20251016- Notulen van de raadsvergadering van 16 oktober 2025
Tekst van het document
Houden dan ook mensen aan op het moment dat mensen daar niet aan gehoorzamen. Maar wat het vervolg is, is aan het OM. Dus of die namen al dan niet zijn opgeschreven, dat is niet iets waar ik mij mee bezighoud of waar ik mij mee bemoei. Dat is echt iets wat zij zelf beslissen. Daarbij wegen ze ook gewoon de situatie waarin die zit. Maar nogmaals: ik treed niet in de weging, want dat vind ik echt aan het OM dat te doen. Het klopt dat wij hebben gevraagd op het moment dat de mensen vervoerd moeten worden, worden er bussen gewoon ingehuurd van de RET. Zo simpel is het bijna, want we moeten ze dan ook naar een andere plek gaan brengen, weg van de locatie waar men is. Maar dan is de feitelijke schade wel bij de RET. Dus als u iets inhuurt, dan is het niet zo dat u dan gelijk degene bent die schade kunt verhalen, dat is wel aan de partij waar de schade is ontstaan. Dus dat is echt de juridische basis. In hoeverre dat kansrijk is, weet ik niet, want het is echt aan het OM om dat dus ook te beoordelen. Mevrouw Abrahamse vroeg ook hoe verschillen demonstraties hier in Amsterdam en Den Haag, ook omdat het hier langer zou duren. Dat heb ik, denk ik, net uitgelegd. In Amsterdam en Den Haag waren aanzienlijk minder mensen. Ik geloof dat het in Amsterdam iets van 20 mensen betrof.
Dat doe ik uit mijn hoofd nu, maar in ieder geval een veel kleiner groepje, plus op een stukje spoor dat gelijk bij een station zit. Dat is wat anders dan een 35 kilometer lang gebied waar heel veel spoor en allerlei bedrijven lopen. Dus dat is echt de situatie met ook nog eens op verschillende plekken dus tegelijk verschillende demonstraties. Voorgeleid, wat betekent dat? Dat betekent: de rechtmatigheid van de aanhouding wordt getoetst door de hulpofficier van justitie en de aangehouden verdachte wordt ook op de hoogte gesteld van de reden van aanhouding. Zoals ik al heb genoemd, is toen besloten om de personen die enkel artikel 11 van de wet openbaarheid manifestaties of artikel 22 van de Spoorwegwet hebben overtreden, om die niet langer vast te houden. Het is dus aan het OM om dat zo vast te stellen. Zijn de gegevens bekend, vroeg mevrouw Abrahamse. Van de in totaal aangehouden personen worden dus 7 mensen vervolgd. Van hen zijn de gegevens bekend. Daar zitten, naar mijn informatie, ook personen tussen die verdacht worden van het aanbrengen van schade. Saboteren, daar heb ik het net ook over gehad.
De heer Bonte vraagt: kunnen we de hele haven als een veiligheidsrisicogebied aanwijzen? Een veiligheidsrisicogebied is een gebied waar preventief gefouilleerd kan worden, dus dat is ook weer wat anders en je moet daar ook een grondslag voor hebben om een veiligheidsrisicogebied aan te wijzen, want dat heeft te maken met bijvoorbeeld de hoeveelheid wapens die dan in een gebied in een bepaalde periode worden gevonden. Dat is het kader waarin wordt bepaald, in de stad, of een veiligheidsrisicogebied wordt ingesteld. Dat is ook je ticket om te zorgen dat mensen preventief gefouilleerd kunnen worden. Dat is hier dus niet aan de orde, dat is hier niet de grondslag. Dan zegt de heer Bonte: wijs een veilige zone aan in de haven waar gedemonstreerd mag worden. Dat is de discussie die we raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2020
ook al gehad hebben met elkaar: het demonstreren doe je ook bij het object waar je tegen wil demonstreren, maar binnen de kaders die worden gesteld door mij als het de verkeersveiligheid, wanordelijkheden of de gezondheid gaat raken. Dat hebben we dus ook daadwerkelijk gedaan. Dus we hebben een aantal plekken aangewezen dat de gezondheidsrisico's te groot zijn om daar te gaan demonstreren. Maar het is niet zo dat je dan heel het havengebied als zodanig kunt aanmerken, want dat is te algemeen, te weinig onderbouwd en kun je ook niet in één keer zeggen van dus alles valt dan onder zo’n aanwijzing. We moeten specifiek onderbouwen waarom dat op die plekken wel zo is. De schade verhalen heb ik het ook al over gehad. Is er een gebiedsverbod opgelegd, vraagt de heer Bonte, aan de overtreders. Nee, dat is niet opgelegd. De demonstranten zijn aangehouden en daarmee is ook de feitelijke gevaarlijke situatie op dat moment gestopt. In de toekomst verbieden heb ik net ook al aangegeven. Gaan we ze heropvoeding aanbieden? Dat is een strafrechtelijk vervolg en dat is, blijf ik ook maar weer heel netjes, dat is echt aan het OM te bepalen wat dan de goede strafmaat is en wat daar al dan niet bij hoort. Daar treed ik niet in. Mevrouw Morkoç, die gaat over het gesprek met de gemeente, gevraagd door de demonstranten.
Waarom heb ik dat niet gedaan? Ik heb in de brief daar ook het een en ander over gezegd. Er werd een brief gesteld met allerlei eisen, maar wat voor mij van belang is: ik ga over de openbare orde en veiligheid. Wij hebben dus wel een aanbod gedaan aan de demonstranten om te zeggen, op al die inhoudelijke punten, overigens was het wel van als u dat doet, dan zullen wij niet demonstreren. Dat waren nogal vergaande eisen. Laat ik het zo maar zeggen. Dus ik had ook niet helemaal de indruk dat men dacht dat dat nou het verschil ging maken. Maar goed, dan spreek ik voor hen. Dat kan ik ook niet doen. Tegelijkertijd hebben wij wel aangeboden om het gesprek aan te gaan en dat is dan eerst op ambtelijk niveau, want dat doen we wel vaker. Als iedereen die mij een brief schrijft gelijk zegt: ik wil nu een gesprek met u, want anders dit. Dat is ook niet de manier waarop we met elkaar omgaan. We hebben dat gesprek wel aangeboden en daar wilde men niet op ingaan. Men wilde niet ingaan op het gesprek over hoe wij proberen aan de ene kant te faciliteren, maar ook te bepalen waar we dan wel of niet de demonstratie konden houden. Dus het is ook niet zo dat wij geen reactie hebben gegeven, alleen op ons punt, dat wij aanboden, wilde men niet ingaan. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren): Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl): Voorzitter, dank u wel. Dank voor de toelichting.
Het is duidelijk dat dit onderwerp heel erg leeft. Het is niet voor niets dat er honderden demonstranten hier aandacht voor vragen. Een onderdeel van mijn vraag was ook: waarom heeft de wethouder Haven dan niet het gesprek gevoerd om toch een inhoudelijk gesprek te voeren? Ik vraag me dan af, ik kan begrijpen dat de burgemeester daar niet namens de wethouder Haven op kan antwoorden. Maar ik ga ervan uit dat naar zo'n verzoek om een gesprek wordt gekeken vanuit het hele college hoe je daartoe kan faciliteren. Ik denk toch dat, gezien de grootte van het onderwerp en de grote van de groep die zich duidelijk heel veel zorgen maakt over een onderwerp waar wij ons ook zorgen over maken, het goed is om dat gesprek wel aan te gaan. Gaat de burgemeester dat doen of de burgemeester de wethouder Haven vragen om daar in ieder geval het gesprek over te voeren? De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren): De burgemeester. Mevrouw SCHOUTEN (burgemeester): Ik weet niet of u de brief kent die gestuurd is. Ik weet niet of u ook de toon van de brief heeft gelezen. Dan kunt u zeggen, zo, maar dat is wel een brief: als u dit niet doet, dan gaan wij dit doen. Ik laat mij ook niet chanteren. Ik vind het recht op demonstreren ongelooflijk belangrijk, maar het is niet zo dat dan vervolgens ons in de schoenen wordt geschoven: als u niet aan onze eisen voldoet, dan is dit de consequentie.
