CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20260129- Notulen van de raadsvergadering van 29 januari 2026

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026.57.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Notulen raadsvergadering Notulen van de raadsvergadering van 29 januari 2026 Notulen van de raadsvergadering van 29 januari 2026 (ochtendzitting) Voor de agenda wordt verwezen naar volgnummer 2 Voorzitter: mevrouw drs. C.J. Schouten Tegenwoordig zijn 44 leden, namelijk mevrouw P.J.H.D. Verkoelen, de heer E.P.J. Verweij, de heer A.R. Oostdijk, de heer T.S.J. Coşkun, de heer R.G.C. Segers-Hoogendoorn, de heer M. Crielaard, de heer G.J.M. Vreugdenhil, mevrouw V.A. Bruin, de heer S.J.C. Becker, mevrouw S. van de Peppel, mevrouw D.A. van Groningen, de heer S. Leewis, de heer G.F.E. Koster, mevrouw L.S. Vlieger, de heer R.T.J. van der Velden, de heer J.M.D. de Waard, de heer S. Soytekin, de heer D.J. van Dommelen, mevrouw E. Rehim Zadeh, de heer N. Akhatab, mevrouw A. Kockelkoren, de heer M.H. Biljoen, de heer T. Roskam, mevrouw M.S. Abrahamse, de heer T.J. Vonk, de heer M. Verhoef, de heer T. de Haan, mevrouw I. van Wifferen, mevrouw D. Yildirim, mevrouw S. Reitema, mevrouw J.M. de Bruijn, de heer B. van Schaik, de heer R.N. Dahoe, de heer T. Kind, mevrouw J.M. Nunnely, mevrouw A.J.A. Maassen, de heer L.P.A. Dekkers, de heer P.C.Z. Sadhoe, de heer E.H. Balcha, de heer S.F. Lammering Varela, mevrouw M.Y. Morkoç, mevrouw C. Aafjes-van Aalst, mevrouw M.S.S. de Jong en de heer S.M. Bonte Namens het college zijn tegenwoordig: de heer F. Achbar en de heer P.J.P.

LansinkBastemeijer Griffier: mevrouw I.C.M. Broeders, met dien verstande dat zij van 12.15 uur tot 12.19 uur is waargenomen door de heer W. de Bel 1.1

Opening.

De VOORZITTER: Dan open ik deze raadsvergadering en ik heet u allen hartelijk welkom. Ook welkom aan onze gasten, degenen die op afstand onze vergadering volgen, de vertegenwoordigers van de media en onze medewerkers. Er zijn een aantal berichten van verhindering. Mevrouw Aafjes-van Aalst is afwezig tot 16.00 uur, de heer Bonte is tot met de lunch afwezig, wethouder Zeegers is afwezig van 10.00 uur tot 12.30 uur in verband met de VNG vergadering, wethouder Norville is afwezig van 14.00 uur tot 16.30 uur in verband met een werkbezoek van Het Koninklijk Huis en ikzelf ben afwezig tussen 19.00 uur en ik denk ongeveer 22.15 uur. 1.2

In memoriam oud lid van de gemeenteraad L.W.J. (Leo) van Atten.

De VOORZITTER: Wij komen nu bij het in memoriam van ons oud lid van de gemeenteraad, de heer Leo van Atten. Er zijn veel mensen aanwezig op de publieke tribune en ook hier in de zaal om hierbij aanwezig te zijn. Ik zal mij naar het katheder begeven voor het uitspreken van een in memoriam. Na het uitspreken van het memoriam is er een moment van stilte waarbij alle aanwezigen, voor zover dat uiteraard mogelijk is, gaan staan. Beste aanwezigen en in het bijzonder de familie van de heer Van Atten, Rotterdam is gebouwd op betrokken mensen, op hen die iets doen voor hun wijk, in hun omgeving, voor de stad, op mensen zoals Leo van Atten. Tot op het einde is hij begaan gebleven met alles wat er in zijn Rotterdam speelde. Hij heeft 90 jaar mogen worden. De heer Van Atten werd in 1935 geboren in Schiebroek, toen dit nog niet bij Rotterdam hoorde. Na een aantal jaar mocht de heer Van Atten zich raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

13

Rotterdammer noemen. In 1941 werd Schiebroek namelijk onderdeel van de grote stad Rotterdam, op dat moment een stad zonder hart. Als kind maakte de heer Van Atten de oorlog van dichtbij mee. Hij zag de verwoesting, maar ook de kracht van de wederopbouw. Hij zag de mouwen opgestroopt worden en de bouw van iconische plekken als het Groothandelsgebouw en de Lijnbaan. Rotterdam had weer smoel. De heer Van Atten volgde als verslaggever van het Algemeen Dagblad de wederopbouw op de voet. Hij keek hierbij met een scherpe blik en een nog scherpere pen naar de lokale politiek. Hierbij bracht hij niet alleen het laatste nieuws, maar gaf ook commentaar op de keuzes die hier op het stadhuis werden gemaakt. In zijn geschreven stukken was zijn mening altijd zeer helder, maar na bijna 15 jaar de politiek te volgen, besloot de heer Van Atten dat het tijd werd om zich actief te gaan bemoeien met de besluitvorming in de Rotterdamse raad. In 1974 werd hij verkozen als raadslid namens het CDA. Naast dat hij hier bekend stond als iemand met een goede kennis van zaken van een breed scala aan onderwerpen, was hij ook 1 van de meest boeiende sprekers van de raad. Niet in de laatste plaats door zijn lichtvoetigheid en goed gevoel voor humor. Deze kenmerkende humor kwam duidelijk naar voren tijdens het debat over de pilot met de nachtbus, toen nog bekend als de borrelbus.

Den Haag wilde stoppen met financieel bijdragen aan de Rotterdamse bus, terwijl Amsterdam nog wel geld zou krijgen. De heer Van Atten was hier niet over te spreken en hij kwam met de volgende vergelijkingen. Ik citeer: “Rotterdam wordt door Den Haag als Assepoester beschouwd. Alles klopt tot op de minuut, tot middernacht is het feest en dragen wij glazen muiltjes. Maar zodra de klok 00.00 uur heeft geslagen, moet de stad haar rol van werkvrouw weer vervullen.” Einde citaat. Ik hoop dat de heer Van Atten blij was dat de nachtbussen weer zijn gaan rijden. Het raadswerk belemmerde de heer Van Atten niet om zijn rubriek in het Algemeen Dagblad Hier Rotterdam te blijven schrijven. We zijn een lekenbestuur, maar schrijven over de lokale politiek en hier zelf deel aan het nemen, is een ongebruikelijke combinatie. Maar om eventuele zorgen weg te nemen kan ik oud-minister-president Lubbers aanhalen. Hij sprak tijdens het 25-jarig jubileum bij het AD van de heer Van Atten. Hij vertelde dat hij veilig kon stellen dat Leo op deze problematiek niet is gestrand. Het benadrukt vooral de veelzijdigheid van de heer Van Atten. Die veelzijdigheid toonde hij hier ook door op tal van onderwerpen te spreken en aan een groot aantal commissies deel te nemen. Een aantal van zijn voornaamste onderwerpen waren ruimtelijke ordening, kunstzaken, verkeer en openbare werken.

Daar doe ik de heer Van Atten ook mee tekort, want zijn expertise en bekwaamheid besloeg veel meer dan dit. Over bijna alles had hij iets zinnigs te zeggen. Die brede kennis en veelzijdigheid was tekenend voor hem. De raadsperiode van de heer Van Atten eindigde 4 jaar later in 1978 en was daarmee maar een klein deel van zijn betrokkenheid bij de stad. Uiteraard bracht hij met zijn lange staat van dienst als redacteur bij het AD de politiek naar de Rotterdammers. Maar hij was ook lid van de Provinciale Staten Zuid-Holland, hoofdredacteur van de Pauluskerk en voorzitter van het Comité van Oud-Raadsleden. Wederom doe ik met alleen deze opsomming de heer Van Atten tekort, want Leo van Atten heeft op veel plekken in de stad stukjes van zichzelf achtergelaten met zijn woorden, geschreven zinnen, maar ook zijn daden. Hij was betrokken in de jaren dat Rotterdam haar hart terugkreeg en droeg bij aan een mooiere stad. Zijn nalatenschap draagt de stad voor altijd met zich mee. Hij zal worden gemist. Ik wil u vragen te gaan staan, voor zover mogelijk, en enkele ogenblikken stilte in acht te nemen. Dank u wel. 1.3

Toelating van V. (Venus) Bijleveld als burgercommissielid.

