajecten bestaan uit een quasi natuurlijk slingerende wetering, met aan beide kanten een singel. Aan de ene kant is dit een bijna rechte weg en aan de andere kant volgt de singel de wetering. Aan beide kanten staan negentiende eeuwse woonhuizen voor de welgestelde burger en voor de middenstand. Het Waterproject werd in 1854 goedgekeurd. Het is ontworpen door stadsarchitect W.N. Rose en J.A. Scholten van het Hoogheemraadschap Schieland. De singels van het Waterproject werden tussen 1859 en 1866 aangelegd door landschapsarchitecten L.P. Zocher en J.D. Zocher jr. Het betekende een grote verbetering van de stadshygiëne en de stedelijke waterhuishouding. Dat was hard nodig, want er braken regelmatig cholera-epidemieën uit in Rotterdam. Bovendien ordende het Waterproject de officieuze stadsuitbreiding die al volop gaande was en bood het tot slot een kader voor de toekomstige stadsuitbreiding en stadsverfraaiing.

Vandaag de dag is verreweg het grootste deel van het oorspronkelijke Waterproject nog intact en functioneert het niet alleen als waterhuishouding, maar ook als lint van bijzondere schoonheid en allure. De typisch negentiende eeuwse mix van doelstellingen én het feit dat het Waterproject ook echt gerealiseerd en bewaard is gebleven, maakt het tot een bijzonder zeldzaam verschijnsel. Samengevat is het Waterproject cultuurhistorisch van belang door de verschillende typisch negentiende eeuwse oogmerken bij aanleg: verbetering stadshygiëne; ordening wildgroei stad; kader voor toekomstige stadsuitbreiding en –verfraaiing; zeldzaam en beeldbepalend artefact: tastbaar geworden waterhuishoudkundige annex stedenbouwkundige ingreep; representatief voor het veelzijdige oeuvre van ingenieur-architect W.N. Rose; van belang vanwege de landschappelijke aanleg door L.P. Zocher en J.D. Zocher jr. In de aanwijzing tot Beschermd Stadsgezicht (2014) is onderstaande waardenkaart voor de Westersingel opgenomen. Voor het plangebied betekent dit dat de bebouwing aan de Mauritsweg, Eendrachtsplein en Eendrachtsweg binnen de grenzen van het beschermde gebied vallen. De aanwijzing houdt in dat in het bestemmingsplan de historische waarden van dit gebied zijn vastgelegd.

In elk geval wordt met het beschermd stadsgezicht ingezet op behoud van de historische kwaliteiten van de singels, zoals de inrichting van de openbare ruimte en de bebouwing. Ten behoeve van het vastleggen van de verschijningsvorm van de gevelbebouwing in het Beschermde Stadsgezicht hebben deze panden de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 1 gekregen.

26

Monumenten en beeldbepalende panden Binnen het plangebied liggen de volgende rijks- en gemeentelijke monumenten. Deze panden hebben geen extra aanduiding gekregen, omdat die al via andere wegen zijn beschermd. Rijksmonumenten: Eendrachtsweg 19-27 (even + oneven), Eendrachtsweg 33-35 (even + oneven), Eendrachtsweg 59-61 (even + oneven), Eendrachtsweg 67, Mauritsweg 47-51 (even + oneven), Mauritsweg 56-60 (even + oneven), Pierre Baylestraat 1, Schiedamsesingel 181-185, Schiedamsesingel 203, Schiedamsesingel

27

205, Schiedamse Vest 2-40, Schiedamse Vest 89 / Witte de Withstraat 2-8. Gemeentelijke monumenten: Eendrachtsstraat 95, Eendrachtsweg 51-54 (even + oneven), Karel Doormanstraat 335-337, Kortenaerstraat 55-63, Mauritsweg 24*, Mauritsweg 28-29, Mauritsweg 36, Mauritsweg 39, Mauritsweg 61-66 (even + oneven), Mauritsstraat 36*, Mauritsstraat 98*, Mauritsstraat 167, Mauritsstraat 173, Oude Binnenweg 102*, Oude Binnenweg 120, Oude Binnenweg 132, Oude Binnenweg 135-139, Oude Binnenweg 150, Schiedamsesingel 161-165, Van Oldenbarneveltstraat 116*, Westblaak 2-22, William Boothlaan 4, Witte de Withstraat 5-23, Witte de Withstraat 14-16, Witte de Withstraat 38-40, Witte de Withstraat 45, Witte de Withstraat 50, Witte de Withstraat 61-63 / Eendrachtsstraat 8-12 / Boomgaardsstraat 69-71 * brandgrenspanden