Als iedereen in onze stad zo'n brief gaat sturen, dan wordt het nog gezellig hier. Dan zit ik hier heel de week met allerlei mensen die ons aan het chanteren zijn. Daar wil ik ook wel voor raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2021
waken. Ik ben altijd bereid tot een goed gesprek, maar wel op een manier van gelijkwaardigheid en ook niet van: als u dit niet doet, dan is dit het gevolg van uw handelen. Zo werkt het niet in onze stad. Die duidelijkheid wil ik ook wel bieden. Nogmaals, ik heb ook nog eens een keer aangegeven: wij kunnen op ambtelijk niveau prima het gesprek voeren over de kaders van de wet en het demonstreren en dat soort zaken. Daar wilde men ook niet op ingaan. Laat ik maar zeggen: als men zo graag in gesprek komt, dan was dat ook het moment geweest dat dat ook had gekund. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren): Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl): Dank, voorzitter. Ik probeer juist hier een verzachtend element te zijn. Ik merk een zorg in de samenleving en een heel grote groep mensen die zich hier zorgen over maken. Ik vind het jammer dat het college dan niet daar overstijgend naar kan kijken en toch het gesprek aan wil gaan met deze honderden mensen die zich daar zorgen over maken. Ik zou toch willen dat daar een handreiking zou zijn vanuit het college. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren): De burgemeester. Mevrouw SCHOUTEN (burgemeester): Nogmaals, maar ik blijf hier niet op doorgaan. Ik merk dat ik wel moeite heb met dat het net nu is alsof het college degene is die niet op een redelijke manier het gesprek aan wil gaan.
Ik weet niet hoeveel gesprekken ik elke dag wel niet heb met hoeveel mensen. Dat is gewoon bijna een standaardwerk van mij. Daar ben ik altijd toe bereid. Dat weet mevrouw Morkoç ook. Ik ben niet degene die zomaar wegloopt van moeilijke gesprekken, maar ik wil dat wel op een manier dat we ook met respect voor elkaars verantwoordelijkheden en ook niet dat het al eisend is van: als u dit niet doet, dan. Dat is geen manier voor een open gesprek. Ik ben altijd bereid om weer dat gesprek aan te gaan, zeg ik, maar wel op een basis van gelijkwaardigheid en ook respect voor elkaars rollen en gezag. De duiding over de agent die gewond is geraakt heb ik net ook gegeven aan mevrouw Vlieger. De demonstranten die gewond zijn geraakt, in algemene zin kan ik opmerken dat de toepassing van geweld op politiemedewerkers altijd wordt gemeld en wordt getoetst. Dat wordt ook intern door de politie gedaan. Dat zal ook hier gebeuren, dat wordt altijd ook binnen de politieorganisatie bekeken. Een demonstrant die kan ook altijd zelf melding van maken van een klacht of aangifte doen bij de politie als ze het niet eens zijn met het politieoptreden of de behandeling die men tijdens of daarna heeft gehad. Ik weet niet of er op dit moment demonstranten zich bij de politie hebben gemeld met een klacht. Ik heb dat niet zo snel kunnen nagaan. Tot nu heb ik dat beeld niet, zeg ik in alle eerlijkheid.
De heer Oostdijk over de urenlange blokkade. Ik heb dat net ook toegelicht. De schade in kaart gebracht. Dat moeten de partijen zelf doen die de schade hebben geleden. Daar zijn zij, denk ik, mee bezig. De gesprekken vooraf, de heer Soytekin heeft daarom gevraagd, heb ik net ook toegelicht hoe we daar zijn gevaren. Dan werd er ook nog gevraagd of er signalen bekend zijn bij mij over buitensporig geweld en het onthouden van sanitair. Ik ga nog op het sanitaire in, want dat eerste heb ik net gemeld bij de antwoorden van mevrouw Vlieger. Wij hebben geen kennisgeving gehad van de demonstranten vooraf, dus wij konden ook niet inschatten hoe lang die demonstratie zou gaan duren of wat dan ook. Dus wij konden ook geen inschatting maken over wat betreft de tijdsduur voor de demonstratie en ook wat dat dus betekende ook voor de sanitaire mogelijkheden, laat ik het zo maar zeggen. Een aantal demonstranten is kortstondig opgehouden in verband met het verplaatsen per pendelbus. Na het arriveren op die plek zijn ze ook weer direct heengezonden. Om een idee te geven over de tijdspanne: om 11.27 uur is het aanwijzingsbesluit genomen. Dus dan zeggen wij: u kunt hier niet blijven. Omstreeks 12.30 uur zijn de eerste 3 RET-bussen gearriveerd op de P&R. Omstreeks 15.00 uur zijn de bussen gestopt met pendelen en was de locatie leeg.
Dus het is ongeveer een tijdspanne van om en nabij de 3,5 uur geweest waarbij men ook niet heel de tijd in de bus heeft gezeten, zeg ik maar erbij. Mevrouw De Bruijn vroeg nog: vinden standaard evaluaties plaats en kan die ook met de raad worden gedeeld? Wij spreken in de driehoek altijd na bij raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2022
grote demonstraties. Niet allemaal, maar de grote demonstraties wel. Wij hebben na de herfstvakantie weer een driehoek en dan zullen we dat ook met elkaar weer gaan bespreken. Maar ik acht het ook wel van belang dat we die gesprekken ook wel in de driehoek kunnen voeren, want het betreft ook vaak operationele informatie waarbij ik ook wil zorgen dat we niet al onze informatie gelijk maar allemaal op straat hebben liggen, omdat dat ook weer consequenties kan hebben met andere zaken. Dus wij evalueren het zelf ook echt wel en ik zal ook zoveel mogelijk verantwoording afleggen hier in uw raad via de brief, maar ook via het debat hier. De bewoners rondom het spoor, daar vroeg van de heer Van der Velden nog naar. Het is niet gebruikelijk om het gebied te informeren bij een manifestatie. Dat is niet de standaard werkwijze van ons. Vanuit de gemeente zijn ProRail en de aangrenzende gemeenten wel geïnformeerd. Voor uw beeld: Barendrecht, bijvoorbeeld, 1 van de groepjes demonstranten zaten op het grondgebied van Barendrecht. Dus dan hebben wij ook contact met Barendrecht, dat zit zo dicht bij elkaar, dat je ook weet van elkaar: hoe ga jij handelen? Hoe gaan wij handelen. Dat je dat goed afstemt, maar dat is echt op gemeentelijk niveau. Op het moment dat het onveilig wordt, grijpen wij in.
Dat is precies de reden waarom wij die demonstranten ook hebben weggehaald, omdat we bleven monitoren: wat gebeurt daar met gevaarlijke stoffen et cetera? Maar het informeren van de buurt is best wel ingewikkeld als wij zelf ook niet weten wat er gaat gebeuren. Dat kan je ook allemaal van tevoren niet zomaar weten, maar men mag er wel op vertrouwen: als dat niet goed gaat, dan ben ik daar totaal op aanspreekbaar, dat wij alles eraan zullen doen om te zorgen dat ook de omgeving veilig blijft. Want dat is precies de grond waarop ik ook kan ingrijpen op basis van de WOM. Dat hebben we hier ook gedaan. Tot slot inderdaad nog even, de heer Van Campenhout is er niet, maar hij had het over de staking en dat de gemeente allerlei juridische stappen zou zetten tegen de degene die aan het staken waren. Voor de helderheid: dat doet de gemeente dus niet. Wij mengen ons niet in een staking. Dit zijn de bedrijven waartegen gestaakt werd. Die hebben een juridische procedure gestart. De gemeente zal dat niet doen, wil dat ook niet doen. Dus dat wil ik nog wel duidelijk maken. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren): Dank u wel. Dan kijk ik rond of daarmee alle vragen afdoende beantwoord zijn of dat er nog vragen zijn blijven liggen. Mevrouw De Bruijn. Is het een veeg of is het een tweede termijn? Een veegvraag. Mevrouw De Bruijn.
