CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20260226- Notulen van de raadsvergadering van 26 februari 2026

Gemeenteraad 30 maart 2026, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van de openbare raadsvergadering van 26 februari 2026.60.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Niet door alleen naar het verleden te kijken, maar door te bouwen aan de stad van de toekomst. Alleen, terwijl wij bezig zijn met het vooruitbrengen van de stad, zien we dat anderen vooral aan de rem hangen met frames, met tegenstellingen en met rechts tegen links, waarbij Rotterdammers tegen elkaar worden uitgespeeld. Dat zagen we zojuist ook in het debat tussen VVD en Volt over de waardering voor de Pauluskerk. Daarom vinden we het belangrijk als D66 om met een motie te komen om die waardering als gemeenteraad voor de Pauluskerk uit te spreken. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen heeft de volgende motie ingediend. Motie 7. Waardering voor de Pauluskerk “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van agendapunt 6.1 ‘Debat over collegeverantwoording Één Stad 2022-2026 en het rapport van de Rekenkamer Rotterdam 'Targets tellen: eindbeoordeling collegetargets 2022-2026'; constaterende dat: - de Pauluskerk zich al jarenlang inzet voor kwetsbare Rotterdammers, waaronder dak- en thuislozen en mensen met zorgvragen; - de organisatie voorziet in basisbehoeften zoals opvang, voedsel en kleding; - de Pauluskerk een belangrijke schakel vormt binnen het Rotterdamse zorg- en welzijnsnetwerk;

raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

300

overwegende dat: - de inzet van maatschappelijke organisaties van grote waarde is voor een inclusieve en solidaire stad; - waardering voor maatschappelijke partners bijdraagt aan een constructieve samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke organisaties; spreekt uit dat: - de Pauluskerk een zelfstandige organisatie is en het niet aan de gemeenteraad is om zich te mengen in de keuzes van deze organisatie; - de gemeenteraad het, juist in het licht van het publieke en politieke debat, belangrijk vindt om haar waardering voor de maatschappelijke bijdrage van de Pauluskerk expliciet te benoemen; - de Pauluskerk een grote bijdrage levert aan het maatschappelijke vangnet van Rotterdam, en de gemeenteraad daarom haar waardering uitspreekt voor deze inzet. en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. A.J.A. Maassen en E.H. Balcha De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Voorzitter, een deel van de pijn met de Pauluskerk zit natuurlijk in het feit dat de laatste jaren er gigantische overlast is. Als we bijvoorbeeld een café zouden hebben of een winkel die een zelfde soort overlast zou veroorzaken met zijn clientèle, dan zou iedereen hier in de raad lopen stuiteren en zeggen dat die boel moet gesloten worden.

Maar bij de Pauluskerk is er schijnbaar een soort van ontheffing voor de veroorzaakte overlast. Dan vraag ik me af: waarom wilt u niet de verantwoordelijkheid bij de Pauluskerk leggen, dat zij iets doen om die overlast tegen te gaan? De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik vind dat we allereerst hand in eigen boezem moeten steken als stad en we moeten kijken naar wat is er aan de hand in het centrum van onze stad. Volgens mij is de heer Buijt met een plan gekomen waarin wij zeggen: we gaan individueel maatwerk bieden voor de mensen die op dit moment op straat slapen, waarbij we zien dat deze mensen zorg nodig hebben. We gaan daarnaartoe. We gaan met ze in gesprek. We gaan een eerste gesprek voeren, een tweede gesprek, net zolang totdat we een passende oplossing kunnen vinden, individueel maatwerk voor de mensen. Dan heeft het geen zin om de partners, die we daar juist zo hard bij nodig hebben, met de stok te gaan slaan. De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Dus u zegt: de ene overlast is de andere overlast niet. Dus afhankelijk van wat voor een toko je runt, mag je overlast veroorzaken in de buitenruimte, want dan steekt u de hand in eigen boezem.

Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik denk dat we vooral als gemeente moeten kijken: wat kan de gemeente doen? Het heeft geen zin om de samenwerkingspartners in onze stad aan te spreken op een taak die bij ons ligt. Wij als gemeente moeten de verantwoordelijkheid nemen. Wij als gemeente gaan erover dat iedereen hier in deze stad een dak boven zijn hoofd heeft. Dan kan het niet zo zijn dat een organisatie, die zijn uiterste best doet om ervoor te

raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

301

zorgen dat iedereen binnen kan slapen, dat we van hen zeggen: gaat u de stad uit. We moeten naar onszelf kijken. Wij moeten in de spiegel kijken. Wij moeten zeggen: wij moeten het beter doen. Dat is onze boodschap. De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Dan zeggen wij dat ze ook een opvoedende taak als kerk hebben. Want als wij van bewoners die daar wonen te horen krijgen dat er wat crackhoeren daar voor het restaurant zitten te schijten, sorry, maar dan kan ik niet zeggen: daar moeten we wat doen. Maar als D66 zegt daar wat aan te willen doen, u mag het van harte schoonmaken. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, bent u het niet met mij eens dat wij als gemeente een verantwoordelijkheid dragen om ervoor te zorgen dat we geen dakloosheid meer hebben in onze stad? Bent u het eens dat de doelstelling die het kabinet 4 jaar geleden heeft uitgesproken, in 2030 geen dakloosheid meer in Nederland, dat die onze allergrootste prioriteit moet hebben en dat we daar iedereen voor nodig hebben in deze stad, de gemeente en ook alle maatschappelijke organisaties, het Rijk en de provincie, om ervoor te zorgen dat er voldoende huizen zijn in deze stad en dat iedereen die het nodig heeft de geschikte zorg krijgt? De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Vier jaar geleden. Ik weet niet hoeveel kabinetten terug dat was, maar dat ter zijde.

Wij zijn in deze stad ook bezig om opvang te realiseren. De afgelopen periode zijn er ook meer opvangplekken bijgekomen om aan de toegenomen vraag ernaar te voldoen. Dus dat hebben we gedaan. Maar waar het mij om gaat, is dat de mensen die zoiets uitbaten, dat die dat ook op een fatsoenlijke manier doen met oog voor de omgeving, dat ze geen overlast voor de omgeving veroorzaken. Daar hebben ze wel een taak, want ze kunnen ook zeggen, als iemand knetter daar naar buiten loopt: ga binnen je roes uitslapen, maar nu ga je niet naar buiten. Die verantwoordelijkheid kunnen ze wel nemen, net zoals een café op een gegeven ogenblik zegt: je hebt een slokje te veel op, je gaat nu droog. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, volgens mij creëert u een tweespalt die niet bestaat. We hebben allemaal hetzelfde doel. Het doel van de Pauluskerk is precies hetzelfde als het doel van de gemeente Rotterdam, namelijk onderdak bieden aan die mensen die dat nodig hebben. Dat is wat D66 betreft het uitgangspunt, dat we samen met iedereen in deze stad bouwen aan een toekomst waarbij er niemand meer op straat hoeft te slapen. Jammer dat ik u niet aan mijn zijde kan treffen om daaraan te werken in deze stad. Ik ga verder, voorzitter.