De VOORZITTER: Dan gaan wij na dit in memoriam door met de toelating van Venus Bijleveld als burgercommissielid. Ik heb de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven gevraagd een onderzoek in te stellen naar de geloofsbrieven van Venus Bijleveld. Ik neem aan dat de commissie haar werkzaamheden al heeft verricht en geef het woord aan de voorzitter, de heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Voorzitter en leden van de gemeenteraad, ik deel u mee dat de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven heeft onderzocht, de geloofsbrieven van

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

14

Venus V. Bijleveld, die door de fractie van BIJ1 is aangewezen als burgercommissielid. De commissie heeft de geloofsbrieven en de daarbij behorende bescheiden onderzocht en in orde bevonden. De commissie adviseert V. Venus Bijleveld toe te laten als burgercommissielid voor de raadsperiode 2022-2026 voor zover het lidmaatschap van de commissies zonder onderbreking voortduurt. Dat was het, voorzitter. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan stel ik u voor het advies van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven over te nemen en Venus Bijleveld toe te laten als burgercommissielid van uw raad. 1.4

Beëdiging van V. (Venus) Bijleveld als burgercommissielid.

De VOORZITTER: Dan gaan we nu over tot de beëdiging. Mag ik de griffier verzoeken Venus Bijleveld binnen te leiden door de hoofdingang van deze raadzaal? Ik verzoek u allen te gaan staan, ook de aanwezigen op de publieke tribune, voor zover dat mogelijk is. Hartelijk welkom. U heeft aangegeven de verklaring en belofte af te willen leggen. Klopt dat? De raad heeft besloten tot uw toelating als burgercommissielid. Alvorens uw functie te kunnen uitoefenen, legt u overeenkomstig artikel 4 lid 9 van de commissieverordening de eed of de verklaring en belofte af. U heeft aangegeven de verklaring en belofte af te leggen. Na het voorlezen van de tekst door mij verzoek ik uit te spreken: dat verklaar en beloof ik. Ik verklaar dat ik om tot burgercommissielid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik trouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als burgercommissielid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw BIJLEVELD (bij1): Dat verklaar en beloof ik. De VOORZITTER: Dan mag ik u hartelijk feliciteren namens de gehele raad en u welkom heten in ons midden.

(Applaus.) Dan gaan we schorsen, zodat ook de felicitaties overgebracht kunnen worden door de raad. (De vergadering is geschorst.) Heropening 1.5

Mededelingen.

De VOORZITTER: Dan heropen ik de vergadering. Dan zijn we aangekomen bij de mededelingen. Mevrouw Van Groningen heeft aangegeven een initiatiefvoorstel te willen indienen. Het woord is aan mevrouw Van Groningen. U krijgt maximaal 5 minuten om uw voorstel toe te lichten. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Dank u wel, voorzitter. Het voelt als gisteren dat ik op het Zadkine Rotterdam in contact kwam met Rick van der Rest, toch is het alweer 2 jaar geleden. Rick is expert fraude en geldezels van het gerechtsdeurwaarder kantoor LAVG. Hij gaf mij een inkijkje in een wereld die ik tot dat moment alleen kende als iets dat hard moest worden aangepakt, zoals uithalers en bomplaatsers. Alleen hij vertelde mij dit: een Rotterdamse jongen, 19 jaar, druk met school, bijbaan in het weekend, geldzorgen thuis. Hij krijgt een berichtje op Instagram: “Bro, kan je me effe helpen? Je krijgt 150 euro, easy money.” Daarvoor hoeft hij niets te doen, behalve zijn rekening ter beschikking stellen. Een paar uur later staat er opeens 16.000 euro op zijn rekening. Geld dat hij nooit ziet, geld dat binnen minuten wordt weggesluisd. De 150 euro kwam niet. Wie er wel kwam, was een deurwaarder

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

15

om al het ontvangen geld terug te halen, de bank die zijn rekening blokkeerde, aangifte en ook nog schulden, 16.000 euro plus. Hij was een geldezel en daar moet hij voor boeten. Zijn toekomst staat opeens op slot. Helaas is hij niet de enige. Dagelijks worden onze jongeren geronseld via Snapchat, TikTok, Instagram en Telegram. Ze worden benaderd om taken uit te voeren, zodat de criminelen zelf buiten beeld blijven. Het begint klein, een pakketje aannemen, een rekening uitlenen. Alleen het schuift heel snel door. Drugs uithalen in de haven, explosieven plaatsen bij een voordeur, wapengeweld, mensenhandel, prostitutie. Ze zitten klem. Dat is niet de toekomst die wij wensen voor onze Rotterdamse jongeren. Voorzitter, wat al deze rollen met elkaar gemeen hebben, is dat jongeren door criminelen worden ingezet als wegwerpkrachten, de zogenaamde disposable armies. Als de ene jongere wordt gepakt, staat de andere jongere alweer klaar. Die jongeren dragen alle risico's: de schulden, het strafblad, de bedreigingen. De criminele opdrachtgever blijft onzichtbaar. Wij in Rotterdam hebben nauwelijks meer zicht op dit fenomeen. De criminelen die online onze jongeren ronselen die onwetend op een zolderkamer zitten achter een telefoon of laptop, die zien we niet, die horen we niet en die geloven we ook niet.

Geldezels pakken we in dit land ongenadig hard aan, terwijl de echte crimineel vrijuit gaat. Het netwerk blijft in stand en onze jongeren zakken in een moeras van criminele ellende. Dat moet en kan anders. Daarom dien ik vandaag het initiatiefvoorstel ‘Een Rotterdamse aanpak tegen geldezel-ronseling’ in. Als eerste stad in Nederland, omdat Rotterdam de urgentie en de verantwoordelijkheid voelt om voorop te lopen. Deze aanpak begint waar het probleem begint: online. In het plan doen wij 6 aanbevelingen. We maken geldezels en online ronselen expliciet onderdeel van de aanpak jeugdcriminaliteit en preventie met gezag, niet versnipperd, maar structureel. Daarbij richten we 1 stedelijk team op dat zich richt op de jonge aanwas van criminele netwerken, geldezels, uithalers en explosievenplaatsers, allemaal als onderdeel van dezelfde keten. We investeren in digitale preventie van basisschool tot mbo via bestaande lesprogramma's, zodat jongeren weerbaar worden en ook ervaren wat er gebeurt als het misgaat. We voeren gerichte publiekscampagnes voor jongeren, ouderen en scholen, zodat signalen eerder worden herkend, ook achter onze schermen. We zorgen voor een betere gegevensdeling met duidelijke waarborgen, zodat ronselnetwerken sneller in beeld komen en niet steeds onze jongeren worden opgeofferd.

Misschien wel het allerbelangrijkste van dit plan is dat we de geronselde jongeren niet alleen maar zien als dader, maar ook als een slachtoffer. We willen hard optreden tegen ronselaars en jongeren die vastlopen een uitweg bieden in plaats van ze verder de criminaliteit in te drukken. Daarom sta ik hier vandaag met dit initiatiefvoorstel in handen, het laatste van mijn raadsperiode in Rotterdam in deze prachtige zaal. Het voelt wel een beetje dubbel als ik eerlijk ben, want het is bijna een soort afscheid en tegelijkertijd ben ik zo ongelooflijk trots. Trots op het feit dat het gelukt is dit voorstel samen te stellen met behulp van heel veel professionals. Professionals die informatie hebben gedeeld, hebben meegelezen en ons de juiste richting op hebben gestuurd. Ik wil daarom allereerst Rick en Yolanda, die me hebben meegenomen in hun werk, hun kennis en ervaringen, hartelijk danken. Maar bovenal wil ik Mila, ze zit achter in de zaal vandaag, bedanken voor haar ongelooflijke ondersteuning. Zonder haar was het plan nu nog niet af en daar ben ik heel erg dankbaar voor. Voorzitter, tot slot. Het is een kwestie van 1 domme keuze, een keuze die levens vervolgens in een nachtmerrie kan veranderen.

