20260129- Notulen van de raadsvergadering van 29 januari 2026
Tekst van het document
richtinggevend kader voor het versterken van de sociale basis; - deze visie als input te laten dienen voor hel nieuwe beleidskader maatschappelijke ondersteuning;
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
29
-
hierover te rapporteren aan de gemeenteraad van Rotterdam;
en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. T. Kind, A. Kockelkoren en T.S.J. Coşkun https://opbouwwerkinrotterdam.nl/opbouwwerk-in-uitvoering-revisited/ https://www.movisie.nl/artikel/hoe-samenlevingsopbouw-weer-razend-actueel-werd & https://sociaalwerknederland.nl/actueel/opbouwwerk-honderd-jaar-oud-en-vitaler-dan-ooit 3 https://sociaalwerknederland.nl/actueel/nieuw-expertiseprofiel-opbouwwerk-verschenen 1
2
De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Dan wil de heer Balcha toch nog het woord. De heer BALCHA (d66): Dank u wel, voorzitter. D66 is blij met de ingezette richting. Een richtinggevend kader is natuurlijk een beetje hoog over, zoals we ook in de commissie geconstateerd hebben. De iets lastigere keuzes zullen pas in de toekomstige uitwerking genomen moeten worden. Maar wat nu voorligt, kan D66 goed volgen. Op inhoud en waarde zien we veel goede dingen, bewoners centraal, zeggenschap, preventie boven reparatie, nadruk op het domeinoverstijgend werken, wat goed is voor de samenwerking en ontkokering en ook de beweging richting 1 subsidieregeling steunen wij. Maar het belangrijkste moet nog komen, een concrete uitvoeringsagenda in de toekomst. Daarom vinden we nu ook voorbarig om toezeggingen te doen op het gebied van middelen. Als er aanvullende investeringen nodig zijn, heeft het college aangegeven dat ze met een voorstel daarvoor komen in de begroting 2027. Wat ons betreft kan een nieuwe raad daarin al hun wijsheid over beslissen. Tegelijkertijd is er nog wel onduidelijkheid over de financiering van de sociale basis nu. Daarom hebben wij wel een motie in aanvulling op de toezegging die al is gedaan aan de heer Vonk. Met die motie wordt preciezer in kaart gebracht hoe de sociale basis nu wordt gefinancierd.
Deze wordt ondersteund ook door de leden Kockelkoren en De Bruijn namens hun partijen en de ChristenUnie. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: De heer Balcha heeft de volgende motie ingediend. Motie 4 Inzicht in financiering van de Sociale Basis “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het agendapunt 6.1: Richtinggevend kader voor de Sociale basis; constaterende dat; - de gemeente Rotterdam inzet op het versterken van de Sociale Basis als fundament voor preventíe, gemeenschapskracht en samenleven; - middelen voor de Sociale Basis momenteel via verschillende begrotingsposten, subsidieregelingen en programma's lopen; - het voor de raad onvoldoende inzichtelijk is uit welke 'potjes' en beleidsdomeinen middelen worden ingezet voor de Sociale Basis; overwegende dat; - transparantie over geldstromen noodzakelijk is voor goede kaderstelling en controle door de raad; - een volledig overzicht helpt bij het maken van afgewogen keuzes richting één integrale aanpak van de Sociale Basis;
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
30
verzoekt het college; - in kaart te brengen uit welke begrotingsposten, programma's, subsidieregelingen en andere financieringsbronnen middelen worden ingezet of gereserveerd voor de Sociale Basis; - daarbij per geldstroom inzicht te geven in doel, omvang en betrokken beleidsdomeinen; - hierover te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. E.H. Balcha, T.J. Vonk, J.M. de Bruijn en A. Kockelkoren De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Mevrouw De Bruijn. Mevrouw DE BRUIJN (pvda): Dank, voorzitter. Ik was helaas niet bij de commissievergadering aanwezig, want ik was op een hele mooie huwelijksreis. Natuurlijk ook niet over te klagen. Desalniettemin heb ik … De VOORZITTER: Wacht, wilt u nu zeggen dat u onlangs getrouwd bent? Mevrouw DE BRUIJN (pvda): Ja. De VOORZITTER: Van harte gefeliciteerd. (Applaus.) Mevrouw DE BRUIJN (pvda): Dank, voorzitter. De VOORZITTER: U vervolgt uw betoog. Mevrouw DE BRUIJN (pvda): Dat was het dan. Nee, maar desalniettemin heb ik natuurlijk met veel enthousiasme en hoge verwachting het richtinggevende kader sociale basis gelezen. We zijn blij met een deel van de richting waar de wethouder heen wil, sociale cohesie versterken, bestaanszekerheid vergroten, kansengelijkheid bevorderen, pedagogische leefomgeving versterken, fysieke en mentale gezondheid verbeteren.
Maar daarnaast laat het kader ook zien dat bestaande losse subsidieregelingen worden samengevoegd tot 1 domeinoverstijgende subsidieregeling. Minder loketten, meer projectfinanciering, meer samenhang en meer ruimte voor meerjarige financiering. Dat is hartstikke top natuurlijk en dat steunen wij van harte. Maar zo'n flinke wijziging levert natuurlijk ook een hele hoop vragen op. Dit wordt nu voorlopig doorgeschoven naar een volgend college en raad, ergens is dat begrijpelijk. Ambtenaren hebben hard gewerkt en het was ook erg fijn om achter de schermen met ambtenaren die een benen op tafel-sessie te houden, zodat we wat meer feeling kregen met waar ze mee bezig zijn. Maar toch had ik wel van de wethouder al iets meer visie in deze enorme stelselwijziging verwacht en dan specifiek over het verschuiven van middelen. Want ergens ontstaat er, denk ik niet geheel onverwacht, een zorg over bezuinigingen die mogelijk erin kunnen sluipen op deze manier. Daarom dienen we samen met D66 de motie ook in om inzicht te geven waarheen die middelen verschuiven. De sociale basis, wij hebben het geluk gehad dat we ruim 80 van deze mooie betrokken Rotterdammers, vrijwilligers, kleine initiatieven en grote organisaties hebben mogen spreken voorafgaand aan het schrijven van ons verkiezingsprogramma. Ze houden onze stad op veel vlakken overeind. Ze verdienen transparantie en voldoende steun.
We zien dat de overheid ook wel steeds meer verschuift qua taken richting welzijn. Rotterdam wil minder wachten tot problemen groot zijn en meer investeren in preventie in wijken en wat mensen samen doen. Dat is een goede en noodzakelijke richting, maar zo'n
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
31
nieuwe koers werkt alleen als we ook eerlijk zijn over wat dat betekent in de praktijk. Het kader zegt: de sociale basis voor het fundament onder zorg en welzijn. Dat betekent dat welzijnsorganisaties, vrijwilligers en bewonersinitiatieven meer moeten opvangen. Welzijn kan veel, maar niet alles. Als we dan ook zorgtaken mogelijk verschuiven naar welzijn zonder extra mensen, tijd of middelen, dan komt de sociale basis onder druk te staan. Dan wordt preventie geen versterking, maar een extra belasting. Daarom dienen wij ook de motie in ‘Welzijn niet zomaar opschepen met extra zorgtaken’ Dit kader zet een belangrijke stap vooruit, maar om het te laten slagen, moeten woorden en daden ook kloppen. Tot zover. De VOORZITTER: Mevrouw De Bruijn heeft de volgende motie ingediend.