Beeldbepalende panden De panden die in de cultuurhistorische verkenningen een beeldbepalende status hebben gekregen, hebben in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 2 gekregen. Het betreffende volgende adressen: Mauritskwartier: Jacobusstraat 164 - 216, Jacobusstraat 187 - 227, Karel Doormanstraat 445-461, Mauritsstraat 16, Mauritsstraat 28 - 32, Mauritsstraat 100 - 110, Mauritsstraat 219 - 245, Oude Binnenweg 45-47/Karel Doormanstraat 471, Oude Binnenweg 55, Oude Binnenweg 89 - 91, Oude Binnenweg 95 - 97, Oude Binnenweg 101 - 105, Oude Binnenweg 107, Oude Binnenweg 109 - 111, Oude Binnenweg 115, Oude Binnenweg 117,119, Oude Binnenweg 106-110, Oude Binnenweg 112 - 118, Oude Binnenweg 134-148, Van Oldenbarneveltstraat 118-128, Van Oldenbarneveltstraat 119 - 127, Van Oldenbarneveltstraat 129, Van Oldenbarneveltstraat 142-148, Van Oldenbarneveltstraat 150-156, Westblaak 69-81.

Cool-Zuid en Baankwartier: Baan 72, Boomgaardsstraat 78, Boomgaardsstraat 82, Boomgaardsstraat 84 t/m 166, Churchillplein 12-186, Eendrachtsstraat 79-81, Eendrachtsstraat 157, 159 en 161, Eendrachtsweg 50, Kortenaerstraat 24-26/28-30, Kortenaerstraat 12 t/m 22, Ketelaarsstraat 15, Schiedamsesingel 129-131, Schiedamsesingel 139-143, Schiedamsesingel 155, Schiedamsesingel 175, 177 en179, Schiedamsesingel 191, 193 en 195, Schiedamsesingel 197, 199 en 201, Schiedamsesingel 217, Van Brakelstraat 110 t/m 124, Schiedamsesingel 221, Van Brakelstraat 139-145, Schiedamse Vest 119 121, Schiedamsesingel 6, Schiedamse Vest 158 - 160, Schiedamse Vest 180, Westblaak 184-232, Westblaak 24-34, William Boothlaan 8-10, William Boothlaan 9 t/m 19, Witte de Withstraat 25, Witte de Withstraat 41, Witte de Withstraat 49, Witte de Withstraat 59-61, Boomgaardsstraat 40, Witte de Withstraat 68 t/m 78, Witte de Withstraat 77, Zwarte Paardenstraat 89, 91 en 93.

28

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Ontwikkelingen

Het huidige bestemmingsplan "Cool" is zoveel mogelijk vertaald naar een nieuw bestemmingsplan. Het bestemmingsplan heeft veel globale gemengde centrumbestemmingen, die steeds meerdere functies mogelijk maken naast de huidige functie. Daarnaast worden de twee bestaande wijzigingsbevoegdheden opnieuw opgenomen. Er geldt nog steeds dat onder voorwaarden een nieuwe ontwikkeling op deze locaties is toegestaan. Wijzigingsbevoegdheid 1: Cinerama (Westblaak) Voor het Cineramacomplex is een ontwikkeling mogelijk waarbij onder voorwaarden de bouwhoogte mag worden verhoogd tot 100 meter en een andere samenstelling van functies mogelijk is. Wijzigingsbevoegdheid 2: GGD-complex (Schiedamsedijk) Voor het GGD-complex is een ontwikkeling mogelijk onder voorwaarden. Op deze locatie dient een mix van hergebruik van de bestaande bebouwing en nieuwbouw te ontstaan. Hergebruik van het oude gedeelte van het huidige GGD-complex, met diverse functies passend in de wijk (bedrijfsverzamelgebouw, studentenhuisvesting, cultureel programma) biedt mogelijkheden om het informele karakter van Cool verder vorm te geven. Nieuwbouw en verdere verdichting is beoogd ter plekke van het noordelijke gedeelte van het GGD-complex. Een gebouw, passend in de samenhangende wederopbouwbebouwing langs de Schiedamsedijk, behoort tot de mogelijkheden. Hoogbouw dient plaats te vinden op een sokkel met een hoogte van 25 meter.

De bouwhoogte mag maximaal 150 meter bedragen in de tweede lijn. Voorwaarde is dat de begane grond aan de Ketelaarsstraat een publieksfunctie heeft, aangezien de Ketelaarsstraat een belangrijke verbinding tussen de Schiedamsedijk en de Schiedamse Vest vormt.

