20250911- Notulen van de raadsvergadering van 11 september 2025
Tekst van het document
Het is voor mij een voorbeeld dat geldt voor het gehele verhaal. Dat kan ik hier kwijt en dat is de reden waarom ik dat doe. Ik ga verder. We hebben hem gehad, ik zal het niet nog een keertje herhalen, want dan gaan ze weer allemaal staan. Maar goed, voorzitter, daarmee blijft de kernvraag onbeantwoord: is het welzijnswerk precies zoals de ombudsvrouw wel zei, rechtmatig, doelmatig en behoorlijk besteed? Het antwoord is weggemoffeld in rapportages zonder effect of impact. Dat is niet alleen pijnlijk, dat is onacceptabel. Daarom dien ik de 3 moties in, want, zoals ik al zei, welzijnswerk in Feijenoord is aan de orde gesteld, maar het gaat over de hele stad op dezelfde manier. Ik ga het over aanvullend onderzoek, onafhankelijk meldpunt en het toetsingskader welzijn. Voorzitter, voor mijn fractie is er eigenlijk niets nieuws onder de zon. Zolang de coalitie, want dit is geen nieuw verhaal wat ik u vertel, ik heb het al 3 jaar dat ik het u aan de orde stel, zolang de coalitie deze wethouder de hand boven het hoofd houdt en genoegen neemt met nietszeggende antwoorden, zal er opnieuw niets veranderen. Voorzitter, dat is niet alleen pijnlijk, het is ronduit verdrietig, intens verdrietig. Rotterdammers verdienen eerlijkheid en transparantie en dat is precies wat deze wethouder al 4 jaar niet levert op het thema welzijn.
Het is na 4 jaar echt tijd om hem stevig daarop aan te spreken en te blijven aanspreken. Ik heb 3 moties. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mevrouw Verkoelen. Ik zie de moties graag tegemoet. U hebt een interruptie, mijnheer? De heer AKHATAB (denk): Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan mevrouw Verkoelen. U had het net ook over een breed gedragen motie die wij als fractie in 2022 hebben ingediend, inderdaad, met uitzondering van 50PLUS, waar u fractievoorzitter van bent. Nu dient u eenzelfde soort motie in. Dus ik ben even benieuwd waar deze draai vandaan komt en waarom u nu wel voor zo'n soort motie kiest. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Dat wil ik heel graag beantwoorden. Wat u laat zien, is dat ik een partij ben en iemand ben die iemand een kans geeft. Ik zat toen pas 2 à 3 jaar in de raad en dacht: daar ga ik niet aan meedoen. Ik geef deze wethouder een kans. De motie kwam en vervolgens wordt er niets mee gedaan. En nu, 6,5, 7 jaar verder denk ik: wat een bende. Precies de kern van de zaak. Ik geef wethouders wel een kans, alleen ze moeten hem wel pakken.
raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1716
De VOORZITTER (de heer De Waard): Mijnheer Akhatab. De heer AKHATAB (denk): Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp de kans niet helemaal. Waar geeft u een kans aan de wethouder? Ik snap het niet. We hebben die motie ingediend. U was daar zelf op tegen. Waarom bent u dan tegen en waarom dient u nu wel die motie in? Ik begrijp niet helemaal de link met: ik geef een wethouder een kans. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Omdat toen, beste voorzitter, omdat toen gezegd werd door de wethouder: ik ben het met u eens, ik ga er wat mee doen en ik wil er wel wat mee, maar er toch gezegd werd: dat heeft ons allemaal te lang geduurd en ik dacht: nee, ik geef het college een kans. Ik geef het college een kans en dan ga ik niet meedoen aan een motie die vervolgens daartoe oproept, wanneer je denkt: die wethouder gaat het oppakken. Maar de wethouder heeft het vervolgens 3,5 jaar lang daarna niet gedaan. Dat is het probleem. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Verkoelen heeft de volgende moties ingediend. Motie 2.
Toetsingskader Welzijnsopdrachten! “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 11 september 2025, ter bespreking van Financieel onderzoek welzijnswerk Feijenoord; constaterende dat: - er bij de Welzijnsopdracht in Feijenoord geen toetsingskader was om doelen en resultaten te meten; - hierdoor niet kan worden vastgesteld of miljoenen aan welzijnsgeld daadwerkelijk effect hebben gehad; overwegende dat: - transparantie en doelgerichtheid noodzakelijk zijn voor vertrouwen in het welzijnsbeleid; verzoekt het college: - om uiterlijk in de P&C-cyclus 2026 een toetsingskader welzijn aan de raad voor te leggen, met daarin per opdracht: meetbare doelen, indicatoren, verantwoordingscriteria en periodieke evaluaties; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. P.J.H.D. Verkoelen en A. Kockelkoren Motie 3. Aanvullend financieel onderzoek welzijnswerk Feijenoord! “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 11 september 2025, ter bespreking van Financieel onderzoek welzijnswerk Feijenoord; constaterende dat: - adviesburo EY concludeerde dat niet duidelijk is hoe meldingen zijn opgevolgd en adviseerde aanvullend onderzoek; overwegende dat:
raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1717
-
de raad via de motie 'Financieel onderzoek naar welzijnswerk in Feijenoord' en de Ombudsman de vraag stelden of het welzijnsgeld rechtmatig, doelmatig en behoorlijk is besteed; die kernvraag na drie jaar nog steeds onbeantwoord is;
verzoekt het college: - om alsnog een onafhankelijk, inhoudelijk financieel en doelmatigheidsonderzoek te laten uitvoeren naar de besteding van middelen door Humanitas in Feijenoord (2018-2022) - de resultaten uiterlijk vóór de begrotingsbehandeling 2026 aan de raad te presenteren; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. P.J.H.D. Verkoelen, A. Kockelkoren en T.S.J. Coşkun Motie 4. Onafhankelijk meldpunt externe leveranciers! “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 11 september 2025, ter bespreking van Financieel onderzoek welzijnswerk Feijenoord; constaterende dat: - er geen loket is voor integriteitsmeldingen over gesubsidieerde instellingen; - klachten hierdoor versnipperd en gebrekkig zijn afgehandeld; overwegende dat: - onafhankelijkheid en vertrouwen cruciaal zijn bij klachtenafhandeling; verzoekt het college: - om per direct een onafhankelijk meldpunt in te richten voor klachten en integriteitsmeldingen over gecontracteerde en gesubsidieerde instellingen; - hierbij jaarlijks te rapporteren over aantal, aard en afhandeling van de meldingen; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. P.J.H.D. Verkoelen, T.S.J. Coşkun en T. Kind De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen.
De VOORZITTER (de heer De Waard): In het kader van volledigheid deel ik de raad ook even mede dat, als u het woord krijgt na een interruptie, dan krijgt u gewoon 1 keer 30 seconden en niet op eigen verzoek 2 keer 30 seconden. Dat gaan we natuurlijk niet doen. Mevrouw Van Wifferen, het woord is aan u. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, even een punt van orde voelen. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Verkoelen, uw punt van orde. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Dat ben ik helemaal met u eens, maar dan vind ik ook dat ik per ingesproken iemand die een vraag stelt, ook een antwoord mag geven. Dan vind ik het niet om dan het te gaan verzamelen, want dan, ja, als er dan op een gegeven moment 10 mensen met vragen gaan komen en dan krijg je dan maar 30 seconden om het te beantwoorden, is dat buitenproportioneel fout. Dus dan vind ik ook dat u zich moet houden aan het gegeven: iemand stelt de vraag, antwoord 30 seconden, iemand stelt de vraag , antwoord 30 seconden. Dan moet u zich ook aan de regels houden.
raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1718
De VOORZITTER (de heer De Waard): De voorzitter van de raad gaat over de orde van de raad. Dat zou u, als voorzitter van de commissie BWB, moeten weten. Dus dan weet u ook dat de voorzitter deze regels maakt. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, punt van orde: dat doet de voorzitter niet. De voorzitter voert ze uit. Daarom had ik ook een punt van orde. Ik meldde u even hoe het reglement van orde was. De VOORZITTER (de heer De Waard): Ik ga hier graag met u wel een keer een bak koffie over doen, want u wilt natuurlijk overal even op reageren en dat mag in principe als punt van orde, zeer zeker, maar als voorzitter van de raad gaan we nu even lekker verder met het debat. Dank u wel. Mevrouw Van Wifferen, het woord is aan u. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66): Voorzitter. Humanitas in Feijenoord was natuurlijk jarenlang een enorm drama. Ik zat destijds ook in de raad en ik heb hier de 20 insprekers gezien waar sommigen echt huilden van ellende over de samenwerking met Humanitas. Er werden heel veel projecten niet uitgevoerd, zoals een lokale munt, gratis zwemles met een tegenprestatie, nooit een tegenprestatie gezien. Er was een angstcultuur en er waren echt heel veel vragen wat er nou met het geld gebeurde.