Motie 5 Welzijn niet zomaar opschepen met zorgtaken “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van ‘richtinggevend kader voor de Sociale basis’; constaterende dat; - de toenemende zorgvraag in de praktijk steeds vaker wordt opgevangen binnen het welzijnsdomein en de sociale basis; - deze verschuiving vaak plaatsvindt vanuit de gedachte van preventie en nabijheid, maar niet altijd gepaard gaat met een duidelijke afbakening van taken; overwegende dat; - het wetzijnsdomein het tempo van de omvang van deze verschuiving momenteel onvoldoende kan bijhouden; - overbelasting van welzijnsorganisaties, vrijwilligers en initiatieven het risico vergroot dat preventie juist onder druk komt te staan in plaats van wordt versterkt; - onduidelijkheid over verantwoordelijkheden kan leiden tot kwaliteitsverlies en uitvoeringsproblemen; verzoekt het college; - in de verdere uitwerking van het kader Sociale Basis te onderbouwen welke nieuwe of aanvullende (zorg)taken bij de sociale basis worden belegd; - daarbij inzichtelijk te maken: o welke extra capaciteit, middelen en/of deskundigheidsbevordering nodig zijn; o welke risico’s ontstaan wanneer deze randvoorwaarden niet (tijdig) beschikbaar zijn; - te voorkomen dat taken vanuit zorg worden verschoven naar welzijn zonder gelijktijdige versterking van uitvoeringskracht; en gaat over tot de orde van de
dag.” w.g. J.M. de Bruijn en A. Kockelkoren De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: De heer Akhatab. De heer AKHATAB (denk): Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over het sociale domein van onze stad. Dat is geen beleidstaal, maar dat zijn de mensen in de wijken, de vrijwilligers, buurtinitiatieven en voorzieningen die ervoor zorgen dat Rotterdammers naar elkaar omkijken. Het afgelopen jaar is er hard gewerkt. Het college heeft veel gesprekken gevoerd met bewoners en professionals in de wijken. Dat is goed en nodig. Deze gesprekken
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
32
hebben geleid tot het richtinggevend kader dat vandaag voor ons ligt. Maar voorzitter, als we echt willen dat die beweging naar de voorkant slaagt, dan ontbreekt er nog iets essentieels. In de praktijk zien we namelijk dat we nog te vaak langs elkaar heen werken. Gemeentelijke afdelingen opereren veelal naast elkaar in plaats van met elkaar. We denken nog te vaak in regels en producten, terwijl het zou moeten gaan om mensen. Daarnaast staan de grenzen tussen zorg, welzijn, sport en cultuur nog steeds in de weg. Hoewel er losse bijeenkomsten zijn geweest, is er geen moment geweest waarop iedereen samenkomt, geen moment waarop alle schotten tegelijk omlaag gaan. Voorzitter, daarom dien ik vandaag een motie in voor het organiseren van een ‘Conferentie domein overstijgend werken’. Een bijeenkomst waar niet alleen welzijnswerkers aanwezig zijn, maar ook professionals uit de zorg, armoedebestrijding, sportverenigingen en culturele instellingen, want juist daar ligt de kracht. Tot zover. De VOORZITTER: De heer Akhatab heeft de volgende motie ingediend.
Motie 6 Conferentie Domein Overstijgend werken “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het agendapunt ‘6.1 Richtinggevend kader voor de Sociale basis’; constaterende dat; - vraagstukken rond cultuur, welzijn, zorg en armoede steeds meer samenhangen; - betere samenwerking tussen deze domeinen nodig is voor effectieve ondersteuning van Rotterdammers; overwegende dat; - domein overstijgend werken kan bijdragen aan effectievere en duurzamere oplossingen voor maatschappelijke opgaven; - een gezamenlijke conferentie kan dienen als platform voor ontmoeting, inspiratie én samenwerking tussen beleidsmakers, professionals, instellingen, bewoners en ondernemers; - het bevorderen van samenwerking tussen deze domeinen aansluit bij de doelstellingen van de gemeente om kansengelijkheid, welzijn en leefbaarheid in Rotterdam te versterken; verzoekt het college; - in samenwerking met relevante partners een Rotterdamse conferentie over domein overstijgend werken te organiseren binnen de beleidsterreinen cultuur, welzijn, zorg en armoede; - en dit te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. N. Akhatab De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, nu ter elfder ure komen met een plan voor versteviging van de sociale basis, geeft toch wel het dubbele gevoel van, fijn dat het er nu eindelijk oog voor is, waar het echte werk voor gedaan is en tegelijk wat blijft er nou over als er dadelijk een nieuw college is met wellicht weer hele andere
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
33
prioriteiten? Dat blijft toch bijzonder, veel te laat, dat had veel eerder gemoeten. Goed dat er een loket komt voor subsidiëring van de sociale basis en goed dat er op basis van gelijkwaardigheid wordt samengewerkt tussen de gemeente en de initiatieven van de sociale basis. Wel wil ik daarbij de kanttekening maken dat dat natuurlijk wel leuk klinkt, maar uiteindelijk is het de gemeente die beslist over wie welke subsidie ontvangt. Daarmee is het natuurlijk helemaal geen gelijkwaardige relatie. Dat is dan ook direct de vraag aan het college: hoe ondervangt het college deze samenwerking? Voorzitter, meer aandacht voor de sociale basis lijkt nobel, maar is er vooral om uiteindelijk de problemen van de gemeente op te lossen. Minder geld naar zorg, meer naar werk voor de sociale basis, waar vooral vrijwilligers de drijvende kracht zijn. De vraag is dan ook direct: komt er nu ook meer geld beschikbaar voor de sociale basis? Komt er geld beschikbaar voor de exploitatiekosten van de organisaties van de sociale basis, zodat deze bestaanszekerheid van die organisaties ook toeneemt? Als je dat wilt, moet je er ook voor zorgen. Meer aandacht voor de sociale basis moet uiteindelijk ook betekenen dat welzijn en zorg meer met elkaar verbonden zijn.
Daarom is het uitermate vreemd dat we nu iets moeten zeggen over de sociale basis en dat wethouder Buijt in het tweede kwartaal, dames en heren, het tweede kwartaal, na de verkiezingen, komt met bouwstenen voor zijn programma zorg. Hoe wordt dat bij elkaar gebracht, wethouder? Veel wezenlijker, dat hoeven we helemaal niet te weten, want daar gaat een nieuw college over. Zelfs nu gaat u over uw graf heen regeren en dat is toch niet zo prettig. Was er 4 jaar eerder meegekomen, waren we tevreden geweest. Tenslotte, wel blij dat het er is en ik doe met alle moties die het verbeteren mee. De VOORZITTER: Hartelijk dank. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Dank u, voorzitter. 4 jaar geleden toen deze coalitie aantrad, waren er grote woorden over, wij gaan onze tijd niet besteden aan beleidsstukken schrijven en visies. Dat kost allemaal maar tijd van pennenlikkers. Wij gaan daadkracht laten zen gewoon problemen voor de Rotterdammers oplossen. Voorzitter, dat gevoel bekruipt mij heel erg als wij nu ter elfder ure in de voorlaatste vergadering van een raadsperiode een kader voor de sociale basis bespreken. Daarin zie je meteen dat dit de verkeerde volgorde is. Wij hebben hier begrotingsbehandelingen gehad waarin dit college bezuinigingen van tonnen voorstelde en ook voor elkaar kreeg op die sociale basis.
Organisaties die gewoon omgevallen zijn door die bezuinigingen en dan zie je wat er kan gebeuren als je heel stoer zegt: beleid en visie, daar gaan we onze tijd niet aan besteden. Wij gaan problemen oplossen. Je gaat eerst het kalf laten verdrinken en dan de put dempen en dat is toch het gevoel wat ik heb als ik dit lees. Daar staan alle goede woorden in, ze staan er allemaal in, maar wat zijn ze waard als je een paar maanden geleden tonnen weghaalt bij die organisaties die juist die sociale basis vormen? Voorzitter, daar heb ik grote problemen mee. Ik heb er ook grote problemen mee om hier heel positief over dit plan te spreken, want het is al gebeurd. Maar gelukkig leven we in een democratie, hebben we over een kleine 2 maanden verkiezingen en gaat dit kader vooral een kader zijn voor een nieuw college en een nieuwe bestuursperiode. Laten we dat dan ook alsjeblieft met nieuwe partijen doen, want we komen er niet als we denken dat visie en beleid niet nodig is. Voorzitter, dan maar toch naar het stuk, daar staan de goede dingen in. Je moet het van onderop laten komen. Er moet vooral niet te veel sturing zijn vanuit de gemeente. Mensen zijn van nature sociaal, zoeken elkaar van nature op, helpen elkaar van nature en organiseren zichzelf van nature.
