20260129- Notulen van de raadsvergadering van 29 januari 2026
Tekst van het document
Notulen pagina
66
Daar moet je geld voor reserveren. Dat weet u ook, u bent financieel prima onderlegd. Dan heb ik nog niet de uitvoering. Dan heb ik een contract. Dan moeten die mensen dat vervolgens nog leveren en dat kan zomaar 2, 3 maanden duren, zeker als het bijvoorbeeld over materieel gaat. Materieel is niet altijd per definitie op het moment dat ik de financiële reservering maak ook al gelijk voorhanden. Dat is ook veel later gekomen. Sommige zaken konden we natuurlijk in augustus bijvoorbeeld al starten. U vroeg naar een plan van aanpak. Het plan van aanpak dat wij een beetje richting 2050 met de spannende titel: een afvalvrije stad, want ik vind: een vieze stad willen we niet, we willen een afvalvrije stad in een schone stad, gaat over een aantal kernopgaves. Kernopgaves die ik echt van belang vind. Dat is echt een meerjarige gedragsaanpak. Ik denk dat dat in uw hele raad wordt gedeeld. Wij maken in de basis de stad niet vies vanuit schone stad. Dat zijn onze bewoners en dat zijn onze ondernemers. Daar willen we echt op blijven inzetten, ook omdat we zien dat er veel mensen in en uit verhuizen die we continu moeten uitleggen: hoe ga je nu met afval in onze stad om. Dat is spoor 1. Spoor 2, een basis die meegroeit met de verdichtende stad. Dat is feitelijk ook een invulling die mevrouw Abrahamse graag ziet.
Hoe zorgen we ervoor dat je niet achter de feiten aanloopt en dat je steeds meer taken krijgt met hetzelfde geld, maar dat je meegroeit met de stad, zodat je ook oprecht kunt zeggen: we hebben genoeg mensen en middelen om de vraag van de stad, of in dit geval het aanbod van de stad, te kunnen realiseren. Dat kost extra geld. Als je groeit, betekent dat meer afval, meer geld. Dat is een simpele rekensom. Het ritme van de stad, waren we al mee bezig, wordt, dat ziet u maar weer, met winterse periode, het ritme van de stad vinden we ook van belang. Dat gaat niet alleen maar, voorheen was dat een beetje eng gedefinieerd, op zondag ook ophalen. Dat zijn we gaan doen. We zijn ook op zondag vuil op gaan halen en onze mensen in gaan zitten. Maar het gaat voor ons nog veel verder. Op piekmomenten, evenementen, veranderende weersomstandigheden, al dat soort van zaken. Daar waren we al mee bezig. Ruimte om te blijven innoveren, dat is het volgende spoor.
Gewoon proberen: kunnen we nog iets net iets beter doen, slimmer doen, efficiënter doen of anders doen? Daar hebben we overigens een heel groot plan bij, dat ik heel graag wil dat wij een pilotwijk gaan aanwijzen waarin we alles samenbrengen als een soort van living lab, noem ik dat maar, waarin we gaan kijken: hoe kun je en schoonmaken, maar ook bijvoorbeeld, u verwees daar in de actua ook naar, hoe zorg je er nu voor dat je ook de community daarbij betrekt? De sportscholen, het verenigingsleven, scholen, al dat soort van zaken. Hoe kunnen we in zo'n pilotwijk eens kijken: hoe maak je zo'n stad schoon en alles dat we daarvan leren, dat we dat ook over de stad verder gaan brengen, dat we echt een soort van innovatiewijk maken waarin we dingen uitproberen. Werkt het, dan krijgt de hele stad het. De VOORZITTER: De heer Koster. De heer KOSTER (lr): Dat lijkt me nu een fantastische pilot om uit te proberen rondom de museumtuin en alle problemen die daar zijn. Want als het u daar lukt om de boel schoon te krijgen, heb ik er vertrouwen in dat het in de rest van de stad ook lukt. Ik hoop dat u dat wil doen op die manier en die mensen daar ook kan helpen, want als u het ergens in, ik noem maar, Hoek van Holland, niet dat ik daar diepgaand onderzoek naar heb gedaan, maar als u het in een makkelijke wijk doet, maar meteen de koe bij de horens pakken en een moeilijke wijk.
Ik hoop dat u bereid bent dat te doen. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): We zijn nog een beetje aan het kijken hoe we dat willen doen, een of meerdere wijken. Hoe meer wijken je hebt, hoe meer je ook, je verliest ook altijd capaciteit aan innovatie. Dat is niet altijd gelijk werkend, terwijl, wat je doet, daarvan weet je hoe het eruit komt. We zijn nog een beetje aan het kijken: 1 of meerdere wijken, welk type wijk? Moet het nu echt een superslechte wijk zijn of moet het er eentje tussenin zijn? Ik neem uw suggestie mee. Overigens, ik heb meer wijken waar we, als ik alleen al naar mijn targetwijken kijk, die hebben vergelijkbare problematiek als bijvoorbeeld op het Museumpark. U wilt het niet geloven, maar daar rijden we soms wel 3 keer door een raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
67
straat heen en nog steeds is het daar vies. We hebben wel wat te doen. Het is een massieve opgave die we in deze stad hebben. De VOORZITTER: De heer Koster. De heer KOSTER (lr): U daagt me wel uit. U zit hier niet omdat het moet, u hebt deze baan vrijwillig aangenomen en dat is een grote uitdaging. Daar hoeft u ons niet van te overtuigen, maar uiteindelijk moet er wel resultaat komen, wethouder. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Ik zie in de cijfers dat wij resultaat boeken, maar daar mocht ik niet naar verwijzen van u, maar dan daagt u mij weer uit, mijnheer Koster. Dat vind ik een mooi debat tussen ons 2. Daar zitten we ook op. Ik heb nu anderhalf jaar deze portefeuille en anderhalf jaar ben ik een aantal dingen met uw raad aan het doen. Ik ben u aan aan het geven dat ik tekort kom. Ik heb u een analyse gedeeld, als raad, waarom. We hebben als college gezegd: dit kan zo niet verder, we maken extra geld vrij, want dat hebben we nodig. Maar we zien dat we de komende jaren nog meer inzet nodig hebben. U vroeg mij naar een plan van aanpak en die heb ik en dat in anderhalf jaar, zeg ik u. Circulariteit en hergebruik. U snapt dat hoe minder afval we produceren, hoe minder wij ook hoeven op te ruimen, dat is een volgende lijn die ik voor mij zie en participatie en partnership. Daar hebt u zelf ook een aantal moties, u snapt de uitkomst van die moties wel.
Dat als plan van aanpak en de 4.100.000 waar vele van de fracties vragen over hadden. Dan gaan we eens kijken wat we nog meer aan vragen hebben. De 4 miljoen, hoe gaan we in de toekomst voorkomen, dat plan van aanpak heb ik grote waardering voor de mensen. Die heb ik ook. Dan ben ik al bij GroenLinks. Duidelijker communicatie, betere ondersteuning. Daar zat geen vraag in, maar ik hoor wat u zegt en ik hoop dat u ook in het plan van aanpak overtuigd bent dat we dat ook meenemen. Wanneer is het afval van de afgelopen weken helemaal weggewerkt? We verwachten over 2, 3 dagen al een heel eind op de normale situatie te zijn. Ziet u dan nergens meer afvalcontainers die vol zijn? Nee, we zijn een grote stad. Het kan echt letterlijk gebeuren, een kleine anekdote, vrijdag stond ik met een wijkreinigersteamlid in BospolderTussendijken. Die man stond daar alle naastplaatsingen op te ruimen. Het was 10.00 uur. Om 12.00 uur, twee uur later stonden, de eerste naastplaatsingen al naast de lege container. Krijg ik nooit meer een foto van volle containers? Dat gaat mij niet lukken, dat gaat mijn opvolger niet lukken. Wat ik wel vaststel, ons systeem van wijkcontainers heeft zijn voordelen, maar heeft ook nadelen, want de grap is, ook tijdens onze winterse periode hadden onze klikowijken niet zoveel problemen.