Er is destijds ook, door wethouder De Lange, nog speciaal een ambtenaar opgezet die als enige taak, volgens mij, had om dit echt bij te houden en daar kwamen ook rapportages uit elke 3 maanden. Dus er werd wel op een gegeven moment naar gekeken. Maar omdat er zoveel gebeurd is, omdat er ook nog best wel veel pijn hierover is in de wijk, is het ook wel goed dat we dit niet zomaar achter ons laten. Niet zoals de directeur van Humanitas zei: we sluiten dit boek en we gaan verder. Nee, er is te veel gebeurd om dat zomaar te laten gebeuren. Daarom sluit ik me ook aan bij Leefbaar Rotterdam dat het wellicht goed is om daar toch nog dieper naar te kijken. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Wat ik wel fijn vind, is dat dat de wethouder uitgaat van een onafhankelijk meldpunt. Destijds hebben we daar bij wethouder De Lange ook om gevraagd en die zei: mensen kunnen gewoon bij mij komen melden en dat is goed genoeg. Dat is natuurlijk een heel hoge drempel om naar een wethouder toe te stappen. Dus een onafhankelijk meldpunt lijkt me heel goed. Ook goed dat dat is toegezegd. Ik denk, waar we nu mee verder zijn, is waar we ook later bij het debat over welzijn aankomen, is dat we echt gaan naar een betere verantwoording. Want in het verleden waren dat citaten van tevreden bewoners.
Inmiddels kijken we echt wat er gebeurt en mensen moeten ook echt gaan verantwoorden: wat doet nu het welzijnswerk? Maar ik denk dat goed terugkijken en echt kijken of het geld goed besteed is, nog 1 keer, toch wel nuttig is in dit geval. De VOORZITTER (de heer De Waard): U hebt een interruptie van mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, ik kan me eigenlijk ontzettend goed aansluiten bij het betoog van mevrouw Van Wifferen, maar ik vraag me wel af: als ik naar het dictum van de motie kijk die zojuist door Leefbaar en VVD is ingediend, dan gaat dat niet zozeer over het terugkijken op deze specifieke casus, maar dan gaat het over een verbeterplan om te komen tot meldings- en monitoringsprocessen. Dus dat is eigenlijk een andere oproep dan u hier betoogt. Als ik u hoor, ik ben het namelijk eigenlijk met u eens dat deze casus nog niet afgehecht is. Dat zegt ook de ombudsman. Bent u het dan met ons eens om daar dan nog stappen in te zetten? De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66): Ik denk dat hier een misverstand is. Ik denk dat mijnheer Crielaard het even voor me gaat ophelderen, want er is een motie die ik al heb gezien, maar die hij nog niet heeft ingediend. Dat maakt het natuurlijk in deze discussie een beetje warrig. Dus dank daarvoor. raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1719
De VOORZITTER (de heer De Waard): Zal ik het woord aan mijnheer Crielaard geven, inderdaad. Mijnheer Crielaard. De heer CRIELAARD (lr): Dat klopt. Ik heb net een motie ingediend voor een verbeterplan omtrent de meldingen en procedure. Wat ik in mijn betoog wel heb gevraagd, is aan de wethouder om nog een keer klip-en-klaar duidelijk te maken waarom er nu geen reden is voor zijn doelmatigheid. Al naar gelang zijn antwoord zal ik kijken of ik alsnog een motie indien of met een motie mee ga. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Van Wifferen. Maar niet voordat we mevrouw Verkoelen nog even gehad hebben. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, mevrouw Van Wifferen heeft wel gelijk: er is een eerdere motie geweest en daar is dat dictum uitgehaald en dat dictum staat in de motie die ik ingediend heb. Dus als je daar even naar kijkt, daar gaat het alleen maar over nader onderzoek. Dat is wat u vraagt en dat is wat die motie ook zegt. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66): Net als altijd bekijk ik alle moties met serieuze interesse, maar mijn betoog was ondertussen al afgerond. Tot zover. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mevrouw Van Wifferen. Dan gaan we door naar de volgende spreker, dat is mijnheer Akhatab. De heer AKHATAB (denk): Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we dan eindelijk het rapport van Ernst en Young over het onderzoek naar het welzijnswerk in Feijenoord.
Aanleiding voor dit onderzoek waren meldingen over misstanden in het welzijnswerk op Feijenoord. Voorzitter, laat ik ook toch nog even gezegd hebben dat 3 jaar voor een onderzoek, wat onze fractie betreft, ook veel te lang is. Daarom vragen we ons ook oprecht af waarom dit zo lang heeft moeten duren. Graag een reactie van de wethouder. Als we het rapport lezen, komt duidelijk naar voren hoe de gemeente intern is omgegaan met de meldingen die binnen zijn gekomen. Dan verbaas ik mij toch wel hoe lastig het blijkbaar is voor de gemeente om verschillende meldingen samen te brengen, te behandelen of überhaupt meldingen die via verschillende kanalen zijn binnengekomen samen te brengen. Je zou verwachten van een professionele gemeente als Rotterdam dat dit wel goed zit. Maar mij geeft het het gevoel bij het lezen van het rapport dat het een zooitje is en dat de gemeente eigenlijk niet zo goed weet hoe ze met dit soort meldingen om moet gaan.
Voorzitter, een vraag aan de wethouder: is dit inmiddels opgelost en is er nu een soort van protocol hoe om te gaan met bijvoorbeeld lastige meldingen of meldingen waar de gemeente niet zo goed weet wat ze ermee aan moeten en is er bijvoorbeeld nu ook een systeem dat verschillende beleidsafdelingen die meldingen binnenkrijgen deze wellicht met elkaar gelinkt kunnen worden? Voorzitter, dit was ook een van de adviezen van het rapport dat verschillende meldingen via standaardprocedures behandeld en gedocumenteerd worden. Graag een reactie van de wethouder. Voorzitter, dan over de motie die mijn fractie in 2022 heeft ingediend. Het rapport van Ernst en Young stelt in het rapport dat een aanvullend onderzoek voor nu niet nodig is. Wel stelt het rapport en de aanbeveling het volgende: dat het niet kan worden uitgesloten dat er verdere opvolging nodig is, mocht er meer informatie opduiken. Ik ben dan ook blij dat de wethouder en het college in gesprek zijn met de melder om te kijken welke aanvullende informatie er is. Ook goed om te lezen dat de aanbevelingen die uit het rapport zijn gekomen, deze door het college worden overgenomen. De VOORZITTER (de heer De Waard): U hebt een interruptie van mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, ik vind die conclusie van dat het rapport van Ernst en Young zegt dat het niet voor u niet nodig is.