Daar moet een overheid vooral bij uit de buurt blijven en alleen maar helpen en steunen daar waar die hulp en steun nodig is voor die sociale initiatieven. Het CDA kijkt met de bril naar dit plan van, laat je inderdaad voldoende al die bloemen bloeien? We zijn erg van het investeren in die meerjarige subsidies voor organisaties die we ook kennen, waar we vertrouwen in hebben. Ik wil dan ook, voorzitter, de wethouder vragen of hij mogelijkheden ziet om, met name bij de maatschappelijke organisaties die wij al langjarig steunen, dat je eens een keer kan stoppen met iedere jaar de verantwoording over 1 jaar subsidie. Maar dat je ook eens een keer kan zeggen: we gaan dat langjarig toezeggen, u hoeft pas over 3 jaar weer een volledige raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
34
kwantitatieve verantwoording te doen en misschien tussendoor voeren we met elkaar een gesprek over hoe de dingen lopen. Ik vraag de wethouder in hoeverre hij mogelijkheden ziet om dat te doorbreken en maximaal in te zetten op vertrouwen voor die organisaties. Voorzitter, ten slotte, er is heel veel aandacht in dit plan voor wijkgerichte initiatieven. Daar zijn we erg voor, dat is natuurlijk ook maatwerk dicht bij de mensen enzovoorts. Maar het laat een beetje buiten beschouwing dat er heel veel stadsbrede initiatieven zijn en dat er ook koepelorganisaties zijn die programma's hebben voor de hele stad. Dat is dan ook mijn vraag aan de wethouder: is daar voldoende aandacht voor? Want dat lijkt in dit plan een beetje onder te sneeuwen in die wijkgerichte aanpak. Er zijn ook hele goeie stadsbrede initiatieven en die moeten hier niet de hinder van ondervinden van dit kader. Dat is mijn tweede en laatste vraag aan de wethouder, voorzitter. Op dat eerste punt over het langjarig vertrouwen in organisaties en ook het maximale ruimte zoeken in subsidieverantwoording hebben wij eventueel, als ons de beantwoording van de wethouder onvoldoende bevalt, in de tweede termijn een motie. Dank. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Zijn er nog andere leden die het woord wensen? Dat is niet het geval. Dan vraag ik de wethouder om in te gaan op de moties en de vragen.
De heer ACHBAR (wethouder): Dank u, voorzitter en dank raad voor het constructief meedenken in het kader van het richtinggevend kader sociale basis. Het is een proces dat wij ingegaan zijn om de uitdaging die ook aan de andere kant ligt van, hoe zorg je ervoor dat wij voldoende veerkracht hebben en kunnen organiseren in die wijken met elkaar? Waarbij niet altijd gebruik gemaakt hoeft te worden van het curatieve, want daar drukt op dit moment de grootste kostenposten in. Dat is een traject dat we al vanaf het begin hadden geconstateerd als college. Daar hebben wij inderdaad van gezegd: wij willen hands on in die wijken kijken, wat is daarvoor nodig om dat goed met elkaar te organiseren? Daar hebben we een aantal pilots voor gedraaid. Daar wordt ook naar gerefereerd als het gaat om het versterken van de bestaanszekerheid. Maar ook, hoe kun je de bestaande partijen zodanig ondersteunen en helpen om het werk nog beter te doen? Daar hebben we ook van gezegd, op het moment dat die zorg een zorg is en opgelost moet worden, kan je dat niet automatisch overhevelen richting preventie en vragen aan partijen in de wijken, zonder dat daar ook voldoende ondersteuning in welke vorm dan ook georganiseerd wordt.
Vanuit die gedachte zijn de gesprekken gestart, is ook onder andere de sociale basis ontstaan en nu het richtinggevend kader waarin u constructief meedenkt en een aantal moties daarover indient. Waar ik voor een groot deel kan omarmen, maar er zullen een aantal moties zijn die ik niet kan omarmen. Die ga ik nu een voor een appreciëren, voorzitter. Beginnend met de motie van GroenLinks ‘De kracht van samenwerkende buurtinitiatieven versterken’. Precies waar die sociale basis voor ontwikkeld is om toch te kijken, kun je die krachten met elkaar bundelen om nog meer van betekenis te kunnen zijn voor elkaar? Er wordt wel in het dictum gevraagd financieringsmogelijkheden toe te voegen voor samenwerkende buurtorganisaties en procesondersteuning bij het samenwerkingstraject aan te bieden. Ik wil bij dat laatste stukje toch wel een kanttekening maken. Ik wil hem heel graag omarmen met die laatste zinsneden toch tussen haakjes zetten: als dat mogelijk is doen we dat natuurlijk met alle liefde, maar ik wil ook weer op basis van andere afspraken die wij binnen de organisatie hebben, is daar voldoende capaciteit? Wat betekent dat precies in de uitwerking? Maar in principe kan ik hem omarmen met deze kanttekening.
Dan de motie van de ChristenUnie waarbij ik de ambitie deel, voorzitter en de heer Vonk ook wel zelf aangeeft: de financiering die gevraagd wordt, is dat nu het moment om dat te doen? Om die reden is het gewoon ingewikkeld om met deze motie in te gaan, waarbij ik het belang van samenwerking tussen buurtorganisaties, zoals ik ook in de motie van GroenLinks aangeef, echt wel onderschrijf en het vertrouwen in bewoners en co-creatie ook naadloos aansluiten op het kader van sociale basis. Maar juist het toevoegen van garanties over aantoonbaar substantieel meer middelen, dat is toch echt iets wat ik naar voren wil schuiven. Niet van me af wil schuiven, wel naar voren wil schuiven richting het volgend college, voorzitter. raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
35
De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter. Dat is nu precies het politieke punt uit deze motie en dat is natuurlijk aan ons als raad. U schuift niks naar voren, wij … Ik denk dat dit het moment is waarop ook andere partijen kunnen aangeven dat het hun menens is. Daar hoeft u verder niks van te vinden, dat kan u gewoon wat mij betreft laten gebeuren. Maar het is wel een oproep aan de partijen om te laten zien: het is ons menens en we gaan investeren. Dat heeft nog een reden en dat zou ik u echt willen meegeven, als u de sociale basis aangehaakt wil houden, als u ze gemotiveerd wil houden om mee te doen, want u vraagt nog wat van ze, om aan tafel te zitten, om tijd te investeren, om mee te doen, om mee te denken, hou ze dan aan tafel door ook dat perspectief te kunnen geven op basis van een politieke uitspraak die wij hier met elkaar doen. Ik zou zeggen: laat dat aan de raad over. U zou daar zelfs misschien uw persoonlijke mening nog wat in kunnen leggen van, doe dat ook vooral. Geef ook vooral die sociale basis dat politieke signaal af. Maar dan de rest bij ons te laten, dat zou mijn voorstel zijn, voorzitter. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, sorry, dan heb ik de motie verkeerd gelezen. Er staat: verzoekt het college. Ook al heb ik een persoonlijke mening, ik sta hier ook namens het college. Ik apprecieer hem ook als zijnde college.