Stel je nu voor dat het niet de jongen uit Rotterdam is, maar gewoon jouw dochter, jouw buurjongen, een leerling op school van je kind, dat met 1 verkeerde swipe, 1 verkeerd berichtje die toekomst verpest. Dat mogen we niet normaal vinden en dat mogen we niet accepteren. Easy money bestaat niet, bescherming wel. Laten we samen in deze zaal de verantwoordelijkheid oppakken, deze handschoen oppakken en onze jongeren beschermen. Voor Rotterdam, voor onze jongeren en voor hun toekomst. Dank u wel. (Applaus.) De VOORZITTER: Hartelijk dank. We zullen het college vragen om het initiatiefvoorstel ‘Easy Money, High Price: Een Rotterdamse aanpak tegen geldezel-ronseling’ door te geleiden naar de commissie BOFV. Dan hebben we nog een initiatiefnotitie van de heer Koster en van

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

16

mevrouw Bruin. Alleen de heer Koster? Maar u wordt nog genoemd mevrouw Bruin. U heeft ook 5 minuten om het voorstel toe te lichten. De heer KOSTER (lr): Voorzitter, ik ga het hebben over het Maripark-concept. Ik zal eerlijk zeggen, ik had tot een paar maanden geleden ook nooit over Maripark gehoord, maar ik ga het nu allemaal uitleggen. Als jullie opletten, dan zal alles duidelijk worden. Het Mariparkconcept ziet toe op het multifunctioneel gebruik van de Noordzee. In ieder geval de delen van de Noordzee die worden gebruikt voor bestaande en geplande windparken, kunnen worden gecombineerd met andere zee gebonden activiteiten. Voorzitter, dit is geen abstract toekomstidee, maar een strategische kans om Rotterdam een grote economische impuls te geven. In een tijd van structureel ruimtegebrek op land biedt dit enorme potentie. Deze maritieme ruimte kan worden benut voor voedselproductie, duurzame energie, maritieme innovatie en zelfs datacenters op zee. Datacenters op de zeebodem vormen een realistische langetermijnoplossing voor het groeiende ruimte- en energieprobleem van onze digitale infrastructuur. Ze nemen geen schaarse ruimte in op land, kunnen direct gekoppeld worden aan windenergie en gebruiken zeewater voor efficiënte koeling. Bijvoorbeeld als we voor een AI-datacenter ruimte nodig hebben, zou dat op de lange termijn een interessante oplossing zijn.

Ik kijk naar mevrouw Maasen, wellicht vindt zij het ook interessant. Maripark draait om slim en meervoudig ruimtegebruik. In plaats van steeds nieuwe gebieden te claimen, worden functies gecombineerd. Dat vermindert ruimtelijke conflicten op de Noordzee en vergroot de maatschappelijke opbrengst per vierkante kilometer. Voorzitter, formeel is de Rijksoverheid leidend in de ontwikkeling van Mariepark, maar Rotterdam kan hier niet lijdzaam toezien. Wij hebben het grootste havencomplex van Europa. Als dit project wordt ontwikkeld en daar twijfel ik op de lange termijn echt niet aan, dan zullen aanleg, logistiek, onderhoud en coördinatie voor een groot deel via de Rotterdamse haven en onze maritieme topsector verlopen. Dat betekent kansen voor Rotterdamse bedrijven, extra werkgelegenheid in de Offshore en maakindustrie en een stevige impuls voor de blauwe economie. Van techniek en onderhoud tot innovatie en onderzoek, Maripark creëert banen op alle opleidingsniveaus en versterkt onze kennispositie. Juist daarom is het van strategisch belang dat Rotterdam nu positie inneemt. Er liggen al uitgebreide studies waarin ook milieuaspecten zijn meegenomen, daar kan het college direct van profiteren. Door nu een actieve rol te pakken, krijgt Rotterdam de mogelijkheid om mee te sturen, invloed uit te oefenen en zich vroegtijdig strategisch te positioneren.

Want laten we eerlijk zijn, het structureel ruimtegebruik op land, stedelijke verdichting, economische groei en de noodzaak om ruimte efficiënter en duurzamer te benutten, maken de ontwikkeling van Maripark vrijwel onvermijdelijk. De vraag is niet of het project doorgang gaat vinden, maar welke rol Rotterdam daarin zal spelen. Rotterdam kan afwachten of actief optreden en haar positie innemen. Dat laatste is cruciaal voor onze haven, onze regionale economie en de toekomst van de blauwe economie. Leefbaar Rotterdam roept het college op positief naar dit voorstel te kijken. Voorzitter, ik zal het zeggen, ook ik was aanvankelijk sceptisch. Maar dit is precies het soort ambitie waardoor Rotterdam groot is geworden. Ik wijs daar op die mooie spreuk in het Latijn die daarboven staat. Ik vertaal hem vrij met, door te wagen en te handelen, is Rotterdam groot geworden. Het wordt tijd voor een extra impuls voor de Rotterdamse economie en daarom dien ik vandaag dit initiatiefvoorstel samen met mijn fractiegenoot Vanessa Bruin in. Ik dank u voor de aandacht, dank u wel. (Applaus.) De VOORZITTER: Hartelijk dank. We zullen vragen aan het college om de initiatiefnota ‘Mariepark; Rotterdam moet een actieve rol innemen bij de ontwikkeling’ door te geleiden naar de commissie MHEK. 2.

Vaststelling van de agenda voor de raadsvergadering van 29 januari 2026.

De VOORZITTER: Dan zijn we nu aangekomen bij de vaststelling van de agenda voor de raadsvergadering van 29 januari 2026. Ik zal de agenda met u doornemen en aan het eind zal

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

17

ik u gelegenheid geven om nog aanvullende opmerkingen te maken. Agendapunt 6, er is vanuit de raad 1 verzoek ontvangen voor een regulier debat ‘Vies begin van 2026’. Ik stel voor dit behandelen als agendapunt 6.4. Akkoord. Agendapunt 8, er zijn vanuit de raad 2 verzoeken ontvangen voor een kort bespreekpunt ‘Veiligheidssituatie Museumpark’ en ‘Geen samenwerking met polariserende producenten’. Ik stel voor deze verzoeken te behandelen als agendapunt 8.1 en 8.2. De heer De Waard. De heer DE WAARD (lr): Dank, voorzitter. Ik heb een voorstel, een verzoek. Ik wil agendapunt 8.1 samenvoegen met het tweeminutendebat over de prioriteringsagenda handhaving en dat als gezamenlijk plaatje naar een regulier debat op te plussen. De VOORZITTER: Het voorstel is om 7.13 samen te voegen met 8.1 en dat dan te behandelen als regulier debat. Dat het voor de tweeminutendebatten … We moeten kijken na alle reguliere debatten die nu al gepland staan als laatste deze daar nog aan toe te voegen. Ik kijk rond of er draagvlak is voor dit voorstel. Dat lijkt het geval. Dan zullen we 7.13 en 8.1 gaan samenvoegen en daar een regulier debat van maken. Dat is besloten. Dan zag ik de heer Van der Velden ook staan. De heer VAN DER VELDEN (pvdd): Dank u, voorzitter. Ik zou toch graag een toelichting willen op agendapunt 8.2 voordat we dat gaan behandelen.

Omdat ik vind, er wordt gesproken in de aanvraag over de griffie en ik vind het zorgelijk dat de griffie in dit debat meegetrokken zou kunnen worden. Dat kan hun positie ondermijnen, terwijl ze juist beschermd moeten worden tegen politieke druk vanuit de gemeenteraad. Laat de griffie hier buiten, buiten dit debat, dat is mijn verzoek. Ik vind dat ook niet netjes om dat hierbij te doen. Ik weet niet wat de bedoeling van dit debat is, gaan we hier de positie van de griffie bespreken? Ik vind het echt ongepast. De VOORZITTER: Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Aanvullend, gaan we hier de positie van de pers bespreken? Dat is meer mijn discussie, daar zit ik wel een beetje mee. Het is wat mij betreft bijna censuurbespreking en dan denk ik van, moeten we dat zomaar zo in 1 keer uit ins blaue hinein op een agenda plaatsen en daarover gaan discussiëren? Ik vind dat echt een kwalijke zaak, kan niet. De VOORZITTER: Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, dank. Ik ben het eens met de heer Van der Velden en mevrouw Verkoelen. Allereerst, we gaan geen pers censeren en ten tweede, het gaat over een griffie-apparaat wat we hier niet zouden moeten willen bespreken. Wellicht aanvullend daarop, het is nog iets wat niet eens heeft plaatsgevonden, waar we volgens mij dan een prematuur debat over zouden voeren.

