20260226- Notulen van de raadsvergadering van 26 februari 2026
Tekst van het document
De gemeente moet het initiatief naar zich toetrekken en de haven, het Rijk, de provincie, onderwijsinstellingen en alle andere relevante partners bij elkaar brengen. Wij vinden het zonde dat hier in 4 jaar tijd nauwelijks beweging in is gekomen, want dit kan. Kijk naar Eindhoven, Brainport. Daar is het voorbeeld van hoe structureel investeren in toekomstbestendige en dus duurzame industrie en samenwerkingsverbanden vruchten afwerpt. We dienden daar al een voorstel voor in, maar die haalde het helaas niet. Maar zo zorg je voor de groene haven en groene banen van de toekomst in Rotterdam. Dan bestuurlijke samenwerking. We hebben een burgemeesterswissel meegemaakt en hebben in burgemeester Schouten eindelijk onze eerste vrouwelijke burgemeester van Rotterdam ooit gevonden. Daar zijn wij ontzettend blij mee. Ook hebben we maar liefst 6 wissels van wethouders gezien. Daar werden Rotterdammers niet beter van helaas. Vat het niet persoonlijk op, met ieder van u kan ik goed een bakkie doen, maar de werkwijze van dit college was vaak dichtgetimmerd en krampachtig. In begrotingen was geen euro te verschuiven. Twee keer dienden GroenLinks en PvdA samen een tegenbegroting in, om te laten zien dat de miljoenen ook ingezet kunnen worden voor meer betaalbare woningen, behoud van sociale organisaties, permanente winteropvang, zodat dakloze mensen niet langer op straat hoeven slapen.
Maar goede ideeën van Rotterdammers werden vaak niet gehoord. Ik wil het college ook vragen hoe ze daarop terugkijken, op die samenwerking met de raad, de coalitie, de oppositie en of dat de komende periode wellicht op een aantal manieren verbeterd kan worden. Natuurlijk is er ook samengewerkt. We zien positieve noten. We sloten samen een woonakkoord, zijn als raad gestart met de traditie van Internationale Vrouwendag, regelden samen dat armoedegeld behouden bleef voor studenten met schulden. We streden met oppositiepartijen zij aan zij voor een menswaardig bestaan voor ongedocumenteerde Rotterdammers in onze stad. Dat willen we ook blijven doen. Wij hebben, voorzitter, tot slot, de afgelopen jaren talloze gesprekken gevoerd met de mensen die onze stad en gemeenschappen vormen. We hebben gezien dat er zoveel kracht en energie in de stad zit. We hebben gestreden voor de sterke wijken, waar mensen elkaar kunnen vertrouwen, maar er zijn helaas veel kostbare sociale voorzieningen afgebroken deze periode. Wij willen een zorgzame stad, waar we samen de schouders eronder kunnen zetten en Rotterdammers, die het wat minder hebben, erop kunnen vertrouwen dat de gemeente er voor ze is. Samen staan we sterker. Dat geeft energie en daadkracht, die ik de afgelopen 4 jaar heb gevoeld met dit geweldige team van raadsleden.
Lieve Mina, Marvin, Larissa, Stephan, Judith, Sigrid en al onze geweldige medewerkers, dank. Als GroenLinks en PvdA geven we die energie van de sociale duurzame raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
283
toekomst komende verkiezingen samen vorm door als GroenLinks-PvdA gezamenlijk verder te gaan. Want, beste Rotterdammers, na dit hele verhaal zal het jullie duidelijk zijn dat op 18 maart de enige keuze voor sociaal en links beleid GroenLinks-PvdA is. Dank. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan geef ik nu het woord aan de heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Voorzitter, vandaag voeren we het verantwoordingsdebat van een college dat 3,5 jaar geleden begon onder het motto Eén Stad. Een periode waarin veel is gebeurd. We overleefden samen 2 kabinetten, namen afscheid van collega's, die doorgroeiden naar Den Haag als staatssecretaris, minister of omdat ze betrapt werden met de verhuur van schimmelpandjes. Het verschil moet er zijn. We dienden honderden moties in, amendementen ook. Soms eensgezind, soms scherp in het debat, maar altijd met de bedoeling om de stad beter te maken. Een mijlpaal die ik wil benoemen. Voor het eerst sinds het werken met targets, zijn alle doelen bruikbaar en daadwerkelijk SMART geformuleerd. Dat is geen toeval. Aan het begin van deze periode dienden wij een motie in om dit te verbeteren. Die werd met algemene stemmen aangenomen. Dank nog daarvoor. Over de richting waren we het meestal eens. Het politieke debat ging over de hoe. Nu heb ik hier een motie over in mijn zak, maar liever zou ik zien dat het deel van de werkcultuur zou worden van het college.
Daarom is mijn vraag aan de burgemeester of zij als voorzitter van het college het signaal wil afgeven aan het nieuwe college dat deze met SMART geformuleerde doelen en afrekenbaar moet werken, die de toets van de Rekenkamer doorstaan, en deze te voorzien van tussentijdse jaarlijkse mijlpalen en hierover in gesprek te gaan met de raad. Als Leefbaar kijken we daarnaast ook terug op een stevige collegeperiode. Er waren externe crisissen, die veel vroegen van het bestuur. Oorlog in Oekraïne, energiecrisis, ravijnjaar. Toch is er in die omstandigheden veel bereikt. We hielden het leven voor Rotterdammers betaalbaar door scherpe keuzes te maken en in het eigen vlees te snijden, in plaats van de rekening neer te leggen bij de Rotterdammers en deze te gebruiken als pinautomaat, zoals sommige andere steden doen. We gaven Rotterdammers voorrang op woningen en maakten een vuist tegen de spreidingswet. We voerden de bouw van betaalbare woningen op en legden de basis voor nieuwe woonwijken van Oost tot West. We zijn ook teruggegaan naar waar eerdere colleges de mist in zijn gegaan. Toen de slager van Oost, hier beter bekend als wethouder Kathmann, met haar zeis door de seniorenvoorzieningen ging, was voor Leefbaar 1 ding duidelijk. Dit gaan wij herstellen.
Onder dit Leefbaar bestuur zijn tientallen zorgrestaurants geopend, plekken waar ouderen niet alleen een maaltijd krijgen, maar ook gezelschap en waardigheid. Daarnaast hebben we in veel wooncomplexen weer een huismeester teruggebracht. Iemand die zichtbaar is, aanspreekbaar en zorgt voor orde, veiligheid en een schone omgeving. Nu hiermee het huis op orde is, hebben we moties dat onze ouderen ook weer met een gerust hart op pad kunnen gaan. Daartoe dien ik straks de motie in, samen met DENK, ‘Seniorenkorting op de Rotterdampas’. Voorzitter, dan de haven, net ook al benoemd. Terwijl sommige partijen liever zien dat bedrijven vertrekken en banen verdwijnen naar de andere kant van de wereld, kozen wij ervoor om pal te staan voor onze economie. Het was wethouder Simons die naar Den Haag trok om het kabinet met de neus op de feiten te drukken. Zonder haven, geen banen. Zonder banen, geen sterke stad. Geen ideologie, maar realiteit. Een realiteit waar sommige partijen in deze raad nog te graag voor wegduiken. Ook buiten de Coolsingel is het verschil gemaakt. De tijd dat je vergeten werd zodra je 1 kilometer van het stadhuis woonde ligt achter ons. Nog nooit is er zoveel geïnvesteerd in de kleine kernen als in deze periode. Rozenburg, Hoek van Holland, Pernis, plekken die ons na aan het hart gaan, kregen de aandacht en investeringen die ze verdienen.