Mevrouw DE BRUIJN (pvda): We hadden ook vragen gesteld over de signalen over vastgehouden zijn of dat ze vastgehouden werden zonder sanitaire voorziening of drinken. Misschien heb ik dat gemist in de beantwoording richting een ander, maar ik had hem bij mijn stukje niet gehoord. Excuus. Wordt daar eventueel, als dat inderdaad het geval is, nog naar gehandeld, had ik gevraagd. Evaluatie snap ik. Fijn dat we dan hierover het debat kunnen voeren en het gesprek natuurlijk. Mevrouw Morkoç had al gevraagd of we inderdaad een gesprek ermee willen voeren. We snappen inderdaad dat op de toon die nu in de brief stond, dat dat niet uitnodigt. Maar ik had ook specifiek de vraag gesteld: straks hebben we misschien over een paar weken weer anders zo’n debat, dus ik vroeg specifiek daarover of we op korte termijn alsnog met Geef Tegengas in gesprek gaan. Want nu is het geëindigd hier, maar wie weet komt er een vervolg en dat wil je misschien voorkomen. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren): Andere veegvragen en graag, als het een veegvraag betreft, een beetje beknopt beantwoorden, want ik wil ook graag na afronding van dit debat. Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl): Een veegvraag over de veiligheidsinstructie of het klopt dat het niet volgens de veiligheidsinstructie is om de wapenstok boven het hoofd te hebben. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren): Anderen nog? Nee.
Dan gaan we naar de burgemeester.
raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2023
Mevrouw SCHOUTEN (burgemeester): Volgens mij ben ik over het onthouden van sanitair juist vrij uitgebreid erin gegaan. Het aanwijzingsbesluit was tot en met hoe laat ze uit de bus gingen, de tijd daartussen en al dat soort dingen. Volgens mij had ik dat vrij uitgebreid toegelicht. Zijn wij nog bereid om eventueel in het vervolg met Geef Tegengas in gesprek te gaan? Nogmaals, ik ben wel bereid om met ze in gesprek te gaan, of een van mijn mensen op ambtelijk niveau, over de kaders van de WOM en dat soort zaken, maar daar wilde men het gesprek niet over voeren. Dan komt het bij wethouders aan en vind ik het ook echt een eigen afweging van wethouders of zij daartoe bereid zijn of niet. Maar ook hier wel nog een keertje: het is niet zo dat je bij ons een gesprek kunt opeisen door bepaald gedrag te vertonen of bepaalde soorten brieven te gaan sturen. Dat zou ik echt een slechte zaak vinden. De tweede over de geweldsinstructie. Nogmaals, dat is echt aan de politie om dat te evalueren. Dat vind ik nu ingewikkeld om dat te beoordelen, want zij zijn nog bezig ook om te kijken hoe die evaluatie plaatsvindt. Dan ga ik hier nu speculeren, dat vind ik niet goed. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren): Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van agendapunt 5.4.
Dan hebben we zojuist het heugelijk bericht gekregen dat er iets te versnaperen is in de koffiekamer. Dan gaan wij schorsen. Tot 15.55 uur gaan wij schorsen. Hartelijk welkom ook aan de mensen op de publieke tribune. Wij gaan dus schorsen. Dag. (De vergadering is geschorst.) Heropening 6.4
Tweede voortgangsrapportage plan van aanpak ‘Op weg naar herstel en een thuis 2023-2026’
De VOORZITTER: Aan de orde is de tweede voortgangsrapportage plan van aanpak ‘Op weg naar herstel en een thuis 2023-2026’. Het woord is aan mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, goed dat we het vandaag hebben over het schrijnende probleem van dakloosheid. In de voortgangsrapportage ‘Op weg naar herstel en een thuis’ is in kaart gebracht hoe het gaat met dakloze personen en bankslapers in onze stad. Voor het antwoord kan ik kort zijn: het staat er slecht voor. Er slapen steeds meer mensen dakloos op straat. Rotterdammers trekken keer op keer aan de bel en ook de wethouder moet wederom erkennen: het aantal dak- en thuisloze mensen dat noodgedwongen buiten slaapt in onze stad, blijft onverminderd hoog. De verwachting is zelfs dat het aantal bankslapers de komende jaren zal toenemen. Als GroenLinks en PvdA hebben wij de afgelopen periode keer op keer gewaarschuwd voor de schadelijke effecten van het sluiten van de GGZ-inloopvoorzieningen, voor het tekort aan sociale huurwoningen dat dit college bouwt, voor de gevolgen van sluiten van opvang en begeleiding voor mensen zonder verblijfsvergunning, de LVV. Voor het sluiten van de daklozenopvang aan de Heer Vrankestraat Agniesebuurt overdag, waarna wethouder Buit achteraf zag dat er heel veel drugsoverlast ontstond en hij de opvang weer opende.
Voor het beboeten van buitenslapers: repressie in plaats van het helpen van mensen. Voor de omslachtige hulp aan dakloze gezinnen met het criterium voor zelfredzaamheid. Voorzitter, dit zijn dus allemaal zaken die niet helpen om het probleem op te lossen, maar die het hebben verergerd. Met bewonersorganisaties, de ombudsman en de Pauluskerk stonden we in Wijkpark Het Oude Westen, om de urgentie te laten zien voor al deze mensen op straat. Maar dit college negeerde de noodkreet. Sterker nog: terwijl het aantal mensen in het Museumpark toeneemt, wordt de oplossing door Leefbaar Rotterdam gezien in het de stad uitjagen van de Pauluskerk. Dat wordt nog eens dunnetjes overgedaan door de VVD, die zich kennelijk graag opwerpt als Leefbaar light. Voorzitter, met al deze zaken komen wij niet dichterbij een oplossing voor dakloosheid in onze stad. raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2024
De VOORZITTER: De heer Van Dommelen vindt hier wat van. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Ik laat me niet zo beledigen. Dat vind ik echt verschrikkelijk. Dat accepteer ik niet. Ik wilde alleen maar zeggen: u moet wel bij de feiten blijven. Wij hebben gezegd dat we de opvang van de Pauluskerk graag willen verplaatsen. Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, dat heeft u in de commissie ook gezegd, maar ik lees toch echt nog steeds andere zaken in de krant en ook als ik er met andere mensen van uw partij over praat, hoor ik ook andere geluiden. Dus kennelijk is daar binnen uw partij geen eensluidendheid over. Uw lijsttrekker roept zaken in de krant en dat maakt het debat er niet duidelijker op. De VOORZITTER: Mijnheer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Voorzitter. Ik heb dat tijdens het debat in de commissie ook al duidelijk gemaakt. Ik ben woordvoerder op dit onderwerp. Dit is ons standpunt en u mag mij daarop gewoon volgen. Dit is wat wij willen en probeer het dan niet iedere keer weer te verwarren door terug te grijpen op andere zaken. De Pauluskerk mag, wat ons betreft, blijven, maar de opvang die moet, wat ons betreft, uit het centrum. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Waarvan akte, voorzitter. Wij gaan het meemaken de komende maanden.
Voorzitter, we zien dat elke keer na grote druk uit de stad en uit de oppositiepartijen in de raad pas stappen worden gezet. Eerst met de opvang van EUarbeidsmigranten en nu gelukkig met het voorstel om 2,5 miljoen extra te investeren in bankslapers. Voorzitter, daar zijn we blij mee. Dat heb ik ook in de commissie gezegd. Dat zeg ik ook nu. Maar, voorzitter, de emmer stroomt al geruime tijd over. Waarom duurt het allemaal zo lang? Dat is mijn eerste vraag. Voorzitter, wij hebben het ook gehad over de sluiting van de GGZ-inloopvoorzieningen. Ook dat is een kwestie waarvan wij heel vaak hebben gezegd: doe het nou niet. Voorzitter, de resultaten van de sluiting van die inloopvoorzieningen is helder, er zijn een aantal inloopvoorzieningen, 6, al gesloten. Wat wij daarbij zien is dat de GGZ-inloopvoorzieningen echt een rol hebben vervuld voor mensen die via de aanpak wonen eerst in beeld bleven en dakloosheid voorkomen kon worden en nu bij het sluiten van die inloopvoorzieningen zijn die mensen buiten beeld geraakt. Wij vinden dat heel zorgelijk en schrijnend, want daarmee vergroot je problemen in plaats van dat je het aanpakt.
