CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20250911- Notulen van de raadsvergadering van 11 september 2025

Gemeenteraad 2 oktober 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van de openbare raadsvergadering van 11 september 2025.62.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

En, voorzitter, ik hecht er toch ook wel aan, om nog 1, denk ik, ook belangrijk punt benoemen in dit initiatief, dat heeft misschien ook wel te maken met bijvoorbeeld ook opkomst bij verkiezingen: er is gewoon best wel veel institutioneel wantrouwen in de maatschappij überhaupt en in deze stad misschien wel in het bijzonder. Dat maken we ook wel regelmatig mee en ik denk dat het juist een heel goede stap zou zijn van de gemeente, van ons als bestuur en politiek, om het vertrouwen op heel veel punten terug te leggen in de maatschappij, omdat daar dan uiteindelijk bij die sociale initiatieven dat institutioneel wantrouwen ook veel minder een rol speelt. Dus ik denk dat je daarmee 2 vliegen in 1 klap slaat. Dan wil ik nog eventjes benoemen. Ik ben niet achter die tafel gaan zitten, vond ik onnodig, maar dit moet toch ook nog wel benoemd blijven, denk ik. Dank. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mijnheer Segers-Hoogendoorn. Andere sprekers? Mijnheer Vonk. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter. Ook van deze kant toch nog even een vraag aan de wethouder, naar aanleiding van het commissiedebat. Wij hebben namelijk een voorstel gedaan om te rapporteren over de Right to Challenge en de Right to Cooperate voorstellen. In uw reactie verwijst u naar dat doen wij in de P&C-cyclus.

We zijn afgelopen week dus nog even gaan kijken hoe dat er dan uitziet, maar wat wij konden vinden was in ieder geval alleen een rapportage over Right to Challenge, als ik me niet vergis, waar alleen een getal werd raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1732

genoemd van, ik geloof dat er 3 voorstellen, bijvoorbeeld, waren gedaan of 3 voorstellen waren gehonoreerd. Maar waar wij om vragen is om even een totaaloverzicht te geven van de voorstellen die zijn ingediend dan wel toegewezen of afgewezen en zowel voor Right to Challenge als Right to Cooperate. In onze beleving is namelijk datgene wat nu in die P&Ccyclus staat niet hetzelfde. Kunt u daar nog even wat toelichting op geven hoe u dat ziet? De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, heer Vonk. Andere sprekers? Mevrouw De Bruijn. Mevrouw DE BRUIJN (pvda): Even nog toch nog ook waar mijn collega mevrouw Kockelkoren over begon over die cofinanciering. Ik kan nu even snel niet de hele collegereactie vinden, maar volgens mij stond het college daar wel sympathiek tegenover. Ik wil wel dubbelchecken of het college dan in ieder geval gaat onderzoeken voordat het ook toegepast wordt of dat er al op gestuurd wordt. Want het zou wel erg zonde zijn als initiatieven vanaf welke periode dan ook van subsidies nu al aan cofinanciering moeten gaan werken, terwijl ze daar misschien nog lang niet aan toe zijn. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mevrouw De Bruijn. Mijnheer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Voorzitter, ik ben benieuwd hoe het college daartegenaan kijkt, ook mijn collega's, om ook de rol van de wijkraden hierin.

Zij zijn tenslotte ook de ogen en oren in de wijk, kennen dat goed, kennen vaak ook actieve bewoners, kennen ook sociale initiatieven, als het niet van bewoners is maar van anderen die iets doen. Meer als toetsing ook van lukt dat nou goed, bruist het na, gaat dat goed? Dan hoeven we dat niet allemaal vanuit Coolsingel of de MO-mensen weer die wijk ingestuurd te worden. Vertrouw ook een beetje op de controlerende ogen en oren van de wijkraden, zou ik zo zeggen. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mijnheer Coşkun. Andere sprekers? U had een vooruitziende blik, wethouder Achbar. Het woord is aan u. De heer ACHBAR (wethouder): Dank, voorzitter. Een aantal vragen die zijn gesteld, beginnend met die meerjarige financiering. Dat is inderdaad de gedachte die we nu ook aan het verkennen zijn binnen de sociale basis, maar ook in het initiatiefvoorstel terug is gekomen. De redenatie zou kunnen zijn: zorg ervoor dat die regeldruk verlaagd wordt en daardoor misschien de aanvragen of de paperassen wat makkelijker zijn. Dat is de ene redenatie. De andere redenatie is: zorg ervoor dat je gewoon meerjarig het vertrouwen geeft en, noem het 3 jaar, waarbij je vertrouwen, kwaliteitsborging en dan de administratieve afhandeling in het derde jaar doet, zoals de heer Segers-Hoogendoorn zegt. Dat heeft nog geen vorm gekregen, dus dat is ook nog een proces waarin we zitten.

Tegelijkertijd, wat je met een meerjarige financiering krijgt, is als je het geld wegzet voor een x-aantal jaar, betekent dat dat heel veel nieuwe partijen echt wel moeten wachten voordat ze weer financieren. Dus elk voordeel heeft zijn nadeel, in dit geval. Maar ik dacht: ik sta er niet onwelwillend tegenover, maar het zijn wel afwegingen die je met elkaar zou moeten maken, waarbij je moet kijken, als je dus niet kiest voor meerjarige financiering, kun je dan bijvoorbeeld wel die regeldruk enorm verlagen of als je wel kiest voor meerjarenfinanciering, hoe ziet dat eruit? Bijvoorbeeld het model van de heer Segers-Hoogendoorn is een voorbeeld, maar aan de andere kant: wat doe je met nieuwe partijen als er geen middelen meer te vergeven zijn? Moeten die dan 2 jaar wachten of ga je dat ook op een andere manier organiseren? Hij staat erin, dus we nemen het mee in die sociale basis. Ik sta er echt niet onwelwillend tegenover, maar dit is wel de reactie die ik daarop heb gegeven waarbij de voorkeur wel ligt op meerjarige financiering. Hoe dat dan vorm krijgt, is nog even onderdeel van het gesprek. Dan de vraag over de Right to Cooperate en Right to Challenge, hoe dat nu is opgenomen in de P&C-cyclus.

Ik wil de toezegging doen dat ik hem wat uitgebreider terug laat komen, voorzitter, in de komende P&C-cyclus of de begroting die er aankomt, om dat dan raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1733

een concrete plek te geven van wat waren nou de exacte aantallen? Er staat nu 3, maar ik kan het niet met 100 procent zekerheid zeggen, maar volgens mij waren er maar 3 Right to Challenges geweest. Dat klinkt misschien heel weinig, maar dat is, volgens mij, ook wat ik heb begrepen vanuit welzijn. Right to Challenge lijkt alsof dat heel erg gericht is op welzijn, maar Right to Challenge is een product wat wij hebben binnen de gemeente, wat geldt voor alle clusters. Maar je ziet dat die heel erg aan het vernauwen is richting welzijn, alsof het alleen voor welzijn is. Maar ik weet dat, volgens mij, voor welzijn wel 3 waren, heb ik ooit in een gesprek vernomen. Maar de toezegging dat dat wat explicieter wordt opgenomen in de P&Ccyclus, meer dan alleen het getal zoals dat nu gebeurt. Wat betreft de vraag over de cofinanciering, voorzitter. Er liggen kansen. Er liggen kansen in Rotterdam, waarin je ook wel mooie succesverhalen kunt benoemen die een samenwerking hebben met de gemeente in de vorm van een subsidierelatie en aan de andere kant ook cofinanciering hebben. Wij hebben jaarlijks hier op het stadhuis in de Burgerzaal een evenement met Rotterdamse fondsen.