Mensen vonden het vervelend dat de kliko niet werd opgehaald, maar mensen regelden het vuil zelf. Terwijl we in de wijkcontainerwijken die grote opstapeling zagen. Die wijkcontainer geeft ook een gedrag van: ik mag daar mijn vuil kwijt en als het mij niet lukt, dan is het het probleem van de overheid. Dan leggen we het er maar naast. Dat is ook een beetje hoe het kennelijk werkt. Er is geen alternatief. Als je geen straatje hebt of garage hebt of iets dergelijks, kun je ook geen kliko hebben. We moeten verder met die wijkcontainers. Maar dat die wijkcontainers een bepaald gedrag uitlokken, dat heb ik inmiddels ook wel door. De resultaten van 4.100.000, vroeg GroenLinks ook, heeft u gehoord. Klopt het dat meldingen van containeradoptanten niet meer worden voorgetrokken, laat ik het zo maar zeggen. In de basis vind ik elke melding van belang, vindt mijn organisatie dat van belang, maar ik ga dat wel even heroverwegen, als dat het geval is, of we dat niet toch weer kunnen introduceren. Maar dat wil ik ook in overleg met de containeradoptanten doen.
We hebben er 1400 inmiddels en ik wil met hen het gesprek aangaan, zijn we het met elkaar eens dat, soms is een melding van de niet-containeradoptant gewoonweg echt vele malen urgenter dan die van de containeradoptant en moeten we niet altijd rijden op de meest urgente melding? Maar ik wil dat samen met de containeradoptanten nog een keertje tegen het licht houden, want zij zijn degenen die de beroepspraktijk doen. Laat ik het zo maar zeggen. Er is een proef geweest met containers met een kleine opening. Wat zijn de resultaten? Wij zijn bezig met het her-designen van de restafvalcontainer, de ondergrondse restafvalcontainer. Daar zitten we middenin, tegen een aanbesteding van ons ontwerp aan. raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
68
Dat betekent ook dat je op een andere manier de vuilniszak aanbiedt, dat doe je straks rechtstandig. Je hebt een voetpedaal, daar zitten allerlei nieuwe dingen in zodat ook mensen met bijvoorbeeld 1 hand, er zijn ook mensen die beperkt zijn, het vuil op een makkelijke manier kunnen afvoeren. Het schijnt zo te zijn, dat blijkt uit onze testen, dat als je rechtstandig kunt innemen, dat dat makkelijker is dan dat je hem zijwaarts aanbiedt. We zitten in de aanbesteding en dat gaat de komende jaren natuurlijk dan uitgerold worden. Die zie je niet in één keer overal in het straatbeeld, want we moeten ook de oude containers afschrijven en al dat soort zaken. Hotspotcontainers, dan ben ik bij D66, hoe kijkt de wethouder daarnaar? Die heb ik en sommige word je moedeloos van soms, maar ik heb ook geleerd: je moet niet tobben, je moet blijven proberen het beter te doen. Kortenaerstraat, Volmarijnstraat, we hebben verschillende plekken in onze stad, die we kennen, waar we het gesprek aangaan met bewoners: wat zijn uw ideeën? Het niet ernaast team gaat elke dag naar hotspotlocaties. Elke dag worden die containers bekeken, wordt de naastplaatsing afgehaald, wordt er een melding gedaan als de container vol zit.
Maar in sommige gebieden, zelfs met die dagelijkse zorg, blijft er dan tekortschieten en dan kijken we bijvoorbeeld: kunnen we niet nog vaker trekken? Dus het leegtrekken van containers. We kijken bijvoorbeeld ook: moet er toch nog extra capaciteit in de wijk, terwijl dat niet altijd kan, vanwege bekabeling en al dat soort van zaken. De VOORZITTER: De heer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr): Sorry, voorzitter, even op het volgende punt nog. Ik hoorde de wethouder zeggen over nieuwe containers waar je de zak recht in gaat gooien. Dan schrik ik alweer, want dat gaat waarschijnlijk heel veel geld kosten en het gaat ook een hele lange tijd kosten. Heeft de wethouder er weleens over nagedacht over de mogelijkheid om de industrie die vuilniszakken maken, die zakken niet op 60 liter te laten maken, maar op 50 liter te laten maken, zodat je ervan overtuigd bent dat die er doorheen zakt en is dat dan op de lange termijn niet goedkoper dan alle vuilcontainers in Nederland, want het is een landelijk probleem, te gaan verplaatsen of veranderen? Dat je zegt: maakt 50 liter, want de crux zit hem in het feit: de vuilniszak is 60 liter, die past er perfect in, maar je loopt het huis uit en je neemt altijd nog een paar restjes mee. Wellicht dat je het ook om kan draaien, want ik voel hier alweer een heel groot deel geld gaan verdwijnen in nieuwe instrumenten.
Maar je kunt natuurlijk ook bekijken of het mogelijk is dat de industrie vuilniszakken op 50 liter gaat maken en dan heeft u het probleem getackeld. De VOORZITTER: De wethouder. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Volgens mij hebben wij gesprekken met de industrie. Dat ga ik nog even voor uitlopen, want ik weet dat dit een paradepaardje van u is. Ik merk ook wel dat wij niet heel goed kunnen sturen op hoe vuil wordt aangeboden. Sterker nog: ook weer beroepspraktijk, met een wijkreiniger meelopen. Hij kan aan de zak zien in welke wijk mensen wonen. Weet u waarom? In de wijken waar de sociaaleconomische status wat minder is, ziet hij heel veel van die kleine witte zakjes of hij ziet vuilniszakken die helemaal volgestouwd zijn, want dat betekent: hoe meer ik erin kan, een zak is alweer een dubbeltje, een kwartje, wat betaal je daar tegenwoordig voor? Die stoppen ze helemaal vol. Of het een 60 liter zak is of een 80 liter zak is, het maakt niet uit, maar die wordt helemaal volgestouwd en die krijg je natuurlijk niet meer in een restafvalcontainer. Die witte zakjes, dat is niet de bedoeling, want als we hem legen, dan gaat dat weer naast de bak. Dat heeft allerlei problemen, maar je kunt bijna aan de zak al zien wie het is. Ik heb er weleens over nagedacht: moeten wij niet de juiste zak in de probleemgebieden, waar we veel problemen hebben zitten, eens distribueren.
Op basis van postcodegegevens en onze hotspotlocaties, dat we daar mensen de juiste zak eens een keertje aanbieden. Ik denk dat dat nog een veel snellere manier is dan dat wij helemaal via de commerciële marktpartijen moeten gaan werken. raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
69
De VOORZITTER: Mijnheer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr): Het enige dat ik mee wil geven naar de wethouder, want het gaat voorbij mijn tijd worden dat dat hier behandeld gaat worden, is dat we daar wel goed over nadenken en dat dat uitgebreid getest gaat worden, want anders zie ik weer een financiële domper komen waarvan ik zeg: die hadden we kunnen voorkomen. Nogmaals, het is geen paradepaardje van me, het is een eis van me. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Dat is beide hetzelfde, u pleit hier al jaren voor en met paradepaardje bedoelde ik dat heel goed en complimenteus. Dat moet u niet opvatten als een belediging, dat moet u als een compliment, dat u zich daar al zo lang voor inzet. Overigens met die grote zakken, een kleine anekdote. U bent bang dat die zakken niet passen. De grap is, dat was Vincent Karremans, de vorige wethouder ook, die moest het eerste prototype testen en toen kwamen onze mensen met een zakje, precies zo'n klein zakje die niemand thuis heeft liggen en toen zeiden ze: kijk, wethouder, het werkt. Toen zei wethouder Karremans: nee, geef mij eens een grote zak en hij zei: dit werkt niet en toen is het hele design veranderd, kan ik u zeggen. De VOORZITTER: Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl): Dank, voorzitter. Een korte vraag. Ik vind het goed dat de wethouder bezig is met innoveren op de containers.