Voorzitter, om dat voor de toekomst te voorkomen, want er zijn nog steeds 14 andere inloopvoorzieningen die op de nominatie staan, hebben wij de motie ‘geef thuis voor het inloophuis’ waarin wij willen vragen om geen inloopvoorzieningen meer te sluiten voordat de raad heeft vastgesteld welke criteria doorslaggevend zijn. Dan denk ik aan een beschikbaar alternatief in de wijk, afstand ten opzichte van de huidige inloopvoorzieningen en ook zich in te zetten om de mensen die dus buiten beeld zijn geraakt, zo snel mogelijk weer in beeld te krijgen. Dat is dus 1 motie. Voorzitter, we hebben nog een andere motie ‘Rotterdam toch ook onder de pannen’. Dat gaat over het bieden van tijdelijke woonoplossingen voor Rotterdammers die op straat dreigen te belanden of al dakloos zijn. Dat is een bewezen manier. De wethouder zei in de commissievergadering: wij hebben toch allemaal andere manieren. We bouwen meer sociale woningen, we hebben tiny houses. Voorzitter, ik zit toevallig in de commissie Bouwen Wonen, wij weten dat dat, ondanks de inzet die wij al voor de sociale huisvesting te weinig vinden, maar ook gewoon te langzaam gaat. Wij denken dat dit een manier is om toch sneller een oplossing te bieden aan dakloze mensen. Daarom deze 2 moties. Ik ben heel benieuwd naar de stappen die het college nog raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2025
deze periode wil zetten, onder andere over de invulling van die 2,5 miljoen die nu wordt uitgetrokken, waarvan ik al heb gezegd: daar ben ik op zich blij mee, maar ik vond het ook merkwaardig dat er dan niet onmiddellijk een plan voorligt. Want als jij met geld naar de winkel gaat, dan heb ik meestal ook een boodschappenlijstje bij me wat ik daar dan van wil kopen. Ik vond het dus vreemd dat er dus wel 2,5 miljoen wordt uitgetrokken, maar dat we nog niet weten wat we daar dan mee gaan doen. Ik zou willen weten: hoeveel bedden, hoeveel plekken, hoeveel begeleiding, preventie, welke aanpak. Dus graag daar ook zo snel mogelijk een invulling van die besteding en hoe we daarmee dichter bij een oplossing voor het probleem van dakloosheid komen. Want die mensen die wij in onze stad op straat hebben slapen, verdienen gewoon een dak boven hun hoofd. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren heeft de volgende moties ingediend. Motie 1.
Geef thuis voor het inloophuis “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 16 oktober ter bespreking van agendapunt 6.4 Tweede voortgangsrapportage plan van aanpak 'Op weg naar herstel en een thuis 2023-2026'; constaterende dat In deze periode nu 6 inloopvoorzieningen gesloten zijn; - er opnieuw beoordeeld moet worden of- en welke- andere inloopvoorzieningen gesloten gaan worden; - de sluiting van de inloopvoorzieningen bedoeld was om inclusie en participatie te bevorderen door bezoekers de overgang naar de Huizen van de Wijk en herstelacademies te laten maken; overwegende dat; - de overgang naar herstelacademies en Huizen van de Wijk slechts voor een deel van de bezoekers is gelukt; GGZ-inloopvoorzieningen in het bijzonder een rol kunnen vervullen voor mensen die via de aanpak 'wonen eerst' weer een dak boven hun hoofd hebben of begeleiding kunnen bieden aan mensen om dakloosheid te voorkomen; - mensen bij het sluiten van inloopvoorzieningen uit beeld zijn geraakt, volgens onderzoekers "met name bezoekers met verslavingsproblematiek en ernstige psychische aandoeningen met externaliserend gedrag"; - bezoekers van de inloopvoorzieningen nu een vertrouwde plek missen waar zij worden geaccepteerd en niet worden gestigmatiseerd; - deze mensen nu op straat rondhangen; verzoekt het college; - te erkennen dat inloopvoorzieningen dienen als toevluchtsoord voor kwetsbare
Rotterdammers die zich niet zo snel op andere plekken thuis zullen voelen; - geen inloopvoorzieningen meer te sluiten voordat de raad heeft vastgesteld welke criteria doorslaggevend zijn (zoals een beschikbaar alternatief in de wijk, afstand t.o.v. huidige inloopvoorzieningen); - zich in te zetten om de bezoekers die uit beeld zijn geraakt door sluiting van inloopvoorzieningen weer in beeld te brengen en de zorg te bieden die ze nodig hebben; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. A. Kockelkoren, M.E. Vogelaar en T.J. Vonk Motie 2. Rotterdam toch ook onder de pannen
raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2026
“De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 16 oktober ter bespreking van agendapunt 6.4 Tweede voortgangsrapportage plan van aanpak 'Op weg naar herstel en een thuis 2023-2026'; constaterende dat; - de woningnood in Rotterdam een groot probleem is; 'Onder de pannen' een tijdelijke woonoplossing kan bieden voor Rotterdammers die op straat dreigen te belanden of al dakloos zijn; overwegende dat; - dakloosheid boven alles een woonprobleem is; - alle initiatieven die kunnen bijdragen aan meer woningen met beide handen aangenomen moeten worden; - 'Onder de pannen' de mogelijkheid biedt om samen met de gemeente Rotterdam te werken aan een duurzame en mensgerichte aanpak van dakloosheid; - de bezwaren van het college in de burgerbrief van 'Onder de pannen' zelf zijn weerlegd; verzoekt het college; - 'Onder de pannen' of een vergelijkbaar systeem van woningdelen onderdeel te maken van de Rotterdamse aanpak tegen dakloosheid; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. A. Kockelkoren De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Dan is nu het woord aan de heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Dank u wel, voorzitter. Het is de afgelopen 2 weken veel gegaan over onze wens om de opvang van de Pauluskerk naar een andere plek te verplaatsen. Er is gesteld dat we de dakloosheid niet onder ogen willen zien.
Wij, voorzitter, zien die mensen juist wel. In het afgelopen halfjaar zijn wij daarom meerdere keren langs de Pauluskerk gegaan en hebben wij gesproken met de dominee aldaar. Onze conclusie is dat een uitbreiding van de dag- en de nachtopvang nodig is, zodat die mensen op weg kunnen naar herstel. De Pauluskerk is het hiermee eens, alleen is het centrum, wat ons betreft, met al zijn prikkels, niet de plek voor herstel. We zien ook de overlast die bezoekers, bewoners en ondernemers in het centrum ervaren. Die overlast, voorzitter, is fors. Je kunt ervoor kiezen om of voor de dakloosheid of voor de overlast weg te kijken, zoals mevrouw Kockelkoren zojuist. Je kunt ook de moeilijkere weg kiezen en beide problemen onder ogen zien. Dat is waar wij voor kiezen. Wij kiezen voor beide problemen en om voor beide problemen een oplossing te vinden. Dat doen wij door het gesprek aan te gaan met de Pauluskerk. Wij zien een sobere opvang voor ons met genoeg opvangplekken, zodat buiten slapen en buiten hangen onnodig is. Op een plek met weinig prikkels en weinig overlast. Waar wordt gewerkt aan herstel en terugkeer naar werk en een goed leven, zoals bijvoorbeeld bij de Barka gemeenschap in Polen, waar de nadruk ligt op het herstel door structuur, gemeenschapszin en verantwoordelijkheid.
