20260416- Notulen van de raadsvergadering van 16 april 2026
Tekst van het document
Daarnaast moet de opvang tijdelijk zijn. Dat laatste betekent dat mensen die hier mogen blijven zo snel mogelijk moeten kunnen doorstromen naar reguliere huisvesting, de taal moeten leren en aan het werk moeten kunnen gaan. Het is duidelijk dat wat dat betreft er nog veel werk te doen is. Dit alles is ook precies de reden dat wij pleiten voor een adempauze. Eerst moet de basis op orde zijn in onze stad. Eerst moeten de mensen die rechtmatig hier zijn fatsoenlijk gehuisvest worden en dan kunnen we kijken naar verdere opvang. Tot slot, de VVD kijkt daarom ook met veel belangstelling naar de pilot van opvang naar werk. Kan het college schetsen hoe deze pilot tot nu toe verloopt? Hoeveel mensen zijn er inmiddels begeleid naar werk? Tot zover, dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen heeft een vraag. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik ben het helemaal eens met de heer Van Dommelen. Mensen die in opvanglocaties verblijven, moeten zo snel mogelijk kunnen doorstromen naar reguliere huisvesting. Is de Rotterdamse VVD het dan ook met me eens dat dat betekent dat we zolang we taakstellingen hebben vanuit het Rijk, we ook moeten voldoen aan die taakstelling? Dat betekent dat je ook statushouders voorrang moet geven op de
raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
625
woningmarkt, zodat ze inderdaad zo snel mogelijk van die opvanglocaties in normale huizen kunnen worden gehuisvest. De VOORZITTER: De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Wat ik altijd het lastige vind van dit soort vragen, die vragen zijn natuurlijk de afgelopen periode ook regelmatig aan de orde gekomen. Als het aan de raad ligt, willen we altijd graag aan iedereen voorrang geven. Dat wil ik ook, want ik gun iedereen een fatsoenlijk huis. Maar wat iedere keer wordt vergeten is als wij voorrang geven aan de ene groep, dan zetten we andere mensen op achterstand en dat vind ik het grote probleem. U krijgt geen volmondig ja te horen. Ik vind dat wij moeten zorgen dat we hier zo veel mogelijk mensen die er recht op hebben om hier te zijn ook goede huisvesting moeten bieden. Heel veel bouwen en zorgen dat er gewoon heel veel woningen zijn. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Hoor ik dan goed van de heer Van Dommelen dat u überhaupt niet voor enige voorrangspositie bent van enige groep dan ook op de woningmarkt? De VOORZITTER: De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Nogmaals, morgen staan we hier te discussiëren over studenten en dan zeggen we, die studenten moeten voorrang hebben. Overmorgen staan we hier te discussiëren over mensen uit de wijk die graag in de wijk willen blijven wonen en dan zeggen we, die moeten voorrang krijgen.
Dat is een discussie, dat is leuk voor de bühne, maar uiteindelijk heeft het geen zin als we iedereen voorrang willen geven. Dan zullen we gewoon voldoende woningen moeten hebben, daar zullen we op ons moeten concentreren. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Overmorgen hebben we het over dakloze mensen die inderdaad een woning nodig hebben. Mijn vraag is nogmaals, bent u dan met deze redenering voor het schrappen van enige vorm van voorrang voor welke groep dan ook? De VOORZITTER: De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): We hebben natuurlijk bepaalde afspraken gemaakt en we zullen ook serieus moeten kijken naar de taakstellingen die we hebben. Maar u begint bijvoorbeeld over dakloosheid, dat willen wij ook zo snel mogelijk naar adequate huisvesting. We zullen voortdurend daar weer de afweging moeten maken en uiteraard betekent dat dat je af en toe voorrang moet geven. Maar we moeten daar zeer beperkt mee omgaan. De VOORZITTER: Dan is het woord aan de heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Dank, voorzitter. De opvang op de Silja is wat ons betreft een schande voor Rotterdam en dat is niet alleen zo omdat daar nauwelijks sprake is van menselijke opvang. We kennen de problemen, de problemen zijn er ook al vanaf dag 1 en die moeten ook zo snel mogelijk stoppen.
Maar het is ook zo omdat het symbool staat voor een heel lelijk partijpolitiek compromis wat in de zittende coalitie met elkaar is uitgevochten. Waardoor de ene partij kan zeggen, kijk ons eens goed de opvang hier regelen en de andere partij zegt, kijk ons is goed een hek om deze stad te zetten. Dat zegt alles over de lelijkheid van dit compromis. Ik heb daar ook iedere keer woorden aan gegeven als we dit hier geagendeerd hebben en dat doe ik vandaag opnieuw. Ik mag hopen, voorzitter, dat de nieuwe constellatie na de verkiezingen en partijen die bij elkaar zitten om een nieuw raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
626
stadsbestuur te vormen, op dag 1 stoppen met de opvang op deze manier te organiseren. Dit gaat over statushouders die moeten gehuisvest worden, dat gaat niet over opvang. We moeten beginnen met het uitvoeren van de spreidingswet, niet alleen in deze stad, maar in alle gemeenten van dit land. Dan lossen we ook met elkaar het asielprobleem op. Ik mag hopen dat het nieuwe stadsbestuur daar vanaf dag 1 meteen werk van maakt. De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Dank, voorzitter. Dit debat is natuurlijk ook al eerder gevoerd waarbij we ook gezegd hebben dat de Silja inderdaad geen ideale opvangplek is. Dat geldt niet alleen voor kinderen en voor kwetsbare groepen, maar in zijn algemeenheid. Het Silja is er en het is nog altijd beter dan slapen op een grasveld bij Ter Apel of dakloos. Het is een vorm van onderdak. Natuurlijk zijn er ook nog dingen die we echt wel moeten verbeteren. Waarbij de wethouder en die partnerorganisaties zoals COA en GZA na die brandbrief van vorig jaar meerdere acties hebben ondernomen om die problemen ook aan te pakken. Er zijn toen extra kinder- en recreatieruimtes ingericht, begeleiding is uitgebreid volgens mij met contactpersonen, ook voor kinderen et cetera. Volgens GZA toen was de kwaliteit van de zorg ook op orde.
Voor nu is het natuurlijk belangrijk dat er wel duidelijkheid komt dat die extra maatregelen werken en dat die ook worden getroffen om die situatie indien nodig te verbeteren. Daarom een aantal vragen toch aan de wethouder. Na die brandbrief van vorig jaar, zijn die signalen blijvend geweest? Worden die steeds meer over de zorgen van de zorgorganisaties dan wel de mensen op de Silja? Zijn er dan ook nog extra maatregelen getroffen als die signalen zijn vermeerderd? Nog wel 1 ander aandachtspunt is de omgang met zwangere vrouwen. Dat er zwangere vrouwen op de boot worden geplaatst, gaat blijkbaar tegen de medische adviezen in. Ik was benieuwd hoe de wethouder daar in dat specifieke geval ermee omgaat. De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, we hebben hier ruim een jaar geleden over precies dezelfde kwesties gesproken. Toen ging het ook over het welzijn van kinderen, toen ging het ook over de gezondheidstoestand op de Silja. Daarom baart het ons ook zorgen dat we hier wederom over dezelfde onderwerpen staan. We hebben als D66 toen een motie ingediend om de voorzieningen voor kinderen te verbeteren. Die motie is raadsbreed aangenomen en dat zegt heel veel over de wil van deze raad om ervoor te zorgen dat het voor die kinderen goed is.
Mijn vraag is, wat is er met die motie gebeurd? Want het was heel erg duidelijk, iedereen was het ermee eens, de omstandigheden voor kinderen, bij uitstek kinderen op die boot, moet goed zijn. Nu lijkt het toch dat daar dan niets mee is gedaan. Dat is mijn eerste vraag. Wat is er nu precies gebeurd om de leefomstandigheden voor kinderen te verbeteren op de Silja? Dit heb ik ook al een jaar geleden aan u gevraagd, moeten we dan niet toch overwegen om geen kinderen op de Silja te huisvesten? Om te zeggen, Silja hebben we als opvang, maar is enkel en alleen geschikt voor andere groepen waar geen kinderen bij horen, niet voor gezinnen. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt en of we dat zouden kunnen organiseren met het COA. Daarnaast ook over de gezondheidssituatie, ik sluit me aan bij de analyse die de heer Soytekin geeft. Er werd ons toen verzekerd dat de gezondheidssituatie goed zou zijn. Dat blijkt niet het geval. Ik vraag aan de wethouder hoe hij daartegen aankijkt en hoe we ervoor kunnen zorgen dat we daar de vinger aan de pols houden. Ik begrijp heel goed dat op de Silja allerlei verschillende organisaties zijn die verantwoordelijkheid hebben over allerlei verschillende bevoegdheden. Maar uiteindelijk staat deze Silja binnen Rotterdams grondgebied en voelen wij ons daarom extra verantwoordelijk.