Mooi als er betere, toegankelijkere containers bestaan. Ik wil graag de afweging begrijpen tussen het aanpassen van de huidige containers, wat mij duurzamer en goedkoper lijkt, en het aanbesteden van nieuwe containers en of dat niet allebei zou kunnen. Het aanpassen van de bestaande containers is ook een van mijn moties. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Die ga ik ook ontraden, kan ik u nu zeggen, omdat we in dat andere traject zitten. Ook omdat een grotere vulgatopening ook tot grotere problemen kan leiden, namelijk dat er baby's of dieren in kunnen worden afgevoerd en dat willen we voorkomen. We hebben ook altijd met de veiligheid van het systeem te maken. Het is nou eenmaal zo, ik moet ook een beetje erop letten dat kinderen in hun speelsheid niet ineens in een afvalcontainer belanden. De VOORZITTER: U vervolgt uw betoog en u mag een beetje tempo maken. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Ik ben best wel snel voor mijn doen. Ik ben bijna klaar. Budget voor schoonoffensief, CDA, heb ik al beantwoord. Uw aanmaning heeft geholpen. De moties. ‘Hulde voor de schone stad’, motie nummer 1. Het klopt inderdaad dat ik al had toegezegd dat uw raad wordt uitgenodigd als we dat bedenkmomentje hebben, maar u wilt dat ook schriftelijk en u wilt ook de ervaringen van de mensen op de werkvloer. Ik ben daar groot voorstander van.
Ik heb ooit Lean Six Sigma gedaan en dan heb je zoiets als ‘go to the gemba’: laat de mensen die het werk doen, vertellen hoe het beter kan. Helemaal mee eens. Dat waren we al van plan, maar ik denk dat het goed is dat we dat omarmen. Motie nummer 2 gaat over inspanningen verplichten om de horeca-exploitanten ook wat meer aan de containeradoptie te laten, maar ook nog wat meer met elkaar volgens dat convenant McDonald's, uit mijn hart gegrepen. Uw motie kan mij helpen om ondernemers daartoe ook te verleiden, want dan kan ik zeggen: de raad wil het ook. Ik wil het niet alleen, maar de raad ook. Dat kan ik omarmen. GroenLinks-PvdA, ‘regeren is vooruitzien: extra hulp op piekmomenten’, om in gesprek te gaan met andere steden over externe inhuur en al dat soort van zaken. Die kan ik omarmen. We zijn in gesprek met G4, maar dit element kunnen we daarin meenemen. Dank daarvoor. Dan ‘duidelijk over afval in alle talen’. Ik ben niet zo voor het communiceren in talen op afvalbakken. Wij doen dat veel meer met pictogrammen. Naast dat dit college ook heeft gezegd, er zijn 2 talen die wij doen dat is Engels en het Nederlands. raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
70
Maar nogmaals, op de afvalbakken doen wij veel meer met pictogrammen dan dat we met taal doen. Die ontraad ik. ‘Statiegeld voor het oprapen’. Daar doen we zoveel op en we hebben de ringen een keer geprobeerd, dat bleek in de praktijk niet te werken. Daarom zijn we een ander systeem nu aan het testen met een bak ernaast, waardoor mensen het ook makkelijk kunnen. Daar heeft de heer Van Schaik zich ook hard voor gemaakt. Dat doen we overigens met Verpact. Met Verpact zijn we sowieso ook naar een grootstedelijke aanpak aan het kijken. Die is overbodig. Niet dat ik vind dat het een slecht idee is, maar het is overbodig, want dat is inzet die we al plegen en het stukje van die donaties hebben we al geprobeerd en dat bleek in de praktijk niet te werken in Rotterdam. Dat kan in andere steden wel werken. De VOORZITTER: Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl): Voorzitter, het klopt dat we een pilot hebben geprobeerd. Ik heb geprobeerd naar de conclusies daarvan te zoeken, maar die heb ik niet gevonden. Wat ik heb gevonden, was zo summier dat ik dacht: dit kan niet een goede conclusie zijn van een pilot die is onderzocht. Zou dan in ieder geval de conclusie en uitleg waarom de pilot is mislukt, gestuurd kunnen worden naar de raad, zodat we daar nog een keer naar kunnen kijken? Want ik denk vooral: alle beetjes helpen.
De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Het waren, zoals ik het heb begrepen, vooral ringen die ringen bleken te zijn en waar mensen van zeiden, zo heb ik het in ieder geval teruggekregen, mensen van zeiden: dat vind ik inderdaad een heel sympathiek idee. En dan vroegen we door: heeft u het ooit weleens gebruikt en dan zeiden de mensen: nee. Nogmaals, we zijn met een ander, wat eleganter, systeem bezig naast afvalbakken, zodat we ook echt laten zien: daar zitten de flesjes en nergens anders. Dat doen we op 31 locaties en die pilot en de resultaten daarvan deel ik graag met uw raad. Ik zal nog even opsnuffelen of wij er nog een één of ander rapport voor hebben dat ik met u kan delen. Maar onze insteek zijn nu de inzet van de aparte bakken die we samen met Verpact hebben ontwikkeld. De VOORZITTER: Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl): Dank, voorzitter. Laat het dan duidelijk zijn dat ik het goed vind dat er in wordt gezet op de grotere statiegeldcontainers, maar die ringen zo kleinschalig en makkelijk bruikbaar zijn en verder de stad in zouden kunnen worden verspreid, dat ik het nog steeds van toegevoegde waarde zie. Ik hou de motie. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Dat kan en ik vind het ook een verrommeling. Ik vind de bakken, zoals die nu door Verpact zijn aangeboden, die zien er nog een beetje mooi uit in Rotterdamse stijl. Ik vind esthetisch van belang.
Het is ook helderder: daar moet je je statiegeld inzetten, dat was bij de ringen niet zo. Maar goed, u kent mijn standpunt, ik ken uw standpunt en dat is het mooie van politiek: daar kan verschil in zitten. ‘Sleutel tot succes voor afvalproblematiek’. Die ontraad ik, omdat ik het slimmer wil gaan doen en beter wil gaan doen, want wij gaan in de wijken waar we geen containeradoptanten hebben letterlijk de wijken in. We hebben daar een apart team voor. Dan gaan we mensen proberen te verleiden in een gesprek. Dat werkt beter. Dat is wel tijdsintensiever, maar we verwachten wel dat daar de effectiviteit groter van is. Dus ontraden, omdat hij overbodig is. Het plan was goed, daar zijn we al mee bezig. ‘Afval niet goed geplaatst, bord voor je kop’. Die kan ik omarmen, motie nummer 7 van GroenLinks. D66 komt met ‘Holle Bolle Gijs’. De VOORZITTER: Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl): Voorzitter, als allerlaatste de motie over de adoptanten. Daar zit iets in dat ik wel heel handig vind, want we hebben ooit van de vorige wethouder Karremans zo'n raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
71
sleutel gekregen, ook al zijn we geen container, althans misschien sommige van ons wel hoor, maar ik in ieder geval niet, maar ik heb wel zo’n sleutel. Het helpt enorm, als je met je sleutel naar de container gaat, dat je dan nog een zetje kan geven. Eén van de onderdelen van de motie is dat we vragen om zo'n sleutel bereikbaarder te maken voor mensen die dat willen, ook al zijn ze geen containeradoptant. Zou de wethouder het dan kunnen toezeggen om daarnaar te kijken, want dan kan ik de motie intrekken. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Iedereen die zich opgeeft als containeradoptant krijgt zo'n sleutel. U krijgt geen contract als containeradoptant. Ik kan best wel zeggen tegen mensen: als je containeradoptant bent, krijgt u een sleutel. Dat is hetzelfde als dat ik bewoners die het willen een sleutel geef, alleen wij geven er een mooie naam aan. Een beetje eer, een beetje trots van u bent net even anders dan een ander. Dat wil ik wel een beetje in stand houden, want er zit ook trots bij de containeradoptant en daar ben ik ook gevoelig voor. De VOORZITTER: Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl): Voorzitter, trots, ik wil de stad schoonhouden. Geef die sleutel aan de bewoners, zet het neer bij een wijkhub, zeg: wil je een sleutel, kom het halen. Zo moeilijk hoeft het allemaal niet te zijn. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Dat kan dus.