Misschien kan de indiener zich bij u melden om te vertellen waarom hij dit geagendeerd heeft. De VOORZITTER: Ik wilde al net naar de heer Soytekin of hij een toelichting wil geven op zijn verzoek. De heer SOYTEKIN (denk): Voorzitter, dit moment wordt nu al gebruikt om het debat te voeren, daar ga ik niet in mee. Ik heb de aanvraag gedaan zoals die is gedaan. Er zijn uitspraken gedaan door de ondersteuning van de gemeenteraad. Het is niet mijn bedoeling om de ondersteuning van de gemeenteraad in een kwaad daglicht of iets dergelijks te stellen. Ik heb een mening over een samenwerking die aanstaande is of is aangegaan en daar wil ik het debat over voeren. We hebben het zeker niet over pers, want wat mij betreft is dit namelijk geen pers. raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

18

De VOORZITTER: Ik laat nog 2 sprekers toe en dan gaan we stemmen, want dat is volgens mij gewoon de reguliere manier om te beslissen of dat we dit debat gaan houden of niet. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, de griffie doet niks zonder ons. Wij zijn de opdrachtgevers, wij bepalen dit. Ik kan me nog enigszins voorstellen dat u het debat wil voeren, maar dan zou ik willen zeggen, dan is het gewoon een debat met onszelf over wat wij belangrijk vinden. Dan zou ik zeggen, laat de hele griffie buiten elk debat, want dat is totaal niet … Het moet gewoon over onszelf gaan, wat wij belangrijk vinden aan een vrije pers, aan een democratisch stelsel. Dat vind ik allemaal prima, daar kan je het over hebben. Maar voor mijn partij is de voorwaarde om dat buiten het debat te houden, want anders wil ik gewoon het debat niet voeren. De VOORZITTER: De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Voorzitter, als dat een voorwaarde is, prima. Ik hoef de griffie niet te noemen. Er wordt een samenwerking aangegaan en de vraag is: wat vinden wij daar als raad van? De VOORZITTER: De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd): Dank u, voorzitter. Ik hoorde de eerste keer wat de heer Soytekin zei. Als raadsleden moeite hebben met een besluit of een samenwerking, dan is dat een politiek debat en dat voeren we hier met mekaar.

Maar dat doen we niet door de ambtelijke ondersteuning onder vuur te nemen. Juist u die zegt op te komen voor neutraliteit en integriteit, zou de griffie daarbuiten moeten houden. De politieke verantwoordelijkheid ligt bij ons. Ik vind het gewoon ongepast en ongehoord. Ik vind dat de voorzitter niet dat tot stemming moet brengen, maar zelf het besluit moet nemen: de griffie kan hier nooit een onderwerp van debat zijn. Klaar. Dat moet u nemen dat besluit, voorzitter. De VOORZITTER: Ik wil voor de duidelijkheid nog wel benoemen dat het debat met mij wordt gevoerd, want ik vind ook niet dat het debat met de griffie moet worden gevoerd. Ik ben hier de voorzitter van de raad, als u een gesprek wil hebben over de griffie dan mag dat met mij. Want ik sta daarvoor en ik ben daar verantwoordelijk voor ook. Daar wilde ik wel de duidelijkheid over geven. Dat is ook al gewoon het onderdeel in de uitvoering van het voorstel. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): In de manier waarop wij afspraken maken in dit huis hoort een dergelijk gesprek in het presidium en niet hier in de Raad. Dan hoeft het ook niet zo'n rare vorm te zijn dat de burgemeester voor de griffie opkomt. Dat is niet het debat wat we hier voeren, dit is een gesprek voor in het presidium. Ik zou zeggen, we hebben er nog 1 deze periode, agendeer het daar. De VOORZITTER: Tot slot, de heer Soytekin.

De heer SOYTEKIN (denk): Voorzitter, er worden nu allemaal geitenpaadjes en loopholes gezocht om dit debat tegen te houden en te blokkeren. Dit onderwerp is geagendeerd in presidium, daar is geen fatsoenlijke discussie over geweest. Ik heb helemaal geen debat aangevraagd met de griffie of ik hoef het helemaal niet over de griffie te hebben. Ik heb het debat met de burgemeester, daar heb ik een aantal vragen voor en een motie die vraagt om een raadsuitspraak. De griffie is helemaal geen onderdeel van het debat wat mij betreft. De VOORZITTER: We gaan het afsluiten, mevrouw Van Groningen, want ik heb al heel vaak … Een ordevoorstel, dat mag. raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

19

Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Gezien de discussies hier lijkt het me dan toch slim dat wij als raad wel zelf besluiten of we dit debat toelaten. Ik zou gewoon willen voorstellen om hierover te stemmen. De VOORZITTER: Dat zou ook mijn voorstel zijn, want hoe je het ook wendt of keert, anders wordt het toch ook weer richting de griffie politiek en dat wil ik ook niet. Dan wil ik ook echt dat dat dan ook een keuze van de raad is. Er is een debat aangevraagd. Wij hadden zelf al besloten dat ik dat debat zou doen, want de griffie-ambtenaren voeren geen debat hier, dat ben ik. Maar dan zou ik willen voorstellen om tot stemming over te gaan en dan is het voorstel als u voor de agendering voor het debat bent … De heer SOYTEKIN (denk): Voorzitter, daar wil ik dan toch op inhaken, want hoe komt u erbij dat het debat politiek richting de griffie is? Want dat is helemaal niet het geval. De VOORZITTER: Maar dan nog, nog meer reden om te stemmen over dit debat. Want volgens mij gaan er nu allerlei discussies door elkaar heen lopen, dat is niet de bedoeling. Ik stel echt voor … De heer De Waard, echt allerlaatste. Maar ik wil nu zo meteen overgaan tot stemming. De heer DE WAARD (lr): Dank voor de flexibiliteit, voorzitter. Ik heb ook een ordevoorstel waarin we elkaar misschien kunnen vinden.

Misschien is het een idee om dit dan te agenderen in het eerstvolgende presidium? Mochten daar geen bevredigende antwoorden uitkomen voor de heer Soytekin, dat we het dan agenderen in de volgende raadsvergadering. Maar dat we dan op deze manier het zo af kunnen vangen. De VOORZITTER: Dat is een nieuw voorstel, maar ik denk dat het sowieso eerst erom gaat om te bepalen of dat we hier vandaag dit debat gaan doen. Dan is het altijd weer mogelijk om het ook weer bij het presidium te agenderen en dan kunnen we dan ook weer bepalen hoe we daar verder mee omgaan. Ik zou willen voorstellen te gaan stemmen. Als u voor agendering van het debat bent, stemt voor. Als u daartegen bent, stemt u tegen. De heer Oostdijk is er niet met permissie. Dat betekent dat dit voorstel met 29 stemmen tegen is verworpen en daarmee zal het nu niet op deze agenda komen te staan. De heer SOYTEKIN (denk): Als ik daar dan toch een slotopmerking over mag maken, voorzitter? Ik vind het ongelooflijk oncollegiaal en schandalig dat een debat wordt geblokkeerd. De VOORZITTER: Waarvan akte. Dan ga ik door met agendapunt 10, er is vanuit de raad 1 verzoek ontvangen voor een motie vreemd aan de orde van de dag ‘Toen was Geluk nog heel Gewoon’. Ik stel voor dit te behandelen als agendapunt 10.1, iedereen akkoord? Ja.