Hoe kunnen we hier als raad ook de juiste informatie over ontvangen? Omdat we nu elke keer hierover spreken door middel van nieuwsitems in de media. Wij zouden toch behoefte hebben om op een andere manier van informatie te worden voorzien. Daar laat ik het bij, dank u wel. raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
627
De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, ik heb toch een vraag aan mevrouw Maassen. Want u zegt, we horen dat dan uit de media. Bent u nu werkelijk verrast dat het jarenlang opvangen van mensen op een cruiseschip leidt tot ongezonde en onwenselijke situaties? Bent u nu werkelijk verrast dat het niet oké is dat er kinderen op een cruiseschip zitten jarenlang? Moet u dat uit de media vernemen? Of kan de D66 ook zelf bedenken dat dat inderdaad een heel logisch gevolg is van zoveel mensen op een schip zolang? De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, de heer Segers-Hoogendoorn was er vorig jaar niet bij toen wij een bezoek aflegde aan de Silja. Toen we in gesprek zijn gegaan met de artsen die brieven hebben geschreven en we in gesprek zijn gegaan met alle vrijwilligers en alle mensen van het COA die zich daar dagelijks inzetten om ervoor te zorgen dat iedereen die daar op die boot verblijft onder goede omstandigheden daar kan verblijven. Nee, ik haal niet alleen mijn informatie uit de media. Ik ben in gesprek gegaan met de mensen die daadwerkelijk daar werkzaam zijn en zij hebben ons in nauwkeurig detail verteld hoe ze daarmee omgaan. Dat heeft mij op dat moment destijds comfort gegeven dat die omstandigheden goed zouden zijn en zouden verbeteren en dat we daar mensen zouden kunnen huisvesten.
Dat is de aanleiding voor D66 om te zeggen, we gaan hiermee door. Wat we nu weer in de media lezen is voor ons de aanleiding om in dit debat weer wederom hier vragen over te stellen. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, mevrouw Maassen geeft geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was, bent u verrast dat het geen prettige, geen goede, geen gezonde situatie is voor kinderen, voor mensen om jarenlang op zo'n schip te leven? Dat was mijn vraag. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik stel de vraag aan de wethouder hoe we ervoor kunnen zorgen dat de omstandigheden voor iedereen die op die boot verblijft goed kunnen zijn. Ik zou ook, dat vind ik een heel belangrijk punt, willen vragen aan de wethouder, moeten wij nog wel kinderen huisvesten op de Silja? Dat is voor mij een belangrijke prioriteit en die vragen stel ik aan de wethouder. De VOORZITTER: Afrondend. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Mevrouw Maassen kan geen antwoord geven op mijn vraag of zij verrast is dat de leefsituatie zeer onwenselijk is voor al die mensen jarenlang op zo'n schip. Daar nemen we akte van. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Ik heb volgens mij uitgebreid antwoord gegeven op uw vragen. Alleen het antwoord bevredigt u niet en dat kan ook een conclusie zijn.
De VOORZITTER: Ik kijk rond of nog anderen het woord wensen? De heer Van Dijk, u heeft kort de tijd. De heer VAN DIJK (cu): Ik weet het, voorzitter. Ik zal ook niet mijn bijdrage van een jaar geleden herhalen. Die begon met, Silja, you’re breaking my heart en dat zou ik ook nu kunnen raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
628
herhalen. Er zijn vele goede vragen gesteld. We hebben eerder gevraagd, kunnen we niet gewoon terug naar 1.000 zodat er meer ruimte op dat schip komt? Die vraag herhaal ik hier. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Anderen nog? Niets. Dan kijk ik naar de wethouder of dat hij kan antwoorden. De heer ACHBAR (wethouder): Dank u, voorzitter. Inderdaad, de Silja hebben we vaker met elkaar besproken. Ik wilde toch beginnen met iets voorzitter, want er werd zonet gezegd van, het is niet veilig op Silja. Ik vind dat nog wel een uitspraak die geen recht doet op de situatie die er op dit moment is op Silja, want daarmee schetsen we een beeld alsof daar onveilige situaties zijn. Ik vind dat wel heel zwaar als we dat soort termen met elkaar delen. Iedereen is natuurlijk vrij om te zeggen wat hij wat hij wil, dat vooropgesteld. Maar als we dat soort termen met elkaar gebruiken, dan creëer je wel een beeld die geen recht doet aan de werkelijke situatie op Silja. Terwijl ik wel erken dat er zorgen zijn. Daar wilde ik wel mee beginnen, voorzitter. We moeten ons bewustzijn hoe we dingen neerzetten en wat voor beeld dat met zich mee kan brengen. Want ik vind dat het absoluut voldoende veilig is op de manier zoals het nu gaat en als we spreken van niet veilig, dan wek je daar toch echt een verkeerd beeld mee. De VOORZITTER: Mevrouw Coşkun heeft een vraag.
Mevrouw COŞKUN (pvdd): Zonder een hele semantische discussie aan te gaan, maar wat is veilig voor u? Omdat wij lezen in het rapport van Safe the Children dat het echt voor kinderen blijvende schade kan vestigen. De VOORZITTER: Wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, we kunnen best het debat voeren over wat is een ideale situatie die we met elkaar kunnen creëren, zodat iedereen op een goede manier gehuisvest kan worden. Dat is wat anders als een indruk wekken alsof er onveilige situatie zijn. Zeker in het verlengde van de discussie die we eerder hebben gehad waarin er een brief is geweest vanuit een partij van Silja die een aantal aantijgingen heeft gedaan die achteraf ook niet waar bleken te zijn. Daarom vind ik dat we extra voorzichtig moeten zijn met uitspraken die we doen voordat we exact weten wat de situatie is. Nogmaals, ik onderschrijf echt wel en dat heb ik vaker in debat gezegd, het is geen ideale situatie om mensen op een cruiseschip op te vangen, maar het is een creatieve oplossing. Ook periodes van mensen zitten anderhalf jaar op dat schip, er zijn uitzonderingen dat mensen langer dan nodig op dat schip zijn wat ons betreft. Maar alle gekoppelde statushouders aan Rotterdam proberen wij, en dat lukt vooralsnog, binnen 6 maanden een permanente oftewel een huisvesting te geven voor langere duur, anders dan de Silja.