Mensen kunnen hem aanvragen bij containeradoptant, dan krijgen ze een sleutel. Dat is helemaal geen moeite. De VOORZITTER: Mijnheer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd): Dank u, voorzitter. Ik word hier ook een beetje moe van. Ik ondersteun het verhaal van mevrouw Morkoç. Als je in mijn buurt kijkt, ik heb geen ruimte. Die vuilniszakken, het zit heel vaak vol. Wat is het voor kleine moeite om mensen een sleutel te geven? Het is toch veel belangrijker dat de stad schoon blijft, je wijk schoon blijft dan dat er een of ander trots eretiteltje aan een functietje zit. Ik zou zeggen: omarm wat mevrouw Morkoç zegt. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Ik hoor wat u zegt en u hebt ook mijn appreciatie gehoord. De VOORZITTER: Mijnheer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd): Voorzitter, dat vind ik geen antwoord op mijn vraag. Ik vraag: wat wil u nu? Wilt u nu een schone wijk of wilt u iets in stand houden met een containeradoptant die dan zogenaamd een mooi titeltje heeft? Wij willen in Rotterdam een schone wijk. Geen gezeur verder. Als u dat enigszins kunt oplossen met een sleutel, doe het gewoon. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Mensen, Rotterdammers, ondernemers en bewoners die een sleutel willen hebben, kunnen dat aanvragen via de containeradoptanten aanvraag. Dat krijg je een sleutel. Daar zit verder helemaal geen moeite aan. Echt geen enkele moeite.
De VOORZITTER: De heer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr): Via de voorzitter. Wethouder, begrijp ik dan ook goed, als bijvoorbeeld een horecaondernemer die een mooi terras heeft en een vuilcontainer voor zich
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
72
heeft staan, die vervolgens 30 zakken denken ze dat die ook aan zijn sloten kan komen. Om mee te werken, om het zo maar te zeggen. Dat is prima. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Dat kan al. We hebben 40 ondernemers die zo'n sleutel hebben. Dat kan gewoon. De VOORZITTER: De wethouder vervolgt zijn betoog. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Dat kan wel, om D66 maar te citeren. ‘Holle Bolle Gijs’. U geeft aan met spraakinstructie. Dat kan ik omarmen, daar zijn we al mee bezig met verschillende manieren, hoe zorg je er nu voor dat mensen een beetje genudged worden? Daar zit wel aan, ik moet het wel met kleine aanpassingen zover kunnen krijgen, want dan kan ik het ook binnen mijn budget pakken. Ik wil daar ook bij zeggen: we moeten natuurlijk ook even rekening houden, dat gaan we dan in een pilot proberen, we moeten hem waarschijnlijk in de nachtelijke avonduren wel uitzetten, want je zult maar zo'n restafval container voor je deur hebben staan die de hele tijd zegt: u moet naar de rechterkant. Dat is leuk als je er niet woont, wat minder leuk. We gaan kijken, maar we gaan dan ook beoordelen of het wordt gewaardeerd door de mensen die rond de restafvalcontainer wonen. De VOORZITTER: Het is de motie van de heer De Haan, maar de heer Van Schaik stond iets eerder. Ik laat eerst de heer Van Schaik aan het woord.
De heer VAN SCHAIK (lr): Ik vind het een beetje overdreven dat u hem gaat aannemen, want het was Leefbaar Rotterdam die met de vuilcontainers kwam die konden praten. Die hebben wij ook geïntroduceerd rond de Markthal. Naderhand heeft uw collega Karremans er 40 extra aangegeven neer te zetten. Het is al bestaand beleid. Beleid op beleid gaat u weer de motie uitvoeren. De VOORZITTER: De heer De Haan. De heer DE HAAN (d66): Ik wil nog even reageren op de uitleg van de appreciatie van de wethouder. Daar kan ik mij alles bij voorstellen, dat hij zo op die manier pragmatisch wordt ingestoken. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Over slimme containers zijn meerdere moties. Ikzelf ook, … restafval containers. We zitten in een proces van het verslimmen van onze containers en in dat proces, zo heb ik het ook uitgelegd, neem ik de wens van D66 mee, waarvan ik ook heb gezegd: het moet wel binnen het budget zijn en het moet ook worden gewaardeerd als je rond zo'n restafvalcontainer woont. De VOORZITTER: Het laatste, mijnheer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr): Die komt ten voordele van u, want bij de eerste editie die rond de Markthal sprak onze burgemeester, dat was toen de heer Aboutaleb. Misschien dat nu onze burgemeester, mevrouw Schouten, het wil inspreken. De VOORZITTER: Moet ik de container gaan inspreken? Ik ben wel benieuwd wat de wethouder nu gaat toezeggen.
Mijnheer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr): Natuurlijk verwacht ik u niet achter elke container opduiken, maar er zit natuurlijk een bandje in en ik weet trouwens dat u toch wel, ik heb u ook papier zien prikken. U doet er toch wel genoeg aan om die stad schoon te houden. Maar ik vind het dan ook leuk dan, we hebben een nieuwe burgemeester, mevrouw Schouten gaat een verhaaltje
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
73
vertellen van lieve Rotterdammers, gooi uw afval niet op straat, maar gooi het bij mij in de bak. De VOORZITTER: Bij mij in de bak. De heer De Haan. De heer DE HAAN (d66): Mag ik u dan nog even adviseren om wellicht nog even uw licht op te steken bij uw collega in Schiedam, de heer Bergman, wat zijn ervaring met het inspreken van de container in Middelburg was. Het was hilarisch wat daar gebeurde. Ik wens u dat niet toe. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Deze laat ik tussen de burgemeester en de raad, wie hem gaat inspreken. De VOORZITTER: Mijnheer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd): Dank u, voorzitter. Ik ben wel heel nieuwsgierig naar het verhaal van mijnheer De Haan en hij heeft dan 30 seconden. Maak er een smeuïg verhaal van. De VOORZITTER: De heer De Haan krijgt 30 seconden om dit verhaal te vertellen. Dan hoop ik ook dat daar een goed voorstel of een goed antwoord voor de wethouder uitkomt. De heer DE HAAN (d66): Dat vond de lokale jeugd in Middelburg zo hilarisch dat containers eindeloos opengingen en de heer Bergman eindeloos in een loop te horen was, de hele dag door. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Ik denk dat het stemgeluid van mevrouw de burgemeester nog niet eens zo erg is. ‘De verdubbelaar 2.0’. In de huidige vorm kan ik deze niet omarmen. Wat ik wel zou willen toezeggen, is om eens te kijken, want dit gaat niet om naastplaatsing.
Het gaat van mensen, kunnen we, als onze handhavers in de praktijk zien dat iemand zwerfafval neergooit, bijvoorbeeld in de nonchalance of vanuit een auto. Dat zijn allemaal boetes die 9 van de 10 keer op heterdaad moeten worden betrapt, maar kunnen we ergens een pilot doen van kun je dat koppelen aan de inzet die we al hebben en wat betekent dat voor tijd? Zo wil ik hem weleens proberen als pilot binnen de vrije ruimte die ik binnen handhaving heb. Dat zou ik er weleens willen bekijken, want de irritatie van zwerfafval, ik denk dat dat binnen deze hele gemeente wel wordt gevoeld. Op dit moment doen we dat alleen op naastplaatsing voor een groot gedeelte. Beide is strafbaar. De prijs anno 2026 is al 205 euro voor een naastplaatsing. De VOORZITTER: Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd): Voorzitter, met die toezegging zou ik hem willen intrekken. We hebben het heel vaak over naastplaatsingen gehad, maar al dat zwerfvuil vraagt vervolgens ook weer inzet van stadsbeheer, ook weer extra tijd, extra geld. Als we daarin die prioritering kunnen gaan uittesten, dan ben ik daar heel blij mee. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Nogmaals, dan doe ik het binnen de huidige inzet.