Mevrouw Maassen wil een verzoek doen in verband met haar initiatiefvoorstel over ‘Rotterdam AI zone - Koploper in de AI revolutie’. Mevrouw MAASSEN (d66): Ik zou graag de raad willen verzoeken om deze door te geleiden naar de volgende raad. De VOORZITTER: Dan is het voorstel om nu agendapunt 7.7 van de agenda te halen en door te schuiven naar de volgende vergadering. Aldus besloten. Wethouder Zeegers heeft mij verzocht om de agendapunten 6.2 ‘Voortgangsrapportage NPRZ’, 6.3 ‘Projectambitiedocument ‘Nieuw Excelsior Stadion’ en eventueel 7.1 ‘De Rotterdamse Woonzorgvisie’ na de lunchpauze te behandelen in verband met haar afwezigheid. Mevrouw Kockelkoren.

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

20

Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, ik vind dit lastig, want ik heb begrepen bij de introductie dat zij vanwege de VNG afwezig is. Daar hebben we ook toestemming voor gegeven, dat was prima. Alleen het moment van aangeven, daar hebben we ook afspraken over gemaakt. De voorzitter heeft zelf aan ons meegegeven donderdag van, ik ben 's avonds weg, want ik moet het IFFR openen. Dat had ik ook graag van de wethouder op dat moment gehoord. Want nu is er een agenda vastgesteld waar publiek op in is gesteld, waar alle 45 raadsleden op in zijn gesteld. Er is nu niks meer aan te doen, maar ik wil dit signaal wel echt geven, want het wordt elke keer met voeten getreden. Ik kan me niet voorstellen dat donderdag nog niet bekend was dat er een VNG vergadering is. Als die zo belangrijk is, hadden we dat eerder kunnen weten. De VOORZITTER: Dank voor deze opmerking, dat zullen we ook doorgeven aan het college. Voor de goede orde, wij wisten dit vorige week donderdag zelf nog niet anders hadden we het ook gemeld. Maar we zullen daar nog een keer de nadruk op leggen. Er is toestemming, maar geef de raad ook de kans om daar ook rekening mee te houden. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Ik moet zeggen, ik ben ook verrast. Ik ben het helemaal eens met wat zij zegt, dit is niet de eerste keer. We hebben ook onze eigen agenda, raadsleden hebben ook afspraken.

Ik heb 2 debatten, daarna niet meer, heb ik afspraken gepland. Ik kan het allemaal weer gaan wijzigen en dat is niet de eerste keer. Best wel geïrriteerd als ik heel eerlijk ben. De VOORZITTER: Nogmaals, we zullen dit geluid ook nog echt een keer stevig terugbrengen naar het college en naar degene die hiermee te maken hebben. Wethouder Norville heeft mij verzocht om agendapunt 7.8 ‘Verordening AOW- en jeugdtegoed 2026’ te behandelen in haar aanwezigheid. Dan stel ik voor om dat na 16.30 uur te behandelen, want dan heeft zij aangegeven weer beschikbaar te zijn. Het agendapunt 7.8 ‘Verordening AOW- en jeugdtegoed 2026’. Aldus besloten. Zijn er nog andere leden die iets willen opmerken? De heer Vonk. De heer VONK (cu): Een check, want had ik begrepen dat u ook vanavond afwezig bent? Dan zou het natuurlijk kunnen dat er bepaalde agendapunten zijn waar misschien de aanwezigheid van de burgemeester wel gewenst is. We weten natuurlijk nog niet hoe de planning gaat lopen, maar zullen we dan afspreken dat er ergens een momentje is waarop we dat checken? De VOORZITTER: Dat had ik zelf ook al bedacht. Nogmaals, ik kom terug. Ik vermoed dat jullie om 22.15 uur nog niet klaar zijn. We kunnen dan ook nog kijken, als dat niet lukt, om het iets naar achter te schuiven. Als het sowieso heel ingewikkeld wordt, de raad gaat voor. Wees daar ook gerust op dat ik daar rekening mee zal houden.

Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Bij mij begint het te duizelen. Ik probeerde het bij te houden, maar kunt u zo dadelijk nog wel de agendapunten noemen? Want voor eenpitter is het al helemaal niet meer te volgen dadelijk en ik kan me niet splitsen. De VOORZITTER: Wij zaten zelf ook te puzzelen. Wat ik nu heb opgemaakt, let goed op. Eerst 6.1, dan 6.4, dan 6.2, dan 6.3 en dan de samenvoeging van 7.13 plus 8.1, het verzoek van de heer De Waard. Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Wanneer komt dan 7.8? Want die was ook weer gewijzigd in de volgorde. De VOORZITTER: Mijn vermoeden is dat 7.8 sowieso na 16.30 uur komt. Het is meer een mededeling ook van, mochten jullie wel heel veel vaart gaan maken, waar ik altijd voor ben, raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

21

dan moeten we daar goed naar kijken. Ik heb zo het vermoeden dat 7.8 sowieso na 16.30 uur komt. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd): Voorzitter, zou ik een verzoek mogen doen aan de griffie via u of wellicht in onze raadsmededelingen app het lijstje geappt kan worden? Want ik ben echt nog steeds het spoor kwijt en ik denk meerderen in deze zaal. Dank u. De VOORZITTER: Gaan we doen, fair verzoek. Wij gaan proberen u zo goed mogelijk ook mee te nemen in de volgorde van alle debatten. Zijn er nog andere leden die nog wat op te merken hebben over de agenda? Dat is niet het geval. Dan is die hierbij vastgesteld. Dan kom ik nu bij de spreektijd voor vandaag. Het voorstel van het presidium is om 4 uur spreektijd op de klok te zetten. Gezien de toevoegingen van de agenda stel ik u voor dit iets op te hogen na 4,5 uur. Ik dacht, nu gaat mevrouw Verkoelen niet meer staan. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Wat zonde dat u het mij ontneemt om een half uur te vragen, maar dank u. De VOORZITTER: Ik dacht, ik ga voorkomen dat mevrouw Verkoelen weer gaat staan, maar ze krijgt het toch weer voor mekaar. Maar dan hebben we 4,5 uur met elkaar vastgesteld, akkoord. Het stemvenster is aan het einde van de vergadering en indien nodig zullen we uiteraard voor het stemvenster nog kort schorsen voor fractieoverleg.

Rond 12.45 uur is de lunch beschikbaar op de omloop en de warme maaltijd is rond 18.30 uur op de gebruikelijk locatie beschikbaar. 3.

Vaststelling van de notulen van de openbare raadsvergadering van 8 januari 2026.

De VOORZITTER: Dan komen we nu bij de vaststelling van de notulen van de openbare raadsvergadering van 8 januari 2026. Wenst iemand nog het woord naar aanleiding van deze notulen? Dat is niet het geval. Dan stel ik voor die vast te stellen. 4.

Mededeling van de ingekomen stukken aan de raad en de commissies, zoals genoemd op de digitale doorlopende lijst 2026 week 2 tot en met 4.

De VOORZITTER: Er zijn mededelingen van ingekomen stukken aan de raad en de commissies, zoals genoemd op de digitale doorlopende lijst 2026 week 2 tot met week 4. Ik stel u voor de behandelwijze zoals vermeld bij het desbetreffende stuk vast te stellen en als u een opmerking heeft met betrekking tot een bepaald stuk, dan verzoek ik het Bijbel worden BB-nummer te noemen dat bij het stuk staat. De heer Biljoen. De heer BILJOEN (gl): Dank, voorzitter. Het gaat om ingekomen stukken week 2 afdoendingsvoorstel toezegging wethouder Lansink-Bastemeijer over Monitor Grote Projecten - drempels Hofplein. Ik heb gevraagd om de drempels nu toe te passen. In het afdoendingsvoorstel is er op een lange termijn ingegaan. Volgens mij heeft het college niet goed begrepen waar ik om heb gevraagd. Mijn vraag om daar nog naar te kijken. Als dat niet het geval is, dan moet ik hem toch agenderen in commissie MHEK. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Anderen nog? Dat is niet het geval. Dan is hierbij de lijst van ingekomen stukken vastgesteld. 5.

HAMERSTUKKEN

De VOORZITTER: Dan komen we bij de hamerstukken. Maar voordat we overgaan naar de hamerstukken, wil ik meedelen dat de heer Oostdijk zich heeft afgemeld bij mij. Hij is ziek

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

22

naar huis gegaan, dan is hij vandaag niet aanwezig en heel veel beterschap toegewenst uiteraard. 5.1

Het voorstel tot vaststelling van de Tijdelijke beleidsregel nieuwbouwwoningen op geluidbelaste locaties.