Bewoners dragen bij aan het dagelijkse reilen en zeilen van de opvang en zetten stappen richting zelfstandigheid. Een dergelijke aanpak maakt de opvang niet alleen sober, maar ook doelgericht en waardig, met uitzicht op een toekomst terug in de samenleving. We zien daarbij een leidende rol voor de Pauluskerk. Tegelijkertijd zullen we de handhaving van overlast in het centrum moeten opschroeven. Een dekkend camera netwerk, uitbreiding van het aantal handhavers en een speciaal team dat streng handhaaft op het bedelverbod en buitenslapers terugbrengt naar een opvangplek. Voorzitter, dit zijn de keuzes
raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2027
die we moeten maken om de veiligheid in het centrum te verbeteren. Bewoners, bezoekers en ondernemers moeten zien dat de overheid nog altijd de baas is op straat. Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Vogelaar heeft een vraag. Mevrouw VOGELAAR (pvda): Ik heb een vraag aan de heer Van Dommelen. Ik was aan het wachten tot hij daar in zijn betoog op zou komen, want hij geeft aan: het is een overlastprobleem, het is een dakloosheidsprobleem, die moeten we beide aanpakken. Daar ben ik het vanuit de PvdA mee eens, ik weet ook bijna helemaal zeker mijn collega Kockelkoren ook. Maar wat ik mis in het betoog, is het fundament van het probleem, namelijk dat dakloosheid in eerste instantie een woonprobleem is. Is de VVD het dan met mij eens dat er juist daardoor meer moet worden ingezet op sociale, betaalbare woningen, zodat mensen gewoon ook sneller een huis kunnen vinden? De VOORZITTER: De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Voorzitter, we kunnen er een woondebat van maken en dat hebben we al vele malen gevoerd hier in de raad en de commissie. Mevrouw Vogelaar weet heel goed hoe wij erin zitten. Wij willen dat er netto geen sociale woningen bij komen. Waarom willen we dat? Wij willen dat juist om het woonprobleem in deze stad op te lossen. Om te zorgen dat de sociale samenhang in de wijken blijft zoals die is en zodat iedereen een woning kan vinden.
Door alleen maar sociaal te bouwen, Rotterdam is al kampioen sociale woningbouw, los je het probleem niet op, sterker nog: je creëert probleemwijken en dat is het laatste wat we willen. De VOORZITTER: Dan is nu het woord aan de heer De Waard. Mevrouw Aafjes-van Aalst. De heer De Waard zetten we tegenwoordig voor alles in. U hebt ons door. Mevrouw Aafjes-van Aalst. Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr): Multifunctioneel in de fractie. Voorzitter, we hebben in de commissie uitgebreid gesproken over dakloosheid, opvang en de druk op de stad. Wat ik nog wel wil benadrukken, is dat het Museumpark symbool staat voor hoe zichtbaar het probleem is geworden. De overlastdaklozen die daar verblijven en de onveiligheid die dat veroorzaakt, is gewoon niet fraai. We zijn dan ook blij dat het college daarmee aan de slag gaat. Voor Leefbaar Rotterdam blijft het uitgangspunt: iedereen die hulp wil, krijgt hulp, onder andere via het actieplan buitenslapers en de EU-opvang. Het is echter en blijft een vrijwillige keuze. We blijven het college oproepen tot gerichte inzet op alle overlastlocaties. Alleen zo krijgen we weer balans tussen zorg voor kwetsbaren en een veilig en leefbaar Rotterdam. Tot zover. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan de heer Vonk. Ik lees de namen voor die ik heb doorgekregen. Dus als het niet hoeft, dan hoeft het niet. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter.
Ik ga het heel kort houden, want ik heb weinig tijd en ik heb ook nog een ander agendapunt. Wij hebben in de commissie er ook al uitgebreid over gesproken. Dat hoeven niet over te doen. We hebben daar ook gesproken over de inloopvoorzieningen. Ik neem aan dat we daar ook nog over komen te spreken. Wij betreuren het zeer dat er inloopvoorzieningen zijn gesloten op het moment, dat zegt ook het rapport dat hierover verschenen is, dat aan de randvoorwaarden om het sluiten nog niet waren voldaan. Wij zullen dus ook echt ervoor blijven pleiten dat die inloopvoorzieningen weer opengaan en dat er geen andere worden gesloten als er geen eerste goede randvoorwaarden worden gesteld. Daarvoor wordt er ook nog een motie voor ingediend. Daar wil ik voor nu bij laten. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan de heer Kind.
raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2028
De heer KIND (volt): Dank u wel, voorzitter. Ik woon in het centrum en ik loop wel eens in de avond een rondje, vaak in de buurt van de Nieuwe Binnenweg. Het valt ons ook op dat echt een toename van dakloosheid te zien is. Als we kijken naar het debat hier in de raad, dan gaat het heel vaak over een stukje repressie. Het is geen woonprobleem, we moeten op de goede tafel dit debat voeren. Maar als je het sec bekijkt, als je ook in gesprek gaat met de mensen die dakloos zijn in Rotterdam, dan weten heel veel daklozen gewoon niet precies waar ze terecht moeten. Ze weten niet precies wat voor documenten ze moeten overleggen, waar ze eventueel iets zouden kunnen printen, niet eens waar je een DigiD kunt aanvragen. Ga zo maar door. Juist daarom zijn al die voorliggende voorzieningen zo ongelooflijk belangrijk. Daarom is een Pauluskerk belangrijk en daarom zijn ook al die inloopvoorzieningen belangrijk, omdat je daar laagdrempelig in contact kan komen en ervoor kan zorgen dat je als overheid, als lokale overheid, echt in contact bent en echt deze mensen verder kunt helpen. Dat gebeurt op dit moment te weinig. Juist dat slopen, dat verplaatsen, zorgt voor het verergeren van deze problematiek.
Ik wil het college van harte oproepen om de kloof tussen onze loketten en de dakloze Rotterdammer te gaan verkleinen, om daar, voorliggende voorzieningen, om daar partijen tussen te gaan zetten en daar massaal op te investeren. Dan komen we nu nog wel weer bij het jaarlijkse debatje over de winterkouderegeling. Daar maken we ons nog steeds ongelooflijk zorgen over, omdat er straks weer een risico bestaat, mede omdat veel dakloze Rotterdammers die opvang niet weten te vinden, dat er veel Rotterdammers op straat komen te staan tijdens koude weersituaties. Het is niet alleen tijdens koud weer dat het heel vervelend kan zijn, ook andere weersomstandigheden zijn erg serieus, volgens ons. We willen er daarom iets heel duidelijks naast zetten. In de winterkouderegeling staat: ook de nachtopvang gaat open als het slecht weer is. Maar welke criteria, waar we dat op baseren, dat is voor ons volstrekt onduidelijk. We willen dat die winterkouderegeling de hele winter opengaat, maar we willen wel een basis fundament hieronder leggen, dat is namelijk: als er een weerswaarschuwing is, dat die altijd opengaat. Dus een code geel: altijd de winterkouderegeling en altijd de nachtopvang open. Daarom dienen we de motie ‘winteropvang open tijdens weerswaarschuwingen’ in. De VOORZITTER: De heer Kind heeft de volgende motie ingediend. Motie 3.
Winteropvang open tijdens weerwaarschuwing “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 16 oktober 2025 ter bespreking van het agendapunt 6.4 'Tweede voortgangsrapportage plan van aanpak 'Op weg naar herstel en een thuis 2023-2026'; constaterende dat; - de gemeente Rotterdam een winterkouderegeling kent waarbij extra nachtopvang wordt opengesteld zodra de gevoelstemperatuur onder de 0 graden daalt; - deze regeling geldt voor iedereen, ook bijvoorbeeld arbeidsmigranten, en draagt daarmee bij aan het voorkomen van menselijk leed tijdens koude periodes; - de frequentie en intensiteit van extreme weersomstandigheden toenemen als gevolg van klimaatverandering, waaronder ook gevaarlijke situaties door storm, regen, en plotselinge temperatuur dalingen en stijgingen; overwegende dat; - de huidige winterkouderegeling uitsluitend is afgestemd op koude temperaturen, terwijl weersomstandigheden zoals harde wind, neerslag of een plotselinge temperatuurstijgingen eveneens een ernstig risico vormen voor dak- en thuislozen; - het KNMI-waarschuwingssysteem (code geel, oranje, rood) een breed erkend en objectief instrument is dat tijdig aangeeft wanneer er gevaarlijke weersomstandigheden optreden; - het vanuit oogpunt van volksgezondheid, veiligheid en menselijkheid wenselijk is om eerder in te grijpen bij extreme en onveilige weersituaties; raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2029
is van mening dat; - gedurende de winterperiode de nachtopvang permanent open moet zijn; verzoekt het college; - de huidige winterkouderegeling te herzien, zodat deze niet alleen gebaseerd is op temperatuur, maar gekoppeld wordt aan de waarschuwingsniveaus van het KNMI; - daarbij te regelen dat bij ten minste KNMI-code geel de extra nachtopvang wordt opengesteld voor dak- en thuislozen; - de raad voor december 2025 te informeren over de aanpassing van de winterkouderegeling; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. T. Kind De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Dan is nu het woord aan mevrouw Vogelaar. Mevrouw VOGELAAR (pvda): Voorzitter, in wat voor stad wonen wij? De dagen worden korter, kouder en natter en op veel plekken in de stad wordt het weer drukker in de portieken met dakloze mensen die op zoek zijn naar een beschutte plek om buiten de nacht door te brengen. Niet alleen in het centrum, maar ook in het Oude Westen, in de Agniesebuurt, in de Afrikaanderbuurt. Mensen, soms zelfs gezinnen, zo kunnen we lezen in een brandbrief die het Rode Kruis deze week aan raadsleden stuurde, horen niet in portieken te slapen, al helemaal niet in onze stad. Bovendien is het slecht voor de leefbaarheid van Rotterdam. Vorige week sprak ik een kennis die al meer dan 30 jaar in het Oude Westen woont en dus echt wel wat gewend is.