We zijn er nog niet, maar de ingezette lijn is helder en die willen wij voortzetten. Tot slot, voordat ik inga op de targets, nog dit. Met Leefbaar in het stadsbestuur heeft Rotterdam gekozen voor duidelijke grenzen en heldere keuzes. Ik denk nog regelmatig terug aan het moment waarop een PVV-minister “Ik ben beleid” een DENK-wethouder moest smeken om extra opvanglocaties en de wethouder simpelweg nee zei. Dat zijn politieke momenten die je niet snel vergeet. Zelfs onder druk van de spreidingswet, ook wel de dwangwet genoemd, raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
284
hebben we voet bij stuk gehouden. Geen automatische buiging voor Den Haag, maar opkomen voor de belangen van onze stad. Voorzitter, u begrijpt dat wij daar trots op zijn. Dan de targets. Zes gehaald, 5 bijna, 4 niet. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen heeft een vraag. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, het was natuurlijk al bekend dat Leefbaar zou pochen. Ik weet niet precies waar u mee aan het pochen bent, want mijn allereerste vraag aan u is, hoeveel statushouders hebben wij in Rotterdam in sociale huurwoningen gehuisvest? De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Dat cijfer heb ik niet paraat. Ik weet dat we daar die grens op hebben gezet. Dat was een wens, ook vanuit Leefbaar, en de heer Ceulemans heeft dat gedaan. Ik denk dat hij wel het antwoord zou kunnen geven, maar ik blijf het u schuldig. Mevrouw MAASSEN (d66): Ik kan u het antwoord geven. Honderden. Duizenden zelfs, want we hebben jaar in jaar uit aan die taakstelling voldaan. Nog een vraag aan u. Wat heeft de provincie richting Rotterdam moeten doen voor de uitvoering van de spreidingswet? De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Nog 1 keer. Het is niet mijn dossier. Wat heeft de provincie moeten doen? Kunt u hem duidelijker maken? De VOORZITTER: Mevrouw Maassen.
Mevrouw MAASSEN (d66): Mag ik technische tijd? Wat heeft de provincie aan dwangmiddelen moeten inzetten om ervoor te zorgen dat Rotterdam de spreidingswet ging uitvoeren? De heer ROSKAM (lr): Ik ga een beetje buiten mijn dossier, maar volgens mij kregen we dat geld vanuit de provincie voor de opvanglocaties van die boten. Maar houd mij ten goede. Nee? Vorige keer. De VOORZITTER: mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik zal de heer Roskam wederom helpen. De provincie heeft inderdaad niets gedaan voor Rotterdam. We hebben geld vanuit het Rijk gekregen. Waarom? Omdat Rotterdam vanaf dag 1, zelfs voordat de spreidingswet in werking trad, voldeed aan haar opdracht om asielzoekers en statushouders hier in Rotterdam op te vangen. Sterker nog, we doen dat zelfs voor de hele regio Zuid-Holland. Dus mijn vraag is, wat bedoelt u precies met uw betoog? Waar is Leefbaar Rotterdam in deze 2 punten zo trots op? Is ze erg trots op het feit dat we inderdaad al die mensen, die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, hier een thuis hebben gegeven de afgelopen 4 jaar in Rotterdam? Is hij er zo trots op dat wij inderdaad vol overgave uitvoering geven aan die spreidingswet? Kunt u mij dat vertellen? De VOORZITTER: De heer Roskam.
De heer ROSKAM (lr): We hebben het op 500 gehouden en volgens de spreidingswet zouden we dan 2000 mensen moeten huisvesten van allerlei verschillende statussen. Maar zoals ik zei, dat is niet mijn dossier. Maar volgens mij daar zat vooral de crux. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
285
Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik zal het nogmaals vertellen. Het Silja heeft plek voor 2000 mensen. We hebben daarna nog 500 mensen op boten zitten. Maar de conclusie is Rotterdam heeft de armen opengesteld om de spreidingswet uit te voeren en om iedereen hier in de stad te huisvesten. Dat is de taken waar Rotterdam heeft gestaan. Dat waren hele SMART formuleerde doelstellingen en die hebben we vol overgave vervuld met u in het college. Dus veel dank daarvoor. De VOORZITTER: De heer Segers. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, we hebben voor de zoveelste keer zitten kijken naar een toneelstukje van deze 2 coalitiepartijen, met over en weer verkeerde feiten. Ik blijf dat toch iedere keer herhalen, want het kan ook alleen maar met verkeerde feiten. Want als je hetzelfde verhaal vertelt, maar aan de ene kant enorm trots bent dat je een hek om de stad hebt gezet en aan de andere kant zegt dat je enorm trots bent dat Rotterdam de armen heeft uitgestoken, dan weet je dat het niet klopt. Laat ik het nog 1 keer zeggen. Rotterdam heeft niet aan haar verplichtingen voldaan voor de spreidingswet. Het was veel meer dan 500 asielzoekers wat deze stad moest opvangen.
Wat hebben we gedaan? We hebben een schip in een haven gelegd aan de rand van de stad en daar hebben we mensen in gepropt van inderdaad verschillende statussen, want ook hier weer wordt de asielzoeker door elkaar gehaald met de statushouder. Dat is iets heel anders. We moesten veel meer dan 500 asielzoekers opvangen. Dat hebben we niet gedaan. Daar kan D66 de dus onmogelijk trots op zijn. Je kunt er ook onmogelijk trots op zijn dat er een boot aan de rand van de stad ligt waar mensen ingepropt zijn die eigenlijk toebehoren aan andere gemeenten om hun te huisvesten, want dat zijn namelijk statushouders. Die verdienen een huis, die hebben een status gekregen. Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn dat we niet door willen met dit prutverhaal van deze 2 partijen, die allebei menen iets geweldigs te hebben gedaan. Het is 1 groot drama. De spreidingswet is hier niet uitgevoerd. De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Dank, mijnheer Segers, voor de opheldering. Zes gehaald, 5 bijna, 4 niet. Voor de een halfvol, voor andere helft leeg. Maar de vraag is natuurlijk, wie heeft de eerste helft opgedronken? Neem veiligheid. Ondanks extra investering is de target niet gehaald. Wapengeweld, drugscriminaliteit, overlast in het uitgaansgebied, incidenten in het ov laten zien dat we er nog niet zijn. Aan onze inzet heeft niet gelegen en aan de voorstellen evenmin.
De politieke steun daarvoor soms wel. Waar sommige partijen bezig waren met het verdacht maken van de politie, gaven wij hen steun. Minder fouilleeracties omdat er een derde waarnemer bij moet staan, is de wereld op zijn kop. Het target rondom naastplaatsingen en afval is ook niet gehaald. Als ik hier evenveel woorden aan vuil maak als het afval op straat, dan is mijn spreektijd onvoldoende. Maar de heer Koster heeft het recent prima verwoord. Er was wel, en dat zal ik eerlijk benoemen, een stijgende lijn ingezet, maar we struikelden te hard vlak voor de finish. Daarom wil ik toch een volgende motie indienen straks, ‘Opgeruimd staat netjes’. Verkeersveiligheid, ook niet gehaald. Het ging om blackspots, niet om verkeersonveilige plekken, even weer scherp zei de wethouder, en mensen in de bijstand, ondanks een respectabele van 12.000 mensen die we aan het werk geholpen hebben, net niet gehaald. Bijna gehaald inderdaad de schuldhulpverlening. We konden het lezen. Vertrouwen, het gaat te paard, komt te voet en het komt niet rennend terug, ondanks de inzet van de wethouder. Woningbouw hebben we net al een gezellig debat over gehad. De woonzorgconcepten, nog 1 te weinig. Dat is toch jammer, wethouder Buijt, maar 23 is zeker een mooie prestatie. Tegelijkertijd zijn er duidelijke successen.
