20251002- Notulen van de raadsvergadering van 2 oktober 2025
Tekst van het document
Mevrouw VOGELAAR (pvda): Voorzitter, wij als raad zijn proactief en die proactieve houding missen wij bij de wethouder op verschillende dossiers rond Boijmans, rond het stadsmuseum en nu bij het Fotomuseum. Daarom zien wij ons, met veel partijen in deze raad, genoodzaakt om een motie van treurnis in te dienen. De VOORZITTER: Mevrouw Vogelaar heeft de volgende motie ingediend. Motie 3. Motie van treurnis De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 02 oktober 2025 ter bespreking van 'Debat over 'Opening Fotomuseum Rotterdam', aangevraagd door het lid Koster e.a.'; constaterende dat; - het de verantwoordelijkheid is van het college om ervoor te zorgen dat cultuur voor alle Rotterdammers bereikbaar en toegankelijk is; - na het museum Boijmans van Beuningen, het museum Rotterdam nu ook het Nederlands Fotomuseum langer is gesloten dan noodzakelijk; - de toegankelijkheid en reputatie van de Rotterdamse kunst- en cultuursector ernstig wordt geschaad door deze opeenstapeling van museumsluitingen;
raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1855
-
de gemeente Rotterdam zowel subsidieverstrekker is aan het Nederlands Fotomuseum als frictiekosten heeft betaald om het lopende huurcontract in Las Palmas af te kopen;
overwegende dat; - de wethouder desgevraagd onvoldoende reflectief vermogen aan de dag legt als het gaat over het vervullen van een proactieve rol in dit dossier; - deze reactieve houding zich in meer of mindere mate tevens heeft voorgedaan in onder andere bovengenoemde cases; - de wethouder in herhaalde debatten bovenstaand beeld onvoldoende heeft kunnen wegnemen; de raad spreekt uit; - haar treurnis over het gebrek aan proactieve regievoering van de wethouder cultuur op het dossier Nederlands Fotomuseum en de gevolgen hiervan; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. M.E. Vogelaar, T.S.J. Coşkun, P.J.H.D. Verkoelen, R.G.C. Segers-Hoogendoorn, M.R. van Campenhout, M.S.S. de Jong, T.J. Vonk, L.S. Vlieger en L.P.A. Dekkers De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Omdat het een motie van treurnis is, stel ik voor om daar ook meteen over te stemmen, tenzij er nog andere leden zijn die hier nog wat over op te merken hebben. Mevrouw Nunnely zie ik al staan. Mevrouw NUNNELY (d66): Dank u wel, voorzitter. De motie van treurnis richting de wethouder, u zult begrijpen dat wij hier zeker niet in mee gaan. Tegelijkertijd ook wel aangeven dat je dit soort situaties niet altijd kan voorkomen, wat ik net ook al heb gezegd, omdat je afhankelijk bent van een sterk bestuur en een sterke raad van toezicht.
Dus ik vind het ontzettend jammer dat dit moet gebeuren. En tegelijkertijd, nogmaals, laten we ons wel realiseren dat je dit soort situaties niet altijd kan voorkomen, tenzij je het anders hebt geregeld ook in de governance. De VOORZITTER: Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl): Voorzitter, ik moet zeggen dat de woorden van D66 me wel ergens verbazen over natuurlijk niet steunen, terwijl zij ook zelf spreken over reputatieschade en bestuurlijk onvermogen. Maar goed, die reflectie laat ik dan bij hen. De VOORZITTER: Mijnheer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Voorzitter, zoals jullie gemerkt hebben, zijn we ook erg kritisch op het proces en over de rol van de wethouder in deze zaak. Maar een motie van treurnis gaat ons te ver. Dat verandert niets aan de uitvoering en helpt Rotterdam ook niet verder. We moeten zo snel mogelijk dit museum openen, het museum moet dat ook in alle rust kunnen doen. De governance in de sector moet beter worden en wij gaan ervan uit dat de wethouder zijn uiterste best gaat doen om de schade te beperken. De VOORZITTER: Mevrouw Nunnely nog een opmerking. Mevrouw NUNNELY (d66): Nog een opmerking richtte mijn collega van GroenLinks: bestuurlijk onvermogen, voor mij is dat heel duidelijk richting het Fotomuseum: ik hoop echt in de toekomst dat we dat op een andere manier kunnen organiseren. Om dat onvermogen, raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1856
dat hadden zij ook kunnen voorkomen. Om op deze wijze dit proces zo in te richten en tegelijkertijd, nogmaals, je kunt het niet altijd voorkomen. De VOORZITTER: Anderen nog? De heer Koster. De heer KOSTER (lr): Dank u wel. Leefbaar Rotterdam is teleurgesteld over de late opening van het Fotomuseum, laat dat duidelijk zijn. Evenwel een motie van treurnis ondersteunen we niet. Wel hopen we echt dat de wethouder werkt aan zijn proactieve houding en dat reactieve, die discussie die net is gevoerd, we hopen dat hij toch wel wat bouwstenen heeft meegekregen voor de voor de toekomst en wat mij betreft wat meer een can-domentaliteit. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Anderen nog? Dan stel ik voor dat wij gaan stemmen. Mevrouw Vogelaar. Mevrouw VOGELAAR (pvda): Voorzitter, een heel kort vraagje voor de orde. Volgens mij ben ik Volt vergeten op de motie te zetten en omdat we meteen gaan stemmen, wilde ik dat wel opgemerkt hebben. Misschien dat dat nog heel even snel kan met de handtekening en anders weten we dat. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de heer Dekkers of hij daar waarde aan hecht. We kunnen hem erbij zetten, maar ik zou nu niet nog het helemaal willen wijzigen en dan pas weer gaan stemmen. Dan blijven we aan de gang. De heer Dekkers zegt dat we gewoon gaan stemmen.
Dan is deze opmerking van mevrouw Vogelaar ook onderdeel van de handelingen en is daarmee duidelijk dat ook de heer Dekkers heeft me meegetekend. Is iedereen klaar? Ik kijk even naar onze mensen. Er kan dus gestemd worden. 7.4
Debat over 'Opening Fotomuseum Rotterdam', aangevraagd door het lid Koster e.a.
Motie 3, ‘Motie van treurnis’. De motie is met 21 stemmen tegen en met 20 stemmen voor verworpen. Voor hebben gestemd de fracties van PvdA, SP, 50PLUS, CDA, BIJ1, Groep de Jong, ChristenUnie, GroenLinks en Volt. De VOORZITTER: Dan zijn wij aangekomen bij de tweede termijn van het debat. Ik kijk weer de zaal rond. Er zijn al wat concluderende opmerkingen gemaakt, maar misschien zijn er toch nog vragen overgebleven of opmerkingen die nog in de tweede termijn gesteld kunnen gaan worden. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Voorzitter, heel kort. Er is een gebouw, er is personeel, er is een collectie, er is zelfs een directeur. Dus wat ons betreft moet alles op alles gezet worden om het museum, het is volgens mij ook klaar in november, dan open te doen en dat feestje ter verwelkoming van de dan hopelijk 2 nieuwe directeuren kan dan in februari of maart of wanneer deze raad van toezicht ook maar denkt die rol te kunnen hebben vervuld. Dus dat wil ik nog meegeven. Er is een gebouw, er is personeel, er is een directeur, er is een collectie. Doe de tent in november open, want technisch kan dat. De VOORZITTER: Andere leden nog die het woord wensen? Dat is niet het geval. Wil de wethouder nog reageren? Niet. Dan zijn wij hiermee aan het eind gekomen van het debat. Er zijn nog twee moties over, die zullen we vanavond bij het stemvenster betrekken.
Daarmee zijn we aan het eind gekomen van agendapunt 7.4. 8.