De VOORZITTER: De hamerstukken, let u goed op. 5.1 het voorstel tot vaststelling van de Tijdelijke beleidsregel nieuwbouwwoningen op geluidbelaste locaties. Nee, dan is die hierbij vastgesteld. 5.2

Het voorstel tot het openen van de grondexploitatie ‘Zonnepark Oranjeheuvel’.

De VOORZITTER: Het voorstel tot het openen van de grondexploitatie Zonnepark Oranjeheuvel, 5.2. Akkoord. 5.3

Het voorstel tot vaststelling van het herstelbesluit van het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland Voorduin’.

De VOORZITTER: Het voorstel tot vaststelling van het herstelbesluit van het bestemmingsplan Hoek van Holland Voorduin, 5.3. Akkoord. 5.4

Het voorstel tot het goedkeuren van het jaarplan 2026 en de begroting 2026-2030 van stichting BOOR.

De VOORZITTER: Het voorstel tot het goedkeuren van het jaarplan 2026 en de begroting 2026-2030 van de stichting BOOR, agendapunt 5.4. Akkoord. 5.5

Het voorstel tot wijziging van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2025.

De VOORZITTER: 5.5 het voorstel tot wijziging van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2025. Akkoord. 5.6

Het voorstel tot vaststelling van het projectambitiedocument Schiebroek-Zuid.

De VOORZITTER: 5.6 het voorstel tot vaststelling van het projectambitiedocument Schiebroek-Zuid. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Het proces is daar helemaal niet goed verlopen en nog steeds niet. De SP is daar tegen. De VOORZITTER: Anderen? Dat is niet het geval. Met die aantekening stellen we het vast. 5.7

Het voorstel met betrekking tot de BBV-aspecten van de grondexploitatieportefeuille jaarrekening 2025.

De VOORZITTER: 5.7 het voorstel met betrekking tot de BBV-aspecten van de grondexploitatieportefeuille jaarrekening 2025. Akkoord. 5.8

Het voorstel tot vaststelling van de beleidsregel groepsrisicoverantwoording.

De VOORZITTER: 5.8 het voorstel tot vaststelling van de beleidsregel groepsrisicoverantwoording. Akkoord.

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

23

5.9

Het voorstel tot vaststelling van de Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid 213a Gemeentewet Rotterdam 2026.

De VOORZITTER: 5.9 het voorstel tot vaststelling van de Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid 213a Gemeentewet Rotterdam 2026. Akkoord. 5.10

Het voorstel tot wijziging van de toelating op de Verordening commissie verkiezingsaangelegenheden 2026.

De VOORZITTER: 5.10 het voorstel tot wijziging van de toelating op de Verordening Commissie verkiezingsaangelegenheden 2026. Akkoord. 6.

REGULIERE DEBATTEN

6.1

Richtinggevend kader voor de Sociale basis.

De VOORZITTER: Dan zijn wij aangekomen bij de reguliere debatten en wij beginnen zoals gezegd bij agendapunt 6.1 het richtinggevend kader voor de Sociale basis. De wethouder is in huis en mevrouw Kockelkoren heeft als eerste het woord. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, we gaan het hebben over het richtinggevend kader voor de sociale basis en voorzitter, het is goed dat er nu zo'n kader ligt. Er staan een heleboel mooie woorden in, maar ik kan niet anders dan dat toch ook in relatie te zien tot de debatten die we daar de afgelopen 4 jaar over hebben gevoerd. Daarmee moet ik helaas concluderen dat we de afgelopen tijd de sociale basis niet hebben versterkt, maar hebben verzwakt. Ik ben blij dat we nu een richting gaan inzetten om al die maatschappelijke organisaties die zich elke dag inzetten voor de stad om de stad sterker te maken, dat we die richting in gaan zetten, dat we die organisaties als overheid beter willen gaan ondersteunen, beter willen versterken. Want we hebben namelijk co-creatie nodig. We hebben vertrouwen nodig in al die partijen waarbij bewoners en organisaties als steunpilaren in de wijk hun fantastische werk kunnen uitvoeren met een gemeente die een bedding biedt om te kunnen groeien en bloeien. In dit kader staan allerlei mooie woorden, maar die mooie woorden moeten nog wel waargemaakt worden.

Dat waarmaken vraagt om een goed proces met bewoners, met al die organisaties en dat vraagt ook om financiering. Dat is nu nog in dit kader allemaal onduidelijk. Daarbij wordt gezegd van, dat gaan we volgende periode doen, dat laten we aan een nieuw college. Snap ik ergens, maar als je weet waar we vandaan komen, is dat natuurlijk voor al die partijen in de stad, die daar elke dag zich voor inzetten, nog weinig zekerheid. Het biedt weinig houvast. Daarom willen we daar een aantal zaken op meegeven. Allereerst hebben we samen met een heel aantal organisaties in de stad en een heel aantal partijen in de raad een motie voorbereid die zal worden ingediend door de heer Vonk. Die gaat over de kracht van samenwerking buurten … Nee, die gaat over een andere titel, excuus. ‘Niet minder maar meer sociale basis’ om de organisaties in de stad te laten, te laten bloeien te laten groeien. Meer nodig dan mooie woorden. Eerdere bezuinigingen moeten worden teruggedraaid en financiën moeten worden versterkt. Dat is daarvan de kern. Als tweede punt willen wij nog toevoegen dat het ook belangrijk is dat samenwerkende buurtorganisaties versterkt worden. Want daaruit kan blijken dat de gemeente slimmer, eenvoudiger en doelgerichter wil investeren in de sociale basis en samenwerking daarbij stimuleert.

Daar hebben wij de motie voor: ‘De kracht van samenwerkende buurtinitiatieven versterken’ en die willen we graag indienen. Al met al, goede richting, er is echt meer nodig. Wij hopen dan ook dat de wethouder met zorg naar al die voorstellen gaat kijken die we hier indienen, want dat verdienen al die partijen in de stad. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren heeft de volgende motie ingediend.

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

24

Motie 1 De kracht van samenwerkende buurtinitiatieven versterken “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van agendapunt 6.1 Richtinggevend kader voor de Sociale basis; constaterende dat; - uit het 'Richtinggevend kader voor de Sociale Basis' blijkt dat de gemeente slimmer, eenvoudiger en doelgerichter wil investeren in de Sociale Basis, en hierin samenwerking als voorwaarde stelt; - samenwerking met het wijknetwerk, zoals bijvoorbeeld het wijkteam, huisartsen, wijkagenten en welzijnsorganisaties in de wijk, nu ook al een voorwaarde is bij een aanvraag bij Couleur Locale; - de partijen, ondanks deze samenwerking, wel altijd individueel een aanvraag moeten doen; overwegende dat; - buurtorganisaties die samen financiering aanvragen minder risico lopen doordat ze elkaars eventuele tegenslagen kunnen opvangen; - buurtorganisaties daarom stabieler worden als ze samenwerken, zeker als de financiering meerjarig is; - de sociale basis gebaat is bij meer vertrouwen vanuit de gemeente; - een subsidieaanvraag met name voor kleinere organisaties veel tijd en daarmee ook geld kost, die zij ook zouden kunnen delen; verzoekt het college; - in de nieuwe integrale subsidieregeling een financieringsmogelijkheid toe te voegen voor samenwerkende buurtorganisaties, en procesondersteuning bij het samenwerkingstraject aan te bieden; - te onderzoeken op

welke andere manieren de gemeente de administratiedruk voor organisaties uit de sociale basis kan verlagen om de buurtkracht te versterken; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. A. Kockelkoren, J.M. de Bruijn, T.S.J. Coşkun, T. Kind en P.J.H.D. Verkoelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Mevrouw De Bruijn is de volgende. Sorry, het is die De Bruijn, excuus. Bruin en De Bruijn, u maakt het mij ook niet makkelijk. Mevrouw De Bruijn, excuus. Mevrouw DE BRUIJN (pvda): Mag ik iets later op het lijstje? Want ik had het niet … Een kleine miscommunicatie. Dank u wel. De VOORZITTER: Dan gaat de heer Kind eerst. Hij wil ook nog later, jongens. De heer Balcha? U staat op de lijst. Het hoeft allemaal niet, mensen. Ik geloof dat de heer Verweij graag de plaats inneemt. De heer VERWEIJ (vvd): Uit collegialiteit, mevrouw de voorzitter, zal ik nog maar een minuutje volkletsen. Ik had me niet eens voorgenomen om wat te spreken bij dit onderwerp, maar wat me aanspreekt bij de richtinggevende kaders zijn vooral de extra inzet op preventie. Maar als liberaal vind ik het heel belangrijk dat mensen vanuit de samenleving mooie initiatieven ontwikkelen. Dat ze daarbij in principe ook zelfstandig handelen, dat de overheid alleen helpt waar nodig. Als de overheid dan toch helpt, bijvoorbeeld financieel met