Ontwikkelingen in het plangebied, die niet in dit bestemmingsplan worden meegenomen, maar waarvoor een eigen procedure loop: Zolang deze projecten nog in procedure zijn zullen ze geen deel uitmaken van het bestemmingsplan. De verbeelding op de locaties van deze projecten wordt ingevuld als "gat" in het bestemmingsplan. Wanneer een project onherroepelijk is geworden, voordat het bestemmingsplan "Cool" is vastgesteld dan wordt het project opgenomen in het bestemmingsplan als bestaande situatie. Maasbode: wijzigingsplan in juli 2018 als ontwerp ter inzage gelegen. Twee aparte afwijkingsprocedures, die nog doorlopen worden: Baantoren: 2.12 met coördinatieregeling Downtown (dwntwn): 2.12-procedure Dit plan is onherroepelijk en is als zodanig opgenomen: Cooltoren: wijzigingsplan op 1 november 2016 vastgesteld door B&W

29

4.2

Juridische planbeschrijving

4.2.1

Centrum

In dit bestemmingsplan worden de begane gronden flexibel bestemd om een mix van diverse functies mogelijk te maken en Cool beter aan te laten sluiten op de omliggende stad. Door flexibel te bestemmen is een transformatie van gebieden qua functies, naar de toekomst toe gewaarborgd. Centrum - 1 In de binnengebieden, vaak de betrekkelijk rustige woongebieden, worden de bestemmingen ook ruimer. Deze gebieden hebben de bestemming "Centrum - 1" gekregen. Op de begane grond zijn woningen, bedrijfjes, kantoren, hotels, maatschappelijke voorzieningen en detailhandel toegestaan. Hiermee wordt de wijkeconomie gestimuleerd en kunnen startende ondernemers zich vestigen in de ruimtes in de zijstraten. Op de bovengelegen verdiepingen zijn wonen en hotels toegestaan. Een kantoor is niet toegestaan aan de Eendrachtweg, nadat het is gewijzigd in een woonfunctie. Centrum - 2 De Westblaak is nu vooral een kantoren- en verkeersboulevard. Wonen en de aanwezigheid van meer maatschappelijke voorzieningen in de panden aan de Westblaak kunnen ervoor zorgen dat het karakter van de boulevard verandert. Om dat te stimuleren is in het bestemmingsplan de bestemming "Centrum 2" opgenomen. Op de begane grond is een groot scala aan functies toegestaan zoals detailhandel, Horeca, kantoren, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. Deze bestemming geldt ook voor de Mauritsweg.

Daar waar ten tijde van de vaststelling woningen op de begane grond aanwezig zijn zijn deze woningen aangeduid met de aanduiding "wonen". Het betreffen de adressen Mauritsweg 39, 40, 44, 50, 56 en 57 en Eendrachtsplein 57. Op de verdiepingen is eveneens een mix van functies gewenst zoals kantoren, maatschappelijke voorzieningen en woningen. Centrum - 3 Straten die op dit moment een commerciële invulling van de plint hebben met woningen op de verdiepingen, zoals de Schiedamse Vest en de Schiedamsedijk, krijgen in het bestemmingsplan de bestemming "Centrum - 3". Op de begane grond zijn toegestaan: detailhandel, Horeca, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en bedrijven. Woningen zijn uitsluitend toegestaan op de verdiepingen. Centrum - 4 De Van Oldenbarneveltstraat, Oude Binnenweg, Karel Doormanstraat en de Witte de Withstraat hebben al de eigenschappen van een binnenstedelijke randzone. Het zijn straten met publieksfuncties op de begane grond en woningen daarboven, maar iedere straat met een eigen karakter, sfeer en uitstraling. Langzaam maar zeker breiden de stedelijke functies zich steeds verder uit richting de zijstraten, zoals de Mauritsweg, Eendrachtsweg, Hartmansstraat, William Boothlaan en de Schiedamse Vest. De verbindingen tussen Cool noord en zuid en tussen Cool en de omliggende gebieden kunnen programmatisch gezien echter beter.