TWEEMINUTENDEBATTEN
8.1
Voortgangsrapportage Rotterdamse monitor inburgering 2024
raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1857
De VOORZITTER: Dan gaan wij direct over naar de tweeminutendebatten. Het eerste tweeminutendebat is de voortgangsrapportage Rotterdamse monitor inburgering 2024. Het woord is aan de heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr): Voorzitter, daar hebben we het in de commissie uitgebreid over gehad. Wat ik zei, dat is ook de conclusie, wat ons betreft: als je de monitor inburgering bekijkt, dan dringt vooral het besef in dat we op deze manier niet verder kunnen als stad. We krijgen ongelooflijk veel mensen te verwerken die hiernaartoe komen uit zichzelf, die we hier verplicht moeten huisvesten, die allemaal met grote achterstanden naar Rotterdam komen en we zijn als gemeente alles vervolgens aan het doen om die mensen een beetje mee te krijgen. Dat kost heel veel geld, dat kost heel veel energie, dat kost heel veel inzet van middelen. Dus hoe eerder die taakstellingen van tafel gaan om mensen verplicht te moeten huisvesten, hoe beter. Hoe eerder de verplichte voorrang voor statushouders van tafel gaat, hoe beter. Dan hadden we nog het puntje van eerwraak. Daar hadden de collega Becker en ik schriftelijke vragen over gesteld. Die beantwoording stond bij dit agendapunt op de agenda. De wethouder heeft een week de tijd gehad, destijds, om zich daarop voor te bereiden. Dat heeft hij niet gedaan. Hij deed vervolgens alsof hij overvallen was door de vragen die ik daarover stelde.
Kronkelde zich in bochten om te doen alsof het geen islamitisch probleem was, of het geen migranten probleem was. Ik vond het een bizarre houding van de wethouder. Ik heb niet de illusie dat ik hem nu op andere gedachten ga brengen, maar ik ga dit op heel korte termijn agenderen, ga ik dit aankaarten. Want eerwraak is een gigantisch groot probleem. Dat is een explosieve stijging de afgelopen jaren geweest en een wethouder die dat niet erkent en het probeert te bagatelliseren en de oorzaak onder het tapijt te moffelen, is geen oplossing, maar die is een probleem. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Mevrouw Yildirim. Mevrouw YILDIRIM (pvda): Dank, voorzitter. Ik heb de commissie terug bekeken, want ik was afwezig wegens ziekte en ik viel bijna van mijn stoel, voorzitter, want ik zag een wethouder die zichzelf een schouderklopje gaf vanwege het feit dat de gemeente Rotterdam het best goed deed met de uitvoering van de inburgeringswet. Laten we eens kijken wat uw voorganger bij de introductie van de uitvoering van de inburgeringswet zei. Hij zei: nog een paar weken, vanaf 1 januari 2022 krijgt de gemeente de regie als het gaat om de inburgering van nieuwe statushouders. We hebben uitgekeken naar deze wet, omdat wij met deze wet de regierol krijgen en de Rotterdamse inburgeraars beter op weg kunnen helpen naar actieve en zelfstandige inwoners van onze gemeente Rotterdam.
Ik zag een wethouder die op kritische vragen van raadsleden een beetje de schouders ophaalde over de vroege start van de inburgering op de MS Silja. Vijftig procent van de statushouders doet slechts mee. En wat zei de wethouder: tja, ze hebben heel veel bagage. Ik zag een wethouder die met smoesjes kwam, maar niet meer vanuit de houding: wat kan ik doen? Dat is een passieve houding. Vraag aan de wethouder: waar is uw actieve rol? Komt die terug? Welke interventies gaat u nog plegen om deze mensen die op deze boot zitten vooruit te helpen? Duizend PIP-plannen zijn gemaakt, maar slechts tientallen die het inburgeringstraject jaarlijks afronden. Waarom adresseert de wethouder dit niet zelf en welke interventies neemt de wethouder zelf hierop? Voorzitter, iedereen snapt dat de brede inburgeringsopgave ook gaat over meedoen in de samenleving en over huisvesten. Voorzitter, hoe kunnen deze mensen die op een boot zitten, ergens in de hoek van een stad, meedoen met onze samenleving? Oververtegenwoordiging van statushouders straks ook in de bijstand. U zet deze mensen op een achterstand. Ik wil graag vanuit de PvdA aan de wethouder vragen: u hebt gezegd in Q4 krijgen we een antwoord op de wel of niet verlenging van de MS Silja.
Het is 2 oktober, dus ik zou aan de wethouder willen vragen: u geeft uzelf een schouderklopje, maar tot wanneer moeten deze nieuwe Nederlanders buiten de samenleving wachten op hun plekje in de Rotterdamse wijken?
raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1858
De VOORZITTER: Anderen? De heer Van Campenhout. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1): Dank u, voorzitter. De monitor inburgering 2024 laat zien dat honderden mensen vastlopen. Dat jaartal is niet helemaal goed, maar goed. Er zijn resultaten geboekt, maar het aantal statushouders in de bijstand is inmiddels opgelopen tot 3.705. Dat betekent dat er te veel mensen niet worden geholpen, maar in een systeem komen dat hen eerder belemmert dan ondersteunt. Onderzoek van de Erasmusuniversiteit zegt dat nieuwkomers al lang ervaren, de trajecten zijn te star, er is te weinig maatwerk en de praktische drempels, zoals gebrek aan kinderopvang, maken deelname onmogelijk. Het gevolg is dat mensen uitgeput raken, uitvallen en blijven onnodig lang in de bijstand. Voorzitter, laten we duidelijk zijn: dit is geen incident, maar dit is beleid dat mensen in een keurslijf dwingt. Dat keurslijf werkt niet. Het reduceert nieuwkomers tot trajectdeelnemers, terwijl het Rotterdammers zijn met talenten, dromen en rechten. BIJ1 zegt daarom: inburgering moet een springplank zijn naar zelfstandigheid en niet een uitputtingsslag en dat vraagt om flexibiliteit, om trajecten die aansluiten bij de realiteit van de mensen zelf, om praktische oplossingen, zoals flexibele lestijden, mobiele leslocaties en kinderopvang die deelname mogelijk maakt. Daarom dienen we de motie ‘maatwerk boven keurslijf’ in.
Met die motie vragen wij om ruimte om menselijkheid in een systeem dat zich aanpast aan de mensen in plaats van andersom. Voorzitter, Rotterdam moet kiezen: willen we een stad zijn die mensen vastzet in regels of een stad die mensen de ruimte geeft om te groeien en bij te dragen? Tot zover. De VOORZITTER: De heer Becker. De heer BECKER (vvd): Dank u wel, voorzitter. Rotterdam is de stad van doeners. Mouwen opstropen en aan de bak. Voor de Rotterdamse VVD is het simpel: wie hier blijft, leert de taal, werkt aan zijn toekomst en doet mee. Daarmee hoor je er ook bij. Daarom zijn we ook trots dat we in Rotterdam het vroege start programma hebben om statushouders sneller mee te laten doen in de samenleving. Maar meedoen is wat ons betreft geen optie, maar de norm. Daarom dienen we vandaag de motie in: ‘vroege start als norm’, waarmee we ervoor zorgen dat iedere statushouder automatisch meedoet in Rotterdam, tenzij je een heel goede reden hebt om dat niet te doen. De VOORZITTER: De heer Becker heeft de volgende motie ingediend. Motie 1.