Het gesprek gaat vooral ook van hoe zorgen we ervoor dat de middelen die de Rotterdamse fondsen beschikbaar hebben, ook terugvloeien naar die stad en dat ze er vaak tegenaan lopen, dat of de partijen niet de weg weten te vinden, of dat die fondsen niet zo goed die partijen weten te vinden. Ik ben nu 3,5 jaar wethouder, inmiddels 3 gesprekken gehad. Maar iedere keer kaart ik dat ook aan van hoe zorg je ervoor dat de toegang tot die Rotterdamse fondsen en daarmee ook de middelen beschikbaar worden gesteld voor partijen in de stad. Dus ik zie daar ook wel een kans dat die afhankelijkheid, waar de heer Vonk het over had, van zorg ervoor dat je niet een afhankelijke financier hebt, maar dat je op meerdere bronnen kan teren. Dan zou zo'n partij als de Rotterdamse fondsen, wat een koepelorganisatie is, met allerlei fondsen die we hebben en thematisch terug te vinden zijn, zou bijvoorbeeld een mogelijkheid zijn voor cofinanciering, even los van andere … De VOORZITTER (de heer De Waard): U hebt een interruptie van mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, dan een kleine kritische noot hierop, want ik snap dit verhaal.

Wat daarvoor nodig is, is ook een betrouwbare overheid en we hebben afgelopen tijd natuurlijk gezien dat dat niet altijd het geval is geweest en dat daardoor ook externe financiers van dat soort partijen als de overheid opeens stopt met meefinancieren, dan stopt ook dat externe geld. Dat vind ik wel echt een voorwaarde, dus dat wil ik dan graag meegeven, dat daar dan ook die wederkerigheid en betrouwbaarheid in zit, want anders kun je kijken naar externe financiers wat je wil, maar dan lukt het partijen in de stad gewoon niet. De VOORZITTER (de heer De Waard): Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Helemaal mee eens, voorzitter. Alles moet gestoeld zijn op vertrouwen en wederzijds vertrouwen. Dat gaat zeker, als je een samenwerking aangaat, in het belang van de Rotterdammer en jij als overheidsinstantie daar een belangrijke financier in bent, dat je dat goed afstemt. Ik meen te begrijpen naar wat u refereert. Dat is echt wel van een heel andere orde, ook qua omvang van het bedrag. Laten we die casus niet met elkaar hier ontplooien. Maar ik ben het absoluut met u eens dat de basis moet zijn: jongens, we willen met zijn allen het beste voor de stad, met ieder zijn verantwoordelijk daarin en ik ben er echt van overtuigd dat cofinanciering ook die organisaties krachtiger maakt, omdat die afhankelijkheidsrelatie gebaseerd op 1 instelling minder is.

Dus dat zorgt ook voor een betere levensvatbaarheid. Dus ik ben het met u eens. Wat betreft de wijkraden, voorzitter. Ook dat lijkt me een heel goede. Volgens mij gebeurt dat ook nu in het kader van die sociale basis. Ik ben daar een enorme voorstander van, niet alleen vanuit welzijn, maar zeker ook voor andere programma's. Ik kan u daar een concreet voorbeeld van geven, dat is de portefeuille die ik heb, preventie met gezag. Je wilt juist impact maken in die wijken en daar zijn dus echt wel ook middelen voor vrijgemaakt om de wijkraden ook een rol te geven, om te bepalen welke partijen van betekenis kunnen zijn om het verschil te maken binnen dat programma.

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1734

Nogmaals, ik ben ervan overtuigd dat die wijkraden van essentieel belang zijn in de uitvoering en verandering in die wijken. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, wethouder Achbar. Zijn er eventuele vragen blijven liggen? Nee. Ook nog niet iemand met een nabrander toevallig? Dan kunnen we dit onderwerp afsluiten en ook kunnen we mijn voorzitterschap afsluiten, want ik geef graag de voorzittershamer over aan mijn collega, mevrouw Bruin, inderdaad. Ik heb het leuk met jullie gehad. Dank jullie wel daarvoor en ik wens jullie heel veel plezier met mijn collega Bruin. 7.

TWEEMINUTENDEBATTEN

7.1

Het voorstel tot vaststelling van de Verordening voorzieningen Huisvesting Onderwijs Rotterdam 2025

De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Een heel goede middag, gemeenteraad van Rotterdam. We zijn toegekomen aan de afdeling tweeminutendebatten. Als eerste beginnen we met 7.1, het voorstel tot vaststelling van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2025. Als eerste op mijn lijst staat de heer Crielaard, die niet aanwezig is. Oh, die zit achterin de zaal en hij schudt nee. Dus u wilt niet het woord op dit moment? Nee. Dan ga ik naar de volgende. Is er iemand die op dit onderwerp het woord wil voeren? Ga uw gang. De heer Leewis. De heer LEEWIS (gl): Voorzitter. Ik wilde graag een motie indienen: de motie ‘verlenging afschrijvingstermijn onderwijshuisvesting’. Die gaat erover dat we op dit moment een afschrijvingstermijn van 40 jaar hanteren voor onderwijsgebouwen. Voor maatschappelijk vastgoed hebben we die al naar 50 jaar getild. Ik zou zeggen dat het gemiddelde onderwijsgebouw aanzienlijk langer meegaat dan 40 jaar en het dus heel zonde is dat wij bouwers en onze afdelingen en schoolbesturen alleen de ruimte geven om een gebouw financieel af te schrijven in 40 jaar. Daar heb je minder ruimte, minder ruimte om te investeren in duurzaamheid of in andere mooie dingen zoals luchtkwaliteit of de kwaliteit van het gebouw. Ik zou dus willen voorstellen om die afschrijvingstermijn naar 60 jaar te tillen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dank.

Dan komt de motie mijn kant uit. We wachten nog even op het zilveren plaatje, denk ik. Ja. De heer LEEWIS (gl): Dan zou ik daar nog 1 zin aan toe willen voegen, dat is dat we hem daarmee in lijn brengen met wat ook de gemiddelde afschrijvingstermijn van een draagconstructie van een schoolgebouw is. Dus daarmee dus ook al best wel in lijn met wat gebouwen technisch eigenlijk zouden moeten hebben als afschrijvingstermijn. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Leewis heeft de volgende motie ingediend. Motie 1. Verlengen afschrijvingstermijn onderwijshuisvesting “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 11 september 2025, bij de bespreking van de vaststelling van de wijziging verordening onderwijshuisvesting; constaterende dat: - de gewijzigde verordening onderwijs huisvesting uitgaat van een afschrijvingstermijn van 40 jaar; overwegende dat:

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1735

-

dit betekent dat de volledige investering in een schoolgebouw binnen 40 jaar moet zijn afbetaald terwijl onderwijsgebouwen gemiddeld veel langer meegaan dan 40 jaar; de draagconstructie van de meeste gebouwen nu al een technische afschrijvingstermijn hebben van 50 tot 60 jaar; dit het vermogen van het schoolbestuur of de gemeente om te investeren in zaken zoals: de kwaliteit van het gebouw, het binnenklimaat, duurzaamheid of een flexibele indeling beperkt; onder andere de gemeente Delft en de gemeente Enschede al een langere afschrijvingstermijn hanteren; het verlengen van de afschrijvingstermijn budgetneutraal kan binnen de meerjarenbegroting;

verzoekt het college: - de afschrijvingstermijn voor onderwijshuisvesting bij nieuwbouw en bij vervangende nieuwbouw in de Verordening Onderwijs Huisvesting te veranderen naar 60 jaar; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. S. Leewis, S. Reitema en P.J.H.D. Verkoelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Ik kijk om me heen. Mevrouw Maassen, ga uw gang. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, ik doe deze bijdrage namens mevrouw Nunnely. Een cruciale pijler van het Rotterdamse onderwijs, de integrale onderwijshuisvesting. Het is positief dat de scholen over het algemeen tevreden zijn met de nieuwe opzet van het IHP en tegelijkertijd zien we ook nog een aantal uitdagingen liggen. Er zijn nog steeds veel schoolgebouwen die niet voldoen aan de standaarden van 2024 met vertragingen en administratieve belemmeringen tot gevolg. Het inclusieve onderwijs vraagt ook om meer ruimte per leerling en dus extra investeringen, terwijl de bekostiging via de samenwerkingsverbanden ontoereikend blijkt. Ook is veiligheid een urgent thema. Daarnaast zien we ook dat er een tekort is in het speciaal onderwijs waardoor sommige kinderen te lang thuiszitten. We hebben daarom nog 3 actuele vragen aan de wethouder.