In dit bestemmingsplan zijn de begane gronden opnieuw flexibel bestemd om een mix van diverse functies mogelijk te maken en Cool beter aan te laten sluiten op de omliggende stad. Langs de belangrijkste (verbindings)routes door Cool, de meest publieke straten worden op de begane grond alleen detailhandel, Horeca en maatschappelijke voorzieningen toegestaan ("Centrum - 4"). De woonfunctie is op de begane grond uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "wonen" toegestaan. Wetgevingszone - Wijzigingsgebieden: Cinerama Voor wat betreft het met wetgevingzone - wijzigingsgebied 1 aangegeven gebied ten behoeve van een hogere maximum bouwhoogte en een verruiming van de bestemming door voor het als Maatschappelijk 2 en Verkeer - Verblijfsgebied bestemde gebied:

30

tevens woningen, kantoren en een hotel toe te staan binnen de contouren van de bestemming Centrum 2, een verhoogd parkeerdek met tuin voorzover de gronden zijn bestemd voor Verkeer - Verblijfsgebied, alsmede een bouwhoogte met een maximum van 100 meter toe te staan wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Minimaal 50% van de bebouwing moet de functie wonen hebben; Maximaal 25% van de bebouwing mag de functie kantoren hebben; Het huidige Cineramatheater is een gemeentelijk monument. Het behoud van het Cineramatheater is uitgangspunt bij toekomstige ontwikkeling; Uit de resultaten van een windhinderonderzoek moet blijken dat het windklimaat in de openbare ruimte rond het gebouw niet onaanvaardbaar verslechtert.

GGD-complex Voor wat betreft het met wetgevingzone - wijzigingsgebied 2 aangegeven gebied ten behoeve van een hogere bebouwing door voor de als Centrum - 2 en Verkeer - Erf bestemde gebieden als maximumhoogte een hogere maximum hoogte conform het in de toelichting opgenomen kaartje toe te staan wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De maximum bouwhoogte is toegestaan wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: het blok tussen Schiedamsedijk en Baan dient in het wijzigingsplan integraal te worden bestudeerd; woonfunctie: tot een bouwhoogte van 25 meter moet ten minste 50% van de functies bestaan uit de woonfunctie hebben en vanaf een bouwhoogt ervan 25 meter moet ten minste 75% van de functies bestaan uit de woonfunctie; ontsluiting: de gronden die de bestemming Verkeer - Erf hebben gekregen dienen ter ontsluiting van het huidige GGD-complex. Wanneer in geval van nieuwbouw deze gronden niet meer als ontsluiting hoeven te dienen dan kunnen deze gronden ook worden bebouwd; de begane grondlaag, grenzend aan de Ketelaarsstraat, Baan en Schiedamsedijk moet ten minste een hoogte van 4,5 meter hebben; de functie parkeren is, behoudens de in- en uitgang, aan de straatzijde niet toegestaan; het huidige GGD-complex (oude gedeelte) is historisch waardevol.

In het wijzigingsplan dient bezien te worden of (gedeeltelijk) behoud van het gebouw mogelijk is; het windklimaat in de openbare ruimte rond het gebouw mag door de nieuwbouw niet onaanvaardbaar verslechtert. dit dient te worden onderbouwd met een windhinderonderzoek; advies van Luchtverkeersleiding Nederland is noodzakelijk bij een bouwhoogte hoger dan 70 meter. waar de bebouwing (nieuwe gedeelte) direct aan de Schiedamsedijk grenst, mag tot een hoogte van 25 meter slecht worden gebouwd met toepassing van een dove gevel aan de zijde van de Schiedamsedijk, indien sprake is van geluidgevoelige functies. 4.2.2

Groen

Structurele groengebieden zijn bestemd als Groen. Binnen deze bestemming zijn ook voet- en fietspaden, trambanen en speeltoestellen toegestaan. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen, watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming). 4.2.3

Horeca

Eén van de belangrijkere trekkers van Cool, is het grote aanbod aan horecavoorzieningen. Met name in de Cool-Zuid heeft het aantal cafés en restaurants de laatste jaren een vlucht genomen. De toename in het aantal horecavoorzieningen heeft ook gezorgd voor een toename van druk in de openbare ruimte. Er zijn meer terrassen en bezoekers dan 10 jaar geleden, wat wel allemaal in dezelfde ruimte een plek moet krijgen. Deze toegenomen drukte heeft ervoor gezorgd dat bij omwonenden (maar ook langer zittende ondernemers) verzadiging is opgetreden in het aantal horecavoorzieningen dat zij kunnen verdragen. In Cool dient een betere balans te bereiken tussen wonen, werken, winkelen en toerisme te worden bereikt. In dit bestemmingsplan wordt de bestaande balans behouden en waar mogelijk verbeterd. In dit bestemmingsplan wordt onder horeca verstaan: Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank. De hotelfunctie behoort daar niet toe, zie Hotels.