Groen, schilderschool, CO2-reductie, jeugdpreventie, Wijk aan Zet en bedrijfsruimte zijn gehaald. Dat betekent een gezondere stad, betere kansen voor kinderen, ruimte voor ondernemers en meer zeggenschap voor bewoners in hun eigen wijk. Voorzitter, het was geen gemakkelijke periode, maar het was wel een periode waarin is gewerkt, keuzes zijn gemaakt en resultaten raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
286
zijn geboekt. Daar willen wij op worden afgerekend. Eén Stad betekent verantwoordelijkheid nemen en dat hebben wij gedaan. Tot slot nog een persoonlijke noot, want ondanks dat we het lang niet altijd met elkaar eens waren, sterker nog, vaker niet dan wel, hebben we deze periode samen volbracht. Er waren scherpe debatten en soms stevige momenten, maar we hebben met elkaar verantwoordelijkheid voor onze stad gedragen. Is de stad zoals we haar willen zien? Nee, nog lang niet. Er liggen genoeg uitdagingen voor ons, maar 4 jaar lang hebben we ons ingezet voor Rotterdam, ieder vanuit zijn eigen overtuiging. Daarom wil ik afsluiten met een oprecht woord van dank aan D66, DENK en de VVD voor de samenwerking, maar ook aan de overige partijen waar we op momenten mee samengewerkt hebben. Tot zover. De VOORZITTER: De heer Dekkers heeft een vraag. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, dank u wel. U heeft zich 4 jaar ingezet, wij allemaal, denk ik, maar het college heeft daklozen beboet, erfpachters het stuipen op het lijf gejaagd, de afvalproblematiek niet opgelost. Misschien moet ik het meer in cijfers verwoorden, want u bent een man van de cijfers. Veertig procent van de targets zijn gehaald. Mijn vraag is aan u, welk cijfer zou u dit college geven? De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Niet een 10, zoals wethouder Achbar hier naast me.
Wat ik zei, er zijn er 4 niet gehaald, 6 wel, 5 bijna. Dan zit je op 11 van de 15. Een 7,5 ongeveer kom ik dan op uit. De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, ik kan helpen bij de rekensom. Dus 40 procent van de targets zijn gehaald. Dat is een 4. De heer ROSKAM (lr): Daarom zeg ik 4, 4 van de 15. Dus ik ben benieuwd naar uw beoordelingsschaal. Tot zover. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan mevrouw Reitema. De VOORZITTER: De heer Roskam heeft de volgende moties ingediend. Motie 1. Seniorenkorting op de Rotterdampas “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het verantwoordingsdebat; constaterende dat: - uit alle hoeken van de stad positieve signalen klinken over het terugbrengen van de seniorenkorting op de Rotterdampas; overwegende dat: - het onwenselijk is dat de seniorenkorting op de Rotterdampas aan zijn eigen succes ten onder gaat; - we zoveel mogelijk Rotterdamse senioren gebruik willen laten maken van deze kortingsregeling; verzoekt het college:
raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
287
-
te zoeken naar manieren om de Rotterdampas voor alle ouderen die deze aanvragen toegankelijk te houden;
en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. T. Roskam en S. Soytekin Motie 2. Opgeruimd staat netjes “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen 26 februari 2026, ter bespreking van het verantwoordingsdebat; constaterende dat: - nog teveel Rotterdammers overlast ervaren van naastplaatsingen en de daarbij komende overlast en ongedierte; overwegende dat: - de gemeente primair verantwoordelijk is voor een schone stad; spreekt uit: - de waardering voor het harde werken van de medewerkers van stadsbeheer; - dat een schone stad topprioriteit moet blijven voor het volgende college; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. J.M.D. de Waard De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. Mevrouw REITEMA (pvda): Voorzitter, daar staan we dan, de laatste gemeenteraadsvergadering van deze periode, 4 jaar, en ook de laatste gemeenteraadsvergadering van de PvdA Rotterdam, want volgende periode komen wij terug als 1 fractie met GroenLinks, zoals jullie natuurlijk weten. Voorzitter, dit was ook mijn eerste periode als raadslid en dit is dus ook mijn eerste verantwoordingsdebat. Het was eerlijk gezegd zoeken hoe ik dit aan moest pakken, zo een verantwoordingsdebat, maar ik heb ervoor gekozen om de sandwichmethode toe te gaan passen. Geen sandwichborden, maar de sandwichmethode. Dus ik ga met iets positiefs beginnen over deze 4 jaar.
Want waar ik ongelooflijk trots op ben, is hoe we, van links tot rechts, over coalitie en oppositie heen, femicide op de lokale agenda hebben vastgenageld. Vrouwenmoord, de meest voorspelbare moord, is geen zorgprobleem, het is een veiligheidsprobleem. Aan het begin van de nieuwe raadsperiode komt ook ons initiatiefvoorstel, met onder andere Mina Morkoç en Erik Verweij, op de nieuwe raadsagenda, zodat ook alle nieuwe raadsleden gelijk weten hoe laat het is. Voorzitter, we hebben ook op het armoede en schuldendossier bij tijd en wijle goed samen kunnen werken. In het eerste jaar hebben we samen met GroenLinks en D66 een vuist gemaakt tegen menstruatiearmoede. Op alle scholen in Rotterdam zijn menstruatieproducten beschikbaar. Wat een resultaat. Terwijl ik dat nu zeg, krijg ik er weer kippenvel van. Ik ben er echt ontzettend trots op. Dus dank voor die samenwerking. Natuurlijk moet ik het ook hebben vandaag over het toeslagenschandaal. Elfduizend Rotterdamse gezinnen is ongekend onrecht aangedaan. Dat weten we door de overheid. De ombudsman sprak zelfs van een herstelschandaal. We hebben ontzettend veel verhalen op mogen halen en ik ben vooral de gedupeerden dankbaar voor hun vertrouwen en hun openheid. Maar, voorzitter, ik heb me ook op zitten vreten deze 4 jaar hier over het groots aangekondigde Armoedefonds, wat werd gebruikt als graaipot van dit college, de 3
raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
288
wethouders die dit college versleet op armoede, de kaalslag op het sociale weefsel in onze stad, hoe vooral goed gedekte en goed onderbouwde voorstellen door deze coalitiepartijen veel te vaak van tafel zijn geveegd. Dat was echt heel pijnlijk. Ook over de meest kwetsbare mensen die op straat zijn beland en natuurlijk het menselijk drama van dakloosheid, wat maar niet onder controle lijkt te komen. Voorzitter, ik wist niet hoe ik vanochtend moest reageren toen Leefbaar Rotterdam met een rits aan initiatiefvoorstellen kwam, tot hele waardevolle inzichten kwam wat beter moet op armoede en betaalbaarheid. Maar het is natuurlijk wel een beetje gênant dat ze pas 1358 dagen na het coalitieakkoord tot dit inzicht komen. Dat had natuurlijk eerder gemogen. Voorzitter, iedereen die om zich heen kijkt, ziet en voelt dat de stad er wel deze afgelopen 4 jaar echt op achteruit is gegaan. De coalitiepartijen zijn tevreden, maar, mijn collega Kockelkoren zei het ook al een paar keer, 9 van de 15 targets zijn niet gehaald. Voorzitter, ikzelf werk in de IT en ik heb in mijn werk ook sales targets. Ik kan je zeggen: bijna gehaald is geen categorie in de private sector. In de wereld van de gewone Rotterdammers overigens ook niet. Want je moet maar eens proberen om als bijstandsgerechtigde een paar keer bijna je afspraak te halen. Dan word je gekort op je uitkering. Of bijna je tram niet halen.