Er is een vraag gesteld over hoeveel zwangere vrouwen zijn er op dit moment op de Silja? Ik maak hem heel concreet, er zijn op dit moment 4 zwangere vrouwen op Silja. Goed om te weten dat 1 vrouw zwanger was bij aankomst, 1 was al zwanger, maar dat werd pas vastgesteld op de Silja zelf, 1 gaat uitstromen, was al zwanger en 1 is nu zwanger geworden op de Silja. De vraag ten aanzien van de medische hulp, voorzitter en de behandeling op het schip. Natuurlijk er is beperkte ruimte op het schip om te werken, maar dit geldt natuurlijk voor alle samenwerkingspartners. Maar het is natuurlijk aan GZA en COA om gezamenlijk te beslissen over de werkruimte voor GZA op of eventueel naast het naast het schip. Vraag over de schurft- of waterpokkenbesmettingen aan boord. De VOORZITTER: De heer Leewis. De heer LEEWIS (pro): Ik snap uw antwoord als het gaat om de verantwoordelijkheid wie daarvoor heeft. Maar herkent u het beeld dat die ruimte die er nu is niet voldoende zou zijn? raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
629
De heer ACHBAR (wethouder): Wat ik weet, meteen het antwoord van de heer Van Dijk, de capaciteit van het schip als het zou varen zoals dat hoort varen, is zo'n 3.500 mensen. Daarvan hebben we gezegd, dat lijkt ons echt wel heel krap om het op die manier te organiseren. Maximaal 2.000 om ook juist voor voldoende lucht en ruimte letterlijk te creëren, ook voor allerlei andere activiteiten. Desondanks merk je dat dat hier en daar knelt en dan mag je daar ook op vertrouwen dat GZA en COA daar een juiste oplossing voor vinden om hun werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren. Dan ten aanzien van schurft of waterpokken. In de afgelopen 6 maanden is er geen uitbraak gemeld wat waterpokken betreft. Er is 1 melding gedaan van een kind met schurft, dit is toen ook bij 1 kind gebleven. Er is ook voor gekozen om posters in verschillende talen op te hangen om mensen bewust te maken over de risico's van onder andere waterpokken en om zich daar ook voor te vaccineren. Mevrouw Maassen stelde die vraag, maar de heer Leewis ook van, hoe zit dat met die ruimte? Worden die ingericht? Er waren grote vragen gesteld, dingen besteld en ik kan u aangeven dat dat nu in uitvoering is. Op 20 april, volgens mij over 4 dagen, starten ze de werkzaamheden als het gaat om het realiseren van die speelplekken aan boord.
Op de kade zijn we, zoals ik al zei, natuurlijk ook het 1 en ander aan te realiseren om ook buiten speelruimte te creëren. Dat is als alternatief voor het dorpsplein. Dat hebben we natuurlijk afgebouwd, ook vanwege het gevaar van oversteken en dergelijke. Nu hebben we de kade ernaast overgenomen om daar een speelplek voor te realiseren. Circa 2.000 bewoners van de Silja, 1.023 jonger dan 23 gaf u aan en 600 onder de 18. Heel exact, 611 kinderen zijn onder de 18, 428 jongeren tot 23 jaar zijn er aan boord, in totaal zijn er op dit moment 1.910 bewoners en dit zijn van cijfers van gisteren. Mevrouw Coşkun, u stelde net ook de vraag van, hoe zorg je ervoor dat kinderen juist geen schade oplopen? Ik kan u zeggen, ik heb toen ook een arts gesproken van het GZA. U weet dat een huisarts dat gecombineerd doet, deels doet hij dat op die manier, maar houdt vaak ook praktijk. Toen was ik met haar in gesprek en zij is huisarts in Bloemhof. Toen zei ik, zie je grote verschillen tussen die kinderen die hier jij hier opvangt? Toen zegt ze, die bagage is wel even problematisch. Dat vond ik wel opmerkelijk, ik had eerlijk gezegd wel verwacht dat die kinderen op de Silja nog complexer waren dan de kinderen uit Bloemhof in dit geval.
Dat heeft voor mij ook wel te maken met het feit dat zij een langere weg hebben afgelegd, letterlijk een langere weg hebben afgelegd, met allerlei situaties die enorme impact kunnen hebben op zo’n kind. Zoals u het hebt over de schade waarmee een vluchteling al binnenkomt, lijkt mij al op een enorme achterstand. Dan is het voor ons nog een grotere uitdaging om ervoor zorgen, welke ondersteuning bied je op het moment dat je de opvang biedt? Daar zetten we keihard op in ook op Silja. Als het gaat om onderwijs, als het gaat om de welzijnsactiviteiten, maar ook als het gaat om noodzakelijke zorg en ondersteuning op het niveau van wat dat kind nodig heeft. Dat lukt niet altijd, dat moet ik ook eerlijk bekennen en dat zij misschien dan de uitzonderingen. Maar we zetten er wel op in. We moeten ons ook wel realiseren wat voor doelgroep we hebben en welke ondersteuning en begeleiding ze ook wel nodig hebben. De heer Van Dijk dat het college erkent dat deze vorm van opvang niet houdbaar is? Nee, die is niet houdbaar, dat klopt. Sowieso omdat die locatie straks niet meer beschikbaar is. Dat is het simpele antwoord. Wij moeten op zoek naar andere vormen van opvang, zeker als die spreidingswet blijft gelden. Ik zei net in een ander debat, het is niet dat dingen ons overkomen.
Daar zijn we nu ook echt wel druk over aan het nadenken, want wij realiseren ons ook wel dat we niet van de 1 op de andere dag 2.000 plekken op bijvoorbeeld landlocaties kunnen realiseren. Dat is een traject en de transitie die we nu al aan het inzetten zijn, omdat we weten in aanloop naar het vertrek van dat schip moet er al een oplossing zijn. Daar zijn we nu druk mee bezig. De VOORZITTER: Mevrouw Coşkun heeft een vraag. Mevrouw COŞKUN (pvdd): Dank je wel, voorzitter. Mijn vraag was vooral gericht op wat doen we nu om dat te verbeteren? Mevrouw Maassen heeft het ook gezegd, we hebben al anderhalf jaar geleden dit signaal doorgegeven dat het verbeterd moet worden. Het wordt niet verbeterd, het wordt verslechterd zelfs en er is minder begeleiding vanuit de raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
630
welzijnsorganisaties. Hoe gaat u ervoor zorgen dat het juist de goede richting opgaat in plaats van de slechtere kant? De heer ACHBAR (wethouder): Heel specifiek op die vraag, voorzitter, dat is niet zo. Nogmaals, alle signalen en debatten die hier gevoerd zijn, is niet het zo van, leuk debat jongens, ik ga weer verder. We nemen glas en doen een plas en alles bleef zoals het was. Dat is niet mijn stijl. Op het moment dat ik signalen krijg zowel vanuit de raad of vanuit het veld, dan neem ik dat wel heel serieus. Er zijn echt wel zaken doorgevoerd. Soms kosten ze helaas langer de tijd dan dat ik zelf graag zou willen, maar het is niet dat wij stilzitten. Het zit hem al in het type personeel wat we hebben laten aannemen. Veel meer met een pedagogische achtergrond om betere aansluiting te kunnen bieden op de zorgvragen die kinderen hebben. Ik vind dat al een belangrijke inzet die we plegen. Als het gaat om die creëren van die ruimtes, we kiezen er bewust voor om niet dat schip vol te gooien met 2.500 mensen of 3.000 mensen, daar wordt over nagedacht. We creëren een buitenspelplek, terwijl aan de overkant dat plein dichtgaan. Dat doen we ook bewust omdat juist nu de verbouwing begint, vrachtverkeer, ik wil geen situatie hebben dat wij hier een debat hebben dat er een kind onder een vrachtwagen ligt. Aan dat soort dingen zijn we continu aan het denken en aan het verbeteren.
Elk signaal dat we ontvangen, nemen we serieus en doen we ook iets mee. Of het nu gaat om het verkorten van de wachtlijst om snel kinderen aan het onderwijs te krijgen, zitten we dik op. Als het gaat om de zorgvragen die er zijn, zitten we dik op. Het is niet zo dat we achteroverleunen en niks aan het doen zijn, voorzitter. De VOORZITTER: De heer Leewis. De heer LEEWIS (pro): Voorzitter, ik vind het ontzettend fijn om te horen dat de wethouder aangeeft dat we gaan zoeken naar een andere oplossing voor iedereen die daar in de Silja zit. Ik vroeg me heel erg af of hij iets kan zeggen over de tijdlijn waarin hij de raad kan meenemen in hoe dat eruitziet? Ik snap dat het allemaal ingewikkeld is, maar wanneer kan u ons iets gaan meenemen in hoe dat eruit gaat zien? De VOORZITTER: Wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Het antwoord zou zijn, zodra het kan zal ik u informeren. Maar dat is een beetje een vraag waar u denk ik niet op zit te wachten. Maar in alle eerlijkheid, ik heb wel eens vaker in debatten gezegd, wij zijn continu aan het verkennen van locaties of ze geschikt zijn voor verschillende doelgroepen. We kijken breder dan alleen de opvangvraag. COA is daar ook wel leidend en bepalend in, want zij moeten uiteindelijk zeggen, geschikt. Dat proberen we vaak onder de radar te doen. Dat is niet omdat we zeggen van, dat willen we u niet vertellen.