Voorzitter, Rotterdammers worden tegen elkaar uitgespeeld, alsof we moeten kiezen tussen verduurzaming en vergroening van de stad of een sterke economie, alsof we moeten kiezen tussen zorgen voor kwetsbare mensen uit Rotterdam of mensen van buiten deze stadsgrenzen, alsof we betaalbaar bouwen niet kunnen realiseren als het een woontoren is en alsof de stad niet bereikbaar kan zijn als het centrum autovrij is. Vooruitgang betekent juist belangen met elkaar verbinden, niet mensen tegenover elkaar zetten. D66 gelooft daar niet in. Rotterdam is de stad van doeners, van 170 nationaliteiten, van mensen die vooruit willen. Natuurlijk zijn we niet blind voor de grote uitdagingen van onze stad. Het veiligheidsgevoel van Rotterdammers is gedaald, de stad is smerig en we zien een stijging van daklozen op straat. Daarnaast is het moeilijk voor mensen om een woning te vinden in Rotterdam, wordt onze stad gebruikt als snelweg voor de auto, mag er meer ruimte zijn voor een feestje en moeten we blijven investeren in onderwijs en kansengelijkheid. Die uitdagingen pakt D66 raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

302

aan, zonder Rotterdammers tegen elkaar op te zetten. D66 kiest niet voor polarisatie, maar voor progressie. Wij hebben er vertrouwen in dat er in deze raad genoeg partijen zijn die dat ook willen. Daarom nodig ik graag partijen uit: sluit je aan bij die positieve en progressieve krachten die ambitie hebben voor de stad. VVD, laten we samenwerken aan een economie die sterk is en ook innovatief en groen. Leefbaar, laten we de stad autoluwer maken en bereikbaar houden. GroenLinks-PvdA, laten we werken aan betaalbare woningen in onze stad die we ook daadwerkelijk kunnen gaan bouwen. CDA, laten we samen zorgen voor een stad die 24 uur levendig en veilig is. Een stad waar je de vrijheid hebt om te verblijven, te ontmoeten en te ondernemen, waar straten levendig zijn, maar waar fietsen de baas is, waar ruimte is voor groen en voor mensen, waar de lucht schoon is, de economie sterk en de haven duurzaam en innovatief, waar we koploper zijn op het gebied van AI en waar er altijd ruimte en tijd is voor een feestje, levendigheid en vrijheid. Dat is het Rotterdam van 2066. Dank u wel. De VOORZITTER: De heer Van der Velden was eerst. De heer VAN DER VELDEN (gvdv): Voorzitter, ik ben mijn stem een beetje kwijt. Ik ben een beetje gammel vandaag, maar ik heb ook te hard meegezongen met een concert van Morrissey in de Doelen. Dus het is mijn eigen stomme schuld.

Maar u noemt u maar een paar partijen. Waarom? Waarvoor doet u geen oproep aan alle partijen? De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, u ziet dat ik al bijna door mijn tijd heen ben, maar mijn oproep is aan alle partijen hier in deze raad, alle progressieve krachten van deze raad. Sluit u aan. We reiken de hand. Als u wil samenwerken op progressieve doelen voor Rotterdam, dan zijn de armen geopend van D66. De VOORZITTER: Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda): Voorzitter, mooie woorden van D66, net zo mooi als 4 jaar geleden. Dus ik hoop dat dit keer D66 ons wel vast gaat houden. De VOORZITTER: Er komt geen reactie van mevrouw Maassen, dus dat moeten we nog gaan bezien. Het woord is aan mevrouw Sadhoe. Mevrouw SADHOE (bij1): Voorzitter, 4 jaar lang heeft dit college gesproken over vooruitgang, over inclusie, over kansen, over een stad voor iedereen. Maar laten we eerlijk zijn over de realiteit, dit college heeft gebouwd, maar niet genoeg voor de mensen die Rotterdam draaiende houden, niet genoeg voor huurders, niet genoeg voor jongeren en niet genoeg voor mensen in armoede.

Er is gebouwd voor de markt, terwijl tienduizenden Rotterdammers wachten op een betaalbare woning, terwijl mensen noodgedwongen thuis blijven wonen, bij vrienden slapen, terwijl dakloosheid onder dit college enorm is gestegen, de LVV-regeling is afgeschaft en mensen letterlijk het systeem uitgeduwd zijn. Dat roept vragen bij ons op. Het college presenteert het behalen van de bouwtargets als succes, maar erkent tegelijk dat slechts een kwart van de nieuwbouw sociaal is. Hoe rechtvaardigt dit college dat er gebouwd is terwijl tienduizenden Rotterdammers nog steeds geen toegang hebben tot betaalbare, stabiele en veilige woningen? Dan kom ik bij mijn volgende vraag. Erkent het college dat haar woonbeleid in de praktijk vooral de markt en projectontwikkelaars heeft gediend en niet de Rotterdammers die afhankelijk zijn van sociale huur? Kan het college uitleggen waarom het bouwen van woningen centraal stond, maar niet het garanderen dat Rotterdammers daadwerkelijk toegang hebben tot die woningen? Vindt het college dat zij geslaagd is in haar woonbeleid, terwijl dakloosheid is gestegen en de wachttijden voor sociale huur structureel onacceptabel blijven? Wonen is geen raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

303

verdienmodel, wonen is een recht. Toch heeft dit college ervoor gekozen om projectontwikkelaars te faciliteren, terwijl sociale huur structureel tekort blijft. Precies hetzelfde zien we bij inclusie. Dit college spreekt over regenboogzebrapaden, over campagnes, symbolische zichtbaarheid, maar zichtbaarheid zonder bescherming is leeg. Want ondertussen worden queer mensen nog steeds geconfronteerd met onveiligheid, worden mensen nog steeds gediscrimineerd op de woningmarkt en nog steeds uitgesloten vanwege hun naam, hun achtergrond, hun identiteit, hun religie. Moslimhaat wordt haast genormaliseerd en we zien dat de discriminatie enorm toeneemt. Het Regenboogakkoord werd ondertekend in 2022, maar daar werd niets mee gedaan. Daarom onze vragen. Kan het college concreet benoemen welke onderdelen van het Regenboogakkoord volledig zijn uitgevoerd en welke niet? Daarnaast noemt het college regenboogzebrapaden en campagnes als voorbeelden van inclusie.

Kan het college aangeven welke structurele veranderingen queer Rotterdammers daadwerkelijk veiliger hebben gemaakt? Waarom heeft het college wel geïnvesteerd in symbolische zichtbaarheid, maar geen structurele garanties gerealiseerd tegen discriminatie op de woningmarkt, arbeidsmarkt en in de zorg? Tot slot, erkent het college dat inclusie zonder structurele bescherming geen emancipatie is, maar symboliek? Dit college koos keer op keer voor symboliek, niet voor echte systeemverandering, voor winst boven mensen, markt boven rechtvaardigheid. Dit college koos ervoor ongelijkheid en machtsstructuren te laten voortbestaan. Maar Rotterdam verdient beter. Rotterdam verdient een stad waar wonen geen privileges is, maar een recht, waar inclusie niet symbolisch is, maar structureel, waar niemand wordt achtergelaten en niemand wordt uitgesloten. Een stad waar de overheid kiest voor mensen. Dat is waar Rotterdam BIJ1 voor staat. Niet voor de markt, niet voor de winst, maar voor radicale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid voor iedereen. Daarom wil ik met deze simpele vraag eindigen. Voorzitter, voor wie is deze stad de afgelopen 4 jaar gebouwd? Voor ons, de mensen die hier wonen, of voor de markt, die winst maakt over onze ruggen? Tot zover. De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Dat is een bijzonder betoog van BIJ1.

U geeft aan met woningbouw er moeten meer woningen bij komen en u zegt ook: er moet voor de Rotterdammers gebouwd worden. Dus daarmee ondersteunt u in principe Rotterdammers eerst bij woningbouw. Is dat correct? Ten tweede, u gaf aan dat er schijnbaar nog steeds mensen van kleur, ik vind het een wat vage term, want u zult mij waarschijnlijk ook geen kleur toelichten, maar dat er gediscrimineerd wordt op de huizenmarkt. Maar er was een motie van DENK een aantal jaar geleden. Dat is onderzocht. Daar kwam uit naar voren dat dat niet het geval was, maar waaruit blijkt het dan wel volgens u? Want het is onderzocht in deze raad. Daar bleek dat het niet het geval was, maar u zegt: het gebeurt wel. Dus beschrijft u het onderzoek? Indien ja, op basis waarvan? De VOORZITTER: Mevrouw Sadhoe. Mevrouw SADHOE (bij1): Ik heb de eerste vraag eerlijk gezegd niet gehoord. Sorry. De VOORZITTER: Technische tijd. De heer ROSKAM (lr): U gaf aan er moeten meer betaalbare woningen gebouwd worden. Daar staan we ook achter. Deze periode meer gebouwd dan de vorige. U gaf aan: er moet gebouwd worden voor de bewoners en niet voor de markt, dus voor de Rotterdammers. Dus ik vroeg: bent u het eens met Rotterdammers eerst voor woningen? De VOORZITTER: Mevrouw Sadhoe.

raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

304

Mevrouw SADHOE (bij1): Wij vinden dat er woningen moeten komen voor iedereen die in Rotterdam woont, dus ook dakloze mensen, ongedocumenteerde mensen en alle Rotterdammers. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan de heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Ik heb ook een lijstje met successen, voorzitter. Het zal u niet verbazen waarschijnlijk. Het is bijna lunch, lieve mensen, dus nog even volhouden. Voorzitter, politiek moet niet gaan over het uitvergroten van tegenstellingen, maar wat ons betreft over het nemen van verantwoordelijkheid. Het moet niet gaan over uitsluiten, maar over verbinden. Niet over wegkijken, maar over naar elkaar omzien. Dat is waar wij ook voor staan en dat is wat deze samenstelling en deze samenwerking de afgelopen 4 jaar wat ons betreft ook heeft laten zien. Vier jaar geleden werd er getwijfeld, getwijfeld omdat politieke tegenpolen gingen samenwerken. Dat feit op zich zou als positief moeten worden ontvangen. Vandaag kunnen we ook zeggen dat deze samenwerking heeft geleverd. Met DENK, Leefbaar Rotterdam, VVD en D66 hebben we laten zien dat verschillen geen blokkades hoeven te zijn, maar juist ook een kracht kunnen vormen. Op sommige dossiers, en die zal ik zo meteen ook opnoemen, stonden we natuurlijk ook tegenover elkaar.