Allereerst: hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat het convenant veiligheid in en om de scholen niet alleen op papier goed werkt, maar ook in de praktijk daadwerkelijk goed wordt uitgerold naar het primair onderwijs en leidt tot minder incidenten en een veilige schoolklimaat? In het IHP is inclusieve huisvesting een ambitie. Hoe gaat de wethouder garanderen dat schoolgebouwen, inclusief de voorzieningen en de gebedsruimtes en toegankelijkheid voor kinderen met een beperking in de komende tranche van de IHP-projecten worden meegenomen, ondanks de financiële druk? De taskforce dekkend netwerk werkt aan een stadsbrede aanpak, maar de wachttijden voor het speciaal onderwijs lopen nog steeds op. Welke concrete korte termijn maatregelen neemt de wethouder om ervoor te zorgen dat kinderen niet thuis komen te zitten en het recht op onderwijs wordt gewaarborgd? Tot slot, voorzitter. Wij roepen de wethouder op om in te zetten op de co-creatie met de schoolbesturen. Alleen door samenwerking kunnen we tot een goed, veilig en toekomstbestendig onderwijs huisvestingsaanbod in Rotterdam komen. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dank aan mevrouw Maassen. Ik kijk nog even de zaal rond of er nog iemand is met een inbreng. Ik zie de heer Tim Kind staan. Klopt dat? Ja, aan u het woord.

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1736

De heer KIND (volt): Dank u wel, voorzitter. We juichen toe bij nieuwe schoolgebouwen dat ze minimaal BENG en gasloos worden opgeleverd en dat er gewerkt wordt aan nieuwe circulaire afschrijvingsmodellen. Maar die verduurzaming moet verder gaan dan energieprestaties alleen. In die zin willen we graag de aandacht vragen aan de structurele integratie van groenblauwe schoolpleinen bij elke renovatie of nieuwbouw. Deze pleinen leveren niet alleen een bijdrage aan wateropvang en biodiversiteit, maar zijn ook cruciaal voor fysieke en de mentale gezondheid van leerlingen. Dat weten we al jaren. We willen toch graag zien dat nog vaker in Rotterdam we die groenblauwe schoolpleinen gaan zien en het is heel positief dat we die subsidieregeling hebben, maar er is ook nog veel onduidelijkheid. We krijgen verschillende signalen vanuit het onderwijs dat ze onvoldoende op de hoogte zijn van die subsidieregeling, moeite hebben met aanvragen. Dan willen we toch een vraag stellen aan de wethouder: herkent u dat? Herkent u die signalen? En ten tweede, als we naar de subsidieregeling kijken, in hoeverre is deze op dit moment uitgenut? Op basis van het antwoord kijken we of we nog in tweede termijn een vraag en/of een motie willen indienen. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dank. Ik kijk even de raad rond. Verder nog inbreng op dit punt? Nee.

Dan kunnen wij door naar de beantwoording door de wethouder. Als u zover bent, ga uw gang. De heer KASMI (wethouder): Voorzitter, dank u wel. Ik heb nog niet alle moties binnen, maar die komen hopelijk vanzelf. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Oh, er is maar 1 motie uiteindelijk. Ik dacht dat er meerdere zouden komen, maar dan is het uiteindelijk maar 1 geworden. Even kijken, dat is dan de motie van GroenLinks, motie 1 over de afschrijvingstermijn. Die moet ik helaas ontraden en de reden daarvoor is veelvuldig. Allereerst is het zo dat uw raad al eerder dit jaar ingestemd heeft met een raadsvoorstel, zoals u ongetwijfeld ook zult weten, over de wijziging van de afschrijvingstermijn maatschappelijk vastgoed, die is al verhoogd naar 50 jaar. Alle onderwijshuisvestingplannen vallen in principe ook hieronder, dus daar is al rekening mee gehouden. Het tweede is, als we de afschrijvingstermijn verder zouden ophogen naar 60 jaar is het eerlijke antwoord daarop, hoe sympathiek ik het ook vind, dat we waarschijnlijk in de knel komen met de plannen die we hebben in het IHP voor de vaart die we willen maken met het renoveren van verouderde schoolgebouwen. Zoals u weet, hebben wij een vrij verouderd scholenbestand in Rotterdam. We hebben ook op verzoek van de raad afgelopen jaren met elkaar afgesproken om daar vaart in te maken.

Maar dat betekent natuurlijk ook dat, als je de afschrijvingstermijnen verder naar 60 jaar verhoogt, dat je eigenlijk ook ten aanzien van duurzaamheid heel veel extra maatregelen zou moeten nemen en dat geld hebben we op dit moment niet. We lobbyen daar al jarenlang voor bij het rijk, maar het rijk komt eigenlijk niet over de brug. Tegelijkertijd is het hetzelfde rijk dat ons de opdracht geeft om straks, ik denk vanaf 2030, volgens ENG te gaan bouwen, volgens de ENG-normen. Maar tegelijkertijd doen ze geen boter bij de vis. Dus wat wij vanuit de gemeente nu hebben: de leidraad is de afschrijvingstermijn van 50 jaar hanteren. Dus dat gaan we wel verhogen. Maar verder naar 60 jaar lijkt me in deze niet verstandig, omdat je dan gewoon een financieel probleem hebt. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Een interruptie van de heer Leewis. Ga uw gang. De heer LEEWIS (gl): Voorzitter, ik volg het verhaal van de wethouder niet als het gaat om het budget voor onderwijs, want we krijgen elk jaar een vast budget voor onderwijs vanuit het rijk. Op het moment dat je de afschrijvingstermijn verlengt, betekent dat dat de jaarlijkse afschrijvingslast lager wordt voor het gebouw. Je moet wel wat meer investeren, maar de afschrijving last jaarlijks wordt lager. Daarmee zou u meer moeten kunnen doen met hetzelfde budget.

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1737

De heer KASMI (wethouder): De informatie die ik heb, is als je het in de verordening, IHP, echt zou willen aanpassen, betekent ook echt dat je veel meer middelen nodig zou hebben, ook aan de voorkant, dus meer zou moeten investeren. Dat geld hebben we niet, omdat we al jarenlang onvoldoende geld krijgen van de rijksoverheid. Dat zou betekenen dat als je dit zou willen doen, dat je dus veel meer moet gaan faseren. Dus dat betekent dat je projecten minder snel gaat oppakken, omdat de investeringen groter zijn. Dat is de reden, nogmaals, dat we dit niet doen. Los daarvan heb ik u ook aangegeven dat zojuist uw raad de kaders al heeft aangepast naar 50 jaar, want dat geldt eigenlijk voor al het vastgoed van ons. Dus ik zou hier ook weer niet een uitzondering willen maken voor onderwijshuisvesting. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Een interruptie van de heer Leewis. De heer LEEWIS (gl): Op dat laatste punt zou ik zeggen: dan zetten we hem op 50. Maar u hebt een onderwijsverordening waar 40 staat. Dus als u zegt: die 40 klopt niet, hij moet 50 zijn, dan zou ik zeggen: pas hem in ieder geval aan naar 50. Ten tweede: u stelt een budget beschikbaar aan een schoolbestuur om die school te ontwikkelen. Als die school 60 jaar heeft om die school af te schrijven, heeft u 50 procent meer budget, terwijl de inkomsten die u vanuit het rijk krijgt hetzelfde blijft.