Vroege start als norm “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op donderdag 2 oktober 2025, ter bespreking van het tweeminutendebat Monitor Inburgering 2024"; constaterende dat; - uit de rapportage blijkt dat maar 50% van de statushouders meedoet met Vroege Start; - Vroege Start een goede manier is voor statushouders om snel in te burgeren in Nederland; overwegende dat; - inburgeren geen wachtstand is; - een opt-out benadering duidelijkheid geeft aan inburgeraars en uitvoerders; verzoekt het college; - Vroege Start per direct als norm (opt-out) te organiseren voor alle statushouders (en waar passend gezinsmigranten). Meedoen, tenzij dragend gemotiveerd; - vanaf de eerstvolgende monitor te rapporteren over: instroom Vroege Start raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1859
%actieve deelname vroege start en redenen voor opt-out;
en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. S.J.C. Becker en A.J.A. Maassen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Dank u wel, voorzitter. Naast het eerder genoemde zien we wel degelijk ook een aantal goede resultaten, bijvoorbeeld een toename van uitstroom van jongeren naar werk en ook een groei in leerwerktrajecten en bij de startbanen. Maar tegelijkertijd zien we ook dat er een aantal dingen beter kunnen. Het aantal statushouders in de bijstand is gestegen en ook die aantal persoonlijke inburgeringsplannen worden niet gehaald. Dat kan inderdaad sneller. Dat vraagt wel om structurele aandacht. Waar wij nog een motie over willen indienen, voorzitter, betreft een pilot, dat laat zien dat de aandacht voor mentale en fysieke gezondheid direct bijdraagt aan de succesvolle leerwerktrajecten die er zijn. Ik lees in de monitor dat Rotterdam in 2025 nog aan het onderzoeken is hoe de pilot een plek kan krijgen vanaf 2026, maar daar wordt nog geen harde keuze in gemaakt. Daarom vragen wij om die gezondheidsondersteuning structureel onderdeel te laten maken van het inburgeringstraject vanaf 2026. Dank u wel. De VOORZITTER: De heer Soytekin heeft de volgende motie ingediend. Motie 2.
Gezond beginnen, goed meedoen! “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 2 oktober 2025, ter bespreking van 8.1 Voortgangsrapportage Rotterdamse monitor inburgering 2024; constaterende dat; - gemeente in 2024 een gezondheidspilot heeft uitgevoerd onder 300 statushouders; - deze pilot positieve effecten had op mentale en fysieke gezondheid; - gezondheid een voorwaarde is voor succesvol leren, werken en participeren; overwegende dat; - statushouders vaker kampen met stress, trauma en onbekendheid met de zorg; - zonder structurele aandacht voor gezondheid de inburgeringsresultaten onder druk blijven staan; - Rotterdam in 2025 onderzoekt hoe de pilot vanaf 2026 kan worden ingebed, maar nog geen harde keuze heeft gemaakt; verzoekt het college; - De gezondheidsondersteuning structureel onderdeel te maken van het inburgeringstraject vanaf 2026; - dit te doen door een vaste plek in het Persoonlijke Inburgerings Plan (PIP) en bij de leerroutes; - de raad jaarlijks te informeren over de resultaten op dit beleid; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. S. Soytekin De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1860
De VOORZITTER: De heer Leewis. De heer LEEWIS (gl): Voorzitter, volgens mij hebben we hier een goed gesprek over gehad in de commissie. Ik was in de commissie heel enthousiast over het vroege start project van het college. Juist goed om mensen die hier zijn snel te activeren. Ik zou zeggen: breidt dat ook uit naar de azc's in de regio. Daar hebben we ook met elkaar over gesproken. Nu zie ik dat de VVD hier een motie indient die van die vroege start een verplichting maakt. Ik heb de wethouder horen zeggen, in de commissie, dat dat niet kon. Dat het juist een vrijwillig project is en dat je geen verplichting hieraan kan koppelen. Dus ik ben heel erg benieuwd: 1, hoe de VVD dat dan voor zich ziet, die verplichting, en 2, dat is een vraag aan het college of dat dan ook kan. De VOORZITTER: De heer Becker. De heer BECKER (vvd): Als er een goede reden is om het niet te doen, dan kan dat natuurlijk. Dus het is meer, waar het nu enorm vrijwillig is, moet het gewoon de norm zijn. Je doet mee, tenzij je een goede reden hebt. Daarmee zorgen we er ook voor dat mensen integreren, dat mensen de taal leren, dat mensen mee kunnen doen in de maatschappij. Dat is in het belang van statushouders, in het belang van Rotterdam en in het belang van alle Rotterdammers. De VOORZITTER: De heer Leewis.
De heer LEEWIS (gl): Voorzitter, ik ben er een warm voorstander van dat iedereen zo snel mogelijk mee gaat doen. Maar zoals mijnheer Becker hem uitlegt, is het een ja tenzij. Dat is een verplichting en dat kan volgens mij niet. De VOORZITTER: Anderen nog die het woord wensen? Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, het is belangrijk dat asielzoekers en statushouders hier in Nederland komen en zo snel mogelijk kunnen meedraaien in onze samenleving. Om die reden heeft onze Tweede Kamerfractie een initiatiefvoorstel ingediend zodat asielzoekers zo snel mogelijk kunnen werken in Nederland en ben ik ook heel blij met de pilot vroege start die hier in Rotterdam draait, waardoor statushouders zo snel mogelijk kunnen inburgeren. Nu is het zo dat inderdaad de VVD een motie indient waarmee we ervoor zorgen dat zoveel mogelijk statushouders ook kunnen meedoen met die pilot vroege start, dus die onderteken ik van harte, met de hoop dat hoe sneller deze mensen kunnen beginnen aan hun inburgering, hoe sneller ze ook kunnen meedraaien in onze samenleving, wat heel erg goed is voor de emancipatie van deze mensen en om ervoor te zorgen dat ze volwaardig een plek krijgen in onze stad. Dank u wel. De VOORZITTER: De heer Leewis. De heer LEEWIS (gl): Voorzitter, dan nog maar een keer. Ik ben helemaal voor dit doel, maar mijn vraag is: maar hoe dan? De VOORZITTER: Mevrouw Maassen.
Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, het dictum geeft ook een opt-out, Dus mensen voor wie het niet past, hoeven niet mee te doen. Dus in die zin is het karakter van de motie dat we zoveel mogelijk mensen willen laten meedoen aan die pilot vroege start door te zeggen: u bent standaard ervoor aangemeld en als dat nou niet kan, hoeft u niet mee te doen. Dat is dus een andere insteek dan hoe het nu werkt, dat we namelijk zeggen: misschien wel, misschien niet. Wat ons betreft gewoon lekker inburgeren, want de inburgering komt eraan. Dus hoe eerder we daarmee kunnen beginnen, hoe beter. raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1861
De VOORZITTER: De heer Leewis. De heer LEEWIS (gl): Voorzitter, nogmaals: over dat doel geen discussie. Over het middel om daar te komen, u zegt: je kunt er alleen naartoe gaan als je aan kan geven dat je niet kan. Dat is dus een verplichting tenzij. Ik heb de wethouder hier meerdere malen op onze vragen gehoord: een verplichting kan niet. Dus mijn vraag is dan: maar hoe dan? De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik heb het gevoel dat de heer Leewis problemen creëert. Ik denk in oplossingen. Ik zie dat hier een motie is die een oplossing aanreikt aan de wethouder. Ik ben heel erg benieuwd hoe hij daarnaar kijkt. Ik zou het heel mooi vinden als we dit voor elkaar zouden kunnen krijgen zodat er meer mensen kunnen meedoen aan de pilot vroege start. Ik hoor de heer Leewis zeggen: ja, ingewikkeld, moeilijk, het kan misschien allemaal wel niet. Laten we denken in oplossingen. Ik zie dat de VVD hier een oplossing voor presenteert en ik ben heel erg blij dat daarnaar wordt gezocht en ik hoor graag van de wethouder of dit een oplossing is waar we mee aan de slag kunnen. De VOORZITTER: De heer Becker. De heer BECKER (vvd): Dank u wel, voorzitter.