Ik lees: mogelijk bestaat er een grondslag voor raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1720
aanvullend onderzoek naar financiële misstanden. Daarvoor zou beter onderzoek naar de meldingen nodig zijn. Dus die conclusie dat het niet nodig is, die lijkt mij niet te kloppen. Bent u het daarmee eens? De VOORZITTER (de heer De Waard): Mijnheer Akhatab. De heer AKHATAB (denk): Voorzitter, die conclusie heb ik niet op die manier uitgesproken. Ik heb gezegd: voor nu is het niet nodig en in het rapport lezen we ook: op basis van de gemeente bekende feiten en informatie is het nu niet nodig. Mocht er meer informatie bekend zijn, dan kan er weer een onderzoek heropend worden op wat voor manier dan ook. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, we zijn hier nu 3 jaar mee bezig. Ik vind het eigenlijk te triest voor woorden dat we het hier überhaupt vandaag in een regulier debat notabene moeten bespreken. Dan zegt u nog steeds: voor nu niet nodig. Misschien komen er nog via een meldpunt nog andere meldingen, dan gaan we misschien nog eens een keer wat onderzoeken. Terwijl nu klip en klaar is dat daar financieel de handel niet goed is verlopen. Zeg nou gewoon dat je geen onderzoek wil, dan hebben we het helder. Ik vind dit hele uitstel en gedoe, het verdient echt absoluut geen schoonheidsprijs. Geef dat nou gewoon toe met elkaar. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mijnheer Akhatab.
De heer AKHATAB (denk): Voorzitter, er ligt gewoon, wat mij betreft, een onderzoek. Dat hebben we hier nu voor ons en uit dat onderzoek is gebleken dat er voor nu, de informatie die nu op tafel ligt, dat daar geen verder onderzoek naar nodig is. De wethouder is in gesprek en dat is ook een van de aanbevelingen die uit het rapport is gekomen De wethouder is nu in gesprek met de melder en mocht, naar aanleiding van die gesprekken, toch nog een onderzoek extra onderzoek nodig zijn, want het onderzoek is inmiddels geweest, extra onderzoek nodig zijn, dan kunnen we eventueel kijken en dan laat de wethouder ons tijdig weten welke aanvullende stappen er worden genomen. Voorzitter, ik was ook aan het einde van mijn van mijn bijdrage. Dank u wel. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mijnheer Akhatab. Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66): Voorzitter, ik heb nu nog wel een vraag over de motie. Houdt u dan de motie aan totdat dat is gebeurd, of doet u hem al heel snel af? De VOORZITTER (de heer De Waard): Mijnheer Akhatab. De heer AKHATAB (denk): Voorzitter, heel snel af doe ik hem niet, want we zijn inmiddels al 3 jaar bezig, inderdaad. Dus zo snel is dat niet. Maar goed, voorzitter, ik doe de motie wel af, want in principe is er wel een onderzoek geweest. Dit is op dit moment. Dus de motie doe ik af. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mijnheer Akhatab.
Andere sprekers, mijnheer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Het is mooi dat DENK de motie af doet, maar we hebben ook een brief gekregen, natuurlijk. Tenminste, CC, dat is een brief aan het college van onze ombudsman van 1 september. Er is al aan gerefereerd. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van het college op die brief aan onze ombudsman, want hij stelt: er is helaas nog geen onderzoek raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1721
gedaan naar de vraag of het Rotterdamse geld goed besteed is en er is ook nog geen antwoord gekomen op de motie. Verder eindigt ze met de gedane toezegging in het achterhoofd wacht de stad, wij incluis, al een hele poos op het inhoudelijke antwoord op de vraag: zijn de gelden welzijnswerk Feijenoord rechtmatig, doelmatig en behoorlijk besteed? Dit antwoord zien wij graag alsnog tegemoet en wij zien graag het antwoord van het college aan de ombudsman, zodat wij dat weer kunnen toetsen. Want ik denk dat de wijk Feijenoord en de hele stad zit te wachten op een echte afdoening van de motie van 2022. Graag een reactie van het college. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mijnheer Coşkun. Andere sprekers? Zo niet geef ik het woord aan wethouder Achbar voor de beantwoording. De heer ACHBAR (wethouder): Dank, voorzitter. Allereerst mijn felicitaties en complimenten richting mevrouw De Bruijn voor haar maidenspeech. Ik vond het een inspirerend verhaal. Om daarmee te beginnen, ik haal daar even een passage uit en dat was waarin u refereerde naar die welzijnswerker die een beetje schrok dat u zei 2022 zijn we nog bezig met het afdoen van een motie en tegelijkertijd hoor ik net in bij de laatste spreker dat die juist snakt naar nog een reactie op basis van die motie.
Dat geeft dus net ook aan het dilemma van hoe ga je hier nou zorgvuldig mee om en zorg je ervoor dat hetgeen wat toen gevraagd was, in een turbulente periode van welzijnswerk in onze stad en de signalen die toen binnenkwamen, op een redelijk structurele manier, kan ik beamen, want toen was ik ook raadslid, de twintig sprekers en volgens mij was dat niet 1 keer, maar echt een aan aantal keer die kwamen inspreken, dus er gebeurde echt wel wat in die stad. Dat voelde u ook wel, met name ook in Feijenoord met het welzijnswerk. Op basis van die signalen is er een motie ingediend. Dat is bij mij terechtgekomen in een andere rol, een andere functie en ook een andere verantwoordelijkheid. Laat ik dan ook beginnen te zeggen: het heeft te lang geduurd, dat had veel meer prioriteit moeten krijgen vanuit mijn kant, als ik daar nu op reflecteer, op de vraag die ook werd gesteld. Maar desondanks, het heeft wel bij mij op de rol gestaan. Het is nou niet dat het niet op de rol heeft gestaan alleen met alle uitdagingen die de stad heeft en de brede portefeuille die ik heb, even gekscherend gezegd: los van mijn reis naar Saudi-Arabië of mijn managementcursus die ik volg, ben ik me ook intensief aan het inzetten op de bredere portefeuille die ik heb. Dan heeft net een onderwerp iets minder aandacht dan het eigenlijk verdient. Vandaar dan ook die vertraging.
Dat betekent niet dat er nooit gesprekken over zijn geweest intern. Want ik heb er echt regelmatig ook naar gevraagd van jongens, hoe zit het daarmee? Met name ook over de rechtmatigheid en de doelmatigheid van het besteden van die middelen op basis van de signalen en de gesprekken die ik ook had met die partijen uit de stad. Om dan een klip-en-klaar antwoord te geven dat werd gesteld, een onderzoek naar rechtmatigheid en doelmatigheid, onderzoekt of het geld is besteed aan de afgesproken doelen en of helder is waar het geld naartoe is gegaan. Dat is vastgesteld. Daarvan kan ik zeggen: dat is vastgesteld. Ik heb de eindverantwoording ingezien en heb dat ook zelf vast kunnen stellen. Dus wat dat betreft gaat het om de afgesproken doelen en of helder is waar het geld naartoe is gegaan. De kritiek richt zich eigenlijk op 2 punten. Er is werk uitgevoerd door partijen buiten het gebied Feijenoord en werk werd uitgevoerd door een bedrijf dat persoonlijke relaties had met het management van Humanitas. Beide punten zijn volgens het contract in principe niet verboden, maar zoals de heer Zielstra hier ook zelf zegt: het is best ongelukkig op het moment dat je een partner vraagt om een opdracht uit te voeren, omdat er dan een beeld ontstaat van belangenverstrengeling.
De implicaties van belangenverstrengeling kunnen onderzocht worden met het forensisch onderzoek, maar dat is wel een heel zwaar middel om in te zetten op basis van hetgeen wij nu weten. Ook omdat ik heb vastgesteld dat het bestuur van Humanitas hier zelf onderzoek naar heeft gedaan, dat heeft u kunnen horen en daaruit ook geen onrechtmatigheden of ondoelmatigheden naar voren zijn gekomen. Zoals ik heb aangegeven, dat is ook een aanbeveling in het Ernst en Young rapport: we hebben de melder uitgenodigd om met extra informatie te komen, want op basis van wat er nu ligt, geeft nog niet helemaal een aanleiding om verder onderzoek te doen. raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1722
De ruimte is ook gegeven om dat in vertrouwelijkheid te doen. Als daaruit nieuwe feiten komen, zal een dergelijk onderzoek zeker overwogen worden, wat mij betreft, voorzitter. De VOORZITTER (de heer De Waard): Er is een interruptie van mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, wat ik hier ingewikkeld aan vind, is dat al die tijd de verantwoordelijkheid bij de melder ligt. Deze mijnheer is hier al een aantal keren langsgekomen en die probeert bewustzijn te creëren bij ons allen en elke keer wordt er gezegd: nou, als u nog eens met iets anders komt, dan misschien. Dat kun je toch van Rotterdammers niet vragen? Dat is gewoon onze verantwoordelijkheid. Hoe kijkt u daar nu naar? De VOORZITTER (de heer De Waard): Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Een terechte vraag. Op het moment dat ik dat gesprek voer met de vraag van dit is het, want ik nog voordat u het rapport kreeg, ben ik in gesprek gegaan met de melder van dit gaat eraan komen oftewel een deel daarvan en er wordt gevraagd of hij aanvullende informatie heeft. In dat gesprek heeft hij aangegeven: ik heb aanvullende informatie. In dat gesprek heb ik ook aangegeven: u hoeft dat niet over te dragen aan mij of aan iemand binnen het cluster. Wij willen daar echt een onafhankelijk iemand voor organiseren.