Dus volgens mij, nee, niet volgens mij, u speelt hiermee juist meer geld vrij dan dat het u geld kost. Dus ik snap die uitleg niet. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): U bent door uw tijd heen, GroenLinks. Nu aan de wethouder. De heer KASMI (wethouder): Dan val ik in herhaling. Volgens mij werkt het niet helemaal zo. Wat ik u kan toezeggen: op dat punt wat u me juist geeft, ga ik nog een extra check voor u doen. Dit is niet de informatie die ik heb, maar ik ben bereid om daar een extra check op te doen om te kijken of het zo werkt zoals u aangeeft. Als dat zo is, dan is er een andere werkelijkheid en dan kom ik wellicht met een ander advies. Maar vooralsnog houd ik hem voor nu op ontraden. Ik check dat even wat u nu aangeeft en zal daar later dan nog even op terugkomen. Dus ik ben echt wel bereid om daarnaar te kijken. Voorzitter, dat waren dan de moties. Dan had ik volgens mij nog 4 vragen die openstaan: 3 van D66 en 1 van de heer Kind van Volt. Ik begin bij de laatste, ten aanzien van de subsidie, of die uitgenut is of niet, voor de groenblauwe schoolpleinen. Niet helemaal. Voor dit jaar, 2025, is er nog 50.000 euro beschikbaar en voor volgend jaar, 2026, is er nog 2 ton beschikbaar. Dus hij is nog niet helemaal uitgenut. We hebben wel, denk ik, een jaar geleden of iets langer, juist ook de subsidie verhoogd omdat het heel goed gebruikt werd.

Maar nu is hij dus daardoor ook niet helemaal uitgenut. Dus dat is het antwoord op de vraag van de heer Kind. Ten aanzien van de vragen van mevrouw Maassen, convenant veilig, ook toezien op de werking. Uiteraard. In de sectorkamers heb ik regelmatig een gesprek met alle schoolbesturen, PO, VO en hoger onderwijs. Convenant veilig is daar een terugkerend onderdeel op de agenda. We bespreken dat. Het mooie nieuws is dat we eerst natuurlijk het convenant veilig in het voortgezet onderwijs met elkaar hadden vastgesteld en sinds kort, niet zo lang geleden, ook met de burgemeester daarbij, een paar maanden terug hebben we dat nu ook voor het primair onderwijs waarin dus ook echt heel concrete afspraken staan waar ook de andere belangrijke partners als politie, jeugd, noem maar op allemaal bij elkaar komen om daar ook concrete afspraken te maken, met een actielijst. Dus daar wordt echt ook op toegezien dat er werk van wordt gemaakt. Dus het is niet alleen maar een soort van iets op papier. Dan toegankelijkheid voor kinderen met een beperking, die te waarborgen in het IHP. Ook daar kan ik u in geruststellen. Rotterdam onbeperkt 010, zo heet de organisatie, als ik me niet vergis, die schuift altijd ook aan en die kijkt mee bij dit soort plannen en kijken ook echt precies op dit punt van is er ook sprake van toegankelijkheid of niet en anders worden er aanpassingen gemaakt.

Dus ook dat is gewaarborgd in dat hele proces totstandkoming van het IHP. Dan thuiszitters. Wel een heel ander onderwerp, maar ik begrijp: u neemt het over, dus kon u ook niet helemaal weten. We hebben inderdaad uitgebreid besproken met elkaar in de raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1738

commissie, dit is echt een groot probleem waar ik buikpijn van heb. Dat heb ik ook in de commissie gezegd. Dit is ook niet iets wat we vandaag of morgen oplossen. De ombudsman heeft daar ook een uitgebreid rapport over geschreven. We hebben ook een aantal afspraken gemaakt in een plan om te kijken hoe we met elkaar die thuiszitters gaan, die aanpak, dat het aantal thuiszitters terugloopt. Dat is ook iets van de lange adem. We werken er wel aan, maar tegelijkertijd lopen we tegen heel veel wet- en regelgeving aan, ook vanuit het rijk, die vraagt van ons om inclusief onderwijs te organiseren en tegelijkertijd is het weer hetzelfde rijk die allerlei drempels opwerpt. Ik ga u niet vermoeien met allemaal details. Uw vraag is: hebben we een programma en doen we er alles aan om dit tegen te gaan? Het heel korte antwoord is daarop: ja. Voorzitter, dat waren, volgens mij, alle vragen of antwoorden op de vragen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Vicario, ga uw gang. De heer VICARIO (vvd): Dank u, voorzitter. U weet het inmiddels: als het woord thuiszitters valt, dan sta ik op. Dat is ook geen probleem. Misschien kan ik ook de vraag vanuit mevrouw Nunnely, collega Nunnely, aanvullen.

Ziet de wethouder wellicht een verband tussen enerzijds de beperking aan ruimte, bijvoorbeeld bij speciaal onderwijs, maar ook de beperking van ruimte bij het reguliere onderwijs op het moment dat thuiszitters wellicht zouden kunnen terugstromen richting het reguliere onderwijs, dat daar onvoldoende ruimte voor is? Is daar wellicht een link te leggen? De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De wethouder. De heer KASMI (wethouder): Voorzitter, met het risico dat we het nu toch over een heel ander onderwerp gaan hebben. Ik wil u heel graag te woord staan, want ik weet hoe het u aan het hart gaat. Dat heb ik ook in de commissie gezien. Die signalen krijgen wij niet. Wat het probleem vooral is, bij thuiszitters, is niet zozeer beperkte ruimte, want scholen, zeker voor die kinderen die ingeschreven staan en die gewoon thuis zitten, daar wordt aan de voorkant rekening mee gehouden. Scholen hebben gewoon een zoveel aantal vierkante meters, zoveel klaslokalen, dus je houdt daar bij de inschrijving gewoon rekening mee. Wat vooral het probleem is, wat wij doorkrijgen, is de begeleiding. Dus je ziet dat er toch gespecialiseerd personeel nodig is om kinderen met een extra zorgbehoefte goed onderwijs te kunnen bieden. Dus het gaat vaak om handelingsverlegenheid waar ze tegenaan lopen. Dat is de grootste reden waarom kinderen thuiszitten of dat het aanbod net niet passend genoeg is.

Dus het heeft niet zozeer met vierkante meters als in tekort aan ruimte te maken, maar veel eerder met de juiste begeleiding en het passende aanbod wat nu nog niet dekkend is in Rotterdam. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dank aan de wethouder. Ik denk dat alle vragen zijn beantwoord. Dan kan ik dit agendapunt gaan afconcluderen, noem ik het even. Een soort toezegging voor vandaag. Wethouder Kasmi zal naar aanleiding van een motie van de heer Leewis een extra check doen op beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting door verlenging afschrijvingstermijn en komt daar vandaag nog op terug. Ik kijk de heer Leewis aan, ja, en de heer wethouder. Perfect. In de loop van de dag, u komt vandaag nog terug, de heer Kasmi. Mag ook. Dan hameren we dit punt af. 7.2

Ambtsreizen

De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dan gaan wij door naar agendapunt 7.2 ambtsreizen. Ik geef graag het woord aan de heer Biljoen. Ga uw gang. De heer BILJOEN (gl): Voorzitter, dank u wel. We hebben in Rotterdam een serieuze klimaatopgave en een serieuze gezondheidsopgave. Toch blijkt dat 1 op de 4 dienstreizen van het college en ambtenaren nog steeds met het vliegtuig gaat, vaak op korte afstanden. raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1739

Terwijl we allemaal weten: de trein is een uitstekend alternatief. Andere steden lopen hierin al voorop. Utrecht kent kiest in principe altijd voor de trein tot 750 kilometer en Amsterdam zegt: alles binnen 10 uur reizen, gaat gewoon met de trein. Rotterdam kan toch niet hier achterblijven? Ik kijk naar mijn collega's. Want laten we eerlijk zijn: vliegen is vervuilend, ongezond voor omwonenden en totaal onnodig op korte afstanden. Een start van een Boeing 747 stoot evenveel ultrafijnstof uit als miljoenen vrachtwagens en ondertussen vraagt het college aan Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan de energietransitie, maar zelf pakken ze nog wel het vliegtuig op korte afstanden. Met deze motie maken we de keuze helder: Rotterdam pak de trein, net als Utrecht, net als Amsterdam en alleen als de reistijd langer is dan 10 uur of er medische of noodzakelijke redenen zijn, kan het vliegtuig nog een optie zijn. Voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dank. Dan komt er een motie mijn zijde op. Dank u wel. U wilt nog wat zeggen. Ga uw gang. De heer BILJOEN (gl): Voorzitter, deze motie dienen we samen in met Volt. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Biljoen heeft de volgende motie ingediend. Motie 1.