Mijn vraag aan de heer Leewis is ook: wat wil hij dan? Wil hij dan dat mensen hier in Nederland komen wonen en dat zij niet verplicht worden om mee te gaan doen, dat zij niet verplicht worden om de taal te gaan leren, om te integreren, dat er een parallelle samenleving ontstaat die in sommige gevallen al ontstaat, waarbij mensen gewoon niet meekomen, niet meedoen. Wij willen juist op deze manier ervoor zorgen dat iedereen in deze stad de taal spreekt, iedereen mee kan doen, waar je ook vandaan komt. Dat zorgt ervoor dat we echt die inclusieve stad zijn die u ook graag ziet. Dus ik vraag me ook af: wat wil u dan? De VOORZITTER: Ik geef het woord aan de heer Leewis. Ik wil er wel op wijzen dat het een tweeminutendebat is, dus het is niet de bedoeling dat het hele debat van de commissie weer worden overgedaan. Maar zolang u nog tijd heeft, mag u nog spreken. De heer Leewis. De heer LEEWIS (gl): Voorzitter, dit debat hebben we in de commissie niet gehad, dus vandaar. Nogmaals, dat doel dat deed ik. Sterker nog: ik zou dat nog verder willen uitbreiden over een azc. Mijn vraag is ook niet: het doel wat u met die motie voor u hebt, is dat een goed doel? Nee, dat doel steun ik wel. Alleen hebben we het hier ook in de commissie uitgebreid met elkaar over gehad. Het kan niet.
Dus ik ga ervan uit dat u een voorstel heeft hoe u een oplossing, waarvan de wethouder eerder heeft gegeven aangegeven: het kan niet, dat u daar een slimme oplossing voor heeft, want anders is het een motie voor de bühne en daar zou ik niet van houden. Dus mijn vraag is: blijkbaar heeft u een slimme oplossing gevonden, maar hoe dan? Ik wil het gewoon begrijpen. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Zijn er nog andere leden die het woord wensen? Dat is niet het geval. Dan vraag ik aan de wethouder of hij kan antwoorden. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, dank. Raadsmonitor inburgering. Ik heb inderdaad tijdens de commissie gezegd, reflecterend op waar we nu staan: met het inburgeringstraject en de uitvoering van de wet sinds 2022 vind ik echt dat we het dat we het goed doen als Rotterdam, zeker met de verschillende partijen die we hebben en de verschillende routes die we aanbieden waarvan ik ook in de commissie heb gezegd: die z-route, wat toch de meest ingewikkelde is en ervaren wordt in het land, dat wij daar ook een partij voor hebben die dat echt fantastisch doet en dat het tussenrapport van Erasmus ook aangeeft dat we daarmee op de goede weg zijn. Dus ik vind, op het moment dat je jezelf complimenten kunt geven omdat raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1862
je het goed doet, mag dat ook best. En als er kritiek geleverd moet worden, moet je dat ook accepteren en incasseren. Zo sta ik erin en in dit geval is de raadsmonitor positief en er is natuurlijk ook altijd ruimte voor verbetering. Dat lees ik natuurlijk ook terug in het rapport. Dan, voorzitter, werd er een vraag gesteld door mevrouw Yildirim over de Silja. hebben we het nu over de raadsmonitor inburgering. De Silja, daar hebben we een apart debat over gehad, maar ik wil u toch van een antwoord voorzien omdat ik die toezegging ook al heb gedaan naar aanleiding van een actualiteitsdebat van onder andere het CDA, is dat ik op dit moment heel druk bezig ben met onderhandeling met het rijk om te komen tot een oplossing voor de einddatum die nadert met betrekking tot de opvang van Silja. Q4 is nog niet beëindigd, maar ik hoop zo snel mogelijk u te informeren zodra ik nieuwe informatie heb. Dan een aantal moties, voorzitter. Ik meen gehoord te hebben dat ook BIJ1 een motie heeft, voorzitter, maar ik heb hem niet langs zien komen. Dat is, denk ik, dan een technisch probleem met de printer of iets dergelijks, dat laat ik in het midden, maar dan komt hij er zo aan. Dan ga ik naar de motie van de VVD waar net een kort debatje over was. Volgens mij heb ik een interruptie.
De VOORZITTER: Mevrouw Yildirim heeft geen tijd meer en ik heb haar al meer tijd gegeven, dus ik vind het ingewikkeld. We gaan gewoon door. De heer ACHBAR (wethouder): Dan ga ik door. Voorzitter, de motie van de VVD, ‘vroege start als norm’. De vroege start is ook een programma wat uniek is in Nederland, omdat wij daar als Rotterdam ooit een pilot mee zijn gestart en dat nu hebben uitgerold naar een groter aantal. Ik heb toen ook in de commissie gezegd: mijn voorkeur heeft dat iedereen meedoet aan de vroege start. Echter is het zo dat het vrijblijvend is. Het is geen onderdeel van de inburgering, een enorme aanvulling aan de voorkant op dat inburgeringstraject dat er is. Dan kan je van gedachten wisselen over hoe je ervoor zorgt dat je dus nadenkt om het aantal te verhogen. We kunnen natuurlijk in de uitvoering wel de aandacht op die manier besteden dat het een soort van norm wordt om deel te nemen en dan te kijken: wat zijn de opt-out mogelijkheden en dan ook in de gaten houden of registreren wat de redenen zijn waarom mensen dan niet deelnemen. Dus om die reden zou ik deze motie kunnen omarmen. De VOORZITTER: Mag ik 1 opmerking tussendoor maken? Ik heb nu net de motie van BIJ1 binnengekregen. De VOORZITTER: De heer Van Campenhout heeft de volgende motie ingediend. Motie 3.
Maatwerk boven keurslijf “De gemeenteraad van Rotterdam bijeen op 2 oktober ter bespreking van agendapunt 8.1 'Voortgangsrapportage Rotterdamse monitor inburgering 2024'; constaterende dat; - uit de Monitor Inburgering blijkt dat Rotterdam 1.617 statushouders heeft gehuisvest en 642 mensen uit de bijstand zijn uitgestroomd; - het aantal statushouders in de bijstand desondanks is gestegen tot 3.705; - onderzoek van de Erasmus Universiteit laat zien dat trajecten te weinig maatwerk kennen en tekorten in kinderopvang deelname beperken; overwegende dat: - inburgering een springplank moet zijn naar zelfstandigheid en participatie; - trajecten die aansluiten bij persoonlijke situaties leiden tot hogere effectiviteit en betere kansen op zelfstandigheid; - onvoldoende maatwerk bijdraagt aan langdurige afhankelijkheid en gemiste maatschappelijke kansen; raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1863
verzoekt het college om; - de mogelijkheden voor maatwerktrajecten uit te breiden; - aanvullende maatregelen te nemen zoals flexibele lestijden en mobiele leslocaties; - in de lobby met het Rijk over het landelijke probleem met betrekking tot de kinderopvang ook de doelgroep statushouders meenemen; - jaarlijks te rapporteren over gebruik, resultaten en knelpunten van deze maatwerkaanpak; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. M.R. van Campenhout De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Dat moeten we nog naar u zien toe te doen komen. Maar ik heb zo'n gevoel dat u al een idee heeft wat erin staat. Dan geef ik hem gelijk door en delen we hem rond. De heer ACHBAR (wethouder): Dan heb ik de motie van DENK, voorzitter. Wij onderschrijven het belang om gezondheid echt een structurele plek te geven binnen de inburgering en zoeken ook naar de mogelijkheden om dit op een goede manier in te bedden. We weten ook dat de doelgroep vluchtelingen en statushouders echt wel met een aantal uitdagingen kampen op het gebied van gezondheid, denk bijvoorbeeld ook aan stress en ook daarmee de toegang tot zorg. Dus ik kan deze motie omarmen.