Binnen 5 minuten kwam ons gesprek op recente incidenten en gevoelens van onveiligheid, over kinderen die worden belaagd, over mensen die sommige plekken vermijden als 's avonds nog een rondje lopen met de hond, of een rondje gaan hardlopen. Vandaag lazen we in het AD dat de gemeente met de inzet van meer camera's, gebiedsverboden en handhaven rond het Museumpark, de overlast daar wil verminderen. Wij zijn als PvdA-fractie niet tegen een hotspot aanpak, maar het risico op een waterbedeffect is natuurlijk levensgroot. Want where’s next? Heemraadsingel? Kan het college deze plannen nader toelichten, want we hebben ze wel in de krant gelezen, maar als raad verder nog niets over gezien. Want, voorzitter, wat voor een stad worden wij? We worden steeds meer een stad van gesloten deuren en slaapzakken op straat. Verschillende maatschappelijke organisaties signaleren dat er steeds meer mensen zijn die nergens meer terechtkunnen, van kastje naar de muur worden gestuurd en dat het daarbij niet gaat om mensen die al langere tijd op straat leven, maar juist ook om nieuwe mensen. Moeders met kinderen. Het Rode Kruis ziet een stijging van 117 procent ten opzichte van 2024. Vrouwen in noodsituaties, jongeren zonder vangnet, werkenden die door omstandigheden, bijvoorbeeld een scheiding, hun woning zijn kwijtgeraakt.
Dit zijn vaak mensen die bankslaper waren en waarvan hun netwerk op een gegeven moment is uitgeput. Dit is de risicogroep die de wethouder ook in zijn voortgangsrapportage benoemt: de zelfredzamen, maar die zelfredzamen, voorzitter, lopen op hun tandvlees. Het is echt hartstikke goed dat het college wonen eerst als uitgangspunt hanteert, maar we weten nu al, mevrouw Kockelkoren ging daar ook op in, dat die extra inzet voor gezinnen de uitbreiding van Housing en Room First niet voldoende zal zijn. Wat kan de wethouder nog doen om nog meer prioriteit te geven aan de mensen die door Centraal Onthaal als zelfredzaam worden bestempeld, maar ten einde raad zijn? Daarom, voorzitter: wat voor een stad willen wij zijn? Wat de PvdA-fractie betreft: een stad waar geen Rotterdammer buiten op straat slaapt. Met dat doel in gedachte hebben wij de afgelopen jaren meerdere voorstellen ingediend die het niet hebben gehaald. Die ga ik vandaag ook niet raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2030
opnieuw indienen en ik denk dat mevrouw Kockelkoren die net ook al heel mooi heeft opgesomd. Dan wil ik nog wel terugkomen op het punt dat mevrouw Aafjes-van Aalst net ook maakte rondom de overlast bij Museumpark. Want voor mij is wel onduidelijk hoe het nou zit met de mensen die daar zijn. Het is overduidelijk dat daar heel veel overlast is van drugsproblematiek, dat dat soms te maken heeft ook met dakloosheid, maar dat er soms ook mensen zijn die vooral een drugsprobleem hebben en niet zozeer dakloos zijn. Daar is de wethouder ook in het commissiedebat op ingegaan, maar zou hij nog nader kunnen toelichten hoe hij dat inschat op basis van de laatste inzichten, zodat dat ook duidelijker wordt. Want daar zit wel een bepaalde nuance in en die dreigt soms verloren te gaan in de gesprekken die daar ook over zijn in de stad. Tot slot, voorzitter, ik rond af. Volle steun voor de motie van GroenLinks, die wij samen met ook ChristenUnie hebben ingediend om de GGZinloopvoorzieningen te houden. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Zijn er nog anderen die het woord wensen? Ja. De heer Balcha. De heer BALCHA (d66): Dank u wel, voorzitter. Zolang er nog mensen in Rotterdam zijn die op straat slapen, blijft er nog werk te doen voor ons als stad. We waarderen als D66 het plan van het college om wonen eerst als uitgangspunt te nemen.
Wat ons betreft, is het ook goed dat de opvang zo kort mogelijk duurt voor de daklozen. Ten eerste is dat goed voor de daklozen zelf. Hoe eerder ze op hun eigen plek zijn, hoe eerder ze daar kunnen herstellen. Dat is goed voor hen, maar dat is ook goed voor ons als gemeente. Toch zijn er wel 2 zorgpunten die we nog mee willen geven aan de wethouder. Het eerste gaat over de positie van lhbtiqa+personen in de opvang. Uit een rondgang hebben wij toch wel signalen ontvangen dat met name transgender vrouwen zich niet veilig voelen in de opvangplekken die nu geboden worden door de gemeente Rotterdam. Wij maken ons zorgen daarover en we zouden graag zien dat de wethouder daarover serieus in gesprek gaat met opvangorganisaties en belangenbehartigers. Wij overwegen op dit punt een motie. Een tweede is het punt over zorgmijders. Dat zijn mensen die hun eerste behandeling misschien afwijzen en daardoor misschien meteen een label krijgen dat ze niet meer in actie zouden kunnen komen. Wij willen toch wel graag weten: hoe groot is deze groep, wanneer wordt zo'n label toegepast? Zou de wethouder daar meer inzicht in kunnen geven. Ook op dit punt overwegen wij een motie. Dank, voorzitter. De VOORZITTER: Hartelijk dank. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Voorzitter, er zijn al heel veel wijze woorden gesproken.
Ik kon het bijna eens zijn met de VVD, behalve dat ik vind dat dat mooie icoon, de Pauluskerk, gewoon in de Pauluskerk daar moet blijven. Maar de opvang hoeft daar niet te blijven, die kan ook verspreid worden over verschillende plekken in de stad: kleinschalige opvang. Dat kan ook en de vraag aan de wethouder is, aan het college is: waarom kunnen we niet de koude regeling op zijn minst vanaf de eerste dag van de herfst, 21 september, tot met de laatste dag van de winter, 21 maart, openhouden? De heer Van Dommelen. De VOORZITTER: De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Coşkun zeggen: ik kan me bijna vinden in het standpunt van de VVD behalve en vervolgens leest hij het standpunt van de VVD voor. Waar kunt u zich dan niet in vinden? Ik heb dat niet helemaal begrepen. De heer COŞKUN (sp): Dat zijn 2 dingen. Aan de ene kant: die kerk moet blijven staan, dat is een mooie kerk, dat moet gewoon blijven staan, dan moeten mensen gewoon hun dienst kunnen doen, allerlei andere dingen kunnen doen. Het andere is: de nachtopvang hoeft daar raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2031
helemaal niet plaats te vinden, sterker nog, maar u wilt wel die taak toebedelen aan de Pauluskerk, terwijl die taak bij de overheid ligt. Dus uw college, waar u zelf al heel lang in zit en de wethouder Zorg, mijnheer Buijt, kunnen gewoon zorgen dat die opvang op andere plekken georganiseerd wordt. De VOORZITTER: De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Ik ben het eens met de heer Coşkun dat de verantwoordelijkheid bij de overheid ligt en niet bij de Pauluskerk. Laat ik dat vooropstellen. Alleen de Pauluskerk heeft laten zien dat ze daar op een heel goede manier mee om kunnen gaan. Dus ik ben altijd voorstander van experts en mensen die iets kunnen, om die ook in te zetten voor de problemen die er zijn. Dus wat dat betreft zitten we gewoon op 1 lijn. Het verbaast me wel, want ik heb wel heel andere dingen van u op de social media gelezen. Dan toch nog 1 vraag aan u: u bent het dus met me eens dat we echt iets moeten doen aan die overlast in het centrum? De heer COŞKUN (sp): Dat vindt iedereen en dat komt niet alleen van mensen uit de Pauluskerk. Er zijn ook jongeren die er rondhangen, er zijn allerlei mensen die in de Koopgoot nodig elke zondag de boel op stelten moeten zetten. De VOORZITTER: De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Dank u wel, voorzitter. Nou komen we ergens, want nu gaan we echt samen zaken doen.