Ik lees hem niet als spreekt-uit-motie, vandaar dat ik hem ook op deze manier apprecieer. U nuanceert hem nu door er een spreektuit-motie van te maken, maar dan ligt hij inderdaad volledig bij de raad. De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, ik vind dat op zich een terechte reactie. Ik kan u ook meenemen, die had ik nog niet eerder ook ambtelijk teruggekregen. Ik vind dat wel een hele terechte opmerking. Wellicht kan ik hem splitsen en dat wil zeggen van, we maken er een spreekt-uit-motie van. Waarin de politiek zijn uitspraak doet, maar ook een aantal punten uit het dictum overlaat om te zeggen van: maar dit is wel wat we willen gaan regelen. Dat zijn die andere punten. Maar het gaat misschien iets te snel voor mevrouw Verkoelen. De VOORZITTER: Wacht, mevrouw Kockelkoren stond eerst. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, want ik denk dat wat wij hier breed nu zeggen, inclusief een aantal coalitiepartijen, dat het gewoon voorwaarde is om ook op die manier naar de financiering te gaan kijken, wil je überhaupt dat hele prachtige kader met al die mooie woorden gestand doen? Ik snap niet zo goed waarom het dan een spreekt-uit-motie zou moeten zijn. U zou dit moeten omarmen, want anders is het een dode letter, dat hele ding. Ik zou zeggen, laten we er gewoon over stemmen en ik kijk dan ook naar de naar de andere partijen.
Ik zou tegen de wethouder willen zeggen: omarm het gewoon. De VOORZITTER: De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Precies, voorzitter. Elke motie is een de raad spreekt uit en dan kan het college zeggen, dat gaan we doen, dat gaan we niet doen. Ik snap wel dat u zegt: ik ga het nu niet doen, dat moet het volgende college doen. Maar het is wel goed dat er een uitspraak van de raad ligt dat wij dat willen, want de scepsis in de sociale basis en in het maatschappelijk veld is heel groot. Er zijn mensen die zeggen: ze willen als op 1 hoop gooien om te kunnen bezuinigen. Juist deze motie zegt: nee, we willen juist investeren. Deze motie is heel belangrijk om vanuit de raad te laten zien, wij willen verder investeren in de sociale basis, we willen daar zeker niet op bezuinigen. Dat is een oproep van deze raad aan de volgende raad en die moeten dan een college kiezen die dat natuurlijk gaat uitvoeren. Zo moet u de motie lezen. U kunt niks anders dan hem omarmen als je zo’n beleidskaders schrijft, anders wekt u de verkeerde verwachting. raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
36
De VOORZITTER: Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, het is de kern van de zaak, wat ik zojuist ook al betoogde, je gaat een kader schrijven voor het volgend college. Daar ga ik niet meer over hoor. Sorry, ik heb de zaak gesloopt. We gaan het nu toch maar anders doen, meer vrijwilligers en u wil er niks voor doen. Dat is nu precies de kern. U schrijft een kader wat wij allemaal zeggen, unaniem hier: als je dat doet, moet je er geld voor beschikbaar hebben. Dan staat daar een wethouder die dan ook de ballen moet tonen om dat nu te zeggen. Of je erover gaat of niet, wel boter bij vis, want anders heb ik er helemaal niks aan. De VOORZITTER: De heer Vonk is de indiener van de motie, hij mag nog het woord. De heer VONK (cu): Heel terecht de dingen die hier worden gezegd. Ik ben ook wel heel benieuwd hoe andere partijen, bijvoorbeeld D66 en DENK hierin staan? Want dat helpt mij ook namelijk om te bepalen wat we met die motie doen. De vraag zou aan hen zijn van: zouden zij zich willen uitspreken over hoe zij tegenover deze motie staan? Dat helpt mij ook om na te denken over het vervolg. De VOORZITTER: Dit is een debat onderling, terwijl we met de wethouder in debat staan. Ik zou deze gewoon echt aan de raad willen meegeven dat u daar zelf ook gewoon de afweging in maakt hoe u met de motie om kunt gaan.
(Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Maar het is aan henzelf of dat zij daarop willen reageren of niet. Ik kan niet iemand dwingen om nu op te gaan staan en te reageren. Mijn voorstel is als dat niet hier gebeurt, dat u dan die afweging alsnog maakt en dan kijkt hoe u daarmee omgaat. Mevrouw De Bruijn. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Mag ik een puntje van orde op dit verhaal? De VOORZITTER: Zeker. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Want ik ben het helemaal met u eens. Wij zijn nu de behandeling met de wethouder aan het doen, laten we dat nu afmaken. Als daar niks uitkomt, gaan we in een tweede slag wel proberen op een andere manier alsnog om zelf daarvoor te zetten, maar er wordt een kader geschetst wat we nu met wethouder moeten behandelen en niet met elkaar. De VOORZITTER: Maar nogmaals, dit is een debat met u en we zijn in debat met het college. Doe dit dan buiten de uitzending om en dan gaan we dan kijken hoe u daar mee omgaat. Mevrouw De Bruijn. Mevrouw DE BRUIJN (pvda): Volgens mij is het simpel. De wethouder heeft al eerder aangegeven dat er meer geld vrij moet komen. Ik heb hier een document voor me van de Welzijnscoalitie Delfshaven, de heer Dingemanse heeft ook ingesproken en daar staat ook: In de jongste vraagbeantwoording geeft wethouder Achbar aan dat er echt geld nodig is om de sociale basis sterker te maken.
Dat is gewoon een verwijzing naar beantwoording van schriftelijke vragen. Het is al aangegeven dat de wethouder dit ook steunt. Ik snap ook niet waarom hij, als hij achter de eerdere uitspraken staat, dit niet zo zou steunen. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, kijken waar ik weer moet herpakken. Ik vind oprecht, dit is een richtinggevend kader. Dat is een document wat de richting bepaalt, nog voor een belangrijk deel suggesties u nu meegeeft en straks een uitwerking krijgt. Ik ben het overigens niet met u eens als u zegt: er moet meer geld bij. Want je kunt dingen ook slimmer organiseren, efficiënter organiseren, samenwerkingen creëren en misschien wel met minder raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
37
geld veel meer impact maken. Ik leg hem terug, het is een discussie die we nu met elkaar aan het voeren zijn waarbij je zegt: er moet per se meer geld. Dat zou een optie kunnen zijn, maar de vraag is: kun je met minder geld, meer impact maken, samenwerkingen versterken en daardoor beter resultaten realiseren? Dat is een gesprek dat u ook met elkaar zou kunnen voeren. Om nu al te zeggen: er moet per definitie meer geld, vind ik voorbarig, vind ik overigens ook iets voor een volgend college. Dat is het standpunt wat ik heb als u mij vraagt deze motie te appreciëren en om die reden ook ontraden, voorzitter. De motie van Volt ga ik ook ontraden, voorzitter. Waarbij ik de gedachte wel begrijp van: die opbouwwerkers zouden van betekenis kunnen zijn. What’s in the name heb ik ook in het debat onderling gehoord. U noemt het community builder, noem het een andere variant en moet daar een speciale visie op ontwikkeld worden. Het zou ook uit die stad kunnen bestaan of vanuit de bestaande partijen. Ik voel me op dit moment ook niet echt geroepen om te zeggen: we gaan specifiek voor deze beroepsgroep een visie ontwikkelen in het kader van het richtinggevend kader sociale basis, voorzitter. Dan heb ik een motie van D66 die kan ik omarmen.
Die vraagt: breng eens in kaart welke begrotingsposten of programma's straks binnen die subsidieregeling bij elkaar worden gebracht? Daarbij ook wel die geldstromen inzichtelijk te maken ten aanzien van doel, omvang en betrokken beleidsdomeinen. Dan heb ik de motie van de Partij van de Arbeid … De VOORZITTER: De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Daar hebben we het in de commissie ook over gehad, maar daar heb je toch geen motie voor nodig? Je kan gewoon inzichtelijk maken welke potjes dan nu geacht worden dat bij mekaar te voeren. Er is toch geen motie voor nodig? Dat snap ik niet. Volgens mij had u dat al min of meer toegezegd, had u dat ook al kunnen leveren. Kunt u ook zeggen: dat komt eraan en dat is er volgende week of over 2 weken. Voor zoiets als het inzichtelijk maken in de boekhouding van de stad, daar hebben we toch geen motie voor nodig, dat die inzichtelijk moet zijn voor raadsleden? De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, ik word steeds aangesproken voor instrumenten die worden ingezet vanuit die raad. Ik ga niet over instrumenten die gebruikt worden in de raad. Ik apprecieer op dit moment een motie die is ingediend. Ik denk: dat kan ik best wel in kaart brengen. We hebben onze cyclus waarin allerlei zaken in kaart worden gebracht. Nu wordt die specifiek gekoppeld aan dit richtinggevend kader.