Dan de motie van BIJ1, ‘maatwerk boven keurslijf’, met het verzoek om onder andere de mogelijkheden voor maatwerktrajecten uit te breiden en aanvullende maatregelen te nemen, zoals flexibele lestijden en mobiele leslocaties. Ook deze kan ik omarmen, omdat participeren, het liefst via een betaalde baan in een Nederlandssprekende omgeving, inburgeren versterkt wat mij betreft. Dat is volgens mij iets wat we met zijn allen willen om ervoor te zorgen dat nieuwkomers in Rotterdam zo snel mogelijk de taal leren en volledig mee participeren in de samenleving. Dan heb ik hem gehad, voorzitter. De VOORZITTER: Helder, dank. Dan zijn wij hiermee aan het einde gekomen van agendapunt 8.1. 8.2
Voortgangsrapportage Beleidskader basisvaardigheden 2024
De VOORZITTER: Dan gaan wij door met agendapunt 8.2, voortgangsrapportage beleidskader basisvaardigheden 2024. We gaan de wethouder oppiepen. Er staat een snack op de gang. Ik stel voor, omdat we toch net al geschorst hebben, dat degene die dat willen pakken dat zelf pakken en dat wij ondertussen doorgaan, anders blijven we aan het schorsen. Als u weg bent, weet ik dat u gewoon iets lekkers aan het eten bent en dan gaan we dat helemaal toestaan. De wethouder is er, dus we gaan gelijk door met agendapunt 8.2, voortgangsrapportage beleidskader basisvaardigheden 2024. Ik heb niemand op mijn lijstje staan om het woord te voeren. De heer Van Campenhout heeft een motie? Dan mag die nu worden ingediend. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1): Dank u, voorzitter. De inzet van ervaringsdeskundigen en taalambassadeurs is cruciaal. Zij bereiken juist de Rotterdammers die anders buiten beeld blijven. Niet door beleidstaal, maar door herkenning en vertrouwen. Hun werk is bewezen effectief, maar hun toekomst is onzeker, afhankelijk van de regionale opdrachten en de tijdelijke potjes. Rotterdam kan zich daar niet achter verschuilen. Als grootste gemeente dragen wij de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat deze inzet structureel en geborgd blijft. Excuses over regiobesluiten en aanbestedingsregels lossen nu eenmaal niets raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1864
op. Het gaat erom dat het college actief de regie neemt en stevig afspraken maakt in de regio en lokaal de ruimte houdt om initiatieven te versterken. Daarom dienen we deze motie ‘structurele borging ervaringsdeskundigen’ in om te garanderen dat deze kennis en ervaring niet verdwijnt, maar een vaste plek krijgt in ons beleid. Tot zover. De VOORZITTER: De heer Van Campenhout heeft de volgende motie ingediend. Motie 1. Structurele borging ervaringsdeskundigen “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 2 oktober ter bespreking van agendapunt 8.2 'Voortgangsrapportage Beleidskader basisvaardigheden 2024'; constaterende dat; - ervaringsdeskundigen en taalambassadeurs al jarenlang aantoonbaar bijdragen aan het bereiken van mensen die anders niet bereikt worden; - hun inzet in de huidige praktijk vooral via een regionale opdracht is geregeld, waardoor Rotterdam beperkte directe sturingsmogelijkheden heeft; - de lokale subsidieregeling basisvaardigheden juist vaak incidentele en kleinere projecten ondersteunt, waardoor structurele continuïteit onder druk staat; overwegende dat; - laaggeletterdheid en beperkte basisvaardigheden grote impact hebben op bestaanszekerheid en participatie van Rotterdammers; - het niet aanvaardbaar is dat een bewezen effectieve inzet van ervaringsdeskundigen afhankelijk blijft van tijdelijke projecten of bestuurlijke schotten tussen regio en
gemeente; - Rotterdam als grootste gemeente in de regio de plicht en ook de macht heeft om stevig te sturen op borging van ervaringsdeskundigheid; verzoekt het college om; - in de regionale samenwerking ondubbelzinnig het standpunt van Rotterdam uit te dragen dat de inzet van ervaringsdeskundigen structureel en langdurig geborgd moet blijven; - daarbij afspraken te maken dat deze inzet expliciet zichtbaar, herkenbaar en toegankelijk blijft voor Rotterdammers, en dat bezuinigingen of verschuivingen in de regionale opdracht niet leiden tot het wegvallen van deze functie; - aanvullend via de Rotterdamse subsidieregeling ruimte te reserveren om kleinschalige ervaringsdeskundige initiatieven duurzaam te versterken, zodat lokale projecten niet verdwijnen maar een aanvulling vormen op de regionale basis; - de raad jaarlijks te rapporteren over hoe de inzet van ervaringsdeskundigen regionaal én lokaal is geborgd, inclusief bereik, resultaten en eventuele knelpunten; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. M.R. van Campenhout De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Zijn er nog anderen die het woord wensen? Niemand. Dan ga ik hem gelijk doorgeven aan de wethouder, zodat zij daarop kan reageren. De heer Becker heeft nog een opmerking. De heer BECKER (vvd): Dank u wel, voorzitter.
We investeren miljoenen in taal en basisvaardigheidstrajecten. Terecht, want taal is de sleutel tot meedoen in Rotterdam. Maar succes meten we nu vooral in het aantal trajecten en in een kwaliteitsindicator, 80 procent raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1865
tevredenheid. Een heel mooi cijfer, maar het zegt weinig over echte vooruitgang. Wat telt is: komen Rotterdammers echt verder? Daarom mijn vraag aan de wethouder: hoeveel deelnemers hebben de afgelopen jaren een formeel traject afgerond rond met een diploma? En hoeveel zijn er daadwerkelijk gestegen in taalniveau, bijvoorbeeld van A2 naar B1 en hoeveel zijn er doorgestroomd naar vervolgonderwijs of naar werk? Als we dit inzichtelijk maken, zien we ook wat trajecten daadwerkelijk opleveren voor Rotterdammers en voor de stad. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u. Anderen? Niet. Dan vraag ik de wethouder of zij kan antwoorden. Mevrouw NORVILLE (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen, moties. Dan begin ik bij BIJ1, waarin het college verzocht wordt om structurele borging van ervaringsdeskundigen. Ik ontraad die, want die verankering is al gebeurd binnen het beleidskader en is ook bekend bij de regio, dus daarmee ook gewoon overbodig. We doen dat al en we vinden het belangrijk en ik draag dat ook uit. Dan een vraag van de heer Becker. Ik hoor meerdere vragen en daar zijn ook meerdere antwoorden dan op noodzakelijk, namelijk: ik kan laten zien welke vooruitgang er geboekt is, echter, ik kan niet laten zien of dat er afgerond is met een diploma, want dat is niet de insteek van een WEB-traject.
WEB-trajecten gaan over basisvaardigheden en om mensen verder te helpen in de opvoeding van hun kinderen, in het verder leven in de stad, hoe zorg je ervoor dat je je dingen kan doen die je moet doen en dat je jezelf kunt helpen als je ook de overheid nodig hebt? Dus dat is waar die WEB-trajecten voor bedoeld zijn en niet zozeer om door te geleiden naar werk. Dus ik kan een toezegging doen om te kijken wat ik kan rapporteren over de voortgang, maar dat moet ik echt afstemmen ook. Ik zie een duimpje, dus daarmee ben ik dan klaar. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Nog op- of aanmerkingen? Dat is niet het geval. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van agendapunt 8.2. 8.3
Jaarplan 2025 Aanpak Seksuele Straatintimidatie
De VOORZITTER: Dan gaan wij door met agendapunt 8.3, het jaarplan 2025 aanpak seksuele straatintimidatie. Mevrouw Vlieger komt net de zaal binnen, dus die is precies op tijd, goede timing. Zij mag direct als eerste het woord. Mevrouw VLIEGER (gl): Voorzitter, ik ken geen vrouw of queer persoon die nog nooit een vervelende situatie op straat heeft meegemaakt. Dat moet anders. De wetenschap is duidelijk: schuif dit probleem nou niet af op mensen met een bepaalde achtergrond. Nee, pak alle mensen aan. En waar sommige mensen dit probleem graag op iemands afkomst of huidskleur willen schuiven, zie ik bijvoorbeeld ook dat anderen het graag op leeftijd schuiven. En voorzitter, laat één ding heel duidelijk zijn: de meeste mensen die ik spreek over dit thema zijn jongedames die door oudere mannen worden lastiggevallen. Zo ikzelf laatst ook nog toen ik door de stad liep. En dan is een grote, oudere vent een stuk intimiderender dan een klein jochie. Voorzitter, seksuele straatintimidatie komt niet uit de lucht vallen. Het wortelt in traditionele genderrollen die mannen leren dat ze pas echt mannelijk zijn als ze domineren, macht tonen en hun seksualiteit opdringen. Zolang die normen in stand blijven, voelen sommige mannen zich gelegitimeerd om vrouwen op straat te intimideren. Dat is precies wat wij moeten doorbreken. Dus zegt GroenLinks: het gaat niet om al die kenmerken van mensen.