Dat maakt juist deze periode ook zo bijzonder, want uiteindelijk, ondanks al die verschillen, is er wel gebouwd, is er geïnvesteerd, is er erkend en is er verbonden. Zo is er eindelijk meer geïnvesteerd in de aanpak van discriminatie en kwam er bijvoorbeeld een stadsmarinier discriminatie. De aangiftebereidheid is flink verhoogd. Er was extra aandacht en financiering voor het koloniale slavernijverleden en samen met de Molukse gemeenschap is ook gewerkt aan een monument ter erkenning van hun geschiedenis. De islamitische begraafplaats wordt eindelijk een feit. Parkeren wordt deels gratis op belangrijke feestdagen, zoals het Ramadan feest. Er is een succesvolle iftar georganiseerd op het stadhuis en morgen is de tweede editie. Sommige van deze resultaten lijken misschien klein voor sommigen. Het wordt soms ook een beetje weggezet. Het wordt gekleineerd. Sommige raadsleden noemen het walgelijk. Maar erkenning zit juist in die symbolen en die gebaren. Reken maar dat deze gebaren worden gezien en worden gewaardeerd door veel Rotterdammers. Hiermee heeft dit college laten zien dat iedereen in Rotterdam erbij hoort. Voorzitter, gelijke kansen beginnen natuurlijk ook bij bestaanszekerheid. Daarom was het een absolute noodzaak om armoede te blijven bestrijden.

Dit college investeerde daarom ook 20 miljoen euro in het Kinderarmoedefonds en vooral ook de armoederegelingen, die veel beter onder de aandacht zijn gebracht en een hoger bereik hebben. Het AOW en jeugdtegoed zijn verhoogd en het jeugdtegoed zelfs naar 850 euro, waarmee we vervoersarmoede hebben kunnen voorkomen. Hoewel de ambitie van 30.000 uitstroom uit de bijstand niet volledig is gehaald, daalt het bijstandsvolume wel sneller dan in andere G4-steden. Dat laat dus ook zien dat investeren in perspectief werkt. Ook op wonen zijn er stappen gezet. De VOORZITTER: Wacht voor dat de heer Segers-Hoogendoorn een vraag heeft. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, ik hoor de heer Soytekin zeggen dat symbolische maatregelen ook maatregelen zijn. Nou noem ik een symbolische maatregel, maar eentje met inhoud, dus niet alleen symbool, maar ook inhoud, namelijk het Regenboogakkoord. Waar was uw partij, die zegt dat iedereen erbij hoort in deze stad, zowel bij de voorbereiding, waar we trachtten met zoveel mogelijk partijen op 1 lijn te komen, als bij de presentatie, als bij het ondertekenen? Daar ben ik benieuwd naar. De VOORZITTER: De heer Soytekin.

De heer SOYTEKIN (denk): Dat is heel simpel, want die vraag had ik natuurlijk zien aankomen van de heer Segers-Hoogendoorn, die altijd aangeeft dat hij nooit partijen aanvalt, maar nu opeens wel, maar de afgelopen 4 jaar daar ook goed in is geweest overigens. Dat is raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

305

simpel. Wij kiezen ervoor om geen enkel akkoord te ondertekenen, omdat wij zeggen: wij hebben een verkiezingsprogramma. Daar staat alles in, ook de maatregelen met betrekking tot die gemeenschap om de veiligheid en de emancipatie te waarborgen. Daar is geen akkoord voor nodig. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Dat is misschien in de logica van het partijbureau van DENK allemaal volstrekt logisch, maar voor de stad is het een hele rare boodschap. Waar het mij vooral om gaat, u had het akkoord niet eens per se hoeven ondertekenen, want niemand moet daartoe verplicht zijn. Waar het mij om gaat, is dat uw partij niet eens een poging heeft gewaagd om er samen uit te komen. Daarom noem ik dit voorbeeld, want dit is een van de weinige voorbeelden in deze stad waarbij de organisaties die dit entameren proberen met elkaar te kijken: hoe kun je zoveel mogelijk partijen op 1 lijn krijgen? Als het nu dus gaat om iedereen hoort erbij in deze stad, we hebben het hier over een tamelijk grote gemeenschap die met behoorlijk wat intolerantie te maken heeft in deze stad, die roepen u op: doe met ons mee, denk met ons mee, laten we komen tot een akkoord. U probeert niet eens tot een akkoord te komen. Daar gaat het mij om.

Dus dan zijn uw woorden van iedereen hoort er in deze stad bij niets waard, want het gaat om bepaalde groepen kennelijk en niet iedereen. De VOORZITTER: De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Volgens mij, nogmaals, is een akkoord, wat al dan niet wordt ondertekend, niet per se iets wat aangeeft hoe wij in de wedstrijd staan en of wij wel of niet vinden of iedereen erbij hoort. Iedereen hoort er natuurlijk bij en dat geldt voor alle gemeenschappen. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Afrondend, voorzitter, ik constateer dat de heer Soytekin geen reactie geeft op wat ik zeg. Dat is dus kennelijk omdat hij ook geen reactie heeft, want ik zeg juist: het gaat me niet om dat ondertekenen van het akkoord. Het gaat me erom dat uw partij geen poging heeft gewaagd. U heeft het niet eens geprobeerd. Daarmee zegt u, niet alleen tegen deze gemeenschap, maar tegen alle Rotterdammers: als ik zeg: iedereen hoort erbij, hoeft u dat niet te geloven, want het is niets waard. De VOORZITTER: De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Dat zijn de woorden van de heer Segers-Hoogendoorn, die ook geen vraag stelt. Ik kan er op reageren met mijn eigen bewoordingen dat ik wel vind dat iedereen erbij hoort. Dan kunt u weer roepen dat dat niet zo is en ik weer wel. Daar komen we waarschijnlijk niet uit.

Laten we het zien in de daden die we doen en dat heeft het college de afgelopen periode gedaan. Die strijd voor de veiligheid en emancipatie voor de LHBTQIA+ gemeenschap, daar zullen we ook altijd voor staan. Voorzitter, ik was bij wonen, want daar zijn ook stappen gezet. Er is gestart met de bouw van meer dan 12.500 woningen. Daar zal iedereen ook een mening over hebben of dat wel of niet voldoende is, maar 60 procent daarvan was wel betaalbaar, ruim boven de sociale doelstelling gebouwd en er is ook gestart met veel studentenwoningen. Ook voor de dakloze Rotterdammers is gezorgd voor opvang met wonen, eerst met flexwoningen, en met de opvang voor EU-migranten. Voorzitter, het lijstje kan natuurlijk veel langer, maar het verantwoordingsdebat is misschien ook een moment om vooruit te kijken, want de opgaven zijn niet af. Niet alles wat het college heeft gedaan, zal ongetwijfeld goed zijn. Er zitten ook dingen tussen waarvan je zegt: dat had beter gekund, daar hadden we meer op moeten investeren. Dat zullen we een komende periode ook raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

306

anders moeten doen. Dat geldt vooral voor de automobilist. De automobilist, die steeds meer als paria wordt neergezet en wordt buitengesloten, want mobiliteit moet eerlijk en realistisch zijn. Rotterdam is een werkstad en de automobilist mag, als het aan sommige partijen ligt, het centrum niet meer in. Een volgende stap wordt dus een totaalverbod. Maar er moet ruimte blijven voor die hardwerkende Rotterdammer die een auto nodig heeft. Rotterdammers staan urenlang in de file en vinden vervolgens ook nog eens geen parkeerplek voor hun huis of in de straat. Wat er daarom moet gebeuren, is dat we moeten kijken naar een stadsbrede parkeervergunning. We moeten gaan kijken naar extra bezoekersuren voor senioren en geen onlogische verkeersafsluitingen meer of onwerkbare zero-emissiezones. Ook de Maastunnel moet weer naar 2 banen. Tegelijkertijd moeten we investeren in beter en betaalbaar openbaar vervoer. Rotterdam The Hague Airport blijft belangrijk voor onze internationale en economische positie. Dat betekent het vliegveld moet blijven en waar nodig kunnen uitbreiden. Voorzitter, maar bereikbaarheid gaat niet alleen over asfalt. Het gaat ook over toegang tot kansen. Daar komen we opnieuw bij die gelijke behandeling, want we hebben beleid tegen discriminatie opgebouwd, alleen nu moet het scherper. Want die strijd tegen racisme en discriminatie is nog lang niet voorbij.