Wat ik net ook zei: veel meer camera's in het centrum, veel meer handhaving, dat soort zaken. Als ik u goed hoor, bent u het dus helemaal met de VVD eens. We gaan nog mooie tijden tegemoet. De heer COŞKUN (sp): Voorzitter, ik weet dat de heer Van Dommelen het verkiezingsprogramma van de VVD heeft geschreven en ik wil me er ook wel eens mee bemoeien, met verkiezingsprogramma's. We kunnen daar goed debat over voeren en dat hebben we ook heel vaak gedaan. Ook in de Pauluskerk en op allerlei plekken en bij allerlei acties. Afgelopen vrijdag nog bij de huiskamer zonder dak op het Schouwburgplein. Helaas is de VVD tot nu toe elk debat uit de weg gegaan, maar het is mooi als ze voortaan wel kunnen komen opdraven als we dat debat voeren met die mensen. Natuurlijk kan de Pauluskerk dat heel goed, het Leger des Heils kan dat ook heel goed en er zijn er wel meer maatschappelijke organisaties die dat goed kunnen. Die kunnen door de gemeente worden ingehuurd. Dat doen ze dan met alle liefde, maar dan moet je ze daar natuurlijk ook voor betalen. De taak ligt wel bij de overheid. Daar ben ik dan blij dat u dat ook vindt. We leven nu toch, voorzitter, in een tijd, het wordt donkerder en dan krijg je die liedjes van: het is een vreemdeling zeker die verdwaald is zeker. Die klopt op de deur, daar moet een plek zijn waar die knop op de deur kan zijn. Een soort welkomshuis.
Dan wordt je, je hebt dit probleem, je bent expat of student op het Erasmus, dan moet je daar zijn, dan moet je daar zijn. De mensen worden opgevangen, zoals we met Oekraïners hebben gedaan in het Oekraïnehuis. Zo kan dat ook met allerlei andere vreemdelingen die verdwaald zijn in onze stad, dat ze op een plek terechtkomen. Mensen zonder dak, moeten een dak boven hun hoofd en dit moeten we organiseren, dat moet de heer Buijt doen. Dus ik ben benieuwd of hij dat doet, bijvoorbeeld vanaf 21 september tot 21 maart in de plekken die daar al geschikt voor zijn. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Zijn er nog anderen die het woord wensen? Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd): Voorzitter, als je dakloos wordt, zijn er in een keer een heleboel deuren gesloten of die worden voor je neus dicht gedaan, met het sluiten van de inloophuizen. Maar gelukkig heeft Rotterdam als primeur ook deuren geopend. In 2024 de raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2032
eerste grote stad met een opvang voor dakloze personen met honden. Wij lezen dat de gemeente ziet dat dit een grote meerwaarde heeft en dat er in het najaar een tussenevaluatie van de pilot plaatsvindt. Wij kijken dan ook reikhalzend uit naar deze evaluatie en hopen dat de gemeente genoeg meerwaarde ziet om deze voort te zetten. De VOORZITTER: Dank u wel. Anderen? Niet. Kan de wethouder dan antwoorden? De heer BUIJT (wethouder): Zeker, want we hebben dit debat namelijk al een week geleden in de commissie ook gevoerd en veel zaken die toen besproken zijn, zijn nu nogmaals opgenoemd. Het spijt me, maar ik kan gewoon de verleiding niet weerstaan om het verhaal van mevrouw Kockelkoren toch ernstig te weerleggen. Ik word er ook echt een beetje verdrietig van. Ze heeft het over niets gedaan en wat hij gedaan heeft, heeft hij alleen maar gedaan omdat ik erom gevraagd heb. Een kleine opsomming. We hebben, zoals al aan gerefereerd werd, als eerste stad in Nederland een grootschalige opvang voor nietrechthebbende Oost-Europeanen geopend. We hebben een speciaal programma, als eerste wethouder. Ik was hier nog maar net bezig en toen merkte ik dat het bankslaapprobleem onderverdeeld was bij 5 collega's. Daar moest je zijn voor de kostendelersnorm, daar ging het om een postadres, daar ging het over wonen. Ik heb gewoon gezegd: dit zijn de nieuwe daklozen van over een paar jaar.
Ik heb dat naar me toe getrokken en heb daar een speciale aanpak op ingesteld en we hebben daar nu geld voor beschikbaar. We hebben vorige week ook de toezegging gedaan dat die uitsplitsing komt. Ik heb voor elkaar gekregen, met woningcorporaties, dat we over 2, 3 jaar voor 800 mensen die dakloos zijn in de opvang, per jaar, woningen beschikbaar hebben. Dat is een ongelooflijke doorbraak. Natuurlijk zie ik met lede ogen aan wat hier op straat gebeurt, maar ik durf de stelling aan: ons beleid, met een recordaantal mensen naar werk geholpen, een recordaantal mensen naar het land van herkomst terug begeleid. Het is heel vervelend dat we toename zien. Overigens, mevrouw Kockelkoren, zijn noodgedwongen op straat, er zijn in Rotterdam weinig mensen noodgedwongen op straat, want alle mensen uit Oost-Europa zeggen we tegen: we pakken je bij de hand en we geven je opvang op de Volkelstraat. Tegen alle mensen die zorgmijdend zijn, daar proberen we alles op alles zetten om ze in de zorg te krijgen. Helaas, moet ik zeggen, helaas is het een keuze van veel mensen, die maken ze niet makkelijk, want die zijn in een heet erge toestand onder invloed van drugs. Dus het is ook makkelijk om te zeggen: die mensen kunnen gewoon hulp krijgen en ze willen het zelf niet. Dat wil ik niet doen, maar het is dus niet noodgedwongen. Dat wil ik ook echt benadrukken.
Dan noemt u ook nog: de LVV wordt gesloten. Er zaten op het moment dat die maatregel werd genomen ongeveer 30 tot 35 mensen in de LVV en die hebben nog steeds allemaal, doordat het rijk met een rechtszaak bezig is en het rijk blijft het dus betalen, dat was de voorwaarde, nog steeds opvang, in afwachting van een uitspraak. Een enkele is alweer doorgetrokken en zijn het land uit. Het is dus niet zo dat door de LVV maatregel er nu meer mensen op straat zijn. Ik ben de laatste die ontkent dat we een toename zien, dat het me pijn doet, dat ik alles op alles zet, maar ik weiger hier het beeld neer te doen: er is hier een wethouder, die hangt in de hangmat en af en toe komt uit die hangmat omdat GroenLinks het vraagt. Dat is niet hoe het is en dat wil ik echt hier benadrukken. Ik vind het ook jammer, want ik ben een wethouder en ik klop mezelf als laatste op de borst, maar als ik vind dat ik het niet goed gedaan heb of als ik zie van werkt dat in de praktijk wel? Dan kom ik daarop terug en dan kom ik openlijk voor uit. Bij de Heer Vrankestraat is die keuze genomen. Ik ging bij de wijkraad Oude Noorden op bezoek, met bewoners in gesprek en ik voelde daar: dit pakt niet goed uit. De verwachting was dat die mensen van de Heer Vrankestraat naar de Vijverhofstraat zouden gaan. Dat is in mindere mate gebeurd. IK heb direct gezegd: dit gaan we dus niet doen, ik draai het terug.