Nee, dit gebeurt in alle lagen van de samenleving en dat moeten we aanpakken bij de wortels en dus de onderliggende patronen. Tijdens de commissie kwam naar voren dat wij vanuit GroenLinks in het plan acties missen om in te zetten op het voorkomen van recidive. Want als we alleen inzetten op preventie bij kinderen, pakken we nooit de echte boosdoeners aan. We denken dan ook dat het hoog tijd is om samen met partners zoals bijvoorbeeld Bureau Halt een aanpak te maken en daarvoor heb ik een motie.
raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1866
De VOORZITTER: Mevrouw Vlieger heeft de volgende motie ingediend. Motie 1. Voorkomen van herhaling seksuele straatintimidatie “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen 2 oktober 2025 ter bespreking van agendapunt 8.3 Jaarplan 2025 Aanpak Seksuele Straatintimidatie; constaterende dat; - binnen het voorliggende Jaarplan Aanpak Seksuele Straatintimidatie (SSI) geen acties zijn opgenomen die gericht zijn op het voorkomen van recidive; overwegende dat; - het aanpakken van SSI vraagt om integraal beleid, bestaande uit voorkomen en achteraf aanpakken, beide gebaseerd op feitelijkheden in plaats van onderbuikgevoelens; - zonder een aanpak op het voorkomen van recidive, een blinde vlek bestaat in het kader van het voorkomen van nieuwe overtredingen; - voor een aanpak ter preventie van SSI het noodzakelijk is om in te zitten op het voorkomen van recidive door onderliggende patronen van traditionele gendernormen en effecten van groepsdruk, die aantoonbaar een relatie hebben tot het plegen van SSI, aan te pakken; - Bureau Halt veel kennis in huis heeft met betrekking tot het vormgeven van werkwijzen gericht op het tegengaan van recidive; - een recidive aanpak goed is vorm te geven door gebruik te maken van best practices van bijvoorbeeld bureau Halt; verzoekt het college; - (Herhaalde) seksuele straatintimidatie zoveel mogelijk te voorkomen door in contact met gespecialiseerde
organisaties (zoals bureau Halt) een aanpak te realiseren voor daders van SSI, en hieraan gerelateerde overtredingen en misdrijven, gericht op duurzame gedragsverandering en deze op te nemen in de aanpak SSI; - hier in het doorbreken van traditionele gendernormen en de effecten van groepsdruk mee te nemen; - hierover te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. L.S. Vlieger en S. Reitema De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr): Voorzitter, we hebben het er in de commissie uitgebreid over gehad en er gaan hier dadelijk weer allemaal moties worden ingediend. Maar mijn conclusie is gewoon dat de wil om dit probleem echt aan te pakken, echt serieus te adresseren, dat die gewoon bij een groot deel van deze raad ontbreekt. We weten dat afkomst een heel grote voorspellende factor is als het gaat om het plegen van seksuele straatintimidatie, dat weet iedereen die op straat loopt, alle ervaringen van mensen die daarover spreken beamen dat. Er is in 2017 door het OBI onderzoek gedaan waaruit blijkt dat met name Marokkaanse en Antilliaanse jongens extreem zwaar vertegenwoordigd zijn als het gaat om straatintimidatie. Maar er dat wordt dan gezegd: dat is stigmatiserend, daar klopt niets van.
Als ik dan voorstel: laten we dat dan goed gericht up-to-date onderzoeken, dan is ook daar geen steun meer voor. Dus ik dien ook helemaal niets in. Ik loop ook bij het college, moet ik zeggen, tegen muren
raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1867
van onwil op als het daarom gaat. Dus gaat u allemaal maar lekker dadelijk nog praatjes houden maar echt serieus nemen, doet u het niet. De VOORZITTER: Ik kijk rond. Mevrouw Abrahamse. De heer Soytekin steekt toch nog zijn hand op. Is dat als spreker? Eerst stond mevrouw Abrahamse op mijn lijstje. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd): Dank u wel, voorzitter. Voor vrouwen en lhbtiqa+'ers in Rotterdam moet de boodschap duidelijk zijn: je staat er niet alleen voor, want dit college doet een hoop tegen seksuele straatintimidatie. We leiden een landelijke pilot die het mogelijk maakt voor onze handhavers om tegen SSI op te treden en om boetes uit te delen en waar Amsterdam nu pas geld uittrekt voor de veiligheid van vrouwen, hebben we in Rotterdam al vanaf dag 1 geïnvesteerd hierin en sinds het begin van deze collegeperiode is er jaarlijks 1 miljoen naar deze veiligheid toegegaan. Ook vanuit de Rotterdamse VVD hebben we niet stilgezeten. Met ons initiatiefvoorstel veilige horecaroutes zetten we in op het verder vergroten van de veiligheid van onder andere vrouwen, zodat zij veilig naar een bar of een club kunnen fietsen of daartussen kunnen lopen. Zo maken we van Rotterdam een verbonden stad in plaats van losse eilandjes met donkere en onveilige verbindingen. Juist tijdens het uitgaan krijgen vrouwen namelijk vaak te maken met ongewenst gedrag.
Dat pakken wij aan, zodat vrouwen er niet alleen voor staan. Maar we willen verder gaan, want we kijken vaak naar de objectieve cijfers over veiligheid in de stad, zoals de hoeveelheid incidenten, maar stel je voor: alle vrouwen blijven binnen, dan heb je geen enkel incident, maar dan voelen nog steeds deze vrouwen zich niet veiliger. Dus dat is ook niet de stad waar de VVD voor staat en daarom dienen we samen met Volt, die motie volgt nog, een motie in om te onderzoeken welke plekken in de stad, welke top 10, nu echt de meest onveilige plekken zijn en dan dus waar vrouwen zich onveilig voelen. We vragen ook direct deze plekken aan te gaan pakken en daarin willen we volgen wat er uit het onderzoek is gebleken van het onderzoek ruimte vermijden op Zuid. Denk hierbij aan betere verlichting, het beter kenbaar maken van cameratoezicht en ook een slimme inrichting van de buitenruimte. Zo maken we de stad niet alleen objectief veiliger voor vrouwen, maar zorgen we er ook voor dat ze zich veiliger voelen. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Ik zag mevrouw Vlieger staan. Ik check even. Mevrouw VLIEGER (gl): Ik vroeg me af of mevrouw Abrahamse ook het onderzoek van Pointer hierin meeneemt. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd): Ik vervang de reguliere woordvoerder op dit onderwerp. Dus als u me er iets meer over kan vertellen, dan kan ik alle onderzoeken toelichten.