Zolang moskeeën worden beklad, moslims structureel als tweederangsburgers worden neergezet, mensen met een andere huidskleur als minderwaardig worden beschouwd en zolang deze raad haatzaaien sponsort, zijn er extra maatregelen nodig. Daarom pleiten wij ook voor meer maatregelen, voor bestuurlijke boetes bij racisme, antisemitisme en islamofobie, voor meer juridische ondersteuning voor slachtoffers van discriminatie, voor financiering voor lessen over slavernij en kolonialisme en voor structurele beveiliging van religieuze instellingen en een specifieke aanpak om moslimdiscriminatie tegen te gaan. De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Ik weet niet of ik het goed hoorde. Het feit dat hij synagogen weglaat, dat die bedreigd worden, dat is prima natuurlijk, maar zei hij dat deze raad haat financiert, daarin bijdraagt? Zei u dat of hoorde ik het verkeerd? De VOORZITTER: De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Dat hoorde u goed. De heer ROSKAM (lr): In dat geval dan ik benieuwd, want schijnbaar beschuldigt u hier nu deze raad ervan dat wij haat financieren in de stad. Dan ben ik benieuwd, wanneer was dat dan? Welke motie of welk beleidsstuk? De VOORZITTER: De heer Soytekin.

De heer SOYTEKIN (denk): Daar zullen wij van mening over verschillen, maar dat ging over het raadsdebat van eind januari, waar ik een motie heb ingediend waar haatzaaiende initiatieven worden gesponsord. De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Sorry, maar kunt u dan man en paard noemen? Welk initiatief hebben wij gesponsord dat haat zaait? De heer SOYTEKIN (denk): Dat gaat over de podcast waarin haat wordt gezaaid en wordt gepolariseerd, waar de gemeente geld aan uitgeeft. De VOORZITTER: De heer Roskam.

raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

307

De heer ROSKAM (lr): Laat maar. Buiten de orde van de raad, maar het zit schijnbaar zwaar. De heer SOYTEKIN (denk): Ik kan er nog uren over doorgaan. Ik weet dat mij de mond is gesnoerd. De heer ROSKAM (lr): U heeft nog 1 minuut 12. De VOORZITTER: De heer Roskam, ik ga over de orde, dus niet u. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Dus ik kan er uren over doorgaan hoor, als dat de wens is. Dat zal ik niet doen omwille van de tijd. Voorzitter, dan de wooncrisis. De wooncrisis is ook nog lang niet opgelost en daarom moet er meer geïnvesteerd worden in betaalbare woningen en moeten de wachttijden voor sociale huur ook omlaag. Leegstand moet actief worden bestreden en er moet voldoende huisvesting zijn voor studenten, ook voor mbo'ers. Dat betekent ook meer inzet op optoppen, splitsen, herbestemmen. We moeten durven kijken naar alternatieve locaties, vooral ook aan de randen van de stad, om daar te kunnen bouwen. Voorzitter, hoewel er ook flinke stappen zijn gezet als het gaat om bestaanszekerheid, staat het natuurlijk nog steeds onder druk. Daarom moeten er ook meer middelen naar armoedebestrijding. Ik ben er ook trots op dat er met DENK in het college een fulltime wethouder is gekomen, maar er is nog meer nodig, meer maatregelen, denk aan meerjarige subsidies voor organisaties die die armoede bestrijden, zodat ze kunnen bouwen aan continuïteit en aan vertrouwen.

Dan, voorzitter, veiligheid, een van de onderwerpen waar niet alle vinkjes op groen staan. Veiligheid is meer dan handhaving alleen. We zien dat er wel meer handhavers zijn in de stad, er is ook meer geld in geïnvesteerd, maar het is meer dan handhaving alleen. Het is ook structurele aanwezigheid van die wijkagent, meer jongerenwerkers op de hotspots, een gemeentelijk cyberteam tegen digitale criminaliteit en meer burgerparticipatie. Want veiligheid begint uiteindelijk bij vertrouwen. De VOORZITTER: Mag ik u erop wijzen dat u door uw reguliere tijd van het verantwoordingsdebat heen bent? U mag uw andere tijd gebruiken. De heer SOYTEKIN (denk): Daar ga ik met mijn collega-raadsleden uitkomen, voorzitter. Het is de laatste vergadering, dus als we ruzie maken, dan komt het vast weer goed. Voorzitter, de komende periode, want ik ga richting het eind, moet scherper, eerlijker en ambitieuzer. Niet scherper om harder te klinken, maar scherper om rechtvaardig te zijn. Niet ambitieuzer voor de statistieken, maar voor de mensen achter die cijfers en voor de Rotterdammers die elke dag vroeg opstaan en deze stad draaiende houden, voor die gezinnen die wachten op een betaalbare woning, voor jongeren die wachten op die gelijke kansen en die ook verdienen en voor de ondernemers die bereikbaar willen blijven, voor diegenen die zich niet altijd gezien of gehoord voelen.

Dat is waar politiek over moet gaan. Nogmaals, 4 jaar geleden werd er getwijfeld en vandaag kunnen we zeggen: er is geleverd. De komende 4 jaar kiezen we opnieuw voor een stad waarin iedereen meetelt, want uiteindelijk zijn wij Rotterdam, voorzitter. Tot slot wil ik ook mijn dank uitspreken aan mijn collega-raadsleden Elika, Naoufal en Rashied. Heel veel dank voor de fantastische samenwerking en natuurlijk onze fractiemedewerkers, alle wethouders en alle collega-raadsleden, waar we soms goede gesprekken mee hebben gehad. Soms ging het ook best ver en hebben we een enorme haat richting elkaar gevoeld, maar het duurde niet altijd erg lang. Dank u wel. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Ik stel voor dat wij doorgaan met het debat, dat we eerst de sprekers doen voor de eerste termijn van de zijde van de raad en dat we dan vervolgens de zijde van het college doen, dus dat we de sprekers doorzetten. De heer Vonk heeft nu het woord.

raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

308

De heer VONK (cu): Voorzitter, het verantwoordingsdebat is al snel een uitnodiging aan de coalitie om te vertellen wat er allemaal goed is gegaan de afgelopen periode en een uitnodiging aan de oppositie om te vertellen wat er allemaal mis is gegaan. Ik zal proberen deze verleiding vandaag te weerstaan. Dat is best lastig, want het college heeft natuurlijk af en toe wel aanleiding gegeven om eens flink los te gaan. Maar vandaag een ander verhaal. Ik wil beginnen met een verhaal dat onze stad zelf aan ons vertelt, een verhaal van ruim 2 generaties geleden. Het is het verhaal van Jan Bakker. Jan Bakker werd in 1940 geroepen vanuit Friesland naar Rotterdam te komen om de stad te verdedigen tegen de inval van de Duitsers. Hij en zijn kameraden vochten voor vrede en recht in onze stad, op een steenworp afstand van hier. Ze hielden stand tot het bombardement. Het gebouw waar Jan Bakker zich in bevond, stortte in en hij kwam onder het puin terecht. Het is door de zorg en de liefde van zijn kameraden dat hij werd gered en het overleefde. Sterker nog, hij gaf het leven door. Na de capitulatie keerde hij terug naar Friesland en een jaar later kreeg hij een dochter. Dertig jaar later kreeg zij een zoon, die hier nu staat achter het spreekgestoelte, op een steenworp afstand.