We gaan er niet specifiek op instrueren, maar kun je het meenemen in de taak van die dag? Als je het ziet, pak je het even mee en wat kost dat dan aan tijd en dan moeten we even evalueren of we vervolgens kijken of dat standaardwerk gaat worden, standaard taakopvatting. De VOORZITTER: Motie nummer 9 is hierbij ingetrokken.
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
74
De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): DENK Rotterdam, stadsbrede zondagsopenstelling. Zo kan ik hem omarmen, want die houdt ook rekening met de capaciteit die ik heb, daar ben ik blij mee. De VOORZITTER: Dan zijn we hiermee aan het eind gekomen van de eerste termijn, tenzij er nog vragen voor de veegronde zijn. Dat is niet het geval. Dan is er nu ruimte voor een tweede termijn van de zijde van de raad. De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, dank u wel. We hebben bijna een uur nodig gehad om het straatje van de wethouder schoon te vegen. Dat gaat bij mij in de straat toch iets sneller als het in de Afrikaanderwijk markt is geweest. Binnen 10 minuten, een kwartiertje is die straat weer helemaal schoon. Dat doet stadsbeheer goed. We hebben het ook even gehad over die 4 miljoen. U hebt getracht dat zo goed mogelijk uit te leggen, maar er is voor mij nog wel wat onduidelijkheid over begonnen we in augustus, oktober? Het is ook een ophoging van zaken, wat zit er dan in? Er zit ook inhuur. Ik merk dat ik het lastig vind om dan het oordeel te maken voor mezelf: doen we het goed? Ik heb toch een aanvullende motie om te snappen: hebben we efficiënt afvalbeleid? Daarin roep ik op om een onderzoek te laten uitvoeren hoe we het doen ten opzichte van de andere G4 grote steden, omdat ik echt wil snappen: hoe doen we het op afval? Bij dezen wil ik die indienen.
De VOORZITTER: De heer Dekkers heeft de volgende motie ingediend. Motie 11. Efficiënt afvalbeleid “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van het agendapunt 'Vies begin van 2026'; constaterende dat: - de gemeente eind 2025 een extra schoonoffensief voor 4 miljoen heeft uitgevoerd; - de afvalproblematiek in Rotterdam een blijvend probleem lijkt te vormen, waarbij na de afgelopen jaarwisseling een dieptepunt werd bereikt met vervuilde straten en overvolle containers; - dit o.a. kwam door inzet voor gladheidbestrijding maar ook door ondercapaciteit bij de buitendiensten; overwegende dat: - de extra uitgetrokken miljoenen voor het Rotterdamse schoonoffensief de problemen niet hebben verholpen; - de effectiviteit van ons afvalbeleid nu moeilijk is om te controleren; verzoekt het college: - een vergelijkend onderzoek te laten uitvoeren naar de kostenefficiëntie van het afvalbeleid van Rotterdam in vergelijking met de andere G4-gemeenten; - hierover te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. L.P.A. Dekkers en P.J.H.D. Verkoelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn.
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
75
De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, mijn afdronk is toch: de stad is viezer, maar de wethouder heeft de afgelopen maanden 4 miljoen stuk kunnen slaan erop en dat ook gedaan. De VVD heeft er zelfs de campagne mee afgetrapt, maar de stad is viezer geworden en ik hoor in een uur lang termijn van de wethouder nergens iets in de trant van: dit had anders of beter gekund. Nee, het is allemaal keurig en perfect op orde en er ligt een plan van aanpak, ga daarmee aan de slag. Ik kan dat totaal niet matchen met een vieze stad en het verbrassen van 4 miljoen. Ik zou de wethouder een laatste keer willen uitnodigen om te zeggen: met de kennis van nu had je dingen anders gedaan, zoals bijvoorbeeld het toch wat beter uitgesmeerd richting het einde van het jaar, waarop je weet dat de stad viezer dan ooit is, in plaats van er dan achter te komen dat het geld op is. De VOORZITTER: Hartelijk dank. De heer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr): In het verlengde van collega Segers-Hoogendoorn. Ik had een soortgelijke vraag. Kijk, we hebben dit debat, we voeren al een hele tijd een debat. Wat kunt u ons actief aangeven dat u hebt opgestoken van debat wat niet meer voor mag komen? Dat zou ik graag van u horen, dat u zelfreflectie doet en zegt: dit nooit meer. Ik hoor het graag van u. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd): Kort toch nog een opmerking.
Iedereen zit nu heel erg met oud en nieuw in zijn hoofd, maar ik weet echt nog wel hoe ook sommige parken erbij lagen in augustus. Ik ben heel blij dat de wethouder al in augustus is begonnen met een zomeroffensief. Ik ben ook wel benieuwd naar de wethouder hoe hij inderdaad de efficiënte inzet ziet. Hoe we ervoor kunnen zorgen dat juist op dat soort dagen er voldoende inzet is, zonder dat we dan tussen de tijd door ook niet de stad vuiler maken. De VOORZITTER: De heer Van Schaik heeft nog een vraag aan u, mevrouw Abrahamse. De heer VAN SCHAIK (lr): Jazeker, via de voorzitter. Het bestaande geld was er ook nog steeds. U hebt gezegd: augustus ermee begonnen. Hoe kan het dan zijn dat de wethouder bij ons in oktober komt om 4 miljoen te krijgen? Legt u dat dan eens uit. De VOORZITTER: Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd): Volgens mij is er in het college wel over gesproken. Ik weet het niet, ik was er niet bij. De wethouder heeft net allemaal uitgelegd hoe dat is gelopen. Ik weet in ieder geval zelf dat ik in de zomer al wel schriftelijke vragen heb gesteld over het vuil in de parken. Hoe dat dan vervolgens wel of niet in een college wordt geregeld met de financiën en dat we daar een update over krijgen tijdens de begrotingsbehandeling, dat is meer aan de wethouder om te beantwoorden dan aan mij. De VOORZITTER: Mijnheer Van Schaik, tot slot.
De heer VAN SCHAIK (lr): Waar u naar verwijst is het geld dat hij daarvoor gebruikt heeft in augustus, dat het geld was dat al bestaand geoormerkt geld was om schoon te maken. Hij vraagt pas in oktober die 4 miljoen aan, die 1 december al op was en nu hoor ik weer 31 december. Er wordt hier enorm gegoocheld met cijfers. Het maakt mij niet zoveel uit. Ik wil duidelijk maken dat in oktober pas 4 miljoen aan ons gevraagd is. Daar hebben we in toegestemd. Zo zit het en niet in augustus. De VOORZITTER: Mevrouw Abrahamse.
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
76
Mevrouw ABRAHAMSE (vvd): De wethouder gaf net in het debat aan dat er in augustus al gestart is. Daar verwijs ik naar. Dat is volgens mij ook tijdens begrotingsbehandeling toen genoemd. Ik snap niet helemaal het punt van de heer Van Schaik. De VOORZITTER: Echt heel kort, want we zijn echt al lang bezig. De heer VAN SCHAIK (lr): Gun mij nog even de tijd om te debatteren. Kunt u mij dan even uitleggen: dat betekent dat de wethouder al begonnen is voordat hij het geld in de zak had. De VOORZITTER: Afrondend, mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd): Volgens mij worden er in een college voortdurend besluiten genomen en hadden wij altijd nog kunnen zeggen, op dat moment in oktober: nee, we willen het anders oplossen. Ik snap niet helemaal waar u naar zit te zoeken, waar een pijnpunt zit en ook waarom u nu deze discussie voert en niet tijdens de begrotingsbehandeling. De VOORZITTER: We gaan niet heen en weer blijven tikken, dit hebben we gehad. De heer Dekkers echt tot slot, want we moeten zo ook naar heel veel andere debatten toe. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, ook wel even een punt van orde. Ik ga over mijn eigen tijd. Voorzitter, ik ga even in op de VVD. Waar het om gaat, is hoe we communiceren over zaken. Als we 4 miljoen inzetten en het staat in oktober in de krant: we gaan 4 miljoen een schoonoffensief starten, dan wekt dat een bepaald beeld.