Dan rijdt hij voor je neus weg. Of bijna je rekeningen niet kunnen betalen. Voorzitter, dan heb je een schuld. Voorzitter, dit college slaat zichzelf op de borst, maar daar hebben de Rotterdammers geen snars aan. Het armoededossier moet ik nog uitgebreid benoemen, want, voorzitter, ik noemde het al, een armoedefonds en voor het eerst een fulltime wethouder. De VOORZITTER: De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Ik miste er nog 1. Bijna zwanger is ook niet zwanger. Laten we wel wezen, u kunt het natuurlijk zeggen, maar ik moet dan ook eerlijk zijn, dit is wel de eerste keer dat alle targets meetbaar waren. Vorige periode waren er een aantal targets die na afloop ineens meetbaar bleken te zijn. Vier jaar lang gewerkt door een wethouder, 4 jaar lang gewerkt door het college en aan het einde was het: wat heb je gedaan? Dat was nog ineens inzichtelijk. Dus in die zin natuurlijk, u kunt het oordeel vellen, maar ik ben wel blij dat u positiever oordeelt over dit college dan het vorige college waaraan u deel heeft genomen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, dan is mijn vraag terug, wat hebben de Rotterdammers gezien van het feit dat de targets nu meetbaar zijn? Heeft dit de stad nu veiliger gemaakt voor de Rotterdammers? Is er daardoor minder armoede in onze stad? Is de stad daardoor betaalbaarder geworden, omdat de targets nu meetbaar zijn? De VOORZITTER: De heer Roskam.
De heer ROSKAM (lr): Ja, omdat we het dus ook in het definitieboekje hebben vastgesteld, waarbij we hebben gezegd welke beleidstheorie er aan de grondslag moet liggen voor het behalen van de target. Dus dat we inderdaad concreet zeggen: dit telt als betaalbare woningen, dit is hoe we vuil in de buitenruimte meten. Dus dat is inderdaad toetsbaar en zichtbaar. Ik neem niet aan dat iedere Rotterdammer het definitieboekje leest, maar het is wel daadwerkelijk meetbaar en zichtbaar. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, fantastisch dat het meetbaar is, maar ik vind als je zelf een belofte maakt, je hebt zelf die target gesteld, en je komt ze niet na na 4 jaar, de stad is er op achteruitgegaan, het is verloederd, het is onveiliger geworden, dan vind ik het ongepast om jezelf zo op de borst te slaan. Dus wij hebben daar een ander oordeel over en de Rotterdammer volgens mij ook. De VOORZITTER: De heer Roskam.
raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
289
De heer ROSKAM (lr): U zegt het is verloederd, maar ik zou zeggen: kijk naar de cijfers. Dat ligt er wel schoner bij dan 4 jaar geleden. Dat staat in de stukken. Wat dit college wel heeft gedaan, we hebben ieder jaar het gesprek daarover en niet aan het einde van 4 jaar. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, dit is iets wat ik in mijn tweede jaar ook al in de commissie zei, dat ik soms het gevoel heb dat we in 2 werkelijkheden leven, want we hebben allemaal mooie stukken die het college uittypt en naar ons toezendt en we hebben de realiteit als je in de stad loopt. Sorry, het is een teringzooi. Dus dan kan het mooi in uw stukken staan dat het verbeterd is, maar als ik in de stad kijk en loop, is het absoluut geen verbetering. Voorzitter, terug naar het armoededossier. Ik noemde het al, een armoedefonds. Hartstikke goed. Wat ervan over is gebleven, is wel wat minder. Voor het eerst een fulltime wethouder. Het was er niet 1, het waren er 3, de meeste wethouders armoede ooit. Die kan het college ook in de zak steken. De belofte was groot, de uitvoering dramatisch en Rotterdammers hebben het nakijken. Ondanks de inhaalslag van de driemaal scheepsrecht derde wethouder, is het puin niet geruimd.
Maar, voorzitter, gelukkig gloort er hoop aan de horizon, want waar ik de afgelopen 4 jaar het meest van onder de indruk ben geweest, is de gigantische energie die ik zie in de Rotterdammers elke dag weer. Energie om er elke dag wat van te maken, hoe groot of klein je portemonnee ook is. Rotterdammers die elkaar ondersteunen als het tegenzit. Dat doen zij niet dankzij, maar ondanks dit college. Ik ben blij, en dat worden mijn laatste woorden, dat over iets minder dan 3 weken de verkiezingen zijn. Ik moet nog oefenen. Misschien over een half jaar een andere naam. Wij gaan natuurlijk voor een betaalbaar, veilig en groen Rotterdam waar Rotterdammers wel serieus genomen worden. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, dank u wel. We staan op een kruispunt. Over 3 weken zijn de Rotterdammers aan zet en vandaag kijken we terug op 4 jaar coalitie Eén Stad. Ik begrijp dat dat wat rumoer in deze zaal met zich meebrengt. We kunnen in ieder geval terugkijken op een periode waarin we hebben laten zien dat we goed kunnen samenwerken met elkaar, van links tot rechts in deze zaal, en dat we ons ook allemaal hebben ingezet voor ons mooie Rotterdam. Dan dit college.
Dit college was, wat ons betreft, het college van de vooruitgang, met een recordaantal nieuwe woningen, met meer mensen uit de bijstand dan ooit in deze stad en ook fantastische projecten, zoals de Rijnhaven die is gestart en het Hofplein. Ook kwam er meer geld voor handhaving. Wat ons betreft zetten we ook die trend voort, want veiligheid zou topprioriteit moeten zijn. We staan wel voor de keuze welke toekomst we onze stad gaan bieden, op welke manier we onze stad vooruit gaan helpen. Voorzitter, wij als Rotterdamse VVD geloven in Rotterdam als de stad van het goede leven. Alleen, het goede leven begint niet bij mooie woorden. Het begint bij de basis. De basis van onze samenleving, ik heb het net ook al gezegd, dat is veiligheid. Een stad waarin je je kinderen met een gerust hart buiten kunt laten fietsen, waar personeel na een late dienst veilig naar huis kan en waar je als vrouw niet langer op je hoede hoeft te zijn in je eigen straat of bij het uitgaan, zoals het hoort. Deze collegeperiode hebben we fors geïnvesteerd in handhaving, in preventie, in wijken, intensivering van de aanpak van wapens, een verbeterde Verkeersaso Aanpak 2.0 en 21 boa's in deze stad die zich richten op de aanpak van seksuele straatintimidatie. Toch, voorzitter, is het dus niet genoeg. Te veel mensen voelen zich in deze stad niet veilig. Bewoners baseren hun veiligheidsgevoel niet op statistieken.
Zij baseren dat op hun dagelijkse ervaring. Hanggroepen bij supermarkten, dochters die worden lastiggevallen tijdens het uitgaan of zonen die door jongens op fatbikes worden overvallen in hun eigen wijk. Dat is niet normaal en daar moeten wij als politiek wat aan doen. Daarom hoor ik vandaag graag van onze burgemeester wat er nog meer nodig is om deze trend te keren, wat u met dadelijk een nieuw stadsbestuur gaat doen om de veiligheid een norm te maken. Want de cijfers die we vandaag weten, zijn de cijfers die er zijn, maar het gaat om de stad van die toekomst, een veilige toekomst. Dus wat gaat u doen om de overlast in de buitenruimte structureel aan te pakken om ervoor te zorgen dat mensen in deze stad hun hand niet meer raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
290
op hoeven houden en overlast veroorzaken? Want laten we eerlijk zijn, het zal niet vanzelf veiliger worden in onze stad. Dat weet u ook. We zullen maatregelen moeten nemen en de Rotterdamse VVD wil deze maatregelen ook nemen. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, ik moet hier een beetje van zuchten, want eerst gaat het om: we willen meer geld op handhaving, daar zijn we trots op, we moeten meer maatregelen nemen, maar het is een verantwoordingsdebat, dus die maatregelen hadden 4 jaar genomen kunnen worden. Dus wat is de kritische noot? Waar denkt u dat het college het heeft laten liggen? Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, er zijn ook heel veel voorstellen in deze raad gedaan die het uiteindelijk niet gehaald hebben. Laten we daar allereerst over beginnen. Ik ben inderdaad trots op wat wij met ons handhavingsapparaat hebben. Alleen, het is niet genoeg. Dus er had nog meer geld naar handhaving gemoeten. Dat is een hele kritische noot. Wat mij betreft komen er nog 200 handhavers bij, om te zorgen dat we dat apparaat goed hebben staan. Wat ons betreft komt er dus nog een stevigere aanpak om ondermijning aan te pakken en gaan we nog sterker inzetten op ook de digitalisering daarvan. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren.
Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Maar ook uw conclusie is dus op het gebied van veiligheid en handhaving dat dit college onvoldoende gepresteerd heeft. Ik kan het niet anders zeggen. Daarom denk ik ook dat het uiteindelijk niet helpt om de VVD volgende keer weer op handhaving te zetten of op veiligheidsbeleving, want de Rotterdammer schiet er aan het eind van de dag weinig mee op. De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Dank u, voorzitter. Wat ons betreft zit dus zeer zeker niet het probleem in de handhaving. Dat er nog meer geld naartoe moet, dat is evident. Maar ik zou ook willen dat we het cameratoezicht in deze stad verder uitbreiden, dat we bijvoorbeeld donkere plekken, daar heb ik ook het initiatiefvoorstel ‘Rotterdamse Horeca Routes’ voor ingediend, dat we die beter gaan uitlichten. Daar hebben we met elkaar pas deze collegeperiode over gesproken en het voorstel is de vorige raad pas aangenomen. Dat heeft bijna 1,5 jaar geduurd. Dus er zijn hier wel degelijk dingen gebeurd. Ik ben het met u eens dat de veiligheid niet voldoende is. Wat dat betreft zeg ik ook: daar moet echt een tandje bij. Dat is een opdracht aan het volgend college. Ga daar ook echt mee aan de slag. Maar we hebben ook een boegbeeld. Dat is onze burgemeester, die uiteindelijk verantwoordelijk is voor openbare orde en veiligheid. Vandaar ook die vragen aan haar.
Wat gaan we er met elkaar aan doen? Want niets doen is in ieder geval geen optie. Dan vervolg ik. Ik begon met mijn opsommingslijstje wat wij als Rotterdamse VVD graag zouden willen zien. Dat is inderdaad het cameranetwerk in deze stad uitbreiden, het beter verlichten van die donkere plekken, maar ook het uitbreiden van die aanpak voor seksuele straatintimidatie. Wij moeten willen met elkaar dat vrouwen veilig over straat kunnen in deze stad. Wat ons betreft gaan we dus ook onze boa's beter uitrusten. Dat mag met een wapenstok of pepperspray. Die voorstellen hebben we al gedaan. Wij vinden het belangrijk dat we onze dienders ook beschermen. Daarnaast zouden we graag willen dat we werk maken van het aanpakken van overlast door daklozen en dat we een hardere aanpak hebben voor verkeersasociaal gedrag. Voorzitter, veiligheid is voor ons prioriteit. Ik zie sommige partijen daarop knikken en zuchten, maar partijen die niet bereid zijn om deze maatregelen te nemen, hoeven niet te verwachten dat het de volgende periode veiliger gaat worden. Daarom dien ik vandaag een motie in ‘Veiligheid is prioriteit’. raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
291
De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen heeft de volgende motie ingediend. Motie 3. Veiligheid is prioriteit “De gemeenteraad, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het verantwoordingsdebat; constaterende dat: - rotterdammers zich onveilig te voelen in hun wijk; - uit de veiligheidsindex blijkt dat het veiligheidsgevoel onder druk staat. overwegende dat: - veiligheid een kerntaak van de overheid is; - woorden over veiligheid weinig waard zijn als daar geen concrete maatregelen tegenover staan; spreekt uit: - de veiligheid van Rotterdammers de hoogste prioriteit moet hebben; - de gemeente bereid moet zijn concrete en zichtbare maatregelen te nemen om de veiligheid daadwerkelijk te verbeteren; - het cameratoezicht in onveilige gebieden moet worden uitgebreid; - de aanpak van seksuele straatintimidatie moet worden geïntensiveerd en uitgebreid; - onveilige tunnels, oversteken en andere donkere plekken versneld beter moeten worden verlicht; - boa's standaard moeten worden uitgerust met een wapenstok of pepperspray om hun eigen veiligheid en slagkracht te vergroten; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. D.A. van Groningen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, een veilige stad vraagt wat ons betreft ook om een goede samenwerking met partijen in onze stad.
Het vraagt om goede plannen die ook worden uitgevoerd. Onze Rotterdamse Horeca Routes zijn een belangrijke manier om uitgaan en verplaatsen in onze stad aantrekkelijker en veiliger te maken. De Rotterdamse VVD wil hier dan ook vaart mee maken en ik hoop ook dat het volgend college daar echt mee aan de slag gaat. Het is in onze optiek ondenkbaar dat we zo slecht samenwerken met onze horeca, zeker als het gaat om crowd control bij evenementen of het versneld aantrekkelijk maken van gebieden rondom die horeca. Goede ideeën moeten serieus worden aangepakt en niet worden afgewimpeld. Gisteren stond in het AD de oproep van de Rotterdamse horeca en wij ondersteunen dat volledig. Mijn vraag aan de burgemeester is dan ook, wat doet dit bericht met u? Welke gesprekken heeft u met de horeca gevoerd? Belangrijker nog, wat gaat u hieraan doen? Om een stap in de goede richting te zetten, dienen wij de motie ‘Veiligheid heeft ruimte nodig’ in vandaag. Voorzitter, we weten allemaal dat Rotterdam verandert. Alleen, dat gebeurt dus niet vanzelf. Daarom moeten we durven blijven investeren in onze stad, in onze veiligheid. Dat vraagt niet om Stadsverwarmers te knuffelen, dat vraagt om stadsvernielers aan te pakken. Niet incidenteel, elke dag opnieuw. Voorzitter, we staan echt op een kruispunt.
Wij als Rotterdamse VVD willen veiligheid echt prioriteit maken en ruimte bieden voor onze ondernemers, zodat we bouwen aan een stad waar het leven goed is. Dat is onze richting en onze weg voorwaarts. Voorzitter, tot slot, dit is de laatste raad voor heel veel raadsleden van ons en velen zullen na
raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
292
30 maart hier niet meer terugkomen. Maar dan vind ik het toch goed om nog ergens bij stil te staan, want het was me namelijk echt een eer om te mogen werken met jullie allemaal. Soms was het een beetje knetteren achter de schermen, soms was er misschien een traan, die hebben we hier ook gezien in deze zaal, of een grote glimlach, maar ik wil toch heel graag mijn team, Simon, Marieke, Diederik, Erik, Jordi, die er vandaag niet is, Evelien, die er helaas ook niet is vandaag, Tim, Pascal en natuurlijk onze echte backbone, want die werken allemaal achter de schermen voor ons allemaal, maar dat is natuurlijk onze eigen Mila, Julius, Bo, Max, Joost, Joey en Arend ongelofelijk bedanken. Ik heb het hier ongelooflijk fijn gehad met jullie. Ik kijk terug op 8 prachtige jaren. Ik hoop dat als ik over 4 jaar naar het verantwoordingsdebat kijk, dat de stad nog een stukje mooier is geworden dan dat wij haar deze periode met elkaar gemaakt hebben. Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen heeft de volgende motie ingediend. Motie 4. Veiligheid heeft ruimte nodig “De gemeenteraad, in vergadering bijeen op 26 februari 2026,her bespreking van het verantwoordingsdebat; constaterende dat: - uit de veiligheidsindex blijkt dat het veiligheidsgevoel onder druk staat; - de Rotterdamse horecaroutes inspelen op aantrekkelijke routes tussen horecagebieden om veilig uitgaan te vergroten.
overwegende dat: - veiligheid een kerntaak van de overheid is; - Rotterdamse horecaroutes hieraan bijdragen; - horecaondernemers een belangrijke rol spelen in het veiligheidsgevoel; - horeca veel verantwoordelijkheid neemt om veiligheid in het uitgaan en rondom evenementen te waarborgen; - dit ook een proactieve rol vraagt van de gemeentelijke organisatie - uit de praktijk blijkt dat maatwerk verzoeken uitdraaien op een starre houding vanuit de gemeente en dus geen doorgang krijgen - rigide uitgangspunten van de horecanota maatwerk verzoeken veelal belemmeren. draagt het college op: - vaart te maken met het uitrollen van de Rotterdamse horecaroutes; - horecaondernemers meer ruimte te geven om goede ideeën die de veiligheid in en rond horecagebieden of bij evenementen vergroten een serieuze kans te geven; - als blijkt dat beleid belemmerd werkt voor maatwerk verzoeken dit beleid aan te passen zodat er meer ruimte komt vanuit de gemeentelijke organisatie voor maatwerk voor de horeca. en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. D.A. van Groningen, G.F.E. Koster en E. Rehim Zadeh De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, smakelijk. Voorzitter, dit college heeft bestuurlijk beter leren rapporteren en dat vinden we fijn.