Zo leert dit verhaal ons niemand is zelfredzaam, maar we hebben ons leven te danken aan de zorg en de liefde van anderen. Zo is het ook in ons persoonlijke leven, maar zo is het ook in het besturen van deze stad. Niemand is daarin zelfredzaam. We moeten het samen zien te redden. In de politiek zijn we geneigd om wat er goed gaat aan onszelf toe te schrijven en voor wat er niet goed gaat naar de ander te wijzen. We kunnen ons op de borst slaan als het gaat om de realisatie van woningen, zonder dat we ook maar 1 huis zelf hebben gebouwd. We kunnen de wooncrisis en maatschappelijke problemen met elkaar veroorzaken en vervolgens toeschrijven aan mensen die zijn gevlucht voor oorlog en geweld. Maar laat dit juist het moment zijn dat we erkennen dat we niets bereiken als het niet samen is met al die mensen, gemeenschappen, organisaties en initiatieven die onze stad rijk is. Een voorbeeld dat dit duidelijk laat zien, de ontwikkeling van wijkraden en dorpsraden. Er zijn in deze periode goede stappen gezet, maar dat is vooral te danken aan al die Rotterdammers die zich daarvoor hebben ingezet door iedere week opnieuw te vergaderen, bij elkaar te komen, acties te organiseren en samen de schouders eronder te zetten, door erin te geloven dat ze als burgers van deze stad, van hun stad, een verschil konden maken, gesteund door kundige en trouwe ambtenaren.

Er waren ook raadsleden die de ontwikkeling kritisch volgden, vragen stelden, aanmoedigden en positief ondersteunden en met eigen verbetervoorstellen kwamen. Er was ook een wethouder die liet zien dat hij de wijkraden en de dorpsraden serieus nam, regelmatig aanwezig was, beloftes nakwam en bestuurlijke steun gaf. We hebben het samen gedaan. Verder, waar waren we als stad geweest zonder de docenten, de schoolbesturen, de wijkagenten en de wijkbouwers, de ondernemers en de kunstenaars, projectontwikkelaars en filantropen, zorgpersoneel en ervaringsdeskundigen, vrijwilligers, de verenigingen en de kerken? We hebben eindelijk een opvang voor arbeidsmigranten, maar niet zonder de passie en professionaliteit van veldwerkers, maatschappelijke organisaties, de verslavingszorg en een aantal kanjers van ambtenaren. Zo kan ik doorgaan. De lijst is eindeloos van voorbeelden waar Rotterdammers vanuit zorg en liefde de mouwen hebben opgestroopt en we met elkaar goede dingen hebben bereikt. Voorzitter, we hebben ook gefaald en meerdere zaken zijn vandaag al benoemd, maar de voor de ChristenUnie het meest in het oog springende is de sluiting van de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen, de LVV.

Een smet op deze coalitie, omdat het niet eens de wens was van de meerderheid van de raad om dit te doen, maar alleen mogelijk werd omdat de helft van de coalitie zich niet uitsprak, maar dit punt opofferde aan iets wat zij als een groter goed beschouwde. Maar ook daarin stonden we samen aan de lat. Het is te prijzen dat de kritiek vanuit de stad en de raad stevig was en nooit is verstomd. Voorzitter, het is ook een opdracht aan de volgende raad om deze fout ruimschoots goed te gaan maken, want de beschaving van onze stad wordt afgemeten aan hoe we omgaan met de meest kwetsbaren en of er ook voor hun zorg en liefde is. Zorg en liefde. Voorzitter, vanuit de katholieke traditie is ons een lied gegeven dat bekend staat als het ‘Ubi Caritas’. De eerste regel luidt: “Ubi caritas et amor, Deus ibi est.” Vrij vertaald: daar waar zorg is en liefde, daar is God. Wat was het een voorrecht om een aantal jaren raadslid te mogen zijn en overal in de stad een glimp van die God te mogen zien, in de raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

309

ontmoeting met mensen die met zorg en liefde voor elkaar klaarstaan, opkomen voor een wijk, zich verenigen in een buurtinitiatief, vanuit de kerk, eten en kleding uitdelen of bij de zieke buurvrouw op bezoek gaan. De VOORZITTER: De heer Becker. De heer BECKER (vvd): Dank u wel, voorzitter. We horen een mooi betoog van de ChristenUnie over liefde, over naastenliefde, over de zwakkeren in deze stad. Zo kennen we de heer Vonk ook, maar net wordt DENK hier flink kritisch bevraagd over het niet ondertekenen van het Roze Stembusakkoord en de ChristenUnie heeft dat ook niet gedaan. Dus mijn vraag aan de heer Vonk is: waarom heeft u dat niet gedaan? Want dat zijn ook groepen die het af en toe zwaar te verduren hebben. Dus graag reactie daarop. De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter. Dan moet ik even schakelen naar campagne. Ik sta zelf niet zo in de campagne modus, sommige andere raadsleden wel. Dat hebben we overigens in goed overleg gedaan, ook met de organisatie. Wij zijn zeer intensief betrokken geweest bij de voorbereiding op het Stembusakkoord en hebben toen ook in samenspraak met de organisatie besloten om niet te tekenen. Helaas konden we niet aanwezig zijn op deze avond, ook vanwege een sterfgeval van iemand in de nabijheid van ons, en dat is ook gecommuniceerd.

Dat daar later een punt is van gemaakt door andere politieke partijen, daar vindt de organisatie zelf ook wat van. Die hebben daar in ieder geval een partij op aangesproken. Maar, voorzitter, wij hebben aangegeven, en die reactie is overigens ook op LinkedIn nu te lezen, dat wij altijd achter de veiligheid en de gelijke behandeling van mensen uit de LHBTI-gemeenschap hebben gestaan en dat er ook in ons verkiezingsprogramma een heel aantal voorstellen staan om dat te gaan doen en te blijven doen. Daarvoor hebben wij geen Stembusakkoord nodig. Dat was de conclusie die wij hebben getrokken. De VOORZITTER: De heer Becker. De heer BECKER (vvd): Er wordt door de heer Vonk nu omheen gedraaid. Kortom, u staat niet achter dat Roze Stembusakkoord. U ondertekent dat niet. U onderschrijft niet de zaken die erin staan ten behoeve van de Rotterdamse LHBTQIA+ gemeenschap. Dat is de conclusie. De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, net als in de vorige periode, toen er ook een stembusakkoord was, hebben we ook intensief met de organisatie gesproken. Ook toen stonden er inderdaad voorstellen in waarvan we zeiden: dat gaat ons op dit punt net te ver. Vraag me nu niet wat het punt was, want dat weet ik eerlijk gezegd niet, want daar waren andere politici bij betrokken.

Maar wij hebben gezegd, omdat op een aantal punten dat niet is, staan wij nog steeds achter de doelstellingen van het Stembusakkoord. Daar kunt u ons altijd op aanspreken en daar hebben we ook altijd voor gestaan, maar niet in alle voorstellen. Laten we niet hier een soort hetze gaan creëren alsof elke politicus zijn handtekening moet gaan zetten onder iets wat wordt voorgesteld. Want als we zo met elkaar omgaan, denk ik dat we niet een goede sfeer hier in deze raad houden met elkaar. De VOORZITTER: De heer Vonk, u vervolgt uw betoog. De heer VONK (cu): Voorzitter, ik mocht een glimp zien van de God in onze stad, in de ontmoeting met mensen, maar ook in de ontmoeting met maatschappelijke organisaties en sociale ondernemers die hun talenten en creativiteit inzetten voor een betere stad. Ook hier in deze zaal, waar raadsleden ieder vanuit eigen perspectief, vaak met goede intenties, zich raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

310

met zorg en liefde voor Rotterdam hebben ingezet en een college met bestuurders die hun beste tijd gaven aan de ontwikkeling van onze mooie stad. Tegen jullie zeg ik: dank dat ik jullie mocht leren kennen en een tijdje onderdeel mocht zijn van het hart van de Rotterdamse democratie. Voorzitter, ik rond af. Er was een tijd dat mensen werden geroepen, soms zelfs helemaal uit Friesland, om te vechten voor de vrijheid en het recht in onze stad, op een steenworp afstand van hier. Wat een voorrecht dat wij dat nu mogen doen in deze zaal in alle vrijheid. Niet met wapens, maar met woorden en ideeën. Als we dan terugkijken op deze 4 jaar, is dan dit niet de kern? Met alles wat we hebben bereikt en waarin we hebben gefaald, we hebben het samen gedaan. Niemand was zelfredzaam, maar we hebben het wel weer 4 jaar samen gered. Godzijdank. De VOORZITTER: Hartelijk dank, mijnheer Vonk. Dan is nu het woord aan de heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Voorzitter, iedereen heeft trek, ik ook, dus ik zal proberen het kort te houden. Voorzitter, er is al veel gezegd. De vernietigende column van Carrie afgelopen zaterdag in het AD zal ik hier maar niet voorlezen, want die ging ook over dit verantwoordingsdebat. Gelukkig zijn er nog 11 Rotterdammers trots op dit college. Ze staan glunderend op de foto op pagina 5. Het lijken 9 wethouders en 2 burgemeesters.