Alleen op basis van de informatie die we nu krijgen, even de woorden van mevrouw De Bruijn toch aanhalen: heel veel tijd en energie steken we erin, omdat ik het ook belangrijk vind om eens en altijd helder te krijgen: zijn er misstanden geweest of niet? Als dat niet het geval is, op dit moment is het er niet. Hoe graag ik misschien ook iets zou willen om duidelijkheid te creëren: als het niet is, is het er niet en we moeten het dan ook niet met elkaar in stand houden om dat te creëren. Er is aan de melder gevraagd: breng het alsjeblieft over, als u dat hebt. Hij heeft ook aangegeven: ik heb aanvullende informatie. Maar tot op heden is die nog niet over de brug gekomen om dat te doen. Ik hou het nog open, wat mij betreft, als er nieuwe informatie is, dan zal ik dat zeker overwegen. Nogmaals, ook ik vind het belangrijk, zeker in een gebied van Feijenoord, als er misstanden zijn, om daar duidelijkheid over te krijgen. Maar u kunt niet van mij vragen, want u ziet, ik heb dat gedaan in eerste instantie met Pinkerton. Dat vond ik nog onvoldoende. Ernst en Young gevraagd om daar duiding aan te geven. Dit zijn dan de aanbevelingen en de conclusies. Daar kan ik helaas niets meer creëren dan enkel: als er nog meer is, dan sta ik daarvoor open. Dank, voorzitter. Ga ik naar de moties. De VOORZITTER (de heer De Waard): Een interruptie van mevrouw Van Wifferen.
Mevrouw VAN WIFFEREN (d66): Ik wil toch nog iets helder krijgen, want als ik u dus goed begrijp, is het zo dat er dus wel een soort van vriendjespolitiek is vastgesteld. Want het is namelijk gewoon niet zo netjes om je eigen vrouw opdrachten te geven, maar dat is niet strafbaar. Dus ook al krijg je dat boven tafel dan kan je nog een keer zeggen: foei, maar eigenlijk kan je er verder niets mee en dan moet je dus wel heel veel geld in het onderzoek stoppen, maar het is waarschijnlijk dat dat eruit komt. Dan krijgen we hier weer klachten in de raad: jullie hebben hier zoveel geld aan een onderzoek besteed en er is niets uitgekomen, wat we wel eens eerder hier hebben gehoord. Dus dat is eigenlijk waar we nu voor staan. De VOORZITTER (de heer De Waard): Wethouder met Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Goede samenvatting, dat is inderdaad zo. Daar heb ik dus ook wel een vraag over gesteld. Je kunt inderdaad een opdracht geven aan je partner, dat is een. Maar nog belangrijker: is die opdracht dan ook zodanig uitgevoerd dat het weer terug is gekomen in die wijk? Ook daar is een check op gedaan. Dus er is wel een opdracht verleend en er is ook geleverd. U vat het goed samen. Dus we kunnen dat nog verder onderzoeken en dan tot dezelfde constatering komen, want binnen de afspraken die er zijn gemaakt is dat in raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1723
principe niet verboden, maar het schetst wel een beeld van belangenverstrengeling en daar zou je als organisatie ook bewust mee om moeten gaan, als je het mij vraagt. Dan de moties, voorzitter. Beginnen bij de motie van Leefbaar Rotterdam. In navolging op het commissiedebat, dat we hebben gehad van organiseer nou eens een loket waar mensen terechtkunnen als ze signalen hebben en om dat uiterlijk eerste kwartaal 2026 te doen en met een verbeterplan, kan ik omarmen. Dat is ook iets waar ik ook wel, gelet op de situatie waarin we zitten, dat dat ook voor eventueel toekomstige misstanden te voorkomen handig is te hebben. Maar ik had dat volgens mij ook in een brief aangekondigd. Maar ik kan hem omarmen. Dan heb ik 3 moties van mevrouw Verkoelen. Beginnend even willekeurig aanvullend financieel onderzoek welzijnswerk Feijenoord. Ik heb over een vervolgonderzoek te doen net even een toelichting op gegeven. Die ruimte is er op het moment dat er aanvullende informatie is, dus het maakt deze motie overbodig op dit moment. Dus die ga ik ontraden. Meldpunt externe leveranciers. Volgens mij is dat een vergelijkbare motie als die er al ligt, die ik net heb omarmd. Dus het is 1 van die 2 moties waarbij eentje wat concreter is om met een termijn, dat is die van Leefbaar Rotterdam, samen met de VVD. Dus het is aan u.
Het is niet dat ik er onwelwillend tegenover sta, maar er liggen 2 moties met een vergelijkbare strekking, wat u daarmee doet. De VOORZITTER (de heer De Waard): Toch een interruptie van mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): · Het is geen interruptie, een punt van orde. Wat doet u nu? Wat zegt u nu over de motie? Want u legt het uit ten opzichte van de andere motie. Ik wil horen wat u doet met de motie. De VOORZITTER (de heer De Waard): Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Volgens mij zijn er 2 moties met vergelijkbare strekking. Ik heb gezegd: ik doe eentje omarmen, dat is die van Leefbaar en VVD. Die andere heeft een vergelijkbare strekking. Deze is iets verder en wat concreter ten aanzien van termijnen. Dan zou ik zeggen deze is overbodig. Maar als u toch voor deze gaat. Maar dat laat ik liever aan u over. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mijnheer Crielaard. De heer CRIELAARD (lr): Dank u wel, voorzitter. Mijn motie is medeondertekend door lid Verkoelen, dus misschien om daar even duidelijkheid in te verschaffen. De VOORZITTER (de heer De Waard): Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Goed. Dan dient u een motie in waar u ook mezelf mee ondertekent, dus dan zou u zelf de conclusie kunnen trekken dat die eigenlijk overbodig is. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Ik heb echt een punt van orde.
Ik vind dat u echt nu gewoon moties op een andere manier gaat uitleggen dan dat u ze moet uitleggen. U kunt zeggen: de ene is verstrekkender dan de andere. Ik omarm ze beide en het is aan de raad om te bepalen hoe of wat. Er is nu een wethouder mij aan het vertellen wat verstrekkender gaat als aan moties. Dat is echt niet aan de wethouder, dat is aan een raad. Ik vind het niet juist dat op deze manier moties afgedaan worden. U omarmt hem en de anderen ook en het is aan ons om te bepalen wat we ermee doen. De VOORZITTER (de heer De Waard): Wethouder Achbar.
raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1724
De heer ACHBAR (wethouder): Volgens mij heb ik dat gezegd, voorzitter, van het is aan u en toen stond mevrouw Verkoelen op van … Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, het is geen punt van orde aan de wethouder, het is een punt van orde aan u. U bent als voorzitter hier degene die moet zeggen dat dat inderdaad zo werkt. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dat irriteert me nogal. Iedere keer dat u gewoon, zonder dat u het woord krijgt, ik zie u staan, ik ben niet blind, dat u gewoon het woord neemt. Ik heb dat al 2 of 3 keer tegen u gezegd. Ik snap uw punt, 100 procent. De ene motie is inderdaad verstrekkender dan de andere en dan is het aan de raad om te bepalen welke dan inderdaad voorgestemd wordt of eventueel tegengestemd wordt. Maar wacht u alstublieft even tot ik u het woord heb gegeven. Dank u wel. U staat. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Dat deed ik omdat u vervolgens aan de wethouder ging vragen wat die ervan vond. U had zelf het antwoord moeten geven. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mevrouw Verkoelen. We gaan door naar de wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, dan de laatste motie. Toetsingskader welzijnsopdrachten ga ik ontraden.