Dan denk ik: dat wil ik best wel doen, daar zie ik geen obstakels of problemen in. Maar er wordt nu gebruik gemaakt van een instrument dat ik aan het appreciëren ben en zeg van: dat kan ik doen. Maar ik zie voor de rest niet het probleem. De VOORZITTER: De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Het probleem is dat straks die potjes bij mekaar gevoegd worden en een paar niet. Dat dan ook gezegd wordt: dat is dan het financiële kader waar het volgende college, de volgende raad mee uit de voeten moet en het als en het alsnog een soort verkapte bezuiniging is. Ik vind wel dat dat inzicht er moet zijn, maar als je nu zo'n motie doet, is net alsof dat dan het begrensde potje is. Zeker omdat hij zo krampachtig doet over de financiën van de sociale basis die we dan wel of niet zouden mogen krijgen. De VOORZITTER: Wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, ik wil toch iets onderstrepen. Als het vertrekpunt niet vertrouwen is, dan is het echt wel heel moeilijk dit gesprek aan te gaan ten aanzien van die sociale basis. We hebben allerlei partijen in die stad nodig om dit goed met elkaar te organiseren. Maar als de illusie gewekt wordt dat wij hier een dubbele agenda aan het voeren zijn, dat er een verkapte bezuiniging is, dan kunnen we er wat mij betreft meteen mee raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
38
stoppen. Want de tijd en energie die we hierin hebben gestoken, is echt vanuit de intentie om het nog beter te doen dan wat we voorheen deden. Maar als er een onderbuikgevoel is dat er iets anders gaande is, dat moeten we niet gaan voeden, vind ik. Dat zou ik oprecht jammer vinden, ook omdat we juist het positieve willen realiseren in deze stad. U wilt graag inzichtelijk hebben wat voor potjes bij elkaar gebracht worden. Het kan best dat er potjes niet meegenomen worden, dat is precies de vraag die gesteld wordt. Dan kun je dan alsnog het gesprek met elkaar daar overvoeren als je daar mening over hebt. Maar ik wil er echt voor waken, voorzitter, dat we hier nu iets aan het doen zijn waarbij we een bezuiniging of iets minder willen doen, of partijen tekort willen doen. Integendeel. Zoals ik heb aangeven, we komen vanuit een aantal jaar geleden waarin bezuinigingen hebben plaatsvonden. We hebben enorme kosten op zorg. We zien dat het curatieve niet opgelost kan worden. We zien partijen in de stad die enorm van waarde zijn, die van betekenis kunnen zijn aan die preventieve kant. Die willen we versterken, die willen we in hun kracht zetten, die willen we bij elkaar brengen om het nog beter te doen voor die Rotterdammer. Maar als er een onderbuikgevoel bestaat en die wij met elkaar aan het voeden zijn, zou ik het echt persoonlijk heel erg jammer vinden.
Ik wil bijna oproepen: laten we daarmee stoppen en ons focussen op het positieve van dit traject. De VOORZITTER: De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd): Dank u, voorzitter. Alleen steun aan wat het college hier nu betoogd. Ik vind ook dat het een beetje een gekke gewaarwording is om te zien dat er een visie, een voorschot ligt waarbij iedereen zegt van: er staan best gewoon intelligente dingen in, door de bank genomen kan ik me gewoon prima in vinden. Het is misschien te laat of het is misschien nog niet uitgewerkt genoeg. Prima, mag allemaal zo zijn. Maar er wordt nu een sfeer gewekt alsof het college probeert om toch via een achterdeur inderdaad toch te bezuinigen. Waar de VVD op zich niet per se op tegen is hoor, laat ik daar open over zijn. Maar dat staat er helemaal niet, daar is helemaal geen sprake van. Er wordt nu een soort sinister plannetje opgetuigd waar helemaal een sprake van is. Laten we het dan wel hebben over de inhoud van dit plan en niet over wat mogelijk in de toekomst ook nog is. Daar is geen enkele aanwijzing voor, wat dat betreft steun voor de heer Achbar. De VOORZITTER: De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): De wethouder kan beginnen over onderbuik en de VVD kan beginnen dat ze misschien wel voor bezuinigingen zijn.
Het gaat er juist om dat de wethouder niet iets wil omarmen, waarbij als je echt wil investeren in de sociale basis, iedereen snapt dat daar dan ook niet alleen mensen, maar ook middelen bij horen. Juist doordat hij zo aarzelend is om de motie van de ChristenUnie, gesteund door anderen, te omarmen, krijg je dat onderbuikgevoel wat al in de stad leeft van: Misschien zit er toch een achterdeurtje in. Zeker als de VVD het ook nog eens een keer gaat steunen. De VOORZITTER: De heer Verweij. De heer VERWEIJ (vvd): Voorzitter, als we 23 zetels hadden gehad, dan was er inderdaad misschien minder geld gegaan naar welzijnswerk. Daar gaan we geen mysterie over maken. Maar het is zo dat wat de heer Coşkun aangeeft, je kan alleen investeren in welzijn door meer geld ernaartoe te geven. Wat de heer Achbar terecht aangaf, je kan ook naar kijken hoe we bijvoorbeeld met die samenwerking of door het slimmer in te richten, beter welzijnswerk, meer welzijnswerk te kunnen leveren. Dat hoef je niet per se op te lossen door meer subsidiegeld er aan uit te geven. Dat kan en sterker nog, het is best waarschijnlijk als je meer geld aan uitgeeft, dat hier en daar inderdaad beter resultaat uitkomt. Maar het hoeft niet. Je kan ook door te stroomlijnen, door goede duidelijke, voorspelbare afspraken te maken en een goed vooruitzicht te geven, ook beter welzijnswerk leveren. Dat wil ik corrigeren.
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
39
De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter. In de eerste plaats, de wethouder voedt zelf ook wel een beetje de argwaan als hij zegt van: misschien kunnen we ook dingen slimmer gaan doen. Dat voedt toch de argwaan ook bij de sociale basis van, er hangt toch misschien iets … Niet dat dat nu per se de agenda is, maar dat zou wel kunnen. Wat er nu nodig is, is om aan te geven dat als wij die ambitie met elkaar hebben dat we dat willen versterken, dan zullen we uiteindelijk ook niet alleen de kanteling naar activiteiten, maar ook een kanteling financieel moeten doorvoeren. Dat hoort bij elkaar, dat is een package-deal. Dat moeten we nu willen uitspreken. Ook omdat bijvoorbeeld de heer Buijt ook al eens heel duidelijk in een commissie heeft gezegd: een volgend college zal een radicalere keuze moeten maken om een verschuiving van zorg naar welzijn te realiseren. Dat moet natuurlijk, als je naar dit richtinggevend kader bekijkt, landen bij de sociale basis. Iedereen is het hierover eens. Het is een complete no-brainer dat we niet alleen een versterking van de sociale basis willen in activiteiten en in vertrouwen, maar ook in geld. Dat is een no-brainer. Laten we dat dan met elkaar uitspreken en zeggen: dat is de toekomst en daarmee houden we die sociale basis ook aan tafel. Dat zou mijn oproep ook zijn aan iedereen. De VOORZITTER: De heer Verweij.