Eén is natuurlijk de gemeentesecretaris, maar daar zullen we het hier niet over hebben. De ambtenaren leggen hier geen verantwoording af. Ik weet dat de Rotterdamse ambtenaren ook deze 4 jaar hard gewerkt hebben om er het beste van te maken, maar helaas, de sturing ontbrak. Daarom ging het alle kanten uit en dobberden we slechts mee op de woelige baren van de geopolitiek en het gestuntel in Den Haag. Het kon zoveel beter, maar u deed het niet, want u wist niet of u dat wel wilde. Bij uw start 4 jaar geleden straalde u al weinig ambitie uit. Uw targets waren minimaal en vooral doorgaan met waar het vorige college mee begonnen was. Een collegeprogramma van 65 pagina's dik met steeds de zin: we gaan door met dit en we gaan door met dat, enzovoorts. Wat zegt de Rekenkamer over die 15 minimale targets? Zes voldoende, 5 bijna voldoende 4 zwaar onvoldoende. Een magere 6 dus, zeg ik tegen de heer Roskam, als je het uitrekent voor een college dat zelf zesjes meer dan genoeg vindt. Het systeem van afrekenbare doelen, ooit uitgevonden in 2002, is op zich zo gek nog niet, maar het blijft natuurlijk ook appels met peren vergelijken. Met het groen gaat het goed, maar met de veiligheidsbeleving helemaal niet. Met de wijkraden gaat het steeds beter, maar met de rotzooi op straat is het nog steeds een puinhoop.

Ondanks vele inspanningen blijft het aantal mensen in de schuldhulpverlening en de bijstand schrikbarend hoog. De mensonwaardige toestanden rondom kinderen op die boot De Silja duurt maandenlang door en wordt telkens weer voor jaren verlengd. Hier om de hoek bij de Pompenburg zag ik vanochtend een man in een slaapzak buiten slapen. Rotterdam leefbaar? Rotterdam mensonwaardig, zeggen mijn buren. Leuk die targets, maar ik zou benieuwd zijn naar een soort van burgertevredenheidsonderzoek. Welk rapportcijfer zou dit college van de Rotterdammers krijgen? Misschien iets voor het AD of het Rijnmond om dat eens te onderzoeken. Over 3 weken kunnen ze dat een beetje via hun stembiljet aangeven, maar helaas vrees ik dat de opkomst waarschijnlijk nog lager zal zijn dan 4 jaar geleden. Twee derde van de kiezers blijft thuis en zeker in de volkswijken gaat nauwelijks een kwart van onze burgers naar de stembus. Rotterdammers eerst? Nee. Ze zeggen: we moeten eerst nog naar ons moeder en we moeten ook nog boodschappen doen. Trouwens, ze doen toch waar ze zin in hebben. Alles is allang besloten door de hoge heren. Het maakt niets uit of je door de hond of door de kat gebeten wordt. Dat is wat we deze week horen op de markt bij de bakker, de supermarkt en aan de deur. Veel te veel Rotterdammers zijn afgehaakt en dit college heeft daar geen verandering in gebracht.

Deze gemeenteraad helaas ook niet. Vier jaar lang zaten we hier met elkaar gevangen in de kramp van dit college en haar coalitie van de onmacht. Geen samenhangende visie, geen echte doelen op doorbraak van pijnlijke dossiers, veel te lage ambities, want de angst om te ontsporen regeerde bij de partijen Leefbaar, DENK, VVD en D66. Als je het stemgedrag, het wordt netjes bijgehouden door de griffie, je kan het allemaal zien op internet, van de individuele raadsleden op de inmiddels duizenden, voorstellen en raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

311

amendementen van de afgelopen jaren bekijkt, dan stemt de oppositie gemiddeld voor 85 procent voor en de zogenaamde coalitiegenoten hooguit 50 procent en meestal tegen, want voor stemmen mag niet van het college. Als je het ene toelaat, dan wil de ander ook wat. Resultaat? Stilstand en tegen de burgers zeggen: zoek het zelf uit. Hoe kan het ook anders als iedereen zich laat meeslepen door de VVD en D66, een soort VVD light? Twee marktfundamentalistische partijen, die alles aan de markt over willen laten. Voeg daar Leefbaar en DENK aan toe, 2 conservatieve volkspartijen met maar 1 doel: wij willen ook meedoen, en dan krijg je dus de kramp en de nietszeggende politiek van de afgelopen 4 jaar. Mensen maken de stad en gelukkig gaan de Rotterdammers inderdaad door, ook als er een college zit dat nauwelijks iets wil, omdat ze onderling niet weten wat ze samen zouden moeten willen. Dankzij die hardwerkende Rotterdammers leeft de stad, maar zijn er nog steeds veel te veel Rotterdammers bezig te overleven. Er is een schrikbarend woonruimtetekort, terwijl er 17.000 woningen leegstaan. Neem die woningbouwtarget. Een magere 3125 per jaar was het doel en in de tijd dat in 020 het dubbele werd behaald. De start van de bouw van die 12.500 is dan nipt gehaald, terwijl we de flexwoningen niet mee zouden tellen.

Er is 3185 sociaal bijgekomen, terwijl de afgelopen 10 jaar veel sociaal gesloopt is en er netto nauwelijks een sociale huurwoning is toegevoegd. Wel 1612 woningen in het topsegment naast 28 hele dure woningen, waarvan iedereen weet dat er honderden leegstaan. Dure skylofts die louter als belegging zijn aangeschaft en meestal leeg staan, omdat de eigenaren al 5 andere woningen hebben, verdeeld over Parijs, New York, Singapore en Dubai en D66 niet bereid is de poorten te sluiten voor deze gelukszoekers. De SP wil weer bouwen voor de buurt. Bij elk nieuwbouwproject van meer dan 100 woningen minstens 40 procent sociaal, 40 procent midden en hoogstens 20 procent duur. Dat topsegment hoeft voor ons helemaal niet meer gebouwd te worden. Daar hebben we inmiddels al te veel van. Net als in Wenen, daar bouwen ze ook al jaren 80 procent voor de gewone, hardwerkende mensen. Dat kon in Rotterdam 100 jaar geleden, zeg ik tegen mevrouw Maassen, en dat kunnen we nu ook weer, als we dat willen. Dat konden we toen organiseren met de mensen onder elkaar, om Tuindorp, Vreewijk, Heijplaat en al die anderen te bouwen. Dat kunnen we nu ook weer als we de schouders er samen onder zetten. Voorzitter, zo zou ik nog uren kunnen doorgaan. Bij elke target zou ik kunnen aangeven waar het zoveel beter had gekund, maar dit college dat niet heeft gedaan.