Maar dat doen we ook omdat we een zachte landing willen creëren gelet op de discussie die vaak polariserend werkt en aan de voorkant je dat goed wil managen. Ik kan zeggen, we hebben nu een aantal locaties op het oog. Die zijn we aan het verkennen of die geschikt zijn voor een bepaalde doelgroep. Dat zou best kunnen zijn dat dat voor opvang gebruikt wordt of misschien wel voor kwetsbare Rotterdammers of misschien wel flexwoningen starters. Zo zijn we continu aan het kijken naar die locaties. Maar het kan best zijn dat wij op korte termijn alvast beginnen met de vervanging van locaties op water, laat ik hem in breedte noemen. Dat kan Silja zijn, maar dat kunnen ook slaapschepen zijn. Niet vergeten, de AMV'ers. U bent bekend met het aantal AMV'ers die wij binnen de spreidingswet moeten opnemen. Die is verhoogd, ook daar zit natuurlijk een enorme opgave en uitdaging om daar geschikte locaties voor te vinden. Die puzzel zijn we continu aan het leggen, maar zodra het kan, zal ik u zeker informeren. Dan een vraag over opvang naar werk. Ik heb u volgens mij gisteren, dinsdag, monitoring inburgering toegestuurd met mooie cijfers en resultaten. Gemeente Rotterdam is met pilot opvang naar werk aanwezig op de Silja en dat doen we ook op de riviercruiseschepen voor toeleiding naar betaald werk voor de specifieke doelgroep asielzoekers.
De pilot richt zich op vroegtijdige bemiddeling van asielzoekers naar raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
631
werk tijdens hun verblijf in de opvang. We zijn 1 april begonnen en we hebben 197 intakes gehad, waarvan 57 mensen naar werk zijn begeleid. De pilot van opvang naar werk is een gezamenlijk verantwoordelijkheid tussen mij als wethouder en wethouder Versnel. Wij hebben geen nieuwe signalen ontvangen als het gaat om zorg. Dat was de vraag van de heer Soytekin. Ik blijf wel zeggen, ik vind de situatie op Silja niet de meest ideale situatie. Als u mij vraagt of dat meteen is opgelost. Nee, ik denk dat we gaandeweg naar de afbouw van de Silja naar landlocaties, waarbij het beter te organiseren is. Maar ik wil ook wel zeggen, we weten dat elke vorm van opvang in essentie niet ideaal is. Maar je hoopt het dan wel beter te kunnen faciliteren en te organiseren dan dat het nu op de Silja is. Maar we hebben op dit moment geen andere of nieuwe signalen. Dat houden we ook wel in de gaten, we hebben regulier overleg op directieniveau tussen GZA, COA en de gemeente zit daar standaard bij. Ook daar is geconcludeerd wat ik u zeg. Het is niet de ideale situatie, maar volgens mij zei u dat zelf, alles is wel beter dan op het gras slapen in Ter Apel. Dat was de situatie waarbij wij toen ook hebben gezegd, er moet echt wel iets gebeuren, ook in Rotterdam. De VOORZITTER: De heer Soytekin heeft een vraag.
De heer SOYTEKIN (denk): Met betrekking tot die signalen, nu vang je signalen natuurlijk her en der op. Maar ik zat me ook wel af te vragen, is er een bepaald systeem of register waarin meldingen die dan uiteindelijk voor iets moeten zorgen … Is er zoiets wat wordt bijgehouden vanuit de Silja waaruit je ook echt bepaalde misschien trends kunt zien of kunt zien dat bepaalde dingen wel of niet toenemen? De VOORZITTER: Wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Ik weet dat als het gaat om incidenten, houden we dat sowieso bij. Volgens mij is dat ook laatst gepubliceerd. Ik weet niet of dat een persvraag was of dat schriftelijke vragen waren. Dat houdt COA bij, maar het gaat om incidenten op een opvanglocatie. Als het gaat om die signalen, dat moet je me schuldig blijven. Wij weten dat er wel protocollen zijn die bijvoorbeeld de medewerkers van GZA moeten volgen als er zich signalen vol voordoen. Toen hadden we het over de aantijging van seksueel misbruik. Dat we zeiden, maar dat kan je nog wel zo in de brief roepen, maar je bent daar ook gewoon verantwoordelijk voor als huisarts en daar moet je protocollen voor volgen. Daar zijn wel protocollen voor, maar of dat zo echt geregistreerd is, dat durf ik u nu niet zo te zeggen. Maar dat lijkt me wel, zeker als we regulier overleg hebben, dan moet je toch wel iets hebben om dat met elkaar te bespreken.
U stelde ook een vraag van of er blijvende schade kan ontstaan met name bij kinderen. Die vraag stelde mevrouw Coşkun ook. Daar wordt op dit moment onderzoek naar gedaan. Maar dat geldt niet alleen voor deze opvang, maar dat geldt voor alle opvanglocaties. De VOORZITTER: Bent u er bijna met beantwoording? De heer ACHBAR (wethouder): Ik wil juist voorkomen dat ik iets mis, want anders gaan we straks weer in de veegronde. Er is nog wel een vraag gesteld van hoelang statushouders gemiddeld op de Silja verblijven van andere gemeentes. Dit is informatie van het COA. Ik heb ooit hier een discussie gehad met de heer Vonk, omdat hij zei, u liegt want u hebt die cijfers wel. Op dat moment had ik ze niet, inmiddels heb ik ze wel met de afspraak, ik wil ze alleen inzichtelijk hebben. Want begrijp dat ik ze niet mag delen, omdat het om informatie gaat van een andere gemeente. Ik had u toen gezegd, als ik die informatie heb, dan heb ik een beeld voor die gemeentes. Er ligt toevallig nu een brief klaar om naar de collega's in andere gemeentes te sturen met het vriendelijk verzoek, beste collega's, voorkom dat mensen daar anderhalf jaar op dat schip zitten. Kunnen wij daar iets in betekenen? Maar help ons ook om die doorstroom goed te creëren met elkaar en neem daar die verantwoordelijkheid in. Dat is het enige wat ik ook vanuit mijn rol kan doen, want meer dan dat kan ik niet.
Ik heb dat wel raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
632
tijdens RRT, Regionale Regietafel, ook expliciet benoemd van, ik stuur een brief, maar zorg ervoor dat voordat ik die brief stuur al jullie verantwoordelijkheid daarin neemt. Dan een vraag, moeten wij nog wel kinderen huishouden op de Silja? COA plaatst, wij hebben daar weinig invloed op. Anders dan dat we zeggen, de levensomstandigheden moeten goed zijn, de faciliteiten moeten goed geregeld zijn. Dat zijn de afspraken die we ook hebben gemaakt rondom Silja. We halen dat schip, maar we bouwen er wel heel veel omheen. Uitzonderlijk, doen heel veel gemeentes niet. Maar er is op dit moment ook geen alternatieve locatie in Rotterdam. Waar zou je die gezinnen dan willen plaatsen? We hebben veel nareizigers, we hebben gezinsherenigingen. Wat doe je dan als je hier iemand hebt en zijn gezin komt over? Dan lopen we heel erg weer vast in die keten. Nogmaals, geen ideale situatie. Ik begrijp uw oproep echt wel, je wilt het liefst geen kinderen op dat schip. Maar laten we nu de tijd die we hebben nog met Silja zo goed mogelijk met elkaar organiseren, dat zo veel mogelijk zorgen ook weggenomen worden en de inzet moeten gaan plegen om op zoek te gaan naar landlocaties die prettiger zijn als opvanglocaties voor alle doelgroepen. Dat zou mijn antwoord zijn op deze vraag, voorzitter. Ik denk dat ik hem daarmee heb.