Maar als we op de dossiers waar politiek sterk op
raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
293
wordt ingezet kijken, namelijk verkeersveiligheid, veiligheid in het algemeen, afval en de bijstand, zien we dat de resultaten achterblijven. Daarnaast had de ambitie op de targets die wel zijn gehaald, op punten zoals de CO2-reductie of jeugdpreventie, wat Volt betreft hoger mogen zijn. Maar laten we puur naar de targets kijken. Dan scoort het college wat ons betreft een 4. Het zijn de Rotterdammers die daar de effecten van merken. Voorzitter, het college maakt de veiligheid tot prioriteit, maar we zien dat de veiligheidsindex daalt. De partijen op rechts hebben de mond vol over veiligheid en handhaving, we hebben net nog een motie gehoord, ik ben benieuwd wat er concreet in staat, maar de situatie is afgelopen jaren verslechterd. Met de verkeersveiligheid is het niet beter gegaan. We wisten wat de onveilige locaties waren. Toch zijn maar 8 van de 30 locaties aangepakt. Dan afval. Voor afval en naastplaatsingen is de target ook niet gehaald. Recent werd er nog goede sier gemaakt met het schoonoffensief ter waarde van 4 miljoen euro, maar de stad heeft begin dit jaar zijn dieptepunt bereikt. De mensen op straat die ik spreek, zijn er duidelijk over. Het is 1 grote teringbende. Voorzitter, los van de 15 targets zien we dat de stad wat ons betreft echt de verkeerde kant op gaat. Er werd een asielquotum afgesloten en er waren misstanden op de Silja.
De landelijke vreemdelingenvoorzieningen werden gesloten. Er werd bezuinigd op het sociale vangnet in de stad. Het aantal daklozen in de stad neemt toe. Moeders met kind die hulp vragen bij Centraal Onthaal werden ook wel eens weggestuurd. Na de afspraak om buitenslapers niet meer te beboeten, vond dit toch plaats. Het sociale hart van de stad lijkt soms gebroken. Dat zien we ook in de woningbouw. De bouw in het sociale segment en voor de studentenhuisvesting blijft achter. Erfpachters werden ondertussen de stuipen op het lijf gejaagd. Participatie ging ook vaak mis, of dat ging over de luchthaven, een nieuw hoofdverdeelstation of het handjeklap aangaande de nieuwe oeververbinding. Voorzitter, Rotterdam lijkt de stad te worden die haar deuren sluit voor de buitenwereld, terwijl de haven en onze stad alleen kunnen floreren als we met een open blik naar Europa en de wereld kijken. Want Rotterdam als echte Europese topstad, hoe mooi zou dat zijn? Een groene en autoluwe binnenstad, zoals in Parijs. Wij tekenen ervoor. Humaan daklozenbeleid, ook in de zomermaanden wanneer het heel erg warm is, zoals in Berlijn. Dat willen we hier ook. Betaalbare studentenkamers, zoals in Praag. Laten we het doen. Afgelopen jaren kregen we vooral te horen dat het allemaal niet kon, maar wij geloven dat we dit de komende jaren wel samen voor elkaar kunnen krijgen.
Op 18 maart staat Rotterdam weer aan het roer van onze stad. De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, dank u wel. Vandaag sta ik aan het roer hier. Ik had een vraag aan u. U heeft het over humane opvang. Bent u het met mij eens dat overlast en dakloosheid onlosmakelijk met elkaar verbonden is? De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Ik zie een relatie tussen die 2. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, zou Volt ook ervoor openstaan als wij kritisch gaan kijken hoe we de opvang in deze stad goed gaan regelen, in ieder geval niet in het hart van het centrum en dat we mensen ook goede opvang bieden om weer terug te keren in de maatschappij met een menswaardig bestaan? De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, wij staan ervoor open om overal naar te kijken, maar we lopen nu een weg in die ik niet in wil lopen. Namelijk als het college niet zijn verantwoordelijkheid pakt om opvang goed te regelen, we de ongedocumenteerde opvang zelfs terugschroeven. Als we dan een instituut hebben in de stad, de Pauluskerk, die instapt in dat gat dat wij als gemeente laten vallen, dat we daar dan tegenaan gaan schoppen, dat is voor ons een no-go. raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
294
De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, ik schop nergens tegenaan. Sterker nog, ik denk dat in Rotterdam niemand op straat hoeft te slapen en dat we veel goede opvang hebben. Ik denk alleen dat we het nog veel beter kunnen doen en dat de locaties die we nu hebben, zeker in het hartje centrum, dat dat niet de gewenste locatie is voor heel veel mensen, zeker als ze bijvoorbeeld een bepaalde verslaving hebben. Dus ik wil van u horen, stel dat wij met plannen zouden komen dadelijk in de nieuwe periode om die opvang naar een andere plek buiten het centrum te verplaatsen, om deze mensen goede opvang te geven, om voldoende opvang te creëren, zodat deze mensen uiteindelijk kunnen terugkeren in een maatschappij op een menswaardig bestaan in plaats van bedelend, dan ben ik dus benieuwd of wij Volt aan onze zijde vinden. De heer DEKKERS (volt): Een deel van uw verhaal spreekt me aan, namelijk dat we goede opvang regelen, dat we kijken naar plekken en dat we extra investeren. Dus dat is goed. Het risico dat ik hier echter zie, is dat we zeggen: we hebben een probleem nu in het centrum en dan verplaatsen we het uit het zicht, maar we gaan het probleem niet oplossen. Dus als we het probleem echt gaan oplossen, dan sta ik daarvoor open. Maar die pijlen, die nu zijn gericht op de Pauluskerk, om dat zomaar te verplaatsen, ik zie daar niet zoveel in.
De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, wij zijn altijd helder geweest. Wij willen de Pauluskerk niet verplaatsen. De Pauluskerk zou de functie moeten vervullen die zij ook is, een goede buurtfunctie, maar de opvang daarentegen zou je wel kunnen verplaatsen. Wij zien namelijk dat overlast en de dakloosheidproblematiek 1 op 1 met elkaar te verenigen, onlosmakelijk verbonden. Als wij echt werk willen maken van veiligheid in deze stad, zullen we ook deze discussie hier met elkaar moeten voeren en moeten durven beslissen om mensen niet in de aanzuigende werking van alle verleidingen van het centrum te laten, maar professionele opvang te bieden elders, zodat ze een menswaardig bestaan krijgen. De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, ik vind het toch ingewikkeld, want er wordt hier gesproken over een aanzuigende werking. Daarvan is duidelijk dat dat niet is aangetoond. Bovendien is het dit college dat de nachtopvang heeft gesloten. Dus ik wil er wel op inzetten. Ik heb alleen niet een college gezien dat er op in wil zetten. Volgens mij 2 raden geleden hebben we een motie ingediend om de nachtopvang structureel open te maken, ook bij code geel weer, dus niet alleen als het vriest. Dan wordt er tegen gestemd, ook door uw partij.