Rotterdam pakt de trein “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 11 september 2025 ter bespreking van agendapunt 7.2 Ambtsreizen; constaterende dat: - het college in antwoord op vragen van GroenLinks stelde dat een kwart van de dienstreizen in Rotterdam een vlucht op de korte afstand betreft (24bb006615); - andere gemeenten uitgangspunten hebben voor dienstreizen, zoals Utrecht, waar het college in principe altijd een trein neemt voor reizen binnen 750 km; - Amsterdamse ambtenaren en bestuurders sinds september '24 altijd de trein nemen als de reistijd binnen de tien uur ligt; overwegende dat: - één opstijgende Boeing 747 evenveel (ultra-)fijnstof uitstoot als 1 miljoen vrachtwagens, die tot gezondheidsklachten bij omwonenden leidt; - de luchtvaart in Nederland verantwoordelijk is voor 7 procent van de CO2-uitstoot; - het verminderen van vliegverkeer dus een essentiële stap is naar een gezonde, schone stad; verzoekt het college: - een richtlijn voor ambtenaren en bestuurders op te nemen dat bij dienstreizen én ambtsreizen gebruik wordt gemaakt van de trein, tenzij de reistijd langer is dan 10 uur of er medische redenen zijn die een treinreis onhaalbaar maken; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. M.H. Biljoen en L.P.A. Dekkers De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen.

De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De volgende op mijn lijst is de heer Roskam. Ga uw gang.

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1740

De heer ROSKAM (lr): Voorzitter, ik zal het kort houden, aangezien we het hier in de commissie reeds uitgebreid over hebben gehad. Rotterdam is geen reisbureau en het college is geen groep influencers die op kosten van de stad de wereld rondreist. Als je namens Rotterdam op reis gaat, dan neem je iets mee terug. Ik bedoel geen souvenirs, maar tastbare resultaten voor onze stad. We constateren dat ambtsreizen soms meer lijken op stedentrips dan op serieuze werkbezoeken. Uit de verantwoording die het jaarverslag heet, kunnen we het immers niet opmaken. En dan is helemaal de vraag wat zo'n reis nou oplevert. Daarom zeggen wij: geen politieke vakanties meer. Het moet duidelijk zijn dat het hier echt gaat om Rotterdamse belangen. We vragen het college om met een helder kader te komen, zodat concreet en aantoonbaar is wat de opbrengst voor de gemeente is. Want als je op reis gaat namens Rotterdam, dan moet je kunnen uitleggen waarom en als je dat niet kan, dan blijf je gewoon thuis. Daarvoor dienen we ook de volgende motie in, medeondertekend door SP, FvD en mevrouw Verkoelen. Kortom, van links tot rechts, jong en oud is het erover eens dat de transparantie en toetsbaarheid omhoog moet. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Roskam heeft de volgende motie ingediend. Motie 2.

Ik ga op reis en ik neem mee? “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 11 september 2025 ter bespreking van het ambtsreizen; constaterende dat: - het college van burgemeester en wethouders in Rotterdam met enige regelmaat op ambtsreis gaat; - transparantie en toetsbaarheid over de meerwaarde van dergelijke reizen belangrijk is voor het draagvlak onder Rotterdammers en de gemeenteraad; - het publieke debat over bestuurders op reis regelmatig tot vragen en kritiek leidt; overwegende dat: - publieke middelen doelmatig en verantwoord moeten worden ingezet, zeker bij internationale reizen; - het vertrouwen van Rotterdammers in hun bestuur gebaat is bij heldere kaders en controleerbare verantwoording; - als je op reis gaat namens Rotterdam, je ook iets mee terug moet nemen en dan bedoelen we geen souvenirs; verzoekt het college: - binnen de regeling buitenlandse ambtsreizen burgemeester en wethouders gemeente Rotterdam met een aanvullend kader te komen, waarmee nadrukkelijker geborgd wordt dat buitenlandse ambtsreizen concreet en aantoonbaar doelmatig zijn qua opbrengst voor de gemeente; - hierin tevens op te nemen dat, net als bij commissiereizen, in beginsel geen ambtsreizen meer plaatsvinden in het laatste jaar van een bestuurstermijn, met uitzondering van bijvoorbeeld handelsmissies, bezoeken in het kader van de Rotterdamse economie, en reizen in het kader van de

openbare orde en veiligheid in Rotterdam, waaronder reizen binnen de portefeuille van de burgemeester; - hierbij tevens een voorstel te doen voor een route waarlangs een uitzondering op bovenstaande voorwaarde mogelijk is; - het nieuwe conceptkader met de raad te delen; en gaat over tot de orde van de dag.”

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1741

w.g. T. Roskam, S. Ceulemans, A.R. Oostdijk, T.S.J. Coşkun en P.J.H.D. Verkoelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De volgende op mijn lijst is de heer Soytekin en daarna mevrouw Verkoelen. De heer SOYTEKIN (denk): Dank u wel, voorzitter. Vaak klinkt het wel alsof ambtenaren alleen maar luxe uitstapjes aan het maken zijn, maar het gaat natuurlijk uiteindelijk ook om gewoon het werk. Dat is kennis ophalen, contacten leggen en onze stad gewoon goed op de kaart zetten. Er zijn een aantal partijen die dit willen beperken of zelfs in bepaalde periodes verbieden, want dat is ook een deel van de motie, volgens mij, die Leefbaar Rotterdam net indient, of in ieder geval belemmeren. Maar wat mij betreft, voorzitter, zijn wij bezig met micromanagement. Want als we dit gaan doen, moeten we dan ook alle agenda's van de collegeleden onder de loep gaan nemen? Moeten we bij elke reis naar steden buiten Rotterdam de wethouders gaan bevragen? Moeten we debatteren over welke maaltijden waar worden genuttigd? Moeten we moties indienen over het delen van 1 hotelkamer met meerdere personen of het aantal verbruikte flessen water op de wethouderkamers? Dat lijkt ons niet de bedoeling.

Wat mij betreft kijken we wel, daar ben ik het zeker met Leefbaar Rotterdam over eens, naar wat het allemaal wel oplevert en hoe je zo'n dienstreis kunt versterken. Er zijn natuurlijk heel veel rapportages, maar die blijven vooral hangen hier in de raadszaal. Daarom is het goed om na te denken hoe je dat nou verder naar de Rotterdammer kunt brengen en ook een paragraaf op te nemen, want dat missen we nu echt wel, met de lessons learned. Wat neem je nou mee en wat gaan we ermee doen in die rapportages? Daarvoor heb ik een motie, voorzitter. Dank. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Soytekin heeft de volgende motie ingediend. Motie 3.