Bij het openbaar vervoer, bij de jeugdzorg, de duizenden thuiszitters, de bankslapers, de groeiende eenzaamheid onder ouderen, maar ook veel alleenstaande jongere mensen. De tweedeling is gegroeid. Dit college keek ernaar, maar constateerde veel te vaak dat ze er ook aan kon doen. Geen visie, wel kramp. De hoogste tijd dat dit krampcollege het stokje gaat overgeven. Dan niet weer aan de VVD, want in hun flyer is er alleen maar plaats voor mensen die werken, geen kinderen, geen ouderen, geen mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt, geen asielzoekers die wel willen werken, maar van de VVD niet mogen werken. De VVD ziet half Rotterdam niet staan. In hun flyer stopt de bouwproductie ook in 2024. Waarom, dat weet ik niet. Maar kijk hun flyer en de grafieken erop. 2024, daarna geen huis meer erbij. Kortom, een partij die met oogkleppen op de helft van de Rotterdammers overslaat, moet zelf maar weer eens een beurt overslaan, als het aan de SP ligt. Op naar een coalitie zonder VVD. De SP heeft honderden concrete voorstellen in ons programma, ik ga ze hier niet opnoemen, over betaalbaar wonen, over menswaardige zorg, over openbaar vervoer en over betaalbare cultuur en sport voor jongeren. Een betaalbaar Rotterdam, het kan wel. Laten we dat dan doen voor de buurt, door de buurt. Samen staan we sterk.

Natuurlijk wil ik ook al onze medewerkers, Shirley, Pablo, Floor en Gabriel, de burgerraadsleden, Tom, Emin en Just, bedanken en ik wens ze veel succes wanneer zij op 1 april mijn stokje overnemen. De VOORZITTER: Dank u wel, de heer Coşkun. Dan is nu het woord aan de heer SegersHoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Dank voorzitter. Ik ben in 1 keer een stuk eerder aan de beurt als je allemaal van die afsplitsingen in de raad hebt. Ik ga ook, net als de heer raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

312

Vonk terecht zei, proberen, hij deed dat overigens, weet ik nu al, veel beter dan ik, niet alleen aan te vallen op de coalitie en dit college, maar wat ik ga proberen te doen, is mijn kritiek te vertalen in wat het CDA vindt dat het stadsbestuur had moeten doen. Want het kan en het moet anders. Als ik bijvoorbeeld kijk, voorzitter, naar Leefbaar en wethouder, en tevens lijsttrekker, Buijt, die vorige week nog zei dat er torenhoge kosten zijn van enkele kinderen in de jeugdzorg, dan zeg ik: je bent ook veel te laat begonnen met investeren in de sociale basis, in preventie, in de samenleving. Mentoring programma's, die bewezen effect hebben op zaken zoals onderwijsprestaties, minder drugs- en alcoholgebruik, minder kans op een carrière in de criminaliteit, zijn in deze collegeperiode de nek omgedraaid. Dat kan anders. Als ik kijk naar DENK, dan zie ik vooral bestuurlijke instabiliteit. Maar liefst 3 wethouders verslijten op die zo enorm belangrijke portefeuille armoede en een wethouder samenleven die zegt initiatieven van onderop te steunen, maar vergeet echt te besturen op het moment dat de middelen voor diezelfde sociale basis worden wegbezuinigd. Dat kan anders.

Als ik kijk naar de VVD, dan zie ik dat er met incidentele middelen tijdelijk een schoonoffensief wordt geïnitieerd, terwijl de stad daar niet daadwerkelijk schoner van wordt en, belangrijker nog, de structurele investeringen uitblijven. Dan zeg ik: dat kan anders. Ten slotte, voorzitter, als ik kijk naar D66 en een wethouder zie die het stuur overduidelijk niet in handen had toen essentiële ontwikkelingen van cultuurdragers in de stad te maken kregen met tegenslag, ik noem het omvallen van de SKVR muziekschool en de vertraging van de opening van het Nederlands Fotomuseum, dan zeg ik: dat kan echt anders. Het moet ook anders, voorzitter, en snel. We moeten werken aan de stad van de toekomst, een stad met een sterke sociale basis, waarin je ook echt investeert. Een gemeente die maatschappelijke initiatieven echt helpt door naast initiatiefnemers te gaan staan, soms te helpen met wat geld, soms met een dak boven het hoofd en soms simpelweg met een lijntje naar het juiste loket. Een stad, voorzitter, met een haven die klaar is voor de toekomst, omdat die steeds duurzamer wordt. Daar hebben we Den Haag en Brussel juist voor nodig. Dat is iets heel anders dan trots zijn op dat je niet buigt voor Den Haag. We hebben bestuurlijke daadkracht en stabiliteit nodig in deze stad.

Niet alleen de eigen speeltjes voor de korte termijn, omdat de verschillen simpelweg niet overbrugd kunnen worden, maar bestuurders die visie hebben voor de lange termijn. Want onze stad is te groot, te mooi en te belangrijk om in deze zaal eendagsvliegen te zijn. Het kan anders, voorzitter, en het CDA wil daar verantwoordelijkheid voor nemen. We hebben dat onder andere gedaan de afgelopen periode door de kar te trekken en te komen tot een woonakkoord, door ambtenaren niet onnodig overuren te laten maken door een motiediarree, maar door alleen voorstellen te doen als ze ook echt een verschil kunnen maken, zoals ons gezamenlijk initiatief, met bijvoorbeeld GroenLinks, voor een gezonder Rotterdam door rookvrije terrassen door een status apart af te dwingen voor de woningmarkt in onze kleine kernen, door middelen veilig te stellen voor de digitale weerbaarheid van onze stad. Dat zijn een paar voorbeelden. Voorzitter, afsluitend, als CDA hebben wij vaak de afgelopen 4 jaar de hand uitgestoken naar deze coalitie, maar we hebben vaak niet gevonden helaas. Veel vaker nog hebben we die uitgestoken hand vanuit de kant van de coalitie juist gemist op hun initiatief om breder draagvlak te vergaren. Dat kan echt anders en het moet anders. Deze stad heeft een stadsbestuur nodig met een langetermijnvisie op onze mooie stad, stabiele bestuurders met daadkracht. Na 18 maart kan het gelukkig.

De VOORZITTER: Dank u wel, de heer Segers-Hoogendoorn. Dan is nu het woord aan de heer Oostdijk. De heer OOSTDIJK (fvd): Voorzitter, vandaag spreken wij over 4 jaar bestuur van onze stad en dat doe ik met een dubbel gevoel. Enerzijds met dankbaarheid dat ik deze 4 heb mogen meemaken, dat ik waardevolle verbindingen heb kunnen leggen en dat mijn fractie, ondanks onze beperkte mankracht, toch enkele veranderingen in gang heeft kunnen zetten. Anderzijds met het besef dat dit instituut niet alleen een bestuursorgaan is, maar ook een leerschool, waarin ervaring, inzicht en overtuiging in de praktijk worden gevormd. Met gepaste trots kan ik zeggen dat wij met enige regelmaat bruggen hebben kunnen slaan. Al waren het wellicht raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

313

geen bruggen van het formaat nieuwe stadsbrug, hebben wij steeds over de grenzen van links en rechts heen het gesprek gezocht en vonden wij elkaar meermaals, waar dat mogelijk was. Niet omdat wij het altijd met alles eens waren, maar omdat het belang van Rotterdam en de Rotterdammers voor ons steeds leidend was. Voorzitter, 4 jaar waarin verantwoordelijkheid is gedragen. Vier jaar waarin besluiten zijn genomen die onze stad direct en indirect hebben beïnvloed. Vier jaar waarin politieke keuzes richting hebben gegeven aan beleid en prioriteiten. Het past deze raad om daar met ernst en zorgvuldigheid op terug te kijken. Tegelijkertijd dwingt deze terugblik ons tot het maken van keuzes, omdat het onmogelijk is om vandaag de volledige raadsperiode in alle facetten te behandelen. Laat ik beginnen met enkele zaken die erkenning verdienen. Op het terrein van vergroening zijn zichtbare stappen gezet. Kwaliteit van delen van de buitenruimte zijn verbeterd. Dat is van waarde voor de leefbaarheid van onze stad en verdient waardering. Ook de stijging van de sportdeelname in een sterk digitaliserende samenleving is een positieve ontwikkeling. Complimenten aan de wethouder. Het terugdringen van een aantal inwoners in de bijstand blijft een mooi resultaat, ook al is de doelstelling niet volledig gehaald.

Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat nieuwe instroom, zoals bijvoorbeeld nieuwe Rotterdammers zonder werkperspectief, direct afhankelijk wordt van de bijstand. Het programma Wijk aan Zet heeft laten zien dat wanneer bewoners daadwerkelijk worden betrokken, het vertrouwen in de lokale democratie groeit. Het is van belang dat deze ontwikkeling wordt voortgezet en dat de afstand tussen wijk en raad verder wordt verkleind. Voorzitter, waar resultaten zijn geboekt, past erkenning, maar een evenwichtige beoordeling vraagt ook dat wij benoemen waar doelstellingen niet of onvoldoende zijn gerealiseerd. Veiligheid, steevast benoemd als prioriteit nummer 1, blijft voor veel Rotterdammers een punt van zorg. Wanneer de ervaren veiligheid achterblijft bij de bestuurlijke ambitie, vraagt het om reflectie en een hernieuwde focus. Ook op het terrein van mobiliteit en verkeersveiligheid is spanning zichtbaar tussen de beleidsvoornemens en de dagelijkse praktijk. Een stad als Rotterdam kan zich niet veroorloven om vast te lopen. Bereikbaarheid is geen bijzaak, maar een randvoorwaarde voor economische vitaliteit, vrijheid van beweging en het functioneren van onze stad. Op het gebied van wonen zien wij ontwikkelingen die vragen oproepen over balans en samenstelling. Een sterke stad vraagt om een evenwichtige groei, sociaal en economisch. Rotterdam floreert bij balans.

Klimaat- en energiebeleid illustreert bij uitstek hoe politieke keuzes doorwerken in de samenleving. Gestelde doelstellingen zijn in belangrijke mate gerealiseerd. Tegelijkertijd zijn de maatschappelijke en economische gevolgen onderwerp van zorg en debat gebleven. Ambitie alleen is niet voldoende. Bestuur vereist een zorgvuldige afweging tussen doelstelling, draagvlak en uitvoerbaarheid. Voorzitter, naast resultaten en tekortkomingen is er een derde dimensie die aandacht verdient. Vertrouwen. Bestuur ontleent zijn gezag niet alleen aan bevoegdheden, maar aan draagvlak. Wanneer lasten stijgen en inwoners tegelijkertijd ervaren dat basisvoorzieningen onder druk staan, ontstaat spanning. Het is aan het bestuur om die spanning te erkennen, serieus te nemen en zich daarover helder te verantwoorden. De inzet van publieke middelen moet steeds worden getoetst aan de kernvraag. Draagt dit bij aan de primaire opdracht van de gemeente, het waarborgen van veiligheid, leefbaarheid, bereikbaarheid en bestuurlijke betrouwbaarheid? Voorzitter, uiteindelijk is dit alles terug te voeren op politieke keuzes. Geen enkel college kan alles tegelijk. Prioritering is onvermijdelijk. Deze collegeperiode kenmerkte zich door een duidelijke nadruk op klimaatbeleid, mobiliteitstransitie en maatschappelijke programma's.

Dat is een legitieme politieke keuze, maar iedere keuze betekent ook dat andere zaken minder prioriteit krijgen. Juist daarover moet het politieke debat worden gevoerd. De conclusie van mijn fractie is dan ook dat de komende bestuursperiode in eerste plaats gericht moet zijn op het versterken van die basis. De stad functioneert duurzaam wanneer haar fundament op orde is, wanneer veiligheid vanzelfsprekend is, wanneer bereikbaarheid geen belemmering vormt, wanneer lasten in verhouding staan tot prestaties, wanneer bestuur voorspelbaar en betrouwbaar is. Pas vanuit die stabiliteit kan verdere ambitie verantwoord worden opgebouwd. Voorzitter, 4 jaar lang hebben we geprobeerd onze rol met ernst en overtuiging te vervullen, kritisch waar het nodig was, constructief waar het mogelijk was, raadsvergadering van 26 februari 2026

Notulen pagina

314

altijd met Rotterdam en haar inwoners voor ogen. Het politieke ambt is geen bezit, maar een tijdelijke verantwoordelijkheid. In die wetenschap zal ik mijn verantwoordelijkheid overdragen aan de volgende generatie. Sommigen hebben met die generatie al kennisgemaakt, althans, dat meen ik te hebben gelezen in de immers standvastige en betrouwbare media. Laat 1 ding helder zijn. De een is de ander niet. Politieke verantwoordelijkheid is persoonlijk en wordt steeds opnieuw ingevuld. Voorzitter, mijn fractie wil de nieuwe raad het volgende meegeven. Breng de fundamenten op orde voordat nieuwe ambities worden ontplooid. Versterk het vertrouwen en zorg dat Rotterdam schoon, veilig, bereikbaar, betaalbaar en bestuurbaar blijft en bouw van daaruit verder aan onze stad. Dat is de verantwoordelijkheid die wij gezamenlijk dragen. Tot zover. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Oostdijk. Dan is nu het woord aan de heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (gvdv): Dank u, voorzitter. Ik ga het toch maar proberen. Laatste raadsvergadering en die kans laat ik natuurlijk niet voorbijgaan. Natuurlijk is het belangrijk om terug te kijken, maar als we hier alleen blijven hangen in wat goed ging en wat fout ging, dan doen we onze inwoners tekort. Onze inwoners verdienen geen debat over het verleden alleen, zij verdienen een verhaal over de toekomst.

Zo een verantwoordingsdebat is elke keer hetzelfde. Coalitiepartijen wijzen erop wat ze goed hebben gedaan, oppositiepartijen wijzen er weer op wat fout is gegaan. Zo oud als de weg naar Kralingen. Oppositie voeren is makkelijk als je alleen maar wijst naar wat fout ging en besturen is makkelijk als je alleen maar wijst naar wat goed ging. Ik heb dan ook geen behoefte om hier weer uren te gaan bomen over de prestaties van een college. Ik heb daar vandaag geen zin in. Maar laat ik wel zeggen dat ik de combinatie van partijen in dit college uitdagend vond en ook moedig. Maar laat ik het hebben over wat wij hebben bereikt in de afgelopen periode. Dat vind ik veel interessanter. Als ik dat allemaal ga opsommen, wat onze fractie bereikt heeft, dan zitten we hier over een paar weken nog. Dus laat ik dat maar niet doen, ook vanwege mijn stem. Maar waar ik wel trots op ben, is dat dat dierenwelzijn nu serieus wordt genomen in deze gemeenteraad. Dierenwelzijn staat nu bij heel veel partijen op de agenda. Hoe mooi is dat? Ook een compliment dat de ambtenaren, die zich bezighouden met het dierenwelzijn, nu nog dierenwelzijn opnemen in de begroting. Voorzitter, dieren zijn mijn vrienden en wie eet er zijn vrienden op? Ik doe dat in ieder geval niet, maar wat we ook hebben bereikt, is dat mensen steeds meer gaan nadenken wat ze op hun bord hebben liggen. Ik heb het vaker gezegd.

De klimaatcrisis ligt op je bord en je mes en vork zijn je wapens om er iets tegen te doen. De dieren zijn je ook nog eens dankbaar. Voorzitter, afgelopen dinsdag, u hoort het, ging ik naar een concert van de zanger Morrissey in de Doelen. De zaal was volledig uitverkocht en Morrissey had als eis gesteld dat de hele Doelen vlees- en visvrij moest zijn. Anders kwam hij niet. De Doelen, die deed dit. Een woordvoerder zei bij OPEN Rotterdam: een dag geen vlees en geen vis, dat is toch niet het einde van de wereld? Dat klopt ook. De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen heeft er een vraag over. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter dank. U gaf net aan wat u allemaal bereikt had en ik zat te bedenken wat dat dan allemaal moest zijn. Dus ik zou willen vragen of u dat kunt meegeven, maar aangezien uw stem niet zo goed is, mag het ook schriftelijk hoor. Ik wil niet nog meer van uw kostbare stem stelen. De heer VAN DER VELDEN (gvdv): Ik vind het toch heel wat dat dierenwelzijn hier op de agenda staat en dat andere partijen dat overnemen was ook de bedoeling. Een beetje een voortrekkersrol. Ik had zoveel. Dat daklozen een hond mee mogen nemen naar de nachtopvang, het lobbyregister, noem maar op. Ik kan nog wel weken doorgaan, maar dat ga ik niet doen. Maar, voorzitter, “Zolang er slachthuizen zijn, zullen er ook slagvelden zijn.” Een uitspraak van de schrijver en filosoof Lev Tolstoj.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=658c7c9b-0cdd-4236-8902-71278dc65847