31

4.2.3.1 Horecagebiedsplan Het Horecagebiedsplan Centrum 2019-2021 is bepalend ten aanzien van de gewenste ontwikkeling van de horeca. De ontwikkelingsrichtlijnen voor horeca zoals omschreven in het Horecagebiedsplan Centrum, zijn daarom verwerkt in dit bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan is de situatie vastgelegd, zoals die is ten tijde van het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De ervaring met het horecaclusterkaartje uit het vorige bestemmingsplan (2011) leerde dat onduidelijkheid m.b.t. de toetsbaarheid hiervan werd ervaren. Ter verbetering wordt daarom voortaan uitgegaan van "het aantal horecavestigingen" in plaats van "het aantal te verlenen exploitatievergunningen". In de afgelopen jaren zijn er namelijk ook exploitatievergunningvrije horecavestigingen bijgekomen, die door uit te gaan van horecavestigingen ook mee worden geteld. In Bijlage 1 van de toelichting is een lijst toegevoegd met daarop de adressen van de horecavestigingen op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. In het plangebied van dit bestemmingsplan "Cool" is het maximum aantal horecavestigingen per straat opgenomen: Horecaclusters

Maximum aantal horecavestigingen

1. Mauritsweg

10

2. Witte de Withstraat - Schilderstraat

40

3. Van Oldebarneveltstraat - Karel Doormanstraat

10

4. Oude Binnenweg

19

5. Hartmansstraat - William Boothlaan

7

Horecaclusters "Mauritsweg", "Van Oldebarneveltstraat/Karel Doormanstraat", "Oude Binnenweg" en "Hartmansstraat/William Boothstraat" Voor de horecaclusters "Mauritsweg", "Van Oldebarneveltstraat/Karel Doormanstraat", "Oude Binnenweg" en "Hartmansstraat/William Boothstraat" geldt een consoliderende ontwikkelingsrichting. Dat betekent dat per horecacluster het maximum aantal horecavestigingen is vastgelegd in de planregels en dat binnen elk horecacluster uitwisseling van horecavestigingen kan plaatsvinden. Dus als binnen een horecacluster een horecavestiging verdwijnt, mag op een willekeurig andere plaats binnen dat horecacluster een nieuwe horecavestiging worden gevestigd, mits het maximum aantal horecavestigingen binnen het horecacluster niet wordt overschreden. Horecacluster "Witte de Withstraat/Schilderstraat" Het horecacluster "Witte de Withstraat/Schilderstraat" bestaat uit de straten Witte de Withstraat en Schilderstraat. Deze straten karakteriseren zich door een mix van verschillende functies, zoals horeca, wonen en detailhandel. Om de horeca in deze straat niet de overhand te laten krijgen is uitbreiding van horecavestigingen alleen mogelijk tot een in de planregels opgenomen maximum aantal horecavestigingen (overeenkomstig het aantal horecavestigingen ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan) en maximum aantal m2 b.v.o.

Met deze regeling kan binnen dit in de planregels genoemde horecacluster uitwisseling van horecavestigingen plaatsvinden. Dus als binnen het horecacluster een horecavestiging verdwijnt, mag op een willekeurig andere plaats binnen het horecacluster een nieuwe horecavestiging worden gevestigd, mits het maximum aantal horecavestigingen binnen het horecacluster niet wordt overschreden. Buiten de horecaclusters: bestaande horeca Horeca buiten de clusters, die ten tijde van de vaststelling aanwezig was heeft binnen de bestemming Centrum - 1 een aparte functieaanduiding "horeca" gekregen op de verbeelding. Buiten de horecaclusters: nieuwe horeca Voor de Westblaak (incl. noordelijk deel Schiedamsevest), de Schiedamsedijk en het Baankwartier is

32

de mogelijk om nieuwe horeca met nadruk op eten en drinken te realiseren en het horecagebiedsplan is hierin regulerend. Deze regeling bestond ook in het vorige bestemmingsplan "Cool" en zal voor genoemde straten behouden blijven. Paviljoens In de twee gevallen waarin het een solitair horecapaviljoen betreft hebben de panden de bestemming Horeca gekregen. Het betreft het Oude Tramhuis aan de Hermesplantsoen/Eendrachtsplein en het pand bij het skatepark aan de Westblaak.

4.2.3.2 Horeca in het bestemmingsplan Horeca definitie en afbakening In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel. Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is.

Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0. Exploitatiecategorie 0.1

33

Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk. Exploitatiecategorie 0.2

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten: muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is).

Exploitatiecategorie 0.3

Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. In die gevallen is dus altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren. In Horecagebiedsplan Centrum 2019-2021 is bepaald, dat voor enkele straten in het plangebied geldt dat vrijstelling van categorie 0.2 en 0.3 niet is toegestaan. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een

34

exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie). Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet.

Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z'n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd. Terrassen Binnen de bestemmingen Verkeer - Verblijfsgebied zijn tevens ongebouwde terrassen toegestaan aangrenzend aan bestemmingen die horeca toelaten. 4.2.4

Hotels

Hotels zijn net als in het bestemmingsplan "Cool" (2009) toegestaan binnen de diverse Centrumbestemmingen. Onder een hotel wordt verstaan een ruimte bestemd voor het bedrijfsmatig verschaffen van logies per nacht. Horeca bij een hotel, zoals bijvoorbeeld een restaurant, bar worden niet tot de hotelfunctie gerekend, maar dient te voldoen aan de regeling voor horeca, zie 4.2.3.1. 4.2.5

Leidingen

In het plangebied is een planologisch relevante waterleiding aangeven met de dubbelbestemming Leiding - Water. Op deze gronden is het verboden zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de in het artikel genoemde werken (geen bouwwerken zijnde) en/of werkzaamheden uit te voeren, met uitzondering van werken en werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en de betreffende leiding en evenmin voor werken en werkzaamheden welke ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren, alsmede graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet Informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 4.2.6

Maatschappelijke voorzieningen

Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening verstaan. Deze voorzieningen kunnen wel of niet geluidsgevoelig zijn volgens de Wet geluidhinder. Geluidsgevoelige voorzieningen zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, terwijl buurthuizen of kerkgebouwen niet geluidsgevoelig zijn. In dit bestemmingsplan zijn in de bestemming Maatschappelijk - 1 zowel geluidsgevoelige als niet geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Dit betekent dat een functie die past in deze definitie zonder planwijziging vervangen kan worden door een andere functie binnen deze definitie. In de bestemming Maatschappelijk - 2 zijn alleen de niet geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan.

35

4.2.7

Seksinrichtingen

Het schrappen van het algemene bordeelverbod uit het Wetboek van Strafrecht maakt het mogelijk de exploitatie van seksinrichtingen aan gemeentelijke regelgeving te onderwerpen. In de nota "Het Rotterdams prostitutiebeleid" (juni 2000) staat hoe dit in de gemeente Rotterdam is geregeld. Het beleid is gericht op het tegengaan van uitbreiding van het aantal seksinrichtingen. Eén van de criteria waar de vergunningaanvraag voor een seksinrichting aan wordt getoetst is het bestemmingsplan. Nieuwe vestigingen zijn niet toegestaan als dit niet past in het bestemmingsplan. Voor de bestaande vestigingen, seksinrichtingen die bestonden vóór 1-2-2000, geldt dat zij gevestigd mogen zijn in strijd met het bestemmingsplan (overgangsrecht). Deze vestigingen worden als zij ook aan de andere criteria voldoen positief bestemd in nieuwe bestemmingsplannen. Binnen dit bestemmingsplan zijn geen seksinrichtingen aanwezig en derhalve ook niet bestemd. 4.2.8

Belwinkels

De aanwezigheid van belwinkels in Rotterdam in menig deelgemeente in toenemende mate als problematisch ervaren. Weliswaar moeten belwinkels die goederen te koop aanbieden zich net als winkels houden aan de Winkeltijdenwet, maar voor uitsluitend het bieden van de mogelijkheid om goedkoop te telefoneren geldt de Winkeltijdenwet niet en dat betekent dat die dienst 24 uur per dag, 7 dagen in de week mag worden aangeboden. Dit kan leiden tot overlast door het komen en gaan van klanten op late uren in straten waar wonen en detailhandel van oudsher worden gecombineerd. Het voorkomen van overlast in verband met de bescherming van de leefbaarheid van een gebied, wordt in dit bestemmingsplan vertaald in direct werkende beperkende gebruiksregels. Daarbij is uitgangspunt het beperken van het aantal belwinkels in Rotterdam. In het plangebied van dit bestemmingsplan komen dergelijke bestaande belwinkels niet voor. Belwinkels zijn doorgaans toelaatbaar in bestemmingen die de functie 'dienstverlening' mogelijk maken. In dit bestemmingsplan komt een dergelijke bestemming niet voor en zijn belwinkels derhalve niet toegestaan. 4.2.9

Parkeerregeling

Dynamische verwijzing Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan in artikel 32 een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde “dynamische verwijzing”.

Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning.