De VOORZITTER: Ik kijk rond of dat dat ook het beeld is van de anderen? De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Eentje toch nog gemist, dat ging over de zwangere vrouw. Of daar nog specifieke aandacht voor is en andere protocollen, begeleiding et cetera voor geldt? De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Volgens mij is het technische tijd toch? De VOORZITTER: Stelt u uw vraag. Mevrouw MAASSEN (d66): Maar het is de veegronde. Maar ik heb de antwoorden niet gehoord op de vraag hoe we ervoor zorgen dat wij als gemeente meer vinger aan de pols houden? Dat we niet die signalen via de media horen? De VOORZITTER: Nog meer? Niet. Wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Ik begin bij de vraag van mevrouw Maassen. 100 procent voorkomen lukt me niet. Als iemand iets wil roepen en hij kiest ervoor om eerst naar de media te gaan in plaats van naar zijn leidinggevende, dan mis ik hem en dan krijg ik hem via de media te horen. De afspraak die we met COA en GZA hebben, dat is het regulier overleg waar ik het over had, als er signalen zijn, laten we dat eerst met elkaar bespreken. Kunnen we daar een oplossing voor bedenken alvorens dat de buitenwereld ingeslingerd wordt. Dan krijg je daar een beeld van of een discussie die misschien achteraf niet nodig was geweest. Zo proberen we te kanaliseren, maar 100 procent voorkomen dat zal me niet lukken.
Dan de vraag over speciale protocollen voor zwangere vrouwen op dat schip. Ik zou niet weten waarom dat nodig is. De vraag van de heer Leewis ging vooral over, er zijn veel kwetsbaren op het moment als er waterpokkenuitbraken zijn of schurft, dat is voor zwangere vrouwen natuurlijk veel vervelender. Maar ook die zwangere vrouwen hebben toegang tot alle voorzieningen die ook andere Rotterdamse zwangere vrouwen hebben. Daar is niet speciaal iets voor opgetuigd. De VOORZITTER: Dan kijk ik rond of er behoefte aan een tweede termijn? Niet. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit debat. De heer Leewis. De heer LEEWIS (pro): Sorry, voorzitter. Ik zat nog over het laatste antwoord van de wethouder te kauwen. Voorzitter, ik wilde nog zeggen dat mijn belangrijkste afdronk van dit debat is dat we in ieder geval op termijn gaan ophouden met die Silja. Ik zou zeggen, liever raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
633
morgen dan over een week. Maar ik zie ook wat er realistisch mogelijk is. Ik zie heel erg uit naar alle informatie die de wethouder ons zo snel mogelijk kan sturen op het moment dat we wel locaties hebben om dit te gaan vervangen. De VOORZITTER: Wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Het was zijn afdronk, maar fijne afdronk zou ik zeggen, voorzitter. De VOORZITTER: Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van dit debat. Ik stel voor om te schorsen tot 13.30 uur vanmiddag en de lunch staat op de omloop. Ik zie u zo meteen. (De vergadering is geschorst.) (Heropening) 8.
KORTE BESPREEKPUNTEN
De VOORZITTER: De korte bespreekpunten. Ik ga u meenemen in hoe de korte bespreekpunten in hun werk gaan, want het is nog een relatief nieuw instrument. In de eerste termijn krijgen de indieners en overige fracties gelegenheid om vragen te stellen binnen de reguliere spreektijd voor de gemeenteraad. Er zijn er een paar die geen tijd meer hebben, er zijn er nog een paar die nog wel nog wel door kunnen, houd daar rekening mee. Het college krijgt per fractie die vragen heeft gesteld 1 minuut met een maximum van 6 minuten om alle vragen te beantwoorden. Indien er een motie is ingediend, volgt dan een tweede termijn. Fracties krijgen dan maximaal 1 minuut voor het stellen van vervolgvraag of het geven van een reactie. Het college krijgt per fractie die in de tweede termijn vragen heeft gesteld 1 minuut met een maximum van 4 minuten om de vragen te beantwoorden en de 30 seconden regel geldt ook hier. 8.1
Kort bespreekpunt over ‘Zuid moet vooruit. Van speelstad naar betaalbare woonstad’, aangevraagd door het lid Van Eikeren.
De VOORZITTER: Wij komen bij agendapunt 8.1, het kort bespreekpunt over Zuid moet vooruit. Van speelstad naar betaalbare woonstad. Dat is aangevraagd door het lid Van Eikeren. Er is net een verzoek gedaan. De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd): Technische tijd. Vraag over de uitleg van net. U had het heel uitdrukkelijk over vragen mogen stellen. Is het een vereiste dat je vraag stelt? Mag je ook een reflectiebijdrage leveren zonder dat er echt een vraag aan het college in zit als iemand anders het heeft aangevraagd? De VOORZITTER: U mag alles zeggen wat u zelf wil. Het is alleen dat als er vragen worden gesteld, dan wordt er geacht wel een antwoord op gegeven te worden en daar zit een maximum qua tijd aan voor het college. De heer VERWEIJ (vvd): Begrepen, dank u wel. De VOORZITTER: Het is een bespreekpunt, maar u gaat altijd zelf over uw eigen teksten, zeg ik er maar bij. Het middel is wel zo dat een kort bespreekpunt in principe een bespreekpunt is. Maar ik heb niet de indruk dat ik u helemaal kan kooien in dat opzicht, u gaat toch uw eigen gang. Maar houd rekening met de aard van het instrument. Mevrouw Maassen. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) We moeten het instrument nog maar eens gaan bekijken, geloof ik, want dat het roept veel vragen op. Ik ga wel met u doornemen wat we zo meteen
raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
634
gaan doen, want er is gevraagd om een deel in beslotenheid te doen. Wat er dan gaat gebeuren op het moment dat dan het besloten gedeelte gaat starten, dan schors ik de openbare vergadering. Dan verzoek ik ook alle ambtenaren, pers en publiek de zaal te verlaten, met uitzondering van 1 bode, 1 medewerker van de beveiliging, de commissiegriffier Bouwen en Wonen in dit geval, 1 plaatsvervangend griffier, raadondersteuners en de griffier mag ook blijven zitten. De voorzitter van de raad ook, dat is wel handig. Dan moet ook de multimedia uitgeschakeld worden, dat gaan we goed checken. Het kan zijn dat de wethouder nog adviseurs vraagt om erbij aanwezig te zijn. Die worden dan ook met naam en toenaam hier genoemd zodat iedereen van elkaar weet wie er aanwezig zijn. Mocht het zo zijn, ik denk niet dat het nu het geval is, dat er burgercommissieleden zijn aangewezen om bij het besloten deel aanwezig te zijn, dan moet dat ook gevraagd en gemeld worden als dat het geval is. Degenen die in de zaal blijven, daarvan wordt de naam en de functie op een presentielijst vermeld en daarvoor moet u ook tekenen. Dat is de procedure die we dan gaan hanteren, dan weet u zo meteen na de eerste termijn van de raad dat we dit ook op deze manier gaan doen. Dat kost tijd, maar dan weet u dat. Dan beginnen we nu met de heer Van Eikeren, want die is de aanvrager van het debat.
De heer VAN EIKEREN (pro): Voorzitter, op 18 maart heeft Rotterdam haar stem laten horen. Rotterdam Zuid en honderden Charloisenaren gaven mij hun vertrouwen met honderden tegelijk. Ik draag dat als een grote en eervolle verantwoordelijkheid. Vandaag is de tijd rijp om de campagnetaal in de praktijk te brengen, betaalbaar wonen en het geld eerlijk verdelen. Zuid geven wat het verdient, zo ging ik de campagne in. Jaarlijks werd beloofd dat het Attractiepark Rotterdam in onze wijk openging. Een leuk idee met werkgelegenheid op een terrein waar al 100 jaar vuil werd verbrand en gedumpt. Ik en andere Charloisenaren moesten jaar na jaar onze kinderen teleurstellen dat het park nog steeds niet open was. Na 14 jaar tobben is het nu klaar met Speelstad. Speelstad is voorbij, de veiling is nabij. Het voelt voor onze kinderen alsof hun een reuzenrad voor de ogen is gedraaid. Maar Zuid en haar kinderen krijgen hiermee een nieuwe kans. Het park wordt dinsdag geveild en het contract voor de grond eindigt in 2030. Maar in de krant lezen we dat vastgoedontwikkelaars zich al melden, partijen die via deze veiling een goedkope onderhandelingsstoel willen kopen om in 2030 aan tafel te komen zitten. Laat ik glashelder zijn, wij willen niet dat de komende jaren een of ander idioot speculatiespel gespeeld wordt met de gemeente over de rug van Rotterdam-Zuid en Charlois in het bijzonder.