Dus ik vraag me af, wilt u het echt oplossen of wilt u het probleem verplaatsen? De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, het lijkt me dat het doel uiteindelijk is dat we dingen echt willen oplossen. Met elkaar, maar ik vind het belangrijk om te kijken of we het gesprek daarover kunnen voeren. Wij vinden het in ieder geval belangrijk dat we met elkaar inzien dat als we de veiligheid in deze stad willen oplossen, dat we ook werk moeten maken van de daklozenproblematiek. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik sla aan op de interrupties van mevrouw Van Groningen van de VVD, want ik vraag me af, u heeft het over dat u opvanglocaties wilt verplaatsen, over welke gemeentelijke opvanglocaties heeft u het dan? raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
295
De VOORZITTER: Mevrouw van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, we hebben er 1 in het centrum. Dat is bijvoorbeeld de Pauluskerk, die uiteindelijk niet daarvoor bedoeld is. Maar je zou ook met elkaar kunnen kijken of er meer opvanglocaties zijn waar je over kan spreken. Waar het ons om gaat, is dat wij vinden dat als je de veiligheid in deze stad wil aanpakken, dat je ook naar die daklozenproblematiek moet kijken, omdat dat een correlatie met elkaar heeft. Omdat we hebben aangegeven dat wij veiligheid erg belangrijk vinden, wilde ik weten bij Volt of daar ook mogelijkheid is om dat soort gesprekken met elkaar te voeren. Want ik denk dat we onze ogen niet moeten sluiten voor dat soort zaken. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, nogmaals aan mevrouw Van Groningen. Over welke gemeentelijke opvanglocaties heeft u het die u wilt verplaatsen? Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, we hebben het in ieder geval over de opvang van de Pauluskerk en verder begrijp ik uw vraag niet. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Dan begrijp ik dus goed dat u de Pauluskerk wilt verplaatsen. Volgens mij is dat geen gemeentelijke opvanglocatie. De tweede vraag die ik dan heb, is waar wilt u dit in de stad neerzetten? Want wees ook eerlijk naar de inwoners die dan die opvanglocatie elders in de stad kunnen verwachten.
U zegt: dat veroorzaakt overlast, maar mijn vraag is: welke wijk kan een gemeentelijke opvanglocatie wat u betreft verwachten? De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, dit is op de muziek vooruitlopen. Het gaat mij erom dat wij zien dat hier een probleem is in de stad waar we werk van willen maken. Wij vinden veiligheid belangrijk. Wij willen weten of jullie ervoor openstaan om dit soort gesprekken met elkaar te voeren. Dat is ook de vraag aan Volt,, waar wij met elkaar een gesprek over hebben gehad, omdat wij vinden dat als je veiligheid wil aanpakken, moet je ook dit probleem aanpakken. Dat kun je niet los zien van elkaar. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik vind het een gek verhaal van de VVD. U zegt aan de ene kant: wij vinden dat de Pauluskerk kan blijven zitten, maar u wilt blijkbaar iets van de Pauluskerk verplaatsen. Ik begrijp het niet, want het is geen gemeentelijke opvanglocatie. Vervolgens wilt u ook niet antwoord geven waar dan een opvanglocatie elders in de stad zou moeten worden opgestart. Ik vind dat u de bewoners een beetje voor de gek houdt, omdat ik niet begrijp wat het verhaal nu is wat u houdt over opvanglocaties. De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen.
Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, we hebben altijd aangegeven in deze zaal, ook met andere raadscollega’s, dat we dit uiteraard samen doen met de verschillende instellingen. Daar moet je mee in gesprek gaan, kijken waar het kan, kijken waar het past. Je wil niet elders overlast veroorzaken, maar we zien wel dat het in het stadscentrum in ieder geval niet goed gaat. Daarom willen we deze discussie met elkaar aangaan, om te kijken hoe we de veiligheid in de binnenstad kunnen oplossen door dus ook werk te maken van de opvang van daklozen. raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
296
De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, het probleem is dat nu wordt geroepen: wij willen dat goed aanpakken, maar de afgelopen periode zijn bijvoorbeeld twee inloophuizen gesloten. De hele oppositie zei: doe dit niet, want daarmee krijg je juist meer mensen die op straat rondhangen, meer drugsoverlast. Toch zijn die opvanglocaties gesloten. Dus de stappen die deze coalitie en het college heeft gezet, waren vaak juist de verkeerde kant op. Goed dat u nu zegt we willen dat, maar dat had u de afgelopen 4 jaar kunnen voorkomen en dat had in elk geval geholpen in plaats van de veiligheidsscore nu niet halen en achteraf zeggen: we hadden zaken beter moeten doen. De stappen die u heeft gezet waren de verkeerde kant op. Ik vind dat een beetje een huilie-huilie verhaal achteraf. De VOORZITTER: De heer Dekkers vervolgt zijn betoog. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, ik denk, concluderend, we kunnen elk gesprek voeren, alleen ik zal nooit mijn handtekening zetten op dingen die tegen onze kernwaarden ingaan. Wij zouden dat ook nooit hebben gedaan voor de landelijke vreemdelingenvoorziening, zoals dat wel bij dit college is gebeurd. Op 18 maart staat de Rotterdammer weer aan het roer van onze stad. Onze inzet is helder. Wij gaan voor die sterke, eerlijke en schone stad, samen met de Rotterdammer, want wij geloven dat het echt een stukje beter kan.
De VOORZITTER: De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Dank u wel, voorzitter. In het betoog van de heer Dekkers hoorde ik hem ook spreken over een autoluwe binnenstad. Volgens mij is dat meer een voorbode voor een totaalverbod voor auto's vanuit Volt. U spreekt natuurlijk ook veel mensen in de stad. Spreekt u ook wel eens automobilisten? Wat vinden zij van het feit dat Rotterdam autovrij moet worden van Volt? De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, ik moet wat bekennen. Ik heb zelf ook een auto. Wat ik fijn vind als ik in de auto zit, dat ik lekker van A naar B kan rijden, dus dat ik niet in de file sta. Dat doe ik als ik mijn bijvoorbeeld mijn familie opzoek, die voor een groot deel ook in Brabant woont. Als ik naar het centrum ga, dan neem ik het openbaar vervoer en spreek ik daar met mijn vrienden af. Dus ik denk dat een centrum een plek is om te recreëren en ik denk dat veel mensen er last van hebben dat dat nu niet gebeurt. Dus ik ben helemaal niet tegen de auto. Op sommige plekken moeten we die auto ruim baan geven en ook goed laten rijden. Maar op plekken, zeker zoals De Meent en de Witte de With, zeggen wij: geef ruimte aan de recreant. Dat lijkt mij een heel goed idee. Sterker nog, als ik mensen spreek, zijn ze daar best fan van. De VOORZITTER: De heer Soytekin.