Na elke trip een tip “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 11 september 2025, ter bespreking van 7.2 Ambtsreizen; constaterende dat: - het college jaarlijks rapporteert over buitenlandse ambtsreizen; - deze rapportages vooral inzicht geven in bestemming, activiteiten en kosten; overwegende dat: - de maatschappelijke waarde van ambtsreizen vooral ligt in de lessen en inzichten die eruit voortkomen; - het voor de raad én de stad nuttig is om te weten hoe deze lessen concreet worden benut in beleid, projecten en samenwerkingen; verzoekt het college: - om in toekomstige halfjaarlijkse rapportages een aparte paragraaf "lessons learned" op te nemen, waarin de belangrijkste inzichten uit ambtsreizen en hun toepassing voor Rotterdam duidelijk worden gemaakt; - deze lessen op een toegankelijke manier te presenteren, zodat ook inwoners en maatschappelijke partners hiervan kunnen profiteren; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. S. Soytekin

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1742

De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De volgende is mevrouw Verkoelen, die staat al klaar, zie ik, en daarna de heer De Haan. Ga uw gang. Mevrouw VERKOELEN (50plus): U had het al aangekondigd, dus ik dacht: ik loop vast. Voorzitter, het college reist veel te makkelijk naar het buitenland. Jaarlijks kost dat de stad meer dan een ton, terwijl in Rotterdam de armoede groeit. Dat is niet uit te leggen aan Rotterdammers die elke maand moeten knokken om rond te komen. Voorzitter, we zien zelfs voorbeelden van een wethouder, daar komt hij weer, die naar Saudi-Arabië gingen en deze zomer zelfs naar Canada. Voor mijn fractie zijn dat niet eens meer politieke reisjes, dat zijn snoepreisjes. Duur, zonder aantoonbare beleidswinst en dus pure verspilling van gemeenschapsgeld. Voorzitter, dienstreizen horen alleen plaats te vinden ... De heer SOYTEKIN (denk): Voorzitter, een punt van orde. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Mevrouw Verkoelen. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Ik heb het net ook al aangegeven: mevrouw Verkoelen maakt het wederom persoonlijk richting een specifieke wethouder, niet richting het college.

Dit is een debat dat gaat over ambtsreizen en ik zou de voorzitter ook willen vragen om in het vervolg hier ook rekening mee te houden dat constante persoonlijke frustraties en haat richting een wethouder, één specifieke wethouder, van mevrouw Verkoelen. Daar moet ze echt mee stoppen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Volgens mij hebben we elkaar gehoord en wordt er een verzoek vanuit de raad gedaan, richting mevrouw Verkoelen. Het is ook aan u. Ga uw gang. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Ik wil daar wel even op antwoorden. Was Saudi-Arabië dan geen ambtsreis, of Canada? Daar gaan wij toch over hier als raad? Waarom mag ik dat niet noemen? De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Soytekin, wil u daarop reageren? De heer SOYTEKIN (denk): Ik ga er één opmerking over maken. Mevrouw Verkoelen omschrijft als een snoepreis en niet als een ambtstijd zoals ze dat nu doet. Kijk, als we over de inhoud gaan debatteren, wil ik daar prima op reageren. Maar tot op heden lukt dat gewoon niet met mevrouw Verkoelen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Punt. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, ik hoor zojuist dat het politieke vriendelijke reisjes zijn. Ik zei al: dat noem ik zelfs nog erger, ik noem het snoepreisjes. Duur, zonder aantoonbare beleidswens en dus pure verspilling van gemeenschapsgeld.

Voorzitter, dienstreizen horen alleen plaats te vinden als ze een duidelijke meerwaarde hebben voor onze stad. Niet voor wethouders die graag hoog vliegen, maar niet van de grond komen als het om resultaten gaat. Alleen de burgemeester en de wethouder Haven mogen dat. Zij behoren namelijk onze stad te presenteren op het wereldtoneel. Voor alle andere vakwethouders is dat simpelweg niet aan de orde. Voorzitter, daarom dien ik 2 moties in. Eén om het reisbeleid flink aan te scherpen, maar ik denk, want nadien kwam de heer Roskamp met een beter breder uitgebreidere motie, dus ik denk dat ik die ga omarmen en deze intrek, maar de tweede is, en die is wel belangrijk en één om tot de verkiezingen in maart 2026 alle buitenlandse reizen te schrappen, behalve die voor de burgemeester en de wethouder Haven. Want genoeg is genoeg. raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1743

De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Mevrouw Verkoelen heeft de volgende motie ingediend. Motie 4. Stopzetten buitenlands reizen! “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 11 september 2025, ter bespreking van 'Ambtsreizen'; constaterende dat: - het college tot aan de gemeenteraadsverkiezingen nog slechts enkele maanden te gaan heeft; - alleen de burgemeester en de wethouder Haven een onmiskenbare representatieve functie hebben richting het buitenland; - andere wethouders, zoals recent met reizen naar Saoedi-Arabië en Canada, enkel kosten maken zonder duidelijk resultaat; overwegende dat: - buitenlandse dienstreizen kostenintensief zijn en een beperkt beleidsmatig nut hebben; - het in deze laatste fase van de bestuursperiode niet meer nodig is dat andere collegeleden nog buitenlandse dienstreizen maken; draagt het college op: - met onmiddellijke ingang alle buitenlandse dienstreizen van alle wethouders, behalve de dienstreizen van de burgemeester en de wethouder Haven, tot aan de verkiezingen te schrappen; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. P.J.H.D. Verkoelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dan geef ik nu graag het woord aan de heer De Haan. De heer DE HAAN (d66): Dank u wel, voorzitter. Alles zo'n beetje aanhorend, is er één begrip wat bij mij komt bovendrijven en dat is gekruidenier.

We zijn een wereldstad en we willen een wereldstad zijn. Gedraag je daar dan ook naar. U weet misschien dat in mijn werk buiten deze raad, dat dat samenhangt met een grote internationale organisatie op het gebied van onderwijs, wetenschap en cultuur. Daar moet je soms ook voor naar het buitenland. Ikzelf meestal naar Parijs, zo nu en dan, gelukkig met de trein. Maar Nederlanders staan bekend om hun lompe rechtdoorzee gedrag. We vinden dat zelf efficiënt, in onze ogen. Broodje kaas bij de lunch, een kwartiertje kauwen, wegspoelen met een glas karnemelk en weer door. Maar ik kan u verzekeren: dat is over het algemeen niet hoe het in de rest van de wereld werkt. Daar vormen bezoeken en ontvangsten het decorum er vaak omheen als de smeerolie voor verdere samenwerking. Dus laten we niet als een Hansje Brinker achter onze Rotterdamse dijk ons verschansen, vingertje erin en die buitenwereld de buitenwereld laten. Laten we die wereldstad zijn en uitstralen en laten we het stadsbestuur dat daar ook mee uitdragen, de wethouders voorop. Dan maar een dienstreis extra, bij voorkeur met de trein. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dank aan de heer De Haan. Was er nog iemand anders? De heer Dekkers, ga uw gang. Daarna de heer Van Dommelen. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, dank u wel. D66 zet wel even een bevolkingsgroep weg, hoor ik, maar ik vond het een mooi betoog.

Voorzitter, Europese en verdere internationale

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1744

samenwerking zijn waardevol voor Rotterdam. Ambtsreizen vervullen dus ook een belangrijke rol, omdat ze ons in staat stellen om kennis en ervaring uit te wisselen. Dit kan bijvoorbeeld bijdragen aan beleidvorming op belangrijke bieden als duurzaamheid, veiligheid, watermanagement of logistiek. Tevens kunnen deze reizen zorgen voor nieuwe contacten en nieuwe kansen bieden aan de stad. Ambtsreizen vragen echter ook om een bepaalde zorgvuldigheid, over de timing, de relevantie en ook wat betreft duurzaamheid. Laat ik daarover helder zijn: wat Volt betreft had de reis naar Saudi-Arabië inderdaad, aangaande het thema digitale inclusie, niet plaatsgevonden. Wat Volt betreft, zetten we stevig in op de klimaatdoelen en geven daarin als gemeente dus ook het juiste voorbeeld. Vliegen lijkt nog te vaak de standaardoptie, terwijl met de trein of de bus vaak een prima alternatief voorhanden is. Daarom dienden wij samen met GroenLinks ook de motie in. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dank. Dat is de motie die al ingediend is, perfect. Dan de heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Ik heb eerst nog even een interruptie voor Volt, als dat even kan, voor de heer Dekkers. Leuk, die motie, maar er is al een landelijke richtlijn, die is 8 uur en er zijn logische uitzonderingen: veiligheid, medisch reden of dringende verplichtingen, zoals de gemeenteraad bijvoorbeeld.