Wij willen daar geen attractiepark meer. De grond daar moet ten dienste van Zuid komen. Onze wijk is aan de beurt om aandacht te krijgen en dit gebied biedt een enorme kans voor Charlois, Katendrecht en heel RotterdamZuid. Geen koude kille gebiedsontwikkeling op de penning met hijgende vastgoedbaasjes en patjepeeërs, maar betaalbaar wonen, goede voorzieningen, leuke plekken en een boulevardje langs het water. Charlois wil geen extra skyline, maar ontwikkeling op straatniveau op de eyeline Voorzitter, daarom willen wij vandaag dat we ons als gemeenteraad uitspreken. Wie de veiling ook wint, weet dat in 2030 dit terrein terug opgeleverd wordt aan de stad en aan Rotterdam-Zuid. Daarvoor dienen wij de volgende motie in onder de naam ‘Attractiepark uit de rails, een nieuwe kans voor Zuid’. Dank u wel. De VOORZITTER: De heer Van Eikeren heeft de volgende motie ingediend. Motie 1. Attractiepark uit de rails, een nieuwe kans voor Zuid “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 16 april 2026, ter bespreking van agendapunt 8.1 Zuid moet vooruit.
Van speelstad naar betaalbare woonstad; constaterende dat; - het project Speelstad Rotterdam / Attractiepark Rotterdam niet tot een volwaardig functionerend attractiepark heeft geleid en door de eigenaar geveild wordt; - op 21april 2026 een veiling plaatsvindt van (delen van) het terrein en/of de opstal; raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
635
-
daarmee een nieuwe fase aanbreekt in de ontwikkeling van deze locatie;
overwegende dat; - het Attractiepark Rotterdam een belangrijke locatie met veel mogelijkheden is op Rotterdam-Zuid; - de toekomst van deze locatie grote invloed heeft op de leefbaarheid, werkgelegenheid en kwaliteit van omliggende wijken zoals Charlois en Katendrecht; - er zorgen bestaan bij bewoners over ongewenste of suboptimale invulling van het terrein; - de gemeente een belangrijke rol heeft in het bewaken van publieke belangen en het sturen op gebiedsontwikkeling; van mening dat; - Rotterdam Zuid met het eindigen van de erfpacht in 2030 een tweede kans krijgt om deze locatie ten gunste van het gebied te ontwikkelen; spreekt uit dat; - de ontwikkeling van het voormalig vuilverbranding terrein moet plaatsvinden in het belang van Rotterdam en in het bijzonder Rotterdam-Zuid; - de raad voor deze locatie geen toekomst meer ziet in een attractiepark, maar wil toewerken naar een maatschappelijke invulling met betaalbaar wonen, werkgelegenheid en voorzieningen die bijdragen aan de Rotterdammers op Zuid; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. K.J.P van Eikeren, L.P.A. Dekkers, B. Doğan en G.G. van Dijk De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Dan is nu het woord aan de heer Dekkers.
De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, we spreken al jaren over Attractiepark Rotterdam en laten we eerlijk zijn we moeten af van de illusie dat hier nog een speelstad gaat komen. Misschien staan er dadelijk bij de veiling weer geldschieters op, maar de vraag is, willen we dat wel? Voor Volt Rotterdam is het namelijk wel helder, dit is geen project dat we nog een keer aan de markt moeten overlaten in de hoop dat het deze keer wel goed gaat komen. We hebben dit onderwerp ook al eerder aangekaart. Juist omdat hier iets groots speelt, de toekomst van Zuid, moeten we als politiek ook gewoon de regie gaan nemen. Daarom zeggen wij, zorg dat de gemeente de grond in handen krijgt en regie neemt. Dan kunnen we daarna het echte gesprek voeren over wonen, over voorzieningen, over cultuur, maar dan wel vanuit de positie van regie. Eerst de regie, dan de rest. De VOORZITTER: De heer De Haan heeft een vraag. De heer DE HAAN (d66): Toch een verhelderende vraag. Hoe ziet u in handen krijgen nog meer dan zelf de grond al in eigendom hebben, die in erfpacht te hebben uitgegeven en zelf ook als gemeente regie te hebben op de bestemming met een omgevingsplan? De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, dank u wel voor de vraag.
Dat hangt ook samen met de vraag die ik heb aan het college, namelijk laten we weer iemand toe en gaan we dan over 4 jaar verlengen? Of als het over 4 jaar afloopt, komt dan de grond weer in handen van de gemeente? In ieder geval dat we echt kunnen kijken, welke ontwikkeling gaan we daar plaats laten vinden?
raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
636
De VOORZITTER: U vervolgt uw betoog. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, dat brengt mij bij de volgende vragen. Is het college bereid de regie te pakken voor de ontwikkeling van dit stuk Rotterdam? Dan niet gericht op een speelstad, maar veel meer op een ander gebied, ook met woningbouw. Is het inderdaad zo dat de gemeente over 4 jaar weer gewoon volledig de grond in handen krijgt en dat we dan ook kunnen gaan bepalen wat we hier willen doen? Dank u wel. De VOORZITTER: Hartelijk Dank. Dan is nu het woord aan de heer Koster. De heer KOSTER (lr): Als eerste, welkom terug Kevin. Terecht dat dit punt is geagendeerd. Ik heb een aantal vragen aan de wethouder en die wil ik zo meteen in beslotenheid stellen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dan gaan we nu door met de heer De Haan. De heer DE HAAN (d66): Dank u wel, voorzitter. Bij de voorbereiding keek ik terug naar de commissievergadering van oktober vorig jaar en daar opperde ik om te verkennen wat mogelijke alternatieven zouden zijn voor deze plek, een plan B. Dat debat in de gemeenteraad kwam er niet. Er liepen nog contracten en afspraken en ook de wethouder was destijds klip en klaar richting de ondernemer. Een motie met ook de woorden stilstand en vooruitgang in de steigers was ook niet nodig. Maar precies 6 maanden verder is dat geloof in plan A verder gedaald en snap ik ook heel goed wat de heer Van Eikeren zegt.
Hij zegt, streep onder, blikken op plan B. Want laten we wel wezen, Rotterdam is wezenlijk veranderd sinds 2012. Sparta bijvoorbeeld, die speelde destijds nog in de eerste divisie. Henny van der Most vertelde ons al rond die raadscommissie over zijn tour langs destijds nog rauwe plekken en hoeken in de stad, zoals toen de Maassilo. Maar waarbij uiteindelijk zijn oog was gevallen op nog zo’n rafeltje, het voormalige AVR-terrein. We kunnen er lollig over doen, maar er zit vooral ook een dosis tragiek in. Want waar in een recent persbericht van de gemeente er werd gerept over de succesvolle verkoop van de Maassilo aan de exploitant, de Rijnhaven is inmiddels gedempt en de Maashaven hebben we net het startschot voor gegeven. Het lukt op deze plek maar niet. Uitstel na uitstel en ook de financiers trekken hun conclusies. Uiteraard sluit ik af, hebben we die contracten te respecteren en ook rekening te houden met wat we als gemeente kunnen doen in de begeleiding en de capaciteit voor de stad. Maar Zuid en de Doklaan mogen er best wel weer op vooruit. Dank u wel. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan de heer Başoğlu. De heer BAŞOĞLU (sp): Dank u wel, voorzitter. Na bijna 15 jaar vertraging, oplopende problemen en een project dat nooit open is gegaan, wordt duidelijk dat hier fundamenteel iets is misgelopen.