De heer VERWEIJ (vvd): Voorzitter, als er alarmbellen en rode vlaggen omhoog gaan op het moment dat de wethouder zegt: misschien kunnen we het ook efficiënter doen. Dan stel ik vast dat het doel niet is om zo goed mogelijk welzijnswerk met zo weinig mogelijk geld te leveren. Dan is het doel kennelijk om er maar gewoon zoveel mogelijk geld tegenaan te gooien. Ik denk dat het toch van belang is om scherp te hebben, er hoeft niet per se hiervan meer geld naartoe om een beter resultaat te krijgen, dat kan je ook doen door het slimmer in te richten. Daar stuurt het college op en daar ben ik een groot voorstander van. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, een reactie. We hebben 4 jaar gezien wat daar het resultaat van is, bezuinigingen. De hele wijkprofielen die we hebben mogen ontvangen afgelopen maanden zien er slechter uit dan ooit op het sociale domein en dat kan ik niet anders dan koppelen aan wat we afgelopen 4 jaar hebben gedaan. In theorie is het mogelijk om het welzijnswerk beter en efficiënter in te richten, maar op dit moment als je zo'n richtinggevend kader geeft op inhoud, dan hoort er ook richting op de financiën bij. We hebben nu gezien dat we de afgelopen 4 jaar steeds minder zijn gaan toekennen en we zien dat de wijken en buurten het werk dat zij kunnen doen, ook minder functioneren.
Dat het steeds meer noodzaak is om deze sociale initiatieven te bezoeken, terwijl zij steeds minder middelen hebben om dat ook op een goede manier te kunnen doen. Ik zou willen zeggen, laten we gewoon ook op financiën zeggen, dan moet daar op een goede manier naar gekeken worden en die richting meegeven. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, ik wil via u de heer Verweij ook nog wel aan laten herinneren inderdaad dat het niet gaat over efficiënter inrichten, het gaat over het terugdraaien van bezuinigingen. Er is hier gewoon een kaalslag geweest op een maatschappelijk initiatief, dat is hier meerdere keren in de in de zaal benoemd. Er ligt nu een fantastisch kader met de juiste woorden, verkeerd om dus. Wil dat iets waard zijn, dan moeten we terug naar de situatie daarvoor. In dat opzicht sluit ik erg aan bij de woorden van de heer Coşkun die zegt: als je zo'n motie van D66 uitwerkt, lijkt het net alsof dat de standaardpositie is, de basis is. Nee, dat is een bezuiniging geweest. We moeten eerst terug
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
40
naar waar we zaten en waarschijnlijk dan investeren. Die uitspraak wordt hier vandaag in deze raad gedaan. De VOORZITTER: De wethouder vervolgt zijn betoog. De heer ACHBAR (wethouder): Ik was bij het appreciëren van de moties, voorzitter, maar ik wilde er toch iets over zeggen. Ook daarvan heb ik gezegd: jongens, we wekken ook de illusie alsof er een kaalslag is op dat sociale weefsel van onze stad. Dat ontken ik dan ten strengste, omdat ik tegelijkertijd ook zie welke investeringen wij hebben gedaan in die stad. Waar partijen die voorheen onzichtbaar waren, maar enorme impact hebben juist in dat sociale weefsel. Daar gaat u wel aan voorbij en dat wil ik ook genoemd hebben. Waarbij er continue partijen zijn die aangeven dat door die bezuiniging zij last hebben. Ja, dat zijn er een aantal. Ben ik met u eens, die keuze hebben we daarin gemaakt. Het is pijnlijk en dat was op dat moment nodig geweest. Maar om daarmee een beeld ook weer neer te zetten alsof het sociaal weefsel van Rotterdam niet meer bestaat, dat ontken ik echt ten sterkste. Omdat u dan geen oog hebt voor allerlei andere initiatieven die zijn ontstaan in het sociale weefsel, voorzitter. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, ik gebruik de term kaalslag, omdat mentoring organisaties in deze stad omgevallen zijn.
Ik gebruik het woord kaalslag, omdat Leefbaar Rotterdam een vlag op een modderschuit nodig had om de Unie van Vrijwilligers nog 1 jaartje in de lucht te houden. Ik gebruik het woord kaalslag, omdat de huiswerkklas op Zuid die honderden kinderen iedere week huiswerkbegeleiding geeft nu uit een kleinere pot met meer organisaties moet grijpen. Daarom gebruik ik het woord kaalslag en dat kan de wethouder niet ontkennen. Dat zijn alle pijnlijke besluiten die zijn genomen op het moment dat dit college bezuinigd heeft op de sociale basis. De VOORZITTER: De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Wethouder, ik zie niet waar u dan geïntensiveerd heeft in de sociale basis. Een klein detail is bijvoorbeeld dat de Couleur locale absoluut niet geïndiceerd is voor de inflatiecorrectie. Voor hetzelfde gekrompen geld moeten mensen dan datzelfde werk blijven leveren, terwijl wel de prijzen stijgen, soms ook salarissen stijgen en allerlei dingen. Dat gaat niet. U moet toch erkennen dat op zijn minst inflatiecorrectie had moet toepassen bij al die initiatieven? Wat u niet gedaan heeft, waardoor ze nu achterlopen. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, ik geloof in de kracht van al die partijen in de stad die impact maken voor die Rotterdammer.
Als we het hebben over specifieke programma's, er worden twee voorbeelden aangehaald waarvan ik denk, dat zit niet zo in elkaar maar vooruit. Als het gaat om Couleur locale, dat zijn budgetten waarin je ziet dat veelal vrijwilligers dat met hart en ziel doen, niet bezig zijn met deze discussie of er wel of geen inflatie nodig is van 2 tot 5 procent op een bedrag van maximaal 35.000 euro. Mind you, er zijn heel veel partijen die zelfs voor paar 1.000 euro fantastisch werk doen binnen dat programma en zeker zich niet te druk maken om 2, 3 procent daarop. Waar het mij om gaat is dat die partijen wel die ruimte krijgen om activiteiten te organiseren en bijdragen aan dat sociaal weefsel, wat voorheen niet het geval was. Want wij kennen ook situatie binnen datzelfde programma waarin 1 partij heel de pot leeghaalde en daar is de situatie nu toch wel in sommige gebieden anders. Dat hoor ik u dan ook niet zeggen. Dat is de bijdrage die er ook is binnen het sociaal weefsel van Rotterdam. Dan voorzitter, heb ik nog 2 moties. De Partij van de Arbeid had een motie ‘Welzijn niet zomaar opschepen met zorgtaken’. Ik heb gezegd: die discussie hebben raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
41
we ook eerder gehad. U refereert naar Welzijnscoalitie, dat weet ik niet wat die schrijven. Maar wat ik wel kan zeggen is, die discussie hebben we natuurlijk wel gehad in de commissie. Als wij iets aan de zorgkosten willen doen, daarom zitten we daar met die Bestuursopdracht Zorg ook aan tafel, kan dat niet 1 op 1 overgeheveld worden aan de preventie kant. Daar moeten we voor waken. Maar tegelijkertijd zien we wel een enorme taak, daarom hebben we die pilots gedraaid van bestaanszekerheid in die verschillende wijken, kunnen wij dan wel aan die preventieve kant iets organiseren waarbij we die taken vanuit zorg deels overnemen of anders, slimmer of efficiënter organiseren? Dat maakt dat wij de taken die vanuit zorg komen wel kunnen overhevelen aan de preventieve kant. Dat maakt dat ik deze motie moet ontraden, omdat die er wel zo expliciet in staat, voorzitter. De VOORZITTER: Mevrouw De Bruijn. Mevrouw DE BRUIJN (pvda): De titel zegt inderdaad: niet zomaar zorgtaken overhevelen, maar er staat om per taak inzichtelijk te maken om daar meer inzicht in te geven wat er dan verschuift. Dat is de vraag zodat we als raad kunnen controleren, wat onze taak is, wie, wat, waarheen verschuift. Enigszins komt dat natuurlijk ook weer terug in de motie D66, maar hier gaat het specifiek over die zorgtaken, daar willen we inzicht in. Graag met die blik ernaar kijken, via de voorzitter.