Dus is deze motie nou niet symboolpolitiek en compleet overbodig? Wat mij betreft is het niet aan ons om bestuurders te verplichten hoe ze moeten reizen. Prima om treinreizen te stimuleren, maar dat gebeurt al. Er is een landelijke richtlijn en dan komt de Rotterdamse gemeenteraad weer aanzetten, doen we nog even een extra motie, plus doen we er 2 uurtjes bij. Wat heeft dat voor zin? Dat is echt micromanagement, vindt u ook niet? De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, ik denk, als je soms gedragsverandering wil, dat je een stok achter de deur nodig hebt en ik denk, in dit geval, in Rotterdam, dat we die stok achter de deur dus ook nodig hebben. Zolang we soms toch nog het vliegtuig nemen naar Parijs, denk ik dat het goed is dat we elkaar eraan herinneren: laten we dat nou niet doen, laten we echt naar alternatieven kijken. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Prima. Ik ga met mijn bijdrage, ik vind het allemaal echt micromanagement eerste klas. Maar goed, dit is volgens mij, voorzitter, de vierde keer dit jaar dat we debatteren over de dienstreizen van onze wethouders, de vierde keer. Ik blijf me verbazen over dit hele kleine denken van de raad. Wij vinden dat we ons als raad moeten richten op de grote opgave voor onze stad.

Het eindeloos discussiëren over dienstreizen van wethouders hoort daar, wat ons betreft, niet bij. Wethouders moeten hun werk kunnen doen. Soms betekent dat de stad uit, omdat je internationale partners wil ontmoeten, kennis wilde ophalen of investeringen naar Rotterdam wil halen. Dat is geen luxe. Dat is onderdeel van je verantwoordelijkheid als wethouder. Het is niet aan ons om op detailniveau te bepalen of een werkbezoek wel of niet nuttig was. Wij controleren wethouders op hun beleid en hun resultaten, niet op het aantal stempels in hun paspoort. Veel partijen willen graag dat bestuurders zich verantwoorden over ieder uurtje en iedere kilometer. Dit is dorpspolitiek en doet geen enkel recht aan de positie van Rotterdam als internationale stad. We moeten bestuurders de ruimte geven om hun werk goed te doen en hen te beoordelen op wat ze voor onze stad betekenen. De stad vooruithelpen, dat is waar het om gaat, niet om klein politiek theater voor de bühne. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Een reactie van de heer Biljoen. raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1745

De heer BILJOEN (gl): Voorzitter, ik verbaas mij echt over de bijdrage van de Rotterdamse VVD en ook dat ze praten over klein denken. Bent u het niet met mij eens dat het college een voorbeeldrol heeft? De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Van Dommelen. U bent door uw tijd heen, trouwens. Maar krijg je daar dan 30 seconden voor? Ja, ga uw gang. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Dank u wel, voorzitter, voor de 30 seconden, zeer gewaardeerd. Het verbaast me dat dat u verbaast, want, nogmaals, vierde keer dat we hierover spreken en we zijn iedere keer heel duidelijk geweest. Wij vinden dat de raad zich bezig moet houden met het beoordelen van de resultaten van het college en niet de manier waarop ze het doen. En voorbeeldfunctie, dit is een grote stad, dit is een internationale stad, wij noemen onszelf wereldstad. Daar hoort bij dat je je ook op het wereldtoneel beweegt. Dat is het goede voorbeeld geven, dat je je gewoon gedraagt als een wethouder van een stad die zich op het wereldtoneel beweegt. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Biljoen. Oh, de heer Roskam was eerst. Wat zijn we collegiaal vandaag. De heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Dank, voorzitter. Wat me opvalt is: als je eigenlijk vraagt om transparantie, om de doelmatigheid van iets toe te leggen, dat dat dan eigenlijk verscholen wordt eigenlijk achter: we zijn een wereldstad.

Ik denk dat mensen ook vreemd zouden opkijken, wereldstad, in sommige delen van de wereld krijg je een vliegtuig cadeau als je op zakenreis gaat. Maar ik denk als een wethouder Simons terug zou komen met een boot die hij heeft gekregen in China, dat we toch ook wel een beetje vreemd zouden opkijken. Daarnaast, mensen met een uitkering moeten door allerlei hoepeltjes springen om zich te verantwoorden, maar van de wethouders, nee, een wereldstad, jongens, carte blanche. Wij vragen heel duidelijk: het gaat ons niet om de kilometers, het gaat om de doelmatigheid en de verantwoording, want die ontbreekt. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Dat is op zichzelf een heel leuke grap van de heer Roskam, maar hij maakt daarmee het debat natuurlijk wel een beetje belachelijk. We hebben het helemaal niet over een vliegtuig cadeau krijgen, we hebben het gewoon over dienstreizen en we hebben het over uiteindelijk het meten van het resultaat van een wethouder. We hebben hier een verantwoordingsdebat en dan kijken wat een wethouder heeft bereikt, of hij zijn targets heeft gehaald. Daar hebben we het over en de manier waarop een wethouder dat doet, daar heeft hij een grote mate van eigen verantwoordelijkheid in en daar staan we voor. Wij zijn geen kruidenier die elke euro die de wethouder nodig heeft om zijn beleid uit te voeren, gaat controleren.

Wij kijken naar het totale beleid van de wethouder en het resultaat van de wethouder. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Blijft u even staan, want de heer Dekkers wil daar ook op reageren. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, dank u wel. Als ik de VVD hoor dan denk ik soms: we horen nog een verhaal uit een andere tijd. Als we gaan kijken in het bedrijfsleven, zie je dat bedrijven hun leasebeleid aanpassen, hun richtlijnen om te reizen. Dus we leven in een tijd waar we een klimaatprobleem hebben, waarbij we een voorbeeldfunctie hebben en waarbij het goed is dat we daar debat over hebben. Als we zien dat de richtlijnen blijkbaar te onhelder zijn en dat we dus ook uitwassen zien die we eigenlijk niet willen zien, dan is het volgens mij heel goed dat we gewoon een aantal zeer nette en goede richtlijnen meegeven.

raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1746

De VOORZITTER (mevrouw Bruin): De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Voorzitter, bij mijn vorige werkgever hadden we ook een beleid rondom wel of niet met trein of vliegtuig reizen, daar ben ik ook helemaal niet op tegen. Maar wat we niet deden, is als er een landelijk beleid was, dat we dan in Rotterdam nog even een extra beleid erbovenop gingen doen. We hadden gewoon een landelijk beleid. Dat geldt wat mij betreft voor het treinreizen en als het gaat om dienstreizen in zijn algemeenheid: ik vind het heel bekrompen om te denken dat alleen de wethouder economie Haven moet reizen, want wat dat betreft gaat het belang van de stad veel verder dan alleen op het gebied van economie en haven. De wethouder Onderwijs is onlangs naar Manchester geweest voor een inspiratiereis, ook dat hoort bij je vak. Daar heb ik geen enkele moeite mee. Waar we wel naar kijken, is of hij dat doet wat we hebben afgesproken met hem op het gebied van onderwijs. Dus dat hele kleine denken, daar gaat het me om. Het controleren van elke euro, richtlijnen geven, je mag wel daarvoor ernaartoe en daarvoor niet. Dat is zo op de stoel van de bestuurder gaan zitten en daar gaat het om. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): U bent echt dik door uw tijd heen. U mag reageren, absoluut, maar ik wijs u er even op. Waren er nog andere partijen die inbreng hadden op dit agendapunt op dit moment? Nee.

Dan gaan wij door naar de beantwoording door de wethouder. Ga uw gang. De heer SIMONS (wethouder): Ik zal toch nog, voordat ik naar de moties ga, toch nog even een paar dingen met u delen. We zijn allemaal trots op onze haven. 80 procent van de bedrijven die in onze haven actief zijn, hebben hun hoofdkantoor in het buitenland. De haven genereert 190.000 banen voor gewone Rotterdammers, voor mensen in de regio. Als we buiten de haven kijken, even naar de 44 bedrijventerreinen die we hebben, ook een groot deel daarvan zijn internationale bedrijven of Nederlandse startups, scaleups met internationale allure. Dus ik vind het bijna logisch dat wij als stad natuurlijk daar ons goed van bewust zijn. Je kunt natuurlijk wel vragen van al die bedrijven of als je een keer met die directie wil spreken of met een cluster wil spreken, komt u maar naar het stadhuis toe. U zult begrijpen: dat is natuurlijk een onbegaanbare weg. Het zou natuurlijk, vanuit mijn positie zou ik makkelijk kunnen zeggen: prima, burgemeester en wethouder Haven en de rest niet.