Het parkterrein staat nu in de etalage, terwijl de gemeentelijke erfpacht loopt tot 2030 en verlenging niet vanzelfsprekend is. Dat laat zien hoe groot de bestuurlijke onzekerheid inmiddels is. Voor de SP is daar opnieuw niet alleen de vraag hoe we dit hoofdstuk afronden, maar vooral wat we hiervan leren. Hoe heeft het zo lang kunnen voortduren zonder duidelijk perspectief voor de stad en voor de buurt? Belangrijker nog, als na de veiling nieuwe plannen ontstaan, dan moet niet opnieuw de markt als eerste aan zet zijn, maar gewoon de bewoners. Daarom vragen wij aan de wethouder, is het college bereid om eerst een duidelijke reflectie op dit dossier naar de raad te sturen en daarna ook bindende participatie te organiseren over de toekomst van dit gebied? Tot zover. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan de Doğan en het is wel zijn maidenspeech.
raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
637
De heer DOĞAN (denk): Voorzitter, als geboren en getogen Rotterdammer onder de schaduw van stadion De Kuip had ik zoals zovelen een grote droom, spelen in dat stadion. Met inzet en doorzettingsvermogen bracht die droom mij bij Excelsior Rotterdam en Sparta Rotterdam en daarna bij verschillende clubs verspreid over onze stad. Voorzitter, ik ben een Rotterdammer in hart en nieren en Rotterdam is een stad van doeners. Een stad waar je niet langs de zijlijn blijft staan, maar zelf een steentje bijdraagt. Dat is precies wat ik altijd heb willen doen, bijdragen aan een sterker en beter Rotterdam. Voorzitter, voor mij zijn de behaalde stemmen en mijn eerste optreden hier geen eindpunt, maar het begin van nog harder werken voor Rotterdam. Misschien, heel misschien kan ik vandaag toch nog een kleine voetbaldroom waarmaken. Want sommigen dromen van een pretpark op deze locatie, maar wie weet, misschien is er ook plek voor een nieuwe Kuip. Maar zonder gekheid, voorzitter, we spreken hier over een plek waar jarenlang plannen zijn gemaakt, maar weinig is gerealiseerd. Wat DENK betreft komen er betaalbare woningen voor Rotterdammers. Geen projecten die voorbijgaan aan de mensen die deze stad draaiende houden. Daarnaast zien we onrust bij bewoners, onzekerheid over wat er gaat gebeuren en wie er straks echt aan zet is. Het is daarom ook wel tijd dat er duidelijkheid komt.
Voorzitter, deze motie van PRO onderstreept dat deze locatie geen toekomst meer heeft als attractiepark en dat we moeten toewerken naar een invulling die bijdraagt aan goed en betaalbaar wonen op Rotterdam-Zuid. Daarom zullen wij deze motie medeondertekenen. Ik heb verder nog een aantal vragen aan het college. Hoe en op welk moment wordt de raad tijdig en volledig geïnformeerd over de afspraken en plannen rondom deze ontwikkeling? In hoeverre zijn er voorwaarden gesteld rondom de veiling? Hoe wordt geborgd dat de uiteindelijke ontwikkeling van deze locatie past bij de behoeften en ambities van de stad? Dank u wel. (Applaus.) De VOORZITTER: Hartelijk dank. Zijn er nog andere leden die het woord wensen? De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd): Dank u wel, voorzitter. Belangrijk om mee te beginnen wat ons betreft, het is vooral heel tragisch dat het niet gelukt is. Je gunt een ondernemer met een creatief idee en de daadkracht om daar wat van proberen te maken, daar is onze stad op gebouwd. Dat zoiets dan mislukt is betreurenswaardig. We willen ook niet inderdaad te makkelijk meegaan in, ik zal de scheldpartijen noemen van ontwikkelaars die maar een beetje de boel lopen te flashen. Het is gewoon jammer dat het niet gelukt is.
Dat gezegd hebbende, wat nu? Hoe nu verder? Wij denken dat het belangrijk is om op zorgvuldige manier te spreken over wat we dan gaan doen met dit waardevolle stukje van Zuid. Hoe gaan we dat optimaal benutten, zodat iedereen hier een mooi stukje Rotterdam voor terugkrijgt? We hopen inderdaad dat dat op de langere termijn zal gebeuren. Met een veiling over een paar dagen gaan we nu niet daar een hele harde keuze in moeten maken. We wachten geduldig af wat de wethouder gaat aanbieden aan dat plan B. De heer De Haan had het er ook al over, er is al gevraagd naar een plan B en de vraag aan het college is van onze kant, hoe staat het ermee? Ligt dat plan B er al? Zijn er al voorbereidingen> Wanneer gaan we er meer van leren? Laatste punt nog, er lag ook een motie van mijnheer Van Eikeren, Die komt er ook aan. Die heeft u al ingediend geloof ik of niet? Daar staat in dat we ook op zoek gaan naar betaalbaar wonen. Daar zijn we groot voorstander van. Met daarbij de belangrijke voetnoot dat de term betaalbaar ook betekent dat er hele dure woningen tussen kunnen zitten die mensen met een hele dikke portemonnee ook kunnen betalen. Klinkt heel flauw, maar dat is wel degelijk een heel belangrijk onderscheid. Woningen die niet betaald kunnen worden, die worden niet gebouwd en die moeten we ook niet in gaan richten.
Betaalbare woningen kunnen ook gewoon zijn de lofts, de penthouses, de villa's of de mooie appartementen waar ruimte is voor mensen met een iets bredere portemonnee. De VOORZITTER: De heer Dekkers.
raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
638
De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, we lachen hierom, maar ik vind het helemaal niet grappig. Echt heel veel mensen hebben gewoon moeite om een huis te zoeken in onze stad. Ik zou gewoon als we het over betaalbaar willen hebben, over het sociaal middensegment willen praten. Volgens mij moeten we dan niet grapjes gaan maken over rijke mensen die van alles kunnen kopen. De VOORZITTER: De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd): Maar dat is het ding, voorzitter, ik maak geen grap. Ik denk dat het heel belangrijk is en ik ben ook erg serieus nu. Als wij willen dat we op een verstandige manier het gaan hebben over een woningmarkt die weer gaat werken, dan moeten we niet gaan vervallen in het idee van, er zijn alleen maar betaalbare woningen. U noemde sociaal midden en alle andere woningen zouden dan per definitie onbetaalbaar zijn. In die wereld zou het debiel zijn om die woningen nog wel in programma's op te nemen. Dat is het niet. Er is vraag naar die woningen. Er zijn gewoon mensen soms tweeverdieners met een modaal inkomen zonder kinderen die kunnen die duurdere woningen ook betalen. Die woningen zijn nodig om projecten rond te laten rekenen. Daarom zeg ik, we mogen niet gaan zoeken naar projecten met alleen maar betaalbaar als we uitgaan van een verkeerde definitie van betaalbaar. Dat is wel echt belangrijk.
De VOORZITTER: Ik stel voor om een debat over de definitie van betaalbaar om nog een keertje bij Bouwen en Wonen te gaan voeren, want ik denk dat dat net iets buiten de orde van dit debat gaat plaatsvinden. Zijn er nog anderen die hier het woord wensen? Niet. Dan gaan we nu schorsen voor het … (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) De beantwoording wilde de heer Koster ook helemaal in de beslotenheid. Nu besloten toch? De heer KOSTER (lr): Wat mij betreft nu graag het besloten gedeelte. De heer BAŞOĞLU (sp): Voorzitter. De VOORZITTER: Eerst de heer Başoğlu, hij was als eerst. De heer BAŞOĞLU (sp): De SP maakt altijd een afweging of we wel of niet bij besloten bijeenkomsten willen zijn. In dit geval vind ik het onwenselijk dat er een besloten geheime deel zal zijn. Bewoners verdienen juist duidelijkheid, juist nu op dit onderwerp en dat is nu niet het geval. Wij vinden het niet opportuun om dit nu te doen, wij zullen straks niet aanwezig zijn. De VOORZITTER: Dat is verklaring waarom u zo meteen niet aanwezig zult zijn. Maar er is enige verwarring nu over de antwoorden die wel gegeven kunnen worden in de openbaarheid en het gedeelte wat besloten is. Ik had hem zo begrepen dat het verzoek van de heer Koster was dat de gehele beantwoording van de wethouder in de beslotenheid zou plaatsvinden, dat dat ook het verzoek is geweest dat ook aan uw raad is voorgelegd.