In principe heeft Humanitas de eindverantwoording ingediend door de gemeente vastgestelde format en de toenmalige accountant van Humanitas heeft de toetsing uitgevoerd volgens het door de gemeente opgedragen controleprotocol. Daarin kwamen geen onrechtmatigheden voor, voorzitter. Dan heb ik ze gehad, voorzitter. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, wethouder Achbar. Dan kijk ik even de commissie rond of er behoefte is aan een tweede termijn of een veegronde, inderdaad. Laten we beginnen met een veegronde. Mijnheer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): De wethouder heeft netjes alle moties behandeld, maar ik was zeer benieuwd naar het antwoord van het college op de brief van de ombudsman van 1 september. Daar heeft hij, volgens mij, niets over gezegd. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mijnheer Coşkun. Andere vragen die zijn blijven liggen? Nee. Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Er komt een reactie op de brief van de ombudsman. Maar ik dacht: ik wacht eerst dit debat af om daar een reactie op te geven. Maar volgens mij hoorde ik de heer Coşkun ook vragen: ik zie graag de reactie op die brief tegemoet. Dus daar had ik mee geconcludeerd dat u gewoon op die brief wacht die er toch gaat komen. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, wethouder Achbar.
Mevrouw Verkoelen, is het nog een nabrander in de eerste termijn? Mevrouw VERKOELEN (50plus): Ja, dit is een reactie op dit verhaal. Hoe kan dat nou, wethouder? We zijn iets aan het behandelen met elkaar hier en dan gaat u zeggen dat u naar aanleiding van dit het antwoord geeft aan een ombudsmanbrief? Dat kunnen we nou toch van u krijgen? De VOORZITTER (de heer De Waard): Wethouder Achbar.
raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1725
De heer ACHBAR (wethouder): Ik zit hem even te linken, want de heer Coşkun stelde mij de vraag en daar heb ik antwoord op gegeven van er ligt een brief van de ombudsman. Daar ga ik op reageren. Maar ik vind het ook netjes om eerst een debat met u te voeren en ik heb in de eerste termijn van de heer Coşkun gehoord: als u die brief stuurt, dan wil ik daar graag een kopie van hebben. Zo heb ik hem begrepen. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mijnheer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Bijna goed. De ombudsman schrijft een brief op 1 september, daar had u op 2 september een antwoord op kunnen maken, als college. Dan hadden we die nu kunnen meenemen, kunnen wegen in dit debat. Dat heeft u niet op 2 september gedaan. Nu is het 11 september. Ik denk: daar zal toch wel ooit een antwoord op komen? Maar dat had u ook vandaag dan kunnen geven. Maar u zegt, u noemt dat netjes, maar ik noem dat heel erg voorzichtig, gaat u eerst dit debat afwachten voordat u de ombudsman durft te antwoorden of zo? Ik bedoel: u kunt toch ook nu gewoon antwoorden op de vragen die de ombudsman namens de stad heeft neergelegd, dan hadden wij dat kunnen meewegen in ons oordeel over de moties et cetera. Het is wel netjes, als u dan toch nog geen antwoord wil geven, om het ons straks wel te vertellen als u het aan de ombudsman heeft verteld. Dat is wel netjes. Maar ik had het liever nu al gehad of op 2 september.
De VOORZITTER (de heer De Waard): Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Het komt zo snel mogelijk. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel. Zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn. Dan kijk ik even de zaal in of er behoefte is aan een tweede termijn en die is er. Mijnheer Crielaard. De heer CRIELAARD (lr): Dank u wel, voorzitter. Ik heb in mijn bijdrage gevraagd ook om de wethouder nog een keer uit te laten leggen waarom het doelmatigheidsonderzoek niet is gedaan. Ik heb daarop besloten om geen motie in te dienen die daartoe verzoekt. Daar heb ik als een belangrijke reden voor dat de strekking van een motie eigenlijk hetzelfde zou zijn als de motie die mevrouw Verkoelen of lid Verkoelen heeft ingediend. Of ik daar in meega, die laat ik wel even van dit antwoord afhangen, maar zeker ook op een gegeven moment wat D66 aangaf: er is al rond de 30.000 euro uitgegeven aan het onderzoek in de afgelopen 3 jaar. Om daar nu nog een forensisch onderzoek in te doen, wat ook echt het nodige met zich meebrengt, die laat ik op mij inwerken en ik kom in de loop van de dag tot een besluit of ik wel of niet de motie van mevrouw Verkoelen steun. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mijnheer Crielaard. Andere sprekers in de tweede termijn? Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66): Voorzitter, ik heb dezelfde twijfel.
Aan de ene kant wil ik dat het tot de onderste steen eigenlijk boven water komt, maar aan de andere kant denk ik ook: als je een onderzoek gaat doen waarvan je eigenlijk van tevoren weet dat er niets uitkomt, omdat dingen gewoon niet verboden zijn, wel heel erg laakbaar, in mijn ogen, om je vrouw opdrachten te geven van de welzijnsopdracht. Maar als dat niet verboden is en je komt er dan achter dat dat zo is en voor de rest kan je niets. Wat ik wel heel graag zou willen, is dat de wethouder, als u dus nog weer een gesprek heeft, ons daarin meeneemt, ons ook daar een brief over stuurt en ook de bevindingen daarin meeneemt, want het blijft toch een beetje onbevredigend dat we niet, in mijn ogen, nu niet de onderste steen boven krijgen. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Kockelkoren.
raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1726
Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Dat ben ik helemaal met u eens, dat dat onbevredigend is en waar ik een beetje op blijf hangen is dat het doelmatigheidsonderzoek van is dat geld nu uiteindelijk terechtgekomen bij die Rotterdammers, die u ook aanhaalde in uw betoog, die hier allemaal hebben ingesproken en met tranen in hun ogen vertelden wat hen wel en niet was overkomen. Daar gaat het om. Dus niet van heeft mevrouw X schuldig aan zaak Y, dat is het verhaal niet, maar doelmatigheid. Ik begrijp niet zo goed waarom deze partijen daar nu opeens niet meer in geïnteresseerd zijn. De VOORZITTER (de heer De Waard): Mevrouw Van Wifferen. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66): Ik ben er zeker in geïnteresseerd en ik weet ook dat destijds gewoon een fulltime ambtenaar zat te controleren of het wel goed werd uitgegeven. Dus er zat ook al, tijdens de opdracht van Humanitas, op een gegeven moment controle. Vrij laat, maar het zat er wel op.
Ik denk dus dat ik aan de ene kant zit ik ook te twijfelen van moeten we niet toch nog een onderzoek doen om echt alles echt uit de weg te ruimen of krijgen we dan inderdaad weer van heel veel geld aan een onderzoek en we krijgen er toch niets uit, omdat we destijds wel het gemonitord hebben en als een accountant zegt dat het goed is uitgegeven, als de gemeente er extra heeft gecontroleerd het is goed uitgegeven, krijg je dan met nog een onderzoek iets anders boven tafel? Dus ik hoop eigenlijk dat de klokkenluider nog informatie heeft waar een touwtje aan zit, waar je nog wat mee kan, want het alleen maar doen terwijl je weet dat er niets uitkomt, dat vind ik ook lastig, want daar hebben we hier in de raad ook vaak discussies: zoveel geld voor een onderzoek en dan komt er helemaal niets uit en slecht onderzoeksbureau, zeggen ze dan. Dus dat vind ik ook een lastige. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mevrouw Van Wifferen. Andere sprekers in de tweede termijn? Nee. Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Misschien helpt het, voorzitter, op het moment dat ik even duidelijker aangeef dat er nog wel ruimte is voor een vervolgonderzoek. Dus het is niet zo dat we na dit debat klaar zijn, wat mij betreft.