36

Beleidsregeling De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” is via de volgende link te raadplegen: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Rotterdam/486392/486392_1.html De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is. 4.2.10 Straalpad Over het plangebied ligt een straalpad ten behoeve van de telecommunicatie. Dit straalpad is op de verbeelding aangegeven met de aanduiding vrijwaringszone - straalpad. Om de onbelemmerde doorgang van de signalen te waarborgen geldt een hoogtebeperking voor bouwwerken binnen het straalpad. De maximumhoogte is 70 meter.

4.2.11 Uitbreiding/bebouwing op het achtererfgebied Op 1 november 2014 is Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bijlage II Bor) gewijzigd. In dit besluit is onder meer het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied geregeld. De wijziging van 1 november 2014 heeft ertoe geleid dat het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied (op grond van artikel 2 van Bijlage II Bor) is verruimd ten opzichte van de oude regeling. Dat betekent dat er bij een woning of ander hoofdgebouw meer aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen vergunningvrij mogen worden gebouwd dan voorheen het geval was. De verruiming is mede het gevolg van een andere benadering voor het berekenen van de oppervlakte van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het vergunningvrije bouwen moet in samenhang gezien worden met de regels in het bestemmingsplan. Dat leidt ertoe dat het bestemmingsplan in beginsel geen invloed heeft op het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken op grond van artikel 2 Bijlage II Bor. Het bestemmingsplan kan alleen maar regelen wat er méér is toegestaan dan wat de regeling uit artikel 2 toelaat. Hoeveel er op grond van de nieuwe regeling aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken mag worden opgericht, is afhankelijk van de oppervlakte van het bebouwingsgebied.

Het bebouwingsgebied maakt onderdeel uit van het achtererfgebied. Hoe groter het bebouwingsgebied, hoe groter de oppervlakte aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het komt erop neer dat maximaal 150 m2 aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken kan worden gebouwd. Dat is het geval bij grote percelen. Bij een doorsnee perceel zal deze oppervlakte veel beperkter zijn. 4.2.12 Verkeers- en verblijfsgebied De hoofdwegen in het plangebied hebben de bestemming Verkeer - Wegverkeer gekregen. Deze bestemming is bedoeld voor verkeerswegen met de bijbehorende bruggen, viaducten en parkeerplaatsen. En daarnaast natuurlijk ook voor wandel- en fietspaden en gebouwtjes en bouwwerken ten behoeve van deze functies. Binnen de bestemming "Verkeer - Verkeersweg" zijn doorgaans de 50 km/u-wegen opgenomen. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is opgenomen voor de ontsluitingswegen met de bijbehorende trottoirs. En daarnaast voor pleinen, snippergroen, speeltoestellen en dergelijke. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen en watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming).

37

4.2.13 Hoogtebeperkingen door toetsingsvlakken Luchtverkeersleiding Nederland Over het plangebied zijn toetsingsvlakken gelegen t.b.v. communicatie- en navigatieapparatuur van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) om de kwaliteit hiervan te waarborgen. Enkele van de kegelvormige toetsingsvlakken liggen ter hoogte van het bestemmingsplan op circa 70 tot 80 meter NAP. De toetsingsvlakken worden als volgt uitgelegd: als de bebouwing lager is dan de hoogte van de toetsingvlakken, dan is er geen verdere toestemming van Luchtverkeersleiding Nederland (LNVL) of Rijkswaterstaat nodig. Zodra de bebouwing hoger is dan de toetsingvlakken dienen LVNL en Rijkswaterstaat te beoordelen of de bebouwing een belemmering is voor respectievelijk de apparatuur en de vliegbewegingen. In het bestemmingsplan zijn bouwhoogten toegestaan die deze toetsingsvlakken doorkruisen. Het straatpeil in het plangebied varieert tussen enkele decimeters beneden NAP tot circa 1 meter beneden NAP. In de planregels zijn geen bouwhoogten toegestaan die hoger zijn dan 90 meter. In de planregels is opgenomen dat wanneer hoger gebouwd wordt dan 90 meter, een advies van de Luchtverkeersleiding Nederland noodzakelijk is, om aan te tonen dat de voorgenomen bouwactiviteiten geen gevaar of hinder opleveren voor het luchtverkeer. 4.2.14 Werken aan huis In de voorschriften is een regeling voor werken aan huis opgenomen.