Dan kun je 2 dingen doen: de wethouder die, maar je kunt ook zeggen: het is jammer dat die inschatting is gemaakt, maar het wordt wel rechtgezet als bewoners en een wijkraad bij me op de stoep komen. Hetzelfde geldt met de GGZ-inloopvoorzieningen. Dat is een plan dat is in de zomer van 2022 van de kant af geroeid. Er zit een aantal bij, dat is bijvoorbeeld de Hille of de NAS op de Vijverhofstraat. Daar was ook een inloopvoorziening. Dat vonden we niet goed, omdat dat raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2033
ook een locatie was waar mensen de hele dag verbleven. Nog een keer helder: die inloopvoorzieningen zijn GGZ-voorzieningen voor mensen die begeleid wonen in de stad of een eigen huis hebben en die gewoon overdag binnen willen lopen, dat praatje willen maken. Toen heb ik gezegd: we hebben er nu 2 gesloten vorig jaar en daar heb ik van gezegd: we gaan een onderzoek doen. Uit dat onderzoek komen enkele aandachtspunten en daar worden ook dingen genoemd die hartstikke goed gegaan zijn. De meeste mensen uit die 2 inloopvoorzieningen zijn wel doorgeleid en die mensen, voor de duidelijkheid, uit beeld verdwenen, dat klinkt nu heel dramatisch. Oh God, waar zijn ze? Slapen ze nu onder het viaduct? Nee, het waren dus mensen die hadden een huis of die hadden begeleid wonen. Die werden niet geregistreerd van we komen elke dag in die inloopvoorziening, maar mensen werden herkend aan hun stem. We hebben gezegd: wij verwachten dat de zorg die daar geleverd wordt, ook in de huizen van de wijk geleverd kan worden. Maar dat moet in de praktijk wel blijken. Zolang dat niet voor mij gebleken is, ga ik niet zomaar over tot sluiting van die andere. Sterker nog, ik heb aangekondigd: ik ga bij al die inloopvoorziening zelf kijken. Ik ben van de week bij de 5 de geweest van de 9, in het Oude Noorden en ik weet nu al zeker dat ik van die 5 er hoe dan ook 2 of 3 niet ga sluiten.
Daar heb ik mensen aangetroffen waarvan ik zag: dit is hun leven, dit is hun plek. Dat ga ik dus niet doen. Maar het is ook weer hetzelfde: dat besluit is op een gegeven moment genomen. Die 2 zijn gedaan. Er is een onderzoek gekomen. Vervolgens ga ik zelf op basis van die geluiden af. Dan kun je zeggen: had je dat niet aan de voorkant kunnen doen? Nee, want de aanname en de onderbouwing was: we hebben huizen van de wijk, die zijn ingericht om dit soort mensen te doen. We geven de organisatie subsidie om dit goed te begeleiden. Tijdens die evaluatie kwam dan uit: dat is bij sommige mensen niet gelukt, omdat die zo gehecht waren aan die plek en die zeggen dan: we gaan niet mee naar die nieuwe locatie. Dat wil dus niet zeggen dat het per definitie iets is dat nooit kan werken. Maar ik zie dus in de praktijk dat ik bang ben dat het bij sommige locaties niet gaat werken. Dus je kunt heel erg kritisch zijn van: hoe heb je dit kunnen doen? Je kunt ook zeggen: dat onderzoek is geweest, dat is goed. De wethouder leert daarvan. Hij gaat zelf overal kijken en vervolgens gaat hij per locatie heel goed afwegen door echt te zien: welke mensen komen daar? Hoe gaan we hier verder mee? Ik denk dat het glas halfvol is en niet op 1 slok na leeg. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, ik had ook niet verwacht dat we het hierover eens zouden worden.
Ik begrijp ook dat dat de wethouder dan opstaat: ja, ik heb ook dingen wél gedaan. Dat heb ik ook wel gezien. Alleen, wat ik tegelijkertijd ook zie, is dat voor de sluiting van de GGZ-inloopvoorzieningen, er was een petitie, er kwamen bewoners inspreken. Er waren veldwerkers die zeiden: doe dit niet, want u hebt niet goed in beeld wat er gebeurt en dan gebeurt het toch. Dan neemt de wethouder dat besluit en moet er vervolgens op terugkomen. Dan ben ik wel blij dat er vervolgens op wordt teruggekomen. Maar waarom duurt dat dan zo lang? Hetzelfde geldt voor wonen. Wij hebben bij de woonvisie in het begin van deze collegeperiode, dat is nu 2,5 jaar geleden, gezegd: als jullie, geacht college, met dit aantal sociale woningen gaan werken, dan gaat het niet goedkomen, want de doelgroep die daarvoor nodig is, is groter. Toen waren er 2 wethouders die hier zeiden: we gaan het toch zo doen, want dit is nou afspraak is afspraak. Daar heb ik gezegd: dan geef ik u op een briefje, dan krijgen we dit probleem en de eerste voortgangsrapportage dakloosheid laat zien: inderdaad er slapen meer mensen op straat. Natuurlijk, ik zie ook welke stappen er wel worden gezet, maar dat neemt nog steeds niet weg dat die kritiek op een aantal besluiten die genomen zijn door dit college en door deze wethouder, een stap terug waren.
Dat vind ik gewoon zonde, gezien het probleem dat groeiende is, dat blijkt uit uw eigen voortgangsrapportage. De VOORZITTER: De wethouder.
raadsvergadering van 16 oktober 2025
Notulen pagina
2034
De heer BUIJT (wethouder): We verschillen fundamenteel van mening. Ik ben van mening, door de maatregelen die dit college heeft genomen, waar ik vierkant achter sta, zien we inderdaad een toename, maar is die niet dusdanig groot door die maatregelen. Dat wil niet zeggen dat we dus maar tevreden moeten zijn, absoluut niet. Nogmaals, over die inloopvoorzieningen: ik heb me daar goed op laten adviseren. Ik heb de argumenten gehoord op basis waarvan men dacht dat dit mogelijk was. Ik heb dat besluit toen naar eer en geweten genomen. Maar uit het onderzoek heb ik ook dingen gezien die aandacht verdienen, dat het moeilijker is in de praktijk dan wij dachten. We hebben daar enorm in geïnvesteerd. We hebben subsidie voor gegeven aan die organisaties om die overgang heel goed te begeleiden. Dan blijkt in de praktijk dat het niet werkt. Dat is wat anders dan dat je dus een totaal verkeerd besluit hebt genomen aan het begin. Dat wil ik echt benadrukken. Ik vind het gewoon mijn plicht om dan vervolgens te zeggen: dan kijk ik nog eens heel goed naar het vervolg. Daar ben ik nu mee bezig, dat heb ik nu gedaan, zoals ik probeer alles te doen. Ik ben naar Roemenië geweest, ik ben naar Polen geweest, ik heb daar plekken bezocht waar exRotterdammers zorg krijgen. We hebben daar ongelooflijk goede contacten gelegd. We doen er alles aan, maar het loopt ons op sommige punten over de schoenen.
Dat wil ik toch kwijt. Ik sta schouder aan schouder met u om deze problematiek aan te pakken. Ik heb ook geen enkele twijfel dat u ook de beste bedoeling hebt, maar ik wil echt het beeld wegnemen dat er niet genoeg is gebeurd. Ik ben het eens met Volt dat we echt moeten proberen de kloof tussen loketten en mensen te dichten. Dat is echt een goede opmerking. Ik vind ook, we hebben heel veel veldwerkers, we proberen echt maximaal om mensen te benaderen. Maar blijkbaar lukt het nog te weinig en ik vind dat echt een heel belangrijk aandachtspunt. Ook mensen die waarschuwen, ik dacht dat het de PvdA was, die zei: kijk uit, voor het waterbed, overlast. U vindt het jammer van bij het Museumpark dat u dan in de krant moet lezen van het cameratoezicht. Dat was een avond met de wijkraad en bewoners. Daar is de stadsmarinier geweest en die is met bewoners in gesprek gegaan en die heeft wat mogelijke denkrichtingen genoemd. Het is dus niet zo dat we vooruitlopend op informatie aan de gemeenteraad alvast de bewoners, hoewel ik de bewoners net zo belangrijk vind, maar u hebt natuurlijk altijd als eerste daar recht op. Er is ook gevraagd: wat is er dan? Ik hoor allemaal geruchten en zijn er dan plannen? We zouden natuurlijk geen knip voor onze neus waard zijn, als college, als we niet zelf zien de toename die er nu is. Er is een toename van bedelen.