Maar als er ook nu al wel in het openbaar antwoorden gegeven kunnen worden. We moeten, denk ik, maximaal transparant zijn. De heer KOSTER (lr): Ik zou het waarderen als ik eerst mijn vragen in beslotenheid kan stellen en dan de meeste vragen kunt u volgens mij gewoon antwoord op geven. Maar ik zou die vragen van mij graag willen stellen. De VOORZITTER: Ik ga een voorstel doen, de heer Koster. De vragen die nu gesteld zijn, die zijn in de openbaarheid gesteld en die kunnen ook in de openbaarheid beantwoord worden. Ik stel voor dat dan wij gaan schorsen, dat u dan uw vragen nog kunt stellen en dat dan ook in
raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
639
de beslotenheid beantwoord kan gaan worden. Want dan zijn we maximaal transparant in de openbaarheid en doen we recht aan hun verzoek. Zullen we het op die manier doen? De heer KOSTER (lr): Ik vind het prima. De VOORZITTER: Dan doen we het zo. Dan kan de wethouder nu eerst beginnen met de beantwoording van de vragen die tot nu toe zijn gesteld. Mevrouw ZEEGERS (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Ik denk inderdaad goed dat we het nu over speelstad hebben nu dit zo speelt rond die veiling en ook, wat is onze positie? Want zo hoor ik uw vragen hoog over. Ik denk dat het goed is om te zeggen dat wij een erfpachtcontract hebben afgesloten met de heer Van der Most tot eind 2030. De grond is gewoon ons eigendom, maar de erfpacht houdt op en de grond is gewoon weer helemaal van ons. Dat is de situatie. Wij hebben aan de heer Van der Most altijd gezegd, als u erfpachtverlenging wil, dan moet u een goedlopende speelstad hebben gerealiseerd. Pas op dat moment zullen wij gesprekken over verlenging van erfpacht overwegen. Er is ook niet gezegd dat we dat dan zouden geven, dan zouden we het overwegen. Dat zou spelen in het geval dat speelstad draaiende zou zijn, een duurzaam exploitabele speelstad. Niet 1 dagje open, maar echt met een businesscase die overeind blijft staan. Pas als dat aan de orde zou zijn, dan pas zouden wij gesprekken openen over de verlenging van de erfpacht.
Op dit moment draait die niet, worden de opstallen geveild, inclusief het erfpachtcontract. Maar wat er bij die veiling voorligt, is een erfpachtcontract tot en met 2030 met alles wat er op het terrein staat. Maar wat er geveild wordt is ook dat dat einde in zicht is. De veiling gaat alleen maar over dat 5 jaar durende erfpachtcontract met die opstallen en daarbij de verplichting of om helemaal open te gaan, dan wel als je niet opengaat, moet je het gewoon schoon terug leveren. Degene die op de veiling dit nu gaat kopen krijgt voor ruim 5 jaar dit terrein in handen, moet daar iets van zien te bakken en moet het gewoon aan ons terug leveren. Dat is niet een super aantrekkelijk product. Dat is de feitelijke situatie, het komt weer onze kant op. Wat doen wij dan nu? Wij wachten af wie op deze veiling de bieding gaat doen. Er bestaat ook nog altijd een kans dat er toch nog faillissement aangevraagd wordt. In dat geval valt het in handen van de curator, in het andere geval in handen van de koper die daar 5 jaar lang iets mee gaat doen. Wij gaan natuurlijk in gesprek met of de curator dan wel de koper over, zorg dat het in ieder geval veilig is. Wij hebben gewoon verantwoordelijkheden rond dat dat een veilig terrein moet blijven. Wij moeten zorgen dat die veiligheid daar op orde is, er geen ongeoorloofde dingen gebeuren.
Maar die verantwoordelijkheid hebben we nu ook, dat is in die zin niet anders. Maar wij zullen zeker die gesprekken hervatten. Vervolgens vraagt u ook, moeten we niet ook een perspectief bieden over wat we met dat stuk grond dan gaan doen als het over 5 jaar onze kant op valt? Tot dusver is het positie van het college geweest, wij wachten af. Maar nu is die veiling aan de orde en snap ik heel goed dat u ook zegt van, moeten we daar niet iets mee? Ook perspectief bieden voor de omgeving? Nu zitten wij natuurlijk net in een demissionaire periode, wat niet helemaal op gemeenteniveau zo werkt, maar ik noem het toch maar zo. Dit college heeft op basis van de omgevingsvisie een uitvoeringsstrategie vastgesteld over welke gebiedsontwikkelingen we wanneer willen gaan oppakken. Die uitvoeringsstrategie kan worden overgenomen door een nieuw coalitie, dan wel er kunnen wijzigingen in worden aangebracht. Maar onze capaciteit is ingericht op dat stuk. In dat stuk staat het terrein van speelstad niet als een gebiedsontwikkeling waar wij nu mee bezig zijn. Dat betekent dat we er nu geen capaciteit voor hebben om daar nu heel actief vanuit de gemeente alvast andere plannen te maken. Het hoeft ook niet per se, want het komt pas over 5 jaar onze kant op.
Maar ik kan me wel voorstellen dat het ook voor de buurt wel fijn is om te weten, wat gebeurt daar nu mee? U heeft mij een spreekt-uitmotie gegeven, in principe hoef ik dit niet te beoordelen. Maar ik kan wel meegeven dat ik denk als u als raad uitspreekt daar liever een andere functie te hebben dan een speelstad dat dat natuurlijk waardevol is, want u stelt uiteindelijk de kaders. Dat betekent op het moment dat wij als gemeente aan de slag kunnen gaan omdat we capaciteit hebben met een nieuw plan te raadsvergadering van 16 april 2026
Notulen pagina
640
maken, dat dan ons besluitvormingsmodel in gang wordt gezet. Dan gaan we een gebiedsambitiedocument maken, daar betrekken we al onze partners bij, daar hebben we onze participatieverordeningen et cetera. Dat speelt allemaal dan een rol. Dan gaan we dat gewoon doen zoals we dat bij gebiedsontwikkelingen geëgd zijn te doen. De gemeenteraad stelt de kaders over wat daar moet gebeuren, de ambtelijke organisatie gaat dat allemaal vormgeven, maar u bent aan zet om dan uiteindelijk gebiedsambitiedocument en uiteindelijk ook een omgevingsplan vast te stellen. Dat is hoe het formeel zit. Ik denk dat ik daarmee wel alle vragen heb beantwoord. De VOORZITTER: De heer Doğan had nog wat vragen. Mevrouw ZEEGERS (wethouder): Dan de heer Doğan, u vroeg nog, wat zijn de voorwaarden voor de veiling? Dat zijn dezelfde voorwaarden die wij aan de heer Van der Most hebben meegegeven. Gewoon dat hele pakketje, erfpacht tot en met 2030, een draaiend speelterrein ervan maken, leeg opleveren. Al die voorwaarden liggen nu in de veiling, dat zijn die voorwaarden. U zegt ook, hoe zorgen we ervoor dat de stad er iets aan heeft? Iedereen die hier insprak gaf duidelijk aan, van ons hoeft het geen speelstad te zijn. Liever een andere functie, woningbouw, evenemententerrein is wel eens voorbijgekomen, bedrijven, voorzieningen. Het is allemaal mogelijk, u gaat erover.
Dat is echt wat in een gebiedsambitiedocument wordt vastgesteld, dat is aan u. De grond komt onze kant op in 2030. Dan was er nog een vraag van een plan B. Wij zijn niet bezig met een plan B. De VOORZITTER: De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd): Kan ik een aanvullende vraag stellen die ik net niet gesteld heb? Ik bedenk me net, we moeten nu met zijn allen 3, 4 jaar wachten voordat dat weer vrijkomt, want het recht van erfpacht blijft nog 4 jaar bestaan. Is het niet een wijs idee om in onze erfpachtvoorwaarden op te nemen dat het recht vervalt als de erfpachter insolvent raakt, als die failliet raakt? Zodat je die grond meteen weer tot je eigen beschikking hebt in plaats van dat we nu 4 jaar moeten wachten tot iemand binnen 4 jaar een speelstad maakt. Dat gaat niet gebeuren, niemand gaat binnen 4 jaar een pretpark op poten krijgen. Is het niet logisch om in de toekomst af te spreken dat het recht van erfpacht vervalt als de partij failliet gaat zodat wij meteen weer de grond in ons bezit hebben? De VOORZITTER: Wethouder. Mevrouw ZEEGERS (wethouder): Dat kan in deze situatie natuurlijk niet, want dat erfpachtcontract is heel lang geleden afgesloten, ligt nu in de veiling als onderdeel van het gevelde product. Maar u stelt volgens mij een meer technische vraag, zou dat in de toekomst handig zijn? Dat moet ik uitzoeken.