Deze regeling gaat uit van een zo groot mogelijke flexibiliteit in toegestane bedrijfsactiviteiten, mits de omgeving geen gevaar loopt en geen onevenredige hinder ondervindt van de activiteit. De bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in alle woningen, ongeacht het type woning of het gebied waar de woning staat. De belangrijkste voorwaarden zijn dat maximaal 30% van de woning voor beroeps-/bedrijfsactiviteiten mag worden gebruikt en dat de woning er aan de buitenkant als woning uit blijft zien. Reclame-uitingen aan de buitenzijde van de woning zijn niet toegestaan. Verder worden detailhandelsactiviteiten en bedrijfsmatige reparatie en onderhoud aan motorvoertuigen nadrukkelijk uitgesloten. 4.2.15 Waarde - Cultuurhistorie De gronden en gebouwen die binnen het Beschermde Stadsgezicht "Waterproject" vallen hebben de dubbelbestemming "Cultuurhistorie - 1" gekregen. In de regels bij deze dubbelbestemming is bepaald dat bij herbouw van gebouwen geen andere kapvorm is toegestaan dan de kapvorm die het pand had op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

Teneinde te garanderen dat het bestaande stratenprofiel zoveel mogelijk gehandhaafd blijft, is in de bouwregels opgenomen dat binnen de bestemmingen "Groen", "Verkeer - Verblijfsgebied" en "Verkeer Wegverkeer" geen nieuwe bouwwerken mogen worden opgericht en de bestaande indeling van bouwblokken dienen te blijven gehandhaafd. Van deze bepaling kan worden afgeweken voor kleine bouwwerken voor voorzieningen van openbaar nut, verkeer en vervoer (niet groter dan 80 m3). Voorts is voor aanlegwerkzaamheden een omgevingsvergunningvereiste gekoppeld aan de bestemmingen "Tuin", "Verkeer - Erf", "Verkeer - Verblijfsgebied" en "Groen". Voor deze bestemmingen is voorgeschreven dat het terrein niet verhard mag worden en niet meer dan een halve meter opgehoogd of ontgraven mag worden zonder omgevingsvergunning. Ten aanzien van de bestemmingen "Verkeer - Verblijfsgebied" en "Verkeer - Wegverkeer" is geregeld dat het verboden is zonder omgevingsvergunning wegwerkzaamheden te verrichten, tenzij het bestaande wegprofiel niet wordt aangetast.

Overigens is geen omgevingsvergunning vereist indien het gaat om werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen, werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan of voor werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Naast het weren van bouwwerken op bepaalde bestemmingen, het eisen van omgevingsvergunning voor bepaalde aanlegwerkzaamheden, kent dit bestemmingsplan ook nog een bijzondere vergunningvereiste voor het slopen van bouwwerken binnen de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie - 1". Voor

38

verkrijging van de vergunning zal sprake moeten zijn van zwaarwegende maatschappelijke, technische, dan wel van economische overwegingen, en bovendien nieuwbouw mogelijk moeten zijn. Aanvrager zal alsdan aannemelijk moeten maken dat op de plaats van het (gedeeltelijk) te slopen bouwwerk nieuwbouw zal plaatsvinden met inachtneming van de vanuit cultuurhistorisch oogpunt van belang zijnde stedenbouwkundige, bouwkundige, architectonische en ensemble waarden, die onder andere worden gevormd door de situering, schaal, vorm en geleding van de bebouwing. Artikel "Uitzondering op verbod" geeft een opsomming van gevallen waarin het sloopverbod niet geldt. Met deze instrumenten kunnen de gronden van het Beschermde Stadsgezicht "Waterproject" een optimale bescherming krijgen die zij vanuit cultuurhistorisch oogpunt verdienen. Het belang van de gewenste bescherming ligt niet zo zeer op de individuele kenmerken van de afzonderlijke panden, alswel op het ensemble van het gehele gebied. De Commissie Welstand en Monumenten zal voor deze gebieden als beschermde stadsgezichten extra zorgvuldig toetsen, ook op het punt van materiaalgebruik. Materiaalgebruik (toepassing baksteen, hout, keramische dakpannen) betreft een zaak van welstand, alsmede een uitvoeringsaspect dat buiten het bestek van een bestemmingsplan valt.

In alle gevallen waarin door burgemeester en wethouders over vergunningverlening moet worden beslist in het kader van de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie" wordt vooraf advies ingewonnen bij de Commissie voor Welstand en Monumenten. De beeldbepalende panden, die zijn gelegen buiten het Beschermd Stadsgezicht hebben de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie - 2" gekregen.

39

Hoofdstuk 5

Water

5.1

Beleidskader

5.1.1

Rijksbeleid

In 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Nationaal Waterplan (2016-2021) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. 5.1.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=b1303b03-82e4-42cd-b330-6c34aaa56dad