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

25

subsidies, vind ik het een goede zaak dat we daarbij vooral ook kijken naar wat voor preventie kunnen we hiervan maken? Hoe voorkomen wij dat mensen later op een andere manier alsnog van de overheid afhankelijk zijn? Als ik dan toch 1 specifiek compliment mag weggeven aan de wethouder, inderdaad, zorg ervoor dat de euro's die we uitgeven die nog van belasting gaat komen, dat die ook worden gebruikt om te voorkomen dat probleem verergeren. Maak echt inderdaad werk van het inzet op preventie, spreekt ons zeer aan. Dank u wel. De VOORZITTER: De heer Coşkun staat ook op mijn lijstje. De heer COŞKUN (sp): Voorzitter, ik was heel benieuwd wat mijn voorgangers, die nog niet zijn voorgegaan, zouden gaan zeggen, want ik wilde me daarbij aansluiten. We hebben een belangrijke discussie hierover gehad al bij de Voorjaarsnota vorig jaar waarbij gigantische bezuinigingen op de sociale basis zijn gedaan, waarvan hun sporen nog steeds te zien zijn in deze stad. De sociale basis is denk ik het belangrijkste kapitaal wat we hebben. Bloed, zweet en tranen van al die Rotterdammers die zich iedere dag weer inzetten. Hetzij formeel, omdat ze in een welzijnsorganisatie werken of op een school werken of in andere dienstverlening betaald.

Maar ook heel veel mensen onbetaald in de armoedebestrijding, in het leren lezen en schrijven, het helpen met het invullen van formulieren, om deze ingewikkelde maatschappij voor hen ook een beetje leefbaar en menselijk te maken. Er zijn hele goede experimenten geweest in Bloemhof en Schiebroek om met name om de bestuursopdracht zorg, om te zorgen dat het geld niet uit de pan reist, waarbij preventie dan wordt gebruikt om de kosten te beteugelen. Ik denk dat het zeer belangrijk is om niet alleen naar te kijken of het wat oplevert in centen, maar ook wat het oplevert in menselijke waardigheid, in geluk, in samenhang, sociale cohesie, in het bouwen van die gemeenschappen die overal in de stad te vinden zijn. Je spoort ze overal op en dan ontdek je weer wat, Stadsverwarmers. Ik denk dat de sociale basis veel wordt onderschat, dat te veel alleen wordt vertrouwd op het bloed, zweet en tranen van al die honderden, zo niet duizenden Rotterdammers die daar dagelijks mee in de weer zijn. Ik denk dat het goed is dat nu dat kader er ligt, maar ik denk dat het beter kan als we daar nog verder in focussen, waar gaat dat dan heen? Nu worden allerlei potjes, waar mensen dan een beroep op doen en bij elkaar sprokkelen, bij elkaar gebracht.

Dat is op zich prima, maar er is ook een vrees dat het voor het volgende college dan weer een reden kan zijn, dan gaan we kunnen we lekker bezuinigen, want dan doen we een beetje van dit en een beetje van dat en bij mekaar toch te weinig. Ik denk dat het ook goed zou zijn om te beseffen, wethouder Buijt heeft het in de commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport ook gezegd, dat in de volgende periode zorg en welzijn echt aan elkaar gekoppeld zijn. Want je kan niet zorg verlenen zonder preventie. Ik denk dat voorkomen is beter dan genezen, zeker ook het maatschappelijk vlak opgaat. Het is heel belangrijk dat de sociale basis versterkt wordt, dat die erkend wordt, dat die gezien wordt, dat er vertrouwd wordt op de mensen in de sociale basis. Dat er meer afgerekend wordt op meetbaar menselijk geluk of klantentevredenheid. Dan op de vinkjes die nu via de KPI's gezet worden. Alle lof ook voor de heer Vonk om dit op de agenda te zetten. Wij steunen van harte ook de moties die daaromheen zijn gemaakt, samen met een sociale basis. Maar ik denk dat het heel belangrijk is dat we nu wat piketpaaltjes richting het volgende college zetten zodat die daarop kunnen voortbouwen. Dat wilde ik nog zeggen, voorzitter, dan kunnen mijn voorgangers mij napraten. De VOORZITTER: Dan kunnen zij zich aansluiten bij u. De heer Vonk. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter.

Ik sluit me graag aan bij de woorden van de SP. Daar nog verder op voortbordurend, wij zien dat er een kanteling bezig is in Rotterdam. Een kanteling in de verhouding tussen overheid en samenleving. We zien dat de grenzen van wat de overheid kan op het gebied van zorg voor mensen zijn grenzen heeft, doordat het vertrouwen daalt, zorg en welzijn onbetaalbaar worden, de meest kwetsbare mensen niet raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

26

bereikt worden en de arbeidsmarkt zorgt dat er ook niet genoeg mensen zijn om al dat werk uit te voeren. We zien ook dat zeker in Rotterdam mensen omzien naar elkaar, de mouwen opstropen en via sociale initiatieven ondernemingen, kerken en buurtinitiatieven de verantwoordelijkheid nemen. De vraag die nu voorligt aan het eind van deze raadsperiode is of wij erin geloven dat die kanteling inderdaad de weg vooruit is en dat dat ook de boodschap is die we doorgeven aan de volgende raad. Als we als stad willen groeien in naastenliefde en oog voor talent dat soms ondersneeuwt wordt, dat we dan kiezen voor een sterke sociale basis en ook een versterking van de financiële ondersteuning aan de sociale basis. Zodat we zeker weten dat er straks geen stadsbestuur zit dat deze onmisbare humuslaag negeert, maar vol inzet op ontwikkeling en versterking daarvan. Laat dat onze breed gesteunde legacy zijn. Het voorliggende richtinggevende kader is hoopgevend, maar het is ook vaag. Uit de reacties die we kregen vanuit de sociale basis, verschillende partijen hebben daarop gereageerd, sprak ongerustheid. Die snap ik, want er ligt een raadsbesluit dat zegt, we willen meerjarige financiering, we willen dat de grens van de accountantscontrole wordt verhoogd, dat de administratieve lasten dalen.

Er ligt een motie die niet alleen herstructurering wil van middelen, maar ook wil zorgen dat die financiële positie versterkt wordt. Daarom dien ik vandaag een motie in waar we als raad een stapje verder gaan dan het voorliggende kader. Zonder harde financiële uitspraken te doen, want daarvoor is niet het moment, willen we wel een duidelijkere richting aangeven die de sociale basis het vertrouwen geeft dat we op weg zijn naar een sterkere sociale basis, ze het gevoel geven dat het de moeite waard is om aangehaakt te blijven en samen met de gemeente dat toekomstige kader verder vorm te geven. De motie heet: ‘Niet minder maar meer sociale basis’ en is ook medeondertekend door de SP, GroenLinks, CDA en Volt. Ik had niet de gelegenheid om alle partijen voldoende misschien te informeren. Als er meer partijen er nog op willen, dan zijn ze natuurlijk van harte welkom. De VOORZITTER: De heer Vonk heeft de volgende motie ingediend.