Blijkbaar is het hier in de kamer een ander beeld dan dat we dat in de media plaatsen. Daar zit natuurlijk wel wat pijn. Ik denk dat het terecht is dat Leefbaar daar een kritische vraag over stelt. De VOORZITTER: Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd): Volgens mij is er naar aanleiding van de begroting die werd gepubliceerd iets geplaatst in de krant, wat constant gebeurt door allemaal partijen hier. Ook daar zie ik niet echt een probleem. Wat een wethouder achter de schermen al eerder in zijn college regelt, wat voor inzet hij heeft. Dat weet ik ook niet. Daar weet ik net zoveel van als u. Maar als ik dan zie: er komt een schoonoffensief, ben ik daar heel erg blij om en ik denk andere Rotterdammers ook. Dan zou ik daar graag hen van op de hoogte brengen. De VOORZITTER: Anderen nog? Niemand meer voor de tweede termijn. Dan is er nog een motie en volgens mij ook nog een vraag van de heer Segers-Hoogendoorn. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Voorzitter, wat zijn de kwetsbaarheden van een schoonoffensief? Mag ik die zo vertalen? Dat het effect natuurlijk tijdelijk is. Dat is iets dat je leert en dat heb ik ook aangegeven. De tijdelijkheid van een iets waar ik ook tijdelijk geld voor krijg. Als je het weghaalt, zorg je ervoor dat alles wat je wint met de tijdelijke inzet ook weer verdwijnt. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn.
De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Van de orde, want mijn spreektijd stopt. Dat was mijn vraag niet. Ik heb gevraagd, met de kennis van nu en de inzet van dat schoonoffensief: wat zou u anders hebben gedaan? Dat was mijn vraag. Niet wat de nadelen zijn van een offensief, want ik heb u proberen te behoeden voor dat offensief, want ik heb u gezegd: zet het geld structureel in en niet incidenteel. De VOORZITTER: De wethouder.
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
77
De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Voorzitter, ik heb geen spijt van het inzetten van het schoonoffensief. Als u dat van mij wil horen, op het moment dat wij zaten na te denken, in het college, over het beeld van de stad, heb ik willens en wetens samen met het college besloten dat additionele inzet van geld in dit jaar, in het vorig jaar, nodig was. Daar heb ik met uw raad een voorstel gedeeld hoe ik dat geld uit wil geven. Ik heb ook in uw raad aangegeven dat dat tijdelijk geld zou zijn voor het jaar 2025 en wij zijn in augustus al gestart. Ook dat is geen nieuwe informatie, want daar heb ik, nogmaals, met mevrouw Vogelaar in de commissiebehandeling tijdens de begroting en de herziening het ook uitgebreid over gehad, dat wij zijn gestart om zo maximaal mogelijk impact te hebben. Uw raad vraagt mij om de stad schoner te maken. Ik zie dat ik dat met het geld dat ik heb niet kan. Dus heb ik geld gehaald. Heb ik ook wat Leefbaar mij verwijt, heb ik creatief de zaken aangepakt door in augustus al te starten met het risico dat uw raad in oktober zou zeggen: dit wil ik niet. Dan had ik ergens in november, december moeten afschalen. Dat was een creatieve zet vanuit het belang van onze stad. Dat heb ik gedaan.
Als u dan vraagt aan mij: heeft u daar spijt van? Nee, want als ik in die stad loop en aan die Rotterdammer vraag: hoe vind je op dit moment dat de stad erbij was, was er groot onbehagen. In mijn focuswijken zie je dat steeds beter gaan. Maar door die massieve inzet in mijn focuswijken, in mijn targetwijken, is het algemene beeld in onze stad wel degelijk naar beneden gegaan. Daar heb ik met dat schoonoffensief iets aan willen doen. Heb ik daar spijt van? Nee. Vind ik het verschrikkelijk jammer dat juist door de laatste winterepisode, waardoor we geen inzet van onze mensen konden hebben, dat dat drastisch naar beneden is gegaan, dat het lijkt alsof dat geen enkel effect heeft gehad, dat vind ik echt heel erg jammer. Dat vind ik ook voor onze stad heel erg jammer. Dat vind ik voor onze mensen die keihard hebben gewerkt aan dat schoonoffensief om daar het maximale uit te halen jammer. Heb ik spijt van? Geen enkele. De VOORZITTER: De heer Koster. De heer KOSTER (lr): Ik had gehoopt op iets meer reflectie en in ieder geval dat u een gedeelte van het geld had bewaard voor die laatste weken van 2025, bekend met vuurwerk en alles wat er in de stad gebeurt. Dat hebben we niet gezien en daar is het kennelijk misgegaan. Ik hoop dat u dat netjes in de brief uitwerkt. Dan hebben we nu de behandeling gehad van het schoonoffensief.
De rotzooi die het is geweest in de eerste weken van 2026 is natuurlijk ook niet om bijzonder trots op te zijn. Toen had u weliswaar niet die 4 miljoen ter beschikking, maar het reguliere budget. Wellicht wilt u er ook nog kritisch op terugblikken hoe dat allemaal is gegaan. De VOORZITTER: De wethouder. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Voorzitter, ook dat heb ik al toegezegd aan u. Aan de heer Koster geef ik u al aan: natuurlijk gaan we de laatste twee weken goed evalueren, kijken wat we beter kunnen doen, nemen we dat mee in een toekomstbeeld van hoe de schone stad zich moet organiseren. Natuurlijk. Denkt u dat ik stond te juichen toen het oud en nieuw was, toen ik zag hoe onze stad na oud en nieuw, 2, 3 januari, wanneer was het, dat ik stond van: dat hebben we puik gedaan, wethouder. Denkt u niet dat ik heb gedacht: moet ik hier consequenties voor mezelf aan binden, moet ik opstappen? Denkt u dat dat niet door mijn hoofd is gegaan, dat ik daar niet over heb nagedacht? Natuurlijk heb ik daarover nagedacht, zoals een echte goede wethouder dat betaamt. Maar waarom heb ik dat niet gedaan? Omdat ik weet dat het in andere steden ook zo was. Het is geen typisch Rotterdams probleem. We hebben gezien dat we in Nederland niet zijn voorbereid op dit soort van zaken, omdat we het niet meer gewend zijn. Dat vind ik de ultieme reden waarom ik heb gezegd: ik stap niet op.
Ook omdat ik weet dat we ontzettend goede plannen hebben voor de toekomst voor deze stad om het weer beter te doen en omdat ik zie dat het ons lukt. Omdat ik er vertrouwen in heb dat we het kunnen, omdat ik dat uit de cijfers zie. Maar dat we er nog niet zijn, dat hoeft u mij niet uit te leggen. Dat zie ik elke dag. Elke dag zie ik de cijfers hoe het in raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
78
onze stad eraan toegaat. Elke maand hebben we daar in mijn staf gesprekken over en elke maand proberen we het weer beter te doen. Dat is mijn inzet en daarom heb ik nooit erbij stilgestaan, heb ik altijd overwogen om op te stappen, heb ik dat niet gedaan, omdat ik vind dat zeker de laatste weken het niet aan het beleid is te koppelen, maar aan een samenkomst van omstandigheden. Daar gaan we als team en ik als wethouder naar kijken. Wat hadden we beter kunnen doen? Dat volgt nog. Ik wil dat zorgvuldig doen en niet nu op een achterkant van een sigarendoos, want ik vind echt dat we er als team diep in moeten duiken om dat goed uit te leggen. Ik heb uw raad heel goed gehoord de afgelopen maand dat het beter moet, dus hebben we een schoonoffensief ingezet. Daar zijn wij als college bijzonder trots op dat we dat hebben kunnen doen binnen de financiële middelen die we hebben. De VOORZITTER: De heer Koster. De heer KOSTER (lr): Bedankt voor deze kritische zelfreflectie. Ik denk dat dat wel iets is dat wij nodig hadden in plaats van al die ellenlange teksten daarvoor. Die evaluatie, ik hoop wel dat u die aan ons kan sturen, nog deze raadsperiode, want ik vind het te gemakkelijk om dit over de verkiezingen heen te tillen. Ik begreep dat er een brief van u komt 12 februari. Ik hoop dat dat daarin kan.