Want als die melder komt met nieuwe informatie wat aangeeft: er moet een vervolgonderzoek komen omdat er nieuwe feiten op tafel liggen, dan zal ik wel overwegen om een vervolgonderzoek te doen. Wellicht helpt dat u in uw gemoedsrust van als er dus wel aanleiding is, zal er gewoon een vervolgonderzoek komen. Omdat ik ook vind: het moet een keer klip en klaar en helder zijn als er wel misstanden zijn geweest. Maar op basis van de informatie die er nu ligt, is dit gewoon de conclusie. En dan ben ik het ook met u eens: er is heel veel tijd, energie en geld ingestoken om tot hier te komen en verder dan dit komen we helaas niet. Hoe erg ook het beeld heerst dat die onderste steen nog niet boven water is, maar misschien ligt er geen steen daaronder en denken we dat gewoon. Dus dat is nu even wat we afwachten. Iemand moet ons duidelijk maken dat die steen daar ligt. Dan moeten we dan even wat feitelijke stukken voor hebben. Dat kan overgedragen worden, als dat dan aanleiding geven om vervolgonderzoek te doen, dan zal dat zeker overwogen worden. Dat geeft u misschien iets meer gemoedsrust dan nu. Ik kan de toezegging doen, voorzitter, op de vraag van mevrouw Van Wifferen van als er dan ontwikkelingen zijn om u daar mee te nemen door middel van een brief. Dus dat kan. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, wethouder Achbar.
Daarmee denk ik dat alles is beantwoord en heeft u de volgende toezegging gedaan dat u inderdaad de raad meeneemt in ontwikkelingen per brief. 6.4
Initiatiefvoorstel Vonk e.a. over ‘Voor Rotterdammers, door Rotterdammers. Vertrouwen in sociale initiatieven vanuit de stad’
raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1727
De VOORZITTER (de heer De Waard): Dan gaan wij door naar het volgende agendapunt, dat is agendapunt 6.4, het initiatiefvoorstel Vonk en anderen over ‘voor Rotterdammers, door Rotterdammers. Vertrouwen in sociale initiatieven vanuit de stad’. Dan wil ik graag de heren Vonk, Segers-Hoogendoorn, Kind en mevrouw Van Wifferen uitnodigen achter de collegetafel. Pardon, alleen mijnheer Vonk, helemaal goed. Heel galant. Dan nodig ik mijnheer Vonk uit achter de collegetafel voor een eventuele korte toelichting voor wat betreft het proces. Dames en heren, mijnheer Vonk gaat een toelichting geven en dan kan de raad daar even hun eerste termijn aan wijden en dan kan de indiener daarop reageren. Daarna kunnen de indieners ook nog het college bevragen, want het college gaat natuurlijk ook nog wat zeggen. Dus helemaal goed. Mijnheer Vonk, bent u geïnstalleerd? Aan u het woord, mijnheer Vonk. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter. Fijn dat ik vanaf deze plek ook ons initiatiefvoorstel ‘voor Rotterdammers, door Rotterdammers’ mag toelichten. Ik sta hier inderdaad alleen. Ik wil nog wel even gezegd hebben, ook nu, dat wij dit voorstel hebben gedaan ook met steun van CDA, D66 en Volt. Dat was niet alleen een logo op de voorkant, maar ook daadwerkelijk een inhoudelijke bijdrage, waarvoor ook veel dank.
Dat ik het hier alleen doe, is ook vanuit efficiëntie en het laat ook zien dat we met zijn allen echt op één lijn zaten. Voorzitter, dit voorstel heeft best een lange weg genomen, vanuit de overtuiging eigenlijk dat we voor heel veel uitdagingen staan aan als Rotterdam, die niet altijd kunnen worden opgelost met meer overheid, met meer systeem, maar dat we juist ook ruimte moeten laten aan Rotterdammers zelf die geloven in een stad, niet zoals die is, maar hoe die zou kunnen zijn en die de mouwen opstropen en met elkaar aan de slag gaan. Juist die mensen ruimte geven, daar is dit voorstel op gericht. Die initiatieven worden vooral zichtbaar in bijvoorbeeld de gemeenschappen die wij kennen: in buurten en wijken, verenigingen, religieuze gemeenschappen. Het zijn de plekken waar mensen ervaren wat hun identiteit is. Ze ervaren verbondenheid, vertrouwen en veiligheid en daar is het ons om te doen. Overheid en die sociale initiatieven staan helemaal niet los van elkaar. Die hebben elkaar ongelooflijk hard nodig, zeker in deze tijd. Maar we hebben ook gezien, de afgelopen jaren, dat die 2 partijen best wel wat relatietherapie kunnen gebruiken. Dat is ook waar wij naar op zoek zijn gegaan.
We hebben met heel veel mensen gesproken en er past ook dank aan al die partijen die de tijd hebben genomen om daar energie in te steken, om ons ook uit te leggen waar ze tegenaan lopen als ze als burgers opstaan, het beter willen maken, maar met een overheid te maken krijgen die soms wel wil, maar ook niet altijd goed in staat is om met hun samen op te trekken. Daar hebben wij vervolgens een heel aantal knelpunten voor verzameld op het gebied van erkenning, toekenning van financiële steun, vertrouwen, transparantie, ruimte voor initiatief en vereenvoudiging van de verantwoording. Deze hebben wij eigenlijk uitgewerkt in 8 praktische voorstellen en die voorstellen kunt ook lezen aan het eind van dit initiatiefvoorstel. Het college heeft een eerste reactie gegeven. Die hebben wij ook besproken in de commissie. Daar kom ik zo nog even op terug. De reactie die wij per brief kregen, stemt ons hoopvol, want ook het college geeft aan: dit is inderdaad ook de richting waar we uit willen en wij lezen ook in het voorstel een aantal heel praktische handreikingen die ons helpen om ook een aantal stappen te zetten in een richting die wij toch ook al uit willen. Dat is eigenlijk ook wat wij steeds hebben geproefd, ook bij de ambtenaren en ook bij de wethouder, dat wij niet tegenover elkaar staan, maar dat we echt met elkaar diezelfde kant op willen.
Tegelijkertijd was die reactie ook best wel voorzichtig, dat snappen wij ook. Er komt nog een nieuwe participatieverordening aan. Er komt ook nog een moment dat wij hier gaan praten in de raad over een nieuw kader voor het financieren van een sociale basis. En ja, daar moeten nog een aantal dingen voor uitgezocht worden en die hebben ook weer betrekking op de voorstellen die wij doen. Dus wij snappen dat nog niet alles in beton is gegoten, maar we zijn blij, in ieder geval, met de omarming van de richting. Voor de mensen die de commissievergadering niet hebben meegemaakt: de wethouder heeft daarin ook toegezegd dat hij met een voortgangsrapportage gaat komen. Op het moment dat wij over de financiering van die sociale basis gaan spreken, komt er ook een voortgangsrapportage, raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1728
zodat we als raad ook echt strak op de bal blijven en de vinger aan de pols kunnen houden. Wij denken, en dat is ook onze hoop, voorzitter, dat dit voorstel een manier is waarop we als raad bijdragen aan de versterking van die positie van die sociale initiatieven en dat de relatie met de gemeente, waar echt alle pogingen worden gedaan om die te verbeteren, dat die nog een stuk beter kunnen worden gemaakt, zodat steeds meer Rotterdammers hun stoel aan tafel schuiven om samen aan de slag te gaan, samen met ons, om die uitdagingen van de stad aan te pakken. Want zo moet het zijn: voor Rotterdammers, door Rotterdammers. Dank u wel. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, heer Vonk. Dan gaan we over naar de eerste termijn van de raad. Wie kan ik daarin als eerste het woord geven? Tenminste, ik heb iemand op mijn lijstje staan en dat is mijnheer Coşkun. We gaan eerst de eerste reactie doen. Inderdaad. Dank u wel, mevrouw Kockelkoren. Mijnheer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Allereerst dank voor dit initiatief, voor de presentatie. We hebben het natuurlijk uitgebreid besproken in de commissievergadering ook. We delen het van harte. Ik denk dat het grootste deel zo in het verkiezingsprogramma van de SP zou kunnen, wat we nog aan het schrijven zijn. Maar ik zoek ook, kijk, als je je een beetje beweegt in de stad, zie je overal, dat soort initiatieven kom je dan tegen.