Ik heb niet ieder onderzoek bij achtervang doorgelezen. De VOORZITTER: Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl): Dat is wel jammer. Dan wacht ik op de inbreng van mevrouw Reitema. De VOORZITTER: Het is waar dat mevrouw Abrahamse nu heel veel dossiers tegelijkertijd moet gaan doen. De volgende op mijn lijstje is mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda): Dank, voorzitter. Ik ben laatst betast door iemand in de supermarkt, maar aangifte door de politie werd ontraden omdat er geen bewijs zou zijn. Ik kreeg ook de vraag of ik boos was omdat ik was betast of dat ik zijn brutale gedrag niet kon hebben. Met andere woorden: wilde ik aangifte doen omdat ik op mijn tentjes ben getrapt? Ik snap er nog steeds niets van. Dit is een quote, een signaal wat we hebben binnengekregen van een Rotterdammer en zo hebben we helaas meerdere van dit soort signalen binnengekregen. Wij vinden het belangrijk, fijn dat de seksuele straatintimidatie strafbaar is raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1868
gesteld, maar dan wil je wel ook serieus genomen worden op het moment dat je aangifte wil gaan doen. Wij willen dat het college in gesprek gaat met de politie over deze signalen, of dit bekend is en om ook samen tot aanvullende maatregelen te komen om die aangiftebereidheid voor seksuele straatintimidatie en andere vormen van seksueel geweld te vergroten. Dat is een eerste motie. De tweede gaat inderdaad over een meldpunt, want er bestaat dus al een meldpunt voor onveilige plekken in Rotterdam, vanuit Pointer, en wat natuurlijk mooi zou zijn, is 1 dat het in heel Rotterdam bekend is, dus dat er nog meer meldingen worden gedaan en dat dat meldpunt bekend is onder alle Rotterdammers, maar ook dat we die data die er dus is ook gaan gebruiken. In die zin zitten de VVD en de PvdA, denk ik, op dezelfde lijn. Dus wij willen graag ook die data van Pointer gebruiken en vragen dan ook het college om in gesprek te treden met Pointer. Wel is dit meldpunt van Pointer tijdelijk. Dat zal niet voor altijd zijn. Zij noemen het ook een enquête en wij willen natuurlijk wel dat er ook een permanente oplossing komt, vandaar dat wij de StopApp, die we al hebben, willen uitbreiden met de functie om ook daar onveilige plekken te kunnen melden, naast het melden van de daadwerkelijke seksuele straatintimidatie als dat gebeurt. Daarover gaat onze derde motie, dat is dus voor de permanente oplossing.
De VOORZITTER: Mevrouw Reitema heeft de volgende moties ingediend. Motie 2. Seksuele Straatintimidatie aangifte doen zonder drempels “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 2 oktober 2025 ter bespreking van 'Jaarplan 2025 Aanpak Seksuele Straatintimidatie.'; constaterende dat; - sinds begin 2024 seksueel grensoverschrijdend gedrag zoals seksuele straatintimidatie (SSI) strafbaar is gesteld; - onze fractie meermaals signalen ontvangt dat Rotterdammers worden ontmoedigd om aangifte te doen, of zelfs worden weggestuurd door de politie; - in de media berichten zijn verschenen over het laag aantal aangiftes; - de schriftelijke vragen '[25bb004417] Seksuele straatintimidatie is strafbaar: hoe gaan de aangiftes?' tot op heden onbeantwoord zijn gebleven; overwegende dat; - de donkere maanden eraan komen, waardoor het gevoel van onveiligheid en strafbaar gedrag in de avond mogelijk toeneemt; - slachtoffers van strafbare feiten moeten kunnen rekenen op bescherming en serieuze behandeling van hun meldingen en dit geldt des te meer wanneer het gaat om seksueel geweld, waar de drempel om te spreken al hoog ligt; verzoekt het college; - in gesprek te treden met de politie over deze signalen; - tot aanvullende maatregelen te komen om de aangiftebereidheid van SSI en andere vormen van seksueel geweld te vergroten; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. S.
Reitema en T.S.J. Coşkun Motie 3. Gebruik Rotterdamse data voor Rotterdamse veiligheid “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 2 oktober 2025 ter bespreking van 'Jaarplan 2025 Aanpak Seksuele Straatintimidatie.';
raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1869
constaterende dat; - uit onderzoek van Pointer (KRO-NCRV) en het AD blijkt dat duizenden vrouwen zich onveilig voelen in de openbare ruimte; - vrouwen en meisjes melding kunnen maken in de Pointer-enquête 'onveilige plekken' over plekken waar ze zich onveilig voelen in Nederland1; - van alle meldingen die Pointer binnenkreeg over het gevoel lag het bij 70% aan de kwaliteit van de omgeving; - Pointer heeft aangegeven dat dit meldpunt tijdelijk is en vooral dient als onderzoek voor het programma; - het college niet bereid is de StopApp uit te breiden met de functionaliteit om plekken de te melden waar het gevoel van onveiligheid heerst; overwegende dat; - iedereen door de overzichtelijke kaart van Pointer kan zien welke plekken als onveilig zijn gemarkeerd; - iedereen recht heeft op een veilige route naar huis, ook als het donker is; - de donkere maanden eraan gaan komen, waardoor het gevoel van onveiligheid in de avond toeneemt; - Rotterdam veel plekken heeft op de Pointer-kaart en deze data gebruikt zou moeten worden in het belang van de stad en haar inwoners; verzoekt het college; - in overleg te treden met Pointer over de meldingen die zijn gedaan over Rotterdam; - te rapporteren over de Rotterdamse resultaten tot nu toe; - te komen tot een campagne voor zichtbaarheid van het meldpunt van Pointer, zodat meer mensen in Rotterdam weten waar ze melding kunnen maken van
onveilige plekken. en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. S. Reitema en T.S.J. Coşkun 1
https://pointer.kro-ncrv.n/op-deze-kaart-onthullen-duizenden-vrouwen-onveilige-plekken-checkjouw-buurt
Motie 4. StopApp uitbreiden met melden onveilige plekken a la Pointer “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergader,/ing bijeen op 2 oktober 2025 ter bespreking van 'Jaarplan 2025 Aanpak Seksuele Straatintimidatie.'; constaterende dat; - uit onderzoek van Pointer (KRO-NCRV) en het AD blijkt dat duizenden vrouwen zich onveilig voelen in de openbare ruimte; - vrouwen en meisjes melding kunnen maken in de Pointer-enquête 'onveilige plekken' over plekken waar ze zich onveilig voelen in Nederland1; - melders kunnen daar niet alleen aangeven als ze iets is overkomen op die plek, maar ook als ze weten dat iemand anders daar iets is overkomen of ze het gevoel hebben dat er op die plek makkelijk iets kan overkomen; - van alle meldingen die Pointer binnenkreeg over het gevoel lag het bij 70% aan de kwaliteit van de omgeving; - Pointer heeft aangegeven dat dit meldpunt tijdelijk is en vooral dient als onderzoek voor het programma; - het college niet bereid is de StopApp uit te breiden met de functionaliteit om plekken de te melden waar het gevoel van onveiligheid heerst; overwegende dat;
raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1870
-
iedereen door de overzichtelijke kaart van Pointer kan zien welke plekken als onveilig zijn gemarkeerd; iedereen recht heeft op een veilige route naar huis, ook als het donker is; de donkere maanden eraan gaan komen, waardoor het gevoel van onveiligheid in de avond toeneemt; er behoefte is aan een permanent meldpunt voor onveilige plekken in Rotterdam; we al de Rotterdamse StopApp hebben en een uitbreiding van de app met de functionaliteit om onveilige plekken te melden een simpele stap lijkt; doordat er al veel mensen gebruik maken van de StopApp de drempel van het melden van onveilige plekken laag wordt;
verzoekt het college; - de StopApp uit te breiden met de functionaliteit om plekken waar een gevoel van onveiligheid heerst te kunnen melden naar het voorbeeld van de Ponter-enquête; - jaarlijks te rapporteren aan de raad over de meldingen zodat we gezamenlijke kunnen zoeken naar mogelijkheden om plekken veiliger te maken; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. S. Reitema en T.S.J. Coşkun 1
https://pointer.kro-ncrv.n/op-deze-kaart-onthullen-duizenden-vrouwen-onveilige-plekken-checkjouw-buurt
De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Dan is nu het woord aan de heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, dank u wel. We spreken vandaag over een breed en ambitieus pakket voor de aanpak van seksuele straatintimidatie. Het is ook goed dat er stevig wordt ingezet op preventie en handhaving en dat de norm nu ook juridisch is vastgesteld. Maar als Volt zouden we het graag ook breder trekken breder trekken, want straatintimidatie vindt niet alleen plaats tussen mensen, het wordt ook mede mogelijk gemaakt door de manier waarop we onze stad inrichten. Onveilige plekken in de openbare ruimte werken intimiderend gedrag in de hand. Denk aan donkere tunneltjes, slecht verlichte bushaltes of parken waar je geen overzicht hebt, terwijl juist de inrichting van onze stad een sleutel kan zijn in de aanpak. Goede verlichting, logische looproutes, open zichtlijnen en veilige ov-knooppunten. Daarmee maak je niet alleen de stad prettig voor vrouwen, maar voor alle Rotterdammers. Daarom dienen we samen met de VVD een motie in om met bewoners, wijkorganisaties en ervaringsdeskundigen de top 10 minst veilige plekken in Rotterdam in kaart te brengen en daarbij de aanbevelingen uit het onderzoek van meiden op Zuid als leidraad mee te nemen.