De heer SOYTEKIN (denk): Dat is toch een positiever verhaal dan wat ik had gedacht, moet ik u eerlijk toegeven, behalve natuurlijk voor het centrum. Maar ik begrijp hieruit dat Volt ook voorstander is om die Maastunnel weer helemaal open te gooien, dat we tweebaans kunnen gaan als we ruim baan willen gaan. Maar het is natuurlijk ook voor ondernemers superbelangrijk dat het centrum niet helemaal autoluw of autovrij wordt. Ik neem aan dat Volt het daar met mij eens is. De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, wat voor ondernemers van belang is, is dat het centrum bereikbaar blijft. Zeker in een stad die met tienduizenden mensen gaat groeien, zullen we extra in moeten zetten op het openbaar vervoer, zodat dat goed blijft. Of bijvoorbeeld op P+R voorzieningen, dat je daar makkelijk naartoe kunt rijden en dan goed het centrum in kan. Ik raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
297
denk dat dat echt een heel stuk beter kan. Dus ik denk dat we elkaar deels gaan vinden. Als DENK vast blijft houden aan de soort van heilige graal dat elke ondernemer de auto voor zijn voordeur moet kunnen parkeren, dan gaan we er niet uitkomen. De VOORZITTER: De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Nee, maar dan is het voor Volt ook goed om te beseffen dat er heel veel mensen zijn, dus niet alleen ondernemers, maar veel Rotterdammers, die dagelijks naar hun werk moeten gaan, door het centrum moeten rijden en de auto nodig hebben. Dat is een essentieel onderdeel om van A naar B te komen, ook voor die mensen. Dat wordt te in deze raadszaal onderschat, hoe belangrijk de auto is voor mensen. De automobilist wordt weggezet de laatste periode van deze raad. Dat vind ik jammer. De VOORZITTER: Mijnheer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, ik vind het jammer dat het dat gevoel bij u oproept, maar volgens mij gaat het er om dat mensen mobiel zijn. Dat kan via de auto, dat kan te voet, of de fiets of met de metro. Volgens mij moeten we goed kijken wat we op welke plek inzetten. Voor ons is het helder dat in een centrum er minder ruimte moet zijn voor de auto en zeker op straten zoals de Witte de With en De Meent, waar je wil recreëren. Dus daar zetten wij sterk op in. De VOORZITTER: U heeft uw betoog afgerond? Ja. Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Maassen.
Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, het is in deze raad vaak gegaan over de samenstelling van deze coalitie en dit college. Ik ben blij dat we hier vandaag het kunnen hebben over de resultaten hiervan, want ik kom tot de conclusie dat dit college vooral progressief beleid heeft uitgevoerd. Dit college heeft jaar in jaar uit windmolens erbij geplaatst om los te komen van het Russisch gas. Dit college heeft betaald parkeren binnen de ring geïntroduceerd, zodat ze kunnen toewerken naar een autoluwe stad, waar kinderen zonder dampende auto's veilig op hun fiets naar school kunnen. Dit college heeft de rijbaan bij het Maastunnel tracé, sorry mijnheer Soytekin, gesloten gehouden, zodat de politie en ambulance snel op locatie kunnen zijn. Dit college heeft jaar in jaar uit voldaan aan de taakstelling voor het huisvesten van statushouders en heeft de spreidingswet volledig uitgevoerd, omdat we mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld ook hier in Rotterdam een veilig thuis willen geven. Dit college is gestart met de bouw van 12.500 woningen, meer dan ooit betaalbaar, zodat iedereen in Rotterdam een thuis kan vinden. Dit college heeft de peuteropvang voor kwetsbare gezinnen gratis gemaakt voor kansengelijkheid voor alle Rotterdammers. Dit college heeft horecatijden uitgebreid en 15 nachtvergunningen verleend, zodat ook Rotterdammers in de nacht kunnen genieten van onze stad.
Dit college heeft de stad 30 kilometer per uur gemaakt, eenrichtingsverkeer geïntroduceerd, groene oases gestart in de stad en ontwikkelt alternatieven voor parkeerplekken. Zo kan ik nog wel doorgaan. Dus als ik terugkijk op 4 jaar bestuur, dan zie ik dat onze progressieve doelen zijn gehaald. Een groene, schone, fietsvriendelijke stad voor iedereen. Het is mooi dat we deze stad op een progressieve koers hebben gezet en dat andere partijen hebben meegewerkt aan de uitvoering van onze agenda, dat D66 deze koers heeft bepaald en dat het college daar uitvoering aan heeft gegeven. Daar is D66 trots op, maar we zijn natuurlijk nog niet klaar. Daarom hebben we 2 moties die we willen indienen. Dat is, 1, een evaluatie van het coffeeshopbeleid, ook inderdaad omdat, zoals mevrouw Kockelkoren heeft gezegd, er een nieuwe burgemeester is en we met een kritische blik moeten kijken of dat nog bij onze progressieve stad past, en een motie ‘Eerst simuleren, dan realiseren’ om ook verder te werken aan, zoals de heer Dekkers zegt, die autovrije binnenstad.
raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
298
De VOORZITTER: Mevrouw Maassen heeft de volgende moties ingediend. Motie 5. Tijd voor een frisse blik op de coffeeshops “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op26 februari 2026, ter bespreking van agendapunt 6.1 ‘Debat over collegeverantwoording Één Stad 2022-2026 en het rapport von de Rekenkamer Rotterdam 'Targets tellen: eindbeoordeling collegetargets 2022-2026'; constaterende dat: - de gemeente een vastgesteld coffeeshopbeleid hanteert ten aanzien van vestiging, spreiding en handhaving; - coffeeshops binnen dit beleid een gereguleerde en gecontroleerde rol vervullen in het softdrugsbeleid; - het huidige beleid inmiddels al 8,5 jaar van kracht is; overwegende dat: - periodieke evaluatie helpt om beleid toekomstbestendig en effectief te houden; - inzicht in de werking van het coffeeshopbeleid kan bijdragen aan verdere professionalisering en verbetering waar nodig; verzoekt het college: - het huidige coffeeshopbeleid te evalueren, daarbij in ieder geval te kijken naar: - de werking van het vestigingsbeleid; o de bijdrage aan openbare orde en leefbaarheid; - ervaringen van ondernemers, bewoners en handhavingsinstanties; - de uitkomsten met eventuele aanbevelingen aan de gemeenteraad aan te bieden voor Q4 2027. en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. A.J.A. Maassen en E.H. Balcha Motie 6.
Eerst simuleren, dan realiseren “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van agendapunt 6.7 ‘Debat over collegeverantwoording Één Stad 2022-2026 en het rapport van de Rekenkamer Rotterdam 'Targets tellen: eindbeoordeling collegetargets 2022-2026'; constaterende dat: - de inrichting van de openbare ruimte bepalend is voor het gedrag van weggebruikers en daarmee invloed heeft op verkeersveiligheid; - besluitvorming over verkeersmaatregelen gebaat is bij objectieve en inzichtelijke onderbouwing; - de gemeenteraad behoefte heeft aan een transparant overzicht van mogelijke scenario's en hun effecten alvorens definitieve keuzes te maken; overwegende dat: - verkeersveiligheid een randvoorwaarde is voor een veilige en leefbare stad; - inzicht in verkeersonveilige locaties noodzakelijk is om gerichte en effectieve keuzes te kunnen maken; - het autoluw of autovrij maken van straten of delen van de binnenstad op bepaalde locaties kan bijdragen aan verkeersveiligheid; - het werken met simulaties kan helpen om vooraf inzicht te krijgen in de effecten van dergelijke maatregelen op verkeersstromen, bereikbaarheid en leefbaarheid;
raadsvergadering van 26 februari 2026
Notulen pagina
299
verzoekt het college: - bij de ontwikkeling van het Schiekadeblok een simulatie van een verkeerscirculatieplan te maken voor een autovrij centrum; - de uitkomsten hiervan te delen met de raad; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. A.J.A. Maassen en I. van Wifferen De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, het moest even bezinken, wat mevrouw Maassen allemaal zei, maar zei u nu echt dat dit college de afgelopen 4 jaar een progressieve koers heeft gevaren? Want dan moeten wij toch een keer een kopje koffie drinken wat toch progressief beleid is. Dus ik ben benieuwd, vindt u dat echt? De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik drink graag een kopje koffie met de fractievoorzitter van Volt om door te praten over progressief beleid. Als ik naar de collegedoelstellingen kijk die zijn gehaald, dan zijn dat inderdaad de progressieve doelstellingen geweest van D66 Rotterdam. De VOORZITTER: U vervolgt uw betoog. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, we hebben laten zien dat het kan. Progressief beleid werkt en wij hebben er vertrouwen in dat we met de progressieve krachten van deze raad ook de komende jaren stappen kunnen zetten om te werken aan die progressieve stad.