Ik vroeg me af: hebben jullie bepaalde dingen op het oog of is er een lijst of dingen ter inspiratie? Want het ene initiatief kan het ander ook weer inspireren. Ik moet tegenwoordig heel veel naar Feijenoord omdat ik daar ga wonen. Kom je station Zuid uit, dan kom je bij Onder de Oranjeboom wijkrestaurant, sociaal café waar mensen … Zo'n initiatief denk ik dat prima past in wat jullie bepleiten. Maar zo zijn er meer, zo zijn er overal. Hebben jullie ergens een inventarisatie van dat soort dingen ter inspiratie? We hebben natuurlijk de ontbijten gehad met allerlei mensen om elkaar te inspireren, maar ik denk: hoe houden we dat ook levend, dat soort informele en formele contacten, die ontbijten van de sociale initiatieven? De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, de heer Coşkun. Nog andere personen? Mevrouw De Bruijn. Mevrouw DE BRUIJN (pvda): Dank, voorzitter. Allereerst lof richting ChristenUnie en de andere partijen voor dit initiatiefvoorstel. Ook ons verkiezingsprogramma staat er vol van. Nog niet bekend, ik zal niet te veel zeggen, anders word ik op mijn vingers getikt. Maar je ziet in Rotterdam, gaf ik net ook al in de maidenspeech aan, Rotterdam draait op een hele hoop van die sociale initiatieven. Waar wij als gemeente tekortschieten, springen zij gelukkig bij.
Daar moeten we inderdaad de drempels niet te hoog voor leggen en ze helpen waar mogelijk en het makkelijker maken waar mogelijk. Dus chapeau voor het voorstel en wij steunen dit uiteraard van harte. Ik had wel een paar vraagjes. Misschien kunt u ook wat meer toelichten, via de voorzitter, specifiek over voorstel nummer 3, ambassadeur voor sociale initiatieven, een ambassadeur aanstellen die binnen de gemeente fungeert als aanspreekpunt et cetera. Enerzijds hoor je een heel grote groep van mensen die actief zijn binnen die sociale initiatieven die zeggen: we worden niet gehoord, we worden niet gezien, we willen meer in gesprek met de gemeente, maar er is ook een heel grote groep die zegt: we zijn al blij dat we aan onze kerntaken toekomen. Dus je vraagt ook wel wat als zij contact moeten zoeken met de gemeente. We hebben een hele hoop mensen in onze wijken lopen: wijknetwerkers, we hebben het loket, we hebben stadsmariniers, gebiedsregisseurs, een hele hoop ambtenaren die, als het goed is, hun best doen om ook die sociale initiatieven met elkaar te verbinden. Een heel grote groep van die sociale initiatieven zeggen ook: we zitten niet te wachten op nog meer ambtenaren die in de wijken rondlopen om ons te helpen. We willen eigenlijk zien dat de gemeente meer naar ons toe beweegt.
Hebben jullie een idee bij specifiek dat voorstel hoe jullie dat voor je zien, zonder dat we weer duizenden of tienduizenden euro's steken in extra ambtenaren? Dan het eerste voorstel, nog even terug. Daar wordt gesproken over het participatiestukje: meer betrekken bij beleid en besluit. Ook daar weer aanvullend op wat ik al eerder zei. Sommige van die kleinere sociale initiatieven zijn allang blij dat ze aan hun raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1729
kerntaken toekomen. Als ze dan ook nog bij alle besluiten en ontwikkelingen in de omgeving moeten meedenken en participeren, dat kost ook gewoon superveel tijd, energie en ook geld. Hebben jullie er een idee bij hoe je dat wil, bijvoorbeeld, willen jullie ze dus ook belonen hiervoor, specifiek, zodat zij zelf extra mensen of een subsidie kunnen aanvragen om dit soort dingen bij te wonen en ons als gemeente kunnen helpen? Dat waren, volgens mij, mijn vragen. Tot zover. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mevrouw De Bruijn. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, dank. Allereerst een hartstikke mooi voorstel, dank voor het indienen. Dat is altijd goed dat al die mensen in de stad die naar ons kijken, bij ons komen, we zijn bij al die ontbijtsessies geweest samen, dat die ook een stem krijgen. Dus daar geven wij graag steun aan. Ik heb 1 vraag, voorstel 6, onderzoek naar cofinanciering als uitgangspunt. Daar zegt u eigenlijk een onderzoek te starten naar de wenselijkheid en haalbaarheid van cofinanciering. We horen uit de stad dat dat gewoon heel erg lastig is en veel van dat werk eigenlijk gewoon overheidsfinanciering toch echt belangrijk blijft. En eigenlijk zegt de wethouder: wij vinden cofinanciering heel belangrijk. Terwijl ik lees, uw oproep van ja, we moeten wel weten of dat, misschien dat in sommige gevallen je dat beter niet kan vragen.
Lees ik dat goed? Zo ja, hoe interpreteert u de reactie van de wethouder? De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mevrouw Kockelkoren. Andere sprekers? Nee. Dan geef ik het woord aan de heer Vonk voor een reactie. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor de vragen ook, terechte vragen ook. Allereerst het overzicht waar de SP over nadenkt. Want, inderdaad, er zijn ongelooflijk veel initiatieven, groot en klein, bekend, onbekend. Je komt ze overal tegen. Ik denk inderdaad, dat blijkt ook wel uit de gesprekken die we ook naar aanleiding van dit voorstel hebben gevoerd, dat het heel goed is om tot zo'n overzicht te komen om meerdere redenen, maar ook zeker van over welke initiatieven hebben we het nu. Het kan ook inspirerend zijn om al die initiatieven ook te zien en eventueel ook te bezoeken. Nou is de valkuil natuurlijk dan snel om dan weer te zeggen: oh, dan gaan we dat als overheid regelen, terwijl juist deze sociale initiatieven daar ook best goed toe in staat zijn. Ik ben heel hoopvol over een initiatief dat inmiddels genomen is, volgens mij vanuit de welzijnscoalitie, die inmiddels al meer dan 200 initiatieven bij elkaar heeft gebracht en ook prima in staat is om dat overzicht te geven.
Dus ik denk dat het een oproep moet zijn eigenlijk vanuit ons van we willen heel graag met jullie aan de slag, laat je zien en laat de misschien wat grotere initiatieven ook de kleinere zichtbaar maken en eventueel ook vertegenwoordigen. Dat zou onze reactie zijn. Dan de vragen van de PvdA, een waardig opvolger van de heer Tak, want die had ook inderdaad goede vragen in de commissie, u zet ze dat goed door. Die ambassadeur, wij zijn zeker niet voor meer ambtenaren. Laat dat ook duidelijk zijn, dat hoeft ook niet. Er zijn best al veel ambtenaren die zich hiermee bezighouden en er is ook een initiatievenloket, daar wijst de wethouder ook op, die zegt: we hebben een initiatievenloket, dus mensen kunnen daar terecht. Toch wordt er gezegd: zodra wij bij echt de gemeente aankomen, dus even die stap uit de wijk zetten naar centraal, dan verlies je vaak het overzicht, het komt in een blackbox of je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Dan zou het helpen als er iemand is die zegt, een van de bestaande ambtenaren, van dit pak ik op en ik laat niet los. Ik voer het door de gemeentelijke burelen totdat wij een oplossing met elkaar hebben gevonden. De wethouder had nog de suggestie om zo iemand een roze uniform aan te trekken.