De heer ACHBAR (wethouder): Dan moet hij aangepast worden en ernaar gekeken worden. Maar zoals die nu staat, moet ik hem ontraden, voorzitter. Dan heb ik een laatste motie van DENK ‘Conferentie domein overstijgend werken’. Met de relevante partners een Rotterdamse conferentie te organiseren binnen de beleidsterrein terreinen cultuur, welzijn, zorg en armoede. Kan ik omarmen, voorzitter. Dan had ik volgens mij een vraag van de heer SegersHoogendoorn. Als het gaat om die meerjarige financiering, dat staat in het richtinggevend kader. Dat is precies onze ambitie om dan te kijken, kun je dat met regeldrukverlaging en vertrouwen als basis hebben? Als jij dit 10 jaar doet, kunnen wij dat dan met elkaar anders organiseren in de verantwoording en eventueel ook meerjarig? Dat staat erin en de uitwerking biedt ruimte voor langjarige ondersteuning en mindering van lasten voor initiatieven. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Ik heb die vraag natuurlijk niet gesteld omdat ik vond dat het er nu zo helder in stond. Waar het mij om gaat, is dat de administratieve last van veel organisaties vrij groot is om zich ieder jaar kwantitatief te verantwoorden over dingen die ze al jaren doen.
Ik zou dan wel wat concreter willen gaan en in het plan hebben willen lezen van, wat zijn onze juridische mogelijkheden, bijvoorbeeld om dat op een ruimere manier te doen? Dat lees ik nu niet, daarom stel ik u die vraag om u dat zetje in de rug nog extra te geven van, wat kan er nog meer? In plaats van te zeggen, op basis van vertrouwen, want dat is uiteindelijk dan niet zoveel waard, die woorden. De heer ACHBAR (wethouder): Wij hebben de ruimte binnen de huidige verordening om minder verantwoording te vragen, dan gaat het echt om die verantwoording an sich. Tegelijkertijd willen we wel binnen het richtinggevend kader kijken van, kunnen wij dan van 1 jaar naar eventueel 3 jaar of meerdere jaren? Dat heb ik toen in de commissie ook gezegd, dat is wel iets wat we meenemen, ook omdat we dat uit het veld hebben gehoord, in de verdere uitwerking. U had er nog een andere vraag voorzitter. Dat was: is er voldoende aandacht voor de stadsbrede initiatieven? Ja, daar is aandacht voor. Dan heb ik ze denk ik gehad. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Maar hoe merken die organisaties dat? Ik noemde specifiek, er zijn koepelorganisaties in deze stad, die hebben projecten die over de hele stad raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
42
gaan. Dat lezen zij niet terug in dat richtinggevend kader. Ze denken: heel veel of misschien wel alles wordt wijkgericht ingedeeld. U heeft daar aandacht voor, maar hoe kunnen zij dat zien? Waar hebben zij ergens een aanknopingspunt daarvoor? De heer ACHBAR (wethouder): Ik zit te denken, hoe bedoel je aanknopingspunten? Partijen worden uitgenodigd, ook stadsbrede partijen. We weten dat niet alles wijkgericht kan opgepakt worden, we weten dat er ook stadsbrede partijen aangehaakt zijn. De vraag is: wat is uw vraag precies als het gaat om aanknopingspunt? Het is niet dat ik nu een loket heb van, meldt u daar als u dat wil. Als dat de vraag is, dan kan ik u meegeven dat er alle bereidheid is om dat wel te organiseren. Maar ik heb het idee dat iedereen weet dat we hiermee bezig zijn in de stad. We hebben echt een aantal conferenties ook gehad met partners uit de stad. We hebben de zichtbaarheid aangegeven, we hebben juist een proces ingericht om zoveel mogelijk partijen met ons mee te laten denken. Op uw vraag: zijn er stadsbrede initiatieven die eventueel ook hierin passen? Jazeker, omdat we aan de andere kant weten dat niet alles wijkgericht opgelost kan worden. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Dat is al wel iets. Maar wij hebben dit geluid natuurlijk niet zelf uit onze duim gezogen.
Dit komt ook terug na dit proces wat allemaal gelopen is, wat de wethouder schetst. Iets in de richting van dat u zegt: ik zeg toe dat in de verdere uitwerking hiervan naast veel wijkgerichte initiatieven ook stadsbrede initiatieven worden betrokken, dan hebben ze daar genoeg steun aan. Maar daar is nu twijfel over, omdat dat in het stuk geen aandacht krijgt. De heer ACHBAR (wethouder): Het gekke is, in het hele proces zijn juist vooral in eerste instantie stadsbrede partijen of stedelijke partijen betrokken geweest en in die functie houden we ook in het verdere proces. In die zin zijn we ook goed te vinden en die ruimte is er. Ik kan toezeggen dat die ruimte er gewoon is, voorzitter. Was, is en zal blijven. De VOORZITTER: Helder. Volgens mij heeft u daarmee alle moties en vragen beantwoord. Ik kijk nog of er nog behoefte is aan een veegronde. De heer Kind. Tweede termijn? Ik kijk met name naar de heer Segers-Hoogendoorn, want hij zei van, misschien ga ik wel een motie nog indienen. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Wat fijn dat u zo scherp bent, voorzitter. Ik heb de beantwoording van de wethouder gezien als een tekst waarbij hij zonder enige moeite deze motie moet kunnen omarmen. De motie ‘Bouwen op vertrouwen’ is toch nog net wat meer richtinggevend om uit te werken dat we vertrouwen hebben in organisaties waar we langjarig mee samenwerken.
De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn heeft de volgende motie ingediend. Motie 7 Bouwen op vertrouwen “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het agendapunt 6.1: ‘Richtinggevend kader voor de Sociale Basis’; constaterende dat; - maatschappelijke organisaties binnen de Sociale Basis een essentiële rol spelen in het versterken van sociale samenhang, preventie en het welzijn van Rotterdammers; - deze organisaties voor het verkrijgen en behouden van gemeentelijke subsidies te maken hebben met omvangrijke verantwoordings- en administratieve lasten;
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
43
-
een hoge verantwoordingslast ten koste kan gaan van tijd, middelen en energie die anders direct aan inwoners besteed zouden worden;
overwegende dat; - het CDA uitgaat van vertrouwen in maatschappelijke organisaties en ruimte wil geven aan professionals en vrijwilligers om hun werk goed te doen; - doelmatige en proportionele verantwoording bijdraagt aan een sterke sociale basis, zonder onnodige bureaucratie; verzoekt het college; - te inventariseren welke juridische ruimte er binnen bestaande wet- en regelgeving is om maatschappelijke organisaties op andere manieren aan hun verantwoordingsplicht te laten voldoen, bijvoorbeeld door kwantitatieve verantwoording af te wisselen met kwalitatieve verantwoording; - de uitkomsten hiervan te verwerken in de uitwerking van de Sociale Basis om administratieve lasten voor maatschappelijke organisaties te verminderen; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. R.G.C. Segers-Hoogendoorn, T.S.J. Coşkun en T.J. Vonk De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: De heer Kind heeft ook nog een vraag voor de tweede termijn. De heer KIND (volt): Een verduidelijkende vraag over de conferentie, inderdaad de motie van DENK. Op zich natuurlijk positief en goed dat we dat doen, maar ik word ook wel een beetje gestoord van hoeveel congressen er zijn, hoeveel domeinoverstijgende benen op tafel overleggen, strategische sessies en ga zo maar door. Waarschijnlijk gebeurt het al heel veel in de stad.