Nogmaals, het is belangrijk dat we dit bespreken, deze periode nog, en niet dat we dit straks ergens in mei of juni bespreken als Jan en alleman een plas erover hebben gedaan. Dan is het niet meer actueel. Ik vind het relevant dat we dit nog deze periode doen. Ik hoop dat u dat ook kan toezeggen. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): De evaluatie schoonoffensief heb ik 12 februari, staat toezegging op papier. De VOORZITTER: De heer Koster. De heer KOSTER (lr): Sorry, voorzitter. Het schoonoffensief liep tot het einde van het jaar, maar deze eerste periode van januari 2026, betrekt u dat in de brief van 12 februari of niet? Die kritische evaluatie waar u het net over had. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Daar zijn we echt middenin. Ik zeg u, dat heb ik u al toegegeven dat we een evaluatie doen. Dat heb ik u al toegezegd. 12 februari ga ik voor die evaluatie echt niet redden, ook niet omdat u in uw eigen motie mij verzoekt om daarin mee te nemen de ervaringen van de mensen die het werk zelf hebben gedaan. Dat wil ik dan ook serieus kunnen doen. U hebt mij daar ook nog een extra opdracht aangegeven en daar wil ik dan ook nog serieus handen en voeten aan geven. De VOORZITTER: Mijnheer Koster, tot slot. De heer KOSTER (lr): Dan spoor ik u toch graag aan tot actie. 12 februari is nog ruim 2 weken. Laten we het toch deze periode doen.
Ik vind het niet iets om dit de verkiezingen te tillen. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Voorzitter, ik heb aan een evaluatie alleen maar iets als het goed is. Ik doe mijn best om dat zo snel mogelijk te doen, maar ik vind, als je zoiets dat maar een keer in de 10 jaar op dit moment is langsgekomen, dan moet je dat goed evalueren. Moet je daar geen hoekjes aflopen te snijden om maar weer hier in de raad met een mooi rapportje te staan. Dan moeten we goed de afweging maken welke investeringen willen wij reserveren om voor iets dat 1 keer in de 10 jaar, vooralsnog, voorkomt. Dat moet je zorgvuldig doen. Daar moet de raad ook een goed beeld van krijgen wat we beter gaan doen en of de raad dan ook daar in de toekomst middelen voor beschikbaar wil stellen. Beter goed dan snel, wat mij betreft. Maar de evaluatie schoonoffensief is er voor 12 februari.
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
79
De VOORZITTER: Dan zijn wij hiermee aan het einde gekomen van dit debat. Er zijn een aantal toezeggingen door de wethouder gedaan. Die ga ik even herhalen, let goed op. De wethouder zal de aanpak met betrekking tot de containeradoptanten tegen het licht houden. De wethouder gaat na of er rapporten zijn met betrekking tot statiegeldcontainers die met de raad gedeeld kunnen worden. De wethouder zegt toe te onderzoeken of er een pilot mogelijk is om op heterdaad betrappen van mensen die zwerfafval weggooien en het aanpakken ervan mee te koppelen in de inzet die de gemeente al pleegt op het gebied van het bestrijden van zwerfafval en wat dit qua tijd, capaciteit zou betekenen. De heer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr): Graag in technische tijd. Ik had ook nog gevraagd, dat heeft de wethouder ook toegezegd, hoeveel bekeuringen daarna uitgeschreven zijn. Daar zou hij op terugkomen, bekeuringen die echt met afval te maken hebben. De VOORZITTER: Ik kijk zo even naar de wethouder of hij dat herkent. De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): In technische tijd. Ik heb nog een motie ingediend. Ik denk dat hij omarmd is. De VOORZITTER: Excuus, u hebt gelijk. Er ligt nog een motie en nog een vraag van de heer Van Schaik. De vraag van de heer Van Schaik, waar hij geen antwoord op had gekregen, is hoeveel bekeuringen er nu zijn uit schreven. Dat zou u uitzoeken.
Dat is een toezegging en die heb ik niet opgenoemd. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Daarvan heb ik al gezegd dat ik verwacht dat 0 extra zijn toegezegd, omdat we niet hebben ingezet op de handhaving. We hebben ingezet op schoon, inzameling, reiniging. Ik ga het voor u uitzoeken, omdat ik het niet zeker weet, maar ik verwacht 0. De VOORZITTER: De wethouder heeft toen gezegd dat hij het nagaat. Hierbij is die toezegging geregistreerd. De heer Dekkers, excuus. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Ook namens mij excuus. Ik stond even geëmotioneerd een preek te houden, laat ik het zo noemen. Uw motie vraagt om in G4 verband tot een benchmark te komen. Wij doen dat soort jaarlijkse benchmarks al via de NVRD huppelepup, de branchevereniging. Sterker nog: wij hebben ook onze medewerking verleend aan een onderzoek, zo uit mijn hoofd, Amsterdam, die ook wil benchmarken hoe zij het doen. Daar hebben wij medewerking aan verleend. We zijn ook met Amsterdam al in gesprek. Maar nogmaals, de branchevereniging doet dat om juist ook die verschillen al te kunnen duiden. Dus ontraden. De VOORZITTER: Dan zijn we hiermee echt aangekomen bij het einde van agendapunt 6.4. Ik dank de wethouder voor zijn aanwezigheid. 6.2
Voortgangsrapportage NPRZ 2024
De VOORZITTER: Dan gaan we even terug in de tijd. Let u op met de administratie. Dan beginnen we weer bij agendapunt 6.2. Wethouder Zeegers is er. Het is de voortgangsrapportage NPRZ 2024. Mevrouw Kockelkoren is de eerste die het woord krijgt. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Het is een uitvoeringsplan voor de pijlers school, werk en wonen. Van alles willen we daarmee regelen. In het plan is de ambitie binnen de pijler wonen als volgt verwoord: doel is dat de inwoners van Zuid het verschil merken in de kwaliteit van wonen. Maar, voorzitter, ook volgens de commissie Van Rijn is er nog steeds simpelweg in bepaalde raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
80
gebieden een te grote hoeveelheid slechte, ongezonde, niet-duurzame en te eenzijdige woningen met een te grote doorstroom van bewoners die regelmatig nergens anders heen kunnen. Woonsituaties die we in ons land niet zouden moeten willen accepteren. Tegelijkertijd zijn er veel bewoners die graag in de wijk of op Zuid willen blijven, maar geen geschikte woning kunnen vinden. Voorzitter, ik quote het rapport: de huidige aanpak schiet tekort om deze delen van Zuid voor de huidige en toekomstige bewoners toekomstbestendig te maken. Voorzitter, eindelijk is het kwartje gevallen, zeg ik dan, dat we moeten verdichten zonder te verdringen. Mensen moeten kunnen blijven wonen in een te renoveren woning of moeten kunnen terugkeren in hun huidige woonomgeving, mocht sloop van hun oude huis onontkoombaar zijn, gezien de stapeling van opgaven en sloop per saldo de beste en meest toekomstig bestendige keuze. Hopelijk zo min mogelijk, hoewel we in Rotterdam nog steeds sloopkampioen zijn, helaas. Voorzitter, dit is precies wat GroenLinks al 8 jaar inbrengt in deze raad. Om het leven van bewoners op Zuid werkelijk te verbeteren, zijn meer betaalbare woningen nodig, woningen tot 900 euro. Daarvoor is meer inzet voor het opknappen van huidige woningen voor zittende bewoners noodzakelijk.