Op basis daarvan kan de gemeente per locatie concrete verbeteringen voorstellen, bijvoorbeeld betere verlichting of toezicht of herinrichting. Zo laten we zien dat we niet alleen normeren en straffen, maar ook structureel bouwen aan een stad waarin intimidatie minder kans krijgt en waar alle Rotterdammers zich veilig voelen. De VOORZITTER: De heer Dekkers heeft de volgende motie ingediend. Motie 5. Top 10 onveiligste plekken Rotterdam in kaart “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 2 oktober 2025 ter bespreking van het agendapunt 'Jaarplan 2025 Aanpak Seksuele Straatintimidatie.'; constaterende dat;
raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1871
-
seksuele straatintimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag vaak plaatsvindt op plekken die door Rotterdammers als onveilig worden ervaren; uit het onderzoek 'Ruimte voor meiden op Zuid', blijkt dat vrouwen zich 1 O keer zo vaak onveilig voelen in de openbare ruimte; veel Rotterdammers plekken kunnen aanwijzen waar zij zich structureel onveilig voelen, maar deze kennis nu versnipperd is en onvoldoende benut wordt;
overwegende dat; - een stad is pas écht veilig wanneer alle inwoners zich er ook veilig voelen; - een overzicht van de meest onveilige plekken in de stad kan helpen om maatregelen te prioriteren en gerichter in te zetten (bijvoorbeeld betere verlichting, toezicht of herinrichting van de openbare ruimte); - maatregelen gericht op de minst veilige plekken bijdragen aan zowel objectieve als subjectieve veiligheid; verzoekt het college; - om samen met bewoners, wijkorganisaties en ervaringsdeskundigen de top 1 O minst veilige plekken in Rotterdam in kaart te brengen; - de aanbevelingen uit het onderzoek 'Ruimte voor de meiden op Zuid' als leidraad te nemen om aanpassingen te doen aan de buitenruimte voor deze 10 plekken; - de raad in Q1 2026 te informeren over deze inventarisatie, inclusief een voorstel voor gerichte maatregelen per locatie; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. L.P.A. Dekkers en M.S. Abrahamse De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER: Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, seksuele straatintimidatie is echt geen kattenkwaad, maar een agressieve vorm van geweld. Het maakt onze openbare ruimte onveilig en de cijfers spreken voor zich.
In Rotterdam steeg het aantal meldingen via de StopApp van 241 in 2023 naar 635 in 2024 en ,et de invoering van de nieuwe wet seksuele misdrijven die seksuele intimidatie strafbaar stelt, verwachten we dit jaar meer dan 1000 meldingen. Niet omdat het probleem ineens groter is, maar omdat slachtoffers eindelijk durven te melden in de hoop dat het ook echt helpt. Maar, voorzitter, meldingen alleen zijn niet genoeg. Zonder consequente handhaving en zichtbare sancties blijft de nieuwe wet een papieren tijger. Gelukkig loopt Rotterdam wel voorop. De eerste landelijke veroordelingen staan op ons conto. Onze boa's zijn uitgebreid van 13 naar 23, maar bij die 1000 meldingen is dat natuurlijk nog steeds onvoldoende. Slachtoffers moeten voelen dat hun melding serieus wordt opgepakt en plegers moeten direct weten: dit kan niet, dit mag niet, dit heeft gevolgen. Voorzitter, we moeten daarnaast ook investeren in de lange adem, in preventie, in onderwijs en in opvoeding. Ouderbijeenkomsten, lespakketten en campagnes die plegers direct aanspreken, zijn daarbij onmisbaar. Zodat jongeren leren dat respect de basis is voor vrouwen, voor lhbtiq+’ers en voor elkaar.
Juist nu omdat we een nieuwe trend zien, echt, van jonge mannen die zich spiegelen aan figuren als Andrew Tate en de zogenaamde tradvrouwen die vrouwonvriendelijke ideeën normaliseren, die rolmodellen versterken, een cultuur waarin respect afbrokkelt en intimidatie wordt gelegitimeerd. Voorzitter, daarvoor is inzicht in de motieven van de plegers nodig. De Erasmus Universiteit onderzoekt oorzaken van plegergedrag en de gemeente is daar gelukkig bij aangehaakt, want weten wie dit doet en waarom is de eerste stap naar een onbelemmerde bewegingsvrijheid. Voorzitter, seksuele straatintimidatie hoort niet thuis in onze stad. Daarom kom ik met 4 moties, want alleen met raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1872
daadkracht en lef maken we onze straten pas echt veilig. Dat gaat dan over handhaving versterken, slachtoffers beter ondersteunen, preventie structureel in onderwijs en opvoeding verankeren en vooral inzetten op het vinden van de plegers. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Mevrouw Verkoelen heeft de volgende moties ingediend. Motie 6. Inzicht in plegers van seksuele straatintimidatie! “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 2 oktober 2025 ter bespreking van het Jaarplan 2025 Aanpak Seksuele Straatintimidatie; constaterende dat; - de meeste onderzoeken en beleidsmaatregelen zich tot nu toe richten op slachtoffers; - de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar oorzaken van plegergedrag; - het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR)' een eerste literatuuronderzoek naar het typen plegers heeft gedaan in 2023; - kennis over daderprofielen noodzakelijk is voor een gerichte en effectieve aanpak; overwegende dat; - zonder inzicht in motieven en achtergronden van plegers het risico bestaat dat beleid symptoombestrijding blijft; - Rotterdam als koploper kan bijdragen aan landelijke kennisontwikkeling; - in het onderzoek van de Erasmus Universiteit expliciet aandacht gevraagd kan worden voor factoren als armoede, kansenongelijkheid en cultuurverschillen, en de resultaten actief benut kan worden in de gemeentelijke aanpak; verzoekt het
college; - samen met onderzoekers van de Erasmus Universiteit en andere partners te bezien welk vervolgonderzoek er verdiepend mogelijk is naar motieven, omstandigheden en sociale factoren van plegers van seksuele straatintimidatie; - de raad te informeren over welk vervolgonderzoek er geïnitieerd kan worden; - de resultaten structureel te vertalen naar beleid, preventie en handhaving; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. P.J.H.D. Verkoelen, A.R. Oostdijk en S. Ceulemans Motie 7. Betrekken van ouders en onderzoek naar oorzaken! “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 2 oktober 2025 ter bespreking van het Jaarplan 2025 Aanpak Seksuele Straatintimidatie; constaterende dat; - straatintimidatie vaak voortkomt uit een mix van factoren zoals gendernormen, groepsdruk, kansenongelijkheid en culturele verschillen; - ouders en opvoeders een cruciale rol spelen in het bijbrengen van respectvolle omgangsvormen; - de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar oorzaken van plegergedrag; overwegende dat; - preventie pas duurzaam werkt als ook gezinnen en ouders worden betrokken; - gemeentelijk beleid sterker wordt als kennis over achterliggende oorzaken wordt benut; verzoekt het college; raadsvergadering van 2 oktober 2025
Notulen pagina
1873
-
structureel ouderbijeenkomsten te organiseren, in samenwerking met scholen en welzijnsorganisaties, om ouders te ondersteunen in het gesprek over respect en omgangsvormen;