Er is onder andere ook in Utrecht 6 februari een landelijk congres domeinoverstijgend werken. Ik wil aan de wethouder vragen: leuk dat het wordt omarmd, maar dat mag voor ons echt geen euro, die ook naar de sociale basis kan, naar dit congres. Wordt het bekostigd door de Rotterdamse zorg? Door wie wordt het betaald? Want als het met eigen middelen gaat, vind ik dat niet verantwoord. De VOORZITTER: Anderen nog voor de tweede termijn? De heer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, ik zat natuurlijk te kauwen op die motie en wat ik daarmee moest gaan doen. Maar ik hoopte dat inderdaad ook in de tweede termijn wellicht in reactie op de wethouder ook anderen zich zullen uitspreken over wat ze van deze motie vinden. Ik zou het echt de sociale basis gunnen dat we deze motie met elkaar aannemen. Ik zou het heel kwalijk vinden als we het nu straks op stemming laten aankomen en dan blijkt inderdaad dat de coalitiepartijen weer braaf de wethouder volgen. Dan met alle grote woorden die we met elkaar hebben uitgesproken over het belang van de sociale basis, ik vind dat zo'n schril contrast. Ik hoop toch echt dat er nog duidelijkheid komt over hoe zij staan tegenover deze motie, zodat ik kan bekijken wat ik ermee ga doen. De VOORZITTER: De heer Balcha. De heer BALCHA (d66): Dank u wel. Ik voel me aangesproken als coalitiepartij.
Maar hoe wij erin staan, is niet veranderd ten opzichte van de bijdrage die ik heb geleverd. Als er extra investeringen nodig zijn in de sociale basis, dan komt het college daar met een voorstel voor, voor de begroting 2027. Wij vinden het ook belangrijk om niet alleen maar mooie woorden te
raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
44
hebben, maar ook te kijken naar hoe dit precies vorm gaat krijgen. Als er een plan ligt, dan zullen we beslissingen maken over extra middelen en niet nu. De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, dan vraag ik toch aan de heer Balcha via de voorzitter van: vindt hij dat we met dit richtinggevend kader ook gewoon boter bij de vis moeten doen en zeggen van, dat betekent ook dat we dit college op pad moeten sturen met een intensivering richting de sociale basis? Is D66 het daarmee eens? De VOORZITTER: De heer Balcha. De heer BALCHA (d66): Wat D66 vindt is: met het richtinggevend kader worden ambities uitgesproken. Welke financiering daarbij hoort, is nog niet duidelijk. Daar komt het college met een voorstel als daar extra investeringen voor nodig zijn en op dat moment zal de nieuwe raad en de nieuwe fractie van D66 zich daarover uitspreken. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, ik vind dat wel heel teleurstellend. We waren bij de WarmteTop afgelopen maandag, daar is ook door D66 gezegd: daar moet gewoon geld bij. We noteren het voor de verkiezingen. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Anderen nog? De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Mijn conclusie is ook dat D66, maar ook DENK en zeker de VVD uitspreken: we hebben prachtige ambities, maar uiteindelijk leveren we daar niet de middelen voor om die ambities waar te maken.
Zeker nu niet. Misschien later ooit als het geld weer als bakken uit de hemel komt. Maar op dit moment is zowel D66, als DENK, als VVD niet bereid te investeren in de sociale basis, dat is mijn conclusie. De VOORZITTER: De heer Balcha. De heer BALCHA (d66): Mijn conclusie is dat de campagnetijd is aangebroken. Ik zal nog een keer herhalen wat onze positie is: als er een voorstel ligt voor extra investeringen, zullen we er op dat moment naar kijken. Op dit moment is het niet eens helder of er extra middelen nodig zijn om deze ambities in te vullen en daar houd ik het bij, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u. Ik zie de heer Vonk een beetje ... Nee, dan heb ik nog de laatste ingediende motie, off dat die ook nog van een oordeel kan worden voorzien door de wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, ik had zelf deze motie kunnen schrijven. Ik kan deze motie omarmen met de vraag te inventariseren welke juridische ruimte binnen bestaande wet- en regelgeving is om maatschappelijke organisaties op andere manieren aan hun verantwoordingsplicht laten voldoen. Volgens mij heb ik daar net het nodige over gezegd. De uitkomst hiervan te verwerken in de sociale basis, heb ik ook al gezegd. Maar ik kan hem omarmen. Dan voorzitter, wil ik toch nog iets zeggen. Als u het richtinggevend kader hebt gelezen, dan weet u wat het standpunt is vanuit het college binnen het richtinggevend kader.
Daar staat natuurlijk letterlijk in: wens tot meer financiering, maar wel aan het volgend college. Ik reageer op de heer Vonk, voorzitter, omdat hij zegt: je wekt zelf de argwaan op. Maar ik vind wel belangrijk dat terwijl we deze discussie met die partijen ook aan het voeren zijn, dat je die open moet voeren. In het richtinggevend kader staat expliciet wens tot meer financiering, wel aan het volgend college. Tegelijkertijd mag je best het open gesprek voeren, raadsvergadering van 29 januari 2026
Notulen pagina
45
wat werkt er in die stad? Wat maakt impact? Kunnen dingen slimmer? Kunnen dingen efficiënter? Hou dat gesprek dan ook open met elkaar, in plaats van al meteen voor 1 richting te kiezen. Dat gezegd hebbende, heb ik denk alles gehad, voorzitter. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van agendapunt 6.1 en stemmingen zijn uiteraard vanavond. 6.4
Debat over ‘Vies begin van 2026’, aangevraagd door het lid Koster.
De VOORZITTER: Let op de agenda, dan gaan wij door naar agendapunt 6.4 in verband met nog de afwezigheid van wethouder Zeegers. Dat is het debat over Vies begin van 2026 aangevraagd door de heer Koster en hij krijgt ook het woord. De heer KOSTER (lr): Voorzitter, ik moet mijn excuses aanbieden. Toen wij 2 weken geleden hier spraken over de puinhoop in de stad en het gigantische probleem met afval, gebruikte ik een citaat van Robert De Niro om de wethouder tot actie te manen. Ik zei toen dat citaat: “You’re part of the problem, part of the solution or part of the, het F-woord, landscape”. Filmliefhebbers wezen mij daarna erop dat de heer De Niro dat F-woord niet gebruikte. Bij deze mijn excuses aan de heer De Niro. Ik denk niet dat hij vandaag in Rotterdam is bij het filmfestival, maar goed dan toch. Ik denk dat u daar een beetje op had gehoopt, zeker geen excuses aan uw adres, wethouder. Sterker nog, ik wil graag van u vandaag horen hoe die 4 miljoen extra voor het Schoonoffensief, dat liep van eind oktober tot en met oud en nieuw, zijn besteed. 4 miljoen extra op het gewone budget. Die uitleg is hij aan de stad verschuldigd en ik hoop dat hij ons vandaag kan antwoorden. Vanaf oktober waren er al achterstanden in het ophalen van het vuil, vandaar het Schoonoffensief. Dat is 2 weken na de actua niet veel minder geworden. Dat kan en moet beter.
Ik vraag de wethouder ons duidelijk te maken hoe we deze situatie in de toekomst gaan voorkomen. Wat is uw plan van aanpak? Voorzitter, tijdens de actua heb ik al benoemd dat sommige bewoners en bedrijven ook verantwoordelijkheid moeten nemen. De buitenruimte is van ons allemaal en daar hoort eigenaarschap bij. De grote hopen sneeuw en ijs voor de deuren van winkeliers kunnen goed door henzelf worden aangepakt. Dat hoort bij een professionele rol en commerciële eigenbelang. Voorzitter, het zal de vrienden van het CDA, de vriend in ieder geval, aanspreken, in 2010 zei toenmalig premier Balkenende en dan citeer ik: “Het zou goed zijn als mensen hun stoep schoon weten te houden. Dat is van belang voor anderen en het heeft ook te maken met je verantwoordelijkheid weten voor de samenleving”. Voorzitter, dat was geen wettelijke verplichting, maar een morele oproep aan burgers om elkaar te helpen en rekening te houden met kwetsbaren tijdens sneeuw en gladheid. Tijdens de actua heb ik ook benoemd dat niet alles bij de gemeente kan worden neergelegd. De buitenruimte is van ons allemaal en bij die gedeelde ruimte hoort ook gedeeld eigenaarschap. Dat betekent niet dat we bewoners en ondernemers overal verantwoordelijk voor willen maken of zaken willen verplichten. Voorzitter, gladheid, rommel of obstakels direct voor de eigen deur zijn met een kleine inspanning te verhelpen.