Maar dat is ook heel onterecht, want ik moet even denken aan de dienstreis of de ambtsreis van wethouder Buijt en wethouder Versnel naar Oost-Europa, naar de bron van overlast die wij van een klein deel van de Oost-Europeaanse medewerkers die op straat worden gezet, die door onze stad zwerven, om daar met de landen van herkomst gewoon goede afspraak te maken. Wat kunnen we, hoe kunnen we elkaar nou helpen dat mensen niet op straat komen? Ik denk ook aan collega Zeegers die meestal hier rechts van mij zit, die een paar keer per jaar naar de vastgoedbeurs gaat in Zuid-Frankrijk. Ik ben er zelf ook geweest. Dat is een heel efficiënte en doelmatige reis, want dat is een soort speeddate dat je in één dag, want al die bedrijven zijn daar, al die ontwikkelaars zijn daar, al die investeerders zijn daar, je hebt een speeddate en je praat met al die bedrijven in één dag. Als je dat hier op het stadhuis moet organiseren, ben je een halfjaar verder. Verder vond ik wel een aantal gewoon grappige opmerkingen waar je best om kunt lachen. Ik ben het overigens met u allen eens dat, als de bestuurders, maar het gaat ook voor een deel van de motie waar ik zo op terechtkom, over onze ambtelijke ondersteuning, dat er een gewoon een goede verantwoording moet zijn. We hebben een kader, dat is altijd logisch dat je dat na verloop van tijd ook gewoon gaat aanpassen en dat gebeurt ook.

Dat heeft u al afgesproken met de burgemeester, want ik sta hier ook even in de schoenen van de burgemeester nu. Het is haar portefeuille, volgens mij. Dus daar is geen verschil van mening over. Ik kan u ook vertellen dat in Q4 dat nieuwe kader klaar is en dan gaat het naar uw raad en dan kunnen we in de commissie en de raad nogmaals gaan bekijken of het aan alle wensen voldoet. De wensen worden meestal hier verwoord in moties. Ik heb ze hier in willekeurige volgorde in mijn hand. Bovenaan ligt de motie van DENK en die vraagt lessons learned. Daar ben ik sowieso al een voorstander van dat we af en raadsvergadering van 11 september 2025

Notulen pagina

1747

toe eens even denken: wat gaat goed en wat kan beter? Ik zie deze motie ook, ook het presenteren aan de raad: wat is nou het resultaat van zo'n reis geweest, dat dat beter en scherper kan. Dan ben ik het eigenlijk met u eens. Dus ik zie deze motie van DENK dan ook als input voor het beleidskader wat wordt aangepast, wat u in Q4 krijgt. Dus ik kan om die reden deze motie ook omarmen. Dan motie ‘ik ga op reis en ik neem mee’. Dat is een leuk titel, dus dat is ook altijd wel mooi. Deze reis zie ik ook gewoon als input ook voor datzelfde beleidskader. Er staat wel in dictum 1, het eerste bolletje, daar staat en daar heb ik ook met de indiener discussie over gehad: een concreet en aantoonbaar doelmatig zijn, qua opbrengst, voor de gemeente. Dan moet ik gewoon denken aan bijvoorbeeld de handelsmissies die ik heb mogen leiden. Dan ga je met 10 bedrijven naar Singapore en dan heeft er eentje landt er in Singapore, 2 hebben een opdracht. Dat is een enorm succes. Drie, vier bedrijven zeggen: dat is onze markt niet. Dus ik heb ook tegen de heer Roskamp gezegd, de indiener van deze motie, de eerste ondertekenaar: het is natuurlijk wel een meetprobleem, het is niet zwart-wit. Dus daar moeten we wel een modus in kunnen vinden dat dat ook gewoon in alle redelijkheid aangetoond kan worden.

Maar ik vind wel, daarvoor ben ik het ook wel eens met dit dictum, dat we daar wel iets beter ons best voor kunnen doen. Dat je in het laatste jaar van een ambtstermijn enigszins terughoudend bent. Want inspiratiereizen doe je het eerste of het tweede jaar. In het laatste jaar of het derde jaar moet je wel iets kritischer zijn. Er zijn ook gauw nog gewoon belangrijke jaarlijkse terugkerende reizen waar het gewoon belangrijk is. Onze burgemeester zit op het ogenblik in het vliegtuig naar Zuid-Afrika, gaat ze naar de U20. De U20 zijn eigenlijk de 40 grootste steden of belangrijke steden in de wereld. Het is gewoon belangrijk dat Rotterdam daarbij is. Of dat allemaal in KPI’s is te vatten, dat vraag ik me af. U vraagt ook nog in het derde dictum, want het is best een uitgebreide motie, wanneer een uitzondering is. Dat is wel mooi, want ik kan natuurlijk een aantal uitzonderingen noemen. Ik ga volgende week op dienstreis met commissie MHEK naar Leuven, anderhalve dag, maakt u zich geen zorgen. We gaan met de bus, allemaal in de bus. De bus is vol bezet. Daar zitten mensen van Erasmus in, van de TU, van de raad, dus dat doen we allemaal goed. Dat is op verzoek van de raad. Daar is een belangrijk Life Health en Science cluster en de raad ziet dat ook, of de commissie. Dat is ook een belangrijke economische pijler die we verder moeten ontwikkelen.

Dus ik zeg: als u dat wil als commissie, ook al is het een half jaar voor de verkiezingen, gaan we daar natuurlijk naartoe, want die kennis is niet verloren. Die gaat mee naar de mensen van de Erasmus Universiteit, die gaat mee met de mensen van de Universiteit, die gaat mee met onze ondersteunende ambtenaren. Dus ik ga ervan uit dat dat soort uitzonderingen logisch zijn. Dan kom ik tot de motie van GroenLinks en Volt ‘Rotterdam pakt de trein’. Dat doen we al. We volgen gewoon keurig de landelijke richtlijn, dat is 8 uur, dat is ook mooi, dat is een werkdag. Dus deze motie voegt daar onvoldoende aan toe en het moet ook op een gegeven moment niet zo zijn dat bestuurders, maar ook ambtenaren, gewoon 2, 3 dagen aan het reizen zijn voor 1 dag vergaderen, want daar komt het wel op neer. Want nachttreinen, op sommige trajecten is dat oké, maar op andere trajecten niet. Als we vrouwelijke medewerkers hebben, een actueel thema, helaas, als die 's nachts op een donker station moeten overstappen, gaan we dat niet doen. Dus die gaan dan de volgende dag. Dan lijkt 2 uur weinig, maar dat kan net het verschil maken of je nog wel op zo'n dag gewoon in een dag naar huis kunt komen of dat je tot de volgende ochtend moet wachten.

We moeten het ook een beetje efficiënt hebben, want er werd terecht natuurlijk ook in de discussie net al gezegd: het kost allemaal geld en we moeten gewoon goed op het geld letten. Dus 8 uur, prima, dat doen we al. Als je dat verder brengt, wordt het gewoon inefficiënt in de ogen van het college. Daarom ontraden we deze motie. Stopzetten buitenlandse reizen van mevrouw Verkoelen. Ik heb net al uitgelegd dat het soms ook heel erg handig is dat andere wethouders dan de wethouder Haven of de burgemeester op pad gaan. Je moet natuurlijk altijd een goed verhaal hebben, er moet een goede reden zijn, maar dit vind ik echt kort door de bocht. Dus daarom ga ik deze motie ontraden. De VOORZITTER (mevrouw Bruin): Dank, wethouder. Waren er vragen blijven liggen? Mevrouw Verkoelen. raadsvergadering van 11 september 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=28aeb40f-1f26-456d-a621-4f23e19fa983