Ik vind het ongelooflijk treurig dat deze koerswijziging zo lang op zich heeft laten wachten, terwijl bewoners aan de bel trokken, de midterm-review 3 jaar geleden al de titel had ‘tot hier en nu verder, de nood is hoog’. We moeten af van alle tegenkrachten die deze koerswijziging zolang frustreerde en vol aan de bak met alle politieke partijen die werkelijk willen werken voor de behoeften van bewoners op Zuid. De verkiezingen zijn op komst, voorzitter. Investeren voor en met bewoners op Zuid zal de inzet van GroenLinks-PvdA blijven en zijn. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is het woord aan de heer Leewis. De heer LEEWIS (gl): Voorzitter, op aanvulling op het verhaal van mevrouw Kockelkoren. Vindt GroenLinks-Partij van de Arbeid dat de inzet die binnen de NPRZ moeten doen, baat moet hebben voor de mensen die wonen, al jaren wonen, op Zuid, dat het gaat naar bestrijding van armoede, naar betere schoolprestaties. Dat lijkt op dit moment zo te zijn en dat lijkt een goed signaal. Toch zijn er ook heel veel mensen op Zuid die helemaal niet het gevoel hebben dat er wordt geïnvesteerd in het gebied of dat ze vooruitgaan. Tegelijkertijd zien we woningprijzen stijgen, zien we dat er duurdere woningen worden gebouwd, dat woningen worden gesloopt en duurdere woningen worden teruggebouwd. Met andere woorden: er komen ook heel veel nieuwe mensen in het gebied.
Wat ik heel graag wil weten en waar ik ook vind dat het programma op zou moeten sturen, is dat er geïnvesteerd wordt in de mensen die altijd woonden op Zuid. Dat het daar beter mee gaat en niet dat we de prestaties halen doordat er andere mensen met een hoger inkomen in verhuizen in het gebied. Daar heb je de gemiddelde cijfers natuurlijk wel mee opgekrikt, maar daar heb je niets mee gedaan voor de mensen die altijd al op Zuid woonden. Voor die mensen, de mensen waar ik mee opgegroeid ben, mijn ouders, mijn vrienden, mijn wijkgenoten, daarvoor vind ik dat NPRZ zou moeten zijn. Mijn vraag is ook, via een motie, aan het college om in alle voortgangsreportages die we nu krijgen en ook vooral in het beleid te gaan corrigeren voor dat demografisch effect dat je hebt in Zuid, omdat de woningprijzen stijgen en er meer mensen het gebied inkomen met een ander inkomen. De VOORZITTER: De heer Leewis heeft de volgende motie ingediend. Motie 1. Goed meten is weten: gaat Zuid er echt op vooruit? “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van agendapunt 6.2 Voortgangsrapportage NPRZ 2024; constaterende dat: - het hoofddoel van het NPRZ is om de kansen van Zuiderlingen te vergroten op het gebied van onderwijs, werken en wonen; raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
81
-
in de voortgangsrapportage niet wordt gecorrigeerd voor demografische veranderingen, zoals verhuizing van theoretisch geschoolde mensen met een hoog inkomen van buitenaf naar Rotterdam Zuid; het daardoor onmogelijk is om vast te stellen welk deel van de gerapporteerde vooruitgang komt door investeringen in mensen op Zuid, en welk deel komt door verhuizingen van mensen die het al goed hebben naar Zuid;
overwegende dat: - deze voortgangsrapportage hierdoor niet geschikt is om te beoordelen of we goed bezig zijn met het NPRZ, of dat er meer inzet nodig is om Zuiderlingen echt vooruit te helpen; - de gemeenteraad daardoor niet goed in staat is om te sturen op de voortgang en doelmatigheid van het NPRZ, terwijl dat het doel is van de voortgangsrapportage; verzoekt het college: - vanaf de Voortgangsrapportage NPRZ 2025 een correctie voor demografische ontwikkelingen toe te passen, zodat duidelijk in hoeverre mensen die al op Zuid wonen er daadwerkelijk op vooruit gaan; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. S. Leewis, S. Reitema, T.J. Vonk en P.J.H.D. Verkoelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Heeft de heer Van Dommelen een vraag aan de heer Leewis? De heer VAN DOMMELEN (vvd): Ik was net even afgeleid, maar heb ik het goed gehoord, zei u net: eigen volk eerst? Is dat waar u op uit bent als het gaat over Zuid? De heer LEEWIS (gl): Voorzitter, ik denk dat de heer Van Dommelen zijn vraag iets scherper moet stellen, want nu snap ik niet waar hij over gaat. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Ik begreep even dat u zei: we willen geen mensen van buiten naar binnen halen. Dan leg ik dat uit als eigen volk eerst.
De heer LEEWIS (gl): Nee, voorzitter, wat ik wil is dat het programma NPRZ investeert in de mensen die altijd al op Zuid woonden. Dat er nieuwe mensen in hun gebied komen wonen, is prima. Daar ben niet op tegen. Sterker nog: dat is volgens mij de functie van Rotterdam als stad. Maar wat ik wel wil, is dat je, als je een programma hebt om te investeren in de achterstanden van een gebied, dat er ook werkelijk wordt geïnvesteerd in de achterstanden van een gebied en dat de achterstanden niet opgelost worden doordat je een heleboel nieuwe mensen het gebied inhaalt. Dat vind ik niet het oplossen van achterstanden. De VOORZITTER: Helder, hartelijk dank. Dan is nu het woord aan mevrouw Nunnely. Mevrouw NUNNELY (d66): Dank u wel, voorzitter. Het NPRZ loopt inmiddels al meer dan 10 jaar en heeft aantoonbaar veel betekend voor Rotterdam-Zuid. Dat erkennen wij. Maar juist omdat het programma zo groot is, zolang loopt en met veel publiek geld wordt uitgevoerd, mag de vraag naar rolvastheid en verantwoordelijkheid niet langer worden vooruitgeschoven. Succes is geen reden om niet te reflecteren. Het is er juist de aanleiding voor. We zien dat de grenzen tussen uitvoering, publiekprofilering en politieke verantwoordelijkheid steeds vaker vervagen en dat kan schuren. Als we daar dat ongemak niet serieus nemen, gaat het debat niet langer over de inhoud, maar over de rolverdeling.
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
82
Daarom dienen wij een motie in over het vastleggen van een helder profiel, functieprofiel voor de directeur. Niet om af te breken, maar om te corrigeren waar nodig. Zo versterken we wat werkt, begrenzen we wat schuurt en nemen we als raad onze verantwoordelijkheid voor de volgende fase van Rotterdam-Zuid. Dank u wel. Ik heb een motie. De VOORZITTER: Mevrouw Nunnely heeft de volgende motie ingediend. Motie 2. Versterken wat werkt, begrenzen wat schuurt “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van agendapunt 6.2 Voortgangsrapportage NPRZ 2024; constaterende dat: - het NPRZ al meer dan tien jaar loopt en zich bevindt in een nieuwe ontwikkelfase, wat vraagt om nieuwe inzichten; - het programma aantoonbare resultaten heeft geboekt en breed wordt gedragen door partners in de stad; - de Raad eerder heeft uitgesproken dat het functieprofiel binnen het NPRZ helder moet zijn; overwegende dat: - juist succesvolle programma's gebaat zíjn bij periodieke bestuurlijke reflectie; - een helder functieprofiel rolzuiverheid bevordert en het mogelijk maakt dat het NPRZ ook in de komende jaren effectief en inzichtelijk kan opereren; verzoekt het college: - de Raad te betrekken bij het functieprofiel van de directeur van het NPRZ; - de raad hierover te informeren in Q3 2026; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. J.M. Nunnely en S.
Soytekin De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Ik zit wel heel even te twijfelen over het verzoek van het college om de raad te betrekken bij het functieprofiel van de directeur van het NPRZ en dat in Q3 te doen. Er is een directeur van de NPRZ. Dat impliceert dat er dan een vacature zou gaan komen. Ik probeer hem heel even te begrijpen. Mevrouw NUNNELY (d66): Er is geen vacature, maar wel de raad te informeren over het profiel van de directeur, inderdaad, zoals we dat nu hebben, zodat we mee kunnen denken over het profiel en de uitvoering hiervan. De VOORZITTER: De wethouder weet er weg mee, volgens mij. Ik wil even voorkomen dat we met ambtenaren die er nu zitten hier een debat krijgen. Dat wil ik echt voorkomen. Dat is even de duidelijkheid. Mevrouw NUNNELY (d66): Dat klopt. Het is niet de bedoeling om over ambtenaren hier te spreken, maar het heeft wel te maken met het feit dat we al eerder over die rolduidelijkheid hebben gevraagd. Vandaar ook deze motie.