In ieder geval om zichtbaar te maken, een bestaand iemand, echt wel zichtbaar op het podium te zetten van daar kun je terecht en die zorgt er ook voor dat die jou van het kastje naar de juiste muur enzovoort en weer terug leidt. Dat is waar wij naar op zoek zijn met die ambassadeur. Dus dat als antwoord. Dan de besluitvorming. Moeten al die kleine clubs ook bij die besluitvorming? Absoluut niet, wat ons betreft. Maar we zien nu dat er soms best mensen worden gevraagd om wat wijze dingen te raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1730
zeggen over wat ze ervaren en dan zegt de gemeente: dank u wel, dat nemen we mee. Vervolgens hoor je helemaal niets en dan wordt er ergens anders een besluit genomen. Die partijen, die daar nu al voor gevraagd worden, die zeggen: neem ons echt serieus, zet ons ook aan tafel. Ik heb wel een praktisch voorbeeld. We hebben straks een debat nog naar aanleiding van de welzijnsvoortgangsbrief. In de commissie hadden we toen over de IZAgelden, vele miljoenen. Er is wel aan de stad gevraagd: wat vinden jullie goede ideeën? Vervolgens wordt aan IZA-tafels het geld verdeeld en de sociale initiatieven denken: en wij dan? Serieus aan tafel en eventueel ook serieus betaald. We hebben er ook ingezet als adviseur, want als Ernst en Young om een advies wordt gevraagd, dan is dat niet gratis. 50.000 euro hoor ik hier fluisteren. Dat is misschien niet per se direct nodig, maar het is natuurlijk heel logisch dat als je die sociale initiatieven vraagt om input te geven, dat daar ook gewoon een geldbedrag tegenover staat. Dat is gewoon adviseurswerk. Dat zou best meer gewaardeerd mogen worden, wat ons betreft. Dan die cofinanciering, een goede vraag inderdaad van GroenLinks. Wij hebben bedoeld, wij horen namelijk dat dat juist in heel veel gevallen best wel mogelijk is, maar zeker niet in alle gevallen.
Maar wat je in ieder geval niet wil is dat initiatieven eigenlijk helemaal aan het gemeentelijk infuus terechtkomen en soms jarenlang alleen maar afhankelijk zijn van gemeentelijke financiering. Dat dat vinden we een ongezonde zaak. En ze geven zelf ook aan dat het dan wel goed is om met elkaar toch te kijken van wat zijn dan echt mogelijkheden voor cofinanciering en ze daar ook een beetje in uit te dagen. Dus het is ook een beetje een uitdaging naar de sociale initiatieven: ga ook echt serieus aan de slag, zorg ervoor dat je niet alleen van die gemeentelijke financiering afhankelijk bent. Natuurlijk, met heel kleine initiatieven of eentje die bijvoorbeeld voor 2 jaar draait, dan is dat niet altijd mogelijk. Dus dan moet je dat ook met elkaar erkennen. Maar zeker als het een structurele en wat grotere vorm aanneemt, dagen wij die sociale initiatieven ook uit om met die cofinanciering te komen. Dus dat waren, volgens mij, de vragen die ik had gekregen. Dank. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, heer Vonk. Dan geef ik de wethouder de gelegenheid om ons te voorzien van zijn reactie. Ik heb hier een heel mooi boekje voor me met een soort van volgorde erbij gekregen van mijn collega, die naast me zit. Mevrouw Van Wifferen, u wilde wat … Nee, toch niet. Dan gaan we toch door naar wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Dank, voorzitter.
Mijn standpunt is wat dat betreft niet gewijzigd ten opzichte van het gesprek in de commissie. Ik heb mijn complimenten uitgesproken, dat doe ik ook graag nogmaals richting de initiatiefnemers om het initiatiefvoorstel in te dienen. Ik ben positief. Ik heb ook gezegd: wat mij betreft is dit echt in lijn met datgene wat wij aan het ontwikkelen zijn, de sociale basis. Ik zie dat dat heel mooi in elkaar kan gaan en dat we naast elkaar staan om iets moois neer te zetten in Rotterdam voor verschillende organisaties die van enorme meerwaarde zijn. Ik bedoel, we hebben ooit een rapport gehad van het Verwey-Jonker Instituut: ‘tel je zegeningen’. Die laat heel erg zien wat de meerwaarde was van religieuze instellingen. Maar even los van de religieuze instellingen zie je ook allerlei kleine, middelgrote tot wat grotere partijen die van enorme waarde zijn in die gebieden en van betekenis zijn om de opgave, die wij als stad hebben, waar de gemeente niet altijd toereikend is, ik wil niet het woord gebruiken wat mevrouw De Bruijn gebruikte: tekortkomen, maar waar wij niet altijd toereikend zijn, dat dat goed opgevangen kan worden door de sociale basis. Die moeten we gewoon ook goed faciliteren en ondersteunen. Daar gaan we graag met elkaar het gesprek over. Ik heb daar ook een toezegging gedaan in de commissie van dat dat ook eraan komt.
Maar volgens mij is de eerste stap die we daarin gaan zetten om je ook goed mee te nemen, op de juiste vlieghoogte te krijgen, is die technische sessie die ook gepland staat. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER (de heer De Waard). Dank u wel, wethouder Achbar. Dan zijn we nu bij het volgende punt gekomen en daar staat: dan kunnen de indieners reageren op de bijdrage
raadsvergadering van 11 september 2025
Notulen pagina
1731
vanuit de raad en het college. Mevrouw Van Wifferen was daar, volgens mij, helemaal klaar voor, dus wilt u dat ook aanvangen of wacht u nog even? Helemaal goed. Het woord is aan u. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66): Voorzitter, D66 is vereerd om mee te doen met dit prachtige voorstel. Het past heel goed bij de D66 traditie vanaf het stadsinitiatief waar we vurig voor hebben gepleit, maar ook voor het Right to Cooperate wat mooi is geïmplementeerd in het welzijnswerk. Ook met mijn eigen initiatiefvoorstel ‘bewoners aan de bal’, een constante lijn naar meer invloed van sociale initiatieven en van bewoners. Dat het nodig is, bleek ook wel uit een rekenkameronderzoek uit 2020. Daar kwam uit dat toch veel bewonersinitiatieven een beetje te weinig aandacht en liefde krijgen van de gemeente. Dus de gemeente geeft gewoon subsidie en komt daarna nooit meer kijken. Niet alleen voor controle is dat belangrijk, maar vooral ook voor inspiratie en van elkaar leren en met elkaar meedoen. Dit initiatief gaat hier heel goed bij helpen. Waar ik nog wel een vraag bij heb, als het echt gaat over meerjarige financiering, want dat vinden wij heel belangrijk, dat toch sommigen ook, dat dat ook eraan komt. Want om elk jaar weer door die financiële hoepels te springen, kost heel veel energie voor mensen die eigenlijk gewoon bezig willen zijn met het werk wat ze doen.
De vraag is toch aan de wethouder of die daar nog iets concreter over wil zijn. Want hij zegt: ik kom erop terug en we gaan eraan werken. Maar hoe staat hij daar nou in? Wat is nou zijn houding ten opzichte van die meerjarige financiering? Tot zover. De VOORZITTER (de heer De Waard): Dank u wel, mevrouw Van Wifferen. Mijnheer SegersHoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Dank, voorzitter. Kort, ik denk 2 punten. Ik had ze willen omdraaien, maar eigenlijk maak ik even een bruggetje met de bijdrage van mevrouw Van Wifferen, waar zij mee afsloot. Die meerjarige financiering bijvoorbeeld. Daar zou je bijvoorbeeld kunnen denken aan een forum. Die geef ik even mee aan de wethouder, misschien kan hij ook op dat idee al even reageren. Je zou bijvoorbeeld je kunnen voorstellen: je denkt in 3 jaren. Je geeft het eerste jaar het vertrouwen, dus dat is een soort van verantwoordingsvrij jaar. Dat geeft al heel veel lucht aan initiatieven. Het tweede jaar ga je goed in gesprek, dus heb je meer de kwalitatieve feedback van zo'n club en heb je ook je eigen inbreng daarbij, dus meer in de mondelinge zin van het woord. En dan bijvoorbeeld pas in jaar 3 die hele schriftelijke mallemolen waar je weer het kwantitatieve op afrekent. Het zou bijvoorbeeld een methode kunnen zijn die heel mooi passend is.