Motie 2 Niet minder maar meer sociale basis “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van ‘het richtinggevend kader voor de Sociale basis’; constaterende dat; - het maatschappelijke weefsel van intrinsieke waarde is in de stad, omdat het een forse bijdrage levert aan sociale cohesie, sociale veerkracht, preventie, betrokkenheid en democratie; - door de financiële druk op de zorg veel meer aan preventie en ondersteuning moet worden gedaan en dus terecht komen bij bewoners, wijkorganisaties en buurtgemeenschappen; - hun financiële positie de afgelopen jaren onder druk is komen staan; - het versterken van de sociale basis alom als noodzaak gezien wordt; - samenwerkende buurtorganisaties stabieler worden; overwegende dat; - het nodig is om de informele sociale basis optimaal toe te rusten, juist in deze tijd; - het voor de gemeente verstandig is om eigen bewoners in toenemende mate vertrouwen te geven; - daarom voor de verdere uitwerking van het richtinggevend kader het nodig is om in cocreatie samen te werken met deze bewoners; - daarvoor de eerdere bezuinigingen en de gemiste indexering dient te worden ingehaald; - vanuit die positie substantiële, jaarlijkse versterking van middelen nodig is; - dit geen fooi moet zijn, maar een serieuze investering;

raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

27

-

het huidige kader geen zekerheid biedt dat er in de toekomst sprake zal zijn van versterking van de financiële steun aan de sociale basis;

verzoekt het college; 1. om aan het richtinggevende kader toe te voegen dat de samenwerking tussen buurtorganisaties financieel ondersteunt wordt (waarbij de regie op de samenwerking bij de mensen in de wijk zelf ligt); 2. om bij de uitwerking van het richtinggevend kader ervoor te zorgen dat er aantoonbaar substantieel meer financiële middelen voor de sociale basis beschikbaar komen; 3. om bij de uitwerking van het richtinggevend kader procesondersteuning met het oog op het genoemde co-creatie proces te faciliteren en te financieren; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. T.J. Vonk, R.G.C. Segers-Hoogendoorn, T.S.J. Coşkun, A. Kockelkoren, P.J.H.D. Verkoelen en T. Kind De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Ik kijk naar de heer Kind eerst, wil jij wel nog? De heer KIND (volt): Dank u wel, voorzitter. We zijn 4 jaar lang heel druk mee geweest met de sociale basis, met alle informele organisaties in de wijken. Het is ook wel een belangrijke stap voor het stelsel van ondersteuning en zorg in Rotterdam, want we staan voor gigantische uitdagingen de komende jaren. Ik denk dat het niet voor niks is dat we hier zo ontzettend druk mee zijn. Het is namelijk ook ongelooflijk belangrijk en we kunnen niet anders dan die sociale basis gaan versterken.

Als je een analyse moet geven van hoe zijn we hier nu in beland? Is dat het met de gedachte achter de decentralisaties van 2015 was heel helder, dichter bij bewoners, meer kijken naar een integrale aanpak in buurten en wijken. Maar als we kijken naar hoe we het in Rotterdam hebben georganiseerd, dan is het wel hier binnen de stad wat centraal geregeld. Vooral gericht op individuele trajecten en risicogroepen, dat zien we onder andere bij de wijkteams. Volgens mij was 1 van de eerste rapporten van de Rekenkamer ook het kon niet in de buurt, vooral gericht op het individu of een bepaalde risicogroep. Waar we onder andere bij de welzijnsopdracht zien dat daar enorm veel geld naartoe gaat maar het ook niet echt gericht is van, hoe zorgen we voor een zorgzame buurt of een zorgzame wijk? Hoe zorgen we ervoor dat de gemeenschappen versterkt worden? Dat hebben we wat laten verslonzen. Het was ook 1 van onze eerste schriftelijke vragen die we hadden gesteld. Er waren ook signalen van al die informele organisaties die zeggen, wij moeten per jaar kijken hoe we het doen. Per jaar zijn we weer kwetsbaar, moeten we weer allerlei administratie verslagen. Ik vind het heel fijn dat ik dat we de afgelopen 4 jaar zo fijn met bijna de volledige raad hebben kunnen samenwerken om dit voor elkaar te krijgen.

We zijn ook trots dat 1 van onze moties over het ervoor zorgen dat al die verschillende regelingen worden samengevoegd tot 1 regeling, ik denk dat dat echt 1 van de belangrijkste punten van mij is in deze gemeenteraad, dat dit gerealiseerd wordt. Ik wil daar vandaag 1 ding naast zetten. Als we kijken naar hoe we het stelsel hebben ingericht met de wijkteams, de welzijnspartijen, de vraagwijzers, dan zien we nog steeds dat het vooral gericht is op, je klopt aan bij 1 loket en dan kom je uiteindelijk met een professional te maken en die professional gaat je wel of niet helpen. We merken in het hele land dat de opbouwwerkers, waar we in Rotterdam al bijna 100 jaar ervaring mee hebben, zij zijn een tijd lang bezuinigd, zijn uit het beeld geraakt en je ziet in heel Nederland dat er een herwaardering is van het opbouwwerk. Je ziet het bij Sociaal Werk Nederland, je ziet het in alle opleidingen, die opbouwwerker komt terug en wij willen graag dat daar opnieuw een visie op het opbouwwerk op komt. Zeker opnieuw, omdat wij denken dat naast het regelen van 1 grote subsidie pot met structurele financiering et cetera, het verhogen van de bijdrage aan de sociale basis, er ook een raadsvergadering van 29 januari 2026

Notulen pagina

28

duidelijke visie komt op opbouwwerk. Om ervoor te zorgen dat naast al die partijen die we kennen, er ook een duidelijke professional naast komt die de buurt en wijk gaat versterken. De heer COŞKUN (sp): De heer Coşkun heeft een vraag. De VOORZITTER: Ja en een opmerking. Want ik was afgelopen dinsdag bij de oprichting van het Armoedeplatform Feijenoord en daar was iemand van welzijnsorganisatie SOL die ging van functie veranderen, want per 1 maart werd hij community builder. Toen zei ik: dat heet toch opbouwwerker? Toen zei hij: ja, dat zou ook opbouwwerker kunnen noemen. Het wordt volgens mij aan de sociale basis al een beetje uitgevoerd, uw pleidooi, mijnheer Kind. De VOORZITTER: De heer Kind. De heer KIND (volt): Ik heb dit signaal ook opgevangen, inderdaad. Je ziet dat er heel veel verschillende functies zijn. Deze functie is trouwens sociaal beheerder/community builder, maar je hebt ook sociaal makelaars, participatiemakelaars. Heel veel verschillende functies die hier een beetje op lijken, maar waar geen visie of geen opdracht van de gemeente achter zit. Wij proberen echt hier een duidelijke positie en daarom ook een visie op opbouwwerk voor elkaar te krijgen. Daarom dienen we ook de motie in: ‘Een Rotterdamse visie op opbouwwerk’ samen met GroenLinks en SP. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: De heer Kind heeft de volgende motie ingediend.

Motie 3 Een Rotterdamse visie op opbouwwerk “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van het agendapunt 6.1 ‘Richtinggevend kader voor de Sociale basis’; constaterende dat; - het positief is Rotterdam de komende jaren in zet op het versterken van de sociale basis, met als doel zorgzame buurten en wijken te creëren; - Rotterdam een lange traditie heeft met 'opbouwwerk'1, waarin professionals in wijken en buurten als kerntaak hadden om de sociale basis te versterken; - het opbouwwerk met de invoering van de decentralisaties naar de achtergrond is verschoven, omdat de wijkteams en het welzijnswerk gericht zijn op individuele trajecten en risicogroepen en minder op samenlevingsopbouw in buurten en wijken; overwegende dat; - de roep om het versterken van de sociale basis landelijk hand in gaat met een roep om de herwaardering en herintrede (reprofessionalisering) van 'opbouwwerkers'2; - er onlangs een nieuw expertiseprofiel 'opbouwwerk' is gepubliceerd, waarin het versterken van de sociale basis centraal staat3; is van mening dat; - een visie op het versterken van de sociale basis en en het nieuwe beleidskader maatschappelijke ondersteuning niet los zou moeten staan op een visie op de positionering en herwaardering van het opbouwwerk; verzoekt het college; - een Rotterdamse visie op opbouwwerk op te stellen en deze te integreren in het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=4a7d8307-7b83-4c9d-a8cf-1f1c50f05419